Posted on

Multimiljonair Trump begrijpt arbeiders beter dan links

Links kan en wil het economisch nationalisme van Trump en de Brexit niet begrijpen, want ze heeft geen enkele binding meer met arbeiders die hun werk en leefomgeving bedreigd zien door migranten en kosmopolieten.

De Duitse journalist Hans Magnus Enzensberger muntte in de vorige eeuw de treffende beeldspraak van de samenleving als een treincoupé. In de tijd dat treinen nog afzonderlijke coupes kenden, was dit een herkenbaar beeld: je zit met z’n tweeën in de trein en na een stop meldt zich een nieuwe reiziger in de coupé. Er ontstaat onrust en wrevel. De derde persoon neemt plaats, maar van beide kanten is er onmin. Dat blijft totdat een nieuwe reiziger ook plaats wil nemen in de coupé. Zodra deze aanstalten maakt om te gaan zitten, vormen de twee oorspronkelijke reizigers samen met nieuwkomer nummer drie een onzichtbaar verbond tegen nummer vier, de nieuwste reiziger. Enzensberger wilde met dit beeld duidelijk maken hoe migratie werkt in de samenleving. Vraag eerste of tweede generatie gastarbeiders wat ze vinden van nieuwe landgenoten en het antwoord zal, overal ter wereld, luiden: “Er moeten niet teveel komen, want ze verpesten het voor ons.”

Succesvolle migranten

In de geschiedenis van migratie naar westerse landen is dat een constante. Paul Scheffer in de discussie naar aanleiding van zijn spraakmakend essay ‘Het multiculturele drama’: “De vraag blijft in welke mate de succesvolle migranten zichzelf nog willen zien als zaakwaarnemers van hun eigen gemeenschap. Mijn indruk is dat velen in deze nieuwe middenklasse zich los hebben gemaakt van de problemen in hun gemeenschap.” De constante dat succesvolle migranten zich voegen bij de al bestaande middenklasse en tot grote verwondering van linkse journalisten en wetenschappers gaan stemmen op rechtse partijen die kritisch zijn over migratie en de multiculturele samenleving.

In de Verenigde Staten stemt zo’n 30 procent van de Latino’s op Trump, ondanks het beleid dat illegale immigratie wil stoppen. Zoals bijvoorbeeld Sylvia Menchaca Abril, eigenaar van een Mexicaans restaurant in Phoenix (AZ), die over Trump in een BBC-reportage zegt: “Ik ken hem en ik geloof dat hij begrijpt dat we met z’n allen er aan werken om Amerika weer groot te maken. Ik denk niet dat hij tegen Latino’s is, maar hij is tegen de problemen die over de grens binnen komen.”

Klootjesvolk

Ooit stond links voor de verheffing en emancipatie van de arbeidersklasse. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw kon die arbeider voor het eerst een eigen huis kopen en wilde hij niet meer dan met de caravan op vakantie en kijken naar TROS-programma’s. Halverwege de jaren zestig bestempelden de Provo’s de arbeiders daarom al denigrerend als ‘klootjesvolk’. Niets ergers dan burgerlijke idealen.

De arbeiderspartij bij uitstek, de Partij van de Arbeid, werd overgenomen door identitaire belangengroepen: feministes, homoseksuelen en allochtonen. Ze kwam niet meer op voor de arbeider, maar verkocht haar ziel aan politieke en maatschappelijke minderheden. De berendans van André van der Louw op het vernieuwingscongres van de PvdA in 1969, was een dans op het graf van de klassieke arbeidersbeweging. Daarna was het einde verhaal voor de sociaaldemocratie. De arbeiders werden uit hun stadswijken naar Lelystad en Purmerend verdreven. Hun plaatsen werden ingenomen door of yuppies (Jordaan) of allochtonen (Schilderswijk). De partij deed nog een paar zielige pogingen om de arbeidersstem terug te winnen – Joop den Uyl in de ‘André van Duin Show’ (1981). Maar met Jan Schaefer stierf in 1994 – symbolisch het eerste jaar van het Paarse kabinet Kok – de laatste arbeider in de PvdA.

Eerste kabinet Kok

Het eerste kabinet Kok, de vakbondsman die ooit op de schouders van scheepwerfarbeiders in Schiedam werd rondgedragen, was niet het begin van het einde van de sociaaldemocratie, maar eerder het sluitstuk. Het verloochenen van de socialistische principes en het op zolder opbergen van het ‘roode vaandel’ was al enkele decennia eerder begonnen, toen links zich overleverde aan protest- en identiteitspolitiek. Zelfs de communisten moesten er aan geloven; de gestaalde kaders werden verdreven door getuinbroekte feministes en biodynamische milieufreaks. Legendarisch is de boosheid van een lokale communist, ergens in de Groningse ommelanden: “Ze hebben de strokarton-industrie uitgekleed en nu maaien ze niet eens meer de bermen langs de weg. Allemaal voor het milieu, zeggen ze, maar het is toch levensgevaarlijk voor het verkeer!”

Het neoliberalisme begon niet met Paars I, maar had in de jaren zestig de linkse protestbeweging al overgenomen. De commercie rook geld en nieuwe, vooral jonge consumenten, en speelde behendig in op de toegenomen welvaart, de nieuwe popmuziek en de vernieuwende mode.

De arbeider

De arbeider was ondertussen al lang uitgeweken naar andere partijen (DS70, met de zoon van de sociaaldemocratische godfather Willem Drees, Centrumpartij/Centrumdemocraten en PVV). Alleen de SP vormt een uitzondering op deze regel, maar het is niets voor niets dat de socialisten door nieuwlinks en de identiteitspolitici zo onder vuur liggen. Want de arbeider heeft geen boodschap aan open grenzen, rekeningrijden en klimaatheffingen.

Links kan en wil het economisch nationalisme van Trump en de Brexit niet begrijpen, want ze heeft geen enkele binding meer met arbeiders die hun werk en leefomgeving bedreigd zien door migranten en kosmopolieten. “De enige manier om de migranten uit Oaxaca te veranderen in middenklasse-stemmers, vergelijkbaar met conservatieve Cubaanse migranten, is het sluiten van de grenzen en het toelaten van diverse en legale immigranten op basis van bekwaamheid”, schrijft Victor Davis Hanson in zijn boek ‘The Case for Trump’.

Democratische revolte

“Dit ging helemaal niet over de Europese Unie of over buitenlanders, zij zijn slechts de totem van waar mensen zich tegen verzetten: verandering”, zegt Sir John Hayes in een beschouwing in De Groene Amsterdammer over de Brexit. “Wij van de leave-kant hebben begrepen waar het referendum echt over ging. Dit is een spirituele beweging, een van emotie en gemeenschap – daar is niets irrationeels aan.” De Britse politicoloog Matthew Goodwin zegt in datzelfde artikel: “We moeten deze opstand niet zien als de omverwerping van liberaal-democratie, maar een correctie daarop. In de kern is dit een democratische revolte. Dat bewijzen de cijfers, mensen aan de oostkust zijn niet tegen democratie. Ze willen juist méér gehoord worden. Al keren ze zich wel tegen liberale waarden, dat is niet mooi maar het is te makkelijk om ze dan maar af te schrijven als een stelletje racisten.” In het Engelse Luton zijn blanken in de minderheid. En toch stemde ook daar een meerderheid voor het verlaten van de EU. Het gelijk van Hans Magnus Enzensberger.

Posted on

Is er licht aan het einde van de vluchtelingencrisis?

De reactie van een aantal Amerikaanse commentatoren op de Europese topbijeenkomst van 28 juni jongstleden over de Afrikaanse vluchtelingencrisis, is even pragmatisch als onuitvoerbaar en even onmenselijk als verwerpelijk. Er wordt gesproken van een Trumpiaanse oplossing. “Laat Europa gewoon een hoge muur bouwen langs de Noord-Afrikaanse kustlijn en doe dat op kosten van Afrika zelf” In feite de Mexicaanse aanpak, die echter zelfs in Amerika als onnodig hard en meedogenloos wordt ervaren, maar die tot op heden niet wordt gestopt. Zoveel is zeker. De Amerikaanse politiek evenals de Europese, lopen beide op hun achterste benen en zijn in feite disfunctioneel geworden ten opzichte van oude idealen als vrijheid en verlichting, menselijkheid en beschaving, tolerantie en democratie.

Bijzonder is het niet, maar nog steeds is het wel opmerkelijk dat de betaalplicht voor zo’n nieuw te bouwen muur bij Afrika zelf wordt gelegd, ook nu naar voorbeeld van Amerika. Op zich niet zo’n gekke gedachte. Laten we beginnen bij het zwaar tot zeer zwaar fiscaal belasten van de rijke tot allerrijkste bovenlaag van veel Afrikaanse landen, inclusief het geld dat deze elites in het buitenland hebben gestald. Nee, dat geld moet Europa niet in eigen zak steken, maar juist terug laten vloeien naar Afrika zelf  in de vorm van onderwijs en innovatie.

Sommige commentatoren zoeken de oplossing voor de vluchtelingencrisis meer in het opzetten van gevangeniseilanden, vanwege de afschrikwekkende werking die er van deze eilanden uitgaat. Hoe berucht is niet het eiland Alcatraz in de baai van San Fransisco dat al in 1963 werd gesloten, maar zelfs nu nog tot de verbeelding spreekt? Of het Noorse gevangeniseiland Bastoy dat als schoolvoorbeeld moet dienen voor een humaan beleid voor criminelen. In Nederland kennen we ook een soort gevangeniseiland maar dan op het land, namelijk in Veenhuizen. Ooit is deze concentratie van gevangenissen begonnen als heropvoedingsplek voor schooiers en vandalen, naar het verlichte ideaal van Jonkheer van den Bosch.

Hongarije kent inmiddels al een muur en weet zich daarin gesteund door de Visegrad-landen, een groep van EU-lidstaten (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije) die samenwerkt op diverse terreinen, waaronder op het gebied van identiteit en veiligheid. Langzaam maar zeker vormen deze lidstaten op die thema’s een beetje een eiland van eensgezindheid in de zee van politieke onbekwaamheid van Europa. Helaas wordt er steeds meer gesproken van een Europa dat in zijn huidige vorm stervende is. Ik had het graag anders gezien.

Een muur helpt niet. Een eiland helpt ook niet. Opvangkampen helpen niet, net zo min als detentiecentra. Is er iets wat nog wel zou kunnen werken? Ja, eigenlijk wel. Europa zou bijvoorbeeld in samenspraak met de  UNHCR een enorme reeks van universiteiten en hogescholen langs de gehele kustlijn van Noord-Afrika kunnen vestigen naar voorbeeld van het bestaande campusmodel van Amerikaanse universiteiten. Alle mogelijke vormen van onderwijs, ontwikkeling en innovatie kunnen in deze ‘politieke vrijplaatsen’ worden gegeven en hele nieuwe steden van economische slagkracht kunnen ontstaan, waarna afgestudeerde studenten zelf kunnen kiezen in welk land zij zich uiteindelijk willen vestigen. Zo’n aanpak kost inderdaad veel geld. Maar dat kost de huidige crisis ook.

Posted on

Vrijhandelsakkoord EU-Mercosur roept weerstand op

In de luwte van de algemene opwinding over president Donald Trumps aankondiging van nieuwe Amerikaanse importheffingen heeft de Europese Unie achter gesloten deuren verder gewerkt aan vijf nieuwe handelsakkoorden.

De akkoorden met Singapore, Vietnam en Japan zijn bijna klaar om ondertekend te worden, evenals een geactualiseerd handelsakkoord met Mexico. Het vrijhandelsakkoord met de landen van de ‘gemeenschappelijke markt van het zuiden’ (Mercosur), Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay, is ook bijna afgerond, zoals op de informele top van de Europese ministers van Handel in de Bulgaarse hoofdstad Sofia op 27 februari jongstleden medegedeeld werd. Overigens had dit laatste akkoord eigenlijk afgelopen december al ondertekend moeten worden.

Mercosur

Sinds 1999 bestaat er tussen de EU en de Mercosur-staten reeds een verdrag als voorstadium voor een vrijhandelsakkoord. Sinds 2010 wordt hierover opnieuw onderhandeld. Het akkoord gaat niet alleen over importquota’s en -heffingen, maar ook over non-tarifaire handelsbelemmeringen, zoals milieustandaarden, consumenten- en werknemersrechten.

De eurocommissaris voor Handel, Cecilia Malmström presenteert het akkoord graag als tegenzet op de protectionistische economische koers van de regering Trump. Met de beoogde opening van de markten van de Mercosur wil de Europese Commissie naar eigen zeggen de Chinezen voor zijn.

Sinds 2016 bepalen in alle lidstaten van de Mercosur neoliberaal georiënteerde regeringen het handelsbeleid. In het verkiezingsjaar 2018 zou deze situatie echter weer kunnen veranderen, beide zijden dringen dan ook aan op het snel afronden van het akkoord. Momenteel vindt dan ook de laatste onderhandelingsronde plaats.

Weerstand

Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan heeft echter ook stevige weerstand de kop op gestoken, sinds eind vorig jaar delen van het geheim gehouden akkoord uitlekten. De lobby voor de agrarische sector in Polen, Ierland, Frankrijk, Oostenrijk en Duitsland was reeds langer op zijn hoede. Eind februari protesteerden in Frankrijk op een landelijke actiedag meer dan 20.000 boeren in bijna 90 departementen tegen het handelsakkoord met de Mercosur. Zij maken zich vooral zorgen over de steeds grotere concurrentie van goedkoop vlees van overzee.

Anderzijds dringt de Europese industrie, de auto- en machinebouwers voorop, er massaal op aan het handelsakkoord eindelijk te bezegelen. De meeste onenigheid tussen EU en Mercosur bestond dan ook over de importquota voor rundvlees uit de Mercosur en over de automobielsector.

Intussen is wel duidelijk geworden dat het lobbywerk van de boerenorganisaties weinig succes heeft gehad. Onder druk van de Mercosur-landen boden Malmström en haar voor Landbouw verantwoordelijke collega Phil Hogan uiteindelijk een heffingsvrij importcontingent van 99.000 ton vers en ingevroren rundvlees aan en daarmee 29.000 ton meer dan een half jaar geleden. De Zuid-Amerikanen hadden om 200.000 ton gevraagd. “Als de EU Mercosur daadwerkelijk een quotum van 100.000 ton per jaar toestaat, is dit de nekslag voor de Europese sector, aangezien we vandaag de dag reeds met de productiekosten reeds boven de verkoopprijs liggen die we op de markt kunnen krijgen”, verklaarde de vice-voorzitter van de Belgische boerenbelangenorganisatie Hugues Falys.

Nu al importeert de EU 240.000 ton rundvlees uit de Mercosur, wat overeenkomt met 75 procent van de totale import naar de EU. Zodat de EU-staten meer auto’, chemicaliën en machines naar de Mercosur-staten kunnen exporteren en mee kunnen dingen in publieke aanbestedingen, gaf Malmström toe inzake scherpere controles tegen hormoon- en vleesfraude. Volstrekt onacceptabel gezien de corruptie in Brazilië, zo verwijten consumentenorganisaties de EU-onderhandelaars.

Critici van intercontinentale handel en milieu-organisaties veroordelen de deal intussen, omdat daarmee nog meer gen-soja en zwaar met pesticiden belastte grondstoffen en agrobrandstoffen de EU-staten binnen zouden komen dan nu al het geval is. Voor extra weiden en de aanbouw van soja-monoculturen worden in de Mercosur-staten keuterboertjes van hun velden beroofd en bossen en savanne vernield.

Ook de vakbonden in de Mercosur-landen zijn bezorgd. Zij vrezen zware verstoringen vanwege het grote verschil in technologisch niveau in de industriële productie van de EU enerzijds en de Mercosur-landen anderzijds. De vakbonden uit beide statenbonden hebben een gemeenschappelijk schrijven aan de onderhandelaars van beide blokken gericht, waarin ze toelichten waarom ze het vrijhandelsakkoord niet zullen accepteren.

Posted on

Drie beloftes waarop Trumps presidentschap beoordeeld zal worden

Op veel terreinen – zoals het benoemen van Scalia-achtige rechters en het steunen van Reagan-achtige belastingverlagingen – is president Trump een conventionele Republikein. Wat uitzonderlijk aan hem was in 2016, waarmee hij zich duidelijk onderscheidde van zijn GOP-rivalen, waarmee hij beslissende staten als Pennsylvania won, was zijn uniek Trumpiaanse agenda om Amerika en de Amerikanen op de eerste plaats te zetten – iets waar Bush-Republikeinen voor terugdeinsden.

Alleen Trump beloofde een einde te maken aan het generaal pardon en de grens te beveiligen met een 9 meter hoge muur om de invasie van Amerika tot staan te brengen. Alleen Trump beloofde een einde te maken aan de de-industrialisering van Amerika en onze verloren fabrieken en verloren banen terug te halen. Alleen Trump beloofde een einde te maken aan de democratie-kruistochten en ons terug te trekken uit de eindeloze oorlogen in het Midden-Oosten, waarin George Bush, Barack Obama en de oorlogspartij onze natie hadden gestort.

En van in hoeverre hij deze drie unieke Trumpiaanse beloften waarmaakt hangt zijn politieke lot af, alsmede het oordeel van de geschiedenis of hij een goede, geweldige of mislukte president was. Waar Washington staat is geen vraag. Het is er op belust Trumps presidentschap te zien mislukken, zijn agenda naar de prullenbak verwezen en Trump zelf afgezet. De hoofdstad kijkt naar Robert Mueller als de Mozes die hem kan bevrijden van de door een onbegrijpend electoraat opgelegde tiran. Hoewel Trumps steun onder zijn klootjesvolk stabiel blijft – hij krabbelt zelfs weer een beetje op in de peilingen – valt de uitkomst van de slag om hem ten val te brengen nog te bezien.

Build that wall!

Ga maar na. Trumps grensmuur werd behandeld als een desgewenst opgeefbaar prul in het GOP begrotingsakkoord groot 1,6 biljoen dollar van het Congres. Steden en hele staten roepen zich zelf uit tot toevluchtsoorden voor mensen die hier illegaal verblijven en slaan verzoeken van federale autoriteiten om te helpen bij de uitzetting van beschuldigde criminelen in de wind. Een ‘karavaan’ van duizend Centraal-Amerikanen trekt door Mexico, daarbij geholpen door de autoriteiten, en begeeft zich naar de Amerikaanse grens. Reken maar, dat wanneer ze daar aankomen, de anti-Trump media klaar zullen staan om zich te beklagen over iedere overschrijding door de grenswachters.

De hysterische reactie op het nieuws dat de volkstelling van 2020 de vraag ‘Bent u een Amerikaans staatsburger?’ bevat, maakt wel duidelijk waar dit allemaal om gaat. Amerika’s elite staat er op dat ons land moet oplossen in een nieuw Derde Wereldland dat in zijn raciale, religieuze en etnische samenstelling op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties lijkt. Zij verachten het oude Amerika waarvan de bevolking hield.

Het zit erin dat Trump de laatste president is die zal proberen dat land te bewaren. Als hij het presidentschap achter zich laat terwijl de grens nog altijd niet veilig is, valt moeilijk in te zien wat de Derde Wereldinvasie nog kan stoppen, net zoals die zonder ophouden over de Middellandse Zee naar Europa komt. Jean Raspails De Ontscheping is geen dystopische roman meer.

De Ontscheping ~ Jean Raspail

Economisch nationalisme

En Trumps agenda van economisch nationalisme – het herstellen van de industriële dynamiek en de zelfvoorzienendheid die Amerika kende uit de tijd van Lincoln tot Reagan – ziet zich geconfronteerd met niet aflatende vijandigheid van geïnstitutionaliseerde macht.

Tegenover Trump staan bedrijfselites wier winsten en aandelenopties afhankelijk zijn van productie buiten Amerika, en de managerskaste van een Nieuwe Wereldorde die de EU, de VN, het IMF, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie runt. Maar als mondiale elites het grootste deel van de rijkdom van de naties en een aanzienlijk stuk van hun politieke macht oppotten, kun je wel aanvoelen dat ze een ongeliefd slag zijn, en ze zitten op een vulkaan.

Donald Trump spreekt werknemers van de auto-industrie toe in Michigan, maart 2017 (foto: Witte Huis).

Geen militaire avonturen meer

Het derde onderscheidende punt van Trump was zijn toezegging ons terug te trekken uit de oorlogen in het Midden-Oosten, waarin Bush en Obama ons hadden verwikkeld, en om ons buiten nieuwe oorlogen te houden. Trump beloofde ook de hand te reiken aan Vladimir Poetin en Rusland om een herleving van de Koude Oorlog te vermijden. Zij die op hem stemden, kozen voor dat buitenlandbeleid.

En als Trump zich nieuwe oorlogen met Iran of Noord-Korea in laat trekken, of 2020 bereikt terwijl Amerikaanse troepen nog altijd in Afghanistan, Irak, Syrië, Jemen en Libië vechten, zal hij waargenomen worden als op dit vlak gefaald hebbend.

http://www.novini.nl/stelt-trump-een-oorlogskabinet-samen/

Maar de weerstand van Washington om zijn visie van Amerikaanse mondiale hegemonie op te geven is breed en diep, want die visie is welhaast een bepalend kenmerk van onze buitenlandbeleidselites. Om dit op te geven zou voor hen zo ongeveer het einde zijn. De versteende reactie op Trumps suggestie vorige week dat Amerika Syrië zal verlaten nadat het kalifaat van ISIS is vernietigd, maakt wel duidelijk hoezeer hun identiteit aan deze visie hangt. Dat Trump een einde aan de burgeroorlog in Syrië zou aanvaarden, terwijl Assad nog aan de macht is, is voor hen onverdraaglijk. Maar hoe we die realiteit ongedaan zouden kunnen maken zonder duizenden Amerikaanse gevechtseenheden in te zetten in Syrië blijft onverklaard.

Conclusie

Als puntje bij paaltje komt, zal Trumps presidentschap op deze drie zaken beoordeeld worden: Heeft hij de grenzen van Amerika veiliggesteld? Heeft hij de industriële macht van Amerika hersteld? Heeft hij ons uit de bestaande neocon-oorlogen teruggetrokken en heeft hij ons buiten nieuwe gehouden?

Posted on

In Bagdad is het veiliger dan in sommige delen van Mexico

De veel bekritiseerde muur die de Amerikaanse president Donald Trump wil laten bouwen langs de Mexicaanse grens, moet ook het overslaan van de extreme criminaliteit uit het buurland verhinderen. Intussen gaat het er namelijk zelfs in de Irakese hoofdstad Bagdad veiliger aan toe dan in sommige delen van Mexico.

In de afgelopen maanden werden de Verenigde Mexicaanse Staten, zoals Mexico officieel heet, opgeschud door een ongekende golf van geweld. Sinds januari werden al meer dan 10.000 mensen vermoord (cijfers van de Consejo Ciudadano para la Seguridad Pública y la Justicia Pena), dat is dertig procent meer dan in het jaar daarvoor en bijna de helft van het aantal mensen dat in het zelfde tijdsbestek in Syrië om het leven kwam.

De oorzaken voor deze schokkende ontwikkeling, die zich op vergelijkbare wijze in andere Midden-Amerikaanse landen als Honduras en El Salvador voltrekt, zijn talrijk. Er is in de eerste plaats een zeer ongelijke verdeling van de rijkdom in combinatie met hoge jeugdwerkloosheid. Daarbij komt de grote beschikbaarheid van vuurwapens. Twee derde van de moorden in de Latijns-Amerikaanse staten worden met vuurwapens begaan, waarvan de meesten uit de Verenigde Staten stammen. Met de bouw van een muur langs de grens tussen de VS en Mexico zouden wapens minder gemakkelijk illegaal hun weg naar Mexico vinden.

Een andere belangrijke oorzaak is het inefficiënte strafvervolgingssysteem. Dat stimuleert de criminaliteit omdat daders een gerede kans hebben er mee weg te komen. Zo belandt momenteel nog niet eens een op de vijf moordenaars in de gevangenis.

De hoofdverantwoordelijke voor de geweldsuitbarstingen zijn de drugskartels, ook wel narco’s genoemd. Intussen treden politie en leger weliswaar zeer consequent tegen deze kartels op, zodat in Mexico sinds 2012 107 van de 122 meest gezochte maffiabazen uitgeschakeld konden worden, maar de veiligheidssituatie is er allerminst door verbeterd. Het tegendeel is eerder het geval. Door het wegvallen van de leiders ontstond een machtsvacuüm in het leiderschap van de georganiseerde misdaad, wat leidde tot verbitterde opvolgingsstrijd.

In Mexico woedt momenteel met name een strijd tussen het gevestigde Sinaloa-kartel en het Cártel de Jalisco Nueva Generación alsmede diverse kleinere groeperingen, die ook een stuk van de koek willen bemachtigen. Deze versplintering van de scène als gevolg van de succesvolle arrestaties tot nu toe brengt de Mexicaanse staatsmacht momenteel aan de randen van zijn capaciteiten, temeer daar de narco’s toenemend met de georganiseerde misdaad in Azië samenwerken.

Bovendien is er dan nog de alomtegenwoordige corruptie. De kartels, die jaarlijks honderden miljarden omzetten, hebben talrijke politici en functionarissen van het Openbaar Ministerie en de politie op hun loonlijst staan. Zodoende blijft de meest effectieve stap tegen de misdaadsyndicaten ook uit, namelijk de consequente vernietiging van hun financiële en logistieke structuren.

Om deze reden kan het kankergezwel van de gewelddadige misdaad zich steeds verder uitbreiden. In Mexico heeft het sinds het begin van dit jaar in het bijzonder het tot nog toe als relatief rustig geldende schiereiland Yucatán, met zijn vele geliefde toeristische bestemmingen, in de greep gekregen. In 2016 vierden daar nog tien miljoen gasten uit de hele wereld hun vakantie, wat het land inkomsten ter hoogte van zes miljard Amerikaanse dollars opleverde. Ook dat staat op het spel wanneer de drugsoorlog nu ook in de regio tussen Cancún en de Maya-ruïnes van Chichén Itzá escaleert.

Acapulco verzinkt in anarchie

In de badplaats Acapulco, aan de Pacifische kust, is de zaak al geëscaleerd. Acapulco was ooit een hoogst mondaine ontmoetingsplaats voor de rijken en schonen van de wereld. Brigitte Bardot, Frank Sinatra en de Kennedy’s brachten er graag tijd door. Ook werd de stad in talrijke liederen bezongen en werden er zo’n 250 speelfilms opgenomen.

Vandaag de dag is de vroegere vakantiemetropool de gemeente met het hoogste aantal moordgevallen van heel Mexico, hoewel er inmiddels al 13.000 mariniers en andere soldaten en 6.000 federale politieagenten door de straten patrouilleren.

Achtergrond van deze ontwikkeling is de bloedige machtsstrijd tussen zo’n vijftig drugskartels, waaronder de bijzonder gewelddadige groeperingen La Barredora en Cida. Alleen al in 2015 sneuvelden vijf lokale politiechefs in deze strijd, alle vijf stonden op de loonlijst van verschillende elkaar bestrijdende misdaadsyndicaten. Daarnaast hebben ook de geldafpersingen een ondraaglijke omvang aangenomen.

Een en ander is vanzelfsprekend zeer schadelijk voor de zaken van de toeristische sector. Zodoende heeft Acapulco sinds 2007 rond de tachtig procent aan gasten ingeboet – intussen komen er bijna uitsluitend nog binnenlandse vakantiegasten uit de 300 kilometer verderop gelegen hoofdstad Mexico-stad. Deze clientèle blijft echter gemiddeld maar een dag of drie. Ten gevolge van de terugloop zijn inmiddels meer dan 600 zaken opgedoekt, restaurants, hotels, boetieks en wat dies meer zij. Ook leggen er nauwelijks nog cruiseschepen in de haven van de oude binnenstad aan, ook het aantal directe internationale lijnvluchten naar Acapulco verminderde drastisch.

De uit de uitdijende criminaliteit voortvloeiende economische misère leidde al in 2012 tot een praktisch bankroet van de stad. Sindsdien blijven zelfs de meest dringende investeringen in de infrastructuur uit. Daarmee verloor Acapulco de laatste rest aan glamour en verzonk in complete anarchie.

Posted on

Trump staat niet alleen: Overal ter wereld worden grenzen versterkt

Niet alleen in Europa, maar overal ter wereld ontstaan aan de grenzen weer meer muren en hekken. Ook wordt er weer vaker geschoten aan de grens.

Het nieuwe jaar begon met de grootste bestorming van de beide Spaanse exclaves in Marokko, Ceuta en Melilla, tot nu toe. Meer dan 1000 asielzoekers stormden op nieuwjaarsmorgen op de beide steeds hoger opgetrokken barrières toe en probeerden zo aan de Spaanse kant van de grens te komen. Slechts twee slaagden in die opzet.

Maar niet alleen aan de buitengrenzen van de Europese Unie nemen de muren en hekken weer toe. Ook tussen EU-lidstaten zijn weer diverse muren en hekken verrezen om de Balkanroute, de hoofdinvalsroute voor de massamigratie van de laatste jaren, af te sluiten. Hongarije bouwde als eerste een hek, aan de grens met Servië, al snelden volgden Kroatië en Slovenië dit voorbeeld en uiteindelijk ook Oostenrijk en Macedonië.

Na de ontbinding van het wilde immigrantenkamp, de ‘jungle’, van Calais na 17 jaar wordt daar nu de “grande muraille” van Calais gebouwd, die in de toekomst immigranten uit Eritrea, Somalië, de Soedan of Syrië ervan moet weerhouden op de snelweg te komen en zich op een vrachtwagen te verstoppen of op een veerboot naar Engeland te geraken. De muur wordt vier meter hoog en een kilometer lang.

Sommige hekken zijn onzichtbaar, zoals het hek aan de grenzen tussen Oostenrijk, Hongarije en Slowakije. Via zenders in de grond, die trillingen aan de dichtstbijzijnde grenspost doorgeven, moeten illegale grensovertredingen tegengegaan worden.

De meest besproken grens van dit moment is wel de welvaartsgrens tussen de Verenigde Staten en Mexico. De Amerikaanse president Donald Trump is niet de eerste die het voornemen heeft opgevat aan deze grens een doorlopende muur te bouwen. Al jaren neemt het aantal dodelijke slachtoffers aan deze grens toe. In 1994 stierven er 23 mensen aan deze grens, tussen 1998 en 2013 meer dan 6.000. De meeste daarvan niet bij pogingen tot illegale immigratie, maar bij de drugssmokkel.

Maar de Amerikaanse regering is niet de enige die plannen heeft voor een grensversterking. Ook de Mexicanen willen een hek optrekken, aan de grens met Guatemala, om de immigratie uit de rest van Latijns-Amerika af te sluiten. Zuidelijker in Latijns-Amerika heeft Brazilië al in 2013 aangekondigd haar hele 17.000 kilometer lange grens met zeppelins, drones en helikopters te willen bewaken.

Een voorbeeld voor Brazilië was India, dat een 4.000 kilometer lang hek gebouwd heeft om zich van Bangladesh, het dichtstbevolkte land ter wereld, af te schermen. Ieder jaar worden gemiddeld 100 Bengalen door Indiase grenswachten neergeschoten bij pogingen over het hek heen te klimmen. India wil daarnaast de meer dan 3.300 kilometer lange grens met Pakistan beter gaan bewaken.

Ook op het Afrikaanse continent worden hekken opgetrokken. Zo heeft Tunesië een 200 kilometer lang hek aan de grens met Libië laten neerzetten tegen de islamistische terreurdreiging. En in 2010 is Israël begonnen een 220 kilometer lang hek aan de grens met Egypte te bouwen tegen illegale immigranten uit Afrika. Om mogelijke infiltranten tegen te houden, had Israël eerder aan de grens met de Gazastrook reeds automatische wapensystemen geïnstalleerd. Sinds 2010 zouden alleen rond Gaza reeds 200 mensen hierdoor de dood gevonden hebben. Vergelijkbare automatische wapensystemen worden sinds 2010 door Zuid-Korea aan de grens met Noord-Korea ingezet. Hiervan is het aantal slachtoffers echter niet bekend.

Posted on

TTIP – Wat Europa kan leren van NAFTA

Het publieke debat over het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP) lijdt eronder dat politici uit de betrokken Europese landen de documenten slechts kort in kunnen zien onder door de VS bedongen strikte voorwaarden. Een vergelijking met de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) kan behulpzaam zijn.

We zien bij NAFTA precies hetzelfde patroon als bij TTIP of vergelijkbare vrijhandelsakkoorden die de Verenigde Staten inmiddels met zo’n 20 landen afgesloten hebben. Met NAFTA werden Mexico, de VS en Canada tot een groot vrijhandelsgebied aaneengesloten. Dat gebeurde zo’n 22 jaar geleden, zodat er genoeg tijd gepasseerd is om conclusies te trekken over de gevolgen, ook al wil de politiek het niet zien.

Zowel bij NAFTA als bij TTIP, maar ook bij het vrijhandelsakkoord CETA tussen de EU en Canada, is de arbitrage de strategische spits van het hele idee. Het inmiddels beroemd geworden voorbeeld van de Ambassador Bridge in Detroit maakt het probleem ook duidelijk voor mensen zonder juridische expertise.

Detroit ligt aan de noordgrens van de VS aan de gelijknamige rivier. Aan de andere kant ligt de Canadese stad Windsor. In 1929 werd de ‘Detroit Windsor Ambassador Bridge’ gebouwd. In 1979 gaf het bedrijf dat de brug onderhoudt aandelen uit op de beurs. De investeerder Matty Maroun kocht de firma op en strijkt sindsdien ieder jaar USD 60 miljoen op aan tol.

De Ambassador Bridge is evenwel goed voor een kwart van de handel tussen Canada en de VS. Ondanks de goede zaken is de brug in slechte staat, omdat de eigenaar er niets aan doet. Hij is om die reden zelfs al in hechtenis geweest. De eigenaar weigerde eveneens om een met Detroit overeengekomen snelwegaansluiting te bouwen. Toen besloten de Amerikaanse en Canadese overheid om een paar kilometer ten zuiden van de brug een nieuwe tolvrije brug te bouwen. Maar toen ging Maroun op oorlogspad. Hij klaagde vijf jaar geleden Canada aan voor een schadeloosstelling van 3,5 miljard dollar. Juristen streden met elkaar, incasseerden ieder jaar minstens 16 miljoen dollar voor hun werk, en werden het er uiteindelijk over eens dat het arbitragerecht zichzelf voor niet bevoegd zou moeten verklaren. De rechtsgrond voor deze hele affaire, die daarmee nog niet afgehandeld is, is te vinden in het NAFTA-akkoord, dat als een blauwdruk voor TTIP gezien kan worden.

Een ander zeer actueel voorbeeld stamt uit januari 2016, toen de Amerikaanse president Barack Obama toegaf aan burgerprotesten en de voortzetting van een Canadese pijpleiding op Amerikaans grondgebied tegenhield. Het Canadese bedrijf TransCanada klaagt nu de Amerikaanse staat aan voor USD 15 miljard aan schadeloosstelling.

De lopende rechtszaken op basis van NAFTA en vergelijkbare akkoorden belopen inmiddels ettelijke miljarden dollars. Zo werd Peru bijvoorbeeld voor 800 miljoen dollar aangeklaagd door het bedrijf Doe Run Perù, dat in de Andes bij Oraya een mijn runt, omdat de regering door een wet de erbarmelijke arbeidsomstandigheden van de mijnwerkers verbeterde. De eigenaar van de mijn is een Amerikaans consortium. De lijst van dit soort zaken is schier eindeloos. Nog nooit is een privatisering zo lucratief voor enkele geweest als de privatisering van de arbitrage.

Maar Canada en de grote concerns zijn een kant van NAFTA, aan de andere kant staat Mexico en zijn landbouw. Het akkoord verbiedt het om de boeren te subsidiëren, maar dit is alleen de Mexicaanse overheid verboden. Boeren in de VS worden als voorheen door de staat ondersteund. Hector Carlos Salazar van de koepel van Mexicaanse maisproducenten zegt: “Een Mexicaanse boer ontvangt 700 dollar per jaar aan subsidie, een boer in de VS 21.000.”

De heilige plant van de Azteken is sinds jaar en dag het basisvoedsel in Mexico. Tot NAFTA kon Mexico voorzien in de eigen behoefte aan mais en ander basisvoedsel. Vandaag de dag moet het land zo’n 40% van zijn behoefte uit de VS importeren. Daarbij gaat het om genetisch gemodificeerde mais, terwijl in Mexico de verbouw van dergelijke gewassen verboden is. De boeren vrezen om hun zaadgoed. Geen wonder dat de agrarisch moloch tot de grootste voorstanders van vrijhandelsakkoorden als NAFTA en TTIP hoort.

Daar komt nog bij dat de Amerikanen 75% van hun maisexport naar Mexico onder de productieprijs verkopen, dat is alleen mogelijk door de subsidies. Amerikaans vlees wordt op de Mexicaanse markt 20% onder de productiekosten aangeboden. Tegelijkertijd moest Mexico zijn invoerrechten afbouwen, terwijl de VS nog altijd invoerrechten hanteren. Wat de boeren voor NAFTA voor 3 pesos konden verkopen, daarvoor krijgen ze nu nog maar 50 centavos. Geen wonder dat 3 miljoen Mexicaanse boeren geruïneerd zijn en hun land niet meer bewerken. In 2007 beleefde Mexico de eerste hongeropstand in zijn geschiedenis, toen de prijs voor tortilla’s van de ene op de andere dag verdubbelde. Levensmiddelgiganten hadden de waren opgepot om ermee te speculeren.

Op het nu gaat om miljardenrechtszaken tegen de staat in Canada of hongerende boeren in Mexico, de ervaringen met NAFTA en de andere reeds bestaande vrijhandelsverdragen van Amerika en Canada met derden moeten in Europa alarmbellen doen afgaan.

Posted on

Piekt controversiële Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump te vroeg?

Het is weer zover. Het 4-jaarlijkse feest van de Amerikaanse presidentsverkiezingen is weer losgebarsten. Omdat de zittende president Barack Obama niet meer herkozen kan worden zal het feest wat kleurrijker en spannender zijn dan de vorige keer. Welke kandidaten dienen zich zoal aan?

Grijze kandidaten
Aan republikeinse kant valt, net zoals de vorige keer, het meeste te kiezen. Van de vele kandidaten zijn de meeste van hetzelfde slag. Namelijk grijze, blanke, politiek correcte, carrièrepolitici van middelbare leeftijd en hoger die door middel van “demographic pandering” (het plezieren van alle denkbare demografische doelgroepen) zichzelf een weg naar de nominatie manipuleren.

Scott Walker, Marco Rubio, Jeb Bush en de meeste andere kandidaten voldoen aan dit profiel. Ze kennen het Amerikaanse systeem, ze respecteren de vele gevoeligheden bij het publiek en ze schuiven zichzelf vooral naar voren door aan te tonen hoe vooral de ander niet deugt en hoe fatsoenlijk ze zelf wel niet zijn. In 2011 werd door een Amerikaanse commentator de toenmalige republikeinse voorrondes hierdoor omschreven als een “clownskar die zichzelf tot stilstand vecht”.

“Demographic pandering” heeft zo zijn grenzen. Zo zijn er groepen in de samenleving wier ideeën haaks op elkaar staan en kun je dus niet iedereen plezieren. Ook is het weinig inspirerend en zal de tactiek van zo fatsoenlijk mogelijk willen overkomen om zo veel mogelijk diverse mensen aan te spreken het altijd afleggen tegen iemand die wel ergens voor durft te staan en dat slim weet uit te spelen.

Die persoon is nu Donald Trump en hij heeft het taboe dat in Amerika op massamigratie ligt doorbroken met voor Amerikaanse begrippen hard taalgebruik. Tot ergernis van veel mede-republikeinen en zo goed als alle democratische politici.

Clinton

Hillary Clinton
Aan democratische kant ligt het uiteindelijk wel vast dat Hillary Clinton de presidentskandidaat gaat worden. Haar concurrent, de inspiratieloze sociaaldemocratische kandidaat Bernie Sanders, weet getuige de opiniepeilingen niet genoeg democraten aan zich te binden. Ook zal de democratische partijelite hem te links te vinden om mee te doen aan de presidentsverkiezingen als de officiële kandidaat. Ook huidig vice-president Joe Biden doet mee, maar weet in de peilingen niet te overtuigen.

Analyse van de donateurs van Hillary Clinton laat zien dat “het systeem” duidelijk op haar hand is. Op de lijst van vorige donateurs komen onder meer de namen van Goldman Sachs voor (de “zakenbank” die medeverantwoordelijk is voor de ellende in Griekenland), Citigroup, Lehman Brothers (de bank die failliet ging en de spin in het web was van de kredietcrisis), JPMorgan Chase, 21st Century Fox, Ernst & Young, Credit Suisse en Morgan Stanley. Om maar eens een paar te noemen.

Erg rebels en tegendraads is Hillary Clinton dus niet, om het maar eens heel zachtjes uit te drukken. Maar inzetten op een rebels karakter zal haar tactiek waarschijnlijk ook niet zijn. Ze zal inzetten op haar vrouw-zijn en allerlei typische liberale standpunten zoals het homohuwelijk verdedigen tegen de “republikeinse barbarij”. Daarbij ook gebruikmakend van “demographic pandering” op democratische onderwerpen die goed liggen bij de Amerikanen.

“The invisible caucus”
Net zoals in Nederland hebben de twee Amerikaanse partijen een partijelite. Anders dan in Nederland, waar de partijelite de lijsten samenstelt waarop gekozen kan worden, heeft de republikeinse en democratische partijtop maar beperkte invloed op de conventies. Die wordt ook wel de “invisible caucus” genoemd. De onzichtbare voorronde.

Maar omdat de G.O.P. en de D.N.C. geen vaste partijen zijn, maar soort van verenigingen ligt in Amerika de weg vrij voor controversiële kandidaten om gekozen te worden. Het is echter wel zo dat als de partijelite niet achter de republikeinse kandidaat staat deze ernstige hinder ervan kan ondervinden. Zeker als de gekozen kandidaat erg ver ideologisch uit de pas loopt. Zoals bij Donald Trump het geval is.

Dat illustreert dat de scheiding van geesten tussen een klein deel van de bevolking, journalisten, gekozen bestuurders, de top van het bedrijfsleven en ambtenarenapparaat versus de rest van de bevolking zoals die in Nederland en de rest van Europa bestaat zich ook in Amerika zich voltrokken heeft.

Geert Wilders van de Verenigde Staten
In toenemende mate is er bij de bestuurlijke en ambtelijke bovenlaag van de samenleving dus minder en minder intellectuele ruimte om van de sociaaldemocratische visie op migratie af te wijken. In Europa is dat duidelijk een hele lange tijd merkbaar. Zo heeft de Volkskrant Trump het label “de Geert Wilders van Amerika” al opgeplakt omdat hij tegen massamigratie van Mexicanen is. Zulk 1-dimensionaal denken van journalisten zijn wij Europeanen allang gewend en de Amerikanen lijken daar nu kennis mee te maken.

Trump heeft meerdere malen met opmerkelijk hard taalgebruik laten weten dat hij de massamigratie van Mexicanen naar de Verenigde Staten niet zo ziet zitten. Dat veel Amerikanen er net zo over denken wordt geïllustreerd door de peilingen. Enkele citaten om tot een helder beeld te komen.

  • Charge mexico $100,000 for every illegal alien crossing the border.
  • Mexico’s ‘Killing Us’ at Border and on Trade
  • The US has become a dumping ground for everyone else’s problems
  • I would force Mexico to build border wall
  • The largest suppliers of heroin, cocaine and other illicit drugs are Mexican cartels that arrange to have Mexican immigrants trying to cross the borders and smuggle in the drugs. The Border Patrol knows this. Likewise, tremendous infectious disease is pouring across the border. The United States has become a dumping ground for Mexico and, in fact, for many other parts of the world.

En dat zijn inderdaad best pittige soundbytes voor als je van mening bent dat immigratie buiten elke discussie staat.

Donald Trump is er nog niet
Donald Trump staat hoog in de peilingen (afhankelijk van welke poll je bekijkt is dat hoog of aan kop), maar in de vreemde en organisch gevormde Amerikaanse presidentiele voorrondes is dat allerminst een garantie op winst. Zo wist de republikeinse kandidaat Santorum 4 jaar geleden in de vroege voorrondes erg goed te scoren, maar in de latere loop van de voorrondes speelde hij nauwelijks een rol van betekenis en ging de republikeinse nominatie naar Mitt Romney. Een grijze en kleurloze kandidaat die uiteindelijk ook niets wist klaar te spelen tegen de zwakke kandidaat die Barack Obama op dat moment was.

Daardoor kan het fenomeen “te vroeg pieken” Donald Trump gaan opspelen. De weg naar de nominatie is lang en daardoor zal het voor Trump tot het einde spannend worden. Zeker ook omdat Trump, ondanks de goede peilingen, veel weerstand ondervindt. Zo heeft nieuwszender NBC alle zakelijke banden met Trump doorgesneden en ook een warenhuisketen wil geen zaken meer doen met hem. Nu kan dit worden weggelachen, maar niemand kan iets winnen als diegene op grote schaal wordt tegengewerkt. Ook het doen van forse uitspraken heeft zo zijn risico’s. Namelijk dat te grote groepen niet-republikeinse kiezers weggejaagd worden door het gezwollen taalgebruik.

Trump

Hoe verder?
Ik kan eigenlijk niets anders dan mijn persoonlijke sympathie voor Donald Trump uitspreken. Het goed gekamde fenomeen Trump kan, indien slim uitgespeeld, de koers van de Verenigde Staten voor decennia in de toekomst verleggen. Zo kan het sluiten van de grenzen en het optrekken van muren een eerste aanzet zijn tot een meer isolationistische koers van de Verenigde Staten. Waarbij de problemen van de VS (zoals de slechte infrastructuur) een hogere prioriteit krijgen dan het bombarderen van landen aan de andere kant van de wereld.

Daarom wat advies. Ik betwijfel of Donald Trump mijn advies echt nodig heeft. Ik gok erop dat er een hele batterij aan adviseurs heeft die veel meer ervaring hebben met presidentsverkiezingen dan ik heb. Maar enkele ideeën suggereren kan volgens mij geen kwaad.

Zo lijkt het mij een goed idee dat Donald Trump vooral doorgaat met ageren tegen massamigratie. De democratische kritiek op Trump is dat het niet fatsoenlijk is, getuigt ervan dat ze eigenlijk geen tegenargumenten hebben, behoudens heel hard “schande!” roepen.

Ook lijkt het me een goed idee dat Donald Trump vooral doorgaat met “demographic pandering” op de andere onderwerpen dan massamigratie. Het is smerige manipulatie, maar het is wel smerige manipulatie die werkt getuige de talloze keren dat kandidaten door een dergelijke tactiek genomineerd werden.

Trump doet er ook goed aan geen donaties aan te nemen van de gebruikelijke grote donateurs zoals de wereld van de grote banken en multinationals. Zo kan Donald Trump in elk geval niet worden beschuldigd van het zijn van een “systeemkandidaat” zoals Jeb Bush en Scott Walker ontegenzeggelijk wel zijn.

In elk geval zal het met Donald Trump niet snel een saaie presidentsverkiezing worden. Of hij nou uiteindelijk de republikeinse presidentskandidaat wordt of niet.

Posted on Leave a comment

Democratisering en sociaal-economische ontwikkeling in Latijns-Amerika: kansen voor een sociale dialoog

De sociale en democratische uitdagingen waar Latijns-Amerika voor staat – in sommige landen meer dan andere – zijn ongekend groot. Gekenmerkt door steeds groter wordende politieke instabiliteit, steeds intensere internationale competitie in het kader van de globalisering, toenemende sociale ongelijkheid en geweld, en de daarmee gepaarde sociale onrust, lijkt de sociale dialoog een absolute noodzaak.

In veel Latijns-Amerikaanse landen kan er vanaf de jaren ’90 dan ook een trend worden waargenomen van institutionalisering van de sociale dialoog. Veel beleidsmakers zien de ontwikkeling daarvan als de volgende stap in het democratiseringsproces, nadat hervormingen tijdens de jaren ’80 zich vooral hadden gericht op mensenrechten en kiesstelsels.

De bevordering van de sociale dialoog, gezien als instrument tot sociaal-economische ontwikkeling, staat ook steeds meer in de belangstelling van nationale en internationale beleidsmakers en is verworden tot een vast onderdeel van veel ontwikkelingssamenwerkingprogramma’s.

Ook op internationaal niveau is er groeiende belangstelling voor dit onderwerp, zoals de recente activiteiten van het United Nations Department of Economic and Social Affairs (UNDESA) aantonen (1). De bevordering van de sociale dialoog wordt eveneens nadrukkelijk genoemd als onderdeel van de samenwerking tussen Europa en Latijns-Amerika in de “Verklaring van Lima”, op de vijfde top tussen regeringsleiders van beide continenten in mei 2008.

Wat zijn de kansen voor de verwezenlijking van de sociale dialoog in Latijns-Amerika? Welke factoren binnen de bestaande politieke en sociaal-economische context verhinderen dit? Waarom is de sociale dialoog noodzakelijk? Om antwoord te geven op deze vragen zal de politieke en sociaal-economische inrichting van Latijns-Amerika worden behandeld, waaruit de noodzaak van de sociale dialoog blijkt. Na de bestaande vormen van de sociale dialoog te hebben geanalyseerd, zal gekeken worden naar de manier waarop de sociale dialoog aangepast kan worden aan de Latijns-Amerikaanse context. Tegen die achtergrond zullen een paar afsluitende opmerkingen worden gemaakt over de kansen en mogelijkheden voor de sociale dialoog in Latijns-Amerika.

Politieke en sociaal-economische inrichting van Latijns-Amerika

De politieke inrichting van Latijns-Amerika wordt gekenmerkt door een opmerkelijke homogeniteit. Bestaande uit een twintigtal landen doen veel politieke trends zich in het hele continent vrijwel gelijktijdig voor: tijdens de jaren ’80 maken 13 landen de overgang van een autoritair regime naar democratie. Dit kan worden verklaard door het zogenoemde “convergentie-effect” (2) dat te maken heeft met een gemeenschappelijke historische en culturele achtergrond en het feit dat het continent beïnvloed wordt door dezelfde internationale economische en politieke ontwikkelingen.

Omdat politieke ontwikkelingen in Latijns-Amerika in veel opzichten erg vergelijkbaar zijn met West-Europa maar tegelijkertijd ook vaak veel intenser of gewelddadiger lijken, kan het continent worden getypeerd als het “Verre Westen.” (3)

De balans van twee decennia democratie is dat hoewel in veel landen de democratische overgang heeft kunnen zorgen voor de consolidering van een electorale democratie, deze nog veel kwalitatieve elementen ontbeert zoals het respect van democratisch pluralisme, politieke accountability en een effectieve deelname van het maatschappelijk middenveld aan de politieke besluitvorming.

Deze situatie, aangevuld met de tegenvallende sociaal-economische resultaten, verklaart de grote sociale ontevredenheid met de democratie die in veel landen bestaat en een hoge mate van politieke instabiliteit ten gevolge heeft gehad. De meest in het oog springende voorbeelden hiervan zijn de 12 presidenten die als gevolg van sociale mobilisaties zijn afgezet en de opkomst van linkse en populistische regeringen in een tiental landen (4).

De meest recente afgezette president, ditmaal door een militaire coup, was President Manuel Zelaya in Honduras. De paradox van Latijns-Amerika lijkt te zijn dat de over de laatste twee en drie decennia aanhoudende economische groei gepaard is gegaan met de vergroting van de inkomstenongelijkheid. Het grote contrast tussen arm en rijk – zowel binnen de landen als tussen de landen – is een voedingsbodem voor sociale onvrede en potentieel zeer explosieve situaties, met name wanneer dit ook een contrast is tussen etnische bevolkingsgroepen. Veel van de huidige politieke instabiliteit en sociale conflictsituaties is af te leiden uit deze schrijnende ongelijkheden.

De noodzaak voor de bevordering van de sociale dialoog in Latijns-Amerika

Tegen dit kader, dat genuanceerd moet worden afhankelijk van de specifieke landgebonden context, moet Latijns-Amerika zoeken naar de institutionele mechanismen om tegenstellingen te accommoderen en de sociale conflicten te kanaliseren of te absorberen in het politieke systeem.

Politieke systemen zijn een interactie tussen regeringen, de parlementaire oppositie en de extraparlementaire oppositie (het maatschappelijk middenveld); een spel van een grote verscheidenheid van actoren, in een vaak ondoorzichtig proces, met constant veranderende machtsverhoudingen, de formatie van veranderende sociale en politieke coalities en schuivende draagvlakken (5).

Er komt heel veel af op het continent dat nog steeds op zoek is naar de formule om alle tegenstellingen te accommoderen en de sociale conflicten te kanaliseren of te absorberen. In het democratiseringsproces van Latijns-Amerika – dat in veel landen al ver op gang is maar in andere landen iets lijkt te haperen – is een sociale dialoog nuttig om in de eerste plaats de sociale vrede te waarborgen en in de tweede plaats een bijdrage te kunnen leveren aan de bevordering van goed bestuur en economische ontwikkeling.

Het algemene verlies van het vertrouwen in democratische instituties is het kader waarin het maatschappelijk middenveld en met name sociale bewegingen opkomen. De steun voor de democratie, zoals blijkt uit de enquêtes van de Latinobarómetro (6), is ongekend laag. In landen als Paraguay, El Salvador, Ecuador of Peru geeft minder dan 50% van de bevolking aan nog vertrouwen te hebben in de democratie. Er bestaat dus een verband tussen het verlies aan legitimiteit van met name de politieke partijen en de empowerment van het maatschappelijk middenveld. De belangrijkste voorbeelden hiervan zijn de Piqueteros-beweging in Argentinië, de Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra (‘Beweging van Plattelandswerkers Zonder Grond’, red.) in Brazilie of de schoolmeestersbeweging FRENADESO in Panama.

Deze vrij plotselinge opkomst van de “sociale sector” dient evenwel in goede banen te worden geleid. De toename van sociale conflicten, ook wel aangeduid als “de democratie van de straat”, is zorgwekkend omdat het de zwakheid illustreert van de democratische instituties om alle sociale vragen en eisen te kanaliseren en van de onmacht van de politieke partijen om te voldoen aan de verwachtingen van de bevolking. De aanhoudende sociale onlusten in Bolivia, met als hoogtepunt oktober 2003 toen de zittende President Gonzalo Sánchez de Lozada werd gedwongen tot aftreden door het volk, is hier een voorbeeld van.

De meeste Latijns-Amerikaanse landen zijn nog ver verwijderd van een bestuursvorm die in staat is sociale conflicten te absorberen en onvertegenwoordigde segmenten van de samenleving door middel van overlegmechanismen deel te laten nemen aan het politieke proces. Er moeten creatieve instituties worden ingesteld om op een verantwoorde manier met het grote aantal eisen vanuit de samenleving om te gaan en een open dialoog te voeren met deze organisaties.

De groeiende complexiteit van de huidige samenleving – ook de Latijns-Amerikaanse – en de diversificatie van de eisen van de bevolking geeft de noodzaak aan voor een verdere ontwikkeling en institutionalisering van de sociale dialoog. De sociale dialoog dient op een zodanige manier te worden ingericht dat de regering op de juiste manier kan reageren op de vragen en zorgen van de samenleving.

Bestaande vormen van de sociale dialoog in Latijns-Amerika

De sociale dialoog in Latijns-Amerika is niet afwezig maar neemt andere vormen aan dan in Nederland. De institutionele kaders voor de participatie van het maatschappelijk middenveld in de politieke besluitvorming zijn zeer divers en hebben variërende resultaten. Ondanks de verschillen tussen de afzonderlijke landen zijn er een aantal algemene patronen te ontdekken die Latijns-Amerika als geheel karakteriseren.

Een typologisch onderscheid kan gemaakt worden tussen meerdere niveaus van institutionalisering van de sociale dialoog: (a) nationale dialogen en consultatieprocessen op ad hoc basis en (b) geïnstitutionaliseerde overlegplatformen. De nationale dialogen en consultatieprocessen worden in de regel door de Presidenten geconvoceerd rond een specifiek onderwerp in een bepaalde context, afhankelijk van de behoeften van het moment, vaak als antwoord op hevige sociale mobilisaties. Dit was het geval in Panama in 2002 toen de regering een grootschalige consultatie bijeenriep om draagvlak te vinden voor een omstreden onderwijswet.

Kerkelijke vertegenwoordigers vervullen een belangrijke rol in de bemiddeling tussen de verschillende organisaties die deelnemen aan dergelijke processen. Korte tijd na parlementaire verkiezingen, als presidenten weinig parlementaire steun of een instabiele parlementaire meerderheid hebben, worden ook vaak consultatieprocessen georganiseerd. Het doel van deze consultaties voor de President is dan om zich te verzekeren van de steun van de extraparlementaire oppositie om zo de onderhandelingen met het parlement te vergemakkelijken. Voorbeelden hiervan zijn de Concertación Nacional van President Miguel Ángel Rodríguez in Costa Rica 1998, de Plan Visión de País in Guatemala in 2006 en Visión de México in 2001. Enkele consultatieprocessen richten zich nadrukkelijk op de lange termijn en hebben tot doel een breedgedragen ontwikkelingsstrategie te formuleren. Visión 2020, in 1998, in Panama was zo’n proces waaraan NGO’s, politieke partijen, internationale organisaties en kerken aan mee hebben gedaan, met als doel te reflecteren op de toekomst van het land na de teruggave van het Panama-kanaal in 2000. In Peru stelden de politieke partijen en de belangrijkste sociaal-economische actoren in 2002 een “strategische agenda voor de eenentwintigste eeuw” op, met als doel de regeerbaarheid van het land te herstellen na de autoritaire regeringsperiode van President Fujimori.

De bestaande consultatieprocessen richten zich echter vooral op de korte termijn en beperken zich in dat opzicht vaak alleen tot conflictbeheersing of maken deel uit van instrumentele strategieën voor regeringen om politieke schade te beperken. Het is van groot belang voor de Latijns-Amerikaanse politieke en sociale actoren boven de visie van conjuncturele sociale pacten uit te stijgen om een duurzame sociale dialoog te bevorderen, draagvlak te generen voor belangrijke hervormingen en een gemeenschappelijke ontwikkelingsstrategie voor de lange termijn vast te stellen om zo meer continuïteit van het regeringsbeleid te garanderen.

De analyse van de in het verleden gevoerde dialogen laat ook zien dat niet alleen de coördinatie tussen organisaties van het maatschappelijk middenveld maar het interne organisatieniveau van deze organisaties voor een groot deel hun politieke invloed bepaald. Dit draagt bij aan de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de sociale actoren. Dit is ook de reden dat met name werkgeversorganisaties, maar ook de media en de kerken, vaak veel dominanter zijn dan andere organisaties van het maatschappelijk middenveld.

De zwakte van de NGO’s en de vakbeweging verklaart de gedeeltelijke mislukking van veel consultatieprocessen, zoals bijvoorbeeld in de Dominicaanse Republiek (Diálogo Nacional, 1997) of in Honduras (Concertación Nacional, 1990), waarvan de politieke doorwerking zeer beperkt was. De instelling van sociaal-economische raden in Latijns-Amerika is een trend van het laatste decennium. Achtereenvolgens stelden Nicaragua (1999), Mexico (2000), Peru (2001), Brazilië (2003) en de Dominicaanse Republiek (2005) een sociaal-economische raad in. De MERCOSUR stelde eveneens in 1994 een adviesraad in, naar het voorbeeld van het European Economic and Social Council (EESC).

Deze raden zijn allen, met enige kenmerkende institutionele verschillen, sterk geïnspireerd op Europese raden. In alle gevallen gaat het om adviesorganen voor de Uitvoerende en Wetgevende Macht met een representatieve vertegenwoordiging van het maatschappelijk middenveld met permanent benoemde leden. Gangbare kenmerken zijn dat de regering lid en voorzitter van de Raad is, er meestal geen onafhankelijke geledingen zijn en dat de thematiek van de Raad vaak breder is dan alleen sociaal-economische vraagstukken.

Losse sociale coalities rond conjuncturele onderwerpen zijn in staat grote groepen mensen op de been te brengen.
Losse sociale coalities rond conjuncturele onderwerpen zijn in staat grote groepen mensen op de been te brengen.

Desondanks is de geïnstitutionaliseerde sociale dialoog – met uitzondering van Brazilië en Peru – in weinig landen operationeel. Bestaande adviesraden blijken in de praktijk slechts beperkt te functioneren. In het geval van met name Mexico en Venezuela (waar sinds 1946 een adviesraad bestaat) komt de raad zelden bijeen. In Nicaragua staat de Consejo de Planificación Económica y Social (CONPES) volledig onder controle van de sandinistische regeringspartij FSLN. Pogingen in Costa Rica, Bolivia en Chili hebben geen resultaten opgeleverd. Bij de eerste twee landen was de Nederlandse SER overigens betrokken. In deze landen lijkt het binnen de huidige politieke machtsverhoudingen onwaarschijnlijk dat er op de korte termijn een sociaal-economische adviesraad wordt ingesteld. Huidige initiatieven in o.a. Guatemala, Colombia en Honduras lijken hoopvol maar lopen het risico stuk te lopen op de politisering van de publieke sector, sterk gepolariseerde verhoudingen en de zwakte van de sociaal-economische actoren.

De sociale dialoog exporteren naar de Latijns-Amerikaanse context

Omdat de sociale dialoog geen modeloplossingen biedt, dient de inrichting hiervan aan te worden gepast aan de eigen historische en culturele context van het continent en de specifieke landen, met aandacht voor de bestaande machtsverhoudingen, de samenstelling van het maatschappelijk middenveld, het institutionele kader en de heersende politieke cultuur.

Er kunnen drie hoofdkenmerken van de Latijns-Amerikaanse politieke systemen worden aangegeven die sterk afwijken van de Nederlandse overlegeconomie. Deze algemene kenmerken dienen de institutionele keuzes voor de inrichting van de sociale dialoog in Latijns-Amerika te bepalen. In de eerste plaats zijn Latijns-Amerikaanse landen, in tegenstelling tot Nederland, geen parlementaire democratieën maar hebben presidentiële regimes. Een belangrijke eigenschap van deze presidentiële regimes is dat ze in de meeste gevallen gekoppeld zijn aan kiesstelsels van Evenredige Vertegenwoordiging. Hierdoor komt het zeer regelmatig voor dat regeringen geen parlementaire meerderheid hebben, wat de regeerbaarheid ernstig bemoeilijkt. Vanwege het ontbreken van een consensuscultuur en de vergaande politieke polarisering kan dit zelden worden verholpen worden door coalitieregeringen.

In de tweede plaats is het maatschappelijk middenveld minder overzichtelijk gestructureerd en ook breder qua thematiek. Stil gestaan dient te worden bij de recente empowerment van het maatschappelijk middenveld en de grote mobilisatiecapaciteit van movimientos sociales (sociale bewegingen: losse sociale coalities rond conjuncturele onderwerpen). Daarnaast is de organisatie van de economie ook erg verschillend, met een grote informele sector. Vanwege de extreme verdeeldheid van het maatschappelijk middenveld is een “klassieke” inrichting van de sociale dialoog met werkgevers en werknemers niet levensvatbaar. Nagedacht zal moeten worden over de legitimiteit en representativiteit van het maatschappelijk middenveld.

Ook zal gekeken moeten worden naar manieren om de adversariale – op conflict gerichte – houding van maatschappelijke organisaties te doorbreken. In de derde plaats is er een totaal verschillende politieke cultuur. Latijns-Amerikaanse landen zijn “meerderheidsdemocratieën” (7). Er bestaat een specifieke Latijns-Amerikaanse policy making style (8) die vooral de continuïteit van het regeringsbeleid op de lange termijn niet ten goede komt. Dit impliceert ook de afwezigheid van een politiek onafhankelijk ambtenarenapparaat.

De toekomst van de sociale dialoog in Latijns-Amerika

De sociale dialoog maakt het mogelijk voor het maatschappelijk middenveld om deel uit te maken van belangrijke hervormingsprocessen. Het maatschappelijk middenveld beperkt zich niet tot het voeren van een oppositiestrijd tegen de institutionele politieke machten, maar maakt deel uit van alle fases van het public policy-proces dankzij formele en informele institutionele mechanismen en wordt een volwaardige speler in een inclusieve en plurale sociale democratie.

De weg die Latijns-Amerika heeft ingeslagen voor de ontplooiing van de sociale dialoog is nog lang, vooral wanneer een aantal fundamentele voorwaarden voor succes ontbreken. De sociale dialoog kan alleen functioneren als aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan, waarvan de versterking van de capaciteit van met name de vakbeweging en van onafhankelijke publieke onderzoeksinstellingen de belangrijkste zijn. Toch is een eerste stap gezet in de richting van een sociale democratie in Latijns-Amerika.

De sociale dialoog moet in geen geval het primaat van de politiek ondermijnen, waarbij een sociaal-economische raad het parlement vervangt, zoals President Evo Morales van Bolivia of oppositieleider Ottón Solís in Costa Rica van de Partido Acción Ciudadana voor ogen hebben. De verbreding van de participatie van het maatschappelijk middenveld in het public policy-proces is echter op zijn plaats.

De vraag naar meer sociale dialoog is tegelijkertijd het gevolg van de zwakte van politieke partijen en de intrinsieke beperkingen van de representatieve democratie evenals een mogelijk antwoord daarop. De sociale dialoog dient niet top-down te worden ingesteld maar kan pas succesvol zijn als het ingebed is in het sociaal-economisch leven en in de politieke cultuur. Zo zal er meer aandacht besteed moeten worden aan de sociale dialoog op sector- en bedrijfsniveau.

Sociaal-economische raden zijn niet de enige vorm van geïnstitutionaliseerde sociale dialoog. Voor elk afzonderlijk land zal de precieze vormgeving van de sociale dialoog verder moeten worden uitgewerkt afhankelijk van de samenstelling van het maatschappelijk middenveld en de institutionele tradities. Het is noodzakelijk de sociale dialoog te “tropicaliseren.” Voor collectieve onderhandeling kan gedacht worden aan een eenvoudig onderhandelingsplatform naar het model van de Nederlandse Stichting van de Arbeid. Voor sociaal-economische advisering moeten er keuzes gemaakt worden over o.a. de samenstelling (en de criteria daarvoor, vooral voor de benoeming van onafhankelijke leden), doelstellingen, thematiek, methodologie, interne organisatie en politieke autonomie en financiering. In dit kader is het relevant nader te kijken naar het functioneren van de meer succesvolle adviesraden in Brazilië en Peru.

De institutionalisering van de sociale dialoog biedt overigens geen garantie voor een daadwerkelijke doorwerking van de aanbevelingen van het maatschappelijk middenveld in het politieke besluitvormingsproces. Een zekere mate van institutionalisering is noodzakelijk om legitimiteit te geven aan de sociale dialoog. Te veel institutionalisering brengt echter het risico met zich mee van machtsmanipulatie vanuit de regering. Om coöptatie van het maatschappelijk middenveld te voorkomen, zeker in die gebieden waar populistische tendensen bestaan is het van belang de autonomie en onafhankelijkheid van de sociale actoren ten opzichte van de regering te garanderen. In de institutionele kaders moeten voldoende waarborgen ingebouwd worden om manipulatie van het maatschappelijk middenveld door middel van corporatistische structuren te voorkomen.

Tot slot is politieke wil van alle kanten (regering, parlementaire oppositie en extraparlementaire oppositie) een vereiste. De weerstand van de regering van President Arias in Costa Rica tegen de geïnstitutionaliseerde sociale dialoog heeft de instelling van een sociaal-economische raad op de korte termijn zeer onwaarschijnlijk gemaakt. Ook is een constructieve opstelling in de onderhandelingen. Dit vraagt om een cultuurverandering die een breuk met de ideologische polarisering en de op confrontatie gerichte politieke cultuur impliceert. Van de geïnstitutionaliseerde sociale dialoog moeten geen wonderen worden verwacht.

De sociale dialoog moet gezien worden als een middel om tot goed economisch beleid te komen en niet als een doel op zich. De sociale dialoog is nodig om maatschappelijk draagvlak te genereren voor het regeringsbeleid en beleid te maken dat gericht is op continuïteit op de lange termijn. Overheidsbeleid moet boven regeringsbeleid komen te staan. Daarnaast kan de sociale dialoog voorzien in de noodzaak kanalen te openen en te versterken om de participatie van het maatschappelijk middenveld mogelijk te maken en ordelijk te laten verlopen en sociale conflicten te voorkomen.

[box type=”download” border=”full”]Petri – De Sociale Dialoog in Latijns-Amerika nader beschouwd[/box]


(1) Het UNDESA organiseerde op 24 en 25 juli 2008 een internationale Expert Group Meeting in Wenen met als doel informatie uit te wisselen over participatie en sociale dialoogmechanismen.
(2) Olivier Dabène, La région Amérique latine. Interdépendance et changement politique, Paris: Presses de Sciences Po, 1997.
(3) Alain Rouquié, Amérique latine: introduction à l’Extrême-Occident, Paris: Editions du Seuil, 1987
(4) Buve, Raymond, ‘Is er één grote Links Golf in Latijns-Amerika?’, in: Internationale Spectator, Jaargang 61, nr 2, februari 2007
(5) Dennis P. Petri & Jean-Paul Vargas, Efectividad Parlamentaria, San José: Ministerio de Asuntos Exteriores y de Cooperación de España, 2008
(6) Latinobarómetro. Opinión Pública Latinoamericana. Zie website: http://www.latinobarometro.org/.
(7) Arend Lijphart, Democracy in plural society. A comparative exploration, New Haven: Yale University Press, 1977
(8) Albert Hirschman, Journeys towards progress. Studies of economic policy-making in Latin America, Boulder: Westview Press, 1963

Posted on Leave a comment

De publieke rol van protestantse kerken in Latijns-Amerika

In Latijns-Amerika heeft de Katholieke kerk een zwaar stempel gedrukt op alle lagen van de samenleving. Door de eeuwen heen zijn veel maatschappelijke ontwikkelingen (stromingen, instanties, normen en waarden) sterk bepaald door de richting die daaraan werd gegeven door rooms-katholieke geestelijken.

Sinds begin 20e eeuw is er een flinke influx geweest van protestantse zendelingen voornamelijk uit Engeland en de Verenigde Staten, waardoor velen tot bekering kwamen en zich afkeerden van de ‘moederkerk’. Hierdoor ontstond een nieuwe sterke christelijke beweging die z’n tehuis vond in Pinkster- en Evangelische kerken.

Schattingen geven aan dat protestantse kerken, afhankelijk van het land een kwart tot de helft van de totale bevolking uitmaken (in Guatemala zegt zelfs 60% van de bevolking protestants te zijn). Hiermee is de groep evangelische christenen een maatschappelijke en politieke factor van belang geworden, die zich steeds meer roert in het publieke debat.

De Amerikaanse historicus James Kennedy analyseert in zijn boek Stad op een berg de rol die religie speelt in Nederland in de vormgeving van maatschappelijke instellingen en ideeën. In Latijns-Amerika spelen de protestantse kerken in de huidige postkatholieke tijd een steeds grotere rol, in een omgeving van groeiend secularisme. Na de strijd van protestantse kerken om dezelfde rechten als de Katholieke kerk, lijken deze zich nu te richten op andere maatschappelijke onderwerpen, als antwoord op de groeiende invloed die het secularisme op de samenleving heeft.

Tot voor kort was het Katholieke geloof de staatsgodsdienst van de meeste Latijns-Amerikaanse landen. Deze staatsgodsdienst impliceerde bijzondere rechten voor de Katholieke kerk. Costa Rica is het enige land in Latijns-Amerika waar de Katholieke Kerk nog de staatskerk is. Het enige andere land in de regio waar dat nog zo was, Bolivia, heeft in 2009 een nieuwe grondwet aangenomen, waardoor in dat land er geen officiële godsdienst meer is.

In Costa Rica strijdt nu een gelegenheidscoalitie van protestantse en humanistische (seculiere) organisaties voor de afschaffing van de bevoorrechte status van de Katholieke kerk en voor gelijke rechten voor alle godsdiensten. Hoewel het al lang niet meer zo is dat de Katholieke Kerk privileges heeft waardoor protestantse christenen achtergesteld worden, wordt dat door velen echter wel zo ervaren. Hierdoor ontstaat de vreemde situatie waarin zowel secularisten als protestanten strijden om Costa Rica een godsdienst-neutrale staat te maken.

De invloed van de secularisering van de samenleving is sterk zichtbaar. Voor de secularisten is het afbreken van de positie van de Katholieke Kerk een stap in het uitbannen van alle vormen van religie in het publieke domein. Protestanten beseffen nog te weinig dat ze hun pijlen niet moeten richten op de Katholieke Kerk, maar samen op moeten trekken tegen het groeiende secularisme.

De bevordering van liberale wetgeving zoals de invoering van het homohuwelijk in een aantal Latijns-Amerikaanse landen zijn het resultaat van de druk die secularisten hebben uitgeoefend. Het homohuwelijk is sinds kort mogelijk in Argentinië en in de deelstaat Mexico. Op korte termijn wordt verwacht dat het parlement van Uruguay een besluit zal nemen die het homohuwelijk mogelijk zal maken. Wetvoorstellen met dezelfde strekking zijn in behandeling in diverse landen. In Costa Rica is een poging om over dit onderwerp een referendum te houden door de Raad van State tegengehouden. De beslissing hierover ligt nu bij het Costaricaanse parlement.

Als antwoord op de aanhoudende criminaliteit in zijn land, poogde de Salvadoreense presidente Mauricio Funes in 2010 Bijbellezen op scholen verplicht te stellen. Vanwege grote maatschappelijke weerstand is dit wetsvoorstel daarna ingetrokken. Zie artikel “Meer nodig dan Bijbellezen in El Salvador”.

Ook oefenen veel maatschappelijke organisaties, ondersteund door internationale ontwikkelingsorganisaties en VN-instellingen, druk uit op de politiek om de mogelijkheden voor abortus te vergroten en IVF-behandeling versneld te legaliseren.

De Latijns-Amerikaanse kerken reageren wel op deze ontwikkelingen, maar nog steeds onvoldoende. Door middel van onderzoek en training hoopt de Stichting Platform voor Christelijke Politiek een bijdrage te leveren om de publieke rol van de kerken in Latijns-Amerika naar een hoger niveau te tillen.