Posted on

Betrapte pedagogen

De Italiaanse politicus Amintore Fanfani zou eens gezegd hebben dat niemand zo verontwaardigd is als een betrapte valsspeler. Dat geldt in de politiek even zeer als bij het kaartspel. Het bewijs daarvoor leveren momenteel allen die hysterisch te keer gaan over het door verschillende regionale AfD-afdelingen ingestelde informatieportaal ‘Neutrale Scholen’. Het haalde zelfs internationaal de media.

Verkapte ideologen

Het zijn de betrapte pedagogen, de verkapte ideologen, die de AfD nu een oproep tot denunciatie en Stasi-methodes verwijten. De minister van Onderwijs van Thüringen, Helmut Holter (Die Linke), voelt zich zelfs herinnerd aan “het donkerste hoofdstuk uit de Duitse geschiedenis”.

Zo vergaat het veel ouders ook, maar dan wel in andere richting. Want zoals bekend hebben in het Nazi-tijdperk staatsgetrouwe pedagogen de jeugd vergiftigd met de ideologie van het regime en andersdenkenden benadeeld. Zo ook in DDR-tijden, toen Holter politicus voor de  Socialistische Eenheidspartij (SED) was, waarmee hij over goede praktische kennis inzake Gesinnungsdiktatur beschikt.

Neutraliteit

Beginnend bij de Duitse grondwet, bestaan er talrijke rechtsnormen die een indoctrinatieverbod en een neutraliteitsgebod inhouden. Derhalve zijn leraren bij politieke onderwerpen verplicht deze op een evenwichtige manier te behandelen.

De praktijk ziet er echter anders uit en voor bezwaren bij de schoolleiding geldt dat ze doorgaans nergens toe leiden. Dat is wat de AfD nu wil verhelpen. Wie met gesprekken en een klacht niet verder komt, kan als laatste middel voorvallen via een contactformulier melden, dat na controle doorgeleid wordt naar de toezichthouder op het onderwijs. Geen wonder dat de politieke activisten die voor de klas staan iets aan voelen komen.

Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

Joelen en klappen voor Angela Davis

“Tweeduizend jongeren joelen en klappen als Angela Davis opkomt”, schreef dagblad Trouw over het bezoek van Davis aan de Sorbonne in Parijs, op 3 mei jl. Het was die dag exact 50 jaar geleden dat de studentenopstand in Parijs begon. Met de actievoerende jongeren anno 2018 joelde de Trouw-verslaggeefster mee. Het portret dat de krant op 8 mei publiceerde is een hagiografie van een zwarte activiste die ooit – en waarschijnlijk nog steeds – de Verenigde Staten graag als ‘Amerikkka’ typeerde (de kkk behoeft hier verder geen uitleg).

Trouw omschrijft de Black Panther-beweging als “een organisatie die streed voor de rechten van zwarte mensen”. Dat lijkt een club met een nobel doel, zoiets als Martin Luther King Jr., maar niets is minder waar. De Black Panther Party was een terroristische organisatie die er niet voor terugschrok politieagenten neer te schieten, maar ook, naar goed radicaal links gebruik, mensen uit de eigen beweging die men ‘verdacht’ vond. Laat Angela Davis nu begin jaren zeventig nauw betrokken zijn geweest bij de Black Panthers. Voor schrijver David Horowitz, ooit een links icoon en medestrijder van Angela Davis en de Black Panthers, was de moord op een vriendin van hem door Panther-activisten het begin van zijn werdegang. Hij bekeerde zich van het marxisme – en alle bevrijdingstheorieën die daarmee verwant zijn – stemde in 1984 op Reagan en verkeert nu in neoconservatieve kringen.

Davis ging onverschrokken voort in de marxistisch geïnspireerde zwarte beweging. Terwijl de meeste communistische sympathisanten na de inval van het Sovjetleger in Praag in 1968 twijfels kregen over het ‘reëel bestaande socialisme’, sloot Davis zich in dat jaar juist aan bij de Communistische Partij van de Verenigde Staten. Geen onverwachte keuze, want van jongs af aan verkeerde zij al tussen een aantal bekende communisten, zoals Herbert Aptheker (de partij-ideoloog) en Herbert Marcuse. In 1970 kwam ze op de opsporingslijst van de FBI nadat ze betrokken was bij de gijzeling in een rechtbank. Doel van de gijzeling was de vrijlating van Black Panther George Jackson, die gevangen zat in de Soledad-gevangenis. Zijn boek over zijn gevangenistijd, Soledad Brother, werd een internationale bestseller. De Nederlandse vertaling (1971) in de ‘Kritiese Bibliotheek’ van uitgevers De Bezige Bij en Van Gennep stond op vele boekenplankjes in studentenkamers. Tijdens de gijzeling werd rechter Harold Haley door zijn hoofd geschoten met een geweer dat op naam stond van Angela Davis. Het activistische verhaal – dat ook terug te vinden is op Wikipedia en bijvoorbeeld in het Historisch Nieuwsblad – pleit Davis vrij van de moord. Maar tijdens het proces in 1972 waarin ze terecht stond, trad Davis op als haar eigen advocaat. Dit betekende dat ze niet aan een kruisverhoor onderworpen kon worden en zelf een aantal getuigen kon oproepen die haar alibi – een partijtje Scrabble op kilometers afstand van de gijzeling – bevestigden. Al die getuigen waren trouwe communisten. Getuigen a charge werden door Davis en haar medestanders weggehoond: ze waren blank, dus konden geen betrouwbaar getuigenis geven. Davis werd vrijgesproken, waarna ze de lieveling van radicaal links wereldwijd werd. Overal werd ze als een ‘martelaar voor de goede zaak’ onthaald. Tegenwoordig is ze overigens actief in de beweging ‘The Prison-Industrial Complex’, die alle gevangenen met een minderheidsachtergrond wil vrijlaten, omdat “ze politieke gevangenen zijn van de racistische Verenigde Staten”.

In 1979 ontving ze in de DDR de ‘Internationale Lenin Prijs voor de Vrede’ (voorheen de Stalin Prijs voor de Vrede). Ze was kandidaat vice-president voor de Communistische Partij tijdens de verkiezingen in 1980 en 1984. Ze steunde de inval in Tsjechoslowakije in 1968 en in Afghanistan in 1979. Pas in 1991 werd ze uit de partij gezet nadat ze afstand had genomen van de coup tegen Gorbatsjov.

Niet dat ze haar marxistische idealen aan de wilgen heeft gehangen. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie in 1992 vormde Davis met communistische medestanders de ‘Committees of Correspondence’. Typerende naam voor een klassieke communistische mantelorganisatie, want de comités hebben als doel “het bevorderen van democratie en socialisme” oor middel van acties, seminars op universiteiten, stakingen, burgerlijke ongehoorzaamheid, etc. In 2008 steunde het comité de campagne van Barack Obama.

Davis is hoogleraar ‘History of Consiousness’ aan de Universiteit van Californië. De naam geeft treffend het cultureel marxistisch curriculum aan dat de studenten kunnen volgen. Een greep: African and African American Studies, ethnic studies, queer theory, feminism, disability studies, histories and theories of race and racialization, animality studies, post-colonial studies, Marxism, psychoanalysis, globalization, history of movements of the left and right, environmentalism, popular culture, cultural studies. Davis’ coming-out als lesbiënne past in dit cultureel marxistische gedachtengoed. Voor haar was het “een politiek statement”, zei ze zelf. Wel gemakkelijk gezegd voor iemand die zich uitspreekt voor een “radicale omverwerping van de kapitalistische klasse”, met een salaris van zes cijfers en een honorarium voor spreekbeurten dat ligt tussen de tien en twintigduizend dollar.

Van 12 tot en met 17 mei is Angela Davis in Nederland voor een aantal spreekbeurten. Ze is een week lang te gast in het programma ‘Moving Together: Activism, Art, and Education – A Week with Angela Davis’, waarin “het werk van Angela Davis centraal staat en dat een divers programma voor een breed publiek biedt”, aldus de organisatoren (waarin bekende namen als Amal Alhaag, Quinsy Gario, en Bojana Mladenović). Davis neemt deel aan het programma-onderdeel ‘Public Dialogue: Radical Solidarity and Intergenerational Coalitions’, en verzorgt de belangrijkste speech, waarin ze ongetwijfeld zal ingaan op identiteitspolitiek, feminisme, intersectionaliteit en andere postmoderne en verhuld marxistische nachtmerries.

Opmerkelijk is dat de week vol politiek activisme een initiatief is van SNDO, School voor Nieuwe Dansontwikkeling. Waarschijnlijk gaan de deelnemers veel joelen en klappen.

Posted on

Verwondende taal en langzaam gif

In het nieuwste nummer van Filosofie Magazine mag de Amerikaanse filosofe Judith Butler haar zegje doen over taal. En dan specifiek over hoe taal pijn kan doen. “Taal kan mensen net zo verwonden als een kogel,” zegt Butler.

Aan haar eigen taalgebruik zal het niet liggen. Haar boeken zijn zo onleesbaar, dat de meeste mensen er niet eens aanstoot aan kunnen nemen. Hoe kan iets onleesbaars je verwonden? Aan de andere kant getuigt haar postmodernistisch jargon van zo’n minachting van het publiek, dat het gewoon pijn doet. Het is een totalitair taalgebruik, dat lezers kleineert en vernietigt. Zo wordt het begrip ‘Marokkaanse straatterreur’ – in het geweld tegen homo’s – door Butler scherp afgekeurd, want de media spelen zo de ene minderheid tegen de andere uit. Ergo: de gutmenschen moeten beide minderheidsgroepen in bescherming nemen tegen de grote boze – lees rechtse – wereld.

Butler staat in de traditie van de net zo onleesbare Franse filosofen uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Lacan, Althusser, Foucault. Zij betoverden het vooral jonge lezerspubliek en vergiftigden hun geest met onnavolgbare opinies. Die jaren waren ook de tijd waarin progressief Europa – en iets later de Verenigde Staten – bakken vol met bagger uitstortten over iedere vermeende tegenstander of andersdenkende. Auteur W.F. Hermans, die zijn meesterlijke pen ook in gif kon dopen, en wetenschapper W. Buikhuizen konden hierover meespreken. Dodelijk waren de geschreven aanvallen op mensen die er een andere visie op nahielden. In die tijd moest taal verwonden.

Butler spreekt zich ook uit over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Vanzelfsprekend moet de joodse staat het daarin zwaar ontgelden. Over de giftige taal die de Palestijnse media en Autoriteit dag in dag uit richting Jeruzalem slingeren, horen we de filosofe niet. Want het maakt natuurlijk nogal uit wie het woord voert en schrijft. Zijn dat rechtse opinies, dan volgt snel een felle (giftige) reactie en is er sprake van ‘haatzaaien’. Dat doet au. Is dat de linkse intelligentsia, dan moeten wij aannemen dat er een uiterst genuanceerde mening wordt uitgesproken, die zo onnavolgbaar is dat het pijn doet aan ogen en oren.

Wat is erger? Gedwongen naar de meningen van Judith Butler luisteren, onder het motto ‘geestelijke marteling’? Of het dagelijkse infuus gevuld met postmodern gebrabbel dat de geesten van mensen langzaam vergiftigt?

Posted on

Hoedt u voor de (pre-/post-/haat-)feiten! Verwijt van ‘post-truth’ keert als boemerang terug

Het is een kleine wereld; terwijl de BBC ‘post-truth’ tot ‘woord van het jaar’ uitriep, werd het in Duitsland ‘postfaktisch’, waarmee in feite het zelfde bedoeld wordt. Daarmee lijkt het sleets geraakte begrip ‘populistisch’ een broertje te hebben gekregen.

Of het begrip even bruikbaar is om iedere oppositie weg te zetten als ‘populistisch’? Ik heb zo m’n twijfels. Het woord populist heeft het immers tot zo’n grote populariteit gebracht, omdat het zo’n vaag begrip is. Niemand kan goed afbakenen wat het begrip nu eigenlijk betekent en pogingen daartoe leveren steeds andere definities of meningsverschillen over de toepassing ervan op. Dat is echter precies wat het woord zo bruikbaar maakt, het begrip is zo rekbaar als de vroegere banvloek ‘fascist’ (Let op: Flink sissen bij het uitspreken!), waarmee stalinisten allen die niet in hun kraam pasten, tot de goelag veroordeelden – van de sociaaldemocraten (“sociaalfascisten”) en de liberalen (“Achter het fascisme staat het kapitaal”) tot de christendemocraten (“clericaal-fascisten”). Met het verwijt een “populist” te zijn, kan men kortom naar believen iedere andersdenkende tegen de vlakte slaan, zonder iets concreets tegen hem te hoeven houden. Op voorwaarde dat men de overmacht van de massamedia in handen heeft uiteraard.

Met begrippen als post-truth en postfaktisch is dat echter niet zo eenvoudig. De betekenis daarvan is gemakkelijk te verstaan als de houding van iemand die zijn mening vanuit zijn onderbuik verkondigd zonder zich van de feiten iets aan te trekken. Gevolg is dat, waar men het begrip populistisch naar believen op kan rekken, het begrip postfaktisch als een boemerang terug kan keren.

Dat gebeurde bijvoorbeeld Kai Gehring, lid van de Duitse Bondsdag voor de Groenen, in het RTL-programma ‘Der Heisse Stuhl’. Daar paarde hij, waarschijnlijk hopend op meer effect, de twee begrippen aan elkaar toen hij Thilo Sarrazin als “postfaktische Populist” wegzette. Dat kon natuurlijk niet goed gaan, wie ook maar vluchtig iets van Sarrazin gelezen heeft, die weet dat de publicaties van de bankier bol staan van de feiten, cijfers, meetbare gegevens. Om deze man minachting voor feiten te verwijten is zo ongeloofwaardig als Moeder Theresa een gebrek aan geloof te verwijten, of te veronderstellen dat Metternich niets van diplomatie begrepen had – ronduit belachelijk.

Slimmere tegenstanders van Sarrazin leggen zich er dan ook liever op toe hem kwade bedoelingen toe te dichten, waartoe hij zijn feiten zou ‘misbruiken’ – wat ze aan de andere kant van de grote plas wel ‘hate facts’ noemen. Maar Gehring wilde zo graag het nieuwe modewoord eens van stal halen dat hij op zijn smoel ging.

Sarrazin kon achteroverleunen en zijn vier aanklagers met één hand op de rug en vervelende feiten in de andere neer maaien. Bijvoorbeeld: “Toen ik in Berlijn senator (wethouder/schepen, red.) was, waren 80 procent van de mannelijke gedetineerden in jeugdgevangenissen van Arabische en Turkse afkomst.” Op dit punt aangekomen is het gebruikelijk om maatschappelijke factoren ter sprake te brengen: Ze zitten in de gevangenis omdat ze gediscrimineerd worden, te weinig kansen krijgen enzovoort. Deze draai probeerde Gehrings bondgenoot Khola Maryam Hübsch te aan de discussie te geven, waar ze overigens een janboel van maakte. De islamitische boekauteur waarschuwde dat men bij de grijpers van Keulen ook de factor moet verdisconteren dat zij niet zo rijk zijn als de gemiddelde Duitser, steekwoord: ‘benadeling’. Maar wat wil ze daarmee nu eigenlijk zeggen? Dat arme mensen fundamenteel meer geneigd zijn tot moreel verwerpelijk daden dan mensen met een dikkere bankrekening? In betere tijden had oprecht links haar daarvoor gelyncht vanwege verachting van de onderklasse of ‘klassenstrijd van boven’. In het tv-programma protesteerden tenminste de toeschouwers in de studio hoorbaar.

De twee andere Sarrazin-aanklagers, presentatrice Annabelle Mandeng en Arnold Plickert van de politievakbond, vermaakten het publiek ondertussen met adembenemende (fake) nieuwtjes. Zo wierp Mandeng tussen dat “Ook Duitse jongeren zich zo zouden kunnen gedragen als jonge mannen in Oudejaarsavond.” Nee, heus? Dat klopt natuurlijk, zoals ook Mandeng zelf zich aan ieder vergrijp waartoe ze fysiek en psychisch in staat is schuldig ‘zou kunnen’ maken. Van doorslaggevende betekenis is echter dat ze dat nooit gedaan heeft, zoals de politie destijds ten aanzien van Keulen van een misdrijf sprak dat nog niet eerder is voorgekomen in Duitsland. De  presentatrice opereert zogezegd ‘pre-feitelijk’. Ze argumenteert met ‘feiten’ voordat deze überhaupt plaats hebben gevonden. De man van de politievakbond maakte vervolgens een ongelooflijk saaie omtrekkende beweging door iets recht te zetten dat Sarrazin nooit gezegd had: “Slechts zeer klein deel van de vluchtelingen is crimineel.” Je meent het!

Moraal van het verhaal: ‘Postfaktisch’ is als begrip om politieke opponenten de mond te snoeren niet alleen nu al bot, het gebruik ervan kan zich ook tegen je keren. Dat geldt in het bijzonder voor degenen die dit nieuwe wapen zelf in stelling hebben gebracht, de verdedigers van de ‘politieke correctheid’. Want juist die ‘correctheid’ stoelt op de veronderstelling dat men met feiten ‘gevoelig’ om moet gaan. Zeg, feiten ofwel te versluieren: “Ach, weet u, dat ligt allemaal heel gecompliceerd.” Dan wel de feiten volledig onder de mat te schuiven.

Daarmee nemen de verdedigers van de politieke correctheid echter geen genoegen. Ze willen bovendien dat de gewone mensen met hun verachtelijke ‘borrelpraat’ ook niet meer over de ‘verkeerde’ feiten spreken. Maar hoe pak je zoiets aan? Daarvoor heeft de Noord-Duitse publieke omroep NDR een goed idee: Wanneer men bepaalde woorden uit het spraakgebruik verbant, dan verdwijnt al snel ook de waarneming van de zaak die het woord beschrijft, zo veronderstelt de staatszender. ‘Uit de woordenschat, uit de onderbuik’, luidt het devies. De NDR-schrijfster beklaagt zich over “rechtse taal in de media”, waar tegen zij zich in het verweer stelt, door een zwarte lijst aan te leggen van woorden die niet meer gebruikt zouden mogen worden – zoals “vluchtelingengolf” of “vluchtelingenstroom”. Hier zou sprake zijn van “dehumaniserende watermetaforen”. Ach toch! Geldt dat ook voor de zomerse “toeristenstroom” of steeds terugkerende “modegolven”? Worden de reizigers door deze metafoor ‘gedehumaniseerd’? Komt de voorjaarscollectie ons als bedreiging voor omdat ze als een golf verschijnt? Lastige vragen, haatvragen! Ook “bovengrens” mag niet meer gezegd worden, want dat “stelt een natie als een vat met een beperkte ruimte voor”, aldus de NDR. De Duitse natie is met andere woorden strikt te verstaan als een “vat met onbeperkte ruimte”. Als ik het goed heb, was er in Berlijn ooit een Oostenrijker aan het bewind die van iets dergelijks droomde.

Maar dat is nog niet alles, want verderop in het stuk kom de cognitiewetenschapper Elisabeth Wehling aan het woord, die uitlegt waar het werkelijk om gaat: Met ieder woord worden in de hersenen “bepaalde duidingskaders geactiveerd, en deze duidingskaders  zeggen u dan hoe een zaak is”. Daar hebben we het dan eindelijk: Het komt er helemaal niet op aan ‘wat’ een zaak is (feiten), maar veeleer ‘hoe’ we die zaak moeten zien, op de correcte wereldbeschouwing dus. En daar hebben de hoeders van de taal een zeer belangrijke taak, die George Orwell reeds in zijn roman ‘1984’ beschreef. Daarin werkt een heel ministerie er aan de taal steeds zo om te vormen dat ze in het ‘duidingskader’ van de regeringspropaganda past.