Posted on 2 Comments

Sancties hinderen wederopbouw Syrië

De laatste week van april vertrok een internationale groep onder leiding van het Geopolitiek Instituut Vlaanderen Nederland op een fact finding mission naar Syrië. Deelnemers zagen hoe de wederopbouw van Syrië vordert, maar op punten nog gehinderd wordt door internationale sancties.

Omdat er door de internationale sancties  jammer genoeg nog geen rechtstreekse vluchten naar Damascus zijn, werd er gevlogen op Beiroet. We maakten van de gelegenheid gebruik om een kijkje te nemen in het zuiden van Libanon, om met eigen ogen de impact van het bevroren conflict met Israël te bekijken.

Zuid-Libanon

Als eerste bestemming bezochten we Mleeta, een museum gewijd aan het succesvolle verzet tegen de Israëlische bezetting van zuid-Libanon tot 2006. Daarna reden we verder naar de historische kuststad Tyr(us), gelegen op amper 30 km van de grens. We troffen een plaats aan met een enorm toeristisch potentieel en prachtige archeologische sites uit de Romeinse tijd, zoals de stadspoort, de necropool en de hippodroom.

Tyrus, een stad met enorm toeristisch potentieel (eigen foto)

Jammer genoeg voor de inwoners maakt de immer dreigende schaduw van Israël het moeilijk de streek toeristisch te ontwikkelen. Bepaalde gebieden op het zuid-Libanese platteland zijn ook nog steeds te vermijden vanwege landmijnen geplaatst door het Israëlische leger tijdens de bezetting.

Damascus

Per taxi reden we naar de Syrische hoofdstad Damascus. Hier verbleven we in de christelijke wijk Bab-Touma. Alhoewel toerisme niet ons eerste doel was, kan men in een stad als Damascus het niet achterwege laten om de Oude stad met de Omajjadenmoskee en de winkeltjes van de soek te bezoeken. Ook bezochten we het Nationaal Museum dat tal van archeologische schatten bevat, onder meer van Palmyra en Doura-Europos. Door de oorlog was dit museum jarenlang gesloten en de stukken waren ter bescherming naar geheime locaties gebracht. Dat het Nationaal Museum nu weer open is, illustreert hoe het normale leven langzaam maar zeker terugkeert.

Omajjadenmoskee, Damascus (eigen foto)

Ik was al eens in Damascus geweest in 2016. Het viel me op hoe in enkele jaren de stad genormaliseerd was. De overgrote meerderheid van de militaire checkpoints is verdwenen en er beginnen ook opnieuw toeristen te komen. De plaatselijke bevolking maakte ons regelmatig duidelijk dat we welkom waren en was steeds heel vriendelijk. De enige verzuchtingen gingen over de internationale boycot, die zorgde voor een brandstoftekort en een hoge inflatie van de Syrische Pond – wat import van goederen van buiten Syrië zeer duur maakt.

De soek van Damascus (eigen foto)

Ter afsluiting van ons bezoek aan Damascus hadden wij de gelegenheid om Pasen mee te vieren met de Syrische Orthodoxe kerk (oriëntaals-orthodox).  Een feest dat met heel wat fanfare (letterlijk) gevierd werd en voor alle deelnemers een bijzondere ervaring was.

Qara – Mar Yakub

Onze  volgende bestemming was het Melkitische Grieks-katholieke klooster Mar Yakub (Sint Jakobus de Verminkte). Hier verblijft al een tiental jaar de Vlaamse norbertijn pater Daniël Maes. Dit klooster ligt enkele kilometers buiten Qara, in een steenwoestijn met uitzicht op uitlopers van de Ante-Libanon-bergen, die de grens tussen Libanon en Syrië vormen. Het klooster is een dubbelklooster, er is een kleine gemeenschap van een tiental nonnen en in het gebouw daartegenover woont pater Maes, met een Vlaamse frater en enkele oblaten. Door middel van irrigatie bezit het klooster ook een prachtige vlindertuin en goed draaiende boerderij.

Mar Yakub-klooster (eigen foto)

Mar Yakub is diep verweven in de lokale gemeenschap, met ook heel wat moslims die vrijwilligerswerk doen. Het klooster verstrekt noodhulp aan oorlogsvluchtelingen, vangt enkele weeskinderen op in het klooster, maar baat verder ook nog in Qara-stad  een centrum voor hulp aan mishandelde vrouwen uit, evenals een ‘volksmarkt’ die plaatselijke kleine producenten helpt om hun goederen te verkopen via een gedeelde winkelruimte.

Mar Musa

Het klooster werd onze uitvalbasis voor de rest van de reis. Van daaruit bezochten we een ander klooster, spectaculair op een berg gelegen en enkel te voet bereikbaar, Mar Musa (Sint Mozes van Abessinië) met prachtige eeuwenoude muurschilderingen.

De weg naar Mar Musa

In het klooster

 

De huidige gemeenschap in het klooster kwam tot stand onder impuls van de jezuïet Paolo Dall’Oglio, die o.a. van de KU Leuven een eredoctoraat mocht ontvangen. Pater Dall’Oglio sprak zich aan het begin van de oorlog kritisch uit over de regering en koos de zijde van de oppositie, hij zou helaas de ware aard van de opstandelingen leren kennen. In 2013 werd hij gevangengenomen door terroristen van IS  en men gaat er vanuit dat hij door hen vermoord werd.

Homs

De moskee van Homs in 2016…

We bezochten ook een dag de stad Homs. Dit bezoek stond vooral in het kader van de wederopbouw, want in deze stad was er bijzonder hard gevochten, zodat hele stadswijken in puin lagen. We bezochten eerst de Khalid ibn Walid-moskee, deze werd in 2013 zwaar beschadigd tijdens de oorlog, omdat de rebellen de moskee gebruikten als basis en wapenopslagplaats. Ondertussen is deze moskee volledig gerestaureerd en een symbool van de wederopbouw van Homs geworden.

… en in 2019

Vervolgens was het de beurt aan de kerk van Sint Maria-van-de-Heilige-Gordel, toebehorend aan de Syrische Orthodoxe kerk (oriëntaals-orthodox). We hadden de eer om hier gastvrij ontvangen te worden door aartsbisschop Selwanos Petros Al-Nemeh. Tijdens de oorlog moest de hele christelijke gemeenschap vluchten voor de salafisten en het kerkgebouw werd ook zwaar beschadigd. Zo probeerden de rebellen – gelukkig tevergeefs – de kerk af te branden. Nu echter zijn de christenen teruggekeerd en staat het gebouw volop in de steigers.

Zwart geblakerde kerk in Homs wordt nu weer hersteld.

Frans van der Lugt

We bezochten daarna ook het graf van de Nederlandse katholieke priester Frans van der Lugt, die weigerde Homs te verlaten en daarom vermoord werd door de rebellen. Dit bezoek was bijzonder aangrijpend omdat er ook Nederlanders aan onze reis deelnamen. Ook hier zagen we echter een levende, veerkrachtige christelijke gemeenschap. De Syrische christenen zijn duidelijk vastbesloten om hun rechtmatige plaats terug in te nemen.

De soek van Homs in 2016…

… en in 2019

 

Onze trip naar Homs werd uiteindelijk afgesloten met een bezoek aan de soek. Bij mijn bezoek in 2016 was de soek van Homs nog een desolaat gebied van verwrongen metaal en muren getekend door kogelgaten. Nu was deze grotendeels opgeruimd en waren de winkeltjes weer open. Hier en daar vond men nog een gedeelte waar de heropbouw nog bezig was, maar er werd duidelijk werk van gemaakt. Wat we wel regelmatig hoorden was dat de wederopbouw gehinderd wordt door de internationale sancties, die zorgen voor een tekort aan materialen. Desalniettemin is er al indrukwekkend werk geleverd door de Syriërs.

Libanon – Bekavallei

Op de terugweg maakten we een omweg om Baalbek te kunnen bezichtigen. Hierbij zagen we ook talrijke vluchtelingenkampen voor Syriërs in de Bekavallei, een gezicht dat blijft confronteren. Uiteindelijk sloten we de reis af in Beiroet. Alle deelnemers waren heel tevreden over de reis. Iedereen was onder de indruk van de gastvrijheid en vriendelijkheid van de Syriërs. We zijn teruggekeerd met de overtuiging dat de huidige internationale boycot onrechtvaardig is en beëindigd moet worden, zodat de Syriërs alle kansen krijgen om hun land zelf her op te bouwen.

Posted on

Syrië en de chemische wapens – De centrale rol van de VS

Verhalen rond Syrië en chemische wapens die de wereld recent bijna over de afgrond duwden begonnen al te circuleren in de nazomer van 2012. Toen rukten die salafistische rebellen dankzij de toestroom van tienduizenden buitenlandse Syriëstrijders overal op. Met grote delen van zelfs Damascus en Aleppo, de twee grootste steden, die samen met steeds meer militaire basissen in hun handen vielen. De vrienden van al Qaida & co in onze media zagen hen toen al de macht in Damascus overnemen.

Syrisch gifgas

En op sommige van die basissen – welke was geheim – lagen sarin en mosterdgas in grote hoeveelheden opgeslagen. Zo beschikte het leger over meer dan 1.300 ton gifgas.(1) Specifiek voor gebruik in de oorlog tegen Israël dat naast een vermeende 200 atoombommen nog steeds trouwens over grote hoeveelheden gifgas beschikt.

Een van die militaire basissen die in het jihadistische vizier lag was die van Sjeik Soeleiman, alias Regiment 111 vlakbij de stad Daret Izza in de buurt van Aleppo. In de ochtend van 10 december 2012 na een bijna zes maanden durende strijd viel die basis in handen van al Qaida. Tot dan had de Syrische luchtmacht die jihadisten tegengehouden maar er waren die dagen teveel bewolking en dus geen luchtmacht beschikbaar.

Toen op 21 augustus 2013 in de regio van Oost-Ghouta een aanval met sarin, een zeer dodelijk zenuwgas, gebeurde op de steden Zamalka en Moadamiyah dan waren de massamedia, ngo’s genre Human Rights Watch en Artsen zonder Grenzen en de regeringen van de NAVO, Qatar, Turkije, Israël en Saoedi-Arabië er zeker van: Dit was het werk van het regeringsleger want die ‘verzetsstrijders’, zoals men ze toen veelal noemden, hadden geen sarin en konden dat ook niet produceren. Onzin natuurlijk.

Zogenaamde Iraakse Borak-projectielen met sarin die de CIA in 2015 opkocht.

Zo is er het verhaal van de Japanse sekte Aum Shinrikyo(2) die op 20 maart 1995 sarin gebruikte bij een aanslag op de Tokyose metro. Met als resultaat 12 doden. In het grootste geheim hadden ze in een eigen fabriek, vermomd als een tempel, sarin zitten produceren. En niemand had het gezien.

En dan is er natuurlijk het Iraakse verhaal over het leuren met gifgasbommen, restafval van het leger van Saddam Hoessein dat door een slimme zakenman aan de Amerikaanse CIA werd doorverkocht.(3)

Bommen die in bepaalde gevallen nog 25% van hun capaciteit hadden. Wie de verkoper was is nooit bekend geworden. Wel schreef The New York Times dat de man ze elders dreigde te verkopen indien de VS geen interesse meer hadden.

Sjeik Soeleiman

Mogelijkheden genoeg dus voor die jihadisten om aan sarin te geraken. Maar zoals het verhaal van Sjeik Soeleiman aantoont was hun probleem reeds op 10 december 2012 opgelost.

Volgens de Nederlandse correspondent Harald Doornbos en Jenna Moussa, een journaliste verbonden aan Al Aan TV uit Dubai, nam al Qaida toen 15 containers met chloor en sarin mee. Bijna zeker was daar trouwens ook de voorraad mosterdgas bij. Genoeg materiaal voor 10 grote vrachtwagens. (4)

Waarheen die vertrokken is niet bekend. Wel zal sarin al snel daarna op het slagveld opduiken. Opvallend is echter de houding in deze kwestie van de regering van Barack Obama toen in het najaar van 2012.

Met Amerikaanse steun kon al Qaida het op de basis van Sjeik Soeleiman opgeslagen sarin in handen krijgen. Ze zullen het nadien nog enkele malen ook gebruiken.

 

Zo rakelde men vanuit Washington het probleem van de Syrische gifgassen almaar meer op alsmede het gevaar komende van die ‘hondsbrutale dictator’ uit Damascus. Want die, stelde Obama, dreigde dat te gebruiken. De verklaringen van Obama en Hillary Clinton, toen zijn minister voor Buitenlandse Zaken, werden dan ook steeds harder. Men voerde bewust de spanning rond deze kwestie op.

Begin december zal de Britse krant The Telegraph zelfs stellen dat het Syrisch leger alles in gereedheid had gebracht om sarin te gebruiken.(5) Men was al begonnen met het mengen van de chemische producten om zo sarin te maken opperde deze krant. Zich baserend op niet nader genoemde Amerikaanse regeringsbronnen.

In de zomer van 2012 hadden al Qaida (toen Jabhat al Nusra) samen met de kleinere groepen Mahlis Shura al Mujahideen, Kataib Muhajiri al Sham en Katibat al Battar het stadje Daret Izza al veroverd en begon hun belegering van de nabijgelegen legerbasis. Het waren volgens de berichten vooral ook buitenlanders waaronder Libiërs en mensen uit de vroegere Sovjet-Unie die er vochten.(6)

En dan op 2 december 2012 herhaalden zowel Hillary Clinton als Barack Obama dat moest het Syrische leger chemische wapens gebruiken dan zou dat voor hen een rode lijn zijn, een die tot Amerikaans militair optreden ging leiden. Wat zij eerder al, op 20 augustus 2012, stelden toen de belegering van de basis Sjeik Soeleiman goed op gang was gekomen.(7)

Training al Qaida

Ook stelde Obama dat het beveiligen van dat gifgas voor de VS essentieel was en dat president Bashar al Assad hiervoor persoonlijk verantwoordelijk was. Op 6 december 2012 bracht dan de Amerikaanse website Syria Deeply het verhaal, naar hun zeggen gebaseerd op vier niet bij naam genoemde diplomaten, dat de VS en enkele geallieerden die jihadisten in Jordanië en Turkije leerden om te gaan met dat gifgas.(8)

Zo stelt de website:

The programs were intended to prepare brigades to handle chemical weapons sites and materials they might encounter, as Assad troops lose control over parts of the country.

US contractors have also been on the ground in Syria to monitor the status of regime stockpiles, said an employee with a major US defense consultancy that has been engaged in that work.

Het programma heeft de bedoeling brigades (jihadisten, nvdr.) te leren omgaan met chemische wapens en materiaal waar ze mee in contact kunnen komen.

Amerikaanse onderaannemers zijn ook in Syrië actief met het monitoren van de voorraden (chemische wapens, nvdr.) van het regime, stelde een medewerker van een belangrijke Amerikaanse militaire adviseur die betrokken is bij dit werk.

Ze hadden daarvoor volgens dat verhaal een onderaannemer aangesproken. Iets later had The Washington Post het ook over de betrokkenheid van de CIA en Special Forces, het leger zelf dus.(9)

Ook was hierover volgens die krant ook overleg geweest met Israël en waren Franse en Britse militairen betrokken. De Amerikaanse website NTI stelde gebaseerd op een serie andere bronnen dat er zelfs in Syrië aanwezige Israëlische soldaten bij de zaak actief waren. Wat logisch is.(10)

Jordanië

En alhoewel de locatie van die chemische wapenvoorraden geheim was, lijkt het, mede gezien een serie overlopers van het leger, praktisch zeker dat de VS wist dat in die basis Sjeik Soeleiman gifgas lag opgeslagen. Vandaar ook natuurlijk de training die men volgens de Britse krant The Guardian voorzag in o.a. het Jordaanse King Abdullah II Special Operations Training Center niet ver van de Syrische grens.(11)

Jordanian security sources say the training effort is led by the US, but involves British and French instructors….. The Pentagon said last October that a small group of US special forces and military planners had been to Jordan during the summer to help the country prepare for the possibility of Syrian use of chemical weapons and train selected rebel fighters. That planning cell, which was housed at the King Abdullah II Special Operations Training Centre…

Bronnen bij de Jordaanse veiligheidsdiensten stelden dat bij de door de VS geleide training (van jihadisten, nvdr.) ook Britse en Franse instructeurs betrokken zijn…. Het Pentagon stelde vorige oktober (2012, nvdr.) dat een kleine groep van Special Forces en militaire planners in Jordanië in de zomer hielpen om het land voor te bereiden op het Syrisch gebruik van chemische wapens en het trainen van een geselecteerde groep gewapende opstandelingen. Die groep instructeurs was gehuisvest in de Koning Abdoellah II Special Operations Training Centre…

En dan is er de Israëlische blog Israël Matzav van een orthodoxe maar wel zionistische jood die zich Carl in Jeruzalem noemt en waarschuwt voor het feit dat, zoals hij het stelt, het merendeel van de zogenaamde rebellen die zo’n opleiding krijgen feitelijk leden van al Qaida zijn.(12)

Merkwaardig is ook dat alhoewel de drie jihadistengroepen bij de belegering nauw samenwerkten al Qaida plots in de nacht van 9 op 10 december, tot verrassing van hun ‘bondgenoten’ alleen aanvielen en de basis veroverden. Volgens Doornbos, die zich vooral baseert op de getuigenis van een toen aanwezige jihadist, was het Al Qaida dat er met dat gifgas vandoor ging.

Waarbij de Aramees in Nederland verschijnende blog Aramnahrin bijna als een profetie waarschuwt dat de verovering van een basis met chemische wapens het mogelijk zal maken om er zogenaamde valse vlagaanvallen mee uit te voeren.(13)

Het verhaal van de verovering verscheen op 16 december 2012 in The Washington Post en op 10 december, de dag zelf dat men de basis in handen kreeg, in The Long War Journal van de Amerikaanse en erg zionistische Foundation for the Defense of Democracies. Waarbij beiden het hadden over de vermoedelijke aanwezigheid op die basis van gifgas.

Khan al Asal

Dus terwijl Obama stelde dat Assad persoonlijk verantwoordelijk was voor de veiligheid van die wapens dirigeerde hij jihadisten om die basis te veroveren. En Obama ging zelfs zorgen dat al Qaeda de nodige specialisten kreeg toegewezen om hen te leren hoe ze met die chemische wapens moesten omgaan. Het is dan ook niet verbazend dat de Rode Lijn van Obama snel overschreden zal worden.

De dirigent achter al Qaeda in Syrië en hun chemische wapens.

Slechts vier maanden nadien, op 19 maart 1013, zal het stadje Khan al Asal voor zover bekend als eerste een aanval met sarin ervaren. Khan al Asal werd toen aangevallen door alweer al Qaida en mede dankzij deze gifgasaanval kon men het stadje veroveren.(14)

 

Waarna al Qaida en haar bondgenoten in de stad een waar bloedbad aanrichtten waarbij men zowel burgers als militairen standrechtelijk executeerde.(15) Volgens het rapport van de VN-missie van Ake Sellström die de zaak van die gifgasaanval in 2013 moest onderzoeken kwamen bij die aanval 16 soldaten om alsmede 10 burgers en geen enkele jihadist.(16)

Al snel rees hier het vermoeden dat sarin gebruikt werd. Wat een gespecialiseerd Russisch lab nadien bevestigde. Maar terwijl Syrië naar die jihadisten wees stelden die jihadisten dat het leger hiervoor zelf verantwoordelijk was en daarbij hun eigen troepen per ongeluk hadden aangevallen. Waarbij men elkaar echter tegensprak en de enen het hadden over een mortiergranaat en de anderen over een vliegtuigbom.

Het eigenaardige is echter dat de Syrische leger zweeg over het gifgas van Sjeik Soeleiman en stelde dat het om eigen fabricaat van die jihadisten ging. Waarom men in Damascus over die diefstal zweeg is raar maar niet bekend. (17)

Wel bleek achteraf uit onder meer verklaringen van Ahmet Üzümcu, baas van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag, dat alle Syrische gifgasvoorraden niet meer in handen waren van het leger. Details werden echter door Üzümcu en zijn OPCW nooit gegeven.(18)

Men zal, uiteraard louter symbolisch, vanuit de VS onder meer aan die jihadisten zelfs vragen om ook hun gifgasvoorraden te laten inspecteren en ontmantelen. Natuurlijk zonder dat er ooit van hen een antwoord kwam of dat men vanuit Washington ook maar verder aandrong.

ISIS

Hierbij dient men ook te beseffen dat al Qaida in 2012, toen feitelijk al Qaida in Irak, nog niet in tweeën gesplitst was tussen ISIS en het huidige Hayat Tahrir al Sham, al Qaida in Syrië. Maar dat betekent wel dat ISIS dat pas begin 2014 ontstond ook zo de beschikking kreeg over die chemische wapens en dankzij de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël bovendien de nodige expertise verkreeg over hoe er mee om te gaan.

Op 9 maart 2016 zal volgens getuigenissen en verklaringen van de VS ISIS mosterdgas gebruiken in Irak. Ook veroverden die jihadisten op 8 december 2012, twee dagen voor de val van Sjeik Soeleiman, de vlakbij de stad Safira in de provincie Aleppo gelegen Syrian-Saudi Chemicals Company, de grootste producent van chloor in het land. Wat in Syrië op veel plaatsen voor paniek zorgde.

Daar ISIS bij de verovering van de basis van Sjeik Soeleiman nog in een alliantie met al Qaida zat, kon ook ISIS mee genieten van die voorraad aan chemische wapens en de door de VS en haar bondgenoten geleverde training. Later zal ISIS trouwens zeker één keer mosterdgas gebruiken.

 

Na de aanval op Khan al Asal vroeg de Syrische regering om een onderzoek door de VN van die gebeurtenissen en reeds op 27 maart 2013 werd de Zweed Ake Sellström, een oud-gediende van de zinloze serie inspectierondes van 2002 en 2003 naar de niet-bestaande Iraakse massavernietigingswapens.

Maar het duurde nog tot 18 augustus voor hij met zijn missie in Damascus arriveerde. Plots immers bleken er na Khan al Asal de een na de andere vermeende gifgasaanval te zijn en eiste de VS met haar bondgenoten dat men al die sites met zogenaamde gifgasaanvallen zou onderzoeken. Wat Damascus en Rusland weigerden.

Die hadden immers geen zin in een herhaling van de farce van die andere Zweed Hans Blix die men maandenlang in Irak steeds maar nieuwe plaatsen liet onderzoeken waar de VS beweerde dat er massavernietigingswapens verstopt zaten. Wat de VS zo toeliet om via hun spionnen in die missies allerlei militaire basissen te laten onderzoeken.

Oost-Ghouta

En dan plots gaf de VS toe en liet het de missie van Sellström vertrekken ondanks het feit dat men van Damascus alleen maar twee andere plekken mocht bezoeken. En kijk, toevallig drie dagen nadat de missie van Sellström op 18 augustus 2013 in Damascus arriveerde was er opnieuw een aanval met sarin, en ditmaal dan nog vlakbij Damascus. En het was bovendien nog een heel grote aanval. Tja, toeval nietwaar.

Volgens de verhalen van die jihadisten, westerse regeringen, ngo’s en de massamedia was het de meest dodelijke aanval in de oorlog. De Amerikaanse regering had het zelfs over 1.429 doden waaronder meer dan 400 kinderen. De Franse regering sprak dan weer over 281 doden.

Niemand wist het juiste getal en iedereen raaskalde er maar op los. Ervoor zorgend dat de cijfers liefst zo hoog mogelijk werden opgedreven want men wou het Amerikaanse leger Syrië doen aanvallen. Zo riep Human Rights Watch in een persbericht zelfs op tot het bombarderen van Syrië. De humanitaire (sic) oorlog dus.

Uiteindelijk was het vooral het Amerikaanse leger met stafchef generaal Martin Dempsey die neen zei en Obama die hem volgde.(19) Volgens sommigen om te verhinderen dat al Qaida Syrië in handen zou krijgen en ook met de bedoeling de oorlog en de vernielingen zo lang mogelijk te laten voortduren.

Ake Sellström geeft zijn rapport op 12 december 2013 af aan Ban Ki-moon, de toenmalige secretaris-generaal van de VN. Ondanks de zware problemen waarmee hij kampte leverde zijn team toch een behoorlijke prestatie.

 

Achteraf bleek dat de ene raket die voor zover bekend gebruikt werd en neerkwam in Zamalka slechts maximaal een 2,2 kilometer ver kon vliegen en daarom praktisch zeker uit rebellengebied moest komen. Het plan om Syrië plat te bombarderen en de staat zoals Libië te doen instorten mislukte omdat het Amerikaanse leger en Obama er geen zin in hadden.(19)

Achteraf zal James Mattis, de huidige minister van Defensie van de VS, zelfs verklaren dat er geen bewijs is dat het Syrische leger ooit sarin heeft gebruikt.(20) En dat die jihadisten er geen probleem mee hadden om die wapens te gebruiken en ze ook hadden blijkt ook uit de verklaring van de Nederlandse Turk Salih Yilmaz (4), een oud-gediende van zowel het Turkse als het Nederlandse leger en lid van ISIS, op diens blog:

“Where do you think IS got their chemical weapons from? From our enemies – And thus we use their own weapons against them.”

“Waar denkt U dat IS (ISIS) zijn chemische wapens vandaan haalde? Van onze vijanden – En dus gebruiken wij hun eigen wapens tegen hen.”

Dubieus OPCW

Nadien zullen er in Syrië nog meerdere vermeende aanvallen met chemische wapens plaats hebben, vooral dan met chloor. Zoals met Khan Sheikhoun in april 2015 en recent in de stad Douma. Niet een van die verhalen is echter geloofwaardig.

Allen waren slechts gebaseerd op verhalen van groepen zoals al Qaida en dit zonder enige onafhankelijke getuigenissen of forensisch materiaal dat op een correcte betrouwbare wijze was verkregen. Dat het OPCW hierover rapporten vol insinuaties publiceerde toont alleen de dubieuze natuur aan van deze instelling. Het is een vermeende wetenschappelijke instelling totaal onwaardig.

Zeker de verhalen over Khan Sheikhoun waar sarin door de OPCW werd ontdekt, en Douma zijn te ongeloofwaardig om serieus genomen te worden. Ze dienden alleen als een laatste poging van al Qaida en haar supporters om alsnog de militaire nederlaag af te wentelen. Het werd niks.

De Turkse diplomaat Ahmet Uzumcu, hoofd van de OPCW, wiens organisatie in het dossier van Syrië teveel blunders beging om nog echt aanvaardbaar te zijn. Men had die opdrachten rond die vermeende aanvallen met chloor en die met sarin in Khan Sheikhoun om zuiver professionele reden gewoon moeten weigeren.

 

Conclusie

Nergens in de geciteerde artikels en documenten wordt echt gesteld dat de VS en haar bondgenoten al Qaida en hun vrienden leerden om sarin als wapen te gebruiken. Maar duidelijk is dat de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël al Qaida leerden omgaan met die wapens.

En dan is het gebruik ervan een simpele kleine stap verder. Men kan ook moeilijk verwachten dat Washington zomaar publiek gaat toegeven dat zij die jihadisten trainden om sarin te gebruiken. Een openbaar en doorgedreven onderzoek zou die bewijzen wel kunnen leveren. Maar, wees er zeker van, dit komt nooit.

Bewezen is wel dat al Qaida het gifgas gebruikte tegen het leger en de burgerbevolking. Bewezen is ook dat al Qaeda hier steeds een centrale rol speelde. Zowel met de basis van Sjeik Soeleiman, Khan al Asal, Zamalka en Khan Sheikhoun waar telkenmale met zekerheid sarin werd gebruikt was al Qaida altijd betrokken. Zo viel Zamalka toen op 21 augustus 2013 onder controle van al Qaida. Hetzelfde voor Khan Sheikhoun.

Duidelijk is ook dat Barack Obama, samen met Hillary Clinton, de dirigenten waren die dit gruwelijk oorlogsbeleid leiding gaven en daarom verantwoordelijk zijn voor dit onnoemelijk leed. Spreken over een Rode Lijn en intussen al Qaida een opleiding in chemische wapens bezorgen is grof en je reinste hypocrisie. Het is een zeer zware oorlogsmisdaad.


1) The New York Times, 18 augustus 2014, Alan Rappaport, ‘Syria’s Chemical Arsenal Fully Destroyed, U.S. Says.’ https://www.nytimes.com/2014/08/19/world/middleeast/syrias-chemical-arsenal-fully-destroyed-us-says.html

2) Wikipedia, Aum Shinrikyo, https://nl.wikipedia.org/wiki/Aum_Shinrikyo

3) The New York Times, 15 februari 2015, C.J. Chivers en Eric Schmitt, ‘C.I.A. Is Said to Have Bought and Destroyed Iraqi Chemical Weapons.’ https://www.nytimes.com/2015/02/16/world/cia-is-said-to-have-bought-and-destroyed-iraqi-chemical-weapons.html

4) Foreign Policy, 17 augustus 2016, Harald Doornbos en Jenan Moussa, ‘How the Islamic State Seized a Chemical Weapons Stockpile.’ http://foreignpolicy.com/2016/08/17/how-the-islamic-state-seized-a-chemical-weapons-stockpile/

Het verhaal is een reconstructie van wat toen gebeurde bij de aanval op de militaire basis van Sjeik Soeleiman aan de hand van een bij naam genoemde bron binnen die salafistische groepen, Abu Ahmad. Het verhaal komt overeen met eerder in december 2012 gepubliceerde verhalen over deze episode.

Salih Yilmaz kwam volgens de Britse krant The Daily Mail op 7 september 2016 om het leven bij de gevechten in Rakka.

5) The Telegraph, Richard Spencer, 3 december 2012, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report’. https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeast/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

Het gebruiken van anonieme bronnen om verhalen te verspreiden over Syrië is een vaste praktijk in de oorlog tegen Syrië. In wezen is dit soort informatie dan ook grotendeels waardeloos en vooral stemmingmakerij en propaganda. Het is een herhaling van de hysterie rond de Iraakse massavernietigingswapens.

6) The Long War Journal, 10 december 2012, Bill Roggio, ‘Al Nusrah Front, foreign jihadists seize key Syrian base in Aleppo;’ https://www.longwarjournal.org/archives/2012/12/al_nusrah_front_alli.php

The Long War Journal is een website van de Foundation for the Defense of Democracies, een studie- en lobbydienst die in de VS tot de harde zionistische kern behoort. Een van haar medewerkers was in het begin van de Syrische oorlog zelfs lid van die rebellenregering. Bill Roggio is hun man die het Syrische dossier op de voet volgt.

7) The Washington Post, 20 augustus 2012, James Ball, ‘Obama issues Syria a ‘red line’ warning on chemical weapons.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/obama-issues-syria-red-line-warning-on-chemical-weapons/2012/08/20/ba5d26ec-eaf7-11e1-b811-09036bcb182b_story.html?utm_term=.0a4b65982748

Ook: The Telegraph, 3 december 2012, Richard Spencer, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report.’ https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeAst/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

8) Syria Deeply, 7 december 2017, Lare Setrakian en Alex Zerden, ‘EXCLUSIVE: US Trains Rebel Brigades to Secure Chemical Weapons.’ https://www.newsdeeply.com/syria/articles/2012/12/07/exclusive-us-trains-rebel-brigades-to-secure-chemical-weapons

9) The Washington Post, 16 december 2012, Craigh Whitlock en Carol Morello, ‘U.S. plans for possibility that Assad could lose control of chemical arms cache.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/us-plans-for-possibility-that-assad-could-lose-control-of-chemical-arms-cache/2012/12/16/f4912be2-4628-11e2-a685-c1fad0d6cd1f_story.html?utm_term=.ea7a95330836

10) NTI, 10 december 2012, ‘Israel Deploys Commandos to Syria to Monitor WMD: Report.’ http://www.nti.org/gsn/article/israel-deploys-special-operators-syria-monitor-chemical-arms-report/

NTI is een website die zich specialiseert in de problematiek van nucleaire, chemische en biologische wapens en werd opgericht door Ted Turner, stichter van de mediagroep CNN, en Sam Nunn, vroeger op militair vlak een erg invloedrijke Democratische senator. NTI staat voor Nuclear Threat Initiative.

11) The Guardian, 8 maart 2013, Julian Borger en Nick Hopkins, ‘West training Syrian rebels in Jordan.’https://www.theguardian.com/world/2013/mar/08/west-training-syrian-rebels-jordan

De Koning Abdoellah II Operations Training Center is een door het Amerikaanse leger gefinancierde, ontworpen en gebouwde militaire basis. De beslissing hiervoor viel in 2006 en ze werd operationeel in 2009. Twee jaar voor het begin van de oorlog tegen Syrië.

Eind 2006 viel volgens het in The New Yorker gepubliceerde artikel The Redirection van Seymour Hersh de beslissing om Hezbollah uit te schakelen door eerst Syrië te vernielen. In 2006 leed Israël een feitelijke nederlaag tegen Hezbollah toen ze nog maar eens Libanon aanvielen.

Sindsdien laten ze het land min of meer met rust. Deze Jordaanse basis was het voornaamste trainingscentrum in Jordanië voor die salafistische bendes. Zou men hen er ook hebben leren kelen?

12) Israël Matzav, 8 december 2012, ‘US training Syrian rebels to secure chemical weapons.’  http://israelmatzav.blogspot.com/2012/12/us-training-syrian-rebels-to-secure.html

13) Aramnahrir, 30 juli 2012, ‘Syrië: Is de tijd gekomen om een aanslag met chemische wapens in scene te zetten zodat de koloniale machten het land kunnen binnenvallen?’

Aramees was de lingua franca in de Levant. Wat na de Arabische invasies van de zevende eeuw geleidelijk aan veranderde. De taal wordt nog wel gesproken en soms onderwezen in delen van Syrië, Libanon, Irak en Turkije. Het Hebreeuws is er verwant mee.

14) Reuters, 19 maart 2013, Oliver Holmes, Erika Solomon, ‘Alleged chemical attack kills 25 in northern Syria.’, https://www.reuters.com/article/us-syria-crisis-chemical/alleged-chemical-attack-kills-25-in-northern-syria-idUSBRE92I0A220130319

15) BBC, 29 juli 2013, ‘Syria opposition condemns Khan al-Assal ‘executions.’ https://www.bbc.com/news/world-middle-east-23488853

Volgens het Syrian Observatory for Human Rights, een onderdeel van de rebellenbeweging, werden er bij de verovering van de stad op 21 en 22 maart 2013 in totaal 51 mensen, waarvan 30 militairen, standrechtelijk neergeschoten. De regering had het over 123 doden.

De rebellenregering van de Syrische Nationale Raad beloofde toen een onderzoek naar de feiten met indien nodig maatregelen tegen de daders. Het is wachten. Al meer dan 5 jaar lang. Het zal er vermoedelijk komen samen met het Britse onderzoeksresultaat naar de rol van MI5 bij de aanslag op de Manchester Arena van vorig jaar. Met Sint-Juttemis dus.

16) Verenigde Naties, 12 december 2013, ‘United Nations Mission to Investigate Allegations of the Use of Chemical Weapons in the Syrian Arab Republic. Final report.’   https://undocs.org/A/68/663

Het onderzoek in Oost-Ghouta zelf alsmede die elders nadien heeft maar een beperkte waarde daar alle getuigenissen en het verzamelen van bewijsmateriaal gebeurden onder controle van die salafistische groepen, een betrokken partij. Zij bepaalden waar men stalen kon nemen en welke getuigen men mocht ondervragen en onderzoeken. Wat vanuit forensisch oogpunt natuurlijk onaanvaardbaar is.

Zeker is wel dat een raket met sarin werd afgevuurd in Zamalka. Volgens de onderzoekers Theodor Postol, professor Technology and National Security, en Charles M. Lloyd van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) bevatte die raket een vijftig liter sarin. Deze kon volgens hen en Ake Sellström een 2,2 kilometer vliegen en kwam dus praktisch zeker vanuit het door die salafistische bendes gecontroleerde gebied. .

Zie: London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin. Zie brief onderaan artikel van beide professoren.

Het eigenaardige van dit onderzoek is dat bij het analyseren van de in de stad Moadamiyah genomen stalen maar een ervan bij de twee aangestelde laboratoria positief bleek voor DIMP, een restproduct van sarin. In Zamalka daarentegen bleken praktisch alle staten positief te testen voor de afbraakproducten van sarin zoals DIMP.

Waarop men zich de vraag moet stellen of er in Moadamiyah wel degelijk gifgas was gebruikt. Uiteindelijk hadden die jihadisten, die men veronderstelde kroongetuigen te zijn van die aanval, de te onderzoeken plekken voor de VN-missie aangeduid.

17) CBRNE World, Februari 2014. Gwyn Winfield, Interview met Ake Sellström. http://www.cbrneworld.com/_uploads/download_magazines/Sellstrom_Feb_2014_v2.pdf

Het is uit dit interview duidelijk dat beiden onvoldoende kennis hadden van de geschiedenis van dit dossier. Anders hadden ze geweten van de episode bij Daret Izza en de basis Sjeik Soeleiman.

18) The New York Times, 14 oktober 2013, Allan Cowell en Anne Barnard, ‘Syrian Rebels Urged to Let Inspectors See Arms Sites.’ https://www.nytimes.com/2013/10/15/world/middleeast/syria.html

19) London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin.

20) Newsweek, 8 februari 2018, Ian Wilkie, ‘Now Mattis Admits There Was No Evidence Assad Used Poison Gas on His People: Opinion.’ http://www.newsweek.com/now-mattis-admits-there-was-no-evidence-assad-using-poison-gas-his-people-801542

Posted on

Daniël Maes: “Westen zal blijven proberen Syrië te onderwerpen”

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden en gaven we de lezing van de Nederlandse filosoof en uitgever Tom Zwitser door. Een andere spreker op dit congres was pater Daniël Maes, die uit eigen ervaringen in Syrië verslag kon doen. Bij Uitgeverij De Blauwe Tijger verscheen eerder het eerste en onlangs het tweede deel van zijn Syrisch Oorlogsdagboek, nu samen met korting verkrijgbaar.

Ook van zijn lezing in Leuven is een opname gemaakt, die hieronder te bekijken is:

Posted on

Veel Franse gevangenissen geterroriseerd door islamistische bendeleiders

Een staking van gevangenisbewakers heeft onhoudbare toestanden in de Franse gevangenissen blootgelegd. Vooral radicale moslims die bewakers en medegevangenen bedreigen en aanvallen zorgen voor een onveilige situatie.

De Franse regering is er nog eenmaal zonder kleerscheuren vanaf gekomen: De illegale staking van gevangenisbewakers is na meer dan twee weken beëindigd. Na dreiging met disciplinaire maatregelen, enkele ontslagen en het inhouden van loon door de gevangenisdirectie en het ministerie van Justitie accepteerde ruim een week geleden de grootste vakbond UFAP-UNSA, die circa 40 procent van de bewakers vertegenwoordigt, het aanbod van minister van Justitie Nicole Belloubet voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden.

De beide andere vakbonden, FO en CGT weigeren weliswaar nog het akkoord te ondertekenen, maar voorlopig is de stakingsdynamiek gebroken. Aanleiding voor de opstand van het gevangenispersoneel was een actie van Christian Ganczarski, een Duitse staatsburger van Poolse afkomst, die betrokken zou zijn bij Al Qaida en veroordeeld is voor het plegen van een aanslag bij een synagoge in Tunesië, waarbij onder andere Duitse en Franse toeristen om het leven kwamen.

Op 11 januari viel Ganczarski in de zwaar beveiligde gevangenis van Vendin-le-Vieil drie bewakers met een mes en een schaar aan. Daarop staakten de gevangenisbewakers landelijk en blokkeerden veel gevangenissen. Met meer dan 4.000 aanvallen op bewakers alleen in het afgelopen jaar is de situatie in de Franse gevangenissen namelijk toch al zeer gespannen. In sommige gevangenissen, zoals die van Moulins Yzeure moesten bewakers door een mobiele eenheid van de politie ontzet worden. In Fresnes dreven politie en militairen de gevangenen met traangas terug in hun cellen om een muiterij in de kiem te smoren.

Justitie vreesde intussen dat het misdadigers die zich in voorlopige hechtenis bevonden door de blokkades niet meer op tijd zou kunnen voorgeleiden en ze daarom op formele gronden zou moeten laten gaan. Door het einde van de staking is het acute gevaar weliswaar geweken. Maar het is nog de vraag of de beloften van minister van Justitie Belloubet, om 1500 bijzonder beveiligde cellen voor radicale moslims te creëren, het bewakingspersoneel beter uit te rusten, tot 2021 1100 extra arbeidsplaatsen voor gevangenisbewakers te scheppen en de beloning te verbeteren, genoeg zullen zijn om de situatie in de Franse gevangenissen op te lossen.

Al jaren is er een tekort er ten minste 40.000 cellen in het land. Op 100 cellen zitten vandaag de dag gemiddeld 118 gevangenen. Mensenrechtenorganisaties en de Raad van Europa manen Frankrijk al jaren vanwege de slechte uitrusting en de precaire hygiënevoorwaarden in de gevangenissen. In 2016 kregen twee gevangenen leptospirose door de aanwezigheid van ratten.

Maar zelfs een voormalige jihadist, die na acht jaar in Marokkaanse gevangenissen ruim zes jaar geleden naar Frankrijk teruggekeerd is en aanvankelijk in de gevangenis van Fleury-Mérongis en nu in de gevangenis van Moulins-Yzeure zijn straf uitzit, verdedigt de Franse staat. “Het zijn de gevangenen die alles vernielen. Er is bijvoorbeeld nauwelijks een nieuwe softdrink-automaat of ze schoppen er al tegenaan en maken hem kapot, om vervolgens te klagen over de zware omstandigheden. Met de douches is het net zo. Met alles. Ze slaan alles aan stukken”, aldus de gevangene ‘Richard’ tegenover Franse media.

Dit alomtegenwoordige geweld is het grootste probleem in de penitentiaire inrichtingen. De radicaal-islamitische achtergrond van een aanzienlijk deel van de gevangenen versterkt dit. Richard gaat bijna alleen ’s morgens vroeg uit zijn cel, als de meeste andere gevangenen nog slapen. Omdat hij de islam heeft afgezworen en zich tot het christendom heeft bekeerd, wordt hij door moslims in de gevangenis bedreigd – soms zo hevig, dat hij zelf om een isolatiecel vraagt. “Toen ik naar Frankrijk terugkwam, had ik gehoopt bevrijd te zijn van de druk van de islamisten. Maar de situatie in de gevangenis is in Frankrijk nauwelijks anders dan in Marokko.”

Bewaker ‘Bernard’ stelt in het tijdschrift Paris Match: “Vroeger was ik ’s morgens altijd bang een gevangene die zichzelf verhangen had in de cel aan te treffen. Tegenwoordig ben ik bang dat iemand me de keel doorsnijdt, me onthoofdt, een mes in de rug steekt – uit naam van IS. Iedere dag heb ik die angst bij m’n werk.” Met de verwachte terugkeer van door de strijd geharde jihadisten uit Syrië, laat het zich aannemen dat de situatie in de gevangenissen er niet beter op zal worden.

In de gevangenissen zelf worden de veiligheidsvoorschriften niet consequent opgevolgd. Zo zijn bijvoorbeeld tegen de regels in in veel gevangenissen de deuren niet permanent vergrendeld. Deze nalatigheden bij het doorvoeren van de discipline door het bewakingspersoneel zelf versterken de algemene onveiligheid binnen de gevangenissen. In veel gevangenissen hebben de caïds, de islamitische bendeleiders, het in hoge mate voor het zeggen. Zij kunnen relatief ongestoord hun handeltjes drijven en medegevangenen terroriseren.

Posted on

Europese Liberalen de vrienden van Al Qaida

Het is soms leuk en vooral boeiend om eens wat oudere teksten over een nog bestaand conflict te lezen. Zeker over Syrië waar er sinds de start van die oorlog in maart 2011 door de kranten de zowat grofste leugens mogelijk werden geschreven. Wie die oudere teksten vergelijkt met wat onze klassieke media nu zelfs al toegeven dan vallen bij sommigen de maskers zo af.

Koert Debeuf versus Aron Lund

Een van die figuren die de voorbije jaren grossierde in de meest onwaarschijnlijke fantasieën over deze oorlog is zeker Koert Debeuf, ooit woordvoerder van gewezen liberaal premier Guy Verhofstadt, de man die nu voorzitter is van ALDE, de vereniging van liberale partijen in het Europees Parlement.

Recent haalde de Amerikaanse professor Joshua Landis via Twitter en via zijn blog een verhaal van 19 maart 2013 van Koert Debeuf over Syrië weer boven water. (1) Het was een antwoord op een er eerder geplaatst stuk over die oorlog van Aron Lund.

Lund en Landis zijn twee onderzoekers die zich sinds jaren bezig houden met Syrië en tot de hierover beter ingelichte waarnemers dienen gerekend te worden. Lund schreef ook nadien nog een repliek op dit stuk van Debeuf. Beiden zijn samen te lezen, met daarbij nog tientallen soms bijtende reacties richting Debeuf. Leuke literatuur.

In zijn tekst van maart 2013 haalt Debeuf scherp uit naar Lund stellende dat het Vrije Syrische Leger (VSL) geen chaotische boel is zoals Lund opperde maar een goed georganiseerd en gestructureerd bevrijdingsleger is.

Hij baseerde zich daarbij op een serie gesprekken gevoerd tijdens drie korte voordien georganiseerde bezoeken aan het ‘bevrijde’ gebied waar zijn helden toen de baas waren. Zijn gesprekspartners waren een aantal leidende figuren van dat Vrije Syrische Leger daar, waaronder enkele ‘generaals’.

Hij beschuldigde Aron Lund er in feite van toe te geven aan de door hem als propaganda bestempelde verhalen van de regering in Damascus. En daar hoorde volgens hem ook de bewering bij dat Al Qaida er actief is.

Generaal Salim Idriss, van 14 december 2012 tot 16 februari 2014 officieel chef van de generale staf van het Vrije Syrische leger, hier op 6 maart 2013 met Guy Verhofstadt in het Europees Parlement in Brussel. Wie betaalde Idriss om van het leger over te lopen naar dat Salafistisch gespuis? En hoeveel kreeg hij? Een vaste kamer in het hotel Four Seasons in Istanbul met wat miljoentjes erbij?

Al Qaida en ISIS

Zo stelt hij dat de propaganda van Assad erg effectief is en dat de regering daar over dat Vrij Syrisch Leger beweert:

      1. The FSA is chaos. So it’s Assad or chaos in Syria and the region;
      2. The FSA is a danger to minorities. Assad is the only guarantee for the security of minorities in Syria;
      3. The FSA is extremist. Assad is the only one who can keep out Al Qaeda.

Hij geeft wel in zijn kritiek op Aron Lund toe dat er een ‘extremistisch’ probleem is en schrijft

‘The growing importance of extremist battalions like Jabhat Al Nusra is a problem for the image and the organization of the FSA.’ (Het groeiend belang van extremistische bataljons zoals Jabhat al Nusra is een probleem voor het imago en de organisatie van het VSL)

Alsof hij toen al niet wist dat Jabhat al Nusra – nadien omgedoopt tot Hayat Tahrir al Sham – gewoon de naam was van de Syrische tak van al Qaeda. Maar hij wil die link voor de lezers zo te zien verzwijgen. Bovendien is dit geschreven na drie bezoeken aan die salafistische groepen in het begin van 2013 toen Al Qaida in Syrië nog één structuur was en het latere ISIS er deel van uitmaakte.

Kolonel Abdoel Jabbar al Okaidi (midden), rechterhand van Salim Idriss en in die periode de militair verantwoordelijke voor de provincie Aleppo, in het gezelschap van (rechts) Aboe Jandal al Kuwaiti, emir van ISIS, bij de verovering van de militaire basis van Menagh in augustus 2013. Jandal werd gezien als een zeer nauwe medewerker van al Baghdadi, de baas van ISIS, en is vermoedelijk eind december 2016 omgekomen bij een Amerikaans bombardement in de buurt van het stadje Tabqa vlakbij Rakka. De man was een ware psychopaat die genoot van het moorden en folteren.

De interne oorlog bij Al Qaida zou kort na augustus 2013 uitbarsten toen men de Syrische oliebronnen had veroverd en er ruzie ontstond over deze toch wel aanzienlijke buit. Ook is het bekend dat Al Qaida al vanaf de eerste dag bij deze Syrische oorlog betrokken was. Wat hij als kenner van het dossier toen al had moeten weten.

Koert Debeuf vergelijkt het Vrije Syrische Leger in zijn stuk qua organisatiestructuur zelfs met dat van het Franse verzetsleger op haar hoogtepunt in 1943. Overal zijn er zoals toen in Frankrijk in Syrië eengemaakte militaire structuren beweerde de man. En in Idriss zag hij zelfs een nieuwe Bernard Montgomery, de Britse veldmaarschalk uit WO II, oprijzen!

Aron Lund, toen ook nog een verdediger van die opstand, heeft het dan ook gemakkelijk om Debeuf van antwoord te dienen en beschrijft o.m. de toestand van die opstandelingen in de provincie Homs. Hij telt er minstens 33 verschillende groepen.

Liwa Talbisa, Liwa Rijal Allah, Liwa Fajr al-Islam, Kataeb Ahl al-Athar (part of the Jabhat al-Asala wal-Tanmiya, a salafi alliance), Katibat Shuhada Tal-Kalakh, Katibat Mouawiya lil-Maham al-Khassa, Liwa al-Quseir, several subunits of Kataeb al-Farouq, several other small Syria Liberation Front factions which are allied to Kataeb al-Farouq, al-Murabitoun (the armed wing of the Homs Revolutionaries’ Union), Firqat al-Farouq al-Mustaqilla, Liwa al-Nasr, Katibat Thuwwar Baba Amr, Harakat al-Tahrir al-Wataniya, Jund al-Sham (Lebanese jihadis), armed groups affiliated to the Muslim Brotherhood (like Liwa Dar’ Ahrar Homs, Liwa Dar’ al-Haqq, and Liwa Dar’ al-Hudoud), Jabhat al-Nosra, the Syrian Islamic Front (including the five Ahrar al-Sham factions Katibat Junoud al-Rahman, Katibat al-Hamra, Katibat Ansar al-Sunna wal-Sharia, Katibat Adnan Oqla, and Katibat Ibad Allah; and Liwa al-Haqq and its subfactions, such as Katibat al-Ansar, Katibat al-Furati, etc) … and many others.

Ook blijkt uit het antwoord van Aron Lund dat Koert Debeuf die bezoeken deed in opdracht van ALDE, de liberale fractie in het Europees Parlement geleid door Guy Verhofstadt. En in die zin was deze repliek van Debeuf dan ook een neerslag van het rapport dat hij voor de liberale Europarlementsleden had gemaakt.

Verenigde Arabische Emiraten

Guy Verhofstadt zal later zelfs Salim Idriss, toen nominaal hoofd van dat Vrije Syrische Leger naar het Europees Parlement halen. Voor hem natuurlijk een gepast ogenblik om met een ‘goed doel’ nog eens de kranten te halen. Kort nadien zal men echter topmensen van dat Vrije Syrische leger op foto’s zien verbroederen met leiders van ISIS. Maar dat haalde onze pers natuurlijk niet.

Koert Debeuf, nu gewezen adviseur voor de liberale fractie ALDE in het Europees parlement, een jarenlange verdediger van de Syrische Salafistische terreurgroepen waarbij ook zelfs ISIS en Al Qaida zaten. In een vorig leven was hij de woordvoerder voor premier Guy Verhofstadt.

Koert Debeuf werkt nu als Europees directeur voor het Amerikaanse in Washington gevestigde Tahrir Institute for Middle East Policy (TIMEP) dat zich vooral op Egypte lijkt te concentreren. Het land waar hij vanaf 2011 enkele jaren woonde.

Hier steunde hij o.m. de Moslimbroederschap en wist hij ooit fier in De Morgen te melden dat hij een afspraak had met een veteraan van die Salafistische groepen uit Afghanistan. Een goede kerel stelde hij want ze gingen een biertje drinken! Ook Europarlementslid Marietje Schaake van de Nederlandse liberale regeringspartij D66, een onderdeel van ALDE, is verbonden aan TIMEP.

Vraag is wie de financiers zijn van deze nieuwe Amerikaanse studiedienst. Want dat soort organisaties opzetten kost geld, heel veel geld. De senior fellow van TIMEP is een zekere Hassan Hassan, een man verbonden aan het Delma Institute en als adjunct werkend voor de opiniepagina’s van het dagblad The National, beiden uit Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Ook hij steunt al jaren die Syrische Salafisten.

Bekend is dat al die Amerikaanse en Britse studiediensten door regeringen, vooral uit het Arabisch schiereiland, of door in politiek geïnteresseerde multimiljonairs worden gefinancierd. In die zin is een opiniestuk van Koert Debeuf van dit jaar 7 juni in De Morgen interessant. Hier bespreekt hij het conflict tussen Qatar en Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Met onder meer een blokkade door Saoedi-Arabië en de VAE van Qatar.

Daarin neemt hij het op voor Saoedi-Arabië en de VAE. Zo schrijft hij:

“Het gaat hier niet zomaar om wat onenigheid. Voor Saudi-Arabië staat momenteel niets minder dan het eigen overleven op het spel.”

Een schreeuw om hulp dus. Dit volgens hem wegens de steun van Qatar voor de Moslimbroeders die Saoedi-Arabië willen ondermijnen, en wegens de vermeende te nauwe relatie van Qatar met Iran, een dodelijk gevaar naar hij stelt, voor de familie al Saoed.

Een wel heel rare bewering. Alsof Qatar of de Moslimbroeders de dictatuur van de immens rijke en wereldwijd over zeer veel invloed beschikkende clan al Saoed in gevaar zouden kunnen brengen. Dit terwijl het toch duidelijk is dat het Saoedi-Arabië en de VAE zijn die brutaal hun wil willen opleggen aan Qatar.

De Zweedse in de VS werkende onderzoeker Aron Lund stak de draak met de beweringen van Koert Debeuf over het Vrij Syrische leger. Over de juiste relatie van de VS en Israël met Al Qaida en ISIS zwijgt hij echter.

Wie is hier de financier?

Het conflict van Qatar met Saoedi-Arabië en de VAE heeft een onverwacht voordeel in die zin dat het soms duidelijk maakt waar de loyaliteit van bepaalde opiniemakers over het Midden-Oosten ligt. Voor Chams Eddine Zaougui  is dat Qatar, voor Koert Debeuf ligt die zo te zien in Abu Dhabi en Riaad.

Voor de Salafistische heersers op het Arabisch schiereiland is het belangrijk om via allerlei opiniemakers in de VS en Europa het debat in hun richting te beïnvloeden. Vandaar het vele Arabische geld voor bijvoorbeeld het Britse Chatham House. En zoals The Financial Times onlangs onthulde is men daar bij die studiediensten niet bepaald transparant wanneer het op de financiën aankomt. Ook op de website van TIMEP zwijgt men hierover trouwens.

De reden voor die belangstelling voor deze ’specialisten’ vanwege bijvoorbeeld de familie al Saoed is begrijpelijk. Journalisten willen als ze teksten publiceren als kenner overkomen en om die indruk te versterken voegt men er dan wat citaten van vermeende ‘experts’ aan toe genre Chams Eddine Zaougui, Koert Debeuf en Montasser Alde’emeh.

Het maakt het verhaal geloofwaardiger zelfs al bevat het de grootst mogelijke onzin en staat het vol leugens. De indruk, het imago is belangrijk. De rest is onbelangrijk. Voor kranten tellen immers op de eerste plaats de verkoopcijfers, niet het gelijk of ongelijk.

Het is dus begrijpelijk dat men zwijgt over de financiering van die instellingen. Moesten de namen van de financiers achter de schermen van sommige van deze studiediensten bekend raken dan zou amper iemand hen nog geloven.

En dan hebben ze voor die Salafistische Arabische dictators geen nut meer en komt het voortbestaan van bijvoorbeeld Chatham House in gevaar en zo de broodwinning van al die ‘specialisten’. En wiens brood men eet…

Schaamteloos

Op het opiniestuk van Debeuf zijn pakken reacties gekomen. Een van een zekere Revenire geeft de sfeer van de meeste reacties goed weer. Deze schrijft:

Debeuf is covering for terrorism and a comparison to Charles DeGaulle and the Free French is absurd and insulting. Debuef is a man that European police agencies should be investigating for links to Al-Qaeda and the Muslim Brotherhood.

Debeuf neemt het terrorisme in bescherming en een vergelijking met Charles de Gaulle en het Vrije Franse Leger is absurd. Debeuf is een man die de Europese politiediensten zouden moeten onderzoeken wegens zijn contacten met al Qaeda en de Moslimbroeders.

Deze week barstte de etterbuil rond Libië eindelijk open. Het land van wijlen Khadaffi is nu een markt geworden waar men Afrikaanse zwarten koopt en verkoopt, vrouwen à volonté verkracht, foltert, mensen levend vilt en waar er op grote schaal een handel in menselijke organen floreert. Een zelden geziene hel.

Allemaal mede omdat figuren als Koert Debeuf, Jorn De Cock en Chams Eddine Zaougui stelden dat Khadaffi een dictator was die men maar best kon uitschakelen, lees vermoorden. In ruil ging men dan een beter, nieuw Libië krijgen. We weten nu wat ‘beter’ hier betekent. Maar geen probleem hoor.

Met de doodsangst in hun ogen wachten deze Afrikaanse vluchtelingen bang hun lot af. Wat wordt het? Verkocht worden als slaven? Het in stukken snijden voor de organen? Hen levend villen, folteren, verkrachten of gewoon vermoorden? Maar de Franse president Emmanuel Macron beweerde gisteren al een oplossing te hebben. Zich met zijn twee voorgangers als boetedoening terugtrekken in een klooster?

Deze ochtend vrijdag 1 december citeerde De Standaard Koert Debeuf als ‘Libiëkenner’ over wat men dan met dat land moet aanvangen.(2) Een normaal mens zou na wat men hier mee hielp aanrichten zwijgen en zich in schaamte uit de publieke arena terugtrekken.

Maar voor de media is het gewoon een nieuw verhaal, lekker sappig dat extra papier doet verkopen. Juist zoals de moord op Khadaffi en de ‘bevrijding’ van het land in 2011 eveneens extra papier over de toonbank deed gaan. Iemand Mea culpa? Vergeet het! Het is gewoon big business.

Voor arrogante typetjes gelden nu eenmaal andere normen. Zij blijven beweren het best te weten wat men in het Midden-Oosten moet doen. Zwijgen misschien? En inderdaad, Revenire zou het wel eens bij het rechte eind kunnen hebben.


1) http://www.joshualandis.com/blog/the-free-syrian-army-is-growing-stronger-every-day-by-koert-debeuf-response-by-lund/#comment-1017194

Aron Lund is van origine een Zweed die er werkte voor o.m. het Swedish Institute for Interrnational Affairs en SIPRI, het Swedish International Peace Research Institute. In de periode van deze tekst werkte hij voor de Amerikaanse Carnegie Endowment for International Peace, een studiedienst die wereldwijd actief is om er de Amerikaanse belangen te verdedigen.

Tegenwoordig zit hij bij The Century Foundation, een andere Amerikaanse studiedienst die zich als ‘progressief’ voorstelt. Ten tijde van de publicatie van die tekst steunde hij nog mits wel wat voorbehoud de oorlog tegen Syrië. Nu neemt hij een meer neutrale positie in.

Zij het dat hij, zoals trouwens ook Joshua Landis, de ware relatie van de VS met Al Qaida en ISIS verzwijgt. Gezien hun grote kennis van het dossier duidelijk bewust. Wat natuurlijk dodelijk is voor hun geloofwaardigheid.

2) ‘Noodplan voor slaven in Libië’, De Standaard, Gissele Nath en Matthias Verbergt, 1 december 2017. Pagina’s 2 & 3.

Posted on 2 Comments

Steunt Nederland terroristen in Syrië?

Al Nusra

Minister Bert Koenders erkent dat Nederlandse hulp aan ‘gematigde’ gewapende groepen in Syrië in handen kan vallen van ISIS en Al Nusra. Maar de Tweede Kamer lijkt er niet mee te zitten. Volksvertegenwoordiger Joël Voordewind: “De Christenunie heeft een motie ingediend om de steun te staken, maar die heeft geen meerderheid gehaald.”

Het kabinet Rutte steunt sinds 2015 ‘gematigde gewapende groepen’ in Syrië. Anders dan de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Saoedi-Arabië, die wapens leveren, verstrekt de Nederlandse overheid alleen non-lethal support, ‘niet-dodelijke hulp’. Deze bestaat uit voedselpakketten, medische kits, kleding, dekens, communicatiemiddelen, voertuigen, elektriciteitsgeneratoren, communicatiemiddelen en ‘media office-ondersteuning’. Het kabinet heeft hier 21,4 miljoen euro voor uitgetrokken.

De bedoeling van de Nederlandse steun aan ‘gematigde gewapende groepen’ is dat deze de macht overnemen in Syrië. In de woorden van PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken: “Er is steun nodig voor de gematigde oppositie om te voorkomen dat deze wordt weggedrukt tussen Assad, ISIS en Al Nusra. Het is een soort preparatie voor de toekomst, want je zult zo’n partij aan tafel moeten hebben bij onderhandelingen.”

Want niet alleen zegt Koenders af te willen van terroristische groeperingen als ISIS en Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaida. Ook “Assad zal moeten vertrekken”. Dit omdat, volgens hem, de president van Syrië, Bashar al-Assad, de oorlog in zijn land heeft veroorzaakt en oorlogsmisdaden heeft gepleegd waarvoor hij vervolgd zou moeten worden.

Vrije Syrische Leger

Wie zijn de ‘gematigde gewapende groepen’ die steun ontvangen vanuit Nederland? “Gezien de gevoeligheid van het noemen van steun aan specifieke groepen en de mogelijke negatieve consequenties van het openbaar worden van deze informatie, kunnen specifieke namen van groepen niet genoemd worden,” schrijft Koenders op 4 februari 2015 in een brief aan de Kamer.

Het enige wat hij er op dat moment over kwijt wilde was dat gekeken werd naar groepen die ressorteerden onder de banier van het Vrije Syrische Leger. “Dit zijn gematigde, inclusieve groepen, die zichzelf als onderdeel zien van een toekomstig Syrische leger en uiteindelijk een politieke transitie voor ogen hebben, maar nu strijden tegen het regime in Damascus en tegen jihadistische groeperingen als ISIS en Jabhat al Nusra.”

‘ongewenste handen’

Bert KoendersMinister Koenders erkent, in een andere brief aan de Kamer, geschreven op 4 april 2015, dat er risico’s verbonden zijn aan zijn beleid. “Een van de risico’s van het steunen van gewapende groepen is dat deze steun in ongewenste handen valt.” Maar volgens de minister loopt het wel los: “Om te beginnen neemt het kabinet groepen in overweging die door partners – aan de hand van een zogenoemde vetting-procedure – als voldoende betrouwbaar zijn beoordeeld.”

Wie deze partners zijn (de VS? Saoedi-Arabië?) en waaruit de genoemde ‘vetting procedure’ bestaat, legt hij echter niet uit. Maar, zo zegt de minister: “In aanvulling op deze voorselectie hanteert het kabinet een eigen vetting-procedure.” Daarbij wordt onder meer gekeken naar eventuele samenwerking met extremistische groepen en naleving van het humanitair oorlogsrecht.

In dezelfde brief van 4 april 2015 meldt Koenders dat hij de goederen levert aan de gewapende groepen via “een ervaren organisatie die, op basis van eerdere werkzaamheden bij andere donoren, een goede reputatie heeft,” en dat deze werkt vanuit Turkije en Jordanië.

Stop Arming Terrorists Act

Tulsi GabbardWaar in Nederland de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen niet of nauwelijks discussie oproept, groeit in de VS het verzet. Het Democratische congreslid Tulsi Gabbard heeft een wetsvoorstel ingediend, de ‘Stop Arming Terrorists Act’, die de Amerikaanse overheid verbiedt directe én indirecte steun te verlenen aan terroristische organisaties. Gabbard heeft inmiddels steun gekregen in de Amerikaanse senaat van de voormalige presidentskandidaat Rand Paul. Gabbard wijst er op dat al heel lang duidelijk is dat vrijwel alle hulp, geleverd door de VS, aan gewapende groepen in Syrië uiteindelijk in handen komt van groeperingen die door het Westen als terroristisch worden beschouwd.

Het kabinet Rutte en de Tweede Kamer hadden dit kunnen weten. Want de genoemde berichten in de internationale media waren er al voordat minister Koenders begon met uitdelen. Zo stond het Vrije Syrische leger al in 2015 uiterst zwak in de tweefrontenstrijd tegen het regeringsleger van Assad en terroristische groeperingen. Keer op keer liepen groepen over ‘van het Vrije Syrische Leger naar Al Nusra en ISIS, werden ze gedwongen hun wapens af te staan of samen te werken (hier, hier, hier en hier). Ook waren er op dat moment al voorbeelden van door de VS gesteunde ‘gematigden’, al dan niet verbonden aan het Vrije Syrische Leger, die oorlogsmisdaden pleegden, waaronder het zuiveren van gebieden die bewoond werden door christenen en andere minderheden (hier, hier en hier).

ongewijzigd kabinetsbeleid

Dergelijke berichten, die al sinds het begin van de oorlog in Syrië te lezen waren in de internationale pers, waren voor minister Bert Koenders kennelijk geen reden af te zien van zijn plan gewapende groepen te gaan steunen in Syrië. En tot op heden is het kabinetsbeleid ongewijzigd gebleven. “De Nederlandse steun aan gematigde oppositiegroepen, waaronder non-lethal assistance, wordt voortgezet”, schrijft Koenders op 4 april 2017 in een brief aan de Kamer.

Inmiddels is bekend dat het bij de verdeling van de Westerse lethal en non-lethal support al fout gaat. Een Bulgaarse journaliste, Dilyana Gaytancieva, interviewde afgelopen maand kolonel Malek al Kurdi, commandant van het Vrije Syrische Leger. Deze beklaagt zich er over dat de organisatie die vanuit Turkije en Jordanië de Westerse en Saoedische steun distribueert in Syrië, deze vooral levert aan groeperingen die een ‘radicale islamitische ideologie’ belijden. Het Vrije Syrische Leger zou nauwelijks nog iets ontvangen. Al Kurdi zegt de Amerikanen en Europanen hierover te hebben ingelicht, maar zonder resultaat.

oorverdovend stille Tweede Kamer
Novini benaderde alle woordvoerders buitenland in de Tweede Kamer persoonlijk, en vroeg hen of zij op de hoogte zijn van de steun van het kabinet aan gewapende groepen in Syrië. En zo ja, wat hierover hun mening is gezien bovengenoemde informatie uit de internationale pers.

De woordvoerders van de regeringspartijen VVD en PvdA onthielden zich van commentaar. Maar vreemd genoeg kwam er ook geen enkele reactie van het merendeel van de oppositiepartijen. Zelfs niet van de PVV, die zich graag profileert als bestrijder van de radicale islam.

Slechts drie Kamerleden reageerden: Joel Voordewind van de ChristenUnie, Kees van der Staaij van de SGP en Raymond Knops van het CDA.

Raymond Knops

Raymond Knops“Het CDA was op de hoogte van Nederlandse steun aan gewapende groeperingen in Syrië”, meldt Raymond Knops. Hij zegt hierover ‘kritisch’ te zijn, omdat onduidelijk is om welke groeperingen het gaat en hoeveel ‘gematigde’ rebellen er nog over zijn.

“Het kabinet heeft geen antwoord gegeven op de vraag of salafistische, jihadistische groeperingen uitgesloten worden van steun. Dat zou het kabinet wel moeten doen.” Ook stoort het Knops dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt waar de non-lethal support precies uit bestaat. “Het kabinet heeft de Kamer weliswaar een lijst gegeven van geleverde goederen, maar het is onduidelijk of die uitputtend is.”

Knops vindt het verder ‘onbegrijpelijk’ dat de Syrisch-Koerdische YPG en de Syrian Democratic Forces (SDF) ‘voor zover bekend’ geen steun ontvangen van Nederland. “En dat terwijl zij nu juist bondgenoten zijn in de strijd tegen ISIS. Juist zij kunnen gezien worden als gematigde gewapende groeperingen. Het CDA pleit er dan ook voor om een belangrijk deel van de non-lethal support te bestemmen voor de SDF en YPG.”

Ook Kees van der Staaij van de SGP zegt op de hoogte te zijn, maar steunt niettemin het kabinetsbeleid, zoals verwoord in de artikel-100 brief van het kabinet aan de Kamer. Tot de gematigde groeperingen in Syrië die steun verdienen van Nederland rekent Van der Staaij de door zijn CDA-collega Knops genoemde Syrian Democratic Forces (SDF). Op de door Novini genoemde artikelen uit de internationale pers, waaruit blijkt dat de vanuit het Westen geleverde steun aan groeperingen in Syrië steevast in verkeerde handen valt en ten koste gaat van christelijke gemeenschappen en andere minderheden in Syrië, gaat Van der Staaij echter niet in.

Joël Voordewind

Joël VoordewindJoël Voordewind van de Christenunie reageert verbolgen op de vraag van Novini of hij wist van de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen in Syrië: “Ik heb nota bene een motie ingediend om de steun aan het Vrije Syrische Leger te staken. Deze had een meerderheid kunnen krijgen als de partij van minister Koenders was meegegaan. Maar helaas: de PvdA stemde tegen.”

Een zoekopdracht in het krantenarchief van Lexis Nexis maakt duidelijk dat geen krant of actualiteitenrubriek aandacht heeft besteedt aan de motie van Voordewind. Ook in het digitale archief van de Tweede Kamer is het even zoeken, maar inderdaad: Op 29 april 2015 diende Voordewind een motie in, waarin hij het kabinet opriep “af te zien van steun aan het Vrije Syrische Leger en het geld te besteden aan humanitaire hulp in vluchtelingenkampen in en rondom Syrië.” Dit omdat “het verstrekken van middelen aan het Vrije Syrische Leger grote risico’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat de steun contraproductief is en in de verkeerde handen kan vallen.”

Op dezelfde dag werd de motie in stemming gebracht. Vóór de motie stemden: CDA, SGP, Christenunie, SP, Partij voor de Dieren en 50Plus. Tegen stemden: VVD, PvdA, GroenLinks, D66, PVV, Groep Kuzu/Öztürk en Groep Bontes/Van Klaveren en Houwers.

“Ik ben zelf in Syrië geweest”, verklaart Voordewind zijn beweegreden voor het opstellen van de motie. “Ik heb daar gesproken met de Free Syrian Army. En zij zeggen gewoon openlijk: Als wij met Al Nusra kunnen samenwerken om de strijd tegen Assad te voeren, dan doen we dat. Dus die wapens worden ook gewoon doorgesluisd naar de radicalere groeperingen.”

Voordewind deelt de mening van Knops en Van der Staaij dat het kabinet er beter aan zou doen, naar het voorbeeld van de VS, de Syrian Democratic Forces (SDF) te steunen. “Die bestaan met name uit Koerden, en er zitten ook Christenen en Arabische groeperingen bij”, zegt Voordewind. “Ze hebben inmiddels al een soort plan voor een autonome regio gecreëerd, zoals de Koerden in Irak hebben gedaan. Met een grondwet, met respect voor minderheden, met respect voor godsdienstvrijheid. Die zijn veel beter te vertrouwen en zijn veel effectiever in het bestrijden van ISIS.”

Syrische christenen

Is het beeld dat Voordewind schetst van de Syrische Koerden niet te rooskleurig? De Syrian Democratic Forces worden militair geleid door de Koerdische militie YPG (People’s Protection Units). De YPG is gelieerd aan een politieke partij, Democratic Union Party (PYD), waarvan gezegd wordt dat dit de Syrische tak van de Turkse PKK is. Syrische christenen zijn over beide partijen, YPG en PYD, weinig enthousiast. Zestien Armeense en Assyrische organisaties beschuldigden in een gezamenlijke verklaring de PYD van mensenrechtenschendingen en andere vergrijpen. De World Council of Arameans richtte vervolgens soortgelijke beschuldigingen aan het adres van de YPG. En begin dit jaar bracht de Assyrian Confederation Europe een zwartboek uit over de Koerdische omgang met de Assyrische minderheid.

Zou Nederland niet beter helemaal kunnen stoppen met het verlenen van hulp aan gewapende groepen in Syrië?

“Het is mij bekend dat Human Rights Watch een rapport heeft uitgebracht over incidenten met de YPG en PYD”, zegt Voordewind. “Maar er is in Syrië geen enkele partij die geen bloed aan zijn handen heeft. Je zult moeten kiezen voor het minste kwaad. Ik behoor niet tot degenen die zeggen: Laat ze elkaar maar uitmoorden daar.”

Echter, de Koerden zijn, anders dan het kabinet Rutte, niet uit op de val van Assad. Zij streven naar een autonome regio binnen Syrië. Dat zal Turkije niet toestaan. Dan zal dus steun voor de Syrian Democratic Forces leiden tot nog meer nodeloos bloedvergieten?

Voordewind: “Van Erdogan moeten we ons niet te veel aantrekken. Kijk hoe hij onlangs tekeer is gegaan in New York, met zijn bodyguards die insloegen op demonstranten. En kijk wat er in Irak is bereikt. Daar hebben de Koerden al een autonome regio.”


Verder lezen over Stop Arming Terrorists Act: www.na4t.org


Fractiewoordvoerders Buitenlandse Zaken die geen commentaar wilden leveren op de vraag van Novini wat zij vinden van Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, gezien internationale berichtgeving over steun die in handen valt van ISIS en Al Nusra:

PvdA: Kirsten van den Hul
VVD: Han ten Broeke, André Bosman, Anne Mulder, Bente Becker, Dilan Yeşilgöz-Zegerius
PVV: Geert Wilders, Raymond de Roon, Danai van Weerdenburg
GroenLinks: Bram van Ojik en Isabelle Diks
D66: Salima Belhaj, Sjoerd Sjoerdsma en Achraf Bouali
SP: Sadet Karabulut en Renske Leijten
PvdD: Marianne Thieme
DENK: Tunahan Kuzu
50Plus: Martin van Rooijen
FvD: Thierry Baudet

Posted on

Het Britse pond en de heilige koe

In het Verenigd Koninkrijk zijn onlangs de eerste bankbiljetten in de nieuwe G-serie in omloop gebracht, die in de komende maanden geleidelijk hun voorgangers moeten gaan vervangen. Deze hoogst moderne en slijtvaste biljetten bleken echter dierlijke talg te bevatten, die vooral uit runderen en schapen gewonnen wordt.

Sinds dit gebleken is, hebben duizenden veganisten bezwaar gemaakt tegen de nieuwe bankbiljetten, maar ook bij de in Engeland talrijke hindoes, voor wie runderen heilige dieren zijn, roept het nieuwe bankbiljet weerstand op.

Voor een staat die zich er op laat voorstaan nadrukkelijk rekening te houden met de religieuze gevoeligheden van haar burgers en voor dat doel zelfs ‘inheemse’ kerstbomen uit de publieke ruimte en christelijke symbolen van de Kerst-postzegels verbant, is deze zaak een blamage.

Dit geldt des te meer aangezien de Britten door hun koloniale verleden reeds ervaring hebben met dergelijke gevallen. In 1857 brak in Brits-Indië immers de sepoy-opstand uit, nadat Indiase soldaten er achter waren gekomen dat de papieren patroonhulzen van hun nieuwe geweren, die ze met de mond moesten openen, met runder- en varkenstalg behandeld waren – wat zowel voor de hindoes als de moslims onder de soldaten een taboebreuk inhield.

Posted on Leave a comment

Syrische revolutie 2011-201..?

In de laatste dagen van 2010 stak een man zichzelf in brand in Tunesië als een teken van protest van zijn frustratie over de economische situatie waarin hij verkeerde.  Honderden begonnen te demonstreren en uiteindelijk werd de dictatuur in 3 weken omver geworpen door een spontane volksopstand. Dit werd gevolgd door demonstraties in de rest van de Arabische wereld, massa’s kregen hoop dat ze hun bewind omver zouden kunnen werpen, in Egypte slaagde men hierin, in Libië niet dan met buitenlandse militaire steun.

Medio maart 2011 begon een vreedzame protestmars in Damascus tegen het bewind van de Baath-partij, dat Syrië bestuurt sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw. De demonstranten waren afkomstig uit alle etnische bevolkingsgroepen en hadden diverse religieuze achtergronden, hetzelfde kan gezegd worden van de voorstanders van het regime en de strijdkrachten die loyaal bleven aan de regering.

Na ruim 11 maanden gaan de demonstraties en de onderdrukking daarvan nog altijd voort en nog altijd is er geen uitzicht op een einde aan het conflict. Het officiële dodental ligt rond de 8000 en er zijn nog veel meer gewonden. Veel mensen zeggen dat een militaire interventie nodig is om het bloedvergieten te stoppen, omdat het bewind van president Assad zijn behandeling van de bevolking niet zal veranderen. Maar er is iets belangrijks dat we niet uit het oog moeten verliezen.

Achter het conflict tussen een deel van de Syrische bevolking met het bewind ligt een belangenconflict tussen de Verenigde Staten en Rusland. Syrië is het enige Arabische land dat een militaire overeenkomst heeft niet met de Verenigde Staten maar met Rusland. Syrië is verder een bondgenoot van Iran en haar strategische geografische ligging vergroot haar belang. President Assad is geen soenniet, zoals de meerderheid van de bevolking, maar een aleviet, religieuze verschillen spelen ook een belangrijke rol. De oppositie wordt bewapend en gefinancierd door Qatar en Saoedi-Arabië, die felle tegenstanders zijn van Iran. Ook milities die de oppositie steunen hebben massamoorden begaan nadat zijn de controle kregen over steden of buurten.

Saoedi-Arabië gooit olie op het vuur door de Syrische oppositie van wapens te voorzien.

Arabische landen hebben allemaal een dictatuur gehad in de afgelopen decennia (met uitzondering van Libanon, maar met inbegrip zelfs van de rijke Golfstaten), maar Syrië heeft economisch het beste gepresteerd, het land heeft een olie-industrie die niet te veronachtzamen is. Dit wekt ongetwijfeld afgunst.

We moeten ons er van bewust zijn dat met de Amerikaanse inval in Irak de staatsveiligheidsdiensten volledig werden weggevaagd, 6 à 7 jaar was nodig om het land te stabiliseren, bijna 4 miljoen Irakezen sloegen op de vlucht, 2 miljoen vertrokken naar Syrië. De meerderheid van de Iraakse christenen raakte zijn huis kwijt en moest zijn toevlucht zoeken in Koerdistan en Syrië. 500 à 1000 van de oudste christelijke kerken ter wereld werden compleet verwoest en de Amerikaanse strijdkrachten deden niets.

Een embargo zou een pressiemiddel kunnen zijn om het bewind van Assad onder druk te zetten, maar een militaire interventie zou het begin van een veel groter conflict kunnen zijn. Poetin zal onverwijld handelen als het belang van Rusland bedreigd wordt. Er zijn terechte zorgen over de mogelijke Iraanse ambitie kernwapens te ontwikkelen, temeer omdat er onder de Iraanse elite mensen zijn die dergelijke wapens daadwerkelijk tegen Israël zouden willen gebruiken. Maar het destabiliseren van Syrië door een militaire inval is zeer gevaarlijk voor de diverse etnische bevolkingsgroepen en religieuze gemeenschappen in Syrië en voor de landen in de regio, zelfs voor Israël.