Posted on

Oostenrijk roept ambassadeur Oekraïne op het matje om bedreiging journalist

De Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Karin Kneissl heeft de ambassadeur van Oekraïne op het matje geroepen vanwege de hindering, intimidatie en bedreiging met geweld van de gerenommeerde Oostenrijkse journalist Christian Wehrschütz. 

Sinds december vorig jaar wordt de ervaren correspondent van de Oostenrijkse publieke omroep ORF door de autoriteiten in Kiev gehinderd in de uitvoering van zijn werk. Daarnaast wordt hij regelmatig bedreigd, wat gezien het feit dat er de laatste jaren al journalisten vermoord zijn in Oekraïne zeker serieus te nemen is. Wehrschütz is daarbij zelfs door Oekraïense overheidsfunctionarissen bedreigd.

Ambtelijke haarkloverij

De gerenommeerde journalist leidt sinds 2015 het bureau van de ORF in Kiev en was daarvoor jarenlang correspondent op de Balkan. “Sinds maanden hebben we op grote schaal met ambtelijke haarkloverij te kampen”, zo klaagt Wehrschütz. Zo werd hem de accreditatie voor reizen naar Donetsk en de Krim ontzegd.

“Agent van het Kremlin”

Een woordvoerder van de Oekraïense geheime dienst SBU noemde Wehrschütz tegenover het Oostenrijkse persbureau APA een “pro-Russische propagandist”. Een Oekraïense website brandmerkte hem zelfs als “agent van het Kremlin”. Zijn misdaad: Hij had verslag gedaan over de toenemende hindering van journalisten in Oekraïne, over successen van Rusland bij de bouw van een luchthaven in Simferopol en over de verbetering van de levensomstandigheden van de Krim-Tataren. Waarbij in die laatste reportage door een Krim-Tataar ook kritiek op Rusland geuit werd.

Op het matje

De kwestie heeft de diplomatieke betrekkingen tussen Wenen en Kiev danig verzuurd. De Oekraïense ambassadeur, Alexander Sjtjerba werd door de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Karin Kneissl op het matje geroepen. “De kern van het probleem”, aldus Wehrschütz,”is dat de huidige regering in Oekraïne geen begrip heeft voor een objectieve en kritische berichtgeving”.

Posted on

300 jaar Liechtenstein groots gevierd

Vanaf 23 januari viert Liechtenstein met diverse feestelijkheden en tentoonstellingen de stichting van het vorstendom 300 jaar geleden. Keizer Karel VI verhief toen de graafschap Vaduz en de heerlijkheid Schellenberg samen tot vorstendom met rijksonmiddellijkheid.

Op 23 januari van dit jaar luidt het vorstendom met een groot feest zijn jubileumjaar in. Vanuit beide landsdelen begeven zich dan groepen mensen te voet op weg naar het Schaaner Riet. “De twee landsdelen zullen elkaar na het invallen van de duisternis symbolisch op de binnengrens treffen”, aldus Michelle Kranz van Liechtenstein Marketing. Deze enscenering moet tot een blijvend beeld van het jubileumjaar worden. Parallel hieraan vindt een feest met nationale en internationale gasten, waaronder diverse staatshoofden, in het centrum van Schaan plaats.

Geschiedenis

Vanaf 27 februari loopt in het Landesmuseum van Vaduz voor een jaar de tentoonstelling ‘1719 – 300 jaar vorstendom Liechtenstein’. Met objecten uit de vorstelijke collecties en van verschillende musea, wordt een beeld van de tijd tussen 1712 en 1722 geschetst. De exposities gaan onder andere over het leven van alledag, de economie, literatuur, filosofie, muziek, kunst, architectuur en de wetenschap. Meer informatie op www.landesmuseum.li

Wandelroute

Op 26 mei wordt een zogenoemde Liechtenstein-weg geopend. Deze 75 kilometer lange wandelroute, die alle elf gemeentes van het vorstendom aandoet, voert langs bezienswaardigheden, schitterende uitzichten en idyllische rustplaatsen. Voor informatie over de dingen die men onderweg tegenkomt, kan men de app ‘LIstory’ downloaden.

Staatsfeiertag

De Staatsfeiertag op 15 augustus vormt het hoogtepunt van de jubileumsfeestelijkheden met een feest bij slot Vaduz, het aperitief in de rozentuin, het aansluitende volksfeest en een groot vuurwerk.

Kunst

Met ‘Liechtenstein. Over de toekomst van het verleden. Een dialoog der collecties’ worden in het Kunstmuseum van Vaduz vanaf 19 september deels pas gerestaureerde werken van oude meesters uit de vorstelijke collecties in contrast met eigentijdse kunst gezet. Informatie hierover op www.kunstmuseum.li

Meer informatie over alle evenementen en tentoonstellingen in het kader van het jubileumjaar kunt u vinden op www.300.li

Posted on

Geheime diplomatie: Oostenrijkse politici offerden Zuid-Tirol voor Europese integratie

Het einde van de Tweede Wereldoorlog en de val van het Italiaanse fascisme gaven Zuid-Tirol weer hoop. Eindelijk, zo hoopte men, zou Zuid-Tirol weer met Noord- en Oost-Tirol verenigd worden. Het liep echter anders.

De historicus en publicist Helmut Golowitsch heeft hier een lijvig boek aan gewijd, waarin hij de lezer van de tijd direct na de oorlog naar het jaar 1966, waarin de conservatieve ÖVP onder bondskanselier Josef Klaus zonder coalitiepartners kon regeren. Bijzondere aandacht gaat uit naar de stille diplomatie tussen de Italiaanse regeringspartij Democrazia Cristiana (DC) en de Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP). Het boek is het eerste deel in een nieuwe reeks over de geschiedenis van Zuid-Tirol. Het tweede deel wordt binnenkort verwacht en zal over de periode van 1966 tot 1969 gaan, waarin volgens de titel de Oostenrijkse en Italiaanse christendemocraten de kwestie Zuid-Tirol begroeven.

De auteur begint zijn uiteenzettingen met het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het spanningsveld tussen Oost en West ontstonden in 1947 de Nouvelles Équipes Internationales (NEI), een Europese christendemocratische koepelorganisatie, waarin ook Oostenrijk en Italië vertegenwoordigd waren en politici van de Italiaanse DC en Oostenrijkse ÖVP directe contacten konden onderhouden.

In het kader van deze samenwerking kwam het tot geheime toegevingen van enkele ÖVP-politici, die publiekelijk weliswaar stelden dat Zuid-Tirol hen na aan het hart lag, maar achter gesloten deuren aan de Italiaanse christendemocraten bevestigden dat Zuid-Tirol bij Italië kon blijven. In de optiek van bepaalde ÖVP-functionarissen in Wenen was de kwestie Zuid-Tirol vooral een hypotheek die de relatie met Italië onnodig belastte. In het bijzonder verstoorden ze de onderhandelingen over de toetreding van Oostenrijk tot de Europese Economische Gemeenschap. In dit opzicht werd de deelstaatorganisatie van de ÖVP in Tirol, die zich bijzonder verbonden voelde met Zuid-Tirol, bewust genegeerd.

Juist in deze voor Zuid-Tirol bepalende jaren bemiddelde Rudolf Moser, een ondernemer uit Karinthië met uitstekende contacten met Italiaanse christendemocratische leiders, als onofficiële diplomaat tussen Wenen en Rome, zodat hij al snel de éminence grise van het Oostenrijkse Italië-beleid werd. Moser was een goede jeugdvriend van Leopold Figl, die van 1945 tot 1953 bondskanselier van Oostenrijk was en van 1953 tot 1959 minister van Buitenlandse Zaken. Onder de dekmantel van zijn zakenactiviteiten, kon Moser uit het zicht van de pers en de officiële diplomatieke kanalen het contact onderhouden tussen bondskanselier Figl en premier Alcide De Gasperi. Terwijl de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Karl Gruber op de Parijse Vredesconferentie van 1946 slecht onderhandelde en voortijdig een volksraadpleging in Zuid-Tirol – zijn troefkaart – uit handen gaf, had Rudolf Moser in Rome een geheime ontmoeting met De Gasperi om over de heropening van het goederenverkeer en een verdieping van de christendemocratische vriendschap tussen Wenen en Rome te spreken. De kwestie Zuid-Tirol liet zich in deze context eerder door autonomie voor de regio binnen Italië oplossen dan door hereniging met Oostenrijk.

Dit alles gebeurde met medeweten van bondskanselier Figl, terwijl minister van Buitenlandse Zaken Gruber noch de deelstaat-ÖVP in Tirol ervan op de hoogte waren. De ervaren politicus De Gasperi wist deze overduidelijk zwakke onderhandelingspositie van de Oostenrijkers uit te buiten, waardoor het tot het Gruber-De Gasperi-akkoord kwam, dat Zuid-Tirol alleen een zwakke schijnautonomie toekende, wat in de daarop volgende jaren tot toenemende spanningen zou leiden.

Rudolf Moser zette zijn heimelijke paradiplomatieke activiteiten voort en organiseerde geheime persoonlijke ontmoetingen tussen premier De Gasperi en bondskanselier Figl: in augustus 1951 in een herberg aan de Karerpas in Zuid-Tirol en een tweede in augustus 1952 in Mosers huis in Karinthië. Van beide gesprekken zijn geen notulen, maar zo merkt de auteur op, vanaf dit moment is er geen merkbaar engagement van de Oostenrijkse regering voor Zuid-Tirol meer. Ook van deze gesprekken waren Noord- noch Zuid-Tiroolse politici op de hoogte.

In 1953 verloor Figl weliswaar het kanselierschap aan zijn partijgenoot Julius Raab, hij werd echter minister van Buitenlandse Zaken, waardoor Moser achter de schermen verder kon gaan de Oostenrijks-Italiaanse relatie te onderhouden en de eisen van Zuid-Tirol te torpederen. Pas toen in 1959 de sociaaldemocraat Bruno Kreisky minister van Buitenlandse Zaken werd, ging de Oostenrijkse federale regering zich weer actief inzetten voor het afgescheiden landsdeel en werd de kwestie Zuid-Tirol bij de Verenigde Naties ter tafel gebracht, wat de basis zou leggen voor de verdere onderhandelingen. Een nieuwe dramatische keer in het Oostenrijkse Zuid-Tirol-beleid kwam er in 1966, toen de ÖVP een absolute meerderheid behaalde in de federale parlementsverkiezingen en Kreisky werd afgelost als minister van Buitenlandse Zaken.

Door een toeval kreeg Golowitsch toegang tot het privé-archief van Rudolf Moser. Na deze stukken bestudeerd en wetenschappelijk verwerkt te hebben, droeg hij de originele documenten over aan het Oostenrijkse Staatsarchief en kopieën aan het Tiroler Landesarchiv. Zodoende is zijn werk niet alleen verifieerbaar, maar biedt het ook voor historici veel tot nog toe onbekend bronnenmateriaal.

De auteur weet met zijn boek zowel voor historici als geïnteresseerde leken boeiend te schrijven. De documenten uit Mosers privé-archief weet hij goed te verweven in een geheel uit achtergrondinformatie, krantenberichten, getuigenverklaringen en andere bronnen, zodat zijn boek ook zonder gedetailleerde voorkennis gelezen kan worden. Waar Wenen tot nog toe als betrouwbare partner van Zuid-Tirol gold, moet de rol van enkele leidende ÖVP-politici naar aanleiding van dit boek heel anders getaxeerd worden.

N.a.v. Helmut Golowitsch, Südtirol – Opfer für das westliche Bündnis. Wie sich die österreichische Politik ein unliebsames Problem vom Hals schaffte (Leopol Stocker Verlag, Graz, 2017), gebonden, 607 pagina’s.

Posted on

Wit-Rusland bereid tot vredesmissie Donbass

De president van Wit-Rusland, Aleksandr Loekasjenko, heeft eerder deze week aangegeven bereid te zijn om vredestroepen te sturen naar Donbass. Als Rusland en Oekraïne besluiten dat een vredesmissie gewenst is, is zijn land bereid troepen te sturen, aldus de Wit-Russische president.

“Dezer dagen wordt opnieuw teruggekomen op een variant [voor een oplossing voor het conflict] die ik had voorgesteld. ‘Laten we Wit-Rusland mee laten doen, omdat Rusland zogezegd Wit-Rusland vertrouwt.’ Ik heb er zelfs al over gesproken met beide presidenten, Porosjenko en Poetin, omdat veel van hun afhangt. Jullie [Porosjenko en Poetin – SB] moeten er niet van uitgaan dat ik voor één van beiden zal zijn. Ik ga precies uitvoeren wat jullie twee presidenten hebben afgesproken, Porosjenko en Poetin. Als jullie afspreken dat we tussen [Oekraine en Rusland met troepen – SB] zullen staan. Dan zal ik er gaan staan. Als jullie afspreken om 10.000 gewapende troepen van Wit-Rusland in te voeren, dan zullen wij [Wit-Rusland – SB] ze plaatsen op de plek waar jullie dat zeggen. Maar ik ga niets doen waarover jullie niets hebben afgesproken.” – Aldus Loekasjenko.(1)

https://www.youtube.com/watch?v=8pD_MfdCLVU

Loekasjenko geeft aan dat Wit-Rusland een belang heeft bij het oplossen van het conflict omdat er volgens officiële cijfers 160.000 vluchtelingen voor de burgeroorlog naar Wit-Rusland zijn getrokken. Volgens de president zorgt dit voor een grote kostenpost vanwege de onderwijs- en zorgkosten waar Wit-Rusland nu voor betaald.(1)

Een dergelijk voorstel vanuit Wit-Rusland is interessant omdat het inzetten van een Wit-Russische vredesmacht voor zowel Oekraïne, Rusland als voor de DNR en LNR een mogelijk acceptabele militaire macht kan zijn. Voor Wit-Rusland brengt het het voordeel met zich mee dat het land een constructieve rol op kan nemen in de internationale politiek en zo krediet kan opbouwen.

De opmerking van Loekasjenko komt nadat vorige maand speciaal gezant van de VS, Kurt Volker en de Russische diplomaat Vladislav Soerkov in Dubai een succesvolle ontmoeting hebben gehad over het Minsk-akkoord. Soerkov merkte na afloop op dat “het Amerikaanse Dubai-voorstel in eerste instantie er best haalbaar uitziet.” Volker op zijn beurt liet weten dat “er meer openheid in het denken was over een breder mandaat voor een vredesmissie… Het zag er constructiever uit.”

Afgelopen weekend gaf de Zweedse minister van Defensie Peter Hultqvist reeds aan dat Zweden bereid zou zijn een bijdrage te leveren aan een eventuele vredesmissie in het oosten van Oekraïne. Zweden werd hiervoor genoemd omdat het geen lid van de NAVO is. Aangezien Zweden recent echter zijn defensiedoctrine heeft aangepast en steeds nauwer samenwerkt met de NAVO, lijkt het niet aannemelijk dat de Russische zijde in het Minsk-proces hier zonder meer mee akkoord zou gaan. Wit-Rusland werkt weliswaar militair en economisch samen met Rusland, maar vaart de laatste jaren een koers waarbij het zowel met Rusland als met Oekraïne en het Westen goede relaties nastreeft. Eerder was de Wit-Russische hoofdstad Minsk zodoende al een voor alle partijen acceptabele locatie voor besprekingen. Het ligt in de rede dat diverse landen een bijdrage zullen leveren aan een eventuele vredesmissie, een gevoelige kwestie is welk land de leiding zou krijgen.

Posted on

Zweden: Burgerlijke oppositie wil NAVO-lidmaatschap

De burgerlijke oppositiepartijen in Zweden, dat al sinds de Napoleontische Oorlogen formeel neutraal is, zijn het er over eens dat het land lid moet worden van de NAVO.

Terwijl er parlementsverkiezingen op de rol staan voor september van dit jaar, zijn de vier partijen van het centrumrechtse oppositieblok in Zweden het er over eens dat hun land lid zou moeten worden van de NAVO. De liberaalconservatieve Gematigden en de Liberalen waren dit al langer van mening, maar de agrarisch-liberale Centrumpartij en de Christendemocraten hebben zich hier nu bij aan gesloten, zogezegd vanwege de toegenomen dreiging die uit zou gaan van Rusland (steekwoord: imaginaire onderzeeër).  Daarmee zijn alle partijen in de centrumrechtse verkiezingsalliantie voor toetreding tot de NAVO en is dit scenario een stap dichterbij gekomen.

Een gelopen race is het echter allerminst, aangezien NAVO-lidmaatschap voor de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij van premier Stefan Löfven en zijn coalitiepartners van de Milieupartij nog altijd een brug te ver is. Ook de socialistische Linkspartij, die Löfvens minderheidskabinet gedoogd, is tegen NAVO-lidmaatschap. Ook op rechts is men het echter nog niet eens, aangezien de nationalistische Zweden Democraten tegen zijn.

Of de centrumrechtse oppositie er in september in slaagt de parlementsverkiezingen te winnen is echter nog zeer de vraag. Hoewel de Sociaaldemocraten in de peilingen enkele procentpunten hebben ingeboet ten opzichte van 2014, gaan ze nog altijd aan kop. Daarnaast voelen de Gematigden de hete adem van de Zweden Democraten in hun nek en is het maar de vraag of de Christendemocraten opnieuw de kiesdrempel van 4 procent weten te overstijgen.

Sinds Zweden in de Napoleontische Oorlogen grote delen van zijn territorium, waaronder Finland, aan het Russische Rijk verloor, was Zweden formeel neutraal, totdat het in 2009 verschillende defensieverdragen sloot met de Europese Unie en andere Noordse staten. De Zweedse strijdkrachten werken in toenemende mate samen, niet alleen met het eveneens formeel neutrale buurland Finland, maar ook met de NAVO. Vorig jaar voerde Zweden opnieuw de militaire dienstplicht in.

Posted on

Napoleon verenigde het Europese continent tegen de Britse dominantie, Rusland brak hem op

Zonder substantiële inzichten ging dit jaar de geboortedag van Napoleon Bonaparte (Ajaccio, 15 augustus 1769) aan een groot deel van het Nederlandse publiek voorbij. Dat is jammer, want zeker nu we in een verdere verwikkeling raken met de Europese Unie en er vanuit een centraal gezag buiten het land veel beleid komt, vormt een dergelijk moment een goede aanleiding om in de geschiedenis te duiken. Over hoe al eerder werd geprobeerd een Europese politiek vorm te geven en op welke wijze dit gebeurde.

Napoleon Bonaparte was generaal en later keizer van Frankrijk en heeft zo’n 15 jaren lang met het land een groot deel van Europa bestuurd. De Franse staatsman heeft ook in Nederland een aantal blijvende veranderingen gebracht, denk maar aan het verplicht laten registreren van een officiële achternaam, of het invoeren van de Code Napoleon met als onderdelen het burgerlijk wetboek (1806), het wetboek van koophandel (1807), de strafvordering (1808) en het wetboek van strafrecht (1810). Daarnaast is wellicht nog wel bekender de invoering van het metrisch stelsel, waarbij eenheden als kilo (bij gewicht) en meter (bij lengte) de standaard werden.

Dat was allemaal niet uit altruïsme, maar er zat beleid achter. Dat beleid richtte zich op het Europese continent en stond in dienst van Frankrijk onder leiding van Napoleon Bonaparte. Dit is bekend geworden als Napoleons continentale politiek en bestond ruwweg uit twee onderdelen, namelijk de continentale blokkade (blocus continental) en het continentale stelsel (système continental). We maken een korte gang door deze politieke ontwikkelingen in het Europa van Napoleon Bonaparte.

Aanloop

In het begin van de 19e eeuw was Frankrijk onder Napoleon Bonaparte dé sterke macht op het Europese vasteland, vooral middels economische ruzies en veroveringen kwam het in de loop van 1803 in constant conflict met Groot-Brittannië. Beide landen zagen elkaar als grootste tegenstander en hadden alle twee een sterke economie met veel industrie. Het kwam tot een botsing die naast militair ook een sterk economisch karakter had.

Omdat uit de onderhandelingen tussen de landen voor Frankrijk geen goede resultaten kwamen en oorlog vanwege de sterke Britse vloot niet als heel verstandig werd gezien, dacht men na over de verschillende mogelijkheden om Groot-Brittannië economisch te verzwakken en zo op de knieën te dwingen met het oog op nieuwe onderhandelingen met een voor Frankrijk gunstiger uitkomst. Zo kwam er het idee van een brede strijd tegen het Brits handelsimperialisme.

Er werd daarnaast door Napoleon Bonaparte gekeken hoe om te gaan met de veroverde gebieden en het te bezetten, het creëren van vazalstaten en wat te doen met de neutrale staten. Middels een politiek van ontwikkeling van de industrie op het continent, een uitwisselingseenheid tussen munten en het afromen van soldaten van de bezette landen als ideeën.

De continentale blokkade

“Men definieert de continentale blokkade, zoals per decreet te Berlijn op 21 november 1806 uitgevaardigd, als een verzameling van politieke, militaire en diplomatieke maatregelen, eenzijdig door Napoleon genomen om Europa te bewegen naar het opleggen van verbodsmaatregelen voor Britse handelswaar die in Frankrijk reeds van kracht waren.” Deze blokkade had als doel het hele continent te omvatten en de Britten het handelen hier onmogelijk te maken.

In het donkerblauw Frankrijk (na de annexatie van het Koninkrijk Holland), in de middentint de vazalstaten en in de lichte tint de andere landen die op enig moment meededen aan de blokkade.

Bondgenoten, vazallen en geannexeerde landen werden dan ook bewogen om eveneens geen handel met Groot-Brittannië te drijven. Britse schepen werden geplunderd en verkocht, Britse soldaten op het continent gevangengenomen. De blokkade wisselde per periode van deelnemers. De continentale blokkade vond wel goedkeuring van veel van de toenmalige Europese staten, waaronder ook van Duitse vazalstaten als Westfalen en het verslagen Pruisen.

Er bestond zo een tijd lang een Europees front tegen het Britse economische imperialisme, hoewel het meer een concept was dan een werkelijke economische unie. Napoleon wilde hiermee alle continentale staten in industriële en commerciële oorlog met Groot-Brittannië duwen. Nederland, dat eerst een vazalstaat was, werd later ook geannexeerd omdat daar teveel de blokkade werd ontlopen en het vanuit Franse optiek een steviger regime nodig had. Het niet meedoen met de blokkade werd in 1812 ook de officiële reden voor de oorlog van Frankrijk met het Keizerrijk Rusland. 

Het continentale stelsel

Napoleon had nog verder gaande plannen voor de onderworpen landen, namelijk om deze in overeenstemming te brengen met het Franse politieke model. Om het leiderschap van Frankrijk als centrale macht te versterken door andere economieën hierop af te stemmen. Het continentaal stelsel betrof het herorganiseren van de verschillende staten op politiek, institutioneel, sociaal en economisch vlak. Napoleon benoemde zijn broers als koningen in de diverse onderworpen landen, omdat hij dacht dat zij het best de vereisten voor het continentale stelsel konden doorvoeren.

Er werden pogingen gedaan modelstaten te creëren, landen te moderniseren, mensen te overtuigen van de Code Napoleon. Deze code bevatte diverse wetgeving en had als doel de eenwording van wetten en het volk. Ook waren er verschillende acties tegen de bestaande privileges, zoals het afschaffen van fiscale privileges van de kerk en clerici, de verkoop van goederen van de kerk en een centrale administratie door uniformering, versimpeling en specialisatie. Verder werden er in opdracht van Napoleon publieke werken als havens en wegen gebouwd. Het beleid van modernisering zou door veel Europeanen gewaardeerd worden.

Het moest echter wel allemaal Frankrijk dienen. Het continentaal stelsel werd gebruikt voor veiligheid, de Franse economie, maar ook om soldaten uit de onderworpen landen te halen. Er waren op een bepaald moment vanuit 16 landen mensen die in het Franse leger dienden en de staten moesten daarbij de Franse troepen op hun grondgebied onderhouden. Uiteraard werden de militaire beslissingen enkel door de Franse legerleiding genomen. 

Conclusie

De staten die niet waren geannexeerd namen het continentale stelsel nauwelijks over, succesvoller was de continentale blokkade en er ging ook meer aandacht uit naar de handhaving hiervan. Aanvankelijk was er veel sympathie vanuit Europa juist vanwege het beleid tegen de Britse hegemonie op handelsgebied en tirannie van haar zeevaarders. Groot-Brittannië reageerde op de blokkade door belastingen te heffen op de schepen van neutrale landen.

Groot-Brittannië compenseerde de schade van de blokkade door met Latijns-Amerika een nieuwe afzetmarkt aan te boren. Frankrijk kon dat gebied niet met schepen afschermen en daarbij verzwakte de blokkade op het Europees continent doordat Rusland eruit stapte. De Britten moesten echter wel concluderen dat ondanks het Franse economische egoïsme er toch een economische samenwerking en eenheid op het Europees continent was.

Hoewel er meerdere verdragen tussen landen werden afgesloten nam Frankrijk altijd de leiding in acties zonder anderen te consulteren. Het continentale stelsel moest Frankrijk sterker maken, Napoleon wilde vazalstaten om zich heen, geen bondgenoten. De economie van andere staten aanpassen aan de belangen van Frankrijk, Napoleon wilde zeker geen supranationale instellingen. Verdere uitbuiting heeft ervoor gezorgd dat patriottische krachten in de Europese landen sterker werden en zich uiteindelijk tegen Frankrijk keerden.

24 juni 1812 viel het leger van Napoleon Rusland binnen en werd het binnen zes maanden totaal vernietigd en verloor hiermee de oorlog. Napoleon zag deze hele campagne als een blunder. Rusland werd niet alleen struikelblok naar werelddominantie maar ook naar die op het Europees vasteland. Hoewel de uitbreidingen van het Franse gebied in Europa ten dienste van de eigen veiligheid waren, zijn een flink aantal moderniseringen die Napoleon in de onderworpen landen invoerde, na het vertrek van de Fransen behouden gebleven.

Posted on

Ministers splitsen zich af van Ware Finnen

Nadat de Centrumpartij en de Nationale Coalitiepartij weigerden verder te regeren met de Ware Finnen, nu hardliner Jussi Hallo-aho tot partijleider is gekozen, hebben 21 leden van de parlementsfractie van de partij zich afgesplitst onder de naam ‘Nieuw Alternatief’. Premier Juha Sipilä wil nu met deze nieuwe partij verder regeren.

Onder de politici die zich van de Ware Finnen hebben afgesplitst is ook Sampo Terho, die in de race om het partijleiderschap overtuigend verslagen werd door Halla-aho, en sinds een maand minister van Europese Zaken is. Mede-oprichter en minister van Buitenlandse Zaken Timo Soini heeft zich ook bij de afsplitsing aangesloten, net als de andere ministers van de Ware Finnen.

Nieuw Alternatief zal de coalitie voortzetten op basis van het eerder door de Ware Finnen met de andere twee coalitiepartners uitonderhandelde coalitieprogramma. Saillant detail is dat de nieuwe leider van de Ware Finnen niets anders eiste dan dat het bestaande coalitieprogramma ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt waar het gaat om het immigratiebeleid.

Premier Sipilä reageerde dinsdagmiddag dat hij het aanbod van Nieuw Alternatief om de regering voort te zetten aan wil nemen. Dat zet een streep door gesprekken die zijn agrarisch-liberale Centrumpartij en de burgerlijk-liberale Nationale Coalitiepartij voerden met de Zweedse Volkspartij en de Christendemocraten. De regering zou nu voortgezet kunnen worden met steun van de 49 parlementsleden van de Centrumpartij, 37 van de Nationale Coalitiepartij en 21 van Nieuw Alternatief, wat een meerderheid van 107 van de 200 zetels oplevert.

De Ware Finnen houden 15 zetels over na de afsplitsing. Partijleider van de Ware Finnen Jussi Halla-aho reageerde dat hij zo’n grote uittocht van politici niet verwacht had. Halla-aho sprak zijn teleurstelling uit over de manier waarop zijn voormalige partijgenoten omgaan met een democratisch tot stand gekomen verkiezing van een nieuwe partijleider.

Hoewel de inhoudelijke verschillen niet overdreven moeten worden, is de factie die zich heeft afgesplitst van de Ware Finnen te kenschetsen als meer bereid tot vergaande compromissen, zo leverden de Ware Finnen in de persoon van Jussi Niinistö de minister van Defensie, die inzette op nauwere militaire samenwerking met de NAVO. Dit was een van de zaken die tegen het zere been was van de factie rond Halla-aho, nu de romp van de Ware Finnen die over blijft. Deze meer principiële stroming houdt vast aan belangrijke klassieke standpunten van de partij zoals de neutraliteit van Finland, harde euroscepsis en een restrictief immigratiebeleid.

Hoeveel steun de afgesplitste politici hebben bij de partijbasis van de Ware Finnen en in hoeverre die achterban hen zal volgen naar het Nieuw Alternatief is nog onduidelijk. Reguliere parlementsverkiezingen staan pas weer voor 2019 op de rol.

Posted on

Leider Ware Finnen stapt op na twee teleurstellende jaren in regering

Timo Soini heeft aangekondigd dat hij in juni op zal stappen als leider van de Ware Finnen, de nationaal-conservatieve en eurosceptische partij die hij al sinds 1997 leidt.

De Ware Finnen behaalden in 2011 met 19% van de stemmen een opmerkelijk resultaat. In 2015 viel de partij terug naar 17,6%, maar werd ze, mede door het verlies voor de liberalen en de sociaaldemocraten, wel de op een na grootste partij. Sindsdien nemen de Ware Finnen voor het eerst deel aan een regering met de ‘Centrum’-partij en de liberale Nationale Coalitie Partij.

Sinds de regeringsdeelname neemt de populariteit van de Ware Finnen echter steeds verder af, tot onder de tien procent, zodat ze bij verkiezingen door vier of misschien wel vijf partijen voorbij gestreefd zou worden.

De partij kon vanaf 2011 zo’n hoge vlucht maken in populariteit door haar kritiek op bijvoorbeeld de ‘euroreddingsmechanismen’ en in het algemeen door haar euroscepsis. Op dit punt heeft de partij echter in moeten binden om aan de regering deel te kunnen nemen. Zo wilden de Ware Finnen eigenlijk een referendum over de euro, maar voor de coalitiepartners was dat een breekpunt. Veel van de nieuwe kiezers van de Ware Finnen hadden echter juist vanwege hun euroscepsis de stap naar de Ware Finnen gemaakt. 

Ook is de partij vanouds een voorvechter van de strikte neutraliteit van Finland, waar naast de afwijzing van de EU ook een afwijzing van het NAVO-lidmaatschap bij hoort. Nou wijst de partij formeel het NAVO-lidmaatschap nog steeds af, maar uitgerekend Jussi Niinistö van de Ware Finnen, heeft als huidig minister van Defensie verschillende stappen ondernomen voor meer Defensie-samenwerking met de NAVO.

Verder was de partij recent niet in staat om te voorkomen dat haar coalitiepartners voor invoering van het homohuwelijk stemden.

Daarmee hebben de Ware Finnen met hun regeringsdeelname tot nu toe zowel hun nieuwe kiezers als hun traditionele achterban teleurgesteld. En daarvoor zijn vooral beeldbepalende door de Ware Finnen geleverde ministers verantwoordelijk, zoals vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken Timo Soini en minister van Defensie Niinistö.

Aan de basis hiervan ligt een onhandige onderhandelingsstrategie, waarbij de Ware Finnen wel een aantal van de regeringsposten hebben binnen gehaald die ze idealiter zouden bezetten om belangrijke speerpunten te realiseren, maar tegelijk juist op die speerpunten teveel hebben moeten toegeven om deel te kunnen nemen aan de regering.

Zo bezien is het begrijpelijk dat Soini nu opstapt als partijleider. Kandidaten om hem op te volgen zijn onder andere fractievoorzitter Sampo Terho en europarlementariër Jussi Halla-aho.

Posted on 1 Comment

President Moldavië wil Associatieverdrag opzeggen: ‘Het heeft ons niets gebracht’

De president van Moldavië, Igor Dodon zei gisteren (17 januari) op een gezamenlijke persconferentie met de Russische president Vladimir Poetin, dat hij hoopt dat het Associatieverdrag van Moldavië met de Europese Unie zo snel mogelijk opgezegd wordt als zijn politieke partij na de parlementsverkiezingen aan de regering komt.

Momenteel moet de eurosceptische president nog samenwerken met een eurofiele regering. De partijen die deze regering vormen staan er, mede door diverse corruptieschandalen, in de peilingen echter erbarmelijk voor. Als de huidige stemming onder de bevolking aanhoudt kan Dodons PSRM na de parlementsverkiezingen, die in november 2018 moeten plaats vinden, een regering vormen met de eveneens eurosceptische Partidul Nostru.

Als symbolische daad was het eerste buitenlandse bezoek dat de nieuwe president aflegde aan Moskou. “Dit is het eerste bezoek van een Moldavische president sinds negen jaar”, aldus Dodon, waar hij aan toevoegde dat vorige presidenten vooral Brussel bezochten.

Dodon, die afgelopen november de presidentsverkiezingen won van de eurofiele kandidaat Maia Sandu, wil daarentegen de economische banden met Rusland herstellen.

Het [Associatieverdrag met de Europese Unie]  heeft niet positiefs gebracht voor Moldavië. We zijn de Russische markt kwijt geraakt terwijl onze export naar de Europese markt ook afnam.

Dodon hoopt dat zijn PSRM eind 2018 daadwerkelijk de parlementsverkiezingen zal winnen en in de aanloop daar naartoe wil hij voorbereidend werk doen voor aansluiting bij de Euraziatische Economische Unie.

De Moldavische president stelde echter niet het economische maar vooral het politieke en culturele aspect voorop. Waarbij hij de positie van Moldavië als onafhankelijke staat en de Moldavische identiteit bedreigd ziet door de Europese integratie.

Vorig jaar hebben Moldavische burgers hun stem uitgebracht voor de waarden die de president van Moldavië hoog moet houden. Ze kozen voor het in stand houden van onze statelijkheid en neutraliteit, voor het schikken van de Transnistrische kwestie en het behoud van onze traditionele Orthodoxe, christelijke waarden. Deze drie aspecten zijn van fundamentele betekenis en kunnen niet beschermd of bevorderd worden buiten een strategisch partnerschap met de Russische Federatie.

Posted on

Finland: Weerstand tegen NAVO neemt toe

Terwijl de Finse regering recent tot nauwere defensiesamenwerking met de NAVO heeft besloten, blijkt de weerstand tegen NAVO-lidmaatschap onder de Finse bevolking alleen maar toegenomen.

Uit een begin deze maand door Yle gepubliceerde peiling blijkt dat slechts 25 procent van de Finse bevolking voor NAVO-lidmaatschap is. In 2015 peilde het zelfde onderzoeksbureau nog 27 procent steun voor aansluiting bij de NAVO. De tegenstand is over het zelfde jaar toegenomen van 58 naar 61 procent.

Het is des te opmerkelijker dat de weerstand tegen aansluiting bij de NAVO onder Finse bevolking is toegenomen gezien de aanhoudende propaganda over een vermeende Russische dreiging. De centrumrechtse regering zet vanwege die vermeende dreiging in op intensivering van de defensiesamenwerking met de NAVO en diverse NAVO-lidstaten.

Finland is formeel echter neutraal en heeft een lange en diepgewortelde traditie van neutraliteit, die onder de bevolking evident breed gedragen wordt. Zodoende lijkt de propaganda over een Russische dreiging, die zou moeten leiden tot een toename van steun voor een eventueel NAVO-lidmaatschap, juist averechts te werken.

Finland is niet de enige EU-lidstaat met een traditie van neutraliteit en zonder NAVO-lidmaatschap, Zweden, Oostenrijk en de Ierse Republiek kennen een vergelijkbare traditie.

Terwijl alle genoemde landen reeds samenwerkten met de NAVO in het zogeheten Partnership for Peace, zoeken Zweden en Finland sinds kort verdere toenadering tot de NAVO, terwijl Oostenrijk meer neigt naar een onafhankelijke koers.

Lees ook: