Posted on

Multimiljonair Trump begrijpt arbeiders beter dan links

Links kan en wil het economisch nationalisme van Trump en de Brexit niet begrijpen, want ze heeft geen enkele binding meer met arbeiders die hun werk en leefomgeving bedreigd zien door migranten en kosmopolieten.

De Duitse journalist Hans Magnus Enzensberger muntte in de vorige eeuw de treffende beeldspraak van de samenleving als een treincoupé. In de tijd dat treinen nog afzonderlijke coupes kenden, was dit een herkenbaar beeld: je zit met z’n tweeën in de trein en na een stop meldt zich een nieuwe reiziger in de coupé. Er ontstaat onrust en wrevel. De derde persoon neemt plaats, maar van beide kanten is er onmin. Dat blijft totdat een nieuwe reiziger ook plaats wil nemen in de coupé. Zodra deze aanstalten maakt om te gaan zitten, vormen de twee oorspronkelijke reizigers samen met nieuwkomer nummer drie een onzichtbaar verbond tegen nummer vier, de nieuwste reiziger. Enzensberger wilde met dit beeld duidelijk maken hoe migratie werkt in de samenleving. Vraag eerste of tweede generatie gastarbeiders wat ze vinden van nieuwe landgenoten en het antwoord zal, overal ter wereld, luiden: “Er moeten niet teveel komen, want ze verpesten het voor ons.”

Succesvolle migranten

In de geschiedenis van migratie naar westerse landen is dat een constante. Paul Scheffer in de discussie naar aanleiding van zijn spraakmakend essay ‘Het multiculturele drama’: “De vraag blijft in welke mate de succesvolle migranten zichzelf nog willen zien als zaakwaarnemers van hun eigen gemeenschap. Mijn indruk is dat velen in deze nieuwe middenklasse zich los hebben gemaakt van de problemen in hun gemeenschap.” De constante dat succesvolle migranten zich voegen bij de al bestaande middenklasse en tot grote verwondering van linkse journalisten en wetenschappers gaan stemmen op rechtse partijen die kritisch zijn over migratie en de multiculturele samenleving.

In de Verenigde Staten stemt zo’n 30 procent van de Latino’s op Trump, ondanks het beleid dat illegale immigratie wil stoppen. Zoals bijvoorbeeld Sylvia Menchaca Abril, eigenaar van een Mexicaans restaurant in Phoenix (AZ), die over Trump in een BBC-reportage zegt: “Ik ken hem en ik geloof dat hij begrijpt dat we met z’n allen er aan werken om Amerika weer groot te maken. Ik denk niet dat hij tegen Latino’s is, maar hij is tegen de problemen die over de grens binnen komen.”

Klootjesvolk

Ooit stond links voor de verheffing en emancipatie van de arbeidersklasse. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw kon die arbeider voor het eerst een eigen huis kopen en wilde hij niet meer dan met de caravan op vakantie en kijken naar TROS-programma’s. Halverwege de jaren zestig bestempelden de Provo’s de arbeiders daarom al denigrerend als ‘klootjesvolk’. Niets ergers dan burgerlijke idealen.

De arbeiderspartij bij uitstek, de Partij van de Arbeid, werd overgenomen door identitaire belangengroepen: feministes, homoseksuelen en allochtonen. Ze kwam niet meer op voor de arbeider, maar verkocht haar ziel aan politieke en maatschappelijke minderheden. De berendans van André van der Louw op het vernieuwingscongres van de PvdA in 1969, was een dans op het graf van de klassieke arbeidersbeweging. Daarna was het einde verhaal voor de sociaaldemocratie. De arbeiders werden uit hun stadswijken naar Lelystad en Purmerend verdreven. Hun plaatsen werden ingenomen door of yuppies (Jordaan) of allochtonen (Schilderswijk). De partij deed nog een paar zielige pogingen om de arbeidersstem terug te winnen – Joop den Uyl in de ‘André van Duin Show’ (1981). Maar met Jan Schaefer stierf in 1994 – symbolisch het eerste jaar van het Paarse kabinet Kok – de laatste arbeider in de PvdA.

Eerste kabinet Kok

Het eerste kabinet Kok, de vakbondsman die ooit op de schouders van scheepwerfarbeiders in Schiedam werd rondgedragen, was niet het begin van het einde van de sociaaldemocratie, maar eerder het sluitstuk. Het verloochenen van de socialistische principes en het op zolder opbergen van het ‘roode vaandel’ was al enkele decennia eerder begonnen, toen links zich overleverde aan protest- en identiteitspolitiek. Zelfs de communisten moesten er aan geloven; de gestaalde kaders werden verdreven door getuinbroekte feministes en biodynamische milieufreaks. Legendarisch is de boosheid van een lokale communist, ergens in de Groningse ommelanden: “Ze hebben de strokarton-industrie uitgekleed en nu maaien ze niet eens meer de bermen langs de weg. Allemaal voor het milieu, zeggen ze, maar het is toch levensgevaarlijk voor het verkeer!”

Het neoliberalisme begon niet met Paars I, maar had in de jaren zestig de linkse protestbeweging al overgenomen. De commercie rook geld en nieuwe, vooral jonge consumenten, en speelde behendig in op de toegenomen welvaart, de nieuwe popmuziek en de vernieuwende mode.

De arbeider

De arbeider was ondertussen al lang uitgeweken naar andere partijen (DS70, met de zoon van de sociaaldemocratische godfather Willem Drees, Centrumpartij/Centrumdemocraten en PVV). Alleen de SP vormt een uitzondering op deze regel, maar het is niets voor niets dat de socialisten door nieuwlinks en de identiteitspolitici zo onder vuur liggen. Want de arbeider heeft geen boodschap aan open grenzen, rekeningrijden en klimaatheffingen.

Links kan en wil het economisch nationalisme van Trump en de Brexit niet begrijpen, want ze heeft geen enkele binding meer met arbeiders die hun werk en leefomgeving bedreigd zien door migranten en kosmopolieten. “De enige manier om de migranten uit Oaxaca te veranderen in middenklasse-stemmers, vergelijkbaar met conservatieve Cubaanse migranten, is het sluiten van de grenzen en het toelaten van diverse en legale immigranten op basis van bekwaamheid”, schrijft Victor Davis Hanson in zijn boek ‘The Case for Trump’.

Democratische revolte

“Dit ging helemaal niet over de Europese Unie of over buitenlanders, zij zijn slechts de totem van waar mensen zich tegen verzetten: verandering”, zegt Sir John Hayes in een beschouwing in De Groene Amsterdammer over de Brexit. “Wij van de leave-kant hebben begrepen waar het referendum echt over ging. Dit is een spirituele beweging, een van emotie en gemeenschap – daar is niets irrationeels aan.” De Britse politicoloog Matthew Goodwin zegt in datzelfde artikel: “We moeten deze opstand niet zien als de omverwerping van liberaal-democratie, maar een correctie daarop. In de kern is dit een democratische revolte. Dat bewijzen de cijfers, mensen aan de oostkust zijn niet tegen democratie. Ze willen juist méér gehoord worden. Al keren ze zich wel tegen liberale waarden, dat is niet mooi maar het is te makkelijk om ze dan maar af te schrijven als een stelletje racisten.” In het Engelse Luton zijn blanken in de minderheid. En toch stemde ook daar een meerderheid voor het verlaten van de EU. Het gelijk van Hans Magnus Enzensberger.

Posted on

Identiteitspolitiek is neoliberale natte droom

“Het is wáár dat er in Nederland vele culturen leven. Maar de multiculturele samenleving als ideaal is mislukt. Er is nauwelijks integratie. Bevolkingsgroepen leven veelal gescheiden van elkaar. Kijk eens in het onderwijs: we hebben zwarte en witte scholen. In de steden hebben we zwarte en witte wijken. Kijk eens in het openbare leven. Je kunt nog zo mooi zeggen ‘we leven allemaal vrolijk met elkaar’, maar dat is gewoon niet waar.” Uitspraken van een (extreem)rechtse politicus? Nee, het zijn citaten uit het interview dat Marieke Hoogwout van Vrij Links had met Tweede Kamerlid Jasper van Dijk. De volksvertegenwoordiger van de SP sprak stevige woorden over de illusie van open grenzen, over de noodzaak van islamkritiek, en de race to the bottom door arbeidsmigratie.

Verontwaardiging

Er stak een storm van verontwaardiging op. De termen ‘racist’ en ‘fascist’ spatten van de schermen. Niet uit de hoek van rechtse partijen, maar juist vanuit het progressieve kamp. Van Dijk werd op sociale media met pek en veren besmeurd, op dezelfde dag dat SP-leider Lilian Marijnissen hetzelfde overkwam na haar uitspraak dat “arbeidsmigratie de lonen in Nederland onder druk zet”. Zelfbenoemde antifascisten briesten: “De SP vist in de bruine electorale vijver van de PVV en het Forum voor Democratie.”

Deze vertegenwoordigers van de zogeheten identiteitspolitiek – uit de bekende hoek van Bij1 en GroenLinks – laten hiermee zien dat ze niet links zijn in de klassieke zin, maar gewoon liberaal. Ze zeggen dat ze voor een inclusieve samenleving zijn, maar ze zijn helemaal niet inclusief maar eisen voortdurend erkenning. Erkenning van hun zogenaamde slachtofferschap. Hiermee past hun ideeëngoed naadloos in de postmoderne liberale orde, die stelt dat wat je overkomt je eigen schuld is, dat ziekte een keuze is, en dat als je niet mee kan komen je een loser bent. Het leeft van slachtofferschap en de race wie het ergste slachtoffer is, is nog lang niet gelopen.

Yippies werden yuppies

De propagandisten van identiteitspolitiek – de antiracisten, antifascisten, de inclusie-denkers, de genderadepten – krijgen vaak het stempel ‘cultuurmarxisme’. Maar dat is een slecht gekozen term, die geen recht doet aan de realiteit. Want het zijn helemaal geen marxisten, het zijn liberalen. De revolutionaire geest van de jaren zestig, waar tegenstanders de bron van het cultuurmarxisme leggen, werd namelijk al snel omgevormd in de geest van Veronica: lekker jezelf zijn, lekker doen waar je zin in hebt. Het revolutionaire vuur van Mao- en Castro-volgelingen doofde spoedig. Yippies werden Yuppies.

Jerry Rubin, een van de grondleggers van de protestbeweging die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 hun kandidaat presenteerden – Pigasus, een 66 kilo zwaar varken – stierf in 1994 als een multimiljonair. Zijn medestanders volgden vaak dezelfde weg, creëerden lucratieve universiteitsposten en betrokken luxe appartementen of statige herenhuizen. Ze waren studenten, afkomstig uit de middenklasse, en ze hebben geen enkel idee van wat er leeft in de arbeidersklasse; het klootjesvolk, het plebs.

Slachtofferschap

Vleesgeworden liberalen, die hun progressieve schuldbewustzijn afkopen met een veganistisch dieet, maar ondertussen wel die alternatieve wandelvakantie door Vietnam boeken. Ze grossieren in slachtofferschap. Daarin onderscheiden ze zich van klassieke marxisten. Die spreken namelijk niet over slachtofferschap, maar over macht. De legendarische uitspraak “Het maakt nogal uit wie over de zweep praat: het paard of de voerman!” was een klassieker in socialistische kringen. Zoals rechtse partijen (PVV, FvD, VVD) niet conservatief, maar liberaal zijn, zo zijn progressieve partijen (GroenLinks, D66, PVVD) niet links, maar liberaal.

De voorstanders van open grenzen en identiteitspolitiek verdedigen uiteindelijk de liberale politiek waar multinationals baat bij hebben. De strijd voor het klassieke huwelijk tussen man en vrouw werd in sommige staten in de Verenigde Staten niet verloren omdat een politieke meerderheid er tegen was, maar omdat het bedrijfsleven zich er tegen keerde. De grote bedrijven staan zich voor op inclusief personeelsbeleid en lopen voorop met de LHBT-kleuren.

Vandaar dat Jasper van Dijk stelt dat “het sprookje van de open grenzen de natte droom van het bedrijfsleven is”. Progressieve identiteitspolitiek is niet antikapitalistisch, maar is al tevreden met regenboogtompoezen en gender-neutrale rompertjes bij de HEMA. Daarmee lopen de politieke en ideologische scheidslijnen niet langer tussen links en rechts, maar tussen nationalisme en kosmopolitisme en tussen onderklasse en elite. Voor echte conservatieven biedt dit nieuwe onverwachte bondgenoten. En dat zou zomaar bijvoorbeeld de SP kunnen zijn.

Posted on

Onverdraagzaam fanatisme extreemlinks leidt tot terreur

Op 19 januari 1984 gooiden zelf benoemde ‘anti-apartheidsactivisten’ – lees: barbaren – de bibliotheek van de Nederlands Zuid-Afrikaanse Vereniging in een Amsterdamse gracht. Twee jaar later belegerde dezelfde mensensoort een hotel in Kedichem, waar de Centrumdemocraten van Hans Janmaat een bijeenkomst hielden. Het gebouw werd in brand gestoken en bij de secretaresse van Janmaat moest na hun vluchtpoging een been worden geamputeerd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was Nederland regelmatig het toneel van veldslagen tussen krakers en hun sympathisanten enerzijds en de overheid en de bevolking anderzijds. Rellen in Amsterdam waren in die jaren aan de orde van de dag, en ook in Groningen, Utrecht en Nijmegen werd door krakers en andersoortige activisten terreur uitgeoefend. Ook het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985 voltrok zich deels in wolken traangas.

De terreur ging nog een stap verder in 1991 met de bomaanslag op het huis van staatssecretaris Aad Kosto, verantwoordelijk voor het vluchtelingenbeleid. De jaren daarvoor werden benzinestations en groothandels, die handel dreven met onder meer Zuid-Afrika, in de brand gestoken. De aanslagen werden opgeëist door RaRa, de Revolutionaire Anti-Racistische Actie. Eén lid van deze terreurgroep werd ooit veroordeeld. Hij woont tegenwoordig in Venezuela!

Voorlopig dieptepunt is de moord op Pim Fortuyn in 2002, die bij ieder publiek optreden al werd belaagd door linkse activisten. En uit eigen ervaring weet ik dat om die moord in progressieve kringen geen traan is gelaten. En al die jaren, tot de dag van vandaag, moeten politici en schrijvers rekening houden met bekladde ramen en muren en dichtgekitte sloten, alleen omdat ze in de ogen van de ‘activisten’ – lees: terroristen – er een verkeerde mening op na houden.

Civitas Christiana

Het laatste slachtoffer van deze linkse terreur is Civitas Christiana. De mensen van deze bij Nijmegen gevestigde stichting staan al regelmatig bloot aan laster en fysiek geweld. Linkse activisten verstoren hun manifestaties. ‘Havanna aan de Waal’ was altijd al een broeinest van extreemlinkse acties. Nu hebben zij afgelopen week het kantoor van Civitas beschadigd en beklad. Uiteraard in de nacht en anoniem, want het daglicht verdragen zij niet.

Het is niet moeilijk te achterhalen uit welke hoek deze activisten komen. Via geplakte stickers en een pamflet (inclusief spelfouten en slechte grammatica) laten zij hun geloofspapieren zien. De verklaring bevat de bekende ronkende zinnen als “Het uiterst conservatieve gedachtegoed van Civitas Christiana is een aanval op ons allen en is exemplarisch voor het politieke klimaat waar we in leven. We moeten als progressieve idealisten ons niet laten verdelen maar zien dat onze strijd een geheel vormt voor een wereld waar gelijkheid, solidariteit en vrijheid centraal staan.”

Voorhoedegedachte

Wie zijn die “allen”? “Exemplarisch politiek klimaat”? Het is opmerkelijk dat activistische minderheden altijd voor ons “allen” praten. De voorhoedegedachte zit diep in de genen bij extreemlinks. En het politieke klimaat lijkt me wat betreft de speerpunten van het anonieme linkse groepje (recht op abortus, rechten voor transgenders, vernietiging patriarchaat) beter dan ooit. De terreurachtergrond van hen wordt echter helemaal duidelijk met deze zinsnede: “Ze zien het als hun missie om katholieke beschaving te verspreiden en om de progressieve waarden die voortkwamen uit bijvoorbeeld de Franse revolutie en de sociale bewegingen uit de vorige eeuw teniet te doen.”

Terreur van links

De Franse revolutie zette namelijk de toon voor de terreur van links. Het was, net als de revoluties in de 20ste eeuw in Rusland, China, Vietnam, Cuba, en Cambodja, een staatsgreep door een fanatieke en intolerante minderheid. Na 1795 maakte de guillotine overuren, net zoals de geheime politie in genoemde landen in de vorige eeuw mensen voor het executiepeleton plaatste.

De voorhoede, het kleine groepje partijleiders, moet het volk leiden naar een glorieuze toekomst. Die toekomst, de marxistische transformatie van socialisme naar communisme en het afsterven van de staat, werd door de ‘proletarische voorhoede’ keer op keer uitgesteld. Zogeheten ‘vijanden van het volk’ belemmerden de realisering van de ‘heilstaat’ en werden daarom opgespoord, verbannen en vermoord. En waar de linkse extremisten er niet in slaagden de macht te grijpen, organiseerden ze zich in terroristische groepen, die het volk rijp moesten maken voor het ‘rode paradijs’.

Alleen al het lezen van biografieën van partijleiders of terroristen laat zien dat de weg naar het paradijs, de heilstaat, niet geplaveid is met goede bedoelingen, maar met de dode lichamen van honderdduizenden onschuldige mensen. Dit scenario is keurig samengevat in ‘De revolutionaire catechismus’ (1869) van Sergej Netsjajev. De catechismus is een opsomming van 26 stellingen met slechts één thema: vernietiging. Stelling 6 bijvoorbeeld:

“Tiranniek ten opzichte van zichzelf, moet hij [de revolutionair] ook tiranniek ten opzichte van anderen zijn. Hij moet alle zachtzinnige, verzwakkende gevoelens van verwantschap, liefde, vriendschap, dankbaarheid en zelfs van eer in zichzelf onderdrukken en moet de ijskoude, doelgerichte hartstocht voor de revolutie ruimte geven. Voor hem geldt slechts één vreugde, één troost, één loon en één bevrediging — het slagen van de revolutie. Dag en nacht mag hij maar één gedachte, één doel voor ogen hebben — de meedogenloze vernietiging. Terwijl hij onvermoeibaar en koudbloedig dit doel nastreeft, moet hij bereid zijn, om zichzelf te vernietigen en met zijn eigen handen alles te vernietigen, wat de revolutie in de weg staat.”

Geldingsdrang

De vraag is waarom mensen overgaan tot dit denken en handelen? Natuurlijk zullen er een paar naïeve idealisten zijn die oprecht denken dat ze aan het werk zijn voor een betere wereld. Voor de rest zal het een mengsel zijn van geldingsdrang, “kijk mij eens bezig zijn voor de goede zaak” en rauwe machtspolitiek. Binnen links lopen heel veel machtswellustige mannen en vrouwen rond, die bereid zijn heel ver te gaan om hun doel te bereiken. Opnieuw, lees de biografieën van de partijleiders. Overtuigd van hun eigen gelijk zijn ze voortdurend op zoek naar doelwitten, binnen én buiten de organisatie. Het elkaar de maat nemen – hoe ver durf jij te gaan, hoe radicaal ben jij eigenlijk? – leidt bijvoorbeeld tot nachtelijk activisme. Zogenaamd voor de goede zaak, maar feitelijk een wedstrijdje elkaar ophitsen wie het meeste durft. Je moet ook wat, als je de hele dag in touw bent voor de realisering van het rode paradijs. Nescio had er een mooie roman over kunnen schrijven.

De jongens en meisjes die afgelopen week het kantoor van Civitas Christiana bekladden zijn een slap aftreksel van de terreur van de Russische nihilisten die zich lieten leiden door ‘De revolutionaire catechismus’. Maar ze staan, net als de anti-apartheidsactivisten en antiracisten, wel degelijk in dezelfde traditie, die begint met intimidatie, geweld, intolerantie, minachting en uiteindelijk leidt naar terreur.

Posted on

Anton Jäger en Sid Lukkassen in debat over cultuurmarxisme

Vrijdag is ‘vrijdenkers dag’ bij Klara, een in België geproduceerd radioprogramma/podcast, gepresenteerd door Werner Trio. Onlangs vond daar – naar aanleiding van een bundel over dat onderwerp – een interessante discussie plaats over ‘cultuurmarxisme’, waarin Sid Lukkassen de degens kruiste met Anton Jäger, terwijl Eric Hendriks telefonisch werd geconsulteerd over het onderwerp in relatie tot de Mao’s ‘Culturele Revolutie’ in het China van 1966 tot 1976.

Jäger zet aan het begin uiteen hoe hij het begrip cultuurmarxisme opvat, namelijk als een “rechtse benaming voor een bepaalde tendens ter linkerzijde om maatschappelijke kwesties door de lens van cultuur te gaan interpreteren en dan vooral ook politiek als een culturele taak te gaan opvatten”. Lukkassen stelt daartegenover dat cultuurmarxisme al een oudere term is en niet specifiek een moderne rechtse benaming voor een links verschijnsel. Integendeel zelfs: oorspronkelijk wordt de term in de 60-er jaren al benut in academisch-filosofische kringen. Hij zet uiteen dat het marxisme geleidelijk aan het pad van de economie ontstijgt en inmiddels wordt toegepast in termen van cultuur.

http://www.novini.nl/cultuurmarxisme-een-strijd-om-het-denken/

Met andere woorden: waar het oorspronkelijke marxisme gelijke uitkomsten en opbrengsten bepleit voor deelnemers in de economie, is het nu kennelijk populair hetzelfde toe te passen in het denken over de uitkomsten en opbrengsten van cultuur. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de magere economische en culturele resultaten van Afrikaanse landen, die categorisch worden geweten aan de – voormalige – kolonisatiedrang van het Westen. Dit bracht bijvoorbeeld de Amsterdamse hoogleraar Gloria Wekker tot de slotsom dat “de witte, westerse mens een per definitie racistische mens is”, vanwege het feit dat de vigerende – ‘witte’ – cultuur zou zijn gevestigd uit middelen die zijn vergaard in de koloniale tijd.

Zowel Jäger als Lukkassen gaan diep in op de grondslagen van de filosofie achter het cultuurmarxisme, hetgeen deze podcastaflevering absoluut de moeite waard maakt om te beluisteren.

Posted on

Cultuurmarxisme: een strijd om het denken

Een complottheorie voor extreemrechts? Dat is hoe de term cultuurmarxisme, die onlangs opdook in het Nederlandse publieke debat, veelal wordt weggezet. Met die Pavlovreactie kan ook de bundel “Cultuurmarxisme” worden neergesabeld in de kritieken, zo er überhaupt al aandacht aan wordt besteed. Let wel: een oordeel dat al geveld is voordat er een letter is gelezen.

Dit geeft cultuurmarxisme al enigszins weer als waartoe het in leven is geroepen: een strijd om het denken. Want wat is cultuurmarxisme? Is het gelijk aan de politieke correctheid? Marx toegepast op de cultuur?

De term wordt regelmatig als onwerkbaar beschouwd. Bovendien zouden er geen cultuurmarxisten bestaan. In dit boek schrijft daarentegen iemand mee die zichzelf als voormalig cultuurmarxist bestempelt. Puck van der Land nam jarenlang mee aan het ‘cultuurmarxistische samenlevingsverband’ van de Rotterdamse commune, wat stil ter ziele ging in 1991.

Deze bundel, waar dertien auteurs aan meeschreven, geeft een overzicht van de invloed van het nieuwe en naoorlogse marxisme op verscheidene vlakken van de Nederlandse samenleving en binnen het grotere geheel van de westerse wereld. De revolutionaire en marxistische invloeden in de wetenschap en het onderwijs, kunst en cultuur, politiek en media worden beschreven en bediscussieerd. Maar daarvoor moeten we eerst terug naar die ene Italiaanse ideoloog.

Gramsci

Medeauteur Sid Lukassen duikt met ons in de invloed van Antonio Gramsci (1891-1937), de leider van de Italiaanse communistische partij ten tijde van Mussolini, die zijn electoraal verlies verklaarde doordat de arbeiders cultureel nog niet waren voorbereid op de marxistische revolutie. Daarom wilde Gramsci de heersende hegemonie van traditionele en religieuze waarden doorbreken om de voorwaarden te scheppen voor de communistische heilsstaat.

Het huidige links kampt met een soortgelijk probleem van mensen die overstappen van socialistische partijen naar bijvoorbeeld de PVV of Front National. Het cultureel conservatieve Europa staat hierin tegenover een ‘diversiteitsdenken’. De perfect storm van het islam-en immigratiedebat, het EU-debat en de vluchtelingencrisis hebben deze tegenstellingen op scherp gezet. Ironisch genoeg kiest West-Europa doorgaans voor een kosmopolitisme met de ontchristelijkte waarden van compassie en openheid, waar het voormalige Oostblok veelal de christelijke identiteit benadrukt.

Gramsci’s cultuurmarxisme betreft de vraag hoe de heersende klasse de instemming van de ondergeschikte klasse verkrijgt en hoe die laatste de oude orde kan omverwerpen en een nieuwe opbouwen. Het verschil tussen Oost-en West-Europa is het verschil tussen Marx en Gramsci, tussen economisme en marxisme als cultuurgoed. Autoriteiten, tradities en historische instituties inspireren loyaliteiten bij de burgers aan koning, kerk en kapitaal, die doorbroken moeten worden. In het Westerse socialisme werd economisme ondergeschikt aan de culturele benadering.

Het nieuwe marxisme

De nieuwe marxistische theorievorming die hiervoor noodzakelijk bleek, werd grotendeels ingevuld door de Frankfurter Schule, die de kritische theorie ontwierp als de ultieme toepassing van de revolutie op de Westerse cultuur. De superstructuur, die bij Marx slechts van ondergeschikt belang was, werd een obsessie voor de nieuwe marxisten.

Gramsci formuleert dit als een revolutionaire stellingenoorlog (WOI) in vergelijking met de snelle revolutie in Rusland. Het is een permanente revolutie die minderheden mobiliseert om de culturele hegemonie te doorbreken. Cultuurmarxisme mobiliseert bijgevolg minderheden tegen de hoofdcultuur en ook de islam leent zich daarvoor.

Zo besteedt historicus Jan Herman Brinks aandacht aan wat hij noemt het ‘drievoudig falen’ van westerse fellow travellers tegenover de totalitaire krachten van het bolsjewisme, maoïsme en islamisme. In de islam is een nieuw proletariaat gevonden dat gered moet worden en dat de blinde intelligentsia noopt om de bevolking opnieuw op te voeden in antifascisme en multiculturalisme.

De uiteindelijke emancipatie

De ultieme bevrijding van het individu, het einddoel van de geschiedenis, moet in het cultuurmarxisme bereikt worden door de mens los te maken van traditionele instituties en autoriteiten. Als zaadjes in een bevroren stuk grond van culturele gewoonten moet men tot ontkieming worden gebracht door het ploegwerk van de staatsmacht.

Het boek is tevens de academische last stand van redacteur Paul Cliteur. Het is een aanklacht tegen de politieke correctheid en tegen de lange mars door de instituties: het veronderstelde cultuurmarxistische project dat ernaar streeft om door geweldloze ondermijning van democratische en niet-politieke instituties macht te verwerven voor het individu.

Zoals genoemd richt cultuurmarxisme zich op de cultuur, waar het klassieke marxisme de economie het primaat gaf, en probeert het de culturele hegemonie binnen de kranten, omroepen en andere media te verkrijgen door de enkeling te emanciperen. Cliteur bestrijdt specifiek de ‘cultuurmarxistische oorlog’ tegen de democratie. Hij ontwaart een zestal cultuurmarxistische trends, waaronder postmodernisme, cultuurrelativisme en identity politics, die consequent toegepast tot het einde van de democratie leiden.

Ironisch genoeg noemt Cliteur hier Karl Popper’s motto om totalitaire uitdagingen te weerstaan: “Geen tolerantie voor de intoleranten.” Een leuze die 80 pagina’s verderop door Brinks wordt verwoord als “geen vrijheid voor de vijanden van de vrijheid”, maar daar als adagium van zowel de Franse als de Russische revolutie geldt.

Is dit credo nu te gebruiken ter bescherming van de democratie tegen totalitarisme en het zogenoemde cultuurmarxisme? Of ging het ontstaan van de moderne democratische idealen gepaard met een kreet die via het liberalisme en bolsjewisme ook in het cultuurmarxisme terecht is gekomen en daarin juist een bedreiging vormt voor onze democratische instituties door ook deze tot in den treure te ‘democratiseren’?

Het laatste essay van deze bundel biedt een uitweg uit deze impasse.

De permanente revolutie

Socioloog Eric Hendriks beschrijft hoe een neo-marxistisch denkschema bestaande uit een tweedeling tussen onderdrukkers en onderdrukten, fundamenteel is voor het cultuurmarxisme en het links-identitaire acitivisme. De oorsprong van dit binaire tweedelingsschema is ouder dan het marxisme en vindt zijn origine in de Franse Revolutie en de absoluut gewaande tegenstelling van gewone burgers tegenover de geprivilegieerden. Mensen uit de adellijke stand kwamen onder de gevreesde guillotine op basis van hun groepsidentiteit. Dat is de politieke misgeboorte van de democratische verlichtingsidealen. Hendriks noemt dat ware diversiteit nooit binair, eenduidig of politiseerbaar is. Door middel van deze theoretische vereenvoudiging is de permanente revolutie desondanks in de moderniteit binnengedrongen en het egalitaire activisme is nooit meer uit de samenleving verdwenen.

In het marxisme kwam dit dualisme terug in de mobilisatie van de arbeiders tegen de kapitalisten. En in de jaren ’60 en het hedendaagse activisme is er sprake van een ‘wit privilege’ of een ‘mannenprivilege’ en komt de tweedeling terug in een veronderstelde strijd van ‘bruin tegen blank’, vrouw tegen man, student tegen docent, kind tegen ouder en allerhande dwaze en generaliserende scheidslijnen.

Hendriks besluit met een oproep om de Revolutie voor altijd achter ons te laten. Deze zit nochtans dieper in ons systeem dan we zelf kunnen toegeven. De huidige politieke correctheid bewijst dat.

N.a.v. Paul Cliteur e.v.a., Cultuurmarxisme. Er waart een spook door het Westen (Aspekt: Soesterberg, 2018), paperback, 300 pagina’s.

Posted on

Linkse Duitse krant wordt niet meer gedrukt

De linkse Tageszeitung (taz) zal naar verwachting vanaf op zijn laatst 2022 niet meer in gedrukte vorm verschijnen.

Karl-Heinz Ruch, directeur van het dagblad, heeft de leden van de coöperatie van de krant medegedeeld dat de middelen van het blad vanaf 2021 niet meer toereikend zullen zijn om in gedrukte vorm te verschijnen. De oplage was recent naar circa 50.000 gedaald – voor een landelijke krant met volledige redactie nogal mager.

In de toekomst moet de krant alleen nog op internet bestaan. Hoe hier de middelen voor een volledige professionele redactie dan gerealiseerd moeten worden blijft onduidelijk. Ook het bereik van de taz op internet loopt terug.

De Tageszeitung werd in 1978 opgericht als links alternatief voor de bestaande socialistische en communistische dagbladen en was de krant van de jonge Groene beweging. Niet alleen de algemene malaise van de gedrukte media brak de krant uiteindelijk op. Wat ook een rol zal spelen, is dat veel andere, ook ooit conservatieve of rechts-liberale media opgeschoven zijn richting het wereldbeeld van de Groenen, waardoor de markt voor de taz krapper is geworden.

Posted on

De censuur-collusie van de politieke klasse en de tech-giganten

Er loopt een regelrechte lijn tussen de Berkeley Free Speech Movement van 1964 en de gecoördineerde actie van mediagiganten Apple, Facebook, YouTube en Spotify om Alex Jones’ Infowars uit de lucht te halen. De rode draad is de linkse reflex om andere meningen en overtuigingen te verbannen en te verbieden. Hoewel een aantal kritische denkers, zoals George Orwell en Arthur Koestler, die tirannieke houding van links al voor de jaren zestig van de vorige eeuw door hadden, ging in het revolutionaire decennium van The Beatles en de Soixante-huitards het demoniseren van politieke andersdenkenden helemaal los. Om ons tot Nederland te beperken: de ludieke erfenis van provo werd al snel giftig in het totalitaire optreden in eigen gelederen van krakers in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (1987), de brandbommen tegen Janmaat cs. in Kedichem (1986) en “U bent een buitengewoon minderwaardig mens” van sociaaldemocraat Marcel Dam (1997). De jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw waren ook de jaren waarin door de overheid gesubsidieerde radicaal-linkse clubs zich toelegden op het “in kaart brengen van politieke tegenstanders”- lees: andersdenkenden die het label ‘fascist’ kregen. Met belastinggeld werden connecties “blootgelegd” tussen enerzijds neonazi’s en anderzijds brave EO-ers en DS70-ers.

De laatste bijdrage aan de totalitaire geschiedenis van “de Groene Khmer” (Robert Lemm) is van de  hand van journalist en filosoof Jaap Tielbeke (De Groene Amsterdammer, De Correspondent). Tielbeke vindt het helemaal geen probleem dat “rechtse onruststokers” geen podium in de media meer krijgen. Hij brengt het slim. Hij gaat uit van de stelling: “het recht om iets te vinden, impliceert nog niet het recht om gehoord te worden”. Ergo: rechtse meningen mogen niet in de media worden geventileerd. Iets anders is volgens Tielbeke dat je deze groepen onderzoekt en analyseert. “Je mag best kritische vragen stellen of de context schetsen waarin dit soort groepen opereren.” Dat Alex Jones geen stem meer krijgt zal Tielbeke toejuichen. Dat er weer allerlei onderzoeken plaatsvinden naar mogelijke dwarsverbanden tussen conservatieve mensen en groepen zal de filosoof toejuichen. Links juicht ‘corporate censorship’ toe. Het kan verkeren. Maar helemaal uit de lucht komt deze paradoxale liefdesverklaring niet vallen.

De industrie kreeg in de jaren zestig al snel door dat met de muzikale rebellen grof geld viel te verdienen. Grootkapitaal managers stortten zich op The Beatles, The Rolling Stones en anderen. Wat geestverruimende teksten en alternatieve kleding, en kassa! Na de muziekindustrie volgden al snel andere takken van sport. Reclame, kleding, interieurinrichting, onderwijs en natuurlijk media. De laatste speelde al een grote rol in het verspreiden van de revolutionaire boodschap. Linkse tijdschriften en uitgeverijen sprongen als paddenstoelen uit de grond. Terwijl politiek links zich steeds dogmatischer ingroef, ging het commerciële kapitalisme met de uitingsvormen van de revolutie op de loop. Die insteek sloot naadloos aan bij het individualisme en de ‘lekker jezelf zijn!’  slogan van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De geschiedenis van de zeezenders staat symbool voor deze ontwikkeling. Vanuit een rebels idee van verzet tegen een betuttelende overheid, die niet de muziek liet horen waar de jongeren naar wilden luisteren, werden de voormalige radiopiraten –  zoals TROS en Veronica – eenmaal aan wal lucratieve geldmachines.

De studentenopstand, het relativisme in de filosofie en de sociale wetenschappen en het daaruit volgende individualisme – allemaal mogelijk door een ongekende groei in welvaart – werden door het kapitalisme tot geld gemaakt. Parallel aan deze ontwikkeling was de groei van een nieuwe industrietak, die van de informatica-technologie. De sprong naar de maan, maar ook de oorlog in Vietnam, gaf een sterke impuls aan de opkomst van nieuwe bedrijven, zoals IBM en later in de jaren zeventig Apple en Microsoft. De groei van deze informatica-giganten was vooral mogelijk door de opdrachten die ze kregen vanuit de defensie-industrie. Het militair-industrieel complex en de nieuwe technologische industrie ging een monsterverbond aan. De monsters voedden elkaar. En dat doen ze sindsdien nog steeds. Het internet is van oorsprong een militair netwerk. CIA, NSA en FBI maken deel uit van dit monsterverbond. Alle partijen hebben wederkerige belangen. De technologische revolutie maakte een ongekend toezicht op burgers mogelijk. Er ontstond een symbiose tussen free enterprise, het afbreken van maatschappelijke structuren en overheidstoezicht. Silicon Valley werd de hofleverancier van de defensie-industrie en de inlichtingendiensten. “Google is een rookgordijn, waarachter het Amerikaanse militair-industriële complex schuilgaat,” schrijft onderzoeksjournalist Nafeez Ahmed op de website Medium. In het hart van deze combi staat volgens Ahmed een geheim netwerk, het Highlands Forum. Het is een privaat netwerk dat fungeert als een brug tussen het Pentagon en machtige Amerikaanse niet-militaire elites: grote bedrijven, technologie-giganten, maar ook Amerikaanse dag- en weekbladen (van vooral progressieve signatuur).

De multimedia-multinationals hebben een progressief imago: regenboogtompoezen, memes en logo’s, en mission statements vol LHBT-thema’s. En hoewel er nog wel een paar overjarige homo-activisten “sell out” roepen, gaat de actiebeweging maar wat graag met al die vrolijke gadgets en gimmicks op de loop. De pizza-etende nerd in de garage van zijn ouders werd het stereotype nieuwe activist. Dat deze bebaarde studenten al snel contracten sloten met multinationals en het Pentagon wilden de adepten niet zien. Iedere linkse activist wil toch graag met zijn iPhone 6 selfies maken vanuit de zoveelste demonstratie tegen het grootkapitaal. Hij mompelt nog wat over grondstoffen en uitbuiting, terwijl hij grof geld neerlegt voor de latte macchiato in Starbucks (van al dat traangas krijg je vreselijke dorst). Dat hij zijn privacy inlevert voor een nog snellere verbinding zal de radicaal een worst zijn. Als hij maar die leuke ‘diversiteit-apps’ kan downloaden.

Het ‘regenboogappeltje’ van Apple doet wonderen. Het staat symbool voor het surfplank-liberalisme van de VVD en het ‘Je bent jong en je wilt wat‘-motto van Veronica; twee kanten van dezelfde medaille. Progressief van buiten, vulgair kapitalistisch van binnen. Spiked-redacteur Brendan O’Neill schrijft dat “zogenaamde progressieven en delen van de politieke klasse nu ondernemingen het vuile werk laten uitvoeren. Zij willen de kapitalistische elites laten doen wat voor de staat zelf wat moeilijk ligt: het verbieden van controversiële politieke uitlatingen.” O’Neill noemt dit “corporate capitalist censorship” en “capitalist authoritarianism, cheered by liberals”.

Het is daarom niet eens ironisch te noemen dat links de ban op Infowars toejuicht. Het past in de tendens om onwelgevallige meningen de mond te snoeren. Dat dit ook nog eens gebeurt door ‘progressieve’ bedrijven, zoals Apple en Facebook, is voor links helemaal het einde. Wel ironisch is dat het juist deze bedrijven zijn die het militair-industrieel complex groot hebben gemaakt. Datzelfde complex dat dat overal ter wereld oorlogen voert en burgers bespiedt.

Leider en gezicht van de Free Speech Movement in Berkeley, Mario Savio, zei in een beroemde speech: “Don’t mean to be made into any product”. Laten nu juist de progressieve uithangborden, de technologie-giganten, dit tot hun missie hebben gemaakt: de mens als product. De ultieme progressieve droom, waarin de mediamultinationals bepalen wat gebruikt kan worden van de gebruiker – alle mogelijke informatie over wat hij denkt, wat zijn voorkeuren zijn, waar hij zich bevindt, etc. En vervolgens bepalen zij wat die gebruiker wel of niet te horen en te zien krijgt. Met dank aan links. Exit Alex Jones.

Posted on

AIVD onderschat extreemlinks

NRC Handelsblad publiceerde in de krant van 30 mei jongstleden een analyse over het al of niet gevaarlijke karakter van extreemlinks. De journalist van de avondkrant maakte de analyse op basis van eigen informatie vanuit de inlichtingendiensten. Het artikel laat, onbedoeld wellicht, maar weer eens zien dat de AIVD haar werk niet goed doet.

De analyse van de NRC maakt een op het eerste oog overzichtelijke, maar rare onderverdeling van extreemlinks in vijf groepen, in rangorde van dreiging: anti-Baudet-activisten, anti-Zwarte Piet-activisten, antiglobalisten, dierenactivisten en antifascisten. Het is op z’n minst alarmerend dat mensen binnen de inlichtingendiensten niet schijnen te beseffen dat de harde kern van extreemlinks zich beweegt in al de genoemde activistische groepen. Want de antifascisten die aanslagen pleegden op Janmaat en Fortuyn, zijn dezelfden als die Baudet bedreigen, die rellen veroorzaken tijdens de intocht van Sint-Nicolaas of vooraan staan bij de demonstraties tegen bijvoorbeeld de G20-bijeenkomsten. Bij iedere gelegenheid zijn de ‘nuttige idioten’ ook van de partij, maar de harde activistische kern vinden we overal terug. Behalve in de dossiers van de AIVD.

Volgens de dienst ontwikkelt extreemlinks zich vooral in reactie op extreemrechts. Ergo: als we de laatsten weghalen verdwijnen de eersten ook. Sterk staaltje wishful thinking van de spionnenafdeling, want zo werkt het in de praktijk helemaal niet. Extreemlinks noemt steeds meer personen en organisaties ‘extreemrechts’, omdat ze er baat bij heeft een zo groot mogelijk vijandsbeeld te creëren. Want als de fascisten uitgestorven zijn, vinden de antifa’s ze gewoon ter plekke opnieuw uit. Uiteindelijk is in het wereldbeeld van extreemlinks iedereen die niet tot hun sekte behoort een fascist. Volgens de Duitse terroristen van de jaren zeventig had “de kleinburgerlijke samenleving het fascisme mogelijk gemaakt”.

Daar komt nog bij dat, binnen de dodelijke fantasiewereld van extreemlinks, het ‘verborgen fascisme’ in de maatschappij aan het licht moet worden gebracht. Zodra het ware gezicht van de machthebbers onthuld wordt komen de “onderdrukte massa’s” in beweging en zullen zij de revolutie uitroepen. Bovendien zochten de radicalen juist de confrontatie met politie en andere overheidsfunctionarissen om het “gewelddadig karakter van de staat” te onthullen. De overheid stond voor een onmogelijke keuze: niets doen betekende meer linkse terreur; wel reageren betekende meer linkse terreur. “Wir sagen, natürlich, die Bullen sind Schweine, wir sagen, der Typ in der Uniform ist ein Schwein, das ist kein Mensch, und so haben wir uns mit ihm auseinanderzusetzen. Das heißt, wir haben nicht mit ihm zu reden, und es ist falsch, überhaupt mit diesen Leuten zu reden, und natürlich kann geschossen werden,” zei Ulrike Meinhoff, een van de grondleggers van de Rote Armee Fraktion, in 1970. Er is een duidelijke samenhang tussen het studentenverzet, de buitenparlementaire acties en de extreemlinkse terreur van de jaren zeventig in Duitsland, stelt Gerd Koenen. Koenen was ooit actief in de studentenbeweging en lid van diverse communistische organisaties. Nu schrijft hij als historicus boeiende analyses van die organisaties en heeft hij afscheid genomen van zijn rode idealen. Koenen noemt de ‘beweging van 68’ een “Weltuntergangssekte”, die ervan overtuigd was “dat oorlog en fascisme zowel als de intriges van het kapitaal een bedreiging vormen, en dat men verplicht is deze te stoppen, het beste door middel van een revolutie”.

De AIVD en Bureau Beke uit Arnhem vinden dat de dreiging van extreemlinks niet overschat moet worden. Het is immers maar een reactie op extreemrechts. En die zijn verzwakt door een aantal arrestaties, melden de onderzoekers. Dus hoeven we van extreemlinks niet veel te vrezen, luidt de conclusie. Het lijkt erop dat de veiligheidsexperts zich niet kunnen voorstellen dat extreemlinks een eigen agenda heeft. Dat is de klassieke blinde vlek als het gaat om radicaal-linkse terreur. Het wordt altijd vergoelijkt én onderschat. Terwijl Gerd Koenen de stelling aandurft dat de communistische ideologie de ‘totalitaire conditie’ (met een knipoog naar Hannah Arendt) veel dichter naderde dan het nationaalsocialisme. Maar zo’n historische analyse gaat de NRC-journalist boven zijn pet. Dan liever een gemakzuchtig stukje over dat het allemaal wel meevalt met de linkse radikalinski’s

Posted on

“Verräter schlafen nicht” ~ Persoonlijke terugblik op 50 jaar revolutie

“Verräter schlafen nicht”, luidt de wat sinistere titel van het in boekvorm uitgegeven lange interview dat Sebastian Maaß had met de Duitse intellectueel Günter Maschke. In de jaren zestig radicaal links, maar nu overtuigd reactionair. In het linkse kamp krijgt zo’n bekeerling (‘renegaat’) al snel de titel ‘verrader’. “The left is an authoritarian movement that wants total compliance with its dictates with severe punishments for those who disobey,” aldus Daniel Greenfield.

Er valt niet te ontkomen aan ’50 jaar na 1968′. De media staan bol van de terugblikken, interviews, analyses en documentaires van de westerse studentenopstanden. Vorig jaar de ‘Summer of Love’, nu ’50 jaar na de Barricaden’. 2018 betekent niet een afrekening van 50 jaar ideologische verdwazing, een streep er door en er onder, maar eerder een weemoedig terugblikken. De wetenschappers en journalisten die dankzij hun “lange mars door de instellingen” hun huidige posities hebben toegeëigend, zien namelijk hun politieke idealen als zand door hun handen wegglippen. De linkse façade verkruimelt.

2018 is voor deze auteur ook een mooi moment om een streep onder zijn linkse verleden te zetten. Een ‘Afscheid van domineesland’*, met een hat tip naar Menno ter Braak. Want ‘predikers’ zijn het, die linkse ideologen, vergadertijgers, apparatsjiks en activisten, die van ons land een nachtmerrie hebben gemaakt. Ze hebben het onderwijs verwoest. Decennialang hebben ze daadwerkelijk vernietiging en terreur uitgevoerd, nu worden ze hysterisch over haat-symbolen. Ze hebben het christendom uit het publieke leven gebannen. In een poging het daadwerkelijk uit te roeien. Ze hebben hun eigen kansels gecreëerd of veroverd, om van daaruit hun zedenpreken over het schijnbare racisme en schijnbare patriarchale karakter van de Nederlanders te verkondigen. Ze maakten hun eigen Tien Geboden en vaardigden hun eigen dogma’s af: gij zult geen onderscheid maken; gij zult iedere vreemdeling met open armen ontvangen; gij zult geen auto rijden (behalve een Volvo, want die wordt in het linkse paradijs Zweden gemaakt); gij zult eeuwig boetedoening doen over de slavernij; gij zult iedere godsdienst met respect bejegenen, behalve de christelijke. Enzovoorts. Ze kenden hun eigen heiligenpantheon: Castro, Che Guevara, Mao, Ho Chi-min, Baader, Meinhof, Mandela, e.a. Onder leiding van domineeszoon Freek de Jonge en ex-priester Huub Oosterhuis trok het progressieve volksdeel door de burgerlijke woestijn richting het rode land.

Ondergetekende marcheerde enkele decennia mee achter de rode en zwarte vaandels. Hij hield er zelfs een betaalde baan aan over, bij een van de vele gesubsidieerde instellingen die de ‘rooie rakkers’ in snel tempo oprichtten en financierden met heel veel zakken belastinggeld. In de rode wereld lopen opvallend veel ex-gelovigen rond, die deels door een politieke uitleg van de bijbel – de erfenis van de jaren zestig en de vele bevrijdingstheologieën die nadien als paddenstoelen uit de grond opkwamen – een andere roeping gingen volgen. Schrijver dezes was er een van, hoewel ik mij niet meer kan herinneren dat ik politieke theologie heb gehoord. Zo subtiel ging dat. Toch is ergens dat linkse zaadje geplant en tot wasdom gekomen.

Sentimentaliteit speelde (en speelt) een belangrijke rol in het linkse denken, naast ressentiment. Dieren en de minder bedeelden zijn al snel zielig. Dat was voor mij ook de ingang tot het linkse denken. En al snel moet dat (linkse) paradijs hier op aarde en wel binnen afzienbare tijd gerealiseerd worden. “Progressives are so enthralled by their dreams of a heaven on earth that they see those who oppose their dreams as evil, which is why they hate them,” schrijft David Horowitz. Een stroom van boeken en tijdschriften vergiftigde het denken. Common sense en een natuurlijk besef dat het een en ander absoluut niet klopte, werden verdoofd en ter zijde geschoven met veel alcohol. Waar echte arbeiders voor de Tweede Wereldoorlog trots lid waren van de Blauwe Knoop, sponsorden de linkse activisten van de afgelopen decennia de bierbrouwers. Een voorbehoud ter verdediging: ik heb altijd een zwak gehad voor goed geklede mensen, droeg zelf meestal een wit overhemd en bezat meerdere paren nette herenschoenen. Heel fout, maar dit terzijde.

Begiftigd met een vlotte pen, verschenen al snel opinies en beschouwingen in de diverse linkse ‘zines’ (links codewoord voor tijdschriften). Een paar nachten in een kraakpand genazen mij al snel van dit fenomeen: smerig, koud en uiterst totalitair (zeep gebruiken was uit den boze, want burgerlijk). Er zijn heel wat voetstappen gezet in demonstraties voor welk goed doel dan ook (hoewel ik nog steeds achter de uitgangspunten van mijn allereerste demonstratie sta, het behoud van de kinderboerderij). Affiches en stickers plakken, Zuid-Afrikaanse straatnamen hernoemen met zelfgemaakte borden, en vooral continu opzoek naar fascistische tendensen in de samenleving. En fascisme was voor ons een héél breed begrip. Ik herinner me nog het schema op A1-formaat met alle verbindingen en dwarsverbanden van wat wij extreemrechtse organisaties en personen vonden. Ter illustratie: de EO stond, naast Janmaat en Glimmerveen, in dat schema… Kortom, het fascisme was overal.

Tot die avond toen de VPRO nota bene, het lange interview van Wim Kayzer met Roger Scruton uitzond. Een revelatie in de ware zin van het woord! Eindelijk een persoon die precies verwoordde wat ik al lang dacht, maar niet kon – en durfde! – verwoorden. En ook nog iemand met goede manieren. Het begin van een politieke bekering, die liep via de Edmund Burkestichting – ik was aanwezig op de oprichtingsbijeenkomst – en Catholica tot het conservatief-reactionaire denken van Sezession. Maar echt afscheid nemen van het (radicaal) linkse denken was niet aan de orde. Gebrek aan durf, lafheid? Of simpelweg “wiens brood men eet, diens woord men spreekt”? Want dat linkse denken, na decennia ondergedompeld te zijn, valt niet een-twee-drie uit te roeien. Het rode monster laat zich niet zo gemakkelijk verslaan. Het is hardnekkiger (en minder fraai) dan Zevenblad.

“I fought with my twin, that enemy within”, zingt Bob Dylan. Links denken betekent een hersenspoeling. Dat moet ook wel, want de common sense van ieder mens weet van nature dat wat links wil, niet kan. En toch gebeurt het. De vlotte pen bood nog steeds zijn diensten aan. De fascisme-radar werd (tot voor kort) niet buiten werking gesteld. En dat resulteerde in artikelen waarin bepaalde katholieke organisaties (Civitas) ontleed en op de korrel werden genomen. Maar ook rechtse politici en opiniemakers (Baudet en Prosman) werden aan een genadeloze analyse op papier onderworpen. Paranoia alom.

Terugblikkend is het lastig om een verklaring te geven. Het eerder genoemde ressentiment speelt zeker een rol. Naast een zucht naar erkenning. En geestelijke luiheid, want een eenmaal getrokken spoor verlaten is hard werken. De sentimentaliteit – de bron waar alles begon – valt ook niet te onderschatten. Het is een bizarre paradox: (radicaal) links is keihard, maar het leeft van zieligheid: zielig diertje, zielige vluchteling, zielige homo, etc. De ‘bruikbare idioten’ (Vladimir Lenin) vallen massaal voor die paradox. Vanuit het (res)sentiment – en misplaatste loyaliteit – andersdenkenden genadeloos aanpakken. Het ontbreekt links inderdaad aan goede manieren.

Goede manieren houdt ook ‘rekenschap geven van’ in. Bij deze de op schrift en aan het publiek gestelde werdegang. Ik wil namelijk eindelijk weer eens goed slapen.


* De typering is uiteraard niet correct en heeft in deze beschouwing ook een geheel andere betekenis dan Ter Braak bedoelde. Want voor de echte dominees licht ik mijn hoed met diep respect.

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]