Posted on

Kijktip: Borderless – Documentaire Lauren Southern over migratiecrisis

“Het was een grote vergissing!” Met die woorden eindigt de documentaire Borderless, die de Canadese publiciste Lauren Southern onlangs op YouTube publiceerde. Ze klinken uit de mond van een zwarte afrikaan bij het kampvuur in een tentenkamp onder een brug in het winterse Parijs. 

Southerns documentaire is niet wat je misschien zou verwachten. De Canadese nam eerder deel aan de anti-immigratiemissie Defend Europe en staat er dan ook niet neutraal in. Maar met Borderless heeft ze geen rechtse propagandafilm geproduceerd, maar eerder een goed onderzocht stuk onderzoeksjournalistiek. Zoals ze overigens eerder al een goede documentaire over het lot van de blanke boeren in Zuid-Afrika maakte.

Hotspots van de asielcrisis

Met haar team reist ze naar verschillende hotspots van de asielcrisis. De Turkse kust tegenover Lesbos, Marokko, de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla en de Bulgaars-Turkse grens. Daarbij ligt haar focus niet primair op de migranten, maar vooral op de profiteurs van de crisis.

Profiteurs

Dat is de rode draad in Borderless: Wie verdient er eigenlijk aan mensen vanuit Afrika naar Europa te transporteren? Wie winnen erbij en wie zijn de verliezers? Bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen, stuit ze op rücksichtslose mensensmokkelaars en criminele ngo-medewerkers, die soms zonder scrupules de mensenhandel op de Middellandse Zee faciliteren.

Verborgen camera’s

Het is met name dit onderzoeksdeel van de documentaire, dat het de moeite waard maakt. Ze slagen er bijvoorbeeld in met een verborgen camera opnames te maken van een medewerkster van een grote asiel-ngo die vrijuit vertelt hoe ze potentiële asielaanvragers acteerles geeft zodat ze zich voor christelijke vluchtelingen uit kunnen geven. Anderen vertellen over smeergeld, valse identiteitsbewijzen, doktersverklaringen en wat dies meer zij. Kijken dus, Borderless!

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Hoe westerse geheime diensten jihadisten gebruiken

Gegevens rond de persoon van de Britse en erg belangrijke salafistische predikant Anjem Choudary (1), de man van Shariah4UK, tonen aan dat deze een infiltrant was van de Britse veiligheidsdienst MI5. Hij moest salafistische kernen oprichten en rekruteerde zo onder meer de Belg Fouad Belkacem, de stichter van Sharia4Belgium.

Ook rond de persoon van de Molenbeekse predikant Bassam Ayachi hangt er een verdacht geurtje. In Europa kwam die voor het eerst in 1996 met het gerecht in aanraking toen men hem noemde als de draaischijf die geld van erg gewelddadige overvallen gepleegd door de salafistische Bende van Roubaix doorsluisde naar terreurgroepen in Bosnië. En die steun van Bassam Ayachi aan de terreur blijft nu al 22 jaar lang duren en desondanks is de man nog nooit veroordeeld. Hoe kan dat?

Een groot huurlingenleger

Bekend is dat westerse veiligheidsdiensten al sinds de Afghaanse oorlog in 1978 begon massaal investeerden in de ontwikkeling van een enorm groot geworden leger van moslimextremisten. Het bevat vele tienduizenden jihadisten uit zowat alle landen ter wereld. Het is de culminatie van de al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw gegroeide samenwerking van eerst de Britten en daarna de Verenigde Staten met het salafistische Saoedi-Arabië.

Deze huurlingen waren voor de westerse alliantie al nuttig in een ganse serie door de VS en haar bondgenoten georganiseerde oorlogen zoals in Tsjetsjenië, Afghanistan, Libië, Kasjmir, Somalië, Mali, Joegoslavië, Irak, Libanon en Syrië.

Leden van al Qaida in Syrië, een onderdeel van het salafistische huurlingenleger aangestuurd door westerse inlichtingendiensten.

 

Ook in Iran gebruikte men dergelijke groepen voor terreuraanslagen. Zo is er de in Iraans Beloetsjistan, een gebied in het zuidoosten aan de grens met Pakistan, opererende Jundallah, de Volksverzetsbeweging van Iran, opgericht door een zekere Abdolmalek Rigi. De man werd echter gevangen genomen, kreeg de doodstraf en werd opgehangen.

Zonder die tienduizenden terroristen zou de VS immers haar eigen troepen moeten sturen, wat echter in de VS politiek niet meer te verkopen is. Vandaar dat men die salafistische moordbendes inschakelde. Overigens in veel gevallen met groot succes zoals bleek in Afghanistan, Libië en in het begin ook in Tsjetsjenië met de eerste van 1994 tot 1996 gevoerde oorlog met het Russische leger.

Eerst met de tweede oorlog in 2000 in Tsjetsjenië en nu in Syrië loopt het echter totaal fout en toont het de zwakte van die groepen. Een goed uitgerust en gemotiveerd leger haalt het er van het veelal ongeregeld maar wel gemotiveerd en voldoende bewapend jihadistenleger.

Duidelijk is dat het de westerse geheime diensten pakken werk bezorgt met de rekrutering, training, bewapening en ondersteuning via onder meer de media van die salafistische groepen. Dat de Israëlische Mossad hierbij betrokken is staat eveneens vast en is logisch. Zo is er de zionistische steun in de vorm van financiering en bewapening van in Syrië actieve terreurgroepen. (2)

Abdelkader Belliraj

En er is ook het verhaal van de Marokkaanse Belg Abdelkader Belliraj die in Marokko levenslang kreeg wegens het oprichten van een salafistische terreurgroep met een link naar al Qaida. Het aan het Belgisch parlement verbonden Comité I dat de inlichtingendiensten moet onderzoeken legde de zaak bloot (3). Uit dat bij de Senaat neergelegde rapport bleek dat de man naast informant van onze Staatsveiligheid ook werkte voor een andere maar dan grote dienst.

Verder onderzoek leerde dat volgens de toenmalige voorzitter van het Comité I wijlen Anne-Marie Lizin en drie andere betrokken bronnen die grote geheime dienst de Israëlische Mossad was.

Onder meer op voorstel van Anne-Marie Lizin (PS), toen voorzitster van de Senaat, werd het verhaal rond Abdelkader Belliraj door het Comité I onderzocht. Bleek de man Bin Laden te hebben ontmoet, een Marokkaans terreurnetwerk te hebben opgezet en te werken voor de Mossad. Nadien viel ze politiek in ongenade. Geen toeval natuurlijk.

 

Daarbij bleek dat Belliraj, ogenschijnlijk een gewone huisvader uit Evergem, kort voor de aanslagen van 11 september 2001 een privaat gesprek had met zowel Osama Bin Laden als met Ayman al Zawahiri, respectievelijk nummer een en twee van al Qaida. De Mossad wist dus waar Bin Laden verbleef.

Op 15 januari 2008 werd Belliraj dan in Marokko opgepakt als de stichter en wapenleverancier van een nieuwe salafistische terreurgroep. Het hof van beroep in het Marokkaanse Salé zal hem op 17 juli 2010 hiervoor veroordelen tot een levenslange celstraf. (4) Of hoe een infiltrant van de Mossad in Marokko vanuit de centrale positie van stichter en wapenleverancier de terreur poogde te organiseren.

Britse veiligheidsdiensten

Aan veel van de aanslagen in Europa zelf hangt niet verbazend dan ook een geurtje van de veiligheidsdiensten. Zo onthulde de Britse zakenkrant The Financial Times in een gedetailleerd artikel (5) hoe de aanslag van 22 mei 2017 tegen de Manchester Arena en het concert van Ariana Grande het werk was van mensen die MI5 voorheen van Manchester naar Libië had gestuurd.

Omar Bakri Muhammed, een infiltrant van MI5, is hier zijn volgelingen aan het opzwepen. Rechts naast hem Abu Hamza al Masri, nog een man van MI5.

 

Dit om het land te vernielen en president Moeammar Kadhaffi te vermoorden. Er vielen in Manchester toen 23 doden en 512 gewonden. Men wacht nog op het resultaat van het beloofde onderzoek naar de rol van de veiligheidsdiensten in de zaak. En dat zal zo te zien nog lang wachten worden.

Uit verder speurwerk blijkt nu dat die Britse veiligheidsdiensten op grote schaal en al decennia niet alleen zomaar samenwerken met die salafistische terreurbendes maar er integendeel een centrale rol in spelen.

Zo blijken drie der kopstukken van het Britse salafisme agenten te zijn van MI5. Wat betekent dat dit feitelijk geen veiligheidsdiensten zijn zoals het hoort maar oorlogsstokers en de ware leiders van terroristenbendes, verantwoordelijk voor een enorm aantal moorden en een massale destructie wereldwijd.

Zowel Abu Hamza al Masri, alias kapitein Haak, Omar Bakri Muhammed als Anjem Choudary blijken figuren te zijn die voor rekening van MI5 in moslimkringen ageerden en zo rekruten verzamelde voor de vele oorlogen van Afghanistan tot nu Syrië die het Verenigd Koninkrijk, de VS en Israël voor hen in petto hadden. Lekker kanonnenvoer dus.

Het is een wereldje gelieerd aan zowat alle terreuraanslagen en andere vormen van criminaliteit die salafisten op hun kerfstok hebben. Met onder meer de aanslagen op de Londense metro van 7 juli 2005, de aanslagen van Mohammed Merah, de moordenaar van Toulouse, de bende van Roubaix met haar uiterst gewelddadige overvallen tot de aanslagen in Zaventem en de Brusselse metro in Maalbeek van 22 maart 2016.

Anjem Choudary

Vooral de figuren van Omar Bakri Muhammed en Anjem Choudary zijn hierbij interessant. Deze Choudary, een geschorste advocaat, leidde in zijn jongere jaren een erg liederlijk leven met grote hoeveelheden drugs, drank en het nodige vrouwelijke gezelschap.

Plots echter ontpopte die man zich als een uiterst fanatiek predikant voor wie het provoceren en uitschelden van de Britse maatschappij dagelijkse kost was. Hij werd dus geen advocaat maar onrustzaaier die maar niet genoeg kreeg van het beledigen van zijn thuisland. De drank, drugs en seks veranderden in donderpreken.

Omar Bakri en later Choudary richten eerst al Muhajiroun op en daarna Shariah4UK, Sharia4Islam en Mulims4Crusades op. Organisaties die na verloop van tijd werden verboden maar de leiders als Choudary en Omar Bakri bleven gerechtelijk merkwaardig steeds netjes buitenschot.

Anjem Choudary toen hij nog geen salafist en agent van MI5 was.

 

Een van hun strafste daden was het uitschelden in het stadje Wootton Bassett van de in Afghanistan gestorven Britse soldaten. Die werden er door de overheid ceremonieel in een kist door het stadje vervoerd, uiteraard in aanwezigheid van hun nabestaanden. Choudary en zijn vrienden kwamen er telkens tegen betogen en uiteraard al de omstanders, inclusief verwanten, beledigen.

Scheldpartijen

Wat voor de Britse pers dan weer een thema bij uitstek was om Choudary en Bakri en hun organisaties eveneens uit te schelden. Choudary werd voor de pers en de doorsnee Brit zo vijand nummer één. Het regende in het Verenigd Koninkrijk beledigingen heen en weer. Het leek dat ook voor de Britse regering Anjem Choudary en Omar Bakri Muhammed eveneens vijand nummer één waren.

Maar buiten de scheldpartijen en harde woorden van de regering gebeurde er niets. En dankzij die steeds maar opgedreven spanningen werden Choudary en zijn kompanen steeds populairder bij een bepaald segment van de Britse bevolking, jonge moslims, oudere tieners en twintigers die in de marge der samenleving zich veelal bezig hielden met allerlei vormen van kleinere criminaliteit.

Hun bestaan hier stelde niet veel voor, maar Choudary schotelde hen een nieuw leven voor en een waar er nog wat te verdienen was, huurling bij het almaar groeiende leger van jihadisten in Syrië en elders. En verloren ze hun leven dan waren er nog de 64 of zo maagden in de hemel, een neukparadijs. En men kreeg ginds niet alleen een loon maar men kon er ook naar hartenlust stelen, moorden en verkrachten.

Volgens vele bronnen zijn Choudary en Omar Bakri verantwoordelijk voor de rekrutering van zo’n 500 van de 850 Britten die in het Midden-Oosten voor al Qaida, ISIS en andere terreurgroepen gingen vechten. (1)

Abu Hamza al Masri

Een andere vriend van Omar Bakri en Choudary was Abu Hamza al Masri, alias Kapitein Haak. Dit omwille van de prothese waarbij een van zijn handen was vervangen door een haak zoals men die wel eens in zeeroverfilms ziet.

Ook die kon jarenlang vanuit de moskee van Finsbury Park in Londen waar hij imam was de heilige oorlog prediken, o.m. op de bijeenkomsten van al Muhajiroun die daar gehouden werden. Zijn eerste publiek bekende salafistische terreuractiviteiten dateren van rond 1990 en situeren zich in Bosnië.

Ook deze werd jarenlang, tot grote frustratie van zelfs de koningin, de volledige vrijheid gelaten om zoals Choudary op te roepen tot steun voor al Qaida en andere terreurgroepen. Hij vocht trouwens mee in de oorlogen rond Bosnië, Kasjmir, Algerije, Afghanistan, Pakistan en Jemen. In het geval van Jemen werd een van zijn zoons gearresteerd wegen het organiseren van ontvoeringen.

Abu Hamza werd een eerste maal gearresteerd op 27 mei 2004 op vraag van de VS en kort nadien op 26 augustus 2004 op vraag van het Britse gerecht zelf wegens betrokkenheid bij terrorisme. Men veroordeelde hem op 7 februari 2006 in London tot 7 jaar cel en leverde hem nadien op 6 oktober 2012, 6 jaar later, uit aan de VS.

Abu Hamza al Masri, provocateur in dienst van MI5, hier samen met enkele vrienden, zeer waarschijnlijk wereldverbeteraars.

 

Hier kreeg hij dan op 14 april 2014 levenslang zonder kans op beroep. Tijdens dat proces stelde diens advocaat Joshua Dratel dat zijn acties gebeurden in overleg met MI5 om zo de moslimgemeenschap in het Verenigd Koninkrijk te infiltreren. (6)

De strategie van MI5 en Choudary was dan ook succesvol. Door hem voor te stellen als ‘s lands grootste vijand werd hij geloofwaardig in dat segment van de bevolking dat zich om allerlei reden afkeerde van die Britse maatschappij. Des te meer scheldpartijen heen en weer des te beter voor MI5 en figuren als Aboe Hamza, Omar Bakri Mohammed en Anjem Choudary.

Voorwaarde was wel dat men hen liet begaan. Niet simpel, want terwijl de ene politiedienst tegen hen wilde optreden, zorgde een andere ervoor dat ze gerechtelijk buiten schot bleven. Wat bij nogal wat Britse politielui voor grote frustratie zorgde.

Aanslagen op Londense metro

Zo waren er in de pers verhalen te lezen over trainingskampen met wapens en de Britse krant The Telegraph noemde zelfs 15 terreuraanvallen of pogingen tot waarbij Choudary vanaf 2001 betrokken was. Zo waren er de aanslagen van 7 juli 2005 op de Londense metro en een dubbeldeksbus waarbij eventjes 52 doden en 700 gewonden vielen. De zelfmoordenaars waren allen lid geweest van Al Muhajiroun. (7)

Ook Rachid Redouane, Kuram Shozad Butt en Youssef Zaghba waren lid geweest van al Muhajiroun en haar opvolgers. Het waren zij die op 3 juni 2017 de moorddadige aanslagen pleegden op London Bridge, goed voor 5 doden.

Redouane was een oud-gediende van o.m. de oorlog in Libië waar hij vocht met de Libische Strijdersgroep van Abdul Hakim Belhaj, de man van al Qaida in Libië en na de machtsovername commandant van de Nationale Transitieraad. (8)

Youssef Zagba werd in maart 2016 op weg naar Syrië door de Italiaanse autoriteiten in Bologna tegengehouden maar na contact met iemand bij MI5 vrijgelaten. (9) Ook waren Michael Adelbolajo en Michael Adebowale, de moordenaars op 22 mei 2013 van de Britse soldaat Lee Rigby kennissen van diezelfde Choudary. Maar de politie ondernam niets en liet gewoon betijen.

En wie dacht dat de politie dan Omar Bakri Mohammed ging arresteren was eveneens verkeerd. De man trok op reis naar Libanon en toen hij wou terugkeren werd hem de toegang tot het Verenigd Koninkrijk verboden. Er kwam dus geen Brits proces tegen de man. Toch netjes. (1)

Abdul Hakim Belhaj, leider van de Libische Strijdersgroep, een onderdeel van al Qaida, werd om die reden door de Britten ontvoerd en overgeleverd aan de Libische regering van Khadaffi. Die mocht er dan mee doen wat hij wou. Nadien gebruikten de Britten hem om Khadaffi te vermoorden. Een regeringsbeleid gestoeld op democratische humanitaire principes noemt men dat.

 

Waarna de fakkel bij al Muhajiroun dan werd overgenomen door de Pakistaan Anjem Choudary. De meester agitator werd de nieuwe leider. Choudary kon zo verder kanonnenvlees werven voor de oorlogen van MI5.

Tot hij op 5 augustus 2015 in een filmpje op YouTube de eed van trouw aflegde aan ISIS. (1) Toen kon de Britse regering die hem tot dan beschermde niet veel anders meer doen dan hem arresteren en doen veroordelen. Het duurde echter nog tot 28 juli 2016 voor zijn veroordeling definitief was. Waarom hij in 2015 die ultieme provocatie deed is natuurlijk een goeie vraag die echter tot heden zonder antwoord blijft.

Leveranciers van al Qaida

Dat salafistische terreurorganisaties in het Verenigd Koninkrijk feitelijk vrij kunnen opereren is ook duidelijk uit het verhaal van de liefdadigheidsinstelling (sic) One Nation die werkt vanuit vier steden, Batley, Leicester, Oldham en High Wycombe.

Toen al Qaida in het Syrische stad Khan Sheikhoun begin april 2017 gasmaskers wou hebben was het One Nation die ze leverde. One Nation is dan ook een puur salafistische organisatie die samenwerkt met allerlei terreurgroepen in het buitenland. Wie dus een bijdrage wil leveren aan de ‘goede’ werken van al Qaida kan er zo geld storten, hen bellen of een bezoekje brengen. Zeer gemakkelijk. (10)

En zoals veel van die figuren in dit milieu hebben ook de beheerders van deze ngo een mooi strafblad. Zo veroordeelde de rechtbank voorzitter Maqsood Motala op 18 augustus 2003 voor zijn betrokkenheid bij een serie inbraken en de handel in hard drugs en wapens. (11)

Een andere beheerder en vroeger voorzitter van One Nation was dan Arshad Patel. Deze prees de daders van de zelfmoordaanslagen van 7 juli 2005 op de Londense metro en een dubbeldeksbus. Hij is immers gehuwd met Hasina Siddique Khan, de zus van zelfmoordenaar Mohammed Sidique Khan, de leider van de terreurgeroep die tekende voor die aanslagen. (12)

Opvallend is wel de steun die Arshad Patel en Maqsood Motala kregen van Jo Cox, het nadien vermoorde parlementslid van Labour voor de regio Batley waar One Nation haar hoofdkwartier heeft. (13) Steun die er kwam ondanks de eerdere veroordelingen en de bekende relaties van Patel met het salafisme.

Prins Charles

Een ander crimineel figuur in One Nation is een zekere Tarek Islam. Deze kreeg voorheen 16 maanden cel om reden dat hij in een nachtclub en stomdronken een man aftroefde met een fles champagne.

Anjem Choudary in actie. Is dat niet leuk, je door de Britse staat laten betalen om hen voor rotte vis uit te schelden. Fijn beroep.

 

En alhoewel de Britse officiële Liefdadigheidscommissie One Nation regelmatig op de vingers tikte blijft ze operationeel. (14). Maar One Nation steunt Al Qaida en dat doet ook de Britse regering en dus kan One Nation blijven verder werken. Deze blijkt immers bovendien goede vrienden te hebben in zionistische kringen. (10)

Zo krijgt One Nation geld van Prism The Gift Fund dat mede wordt geleid door lord Stone of Blackheath. Een lid van het Britse Hogerhuis die zijn benoeming daar te danken heeft aan premier Tony Blair (Labour).

Deze lord is ook lid van onder meer The Labour Friends of Israel en Jewish Policy Research dat onder leiding staat van bankier Jacob Rothschild, de levenslange voorzitter van deze organisatie. En wie Rothschild zegt denkt bijna onmiddellijk ook aan de stichting van Israël.

Hoeft het dan ook te verbazen dat de Moslimbroeders, in wezen toch een salafistische organisatie die in veel gevallen al samenwerkte met al Qaida, ook in het Verenigd Koninkrijk alle nodige steun krijgt. Kroonprins Charles is zelfs beschermheer van hun aan de universiteit van Oxford verbonden organisatie, het Oxford Center for Islamic Studies.

En daar komt men ook de Egyptische predikant Youssef Qaradawi tegen (15). Deze werd in 2004 een paar jaar beheerder van deze organisatie en leeft in ballingschap in Qatar. In zijn toespraken haalde die al uit naar alle niet-salafisten en uiteraard ook alle christenen, joden, enzovoort die wat hem betreft ook mogen vermoord worden. Hij wordt gezien als de hoofdideoloog van de Moslimbroeders maar werd in 2008 wel de toegang tot het Verenigd Koninkrijk ontzegd.

Moslimbroeders

In wezen gaat die relatie tussen de Britten en de Moslimbroeders terug tot de stichting van deze organisatie in 1928. Men zag haar als een tegengif voor het opkomende Arabische nationalisme dat in essentie vooral seculier was.

Hetzelfde voor het salafisme, ook wel eens wahhabisme genoemd. Het waren de Britten die in de periode 1917 tot ongeveer 1936 de basis legden voor het salafistisch rijk van Ibn Saoed, stichter van Saoedi-Arabië en beschermer van het salafisme.

En toen Europese zionisten in 1948 Israël stichten weigerde Ibn Saoed, ook wel Abdoelaziz Saoed genoemd,  zich daar tegen te verzetten. Het begin van de alliantie tussen dat land, de VS, het Verenigd Koninkrijk en het zionisme.

Bovendien hebben de veiligheidsdiensten MI5, MI6 en de CIA steeds kunnen rekenen op financiële steun vanuit het Huis van Saoed. Legden men ze in hun thuisland financieel en militair aan banden dan was er steeds Riaad om hen uit de nood te helpen. Wat er voor zorgde dat die samenwerking nog intensiever werd. Met dan de cruciale vraag: Wie controleerde dan uiteindelijk die diensten? Washington en Londen of Riaad, of beiden?

Het ontstaan van het salafisme in zijn huidige jihadistische vorm is ontstaan in 1978 toen de VS Afghanistan destabiliseerden en zo de Sovjetunie deden interveniëren in wat altijd al haar invloedsfeer was. Afghanistan was bijvoorbeeld het eerste land om na de Oktoberrevolutie de Sovjetunie te erkennen. Beiden hadden immers de Britten als vijand.

Zbigniew Brzezinski

In Pakistan bracht men in 1977 dictator Zia ul-Haq aan de macht en samen met hem, Saoedi-Arabië en Londen begon de VS met de creatie van wat toen nog de moedjahedien hette. Wat militair voor de VS een enorm succes was, voor Afghanistan zelf en de wereld echter een enorme ramp. (16)

Het was een strategie uitgedacht door Zbigniew Brzezinski, de toenmalige Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur onder president Jimmy Carter. Toen men Brzezinski later hierover interviewde gaf hij probleemloos de rol van de VS in de kwestie toe, incluis de destabilisering van Afghanistan. En toen men daarop de vraag stelde of die jihadisten geen gevaar vormende lachte hij dat ogenschijnlijk heel arrogant weg.

Achteraf gezien was zijn nonchalante houding in deze zaak begrijpelijk want het zijn de Westerse inlichtingendiensten die deze jihadisten via hun infiltranten van het genre Anjem Choudary en Abu Hamza al Masri sturen in de richting die de Mossad, CIA en MI5 wensen.

Het verklaart ook perfect waarom de oorlog tegen de terreur net als de oorlog tegen de drugs nergens raakt en men integendeel beide fenomenen ziet groeien. Immers achter die terreur en drugs staan diezelfde zogenaamde inlichtingendiensten die als het ware een staat binnen de staat vormen. Want ook de opbrengst van hun drugshandel zorgt dat zij desnoods onafhankelijk van hun regeringen kunnen opereren. (17)

Fouad Belkacem

Maar Anjem Choudary kwam er met zijn proces nog goed vanaf. Hij kreeg amper 5 jaar en 6 maanden cel voor steun aan een terreurorganisatie, hier ISIS. De hier in België en Nederland best bekende door Choudary gerekruteerde extremist is natuurlijk de Antwerpenaar Fouad Belkacem die samen met enkele kompanen in navolging van zijn vriend Choudary op 3 maart 2010 Sharia4belgium 2010 opricht.

En zoals Choudary was ook Fouad Belkacem een provocateur die steeds maar de spanning deed toenemen en daardoor van de media veel belangstelling en dus publiciteit kreeg. Fouad Belkacem mag, net als zijn illustere voorbeeld in het Verenigd Koninkrijk, in België gezien worden als de mogelijk meest succesvolle ronselaar voor de oorlogen in het Midden-Oosten.

Fouad Belkacem een man met een stevig strafblad die salafistisch predikant werd na rekrutering door Anjem Choudary, een agent van MI5. Zoals Anjem Choudary in het Verenigd Koninkrijk de meest succesvolle werver voor Syriëstrijders was zo is Fouad Belkacem dat voor België geweest. Een succes dus voor MI5.

 

Voor hij zich in 2003 tot het salafisme bekeerde was ook hij een man met al een stevig strafblad gaande van inbraak tot weerspannigheid, autozwendel, schriftvervalsing, BTW-fraude, racisme, slagen en verwondingen, smaad aan de politie en drugshandel. Of Belkacem ook directe contacten had met MI5 is niet bekend, zeker is dat hij de methoden van Choudary overnam.

Zo werd Sharia4Belgium reeds op 7 oktober 2012, na twee jaar dus, verboden en kreeg hij van het Antwerpse hof van beroep op 27 januari 2016 twaalf jaar cel. Zijn Sharia4Belgium kon dus wel bijna drie jaar relatief ongestoord werken.

Verder konden zijn kompanen probleemloos naar Syrië vertrekken om er bij die terreurgroepen te gaan vechten. Zo bedreigde Belkacem ook o.m. toenmalig minister van Defensie Pieter De Crem (CD&V) met de dood. Wel werd hij regelmatig opgepakt en zag hij dikwijls een cel. Wat doet vermoeden dat hij zeker niet de bescherming genoot van zijn voorbeeld Anjem Choudary.

Het vertrek naar het Midden-Oosten van veel leden om er te gaan vechten en acties van politie en gerecht zorgden voor het wegkwijnen van deze beweging. En de enorme nederlaag die het salafisme in Irak en Syrië leed zal er ook niet veel goed aan doen.

Afghanistan en de eerste Tsjetsjeense oorlog waren de hoogtijdagen van het salafisme, nu is de top al lang voorbij en zit men in een dal. Of men hen daar nog uit zal kunnen halen is de vraag.

De sjeik van Molenbeek

En dan is er de andere bekende Belgische salafistische predikant, de 72-jarige uit het Syrische Aleppo afkomstige Bassam Ayachi. De man die in in 1992 na een failliet avontuur met een restaurant in Aix-en-Provence naar Brussel trok en er het Centre Islamique de Belgique (CIB) opricht. Wat Abu Hamza al Masri en de moskee van Finsbury Park in Londen was voor het rekruteren van jihadisten zo was dit het geval voor Bassam Ayachi en het CIB in het Brusselse Molenbeek.

Op 4 april van dit jaar werd hij door de Fransen aangehouden toen hij via Turkije uit Syrië terugkeerde. Blijkbaar verbleef hij al enkele maanden in Turkije, volgens zijn fans om er een nieuwe prothese voor zijn arm te laten plaatsen. Waarna de Turken hem oppakten en naar Frankrijk stuurden. (18)

Daar was er op 12 maart een onderzoek tegen hem gestart na de arrestatie van een naar Frankrijk uit Syrië teruggekeerde jihadist. Mogelijkerwijs viel bij diens ondervraging de naam van Bassam Ayachi als diens rekruteerder. (19)

Bassam Ayachi heeft het uiterlijk van een soort Sinterklaas, wee echter de niet-salafistische kinderen die in zijn handen raken.

 

En kijk onmiddellijk klommen enkelen in België in de pen om de man voor te stellen als feitelijk een onschadelijk figuur die het wel goed meent. Een soort fanclub dus. De allereerste om verzachtende omstandigheden in te roepen was Gauthier De Bock. Die schrijft op 4 april 2018 (20) op de website van het weekblad Moustique een stuk en stelt daarin:

Les amalgames allant bon train s’agissant de musulmans, barbus et maniant l’AK 47, même pour une bonne cause, le Cheikh Bassam Ayachi est toujours inculpé, en Belgique, de participation à une organisation terroriste.

Amalgamen verkopen altijd goed als het gaat over moslims, mannen met baarden die dan nog zwaaien met een AK47, zelfs als het voor een goede zaak is, dan is de sjeik Bassam Ayachi in België altijd schuldig wegens het lidmaatschap van een terroristische organisatie.

Een soefi

Zelfs de website Bellingcat doet hier een flinke duit in het zakje (21) en springt in de bres voor onze Molenbeekse sjeik. Daar stellen onderzoeker Pieter Van Ostaeyen en journalist  Guy Van Vlierden, die werkt voor het Laatste Nieuws, dat het wat betreft Bassam Ayachi allemaal overroepen is.

Hun stelling is: Jazeker, hij is een salafistisch predikant maar hij heeft steeds gezegd dat hij tegen de komst naar Syrië van Syriërstrijders is. Bovendien vocht hij in Syrië tegen ISIS en nu tegen Hayat Tahrir al Sham (al Qaida in Syrië). Kortom hij is een gematigde jihadist waarmee men zaken kan doen.

En wie de man breed glimlachend en met zijn grijze baard ziet zou zelfs denken dat dit de vleesgeworden Sinterklaas is, de goede kindervriend dus. Maar dan moet men de realiteit die achter die baard, de mooie woorden en de glimlach schuilt wegcijferen. En daarin zijn Pieter Van Ostaeyen en Guy Van Vlierden bedreven.

Zo stellen zij in het stuk: ‘The pictures show an old man, dressed as a Sufi cleric, not a bloodthirsty jihadi.’ (‘De foto’s tonen een oude man, gekleed als een soefistische (22) predikant eerder dan als een bloeddorstig jihadist). Voor hen is de man een gematigde jihadist die buiten Syrië geen terreuraanslagen wil zien gebeuren en wiens groep De Valken van de Levant (Suqur al Sham) best te doen is. Ze zijn gematigd in hun jihad.

Bellingcat

En dat de website Bellingcat dit gemoedelijk portret van de vader van het Molenbeekse salafisme publiceert hoeft ook niet te verbazen. Eliot Higgins, de man achter eerst Moses Brown en nu Bellingcat, werkt immers voor The Atlantic Council en dat is feitelijk een soort van intellectuele satelliet van de NAVO die toch mee die oorlog tegen Syrië steunt.

Bovendien is Bellingcat binnen de Atlantic Council een deel van het Digital Forensic Research Lab en dat krijgt volgens eigen informatie steun van The Syrian American Medical Society, het Aleppo Media Center, the Syria Institute, Syrian Civil Defense (De Witte Helmen) en de Syrian Campaign. Organisaties die o.m. leiden naar al Qaida, en de Rockefeller Brothers Foundation en vermoedelijk naar allerlei Westerse geheime diensten.

Een deel van het netwerk rondom Eliot Higgins en zijn Bellingcat. Een man die op basis van internetfoto’s en video’s zware beschuldigingen uit. Alsof foto’s en video’s op het internet te betrouwen zijn. Links onderaan het logo van de Witte Helmen.

 

Dus de Witte Helmen steunen Bellingcat die op haar beurt al de verhalen die de Witte Helmen uit hun helm toveren, zoals de gifgasaanval op Douma, bewijzen door haar (sic) forensisch onderzoek. Een zwendel dus.

En bovendien stelt zich hier de vraag waarom zogenaamde hulporganisaties een toch rijke instelling als The Atlantic Council en dat Lab moeten gaan steunen. Dat is toch niet de taak van een hulporganisatie. Het is alsof het Nederlandse Rode Kruis het Haagse onderzoeksinstituut Clingendael of De Telegraaf zou gaan steunen.

Maar het toont dat Bellingcat gewoon een onderdeel is van een zwendel van organisaties die organisch met elkaar verbonden zijn en er alleen maar dienen om elkaar geloofwaardig te maken. Het verklaart waarom haar zogenaamde onderzoeksresultaten steeds daar belanden waar de VS en haar bondgenoten dat willen. Geen toeval.

Achter de façade

Pieter Van Ostaeyen, Gauthier De Bock en Guy Van Vlierden baseren zich in essentie op de verklaringen van Bassam Ayachi zelf, zonder echter achter die façade te kijken. Hij zegt wel dat hij tegen de komst naar Syrië van buitenlandse jihadisten is maar de realiteit is dat er in zijn spoor wel mensen naar Syrië trokken.

En dat hij tegen de internationale terreur is is eveneens een fabeltje. Vanuit zijn Centre Islamique de Belgique lopen er contacten met de ganse wereld van de internationale terreur, zelfs naar de aanslagen in Zaventem en Maalbeek.

Maar dan moet men wel verder kijken dan naar zijn beweringen natuurlijk. Ook die over de Valken van de Levant. En, nog erger, sinds wanneer is salafistische terreur een probleem hier in het Westen en niet ginds? Syriërs, Irakezen, enzovoort mogen dus in die filosofie leven onder het juk van die bendes. Zolang wij Belgen er maar geen last van hebben.

Abdel Rahman Ayachi, hier in de Brusselse rechtbank, de zoon van de ‘gematigde’ Bassam Ayachi, noemde joden op de website van het CIB apen en varkens en zette er ook video’s met onthoofdingen op. Gematigde weliswaar.

 

En zoals met Abu Hamza kan men ook hier de vraag stellen naar de rol van de inlichtingendiensten. Bassam Ayachi kwam voor het eerst begin 1996 in het vizier van het gerecht toen hij volgens een enquête van de Franse onderzoeksrechter Jean-Louis Bruguière een cruciale rol speelde bij de erg gewelddadige overvallen van wat men de Bende van Roubaix noemde. (23)

En nog steeds kreeg onze Molenbeekse salafist ondanks al de feiten nooit een definitieve veroordeling op zijn naam. Dus al 22 jaar kan de man bijna ongestraft opereren in de wereld van de salafistische terreur. Wat natuurlijk de steun van bepaalde machtige structuren zoals geheime diensten doet vermoeden.

De uit 12 leden bestaande bende van Roubaix pleegde tussen 20 januari en 29 maart 1996 in totaal 8 aanslagen waaronder die met een autobom voor het hoofdkantoor van de politie in Rijsel. De buit van die overvallen diende voor het financieren van de jihadistische terreur in Bosnië.

Volgens het onderzoek van rechter Bruguière werd het geld via Bassam Ayachi doorgesluisd naar de vrienden in Bosnië waar al Qaeda met Bin Laden toen erg actief was. Ook de Britse MI5-predikant Abu Hamza kwam hier in beeld. (24) De leider van die bende was immers een zekere Christophe Caza die als salafist in Bosnië had gevochten en wiens spirituele gids Abu Hamza was.

Dat jihadisten toen in Bosnië opereerden was natuurlijk logisch. De landen van de NAVO wilden Joegoslavië kapot en daarvoor diende men het sektarisme zoals nu in Irak en Syrië op de spits te drijven. En in Bosnië en in Kosovo waren figuren als Bassam Ayachi en Abu Hamza met Bin Laden hiervoor de geschikte figuren. Over hun gruweldaden lazen we natuurlijk nooit iets in de pers. En dus bleven Abu Hamza en Bassam Ayachi buiten schot.

Maar reeds voor 1996 kwam Bassam Ayachi in contact met het gerecht. Na zijn vertrek naar Frankrijk in 1960 werkte hij in 1979 een tijd voor de Franse bouwonderneming Bouygues in Saoedi-Arabië. Dit tijdens de beruchte bestorming van de Grote Moskee door een 500 man sterke bende onder leiding van Juhayman al Otaybi, een extremist van het zuiverste water. Bassam Ayachi werd hierbij als verdachte gearresteerd. (25)

Salafistisch broeinest

Een tweede maal maar dan veel sensationeler kwam hij in het vizier van het Europese gerecht toen hij het huwelijk inzegende van Malika al Aroud en Abdessatar Dahmane vlak voor die laatste onder het mom van journalist naar Afghanistan vertrok om op 9 september 2001, twee dagen voor de aanslagen in New York, Achmed Sjah Massoud te vermoorden.

Deze pleegde vanuit de Afghaanse Panshirvallei als zowat laatste verzet tegen de Taliban en werd gezien als de contactman van de Fransen, Indiërs en Russen. Maar uiteraard was de daad van Bassam Ayachi om een huwelijk hier in te zegenen op zich al strafbaar want om een religieus huwelijk mogelijk te maken moet het echtpaar eerst voor de wet zijn getrouwd. Maar ja, Bassam Ayachi erkent zoals hij stelt maar een wet, die van zijn Allah.

Malika el Aroud wordt zowat gezien als de Belgische topjihadiste van het internet en huwde nadien met de Tunesiër Moez Garsallaoui, een lid van al Qaida die op 10 oktober 2012 in Pakistan zou gesneuveld zijn. Malika al Aroud kreeg op 10 mei 2010 8 jaar cel en verloor op 1 december 2017 ook haar Belgische nationaliteit. (26)

Zaventem en Maalbeek

Het Centre Islamique de Belgique was dan ook een broeinest van allerlei jihadisten op zoek naar plekken om terreur te plegen. Zo werden zeven salafisten van het CIB in november 2010 gearresteerd wegens hun betrokkenheid bij het terrorisme in Irak in de jaren 2005 en 2006. Bij de huiszoekingen werden trouwens ook wapens ontdekt. (27)

Niet verassend komt bij het onderzoek naar de aanslagen in Zaventem en Maalbeek ook de figuur van Bassam Ayachi en zijn CIB ter sprake. Onder meer in de figuur van Ali Tabich, een gekend terrorist, oud lid van het CIB en vermeend leverancier van de producten voor het aanmaken van de toen gebruikte springstof.

 

Onder de zeven Ali Tabich, Olivier Dassy en Abdelrahman Ayachi. Ali Tabich zal later opduiken in het onderzoek naar de aanslagen van 22 maart 2016 in Zaventem en Maalbeek. Ali Tabich runde aan de Brusselse Stalingradlaan een doe-het-zelf-zaak waar zelfmoordterrorist Ibrahim al Bakraoui zijn materiaal kocht voor het aanmaken van de in Maalbeek en Zaventem gebruikte springstof. (28)

Olivier Dassy duikt dan weer op in Syrië bij Bassam Ayachi evenals Abdel Rahman, zoon van Bassam Ayachi. Deze zoon krijgt in Brussel in eerste aanleg 8 jaar cel en in beroep 4 jaar. Abdel Rahman wordt ook het verspreiden via de website Ribaat.org verweten van onder meer onthoofdingen. Het betere salafistenwerk dus.

Voordien al veroordeelde het Brusselse hof van beroep de man samen met zijn kompaan Raphaël Gendron op 23 januari 2006 wegens het verspreiden van racistische boodschappen via Assabyle.com, de website van het CIB. (29) Hier werden joden onder meer omschreven als apen en varkens en een onwaardig volk dat zijn straf niet zou ontlopen.

Opvallend is dat Sebastien Courtoy, advocaat van Abdel Rahman Ayachi, tijdens de debatten voor de rechtbank als argument ter verdediging stelde dat zijn cliënt werkte voor de DGSE, de Franse buitenlandse veiligheidsdienst. Wat uiteraard niet zou moeten verbazen. Het is een lekkere bijverdienste en geeft een zekere immuniteit om te moorden en plunderen. (30)

Het mag allemaal

En ondanks al die criminele feiten bleef Bassam Ayachi gerechtelijk buiten schot. Na 2001 zal er bij hem slechts op 27 januari 2006 voor zover geweten voor het eerst een huiszoeking gehouden worden en werd hij in de zaak van de Bende van Roubaix maar eventjes gearresteerd.

Tot een definitieve veroordeling kwam het echter tot heden nooit. Zelfs al schrijft hij in maart 2004 een open brief met doodsbedreigingen aan het adres van de Franse president Nicolas Sarkozy. Het kan en mag allemaal.

Zo zal hij na die huiszoeking in 2006 naar het Midden-Oosten trekken en bij zijn terugkeer met Raphaël Gendron in het Italiaanse Bari op 11 november 2008 gearresteerd worden. In hun caravan hadden zich immers 2 Syriërs en drie Palestijnen verstopt. Mensenhandel dus.

 

Volgens de politie was er in hun caravan propagandamateriaal voor al Qaida gevonden. Zij kregen hiervoor 4 jaar cel maar werden in beroep vrijgesproken. In hun gevangeniscel had de politie echter microfoons verstopt en uit de gesprekken leidde men af dat ze in Frankrijk een aanslag planden op de luchthaven van Roissy-Charles de Gaulle.

Wat voor een nieuw proces zorgde met een veroordeling op 11 juni 2011 tot 8 jaar cel. Maar in beroep werd dat wegens onvoldoende bewijzen op 3 juli 2012 opnieuw een vrijspraak. Nadien keert hij wel terug naar België maar niet voor lang want stilaan voelt hij de druk vanuit de politiek en het gerecht op hem toenemen. Op dat ogenblik beginnen de kranten immers het probleem te ontdekken van de salafistische terreur in Europa.

Zo stelt de Brusselse raadkamer Bassam Ayachi op 14 december 2016 eindelijk in verdenking. (31) En zoals ook zijn zoon Abdel Rahman, hun kompanen Raphaël Gendron en Olivier Dassy naar Syrië trokken om aan de gevangenis te ontsnappen, zo vlucht ook Bassam Ayachi in 2013 terug naar zijn oude vaderland Syrië.

Valken van de Levant

Zij voegen zich daar bij de Valken van de Levant (Suqur al Sham) een van de vele honderden salafistische terreurgroepen. (32) De Valken van de Levant is vooral actief in de provincie Idlib maar raakte eind 2013 verwikkeld in de interne jihadistische oorlog tussen ISIS en de andere groepen waarmee men voorheen vrij probleemloos samenwerkte.

De groep werd in september 2011 opgericht door Ahmed Aboe Eissa, voor de oorlog in Syrië uitbrak een van de vele salafistische gevangen in het land. De Valken van de Levant groeide, ongetwijfeld dankzij Amerikaanse en andere buitenlandse steun, snel uit tot een van de grootste groepen van het land. Tot eind 2013 toen er in jihadistan een oorlog uitbrak.

Eind 2013 had die jihadisten immers zoals de VS had gevraagd het olierijke oosten van Syrië bezet (33). En daarbij hoorde ook de voor de lente van 2014 geplande verovering van grote delen van het nog veel olierijkere Irak. Dit laatste met als idee Irak definitief te versplinteren. En olie betekent heel veel geld en heel vermoedelijk was dit de aanleiding voor de interne oorlog onder jihadisten.

Hier feestende leiders van terreurgroep Nour Din al Zinki als ze het 12-jarige zwaar zieke Palestijnse jongen Abdoellah Issa onthoofden. En leutig dat dit blijkbaar was. Zie maar naar de vrolijke jongen die breed lachend zijn duim omhoog steekt. Dit zijn de bondgenoten van de Valken van de Levant en Bassam Ayachi. Gematigde vrienden dus.

 

Voor de Valken van de Levant was deze oorlog echter desastreus met ganse eenheden die overliepen naar ISIS. Het toont nogmaals dat de bewering van Pieter Van Ostaeyen en Guy Van Vlierden dat deze Valken van de Levant ‘a rather moderate islamist group’ is (een nogal gematigde islamitische groep) gewoon fantasie is.

Zo voegden de familie Ayachi in 2012 en midden 2013 zich bij een groep waarbij ook massa’s toekomstige leden van ISIS zaten. Bovendien rekruteerde die groep ook kinderen (34) en waren ze in een bepaalde periode toen Bassam Ayachi er toch voor rechter speelde zelfs in alliantie met al Qaida. Waarbij men eveneens werkte met zelfmoordterroristen. (35)

Sinds de oorlog met ISIS zijn de Valken van de Levant echter gekrompen tot een van de kleinere legertjes die alleen lijkt te kunnen overleven in de hel die de provincie Idlib geworden is door allianties te sluiten met andere groepen. Dan eens met al Qaida en daarna tegen al Qaida.

Nu zijn ze in een front tegen al Qaida waartoe ook Ahrar al Sham en Nour Din al Zinki behoren en dat duidelijk de steun van Turkije krijgt. Het is deze alliantie die ook met Turkije tegen de Koerdische YPG/PKK vecht. Het zijn gewoon huurlingen.

Techniek van de autobom

Een van de specialiteiten van de Valken van de Levant is het gebruiken van autobommen. Daarbij wordt gevangenen de vrijheid gegeven en krijgen de ‘gelukkigen’ zelfs een auto ter beschikking om hen zelf naar hun vrijheid te rijden. Wat deze gelukkigen natuurlijk niet weten is dat dit een autobom is die men zodra hij een controlepost van het leger nadert tot ontploffing wordt gebracht. Bye bye geluk.

En uiteraard streeft de Valken van de Levant zoals de rest van die terreurgroepen naar een kalifaat om zo hun versie van de sharia ingang te doen vinden. En dat ze in alliantie zijn met een groep als Nour Din al Zinki zegt ook veel.

Deze groep bracht in 2016 bij het bouwen van een feestje de 12-jarige uit een hospitaal ontvoerde Palestijnse jongen Abdullah Issa om het leven door hem te onhoofden. (36) Ze zetten hun ‘feestgedrag’ zelfs op YouTube. Ook die groep werd in de westerse media voorheen steeds omschreven als gematigd. Gematigd onthoofden misschien?

De gematigde rechter Bassam Ayachi poserend met een AK47. Om zijn rechtspraak kracht bij te zetten?

 

Bassam Ayachi had wel meer geluk dan zijn zoon Abdel Rahman die op 19 juni 2013 sneuvelde en kompaan Raphaël Gendron die sneuvelde op 14 april 2013. Bassam Ayachi werd in februari 2015 alleen kort ontvoerd door al Qaeda en verloor bij een aanslag in februari 2015 een deel van een arm.

Bij de Valken van de Levant was hij rechter die zijn visie op de sharia deed naleven. Over zijn vonnissen hier is niets geweten. Vermoedelijk was hij ook wel invloedrijk. Maar het rijk van de jihadisten in Syrië loopt naar haar einde en misschien is dat de ware reden waarom hij zoals vele anderen naar Turkije trok. Beter in een Franse of Belgische gevangenis zitten dan in handen te vallen van het Syrische leger of haar bondgenoten.

Het is nu wachten op de verdere afwikkeling van de rechtszaken die in Frankrijk en België tegen de man lopen. Komt er nog een einde aan diens straffeloosheid en zullen zijn slachtoffers nog gerechtigheid zien?

Conclusie

Al Qaida, ISIS, Valken van de Levant en al die andere groepen staan in de praktijk onder controle van de westerse veiligheidsdiensten die hen financieren, sturen en wapens en andere benodigdheden om oorlog te voeren leveren. En dit zo al 40 jaar lang. Zonder geld en centen van de CIA zijn zij niets. (37)

Het is gewoon kanonnenvlees die het slachtoffer werden van gewetenloze schurken als Bassam Ayachi, Abu Hamza en Anjem Choudary. Zij stuurden soms simpele geesten en kleine criminelen regelrecht de dood tegemoet zoals bij die aanslagen van 7 juli 2005 op de Londense metro.

Maar de echte schuldigen voor die ontelbare doden zijn de westerse geheime diensten die zonder scrupules en gedreven door hun machtshonger de wereld de vernieling injagen. Over de slachtoffers van die aanslagen in Nice, Londen, Zaventem en Madrid maken zij zich geen enkele zorg. Als een aanslag lukt zijn zij blijkbaar tevreden.

De grote vraag is dan ook: Waarom? Willen zij het angstgevoel bij de bevolking er zo inpompen om aldus Big Brother, de alleswetende staat, dichterbij te brengen? Men moet het zeker niet uitsluiten want een ander motief lijkt er zo te zien niet te zijn.

En onze Britse bondgenoten (sic)? Ze breken in bij telefoonmaatschappij Proximus om er alle data te stelen en rekruteren hier dan ook nog salafisten om in België en elders terreuraanslagen te plegen. Met zulke bondgenoten heeft men uiteraard geen vijanden meer nodig.


1) Insurge Intelligence, 17 juni 2017, Nefeez Ahmed, ‘ISIS recruiter who radicalised London Bridge attackers was protected by MI5’. https://medium.com/insurge-intelligence/isis-recruiter-who-radicalised-london-bridge-attackers-was-protected-by-mi5-232998ab6421

Omar Bakri Muhammed was ook de oprichter van de Britse tak van de internationale terreurbeweging Hizb ut-Tahrir. De bron bij uitstek voor Corry Hancké van de Standaard om te weten wat er op de Krim juist gaande is.

2) Haaretz, 19 juni 2017, ‘Israel Reportedly Providing Direct Aid, Funding to Syrian Rebels.’ https://www.haaretz.com/middle-east-news/syria/with-eye-on-iran-israel-increases-military-support-for-syrian-rebels-1.5826348

Haaretz, 21 februari 2018, ‘To Push Iran Back, Israel Ramps Up Support for Syrian Rebels, ‘Arming 7 Different Groups’, https://www.haaretz.com/middle-east-news/syria/with-eye-on-iran-israel-increases-military-support-for-syrian-rebels-1.5826348

3) Het geheim van Belliraj, George Timmerman, Houtekiet, 2011.

4) Belliraj bekende bij zijn ondervragingen in Marokko ook de moord op dokter Joseph Wybran, een topfiguur binnen de Brusselse joodse gemeenschap. Hij wist daarbij gegevens te onthullen die normaal alleen de moordenaar kon weten.

5) The Financial Times, Sam Jones, 27 mei 2017, ‘A forgotten civil war comes home to Manchester’.

De grote vraag is waarom die krant dit voor de Britse regering schadelijk verhaal publiceerde. Journalist Sam Jones is kind aan huis bij de veiligheidsdiensten en het is in dat milieu zoals overal steeds een zaak van ons kent ons.

Hadden sommigen bij MI5/MI6 gewoon genoeg van de samenwerking met die jihadisten en wilden ze dit via dit lek aan de kaak stellen? Mogelijks, en dus trok men naar vriend Sam Jones die dit dan na overleg publiceerde.

6) The Telegraph, 7 mei 2014, Philip Sherwell, ‘Abu Hamza ‘secretly worked for MI5’ to ‘keep streets of London safe’.’ https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/northamerica/usa/10814816/Abu-Hamza-secretly-worked-for-MI5-to-keep-streets-of-London-safe.html.

Documenten die dat dienden te bewijzen werd door diens advocaat aan de rechtbank ook overhandigd. Blijkbaar zonder gevolg. Ook tijdens diens Brits proces haalde men dit argument boven.

7) The Telegraph, 21 augustus 2016, Martin Evans en Ben Farmer, ‘ MI5 stopped Scotland Yard taking Choudary down, sources claim.’ https://www.telegraph.co.uk/news/2016/08/21/mi5-stopped-scotland-yard-taking-choudary-down-sources-claim/

8) BBC, 10 mei 2018, ‘Abdul Hakim Belhaj: Libyan rebel commander who got UK apology.’ http://www.bbc.com/news/world-africa-14786753

Hij vocht in Libië en Afghanistan als lid van de Libische Strijdersgroep die in wezen de Libische tak van al Qaeda is. Hij werd door de Britten in Thailand in 2004 ontvoerd en uitgeleverd aan de regering van Moeammar Kadhaffi waar hij er 7 jaar in een gevangenis verbleef.

Die ontvoering was een onderdeel van het toen grootschalig ontvoeringsprogramma van de CIA en ook dus ook de Britten onder Tony Blair. Ontvoeringen die veelal eindigden in Guantánamo.

Hierdoor verloor de echtgenote van Belhaj, die mee ontvoerd was, echter ook haar nog niet geboren baby. Nadien moest Belhaj dan voor de Britten meehelpen bij de moord op Kadhaffi. Wat uiteraard voor veel nieuwe gevangenen zorgde.

Deze maand heeft de Britse regering zich officieel verontschuldigd en betaalde het aan de echtgenote van Belhaj ook een schadevergoeding. Het kan verkeren zei Bredero.

9) Corriere della Sera, 6 juni 2017, Fiorenza Sarzanini, ‘ESCLUSIVA|Attentato Londra: Youssef Zaghba, ecco il terzo terrorista. Fu fermato a Bologna, la madre italiana vive lì.’ https://www.corriere.it/cronache/17_giugno_06/terzo-attentatore-londra-aveva-madre-italiana-089fd452-4a8f-11e7-ac11-205c7f1cfc9f.shtml

10) Casting a Golden Eye, 11 april 2017, ‘The sources behind the gas attack in Idlib, Syria.’ https://castingacoldeye.blogspot.be/2017/04/uncovering-source.html

11) The Telegraph and Argus, 18 augustus 2003, Jenny Loweth, ‘Car gang is jailed for 32 years’. http://www.thetelegraphandargus.co.uk/news/884960.Car_gang_is_jailed_for_32_years9)

12) The Sun, 11 mei 2014, Michael Hamilton en Tom Worden, ‘7/7 bomber’s brother in cop charity probe’. https://www.thesun.co.uk/archives/news/808035/77-bombers-brother-in-cop-charity-probe/

13) Twitter Jo Cox, 31 oktober 2015, ‘ Good luck to Arshad Patel & Maqsood Motala from One Nation.’ https://twitter.com/jo_cox1/status/660368342444851200.

De steun van Arshad Patel voor de zelfmoordaanslagen op de Londense metro van 7 juli 2005 was toen al zeer goed gekend. Zie punt 12. De tweet betrof steun voor een reis van One Nation naar Griekenland om er zogenaamd Syrische vluchtelingen te helpen.

Jo Cox werkte eerst als politiek adviseur voor Sarah Brown, echtgenote van de vroegere premier Gordon Brown (Labour) en nadien bij Oxfam UK. In 2015 werd ze als parlementslid voor Labour verkozen voor het district Beatley and Penn, de regio waar de hoofdzetel van One Nation gevestigd is. Ze werd op 16 juni 2016 vermoord door de racist Thomas Maire. Haar steun voor het salafisme staat echter vast.

14) Charity Commission, 23 december 2016, ‘New charity investigation: One Nation ‘. https://www.gov.uk/government/news/new-charity-investigation-one-nation

15) European Council on Foreign Relations, November 2013, Fatima Ayub, ‘The Gulf and sectarianism;’ http://www.ecfr.eu/page/-/ECFR91_GULF_ANALYSIS_AW.pdf.

Qaradawi is een sluwe vos en naar gelang de periode wijzigde hij wel eens 180° van positie. Zijn functie als hoofdtheoloog binnen de Moslimbroeders en zijn televisietoespraken via al Jazeera Arabic tonen echter diens ware gezicht. Hij moet uiteraard bij zijn toespraken ook rekening houden met zijn gastland Qatar.

16) Le Nouvel Observateur, 15/21 januari 1999, Vincent Jouvert, ‘Oui, la CIA est entrée en Afghanistan avant les Russes.’

Interview met de intussen overleden Zbigniev Brzezinski. Het was dus de zich tegenwoordig voor gutmensch uitgevende ex-president Jimmy Carter (Democraat) die verantwoordelijk is voor het ontstaan van die almaar groeiende golf van salafistische terreur.

17) Voor een beter licht op de werking van de CIA en haar relatie tot de drugshandel en productie is de volgende lectuur aan te bevelen:

– Dark alliance, Gary Webb, Seven Stories Press, 1998. Over het ontstaan van crackcocaïne, de Nicaraguaanse Contra’s en de CIA.

– The politics of Heroine, CIA complicity in the global drug trade, Alfred W. McCoy, Lawrence Hill Books, revised edition, 2003. Over de CIA in vooral Laos en Afghanistan.

– Whiteout, The CIA, drugs and the press, Alexander Cockburn en Jeffrey St. Clair, Verso, 1998. Over hoe de CIA via de media klokkenluiders genadeloos aanpakt.

– Kill the messenger, Nick Schou, Nation Books, 2006. Over de wijze waarom men journalist Gary Webb tot zelfmoord duwde.

18) Sudinfo, 28 maart 2018, ‘Cheikh Bassam Ayachi, le plus vieux djihadiste de Belgique (71 ans), est toujours en vie et il a fui la Syrie!’ http://www.sudinfo.be/id46174/article/2018-03-28/cheikh-bassam-ayachi-le-plus-vieux-djihadiste-de-belgique-71-ans-est-toujours-en

19) Le Monde, 4 april 2018, Soren Seelow, ‘Un vétéran du djihad de 71 ans arrêté en France.’
http://www.lemonde.fr/international/article/2018/04/04/un-veteran-du-djihad-de-71-ans-arrete-en-france’

20) Moustique, 4 april 2018, Gauthier De Bock, La dernière interview du “plus vieux djihadiste de Belgique.‘ https://www.moustique.be/20685/la-derniere-interview-du-plus-vieux-djihadiste-de-belgique

21) Bellingcat, 9 april 2018, Pieter Van Ostaeyen & Guy Van Vlierden, ‘Separating Facts from Fiction about Belgium’s Oldest Foreign Fighter, Bassam Ayachi.’ https://www.bellingcat.com/news/uk-and-europe/2018/04/09/separating-facts-fiction-belgiums-oldest-foreign-fighter-bassam-ayachi/

22) Het soefisme is een stroming binnen de islam die te vuur en te zwaard wordt bestreden door salafisten. Veel soefisten lieten al het leven bij aanslagen door al Qaida & Co in zowat alle landen waar moslims in de meerderheid zijn zoals Pakistan, Irak, Egypte, Afghanistan en Irak.

23) L’ Express, 14 november 1996, Chabrun Laurent en Dupuis Jérôme, ‘Roubaix: la filière bosniaque’. https://www.lexpress.fr/informations/roubaix-la-filiere-bosniaque_619395.html.

24) Claude Moniquet, Néo-djihadistes : ils sont parmi nous. Qui sont-ils ? Comment les combattre ?, Broché, 2013

25) Paris Match, 5 februari 2016, Alfred de Montesquiou, ‘Un clan au cœur du djihad.’ http://www.parismatch.com/Actu/International/Un-clan-au-coeur-du-djihad-908515#

26) De Standaard, 1 december 2017, Mark Eeckhaut, ‘Zwarte weduwe van de jihad’ geen Belgische meer.’ http://www.standaard.be/cnt/dmf20171130_03217170. Ze had daarnaast nog de Marokkaanse nationaliteit.

27) 7 sur 7, 16 april 2012, Maxime de Valensart, ‘Procès terrorisme: Ali Tabich conteste s’être rendu en Irak.’ www.7sur7.be/7s7/fr/1502/Belgique/article/detail/1424126/2012/04/16/Proces-terrorisme-Ali-Tabich-conteste-s-etre-rendu-en-Irak.dhtml

28) De Standaard, 11 november 2017, Mark Eeckhaut, ‘Ibrahim El Bakraoui kocht zwavelzuur aan Zuidstation.’ http://www.standaard.be/cnt/dmf20171011_03125662

29) Unia, 23 januari 2009, ‘Belangrijke veroordeling in de strijd tegen cyberhate.’ https://www.unia.be/nl/artikels/belangrijke-veroordeling-in-de-strijd-tegen-cyberhate

30) Agoravox, 6 april 2013, Morice, La mort d’un pied nickelé.’ https://www.agoravox.fr/tribune-libre/article/la-mort-d-un-pied-nickele-134311

31) Vers l’ Avenir, 14 december 2016, Jean-Pierre De Staercke, ‘Prescription pour l’ex-patron du centre islamique belge.’  www.lavenir.net/cnt/dmf20161213_00930372/prescription-pour-l-ex-patron-du-centre-islamique-belge

32) Over de groep Valken van de Levant (Suqur al Sham) bestaan enkele portretten van Amerikaanse instellingen. Die portretten zijn veelal onbetrouwbaar. Logisch want deze groep kreeg geld en wapens van de VS. De teksten zijn ook steevast verouderd en dus niet aangepast en verder alleen gebaseerd op Angelsaksische bronnen of mensen als Hassan Hassan die deze jihadisten steunen.

– Mapping Militant Organizations, Stanford University, 5 augustus 2016. http://web.stanford.edu/group/mappingmilitants/cgi-bin/groups/view/525

– Terrorist Research and Analysis Consortium (TRAC), Suqour al Sham, ht3ps://www.trackingterrorism.org/group/suqour-al-sham-brigade

33) Levant Report, 19 mei 2015, Brad Hoff, ‘Defense Intelligence Agency document: West will facilitate rise of Islamic State “in order to isolate the Syrian regime.’ https://levantreport.com/2015/05/19/2012-defense-intelligence-agency-document-west-will-facilitate-rise-of-islamic-state-in-order-to-isolate-the-syrian-regime/

Studie van augustus 2012 van de Amerikaanse Militaire Veiligheidsdienst DIA over hoe men het toen nog onbekende ISIS moest gebruiken in de oorlog tegen Syrië en ook Irak. Vermoedelijk werkte ook Aboe Bakr al Baghdadi, baas van ISIS, dus voor een westerse veiligheidsdienst.

Zowel de toenmalige directeur als de woordvoerder van de DIA bevestigden nadien de echtheid van het document. Het raakte openbaar als een gevolg van de hetze vanuit de Republikeinse partij tegen de presidentskandidate Hillary Clinton. Delen van het document zijn om veiligheidsreden wel onleesbaar gemaakt.

34) Bellingcat, 16 november 2016, Eric Woods, ‘Lost boys, Child combatants of he Syrian civil war.’ https://www.bellingcat.com/news/mena/2016/11/16/lost-boys-child-combatants-syrian-civil-war/

35) FDD’s Long War Journal, 26 mei 2014, Bill Roggio, ‘Al Nusra Front, Suqour al Sham launch joint suicide assault in Syria.’  https://www.longwarjournal.org/archives/2014/05/american_reportedly.php

36) International Middle East Media Center, 22 juli 2016, ‘Syria: PLO Statement on Beheading of Palestinian Boy in Aleppo.’ http://imemc.org/article/syria-plo-statement-on-beheading-of-palestinian-boy-in-aleppo-video/

Het kind had Thalassemie, een erfelijke aandoening van het bloed. Hoe beide heren een groep gematigd kan noemen die samenwerkt met monsters als die van Nour Din al Zinki grenst aan het ongelooflijke en is alleen als walgelijk te omschrijven. Het toont het totaal gebrek aan moraliteit.

37) Washington Post, 14 april 2013, Liz Sly, ‘U.S. feeds Syrians, but secretly’, https://www.washingtonpost.com/world/middle_east/us-feeds-syrians-but-secretly/2013/04/14/bfbc0ba6-a3b3-11e2-bd52-614156372695_story.html?utm_term=.0281322e9f21.

Het artikel is een prachtig voorbeeld die de symbiose toont tussen de Amerikaanse overheid, de CIA, de Amerikaanse media en al Qaeda. In de VS stelt de ‘overheid’ dat er een probleem in Syrië is want men wil in de buitenwereld hierover een beter profiel krijgen.

En daarom stuurt men dan maar Liz Sly van de Washington Post, de journaliste die voor de krant de oorlog vanuit Beiroet al jaren volgt, naar het door al Qaida & Co bezette Aleppo. Waartoe trouwens toen ook nog ISIS zat.

Althans zo beschrijft Liz Sly in het artikel haar opdracht die ze krijgt. Ze stelt ook dat ze veel namen moest weglaten. Verder toont ze hoe de CIA en USAID, de officiële ontwikkelingsorganisatie van de VS, op grote schaal met vrachtwagens vanuit Turkije in Aleppo bloem en andere benodigdheden leveren aan de door die jihadisten gestolen bakkerijen. Wat al Qaida een enorme machtspositie tegenover die bevolking geeft. Niet luisteren is geen eten! Deze mensen daar waren zo dan ook hun gevangene. Dankzij de VS.

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

Het aantal buitenlandse missies van Amerikaanse speciale eenheden is snel toegenomen

Inmiddels zijn Amerikaanse speciale eenheden wereldwijd in bijna honderdvijftig staten actief, waarvan ruim een vijfde in Afrika.

De crisisboog in Sub-Sahara Afrika is in de laatste jaren uitgegroeid tot het zoveelste krijgstoneel van Amerikaanse speciale eenheden. Van Mauretanië tot Tsjaad, het Congobekken en de Hoorn van Afrika, hebben ze militaire bases ingericht en assisteren ze bondgenoten bij de vorming van reguliere legers, politie-eenheden en milities, maar komen ze ook zelf in actie tegen het groeiende aantal vaak islamistisch geïnspireerde gewapende groeperingen.

Toenemende inzet in Afrika

De inzet van deze speciale eenheden wordt gerechtvaardigd met verwijzing naar hun flexibiliteit, de hoge bereidheidsgraad en hun geringe zichtbaarheid. Niet zelden vervangt hun inzet de inzet van grotere contingenten reguliere troepen. Onder de Amerikaanse president Donald Trump zijn de speciale eenheden inmiddels in 149 landen actief. Onder zijn voorganger Barack Obama waren het er nog 138 en onder George W. Bush rond de honderd. Volgens Amerikaanse bronnen zijn Amerikaanse speciale eenheden in 33 Afrikaanse landen actief. In 2006 was nog slechts ongeveer één procent van de Amerikaanse speciale eenheden in donker Afrika actief. In 2010 was het drie procent en in 2017 reeds 17%.

Leden van de 10th Special Forces Group geven opleiding in infanterie-technieken aan Malinese soldaten. Timboektoe, 2004.

De speciale eenheden vormen een eigen commando, het US Special Forces Command, dat circa 70.000 soldaten sterk is. De operaties in Afrika staan onder toezicht van het US Africa Command in Stuttgart. Ze kwamen in het blikveld van het bredere publiek toen in oktober 2017 een gemengde gevechtseenheid van Amerikaanse militairen en militairen uit het leger van Niger in een hinderlaag van ‘Islamitische Staat in de Grotere Sahara’ (ISGS) liep. Vier Amerikanen werden daarbij gedood, alsmede vier militairen uit Niger en een tolk. Het was tot een lang gevecht gekomen, doordat luchtsteun vooreerst uitbleef. Franse gevechtsvliegtuigen waren pas een uur later ter plaatse. De ISGS-strijders waren toen reeds over de dichtbij gelegen grens naar het buurland Mali vertrokken.

Politieke controle

Voor veel Amerikaanse parlementsleden was deze schermutseling verbonden met een onaangename vaststelling. “We weten niet precies waar in de wereld we actief zijn en wat we daar precies doen”, zo moest de Amerikaanse senator Lindsey Graham, die lid is van de Defensiecommissie en als havik bekend staat, toegeven.

In de Republiek Niger zijn momenteel circa 800 Amerikaanse militairen gestationeerd. Zij ondersteunen het leger van Niger en runnen twee bases van waaruit onbemande drones ingezet worden. De Amerikaanse troepen zijn sinds 2012 in het land, toen in het buurland Mali een burgeroorlog uitbrak. De regering van Niger heeft zowel te kampen met binnengeslopen strijders uit het westelijke buurland Mali, als ook met de in het noorden van het zuidelijke buurland Nigeria opererende organisatie Boko Haram.

Vanwege de geheimhouding valt het de politiek verantwoordelijken in Washington zwaar effectief toe te zien op de vele operaties. William Hartung, directeur van het Arms & Security Project van de denktank Center for International Policy in Washington, stelt tegenover Amerikaanse media dat dit zeer riskant is:

Zonder controle door het publiek of het Congres, is er geen mogelijkheid de Amerikaanse strijdkrachten verantwoordelijk te maken voor hun acties en is er geen mogelijkheid hun prestaties objectief te beoordelen.”

Meestal fungeren de Amerikaanse militairen als opleiders of coördineren ze luchtsteun. De strijd op de grond wordt meestal waargenomen door inheemse krachten, ook al laat het gevecht in Niger van oktober zien dat ook militaire adviseurs gemakkelijk in gevechtssituaties betrokken kunnen raken. De balans van de operaties is bepaald niet onproblematisch. Zo onderzoekt de recherchedienst van de Amerikaanse marine momenteel een missie in Somalië in augustus 2017, waarbij soldaten mogelijk tien burgers doodden. In Mali hebben twee Navy SEALs mogelijk een kameraad van de Green Berets gewurgd, omdat ze hem voor een vijandelijke strijder hielden. In Mali, Burkina Faso en diverse andere landen werden staatsgrepen gepleegd door officieren die het Amerikaanse trainingsprogramma doorlopen hadden.

Van Koude Oorlog naar War on Terror naar concurrentie met China

Afrika is niet pas sinds het begin van de zogenaamde War on Terror en de wereldwijde opkomst van gewapende islamistische groeperingen een arena waarin de Verenigde Staten hun invloed doen gelden. Vandaag de dag gaat het er om een groeiend aantal gewapende groeperingen tegen te werken dat Amerikaanse economische belangen doorkruist, alsmede om het militaire gewicht van Amerika tegenover het groeiende economische gewicht van China in de regio te stellen.

Ten tijde van de Koude Oorlog waren de Amerikanen echter ook al zeer actief in Afrika. Toen was de belangrijkste tegenstrever de Sovjet-Unie, die aan socialistische staten ontwikkelingshulp en militaire steun bood. Een vroeg voorbeeld zijn de activiteiten van de CIA tijdens de Congocrisis tussen 1960 en 1962. De eerste gekozen premier van het land was Patrice Lumumba, die reeds de onafhankelijkheidsbeweging geleid had. Hij oriënteerde zich meer op de Sovjet-Unie en was zodoende een doorn in het oog van de VS. De CIA ondersteunde dan ook de oppositie tegen Lumumba, wat tot de kortstondige afscheiding van de delfstofrijke provinice Katanga en tot de moord op Lumumba leidde. Uiteindelijk zette zich de op het Westen georiënteerde dictator Mobutu Sese Seko door, die tot 1997 aan de macht bleef.

Een ander voorbeeld is de circa 30 jaar durende burgeroorlog in de vroegere Portugese kolonie Angola. Die begon in 1974 met de zogeheten Anjerrevolutie in Portugal, toen de nieuwe regering in dat land de koloniën onafhankelijk liet worden. In Angola streden drie organisaties om de macht. De socialistisch georiënteerde MPLA zette zich door, maar de tot het einde van de Koude Oorlog door het Westen ondersteunde UNITA legde pas in 2002 de wapens neer. De verdekte CIA-steun werd daarbij primair door Congo (onder Mobutu Zaïre genoemd) afgewikkeld.

Terwijl Angola zich inmiddels van de effecten van de burgeroorlog herstelt, is in de Congo nog altijd geen duurzame vrede gevestigd. Met het begin van de zogenaamde War on Terror hebben de VS hun geheime operaties in Afrika weer uitgebreid.

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Ex-guerrillero’s winnen verkiezingen Kosovo

De coalitie onder leiding van de PDK, ook wel de ‘oorlogsvleugel’ genoemd, heeft zondag de parlementsverkiezingen in Kosovo gewonnen maar moet wel inboeten. De ultra-nationalistische Zelfbeschikkingspartij boekte winst.

De door de PDK aangevoerde coalitie werd met 34 procent van de stemmen het grootste blok in het parlement. De coalitie brengt de nationaal-liberale PDK van president Hashim Thaci, de nationaal-liberale AAK van premierskandidaat Ramush Haradinaj en de nationalistische en sociaaldemocratische NISMA bij elkaar. De coalitie wordt ook wel de oorlogsvleugel genoemd, omdat zowel Thaci als Haradinaj belangrijke aanvoerders waren van het ‘Kosovo Bevrijdingsleger’ (UÇK), dat eind jaren negentig strijd leverde met het Servische leger en uiteindelijk door westerse bombardementen slaagde in eenzijdige afscheiding van Servië.

Oorlogsmisdaden

Tot nu toe regeerde de PDK samen met de centrumrechtse LDK en een partij die de Servische minderheid in Kosovo vertegenwoordigt. Verschillende oud-UÇK-strijders, waaronder Thaci en Haradinaj, hebben elkaar nu gevonden in een poging samen aan de regering te komen. Op die wijze hopen de oud-strijders het beter te zien aankomen wanneer ze door een nieuwe speciale rechtbank in Den Haag aangeklaagd worden voor misdaden die ze na de oorlog van 1998-1999 begaan zouden hebben tegen Serviërs en politieke rivalen. Volgens een rapport van de Duitse inlichtingendienst BND uit 2008 hebben zowel Thaci als Haradinaj veel contacten in de criminele onderwereld.

In 2014 kregen de drie partijen die nu als een blok deelnamen aan de verkiezingen bij elkaar nog zo’n 45 procent van de stemmen. Verlies was er echter ook voor de, ooit door toenmalig president van Kosovo Ibrahim Rugova opgerichte, centrumrechtse en op vreedzame middelen georiënteerde LDK, die samen met de liberale AKR aan de verkiezingen deelnam en een kleine 26 procent van de stemmen behaalde, tegen een kleine 30 procent in 2014.

Ultranationalisten kunnen met niemand

Grote winnaar van de verkiezingen was de ultranationalistische Zelfbeschikkingspartij. Die profileerde zich in de verkiezingscampagne succesvol als enige partij die de corruptie in regeringskringen aan kan pakken. De Zelfbeschikkingspartij verdubbelde zodoende haar steun en werd met 27 procent van de stemmen de op een na grootste.

De Servische Lijst, die goede banden onderhoudt met de regering in Belgrado, wist alle tien voor de Servische bevolkingsgroep ingeruimde zetels te bemachtigen, in plaats van 9 in 2014.

De precieze zetelverdeling is nog niet bekend, maar het vormen van een regering zal lastig worden. De PDK-coalitie heeft waarschijnlijk niet genoeg zetels om alleen te regeren. De vorige regering, onder leiding van Isa Mustafa (LDK), viel nadat er onenigheid was tussen LDK en PDK over een akkoord over de vaststelling van de grens met Montenegro. Gezien de animositeit in de afgelopen periode tussen de regeringspartners is het allerminst vanzelfsprekend dat zij opnieuw met elkaar gaan regeren. En de ultranationalisten van de Zelfbeschikkingspartij mogen dan de grote winnaar van de verkiezingen zijn, zij kunnen echter met niemand zonder meer regeren. De ultranationalisten vinden de PDK namelijk te corrupt, de LDK te soft en de Servische Lijst te Servisch.

Posted on

Patstelling tussen regering en oppositie Albanië doorbroken

De regering en de oppositie van Albanië zijn, na een maanden voortslepende politieke crisis, tot een vergelijk gekomen.

De centrumrechtse oppositiepartij PD van Lulzim Basha boycotte het parlement en dreigde ook de aanstaande parlementsverkiezingen te boycotten. De PD had er geen vertrouwen in dat de regering vrije en eerlijke verkiezingen zou houden. Over sommige leden van de regering van premier Edi Rama, inclusief Rama zelf, gaan hardnekkige geruchten van corruptie en betrokkenheid in drugs- en mensenhandel. De oppositiepartij eiste daarom dat er een zakenkabinet zou komen.

De oppositionele PD protesteerde al maanden met een tent op het plein voor het parlementsgebouw, maar dreigde nu ook om niet aan de parlementsverkiezingen in juni deel te nemen. Daardoor zou een parlement ontstaan met een volstrekt scheef getrokken samenstelling.

Rama’s coalitiepartner LSI, onder leiding van Ilir Meta, stelde vervolgens onder die omstandigheden ook niet aan de parlementsverkiezingen te zullen deelnemen, omdat het een farce zou worden. Zou oefende de LSI druk uit op Rama op tegemoet te komen aan de eisen van de oppositie.

Rama koos echter echter eerst de verbale aanval. Nu, een maand voor de geplande verkiezingen gaat hij uiteindelijk dan toch door de pomp. De parlementsverkiezingen worden een week uitgesteld tot 25 juni en de PD mag 7 ministers aanwijzen, waaronder die van Binnenlandse Zaken, zodat de oppositie zelf toe kan zien op eerlijke verkiezingen. Ook mag de oppositie het hoofd van de kiescommissie aanwijzen en zal er onder andere kritisch naar het register van kiesgerechtigden gekeken worden.

De oppositie beëindigt nu ook haar boycot van het parlement, zodat een nieuwe wet aangenomen kan worden over de selectie van rechters en de aanpak van corrupte magistraten.

Posted on

Complotdenken voor beginners (Deel 2)

In het eerste deel zijn de vier types complotdenkers uitgelegd; de samenzweringsfantast, de samenzweringsdenker, de samenzweringsideoloog en de complotrealist. Van deze vier types complotdenkers is eigenlijk alleen de complotrealist de moeite waard om serieus te nemen. De andere drie types zijn vooral nuttig om te leren herkennen, omdat ze doorgaans weinig zinvolle verklaringen geven. De complotrealist kan juist een interessante kijk op de realiteit geven; in het vorige stuk zijn onderzoeksjournalisten en klokkenluiders genoemd.

Helaas is de integriteit van de complotdenker zelf niet genoeg om een complot te accepteren als plausibel. Samenzweringsfantasten en samenzweringsdenkers zijn vaak sociaal bewogen. Als Micha Kat oprecht gelooft, dat voormalig topambtenaar Justitie Joris Demmink de spil is binnen een pedofielennetwerk van Dutroux-achtige proporties, dan moet hij als betrokken burger juist geroemd worden voor zijn waakzaamheid. (Zoals aangegeven in het eerste deel bestaat daar op dit moment nog steeds geen hard bewijs voor.) Het vermoeden van een complot kan dus per definitie niet bewezen worden, maar er kan wel gecheckt worden hoe waarschijnlijk dat vermoeden is. Indirect bewijs is in ieder geval beter dan afwezig bewijs. Om die reden zijn er een aantal indicaties na te gaan, die kunnen aangeven of de kans op een complot aanwezig is of zelfs waarschijnlijk.

Aanwijzingen

Pas Ockhams scheermes toe: als er verschillende hypotheses zijn, die een verschijnsel in gelijke mate kunnen verklaren, kies dan de hypothese, die de minste aannames bevat en de minste entiteiten veronderstelt. Hetzelfde geldt voor een complot. Als een Eerste Kamerlid lid is van de organisatie “Bouwend Nederland”[1] en vervolgens tegen ongunstig beleid stemt voor de organisatie “Bouwend Nederland” in de Eerste Kamer, dan is daar zeer waarschijnlijk een relatie tussen stemgedrag en lidmaatschap van die organisatie. Een andere reden kan natuurlijk zijn dat het Eerste Kamerlid gewetensbezwaren had, maar die reden is onwaarschijnlijker.

Wie een complot vermoedt, moet dat aannemelijk kunnen maken met concreet bewijs. Er zijn feiten, namen en relaties verzameld; er zijn historische parallellen te trekken, die het voorval aannemelijk maken; er is een chronologie van gebeurtenissen, een plausibel motief, etc., etc. Natuurlijk zijn er misdrijven die oncontroleerbaar zijn, zoals legereenheden, die zich misdragen op oorlogsmissie en dat vervolgens verdoezelen,[2] maar over het algemeen laten samenzweerders sporen achter en hebben andere mensen in het verleden vergelijkbare misdrijven gepleegd met vergelijkbare motieven in vergelijkbare omstandigheden. Een complotdenker die zijn verdenkingen kan staven op basis van bewijs moet serieuzer genomen worden dan een complotdenker die dat niet kan. De verzamelde feiten, namen, relaties, e.d. zijn controleerbaar voor anderen, die benieuwd zijn of er inderdaad sprake is van een complot. Het is bijvoorbeeld erg interessant dat een hele rits opeenvolgende ministers van justitie allemaal lid zijn geweest van hetzelfde studentendispuut in Leiden: Minerva[3]. Het is geen hard bewijs dat hier sprake is van vals spel, maar het is wel opmerkelijk. Belangrijker nog: iedereen kan voor zichzelf controleren of dit werkelijk het geval is.

Het beschreven complot slaagt voor de gezond verstand-test. Er is jarenlang beweerd dat er geen relatie was tussen gasboringen in Groningen en aardbevingen. Talloze Groningers voelden de bevingen echter aan den lijve; de bevingen zijn geregistreerd in de regio door onafhankelijke meetapparatuur; er was aantoonbare schade als gevolg van de bevingen; en er was een aannemelijke reden om de relatie te ontkennen: aardgasbaten voor de schatkist en winst voor de NAM. Dat deze partijen samen zouden werken om de waarheid te verhullen, was aannemelijk.

Er wordt niet verondersteld dat de samenzweerders bovenmenselijke competenties, sluwheid en intelligentie hebben om hun complot uit te kunnen voeren. Complotdenkers die daar wel vanuit gaan in hun theorie, zijn dikwijls samenzweringsideologen, samenzweringsdenkers of samenzweringsfantasten – en zij zijn de minst geloofwaardige groepen complotdenkers. Samenzweerders moeten juist als feilbare mensen gezien worden, die gezwicht zijn voor de verleiding om geld, macht, seks, e.d. op een oneerlijke manier toe te eigenen.

Mensen horen graag dingen die hun bestaande overtuigingen bevestigen. Greenpeace-leden zullen sneller denken dat Shell de oceanen vervuilt en arme regeringen omkoopt, dan mensen die de hele milieubeweging een worst zal wezen. Een complottheorie die aan de eigen persoonlijke ideologie voldoet, moet daarom extra kritisch benaderd worden. Als een complottheorie dus precies in je eigen ideologische straatje past, moet je extra zorg betrachten om deze theorie te checken.

De omstandigheden

Als een complot aannemelijk gemaakt kan worden, dan is dat nog geen reden voor verdenking van handelen te kwader trouw. De omstandigheden van een complot moeten de kans op succes aanzienlijk vergroten, zodat de samenzweerders daadwerkelijk tot actie over gaan en/of het complot uitlekt.

Een complot valt of staat bij de mensen, die het complot smeden. Hier geldt: kwantiteit laag, kwaliteit hoog. Hoe kleiner het aantal mensen dat aan het complot deelneemt, des te groter is de kans, dat een geheim bewaard blijft en het doel verhuld blijft. De aanloop naar een legercoup start meestal in kleine kring onder gelijkgestemden. Daarnaast moeten groepsleden wel competent zijn: dommeriken en roekeloze figuren[4] brengen het complot en de andere samenzweerders in gevaar, omdat ze te loslippig en te onhandig zijn. Een complot valt of staat bij de inspanning van de samenzweerders om de buitenwereld in het duister te houden over hun intenties. Overigens, complotverraders lopen grote kans op represailles van de samenzweerders. De maffia rekent hard af met maffiosi, die zich niet aan de omertà houden; zij worden simpelweg vermoord. Wie meedoet aan een complot, kan er vaak niet meer zomaar uitstappen.

Een complot is waarschijnlijker met het vooruitzicht van een enorme uitbetaling als het complot zou slagen. Mensen zijn erg vatbaar voor verlokkingen (geld, macht, seks, enzovoorts) en dat zet ze eerder aan tot actie, dan als die verlokkingen er niet zijn. In de jaren ’80 hebben Ivan Boesky[5], Michael Milken, Robert Freeman, Dennis Levine, Lowell Milken, John Mulheren, Martin Siegel, e.a. gebruik gemaakt van handelen met voorkennis. Het doel was simpelweg om geld te verdienen en de concurrentie te slim af te zijn. Op een gigantische financiële sector was het onvermijdelijk, dat er vroeg of laat een groepje mensen misbruik zou maken van de mogelijkheden die ze hadden om vals te spelen.

Bij afwezigheid van controle en sancties zal de kans op samenzweringen en machtsmisbruik groeien. Recentelijk is gebleken dat de topmannen van Fox News, zoals Roger Ailes[6] en Bill O’Reilly[7], jarenlang misbruik maakten van hun positie om vrouwen in bed te krijgen. Aangezien het hier om vele gevallen ging, over lange periodes plaatsvond, Fox News kennis had van de rechtszaken en de hoge schikkingen die betaald zijn en dezelfde mannen in opspraak zijn gekomen, is het niet mogelijk om deze zaak weg te zetten als opportunisme of een incident. Er lijkt bewust niets ondernomen te zijn tegen Ailes en O’Reilly, omdat andere belangen voorrang hadden (kijkcijfers, winst, continuïteit van het bedrijf). Fox News koos bewust en stelselmatig partij tegen de vrouwen, die niet gediend waren van deze praktijken, terwijl deze praktijken tegelijkertijd wel gewoon doorgingen.[8] Organisaties die herhaaldelijk negatief in het nieuws komen, met verschillende schandalen, laten de winst van het bedrijf prevaleren.

Wie van plan is om een complot te smeden, kan veel voordeel halen uit informatie.[9] [10] Wie over gevoelige, nuttige kennis beschikt en zich tegelijkertijd in een gunstig netwerk bevindt om van die kennis gebruik te maken, heeft meer mogelijkheden om een complot ten uitvoer te brengen, dan wie dat niet heeft. De kans op succes groeit met een goede voorbereiding. Er zijn de afgelopen jaren bijvoorbeeld nogal wat mensen[11] [12] in opspraak gekomen, die via hun functies bij de politie en veiligheidsdiensten toegang hadden tot zeer gevoelige informatie en daar misbruik van maakten.

Een complot is waarschijnlijker als de mensen binnen het complot familie zijn of uit dezelfde etnische groep komen, vooral als ze uit traditionele, tribale samenlevingen komen. Complotten zijn beter bestand tegen uitlekken als er een heel hechte band is; er is geen hechtere band dan bloed. Misdaadbendes en terreurgroepen vormen zich dus vaak rondom families of vriendenkringen, zeker als die teruggaan tot de jeugd. De Australische onderzoeker Frank Salter heeft hier uitvoerig over geschreven.[13] [14] De Heineken-ontvoerders waren jeugdvrienden. Er is een goede reden waarom mensen die solliciteren op “gevoelige functies” een antecedentenonderzoek moeten ondergaan; voor zover ze zelf niet corrupt zijn, zijn ze onder bepaalde omstandigheden in verlegenheid te brengen via of door hun omgeving.

Concluderend kan gesteld worden, dat complotten daadwerkelijk plaatsvinden, maar dat er meer nonsens in omloop is dan nuttige informatie. Een verstandige lezer dient dus kritisch te zijn. Bij voorkeur dienen alleen complotrealisten (bijvoorbeeld klokkenluiders en onderzoeksjournalisten) het voordeel van de twijfel te krijgen. Samenzweringsfantasten, samenzweringsdenkers en samenzweringsideologen moeten juist herkend en genegeerd worden. Vervolgens moet gekeken worden naar de mate van waarschijnlijkheid van het complot; Ockhams scheermes, hard bewijs, praktische mogelijkheid van complot, feilbare samenzweerders en bias-check van de lezer of toehoorder. Ten slotte, de omstandigheden van het complot vergrootten de kans op samenzweren; kleine competente groep mensen betrokken, grote uitbetaling bij succes, afwezigheid van sancties en controle, toegang tot nuttige informatie die de kans op succes vergroot en de onderlinge relatie van de samenzweerders. Als aan al die voorwaarden is voldaan, dan is de kans aanzienlijk aanwezig dat er daadwerkelijk een complot gaande is.


[1] https://www.ftm.nl/artikelen/lobby-eerste-kamer-is-intransparant

[2] Of opdracht wordt gegeven om dat te verdoezelen: https://www.nytimes.com/2015/09/21/world/asia/us-soldiers-told-to-ignore-afghan-allies-abuse-of-boys.html?_r=0

[3] https://www.nrc.nl/nieuws/2014/06/28/het-subtiele-voordeel-van-minerva-1394126-a456900

[4] http://icsr.info/wp-content/uploads/2016/10/ICSR-Report-Criminal-Pasts-Terrorist-Futures-European-Jihadists-and-the-New-Crime-Terror-Nexus.pdf (PDF!)

[5] https://en.wikipedia.org/wiki/Den_of_Thieves_(Stewart_book)

[6] http://motto.time.com/4400914/fox-roger-ailes-gretchen-carlson-harassment/

[7] http://www.amny.com/news/bill-o-reilly-sexual-harassment-scandal-explained-1.13367681

[8] Fox News is hier niet uniek in. Over actrices, boybands en kindsterretjes in de entertainmentindustrie en modellen in Parijs, Milaan en New York (zowel vrouwen als mannen) verschijnen er voortdurend vergelijkbare verhalen.

[9] http://web.archive.org/web/20070829163014/http://iq.org/conspiracies.pdf (PDF!)

[10] Julian Assange omschreef het als volgt; “Complotten zijn intellectuele constructies. Ze kunnen een groep individuen, die alleen handelen te slim af zijn. Complotten ontlenen informatie aan de wereld waarin ze uitgevoerd worden (de samenzweringsomgeving), geven die informatie door aan de samenzweerders, die vervolgens gefocust naar hun doel toewerken. We kunnen complotten zien als een construct zien met input (informatie over de omgeving), rekenomgeving (de samenzweerders en hun onderlinge relaties) en output (acties met de intentie om de omgeving te manipuleren in de gewenste richting of te bevriezen in de gewenste houding).”

[11] https://www.nrc.nl/nieuws/2016/12/16/hoe-een-mol-bij-de-politie-zijn-gang-ging-5809475-a1537182

[12] http://nieuws.tpo.nl/2016/07/14/politiemol-van-marokkaanse-afkomst-tipt-criminelen-sloopt-diversiteitsbeleid-politie/

[13] https://www.amazon.com/Risky-Transactions-Trust-Kinship-Ethnicity/dp/1571813195

[14] http://www.vdare.com/articles/godfather-part-xvii-ethnic-mobs-on-the-rise

Posted on

VN-gezant blij met stabiliserende rol Rusland in Libië

Het is niet meer dan een sprankje hoop voor een verscheurd land dat een sleutelrol speelt in de migratiecrisis. De vijandige partijen in Libië spreken weer met elkaar, Rusland spant zich in voor een vreedzame oplossing.

Momenteel wonen er in de Noord-Afrikaanse woestijnstaat, die ter vergelijking bijna vijf keer zo groot is als Duitsland, naast de 6,3 miljoen inwoners ook nog eens naar schatting een miljoen immigranten, die de gelegenheid afwachten om verder te reizen naar Europa.

Economisch gaat het heel slecht met het land. Na het omverwerpen van het bewind van Muammar Khadaffi in 2012 heerst er een burgeroorlog. De inflatie bedraagt meer dan twaalf procent. Het land leeft haast uitsluitend van de olie-export. Om de verdeling van die olie wordt dan ook gevochten tussen vijandige milities en regeringsaanhangers.

Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Antonio Guterres waarschuwde de VN-Veiligheidsraad medio april voor een escalatie van het conflict. In een rapport aan de raad schreef de Portugees, dat ‘Islamitische Staat’ (IS) weliswaar geen gebied meer onder controle heeft in Libië, maar nog wel in staat blijft aanslagen uit te voeren. Daarnaast noemde hij de opnieuw oplaaiende schermutselingen in de regio’s met aardolie alarmerend.

Strijd om olie

“Het fundamentele probleem is, dat het een strijd om olie, macht en geld is”, stelde de speciaal gezant van de Verenigde Naties, Martin Kobler tegenover het Handelsblatt. Sinds de val van Khadaffi heerst er chaos en anarchie. “De eenheidsregering van minister-president Fayez al-Sarraj heeft nauwelijks controle buiten de hoofdstad”, aldus de gezant. In het oosten van het land, waar zich de belangrijkste oliehavens bevinden, heeft het Huis van Afgevaardigden een tegenregering uitgeroepen. Het gebied staat onder controle van generaal Khalifa Haftar.

Daartoe gestimuleerd door Rusland en Egypte troffen premier Fayez al-Sarraj en generaal Khalifa Haftar elkaar in Abu Dhabi om te spreken over een vreedzame oplossing van de Libische burgeroorlog.

Jarenlang hebben de wapens gesproken en de politici gezwegen. Tot vorige week woensdag. De minister-president en de invloedrijke generaal troffen elkaar toen op neutrale bodem in Abu Dhabi, zo deelde een woordvoerder van de regering in Tripoli mee. Oogmerk van de ontmoeting was het vinden van een oplossing voor de politieke patstelling en economische stilstand. Arabische media spraken zelfs van “vergaande toegevingen”, maar van een uitonderhandelde vrede is nog geen sprake.

Russische invloed

Sinds eind vorig jaar speelt ook Rusland een invloedrijke rol in het land. Twee maanden geleden had de directeur van het Russische oliebedrijf Rosneft een ontmoeting met de directeur van de Libische Aardoliemaatschappij en kwamen ze tot een samenwerkingsovereenkomst. De Libische Centrale Bank, die onder controle van de regering in Tobroek staat, heeft Rusland een opdracht gegeven voor het drukken van nieuw geld.

Naast economische belangen, gaat het Rusland echter ook om de veiligheid van de berekenbare partner die het heeft Egypte, dat direct grenst aan het door burgeroorlog geteisterde Libië. Daarnaast hebben de Russen nog een rekening te vereffenen. Door de val van Khadaffi zou de Russische wapenindustrie naar verluidt contracten ter waarde van meerdere miljarden dollars verloren hebben.

“Ik ben zeer verheugd dat de Russen een goede invloed op generaal Haftar hebben”, zegt VN-diplomaat Kobler. Hoewel Europese staten als Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk een belangrijke rol speelden in het omverwerpen van Khadaffi, kijkt de Europese Unie inmiddels al enige tijd met zorg naar het Noord-Afrikaanse land. In Europa bestaat weliswaar grote interesse om met Libië samen te werken, tegelijkertijd bestaat er vrees dat hulp in verkeerde handen valt.

Slavenmarkt

“Stabiele verhoudingen zijn het belangrijkste”, stelt Kobler. Die zijn er echter nog lang niet. Hulporganisaties berichten van een regelrechte slavenmarkt. Er zijn geen regels, omdat er niemand is om de regels te handhaven. Zo is Libië tot het belangrijkste knooppunt voor Afrikaanse migranten op weg naar Europa geworden. En tussen de anarchie van het ontbreken van overheidsgezag, de chaos van de burgeroorlog en migratiestromen en in het instorten van economische structuren, zijn de immigranten voor een deel van de Libiërs een belangrijke inkomstenbron geworden, waarvan zich geld en arbeid af laten persen. Volgens cijfers van het Europese grensbewakingsagentschap Frontex zijn alleen dit jaar al 28.000 mensen vanuit Libië naar Italië gekomen. “Dat is een toename van 30 procent tegenover dezelfde periode in het jaar daarvoor”, aldus Frontex-directeur Fabrice Leggeri.

Nu spant vooral Rusland zich in voor een vreedzame oplossing van de burgeroorlog. Dat is een noodzakelijk element in het terugdringen van de wetteloosheid in grote delen van het land en het weer onder overheidscontrole brengen van het territorium. De eerste stappen voor een dergelijke oplossing zijn gezet, maar Kobler waarschuwt dat Libië nog altijd een kruitvat is. Als de situatie escaleert, komt er een nog grotere golf asielzoekers ineens op Europa af, die in de eerste plaats voor Italië zeer ontwrichtend zou kunnen werken.