Posted on

Syrië – Militaire toestand in het oosten stabiliseert

Assad, Syrië

De toestand in het oosten van Syrië lijkt zich stilaan te stabiliseren, met het Turkse leger die nu de grenssteden Tal Abyad en Ras al Ayn bezet, twee steden waar de PKK/YPG zowel politiek als militair relatief zwak stond. Een deel van de lokale bevolking is trouwens voor die PKK/YPG en de oorlog gevlucht naar Turkije en hoopt nu terug te keren. Ook veroverde Turkije een klein stuk van de autoweg M4 die vanuit de stad Aleppo oostwaarts loopt tot aan Irak en parallel met de Turkse grens. De M4 is cruciaal voor de bevoorrading.

Ondertussen is het Syrische leger diep doorgedrongen in dit door de PKK/YPG bezette gebied en heeft het nu de controle over de steden Qamishli, Tabqa, Rakka, Ayn al Arab/Kobani (1), Ayn Issa, Manbij en de provinciehoofdstad Hasaka.

Akkoord Damascus - SDF - 13 oktober 2019
De Engelse vertaling van het zondag gesloten akkoord van de PKK/YPG met de Syrische regering. De Furat rivier is de lokale naam voor de Eufraat. Cruciaal zijn de voorlaatste en laatste alinea van dit akkoord. Zonder het met zoveel woorden te zeggen betekent dit de totale overgave van de SDF/PKK/YPG aan het Syrische leger. Alleen de verovering van de provincie Idlib op al Qaida is voor Damascus nu nog een knelpunt. Een kwestie van maanden. De luchtmachten van Syrië en Rusland zijn de voorbije dagen hier trouwens druk bezig geweest.

Snelle opmars

Ook de grens tussen Syrië en Irak in het noorden tussen de steden Al Malkiyah/Semalka en Faysh Khaboer in Irak zal door het Syrische leger overgenomen worden. Dat is heel belangrijk want het was via deze aan de Khaboer-rivier liggende steden dat de VS haar troepen bevoorraadde en journalisten van o.m. de BBC, CNN en Rudi Vranckx in dat deel van Syrië raakten. Bij de ‘goeden’.

Toen het Syrische leger zondagnacht Qamishli overnam dienden trouwens alle journalisten in het holst van de nacht uit hun hotel te vertrekken. Zij waren er immers met toestemming van de PKK/YPG en dus in wezen illegaal. De overname van deze grenspost is zeer belangrijk daar Syrië nu al twee van de drie grote grensposten met Irak in bezit heeft. Wat de handel moet bevorderen.

Westerse journalisten waren illegaal in Syrië

Gezien de reputatie van veel van die journalisten zullen er voorlopig vanuit Syrië dan ook nog weinig westerse reportages gemaakt worden. Idlib is door de aanwezigheid van al Qaida voor hen te gevaarlijk en toestemming vragen aan Damascus om die regering dan onder de modder te bedelven zal niet meer zo vlot lukken. Damascus heeft op dat vlak met het westerse journaille immers genoeg ervaring opgedaan.

Alleen de toestand rond de iets zuidelijker bij de Iraakse grens gelegen plaats Shadadi is nog onzeker. Mogelijk zal het Syrische leger er de komende uren of dagen arriveren. De ontplooiing van dit leger verloopt zo te zien immers wel zeer snel.

Onderling afgesproken?

De indruk is ook dat de gevechten dus gestopt zijn en er alleen nog sprake is van schermutselingen terwijl het Amerikaanse leger zich nog steeds blijft terugtrekken. Heel waarschijnlijk zijn daar ook de olievelden rond Omran in het uiterste zuidoosten van deze regio bij inbegrepen en komen die terug in Syrische handen.

Alleen de zone van al Tanf aan de Iraakse grens blijft voorlopig nog door de VS bezet. Hier wacht men op de verdere ontruiming van het grote vluchtelingenkamp van Rukban waar tienduizenden vluchtelingen min of meer gevangen zaten. Volgens recente berichten zou echter al 75% van de bewoners na bemiddeling vertrokken zijn. Ook hier is het Amerikaanse vertrek vermoedelijk nakend.

Akkoord tussen PKK/YPG en Syrië

Intussen zijn ook de tekst van het akkoord tussen de PKK/YPG en Syrië bekend. Essentieel is dat het getekend is namens de SDF, de zogenaamde Syrian Democratic Forces. Dat is het overkoepelend orgaan waaronder theoretisch de PKK/YPG valt. Het vijgenblad waarachter de PKK/YPG schuil gaat. Het bestaat vooral uit enkele clans uit die woestijnachtige regio ten oosten van de Eufraat.

Noordoost Syrië - Militaire toestand - 1 - 14 oktober 2019
De militaire toestand maandag 14 oktober. De zwarte lijn is de M4, de weg van Aleppo naar de Iraakse grens, die op een plek in handen viel van het Turkse leger en haar bondgenoten, de salafisten van wat nu het Syrische Nationale Leger heet. Merk de snelheid op waarmee het Syrische leger in dit gebied oprukt. Zondagochtend zaten ze nog allen ten westen van de Eufraat. Het versterkt het vermoeden dat alles vooraf tussen alle partijen, behoudens de PKK/YPG en mogelijk de VS was afgesproken. Zo snel doe je een leger nu eenmaal niet oprukken.

Volgens dit akkoord zal de SDF voortaan het gezag van de Syrische overheid en haar leger erkennen. Het betekent het einde van het ‘paradijs’ Rojava als autonoom gebied met een eigen regering, leger en vlag. Het akkoord is uiteraard amper twee dagen oud en zal in de praktijk haar werkbaarheid nog moeten bewijzen. Het is bovendien weinig gedetailleerd. Maar tot heden is er nergens sprake van problemen tussen de SDF/PKK/YPG en het Syrische leger.

Ook met het Turkse leger lijken er sinds maandag militair geen gevechten van enigerlei waarde meer plaats te vinden. Alleen het zogenaamde Syrische Nationale Leger, de salafisten van het vroegere Vrije Syrisch Leger, maken nog wat herrie maar die vormen sinds 2016 geen serieus probleem meer voor de Syrische overheid. Militair betekenen die weinig of niets.

Een stel dwazen

Wat in de massamedia een enorm probleem werd genoemd dat tot een heropleving van ISIS ging leiden is integendeel het omgekeerde. De Syrische overheid zal omdat ze meer middelen en ervaring heeft de gevangenkampen zowel op vlak van het sociale als de veiligheid beter beheren. Natuurlijk zullen vele ISIS-strijders en medeplichtigen de doodstraf riskeren. Maar dat is gezien het daar geleden leed onvermijdelijk.

510153779990181292_438052252
De grote winnaar van deze oorlog is de Syrische president Bashar al Assad en vooral de overgrote meerderheid der Syriërs. Naast dan de regeringen van Iran, Irak en Rusland. Ook de Libanese verzetsgroep Hezbollah behoort tot de winnaars. De verliezers zijn vooral Israël, de VS, de NAVO en de EU naast dan landen als Turkije, Saoedi-Arabië, Qatar, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten. Ook de westerse media leed een zeer zware nederlaag. Nog in 2012 beweerde een ‘journalist’ als Jorn De Cock van De Standaard in een studio van de VRT dat de dagen van Bashar al Assad geteld waren. En toen Bashar al Assad steeds maar bleef herhalen dat hij gans Syrië onder regeringscontrole ging brengen lachte men hem van The New York Times tot Le Monde, De Volkskrant en De Morgen uit. Het lachen is hen vergaan. En de EU? Dat is gewoon een oorlogszuchtige dwerg met reuzenallures. Kortom een stel dwazen. Moorddadig dat wel.

Ook in West-Europa was er in 1944 en ‘45 sprake van grote brutaliteiten tegen de met de Duitse bezetter collaborerende bewoners en waren er executies. Maar het in West-Europa geleden leed is peanuts in vergelijking met wat men in Syrië en Irak heeft ondergaan. Het Syrische gerecht zal zijn werk moeten doen. Het heeft er de capaciteiten voor.

EU slecht geplaatst om regering Syrië te bekritiseren

En de EU is om hier kritiek te leveren heel slecht geplaatst. Er zijn immers voldoende gevallen bekend van salafistische moordenaars die met medeweten van onze veiligheidsdiensten naar Syrië konden vertrekken. Ja, zij konden deze nuttige idioten ginds nu eenmaal goed gebruiken.

Maar met de Syrische regering kan men onderhandelen, en liefst nog vandaag, om zeker de kleine kinderen uit die hel te halen zodat die tenminste nog een toekomst de naam waard hebben. Maar ja, ook hier tonen de regeringen van de EU zich nog maar eens van hun slechtste kant en blijft men maar treuzelen. Tot het veel te laat is? Arm Europa.

Posted on

Veroordeling terugkerende jihadisten vaak moeilijk

De terugkeer van jihadisten vanuit Syrië naar West-Europa bergt grote veiligheidsrisico’s in zich. Veroordeling blijkt vaak moeilijk. En na een gevangenisstraf kunnen jihadisten, na een paar jaar als slapende cel, opnieuw geactiveerd worden voor terroristische activiteiten.

Naar schatting zo’n 40.000 personen uit de hele wereld zouden als jihadist naar Syrië zijn getrokken. Zo’n 2.000 uit kwamen er uit de Russische Federatie. Uit West-Europa kwamen er circa 4.500, waarvan 1500 uit Frankrijk, 850 uit het Verenigd Koninkrijk en 400 uit België. Van de 980 jihadisten uit Duitsland werden er 170 gedood, een derde van de overlevenden keer inmiddels terug. Tegenwoordig bevinden er zich nog 66 Duitse staatsburgers in Koerdische gevangenschap, tegen 18 is een Duits arrestatiebevel uitgevaardigd. Hun uitlevering vindt geen doorgang, omdat er geen uitleveringsverdrag is en de Koerdische junta weliswaar feitelijk macht uitoefent in delen van het noordoosten van Syrië, maar niet als staat erkend is. Het risico bestaat dat er IS-strijders ongecontroleerd vrijkomen.

Internationaal tribunaal

Verschillende landen roepen nu dan ook op tot vervolging door een tribunaal van de Verenigde Naties. Ook Zwitserland pleit voor een internationaal strafhof, maar dan wel ter plaatse. Frankrijk liet dit idee inmiddels varen uit zorg dat gevaarlijke jihadisten daar vrijgelaten zouden kunnen worden. Behalve Engeland maken de meeste landen geen haast. De terugkeerders zouden met het vliegtuig teruggehaald moeten worden, er is zelfs sprake van een internationale luchtbrug. Zwitserland wijst dit actieve terughalen als enige af. “Ze hebben de weg naar Syrië gevonden, dan moeten ze de weg terug ook maar zien te vinden”, aldus een expert van de federale overheid tegenover Novini.

http://www.novini.nl/laat-internationale-jihadisten-gewoon-door-syrie-berechten/

Arrestatiebevel

Anders dan Engeland, Frankrijk en België die de opname van hun staatsburgers afwijzen, staat Zwitserland iedere Zwitser de inreis toe. Ook de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas stelt: “Deze personen kunnen alleen dan naar Duitsland komen, wanneer vastgesteld is dat ze onmiddellijk in hechtenis gekomen kunnen worden.” Dat kan Maas wel zeggen, maar Duitsland is internationaal-rechtelijk verplicht zijn staatsburgers toe te laten, ook als ze in het buitenland misdaden hebben gepleegd. Een arrestatiebevel vereist concrete bewijzen. Om deze te verzamelen is dikwijls bijzonder lastig. Volgens een uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof is het blote feit van verblijf in IS-gebied niet voldoende voor strafvervolging. Mede daarom maken Duitse overheidsinstanties geen haast met de repatriatie.

Intrekken staatsburgerschap

Voor het intrekken van staatsburgerschap is in Zwitserland een veroordeling nodig. Het intrekken van staatsburgerschap gebeurt in Europese landen doorgaans echter alleen als er sprake is van dubbel staatsburgerschap. De conventie is immers dat niemand stateloos gemaakt mag worden. Zodoende was de uitzondering die de Britse regering onlangs maakte ook omstreden. Londen koos ervoor Shamima Begum, een in Engeland geboren vrouwelijke IS-strijder van Bangladeshi afkomst het staatsburgerschap te ontnemen, waarop zij stateloos werd. Bangladesh wil haar ook niet opnemen.

Bewijzen

Mannelijke jihadisten waren vaak in IS-propagandavideo’s te zijn met vermoorde slachtoffers. Beelden die nu gebruikt kunnen worden voor het opbouwen van een zaak. Niet zelden zijn hun stemmen te identificeren. Terugkerende jihadisten die zich onschuldig voordoen, zijn vaak toch als strijders te herkennen aan het eelt op de vinger waarmee ze de trekker overgehaald hebben.

Vrouwen, die een vijfde van de jihadisten uit Duitsland uitmaken, waren minder vaak te zien in video’s. Eerder strafzaken hebben echter reeds bewezen dat ook zij in trainingskampen vaak onderwezen werden in het gebruik van automatische vuurwapens en dat ze aan publieke executies deelnamen. Wanneer directe betrokkenheid bij een misdaad niet te bewijzen valt, zijn ze voor IS-lidmaatschap of ondersteuning van een terroristische organisatie nog tot enkele jaren gevangenisstraf te veroordelen.

Laatste bolwerk ontmanteld, strijd gaat voort

Ofschoon onlangs na bijna vijf jaar ook het laatste bastion van IS in Syrië, in het dorp Baghouz ontmanteld kon worden, betekent dit niet dat IS zijn strijd op zal geven. IS-leider Abu Bakr al-Bagdadi, op wiens hoofd de VS een beloning van 25 miljoen dollar hebben gezet, zou in Irak ondergedoken zijn. In een audioboodschap riep hij op tot nieuwe aanslagen in het Westen, met “bommen, messen en auto’s”.

Surveillance

Zoals te verwachten verklaren veel jihadisten zich bij arrestatie voor onschuldige slachtoffers. De meesten lijken echter onverbeterlijk te zijn – de moorddadige ideologie leeft dikwijls voort. In Zwitserland verklaarde het verantwoordelijke department onlangs: “de terroristische dreiging in Zwitserland blijft verhoogd.” Natuurlijk zal een veroordeelde IS-strijder ook buiten de gevangenis in de gaten gehouden worden, zo licht een overheidsexpert toe. Maar volledige toezicht vereist zo’n 30 personen per geval, dat kan geen West-Europees land in alle gevallen opbrengen.

Slapercellen

Al met al is de kans groot dat niet weinig jihadisten zich na een paar jaar gevangenis uiterlijk hervormd voor zullen doen, om vervolgens twee of drie jaar een normaal leven te leiden, waarna ze opnieuw ingeschakeld kunnen worden voor aanslagen.

Posted on 1 Comment

Waarom Russisch paspoort voor veel inwoners Donbass van levensbelang is

Rusland krijgt opnieuw felle kritiek uit het Westen. Ditmaal omdat het besloten heeft het voor inwoners van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk gemakkelijker te maken om Russische paspoorten te krijgen. Westerse commentatoren vermoeden vooral geopolitieke motieven, er zijn echter ook humanitaire redenen voor het besluit. Een reisverslag uit 2016 geeft inzicht in de situatie waarmee de bevolking van Donbass te kampen heeft.

Na maanden voorbereiding kondigde het laatste deel van de reis zich aan: de taxirit van de Russische stad Rostov-aan-de-Don naar Donetsk, de hoofdstad van de niet-erkende Volksrepubliek Donetsk. Het spannendste onderdeel van de reis moest echter nog komen: de grensovergang. De angst zat er goed in dat de Russische beveiligingsambtenaar “NJET!” zou zeggen en daarmee in één keer alle moeite te niet zou doen. De grenswacht had deze angst waarschijnlijk opgemerkt en grapte naar zijn collega: “Kijk, ze maken zich zorgen! Rammel maar wat met je handboeien.” De grap brak het ijs. Later pas bleek hoeveel ellende de reis op dat moment werd bespaard.

Glimlach

De reis ging verder, richting Donetsk. Met een glimlach op zijn gezicht legde de taxichauffeur uit in welke situatie hij was beland (en met hem velen anderen) omtrent het terugbetalen van zijn leningen. “Voordat de oorlog begon waren er natuurlijk een boel mensen die leningen hadden afgesloten. Maar nadat de oorlog was begonnen, werden veel banken gesloten.”

De glimlach werd groter en hij zei “Ik wou mijn schulden terugbetalen, maar kon dat niet. Dus op een dag belde de bank en zei dat we onze schulden moesten terugbetalen. Ik legde uit waarom dat niet kon, de bank zei daarop dat ze iemand zouden sturen om het bedrag op te komen halen als ik niet zou betalen.” Hij op zijn beurt gaf zijn adres en zei dat ze welkom waren.

Toen de medewerker het adres had gekregen was hij een tijdje stil, vertelde dat de bank had heroverwogen en besloten had toch niemand te sturen. De hierboven beschreven situatie geeft goed aan in wat voor situatie veel mensen in Donetsk verkeren. Mensen vallen hier constant tussen wal en schip.

Gevangen in eigen land

“In de Sovjet-Unie was het makkelijk om te reizen”, legde een medepassagier ons uit. De vrouw vertelt: “Er waren geen grenscontroles [binnen de USSR] en we konden reizen wanneer we wilden.” Ze benadrukte dat “zij zich niet voelden als Russen, Oekraïners, Wit-Russen of wat dan ook. We waren allemaal deel van een groot land: De Sovjet-Unie.” Dit beeld blijft bestaan tot de dag van vandaag. Haar familie woont overal: in Oekraïne, in Rusland, in Wit-Rusland, waarmee ze nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is om naar het buitenland te kunnen reizen.

Op het moment waarop ik dit stuk oorspronkelijk schreef waren er namelijk veel inwoners van de Donbass die in zekere zin gevangen waren in eigen land. Weliswaar waren er door deze niet-erkende landen al paspoorten uitgegeven, maar niemand erkende ze. Om naar het buitenland te reizen is er een Oekraïens paspoort nodig dat aan mensen is verstrekt voor de oorlog. Voor een hele generatie mensen die geen Oekraïense paspoorten hebben is het daarom onmogelijk geworden om naar het buitenland te reizen. Dit veranderde pas in het voorjaar van 2017, toen Poetin per decreet besloot officiële documenten uit de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk te erkennen.

De Russische erkenning van documenten uit LNR en DNR*

Voor de verordening waren veel mensen in de Volksrepublieken* afhankelijk van hun Oekraïense paspoorten. Zonder deze paspoorten was het onmogelijk om naar het buitenland te reizen, naar Rusland bijvoorbeeld. Als men niet beschikte over een Oekraïens paspoort omdat men het tijdens de burgeroorlog kwijt was geraakt, kon men de Volksrepublieken niet uit. De afhankelijkheid van een Oekraïens paspoort is zelfs nog groter als men bedenkt dat veel mensen er voor kiezen via Russisch territorium naar door Oekraïne gecontroleerd territorium te reizen. Evgenia van Amerongen, een manager die werkt voor een busbedrijf, legt de moeilijkheden uit:

“Men moet de oversteek maken via de scheidingslijn (tussen Donbass en Oekraïne – SB). De oversteek verloopt via een controlepost van de DNR/LNR en Oekraïne. Al deze controleposten bevinden zich in ‘instabiele gebieden’. Bijvoorbeeld Zaitsevo, Marinka, Stantisija Luganskaya.” Van Amerongen vervolgt: “Omdat veel mensen hun leven niet willen riskeren, kiezen ze ervoor te reizen via Rusland en dus hebben ze een Oekraïens reisdocument nodig. De situatie is veranderd nu de Russische Federatie besloten heeft paspoorten uit Donbass te erkennen. Inwoners van Donbass kunnen zelfs zonder visum naar Rusland reizen.”

Trouwaktes, diploma’s

De problemen beperken zich echter niet tot reisdocumenten. Ook andere officiële documenten uit de Donbass worden niet erkend. Te denken is aan trouw- en scheidingsaktes. Een soortgelijke situatie bestaat onder studenten. Voor het presidentiële decreet waren studenten die studeerden in Loegansk of Donetsk er nooit van verzekerd of de graad waarvoor zij leerden ooit iets waard zou zijn. Slechts recentelijk heeft het ministerie van Onderwijs van de Russische Federatie tijdelijke diploma’s uit de Volksrepublieken erkend.

Maar deze maatregel gaf studenten nog geen duidelijkheid of de diploma’s ook het volgende jaar nog erkend zouden zijn. “Voorheen waren onderwijscertificaten erkend door Russische universiteiten, op grond van een verordening van het ministerie van Onderwijs” legt Sana Samoylenko, een student aan de Universiteit van Loegansk uit. “De verordening was ondertekend voor een jaar, dus ieder komend jaar zou het ministerie van Onderwijs het moeten vernieuwen.” De nieuwe verordening haalt deze twijfel weg. Samoylenko: “Nu zijn studenten ervan verzekerd dat hun certificaten worden geaccepteerd, zonder de angst dat de vorige verordening van het ministerie van Onderwijs niet zou worden verlengd.”

Verder maakte het decreet van 2017 het mogelijk om voertuigregistratie uit de Volksrepublieken te accepteren in Rusland.

“Elena”

Met het geluid van een koffiezetapparaat op de achtergrond begonnen we ons eerste interview met Elena (pseudoniem), een journaliste die werkt voor een groot Russisch persbureau. Sinds het begin van het conflict werkt ze als journaliste in haar geboortestreek: de Donbass. Na de gebruikelijke inleidende vragen vroegen wij haar de voor de hand liggende vraag over persvrijheid in het rebellengebied: Waarom durf je je gezicht niet op camera te laten zien?

“In Oekraïne wonen mijn naaste verwanten”, antwoord ze. “Ik ben gewoon bang dat als ik mijn gezicht laat zien en mensen deze reportage zien, dat mijn familie problemen zal krijgen. Ze kunnen worden opgeroepen door de SBU (Oekraïense veiligheidsdienst) en worden verhoord. Ik wil niet dat zij vanwege mijn werk in problemen komen.” Het is echter niet de enige reden waarom Elena liever anoniem blijft. Ze is namelijk nog steeds burger van Oekraïne. “Ik zou graag willen reizen naar Oekraïne en niet dat ze mij vasthouden en zeggen, hier, we hebben een [strafwet]artikel bedacht over separatisme en terrorisme en dat ze mij daarna opsluiten.”

Intimidatie van journalisten

“Er zijn veel voorbeelden”, vertelt Elena over journalisten die werken in Donbass maar problemen hebben in Oekraïens gebied. “Er is in Oekraïne een website genaamd ‘Mirotvorjets’. Ze publiceren alle informatie over journalisten en hun verwanten met paspoorten, geboortedata. En mensen die daar familie hebben worden door hen onder druk te zetten naar Oekraïne gelokt, zodat ze hen gevangen kunnen zetten.”

Deze situatie gaat trouwens niet alleen op voor journalisten, maar ook voor soldaten in de volksmilitie (het de facto-leger van LNR en DNR) en zelfs voor lokale ambtenaren. Reizen naar Oekraïne om daar bijvoorbeeld een nieuw Oekraïens paspoort aan te vragen zit er om die reden voor veel inwoners van Oost-Oekraïne niet in.**


* In Rusland wordt doorgaans verwezen naar de DNR en LNR in officiële taal als ‘Bepaalde gebieden in de oblasten Donetsk en Loegansk’.

** Overigens hebben niet alleen lokale bewoners problemen met het reizen van en naar Oost-Oekraïne. Ook journalisten wordt het niet makkelijk gemaakt om naar de DNR en LNR te reizen. Een goed voorbeeld is dat van Oxana Chelysheva, een journalist die in ballingschap leeft uit angst om terug te keren naar Rusland, haar geboorteland. Daar het niet mogelijk was via Rusland te reizen moest ze de Oekraïne-route nemen. In ieder geval had ik verwacht dat een Russische dissidente doorgang zou worden gegeven naar rebellengebied door een land dat zo worstelt met ‘Russische agressie’, toch schrijft ze ironisch: “Terwijl ik in Donetsk had kunnen zijn, reisden alle westerse journalisten via de Russische Federatie.”

Posted on

Eric van de Beek bij Café Weltschmerz over The Hague Invasion Act

Eric van de Beek was onlangs bij Café Weltschmerz te gast om met Stan van Houcke te spreken over The Hague Invasion Act. In februari maakte Van de Beek voor Novini een reconstructie van de totstandkoming van deze wet die een Amerikaanse invasie van Nederland mogelijk maakt wanneer een Amerikaan bij het Internationaal Strafhof in Den Haag aangeklaagd wordt voor oorlogsmisdaden en de reactie van de Nederlandse politiek hierop in de loop der jaren. Nu openbaar aanklager Fatou Bensouda vooronderzoek gestart is, dreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton nogmaals met dit vooruitzicht. Een zeer actuele kwestie dus.

Nepnieuwsexplosie ~ Tabe Bergman & Eric van de Beek (red.)

Posted on

VS bekommeren zich niet om mensenrechten in bezet Syrië

Op dit ogenblik bezet de VS, vooral via haar luchtmacht, een groot deel van Syrië. Ze creëerde er zonder toestemming van wie ook – zelfs het Amerikaanse parlement stemde er niet over – een zone met vliegverbod voor andere dan Amerikaanse vliegtuigen. Haar bondgenoten (vazalstaten) zoals België zijn er wel welkom. Het gebied is grotendeels woestijn maar het bevat ook een serie olievelden en het oostelijke deel van de vruchtbare vallei van de Eufraat. Belangrijk is ook dat de VS daarbij een aantal vluchtelingenkampen en steden de facto bezet.

Waarbij de VS de nodige hulp krijgt van de PKK/YPG, de Koerdische links-nationalistische groep. Want zonder voetvolk kan een luchtmacht niet veel aanrichten. Maar bij dat bezet gebied horen dus ook enkele steden en vooral vluchtelingenkampen. En een bezettende mogendheid heeft daarbij de verantwoordelijkheid voor het welzijn van het leven daar. Dat is internationaal recht.

Internationaal recht

Maar de VS zou de VS niet zijn als ze die plicht niet ronduit aan haar laars zou lappen. Van enige hulp bij de heropbouw van de stad Rakka bijvoorbeeld, in de middeleeuwen ooit de hoofdstad van de regio, is er helemaal geen sprake.

 

De stad Rakka na de strijd tussen ISIS en de alliantie geleid door de VS. Die mogen van onze media steden vernielen. Helpen bij de wederopbouw hoeft dan niet eens.

De mensen daar moeten zich maar behelpen met de meest primitieve middelen mogelijk. Lijken blijven liggen met overal nog steeds de door IS en andere terreurgroepen voorheen gelegde mijnen. Die maken het leven er gevaarlijk en belemmeren de terugkeer der inwoners.

Al Tanf

En dan is er het vluchtelingenkamp van Rukban in de door de VS bezette zone van Al Tanf, een grensplaats op de cruciale autoweg van Damascus naar Bagdad in Irak. En die is van levensbelang voor beide landen. De Amerikaanse troepen daar ontbreekt het voor zover bekend aan niets. De tienduizenden vluchtelingen enkele kilometers verder hebben daarentegen amper iets.

http://www.novini.nl/amerikanen-hinderen-hulp-aan-vluchtelingen-in-zuidoost-syrie/

Het kamp is bezet door jihadistische bondgenoten van de VS, veelal smokkelbendes die zo flink geld verdienen aan de miserie van die mensen in Rukban. Waarom zorgt de VS niet voor een adequate bevoorrading in voedsel en voor de nodige medische zorg zoals hun soldaten wat verder die wel krijgen? Mensenrechten versie Washington en natuurlijk een groot schandaal.

Vluchtelingenkampen

Hetzelfde met de toestand in het vluchtelingenkamp van al Hol gelegen op een dertig kilometer van de provinciale hoofdstad Hasaka en niet ver van de Iraakse grens. Vluchtelingen, inclusief zwangere vrouwen en kleine kinderen, en krijgsgevangenen die soms al zwaar ziek of gewond zijn worden in simpele vrachtwagens naar al Hol gevoerd. Met doden onderweg.

Het is een kamp waar straks tegen de 100.000 mensen dicht bij elkaar opgepakt zitten, zowel leden van ISIS als hun slachtoffers. Een mooie mix. Het gevolg is dat veel mensen en kleine kinderen onderweg naar al Hol stierven.

Geen dollarcent

Men had miljarden dollars over voor het verjagen van de vroegere vrienden van ISIS en het vernielen van steden als Rakka, maar een Amerikaanse dollarcent voor hulp aan die mensen is er niet bij. Trump vroeg dan maar geld in Saoedi-Arabië. Maar die toonden zelfs op papier geen enkele interesse.

Typerend is dat de Amerikaanse president Donald Trump stelde dat de landen van de EU hun in al Hol gevangen zittende mensen, inclusief de harde kern van ISIS, moeten terugnemen. Tot vrij snel nadien een dame afkomstig uit de VS dat ook vroeg en op een neen botste bij diezelfde Trump.

Het vluchtelingenkamp van al Hol. Van enige officiële hulp vanuit de VS of de EU blijkt er geen sprake te zijn. Mensenrechtenbeleid heet dat.

 

EU-landen medeschuldig

Ook de EU, en België, zijn hier schuldig. Naast de hulp aan de oorlog tegen Syrië en steun aan die terreurgroepen bombardeerde ons land mee in Syrië. Echter zonder toestemming van ons parlement, de VN of de Syrische regering. Als dat geen oorlogsmisdaden zijn. Maar ook voor Brussel is bombarderen dus geen enkel probleem, helpen echter wordt gewoon verboden.

Israëlische bombardementen

In wezen is dit een luguber spel waarbij de gewone mens zoals steeds pasmunt is in de strijd om macht. Israël en de VS verloren de oorlog om Syrië dat zich traag aan het heropbouwen is en Israël is woedend. Sinds ze de nederlaag zag aankomen begon Israël met het regelmatig bombarderen van Syrië. Provocaties om zo een algemene regionale oorlog uit te lokken en hopend zo toch nog een overwinning in de wacht te slepen?

Geen echte terugtrekking

En dus is Trump onder druk van delen van zijn entourage en de zionistische lobby verder gegaan met het pesten van dat land. En zo komt er geen echte troepenterugtrekking zoals eerst afgesproken. De dag dat de VS zich terugtrekt uit de door haar bezette gebieden zou ook dit deel van Syrië kunnen herademen en het eveneens gedaan zijn met van honger en ontbering stervende kinderen. Maar ja, dan kan men geen druk meer uitoefenen.

http://www.novini.nl/toch-meer-amerikaanse-militairen-in-syrie/

Koerdisch vuil spel

Daarbij spelen de Koerdische links-nationalistische groepen PKK/YPG een heel vuil spel. In de hoop toch over dit gebied te kunnen blijven heersen collaboreren zij verder met de bezetters. Daar valt als steeds geld uit te halen. Kijk maar naar België tijdens de twee wereldoorlogen of naar andere voorbeelden uit de geschiedenis.

Dat het lijden van de mensen zo niet stopt kan hun klaarblijkelijk niet schelen. Het is geen toeval dat er in Rakka van enige hulp voor de wederopbouw vanwege ook de PKK/YPG geen sprake lijkt. De winst gemaakt met de verkoop van de door hun gestolen Syrische olie gaat zo te zien elders heen.

Troepen en supporters van de PKK/YPG. Zoals steeds dreigen de collaborateurs ook hier aan het kortste eind te zullen trekken. De vraag is alleen wanneer de VS hen zal laten vallen.

Maar als zij verstandig zijn dan zouden zij de samenwerking met de VS reeds lang gestopt hebben. Uit de analyse van augustus 2012 van de toestand in Syrië van de Amerikaanse militaire Veiligheidsdienst DIA blijkt trouwens dat de VS de provincie Hasaka, het zogenaamde thuisland van de Syrische Koerden, bestemden voor ISIS. Voor de YPG/PKK was er niets gepland. Washington had voor hen gewoon een flinke portie salafistische terreur voorzien. Zo gaat dat.

Na Mosoel ook Erbil

Pas toen ISIS en Aboe Bakr al Baghdadi, na de verovering in juni 2014 van de Iraakse stad Mosoel, dacht ook Erbil, de hoofdstad van de Iraakse Koerden van de clan Barzani, te moeten aanvallen, wijzigde de VS haar beleid. Men liet Baghdadi en zijn bende als een baksteen vallen en trok de kaart van de PKK/YPG. Zeker toen eind september 2015 de Russische luchtmacht in Syrië arriveerde.

Die Koerdische links-nationalisten zouden toch moeten weten wat hier aan de hand is. Zij zijn immers gewoon huurlingen en een tweedehands pasmunt. Vraag het eens in die vluchtelingenkampen waar het lijden ook op de rekening van de PKK/YPG kan geschreven worden.

Ze kunnen hun licht anders ook eens opsteken bij notoire figuren uit het recente verleden zoals de staatshoofden Hosni Moebarak uit Egypte, de Vietnamees Nguyen Van Thieu, de Irakees Saddam Hoessein, de Sjah van Iran en zoveel meer.

Posted on

Alexander Gauland: van conservatief publicist tot populist

Binnen de CDU werd hij op de achtergrond gehouden, als conservatief publicist was hij geliefd bij links en rechts en na zijn zeventigste brak hij toch nog door als politicus. Een portret van AfD-leider Alexander Gauland.

Als staatssecretaris in Hessen eind jaren ’80 gold Alexander Gauland als man voor op de achtergrond, niet geschikt voor de eerste rij. Deelstaatpremier Walter Wallmann zou hem gezegd hebben dat hij een goede functionaris was, maar niet met mensen om kon gaan, nooit campagnetoespraken zou kunnen houden. Hij was kortom niet geschikt als politicus. Inmiddels lijkt Gauland zijn vroegere mentor weerlegd te hebben. Na 40 jaar zei hij zijn lidmaatschap van de CDU op en werd hij mede-oprichter van de eurokritische Wahlalternative 2013. Inmiddels is hij partijleider van de AfD en fractievoorzitter in de Bondsdag. 

Gauland als krantuitgever

Zo beleeft Gauland in de leeftijd der sterken toch nog zijn politieke doorbraak en geldt hij als grand seigneur van de nieuwe beweging rechts van CDU en CSU. Maar wie is deze “vriendelijke scherpslijper” (Der Tagesspiegel), die sinds het begin van de jaren ’70 als politiek publicist en conservatief intellectueel actief was en decennia lang ook door politieke tegenstanders gewaardeerd werd? Biedt zijn journalistieke werk indicaties waarom deze voormalige CDU-man “van publicist tot populist” (Die Zeit) werd?

Gaulands activiteit als auteur begon met zijn 1971 verschenen volkenrechtelijke dissertatie ‘Das Legitimitätsprinzip in der Staatenpraxis seit dem Wiener Kongreß’. Daarna schreef hij diverse boeken met titels als ‘Gemeine und Lords. Porträt einer politischen Klasse’, ‘Helmut Kohl. Ein Prinzip’, ‘Das Haus Windsor’ en ‘Anleitung zum Konservativsein’. Na zijn tijd als staatssecretaris in Hessen onder Walter Wallmann (CDU) was hij uitgever en directeur van het dagblad Märkische Allgemeine in Potsdam.

Ook bij links gewaardeerd

De anglofiele Gauland (met een zwak voor tweed-jasjes en Britse auto’s) speelde het kunststukje klaar in de meest uiteenlopende media te publiceren. Hij was een conservatieve publicist die “ook door links geprezen werd” (FAZ). Zijn artikels, opstellen, portretten en commentaren verschenen even goed in het linkse dagblad Tageszeitung en in het Sponti-tijdschrift Pflasterstrand als in het rechts-conservatieve bald Criticón van Caspar von Schrenk-Notzing. Ook de Frankfurter Rundschau, de FAZ, Die Welt en de Tagesspiegel drukten zijn non-conformistische, goed geschreven bijdragen af.

In de in 1989 bij Suhrkamp verschenen portretten van Engelse denkers en politici uit de afgelopen drie eeuwen liet Gauland zich hier en daar ook over de actuele politiek uit. Zo trok hij in ‘Gemeine und Lords’ van leer tegen “de verschrikkelijke heerschappij van de functionarissen”, “die zich in de 20e eeuw meester heeft gemaakt van alle politieke partijen”. Een zekere antikapitalistische grondhouding en een afkeer van de “economisering van het politieke” is dan ook reeds zichtbaar. Vandaag de dag deinst de AfD-leider er niet voor terug in de electorale vijver van Die Linke te vissen. Met een zekere reactionaire attitude neemt hij het als politicus voor “de kleine man” op.

In het portret van Churchill zou men ook een verkapt portret van de AfD-leider kunnen ontwaren, die sinds zijn 72e zijn eerste echte politieke lente beleeft en zichtbaar geniet van zijn publieke optreden: “Maar Churchills kracht was tegelijk zijn zwakte. Zijn zucht naar theatrale actie, naar het grote avontuur schiep bij zowel vrienden als tegenstanders de verdenking dat het hem niet om principes, maar alleen om het optreden ging.”

Constanten in zijn denken

Het denken van Gauland laat echter duidelijke constanten zien. Zowel destijds als nu zijn de vijandbeelden van zijn conservatisme “de toenemende economisering”, het multiculturalisme en “de globalisering van markt en mensenrechten”. Dat de AfD juist in de vijver van de ‘verliezers’ van de globalisering vist (bijvoorbeeld in het oosten van Duitsland, maar in het algemeen in de arbeiders- en lagere middenklasse), hangt ook met Gaulands denken samen. Zo keerde hij zich als publicist al tegen een zuivere marktideologie: “Wat de One-World-ideologie, de droom van een door de globalisering democratisch herenigde mensheid, is niet minder utopisch en geen geringer gevaar voor het historische bestaan van staten en volken dan de ten onder gegane socialistische waan.”

Ook een ‘Leitkultur‘, die niet meer inhoudt dan grondwetspatriottisme vindt de auteur echter armoe troef. Echt houvast vinden de mensen in gedeelde geloofsovertuigingen, mores, taboes, culturele tradities, nationale vooroordelen en etnische begrenzingen, traditionele leefomgevingen en religieuze taboes. Immigratie, zo stelde Gauland in 2002 al, moet aangepast zijn aan de “culturele draagkracht van een samenleving”. Ook Gaulands Amerikakritiek is een belangrijke constante. De ‘Putinversteher’ bekritiseerde als publicist reeds de imperiale pretenties van het Amerikaanse buitenlandbeleid, dat mede de immigratie naar Europa aandrijft.

Reeds in zijn boek over conservatisme toonde de West-Duitse conservatief veel begrip voor de mensen in de nieuwe deelstaten van de Bondsrepubliek die op een bepaalde manier terugverlangden naar de DDR. Van deze ‘Ostalgie’ profiteerde de PDS, de opvolger van de SED. Over de schaduwzijden van het DDR-bewind werd daarbij natuurlijk niet gesproken, maar de DDR had op haar manier ook een vorm van heimat en overzichtelijkheid gecreëerd. Dit is ook wat Gaulands AfD de globaliseringsverliezers in zowel oost als west wil bieden.

Populisme

Alexander Gauland mag politiek wat radicaler geworden zijn, dat kan er echter ook mee samenhangen dat hij tot voor kort het meer contemplatieve leven van een intellectueel kon leiden, terwijl hij nu waarschijnlijk meer tijd doorbrengt in talkshows en debatten dan in zijn studeerkamer thuis. De grondtrekken van zijn denken zijn evenwel niet veranderd. Het maakt nu eenmaal verschil of men zich als vrije intellectueel of als verantwoordelijk politicus uit. Als CDU-intellectueel – een zeldzame diersoort – genoot Gauland een zekere narrenvrijheid.

In zijn boek ‘Die Deutschen und ihre Geschichte’ schreef Gauland dat de sleutelwoorden voor de West-Duitse samenleving stabiliteit en consensus waren. Hier is in de afgelopen jaren echter misbruik van gemaakt door politiek en media, die steeds minder lijken te weten wat ‘de mensen in het land’ werkelijk bezighoudt. Dit is natuurlijk in niet geringe mate te wijten aan de door Angela Merkel bepaalde koers van de CDU, die Gauland in een artikel in Die Welt tot ruïne verklaarde:  “De Unie (van CDU en CSU, red.) heeft haar inhoud verloren. Ze komt voor als een antieke ruïne – van buiten is het nog mooi om te zien, maar van binnen is het woest en leeg.” Over de AfD zegt hij daarentegen in een interview met Christ & Welt: “We zijn een Duitse partij, die zich inzet voor Duitse belangen.” De partij verdedigt “het traditionele levensgevoel in Duitsland, het traditionele heimatgevoel”, aldus Gauland.

Meer continuïteit dan radicalisering

Uit de uitlatingen van Gauland als gewaardeerde publicist en als weggezet politicus rijst kortom niet zozeer een beeld van radicalisering op, als wel van een grote continuïteit. Gauland was altijd al een conservatief, ook binnen de CDU, en dat is hij bij de AfD gebleven. Nog meer dan elders in Europa, is er in Duitsland echter een hang naar intolerantie voor bepaalde politieke geluiden. Zoals Gauland in 2012 al schreef in de Tagesspiegel: “In alle democratische debatten gaat het er steeds weer om de van de mainstream afwijkende standpunten moreel buiten de orde te verklaren.”

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Duitsland is geen Frankrijk, maar Merkel speelt met vuur

Nadat haar favoriet Annegret Kramp-Karrenbauer tot nieuwe leider van de CDU gekozen was, reisde Merkel demonstratief zelf naar Marrakesh om het migratiepact te ondertekenen. De wisseling van de wacht in de Duitse regeringspartij kon echter wel eens onrustige tijden inluiden.

Nog op hetzelfde partijcongres waar Annegret Kramp-Karrenbauer (ook wel spotten ‘Angelas Kleine Kopie’ genoemd) tot voorzitter van de CDU gekozen werd, zond ze verzoenende signalen uit in de richting van de conservatieve partijvleugel. De nog resterende conservatieven in de CDU hadden gehoopt op een koerswijziging, maar hun kandidaat Friedrich Merz legde het nipt af tegen AKK.

Conservatieven in de CDU

Onder de conservatieve CDU’ers heerst echter scepsis over de substantie achter de retoriek van de nieuwe partijleider. Ze uiten zich gereserveerd over haar. Te lang, te vast en ogenschijnlijk uit diepe overtuiging is Kramp-Karrenbauer Merkel jarenlang in alles gevolgd. Hoe daaruit nu ineens ‘vernieuwing’ en dan nog wel in conservatieve zin zou moeten voortkomen blijft raadselachtig.

Het linkse weekblad Der Spiegel jubelt dan ook over het “definitieve einde van de Union (zoals we die kennen)”. Met de overwinning van Merkels favoriet zijn volgens het tijdschrift de laatste traditionele CDU-lijnen gekapt. Zo lijkt de bijna succesvolle kandidatuur van Friedrich Merz een finale krachtverzameling van de conservatieven in de CDU te zijn geweest.

Merkel demonstratief naar Marrakesh

Als om te bewijzen dat er helemaal niets zal veranderen nu ze geen partijleider meer is, vloog Merkel hoogst persoonlijk naar Marrakesh voor de VN-migratietop, waar het omstreden Migratiepact ondertekend werd. Oorspronkelijk wilde de bondskanselier helemaal niet zelf naar die top gaan. Haar deelname moest echter een “signaal” zijn, dat ze haar koers tegen alle weerstand in door zal zetten.

Gele hesjes

De Franse president Emmanuel Macron had ook naar Marrakesh willen komen, maar moest afzeggen, omdat hem momenteel zijn land om de oren vliegt. Hij is in zijn poging om zijn beleid, tegen alle kritiek onder de bevolking in, door te zetten faliekant gefaald. Hij heeft een burgerlijk protest uitgelokt dat nauwelijks nog tot bedaren te brengen is.

Veel te laat en te weifelend heeft Macron gereageerd. Inmiddels heeft de roep om het stoppen van de brandstofprijsverhoging zich uitgebreid naar een zeer uiteenlopend scala aan eisen, zodat ook een politieke tegemoetkoming daaraan veel complexer geworden is. Zo kan het gaan wanneer de politieke elite van een land de groeiende woede onder de bevolking te lang eenvoudigweg negeert of probeert weg te zetten als extreem-rechts of dom gemor van het klootjesvolk.

Woede neemt toe

Duitsland is nog geen Frankrijk. Maar de tendensen zijn vergelijkbaar. Ook veel Duitsers zien in Berlijn de arrogantie van de macht aan het werk, die de belangen van de eigen burgers negeert. De woede neemt toe en de binnenlandse inlichtingendienst maakt zich al ernstige zorgen waartoe dat kan leiden.

Merkels demonstratieve reis naar de VN-top, haar koppige vasthouden aan het omstreden migratiepact, het verzwaart de hypotheek voor haar erfgenamen alleen maar. Het voorbeeld van de Gele Hesjes in Frankrijk laat zien dat uiteindelijk een maatregel als verhoging van de brandstofaccijns kan volstaan om de vlam in de pan te doen slaan. Daarna zijn de ontwikkelingen nauwelijks nog onder controle te brengen.

Posted on

De dubbele agenda van de dictator-paus

Het nieuws van een groot onderzoek naar misbruik binnen de Katholieke Kerk in Pennsylvania sloeg in als een bom. De details van de getuigenissen van slachtoffers van misbruik door meer dan 300 priesters in de Amerikaanse staat liegen er dan ook niet om. Hoofdaanklager Josh Shapiro somde op zijn persconferentie op 14 augustus een aantal uit het 900 pagina’s tellende onderzoeksrapport op: een priester dwong een negenjarige jongen tot orale seks en spoelde diens mond daarna met wijwater; een jongen werd naakt aan een kruis gebonden en de priesters namen foto’s van hem; een priester maakt een meisje zwanger, regelt een abortus en ontvangt van de bisschop een brief waarin die zijn medelijden kenbaar maakt – niet aan het meisje maar aan de priester die haar heeft misbruikt; priesters in het bisdom Pittsburg runden een pedofiliering, waarin ze slachtoffers naar elkaar doorschoven.

Shapiro maakte ook bekend dat kerkleiders, zoals aartsbisschop Donald Wuerl, het onderzoek bewust hebben gedwarsboomd. Het is opnieuw een herhaling van zetten. De kerkleiding negeert keer op keer waarschuwingen en onderneemt geen stappen. Integendeel, de misbruikpriesters en -bisschoppen werden overgeplaatst naar andere parochies, waar ze vervolgens verder gingen met hun misdadige praktijken. De enige verantwoordelijke die het veld moest ruimen was kardinaal Theodore McCarrick, die onlangs zijn ontslag aanbood aan paus Franciscus. Deze accepteerde het ontslag. Maar ontslag aanvaarden is een passieve handeling is, niet een actief optreden tegen misbruikers! Het blijft bij mooie woorden en een wat scherp aangezette brief. Eerder dit jaar vergaloppeerde de paus zich ook al in de kwestie rond de Chileense bisschoppen. Ook dat land kent een langdurig misbruikschandaal, waarin de verantwoordelijke priesters en bisschoppen buiten schot bleven. Paus Franciscus deed onthullingen daarover af als laster, maar werd uiteindelijk gedwongen het ontslag te aanvaarden van 3 van de 34 Chileense bisschoppen die een ontslagbrief hadden ingediend.

Waar is het 300 pagina’s tellend dossier over seksueel misbruik in de kerk, dat de toenmalige paus Benedictus XVI vlak voor zijn abdicatie ontving? De katholieke blogger Louie Verrecchio (https://akacatholic.com/) schreef onlangs dat Benedictus (mogelijk afgetreden vanwege de onthullingen in het dossier?) zijn opvolger de opdracht meegaf stappen te ondernemen. “Maar wat heeft Jorge Bergoglio, die het dossier nu vijf jaar in handen heeft, gedaan?” vraagt Verrecchio zich af. “Hij benoemde een homoseksueel, priester Battista Ricca, tot hoofd van de Vaticaanse Bank en antwoordde op vragen over de seksuele gerichtheid van de man “Wie ben ik om te oordelen?”; hij publiceerde een rapport voor de Synode van 2014 waarin hij schrijft dat “homoseksuelen gaven en kwaliteiten hebben die ten goede kunnen komen aan de christelijke gemeenschap”; hij benoemde Juan Barros tot bisschop in Chili, hoewel mensen de paus wezen op de homoseksuele voorkeur van Barros; hij benoemde priester James Martin, een LHBT-activist, tot raadgever bij het Secretariaat voor Communicatie van het Vaticaan.” En eerder deze maand benoemde de paus de Portugese priester José Tolentino Mendonça tot hoofd van het Geheim Vaticaans Archief. Mendonça zegt dat “Jezus geen regels vaststelde” en hij verkondigt de ideeën van een non die abortus en het homohuwelijk goedkeurt.

Veel zalvende woorden, maar ondertussen de verkeerde daden stellen. Hoe anders gaat de paus te werk als het gaat om priesters en bisschoppen die meer traditioneel en conservatief zijn. Kardinaal Raymond Burke heeft dat als een van de eersten ondervonden. Eind 2013 verwijderde paus Franciscus hem uit de Congregatie voor de Bisschoppen. Burke wordt gezien als woordvoerder van de conservatieve vleugel binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Een van de jongste slachtoffers van de progressieve koers van paus Franciscus is de aartsbisschop van Zagreb, kardinaal Josip Bozanić. Eind juli werd bekend dat het Vaticaan de conservatieve Bozanić wil verwijderen van zijn post in Zagreb en vervangen door de jonge bisschop Dražen Kutleša. Het is geen geheim dat de paus de traditionalistische kerkleiding in Kroatië niet ziet zitten. Kardinaal Bozanić spreekt zich openlijk uit “tegen de mislukte ideologieën uit de vorige eeuw, die een nieuwe orde in de samenleving willen creëren en vrede, welvaart en volledige gelijkheid beloven”. En terwijl Franciscus er geen probleem mee heeft een hamer-en-sikkel in ontvangst te nemen van de Boliviaanse president Evo Morales (in 2015), leidde Bozanić in mei 2017 een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van het communisme. “Voor ons betekende het communistische totalitaire systeem het begin van nieuwe vervolgingen, detenties en het vermoordden van onschuldige mensen in kuilen, ravijnen en massagraven. Vele daarvan bestaan nog steeds en zijn niet onderzocht,” aldus de kardinaal.

Paus Franciscus houdt er een dubbele agenda op na. Hard optreden richting conservatieve en traditionalistische priesters en weifelen of geen actie ondernemen naar liberale prelaten. Dat past binnen de politieke en theologische visie die ontwikkeld is door de ‘St. Gallen Groep’, een verzameling progressieve kardinalen die probeerde de verkiezing van paus Benedictus te voorkomen en er in 2013 in slaagde Jorge Bergoglio tot paus te laten verkiezen. Dat is althans de mening van Henry Sire, die onder het pseudoniem Marcantonio Colonna, vorig jaar The Dictator Pope: The Inside Story of the Francis Papacy publiceerde. In dat boek beschuldigt Sire paus Franciscus van opportunisme, tiranniek gedrag richting andersdenkenden, het mislukken van het aanpakken van corruptie in het Vaticaan, en het doelbewust sturen van de Synode over het Gezin, waarvan de uitkomsten moesten leiden tot wijziging van de moraal-leer van de Kerk. Eenzelfde mening houdt Philip Lawler er op na in zijn eerder dit jaar verschenen boek Lost Shepherd: How Pope Francis is Misleading His Flock. Meer en meer katholieken spreken hun verontrusting uit over de zwalkende koers van paus Franciscus en zijn moedwillig creëren van chaos in de Kerk en in haar leer. De vrees bestaat dat er nog heel wat onderzoeksrapporten zullen verschijnen, die vervolgens op mysterieuze wijze verdwijnen. Ook dat past in het chaotische beleid van de huidige paus.

Een Nederlandse vertaling van The Dictator Pope verschijnt later dit jaar bij uitgeverij De Blauwe Tijger:

Marcantonio Colonna ~ De dictator-paus

Posted on

De omvang van de Russische aanwezigheid in Donbass

In een aantal video’s en rapporten van de afgelopen dagen legt de OVSE opnieuw de vinger bij de betrokkenheid van Rusland in het conflict in Oost-Oekraïne. De betrokkenheid van Rusland heeft tot veel kritiek uit westerse landen geleid. In dit artikel een korte weergave van de betrokkenheid van Rusland in het conflict in Oost-Oekraïne en de omvang hiervan. Daarnaast wordt ingegaan op een aantal juridische en ethische zaken die verband houden met de Russische aanwezigheid in Oost-Oekraïne.

De militaire aanwezigheid van Rusland in Oekraïne is op zich geen nieuws. Zelfs president Poetin heeft erkend dat er tot op zeker hoogte een Russische militaire aanwezigheid is in Oekraïne. Er blijft echter onduidelijkheid over hoever deze Russische militaire aanwezigheid precies gaat. In dat opzicht zijn een aantal recent gepubliceerde drone-beelden van de OVSE erg interessant.

Op de drone beelden is te zien hoe een colonne vrachtwagens vanuit grondgebied dat onder controle van de Volksrepubliek Donetsk en Loegansk staat in het midden van de nacht naar Russisch grondgebied toe rijdt. Eveneens is te zien hoe de colonne tegemoet wordt gereden door een konvooi vrachtwagens dat Oekraïne inrijdt. De videobeelden zijn bijzonder interessant omdat de beelden laten zien dat de colonne de Russische grens oversteekt. Wat de lading was die de vrachtwagens transporteerden is niet duidelijk. Wel moet erbij woren vermeld dat er in de DNR en LNR een avondklok geldt in verband met de oorlog.

In dezelfde week deed de OVSE nog een ontdekking. In een rapport maakte ze het volgende bekend:

In niet-door-de-overheid-gecontroleerde gebieden spotte op 28 juli een mini-drone vier verschillende elektronische oorlogsvoeringssystemen (een Leer-3 RB-341V, een 1L269 Krasukha-2 en RB-109A Bylina en een anti-drone systeem, Repellent-1) bij Tsjornuchyne (64 zuidwestelijk van Loegansk), allen werden voor de eerste keer gezien door de Waarnemingsmissie.

Voor al dit materiaal geldt dat het om gloednieuw Russisch materiaal gaat. De RB-109A Bylina bevindt zich zelfs nog in de testfase. De wapensystemen konden dus niet zijn buitgemaakt op het Oekraïense leger.

Dit is echter niet de eerste keer dat dergelijke beelden opduiken. Eveneens bekend is het verschijnen van een  modern Russisch wapensysteem Pantsir-S in Loegansk. Het gloednieuwe luchtdoelraketsysteem werd waargenomen in Loegansk rond de tijd van de slag om Debaltsevo. Ook hier gaat het om een wapensysteem wat niet door Oekraïne wordt of werd gebruikt en zodoende door Rusland moest zijn geleverd.

Pantsir-S anti-luchtsysteem rijdt door de straten van Loegansk in Februari 2015, rond de tijd van de slag om Debaltsevo.

Een ander voorval is toen de Engelse journalist Graham Phillips, die bekend staat om zijn positieve houding naar de DNR en LNR, in één van zijn video’s bij de slag om Debaltsevo in 2015 een colonne T-72B3M’s liet zien. Het gaat hier om de meest moderne versie van de T-72-tank die evenmin in gebruik is bij het Oekraïense leger en dus uit Rusland afkomstig was.

Daarnaast bestaat er een beroemde reportage van VICE News die sterk in de richting wijst van de aanwezigheid van reguliere troepen van het Russische leger. In de reportage reproduceert de journalist Simon Ostrovsky een aantal foto’s die gemaakt zijn door een officier van het Russische leger. Ostrovsky laat zien dat één van de foto’s van de desbetreffende dienstdoende officier hoogstwaarschijnlijk in Oost-Oekraïne is gemaakt ten tijde van de eerder genoemde slag om Debaltsevo.

De grenzen van de Russische militaire aanwezigheid

Met het bovenstaande is nog niet alles gezegd. De aanwezigheid van het Russische leger in Oost-Oekraïne wordt veelal groter voorgesteld dan ze naar alle waarschijnlijkheid is. Misschien wel het bekendste voorbeeld hiervan is een persconferentie van de Oekraïense president Porosjenko aan het begin van het conflict. Op de conferentie houdt Porosjenko o.a. een aantal Russische paspoorten omhoog en gebruikt dit om aan te tonen dat er Russische troepen aanwezig zijn in Oekraïne. Het beeld van Porosjenko met de paspoorten in de hand levert weliswaar mooie plaatjes, maar aantonen dat het Russisch leger massaal in Donbass aanwezig is doet het niet. Iedere Rus die het leger ingaat moet namelijk zijn paspoort inleveren en krijgt daarvoor in de plaats een militair biljet. Reizen naar het buitenland, buiten missies om, is daarmee niet mogelijk. Daarenboven kan de soldaat na zijn dienst vijf jaar het land niet uit.

(foto: Widmann/MSC)

De mediastunt van Porosjenko heeft daarentegen eerder het tegenovergestelde aangetoond: namelijk dat tussen de rebellen veel Russische burgers dienstdeden. (Overigens waren er aan de zijde van DNR en LNR niet alleen vrijwilligers uit Rusland, er waren ook Serven, Wit-Russen, Moldaviërs, Kazakken,etc.) Dit beeld werd bevestigd door de Amerikaanse journalist George Eliason die een invasief paspoort- en wapenonderzoek heeft uitgevoerd in het door rebellen gecontroleerde gebied in 2014, aan het begin van het conflict. Eliason geeft aan bij vele checkpoints te zijn gestopt die door het Prezrak-Bataljon werden gecontroleerd en daar checks te hebben uitgevoerd van paspoorten en wapens van soldaten. Hoewel hij ook een aantal Russische vrijwilligers is tegengekomen geeft hij aan dat Oekraïense paspoorthouders verreweg de meerderheid vormden. De grootste groep buitenlanders die hij bij elkaar aantrof waren tien Spanjaarden. Wat wapens betreft geeft hij aan dat het meest moderne wapen dat hij in die tijd is tegen gekomen een Kalasjnikov was van bouwjaar 1963. Het type wapen dat tegenwoordig door het Russische leger wordt gebruikt is begin jaren `90 geproduceerd.

In dit opzicht van Russische troepen in Donbass is de bewoording van het Amerikaanse State Department (ministerie van Buitenlandse Zaken) voor de milities van de LNR en DNR interessant. Het State Department refereert namelijk veelal aan de rebellen als ‘Russian-led forces’. Deze bewoording wordt onder andere gebruikt door de speciale afgevaardigde van de VS voor het conflict in Oekraïne, Kurt Volker, als de woordvoerster van het State Department Heather Nauert. Er wordt dus niet gesproken over het Russische leger, hoewel een lezer niet bekend met het onderwerp misschien wel met deze indruk achterblijft.

De woordkeuze van het State Department is in overeenstemming te brengen met het antwoord dat president Poetin eind 2014 heeft gegeven op de vraag van een Oekraïense man. Tijdens een Q&A-sessie die live werd uitgezonden op de Russische televisie deed de Oekraïner Poetin de groeten van twee Russische soldaten die zich vermeend in Oekraïense gevangenschap bevonden. Poetin antwoordde:

“We hebben nooit gezegd dat daar (in Donbass, red.) geen mensen zijn die zich daar bezighouden met het oplossen van bepaalde vragen, inclusief in de militaire sfeer. Maar dat betekent niet dat daar een aanwezigheid is van reguliere Russische troepen. Voel het verschil.”

De permanente aanwezigheid van Russen in de Donbass zal vermoedelijk commandanten betreffen (uitgaande van de woordkeuze van het State Department) en specialisten. Het is bijvoorbeeld onwaarschijnlijk dat het hierboven besproken Pantsir-S luchtdoelraketsysteem wordt bediend door lokale soldaten. Om een dergelijk systeem en elektronische oorlogsvoeringssystemen te bedienen is een aanzienlijke training nodig die niet voorhanden is in de DNR of LNR. Ook kan gedacht worden aan de aanwezigheid van Russische speciale eenheden of trainers.

Voor de permanente inzet van het reguliere leger zijn echter geen aanwijzingen. Weliswaar hebben reguliere formaties van het Russische leger hoogstwaarschijnlijk een rol gespeeld in de slag om Ilovaisk en de eerder genoemde slag om Debaltsevo (zie: Gordon M. Hahn, Ukraine over the Edge, p.272-275), op andere momenten zijn er echter geen aanwijzingen dat het reguliere Russische leger aan gevechten heeft deelgenomen in Oekraïne.

Ondanks dat zijn de tussenkomsten van het Russische leger wel op belangrijke momenten gekomen. Tijdens de slag om Ilovaisk zou, zonder de tussenkomst van het Russische leger, de DNR gevallen zijn. Tijdens de slag om Debaltsevo in februari werd een belangrijk spoorwegknooppunt, dat het in december had ingenomen, op Oekraïne heroverd.

Internationale kritiek op Rusland

Met haar steun aan de zelfuitgeroepen volksrepublieken in Oost-Oekraïne heeft Rusland veel kritiek geoogst. Overigens beperkt zich deze kritiek niet alleen tot de militaire steun, maar wordt ook de humanitaire steun die Rusland de DNR en LNR geeft bekritiseerd. Die hulp betreft bijvoorbeeld voedsel, medicijnen en schoolboeken. Volgens internationaal recht is de militaire steun aan de DNR en LNR inderdaad illegaal. Wat echter opvalt is het grote verschil in perceptie in de westerse wereld van wat Rusland in Oekraïne doet in vergelijking met de veelvuldige inmenging van westerse landen in de binnenlandse aangelegenheden van derden.

Het is bijvoorbeeld geen geheim dat de VS in de jaren ’80 de Taliban steunden toen deze verwikkeld waren in een oorlog met o.a. de Sovjet-Unie in Afghanistan. Ook de steun van de VS aan het UÇK in Kosovo is algemeen bekend en is nooit serieus veroordeeld in westerse landen. Actueler is de steun van de Verenigde Staten aan de Koerden in het noordoosten van Syrië. En daarvoor hun steun aan het Vrije Syrische Leger en de westerse bombardementen op Syrië. Dit alles is ook niet in overeenstemming met het internationale recht.

Hoewel Rusland door westerse landen wordt bekritiseerd voor hun steun aan ‘dictator Assad’, is de militaire aanwezigheid van Rusland in Syrië wel legaal. Dit komt omdat het Russische leger op uitnodiging van Syrische regering naar het land is gekomen. Voor de Verenigde Staten is dit niet het geval, Syrisch Koerdistan, voor zover zij de VS hebben uitgenodigd, is geen erkende staat, ook niet door de VS zelf. Eveneens geldt dat de oorlogen die zijn gevoerd door westerse landen tegen andere landen (zoals bijvoorbeeld de oorlogen in Irak en Afghanistan) tegen het internationaal recht ingaan.

Er is een reden voor het verschil in perceptie in het westen van bijvoorbeeld de aanwezigheid van de VS in Syrië of haar handelen in Irak toen de oorlog uitbrak, in vergelijking met de aanwezigheid van bijvoorbeeld Rusland in Oekraïne of in Georgië. In het westen worden veel oorlogen namelijk als humanitaire interventies gepresenteerd (als ‘goede’ oorlogen) die moeten worden gevoerd om een bevolking te beschermen, vrijheid en democratie te brengen, te vechten tegen een dictator, etc. Welke oorlog een ‘goede’ oorlog is en welke oorlog een ‘slechte’  wordt hier aan de lezer overgelaten. Maar of een oorlog ‘goed’ of ‘slecht’ is zegt niets over de legaliteit van een dergelijke oorlog, het internationale recht is hier vrij duidelijk over: Internationaal-rechtelijk is de militaire aanwezigheid van een land op het grondgebied van een ander land pas gerechtvaardigd als het ofwel door de VN gesanctioneerd wordt op grond van massale mensenrechtenschendingen óf het land wordt uitgenodigd op het grondgebied. Dit betekent dat de Amerikaanse aanwezigheid in Syrië evenals de Russische aanwezigheid in Oekraïne illegaal is.

Indien het standpunt wordt ingenomen dat als een oorlog ‘goed’ is, het internationaal recht voor lief mag worden genomen, dan moet echter ook worden gekeken naar de situatie waarin de Donbass-oorlog zich heeft afgespeeld. In dat geval moet in het achterhoofd worden gehouden dat westerse landen openlijk hun steun hebben gegeven aan de staatsgreep die in Kiev heeft plaats gevonden. Het daaropvolgende verbod van politieke partijen die meer georiënteerd waren op federalisering van Oekraïne kan ook dienen om een ‘humanitaire interventie’ te bepleiten. Andere pijnpunten zijn: het voorstellen van het afschaffen van de officiële status van de Russische taal, wat veel kwaad bloed heeft gezet onder de bevolking van de Donbass; het afzetten van de president en het instellen van de interim-regering had geen grondwettelijke basis en beslissingen zijn door het parlement gemaakt onder druk van geweld; het sturen van het leger naar de demonstranten in Donbass ondanks dat er amper onderhandelingen hebben plaatsgevonden tussen de demonstranten en de regering. Ook de aanslag op het vakbondsgebouw in Odessa van 2 mei 2014 en het gebrek aan vervolging van de daders zouden stuk voor stuk goed kunnen dienen als argumenten voor een ‘humanitaire interventie’ van Russische zijde.

De houding van het Westen tegenover het conflict in Oekraïne staat in schril contrast met de houding ten opzichte van het conflict in Libië of Irak: daar waar schendingen van mensen- en burgerrechten in de laatste voorbeelden in het westen als moverende redenen voor interventie gezien worden, zijn de bovengenoemde zaken in Oekraïne niet serieus opgepakt door westerse landen. Veelal genieten deze feiten zelfs amper bekendheid.

Betekent Russische aanwezigheid oorlog?

Niet verrassend blijft de Oekraïense houding ten opzichte van de militaire betrokkenheid in Donbass onverminderd hard. Door Oekraïense politici en media wordt aan de Donbass (maar ook de Krim) gerefereerd als de ‘tijdelijk bezette gebieden’. Veelal wordt er gesproken over ‘Russische agressie’ en ‘Russische militaire aanwezigheid’ en wordt er in hun taalgebruik geen onderscheid gemaakt tussen de soldaten die voor het overgrote deel lokale burgers zijn en de Russische specialisten, commandanten en materieel.

De houding van Oekraïne naar het conflict in Donbass kwam recent opnieuw aan het licht toen Deutsche Welle aan de oorlog in de Donbass refereerde als zijnde een burgeroorlog. Er werd vervolgens een mediaoffensief opgezet vanuit Oekraïne dat Deutsche Welle haar woordgebruik over een ‘burgeroorlog’ zou moeten aanpassen. In deze campagne heeft ook de Oekraïense woordvoerster van het ministerie van buitenlandse zaken Mariana Betsa zich gemengd. Het resultaat is dat Deutsche Welle uiteindelijk haar woorden heeft aangepast als zou het conflict in Donbass geen burgeroorlog zijn.

Er valt wat te zeggen voor het gebruik van de term ‘oorlog’ voor het conflict in Oost-Oekraïne. Maar om de term ‘burgeroorlog’ te vermijden gaat voorbij aan het lokale karakter van de opstand in Donbass. Rusland steunt de DNR en LNR weliswaar, ook met militaire middelen. Sterker nog, zonder Rusland zouden de volksrepublieken niet kunnen bestaan vanwege de sancties vanuit Kiev. Maar het is hetzelfde als zeggen dat de burgeroorlog in Kosovo geen burgeroorlog is maar een oorlog door de steun van de VS aan het UÇK. Eenzelfde soort argument kan worden gebruik voor de situatie in Tsjetsjenië, Libië, Jemen etc. stuk voor stuk conflicten die in het Westen algemeen als burgeroorlog worden beschouwd. Een groot deel van de achterliggende problemen gaat verloren door het conflict een oorlog te noemen waarin alleen Rusland moet stoppen.

Een peiling die vorig jaar is afgenomen in de DNR legt dit bloot. Daarin wordt opnieuw stil gestaan bij het referendum dat in 2014 werd gehouden in de DNR. Van de stemmers heeft destijds 89% voor gestemd voor ‘de akte van staatsonafhankelijkheid van de Volksrepubliek Donetsk’, 10% stemde tegen. Na drie jaar oorlog geeft slechts 55% van de deelnemers van de peiling aan nog steeds hetzelfde te zullen stemmen indien een dergelijk referendum opnieuw zou worden gehouden. De overige 45% stemt tegen. Op de vraag echter welke toekomst voor de DNR door de respondenten van de enquête wordt geprefereerd geeft 65% aan deel te willen worden van Rusland, 18% zou onafhankelijk of met de LNR verder willen, slechts 11% wil terug naar Oekraïne (9% onder voorwaarde van autonomie of in een confederatie).

Hoewel Rusland de zelfuitgeroepen Volksrepublieken in Oost-Oekraïne steunt, inclusief met (beperkte) militaire steun, lijkt de militie in de Volksrepublieken voornamelijk te bestaan uit lokale krachten. Alleen op kritieke momenten zijn deze versterkt door Russische reguliere legereenheden. Dit doet er echter weinig af aan dat er sterke aanwijzingen zijn dat de lokale bevolking weinig sympathie heeft voor een terugkeer naar Oekraïne. Het conflict in Oost-Oekraïne heeft daarom het karakter van een burgeroorlog.