Posted on

Koranscholen en het destabiliseren van de wereld

In Nederland en ook in België lijkt men het probleem van de Koranscholen en de verspreiding van het salafisme plots ontdekt te hebben. Dat de media het pas nu volop zien zegt veel over de aanpak in België en Nederland van dit maatschappelijk kankergezwel. Men negeerde het totaal of nog erger, men steunde hun opmars, zeker in het Midden-Oosten.

Overal in onze grote steden zijn er tegenwoordig Koranscholen waar allerlei veelal dubieuze imams onderwijs geven in het Arabisch en vooral de Koran. En dit in veel gevallen volgens de interpretatie van de salafistische koninkrijken en emiraten van het Arabisch schiereiland, Saoedi-Arabië, Qatar, Bahrein, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, met hier vooral Dubai en Abu Dhabi.

Op Koranscholen gangbare salafisme is ketterij

Het is hierbij totaal verkeerd zich alleen te focussen op Saoedi-Arabië, hoe afschuwelijk die regering ook moge zijn. De buurlanden zijn geen haar beter en steunen al decennia wereldwijd dit salafisme door onder meer het financieren van die Koranscholen en het verspreiden van die sektarische vorm van islam. Het is de speerpunt van hun strategie.

Toen het salafisme op het Arabisch schiereiland vorm kreeg via de leer van imam Mohammed ibn Abdul Wahhab (1703-1792) werd hij door de overgrote meerderheid van de islamitische schriftgeleerden van die tijd gezien als een ketter. Driehonderd jaar later is deze stroming van een onbetekenend fenomeen uitgegroeid tot een grote kracht in de islam. In essentie dankzij de oliegelden van die heersers op het Arabisch schiereiland.

Ogen dichtgeknepen

In het Westen heeft men voor die ontwikkeling steeds de ogen dichtgeknepen. De Britten steunden de politiek gelieerde Moslimbroeders vanaf hun ontstaan en doen dat nog steeds. Zelfs Al Qaida kan daar, zij het onder een andere naam, openlijk opereren.

Kind onthoofd man - Khaled ibn al Waleed Brigade - Najaar 2012 - Homs
De Koranschool Syrische versie. Een foto van het nu door Al Qaida opgeslorpte Khaled ibn al Walleed Bataljon waarbij men op de foto dit kind de waarden van het salafisme leert. Deze groep was een der eerste gewapende bendes die vocht tegen het Syrische leger in de provincie Homs en vooral rond de stad al Rastan. Ze ontstond al in 2011 toen figuren als Rik Coolsaet hen de hemel in prezen als ‘idealisten.’ Een van hun kindsoldaten zou volgens Wikipedia zelfs twee onthoofdingen hebben gedaan. Mogelijks is dit een scene uit dit luguber verhaal. Idealisten dus.

En hier en elders in de wereld liet men betijen. Waarom? De daar heersende families hebben nu eenmaal enorme zakken vol geld waarmee ze hier wapenfabrieken recht houden en dollars rondstrooien als zou het confetti zijn.

Europese steun voor de ‘helden’

Ondertussen ondermijnen de Saoedi’s en hun buren op die wijze wereldwijd allerlei landen, van de Filipijnen tot Mali en West-Europa. De EU laat betijen en organiseerde zelfs mee de door de Moslimbroeders en al Qaida geleide opstanden in Syrië, Egypte, Libië en Jemen. De vernielde staat van landen als Jemen, Libië en Syrië zijn er getuige van.

http://www.novini.nl/bin-laden-is-dood-maar-al-qaida-nog-springlevend/

Maar neen, men geeft ze zelfs nog steeds wapens, Al Qaida schiet in Jemen met wapens uit o.m. België terwijl ISIS in Jemen het doet met door de VS in Servië voor hen aangekochte mortieren. Toen men enkele jaren geleden in Algerije een onderzoek deed naar de verspreiding van religieuze boeken bleken die allemaal te komen uit Saoedi-Arabië.

http://www.novini.nl/islamitische-staat-breidt-activiteiten-uit-op-diverse-continenten/

Jorn De Cock

En dan was men in Algiers verrast dat lokale terreurbewegingen als het Front Islamique du Salut (FIS) op zeker ogenblik zelfs dreigden de staat over te nemen. Hetzelfde hier waar Jorn De Cock, de correspondent van De Standaard voor het Midden-Oosten, naar hij zelf stelde opleiding gaf aan die opstandelingen in Syrië. Dit terwijl zijn vrouw werkte in Qatar, de mogelijk grootste financier van al Qaida, om zo de opstand in Libië aan te vuren.

In zijn boek ‘De Arabische Lente’,(1) hemelde Jorn De Cock trouwens de Libische terrorist Abdel Hakim Belhaj, man van al Qaida en Qatar, op als een soort van nieuwe democraat, een jongen die alleen goed wil doen. Qatar zal tevreden geweest zijn over dit boek.

Corry Hancké

En toen journaliste Corry Hancké van diezelfde krant in 2014 naar de Krim trok, was haar gesprekspartner over de problemen van de Krimtataren de lokale topman van Hizb ut Tahrir, een o.m. in Duitsland verboden salafistische internationaal gestructureerde terreurgroep. Deze kan wel nog steeds in België legaal opereren. Men laat begaan.

Mohammed ibn Abdul Wahhab - 1
Mohammed ibn Abdul Wahhab leefde van 1703 tot 1792 in de provincie Najd waar nu de Saoedische hoofdstad Riaad gelegen is. Hun macht komt voort uit de alliantie die hij in 1744 sloot met Muhammed ibn Saoed, patriarch van de familie al Saoed. Zijn theorieën zijn een verdere uitwerking van wat men de Hanbali school van islamitische wet noemt. Een visie op de islam die in dit toen afgelegen gebied populair was maar die in de ontwikkelde gebieden van de islam als ketters werd gezien. Het is naar hem dat het wahhabisme wordt genoemd. Zijn volgelingen spreken echter van het salafisme.

En voor figuren als emeritus professor Rik Coolsaet, Koert Debeuf, Guy Van Vlierden en Montasser Alde’ emeh waren het idealisten die streden voor een betere maatschappij tegen de dictatuur van het ‘monster’ Bashar al Assad.

Zelfs Pax Christi deed vlijtig mee met deze in wezen christenvervolging. Hetzelfde natuurlijk voor onze politici, behoudens dan na verloop van tijd Filip Dewinter en zijn fractie binnen het Vlaams Belang. De VRT gaf deze salafistische terroristen zelfs een vrije tribune tijdens hun actie voor (sic) steun aan Syrië van 14 oktober 2013.

Ironisch dat NRC bericht over Koranscholen

Men kan het zelfs ironisch noemen dat juist de NRC, de Nederlandse krant, samen met Nieuwsuur van de Nederlandse televisie, dit verhaal over de Koranscholen uitbrachten. Ironisch want het is toch de NRC die al straks een decennium die salafistische opstanden in het Midden-Oosten steunt.

In Nederland zijn het voor de NRC ongewensten en staatsgevaarlijke typetjes die men niet hard genoeg kan bestrijden. In Syrië zijn het voor dit blad helden die men moet steunen, de toekomst van het land. De hypocrisie van die NRC ten volle.

Salafisme Koranscholen aanpakken met racismewetgeving

Wil men dit probleem effectief aanpakken dan dringen zich dan ook een aantal maatregelen op. Zo dienen de relaties met die landen van het Arabisch schiereiland op een laag pitje gezet te worden. Ze voeren immers een ons vijandig gezinde politiek. Het verlagen van onze diplomatieke vertegenwoordiging tot het niveau van zaakgelastigde is een mogelijkheid.

Verder dienen wij hen allen, en niet alleen de familie al Saoed, ook op andere vlakken publiek de wacht aanzeggen. Dat in Qatar de wereldbeker voetbal gaat plaatsgrijpen is gewoon een regelrechte schande die toont hoe corrupt die relaties zijn. Misschien kunnen onze regeringen die beweren begaan te zijn met de mensenrechten ter gelegenheid van die wereldbeker voetbal Qatar in het publiek aanklagen. Wedden dat ze zwijgen?

Verbieden salafistische literatuur moet geen probleem zijn

Nu rijden er in onze wielerwedstrijden door Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten gesponsorde ploegen mee. Dat kan toch niet. Verder kan men het salafisme heel gemakkelijk beschouwen als racistisch. Het is immers wij de goeden versus de anderen die men zelfs moet onthoofden. Veel racistischer kan men toch niet gaan. Het verbieden van dat soort boeken en literatuur moet dus geen probleem zijn.

Er is natuurlijk de vrijheid van meningsuiting maar die is nooit absoluut geweest. Lasterlijke uitingen, het ontkennen van de holocaust en racisme, wat in wezen laster is, zijn door de wet expliciet verboden met al meerdere veroordelingen tot gevolg. Men hoeft hier niet de terrorismewetgeving pogen toe te passen want dat zal juridisch moeilijk liggen. Immers niet alle salafisten zijn ook terroristen. Salafisme is er gewoon wel een voedingsbodem voor.

Abdel Rahman Ayachi
Abdelrahman Ayachi (links), zoon van Bassam Ayachi, de peetvader van het Molenbeekse salafisme, sneuvelde in 2013 in Syrië en zit dus nu bij zijn 40 of zo maagden te neuken. Hij kreeg in Brussel in eerste aanleg 8 jaar effectieve celstraf en in beroep werd dat 4 jaar. Dit voor terreurdaden in Irak. In 2012 was hij desondanks gids en tolk voor de propagandaverhalen van Rudi Vranckx van de VRT. De Vlaamse belastingbetaler financierde dus deze terrorist. Tijdens de zogenaamd (sic) humanitaire actie van de VRT voor Syrië kreeg hij van Vranckx op tv een vrij tribune om uit te leggen wat er in Syrië exact aan de hand was. Echt humanitair dus.

En diegenen die dat soort praatjes verspreiden, via Koranscholen of anderszins, kan men dan ook zo gewoon om reden van racisme voor de rechter slepen, veroordelen en desnoods uit het land zetten. Verder lijkt het raadzaam om via allerlei avondleergangen het gemakkelijker te maken om het Arabisch te leren.

Tijd om terug te slaan met alternatieven voor Koranscholen

Veel ouders uit de Arabische wereld willen immers dat hun kinderen hun taal, hun erfgoed, ook kennen. Dat moet men respecteren. Veel kinderen volgen die Koranlessen immers om zo het Arabisch te leren. Gratis Arabisch kunnen leren is een lokmiddel van die salafisten.

Het onderwijzen van het Arabisch makkelijker maken zal die kinderen immers weghouden van die Koranscholen waar men gratis onderwijs kan volgen en die racistische literatuur er zo bijkrijgt. De emirs en koningen uit die regio betalen immers alles dankzij die te dure olie. Ook moet men in het onderwijs en de media meer tegengas geven. Wat figuren als Rik Coolsaet, Jorn De Cock en anderen in de media deden was schandelijk.

Salafisme is geen ‘pure islam’

Stellen dat het salafisme teruggaat tot de zogenaamde pure islam, het prille begin van deze religie, zoals velen hier beweren, is onzin. Het salafisme, zeker in zijn huidige vorm, is geheel nieuw en heeft niets te maken met hoe bijvoorbeeld het kalifaat van de Oemmayaden, het eerste kalifaat na de dood van Mohammed, dit zagen. Zij leefden immers grotendeels in harmonie met de andere daar aanwezige godsdiensten.

Het overnemen door de regering van de door de Saoedi’s geleide Grote Moskee in Brussel was maar een eerste stap. Het ten gronde bestuderen van dit groot probleem en het nemen van de noodzakelijke drastische maatregelen moet volgen.

Wil men dit reëel salafistisch gevaar de kop indrukken dan zal alleen kordaat optreden helpen. Vanuit het Arabisch schiereiland is men al decennia bezig landen als Nederland en België aan het destabiliseren. Tijd om stevig terug te slaan.


Noten

1) Jorn De Cock, “Arabische Lente, een reis tussen revolutie en fatwa” De Bezige Bij, 2011.

Citaat op pagina 319: “Belhaj had weliswaar nooit een lidkaart van al Qaeda gehad, maar in de gevangenisjaren legde hij wel zijn mantel van streng orthodoxe salafist af. ‘Libië is een gematigd moslimland’, zei hij begin september. ‘We willen een beschaafd land zijn dat wordt geregeerd als een rechtstaat, wat ons onder Khadaffi werd ontzegd. Over de religieuze identiteit van het land moeten de burgers zich uitspreken.”

Die lidkaart van al Qaeda, wie zou die hebben? Abdel Hakim Belhaj werd na de machtsovername in Libië het hoofd van de militaire raad voor de hoofdstad Tripoli. Hij poogde ook via de al Wattan Partij die gelieerd was aan de Moslimbroederschap, Qatar en al Qaeda, verkozen te geraken. Bij de verkiezingen haalde de partij echter geen enkele zetel.

Volgens een serie bronnen was hij ook betrokken bij een aantal moordaanslagen in buurland Tunesië waaronder die op Chokri Belaid en Mohamed Brahmi, tegenstanders van het salafisme,. Dit gebeurde in samenwerking met Ansar al Sharia, de Tunesische tak van het salafisme. Volgens Tunesische onderzoekers was het de bedoeling een kalifaat op te richten voor Noord-Afrika.

Posted on

Saoedi-Arabië schakelt over van ‘culturele verwoestijning’ naar harde middelen

Dat uitgerekend Saoedi-Arabië afgelopen juni Qatar ervan beschuldigde terrorisme te ondersteunen was een gotspe. Niet dat Qatar niets op de kerfstok heeft, maar geen ander land heeft zoveel gedaan om de radicale islam te verspreiden als Saoedi-Arabië. Reeds sinds enkele tientallen jaren financiert het olierijke land door middel van publieke en private instellingen een veelheid aan organisaties die zich toeleggen op het verspreiden van de meest radicale en reductionistische interpretaties van de islam.

Het omvormen van de islam tot een strategisch inzetbaar wapen is een belangrijk onderdeel van het Saoedische buitenlandbeleid. Het is de voornaamste manier waarop het land macht projecteert en invloed veiligstelt in landen in het Midden-Oosten en de bredere islamitische wereld. Het is tot nu toe een erg succesvolle strategie gebleken, mede mogelijk gemaakt door de Verenigde Staten.

Saoedi-Arabië is bezig met een soort culturele verwoestijning. Eeuwen van diverse en uiteenlopende religieuze tradities binnen de islam, in landen zoals Jemen, Somalië, Egypte, Syrië en Irak, worden weggevaagd door een influx van in Saoedi-Arabië opgeleide imams en in Saoedi-Arabië geproduceerde lesmaterialen. Deze imams en deze lectuur leren de radicale soort islam die overheerst in Saoedi-Arabië: Wahabisme.

In 1744 sloot Mohammed bin Saoed een Faustisch akkoord met Mohammed ibn Abdul-Wahhab: Wahhab zou Saoed steunen in zijn strijd om suprematie als hij trouw zou zweren aan Wahhabs fundamentalistische visie op de islam, die weinig verschilt van de militante Salafistische overtuigingen van ‘Islamitische Staat’ of Al Qaida’s opvatting van de islam.

De Saoeds, die niet afstammen van de profeet Mohammed en die zelfs geen bijzondere claim hebben op de heerschappij in hun territoriale kernland van Najd, steunden op de imams van de Wahhab-familie voor hun religieuze legitimiteit. Zodoende hield het akkoord dat in 1744 gesloten werd stand. In 1926 nam Saoed de Hidjaz over en in 1932 werd het land Saoedi-Arabië in het leven geroepen. Saoeds verovering van het grootste deel van het Arabische schiereiland had niet plaats kunnen vinden zonder de steun van de fanatieke krijgen (de Ikhwan), die vooral vochten om het schiereiland te zuiveren van wat zij als ketterse geloofspraktijken zagen.

De Saoedische koninklijke familie heeft herhaaldelijk geworsteld met wat sommige leden van het Saoedische koningshuis een pact met de duivel genoemd hebben. Hervormingsgezinden binnen de koninklijke familie zijn met handen en voeten gebonden door gedreven imams die een toenemende macht uitoefenen binnen het koninkrijk. De belangrijkste geestelijk leider in Saoedi-Arabië is de moefti van Saoedi-Arabië. Abdul Aziz bin Baaz, de vorige grootmoefti, was berucht om zijn archaïsche opvattingen, zo loochende hij dat de aarde om de zon draait.

De huidige grootmoefti, Abdul Aziz Aal ash-Shaikh, heeft fatwa’s (proclamaties) uitgegeven die opriepen tot de vernietiging van alle kerken op het Arabisch schiereiland, het recht van mannen om meisjes van tien tot bruid te nemen overeind houden, het spelen van schaak verbieden en de gehele Iraanse bevolking tot afvalligen verklaarden.

Dergelijk fanatisme helpt een land niet vooruit, zelfs een buitengewoon rijk land niet. Ondanks zijn rijkdom worstelt Saoedi-Arabië met een snel groeiende bevolking, toenemende armoede en werkloosheid en bloedige sektarische verdeeldheid. Net als de buurlanden aan de Perzische Golf, blijft Saoedi-Arabië in hoge mate afhankelijk van gastarbeiders. Dit is met name het geval bij banen die veel technische expertise vereisen. De maakindustrie in Saoedi-Arabië is zeer beperkt en de economie is nog altijd vrijwel geheel afhankelijk van de export van olie.

Deze binnenlandse problemen dragen bij aan de angst van het Saoedische bewind voor wat het ziet als toenemende Iraanse invloed in de regio. Deze angst is tot op zekere hoogte niet zonder grond. In tegenstelling tot Saoedi-Arabië, beschikt Iran over een formidabele krijgsmacht, een diverse economie met een relatief bloeiende maakindustrie en een groeiende hogeropgeleide middenklasse. Ook niet onbelangrijk is dat Irak, dankzij de Amerikaanse invasie, nu duidelijk binnen de Iraanse invloedssfeer valt.

De reële binnenlandse problemen van Saoedi-Arabië, waar grotendeels niets aan gedaan wordt, in combinatie met de vrees voor Iraanse invloed in de regio, vormen de achtergrond van een buitenlandbeleid dat steeds agressiever wordt. Saoedi-Arabië zet nog een tandje bij in het werken aan culturele klimaatverandering in de rest van de islamitische wereld.

Deze strategie is overal in de islamitische wereld zichtbaar, maar het duidelijkst in het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika. Saoedische stichtingen en charitatieve instellingen hebben in de afgelopen jaren het nodige bewerkstelligd in landen als Somalië en Jemen, eeuwenoude tradities, zoals het bezoeken van de schrijnen van Soefi-heiligen, zijn verdwenen. In veel gevallen zijn de schrijnen zelf vernield door radicale islamisten. Ook aan de kleding is het te zien, zo droegen vrouwen in grote delen van Somalië en Jemen vanouds geen sluiers en in sommige gevallen zelfs geen hoofddoek, maar inmiddels zijn de Saoedisch-geïnspireerde abaya’s, boerka’s en nikaabs opgerukt.

Dit mogen ogenschijnlijk oppervlakkige veranderingen zijn, maar ze zijn het resultaat van aanhoudende inspanningen van ‘charitatieve instellingen’ uit Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Eén van hun methodes bestaat in het voorzien in een stortvloed aan gratis of sterk afgeprijsde religieuze materialen, beurzen voor studenten en imams in opleiding om te studeren in madrassa’s in Saoedi-Arabië en het verlenen van microkredieten aan mannen die gezien worden als volgers van de Saoedische variant van de islam.

Deze relatief zachte methodes om deze radicale ideologie te verspreiden, hebben de Saoedische staat goede diensten bewezen. Dergelijk beleid houdt de geestelijke tevreden en scheppen tegelijk een band tussen Saoedi-Arabië en delen van de bevolking in de rest van de islamitische wereld. Ten gevolge van de toegenomen invloed van Iran en zijn eigen diepgewortelde onzekerheid grijpt het Huis Saoed nu echter ook toenemend naar harde middelen.

In Irak, Syrië en Jemen financiert Saoedi-Arabië deels openlijk en deels heimelijk een heel scala aan gewapende groeperingen, die als ze al niet openlijk aan groepen als Al Qaida gelieerd zijn, grotendeels dezelfde doelen nastreven, namelijk de vestiging van een staat waar een radicale interpretatie van de islamitische wetgeving geldt. Ondanks het feit dat vijftien van de negentien kapers van 11 september Saoedische paspoorten hadden en mogelijk geholpen werden door Saoedische functionarissen, heeft de Amerikaanse regering de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van het radicale islamisme grotendeels genegeerd. Dit is, afgezien van een paar subtiele verschillen, dezelfde ideologie als ten grondslag ligt aan terroristische groeperingen als ‘Islamitische Staat’. Niet alleen hebben de VS de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van radicaal islamisme doorheen de islamitische wereld genegeerd, ze steunen nu ook nog eens de rücksichtslose oorlog van een coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië in Jemen.

In Jemen is Saoedi-Arabië betrokken in een oorlog die het hele land in de vernieling heeft geholpen en de op dit moment grootste, meest nijpende en tegelijk meest miskende humanitaire crisis in de wereld heeft voortgebracht. De groepering die nog het meeste heeft geprofiteerd van de oorlog van Saoedi-Arabië en co. in Jemen is Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAP). Terwijl Saoedische bommenwerpers zonder ophouden alles in Jemen, van ziekenhuizen en boerderijen tot vluchtelingenkampen gebombardeerd hebben, nemen ze nooit bolwerken van AQAP op de korrel. AQAP is er zodoende in geslaagd de Jemenitische havenstad van Mukalla een jaar lang te bezetten. AQAP en Saoedi-Arabië vechten tegen de zelfde vijand: de Houthi’s. De Houthi’s worden gemakshalve door veel commentatoren als een Iraanse proxy neergezet in het kader van een breder soennitisch-sjiitisch conflict, maar dat is een te grote simplificatie, want in feite behoren de leden van de rebellengroep tot de Zaidi’s, die zich nog weer onderscheidt van de Sjiitische islam in Iran. Bovendien is er vanuit Iran hooguit morele, maar niet of nauwelijks materiële steun geweest voor de Houthi’s.

De oorlog in Jemen heeft in ieder geval ook de beperkingen van het Saoedische buitenlandbeleid laten zien en bovendien de zwakte van zijn krijgsmacht, die er dikwijls niet in slaagt het eigen territorium te verdedigen tegen de Houthi’s. De oorlog in Jemen zou ook een waarschuwing moeten zijn voor de Amerikaanse beleidsmakers. Doordat men Saoedi-Arabië heeft toegelaten de stap van zachte naar harde middelen te maken, hebben terroristische groeperingen als AQAP voet aan de grond gekregen, evenals diverse groeperingen in Syrië.

Dat Saoedi-Arabië toenemend naar harde middelen grijpt, is ook een risico voor relatief stabiele landen in het Midden-Oosten. Saoedi-Arabië en zijn bondgenoot de Verenigde Arabische Emiraten hebben nu een blokkade van Qatar ingesteld. Qatar is echter ook een bondgenoot van de Verenigde Staten en biedt tevens onderdak aan het Amerikaanse commandocentrum voor het hele Midden-Oosten. Doordat de VS Saoedi-Arabië hebben toegelaten van zachte middelen over te schakelen naar harde middelen, is er een dynamiek ontstaan waarin ook de Amerikaanse belangen in de regio in gevaar kunnen komen.