Posted on

Koranscholen en het destabiliseren van de wereld

In Nederland en ook in België lijkt men het probleem van de Koranscholen en de verspreiding van het salafisme plots ontdekt te hebben. Dat de media het pas nu volop zien zegt veel over de aanpak in België en Nederland van dit maatschappelijk kankergezwel. Men negeerde het totaal of nog erger, men steunde hun opmars, zeker in het Midden-Oosten.

Overal in onze grote steden zijn er tegenwoordig Koranscholen waar allerlei veelal dubieuze imams onderwijs geven in het Arabisch en vooral de Koran. En dit in veel gevallen volgens de interpretatie van de salafistische koninkrijken en emiraten van het Arabisch schiereiland, Saoedi-Arabië, Qatar, Bahrein, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, met hier vooral Dubai en Abu Dhabi.

Op Koranscholen gangbare salafisme is ketterij

Het is hierbij totaal verkeerd zich alleen te focussen op Saoedi-Arabië, hoe afschuwelijk die regering ook moge zijn. De buurlanden zijn geen haar beter en steunen al decennia wereldwijd dit salafisme door onder meer het financieren van die Koranscholen en het verspreiden van die sektarische vorm van islam. Het is de speerpunt van hun strategie.

Toen het salafisme op het Arabisch schiereiland vorm kreeg via de leer van imam Mohammed ibn Abdul Wahhab (1703-1792) werd hij door de overgrote meerderheid van de islamitische schriftgeleerden van die tijd gezien als een ketter. Driehonderd jaar later is deze stroming van een onbetekenend fenomeen uitgegroeid tot een grote kracht in de islam. In essentie dankzij de oliegelden van die heersers op het Arabisch schiereiland.

Ogen dichtgeknepen

In het Westen heeft men voor die ontwikkeling steeds de ogen dichtgeknepen. De Britten steunden de politiek gelieerde Moslimbroeders vanaf hun ontstaan en doen dat nog steeds. Zelfs Al Qaida kan daar, zij het onder een andere naam, openlijk opereren.

Kind onthoofd man - Khaled ibn al Waleed Brigade - Najaar 2012 - Homs
De Koranschool Syrische versie. Een foto van het nu door Al Qaida opgeslorpte Khaled ibn al Walleed Bataljon waarbij men op de foto dit kind de waarden van het salafisme leert. Deze groep was een der eerste gewapende bendes die vocht tegen het Syrische leger in de provincie Homs en vooral rond de stad al Rastan. Ze ontstond al in 2011 toen figuren als Rik Coolsaet hen de hemel in prezen als ‘idealisten.’ Een van hun kindsoldaten zou volgens Wikipedia zelfs twee onthoofdingen hebben gedaan. Mogelijks is dit een scene uit dit luguber verhaal. Idealisten dus.

En hier en elders in de wereld liet men betijen. Waarom? De daar heersende families hebben nu eenmaal enorme zakken vol geld waarmee ze hier wapenfabrieken recht houden en dollars rondstrooien als zou het confetti zijn.

Europese steun voor de ‘helden’

Ondertussen ondermijnen de Saoedi’s en hun buren op die wijze wereldwijd allerlei landen, van de Filipijnen tot Mali en West-Europa. De EU laat betijen en organiseerde zelfs mee de door de Moslimbroeders en al Qaida geleide opstanden in Syrië, Egypte, Libië en Jemen. De vernielde staat van landen als Jemen, Libië en Syrië zijn er getuige van.

http://www.novini.nl/bin-laden-is-dood-maar-al-qaida-nog-springlevend/

Maar neen, men geeft ze zelfs nog steeds wapens, Al Qaida schiet in Jemen met wapens uit o.m. België terwijl ISIS in Jemen het doet met door de VS in Servië voor hen aangekochte mortieren. Toen men enkele jaren geleden in Algerije een onderzoek deed naar de verspreiding van religieuze boeken bleken die allemaal te komen uit Saoedi-Arabië.

http://www.novini.nl/islamitische-staat-breidt-activiteiten-uit-op-diverse-continenten/

Jorn De Cock

En dan was men in Algiers verrast dat lokale terreurbewegingen als het Front Islamique du Salut (FIS) op zeker ogenblik zelfs dreigden de staat over te nemen. Hetzelfde hier waar Jorn De Cock, de correspondent van De Standaard voor het Midden-Oosten, naar hij zelf stelde opleiding gaf aan die opstandelingen in Syrië. Dit terwijl zijn vrouw werkte in Qatar, de mogelijk grootste financier van al Qaida, om zo de opstand in Libië aan te vuren.

In zijn boek ‘De Arabische Lente’,(1) hemelde Jorn De Cock trouwens de Libische terrorist Abdel Hakim Belhaj, man van al Qaida en Qatar, op als een soort van nieuwe democraat, een jongen die alleen goed wil doen. Qatar zal tevreden geweest zijn over dit boek.

Corry Hancké

En toen journaliste Corry Hancké van diezelfde krant in 2014 naar de Krim trok, was haar gesprekspartner over de problemen van de Krimtataren de lokale topman van Hizb ut Tahrir, een o.m. in Duitsland verboden salafistische internationaal gestructureerde terreurgroep. Deze kan wel nog steeds in België legaal opereren. Men laat begaan.

Mohammed ibn Abdul Wahhab - 1
Mohammed ibn Abdul Wahhab leefde van 1703 tot 1792 in de provincie Najd waar nu de Saoedische hoofdstad Riaad gelegen is. Hun macht komt voort uit de alliantie die hij in 1744 sloot met Muhammed ibn Saoed, patriarch van de familie al Saoed. Zijn theorieën zijn een verdere uitwerking van wat men de Hanbali school van islamitische wet noemt. Een visie op de islam die in dit toen afgelegen gebied populair was maar die in de ontwikkelde gebieden van de islam als ketters werd gezien. Het is naar hem dat het wahhabisme wordt genoemd. Zijn volgelingen spreken echter van het salafisme.

En voor figuren als emeritus professor Rik Coolsaet, Koert Debeuf, Guy Van Vlierden en Montasser Alde’ emeh waren het idealisten die streden voor een betere maatschappij tegen de dictatuur van het ‘monster’ Bashar al Assad.

Zelfs Pax Christi deed vlijtig mee met deze in wezen christenvervolging. Hetzelfde natuurlijk voor onze politici, behoudens dan na verloop van tijd Filip Dewinter en zijn fractie binnen het Vlaams Belang. De VRT gaf deze salafistische terroristen zelfs een vrije tribune tijdens hun actie voor (sic) steun aan Syrië van 14 oktober 2013.

Ironisch dat NRC bericht over Koranscholen

Men kan het zelfs ironisch noemen dat juist de NRC, de Nederlandse krant, samen met Nieuwsuur van de Nederlandse televisie, dit verhaal over de Koranscholen uitbrachten. Ironisch want het is toch de NRC die al straks een decennium die salafistische opstanden in het Midden-Oosten steunt.

In Nederland zijn het voor de NRC ongewensten en staatsgevaarlijke typetjes die men niet hard genoeg kan bestrijden. In Syrië zijn het voor dit blad helden die men moet steunen, de toekomst van het land. De hypocrisie van die NRC ten volle.

Salafisme Koranscholen aanpakken met racismewetgeving

Wil men dit probleem effectief aanpakken dan dringen zich dan ook een aantal maatregelen op. Zo dienen de relaties met die landen van het Arabisch schiereiland op een laag pitje gezet te worden. Ze voeren immers een ons vijandig gezinde politiek. Het verlagen van onze diplomatieke vertegenwoordiging tot het niveau van zaakgelastigde is een mogelijkheid.

Verder dienen wij hen allen, en niet alleen de familie al Saoed, ook op andere vlakken publiek de wacht aanzeggen. Dat in Qatar de wereldbeker voetbal gaat plaatsgrijpen is gewoon een regelrechte schande die toont hoe corrupt die relaties zijn. Misschien kunnen onze regeringen die beweren begaan te zijn met de mensenrechten ter gelegenheid van die wereldbeker voetbal Qatar in het publiek aanklagen. Wedden dat ze zwijgen?

Verbieden salafistische literatuur moet geen probleem zijn

Nu rijden er in onze wielerwedstrijden door Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten gesponsorde ploegen mee. Dat kan toch niet. Verder kan men het salafisme heel gemakkelijk beschouwen als racistisch. Het is immers wij de goeden versus de anderen die men zelfs moet onthoofden. Veel racistischer kan men toch niet gaan. Het verbieden van dat soort boeken en literatuur moet dus geen probleem zijn.

Er is natuurlijk de vrijheid van meningsuiting maar die is nooit absoluut geweest. Lasterlijke uitingen, het ontkennen van de holocaust en racisme, wat in wezen laster is, zijn door de wet expliciet verboden met al meerdere veroordelingen tot gevolg. Men hoeft hier niet de terrorismewetgeving pogen toe te passen want dat zal juridisch moeilijk liggen. Immers niet alle salafisten zijn ook terroristen. Salafisme is er gewoon wel een voedingsbodem voor.

Abdel Rahman Ayachi
Abdelrahman Ayachi (links), zoon van Bassam Ayachi, de peetvader van het Molenbeekse salafisme, sneuvelde in 2013 in Syrië en zit dus nu bij zijn 40 of zo maagden te neuken. Hij kreeg in Brussel in eerste aanleg 8 jaar effectieve celstraf en in beroep werd dat 4 jaar. Dit voor terreurdaden in Irak. In 2012 was hij desondanks gids en tolk voor de propagandaverhalen van Rudi Vranckx van de VRT. De Vlaamse belastingbetaler financierde dus deze terrorist. Tijdens de zogenaamd (sic) humanitaire actie van de VRT voor Syrië kreeg hij van Vranckx op tv een vrij tribune om uit te leggen wat er in Syrië exact aan de hand was. Echt humanitair dus.

En diegenen die dat soort praatjes verspreiden, via Koranscholen of anderszins, kan men dan ook zo gewoon om reden van racisme voor de rechter slepen, veroordelen en desnoods uit het land zetten. Verder lijkt het raadzaam om via allerlei avondleergangen het gemakkelijker te maken om het Arabisch te leren.

Tijd om terug te slaan met alternatieven voor Koranscholen

Veel ouders uit de Arabische wereld willen immers dat hun kinderen hun taal, hun erfgoed, ook kennen. Dat moet men respecteren. Veel kinderen volgen die Koranlessen immers om zo het Arabisch te leren. Gratis Arabisch kunnen leren is een lokmiddel van die salafisten.

Het onderwijzen van het Arabisch makkelijker maken zal die kinderen immers weghouden van die Koranscholen waar men gratis onderwijs kan volgen en die racistische literatuur er zo bijkrijgt. De emirs en koningen uit die regio betalen immers alles dankzij die te dure olie. Ook moet men in het onderwijs en de media meer tegengas geven. Wat figuren als Rik Coolsaet, Jorn De Cock en anderen in de media deden was schandelijk.

Salafisme is geen ‘pure islam’

Stellen dat het salafisme teruggaat tot de zogenaamde pure islam, het prille begin van deze religie, zoals velen hier beweren, is onzin. Het salafisme, zeker in zijn huidige vorm, is geheel nieuw en heeft niets te maken met hoe bijvoorbeeld het kalifaat van de Oemmayaden, het eerste kalifaat na de dood van Mohammed, dit zagen. Zij leefden immers grotendeels in harmonie met de andere daar aanwezige godsdiensten.

Het overnemen door de regering van de door de Saoedi’s geleide Grote Moskee in Brussel was maar een eerste stap. Het ten gronde bestuderen van dit groot probleem en het nemen van de noodzakelijke drastische maatregelen moet volgen.

Wil men dit reëel salafistisch gevaar de kop indrukken dan zal alleen kordaat optreden helpen. Vanuit het Arabisch schiereiland is men al decennia bezig landen als Nederland en België aan het destabiliseren. Tijd om stevig terug te slaan.


Noten

1) Jorn De Cock, “Arabische Lente, een reis tussen revolutie en fatwa” De Bezige Bij, 2011.

Citaat op pagina 319: “Belhaj had weliswaar nooit een lidkaart van al Qaeda gehad, maar in de gevangenisjaren legde hij wel zijn mantel van streng orthodoxe salafist af. ‘Libië is een gematigd moslimland’, zei hij begin september. ‘We willen een beschaafd land zijn dat wordt geregeerd als een rechtstaat, wat ons onder Khadaffi werd ontzegd. Over de religieuze identiteit van het land moeten de burgers zich uitspreken.”

Die lidkaart van al Qaeda, wie zou die hebben? Abdel Hakim Belhaj werd na de machtsovername in Libië het hoofd van de militaire raad voor de hoofdstad Tripoli. Hij poogde ook via de al Wattan Partij die gelieerd was aan de Moslimbroederschap, Qatar en al Qaeda, verkozen te geraken. Bij de verkiezingen haalde de partij echter geen enkele zetel.

Volgens een serie bronnen was hij ook betrokken bij een aantal moordaanslagen in buurland Tunesië waaronder die op Chokri Belaid en Mohamed Brahmi, tegenstanders van het salafisme,. Dit gebeurde in samenwerking met Ansar al Sharia, de Tunesische tak van het salafisme. Volgens Tunesische onderzoekers was het de bedoeling een kalifaat op te richten voor Noord-Afrika.

Posted on

Saoedi-Arabië schakelt over van ‘culturele verwoestijning’ naar harde middelen

Dat uitgerekend Saoedi-Arabië afgelopen juni Qatar ervan beschuldigde terrorisme te ondersteunen was een gotspe. Niet dat Qatar niets op de kerfstok heeft, maar geen ander land heeft zoveel gedaan om de radicale islam te verspreiden als Saoedi-Arabië. Reeds sinds enkele tientallen jaren financiert het olierijke land door middel van publieke en private instellingen een veelheid aan organisaties die zich toeleggen op het verspreiden van de meest radicale en reductionistische interpretaties van de islam.

Het omvormen van de islam tot een strategisch inzetbaar wapen is een belangrijk onderdeel van het Saoedische buitenlandbeleid. Het is de voornaamste manier waarop het land macht projecteert en invloed veiligstelt in landen in het Midden-Oosten en de bredere islamitische wereld. Het is tot nu toe een erg succesvolle strategie gebleken, mede mogelijk gemaakt door de Verenigde Staten.

Saoedi-Arabië is bezig met een soort culturele verwoestijning. Eeuwen van diverse en uiteenlopende religieuze tradities binnen de islam, in landen zoals Jemen, Somalië, Egypte, Syrië en Irak, worden weggevaagd door een influx van in Saoedi-Arabië opgeleide imams en in Saoedi-Arabië geproduceerde lesmaterialen. Deze imams en deze lectuur leren de radicale soort islam die overheerst in Saoedi-Arabië: Wahabisme.

In 1744 sloot Mohammed bin Saoed een Faustisch akkoord met Mohammed ibn Abdul-Wahhab: Wahhab zou Saoed steunen in zijn strijd om suprematie als hij trouw zou zweren aan Wahhabs fundamentalistische visie op de islam, die weinig verschilt van de militante Salafistische overtuigingen van ‘Islamitische Staat’ of Al Qaida’s opvatting van de islam.

De Saoeds, die niet afstammen van de profeet Mohammed en die zelfs geen bijzondere claim hebben op de heerschappij in hun territoriale kernland van Najd, steunden op de imams van de Wahhab-familie voor hun religieuze legitimiteit. Zodoende hield het akkoord dat in 1744 gesloten werd stand. In 1926 nam Saoed de Hidjaz over en in 1932 werd het land Saoedi-Arabië in het leven geroepen. Saoeds verovering van het grootste deel van het Arabische schiereiland had niet plaats kunnen vinden zonder de steun van de fanatieke krijgen (de Ikhwan), die vooral vochten om het schiereiland te zuiveren van wat zij als ketterse geloofspraktijken zagen.

De Saoedische koninklijke familie heeft herhaaldelijk geworsteld met wat sommige leden van het Saoedische koningshuis een pact met de duivel genoemd hebben. Hervormingsgezinden binnen de koninklijke familie zijn met handen en voeten gebonden door gedreven imams die een toenemende macht uitoefenen binnen het koninkrijk. De belangrijkste geestelijk leider in Saoedi-Arabië is de moefti van Saoedi-Arabië. Abdul Aziz bin Baaz, de vorige grootmoefti, was berucht om zijn archaïsche opvattingen, zo loochende hij dat de aarde om de zon draait.

De huidige grootmoefti, Abdul Aziz Aal ash-Shaikh, heeft fatwa’s (proclamaties) uitgegeven die opriepen tot de vernietiging van alle kerken op het Arabisch schiereiland, het recht van mannen om meisjes van tien tot bruid te nemen overeind houden, het spelen van schaak verbieden en de gehele Iraanse bevolking tot afvalligen verklaarden.

Dergelijk fanatisme helpt een land niet vooruit, zelfs een buitengewoon rijk land niet. Ondanks zijn rijkdom worstelt Saoedi-Arabië met een snel groeiende bevolking, toenemende armoede en werkloosheid en bloedige sektarische verdeeldheid. Net als de buurlanden aan de Perzische Golf, blijft Saoedi-Arabië in hoge mate afhankelijk van gastarbeiders. Dit is met name het geval bij banen die veel technische expertise vereisen. De maakindustrie in Saoedi-Arabië is zeer beperkt en de economie is nog altijd vrijwel geheel afhankelijk van de export van olie.

Deze binnenlandse problemen dragen bij aan de angst van het Saoedische bewind voor wat het ziet als toenemende Iraanse invloed in de regio. Deze angst is tot op zekere hoogte niet zonder grond. In tegenstelling tot Saoedi-Arabië, beschikt Iran over een formidabele krijgsmacht, een diverse economie met een relatief bloeiende maakindustrie en een groeiende hogeropgeleide middenklasse. Ook niet onbelangrijk is dat Irak, dankzij de Amerikaanse invasie, nu duidelijk binnen de Iraanse invloedssfeer valt.

De reële binnenlandse problemen van Saoedi-Arabië, waar grotendeels niets aan gedaan wordt, in combinatie met de vrees voor Iraanse invloed in de regio, vormen de achtergrond van een buitenlandbeleid dat steeds agressiever wordt. Saoedi-Arabië zet nog een tandje bij in het werken aan culturele klimaatverandering in de rest van de islamitische wereld.

Deze strategie is overal in de islamitische wereld zichtbaar, maar het duidelijkst in het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika. Saoedische stichtingen en charitatieve instellingen hebben in de afgelopen jaren het nodige bewerkstelligd in landen als Somalië en Jemen, eeuwenoude tradities, zoals het bezoeken van de schrijnen van Soefi-heiligen, zijn verdwenen. In veel gevallen zijn de schrijnen zelf vernield door radicale islamisten. Ook aan de kleding is het te zien, zo droegen vrouwen in grote delen van Somalië en Jemen vanouds geen sluiers en in sommige gevallen zelfs geen hoofddoek, maar inmiddels zijn de Saoedisch-geïnspireerde abaya’s, boerka’s en nikaabs opgerukt.

Dit mogen ogenschijnlijk oppervlakkige veranderingen zijn, maar ze zijn het resultaat van aanhoudende inspanningen van ‘charitatieve instellingen’ uit Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Eén van hun methodes bestaat in het voorzien in een stortvloed aan gratis of sterk afgeprijsde religieuze materialen, beurzen voor studenten en imams in opleiding om te studeren in madrassa’s in Saoedi-Arabië en het verlenen van microkredieten aan mannen die gezien worden als volgers van de Saoedische variant van de islam.

Deze relatief zachte methodes om deze radicale ideologie te verspreiden, hebben de Saoedische staat goede diensten bewezen. Dergelijk beleid houdt de geestelijke tevreden en scheppen tegelijk een band tussen Saoedi-Arabië en delen van de bevolking in de rest van de islamitische wereld. Ten gevolge van de toegenomen invloed van Iran en zijn eigen diepgewortelde onzekerheid grijpt het Huis Saoed nu echter ook toenemend naar harde middelen.

In Irak, Syrië en Jemen financiert Saoedi-Arabië deels openlijk en deels heimelijk een heel scala aan gewapende groeperingen, die als ze al niet openlijk aan groepen als Al Qaida gelieerd zijn, grotendeels dezelfde doelen nastreven, namelijk de vestiging van een staat waar een radicale interpretatie van de islamitische wetgeving geldt. Ondanks het feit dat vijftien van de negentien kapers van 11 september Saoedische paspoorten hadden en mogelijk geholpen werden door Saoedische functionarissen, heeft de Amerikaanse regering de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van het radicale islamisme grotendeels genegeerd. Dit is, afgezien van een paar subtiele verschillen, dezelfde ideologie als ten grondslag ligt aan terroristische groeperingen als ‘Islamitische Staat’. Niet alleen hebben de VS de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van radicaal islamisme doorheen de islamitische wereld genegeerd, ze steunen nu ook nog eens de rücksichtslose oorlog van een coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië in Jemen.

In Jemen is Saoedi-Arabië betrokken in een oorlog die het hele land in de vernieling heeft geholpen en de op dit moment grootste, meest nijpende en tegelijk meest miskende humanitaire crisis in de wereld heeft voortgebracht. De groepering die nog het meeste heeft geprofiteerd van de oorlog van Saoedi-Arabië en co. in Jemen is Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAP). Terwijl Saoedische bommenwerpers zonder ophouden alles in Jemen, van ziekenhuizen en boerderijen tot vluchtelingenkampen gebombardeerd hebben, nemen ze nooit bolwerken van AQAP op de korrel. AQAP is er zodoende in geslaagd de Jemenitische havenstad van Mukalla een jaar lang te bezetten. AQAP en Saoedi-Arabië vechten tegen de zelfde vijand: de Houthi’s. De Houthi’s worden gemakshalve door veel commentatoren als een Iraanse proxy neergezet in het kader van een breder soennitisch-sjiitisch conflict, maar dat is een te grote simplificatie, want in feite behoren de leden van de rebellengroep tot de Zaidi’s, die zich nog weer onderscheidt van de Sjiitische islam in Iran. Bovendien is er vanuit Iran hooguit morele, maar niet of nauwelijks materiële steun geweest voor de Houthi’s.

De oorlog in Jemen heeft in ieder geval ook de beperkingen van het Saoedische buitenlandbeleid laten zien en bovendien de zwakte van zijn krijgsmacht, die er dikwijls niet in slaagt het eigen territorium te verdedigen tegen de Houthi’s. De oorlog in Jemen zou ook een waarschuwing moeten zijn voor de Amerikaanse beleidsmakers. Doordat men Saoedi-Arabië heeft toegelaten de stap van zachte naar harde middelen te maken, hebben terroristische groeperingen als AQAP voet aan de grond gekregen, evenals diverse groeperingen in Syrië.

Dat Saoedi-Arabië toenemend naar harde middelen grijpt, is ook een risico voor relatief stabiele landen in het Midden-Oosten. Saoedi-Arabië en zijn bondgenoot de Verenigde Arabische Emiraten hebben nu een blokkade van Qatar ingesteld. Qatar is echter ook een bondgenoot van de Verenigde Staten en biedt tevens onderdak aan het Amerikaanse commandocentrum voor het hele Midden-Oosten. Doordat de VS Saoedi-Arabië hebben toegelaten van zachte middelen over te schakelen naar harde middelen, is er een dynamiek ontstaan waarin ook de Amerikaanse belangen in de regio in gevaar kunnen komen.

Posted on

Toenemende invloed Saoedi-Arabië en Turkije in Kosovo

Vanwege werving voor de jihad in Syrië en Irak, aanstichting tot haat, het propageren van religieuze intolerantie en tenslotte belastingontduiking, is in de Kosovaarse hoofdstad Pristina de hoofdprediker van de centrale moskee Shefet Krasniqi (51) gearresteerd.

De opperimam van Kosovo hoorde in de jaren ’90 tot de eerste Kosovo-Albanezen die hun studie in Saoedi-Arabië deden. Krasniqi is geen uitzondering. Volgens een bericht van Le Figaro zou in de omgeving van Pristina in 22 moskeeën zijn opgeroepen tot de heilige oorlog. En dat bij wijze van spreken onder het toeziend oog van EU-soldaten en -ambtenaren, die daar gestationeerd zijn.

Het Balkanlandje is tot Europa’s jihadcentrale geworden. In Kosovo heeft de radicale Saoedi-Arabische staatsislam van de Wahhabieten zich gevestigd. Net als de Salafisten staan de Wahhabieten voor een primitieve islam, die zich strikt op Mohammeds 7e eeuw oriënteert.

Van de momenteel meer dan 800 moskeeën in Kosovo stammen er 240 van financiers uit Saoedi-Arabië, die via stichtingen en ngo’s sinds de afscheiding in 1999 geld naar Kosovo overmaken. Vooral de nieuwe moskeeën worden verantwoordelijk gehouden voor de Wahhabitische indoctrinatie van de Kosovaren.

Terwijl het westen onder aanvoering van de Amerikanen in 1999, onder het mom van democratie en mensenrechten, militair intervenieerde om de afscheiding van Kosovo van (romp-)Joegoslavië mogelijk te maken, gebruikten de Saoedi’s de ontstane situatie om hun versie van de islam ingang te doen vinden.

Maar de geldschieters uit Saoedi-Arabië, Qatar, Koeweit en Bahrein maakten niet alleen de bouw van moskeeën mogelijk, ze betaalden ook de opleiding van honderden imams op het Arabisch schiereiland. Volgens het Franse dagblad betaalden religieuze stichtingen ook premies variërend van 100 à 300 euro aan mannen die een salafistenbaard lieten staan en vrouwen die zich sluierden.

Terwijl er voor 2000 nauwelijks gesluierde vrouwen te zien waren in Kosovo, wordt hun aantal inmiddels steeds groter. De Ramadan, vroeger een privézaak, wordt nu publiek doorgevoerd en door de staat bewaakt. Het Albanese nationalisme, dat eens tot de opstand tegen Slobodan Milosevic leidde, heeft met het Wahhabisme een belangrijke wereldbeschouwelijke concurrent gekregen.

Van de Europese Unie heeft Kosovo sinds 1999 zo’n vijf miljard euro aan hulpgelden ontvangen, veel meer per hoofd van de bevolking dan bijvoorbeeld de 16 miljard dollar Marshall-hulp aan 16 Europese landen na de Tweede Wereldoorlog. Desondanks is Kosovo nog altijd het armste land van Europa. De werkloosheid ligt bij 30 en de jeugdwerkloosheid bij 70 procent.

Terwijl toetreding tot de EU voor het straatarme land veraf is, toont Recep Tayyip Erdogan in het kader van zijn nieuwe Turkse grootmachtpolitiek belangstelling voor Kosovo. De opvolger van het Ottomaanse rijk investeert in luchthavens, wegen en banken en stuurt imams naar Kosovo. Een van de wederdiensten die Ankara verlangt, is dat Kosovo zijn schoolboeken zo corrigeert dat de Ottomaanse geschiedenis mooier voorkomt.

Posted on 1 Comment

Paul Cliteur: Onderzoek politieke inbreuken op rechtsstaat weinig nuttig

De verkiezingsprogramma’s van PVV, VVD, CDA, SGP en VNL bevatten één of meerdere voorstellen die op gespannen voet staan met de rechtsstaat. Zo meldt dagblad Trouw vandaag op basis van analyse van dertien verkiezingsprogramma’s door een commissie van hoogleraren in opdracht van de Nederlandse Orde van Advocaten.

De commissie spreekt van plannen die “rechtstreeks ingaan tegen fundamentele rechten en vrijheden van mensen, of inbreuk maken op het recht op een eerlijk proces”, vooral rond het voorkomen van terrorisme en voorstellen die te maken hebben met immigratie en het vluchtelingenvraagstuk.

“Wie ter bescherming van onze rechtsstaat bereid is om de rechtsstaat zelf te ondermijnen [..] vormt zelf een bedreiging voor de vrijheden die het fundament van onze samenleving vormen”, zo stellen de hoogleraren.

Novini ging te rade bij rechtsfilosoof Paul Cliteur, onder andere bekend van zijn optreden als getuige-deskundige in de recente rechtszaak tegen PVV-leider Geert Wilders over zijn ‘minder Marokkanen’- uitspraak.

Cliteur reageert desgevraagd, dat “het probleem is dat voor een effectieve criminaliteitsbestrijding en voor een effectieve bestrijding van terrorisme heel vaak maatregelen moeten worden genomen die zich op gespannen voet bevinden met rechtsstatelijke waarborgen.”

Wanneer de terrorismedreiging groot is moet je bij het betreden van een warenhuis of een kerstmarkt je tas openmaken. Dat is in strijd met de privacy en daarmee een maatregel die zich op gespannen voet bevindt met de rechtsstaat. Dit soort voorbeelden kunnen moeiteloos worden uitgebreid. De centrale vraag is er een van proportionaliteit: welke maatregelen achten we verantwoord in het licht van de dreigingen die op ons afkomen?

Verder wijst de hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden op het beperkte nut van een dergelijk onderzoek door juristen, gespeend van politieke afweging:

Wie alleen maar wil registreren welke inbreuken op de rechtsstaat worden gemaakt zonder zich bezig te houden met de vraag van de noodzaak daarvan doet weinig nuttigs.

 

Posted on

Europese Socialisten dreigen partij Slowaakse premier te schorsen

De Partij van Europese Socialisten (PES) zal vrijdag overwegen of het lidmaatschap van de SMER, de partij van de Slowaakse premier Robert Fico opgeschort moet worden. Aanleiding zijn uitspraken van Fico en de weigering van zijn regering om mee te werken aan de herverdeling van asielzoekers.

De beslissing hierover moet genomen worden door vertegenwoordigers van alle lidpartijen van de PES, de PES is de pan-Europese samenwerking van partijen als de Duitse SPD, de Parti Socialiste, Labour en de Nederlandse Partij van de Arbeid.

Kern van het probleem is dat de Slowaakse regering onder leiding van Robert Fico, tevens partijleider van PES-lid SMER, weigert mee te werken aan de herverdeling van asielzoekers en voornemens is bij het Europese Hof beroep aan te tekenen tegen het herverdelingsplan. Volgens Fico kan dit plan niet aan lidstaten opgelegd worden, maar had de unanimiteitsregel toegepast moeten worden.

Eerder hadden uitspraken van Fico al tot ongenoegen in andere lidpartijen van de PES geleid. Zo stelde Fico dat Slowakije geen grote aantallen vluchtelingen op zou kunnen nemen en dan alleen christenen, en alleen wanneer zij er niet op uit zouden zijn de cultuur en waarden van het land te veranderen. “Ik kan me nauwelijks voorstellen dat moslims integreren in Slowakije”, aldus Fico in september. “Aangezien Slowakije een land is waar de Katholieke Kerk domineert, gevolgd door de Lutherse Kerk, kunnen we niet de instroom van drie- of vierhonderdduizend islamitische immigranten toestaan, die overal moskeeën zouden gaan bouwen.”

Later wees de premier er op dat Slowakije er nu al nauwelijks in slaagt de zogenaamde Roma, beter bekend als zigeuners, te integreren. “Hoe zouden we dan veronderstellen dat we wel iemand uit Eritrea of van een compleet andere godsdienst met andere tradities zouden kunnen integreren?”

Ook Fico’s houding tegenover Rusland zorgde al voor ongemak onder de Europese Socialisten. De Slowaakse premier bekritiseerde al dikwijls de Europese opstelling tegenover Rusland en in de Oekraïne-crisis. Recent liet hij zich ook kritisch uit over de opstelling van Europa inzake Syrië. “Hoe denk je dit conflict op te lossen als we wapens blijven sturen?”, zo vroeg hij eerder deze week retorisch aan socialistische Europarlementsleden. Kritiek die vooral Frankrijk raakte, dat land levert nog altijd wapens aan zogenaamde gematigde rebellen in Syrië die tegen Assad vechten.

Eerder bestond er in de PES al groot ongenoegen over de opstelling van de toenmalige Bulgaarse premier Sergei Stanishev, onder andere vanwege zijn opstelling in de kwestie van de ‘South Stream’-pijpleiding. Stanishev is echter ook voorzitter van de PES, zodat men hem niet te veel kon bekritiseren zonder meteen de hele pan-Europese partij in verlegenheid te brengen.

De Slowaakse regering heeft overigens nog acht weken om in beroep te gaan bij het Europese Hof, zodat partijen die er niet op uit zijn Fico’s SMER daadwerkelijk te schorsen, zoals de Bulgaren en de Italianen, er waarschijnlijk op aan zullen sturen de Slowaken van dit beroep af te brengen en de zaak te sussen.

Mocht het toch tot een breuk tussen tussen de PES en de SMER komen, dan straalt dit allicht af op de Slowaakse parlementsverkiezingen in maart volgend jaar. Fico stelde dan ook al dat de Europese Socialisten de centrumrechtse partijen in Slowakije in de kaart spelen. Een argument waarvoor vooral de Bulgaarse PES-voorzitter Stanishev niet ongevoelig zal zijn. Anderzijds kan Fico binnenlands mogelijk juist nog aan populariteit winnen door voet bij stuk te houden.

De SMER werd eerder al eens al lid van de PES geschorst toen de partij in 2006 een regeringscoalitie vormde met de Slowaakse Nationale Partij (SNS). In 2008 werd de partij vervolgens weer als lid toegelaten.

 

Posted on

Vluchtelingencrisis: Europa staat er alleen voor

Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Zo ook met de hartverscheurende foto’s van Aylan, het verdronken Syrisch-Koerdische kind dat was aangespoeld op een strand in Bodrum, Turkije. De reactie van de Britse krant The Independent op dit treurspel is wellicht nog het meest sprekend: ‘Als deze uitzonderlijk krachtige beelden de houding van Europa tegenover vluchtelingen niet veranderen, wat dan wel?’ Uiteenlopende internationale organisaties zoals het Rode Kruis, Human Rights Watch en zelfs de Verenigde Naties roepen bovendien al langere tijd dat Europa meer moet doen voor vluchtelingen. Inmiddels heeft de Europese Unie een gammel akkoord bereikt om 120.000 vluchtelingen te herverdelen over de lidstaten.

Er waren moeilijkheden in het zuiden en het scheen dat de Mensen die langs de Groeneweg waren gekomen aan het trekken waren, op zoek naar landen waar zij wat rust konden vinden. De lieden uit Breeg waren medelevend, maar klaarblijkelijk niet bereid om een groot aantal vreemdelingen in hun kleine gebied op te nemen.” – J.R.R. Tolkien, In de Ban van de Ring

Hoewel het een relevante discussie is of Europa meer of minder mensen moet opvangen, lijkt men in de media en daarbuiten niet de vraag te willen stellen wat de rest van de ontwikkelde wereld kan doen voor deze vluchtelingen. Daarom zal in dit artikel juist deze prangende vraag worden gesteld. De vluchtelingenstroom en –opvang is immers in niet slechts een Duits of Europees probleem, maar een internationaal probleem, en de oplossing ervan zou dus ook moeten worden gezocht op internationaal niveau.

Allereerst moet een belangrijke nuance worden gemaakt. In tegenstelling tot wat foto’s in de media lijken te suggereren, heeft de VN vluchtelingenorganisatie UNHCR vastgesteld dat bijna driekwart van de vluchtelingen die via de Middellandse Zee reizen volwassen mannen betreft en slechts een kwart kinderen of vrouwen. Het UNHCR stelt verder dat de helft van deze bootvluchtelingen aangeeft Syriër te zijn. Niettemin stellen veel immigranten ten onrechte dat zij vluchtelingen zijn, wat in België heeft geleid tot een beslissingsstop inzake alleenstaande mannen uit Irak. De journalist Harald Doornbos heeft bovendien aangetoond dat je vrij eenvoudig een vervalst Syrisch paspoort kan kopen: zelf kocht hij er voor 825 dollar een voor premier Mark Rutte, onder de valse naam Malek Ramadan. Beelden zeggen dus meer dan duizend woorden, maar minstens zoveel blijft verborgen.

Daarnaast moet worden beklemtoond dat juist de landen van de Europese Unie zich bekommeren om deze vluchtelingen. Hoewel sommige Europese landen hun (buiten)grenzen willen sluiten, laten veel andere landen meer vluchtelingen toe dan ten tijde van de Joegoslavische Oorlogen. Naar verwachting zal Nederland dit jaar minstens 35.000 nieuwe vluchtelingen hebben ontvangen, naast de 200.000 tot 250.000 vluchtelingen die reeds in het land verblijven volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau. Jos Wienen, de voorzitter van de asielcommissie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, verwacht vanaf nu zelfs zevenhonderd asielaanvragen per dag. Duitsland ontvangt dit jaar bovendien mogelijk één miljoen nieuwe vluchtelingen, aldus de vice-bondskanselier Sigmar Gabriel. Dat aantal komt bovenop de kleine anderhalf miljoen legale en veelal Europese immigranten die Duitsland jaarlijks ontvangt. Dit aantal overtreft dus veruit het aantal geboortes in Duitsland, dat thans ligt op 715.000. Zeker drie van de vier mensen die jaarlijks erbij komen in het land zijn dus immigrant, wat Duitsland maakt tot een immigratieland bij uitstek, aldus Angela Merkel. Het vingerwijzen naar ‘Fort Europa’, zoals onlangs de Turkse premier Ahmet Davutoğlu deed, is dus onredelijk. Dat fort is een luchtkasteel.

In Europa lijkt men evenwel te vergeten dat er veel meer landen zijn die vluchtelingen kunnen en zouden moeten opvangen. Denk bijvoorbeeld aan Japan en Zuid-Korea: zo welvarend en groot deze landen zijn, zo weinig vluchtelingen laten zij toe. Japan heeft een bevolking van 127 miljoen mensen, maar liet in heel 2014 slechts elf vluchtelingen toe op een totaal van vijfduizend asielaanvragen, en overweegt zelfs haar toegangsbeleid verder te verstrengen. In Zuid-Korea is er zelfs maar één vluchteling (niet zijnde Noord-Koreaan) op elke ruim 120.000 inwoners. Ter vergelijking: uitgaande van de één miljoen verwachtte vluchtelingen, telt Duitsland aan het einde van dit jaar één vluchteling per tachtig inwoners. Japan en Zuid-Korea kunnen deze dans niet ontspringen door te stellen dat zij helemaal aan de andere kant van de wereld liggen, en dus sowieso minder vluchtelingen ontvangen, want Canada en Australië vangen immers wél vluchtelingen op uit andere delen van de wereld.

Verreweg de meeste vluchtelingen zitten niet in Europa, maar in buurlanden van de verscheurde (oorlogs)gebieden. In het geval van Syrië zijn dat Jordanië, Libanon en Turkije. In de eerste twee landen is nu bijna één op de drie inwoners vluchteling. Turkije vangt nu meer Syrische vluchtelingen op dan welk ander land ook, te weten twee miljoen mensen. Niettemin zijn landen zoals Turkije dubbelhartig in hun opvang van vluchtelingen. Deze mensen krijgen niet een asielstatus met het vooruitzicht van burgerschap, en de enige uitzondering op deze regel is een huwelijk met een Turks staatsburger. Vluchtelingen zullen daar dus moeten wachten totdat de oorlog voorbij is, of doorreizen naar Europa wanneer hun geduld opraakt.

Bovenal is het tekenend, maar niet verbazingwekkend, dat verschillende landen die medeveroorzaker zijn van de oorlogen in Syrië, Irak, Libië en Jemen zich nauwelijks bekommeren om de vluchtelingen uit deze landen. Het is al opgemerkt door de arabist Jan Jaap de Ruiter, als ook de vader van Aylan zelf, dat Saoedi-Arabië en de andere Golfstaten nagenoeg geen vluchtelingen toelaten uit deze oorlogsgebieden, maar wel deze oorlogen financieren. Saoedi-Arabië stelt weliswaar dat al een half miljoen Syriërs in het land verblijven, maar dit cijfer wordt betwist en betreft sowieso uitsluitend gastarbeiders die er reeds verbleven. Wel heeft het olieland vriendelijk aangeboden om tweehonderd moskeeën te bouwen in Duitsland. Evenzo met de Verenigde Staten, die weliswaar hebben toegezegd meer (Syrische) vluchtelingen toe te laten, maar slechts plaats bieden voor tienduizend mensen voor heel 2016. Zo makkelijk als Amerika al jaren het Midden-Oosten destabiliseert, zo moeilijk laat het land vluchtelingen toe uit datzelfde Midden-Oosten. De prijs van de Amerikaanse oorlogspolitiek wordt vooral betaald door het volgzame Europa.

Europa staat dus alleen. De discussie of de Europese landen zich meer moeten bekommeren over de vluchtelingenproblematiek, is dan ook veel te beperkt. De redelijkheid, als ook de menselijkheid, vereist dat óók de rest van de internationale ‘gemeenschap’ en de ‘beschaafde’ wereld zijn hand reikt. Het kan niet zo zijn dat heel de wereld vindt dat Europa, maar niet heel de wereld, meer mensen moet opvangen. Juist nu Europeanen, net zoals de lieden uit Breeg, hun grenzen weer beginnen te stellen, moet deze invalshoek hoognodig aan de discussie worden toegevoegd.

De vraag is dus niet of, maar hoe wij als Europa ons moeten bekommeren om al deze vluchtelingen. Het antwoord daarop zal deels eruit moeten bestaan dat de Europese regeerders een handreiking eisen van landen die wij nota bene tot onze bondgenoten rekenen. Als alleenstaand Europa dat niet kan of wil doen, dan is deze tragedie niet alleen hartverscheurend, maar ook verstandsverbijsterend.

Posted on Leave a comment

Athene moet moskee bouwen van EU

Onder druk van de Europese Unie wordt het bankroete Griekenland nu gedwongen om haar eerste moskee te bouwen in Athene. Terwijl er zich in het Midden-Oosten een langzame maar zekere genocide voltrekt op de inheemse christelijke bevolking, acht de EU het noodzakelijk om haar lidstaten aan te manen grote moskeeën te bouwen in hun hoofdsteden. 

De Janitsarenmoskee op Kreta, gebouwd tijdens de Turkse bezetting.
De Janitsarenmoskee op Kreta, gebouwd tijdens de Turkse bezetting.

Het is begrijpelijk dat Griekenland de inmenging van aartsvijand Turkije afwijst bij de bouw van de moskee. Het is dan wel de Griekse regering die instaat voor de financiering van dit bouwproject.

Dat Europa een schoothondje is geworden van de olieproducerende Golfstaten, hebben we gezien toen de voorzitter van het Europees Parlement, Martin Schulz, zich aan de zijde van twee Arabische parlementairen verontschuldigde voor een amateuristisch anti-islamfilmpje, dat in Amerika op internet was geplaatst: ”We zijn het erover eens dat dit soort godslasterlijke films veroordeeld moet worden. Ik veroordeel ten sterkste niet alleen de inhoud, maar ook de verspreiding van zo’n film, die enorm vernederend is voor veel mensen over de hele wereld.”

Het ware beter dat Europa een voorbeeld nam aan Paus Benedictus XVI, die ijvert voor een relatie met moslims die gebaseerd is op wederkerigheid:

Maar het sterkste motief is misschien wel de teleurstelling over de wederkerigheid. Een bekend voorbeeld: terwijl de Saoediërs in 1995 miljoenen dollars hebben bijgedragen tot de bouw van de grootste moskee van Europa in Rome, mogen christenen geen kerken bouwen in Saoedi-Arabië. Als geestelijken in Saoedi-Arabië het terrein van oliebedrijven of ambassades verlaten, lopen zij gevaar te worden lastiggevallen door de religieuze politie. De bisschop van die regio heeft onlangs gezegd dat de situatie hem doet denken aan de catacomben.

Posted on 1 Comment

Islamisering en de identiteitscrisis van Europa

Na mijn artikels over hoe het christendom in Europa en in het Midden-Oosten onder druk staat, gaat dit artikel over de islamisering van Europa. Met het oog op de huidige trends is het zonneklaar dat islamitische bevolkingsgroepen een meerderheid kunnen worden in 20 of 30 jaar en in in veel West-Europese steden en landen is er reeds een groter aantal praktiserende moslims dan er praktiserende christenen zijn. Nadat ik het rapport van het Barnabas Fund over de islamisering van Europa had gelezen, besloot ik over dit onderwerp te schrijven.

“De islam heeft twee maal voet op Europese bodem gezet en heeft haar twee maal weer verlaten… Misschien zal de volgende verovering, zo Allah het wil, door middel van verkondiging en ideologie plaats vinden… Misschien zullen we deze landen veroveren zonder legers (..)”, aldus Youssef el Qaradawi, hoofd van de Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek, op Al Jazeera, 24 januari 1999.

“De islam heeft twee maal voet op Europese bodem gezet en haar weer verlaten.” Dat is juist, de islam is tweemaal gekomen, beide keren met legers en heeft twee maal weer moeten vertrekken onder druk van christelijke legers.

Eerst zetten ze voet op Spaanse bodem aan het begin van de 8e eeuw, arriveerden in Frankrijk en werden verslagen bij Poitiers in 732 na Christus. Tweeëneenhalve eeuw later begon de Reconquista van het Iberisch schiereiland, die eind 15e eeuw voltooid werd. Terwijl de christelijke bevolking als slaven was behandeld, werden resterende moslims bekeerd tot het christendom of verbannen en moskeeën werden veranderd in kerken.

Later, aan de andere kant van Europa,  werden Ottomaans-Turkse stammen islamitisch in de 9e eeuw en vestigden zich in Klein-Azië. Ze werden een regionale grootmacht tegen het einde van de 13e eeuw. Territoria die eens geregeerd werden door het Oost-Romeinse rijk vielen een voor een in Ottomaanse handen. De Turken betraden Europa in het midden van de 14e eeuw, ondanks vele glorieuze overwinningen door Europeanen was het grootste deel van Zuidoost Europa tegen het einde van de 16e eeuw onder Ottomaanse heerschappij gebracht.

De Poolse koning Jan Sobieski III drijft de Turken terug bij het Beleg van Wenen, schilderij van Jan Mateiuko.

De onsuccesvolle belegering van Wenen in 1683 leidde tot een zichtbare verzwakking van de Turkse aanwezigheid in Europa en de kruisvaarders bevrijden Boedapest (1686) en de rest van Centraal-Europa in de jaren daarna. Wie zich bekeerd hadden tot de islam bekeerden zich weer tot het christendom. Tegen het begin van de 20e eeuw namen de nationale gevoelens op de Balkan toe en verloor Turkije de meeste van zijn Europese gebieden, Constantinopel (nu Istanbul) bleef echter in Turkse handen, tot op de dag van vandaag. Helaas waren politieke belangen sterker dan godsdienstige solidariteit voor veel Europese leiders. Het islamitisch bestuur werd in 1923 afgeschaft, maar de erfenis van het bewind bleef sterk in diverse gebieden zoals Bosnië, Albanië en de Kaukasus en gebieden rond de Zwarte Zee die in handen van de Tataren waren.

“Misschien zal de volgende verovering, zo Allah het wil, door middel van verkondiging en ideologie plaats vinden… Misschien zullen we deze landen veroveren zonder legers”

Rond de Eerste Wereldoorlog was de islam verzwakt, een zwak islamitisch (Ottomaans) rijk, islamitische landen die door Europese landen gekoloniseerd waren, socialistische/communistische ideologie die zich snel verspreidde onder de lagere klasse en pan-Arabische bewegingen die aanhang begonnen te verwerven in Arabischtalige landen.

Na de Tweede Wereldoorlog besloten Europese leiders een economische unie te creëren om onderling oorlog onmogelijk te maken. Het Oude Continent was verwoest na de vernietigende oorlog en in de jaren ’60 kwam hier nog een verandering in denken en levensstijl overheen. De gemiddelde religiositeit nam af, vrouwen kregen minder kinderen naarmate hun rol op de arbeidsmarkt toenam.

Er ontstond behoefte aan goedkope arbeiders; arbeidsmigranten kwamen, eerst uit Italië en Joegoslavië, daarna uit het Midden-Oosten en voormalige kolonies (gemeenschappelijke geschiedenis en taal). Turken gingen naar Duitsland, Algerijnen, Marrokanen en zwarte Afrikanen naar Frankrijk, Indiërs, Pakistanen en zwarte Afrikanen naar het Verenigd Koninkrijk.

In de jaren ’60 waren er enkele honderdduizenden moslims in West-Europa, wat toentertijd geen probleem was. Het geboortecijfer was laag, maar Europeanen waren nog in staat de groei van de samenleving in stand te houden, immigranten brachten nog niet hun gezinnen mee en de verzorgingsstaat was nog niet zo genereus.

Tegen het einde van de jaren ’60 zijn er twee data die als begin van een nieuw tijdperk beschouwd kunnen worden:

  • 1967: 3e Arabisch-Israëlische oorlog. Israël versloeg de Arabische legers die veel groter waren in aantal soldaten en uitrusting en dit veroorzaakte een gigantische publieke verontwaardiging onder Arabische bevolkingen. De Arabische leiders en zelfs de Arabische militaire leiding waren niet in staat een gedisciplineerde strijd te voeren. Rond die tijd realiseerden de mensen zich dat de Arabisch-Nationalistische idee niet in staat is de Arabischtalige naties te verenigen en zelfs niet om een zwakke staat, zoals Israël toen nog was, te verslaan. Dit kan beschouwd worden als de start van een hernieuwde opkomst van de politieke islam.
  • 1968: In Frankrijk breken rellen uit tegen het traditionele maatschappelijke model. Onder andere Daniel Cohn-Bendit leidt een opstand die seksuele vrijheden eist en ‘een betere wereld’, zoals ik in mijn eerdere artikel besprak.

Tegen het einde van het millenium was de Sovjetdreiging niet langer aanwezig, Europese regeringen hadden de gelegenheid zich te concentreren op economische groei en ze zagen immigratie als een oplossing voor het demografische tekort. Met de introductie van de Euro was er een breed gedeelde overtuiging onder politieke elites dat er nooit meer oorlogen uit zouden breken en dat culturele en politieke eenheid in enkele decennia tijd vanzelfsprekend zou worden en dat de multiculturele samenleving, zoals de Verenigde Staten die kennen, sowieso een nastrevenswaardig ideaal is.

Het verschil is dat de immigratie naar Europa geen selectieve immigratie is, en dat er meer rechten dan plichten zijn, immigranten werden aangemoedigd hun eigen tradities en gebruiken te bewaren, in plaats van de taal en de gewoonten van het land van aankomst te leren.

Heden ten dage heeft het aantal moslims 5,5 miljoen bereikt in Frankrijk alleen. In heel Europa tellen zij circa 30 miljoen. De graad van radicalen binnen de islamitische gemeenschap is relatief veel hoger dan in andere gemeenschappen en dit is de bron van conflicten tussen hen en de  samenlevingen waarin zij verblijven.

De spanningen tussen islamitische immigranten en lokale mensen en de opkomst van extreem-rechtse of rechts-populistische bewegingen in Europa hebben vele oorzaken. Ik noem een aantal voorbeelden voor een beter begrip:

  • Demografie: hun aantal groeit veel sneller dan dat van andere gemeenschappen, omdat islamitische vrouwen 2,5 keer zoveel kinderen baren als de gemiddelde vrouw in Europa. Immigranten ontvangen meer subsidie dan dat zij werken en belasting betalen, aldus extreem-rechtse bewegingen en diverse statistieken.
  • Islamisering: In Europese steden worden honderden moskeeën gebouwd, vele financieel bijgestaan door de ‘ a-confessionele’ staat. Olierijke landen financieren islamitische zendingsorganisaties om de islam te verspreiden onder niet-moslims, in plaats van de bestrijding van armoede in eigen land. Ze willen niet-moslims bekeren tot hun religie en een groot, zichtbaar aandeel van de vrouwen draagt een hoofddoek, in het straatbeeld verschijnen geleidelijk meer vrouwen in hijab of niqab, een groot aantal mannen draagt een baard of een djellaba, waardoor het beeld van de bevolking in het algemeen verandert. Mohammed is inmiddels de meest voorkomende naam voor pasggeboren jongens in Brussel, Londen en Milaan.
  • Sociaal: werkloosheid wordt een steeds groter probleem, naarmate goedkope arbeiders worden aangenomen in plaats van lokale mensen in dienst te nemen. In Frankrijk hangt de opkomst van het Front National vooral samen met het grote aantal werklozen in de arbeidersklasse. Een ander punt is het terug sturen van geld door immigranten naar hun land van herkomst, in Frankrijk wordt het jaarlijkse bedrag dat naar buitenlandse familie wordt overgemaakt op 20 miljard euro geschat.
  • Veiligheid: in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, bestaan de meeste bendes uit 2e of 3e generatie immigranten. Een deel van hen die niet in staat waren zich goed te integreren in de samenleving en geen werk hebben, voelen zich gediscrimineerd door de samenleving. Er is hoe dan ook wel enige mate van discriminatie en angst voor hen. Op Duitse scholen zijn Turkse bendes de oorzak van een groot probleem voor hen die zich graag zouden willen richten op het lesgeven en het leren. In het Verenigd Koninkrijk worden groepsverkrachtigen een ernstig probleem dat snel toeneemt.
  • Politieke lobby: islamieten beïnvloeden de binnenlandse en buitenlandse politiek van het land van aankomst. Naarmate hun aantal toeneemt vormen ze een steeds belangrijkere groep kiezers. Veel politici, bijvoorbeeld Jacques Chirac en Gerhard Schröder, spraken zich uit voor toetreding van Turkije tot de EU, om islamitische kiezers voor zich te winnen. Parlementen en gemeenteraden introduceren bestuurlijke maatregelen om de islam gelijke institutionele rechten te geven, ook al zijn ze een nieuwe factor in de publieke samenleving en is hun aantal op het geheel van de bevolking vooralsnog klein.

Om terug te komen op het rapport, de islamisering van Europa wordt op de volgende wijze bereikt. Moslims immigreren op grote schaal naar Europa, krijgen meer kinderen en bekeren niet-moslims met diverse middelen.

Extreem-links, dat zich verzwakt wist na de val van de Sovjet-Unie heeft in de radicale islam een nieuwe bondgenoot gevonden om het christendom en de vrije markteconomie te bevechten. Ze delen een haat voor de Verenigde Staten van Amerika. In de campagne voor de Franse presidentsverkiezingen van 2012, nodigde het Front de Gauche, dat zijn campagne opbouwde rond ‘ sociale gerechtigheid’  en “confiscatie” van het vermogen van de rijken, radicale islamieten uit voor zijn bijeenkomsten.

Moslims hebben een missie: wat veel bekeerlingen in de islam zien is dat zij een strijd hebben en vechten voor hun recht (Palestina, Tsjetsjenië, imperialisme etc.). Islamitische zending (Da’wa) bestaat uit 2 delen: interne en externe zending. Interne da’wa betekent het doen herleven van de praktisering van de religie, externe da’wa betekent het verkondigen van de religie en niet-moslims ertoe brengen haar te aan te nemen.

Ze bouwen steeds meer en steeds grotere moskeeën om hun zelfverzekerdheid en kracht te laten zien, extreem-rechtse bewegingen beschuldigen islamieten dan ook vaak van het demonstratief laten zien van hun kracht door grotere huizen van samenkomst te hebben dan christenen.

Islamieten bidden op straat in Parijs.

Ze willen de islamitische sharia introduceren, terwijl Europese samenlevingen voornamelijk hedonistisch zijn geworden en gebaseerd op consumptie; ze zien hun levensstijl als een antwoord op de problemen van drugsgebruik, alcoholisme en prositutie. Islamitische groepen doen in sommige gevallen een openlijk beroep op het publiek hun sharia te accepteren. In Oost-Londen zijn er enkele wijken waar radicalen de sharia tot de officiële bron van wetten hebben uitgeroepen (inclusief een verbod op gokken, muziek of concerten, prostitutie en drugs).

Naarmate Europese overheden deze interpretaties van de sharia erkennen als representatief voor de gehele islam, versterken zij de positie van radicalen en verzwakken ze die van gematigde moslims. Er bestaan shariarechtbanken in Groot-Brittannië en ze worden ook geïntroduceerd in België, ze worden bestuurd vanuit moskeeën. Dit legt de zwakte bloot van het nationale ‘seculiere’ rechtssysteem.

Ze bedreigen de vrijheid van meningsuiting en dreigen met geweld, hierin zijn ze vergelijkbaar met radicale secularisten en Holebi-organisaties, aangezien ze respect, tolerantie en objectiviteit eisen, maar die niet altijd aan anderen geven.

De fatwa tegen Salman Rushdie (1989) en de moord op Theo van Gogh (2004) laten zien dat radicale moslims een bedreiging vormen voor een ieder die zich openlijk tegen hen uitspreekt. Ze vormen een bedreiging voor de vrijheid van godsdienst, er zijn veel recente voorbeelden waarin bekeerlingen van islam tot christendom werden beledigd, bedreigd en achtergesteld.

Islamisering wordt gefinancierd op uiteenlopende manieren en vanuit diverse landen:

  • Individuen: islamieten doneren intensiever, aangezien zij de moskee vaker bezoeken dan christenen hun kerken. Er zijn gevallen bekend in het Verenigd Koninkrijk en in Denemarken, waarin mensen geld verkregen uit belastingfraude.
  • Islamitische organisaties: overwegend liefdadigheidsorganisaties die zich specialiseren in het helpen van de armen, maar tegelijkertijd de islamitische leer verspreiden en vrouwen aanmoedigen een hoofddoek te dragen.
  • Islamitische staten: veel van deze staten zijn olierijk, de Golfstaten hadden een begrotingsoverschot van bijna 500 miljard USD door hoge olieprijzen, ze geven meestal het geld uit dat verkregen is door beleggingen van hun fondsen en aan liefdadigheidsprojecten. Deze fondsen worden voornamelijk toegekend aan islamitische organisaties. De grootste bijdragers zijn Saoedi-Arabië, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Iran, Algerije en Libië.
  • Gemeentebesturen: een voorbeeld, Alain Juppé, de huidige minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk en tevens burgemeester van Bordeaux, verkocht 8500 vierkante meter land aan de lokale moslimraad voor een symbolisch bedrag van 1 euro. Bordeaux had conform marktprijzen 677.000 EUR kunnen verdienen.
  • West-Europese staten: In 2004 pleitte Nicolas Sarkozy voor staatsfinanciering voor moskeeën, ondanks het formele secularisme van de Republiek. Volgens een rapport was 30% van de jaarlijkse inkomsten van moskeeën afkomstig van de staat.
  • Islamitisch bankieren: islamitische bankieren is wijdverbreid, zowel in West-Europa als in de Golfstaten. Europa zou graag Arabische investeerders aantrekken. Van Londen wordt wel gezegd dat het de meest shariavriendelijke investeringsbestemming is in Europa.

Ze leggen beslag op onderwijsinstellingen en radicale predikers zijn zeer actief aan Europese universiteiten. Ze vragen om speciale gebedsruimten in scholen en universiteiten en radicale imams worden toegelaten aan universiteiten, veel islamitische terroristen hebben aan Europese universiteiten en hoge scholen gestudeerd. Islamitische meisjes wordt gevraagd een hoofddoek of gezichtssluier te dragen.

Een andere kwestie verwant aan dit onderwerp is de druk op onderwijsinstellingen om onderwerpen gerelateerd aan de islam op zo’n wijze te doceren dat een positief beeld wordt gegeven van hun religie. Regeringen, onderwijzers en uitgevers die willen voorkomen beschuldigd te worden van racisme en islamofobie geven dikwijls aan zulke verzoeken toe.

Hun isolatie en afscheiding bemoeilijkt integratie en assimilatie. Er zijn veel voorbeelden, zoals de zogenaamde ‘homovrije zones’ in het Verenigd Koninkrijk en Kreuzberg in Berlijn. Kreuzberg was een wijk die werd bevolkt door mensen uit de arbeidersklasse en linkse jongeren in de jaren ’20, heden ten dage bestaat de bevolking van de wijk die ongeveer een half miljoen beslaat voor 80% uit Turkse immigranten. In Frankrijk kunnen de voorsteden beschouwd worden als de ghetto’s van de werkloze 1e, 2e en 3e generatie immigranten, de islamisering verspreidt zich daar het snelst.

En alles dat ik hierboven heb beschreven gaat slechts over de islamisering van Europa. Eerder schreef ik al over de vervolging van christenen in islamitische landen.  Om de opsomming van voorbeeld af te sluiten, zou ik nog willen noemen dat het bestuur van een van de meest prestigieuze voetbalclubs van Europa, Real Madrid, recent besloten heeft het kruis uit haar logo te verwijderen om investeerders uit Qatar terwille te zijn (formeel vanwege islamitische fans).

Aangezien het Wereldkampioenschap Voetbal in 2022 in Qatar plaats vindt: ‘Zullen Engeland, Zweden en Denemarken nu moeten kiezen tussen de verticale en de horizontale lijn in hun vlag?’, zoals een Hongaarse blogger zich afvroeg in zijn artikel waarin hij sprak van een ‘re-reconquista’.

“Misschien zal de volgende verovering, zo Allah het wil, door middel van verkondiging en ideologie plaats vinden.”

Nu, het gaat inderdaad om ideologie, verkondiging, geld (misschien wel het belangrijkste) en de identiteitscrisis van West-Europa zelf.

“Misschien zullen we deze landen veroveren zonder legers”

Het lijkt zeer goed mogelijk, maar misschien is er nog een christelijke minderheid in Europa die een missie heeft deze trend te keren.

 

Wat zou dan de oplossing zijn?

“Who wants to avoid suffering, suffers twice” (Wie lijden wil vermijden, lijdt twee maal), zegt een Engels spreekwoord.

Veel Europese leiders denken door het binnenhalen van immigranten in hun landen, zich te verzekeren van genoeg goedkope arbeidskrachten voor de economie en de pensioenen te kunnen redden, dit is volstrekt onverantwoord. Velen geloven dat ze immigranten moeten toelaten in hun land, omdat gekoloniseerde naties veel geleden hebben onder de kolonisatie. Dit denken is wijdverbreid in Frankrijk en is deels waar, maar we moeten wel weten dat het aantal inwoners (Arabieren en Berbers) in bijvoorbeeld Algerije  enkele honderdduizenden besloeg in 1830 en dat deze bevolking 9 miljoen (!) telde in 1960. De meeste infrastructuur en veel monumentale gebouwen in het land zijn door Fransen en andere Europeanen gebouwd. Europeanen onttrekken zich in feite van hun verantwoordelijkheid nu hun samenlevingen vergrijzen en niet in staat zijn hun pensioensysteem in stand te houden en vele anderen accepteren de stelling dat de kolonisatie alleen maar slechte effecten had en christendom een instrument was om mensen te onderdrukken.

Wij Europeanen moeten ons zelfvertrouwen herwinnen, we moeten trots zijn op ons verleden, onze geschiedenis, voorouders en wat onze culturen bereikt hebben en we moeten onze godsdienst en haar heiligen weer leren waarderen. We moeten proberen onze oudere gewoonten weer te doen herleven, respect voor grijze haren, het huwelijk, familie- en burenhulp en algemene solidariteit.

De meeste immigranten komen voor betere carrières, een hogere levensstandaard, maar ze zien dat Europeanen geen sterke overtuiging of identiteit hebben; er zijn te veel scheidingen, drugsproblemen, prostitutie en vereenzaming, ze geven er dan ook de voorkeur aan hun eigen gebruiken te conserveren in plaats van te integreren. De meeste moslims conserveren hun levensstijl, maar islamisten eisen veel van hun omgeving, dat zij zich aanpassen aan hun opvatting van het geloof en de gebruiken die daar bij horen en dit is onacceptabel. Immigranten zouden zich aan moeten passen aan de Europese levensstijl, maar wij moeten dan wel onze godsdienst en ons verleden waarderen, zodat wij een goed voorbeeld geven.

De financiering van de islamisering door Europese staten en instellingen en door buitenlandse mogendheden moet gestopt worden en moslims moeten zelf hun financiën regelen zoals ook andere gemeenschappen dat gewoon zijn. Dit zal spanningen doen afnemen. Moslims moeten zich realiseren dat ze niet bevoordeeld zouden moeten worden, ook niet als hun aantal nog toeneemt. Er zijn maar weinig politici die de moed hebben de verantwoordelijkheid op zich te nemen in deze kwestie, aangezien de druk groot is, zowel van binnen Europa als van buiten. Maar wij zouden ook een georganiseerde en vastberaden drukkingsgroep moeten vormen.

Europeanen moeten leren de kwestie van identiteit te begrijpen. Een immigrant zal nooit Frans of Engels of Duits worden als hij als volwassene aankomt in een land en daar 30 tot 40 jaar kan wonen zonder in te burgeren. Als slechts één van de ouders van een kind Europees is, zal het kind half Europees zijn. In de Verenigde Staten heeft 99% van de bevolking een tweede identiteit, voor of na dat men zich als Amerikaan beschouwt.

In Frankrijk zijn er geen minderheden, op papier althans. Een immigrant heet officieel Frans wanneer hij het paspoort bezit, er zijn echter honderdduizenden kinderen die geboren worden in Frankrijk en Duitsland en de taal van het land niet of zeer gebrekkig spreken en niemand tegen komen van de nationaliteit van het land waarin zij verblijven, behalve op school.

Ten slotte, religie maakt deel uit van de identiteit; dit is iets dat linksen niet willen horen of begrijpen. Een andere religie betekent andere gebruiken, andere feestdagen, een andere liturgische taal, een andere rol van de clerus en een andere visie op het leven, op de mens en de wereld.

Europa moet eindelijk wakker worden, politieke correctheid terzijde schuiven en zich realiseren dat het Christendom haar godsdienst is.