Posted on

‘Locked and loaded’ – Bolton is weg, maar zijn geest waart nog door Witte Huis

Bolton mag dan weg zijn uit de West Wing, maar zijn geest waart er nog rond schrijft de Amerikaanse paleoconservatieve publicist Pat Buchanan. Dat blijkt wel uit het feit dat de Amerikaanse regering prompt Iran beschuldigde na de aanval op Saoedische oliefaciliteiten. 

“Iran heeft een ongeziene aanval uitgevoerd op de energievoorraad van de wereld”, zo verklaarde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo. Pompeo zette Amerika’s geloofwaardigheid op het spel door Iran te beschuldigen van een verwoestende aanval op Saoedische oliefaciliteiten die de halve olieproductie van het land tot stilstand bracht, 5,7 miljoen vaten per dag.

“Locked and loaded”

Afgelopen zondag identificeerde president Donald Trump Iran weliswaar niet als de aanvaller, maar leek hij in een tweet zijn minister wel bij te vallen: “Er is reden om aan te nemen dat we de dader kennen. We zijn locked and loaded afhankelijk van verificatie, maar wachten op bericht van het koninkrijk [Saoedi-Arabië] over wie zij menen dat er achter de aanval zat en wat we vervolgens zullen doen!”

Houthi-rebellen gebruikten al eerder drones

De Houthi-rebellen uit Jemen, die al vier jaar in gevechten verwikkeld zijn met Saoedi-Arabië en al eerder drones gebruikten om aanvallen uit te voeren op een Saoedische luchthaven en andere oliefaciliteiten, stellen dat zij 10 drones de lucht in stuurden vanaf 500 kilometer op de aanvallen uit te voeren als wraakoefening voor Saoedische luchtbombardementen en raketaanvallen.

“Maximale misleiding”

Pompeo wees dit van de hand: “Er is geen bewijs dat de aanvallen uit Jemen kwamen.” Maar terwijl de Houthi’s de aanval opeisen, ontkent Iran iedere verantwoordelijkheid. De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif zegt over Pompeo’s beschuldiging, dat de VS simpelweg een beleid van ‘maximale druk’ vervangen heeft door een beleid van ‘maximale misleiding’. Teheran zegt kortom dat Washington liegt.

Casus belli

En een directe aanval op Saoedi-Arabië door Iran, een soort Pearl Harbor-achtige verrassingsaanval op de cruciale olieproductiefaciliteiten van de Saoedi’s, zou een casus belli zijn voor Saoedi-Arabië. Dit zou leiden tot een oorlog rond de Perzische Golf, waaraan de VS wel zou moeten deelnemen. Dat Teheran achter de aanval van zaterdag zou zitten, zou ingaan tegen het Iraanse beleid sinds de VS zich terugtrok uit het atoomakkoord. Dat beleid was om een militaire confrontatie met de VS te vermijden en te streven naar een afgepaste reactie op verzwarende Amerikaanse sancties.

Onderzoek projectielen

Amerikaanse en Saoedische functionarissen onderzoeken momenteel de plaatsen van de aanvallen, de olieproductiefaciliteit bij Abkaik en het Khurais-olieveld. Volgens Amerikaanse bronnen werden in totaal 17 raketten of drones afgevuurd, niet de 10 waarover de Houthi’s spreken. Ook zouden er mogelijk kruisraketten gebruikt zijn. Sommige doelen zouden vanuit het west-noordwesten getroffen zijn, wat zou suggereren dat de aanval uit het noorden kwam, vanuit Iran of Irak. Volgens de New York Times werden sommige doelen echter vanuit het westen getroffen, wat weer niet op Iran of Irak als bron wijst. En aangezien sommige projectielen niet ontploften en fragmenten van die projectielen die wel ontploften te identificeren zijn, zou het slechts een kwestie van tijd moeten zijn om de bron van de aanvallen vast te stellen.

Pompeo wilde onderzoek niet afwachten

En dat is het moment waarop er werkelijk iets te verifiëren valt. Pompeo heeft daar echter niet op willen wachten. Gezien zijn publieke beschuldiging dat Iran achter de aanval zat, zal de voorgenomen ontmoeting van Trump met de Iraanse president Hassan Rouhani bij de algemene vergadering van de Verenigde Naties volgende week wel niet doorgaan.

Vallen de VS straks Jemen, Iran of Irak aan?

De echte vraag is nu wat de Amerikanen doen wanneer de bron van de aanval bekend is en de vraag naar een gepaste reactie direct voorgelegd wordt aan onze ‘locked-and-loaded’ president. Als de Houthi’s de daders waren, hoe zal Trump dan reageren? Want de Houthi’s, die inboorlingen van Jemen zijn en wier land al vier jaar onder de aanvallen van de Saoedi’s lijdt, lijken onder het oorlogsrecht in hun recht te staan om tegenaanvallen te lanceren tegen het land dat hen aanvalt. Daarbij heeft het Congres [het Amerikaanse parlement] herhaaldelijk geprobeerd om Trump ertoe te brengen om de Amerikaanse steun aan de Saoedische oorlog in Jemen te beëindigen.

Als de aanval op het Saoedische olieveld en oliefaciliteit bij Abkaik het werk blijkt te zijn van sjiitische milities uit Irak, gaan de VS dan die milities aanvallen, wier aantal geschat is op mogelijk tot 150.000 strijders? Dit afgezet tegen de 5.000 Amerikaanse militairen in Irak?

Schade voor de wereldeconomie

En wat als het Iran zou zijn? Als een dozijn drones of raketten het soort schade aan de wereldeconomie kan doen, als die van zaterdag – het platleggen van zo’n 6 procent van de wereldwijde olieproductie – stel je dan eens voor wat een oorlog tussen de VS, Saoedi-Arabië en Iran zou doen met de wereldeconomie.

In de afgelopen decennia heeft de VS wapentuig ter waarde van honderden miljarden dollars verkocht aan de Saoedi’s. Gingen die verkopen gepaard met een garantie dat we ook mee zouden komen vechten als het land in een oorlog met zijn buren verzeild raakt?

Oorlogspartij VS staat te popelen, maar volk wil niet nog een oorlog

En zou Trump langs het congres gaan om autorisatie te krijgen voor zijn oorlogshandeling voor hij een aanval op Iran beveelt? Senator Lindsey Graham dringt reeds aan op een aanval op de olieraffinaderijen van Iran om “de ruggengraat van het regime te breken”. Senator Rand Paul stelt echter dat er “geen reden is waarom de supermacht van de Verenigde Staten Iran zou moeten gaan bombarderen.” Verdeeld kortom: De Oorlogspartij staat te popelen van enthousiasme over het vooruitzicht van oorlog met Iran, terwijl het volk niet nog een oorlog wil. Het wordt echter moeilijk om te zien hoe we een oorlog nog kunnen vermijden. John Bolton mag dan vertrokken zijn uit de West Wing, zijn geest waart er nog rond.

Posted on

Oorlogspropaganda – Waarheid sneuvelt meestal vóór oorlog

oorlogspropaganda

Er wordt vaak gezegd, dat de waarheid in een oorlog als eerste sneuvelt. Het liegen begint echter doorgaans al voor het uitbreken van de gevechtshandelingen. Of het schept zelfs de voorwaarden voor het überhaupt uitbreken van militair conflict. Over precies deze thematiek, oorlogspropaganda, schrijft de politicoloog prof. dr. Ulrich Treusch in Der Krieg vor dem Krieg (De oorlog voor de oorlog). 

Zijn boek schetst de perfide propagandastrategieën die oorlogshitsers wind in de zeilen geven en tegenstanders monddood maken. In dit verband noemt Teusch de vermeende kwaliteitsmedia, “massamisleidingswapens”. Hij analyseert aan de hand van voorbeelden hun tendentieuze en op emoties werkende berichtgeving. Dergelijke berichtgeving moet onder de bevolking de geesten rijp maken voor oorlog. Momenteel bijvoorbeeld met Rusland, of Iran en eerder Syrië.

Kritiek op oorlogspropaganda media heeft geen zin

Teusch stelt in dit verband dat mediakritiek inmiddels geen zin meer heeft, omdat de gevestigde media bereid noch in staat zijn om zich te hervormen: “Ze zullen belangrijke berichten blijven onderdrukken, informatie eenzijdig wegen, met twee maten meten, narratieven construeren op basis van belangen [..], campagnes voeren of zich lenen voor overduidelijke propaganda.”

De oorzaak hiervan zit de publicist in het feit dat het systeem, zeker in de VS, de oorlog nodig heeft. Het is wat Eisenhower reeds het militair-industrieel complex noemde en de decennia nadien verder om zich heen greep. Bepaalde lobby’s en denktanks in Washington buiten deze dynamiek uit. En door middel van de ‘euro-atlantische integratie’ heeft deze logica ook Europa in haar greep.

Anti-systemische media

Kritisch denkende mensen moeten volgens de politicoloog dan ook naar “anti-systemische media” grijpen. Als genoeg mensen dat doen, wordt de oorlogspropaganda van de gevestigde media vanzelf zinloos. Hoewel Teusch af en toe wat teveel dramatiseert, heeft hij een belangwekkend boek afgeleverd.

N.a.v: Ulrich Teusch, Der Krieg vor dem Krieg. Wie Propaganda über Leben und Tod entscheidet, Westend Verlag, Frankfurt am Main 2019, paperback, 224 pagina’s.

 

Posted on

Draining the swamp – Trump ploetert onverdroten voort

Donald Trump

Hoe langer Trump aan de macht blijft, hoe harder de reacties zullen worden van de gevestigde orde. Toch lijkt Trump niet echt gas terug te nemen. Hij lijkt stug door te gaan met zijn kruistocht om de alomtegenwoordige rot in het systeem aan te tonen.

Trump blijft vriend en vijand verbazen, negatief of positief. Het ligt er maar net aan aan welke kant je staat. Tijdens de campagnes van 2016 kwam Trump met de welbekende slogan Drain the swamp! Het establishment moest plaatsmaken voor mensen die geen carrièrepolitici waren, maar mensen die met beide benen – of op zijn minst een paar tenen – in de samenleving stonden. Het moest maar eens afgelopen zijn met de inwisselbare figuren en de marionetten die iedere campagne ‘change‘ beloven, maar feitelijk hetzelfde beleid doorzetten als hun voorganger.

Military-industrial-congressional complex

Trump hekelde het al decennia praktisch ongewijzigde buitenlandbeleid. Welke president er ook zit, ongeacht partij, er is altijd sprake van een vorm van interventiepolitiek – iets wat Trump het liefst direct zou stoppen. Nu is dit praktisch gezien onmogelijk. Het military-industrial-congressional complex is zo immens invloedrijk en lucratief op economisch en politiek gebied, dat het compleet afbreken hiervan onhaalbaar is.

Trump bekritiseert verpaupering steden onder Democraten

Recent is Trump – negatief – vaker het middelpunt van een mediastorm. Vaak is het riedeltje hetzelfde: Trump is per definitie racistisch. Of hij nu opkomt voor een minderheidsgroepering of niet, het maakt geen verschil. Waar Trump zich terecht zorgen maakt over de verpaupering van diverse steden, weten de media het weer zo te spinnen dat Trump weer racistische gal heeft lopen spuien. Veel Europese media nemen dit hijgerig over, zonder naar originele bronnen te kijken. In dit geval de kwestie ‘Baltimore’.

Democratische bolwerken

Baltimore is sinds eind jaren ’20 een Democratisch bolwerk. Net als enkele andere steden zoals Chicago en Detroit – die sinds de jaren ’70 Democratische bolwerken zijn – is het bijna kenmerkend dat deze steden onder het toeziend oog van Democraten enorm verpauperen. De partij die opkomt tegen armoede en kansenongelijkheid onder minderheden – volgens de (linkse) media althans – weet deze steden niet uit het slop te trekken. Sterker nog: de verpaupering begon juist vaak wanneer de Democraten controle kregen over deze steden.

Herverkiezing Trump

Trump kan eigenlijk niks goed doen in de ogen van de gevestigde orde. Alles wat Trump doet, doet hij vanuit een slechte intentie. Dit narratief heeft de media vrij succesvol weten te creëren. De Russia-hoax is aan een eind gekomen. Toch zien we dat het ‘Russische spook’ nog steeds wordt aangehaald in Europese media. Toch zijn de kansen op herverkiezing tamelijk groot. Vergeleken met 2016 heeft het establishment eigenlijk geen enkele vooruitgang geboekt. Trump lijkt eerder juist alleen maar populairder te zijn geworden n eigen land.

Democraten verwikkeld in identity politics

Dit is mede te danken aan de identity politics waarin de Democraten zichzelf hebben verwikkeld. De oude partijbonzen vechten op dit moment een strijd uit met de hard linkse jongelingen zoals Alexandria Ocasio-Cortez en Ilhan Omar. De partij lijkt zichzelf op te vreten.

Tulsi Gabbard door eigen partij gesaboteerd

De kandidaat die namens de Democraten een zinnig geluid laat horen wordt gesaboteerd door haar eigen partij en de linkse media. Tulsi Gabbard, een echte non-interventionist die vanaf dag één door alles en iedereen wordt tegengewerkt. Ook Bellingcat begint nu tegen haar te ageren omdat zij kritisch is op de Amerikaanse bemoeienis in Syrië.

In Amerika is al jaren geen normale demonstratie mogelijk

Hoe langer Trump aan de macht blijft, hoe harder de reacties zullen worden van de gevestigde orde. Toch lijkt Trump niet echt gas terug te nemen. Hij lijkt stug door te gaan met zijn kruistocht om de alomtegenwoordige rot in het systeem aan te tonen. Als het aan Trump ligt pakt hij de radicale groeperingen – en met name Antifa – direct aan. Al jaren is in Amerika geen ‘normale’ demonstratie mogelijk. In Amerika zijn deze demonstraties of soms zelfs halve oorlogssituaties het nieuwe normaal. Sinds Trump verkozen is, zijn de rode brigades een vast onderdeel van de collectieve Trump-psychose. Helemaal in de ban van Trump derangement syndrome gaan ze de straat op om iedereen die hun mening niet omarmt met geweld te intimideren.

Trump neemt Antifa op de korrel

Maar niet lang meer, volgens de POTUS. Trump hekelt al tijden het extremisme in zijn land. Nu is het, zo zegt hij, genoeg. Zou Trump het voor elkaar krijgen om vóór het einde van zijn eerste termijn Antifa (en andere extremisten) officieel als terreurorganisaties te definiëren? Dan zou de politie harder en vooral adequater kunnen optreden. En vluchten die omhooggevallen revolution larpers onmiddellijk de dichtstbijzijnde Starbucks in voor een grande soy latte.

Op vrijdag 16 augustus vindt de fundraising plaats van het nieuwe project van Sid Lukkassen voor kaartjes of een donatie zie de links:

https://www.eventbrite.nl/e/tickets-fundraiser-democratische-gewetensvorming-65321944695

https://www.voordekunst.nl/projecten/9012-sid-mei-1

Laten we het hopen. Al veel langer krijgt extreemlinks het voor elkaar door middel van intimidatiepolitiek en emoterreur hun walgelijke gedachtegoed salonfähig te maken, ook in Europa. Steden worden vernield en the powers that be doen alsof het allemaal prima is.

Een tik op de vingers is het meeste wat deze ‘activisten’ – werkloze wannabe-verzetshelden – krijgen, want de mainstream media vinden het wel dapper en dikwijls ‘terecht’ als het gaat om het ‘doel’ van de organisaties. De boodschap is namelijk nobel, of zoiets. Gelukkig zit aan de andere kant van de oceaan wel een politiek leider die dit gedrag openlijk afkeurt en noemt wat het is: terrorisme.

Posted on

Lek in Mail on Sunday en beslag op Iraanse supertanker

Correspondentie van de Britse ambassadeur in Washington waarin hij het Witte Huis disfunctioneel noemde lekte uit naar de krant. Het heeft er alle schijn van dat het lek vergelding is voor de flater die de Britten sloegen door voor Gibraltar een Iraanse supertanker in beslag te nemen op basis van onjuiste Amerikaanse informatie.

Merkwaardig toch dat lek in de Britse zondagskrant Mail on Sunday, een der favoriete kranten van de Conservatieven in het Verenigd Koninkrijk. Daarin stond een deel van de private correspondentie van de Britse ambassadeur in Washington met zijn regering over de Amerikaanse president Donald Trump en zijn administratie.

De Amerikaanse president Donald Trump is volgens de Britse ambassadeur in Washington onbekwaam, onzeker en incompetent. Waarbij het Witte Huis een disfunctioneel milieu is.  “Wij betalen hem om oprecht te zijn” De waarheid dus stelde de Britse regering. U zegt???

Aangezien het om een normaal gesproken geheim document gaat kregen we ditmaal geen gewauwel en gelul, maar vrank en vrij wat de Britse topdiplomaat aan zijn baas, de minister van Buitenlandse Zaken schreef.

En dat was dan ook een weinig fraai beeld en in wezen niet verrassend. De man en zijn administratie zijn gewoon een bende knoeiers die behoudens ruzie maken zowel intern als met de buitenwereld er niets van bakken. En dat zal volgens de ambassadeur nog zo blijven.

Lek

Naar wie dat lek veroorzaakte hoeven we niet ver te zoeken. Alleen Buitenlandse Zaken heeft die documenten, niet de Mail on Sunday of de minister van Defensie. En zeker gezien de reactie in London op dit lek hoeft men niet eens meer te zoeken.

Want in plaats van een te verwachten ‘no comment’ of ontkenning klonk het aan de Thames nu verbazingwekkend dat men die in dienst heeft om ons oprecht zijn visie te geven. De waarheid dus? Het is een nooit geziene reactie tussen wat nauwe bondgenoten heten te zijn.

Maar waarom komt dat lek en dat toch zwaar diplomatiek incident plots nu? Dat is hier de centrale vraag. Het is natuurlijk gokken om de echte reden voor deze rel te kennen en geen van beide regeringen zullen het aan onze neus hangen. Zo werkt normaal toch de diplomatie.

Europees embargo

En dan is het uitkijken naar wat London recent erg boos kon maken wat betreft de VS. Een nadenkend mens ziet dan dat grote incident van enkele dagen eerder voor de kust van Gibraltar en Spanje. Daar hebben Britse mariniers een Iraanse supertanker gekaapt die volgens de Britten op weg was naar de Syrische raffinaderij van Banyas.

En, stelde London fier: “Er is een Europees embargo tegen Syrië wat betreft olieleveringen en dus legden we beslag op dit schip. Het heeft niets met Iran te maken.” Waarop Teheran woest reageerde als door een wesp gestoken. “Dat de Britten maar oppassen, want wij kunnen in de Perzische Golf en de Straat van Hormuz ook een Britse tanker in beslag nemen.”

Dat men in Londen hierop plots schrik kreeg bleek toen het Brits-Canadese persbureau Reuters twee dagen terug met luide trom wist te melden dat een Britse tanker ongehinderd de Straat van Hormuz had kunnen passeren, vertrekken uit de Perzische Golf. Het leek op een zucht van verlichting.

Iraanse supertanker te groot voor Syrische haven

Intussen loopt er over die zaak in Gibraltar al een proces. En wat stelt Iran: Die supertanker is niet bestemd voor Syrië want daar kan men geen dergelijke supertanker, volgeladen goed voor 2 miljoen ton, laten aanmeren. Probleem voor de Britten natuurlijk die zo hun enige argument van tafel zien verdwijnen.

Iraanse supertanker
Een VLCC, een zogenaamde supertanker, kan een lengte hebben die gaat tot 470 meter (1540 voet). De Grace 1, het in beslag genomen schip heeft een lengte van 330 meter (1081 voet) terwijl de haven van Banyas, waar de raffinaderij ligt, een kaai heeft met lengte van 500 voet. Volgens Iran grijpt de bevoorrading van die raffinaderij in Banyas trouwens plaats met kleinere tankers die door het Suezkanaal varen. De in beslag genomen supertanker is te groot en kan niet door het Suezkanaal en voer dus om Afrika heen.

Bovendien blijkt dat volgens de Spaanse regering de kaping van de Iraanse supertanker gebeurde in Spaanse wateren en op vraag van de VS, dus het oorlog stokende duo John Bolton en Mike Pompeo, respectievelijk de Nationale Veiligheidsadviseur en minister van Buitenlandse Zaken.(1) Deze hebben zelfs een speciale dienst opgericht om elke beweging van Iraanse tankers nauwgezet te volgen. Want in Iran is het nu na de zware Amerikaanse sancties smokkelen geblazen.

Bekend is dat de Britse minister van Defensie droomt van wilde militaire avonturen – de man wou weer oorlogsbodems naar het Verre Oosten sturen – terwijl die op Buitenlandse Zaken alleen kaas, vliegtuigmotoren, scotch, Brits lamsvlees en dergelijke meer naar het Verre Oosten wil zenden.

Zou het kunnen?

Zou het kunnen dat het duo Bolton en Pompeo aan Londen een tip gaven en vroegen in te grijpen en hen daarbij een fabeltje vertelden? Mede om zo de Europese bemiddeling in de kwestie van het nucleair akkoord met Teheran te kelderen. Waarna de Britten puin mogen rapen. En was Londen zo ontdaan over de strapatsen van dit duo dat men met een USB-stick dan maar eens naar de Mail on Sunday stapte.

Het is een mogelijk en zeker niet vergezocht scenario. Er moet nu eenmaal een voor de ontslagnemende regering van Theresa May gegronde reden geweest zijn om zomaar de geheime correspondentie van hun topdiplomaat op straat te gooien. Wie nauwkeurig een regeringsgetrouwe Britse krant als The Financial Times leest ziet dat London trouwens met die kaping van die Iraanse supertanker erg in de maag zit.

Kaping Iraanse supertanker

Het zomaar in beslag nemen van een vrachtschip in de Straat van Gibraltar is nu eenmaal alleen als een kaping te beschouwen. De Britse eigenaar van deze haven, rots en fraudeursparadijs moeten bij wet vrije doorgang verlenen aan elk schip, of dat nu passagiers, militairen of vracht aan boord heeft.

Hetzelfde trouwens voor elke zee-engte zoals de Bosporus, het Panamakanaal of de Straat van Hormuz. Argumenten als een Europees of Amerikaans embargo zijn hier waardeloos. Wat de Britten hier deden was gewoon pure piraterij en diefstal. Het leek wel of kapitein Drake terug is, ooit Londens grootste piraat. Maar dit is niet de zeventiende eeuw maar 2019. Wakker worden!


1) Het idee van Trump betreffende Iran was bijna zeker te doen wat hij deed met Noord-Korea. Eerst het land tegen de muur gooien en dan gaan praten en liefdesverklaringen afleggen. Zonder dat men natuurlijk wat ook bereikt. Met Pyongyang lukte dat voorlopig maar in Iran stellen de politici unaniem dat ze met de VS niet willen praten zolang men die sancties niet opheft. Een strategie die Trump vermoedelijk niet had verwacht. Geknoei dus.

Posted on

Buchanan aan Trump: Verruil Bolton voor Tulsi Gabbard!

Tulsi Gabbard

In onderstaande column adviseert Pat Buchanan president Trump om zijn Nationale Veiligheidsadviseur John Bolton te dumpen en in plaats daarvan in zee te gaan met Tulsi Gabbard, die momenteel in de race om de Democratische nominatie van zich doet horen met een buitenlandbeleid dat veel lijkt op wat Trump in 2016 beloofde. Pat Buchanan is een paleoconservatief politiek commentator, was adviseur van diverse presidenten en deed ook zelf een gooi naar het presidentschap. 

“Te lang reeds hebben onze leiders het af laten weten, leidden ze ons van de ene regime change-oorlog naar de andere, leidden ze ons een nieuwe Koude Oorlog en wapenwedloop in, die ons biljoenen dollars van ons zuurverdiende belastinggeld en talloze levens kostten. Deze waanzin moet stoppen.”

Donald Trump, circa 2016? Nee, deze denunciatie van interventionisme á la John Bolton kwam van afgevaardigde Tulsi Gabbard van Hawaii tijdens het Democratische debat van woensdagavond. Met haar 38 jaar was ze de jongste kandidaat op dat podium. Gabbard vervolgde met een aanval op zowel de “president als zijn oorlogshavikenkabinet, die ons naar de rand van oorlog met Iran geleid hebben”.

“Niet de Taliban viel ons aan op 11 september”

In een verhitte woordenwisseling, reageerde afgevaardigde Tim Ryan van Ohio dat de VS zich niet uit Afghanistan terug kunnen trekken: “Toen we daar niet waren, begonnen ze vliegtuigen op onze gebouwen in te laten vliegen.” “Het was niet de Taliban die ons op 11 september aanviel”, repliceerde Tulsi Gabbard, “Al Qaida viel ons aan op 9/11. Dat is waarom ik en vele anderen militair werden, om achter Al Qaida aan te gaan, niet de Taliban.”

“In Afghanistan niet beter af dan toen oorlog begon”

Toen Ryan bleef volhouden dat de VS in Afghanistan moeten blijven, schoot Gabbard terug: “Is dat wat je de ouders van die twee soldaten die net gedood werden in Afghanistan zult vertellen? ‘Nou ja, we moeten daar gewoon blijven.’ Als militair kan ik je vertellen dat dat antwoord onacceptabel is. … We zijn in Afghanistan niet beter af dan toen die oorlog begon.”

Tulsi Gabbard wint debat met voorsprong

Tegen het einde van het debat was Tulsi Gabbard met voorsprong de winnaar in zowel de Drudge Report- als de Washington Examiner-peiling en ging ze veruit aan kop onder alle Democratische kandidaten wier namen opgezocht werden op Google. Hoewel ze minder dan zeven minuten spreektijd kreeg in een debat van twee uur, had ze die tijd niet effectiever kunnen gebruiken. Haar optreden zou de race om de Democratische nominatie op kunnen schudden. Als ze er in slaagt een paar punten boven haar 1 à 2 procent in de peilingen uit te komen, zou ze een plekje in de tweede ronde debatten veilig kunnen stellen.

Buitenlandbeleid zou zonder Tulsi Gabbard niet aan bod komen

Als ze daar bij is, zullen de gespreksleiders haar vragen stellen over buitenlandbeleid die zonder haar aanwezigheid niet eens aan de orde zouden komen. Deze vragen zullen de verborgen verdeeldheid in de Democratische Partij blootleggen. Men zou leidende Democratische kandidaten kunnen vragen te verklaren wat het Amerikaanse beleid moet zijn – niet alleen ten aanzien van Afghanistan, maar ook Irak, Syrië, Jemen, Saoedi-Arabië, Israël, Jared Kushners ‘deal van de eeuw’ en Trumps schijnbare afwijzing van de twee statenoplossing.

Als ze de tweede ronde haalt, zou Tulsi Gabbard de katalysator kunnen worden voor het soort ‘globalist versus nationalist’-debat dat uitbrak tussen Trump en de Bush-Republikeinen in 2016. Een debat dat bijdroeg aan Trumps overwinning op de conventie in Cleveland en in de presidentsverkiezingen.

Tulsi Gabbard verdeelt Democraten, maar kan ook probleem worden voor Republikeinen

Het probleem dat Gabbard vormt voor de Democraten, is dat, zoals bleek uit de woordenwisseling met Ryan, ze standpunten inneemt die haar partij verdelen. Haar rivalen geven er de voorkeur aan te praten over zaken die de partij verenigen, zoals hoe verschrikkelijk Trump is en ‘gratis’ hoger onderwijs. Als ze meer zendtijd krijgt, wordt ze ook een probleem voor de Republikeinen. Want het buitenlandbeleid dat Tulsi Gabbard voorstelt is niet ver verwijderd van het buitenlandbeleid dat Donald Trump in 2016 beloofde maar sindsdien niet waarmaakte.

Niet waargemaakte beloften

Nog altijd zijn er 2.000 Amerikaanse militairen in Syrië, 5.000 in Irak, 14.000 in Afghanistan. We verplaatsten onlangs een vliegdekschip-aanvalsgroep, B-52-bommenwerpers 1.000 militairen naar de Perzische Golf om Iran te confronteren. We staan op het punt de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, waarmee we zouden moeten onderhandelen om een oorlog te voorkomen, sancties op te leggen.

Jared Kushner probeert een plan te verkopen om 50 miljard dollar voor de Palestijnen in te zamelen in ruil waarvoor zij van soevereiniteit af moeten zien en van hun droom van een natiestaat op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook met Jeruzalem als hoofdstad.

John Bolton praat over regime change in Caracas en zoekt de confrontatie met de “trojka van tirannie” in Cuba, Nicaragua en Venezuela. In plaats van het gesprek te zoeken met Rusland, zoals Trump beloofde, hebben we Rusland sancties opgelegd, Oekraïne bewapend, oorlogsschepen naar de Zwarte Zee gestuurd, de NAVO-aanwezigheid in het Oostzeegebied opgevoerd en door Ronald Reagan en andere presidenten tijdens de Koude Oorlog uitonderhandelde wapenbeheersingsverdragen verscheurd.

Rusland en China in elkaars armen gedreven

Het Amerikaanse beleid is er in geslaagd onze grote rivalen, Rusland en China, in elkaars armen te drijven. Die relatie is nu inniger dan die tussen Stalin en Mao in de eerste jaren van de Koude Oorlog. In juni reisde Vladimir Poetin naar Peking, waar hij en Xi Jinping elkaar ontmoeten om te waarschuwen dat in deze tijd van “toenemende mondiale instabiliteit en onzekerheid” Rusland en China “hun overleg over kwesties van strategische stabiliteit zullen verdiepen”. Xi onderscheidde Poetin met China’s nieuwe vriendschapsmedaille. Poetin reageerde: “Samenwerking met China is een van Ruslands hoogste prioriteiten en ze heeft een ongekend niveau bereikt.”

Aan het einde van de Koude Oorlog was de VS de enige overgebleven supermacht. Wie heeft deze positie kwijtgespeeld? Wie heeft ons 7.000 Amerikaanse levens en 6 biljoen dollar laten bloeden in eindeloze oorlogen in het Midden-Oosten? Wie heeft ons deze hervatting van de Koude Oorlog in geleid? Waren het soms die vervloekte ‘isolationisten’?

Posted on

Rusland en de leugens van De Standaard

In het stuk “Poetin test Zelenski met Russische paspoorten” van Roeland Termote in De Standaard van vandaag 2 mei staat “…. op wat in de afvallige Georgische regio’s Zuid-Ossetië en Abchazië gebeurde. Ook daar verstrekte Rusland paspoorten, om vervolgens in 2008 de aanwezigheid van zijn staatsburgers aan te grijpen als motief voor een militaire inval.”

Afscheiding

Wat uw medewerker hier schrijft is een flagrante leugen en typerend voor de wijze waarop De Standaard over Rusland bericht. Vooreerst ontstond het probleem toen Georgië zich met westerse steun afscheidde van Rusland en die twee deelrepublieken van Georgië zich dan op hun beurt afscheurden van Georgië. En als de ene deelstaat zich mag afscheuren dan logischer wijze mag ook de andere dat doen. Maar ja, de ene had de steun van de EU en de VS, de twee anderen niet.

Toen daaruit een gewapend conflict ontstond werd er tussen Rusland, Georgië, de Verenigde Staten en landen van de EU een vredesakkoord getekend waarbij Rusland in Zuid-Ossetië en Abchazië een gewapende vredesmacht mocht stationeren.

Georgische aanval

Het Georgische leger, geleid door een generaal met Israëlische en Georgische nationaliteit en gesteund door de VS, heeft na een serie incidenten dan Zuid-Ossetië aangevallen. Dit exact de dag dat in China de Olympische Spelen begonnen en Poetin in Beijing was. Een aanval die vermoedelijk dus niet toevallig was.

Daarbij vuurden Georgische troepen zelfs op het hospitaal in de Zuid-Ossetische hoofdstad. Een oorlogsmisdaad. Ook beschoot men uiteraard de Russische vredesmacht die dan terugvuurden en de Georgische troepen verjoegen.

Russische interventie

Bashar al Assad
Voor De Standaard is het berichtgeven simpel. Is iemand de vijand van de VS dan is dat ook zo voor die krant. Jarenlang bijvoorbeeld beweerde Jorn De Cock, hun correspondent in Libanon, dat de verhalen over de aanwezigheid van al Qaida in Syrië door de Syrische president Bashar al Assad (foto) verspreidde leugens waren. De vrouw van Jorn De Cock werkte bij het uitbreken van die oorlog in Syrië voor de regering van de Qatarese dictatuur. Diezelfde regering die al Qaida in Syrië bewapende. Of hoe De Standaard die terroristen die nadien in België en elders toe sloegen steunde. Als dat geen kwaliteitskrant is.

Rusland volgde hierbij exact de regels van het internationaal recht en viel bij die actie maar enkele kilometers dat land binnen om zich daarna, eens de zaak gestabiliseerd, terugtrok. Deze versie van de feiten wordt officieel door niemand betwist. Ook niet door de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy die poogde te bemiddelen.

Vijand van Washington dus van De Standaard

Maar ja, Rusland is tegenwoordig de vijand van Washington en dus is Rusland de vijand, de slechterik, voor De Standaard. Juist zoals dat met de Venezolaanse president Maduro is die recent in de krant voor dictator werd uitgescholden.

Hetzelfde met Syrië waar De Standaard jarenlang de aanwezigheid van al Qaida in Syrië als een leugen van president Bashar al Assad beschreef. Nog zo’n slechterik. De vernielingen in Syrië door die jihadisten – de ‘vrijheidsstrijders’ – kregen dan ook de steun van deze krant. En zonder die jihadisten waren er hier in België vermoedelijk geen aanslagen gepleegd. Om over na te denken.

Het is simpel: Is de VS kwaad op een regering en poogt deze die omver te werpen dan komt De Standaard af met moddergooien, leugens, halve waarheden en verdraaiingen richting dat land. De voorbeelden zijn legio. Zich een kwaliteitskrant noemen is poepsimpel, dat ook zijn is echter een gans ander verhaal.


Noot van de redactie

Meer over de Russische paspoorten leest u hier:

Meer over de Russisch-Georgische oorlog en de nasleep daarvan leest u hier:

Posted on

Amerikanen hinderen hulp aan vluchtelingen in zuidoost-Syrië

Vorige week wou een gezamenlijk Russisch en Syrisch hulpkonvooi zorgen voor hulpverlening aan het Rukban vluchtelingenkamp en de eventuele evacuatie van de mensen daar. Maar dat ligt in een door de Amerikaanse luchtmacht gecontroleerde zone. De gesprekken met de VS mislukten echter, want volgens de VS waren er door Rusland en Syrië onvoldoende veiligheidsmaatregelen genomen. Dus geen hulpkonvooi.

Syrië - Overzicht militaire toestand - 3 november 2018 - Rukban
De door de VS bezette zone met al Tanf en het vluchtelingenkamp Rukban is lichtgroen. De omvang ervan werd unilateraal maar wel in overleg met Rusland overeengekomen. Donald Trump ging zijn troepen hier terugtrekken maar onder druk van de neoconservatieven in zijn regering, waaronder Veiligheidsadviseur John Bolton en minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, en het Pentagon blijven er officieel zo’n 200 soldaten van de huidige 400 over.

Smokkelbendes

Een van de meest dramatische situaties in Syrië is zeker die van het Rukban-kamp in de Syrische woestijn en vlakbij de grens met Jordanië, gelegen in een door de VS bezet gebied. Hier ligt immers de grenspost van al Tanf, gelegen op de autoweg van Damascus naar Bagdad. Een cruciale wegverbinding voor zowel Irak als Syrië die de VS echter onder controle heeft waardoor handel tussen beide landen hier onmogelijk is.

Rukban vluchtelingenkamp
Het vluchtelingenkamp van Rukban.

In die door de Amerikaanse luchtmacht gecontroleerde zone ligt het vluchtelingkamp Rukban waar naar schatting zo’n 40.000 tot 50.000 vluchtelingen, vooral vrouwen en kinderen, in de meest erbarmelijke toestand leven. Na een moorddadige aanslag op 21 juni 2016 in de Jordanië vlakbij de grens heeft dat land die verbinding gesloten voor deze vluchtelingen.

Maghawir al Thawra

Alleen water en een beperkte medische hulp vanuit Jordanië zijn nog toegelaten. Het kamp bevat vooral vluchtelingen uit het oosten van Syrië die de oorlog zijn ontvlucht en veelal komen uit gebieden zoals de vallei van de Eufraat die voorheen onder controle van ISIS stonden. In de regio rond Rukban opereert ook de Maghawir al Thawra, een door de VS gecontroleerde groep die het kamp grotendeels onder controle lijkt te hebben.

Rukban - Maghawir-al-Thawra
Een patrouille van het door de VS bewapende Maghawir al Thawra,

Er zijn in het kamp immers ook nog restanten van andere ooit door de VS getrainde en bewapende groepen zoals het Vrije Stammen Leger en het Leger van de Oostelijke Leeuwen. En die willen mee zoveel mogelijk controle over deze vluchtelingenmassa behouden. Want die is nu eenmaal erg lucratief.

Die mensen daar hebben immers behoefte aan allerlei goederen en die worden via smokkelwegen door die groepen geleverd. Officiële hulpverlening is er amper of niet. Het kamp wordt dan ook beschouwd als erg gevaarlijk. Het is er zowat het wilde westen waar diegene met de zwaarste wapens de plak zwaait. Ten koste van de vluchtelingen natuurlijk die zowat hun gijzelaars zijn.

VS is verantwoordelijk

En de VS mag dan wel in het kader van de zogenaamde coalitie voor de strijd tegen ISIS – waartoe ook België behoort – dit gebied wel controleren maar enig toezicht op dat kamp of zorgen voor hulp aan die vluchtelingen is er niet bij. Dit in tegenstelling tot de in al Tanf gelegerde Amerikaanse soldaten die het aan niks lijkt te ontbreken.

De recente weigering toont ook aan dat de VS die toestand in Rukban wil laten verder duren. Met vrij grote kindersterfte en honger – veelal is er maar een maaltijd per dag beschikbaar – tot gevolg.

Rukban - kerkhof - Maart 2019 - kopie
Het kerkhof van Rukban gezien vanuit een satelliet. Het zou zo’n 300 graven bevatten.

Onder internationaal recht is de partij die een bepaald gebied bezet ook verantwoordelijk voor de veiligheid en orde daar evenals voor het welzijn van de mensen in die regio. Met andere woorden: De ultieme verantwoordelijke voor die menselijke tragedie in dat kamp is op dit ogenblik de VS. En die weigert haar nochtans illegale bezetting op te geven en wil er op termijn zelfs een 200 soldaten behouden plus de controle over het luchtruim.

Intussen dreigt de VS wel met een oorlog tegen Venezuela omdat die haar hulpkonvooi aan de Colombiaanse grens weigerde door te laten. En dan hebben we het nog niet over de door de VS mee georganiseerde blokkade van Jemen waar een 24 miljoen mensen noodhulp grotendeels wordt onthouden. Met steun trouwens van de VN.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

“The Hague Invasion Act blijft gevaarlijk”

“Dreigementen gericht tegen het Internationaal Strafhof zijn dit keer veel serieuzer”, zegt William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof. “Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk.”

William Pace leidt de Coalitie voor het Internationaal Strafhof, een internationale koepel van meer dan 2500 maatschappelijke organisaties die pleiten voor een rechtvaardig, effectief en onafhankelijk Internationaal Strafhof. Hoewel het Strafhof wordt gesteund door maar liefst 123 lidstaten, inclusief alle landen in de Europese Unie, is het er niet in geslaagd om de Verenigde Staten, Rusland, China, India en Israël aan boord te krijgen. Sterker nog: sinds het Hof in 2002 van start ging, hebben de Verenigde Staten verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat er nooit een Amerikaan voor de rechter kan verschijnen in Den Haag. In 2002 riep het Amerikaanse Congres de Amerikaanse Service-Members’ Protection Act in het leven, die al snel de bijnaam ‘The Hague Invasion Act’, ‘Den Haag Invasiewet’ kreeg. De wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof gevangen worden gehouden. Bovendien bedreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton in september 2018 het Strafhof met sancties en beloofde hij functionarissen van het Strafhof strafrechtelijk te zullen vervolgen – indien de rechtbank een onderzoek zou beginnen naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Amerikaanse militairen en inlichtingendiensten tijdens de oorlog in Afghanistan. Hetzelfde lot zou het Strafhof treffen als het Israël of een andere Amerikaanse bondgenoot in het beklaagdenbankje zou plaatsen.

Meneer Pace, denkt u dat de aanklaagster van het Strafhof, Fatou Bensouda, toestemming zal krijgen van de rechters van het Strafhof om een ​​onderzoek in te stellen naar Amerikaanse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan?

Ik denk dat het erg moeilijk zal zijn voor de rechters om geen toestemming te verlenen voor het Afghaanse onderzoek. Maar dat is slechts een mening op basis van alle misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden die daar sinds 2002 hebben plaatsgevonden. Het zou uiterst vreemd zijn als een onderzoek naar de Taliban en IS niet werd toegestaan. Ik weet echter niet of de rechters het onderdeel van de extraordinary renditions daarin zullen opnemen.

(Met Extraordinary renditions wordt bedoeld: Amerikaanse ontvoeringen van personen in Afghanistan en hun buitengerechtelijke overdracht aan het militaire gevangenenkamp Guantanamo Bay en ‘black sites’, geheime gevangenissen van de CIA, met als doel de Amerikaanse wetten inzake ondervraging, detentie en foltering te omzeilen, EvdB)

Zullen misschien de rechters mevrouw Bensouda niet machtigen om de extraordinary renditions te onderzoeken uit vrees voor de recente dreigementen van John Bolton?

Ik weet niet of de rechters aandacht schenken aan de dreigementen van Bolton. Ik hoop dat ze dat niet doen. Maar ik denk wel dat Bolton alles zal doen waar hij mee weg kan komen. Hij is fanatiek tegen een Internationaal Strafhof en hij was een belangrijke architect van de The Hague Invasion Act.

Wat als mogelijke misdaden van Amerikanen niet worden onderzocht? Hoe zullen de Afrikaanse landen hierop reageren? Sommige hebben het Internationaal Strafhof ervan beschuldigd een instrument te zijn van westers imperialisme, alleen leiders van kleine, zwakke staten te straffen en misdaden van rijkere en machtiger staten te negeren.

Ik denk dat het voor de geloofwaardigheid van de rechtbank absoluut van belang is dat de aanklager en de rechters alle personen vervolgen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden waar het Hof bevoegd is, ongeacht de regio of nationaliteit van de beschuldigden. De VS, Rusland en Israël mogen dan weliswaar nog niet hebben geratificeerd, maar de rechtbank heeft niettemin rechtsbevoegdheid over misdaden begaan door Amerikaanse, Russische en Israëlische staatsburgers indien begaan op het grondgebied van landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Aangezien Afghanistan het Statuut heeft geratificeerd, heeft de rechtbank jurisdictie over alle misdaden begaan op Afghaans grondgebied, of het nu Afghaanse onderdanen of Amerikaanse staatsburgers zijn. Veel van de klachten van tegenstanders van het Strafhof in Afrika negeren dergelijke juridische implicaties van het Statuut van Rome. Nu Palestina geratificeerd heeft, kan de aanklager zowel vermeende Palestijnse misdaden onderzoeken als vermeende Israëlische misdaden. Georgiërs zijn van mening dat Rusland misdaden heeft begaan op hun grondgebied, en aangezien Georgië een verdragsstaat is, heeft het Hof rechtsmacht over vermeende misdaden van Russische staatsburgers op Georgisch grondgebied.

Wat als Fatou Bensouda niet gemachtigd wordt onderzoek te doen naar mogelijke misdaden van Amerikanen? Kan dit leiden tot een uittocht van Afrikaanse landen?

Er is veel meer steun voor het Strafhof in Afrika dan de academici en media ons willen doen geloven. Twee jaar geleden deden Kenia, Soedan en anderen een oproep aan de Afrikaanse landen zich massaal terug te trekken uit het Strafhof. Zestien regeringen in de Afrikaanse Unie hebben zich toen publiekelijk hiertegen uitgesproken. Ook zijn de meeste Afrikaanse regeringen erg afhankelijk van Amerikaanse hulp en handel. Ze zullen daarom de rechtbank niet snel bekritiseren als die besluit geen Amerikaanse leiders of zelfs soldaten te vervolgen. En het is verder interessant te zien dat de kritiek van de Afrikanen op de rechtbank vooral van invloed is geweest op de manier waarop er in het Westen wordt gekeken naar de rechtbank. In Zuid-Amerika en Azië is er nauwelijks iets veranderd in de opvattingen over het Strafhof.

Denkt u dat het Strafhof zich beschermd voelt door de Nederlandse regering en de Europese Commissie? Is het Strafhof tevreden over de manier waarop Den Haag en Brussel reageren op acties en verklaringen zoals die sinds 2002 uit Washington komen?

Zelfs met de huidige conservatieve regering en de huidige premier Rutte die Trump prijst, staat Nederland vierkant achter het Statuut van Rome en het Internationaal Strafhof. De Europese Unie heeft zich ook een fervent supporter getoond.

Steun uitspreken aan het Strafhof is één ding. Hebben bij uw weten Den Haag en Brussel zich ooit publiekelijk uitgesproken tegen verklaringen en acties van de VS gericht tegen het Strafhof?

Ze hebben zich grotendeels op de vlakte gehouden, waarschijnlijk uit berekening, omdat de The Hague Invasion Act werd aangenomen nog zo kort na de aanslagen van 11 september op de Verenigde Staten. De meeste regeringen waren toen niet bereid openlijk kritiek te uiten op de regering-Bush.

Meteen nadat Barack Obama tot president was verkozen, in 2009, heeft onze minister van Buitenlandse zaken Maxime Verhagen in het Amerikaanse Congres gepleit voor intrekking van de The Hague Invasion Act. Zonder succes.

Het Congres heeft een aantal bepalingen van de American Service Members’ Protection Act aangepast toen deze ten koste bleken te gaan van de militaire samenwerking met landen en van de Amerikaanse wapenverkopen, maar de The Hague Invasion-bepaling is toen inderdaad niet geschrapt.

Den Haag en Brussel steunen het Strafhof, maar ze hechten ook sterk aan goede betrekkingen met Washington. Zijn ze bereid om hun relatie met Washington op het spel te zetten voor de bescherming van het Strafhof?

Dat is één van de kwesties waarbij we goed de vinger aan de pols houden. We zien overal in de wereld een buitengewoon gevaarlijke verkwanseling van de principes van het multilateralisme. En het meest zorgelijk is dat sommige regeringen in West-Europa zich daarin mee laten slepen. Als afnemende steun voor multilateralisme zou leiden tot omstandigheden waarin regeringen bereid zouden zijn het Strafhof te offeren aan goede betrekkingen met de Verenigde Staten, dan zou dat een grote nederlaag betekenen voor de internationale rechtsorde.

Moeten Nederland en de EU de The Hague Invasion Act serieus nemen? In 2002 verklaarde de Amerikaanse ambassade in Den Haag dat de Amerikaanse regering zich geen omstandigheden kon voorstellen waarin de Verenigde Staten zouden besluiten om militaire actie te ondernemen tegen Nederland.

Het officiële standpunt van het Amerikaanse Congres, de The Hague Invasion Act, blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht. Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie. En ik denk dat dat precies is wat Bolton graag zou zien gebeuren. Hij zou de internationale gemeenschap er graag van overtuigen: “U hebt een fout gemaakt met de oprichting van het Strafhof en nu moet u de deuren sluiten. Als u dat niet doet, zullen we u net zo lang straffen totdat u dat wel doet.” Tijdens de regering-Bush waren er nog personen in het Witte Huis die Bolton een beetje in toom konden houden, zoals de ministers van Buitenlandse zaken Colin Powell en Condoleeza Rice. Nu heeft hij meneer Trump. Ik denk daarom dat we zijn dreigementen dit keer veel serieuzer moeten nemen.

Posted on

9/11 – De aanslag op het World Trade Center: Deconstructie van een anti-zionistische complottheorie

De politieke wetenschapper Kees van der Pijl kennen we o.a. van Café Weltschmerz waarin hij regelmatig – op zich boeiend – commentaar geeft op de geopolitiek. Recent ontstond er ophef over een tweet – met een verwijzing naar een obscure site – waarin Van der Pijl de nogal boude bewering doet dat Israeli’s met behulp van zionisten in de Amerikaanse regering het World Trade Center (WTC) in New York hebben opgeblazen. De ophef was voor hem echter geen reden voor terughoudendheid. In tegendeel, in de daarop volgende ‘The Richie Allen Show’ laat hij doodleuk weten dat er keihard bewijs is voor zijn beweringen. Van der Pijl beroept zich hierbij op het werk van de onderzoeksjournalist Christopher Bollyn. We lazen diens boek ‘The War on Terror, The Plot to Rule the Middle East‘ (2017) waarin hij een a priori kwaadaardig verondersteld Israël aanwijst als de planmatige dader van de aanval op het WTC.

Yinon-Plan

Als steeds terugkerend thema in zijn boek, begint Bollyn met de feitelijke vaststelling dat Benjamin Netanyahu (de huidige premier van Israël) sinds 1979 – mede via het samen met zijn vader opgerichte Jonathan Netanyahu Institute – consequent de doctrine van de War on Terror heeft gepropageerd. Met steeds als ultiem doel de uitschakeling van Israëls aangrenzende vijanden. ‘Balkanisering’ van de regio (later zo genoemd naar voorbeeld van het uiteenvallen van het vroegere Joegoslavië in de jaren ‘90) was daarbij de te volgen strategie, d.w.z. opdeling van de regio in kleinere etnische en religieuze enclaves die elkaar onderling bestrijden. In 1982 is Netanyahu’s idee als een uitgewerkt operationeel plan in de openbaarheid gebracht onder de naam Yinon-Plan.

In zijn boek plaatst Bollyn dit Plan van meet af aan in een uiterst verdachte hoek. Alsof het staat voor iets onbetamelijks. Maar vanuit het perspectief van Israël dat binnen een vijandige moslim-omgeving moet leven met de voortdurende dreiging om als Joods volk in zee gedreven te worden, zou iedere rechtgeaarde en vaderlandslievende machiavellist zo’n strategisch plan kunnen bedenken. Goed voor het bedreigde Israël maar slecht voor vijandige moslims in de aangrenzende regio. Zo bijzonder is het Yinon-Plan dus niet.

Het complot

Bollyn beschrijft een op het eerste gezicht inderdaad nogal verdachte verzameling van – op zichzelf goed gedocumenteerde (maar niet alle onomstotelijk bewezen) – gebeurtenissen en feiten, die tezamen geframed kunnen worden binnen zijn zionistische complot. Rode lijn van Bollyns (nogal doorzichtige) Zionistische Plot-redenering: Omdat er twijfel bestaat aan de officiële lezing van de aanslag op het WTC (zie hieronder) terwijl die aanslag (inderdaad) Israël vol in de kaart speelde, is Israël DUS de ware dader van deze aanval. En dat zonder ook maar één dode Israëlische soldaat, voegt Alan Sabrosky daar in het voorwoord nogal vilein aan toe. (Alsof Israël geen militaire inzet zou willen leveren om zijn kerndoel – veiligheid – te realiseren!)

Bollyn suggereert dat Israël zich volgens genoemd Yinon-Plan gedurende ruim twee decennia heeft voorbereid op de WTC-aanslag terwijl de mainstream media (volgens Bollyn onder controle van zionisten!) daar bewust over hebben gezwegen. In plaats daarvan hebben die media, en nog steeds onder regie van Israël, de door Bollyn voor onschuldig gehouden (maar door Israëls militaire inlichtingendienst misleidde!) moslim Osama Bin Laden van Al Qaida als zondebok gepresenteerd voor de gewraakte aanslag. Een gefingeerde dader dus, die zich in een Afghaanse rots schuil zou houden. Door dit door Israël georkestreerde plan greep het Westen (aangevoerd door Amerika) deze terreurdaad onmiddellijk aan om Afghanistan, Irak, Libië, Syrië, enz. in hun oorlog tegen het terrorisme te betrekken met precies het resultaat volgens Netanyahu’s oorspronkelijke opzet van 1979 (ofschoon daarin het WTC als provocatief doel niet werd genoemd)!

Cherry picking

Ter onderbouwing van zijn plot gaat Bollyn opvallend selectief te werk. Zo maakt hij melding van een door mediamagnaat Rupert Murdoch geproduceerde, en een half jaar vóór 9/11 vertoonde TV-serie over een op afstand bestuurd, gekaapt passagiersvliegtuig dat het WTC binnen vloog. Bij de opnames werd gebruik gemaakt van een helikopter die de omgeving van het WTC in kaart kon brengen. Bollyn suggereert dan dat deze verfilming wel eens verband zou kunnen houden met de daarop volgende werkelijke WTC-ramp. Maar verder niets over de piloten van de vliegtuigen die het WTC feitelijk binnen vlogen. Ook zwijgt Bollyn over de aanval op het Pentagon. De kans dat de film en de WTC-aanval los van elkaar staan is evenwel groter dan de kans op een causale relatie tussen beide voorvallen, vooral omdat er – ook volgens Bollyn zelf – reeds lang publiekelijk verhalen de ronde deden over een mogelijke terroristische aanslag op een duidelijk zichtbaar Amerikaans machtscentrum in New York. Een kwaadaardige opzet van de verfilming zou in dit klimaat daarom onmiddellijk doorzien zijn. Maar Bollyn kiest onomwonden voor verdachtmakingen jegens Israël!

En natuurlijk ontbreekt niet de theorie dat Al Qaida mede een product is van superieure Israëlische planning, waarmee de Zionisten een ideale vijand van het Westen creëerde. Voorts wijst Bollyn nadrukkelijk op activiteiten van de Mossad (Israëls geheime dienst) die hij alle – zeer speculatief (geen begin van bewijs!) – in de context van de WTC-tragedie plaatst! (Er zullen ten tijde van deze tragedie ongetwijfeld ook Arabische veiligheidsdiensten in New York actief zijn geweest die kennis hadden van het vermaledijde Yinon-Plan, maar daarover zwijgt Bollyn dan weer.)

Het verbaast dan ook niet dat Bollyn de samenwerking tussen Amerikaanse en Israëlische inlichtingendiensten in een kwaad daglicht plaatst. Ten onrechte want de Amerikaanse belangen sporen naadloos met die van Israël waardoor een dergelijke samenwerking voor de hand ligt. Ook beweert Bollyn dat de arrestatie na de aanslagen van 9/11 van Israëliërs die volgens hem (maar nooit bewezen) betrokken zijn geweest bij terroristische praktijken met betrekking tot 9/11 opzettelijk is stil gehouden. Tot slot zorgden ministers met een dubbele nationaliteit (VS en Israël, volgens Bollyn ook al verdacht) er volgens Bollyn voor dat George W. Bush binnen zijn regering ruimschoots de benodigde steun verkreeg voor zijn voorstel om de door Israël beoogde War on Terror te beginnen. Dit met als officieel doel de bronnen van het terrorisme dat de WTC-ramp had veroorzaakt uit te schakelen. Tegelijkertijd kon de VS op het thuisfront al langer gewenste maar onpopulaire veiligheidsmaatregelen door het Congres jagen, zoals de al klaarliggende (!) Patriot Act (elektronische surveillance).

Het is een onloochenbaar gegeven dat Bush’s oorlogsverklaring aan het terrorisme een voor Israël gunstige beslissing was omdat het perfect strookte met het Yinon-Plan. Maar zo bijzonder is dat niet, want dat zou ook het geval zijn voor elk ander land in zo’n penibele geopolitieke situatie als Israël. Maar volgens Bollyn was het ganse scenario – inclusief de aanval op het WTC – met kwade opzet door Israël bedacht, gedurende twee decennia voorbereid en tenslotte onder Israëls regie uitgevoerd!

Gesmolten ijzer

Als één van de hoofdoorzaken van de twijfel aan de officiële lezing van 9/11 noemt Bollyn de (volgens hem) haastige afvoer van het gesmolten ijzer afkomstig van de vernietigde WTC-torens. Daardoor werd forensisch onderzoek naar de precieze herkomst van dit ijzer onmogelijk. Hij koppelt de verdachtmaking van genoemde ijzer-afvoer aan de explosieve instorting van één van de WTC-torens. Zeven minuten voorafgaande aan die instorting zou er volgens Bollyn – hij baseert zich o.a. op getuigenissen van brandweerlieden – namelijk sprake zijn geweest van een onverklaarbaar hete soort lavastroom van gesmolten ijzer vanaf de 81-ste verdieping van de Zuid-Toren. Ook voert Bollyn in dit verband een select groepje Mossad -veteranen op die er aldoor op uit waren om een beveiligingscontract voor het WTC te krijgen. Eén daarvan heeft volgens Bollyn sinds 1993 zo’n contract ook daadwerkelijk bemachtigd, waardoor de Mossad ten tijde van de ramp effectief verantwoordelijk was voor de beveiliging. Verder suggereert Bollyn een causaal verband  tussen dit gegeven en door de autoriteiten verzwegen, maar intussen wel goed gedocumenteerde explosies bij het WTC, en stelt dat sprake is van een  terreurdaad die o.a. de karakteristieke fijn structuur van de gesmolten ijzerstof na de ramp verklaart (NB. Er is nooit aangetoond dat de verzwegen explosies het gevolg waren van een terreurdaad).

Maar waarom zou de Mossad – zoals Bollyn suggereert – een dergelijke gloeiendhete ijzer-stroom faciliteren, als er toch al twee Boeings het WTC binnenvlogen? En waarom die ijzerstroom in de ene toren, en niet in de andere? De ‘waarneming’ van gesmolten ijzer voorafgaande aan de instorting van een WTC- toren vertoont dan ook alle kenmerken van inbeelding (zoals de ‘mannen in witte pakken’ die bij de Bijlmerramp zouden zijn waargenomen).

Conclusies

Twijfel aan de lezing van de autoriteiten over de toedracht van de aanslag op het WTC heeft onlangs geleid tot het instellen van een ‘Grand Jury’. Dit toont ook al aan dat de precieze loop van de gebeurtenissen strikt genomen onbekend is. Bollyn neemt de – mede door hem opgeworpen – twijfel niet weg maar presenteert alles bijeen een suggestieve en onsamenhangende verzameling van feiten en gebeurtenissen met als enige constante dat zij allen zonder uitzondering naar Israël wijzen als de planmatige dader van de aanval op het WTC. Omdat Bollyns onderzoek duidelijk blijk geeft van vooringenomenheid jegens zionisten en Israël (de Joodse zionisten zijn volgens Bollyn de oorzaak van al het terrorisme, waarvan de islamitische Palestijnen het slachtoffer zijn) is zijn boek beslist géén betrouwbare informatiebron.

Ter illustratie van ons eindoordeel geldt dat Bollyn in zijn boek een apart hoofdstuk heeft opgenomen waarin hij de volgens hem ten onrechte getroffen moslimgemeenschap in het Midden-Oosten aan het woord laat, terwijl de door hem belasterde Joden geen weerwoord krijgen. Het typeert de werkwijze van een antisemiet. Met zijn onvoorwaardelijke beroep op Bollyn laadt van der Pijl de verdenking op zich tot dezelfde categorie te behoren als Bollyn zelf.