Posted on

Sid Lukkassen: Samen kunnen we het fundament leggen van een Nieuwe Zuil!

Met zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’ wil publicist dr. Sid Lukkassen een stem geven aan de vele mensen in Nederland die nu nog niet gehoord worden.

Waar de mainstream media in de ban zijn van politieke correctheid en ideologische vooringenomenheid, wil Lukassen het rationale debat opzoeken, gericht op een realistische kijk op wat er speelt in de samenleving. Alles wat zich niet aan de ideeën van de weldenkende klasse conformeert wordt in de mainstream media gemakzuchtig afgedaan als irrationeel onderbuikgedoe, maar de rationele analyses die eronder liggen worden simpelweg genegeerd. Sid Lukkassen wil zich er voor inzetten om deze toch over het voetlicht te brengen om zo het publieke discours echt vooruit te brengen. En daar heeft hij uw steun voor nodig, in de vorm van een bijdrage aan de crowdfunding om dit project mogelijk te maken. Meer informatie daarover is te vinden op http://www.latenwekerkenbouwen.nl/crowdfunding/ 

In onderstaande videoboodschap licht Lukkassen zijn plannen toe:

Posted on

Wat is chaos? Een cultuur-filosofisch gesprek

Na eerder de vraag ‘Wat is cultuur?‘ uitgediept te hebben, voerden Wim van den Bergh van de Batavieren Podcast en uitgever en filosoof Tom Zwitser onlangs opnieuw een uitgebreid gesprek met elkaar. Nu vanuit de tegenovergestelde benadering: ‘Wat is chaos?’ Dit mede naar aanleiding van dingen die de Canadese hoogleraar psychologie en cultuurcriticus Jordan Peterson daar enige tijd geleden over zei op de conferentie van De Nederlandse Leeuw.

“De vraag wat chaos precies is”, aldus Zwitser “is heel interessant, want niemand heeft daar direct een beeld bij. Hooguit zou je kunnen zeggen: chaos is een gefragmenteerde orde of datgene wat eerst ordelijk in elkaar zat, maar versplinterd is of kapot is. En dat ervaar je als chaos. Maar chaos zelf? Wat kan chaos nou zelf zijn? Dat is eigenlijk veel lastiger.”

Het gesprek van zo’n anderhalf uur is hier te bekijken:

Tom Zwitser ~ Heerlijke platte wereld

 

Posted on

De bouw van een Nieuwe Kerk

Als ik stel dat we weer kerken zullen bouwen, klinkt dit sommigen als muziek in de oren. Zoals Erik van Goor, die een heldere toelichting schreef. Wat de constatering “we gaan weer kerken bouwen” betekent, is wellicht anders dan u in eerste opzicht vermoedt.

Samenvatting

“Ten eerste is er een Systeem dat een taal bezigt die niet meer overeenkomt met de werkelijkheid. Ten tweede noemt hij het gebrek aan sociale cohesie en groepssolidariteit binnen de geleding van de samenleving die juist om een Yernaz heen had moeten (blijven) staan.

De werking vanuit het systeem maakt dat ‘rechts’ niet in staat is om zich staande te houden als groep met een sociale cohesie. Deze werking is inherent aan het systeem en is onvermijdelijk en niet te ontlopen. Rechts is dus niet hard genoeg om de werking vanuit het systeem te weerstaan. Het ontbeert een eigen ‘systeem’ met een inherente hardheid om krachten van buiten of te weerstaan, of te geleiden, of zelfs te pareren of te verslaan. Men heeft weliswaar de werkelijkheid mee, maar mist de tools om dit belangrijke voordeel om te zetten in een succesformule.”

Oftewel: FvD werd gedeugshamed via Yernaz en bleek gevoelig voor die shaming (hierover verderop meer). Het punt van de ‘hardheid’ is dus extreem belangrijk. In de huidige post-rationele cultuur win je niet door de argumenten van de tegenstander te weerleggen met eigen bewijzen – je wint door hem of haar in sociale status te verlagen. In een video heeft Paul Nielsen deze staat van het huidige publieke debat perfect gedocumenteerd. Van Goor legt uit hoe dit komt:

“Dit is omdat het volksdeel van dit denken een ruimte mist van zelfbepaling, waarin een taal kan worden gebezigd die analoog is aan de werkelijkheid die gezamenlijk wordt gezien, begrepen en ervaren. Een ruimte waarin de wil bestaat om deze werkelijkheid ook gezamenlijk onder woorden te brengen, te ontwikkelen en uit te dragen.

Zo worden de contouren van de ‘kerk’ van Lukkassen zichtbaar. Eenvoudig voorgesteld zijn deze te typeren met het drietal begrippen ‘ruimte’, ‘hardheid’ en ‘samenhang’. Deze ruimte ziet Lukkassen niet alleen als denkruimte, maar ook als een interactieve en fysieke ruimte: gespreks- en caféavonden.”

Open debatcultuur

Om dit verder uit te leggen, beginnen we met een verstaan van wat een rationele open discussiecultuur is: dat is een cultuur die geacht wordt de democratie te dragen. De parlementaire democratie is een formeel machtsspel dat zich afspeelt binnen instituties, maar het publieke debat is het levensbloed van dat spel, de voedingsbodem. Waarden als rationaliteit, logica en feitenkennis maken dat het bloed vrijelijk kan stromen, van het hart naar het lichaam en het brein.

Als deze waarden opdrogen, dan vervliegt het bezielende elan van de democratie. Andere visies zullen dan weer onze zielen aanzuigen: premoderne wijzen om de macht te organiseren en soevereiniteit vorm te geven keren mogelijk weer terug. De macht zal zich weer op andere manieren present willen stellen, omkleed met begeestering, magie, mystiek en mogelijk het sacrale.

Nu nemen wij de Duitse filosoof Julian Nida-Rümelin als uitgangspunt. Hij is bij uitstek de serieuze denker-politicus met een rotsvast vertrouwen in de open debatcultuur als draagsteen van de parlementaire democratie. Lezen we de werken van Nida-Rümelin, dan zien we een democratie voor ons oprijzen die is gebaseerd op overleg, transparantie, feitenkennis en rationaliteit.

“Demokratie ist ohne Wahrheitsansprüche inhaltsleer. Demokratie ist kein bloßes Spiel der Interessen. Politische Entscheidungen sind nicht lediglich »Dezisionen« ohne Begründung und ohne ethischen Gehalt.”  In Demokratie und Wahrheit (2006) stelt de auteur dat aan ieder democratisch besluitsvormingsproces waarheidsclaim over feiten en over ethiek ten grondslag liggen: “Die Wahrheit, das Ringen um das empirisch und normativ Richtige, haben einen zentralen Ort in der Demokratie.”

Censuur opgelegd door ‘68

Inmiddels is de democratie geworden tot iets totáál anders dan wat Nida-Rümelin voor zich zag. Wat Jürgen Habermas noemde de “machtsfreie Dialog” is dood. Hoe kon het zover komen? Dat verklaart Bruno Barnard:

“Het zou lang duren voordat sommige mensen, van uiteenlopende generaties, begonnen in te zien wat er na mei 1968 gebeurd was. Gramsci had gelijk gekregen, er waren stellingen veroverd, in de pers, in het onderwijs, vooral aan de universiteiten, burgerlijke instituten als kerk en huwelijk werden afgebroken en het extreemlinkse denken vrat de burgerij geleidelijk van binnenuit op. De leerlingen werden leraar; de stencildraaiers journalist; de seminaristen vader van weldra te indoctrineren kinderen.”

Nu is het de vraag hoe je jezelf in zo’n “post-Habermasiaanse” situatie nog staande kunt houden. In deze tijd van politieke correctheid en overgevoeligheid zijn zelfs komedie en satire gecensureerd – essentiële zaken voor een open discussiecultuur. Voordat je het weet word je door de ideologische machine die Barnard omschrijft van van alles beschuldigd: die verwijten blijven plakken.

Aangezien alles tegenwoordig googlebaar is, zullen toekomstige werkgevers je erop afrekenen en mogelijk schrikt de controverse zelfs potentiële klanten en afnemers af. Het is een strategie waartegen men zich feitelijk niet meer op een rationele manier kan verweren – en dus is de volgende logische stap het bouwen van een ‘Nieuwe Kerk’. Hiermee bedoel ik een fundament van samenleven dat enige houvast verschaft aan realistisch denkende mensen – van liberale humanisten tot nationaal-conservatieven. Deze mensen wil ik ook gaan samenbrengen op discussie- en caféavonden.

Deugdynamiek

U kunt wel wanhopig deugsignalen gaan uitzenden, als eenmaal zo’n ‘ongevoelige’ uitspraak is gedaan: uzelf vastleggen op selfies omringd met homo’s, moslims of leprapatiënten zo u wilt. Het deugvertoon kan nooit volledig genoeg zijn: hooguit ontstaat er een deugdynamiek waarbij degene die het minst ver gaat in het deugvertoon verdacht zal zijn en zal worden uitgesloten. Als de hoogste boom is omgezaagd is er altijd een volgende hoogste boom. Met rationaliteit heeft dit niets meer van doen.

Wat we krijgen is een communistisch klapfestijn: niemand durft als eerste te stoppen met klappen voor de leider, uit vrees geen goede communist te zijn. Nu de grote politieke discussies zich van economie naar cultuur hebben verplaatst zal deze deugdynamiek nooit meer stoppen.

Dit proces is met de tragiek rond FvD’er Yernaz Ramautarsing nogmaals aan het licht gekomen (luister hier mijn podcast erover). Uiteindelijk zul je een eigen kerk moeten gaan bouwen, waarin je jouw verhaal kunt vertellen en met weldenkende mensen kunt samenzijn. Want dit deugvirus heeft zich als een infectie door de maatschappij verspreid. Denk aan Google, denk aan James Damore. The powers that be zitten Trump nog even uit en willen dan volledig Brave New World gaan. Van PRISM tot het censureren van rechtse Twitter- en YouTube accounts: de voortekenen zijn overal.

Karaktermoorden zijn aan de orde van de dag: artikelen openen met “zijn critici zeggen”, of “voor haar critici is zij een…”. Op deze wijze kunnen allerlei labels op mensen worden geplakt zonder dat er een basis in de realiteit voor hoeft te zijn. De kop hoeft maar te worden opgeschreven of het kwaad is al geschied. Vervolgens komen de algoritmes die, afhankelijk van de levensbeschouwelijke kleur, de ene kop versterken en de tegenkop verzwakken. Het hitpiece dat u een ‘fascist’ noemt gaat omhoog in de rankings: het stuk dat u vrijpleit met de feiten bungelt onderaan de zoekresultaten.

Communicatieve media

Natuurlijk versterkt de komst van de nieuwe communicatiekanalen dit alles met een factor tien. Twee politici voeren één debat, maar maken beiden verschillende video’s. Daarin worden hun eigen hoogtepunten gemaximaliseerd en de sterke punten van de tegenstander worden weggeknipt of afgezwakt. Er worden absurde misrepresentaties van argumenten opgevoerd – alleen de delen waarin de spreker op deze misrepresentaties reageert halen vervolgens het nieuws. Zo kan zelfs de meest belezen persoon aan het volk worden opgevoerd als een mafkees.

Het leidt tot enclaves waarin iedereen voor eigen parochie preekt en waar dezelfde begrippen totaal verschillende associaties opwekken. Ook de staatsomroep is zoals we weten géén neutrale scheidsrechter. Dus trek dit gewoon consequent door: voeg de theorie naar de praktijk in plaats van een dode en bedrieglijke theorie over ‘open debat’ in stand te houden. Geef gewoon eerlijk toe dat het era van het democratische debat als open en eerlijk overredingsproces ten einde is. Bouw die kerken want de kerkgangers zijn er toch al. Ze zitten alleen nog in het verkeerde gebouw, het gebouw van het parlement, waar hun wensen niet meer zullen worden vervuld.

Want de meeste politici zijn vandaag helaas pr-managers zonder inhoudelijk verhaal. Kneedbare en inwisselbare lieden met een ‘bestuurdersmentaliteit’ – er staat geen geestelijke arbeid meer aan de basis van het politiek overtuigingsproces. Staatsburgers worden gestuurd als consumenten, via ‘nudging’ en ‘social proof’ meer dan met feiten, analyses en bewijzen.

Het ‘debat’ wat zo overblijft is een façade. Pure belangen worden doorgewalsd naar de macht, en consciëntieuze mensen met realistische inzichten worden op die weg verpulverd.

Oproep tot actie!

Ik zoek nu mensen met organisatorische vaardigheden, die bijvoorbeeld een debatruimte ter beschikking kunnen stellen met hapjes en drankjes. Een café of een zaal of iets vergelijkbaars met het huiskamermodel van de Batavieren. Onder dit initiatief moet ook een sociaal-economische basis komen. Want de enige manier om aan de beschreven uitsluiting te ontkomen, is het bouwen van een eigen Kerk (waarvoor ook wel de term ‘Nieuwe Zuil’ gangbaar is). “Ik wil gewoon debat, ik wil dat feiten en meningen botsen”, is evident niet meer vol te houden in deze situatie. In de post-Habermasiaanse situatie zijn feiten namelijk ondergeschikt gemaakt aan de deugdynamiek.

Daarom wil ik weer kerken: mooie verhalen om de achterban mee te bezielen. Zodat we geen totale maatschappelijke uitsluiting hoeven te vrezen, omdat we elkaar hebben, en elkaar zullen ondersteunen en versterken. Mijn oproep tot actie is hierbij om anderen dit stuk te laten lezen en mij een verhaal, een ervaring of een probleem toe te sturen. Hierover kan ik weer publiceren om de “kerk” verder uit te denken.

Rapport uit de samenleving

Maar we kunnen natuurlijk niet afsluiten zonder een dergelijk stukje rapport uit de samenleving. Evelina stuurde mij een artikel over de agressie van het progressieve spectrum. De algemene bevinding: rechtse mensen reageren op een statement met discussie, linkse mensen reageren op een statement met morele verwijten. Hierom voelen centrum-denkende mensen minder aandrang om met linksen te discussiëren. Maar uit angst voor confrontatie gaan ze hen publiekelijk naar de mond praten. Hierdoor begint iedereen te denken dat links denken de norm is, waaraan ze zich vervolgens conformeren.

Ook blijkt dat rechtse mensen de argumenten van linkse mensen betrekkelijk goed begrijpen: ze kunnen deze navertellen en uiteenzetten hoe linksen denken. Maar andersom is dit niet het geval. Dit blijkt uit vele studies, waarbij wetenschappers testgroepen lieten discussiëren over linkse en rechtse standpunten. Linkse mensen die zich in de gedachten van rechtse mensen moesten verplaatsen, kwamen niet verder dan wat negatieve morele statements. Het artikel is één lang bewijs dat waarheidsvinding en rationaliteit in het centrum staan van het rechtse denken, terwijl het linkse denken is geconcentreerd op emotie en morele verontwaardiging.

Helaas zijn de massa, de mediacultuur en de democratie inmiddels veroverd door de emotionele cultuur van morele verontwaardiging: dit noodzaakt tot de ‘hardheid’ die Van Goor zo treffend omschreef. Want wat is het alternatief voor een samenleving waar we elkaar niet op basis van argumenten kunnen overtuigen? Where one can’t convince, one must kill. Ter illustratie een nieuw voorbeeld van een ingezonden ‘verhaal uit de samenleving’:

“Goed gesprek met Eric C. Hendriks. Wat jullie daar blootleggen geldt voor de academische wereld in NL en –hoeft het nog gezegd – klopt ook voor de culturele en hoernalistieke instellingen in Vlaanderen (en ongetwijfeld ook voor de academische wereld in Vlaanderen – zie Maarten Boudry).

Met mijn journalistieke achtergrond (vind het bijna bespottelijk om het zo te noemen, maar it is what it is) en ervaring zou ik in principe makkelijk aan een redacteursbaantje moeten raken, maar sollicitatierondes worden meestal na een tijdje afgebroken. Meer dan een warrige HR-uitleg krijg ik dan niet te horen (is voorgevallen bij zowel Humo, waar ik zogezegd uit honderden mensen werd geselecteerd, als Gazet van Antwerpen). Ik werk intussen als ondertitelaar/vertaler maar meer dan een bijberoep is dat eigenlijk niet. Meer nog, het is gewoon een soort studentenjob, waar ik hoegenaamd niet mee rond kom. Steeds als ik solliciteer voor een interim-redacteursfunctie volgt zelfde warrige HR-uitleg.

En dit alles terwijl ik nochtans niet zo rechts ben. Ik hou van underground elektronische muziek en het tribale gevoel binnen de rave-scene, die toch verschrikkelijk social justice is. Dit combineer ik met eurosceptische, libertarische neigingen en ‘populistische’ overtuigingen over het mohammedanisme. Rechts lullen, links vullen. Maar als ik dit niet deed, verzaakte ik mezelf.

Intussen heb ik alle hoop laten varen om nog tewerkgesteld te raken binnen mijn ‘métier’ en begin ik een arbeidersbestaan te overwegen. In de geest van Bukowski lijkt mij zo’n arbeidersbestaan misschien nog enige charme te hebben: werken, schrijven en drinken. Maar het is toch enigszins treurig als dit je enige toekomstperspectief is, vooral als iemand die graag over ideeën praat.”

Gevaarlijk spel

Denk bij dit alles aan een scène in de film Batman. “You’ve crossed the line – you hammered them to the point of desperation. And in their desperation, they turned to a man they didn’t fully understand.” De elite speelt een gevaarlijk spel. Door dissidente geluiden uit te sluiten maken ze mensen met geen weg voorwaarts en geen weg terug. Mensen met niets te verliezen en een wereld te winnen.

Posted on

Is Sid Lukkassen de ‘#metoo’ van het linkse fopintellectualisme?

Al sinds het begin van de mensheid wordt macht misbruikt voor seksueel gewin – zelfs in vrije samenlevingen wordt dit misbruik zelden aangekaart. Totdat er een vliegwiel in beweging werd gezet. Net zoals de Arabische Lente sterke emoties losmaakte nadat één arme sloeber zich in brand stak, zo spraken hele massa’s zich uit tegen machtsmisbruik onder de noemer #metoo. De veenbrand werd een uitslaande brand.

Cultuurmarxisme

In ons intellectuele landschap voeren linkse intellectuelen de boventoon en zijn normbepalend. Steeds meer wordt dit normbepalende gedrag een steen des aanstoots voor een groeiende groep mensen. Sinds enige jaren heeft deze steen des aanstoots een naam: cultuurmarxisme. De term geeft aan dat culturele verschillen steeds meer gelijkgetrokken worden. Heldere culturele ijkpunten worden van hun sokkel gesleurd en onbekende culturele elementen worden juichend als alternatief gepresenteerd.

Sid Lukkassen is sinds enige jaren een onvermoeibare voorvechter in de strijd tegen dit cultuurmarxisme. In zijn nieuwste boek Levenslust en Doodsdrift presenteert hij de lezer een bloemlezing uit zijn rijke repertoire van essays. Daarin wordt het cultuurmarxisme vanuit grote belezenheid gekapitteld, ondersteund door een diversiteit aan bronnen.

Serieuze uitdaging voor intellectueel links

In de inleiding geeft hij aan “dat hiërarchieën van cultuurwaarden noodzakelijk zijn om prestaties te waarderen”; hij sluit het boek af met kritiek op de Groene Amsterdammer, die had moeten leren van de misser van Hillary Clinton om de Trump- supporters weg te zetten als een “basket of deplorables” – en dat niet deed. Tussen deze inleiding en de afsluitende column passeert een rijke keur aan onderwerpen de revue met een helder kenmerk: intellectueel links heeft een evenknie op rechts. Hoewel de auteur uit intellectuele eerlijkheid de rechterflank zeker niet spaart. Lukkassen voert een hartverwarmend pleidooi voor de brede middensamenleving – waarmee hij zeker niet bedoelt: het politiek correcte midden.

Uitgaande van de stelling ‘cultuur is een hiërarchie van waarden’ krijgt de afbraak van de westerse cultuur gedecideerd repliek te verduren. In ‘Nieuwe censuur in Duitsland’ verduidelijkt hij hoe met nieuwe regelgeving over het tegengaan van nepnieuws de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt. Wie bepaalt namelijk wat nepnieuws is of anderszins uit de nieuwsweergave gefilterd moet worden? In de column erna stelt hij: “in een deliberatieve democratie is het van belang dat burgers met elkaar in debat kunnen gaan”, terwijl de door algoritmes geregelde media bepalen wie er toegang heeft tot gebruik van mediakapitaal.

Cultuurverraad krijgt weerspraak

Deze filtering vindt plaats terwijl journalisten zelf bepalen wat journalistiek relevant is: zij gebruiken ons podium om hun wereldbeeld op te leggen. “Ingegraven elites bepalen welke ideeën wel of niet bespreekbaar zijn” stelt Lukkassen – deze elite gooit het liefst verschillende culturen door elkaar. Niet alleen wordt de immigratie vanuit andere culturen gestimuleerd, maar ook worden wij aangespoord om de culturele kracht van ons onbekende culturen te omarmen en tegelijkertijd onze eigen culturele kracht te verloochenen. Juist door alle ijkpunten te verwijderen is “de politiek géén voortzetting mee van de burgerlijke cultuur”. De waarheid is zo geliefd, dat zij die iets anders liefhebben wensen dat dit de waarheid is. De media-elite echter “haat de waarheid in het belang van hetgeen ze liefhebben in plaats van de waarheid”.

Hij legt ook zijn vinger op een zere plek, die bij de PVV veel opgang doet. Hierbij schetst hij het feitelijke verschil tussen de politici van de Europese Commissie, die hun auto parkeren in de beveiligde garage in het Berlaymont en van daaruit hun steun voor een multiculturele samenleving (burgers moeten “hun hart wat meer openstellen voor de medemens”) uitstorten over hun kiezers, die dagelijks worden geconfronteerd met beschadigde auto’s buiten deze beveiligde garage.

Liberalisme en de islam

Binnen de kritiek op de politieke cultuur om te omarmen wat politici ver van zich houden, past ook de kritiek op de omarming van de islam. Alleen al het feit dat ‘islam’ feitelijk ‘onderworpen’ betekent (aan Allah), is voor iedere liberaal – wat de auteur is – een gruwel. In verschillende columns wijst hij op het risico dat de integratie van moslims in de liberale, westerse samenleving nooit kan slagen zolang moslims als een soort elastiek telkens terugkeren naar hun religieuze roots. Zo loop je het risico van Mohammed Anfal (lid van Leefbaar Rotterdam en ondanks zeer westerse overtuigingen toch overstappend naar een islamitische partij); niet alleen een stap dus voor kansarme analfabeten, maar ook voor goed-opgeleide, geïntegreerde moslims.

De kritiek op de huidige samenleving komt ook kleurrijk tot uiting bij het bespreken van de hof-hermafrodiet. Dit fascinerende archetype komt voor in vele gezichten en “verschijnt overal waar baantjes te vergeven zijn en is als een kussen dat altijd de afdruk draagt van de laatste persoon die erop zat”. Deze “sociale glibberigheid” is een rode draad, die in diverse essays in veel varianten terugkomt. Deze “follower van de followers” is ook een rol, die Lukkassen zelf absoluut niet past. Sterker nog: hij propageert actie om de “strijd om het voortbestaan van Europa” te kunnen voeren. En eerlijk is eerlijk: hij gaat voorop in deze strijd.

Irrationeel gedrag versus kritische houding

Zelf las ik ooit met veel plezier het boek Onderstroom – de onweerstaanbare drang tot irrationeel gedrag. Daarin wordt een keur aan sociologische testen en wetenschappelijke missers ten tonele gevoerd met als hoofdlijn dat mensen niet handelen op rationele gronden. Het boek bevat geen geheimen: dit is algemeen bekend en doet wellicht de hoop op het welslagen van Lukkassens acties krimpen. Laat hij echter niet stoppen met zijn belangrijke publicaties. Niet dat ik het altijd inhoudelijk met hem eens ben, maar je moet altijd kritisch blijven. Rust roest en juist een kritische houding brengt de mens op langere termijn verder.

De belezenheid van Lukkassen maakt dat hij dat hij dat op vele fronten laat zien. Naast de reeds vermelde onderwerpen gaat hij ook in op de zorgen over de macht van kartels. De “kartelocratie” van Thierry Baudet en Arnout Maat komt niet alleen voor in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven. “In een notendop betekent dit dat het economische systeem machtiger is geworden dan het politieke bestel” volgt op de constatering, dat de politiek niet langer het vliegwiel is de economische ontwikkeling. Dit ziet Lukkassen als een zorgelijk punt voor de sociaaldemocratie, die sinds ‘Nieuw Links’ de steun aan de arbeider heeft ingeruild voor een culturele agenda.

Hof-hermafrodieten en startups

In de bundel is ook zijn pleidooi te vinden voor het oprichten van een “Nieuwe Zuil”, die de bekende (en inmiddels sterk geërodeerde) zuilen uit het midden van de vorige eeuw moet vervangen en de basis moet zijn voor een fris elan in onze samenleving. De “hof-hemafrodiet” heeft, in combinatie met het door elkaar gooien van culturen, veroorzaakt dat “objectiviteit ondergeschikt gemaakt is” aan “het managen van sociale indrukken om de heersende kosmopolitische ideologie aan de macht te houden”.

De kosmopolitische machten houden de burger onwetend, bijvoorbeeld door startups te stimuleren; door Lukkassen vertaald in “bullshit-jobs”. Daar waar ouderen de opbrengsten van onze gasvoorraden hebben uitgegeven aan “ja, aan wat?” en ook nu nog via vakbonden hun eigen rechten veiligstellen, moet de stille generatie “gedwee en kneedbaar” zijn om dit alles mogelijk te laten zijn. Hij analyseert een economie waarin “trouw, loyaliteit en rechtvaardigheid geen plaats meer hebben”. In plaats daarvan worden mensen gevormd op een wijze die representativiteit belangrijker maakt dan inhoudelijke kennis. Door steeds te wisselen van functie wordt alles leeg en inhoudsloos. De specifieke talenten van het individu worden in het eindproduct onzichtbaar: vakmanschap en arbeidstrots verliezen hun betekenis.

Netwerkeconomie

In de economie van nu is de belangrijkste vaardigheid het bouwen van netwerken waarbinnen mensen elkaar functies toekennen. Niet de kwaliteit ten behoeve van de samenleving is daarbij doorslaggevend, maar de loyaliteit aan het netwerk waarvan je deel uitmaakt. Het betoog van de rector van de Universiteit Leiden, dat iemand met een opleiding klassieke talen nu directeur is van een multinational, leidt in een netwerkeconomie tot Lukkassens vraag “of dat niet eerder ondanks klassieke talen dan dankzij” is bereikt.

Het palet aan onderwerpen is nog veel breder dan in een reguliere recensie kan worden behandeld. Zo bekritiseert Lukkassen Frans Timmermans, die te pas en te onpas historische feiten koppelt aan het door hemzelf gewenste toekomstbeeld. Begeesterend is de column waarin hij de polemiek tussen Houellebecq en Lévy behandelt: daarin bekent Houellebecq dat hij liever het onrecht van een dictatuur steunt dan de wanorde te verwelkomen die het omverwerpen van de dictatuur brengt. Ronduit vermakelijk zijn ook de polemieken van Lukkassen met zijn criticasters en vertederend zijn zijn analyses waar het gaat om de vrouwelijke aard.

Tot besluit

Tenslotte: ben ik het op alle punten met Lukkassen eens? Zeker niet, maar juist daarom is het boek zo aanbevelingswaardig. De opgeruimde schrijfstijl dwingt de objectieve en kritische geest steeds weer om onderwerpen in een nieuw licht te zien. Ook staat hij door zijn ruime belezenheid en scherpte ver van uitgekauwde kritiek met betrekking tot complottheorieën en andere drogredenen. Steeds weer wordt die (zeer on-intellectueel) door linkse intellectuelen aangehaald om zelfs de meest doorwrochte kritiek op hun standpunten terzijde te schuiven. De inhoud is waar zij kwetsbaar zijn, dus vluchten zij in framing en morele verontwaardiging.

Dit fopgedrag is intussen zó voorspelbaar dat het saai is geworden. Inmiddels hebben mensen behoefte aan het lezen van nieuwe boeken met verfrissende inzichten zoals deze.

Waar de Arabische lente werd ingeleid door een enkeling en waar #metoo een lawine tot gevolg had, kan ook Sid Lukkassen door het cordon van de Gutmenschen heenbreken. Zij zijn namelijk op veel punten het historische anker al langere tijd kwijt: ze zijn kwetsbaar en Lukkassen heeft de bagage om hen op volwassen wijze een voldragen weerwoord te bieden.

N.a.v. Sid Lukkassen, Levenslust en doodsdrift. Essays over cultuur en politiek (Uitgeverij De Blauwe Tijger: Groningen, 2017), paperback met flappen, 304 pagina’s.

Posted on

Over structuur en cultuur bij Buitenhof

Op 3 September 2017 hebt u getuige kunnen zijn van een van de meest interessante debatten in de recente geschiedenis. Het debat tussen Casper Thomas en Sid Lukkassen bij Buitenhof. Niet zozeer vanwege de inhoud, beide partijen debatteerden vanuit een geheel ander wereldbeeld en kwamen niet verder dan de eigen inhoud, maar vanwege het beeld wat er uit spreekt. Dat beeld is er namelijk een van structuur versus cultuur.

Structuur en Cultuur

Structuur is hier de gedachte; wat u ziet is wat u krijgt. Daarmee wordt bedoeld dat er slechts letterlijk gekeken wordt naar de realiteit. Verbanden bestaan daarmee dus ook alleen als deze direct aangetoond kunnen worden. Het moet bewijsbaar, controleerbaar zijn. Het is uiteindelijk gestoeld op de gedachte dat ideeën slechts een chemische of biologische samenstelling zijn in onze hersenen. Dat zij geen dingen op zichzelf zijn. Of Thomas hier zo over denkt is niet duidelijk, maar in algemene zin is dit de herkomst van kijken naar de realiteit als structuur.

De rol van de mens in deze structuur is louter mechanisch van aard. Het is de mens als ingewikkelde biologische machine, waar ‘we’ alleen nog niet genoeg data van hebben verzameld om precies te weten hoe deze machine werkt. Er zijn geen ideeën, alleen chemische samenstellingen in uw hoofd. Alles is gestructureerd en onderworpen aan de wetten van de natuurwetenschappen. Alles is daarmee aantoonbaar, al dan niet met data. Niet zichtbaar aan te tonen? Te weinig data? Dan klopt het niet wat u zegt.

Daar tegenover staat Cultuur. Dit is opgebouwd uit de werking van ideeën en handelingen die herleidbaar zijn tot ideeën. Het is beeldend. Hierin wordt in ultimo uitgegaan van de gedachte dat de mens misschien inderdaad reduceerbaar zou zijn tot biologische machine, maar zolang dit niet bewezen is, is het wetenschappelijk niet zuiver dat als waarheid te presenteren. Althans zo denken onder andere sir Roger Scruton, in The Soul of the World, en Ludwig von Mises, in Theory & History, erover.

Cultuur is beeldend, wordt gezien in de realiteit. Dat betekent Cultuur afhankelijk is van handelen in die realiteit. Zonder samenkomen in de Kerk geen mis. Zonder samenkomen geen politieke bijeenkomst. Zonder samenkomen geen familiefeest, geen paasvuur, sinterklaasfeest, leids ontzet, dwaze kinderen, of andere gebeurtenissen die een beeldende functie hebben. In dat beeldende wordt gepoogd de ideeën te tonen die in mensen leven. Die ideeën worden geuit in het handelen van mensen.

Het gelijk van beide heren

Wat het debat bij Buitenhof nu zo interessant maakte was het gelijk van beide heren. Thomas heeft gelijk. Er is niemand die schrijft, ‘ik ben een cultuurmarxist en dit is mijn plan’. Tegelijkertijd wordt ‘alles’ tegenwoordig maar geduid met cultuurmarxisme, tenminste vanuit ‘rechtse’ hoek. Dat doet inderdaad nogal sterk vermoeden dat we hier te maken hebben met de ultieme zondebok. Alles wat door ‘rechts’ of ‘conservatief’ Nederland verachtelijk gevonden zou kunnen worden is het gevolg van mannetjes die op de achtergrond aan de touwtjes trekken. Dat is zo absurd dat het terecht in de complotlade geschoven kan worden.

Lukkassen heeft gelijk omdat hij in beelden denkt. Hij ziet de structuren van ideeën voor zich. Hij ziet de geleidelijke invloed die manieren van denken hebben op de handelingen van mensen door de tijd heen. Voor hem zijn ideeën en hun invloed herleidbaar van de ene persoon naar de andere. Dat kan Lukkassen doen omdat ideeën daadwerkelijke dingen zijn, waarvan we (nog) niet weten wat zij precies zijn. Eenmaal bekend met de machinaties van ideeën wordt het mogelijk de patronen van die ideeën te herkennen. Er hoeft dus niemand aan touwtjes op de achtergrond te trekken, omdat ideeën hun eigen leven kunnen leiden in de hoofden van mensen.

Maak uw eigen keuze

Zo bezien kunnen Thomas en Lukkassen moeilijk of niet tot elkaar komen. Dat hoeft ook niet zozeer. Het is goed om beide heren te zien discussiëren. Het roept de vraag op wat u liever heeft, de begeestering van cultuur of de zekerheid van structuur?

Structuur biedt u zekerheid. Het biedt u de zekerheid van manieren van denken die alleen praktische zaken op kunnen lossen. Mensen tekort? Mensen importeren. Begrotingstekort? Geld drukken. Economische groei? Meer lenen. Immoreel gedrag? Regels maken.

Cultuur biedt u begeestering. Het biedt u een middel om zich te verbinden met ideeën die u verder kunnen brengen. Mensen tekort. Hoe loste men dat vroeger op? Begrotingstekort. Hoe verhelpen we dat? Economische groei. Is dat wel goed? Immoreel gedrag. Hoe ontstaat moraal?

Nadeel van structuurdenken

Het nadeel van structuurdenken is dat alles wat van buiten die structuur komt vreemd is. Anders had het in de structuur gezeten. Dat betekent dat er een keuze gemaakt moet worden bij nieuwe onderwerpen. Hetgeen van buiten komt wordt aangenomen en wordt dus in de structuur ingepast. Of wat van buiten komt wordt niet aangenomen en moet buiten de structuur gehouden worden.

Het kernbegrip ‘cultuurmarxisme’ is een begrip dat buiten de structuur gehouden moet worden. Het wordt geassocieerd met rechtse complotdenkers. Thomas parafraserend, je weet altijd aan bepaald woordgebruik dat er een complot vermoed wordt. Dat is ook hier terug te zien. Breivik noemt het, dus complot. Neo-nazis’ in Charlottesville noemen het, dus rechts.Dat die benadering zelf ‘bepaald woordgebruik’ laat zien, ontging Thomas wellicht. Net als zijn opmerking dat er in dat soort kringen altijd over ‘ze’ gesproken wordt. Even daarvoor sprak hij op precies dezelfde wijze over conservatieven/politiek-rechtse mensen.

Dat een eeuwige maatschappelijke omwenteling teneinde socialisme te bewerkstelligen al voor de Tweede Wereldoorlog werd gepropageerd is niet zo van belang, uiteraard. In Nederland bijvoorbeeld door de grote econoom (en socialist) Tinbergen. Geschiedenis hè, andere tijd, andere mores. Dat zijn nog slechts feiten waar ‘we’ nu niets meer mee kunnen. Het is tenslotte 2017.

De realiteit wijst de winnaar aan

Wat u hebt kunnen zien was het debatteren van twee werelden. Aan de ene kant structuur, aan de andere kant cultuur. Beiden zijn ze niet zozeer goed of fout. Beiden laten ze een levenshouding zien. Daarom was dit debat zo van belang. Het is goed om te zien dat mensen van een jongere generatie nog in beelden kunnen én willen denken. Dat ze vanuit die kracht oplossingen willen aandragen voor de problemen die zij om zich heen zien. Dat Lukkassen daarbij sterk wordt aangevallen door structuurdenkers is niet vreemd. Daar stijgt hij namelijk boven uit. De realiteit zal tonen wie er uiteindelijk gelijk krijgt.

De foto is gemaakt door: Byronv2

Posted on

De heerschappij van de onvitalen

De verkiezing van Emmanuel Macron tot president van Frankrijk is het zoveelste teken van de heersende cultuur van de dood.

Emmanuel Macron is 39 jaar oud, staat dus in de bloei van zijn leven en is wel op het hoogtepunt van zijn carrière aangekomen. Zijn echtgenote Brigitte is 64 jaar oud, dus in een tegengestelde fase van haar leven. Zoals bekend hebben de twee elkaar als scholier en lerares leren kennen, toen Emmanuel 15 jaar oud was. Twee jaar later werden ze een stel. Een van Brigittes dochters zat destijds in dezelfde klas als Emmanuel. De moeder van drie kinderen liet zich later van haar toenmalige man scheiden en trouwden in 2007 met haar jeugdige geliefde.

Ik heb me afgevraagd of ik hierover moest schrijven, aangezien het immers om een privéaangelegenheid gaat. Weliswaar gaan het liefdesleven ook van een prominente persoon niemand wat aan. Maar Emmanuel Macron heeft het hele gebeuren zelf tot een publieke aangelegenheid gemaakt, door zijn echtgenote tijdens de campagne naar allerlei gelegenheden mee te nemen. Daarmee werd de zaak metapolitiek van belang.

De verhouding tussen de geslachten is biologisch bepaald
Onnodig te zeggen, dat de beschreven verhouding door de meeste normale mensen tenminste als ongewoon wordt gezien. Voor een jonge man mag het dan een erotische fantasie zijn eens een affaire te hebben met een oudere vrouw, maar om er ook mee te trouwen, is zelden onderdeel van een dergelijke fantasie. Gebruikelijkerwijs beperkt een dergelijke voorstelling zich vooral tot een oudere vrouw, die evenwel nog niet een bepaalde leeftijdsgrens overschreden heeft en die grens is in essentie biologisch bepaald.

Een relevant verschil tussen mannen en vrouwen is namelijk, dat een man theoretisch nog tot op hoge leeftijd kinderen kan krijgen, terwijl een vrouw dat slechts tot het eind van haar aflopende vruchtbaarheid kan. Al voor het definitieve uitscheiden van de vruchtbaarheid wordt voor vrouwen de hele aangelegenheid echter al ingewikkelder. Daaruit verklaart zich de natuurlijke neiging van mannen zich vooral tot jonge vrouwen aangetrokken te voelen, aangezien de seksualiteit van nature gericht is op voortplanting. Ook de verliefdheid dient er in essentie toen de partners aan elkaar te binden om de opvoeding van het nageslacht veilig te stellen.

Op grond van deze biologische verschillen, die ook door de gender-ideologie genegeerd worden, willen de meeste mannen niet samenzijn met een vrouw die veel ouder is. Min of meer dezelfde leeftijd wordt nog als normaal gezien, gebruikelijk is echter dat de vrouw ten minste een beetje jonger is. Ook de meeste vrouwen willen dat zo. Een werkelijk rijpe vrouw die met een half kind naar bed wil, is buitengewoon ongebruikelijk, aangezien vrouwen zich normaliter tot mannelijkheid en succes aangetrokken voelen.

De Macrons zijn geleefd cultuurmarxisme
Weinig verrassend wordt het komische huwelijk van de Macrons door de massamedia min of meer, maar toch uitsluitend, positief benaderd. In het bijzonder bij de voorstelling van Brigitte grijpt men graag naar lovende woordkeuzes. Men merkt hier duidelijk een strijdbaar feministische ondertoon op.

Het normale wordt in zijn tegendeel verkeerd, gekroond en moet nu voor de algemeenheid als voorbeeld dienen, om de cultuurmarxistische ondergraving van de samenleving te bevorderen. Het is nu dus zogenaamd een overwinning voor het feminisme, dat nu ook eens een oma met een toyboy gezien kan worden, die bovendien ook nog eens het hoogste staatsambt bekleedt.

Interessant is hier natuurlijk de dubbele moraal. Had namelijk een 41-jarige man een 17-jarige vriendin, dan zouden de feministen protesteren. Inderdaad is ook deze voorstelling voor de meeste mensen in meer of mindere mate afstotend. Ofschoon het om genoemde redenen natuurlijk is, wanneer de vrouw jonger dan de man is, zo is er evenwel ook hier ene zekere grens van de goede smaak resp. van de overschrijding van de grens naar prostitutie. Maar nu de verhouding tussen de seksen omgekeerd is, waagt niemand het de zaak te bekritiseren.

Het gezin is de kerneenheid van het volk
Een van de neveneffecten van deze verhouding is ook dat Emmanuel Macron geen kinderen heeft en ook geen kinderen meer kan krijgen, althans niet met zijn echtgenote. Daarmee is hij een slecht voorbeeld voor het volk, wiens kleinste eenheid en enige garant voor zijn voortbestaan het gezin is. Hij sluit zich dus aan in de rangen van de kinderloze carrièremensen à la Angela Merkel, die onze politieke kaste domineren. Deze kinderlozen willen zoals bekend onze volken door kinderrijke vreemde volken uit de Derde Wereld vervangen.

Het is fataal wanneer de politieke kaste uit decadenten bestaat, die geen relatie meer hebben met het normale leven en de natuurlijke gemeenschap. Het ontbreekt hen aan vitaliteit, aan gezonde instincten en de kracht voor echte overgave, die op geestelijke verbindingen met de oerkrachten van het leven stoelt. Niet ieder concubinaat is een huwelijk in eigenlijke zin. Oswald Spengler zag in het opkomen van partnerschappen tussen man en vrouw, die niet meer primair op de wens om een gezin te stichten berusten, een teken van de ontaarding van de samenleving, die tot de onvruchtbaarheid van de beschaafde mens leidt.

Emmanuel Macron staat daarmee symbool voor een zwakke leider, die zijn land ruïneert. Zoals bekend juicht hij de lopende massa-immigratie en islamisering toe. Het mag dan niet stroken met de politiek-correcte denkvoorschriften, maar een normaal mens denkt toch onvermijdelijk bij zichzelf: Wat mankeert die man, hij ziet er goed uit, is jong en succesvol, maar zoekt geen vrouw op waarvan hetzelfde geldt en waarmee hij een gezin kan stichten. Is hij werkelijk een man in de beste betekenis van het woord of is hij toch niet meer dan een zonderlinge marionet van de werkelijk machtigen?

Dit artikel is oorspronkelijk in het Duits verschenen bij de Blaue Narzisse.

Posted on

Het einde van de geschiedenis als verraderlijke comfortzone

Hoeveel doden er ook vallen, in Nice, Brussel, München of Parijs. Hoeveel oorlogen en conflicten er ook ontstaan of dreigen – nog steeds lijkt de westerse samenleving overtuigd van de absolute superioriteit van haar eigen cultuur, en handelt alsof haar cultuur onkwetsbaar en onoverwinnelijk is. Onze verlichtingscultuur is de cultuur van de comfortzone. Van comfortabele burgers die weliswaar opgeschrikt worden, maar daardoor niet gaan nadenken over zichzelf. En daar moet verandering in komen.

In het artikel ‘De islam is het probleem niet’ van 28 juli, leverde ik kritiek op het anti-islam discours dat naar ik meen in de weg staat van een kritische zelfreflectie van onze samenleving. Dit punt maakte ik niet om in het rijtje van politiek correcte commentatoren te behoren die de rode draad weigert te zien in de reeks aanslagen, maar ik maakte het punt om aan te duiden dat de oorzaak niet zozeer een vijandige gevaarlijke ideologie of religie is, maar dat de aanslagen symbool staan voor het falen van onze eigen politiek. De drie in het vorige artikel besproken zwaktepunten waardoor het religieus geweld de kop op steekt waren 1) vrije migratie en slechte integratie; 2) het falen van justitie, en 3) de geopolitieke agenda.[1] In dit ‘vervolg’ wil ik ingaan op iets wat me evenzeer bezighoudt als waar het anti-islam discours faalt: het vermogen tot maatschappelijke en culturele zelfkritiek.

Als we nadenken waarom velen zo bang zijn voor de radicale islam, komen we vaak op twee redenen uit. Enerzijds dat de jihadisten ergens het lef vandaan halen om hun eigen leven op te offeren voor hun strijd. Tegen zo’n vijand is het natuurlijk moeilijk te vechten. In de jihadist wordt de moderne Europeaan geconfronteerd met een voor ons vreemde samenleving die ‘verder kijkt dan het hier en nu’ van de moderne samenleving door een hiernamaals na dit leven voor te stellen. En een hiernamaals is vandaag de dag voor vele westerlingen ondenkbaar, en wordt in de islam in veler ogen zelfs lachwekkend voorgesteld.

Daarnaast zijn we bang voor een collectief dat achter één doel staat. Als we de anti-islam profeten mogen geloven is dat doel de onderwerping van het Westen. Een verzameling van individuen is minder wervend en minder dreigend. Onze samenleving is in oorlog, maar de onverschilligheid keert bij ons terug in alsmaar snellere cycli. Dit is anders bij de jihadisten die als groep gezamenlijk achter een transcendent doel staan, in tegenstelling tot ons, waar enkel individuen lijken te leven die enkel bezig zijn met het hier en nu. Het is niet moeilijk dat we dit als benauwend ervaren.

Onze politici slaan volop op de oorlogstrom. Van links tot rechts zijn we het ogenschijnlijk over één zaak eens. Wij moeten ‘onze’ waarden verdedigen, en ‘onze’ manier van leven niet in het gedrang laten komen. Als je verder doorkijkt op wat die waarden dan zijn, komen we al snel tot de waarden van de Verlichting. Onze democratie, onze mensenrechten, onze vrijheid, ons verlicht burgerschap – het zijn allemaal populaire termen voor politici om die ‘waarden’ te benoemen.[2]

Door de focus op deze Verlichting – met haar waarden – lijkt deze ‘verlichting’ wel het enige dat de moslims en de Europeanen weet te onderscheiden. En bijgevolg moeten we eventjes wachten tot ze de verlichting en de mensenrechten overnemen. Hoe mooi dit in theorie ook klinkt, in de praktijk zien we deze strategie falen. Ten eerste omdat de verlichting in het Westen er is gekomen op een zeer specifiek moment in tijd en ruimte. De geschiedenis ontwikkelt zich overal anders. Daarnaast moeten we ons van het idee ontdoen dat de verlichte waarden overal geldend kunnen zijn. Een politiek die eender welk waardenpatroon verabsoluteert, heeft als resultaat een dogmatische benadering van de realiteit die enkel en alleen met een ‘dictatuur’ van waarden kan worden gerealiseerd. De islam dus van buitenaf gaan verlichten, is iets wat blijkbaar een averechts effect blijkt te hebben, omdat geen enkele samenleving maakbaar is.

Het is dan ook naïef te denken dat men hele groepen kan laten immigreren, en dat deze groepen na vestiging zomaar die waarden gaan overnemen. Moraliteit is een individuele zaak, en een heersende ideologie opleggen lukt eenvoudigweg ook niet. Dat men in België – maar ook in andere landen – symboolpolitiek voert zoals men doet met de ‘nieuwkomersverklaring’ [3] zal hier dan ook weinig aan veranderen. Ondanks de mogelijkheden van meer materiële welstand, de democratie en de vrijheid nemen talloze immigranten onze waarden vandaag de dag helemaal niet over. We stellen vast dat er telkens meer jongeren hier opgroeien, meestal dan met een andere culturele achtergrond, die achteraf deze westerse moraal gaan haten. [4]

Bovendien: als we spreken over onze cultuur te verdedigen, verengen we dit hoe langer hoe vaker tot die verlichting. Sinds wanneer behoren onze christelijke zowel als pre-christelijke (‘heidense’) gebruiken en tradities niet meer tot ons erfgoed? Ons cultureel patrimonium is er een van duizenden jaren aan beschaving, en we komen enkel en alleen af met de heersende ideologie. Hoe moeilijk dit ook denkbaar is, deze is vergankelijk. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat we verwezenlijkingen en goede elementen meteen moeten prijsgeven. Maar elke ideologie of politiek systeem heeft zijn zwaktepunten en wordt opgevolgd door een nieuwe synthese. Zoals in vorig artikel beschreven zijn een aantal zwaktepunten van het Westers liberalisme ook oorzaken van de huidige problematiek van het terrorisme. Zou het dan niet ondenkbaar zijn dat een kosmopolitisch mensbeeld dat aan de basis ligt van vrije migratie, een oorzaak zal zijn van het definitieve verval van het liberalisme? Of dat ons geloof dat we elders een democratie kunnen maken, als een boemerang in ons gezicht terugkeert? Of dat we bij een gebrek aan collectief bewustzijn niet in staat zijn om onze samenleving een andere wending te geven?

We moeten dan ook uit onze comfortzone komen. Want een vijandsbeeld opwerpen is te gemakkelijk, dat zien we in de opgroeifase van elk kind. De fout bij een ander leggen is veel makkelijker dan eigen fouten toe te geven. Het heeft ook een functie om de eenheid te verzekeren in eigen rangen. Deze morele zelfreflectie mag niet worden uitgespeeld tegen het leed dat de aanslagen veroorzaken. Want van links tot rechts is iedereen er het over eens dat het ontoelaatbaar is dat mensen aanslagen plegen, onder welke noemer dan ook, tegen onschuldige burgers. Maar ook deze common sense ontslaat ons niet van de plicht ongemakkelijke paden te betreden die ons uit onze moderne maatschappelijke comfortzone leiden.

Het is natuurlijk buitengewoon makkelijk en voor de hand liggend om vanuit een moral high ground te spreken en een andere cultuur als minderwaardig te beschouwen. Wij met onze mensenrechten, democratie en vrijheid staan volgens het gros van de leiders en opinieleiders immer ver vooruit op andere samenlevingen. Althans, zo is de teneur bij mensen als Holslag.[5] En natuurlijk: we kunnen terecht tevreden zijn met een aantal verwezenlijkingen die we hebben gekend de afgelopen honderden jaren, dat zal ik zeker niet ontkennen.

Maar erkennen van verworvenheden hoeft niet te leiden tot het jezelf niet te willen ontdoen van de moral high ground. Ons systeem is verre van volmaakt, dat kunnen we vandaag alleen maar vaststellen. Elke ideologie en elk politiek systeem heeft het in zich om onder veranderlijke omstandigheden achterhaald te worden. Bovendien is ook een politiek systeem daarom niet toepasbaar in elke situatie. Als we verschillende historische periodes uit onze eigen geschiedenis erbij nemen kunnen we alleen maar vaststellen dat die mensenrechten en vrijheden er niet altijd waren, ondanks opkomst of bloei van de samenleving. Een lineaire historische analyse met onszelf als verlichte democraten aan het uiteinde is dan ook een grote denkfout.

Juist vandaag, in het licht van terreurdreiging en internationale verwarring en conflicten, zou het niet moeilijk moeten zijn de zwaktes van ons huidig politiek systeem vast te stellen? En in plaats van in het defensief te gaan en deze fouten niet te erkennen is een aanpassing van ons metapolitiek denkkader nodig. Metapolitiek gezien verdient elke nieuwe antithese immers een nieuwe synthese.

In plaats van de fouten te leggen bij de islam of de radicale islam, afhankelijk van de interpretatie, ligt de enige oplossing voor de huidige problematiek van het terrorisme bij het analyseren van het eigen politiek denkkader. Om een zoveelste nutteloze discussie aan te gaan alsof wij allemaal weten wat de intentie is van ‘de islam’, liggen de oorzaken van dat dit jihadisme een kans krijgt bij ons eigen politiek systeem. Een polarisatie tussen ‘de islam’ en het ‘liberale westen’ belet dat we die oorzaken zouden aanpassen. Hiervoor moeten we wel bereid zijn uit een moral high ground of een levensbeschouwelijke superioriteit ten opzichte van andere politieke structuren te stappen.

Elk politiek systeem kent een begin onder bepaalde omstandigheden, maar draagt het altijd in zich om te verdwijnen als die bepaalde omstandigheden veranderen. Hier kan er gedacht worden aan de snelle opkomst en val van derde politieke wegen zoals fascisme en nationaalsocialisme die in haar ontstaan al de kiemen van de eigen ondergang in zich bleken te dragen. Maar ook aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het einde van het communisme. Juist ideologieën die zichzelf als het einde van de geschiedenis zagen, zoals genoemde voorbeelden, waren en zijn extra bevattelijk voor ondergang. Dit zou ons wantrouwig moeten maken tegen elke claim dat we met de verlichte maatschappij in het westen nu werkelijk het eindpunt van de geschiedenis hebben bereikt, zoals Fukuyama jaren geleden in een liberaal pleidooi poneerde.

De vraag is of deze veranderlijke omstandigheden: het terrorisme, de veranderingen op geopolitiek vlak en de schokken op economisch vlak zwaar genoeg zullen zijn om ons dit te doen beseffen. En de bijkomende vraag is hoeveel slachtoffers er nog moeten vallen eer we dit zullen beseffen.

De geschiedenis kent geen comfortzone, maar slechts periodes van rust. Diezelfde geschiedenis leert ons dat juist deze periodes gebruikt dienen te worden om het besef te sterken dat rust en comfort slechts bijproducten zijn van moeite en strijd. Ook op het gebied van ideologie en politieke en maatschappelijke zelfkritiek. De terreur in naam van islam of iets anders ontslaat ons niet van deze plicht.


[1] http://www.novini.nl/islam-is-probleem-niet/
[2] http://www.demorgen.be/opinie/wie-niet-wil-vechten-zal-op-zijn-knieen-verder-mogen-leven-bd3625ff/
[3] http://nieuws.vtm.be/binnenland/184946-deze-verklaring-moeten-nieuwkomers-tekenen
[4] http://www.hln.be/hln/nl/33982/Islamitische-Staat/article/detail/2819432/2016/08/01/IS-somt-zes-redenen-op-waarom-we-jullie-haten.dhtml
[5] http://www.demorgen.be/opinie/beste-bart-bespaar-ons-uw-volksverlakkerij-b2d32cb7/1UrwuU/