Posted on

De reden voor de heisa rond Huawei

De ganse heisa rond Huawei heeft niets te maken met spionage maar gewoon met het feit dat de VS geleidelijk aan de controle over de telecom en de digitale wereld aan het verliezen is aan Chinese bedrijven als Huawei.

Toch merkwaardig die Britse veiligheidsdiensten. Dankzij Edward Snowden weten wij dat de Britse veiligheidsdiensten, vooral dan GCHQ, in samenwerking en zelfs eerder op vraag van het Amerikaanse National Security Agency wereldwijd iedere computer, ordinaire telefoonlijn en smartphone afluisteren als ze dat willen en dat ook op gigantische schaal doen.

Zoals toen bleek dat de Britten ingebroken hadden in het telefoonsysteem van ons aller Proximus. Zonder twijfel een criminele daad die echter, zo hoort het in dat milieu, ongestraft blijft. Herinner de slogan van Ian Fleming/James Bond: ‘License to kill’.

Huawei

En dan komt zaterdag in De Morgen in het stuk ‘Rusland wel in zee met Huawei’ een zekere Ian Levy van het Cyber Security Centre, een Britse regeringsinstelling, zo te zien zonder gêne of opmerking vanwege die krant ons vertellen dat de beveiliging van de apparaten van Huawei, de Chinese producent van telecomapparatuur, rammelt.

Bewijzen daarvoor levert hij natuurlijk niet. En mede daarom zijn zijn beweringen waardeloos. Een Belgisch topspecialist van de veiligheidsdiensten stelde mij ooit dat je hen niet kan vertrouwen. “Ze vertellen je een verhaal en als je ontdekt dat dit gelogen is komen ze af met een nieuw verhaal, enzovoort. De echte waarheid kom je nooit van hen te weten”, aldus de expert.

Inlichtingendiensten

En de geschiedenis leert dat ook. Waarom hebben regeringen anders steeds meerdere inlichtingendiensten ter beschikking. Simpel. Ze kunnen zo de andere(n) immers beter in de gaten houden. Een geheime dienst mag nooit te machtig zijn. De VS heeft er naar schatting 27 verschillende. Ook België bezit trouwens meerdere officiële diensten die inlichtingen verzamelen. De private sherlocks niet te vergeten.

De ganse heisa rond Huawei heeft niets te maken met spionage maar gewoon met het feit dat de VS geleidelijk aan de controle over de telecom en de digitale wereld aan het verliezen is aan Chinese bedrijven als Huawei. Zeker met de nieuwe technologieën die eraan komen. En dit wil de VS met bruut geweld – het bedreigen van regeringen als ze die Chinese technologie kopen kan je moeilijk anders omschrijven – voorkomen.

Spionage

Uiteraard spioneert China in het buitenland. Dat is de logica waaraan iedereen voldoet. Bedrijf A dat met bedrijf B zaken wil doen zal toch ook eerst eens informeren of B wel betrouwbaar is. En wat is spioneren anders dan het verzamelen van informatie over vriend en vijand?

Huawei-Logo
Als we de Amerikaanse regering en hun Europese vrienden moeten geloven is Huawei het nieuwe Gele Gevaar.

In die zin zijn diplomaten eveneens spionnen want via hun contacten in het gastland verzamelen zij inlichtingen. Het is zelfs hun voornaamste taak. Hetzelfde voor journalisten die dag in dag uit niets anders doen. Lees het stuk over de Witte Helmen. Ook ik ben dus een ‘spion’. Ik beken.

NSO Group

Recent bleek nog dat de Brits-Israëlische NSO Group, tegenwoordig onderdeel van het Britse Novalpina Capital, technologie verkoopt waarmee men alle berichten die iemand via WhatsApp  verstuurt, eigendom het Amerikaanse Facebook, kan meelezen. In die zin is het verhaal van Ian Levy over Huawei en haar ‘rammelende’ technologie voor de Britten, Israëli’s en Amerikanen een goede zaak.

Ze kunnen, als die bewering van Ian Levy natuurlijk klopt, erg gemakkelijk meekijken en -luisteren. Maar of dat waar is is natuurlijk verre van zeker. Want wie gelooft die spionagediensten? Vele journalisten hebben er zo te zien geen probleem mee. Regeringen, zoals de geschiedenis ons leert, blijken er wel meer argwaan over te hebben.

Het Verenigd Koninkrijk

Zie ook het Verenigd Koninkrijk waar politici en hun spionnen openlijk ruziën over Huawei en de vermeende spionage van China. Met de veiligheidsdiensten  die grosso modo zeggen: Oppassen. Een visie die gezien de al decennia oude intense samenwerking met de Amerikaanse collega’s van CIA en NSA logisch te noemen is.

En waarbij in de Britse regering de minister van Defensie waarschuwt voor Huawei en de minister voor Buitenlandse Handel stelt dat er niets aan de hand is. De ene minister die overal in de wereld aan zoveel mogelijk landen, en zeker een economische grootmacht als China, op grote schaal Britse producten wil verkopen.

Buitenlandse politiek

En diens collega op Defensie die nog steeds denkt dat men alleen samen met de VS baasje over de wereld kan spelen. Een nu totaal versleten idee ontstaan in 1940. Met andere woorden: Deze discussie heeft niets met veiligheid te maken maar met buitenlandse politiek. De vraag is: Hoe slaafs wil men zijn ten overstaande van de VS?

Gezien de openlijk vijandige houding van Washington tegenover de EU lijkt een samenwerking met China, en Rusland, niet alleen gewenst maar zelfs essentieel. We hebben nu eenmaal een gezamenlijke vijand. Zo simpel is dat. In de jaren dertig van vorige eeuw voerden de Britten zoals nu een vijandige politiek tegenover de Sovjetunie. Tot men in 1941, te laat, besefte dat beiden een gezamenlijke vijand hadden: Hitler.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Is het slopen van de sociale media het ware doel van de AVG/GDPR?

Het zal u niet ontgaan zijn dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AGV, GDPR in het Engels) in de Europese Unie in werking is getreden. Mijn email-postvak zat vanochtend vol met e-mails van bedrijven die nodig hun privacy-voorwaarden moesten bijwerken en het nodig vonden mij hierover te informeren. Nu is dat niet zo erg. Daarvoor hebben alle e-mail-postvakken immers een massa-verwijderknop.

Wat wel een probleem is, en wat waarschijnlijk op termijn duidelijk gaat worden, is dat de GDPR volgens mij zo geformuleerd is dat het voor hele specifieke toepassingen, zoals de sociale media-platformen van Google, Facebook, Microsoft, Apple en andere technologie-reuzen best een kostbare zaak gaat worden.

De GDPR, voor zover die nog introductie behoeft, is nieuwe regelgeving vanuit de Europese Unie om bedrijven te verplichten anders om te gaan met gegevens van gebruikers van online-diensten. U krijgt bijvoorbeeld het recht om vergeten te worden. U krijgt het recht om al de gegevens te zien die een website over u verzameld heeft. Het klinkt allemaal prima. Op zich is met de intentie ook niets mis. Er zijn volgens mij 2 kanten aan deze zaak. Enerzijds de sociale media-platformen die inderdaad soms hun boekje te buiten gaan. Maar anderzijds is er nu ook de EU die met een bazooka op een mug schiet.

Ik wil op geen enkele manier het gedrag van Facebook of Google bij daadwerkelijke privacy-schendingen goedpraten. Sterker nog, er zijn goede redenen om deze bedrijven een beetje te wantrouwen. Zo zijn er aanwijzingen dat In-Q-Tel, een investeringsfonds van de Amerikaanse veiligheidsdiensten, op zijn minst een gepaste donatie gedaan heeft in het begin van het bestaan van zowel Google als Facebook. Het gebruik maken van deze diensten kan gezien worden als je gegevens direct opsturen naar de NSA, de Amerikaanse veiligheidsdienst belast met deze zaken.

Het doel van In-Q-Tel? Amerika moet vooraan in de strijd blijven als het gaat om technologische vooruitstrevendheid. Er is dus een strategisch belang gemoeid met het investeren in Google en dergelijke.

Toch is ondanks dit bezwaar het gebruik van Facebook, Twitter, Google, Microsoft en Apple-producten ieders goed recht. En in verreweg de meeste gevallen registreren deze bedrijven alleen de gegevens die mensen zelf naar die bedrijven toebrengen. Mag Facebook weten dat u graag champignon-pizza eet? Natuurlijk wel. Zeker Facebook en Twitter zijn bijzonder goede manieren om buiten het bestaande media-discours om informatie te verspreiden.

Technisch gezien hebben Facebook, Twitter en Google best een groot probleem. Ze beheren gigantische hoeveelheden complexe data over al hun gebruikers en alle mensen die anoniem gebruik hebben gemaakt van hun diensten en dus niet meer traceerbaar zijn. Het “recht om al je gegevens te kunnen opvragen” faciliteren kan daarom worden opgevat als een poging van de Europese Unie om een juridische stok te hebben om deze bedrijven mee te slaan. Als hier niet aan voldaan wordt is de boete voor Facebook bijvoorbeeld 1,3 miljard euro en voor Google 4,3 miljard euro. Het is dus van tweeën één. Ofwel ze moeten kostbare investeringen doen om te voldoen aan de wetgeving. Ofwel ze krijgen een torenhoge boete.

Genoeg om zowel Facebook en Google pijn te doen dus. Tel daarbij op dat Facebook al eerder kwalijk werd genomen dat het “nepnieuws” verspreidde. Deze wetgeving heeft hiermee de kwade reuk dat het andere doelen dient dan direct zichtbaar aan de oppervlakte.

Als het slopen van de sociale media niet het doel is van de GDPR is dan is dat voor de ongekozen voorhoede van de EU en hun marionetten op zijn minst een gunstig neveneffect. Voor de rest van ons ongunstig.

Posted on

Pulsvisserij en de stoommachine: Frankrijk en de EU

In de 17e eeuw joeg Frankrijk een van vaders van de stoommachine haar land uit. In 2018 heeft Frankrijk wederom succesvol op een succesvolle industriële ontwikkeling gejaagd. Met het EU-verbod op pulsvisserij wordt jaren onderzoek de nek omgedraaid. Belangrijker nog, het toont een fundamenteel probleem van de EU. Het is en blijft een staat op zoek naar een volk. Er is slechts een verbond van volkeren waarboven belangengroepen staan. Deze belangengroepen zorgen voor zichzelf in naam van de rest. Dit ligt ten eerste aan de aard van het Europese continent, en ten tweede aan een van de basisgedachten van de Europese Unie.

Geografie en de ontwikkeling van volken

Het Europese continent is uiterst divers in haar geografie. Het ene land heeft uitgebreide vlakten waar graan welig kan tieren, terwijl diezelfde vlakte bij een ander onbruikbare toendra’s zijn. Bergen dwingen een andere ontwikkeling af dan moerasgebieden. Zo ook is het met de volken die zich in al deze verschillende gebieden gevestigd hebben. Op vele ontelbare kleine manieren ontstonden zo de verschillen in gebruik van de omgeving. Net als in de verwoording daarvan en zo in het taalgebruik. Het eindigt met het ontstaan van verschillende gebruiken die een onderdeel vormen van een volk, groot of klein. Daaruit is mede ook de gedachte ontstaan dat de eigen mensen, het eigen volk, de natie, voor zichzelf dient te zorgen.

Tegenwoordig cultiveren overheden die gedachten om landen en diens stemmers te mobiliseren. “Geen cent meer naar Griekenland” in Nederland versus “Merkel is de nieuwe Hitler” in Griekenland. Het voeden van deze sentimenten wordt tegenwoordig versterkt door de EU.

Een monopolie als basisgedachte

De EU heeft als basisgedachte namelijk een douane unie. Dat veroorzaakt twee dingen. Allereerst bemoeilijkt het handel met de rest van de wereld. Ten tweede dwingt de EU, mede door die douane-unie, om de producten van ons omringende landen af te nemen. Daarmee is de EU niet voor vrije handel. De EU is voor controle op handel binnen de eigen douane-unie. Iedereen die daarbuiten valt is onderwerp van politiek. J.S. Mill had al bedacht dat internationale handel niet tot de economische vrijheid van het individu behoort. Het diende het exclusieve domein van overheden te zijn.

Wat heeft dit te maken met pulsvisserij? Zoals gezegd monopoliseert de EU een bepaald geografisch gebied. Dat betekent dat allen die zich daarbinnen bevinden concurrenten worden om die monopoliepositie. Wie de macht heeft kan de koers uitzetten. Landen zelf zijn niet sterk genoeg om die monopoliepositie te claimen. Dus worden er coalities gevormd. In die coalities tussen de vertegenwoordigers van landen spelen wederom op zijn minst twee aspecten een grote rol.

Gevolgen voor industriële ontwikkeling

Het eerste is dat de coalitie om beleidspunten moet gaan, dus om concrete zaken. Over ideeën kan men immers twisten, over uitruilbare stemmen niet. Het tweede heeft betrekking op de pulsvisserij. Voor Franse vissers is de pulsvisserij vooralsnog onbetaalbaar. Vissers uit Nederland verkrijgen een voordeel ten opzichte van die Franse vissers. Dat is niet in Frans, electoraal, belang. Dus mag een dergelijke ontwikkeling niet plaatsvinden. In Frankrijk zal dit als een overwinning gevierd worden. Voor de mensen in Nederland die hierin hebben geïnvesteerd betekent het een groot verlies.

Daarmee komt het fundamentele probleem van de EU naar voren. Nationale belangen worden behartigd in een kunstmatig afgesloten geografisch gebied. Daarbinnen moeten landen dezelfde wetten, regels, afspraken naleven. Iedereen moet gelijk behandeld worden. Alles moet hetzelfde zijn. Het gevolg is dat wanneer iemand voorop dreigt te gaan lopen deze teruggefloten zal worden door hen die niet de capaciteit hebben om mee te komen. Dat is het geval met de Franse vissers.

De oplossing is niet alle vissers dwingen hetzelfde te doen. De oplossing zou zijn hen te laten werken naar eigen kunnen, naar eigen inzicht en vermogen. Binnen de EU kán men echter niet anders fungeren. Om die macht moét gevochten worden, anders zal ‘de concurrent’ profiteren. Om mee te spelen moét men groot zijn. Nieuwe ontwikkelingen worden altijd de dupe van deze kunstmatige machtsspelletjes. Daadwerkelijke ontwikkeling vindt namelijk niet plaats in het bekende dat deze belangen vertegenwoordigen, maar in het nieuwe.

Vrije zee, vrije landen

Zonder de EU kunnen Nederlandse vissers de eigen territoriale wateren beheersen zoals zij dat willen. Als dat betekent dat door pulsvisserij de zeebodem er in de toekomst beter bijligt dan in de rest van het continent betekent dat twee dingen. Allereerst dat wij als Nederlanders er trots op mogen zijn zo’n bijdrage aan natuurbescherming én de visserij te kunnen leveren. Ten tweede dat die Nederlanders die daarin geïnvesteerd hebben hun producten kunnen gaan verkopen aan de rest van de wereld. Beide mogelijkheden zijn nu door de neuzen van honderden betrokkenen geboord.

Daarmee zijn geografie en volk nog steeds bepalend. Nederlanders zijn, om wat voor reden dan ook, blijkbaar meer werklustig in het zoeken naar oplossingen die mens en natuur verder brengen. Als riviermond bewoners zijn Nederlanders nog steeds verbonden met de oceaan en de wereld die daarbij hoort. Dat het onderzoek om met die wereld beter samen te kunnen bestaan onmogelijk wordt gemaakt door een geografisch construct dat EU heet is dan ook uiterst destructief. Dat Frankrijk de uitvinder van de voorlopers van de stoommachine uit eigen land wegjoeg is tot daar aan toe. Dat ze nu ook nog industriële ontwikkeling in andere landen gaan tegenhouden is helemaal verrückt. De Nederlandse regering zou er goed aan doen dit verbod te negeren.

Posted on

Wat te doen aan te dure medicijnen?

door Leendert de Rijke

Op 10 en 11 mei organiseert de World Health Organization (WHO) een ‘Fair Pricing Forum’ in Amsterdam. Er worden strategieën besproken die kunnen leiden tot een ‘eerlijker’ prijs voor medicijnen, om zo de toegankelijkheid van medicijnen te vergroten zonder investeringen in innovatie een halt toe te brengen. Het ligt voor de hand dat prijszetting door overheden één van de scenario’s is. En dat is een uitermate slecht idee.

Een voorbeeld van prijszetting in de zorg door de Nederlandse overheid, is te vinden in het mandaat van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De invulling én de prijs van de zorg wordt vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) in sterke mate en vrij gedetailleerd bepaald door de NZa. Aan de ene kant vereist de NZa een hoge kwaliteit en aan de andere kant wil de NZa de prijs zo veel mogelijk drukken om zo de totale publieke uitgaven voor gezondheidszorg te beperken. Jaarlijks worden de tarieven opnieuw bepaald, wat bureaucratie en onzekerheid voor zorgaanbieders in de hand werkt. Dat dit in de praktijk problemen geeft mag niet verbazen. Het probleem van een zorgvrager is in de praktijk vaak lastiger op te lossen dan in de behandelomschrijving van een bureauambtenaar suggereert. Lang niet alle verzorgingstehuizen zijn in staat om binnen de kaders van het ‘one size fits all’ beleid van de NZa een aanbod neer te zetten dat voldoet aan de behoeften en verwachtingen van hun zorgvragers en tegelijkertijd het personeel niet overbelast.

Net zo min als het bepalen van de prijs door de NZa er in slaagt om zowel goede als betaalbare zorg te garanderen, is het een goed idee om overheden ‘eerlijke’ prijzen voor medicijnen te laten vaststellen. Door een prijs te fixeren, zal de kwaliteit (het enige waar de farmaceut dan nog aan kan sleutelen) onder druk komen te staan. Ook kan het verschraling van het aanbod en monopolievorming in de hand werken, omdat het niet aantrekkelijk is voor marktpartijen om toe te treden in een markt waarin een investering niet lonend is. Het zou daarnaast voorbij gaan aan de voornoemde issues (vergrijzing en specialistische oplossingen voor zeldzame zorgvragen).

De huidige situatie in Venezuela zou iedereen eraan moeten herinneren hoe het extreem mis kan gaan als de overheid de prijzen van goederen en diensten bepaalt. Producenten zien niet langer brood in het aanbieden van hun product op de reguliere markt en er ontstaat een zwarte markt waarvan slechts enkelen kunnen profiteren. Er ontstaat schaarste waar velen onder te lijden hebben.

Om het zorgaanbod te verbeteren zouden zorgaanbieders zowel de kwaliteit als de prijs zelf moeten kunnen bepalen. Zij kunnen beter inschatten waar hun zorgvragers behoefte aan hebben dan de NZa. Het streven naar betaalbare zorg via door een overheidsorgaan bepaalde prijsstellingen ontneemt zorginstellingen de mogelijkheid om een prijs-kwaliteitverhouding te bepalen vanuit een eigen zorgvisie die aantrekkelijk is voor hun patiënten. Het enige waar de zorgaanbieder aan kan sleutelen: de eigen uitgaven. Ter vergoelijking wordt beargumenteerd dat dit juist bijdraagt aan betere zorg omdat er ‘efficiencywinsten’ te behalen zijn. Die vlieger gaat echter niet op als zorginstellingen aan een gelijkblijvend of zelfs toenemend bureaucratisch eisenpakket moeten voldoen.

Bovendien zijn er goede alternatieve maatregelen te nemen die kunnen bijdragen aan relatieve afname van publieke uitgaven aan gezondheidszorg, ik noem er drie:

Ten eerste, houdt het wettelijk bepaalde basispakket zo minimaal mogelijk. Hierdoor wordt de onderhandelingspositie van zorgverzekeraars richting farmaceuten versterkt; de farmaceut kan niet langer argumenteren dat de zorgverzekeraar door wettelijke verplichting zijn product dient in te kopen. Bovendien ontstaat hierdoor meer ruimte om de premie die individuen afdragen ook op hun specifieke behoeften af te stemmen;

Ten tweede, laat zorgvragers (al dan niet via patiëntenbelangenorganisaties) en verzekeraars vrij om samen afspraken te maken over prijsplafonds: de mate waarin zorg wordt vergoed als het om dure ingrepen gaat die relatief weinig levenskwaliteit danwel levensduur toevoegen. In het Verenigd Koninkrijk, waar een dergelijk prijsplafond wordt gehanteerd, zijn de prijzen van vergelijkbare medicijnen aanmerkelijk goedkoper. In 2014 bleek al uit onderzoek van EenVandaag en de Orde van Medisch Specialisten (OMS) dat een ruime meerderheid (71%) van de bevraagde specialisten voorstander is van een prijsplafond om de zorg betaalbaar te houden;

Ten derde, stel de looptijd van patenten voor medicijnen ter discussie. De wettelijke 10 jaar patentrecht is mogelijk fors langer dan de terugverdientijd van investeringen, gezien de winstgevendheid van farmaceuten. Ook worden innovatie en concurrentie op prijs tussen farmaceuten geremd omdat alternatieven in ieder geval gedurende de looptijd van het patentrecht van de markt worden gedrukt.

De zorgmarkt heeft niet prijsbepaling door overheden maar meer afstemming van vraag en aanbod nodig.

Leendert de Rijke is actief voor de Rotterdam Students For Liberty en Consumer Choice Center.

Posted on

Complotdenken voor beginners (Deel 1)

In het algemeen hebben complottheorieën de schijn tegen, omdat ze de simpelste verklaring van een voorval per definitie lijken af te wijzen. Er is altijd iets anders gaande. Complotdenkers gaan dan voorbij aan andere mogelijkheden, die meer voor de hand liggen. Ten eerste, stupiditeit en egoïsme zijn vaak veel betere verklaringen voor immoreel, onrechtvaardig en anderszins abject gedrag van gezagsdragers, politici, managers, e.d. Als iemand de Oscar-kaartjes[1] voor beste film per ongeluk door elkaar haalt, dan zijn er direct allerlei mensen, die hier vervolgens een doorgestoken kaart in zien. Na de Bijlmerramp werden er bij de opruiming mannen in witte pakken[2] gezien en dat werd gekoppeld aan de verdenking dat het vliegtuig giftige stoffen zou hebben vervoerd. Uiteindelijk bleken het gewoon mannen in witte overalls geweest te zijn, die de boel kwamen opruimen.

Ten tweede, de meeste complottheorieën moeten, bij nadere beschouwing, steeds verder aangepast worden aan de realiteit, omdat de feiten toch een stuk genuanceerder liggen. Van het complot blijft na kritische checks uiteindelijk niet veel over. Het zijn vooral de complotdenkers zelf, die primair verantwoordelijk zijn voor hun slechte reputatie; zij blijven immers irrationele, vergezochte en zelfs absurde verklaringen bij hoog en bij laag verdedigen. Voor sommige mensen is een voorval nooit wat het is. Als er ergens een vliegtuig neerstort,[3] dan accepteren ze per definitie de gangbare verklaring niet. Niet sappig genoeg: het moet altijd iets anders zijn dan de officieel geldende verklaring. Hiermee maken complotdenkers zich belachelijk voor het grote publiek.

Alhoewel complotdenkers vaak de schijn tegen hebben, is daarmee niet aangetoond, dat ze ongelijk hebben. Het blijkt namelijk dat er genoeg complotten voorkomen. Hoe valt dit te rijmen? Essentieel is dan om filters te hanteren waarmee onzin en realiteit gescheiden kunnen worden. Er is een spectrum van complotten, variërend van onmogelijk tot hoogst waarschijnlijk; deze glijdende schaal valt gelijk met het type complotdenker, dat het complot probeert te openbaren. Complotdenkers zijn dan te onderscheiden in vier types; de samenzweringsfantast, de samenzweringsdenker, de samenzweringsideoloog en de complotrealist. Met de fantast en realist als uitersten van het spectrum.

Samenzweringsfantasten

David Icke[4] en Jeff Rense[5] zijn te typeren als samenzweringsfantasten – hoe absurder het complot, hoe meer aantrekkingskracht het op dit type complotdenker lijkt te hebben. Voor de neutrale toeschouwer lijken deze mensen vaak rijp voor psychiatrische zorg (of worden er cynisch van verdacht hun geld te verdienen aan mensen, die rijp zijn voor psychiatrische zorg). Maar een gek hoeft niet gevaarlijk te zijn, integendeel. Het is zeer wel mogelijk, dat dit type complotdenker juist heel oprecht is en daarmee dus zeer sociaal bewogen: ze willen hun medeburgers waarschuwen voor misstanden, waar ze grote vrees voor hebben.

Samenzweringsfantasten geloven bijvoorbeeld in Reptilianen[6], mythische reptielmannen die zich in mensenhuiden schuil houden. Deze Reptilianen willen de macht overnemen van de mensheid en de mensheid veroordelen tot slavernij. Samenzweringsfantasten zijn niet te overtuigen met empirische gegevens, logica, natuurwetten of wat dan ook. In al die zaken zijn ze niet geïnteresseerd, want ze geloven in complotten als een religie; ze geloven, omdat het absurd is.[7] Absurd, zeker, maar wel sociaal bewogen. Complotten lijken voor samenzweringsfantasten ook vaak te dienen als niet-godsdienstige verklaringen voor de ellende in de wereld. Het geeft een zekere rust om te geloven dat de wereld hopeloos en verdorven is, dat alles doorgestoken kaart is, want dan valt er ook niets te verbeteren – en hoef je ook niet uit je luie stoel te komen. Wat de precieze motieven van mensen zijn om in bovennatuurlijke complotten te geloven, gaat te ver voor dit stuk, maar zou interessant kunnen zijn voor psychologen.

Samenzweringsdenkers

De samenzweringsfantast verschilt van wat de klassieke “samenzweringsdenker” genoemd kan worden. Samenzweringsdenkers keren zich niet tegen natuurwetten, logica, empirie of chronologie en consistentie, zoals irrationele, paranoïde fantasten. Micha Kat is een goed Nederlands voorbeeld van een echte samenzweringsdenker.[8] Kat richt zich niet tegen buitenaardse wezens, hij probeert een rationeel verhaal te maken van allerlei losstaande feiten. Kat is zodanig overtuigd van een pedofielennetwerk binnen “de elite”, dat hij elk feit aangrijpt om dit netwerk te kunnen aantonen. Vooral voormalig topambtenaar van ministerie van justitie Joris Demmink ziet Kat als het centrum van dit netwerk. Nu is het natuurlijk mogelijk dat zo’n netwerk bestaat, maar op Demmink na zijn er niet veel namen genoemd – en zelfs als Demmink schuldig is, dan kan hij nog steeds geen netwerk vormen in zijn eentje. Maar zo’n tegenwerping zal voor Kat niets uitmaken, het bevestigt slechts dat het complot nog veel groter is dan hij eerder dacht.

Het probleem met de samenzweringsdenker is dus dat de samenzwering zelf niet falsifieerbaar is. Hoe vaak details van het verhaal ook ontkracht worden, hoe vaak nieuwe feiten ook nuanceren; voor een samenzweringsdenker verandert er niets aan de waarachtigheid van het complot. Samenzweringsdenkers proberen orde te creëren in chaos. Hierdoor creëren ze uit ruis een verhaal, dat in theorie waar zou kunnen zijn en op eerste gezicht zelfs plausibel kan lijken. Zowel de samenzweringsfantast, als de samenzweringsdenker hebben een heilig geloof in het eigen gelijk. Wie tegen hen ingaat, loopt het risico om als onderdeel van het complot gezien te worden. Ontkenners zijn obstakels, die de waarheid willen verhullen.

De huidige Trump-Poetin complottheorie is een perfect voorbeeld van een samenzweringstheorie. Bewijs maar eens, dat Trump en Rusland niet ergens hebben afgesproken om de handen ineen te slaan.[9] Iedereen die deze Rusland-koorts tracht te beteugelen, wordt als verdacht gekenmerkt – van de FBI tot aan freelance-journalisten. Wie niet gelooft, dat er sprake is van anti-Russische hysterie, moet voormalig Tory-politicus Louise Mensch[10] eens een tijdje volgen op Twitter. Voor Mensch is werkelijk niets te gek. Niets. Zo heeft Mensch de verkiezingsuitslag van Ecuador[11], ISIS-aanslagen en de dood van de Amerikaanse rechtspopulist en Breitbart News-oprichter Andrew Breitbart[12] aan Poetin toegeschreven. Overigens blijft het niet bij Twitter, Mensch schrijft inmiddels artikelen voor de New York Times en de Washington Post en ze komt regelmatig op de Engelse en Amerikaanse tv-kanalen. Geen kleine vis dus.

Waarom Mensch’ beschuldigingen richting Rusland populair zijn, blijven en nu door elitemedia zelfs serieus worden genomen, kan maar deels worden toegeschreven aan de huiver die er is ontstaan voor Rusland na de annexatie van de Krim. Er hebben zich in 2016 natuurlijk historische gebeurtenissen (Brexit,[13] Trump[14]) voltrokken, die voor heel veel mensen onverklaarbare en onacceptabele fenomenen waren. Een zondebok als Rusland is dan meer dan welkom. Samenzweringsdenkers als Mensch vertellen deze mensen precies wat ze willen horen. Niet hun ideeën over de wereld waren fout, maar het zijn dus die verdraaide Russen geweest! De populisten hebben helemaal niet gewonnen! Het geval Mensch is natuurlijk grotesk. Maar vergeet niet dat er natuurlijk belangengroepen zijn, die Mensch’ gedachtenspinsels voor hun eigen karretje spannen. Er is natuurlijk een enorm veiligheids- en defensieapparaat in Washington opgebouwd sinds de Koude Oorlog, dat leeft van spanningen met Rusland. Types als Trump, die genormaliseerde relaties met Rusland willen, daar zitten ze niet op te wachten. Daarnaast willen de leiders van de Democratische partij Trump natuurlijk zoveel mogelijk tegenwerken; niets werkt dan beter dan om Trump te beschuldigen van samenwerking met een “vijandige macht”.

De anti-Russische samenzweringsdenkers vergissen zich echter op een cruciaal punt. Ze stellen dat Rusland liever omringd wordt door zwakke buurlanden en daarom aanstuurt op destabilisatie van haar buurlanden. Nu zijn landen als Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk ontegenzeggelijk zwakker dan 10-20 jaar geleden, maar dat komt niet door de Russen. Zij zijn verzwakt, omdat ze vasthouden aan allerlei contraproductieve idealen. Het Europese geloof in diversiteit, de euro, derde wereldimmigratie, verzorgingsstaten en supranationale bureaucratie hebben Europese landen veel meer verzwakt dan de Russen met hun kwaadste bedoelingen ooit zouden kunnen bewerkstelligen. Als Poetin Europese landen werkelijk wil verzwakken via destabilisatie, dan zal hij eerder tot de conclusie komen: “Gaat goed zo, niets meer aan doen!”

Samenzweringsideologen

Een derde type complotdenker is de samenzweringsideoloog. Ideologen leggen hun eigen blauwdruk van de wereld over de realiteit heen. Alle verschillen tussen ideaal en realiteit ontkennen ze als niet-bestaand of zijn de schuld van kwade krachten. Complotdenken bij de samenzweringsideoloog is een gevolg van cognitieve dissonantie[15]: de realiteit is te pijnlijk om onder ogen te zien, het ideaal te geliefd om los te laten en dus moet de realiteit aangepast worden.[16]

Een treffend voorbeeld: al sinds de jaren ’60 is er de feministische aanklacht van de “gender wage gap”.[17] Vrouwen zouden per uur minder betaald krijgen dan mannen voor hetzelfde werk en dat ontstaat als gevolg van chauvinistische organisaties, bestuurd door mannen, die vrouwencarrières zouden willen saboteren. De realiteit zit echter anders in elkaar. Talloze onderzoeken tonen aan dat vrouwelijke keuzes met betrekking tot zwangerschap, carrièreplanning (deeltijd vs. voltijd), assertiviteit bij salarisonderhandelingen en dergelijke de verschillen tussen ideaal en realiteit afdoende verklaren. Mannen en vrouwen hebben andere voorkeuren, omdat ze simpelweg biologisch van elkaar verschillen. Het doel zou moeten zijn, dat mannen en vrouwen gelijke kansen krijgen, maar dat is niet genoeg voor feministes: ze eisen gelijke uitkomsten. Om die reden verzinnen feministes liever een sinister mannencomplot – “het patriarchaat”,[18] dat erop gericht zou zijn vrouwen achter te stellen.

De acceptatie van een complot biedt meer geestelijke rust voor de samenzweringsideoloog, dan acceptatie van de realiteit; in die zin verschilt de samenzweringsideoloog dus zelfs niet van de samenzweringsfantast. De samenzweringsideoloog moet vroeg of laat de realiteit passend maken aan zijn ideaalbeeld. Hierdoor ontstaat een perverse situatie: de ideoloog gaat samenzweren met andere ideologen om de realiteit te verdoezelen. Ideologie leidt tot samenzwering!

Zo blijkt in het geval van de vluchtelingencrisis: overheden, media en mensenrechtenorganisaties schuwden geen superlatief om de grootsheid van de Syrische vluchteling te duiden: “moedigst”, “hoogst opgeleid”, “hardst werkend”, “bovenlaag van de bevolking”, “verrijking” enz., enz. Ondertussen zweeg dezelfde media, in letterlijk alle talen, toen bleek, dat deze Syrische vluchtelingen ook minder prettige kantjes hadden – iets waar tegenstanders van de ruimhartige vluchtelingenopvang herhaaldelijk op hadden gewezen. Misstanden in asielcentra, criminaliteit onder asielzoekers, het geïmporteerde extremisme en andere ongemakkelijke feiten (kindhuwelijken, intolerantie naar christenen en homo’s) bleven vervolgens bedekt. In landen als Zweden en Duitsland kunnen (en worden!) politieagenten zelfs vervolgd, als ze ingaan op de afkomst en religie van daders.

Een ander extreem voorbeeld in hetzelfde genre is het Rotherham-schandaal. In de jaren ’90 kregen een aantal Britse maatschappelijk werkers van de regio Rotherham door, dat Pakistaanse moslimmannen minderjarige meisjes seksueel misbruikten. Vooral Britse en Sikh-Indiase meisjes werden actief benaderd. Met charme en cadeaus werden de minderjarige meisjes ingepakt, met de intentie om seks met ze te hebben. Als deze meisjes geen seks (meer) wilden, werden ze gedwongen met geweld of bedreiging. Vaak werden de meisjes ook nog geprostitueerd aan familie, vrienden en kennissen. Enfin, toen de maatschappelijk werksters aan de bel trokken, volgde er geen grootschalig politieonderzoek met arrestaties en rechtszaken. In plaats daarvan werden de Rotherham-klokkenluiders hard terug gefloten door hun superieuren. Het probleem was dat de daders moslims van Pakistaanse afkomst waren. Negatief nieuws over etnische minderheden of moslims zou kunnen leiden tot xenofobie, islamofobie, etnische spanningen en vergelding van verontwaardigde burgers. Zwijgen of ontkennen werden als betere respons gezien. Om die reden kon het misbruik gewoon door blijven gaan; tussen 1997 en 2013 zijn er naar (voorzichtige) schatting maar liefst 1400 meisjes stelselmatig misbruikt.[19] Ideologie diende opnieuw als voedingsbodem om de realiteit te ontkennen en samen te zweren tegen de bevolking door ongemakkelijke feiten van ze te weerhouden.

Het wegmoffelen van het Rotherham-misbruik en asielzoekersproblematiek toont aan, dat er dus (groepen) mensen – i.c. regeringsleiders, vluchtelingenorganisaties en multiculturalistische opiniemakers en beleidsmakers – samenzweren tegen de onwetende massa. In dit geval gaat het om het redden van het multiculturele ideaal. Naast idealisme zijn er natuurlijk tal van andere belangrijke redenen; zelfverrijking, machtsvergaring, machtsbehoud en ontwijking van justitie. Wie hier over schrijft of bericht, riskeert zonder meer om belasterd te worden en, jawel, weggezet te worden als complotdenker – ondanks een correcte duiding en identificatie van het complot.

Complotrealisten

Dit vierde type “complotdenker” kan het best omschreven worden als de “complotrealist”. De complotrealist heeft zijn matige reputatie voor een gedeelte te danken aan het chaotische, feitenvrije, alarmistische denken van de andere types complotdenkers. De analyses van de complotrealist kunnen gemakkelijk verdacht gemaakt worden door ze te koppelen aan fantasie, hysterie en angstdromen. Het is een vergissing om complotten op voorhand te ontkennen: er wordt heel wat bekokstoofd achter de rug van argeloze burgers. Hieronder volgt een korte opsomming van complotten, die plaatsvinden of hebben plaatsgevonden:

  • De Federal Reserve (de Amerikaanse centrale bank) is opgericht door een consortium van Wall Street-banken op Jekyll Island.[20] De directeuren van de 6 grootste banken kwamen in het diepste geheim samen om zo een bankkartel te smeden en de geldvoorraad op uitgekiende wijze te kunnen inflateren;[21]
  • De Sovjetarchieven toonden aan, dat er zich een enorme infiltratie van communisten en pro-Sovjet sympathisanten bij de Amerikaanse overheid had voorgedaan.[22] De verguisde Joe McCarthy blijkt achteraf een stuk dichter bij de waarheid te hebben gezeten dan vaak wordt gedacht;
  • Snowden, Greenwald en Wikileaks onthulden een enorm NSA-surveillance programma (PRISM);[23]
  • Sigarettenfabrikanten probeerden sigaretten te vermarkten alsof ze goed waren voor de gezondheid in plaats van kankerverwekkend (wat bekend was); [24]
  • Stalin en Hitler smeedden het Molotov-Ribbentrop-pact[25] om gezamenlijk Polen binnen te vallen en op te delen;
  • Willem Oltmans is door de Nederlandse staat consequent tegengewerkt om zijn beroep van journalist uit te oefenen, als vergelding voor zijn opstelling richting Papoea Nieuw Guinea.[26] Interessant genoeg, ook Oltmans werd destijds weggezet als complotdenker.
  • De Duitse geheime dienst hielp ten tijde van WOI om Lenin Rusland in te smokkelen[27] en zo het land te destabiliseren met (de Bolsjewistische) revolutie; en
  • Ook Watergate[28], de Iran-Contra affaire[29], het Oost-Duitse dopingprogramma[30], Mossad Kidon squads[31], match-fixing in de profsport[32], operatie paperclip[33], Gladio[34], ODESSA[35], Volkswagen emissieschandaal[36] etc. waren allemaal echt.

Absurd klinkende complotten, zoals dat de CIA abstracte kunst[37] en feminisme[38] heeft gepromoot, bleken achteraf waar te zijn, maar in realiteit blijken absurd klinkende complotten uitzonderingen. Precies zoals gezond verstand zou voorspellen. Het is logisch dat sigarettenfabrikanten onderzoek naar longkanker als een bedreiging voor hun bedrijfsmodel beschouwden. Schandelijk wellicht, maar niet onlogisch of irrationeel.

De complotrealist is veelal een onderzoeksjournalist of een klokkenluider, die een complot van binnenuit heeft gadegeslagen of die van een nabije afstand zoveel signalen heeft waargenomen, dat hij er verslag van doet. Zo nam Arthur Gotlieb corruptie bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)-top en ongeregeldheden rondom privacy waar; vervolgens meldde hij dit bij zijn organisatie. In plaats van deze moed te belonen, keerde de organisatie zich hard tegen hem. Gotlieb kreeg vervolgens opzettelijk onterechte, negatieve beoordelingen van zijn unitmanager en werd beetje bij beetje weggepest. De NZa was vastberaden om Gotliebs klokkenluiden in de doofpot te stoppen en wilde zich ontdoen van deze lastpost. Uiteindelijk pleegde Gotlieb zelfs zelfmoord,[39] radeloos als hij was geworden. Pas na zijn dood werd hij gerehabiliteerd door de NZa.

Doofpotten komen in Nederland heel regelmatig voor (de bouwfraude,[40] de verdwijning van het Srebrenica-fotorolletje,[41] de bonnetjesaffaire[42] etc.), evenals de vervolging van klokkenluiders. De militair Victor van Wulfen[43] meldde bijvoorbeeld, dat de piloten van luchtbasis Eindhoven de veiligheidsvoorschriften van en voor Hercules-vliegtuigen vaak niet goed opvolgden. Dit zorgde voor veel wrevel binnen zijn organisatie en uiteindelijk verplichtte zijn werkgever Defensie hem zelfs om een psychiatrisch onderzoek te ondergaan; er werd bewust geprobeerd om Van Wulfens integriteit te beschadigen. Van Wulfen kwam vier jaar thuis te zitten, maar uiteindelijk won hij en werd hij volledig gerehabiliteerd. Zowel bij Gotlieb als van Wulfen werd dus geprobeerd om de klokkenluider weg te zetten als psychiatrisch geval: fantast. En de realiteit is dat het meestal lukt.

Zo kwam Rechten-promovenda Machteld Zee eind 2016 in opspraak, omdat ze in een interview[44] met AD-journalist Wierd Duk had beweerd, dat er “een plan achter islamisering” zit. Zee doelde daarmee op de enorme hoeveelheid geld, die Saoedi-Arabië en de golfstaten beschikbaar stellen voor de bouw van moskeeën in Europa en de sponsoring van imams, die het intolerante Salafisme komen prediken. De “plan”-quote leverde haar het verwijt “complotdenker” op, als eerste uit de mond van de linkse Sargasso-blogger Marcel Hulspas.[45] Opvallend was dat Hulspas Zees verdenkingen richting Saoedi-Arabië probeerde te ontkrachten, maar dat hij zelf geen alternatieve verklaring gaf waarom een land als Saoedi-Arabië dan wel zoveel geld stopt in het bouwen van moskeeën in het buitenland. Als de Saoedi’s gedreven worden door medeleven voor moslims, dan hadden ze een uitstekende kans gehad om zich te ontfermen over de ontheemde Syrische vluchtelingen, maar daar is geen animo voor in Saoedi-Arabië. Een alternatieve verklaring zou Hulspas ook slecht uitkomen, omdat hij heel goed weet dat Zee gewoon gelijk heeft, maar Zees ideeën passen gewoon niet zo goed in zijn ideologische straatje. De beschuldiging “complotdenker” is qua uitwerking sterk vergelijkbaar met de beschuldiging van racist of antisemiet, in de zin dat er geen adequate verdediging tegen is. Ook als je valselijk beschuldigd bent, ben je altijd nog schuldig aan het feit dat je beschuldigd bent.[46] Het is de beschuldiging die blijft plakken.

Complotanalyses zijn dus niet vrij van risico’s en het is dikwijls ondankbaar werk. Integriteit is niet genoeg, de complotrealist moet echt een passie voor waarheidsvinding hebben en daar voldoening uit halen. Prijzen, faam, baantjes en publieke waardering zullen aan diens neus voorbijgaan. De gevestigde machten houden per definitie niet van “lastposten”, maar willen de eigen belangen verdedigen. Complotrealisten moeten er dus van uitgaan, dat ze te maken zullen krijgen met actieve tegenwerking en intellectueel oneerlijke lastercampagnes. Meestal blijft het niet bij retoriek, dan eindigt een lastercampagne zelfs met ontslag, permanent verlies van status en verpaupering.


[1] https://www.thesun.co.uk/living/2963858/theres-a-bizarre-oscars-conspiracy-theory-about-how-la-la-land-got-called-out-for-best-picture/

[2] http://www.nu.nl/algemeen/2069877/mysterie-witte-pakken-bijlmerramp-ontrafeld.html

[3] http://listverse.com/2014/07/23/10-controversial-air-crash-conspiracy-theories/

[4] https://www.davidicke.com/headlines

[5] http://www.rense.com/

[6] https://en.wikipedia.org/wiki/Reptilians

[7] Credo quia absurdum, zie http://www.tertullian.org/works/de_carne_christi.htm

[8] http://revolutionaironline.com/

[9] http://www.independent.co.uk/news/world/americas/donald-trump-lawyer-michael-cohen-russia-officials-prague-kremlin-dossier-claims-president-elect-a7521776.html

[10] https://heatst.com/author/louise-mensch/

[11] http://www.telesurtv.net/english/news/Journalist-Russia-Putin-Behind-Ecuador-Lefts-Election-Win-20170403-0022.html

[12] https://www.youtube.com/watch?v=2rHFZKxuFf0

[13] http://www.independent.co.uk/news/uk/politics/russian-interference-brexit-highly-probable-referendum-hacking-putin-a7472706.html

[14] http://putintrump.org/

[15] https://www.youtube.com/watch?v=9Y17YaZRRvY

[16] https://meervrijheid.nl/?pagina=2339

[17] https://www.youtube.com/watch?v=JBFfI9925Q4

[18] https://i.ytimg.com/vi/SZNZGLnHz8E/hqdefault.jpg

[19] http://www.rotherham.gov.uk/downloads/file/1407/independent_inquiry_cse_in_rotherham

[20] https://www.amazon.com/Creature-Jekyll-Island-Federal-Reserve/dp/0912986212

[21] https://mises.org/library/origins-federal-reserve

[22] http://www.frontpagemag.com/fpm/212053/setting-record-joe-mccarthy-straight-harvey-klehr

[23] https://www.theguardian.com/world/2013/jun/06/us-tech-giants-nsa-data

[24] http://www.cbsnews.com/news/big-tobacco-kept-cancer-risk-in-cigarettes-secret-study/

[25] https://www.britannica.com/event/German-Soviet-Nonaggression-Pact

[26] https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/26706/onafhankelijk-persmuskiet.html

[27] https://www.theatlantic.com/magazine/archive/1954/10/when-lenin-returned/303867/

[28] https://en.wikipedia.org/wiki/Watergate_scandal

[29] http://www.pbs.org/wgbh/americanexperience/features/reagan-iran/

[30] https://www.swimmingworldmagazine.com/news/exclusive-shirley-babashoff-breaks-30-year-silence-on-east-germanys-systematic-doping-of-olympians/

[31] https://en.wikipedia.org/wiki/The_Other_Side_of_Deception

[32] http://www.huffingtonpost.com/2013/02/05/soccer-match-fixing-investigation-betting-scam_n_2622092.html

[33] https://www.cia.gov/library/center-for-the-study-of-intelligence/csi-publications/csi-studies/studies/vol-58-no-3/operation-paperclip-the-secret-intelligence-program-to-bring-nazi-scientists-to-america.html

[34] http://www.globalresearch.ca/operation-gladio-cia-network-of-stay-behind-secret-armies/9556

[35] http://www.jewishvirtuallibrary.org/organization-of-former-ss-members-odessa

[36] http://www.bbc.com/news/business-34324772

[37] http://www.independent.co.uk/news/world/modern-art-was-cia-weapon-1578808.html

[38] http://www.chicagotribune.com/news/opinion/commentary/ct-gloria-steinem-cia-20151025-story.html

[39] https://www.nrc.nl/nieuws/2014/12/24/nza-rehabiliteert-klokkenluider-arthur-gotlieb-a1419993

[40] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/28244/kst-28244-6?resultIndex=111&sorttype=1&sortorder=4

[41] https://www.deblauwetijger.com/product/de-doofpotgeneraal-edwin-giltay/

[42] http://www.volkskrant.nl/binnenland/-bonnetjesaffaire-is-politiek-op-z-n-lelijkst~a4452691/

[43] https://www.bnr.nl/nieuws/politiek/10052522/klokkenluider-ze-hebben-alles-gedaan-om-mij-kapot-te-maken

[44] http://www.ad.nl/nieuws/achter-islamisering-zit-een-plan~a88e1806/

[45] http://sargasso.nl/complotdenken-machteld-zee/

[46] http://www.sobran.com/articles/leads/2006-07-lead.htm

Posted on

“Niet journalisten, maar elites maken het nieuws”

Volgens communicatiewetenschapper Tabe Bergman zijn het de politieke en economische elites die bepalen wat we te zien en te horen krijgen op tv, radio en in de krant. De media zijn niet veel meer dan een doorgeefluik. Het ‘domme volk’ snapt vaak beter wat er gaande is dan journalisten.

Noam Chomsky en Edward Herman hebben in Manufacturing Consent aangetoond dat in de Verenigde Staten de nieuwsmedia de belangen dienen van de politieke en economische elites – en ook hebben zij, aan de hand van hun ‘propagandamodel’, uitgelegd hoe dit is te verklaren. Volgens Tabe Bergman werkt het in Nederland niet veel anders. Niet in de laatste plaats omdat, net als in de VS, in Nederland de media in handen zijn van een steeds kleinere groep economische elites, die het winststreven voorop hebben staan.

U bent universitair docent aan de Brits-Chinese Xi’an Jiaotong-Liverpool University, in een land, China, dat niet bepaald bekend staat om zijn vrije pers. Je zou zeggen dat het bij ons in Nederland veel beter gesteld is met de vrijheid van journalisten om te bepalen waarover ze berichten. 

“China heeft een van de strengste regimes van perscensuur ter wereld. Hier is het de maatschappelijke taak van de media om de Communistische Partij te steunen door het volk voor het beleid te winnen dat wordt bepaald in Beijing. De belangrijkste taak van de Chinese media is dus heel anders dan die in het Westen: niet de macht controleren, maar de macht steunen. Het is een vreselijke situatie. Het toont maar weer aan dat het onmogelijk is om het belang te overschatten van een wettelijk vastgelegd recht op persvrijheid als een voorwaarde voor een werkelijk vrije samenleving.”

“Maar het slechte voorbeeld dat China geeft, is geen reden voor Nederlanders om zich op de borst te slaan. Dat wij wettelijke persvrijheid hebben, leidt bij velen tot een soort blindheid. Het onderwijs, de politiek en de media benadrukken allemaal hoe vrij Nederland wel niet is. De onderliggende boodschap is, bewust of niet: wees maar tevreden met wat je hebt. Maar de commerciële journalistiek zal je nooit vertellen hoe onvrij ze werkelijk is. De grote westerse leugen is dat wettelijke persvrijheid een voldoende voorwaarde is voor een democratische samenleving.

In een beroemde zin is de huidige Chinese journalistiek gekarakteriseerd als gevangen ‘between the Party line and the bottom line’. Die ‘bottom line’ zijn de adverteerders. Chinese media worden tegenwoordig namelijk voor een groot deel gefinancierd door adverteerders. Maar wat betreft politiek nieuws voert de Partij natuurlijk nog de beslissende boventoon. De Nederlandse journalistiek hoeft naar geen politieke partij te luisteren, maar de ‘bottom line’, het feit dat de journalistiek commercieel is, oefent een grote en negatieve invloed uit op de kwaliteit van de berichtgeving.”

Maakt het voor het nieuws wat uit of media in handen zijn van de staat of van bedrijven? Welke is de minste van twee kwaden?

“Dat hangt af van de historische omstandigheden. Ik heb liever dat CNN in handen is van Time Warner dan van de Chinese staat, maar ik heb ook liever dat de BBC, met waarborgen van onafhankelijkheid, in handen is van de Britse staat dan van Time Warner.

De media zullen pas in de buurt van werkelijke vrijheid komen als ze onafhankelijk zijn van zowel de staat als het bedrijfsleven, of welk ander machtscentrum dan ook in de samenleving.”

Wat is er zo zorgelijk aan dat de media in handen zijn van steeds minder spelers? Hoe beïnvloedt dit de nieuwsvoorziening?

“Inmiddels is de Nederlandse krantenmarkt een semi-monopolie geworden: Persgroep en Mediahuis/Concentra, beide Belgisch, maken de dienst uit. De twee nu overgebleven partijen zullen elkaar nauwelijks meer beconcurreren. Dat zou ze allebei geld kosten en een ultieme overwinning zit er niet in. Dit is een schoolvoorbeeld van een markt die niet vrij is. Wie heeft het kapitaal om die twee uit te dagen? Waarom zouden die twee veel geven om de gemiddelde lezer?

Als het al zin heeft om de journalistiek te zien als een markt, dan is het beter als er veel relatief kleinere mediabedrijven zijn die onderling met elkaar concurreren, hopelijk door goede journalistiek te bedrijven. Hoe meer aanbieders, hoe meer macht de gemiddelde lezer heeft. Als er geen bedrijven zijn die de markt domineren is het makkelijker voor nieuwe partijen om de markt te betreden en hopelijk lezers beter nieuws te leveren.”

Wat is er bezwaarlijk aan het winstoogmerk van mediabedrijven? Zorgt dat er juist niet voor dat de mensen het nieuws krijgen wat ze willen? Je zou zeggen: hoe meer tevreden klanten, des meer lezers, kijkers en luisteraars – en des te groter de winst.

“De media claimen dat ze mensen geven wat die willen, maar de media weerspiegelen vaak niet wat er leeft in samenleving. Zo was een meerderheid van de Nederlanders tegen de invasie van Irak in 2003. Dit ondanks de kritiekloze houding van de Nederlandse pers over de valse claims van de Amerikanen dat Saddam Hoessein zou beschikken over massavernietigingswapens. Het is een geval van het ‘domme volk’ dat het snapte, terwijl de meeste journalisten niet doorhadden wat er gaande was, namelijk een Amerikaanse propagandacampagne die honderdduizenden mensen het leven heeft gekost, een land heeft geruïneerd, en de weg heeft vrijgemaakt voor ISIS.”

“Afgezien daarvan werkt het simpelweg niet om mensen het nieuws te geven dat ze willen, alsof je een product aanbiedt dat dan wordt geconsumeerd. Nieuws is geen product, het is een public good. Nieuws is de zuurstof van de democratie. Het idee dat je een prijskaartje kan hangen aan informatie over oorlog en vrede, gezondheid, de toekomst van de planeet, enzovoort is belachelijk. Je kan bovendien niet van mensen verwachten dat ze van journalisten eisen dat die nou eindelijk eens dat corrupte bedrijf aan de kaak stellen. Hoe kunnen mensen vragen om het nieuws dat ze nodig hebben om te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit als ze logisch gezien niet kunnen weten wat dat nieuws is? Het is de taak van journalisten om mensen het nieuws te geven dat ze nodig hebben zodat ze een doordachte keus kunnen maken in het stemhokje.”

Zijn er signalen dat in Nederland eigenaren ingrijpen in de nieuwsvoorziening, of dat, in het geval van de publiek gefinancierde NOS, de overheid het NOS Journaal aanstuurt?

“Het gebeurt waarschijnlijk zelden dat eigenaren direct ingrijpen in de journalistieke praktijk. Dat is ook niet nodig. De hoofdredacteur zet de grote lijnen uit in overeenkomst met de wensen van het management, anders is hij of zij niet lang hoofdredacteur. Een hoofdredacteur heeft een hele klim gemaakt om die positie te bereiken; hij of zij weet wat er wordt verwacht. Een hoofdredacteur is medeverantwoordelijk voor het bedrijfsresultaat. Welke hoofdredacteur wordt niet afgerekend op dalende oplages?”

“Hetzelfde geldt voor zover ik weet voor het NOS Journaal of de actualiteitenprogramma’s van de omroepen. Wellicht wordt direct ingrijpen weleens geprobeerd, maar dit zijn uitzonderingen. De Nederlandse staat heeft geen zeggenschap over benoemingen in de omroepbesturen, maar toch zijn het ook bij de omroepen sinds oudsher de elites die aan het roer staan, hoe welmenend die mensen ook mogen zijn. Zoals bij de VARA. Daar zie je mensen in het bestuur die advocaat zijn of professor, betrokken zijn bij de PvdA, of die leidinggevende posities bekleden bij een milieubeweging, een uitgeverij of een pensioenfonds. Het zijn kortom niet het soort mensen dat snel zal morrelen aan de fundamenten van het economische systeem en Nederlandse buitenlandbeleid.”

Waarborgen redactiestatuten niet de onafhankelijkheid van redacties ten opzichte van de eigenaren?

“De redactiestatuten zijn in principe een goed idee. Ze zijn bedoeld om redacties af te schermen tegen directe inmenging van de eigenaren. Maar zover ik weet zijn ze vooral een dode letter. Eigenaren hoeven helemaal niet direct in te grijpen. Het probleem is dat sluipenderwijs het marktdenken de journalistieke praktijk heeft doordrongen. Journalisten weten wat er van ze verwacht wordt, welke verhalen een kans maken en welke niet, en dat het geen zin heeft om voor Don Quichot te spelen.

Het is inmiddels een publiek geheim dat het idee van de journalistiek als waakhond van de democratie allang achterhaald is. Journaliste Mathilde Sanders heeft een ontluisterende serie blogs geschreven over de Nederlandse journalistiek en haar eigenaren. Zo schrijft ze dat docenten aan een postdoctorale opleiding journalistiek hun kandidaat-studenten simpelweg uitlachten als die begonnen over de journalistiek als controleur van de macht. In zo’n klimaat doen redactiestatuten er weinig toe. Er is de wet en dan is er de praktijk.”

Volgens Chomksy en Herman oefenen adverteerders grote invloed uit op de nieuwsvoorziening. Volgens u is dit in Nederland niet anders?

“Ook in Nederland is de journalistiek sterk afhankelijk van advertentie-inkomsten. Dit geldt zelfs voor de publieke omroepen, die een vierde van hun inkomsten halen uit advertenties. De commercialisering in Nederland is minder ver doorgevoerd dan in de VS, maar dat is een schrale troost. De invloed van adverteerders is groot maar ook subtiel, dat is de schoonheid van het systeem. Er even vanuit gaande dat de media inderdaad mensen geven wat ze willen, dan gebeurt dat alleen als adverteerders ook OK zijn met de inhoud. Bijvoorbeeld, kritiek op het kapitalisme is natuurlijk niet OK voor bedrijven zoals Shell en Philips. Als het sporadisch gebeurt, OK, maar niet structureel.”

“Adverteerders hoeven niet direct in te grijpen in de nieuwsvoorziening om hun wensen kenbaar te maken. Mediabedrijven weten wat goed speelt bij adverteerders: celebrity glossies enzo. Dus zet je zo’n tijdschrift op en geen maatschappelijk bevlogen blad. Kritiek op het kapitalisme past simpelweg niet in de bladformule, dus journalisten halen het zich niet eens in het hoofd zulke verhalen te pitchen.

De invloed van adverteerders bestaat dus vooral in het feit dat ze bepalen welke publicaties overleven in de markt en welke ten onder gaan. Neem Het Vrije Volk in Nederland. Die krant werd goed gelezen maar ging toch ten onder, ten dele omdat de lezers voornamelijk bestonden uit arbeiders, die relatief weinig te besteden hadden. Adverteerders waren gewoon niet zo geïnteresseerd.”

Toch heeft Het Vrije Volk kennelijk lange tijd kunnen voortbestaan zonder veel advertenties. Kennelijk kon je en kun je misschien nog steeds kranten maken die grotendeels drijven op betalende lezers.

“Het was de tijd van de Verzuiling, toen economische motieven minder belangrijk waren en meer mensen bereid waren een krantenabonnement te nemen. Meer in het algemeen: we moeten niet vergeten dat het economische systeem waaronder de Nederlandse media gebukt gaan niet zo effectief is als bijvoorbeeld het Chinese censuursysteem. In het Westen is meer mogelijk, ook binnen de gevestigde journalistiek zelf. Het grote gevaar in Nederland is dat mensen denken dat het niet nodig is.”

“Wat betreft het heden en de toekomst: Is het mogelijk om economisch te overleven door goede journalistiek te bedrijven? Natuurlijk! Of het nog mogelijk is om een kritische papieren krant te maken met grote oplage, uitsluitend gefinancierd door lezers? Ja, ik denk dat dit zeker ook mogelijk is, maar waarom zouden we het ons extra moeilijk maken? Het internet biedt betere mogelijkheden voor een kritische journalistiek. In de VS doen de TV programma’s Democracy Now! en The Young Turks het goed. Het internet staat vol met fantastische journalistieke verhalen en inzichtelijk commentaar. Goede informatie is beschikbaar, maar het bevindt zich in de marges van of helemaal buiten de mainstream media.”

Naast de invloed van eigenaren van de media en de adverteerders, is, volgens u, ook het derde kenmerk van het propagandamodel van toepassing op de Nederlandse media: ‘sourcing’.  Journalisten leunen voor hun informatie zwaar op overheden, bedrijven en andere vertegenwoordigers van de gevestigde orde.

“Officiële bronnen zijn prominent aanwezig in de verslaggeving. Dat is ook geen wonder. Tegenover elke Nederlandse journalist staan minimaal een paar pr-functionarissen. De Nederlandse overheid spendeert jaarlijks honderden miljoenen euro’s belastinggeld aan public relations.  Journalisten zien dat terug in het grote aantal persberichten dat ze te verwerken krijgen. Journalisten besteden veel tijd aan het bezoeken van persconferenties en andere pseudo-nieuwsevenementen, georganiseerd door overheden, bedrijven en andere instituten.”

“Voor commerciële media, die de kosten zo laag mogelijk willen houden, zijn die persberichten en persconferenties uiterst welkom, omdat ze zorgen voor een constant aanbod  van ruw nieuwsmateriaal, dat weinig bewerking nodig heeft, en dat geleverd wordt door organisaties met een zorgvuldig gecreëerd imago van betrouwbaarheid.”

“De rijken beïnvloeden de journalistiek dus met wat sommige academici ‘verborgen subsidies’ noemen. Ze leveren het ruwe nieuwsmateriaal gratis aan de journalisten. Dit werkt alleen omdat de media zo op de centen moeten letten, anders gaan ze ten onder in markt. Journalisten kunnen niet te kritisch zijn over de hofleveranciers van het nieuws. Parlementaire verslaggevers en politici hebben een symbiotische relatie. Ze hebben elkaar nodig, voeden elkaar. Journalisten die erg kritisch berichten over bepaalde politici, verliezen hun toegang tot die politici. Journalisten die de politici te vriend houden, houden toegang en worden soms ook beloond in de vorm van adviesopdrachten en uitnodigingen voor het modereren van seminars en debatten.”

“Het beeld van de journalist die uit eigen initiatief op pad gaat, geheime ontmoetingen heeft en verborgen informatie aan het licht brengt is dus misleidend, want zo werkt het maar zelden. Het zijn de elites die het nieuws maken, niet de journalisten.”

U noemt nog een reden die journalisten ervan weerhoudt eigen ideeën voor verhalen uit te werken. Dat is het in de beroepsethiek ingebakken streven naar ‘objectiviteit’. Om te voorkomen dat ze ervan beschuldigd worden subjectief te zijn, kiezen ze voor de veilige weg – het citeren van officiële bronnen.

“Objectiviteit zegt dat journalisten geen activisten mogen zijn. Ze schrijven alleen op wat er ‘gebeurt’. Dus als de machtige politici het ergens over eens zijn, dan zal er weinig kritiek te lezen zijn in de media, zelfs als de politici het totaal verkeerd hebben of bijvoorbeeld iets doodzwijgen omdat het niet in hun belang is het er over te hebben. In de VS bijvoorbeeld gaat het politieke debat bijna nooit over armoede, maar over de middenklasse. Dus hebben de media het ook bijna nooit over de vele armen die de VS ‘rijk’ is. Omdat de Democraten zich niet verzetten tegen de door de Republikeinen gewenste oorlog in Irak, deed de pers dat grotendeels ook niet, met een ramp tot gevolg.”

“Objectiviteit betekent in de praktijk dat machtige bronnen voorrang krijgen in het nieuws. De journalistiek weerspiegelt vooral de verschillen van meningen van de elites onderling. Als de elites niet onderling van mening verschillen dan is er geen nieuws. Wat de bevolking denkt doet er nauwelijks toe.”

“Een oorzaak dat er zoveel entertainment-nieuws is, is dat dit commercieel slim is. Dat nieuws is makkelijk te krijgen en politiek veilig. Onderzoeksjournalistiek wordt wel gedaan in een commercieel systeem, maar blijft marginaal want het is duur en onzeker en politiek gevaarlijk. Het is gewoon geen aantrekkelijk product om te verkopen.”

Het vierde kenmerk van het propagandamodel is ‘flak’, oftewel luchtafweer. Als je als journalist ingaat tegen de gevestigde orde, word je aangevallen.

“De helft van de hoofdredacteuren van landelijke kranten in Nederland zegt dat politici zich soms beklagen over bepaalde berichtgeving, blijkt uit een studie. En het gebeurt dat zij verzoeken inwilligen om bepaalde informatie uit de krant te weren. Journalisten doen daarnaast aan zelfcensuur en trekken ideeën voor artikelen in, bijvoorbeeld omdat officiële bronnen niet mee willen werken, er druk ontstaat vanuit de adverteerders of de politiek, of als ze aanvoelen dat een idee voor een onderwerp niet past binnen de heersende ideologie. Geert Wilders heeft diverse pogingen ondernomen om flink te bezuinigen op de NPO uit ontevredenheid over de manier waarop de omroepen over hem berichten. Kritiek en dreigementen door elites hebben effect op de media.”

Het vijfde en laatste kenmerk van het propagandamodel is de heersende pro-marktideologie. Wat niet binnen die ideologie past, wordt weggefilterd uit het nieuws.

“Tijdens de Koude Oorlog heerste er in Nederland een pro-Amerikaans, anti-communistisch klimaat. Sinds de val van de Berlijnse Muur is daar het geloof in de markt voor in de plaats gekomen als oplossing voor alle problemen. Je ziet dat in de politiek, waar met de opkomst van de PVV, en het opschuiven van de PvdA naar het midden, een ruk naar rechts is ontstaan. Journalisten zijn hierdoor in een neoliberale omgeving beland. Je ziet dat de commerciële media de politiek betichten van oneerlijke concurrentie vanwege de overheidssteun aan de publieke omroepen, die dan ook heel veel hebben moeten bezuinigen.”

Chomsky en Herman hebben met hun ‘paired examples’ studie aangetoond dat de Amerikaanse media selectief berichten. Zo wordt een slachtpartij aangericht door een bevriende natie in neutrale termen beschreven of zelfs geheel verzwegen. Terwijl er schande van wordt gesproken als hetzelfde gebeurt in een land dat in conflict is met de VS.  Is dit al eens onderzocht voor de Nederlandse media?

“Lang geleden stuurde ik een voorstel voor een promotieonderzoek naar een gerenommeerde Nederlandse professor in de journalistiek om die studies van Herman en Chomsky ook voor de Nederlandse media te doen. De methode van ‘paired examples’ die ze gebruiken is sterk. Het toont duidelijk aan dat over vergelijkbare gebeurtenissen die min of meer tegelijkertijd plaats hebben heel verschillend wordt bericht, in het voordeel van de nationale elites, zoals de grote bedrijven en de gevestigde politieke partijen. Het is nogal wat als je de ‘vrije pers’ zo te kijk kan zetten. De professor schreef terug dat hij het geen goed voorstel vond, ten dele omdat het onderzoeksresultaat voor de hand lag. Dat klopt. Het resultaat ligt voor de hand: in de Nederlandse media zal je in grote lijnen dezelfde ongelijke behandeling van buitenlandse gebeurtenissen vinden die de belangen van de elites van het land weerspiegelt.”

“De enige studie die Herman en Chomskys werk heeft toegepast op de Nederlandse media, dus inclusief de ‘paired example’ methode, was een masterscriptie van Lex Rietman over de behandeling van verkiezingen in Centraal-Amerika in de jaren tachtig. De Amerikaanse pers volgde de conclusies van het Witte Huis. Verkiezingen werden ‘vrij’ genoemd als het Witte Huis dat deed en ‘oneerlijk’ als het Witte Huis dat deed.  Onafhankelijke verkiezingswaarnemers en mensenrechtenorganisaties kwamen overigens tot omgekeerde conclusies, maar zulke bronnen werden blijkbaar niet betrouwbaar geacht door journalisten. De Europese pers, ook de Nederlandse, zat op dezelfde wijze fout. Volkskrant-correspondent Jan van der Putten vormde overigens een eerbare uitzondering.”

“Meer in het algemeen blijkt uit ander onderzoek over de buitenlandberichtgeving in de Nederlandse media dat ze inderdaad een versie van de werkelijkheid tonen die de belangen van de politieke en economische elites dient en hun versies van de waarheid voorrang verleent. De berichtgeving over de Irak-oorlog is een duidelijk voorbeeld. De New York Times en Washington Post hebben overigens na de invasie de hand in eigen boezem gestoken. De Nederlandse kranten hebben dit nooit gedaan.”


Artikelen van Tabe Bergman:

Posted on

Volkswagen als kanarie in de kolenmijn

Wat de Amerikanen en hun multinationals ‘vrijhandelsakkoorden’ (TTIP) noemen, heeft voormalig vice-president van de Verenigde Staten Dick Cheney met de NAVO vergeleken, het moet Europa onderwerpen aan de Amerikaanse economische dominantie en belangen.

Volgens de Brzezinski-doctrine kunnen de Verenigde Staten hun wereldmacht alleen bestendigen wanneer ze grip houden op Europa. Europa op haart beurt kunnen ze slechts in de greep houden, wanneer ze grip houden op Duitsland.  Dit geldt niet alleen in politiek maar ook in economisch opzicht. Europa moet nu dan ook met behulp van TTIP tegen Rusland tot een gemeenschappelijk euro-Atlantisch economisch blok aaneengesmeed worden.

De politieke en juridische greep naar de macht over Europa als economische grootheid met behulp van TTIP wordt begeleid door aanvallen op, vooral Duitse, economische bastions, die nog niet in Amerikaanse handen zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor Volkswagen. Het Amerikaanse General Motors (GM) heeft twee keer geprobeerd de vette buit Volkswagen binnen te slepen met behulp van ongelimiteerde kredieten van de FED. De eerste keer is de familie Porsche GM voor geweest. De tweede keer verloor GM een rechtszaak tegen het vetorecht van de Duitse deelstaat Nedersaksen (denk aan ‘Autostad’ Wolfsburg).

Nu doet GM een derde poging, het heeft zijn invloed op de Amerikaanse overheid aangewend, die nu samen met juristen werkt aan een aderlating voor Volkswagen in de VS, zodat het concern goedkoper wordt en dan voordelig overgenomen kan worden. Zou Volkswagen iets dergelijks andersom proberen, dan zou de Amerikaanse regering onverwijld met haar veto (“security related”) zwaaien.

Het echte schandaal rond Volkswagen is echter dat de Duitse regering zich niet achter Volkswagen stelt, dat ze kennelijk grotere loyaliteit heeft tegenover de Amerikaanse regering dan tegenover de 100.000 Duitse werknemers van Volkswagen.

[contextly_sidebar id=”tpBRBwYucgWIkJGkYbDNLauMN2NoUgTC”]Als de Duitsers de Amerikanen ten gunste van de beide Amerikaanse concurrenten Ford en Opel (General Motors) Volkswagen kapot laten maken, verliest Duitsland niet alleen werkgelegenheid, maar ook één van zijn internationale uithangborden.

Als met behulp van TTIP Amerikaans recht ingang vindt in Europa, dan zal Volkswagen ook niet de laatste grote onderneming zijn die het doelwit wordt van de Amerikanen, om van de nog resterende Duitse know-how-monopolisten nog maar te zwijgen.

Het mag dan ook niet verwonderen dat een regering die zwijgt over de Amerikaanse vermurwing van Volkswagen, ook de machtsovername van Amerikaanse concerns over de Duitse economie (TTIP) duldt of zelfs toejuicht. De strijd die de Amerikanen momenteel tegen Volkswagen voeren, zou in de VS onmogelijk zijn, door geen enkele Amerikaanse regering noch het Congres geduld worden. Dit maakt maar weer eens duidelijk wat een verdrag tussen een machtige (VS) en een onmachtige partij (EU) waard is, wanneer de onderhandelingen gevoerd worden door Amerikaans georiënteerde functionarissen (Europese Commissie) en wanneer de werkgeversorganisaties de belangen van internationale concerns doorzetten tegen die van de middenstand.

Posted on

China wil aardolie in eigen munt gaan betalen

Met de lancering van het project om te komen tot een Aziatische Infrastructuur-Investeringsbank (AIIB), die een concurrent moet worden van bestaande instellingen als het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB), heeft China de Verenigde Staten reeds uitgedaagd. Nu heeft de Volksrepubliek tevens te kennen gegeven de facturering van haar aardolieaankopen in Amerikaanse Dollars ter discussie te stellen.

Nog dit jaar wil het land aan de Shanghai International Energy Exchange (INE) de handel met oliecontracten op basis van de eigen munt, de Yuan (Renminbi), aanbieden. Tot nog toe gelden ‘Crude Brent’ voor Noordzeeolie en de Amerikaanse soort ‘Western Texas Intermediate’ (WTI) als referentiemerken voor de oliemarkt. Het Chinese voornemen is dus ook een uitdaging aan de beide standaarden die tot nog toe de wereldoliehandel domineren.

Eerdere pogingen om de Amerikaanse Dollar van zijn monopoliepositie bij de handel in aardolie af te helpen, hebben dikwijls drastische reacties van de Verenigde Staten uitgelokt. Eind 2000 had de Iraakse dictator Saddam Hoessein aangekondigd EU-landen olie voor Euro’s en niet meer voor Dollars te willen verkopen. Met de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 was niet alleen het lot van Hoessein bezegeld, maar ook dat van het project ‘Euro’s voor olie’. Eveneens opvallend is het verloop in de tijd van de gebeurtenissen in Libië. Daar had Moeammar Khadaffi in 2011 aangekondigd Libië’s aardolie alleen nog voor Goud-Dinars te willen verkopen. Bovendien had Khadaffi de andere aardolie-exporterende landen in Afrika en de Arabische wereld opgeroepen zijn voorbeeld te volgen en aardolie alleen nog voor goud te leveren. Enkele maanden later speelde een militaire interventie door de Verenigde Staten en enkele andere NAVO-lidstaten een beslissende rol in de val van Khadaffi.

In het geval van China komt de poging om de Petrodollar concurrentie aan te doen echter niet van de aanbod- maar van de vraagzijde. Het rijk van het midden is de grootste energieverbruiker ter wereld en heeft de VS als grootste olie-importeur afgelost. Wat Peking in de kaart speelt, zijn de sancties van de VS en hun Europese bondgenoten tegen Rusland. Die hebben ertoe geleid dat Moskou en Peking de rijen sluiten. Reeds in mei van dit jaar werd Saoedi-Arabië als tot dan toe grootste olieleverancier van China afgelost door Rusland. Het Russische energiebedrijf Gazprom heeft reeds aangegeven akkoord te gaan met het afhandelen van zijn transacties met de Volksrepubliek in Chinese Yuan in plaats van Amerikaanse Dollars.

Dat de VS er veel aan gelegen is de rol van de Dollar in de oliehandel te verdedigen hoeft niet te verbazen. De status van de Dollar als mondiale reservemunt hangt immers in niet geringe mate samen met het feit dat aardolie overal ter wereld in Dollars betaald wordt. Een voor de VS aangenaam gevolg van de facturering in Dollars is de praxis van aardolieproducenten als Saoedi-Arabië om hun Dollarinkomsten uit de aardolie-export in Amerikaanse staatsobligaties te beleggen.

Intussen heeft de lage olieprijs er echter toe geleid dat dit terugvloeien van Dollars in toenemende mate niet meer functioneert. Diverse olieproducerende landen zijn namelijk begonnen Amerikaanse staatsobligaties van de hand te doen om te compenseren voor uitblijvende exportinkomsten. Dat ook de Chinezen intussen Amerikaanse staatsobligaties verkopen, legt verdere druk op de Amerikaanse betalingsbalans. Zo heeft China alleen in de maand augustus Amerikaanse staatsobligaties ter waarde van 93 miljard Dollar afgestoten.

Posted on

CO2-reductie geeft Rusland troef in Europese energievoorziening

De zogenaamde ‘Energiewende’, de afschaffing van nucleaire energie en de geleidelijke vervanging van fossiele brandstoffen door ‘hernieuwbare energiebronnen’, maakt dat Rusland ook op de lange termijn zijn troef in de Europese energievoorziening behoudt. Dat schrijft Rusland-correspondent Thomas Fasbender in het Duitse weekblad Junge Freiheit.

Zo kunnen windmolens, zonnecellen en biomassa-installaties, waarin Duitsland reeds langere tijd fors geïnvesteerd heeft, niet in de volledige Duitse elektriciteitsbehoefte voorzien. Om toch de uitstoot van koolstofdioxide nog verder terug te dringen wordt In het meest recente beleidsdocument van de regering over de energievoorziening gestreefd naar de vervanging van kolencentrales door gascentrales. Daarbij wil de regering bijvoorbeeld investeren in gascentrales in Zuid-Duitsland, die in tegenstelling tot bestaande elektriciteitscentrales snel opgestart kunnen worden wanneer er een gat valt in de elektriciteitsvoorziening uit wind- en/of zonne-energie.

Men kan zich echter afvragen hoe dit alles in het westerse concept past, dat men onafhankelijker van Russisch gas wil worden. “Want nog altijd komt in de gezamenlijke Europese Unie zo’n 30% van het verbrande gas uit Rusland. Het Duitse verbruik wordt voor bijna 40% door Russisch gas gedekt. Bulgarije, Slowakije, Finland en Polen zijn voor 100% op Russisch gas aangewezen, Hongarije voor 70% en Griekenland voor 54%. Daar komt bij dat de energieleidingssystemen in de EU onvoldoende geïntegreerd zijn – terwijl het ene land zijn gascentrales aan moet zetten, om in de spits de energievoorziening aan te vullen, kan het andere zijn overschot aan wind- of zonne-energie niet kwijt.” Om een en ander maximaal te integreren had men in Brussel de Energieunie bedacht. De oproep op te komen tot een eenheidsprijs voor het gas voor de hele EU, riep echter protest op van concurrentiewaakhonden. “Velen raden al aan, dat men in de winter minder zou kunnen stoken en zich warmer aan zou kunnen kleden. Daarbij komt dat de aardgaswinning in Noorwegen en Nederland haar fysieke grenzen heeft bereikt.”

De zogenaamde Nabucco-pijpleiding die gas uit Turkmenistan en Azerbeidzjan via Turkije naar Europa zou moeten brengen, dus buiten de invloed van Rusland om, werd in 2013 voorlopig opgegeven. “Schaliegas uit Amerika of vloeibaar gas van de Arabieren kan de ruim 150 miljard kubieke meter, die Gazprom jaarlijks naar het westen pompt, evenmin vervangen”, aldus Fasbender. Dat zou een te kostbare zaak worden. Op de lange termijn zou een van sancties bevrijd Iran een alternatief kunnen bieden. De Islamitische Republiek beschikt over de grootste gasvoorraden ter wereld, is echter nergens aan de internationale netten aangesloten.

Met de Oekraïne-crisis heeft zich het getouwtrek om de toekomstige Europese gasvoorziening verhevigt, zo schrijft de Ruslandcorrespondent. Ook uit Russisch gezichtspunt is vertrouwen geschaad; de reeds lang geplande integratie van Gazprom met haar Europese klanten is het conflict ten offer gevallen. Dat begon toen de Europese Commissie de aanleg van de South Stream-pijpleiding door Bulgarije en verder de wacht aanzegde. Twee maanden later viel een moeizaam uitonderhandelde aandelendeal waarin Gazprom als mede-eigenaar van de Wintershall-gasrotonde betrokken was. De Russische aankondiging rond de jaarwisseling dat men de Turkish Stream-pijpleiding aan ging leggen om vanaf 2019 geen gas voor Europa meer door Oekraïne door te hoeven voeren, leidde weer tot irritatie bij de EU. Net als op Bulgarije inzake South Stream, werd echter effectief druk uitgeoefend op Macedonië.

Verrassend genoeg kwam er dan op de top van de G7, de G8 minus Rusland, in het Beierse Elmau een besluit: In de loop van deze eeuw willen de betrokken landen volledig afstappen van fossiele brandstoffen. Veel sneller dan oorspronkelijk gedacht zullen nu de CO2-armere gascentrales in Duitsland een toenemend deel van de basisvoorziening over moeten nemen. Kort daarop ondertekenden Gazprom, Eon, ÖMV en Shell een intentieverklaring voor de verdubbeling van de capaciteit van de Nordstream-pijpleiding, die via de Oostzee van Rusland naar Duitsland loopt, naar 110 miljard kubieke meter. Gazprom sluit intussen ook een voortzetting van de doorvoer door Oekraïne niet meer uit. Zo zouden Roemenië, Bulgarije en Griekenland ook na 2019 bediend kunnen worden.

“Zou dan de alom gepropageerde klimaatbescherming de aanleiding geven die maakt dat Rusland en de EU hun strubbelingen overwinnen? Het is niet uitgesloten dat dan op enig moment South en Turkish Stream weer op de agenda komen. Want anders dan in de aardolie, zijn de Russische gasreserves nog toereikend voor vele generaties.”