Posted on

“Demonisering Poetin is zeer gevaarlijk”

Marie-Thérèse ter Haar is de grande dame van de Nederlands-Russische betrekkingen. Sinds begin jaren tachtig, toen Rusland nog onderdeel uitmaakte van de Sovjet-Unie, zet ze zich in voor een beter wederzijds begrip tussen de landen. Als tolk-vertaalster en koppelaarster begeleidt zij multinationals als Shell, ABN Amro, Rabobank, Philips, Campina en Grolsch op de Russische markt. In Moskou, waar zij een deel van het jaar woont, en ook in Sint-Petersburg, maakt zij studenten aan de universiteit wegwijs in de Nederlandse taal en cultuur. In haar vrije tijd speelt zij viool in het Moskou Symfonieorkest en zet ze zich in voor de Rotary Club Moskou.

Vanuit haar tweede woonplaats Arnhem, reist Ter Haar het land door voor het verzorgen van lezingen over Rusland-gerelateerde onderwerpen, maar ook voor het geven van solovoorstellingen over de levens van de tsarina’s Catharina de Grote en Alexandra Romanov. Verder verzorgt zij culturele groepsreizen; zowel naar Rusland als naar andere voormalige sovjet-republieken.

Plaats van gesprek is Ter Haars Rusland & Oost-Europa Academie, gevestigd in een statig pand langs de Arnhemse Rijnoever. Ze is net terug van een lezing in Tilburg, voor een ondernemersvereniging, en moet duidelijk nog even stoom afblazen over de reacties die ze daar voor haar kiezen kreeg: de gebruikelijke aantijgingen over agressieve Russen die elk moment Europa kunnen binnenvallen en een dictatoriale Poetin die iedereen uit de weg ruimt die hem voor de voeten loopt.

Ter Haar: “Toen na afloop de wijn ging werken waren er tien macho-meneertjes, die allemaal hun zegje deden, waarbij de een het nog beter wist dan de ander, en ik terloops naar het hoofd geslingerd kreeg dat ik geïndoctrineerd was, het allemaal niet meer helder zag, en men zich hardop afvroeg of ik misschien door de Russische regering betaald werd. Van alle aanwezigen die het zo goed dachten te weten, was er maar één met Rusland-ervaring. Hij was één keer in het land geweest. Als toerist.”

Ter Haar benadrukt dat er veel niet in orde is in Rusland, en dat ze niks wil goedpraten wat fout is. Ze vindt alleen dat er weinig klopt van het algemene beeld dat wij in het Westen van Rusland hebben, en dat de politiek en media hiervoor verantwoordelijk zijn. “Onze berichtgeving toont weinig oog voor de achtergronden van het land”, zegt ze. “Laten we, voordat we oordelen, eerst eens onze westerse bril afzetten, en proberen in de schoenen te gaan staan van de Russen. Wij in het Westen vinden Poetin maar niks. Maar de grote meerderheid van de Russen loopt met hem weg. Die kunnen toch niet allemaal gek zijn?”

Een gesprek over: de Russische presidentsverkiezingen van 18 maart, de toenemende dreiging van een oorlog met het land, en de anti-Poetin-retoriek in de Nederlandse pers en politiek.

Jij schrijft in jouw boek De Ontgoocheling – Rusland en het Westen dat de Nederlandse pers niet veel verschilt van de Russische?

Ook in Nederland worden er feiten verdraaid en belangrijke zaken weggelaten. Er is sprake van stemmingmakerij, de nuance ontbreekt. Zelden wordt een spreker aan het woord gelaten die de zaak van een andere kant belicht.

Het zijn vooral de hardliners die een podium krijgen in de media. Van kopstukken uit de VVD, PvdA en D66 tot en met NAVO-secretarissen; en van virulente Ruslandhaters tot en met betweterige parlementsleden die nog nooit in Rusland zijn geweest. Allen appelleren ze aan het Koude-Oorlog-spookbeeld van ‘De Russen komen’.

Er zijn veel westerlingen met verstand van Rusland, die begrip hebben voor de Russische positie of die kritisch zijn ten opzichte van de westerse politiek. Zij komen bij ons nauwelijks aan het woord in de media. Alleen op het internet en bij de Russische zenders Rossia 1 en RT krijgen ze de ruimte.

Wij, met onze vrije pers, gaan ervan uit dat onze nieuwsvoorziening niet gemanipuleerd wordt en onbevooroordeeld is. En daarin schuilt wel het grootste gevaar. Wij zijn zelf het slachtoffer van de grootste zelfcensuur in de westerse media sinds de Tweede Wereldoorlog.

Jij citeert in jouw boek met instemming Henry Kissinger die zich kritisch uitlaat over de ‘demonisering’ van Poetin. Zelf noem je die demonisering ‘een zeer gevaarlijke zaak’. Waarom? 

Op Kerstavond stond ik op het vliegveld in Moskou, met een reisgezelschap dat ik leidde. Het was de bedoeling dat we Kerst zouden vieren in Rusland. Ik werd er uit de rij gehaald door een douanier. Hij zei: “Uw papieren zijn niet in orde. U moet terug naar Nederland.” Ik zei: “Beste meneer, ik ben verantwoordelijk voor al die mensen die u net heeft doorgelaten. Zij staan al aan de overkant. Ik heb nooit problemen. Ik woon al dertig jaar in Rusland. Wat kan hier aan de hand zijn?” Het leek mij een eerlijke man. Geen Brezjnev-type. Dus ik dacht dat er een kans was dat ik hem nog om kon praten. Maar toen mij eenmaal duidelijk werd dat ik toch op het vliegtuig terug gezet zou worden, smeekte ik hem: “Ik ben uw land goedgezind. Hier, ik bied u 200, 300 euro om mij er door te laten.” Dat was totaal verkeerd geschoten van mij. Hij veranderde van een aardige in een boze man, die mij bulderend duidelijk maakte hoezeer het hem dwars zat dat wij vanuit het Westen de Russen steeds maar weer de les lezen en schofferen. Hij zei: “U in het Westen beschuldigt ons er van een corrupt land te zijn. En wat doet u? U probeert mij om te kopen.”
Zoals deze meneer zijn er tegenwoordig velen in Rusland. Ze pikken het niet langer, ons opgeheven vingertje, de sancties tegen hun land, onze militaire dreigementen, onze betweterigheid, onze bemoeizucht. Je ziet daaraan: De schade die wij hebben aangericht in Rusland is enorm. Rusland was eerst nog op de hand van het Westen. Ze namen een voorbeeld aan ons. Maar sinds een jaar of twee is dat helemaal aan het omdraaien. Het nationalisme neemt toe. De Russen keren zich steeds meer van ons af, en zoeken steeds meer toenadering tot China en andere niet-Westerse landen. Ze zien: In het Oosten daar gebeurt het. Daar liggen de economische kansen.

Is jou inmiddels duidelijk geworden waarom je er werd uitgepikt bij de douane?

Van de Russische ambassade in Den Haag hoorde ik achteraf dat ik niet de enige was die die dag was teruggestuurd naar Nederland. Er zat ook iemand bij van Philips en drie journalisten, waarvan twee waarschijnlijk van de Volkskrant. En waarschijnlijk had het er mee te maken dat het ‘code rood’ was voor de Russen. Op Kerstavond was bekend geworden dat de VS weer nieuwe wapens zouden leveren aan Oekraïne. 

Het is spijtig dat de verhoudingen zo verstoord zijn. Maar hoezo vind je dat ‘zeer gevaarlijk’? 

Door de demonisering van Rusland begint er een draagvlak te ontstaan voor het voeren van een oorlog. Aan beide zijden.

In de Baltische staten houdt de NAVO schietoefeningen langs de Russische grens. Er vliegen Russische bommenwerpers langs de Noorzeekust. Er hoeft maar een ongelukje te gebeuren, in Oekraïne of in Estland, iemand van de NAVO of van het Russische leger die zijn geduld verliest, of een inschattingsfout maakt, en we hebben de poppen aan het dansen.

In juli 2016 heeft Gorbatsjov nog alarmerende woorden gesproken op de Russische televisie. Hij heeft gezegd de indruk te hebben dat de NAVO voorbereidingen treft voor een aanval op Rusland.

De Amerikaanse minister van Defensie James Mattis heeft afgelopen maand gezegd Rusland en China als een grotere bedreiging te beschouwen dan terroristische groeperingen als IS en Al Qaida.

Je kunt je afvragen hoe het mogelijk is dat de Amerikanen Donald Trump tot president hebben verkozen. Maar met Hilllary Clinton was het niet beter geweest. Als minister van Buitenlandse Zaken heeft ze er alles aan gedaan om de relatie met Rusland te verstoren, niet in de laatste plaats in Oekraïne.

In het begin van de jaren ’80 werd er in Nederland nog massaal gedemonstreerd tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten. Het nummer De Bom van Doe Maar was een grote hit. Nu lijkt niemand in Nederland zich nog bewust van het gevaar van een kernoorlog. Hoe zit dat met de Russen? Zien die de ernst in van de situatie?

Ook in Rusland is het gevaar van een kernoorlog geen onderwerp van gesprek. Mensen willen er waarschijnlijk liever niet aan denken dat het met één knal afgelopen kan zijn. Het gaat het menselijk voorstellingsvermogen te boven.

Donald Trump heeft in zijn eerste persconferentie nog gewaarschuwd voor een ‘nuclear holocaust’, en de pers ervan beschuldigd het hem onmogelijk te maken de relatie met Rusland te verbeteren. Hoe verklaar jij de anti-Russische houding van de westerse media?

China en Rusland zijn opkomende machten, en de VS willen die de kop indrukken omdat ze streven naar alleenheerschappij. Zie de Wolfowitz-doctrine die ik in mijn boek noem, en Project For A New American Century. Natuurlijk speelt ook de lobby van de Amerikaanse wapenindustrie een grote rol. Die heeft er belang bij dat de spanningen tussen Oost en West in stand worden gehouden.

Wij in Nederland worden meegezogen in dat Amerikaanse verhaal van gecreëerde vijanden. We kunnen kennelijk niet onze eigen koers bepalen.

Jeltsin en later ook Poetin hebben te kennen gegeven open te staan voor een lidmaatschap van de NAVO. De toenmalige secretaris-generaal van de NAVO was voor, net als Duitsland en Frankrijk. Maar de Amerikanen waren tegen. Zij hebben de controlerende stem binnen de NAVO.

Zijn er nog andere partijen die belang hebben bij het opvoeren van de spanningen met Rusland en het afvoeren van Poetin van het politieke toneel? 

Tijdens de chaos van de jaren negentig had een club oligarchen zich het hele land toegeëigend. Toen Poetin de macht wilde terugbrengen bij de staat, en begon met het innen van achterstallige belastingbetalingen, is een aantal van die oligarchen naar het Westen gevlucht. In hun kielzog volgden personen als Masha Gessen, Bill Browder en Gary Kasparov. Die verdienen hun brood met het demoniseren van Poetin. Ze worden overal uitgenodigd, en komen overal, tot in de Balie en de Rode Hoed aan toe.

De Russen zien deze mensen als de Vijfde Kolonne. Ze zijn er heel erg allergisch voor. 

Je zegt in je boek een verschil te zien tussen de Nederlandse en de  Duitse pers.

Die vormen een positieve uitzondering. Veel vooraanstaande Duitsers pleiten in de media en in de politiek voor betere betrekkingen met Rusland en benadrukken dat de westerse waarden en vrijheid niet worden bedreigd door Rusland. De Duitsers kijken breder en minder door een NAVO-bril. Het lijkt alsof zij meer de ernst zien van een dreigende oorlog op ons continent. Zij begrijpen beter dat Rusland zich omsingeld voelt door NAVO-troepen en ze vragen zich af of de EU niet te ver is gegaan door Oekraïne binnen de Europese invloedssfeer te halen zonder Rusland hierin te kennen.

Je houdt in je boek een pleidooi voor een meer genuanceerde berichtgeving. Ben je hierover al eens in gesprek geweest met Nederlandse correspondenten en Rusland-deskundigen?

Om gericht met mensen hierover in gesprek te gaan ontbreekt mij helaas de tijd. Maar ik kom ze wel eens tegen, Hubert Smeets, Michel Krielaars en Peter d’Hamecourt. En ik heb wel eens aan ze gevraagd: “Waarom laten jullie maar steeds één kant van het verhaal horen?” Onder vier ogen is het goed praten met ze, vooral als ze een borrel op hebben. Dan erkennen ze soms zelf dat het niet deugt bij de media waarvoor ze werken. Maar op de televisie of in de krant vertellen ze weer het bekende verhaal over Rusland waar niks goed is of het deugt niet.

Wat vind je van de met belastinggeld betaalde website Raam op Rusland van Hubert Smeets en Laura Starink? Sommigen, waaronder Stan van Houcke, noemen dat een ‘anti-Ruslandwebsite’.  

Ik vind het niet te pruimen. Ik begrijp niet wat er met die mensen is gebeurd. Waarom schrijven ze alleen nog wat de Nederlandse politiek en media willen horen? Ik kon het vroeger zo goed met ze vinden. Ik kijk wel eens naar mijzelf in de spiegel; niet om mijn haar te kammen, maar met de vraag: “Ben ik misschien degene die de nuance uit het oog is verloren, in plaats van zij?” Maar ik denk dan: “Vroeger keek ik tegen ze op, omdat ze ouder waren dan ik en meer ervaren, en misschien zie ik nu pas hoe ze werkelijk zijn.”

Hubert Smeets en Laura Starink zijn nu geen correspondent meer bij het NRC. Maar hun opvolger Steven Derix is geen haar beter. In zijn artikelen ontbreekt elke nuance. Hij geeft zijn lezers de indruk dat Rusland een verschrikkelijk land is om in te leven, en dat alles de schuld is van Poetin.

Je lijkt een medestander te hebben in hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times. Zij vindt het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben ‘zorgwekkend’ en noemt met name de lezers van NRC en de Volkskrant.

Dat ziet ze inderdaad goed. Maar in haar analyse van de Russische media zie ik dat zij echt een leerling is van Derk Sauer, de eigenaar van die krant. Ik ken hem nog van een cursus Ruslandkunde die wij gevolgd hebben, in 1993 of 1994. Ik heb respect voor hoe hij in de jaren negentig in Rusland een media-imperium heeft opgebouwd. Hij had dé persoon kunnen zijn die in Nederland het echte Rusland kon laten zien. Maar helaas. Wat ben ik teleurgesteld in hem. Het enige wat hem nog lijkt te interesseren is de vraag: “Hoe kom ik zo vaak mogelijk bij Jinek en De Wereld Draait Door?”

In navolging van Eva Hartog liet ook Pieter Waterdrinker onlangs weten dat er iets mankeert aan de berichtgeving over Rusland. Hij heeft zelfs Poetin in verdediging genomen tegen zijn westerse critici, en maakt geen gebruik meer van kwaadsprekende anonieme bronnen.

Pieter Waterdrinker heeft lange tijd in dubio gestaan. Vertel ik wat de politiek en media willen horen? Of vertel ik een genuanceerd verhaal? Tijdens borrels heb ik hem heel vaak kritisch gehoord over de Nederlandse Ruslandverslaggeving. Maar in zijn publieke optredens praatte hij weer heel anders. Ik ben blij dat dat nu anders is. Ik heb er ook respect voor, dat hij het uiteindelijk heeft aangedurfd kleur te bekennen.

Correspondent Joost Bosman van het Financieele Dagblad stelt dat het niet zo gek is dat Rusland vaker in het nieuws komt over mensenrechtenschendingen dan bijvoorbeeld een land als Duitsland. Hij zegt: “Als Amnesty International een rapport uitbrengt over mensenrechtenschendingen in Rusland, dan kun je daar als journalist moeilijk omheen.”  

Ik snap zijn reactie. Natuurlijk moet hij daarover schrijven, en ik prijs Joost Bosman voor zijn eerlijke verslaggeving. Maar ik vind het onterecht de huidige regering daar zo hard op af te rekenen. Het land komt van achthonderd jaar achterstand. Je kunt dan toch niet in tien jaar tijd alles goedmaken wat er fout is? Je mag dan ook wel kijken wat er in de afgelopen pakweg tien jaar is verbeterd. Zoals de hervorming van het gevangeniswezen, onder Dmitri Medvedev, toen die president was.
In tegenstelling tot Joost Bosman begin ik steeds meer waardering te krijgen voor Vladimir Poetin, omdat ik steeds meer ben gaan inzien wat het betekent om een land als Rusland te besturen. Russen, maar ook veel Oost-Europeanen, beschouwen het als een vanzelfsprekendheid dat de staat voor je zorgt. Ze nemen zelf weinig initiatief, stellen zich erg afhankelijk op. Dat is iets wat wij in Nederland maar niet kunnen bevatten. Steeds als de Russische overheid maatregelen neemt, dan zien wij dat als een verdere aantasting van de vrijheid van het Russische volk. Wat we niet zien is dat die maatregelen worden genomen bij gebrek aan initiatieven vanuit de bevolking zelf.

Hoe zie jij de rol van de mensenrechtenorganisaties in de demonisering van Rusland?

Bij organisaties als Amnesty werken veel mensen van goede wil, geweldig lieve mensen. Maar ik ben mij inmiddels gaan afvragen wat de werkelijke bedoelingen zijn van sommige van die organisaties. Zoals de NGO’s van meneer George Soros. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die in Kiev de mensen opjutten om in opstand te komen. Ik ben daardoor gaan begrijpen waarom de Russen mensenrechtenorganisaties met argwaan bekijken.

Je beschrijft in jouw boek een oud-medewerker van de AIVD die met jou op groepsreis ging naar Rusland. Hij zag dingen die er niet waren, zoals drie mannen in een zwarte auto die hem achtervolgden, en moest uiteindelijk door de Nederlandse SOS-dienst worden teruggevlogen naar Schiphol omdat hij helemaal was doorgedraaid. De paranoïde wanen van deze meneer doen mij denken aan bepaalde politici in Den Haag die overal Kremlintrollen zien.

Het is een treffende vergelijking. Die meneer Buma die zegt dat de Russen vuurtjes stoken in Nederland, en mevrouw Ollongren die vreest voor Russische beïnvloeding van de gemeenteraadsverkiezingen. Wat moet ik daar verder op zeggen? Ik kan er met mijn pet soms niet bij hoe deze mensen denken. Het is voer voor psychiaters. Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse zaken heeft een keer grappend gezegd: “Wij Russen voelen ons gevleid dat wij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gewonnen.”

Ik probeer mij wel eens voor te stellen hoe ik zou hebben gedacht over Rusland als ik het land nooit had leren kennen. Ik denk dat het met je persoonlijkheid te maken heeft. Als iedereen in één richting praat, dan zullen de meesten denken: “Het zal wel zo zijn.” Slechts een enkeling denkt: “Klopt het wel?” Ik durf niet te zeggen dat ik tot de enkelingen had behoord. Ik kan het alleen hopen. Zo’n 95 procent van de Nederlanders die nog nooit in Rusland zijn geweest, hebben hun oordeel al klaar: “Het land deugt niet.” Het is bijna onmogelijk daar enige nuance in aan te brengen. Het is het gevolg van een jarenlange, dagelijkse stroom aan propaganda.

Op 18 maart kiezen de Russen een nieuwe president. Er zijn 14 kandidaten. Maar het wordt zo goed als zeker opnieuw Vladimir Poetin. Hoe kan dat? Jij verklaart Poetins populariteit uit de orde die hij heeft aangebracht in de chaos die zijn voorganger Jeltsin had aangericht in de jaren negentig. Toch is er de afgelopen jaren veel onvrede ontstaan over de toenemende sociale ongelijkheid, de dalende levensstandaard en diverse verkiezingen die oneerlijk zouden zijn verlopen. Hoe kan het dat geen van de kandidaten die het opneemt tegen Poetin er in slaagt daar politieke munt uit te slaan?

Dat is omdat de Russen het idee hebben dat geen van die kandidaten een plan B heeft, een geloofwaardig alternatief biedt voor de huidige koers van de regering. Bovenal zijn de Russen bang voor de zoveelste revolutie. Met het wildwest-kapitalisme van de jaren negentig nog vers in het geheugen zitten ze niet te wachten op een nieuw experiment. Ze kiezen voor safe. Voor zover ze ontevreden zijn en hopen op verbetering is die hoop niet gevestigd op andere politici maar op de huidige machthebbers.
Daar komt bij dat de meeste Russen helemaal niet geïnteresseerd zijn in politiek. Een praatcultuur zoals bij ons in Nederland, over ‘wat wil Pechthold’, ‘wat doet Rutte’ en ‘wat vinden we van Ollongren’, kennen ze daar helemaal niet. Ik zie het althans heel weinig in mijn omgeving: mensen uit de middenklasse en studenten aan de universiteit.

Al die demonstraties in Rusland lijken een ander beeld te geven. Volgens Ruslandkenner Bas van der Plas, die een aantal van die demonstraties bezocht, nemen ze al sinds enige jaren in aantal en omvang toe.

Ik herken dat niet. Op die demonstraties in Moskou en Sint-Petersburg wordt altijd flink ingezoomd, zodat het lijkt alsof ze heel groot zijn. Maar in werkelijkheid lopen er dan maar iets van 8000 mensen door de straten. Zet dat tegenover het inwonertal van Moskou: ruim 12 miljoen.

Je schrijft in jouw boek dat er in 2012 zoveel protestmarsen waren in Moskou dat het verkeer ernstig belemmerd werd, en je regelmatig te laat kwam op jouw afspraken.

Het leek toen inderdaad een doorgeslagen protestmaatschappij. Op de ene hoek stonden jonge anarchistische neo-bolsjewieken te protesteren en op een andere hoek aanhangers van Poetins partij Verenigd Rusland. Een paar stoplichten verder gingen veertig bejaarden met vlaggen van hamer en sikkel de straat over, om vervolgens bij de Doema op een protestmars van een anti-WTO beweging te stuiten. Het verkeer werd daardoor ernstig belemmerd.

Sinds een paar jaar moet je daarom een vergunning aanvragen voor demonstraties. Ik snap niet waarom wij daar in het Westen over vallen. Dat is bij ons toch ook normaal? Bij ons moet je toch ook een vergunning aanvragen om in protest de straat op te gaan? Soms krijg je zo’n vergunning niet, en als je dan toch gaat demonstreren, maakt de politie er een einde aan.

Poetin is, in tegenstelling tot zijn tegenkandidaten, iedere dag op televisie te zien. Dat zorgt er voor dat zijn populariteit groot blijft.

Die tegenkandidaten mogen van mij vaker op televisie, maar ik denk niet dat ze daarmee hun kansen vergroten. Ook bij de meeste Russen die buiten Rusland wonen is Poetin heel populair.

We horen in het Westen veel over Aleksej Navalny, die niet mee mag doen aan de verkiezingen en al een paar keer in de gevangenis is beland.

Drie jaar geleden zag ik nog wat in hem. Ik dacht: “Die doet tenminste wat. Hij heeft een leuke uitstraling. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie Russen.”

Maar inmiddels is hij op de populistische toer gegaan, en roept nu dingen als: “Als ik president van Rusland wordt, dan gaan alle tsjorni, alle zwarten eruit.” (Tsjetsjenen en mensen uit de Aziatische voormalige sovjet-republieken, EvdB) Vergelijk dat met het beleid van de Russische overheid van de afgelopen tien jaar. Om het fundamentalisme onder moslims tegen te gaan is er flink geïnvesteerd in onderwijs, en ook in de ‘onderbuik van Rusland’, in de economieën daar, van de deelrepubliek Tsjetsjenië tot en met de buurlanden Kazachstan, Oezbekistan en Tadzjikistan.

Een andere presidentskandidaat waar we in het Westen veel over horen is tv-persoonlijkheid Ksenia Sobtsjak. Het NRC suggereert dat zij een verlengstuk is van Poetin en meedoet om de verkiezingen meer aanzien te geven en ook om stemmen bij de liberale partijen weg te kapen. Hoe zie jij haar kandidatuur? 

De reden dat de Westerse media haar afschilderen als een beschermeling van Poetin is omdat hij een student is geweest van Sobtsjaks vader, toen die professor was aan de Universiteit van Leningrad. En ook omdat Poetin in 1999 als premier een einde maakte aan het corruptieonderzoek dat tegen haar vader liep. Maar ik zie niet hoe Poetin belang heeft bij de kandidatuur van Ksenia Sobtsjak. Geen van de andere liberale kandidaten vormt een bedreiging voor Poetins herverkiezing. Ook Sobtsjak maakt geen enkele kans. De Russen zien haar als talkshowpresentatrice en glamourgirl. Iedereen die weet wat ervoor nodig is Rusland te besturen lacht om haar kandidatuur. Ze heeft geen enkele bestuurlijke ervaring. Ze heeft zelf ook al aangegeven dat ze weinig kans maakt Poetin op te volgen. De reden waarom ze dan toch meedoet? Ze staat graag in de belangstelling. En misschien ook om te kijken hoever ze komt. 

Jij zegt: ‘Wij wanen ons in het Westen superieur aan Rusland.’ Zijn er zaken waarvan jij zegt: Wij kunnen nog een voorbeeld nemen aan Rusland?

Op zaterdagavond lijkt het hier in de binnenstad van Arnhem een sport te zijn zoveel mogelijk MacDonalds-zakken en Coca Cola-flessen op straat te gooien. Als je op zondagochtend door de stad loopt is het een grote ravage. In Rusland zal je zoiets nergens zien. Mensen spreken elkaar er op aan dat het not done is je afval op straat te gooien.

Ik zie daarnaast dat het de norm is in Rusland om niet al te luidruchtig te praten in publieke ruimtes, zoals in restaurants, op vliegvelden, op scholen, in de metro, op vergaderingen. Dreinende peuters worden terecht gewezen. In de metro zie je jonge mensen opstaan voor ouderen en heren voor dames.

In Nederland leggen wij dat negatief uit. We zien het als een achteruitgang dat de Russen conservatiever en patriottischer worden, het gezinsleven voorop stellen en dat de kerk weer een grotere rol gaat spelen. Maar ik ervaar het als een verademing de mensen zo te zien knokken voor beschaving. Ze doen hard hun best om, na de ellende van het communisme en de chaos van de jaren negentig, hun land weer op de rails te krijgen.

Andere zaken waar we in Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen?

De Russen zijn er trots op dat hun land geen noemenswaardige staatsschulden meer heeft. Dit in tegenstelling tot de megaschulden van de VS en de EU.

De Russen zijn ook erg gesteld op hun cultuur. De theaterzalen zitten avond na avond bomvol. Ze zijn trouw aan hun tradities, zoals Internationale Vrouwendag. Dan komt meneer Grolsch naar mij toe en die vraagt: “Wat moet ik daar toch mee? Dan wordt er zeker weer van mij verwacht dat ik aan de vrouwelijke medewerkers rozen uitdeel en gedichten van Tolstoi?” Dan zeg ik: “Dat is wel de manier om uw waardering te tonen aan de vrouwen hier, en als u daar in meegaat, dan geven ze u het beste wat ze te bieden hebben.” Maar dan zegt meneer Grolsch: “Ik wil helemaal niks met cultuur, ik wil dat het personeel mij helpt de omzet te versnellen.”

Daar gaat het dus mis tussen de Russen en de Nederlanders. Zij willen gewaardeerd worden om hun eigen identiteit, en wij kunnen daar maar geen begrip voor opbrengen.

Hoe is de positie van de vrouw in Rusland?

Aan de ene kant ongeëmancipeerd. Je ziet weinig mannen achter een kinderwagen lopen of een aardappeltje meeschillen. Maar aan de andere kant is de Russische vrouw veel geëmancipeerder dan de Nederlandse. In Rusland zitten er veel meer vrouwen op topfuncties. Dat is een erfenis van het communisme. De Russische vrouw is al decennialang hoogopgeleid. Ze heeft recht op een zwangerschapsverlof van een jaar en de garantie dat ze bij terugkeer op haar werk weer aan de slag kan in haar oude functie.

Wat heb jij met Catharina de Grote? Jij verbeeldt haar in jouw solovoorstellingen, en er staat een borstbeeld van haar in jouw Rusland & Oost-Europa Academie.

Er is veel dat ik in haar herken. Zij was een vrouw die leefde tussen twee culturen, de westerse en de Russische. Van Duitse prinses werd ze tsarina van Rusland. Zij stuitte op veel onbegrip van westerse tijdgenoten als Voltaire en Montesquieu, die vonden dat ze het land waarover ze regeerde niet snel genoeg hervormde. Dan schreef ze teleurgesteld: “Die filosofen en politici zitten daar in hun westerse studeerkamers en chique paleizen, en dan denken ze dat ze mij kunnen vertellen hoe ik van Rusland in een paar jaar een Europees land moet maken. Ze hebben geen idee van het grote verschil in cultuur en mentaliteit.”

Ik ervaar dat net zo. Dan zie ik zo’n Frans Timmermans, of in de VS Hillary Clinton. Het zijn geen grote filosofen als Voltaire en Montesquieu, maar ze zijn even betweterig. Ze eisen van de Russische regering dat die het land à la minute omtovert in een democratie naar westers model. Ik kan mij daar flink aan ergeren. Dat heb ik gemeen met Catharina.

Jij stelt dat Poetin een enorme populariteit geniet bij Russische vrouwen. Hoe verklaar je dat?

Het is waar. Ik schat zijn populariteit bij vrouwen op 82 procent, uit alle lagen van de bevolking, van jong tot oud. Ze hangen aan Poetin. Heel apart. Ik vraag wel eens aan de vrouwen die ik ken, bij de Rotary, in het orkest waar ik speel en op de universiteit. “Wat zien jullie toch in die man?” De antwoorden die ik dan hoor komen meestal aardig overeen: “Hij drinkt en rookt niet, hij sport, hij is een patriot, hij wil het beste voor Rusland, hij heeft ons uit de ellende geholpen en heeft ons land weer op de kaart gezet.”

Ik zeg wel eens grappend tegen mijn studentes: “Prima als je hem zo’n goede president vind. Maar je moet geen Poetin t-shirt aantrekken, want dan ga ik gillen.”


Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

Poging tot Kleurenrevolutie in Armenië met risico van opnieuw opvlammen conflict met Azerbeidzjan

Het blijft onrustig in de Armeense hoofdstad Yerevan. Een groep ultranationalisten heeft een politiebureau bezet om de vrijlating van hun leider af te dwingen. Vorige week probeerden nationalistische en liberale demonstranten het politie-cordon rond het bureau te doorbreken.

Bij het afslaan van de menigte raakten 51 mensen, zowel politieagenten als demonstranten, gewond. De oploop hield aan tot vier uur ’s nachts plaatselijke tijd, toen de politie de meest gewelddadige demonstranten oppakte. Daar onder was het liberale parlementslid Nikol Pashinyan. Men houdt rekening met verdere verheviging van de demonstraties.

Sinds een groep onder leiding van een veteraan uit de Karabach-oorlog, de uit Libanon afkomstige Jirair Sefilian, gearresteerd werd omdat ze plannen hadden om diverse overheidsgebouwen en de televisietoren te bezetten, hebben medestanders een politiebureau in de wijk Erebuni bezet en roepen bepaalde oppositiekrachten in Armenië op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. De regering wordt beticht van corruptie, politieke repressie en het verraden van de Armeense belangen inzake Nagorno Karabach. Met de demonstraties en de burgerlijke ongehoorzaamheid wil de oppositie naar eigen zeggen de regering in Armenië omver werpen.

Jirair Sefilian is een ultranationalistische leider die als paramilitaire krijgsheer voor een linkse groepering begin jaren ’90 een rol speelde in de oorlog in Nagorno Karabach, nadat hij eind jaren ’80 nog in Libanon had gevochten. De demonstraties worden vooral gecoördineerd door liberale, op het Westen georiënteerde politici en partijen en zogenaamde non-gouvernementele organisaties behorend tot het netwerk van de multimiljardair George Soros. Net als bij de Oekraïense demonstraties op het Maidan in Kiev, is er sprake van een monsterverbond van ultranationalistische en liberale krachten.

Het gaat ruwweg om dezelfde groepen die in 2015 ook al een revolutie probeerden te ontketenen naar aanleiding van de elektriciteitscrisis en die eerder demonstreerden tegen de Russische militaire basis in Armenië en tegen aansluiting bij de Euraziatische Economische Unie.

De liberale oppositie is er blijkbaar in geslaagd ultranationalistische krachten voor haar karretje te spannen. De zittende Armeense regering heeft Nagorno Karabach geenszins opgegeven. Toch vinden ultranationalisten dat ze niet genoeg doet. Als de regering echter gehoor zou geven aan de eisen van de oppositie ten aanzien van Nagorno Karabach, zou dat leiden tot het opnieuw ontvlammen van het gewapende conflict met buurland Azerbeidzjan. Eerder dit jaar was er al een aanzienlijke toename van schermutselingen aan de contactlijn, waarbij Rusland door diplomatie een groter conflict wist te voorkomen.

Westers georiënteerde krachten in Armenië proberen het ultranationalistische sentiment te benutten om zelf aan de macht te komen. Door op oorlog aan te sturen, zetten ze bovendien de relatie met Rusland onder druk, wat uiteindelijk een breuk met de EEU en de CVVO en een heroriëntatie op euro-atlantische integratie zou kunnen forceren.

Posted on

Ramzan Kadyrov treedt terug als leider van Tsjetsjenië

Ramzan Kadyrov, de leider van de Tsjetsjeense Republiek, een van de deelrepublieken van de Russische Federatie, heeft aangekondigd dat hij terug treedt. Na het aflopen van zijn termijn in april aanstaande zal hij niet herkiesbaar zijn.

“Mijn tijd is voorbij. Ieder mens heeft een limiet. Ik geloof dat Kadyrov over zijn hoogtepunt heen is”, aldus de Tsjetsjeense leider in een interview afgelopen zaterdag. Kadyrov is leider van de deelrepubliek geweest sinds 2007. Daarvoor was hij onder andere premier en bekleedde hij diverse andere politieke en veiligheidsfuncties in Tsjetsjenië.

Ramzan begon zijn politieke loopbaan als rechterhand van zijn vader Akhmad Kadyrov, die een belangrijk politiek en religieus leider van de Tsjetsjenen was. De Kadyrov-clan vocht in de jaren negentig tegen de Russische Federatie in een strijd voor Tsjetsjeense onafhankelijkheid. Toen echter een groeiend aantal separatisten van Tsjetsjenië een radicaal-islamitische staat wilden maken, kozen de Kadyrovs de kant van Moskou. Akhmad Kadyrov keerde zich als belangrijke moeftie (islamitische wetsgeleerde) tegen de introductie van het wahhabisme, een fundamentalistische stroming van de islam, die onder andere wordt aangehangen door het Saoedische koningshuis. Hij was president van de Tsjetsjeense Republiek van 2003 tot hij in 2004 werd vermoord.

In het interview met televisiezender NTV wilde Kadyrov niet ingaan op de vraag wie hem op zou kunnen volgen. De populaire Tsjetsjeense leider wil meer tijd besteden aan zijn gezin, zijn persoonlijke ontwikkeling en zijn religieuze leven.

Onder Kadyrov is Tsjetsjenië relatief stabiel gebleven, waardoor er ruimte ontstond voor jaar op jaar toenemende economische groei.

Posted on

Moord met polonium 210

 

De onthullingen van het gereputeerde Britse medische tijdschrift The Lancet dat de Palestijnse leider Yasser Arafat inderdaad door vergiftiging met het radioactieve polonium 210 om het leven werd gebracht zijn merkwaardig. (1) (2) Het betekent immers pas de tweede in de geschiedenis bekende vergiftiging met dit zeer zeldzaam scheikundig element. Het andere bekende geval is dat van de Russische balling Alexander Litvinenko. Die kwam echter pas meer dan twee jaar later in eveneens nog steeds mysterieuze omstandigheden in Londen om het leven.

Een zeldzaam radioactief element

Zo stierf Yasser Arafat op 11 november 2004 in een Frans hospitaal in Clamart aan een toen onbekende ziekte terwijl Alexander Litvinenko iets meer dan twee jaar later op 23 november 2006 overleed. Beiden zoals nu blijkt zijn gestorven door vergiftiging met het radioactieve polonium 210. Een tot de dood van Litvinenko alleen bij specialisten gekende stof.

In de geschiedenis zijn er voor zover geweten in het verleden slechts vier gevallen gekend van vergiftiging door polonium, steeds als een gevolg van ongelukken. Het eerste geval is dat van de Franse wetenschapster Irene Joliot-Curie, dochter van de ontdekster van de stof Marie Curie. Zij werd het slachtoffer van een ontploffing in 1946 in haar laboratorium en stierf er jaren later van.

De andere drie gevallen betreffen eveneens ongelukken in nucleaire laboratoria, met drie doden in Israël, twee in Frankrijk en een in Rusland. (3) Alhoewel de stof mits wat zoeken wel te kopen zou zijn blijkt de productie ervan geheim. Wie wat en hoeveel maakt behoort tot de staatsgeheimen. Zelf al wordt het bij de productie van atoomwapens wegens de prijs en de instabiliteit amper nog gebruikt.

Topnieuws

De Russen zelf beweren alles in het verleden verkocht te hebben aan de VS. De stof is vooral populair bij beginnende atoomnaties zoals Noord-Korea. Gezien haar gebrek aan stabiliteit is ze bij meer professionele atoomwapenproducenten als de VS en China niet echt in trek.

Vooral de zaak van de Rus Litvinenko zorgde in onze media eind 2006 voor ontzettend veel ophef. Het was wekenlang topnieuws in alle kranten met daarbij de schokkende foto van een gehospitaliseerde doodzieke en kaal geworden Litvinenko.

Het was ook de enige toen overal gepubliceerde foto waarvan hij het copyright had en die hem en zijn nalatenschap een fortuin moet hebben opgebracht. Een opmerkelijke daad voor iemand die op sterven ligt van een tot vlak voor zijn dood mysterieuze ziekte.

In onze pers werd toen unaniem naar het Russische parlementslid Andreï Loegovoj gewezen als de man die Litvinenko vergiftigde. Een verhaal dat na analyse echter geheel gebaseerd blijkt op praatjes afkomstig van de Britse veiligheidsdiensten en de vrienden van Litvinenko.

Poetin als moordenaar

Voor die ‘vrienden’ was het zelfs al bewezen dat de Russische president Vladimir Poetin de moord had bevolen. Waarom? Wel, Alexander Goldfarb (4), de Israëlisch-Amerikaanse vriend van Litvinenko, had na diens dood een tekst voorgelezen die naar hij stelde van Litvinenko kwam en die Poetin als moordenaar aanduidde. Zelden werd zo gemakkelijk en snel de moordenaar gevonden.

Verder waren alle beweringen in de media over de contacten van Lugovoi met Litvinenko en het vermeende radioactieve spoor achtergelaten door het polonium 210 en Lugovoi alleen afkomstig van de Britse veiligheidsdiensten. Een eenzijdige en uiteraard geheel onbetrouwbare bron.

Merkwaardig daarbij is dat de Britse regering het eerder dit jaar gevraagde publieke gerechtelijk onderzoek rond die moord om staatsreden verbood. Maar ook nu weer was het voor de Britse pers duidelijk. De Britse regering verbood dat, niet omdat zij iets te verbergen had maar omdat zij de Russen aldus in bescherming wou nemen. Bewijzen voor die stelling? Geen enkel.

De enige journalist die voor zover geweten ooit verder zocht was de Amerikaan Edward Jay Epstein die het Britse aan Rusland gerichte uitleveringsverzoek betreffende Loegovoj las (3). En tot zijn verbazing bevatte dit niet eens het verslag van een pathologisch onderzoek op het lichaam van Litvinenko.

Ook een gedetailleerd overzicht met chronologie en de verschillende datums en plaatsen waar Litvinenko  en Loegovoj die dagen geweest waren en de radioactieve sporen ontbraken. Een juridisch waardeloos document dus.

Mario Scaramella

Bovendien bleek dat ook dat bij de Italiaan Mario Scaramella, een meer dan dubieus figuur die korte tijd nadien in een Italiaanse cel zal belanden, sporen van Polonium 210 werden gevonden. Evenals in het Japanse restaurant Itsu waar Litvinenko en Scaramella die 1ste november 2006 met elkaar had gegeten. En dat was uren voor Litvinenko en Lugovoi elkaar die dag zullen ontmoeten.

Bovendien bleek het vliegtuig waarmee Loegovoj die dag naar Londen was gevlogen geen sporen van polonium 210 te bevatten. Wel ontdekte men radioactieve sporen op het vliegtuig waarmee hij huiswaarts keerde.

De enige te trekken conclusie is dan ook dat Loegovoj onschuldig en zelfs een slachtoffer is en alleen door intriges van de Britse regering en de media tot dader was uitgeroepen om zo Poetin te treffen. Een klassiek mediaverhaal.

En het werkt natuurlijk. Zowat iedereen in Europa en de VS die ooit hoorde van Litvinenko denkt bijna automatisch dat de Russen de moord pleegden in opdracht dan van Poetin. Verder dan dit kijkt men in intellectuele kringen niet en dat weten de auteurs van die leugens natuurlijk zeer goed. Hun doel was dus bereikt.

Bovendien raakten in de persheisa rond de zaak een aantal belangrijke elementen amper of niet vermeld. Zo was Alexander Litvinenko in Londen de buurman van een zekere Akhmed Zakayev, gewezen minister van Buitenlandse Zaken van de Republiek van Ichkeria en nadien op het ogenblik van de moord zelfs president van deze ooit alleen door de Taliban erkende republiek.

Jihadisten

Ichkeria is een van de namen die allerlei salafistische groepen gaven aan de autonome Russische republiek Tsjetsjenië die ten tijde van haar de-facto onafhankelijkheid in de jaren negentig van de vorige eeuw een broeihaard was van allerlei door het westen gesteunde jihadistische groepen. Een aantal daarvan vechten zich nu trouwens een weg naar de macht in Syrië.

Maar jihadist Zakayev had in Londen politiek asiel gekregen en kreeg er zelfs voluit hulp van o.m. een Vanessa Redgrave, een icoon van de Britse filmindustrie. De man was voor kranten als The Times en The Daily Telegraph een ware held.

Beiden werden er ook onderhouden door Boris Berezovsky, ooit een der machtigste mannen in Rusland die via de media rugdekking gaf aan de veelal stomdronken Russische president Boris Jeltsin, een creatie van de VS die toeliet dat men het land vanuit het westen zo ongehinderd mogelijk kon plunderen.

Boris Berezovsky was ook de financier en wapenleverancier aan die Tsjetsjeense jihadisten. En toen Poetin in 1999 in Rusland het roer kon overnemen diende hij dan ook mede wegens die beschuldigingen snel te vluchten richting de vrienden in Londen.

Beweringen van Litvinenko

Nadien is komen vast te staan dat zowel Berezovsky als Litvinenko werkten voor MI6, de Britse buitenlandse geheime dienst. Waarbij Litvinenko ook o.m. actief was voor de Spaanse spionagedienst. Wat doet vermoeden dat Zakayev eveneens hand en spandiensten verleende aan MI6.

Litvinenko was ook de bron die beweerde dat een aantal door Tsjetsjeense jihadisten gepleegde erg moorddadige aanslagen zoals die op een school in Beslan en op een theater in Moskou in feite het werk waren van de Russische geheime dienst. Met als enige bedoeling een excuus te zijn voor de herovering van dit bolwerk van jihadistische agitatie.

Het was een verhaal dat er toen bij kranten als De Standaard, NRC Handelsblad en De Morgen vlot inging. Alleen idioten en kwaadwilligen konden hieraan twijfelen. Toch als we deze kranten moesten geloven.

Litvinenko was trouwens op het einde van zijn leven een bekeerde jihadist en werd ook volgens islamitische rituelen begraven.  Feiten die zijn beweringen over Poetin en Rusland natuurlijk in een ander daglicht plaatsen.

Contactman van de CIA

Bovendien bleek uit de contacten tussen Litvinenko en Mario Scaramella dat hij vermoedelijk betrokken was bij allerlei criminele activiteiten zoals het smokkelen van onderdelen voor nucleaire technologie. Het is zeker dat Scaramella een betaalde medewerker was van de CIA (3).

Zo beschuldigde hij de gewezen Italiaanse premier Romani Prodi ervan een agent te zijn van de Russische geheime dienst. Een beschuldiging die er volgens Italiaanse gerechtelijke bronnen kwam nadat Prodi kritiek had gegeven op het Amerikaanse buitenlandse beleid.

Een rechtbank in het Italiaanse Rimini veroordeelde Scaramella op 4 december 2012 wegens die en andere lasterlijke beweringen tot 42 maanden celstraf. Voorheen had hij voor gelijkaardige feiten reeds eenzelfde gevangenisstraf gekregen. In Rusland vermoed men trouwens dat het Scaramella was die Litvinenko vergiftigde.

Een logische bewering daar volgens het Britse aan Rusland bezorgde uitleveringsverzoek het poloniumspoor begon in het Japanse restaurant Itsu waar Scaramella en Litvinenko elkaar bij een lunch ontmoeten.

Succes met polonium

En dan komt de twee jaar eerder eveneens met polonium 210 gepleegde moord op Yasser Arafat als begrijpelijk over. Dat de moord gepleegd werd door Israël met steun van de VS wordt ook door Israëlische bronnen beschreven. Volgens verhalen in o.m. de Israëlische media weigerde de regering Bush Jr. eerst zijn toestemming te geven voor deze moord maar gaf ze later toe.

Maar Arafat was een obstakel voor de Amerikaanse plannen in de regio waar men toen de weg wilde voorbereiden voor een golf van jihadistische extremisten. En dan liep een seculiere Arabische held als Arafat gewoon in de weg.

En blijkbaar heeft men vanuit de CIA en of de Mossad dan maar gegrepen naar het bizarre wapen van polonium 210 om hem uit de weg te ruimen. De ziekte plaatste alle medici voor raadsels tot vermoedelijke tevredenheid van de Amerikaanse en Israëlische geheime diensten.

En dus werd dit zo te zien wegens succes nog eens herhaald met de moord op Litvinenko. In Londen bleef men trouwens tot bijna de laatste dag vermoeden dat men Litvinenko vergiftigd had met thallium. Een al bijna even zeldzaam gif dat men ook bij Arafat lang bleef zien als de doodsoorzaak. Pas op het einde ontdekte men bij Litvinenko dat het polonium 210 betrof.

En in Rusland vraagt men zich na het lezen van de Britse officiële documenten dan ook af waarom men in het Londense hospitaal zo lang aan thallium dacht en dan plots met het verhaal van polonium 210 boven water kwam.

En daar het door de weduwe van Litvinenko en gerechtelijke diensten gevraagde publieke onderzoek er door Britse regeringsdruk niet komt zal de dood van Litvinenko voor nog veel jaren een mysterie blijven.

Maar de onthullingen door The Lancet over de moord op Yasser Arafat maken al weer meer duidelijk waar men de daders moet zoeken. Vraag is natuurlijk waarom Litvinenko dood moest. Zijn baas Boris Berezovsky stierf op 23 maart 2013 in alweer verdachte omstandigheden. De gewezen multimiljardair zat toen financieel al grotendeels aan de grond.

Verhalen met veel mysteries. Maar dat mag hier geen enkele verbazing wekken.

Willy Van Damme

NASCHRIFT:

Volgens de Britse forensische wetenschapper David Barclay kwam de polonium die Arafat dode van een kernreactor. Wat wil zeggen dat het bijna zeker een overheid is geweest die de moord pleegde. Wat men uiteraard kon verwachten.

De dader moet dus gezocht worden bij een of andere westerse veiligheidsdienst die praktisch zeker ook de moord pleegde op de Russische balling Litvinenko. Het gebruikte moordwapen sluit praktisch gezien alle andere mogelijkheden uit.

Ze zullen wel nooit gedacht hebben dat men de dood van Arafat ging heronderzoeken en de link met polonium zou leggen. Want dit is niet simpel. De wereld der toxische stoffen is gigantisch groot en het is dus voor laboranten niet zelden zoeken naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg.

Maar blijkbaar legde de weduwe van Arafat wel die link en raakte zo dit mysterie eindelijk opgelost. Spijtig voor haar dat die wonde nu terug opengereten wordt. Maar ze kan dit luik dus nu wel sluiten. Ergens wel een magere troost natuurlijk.

Vraag is dan ook natuurlijk wie binnen de naaste entourage van Arafat mee in dit moordcomplot zat. Het kan bij de PLO voor sommigen nog wel eens heel warm onder de voeten worden.

Willy Van Damme

__________

1) De onthullingen van The Lancet zijn mits betaling te lezen op http://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(13)61834-6/fulltext. Het onderzoek is het werk van Instituut voor Radiofysica verbonden aan de Universiteit van Lausanne in Zwitserland.

Het verhaal is onder meer te lezen op de website van de Qatarese Tv-zender al Jazeera. Zij brachten dit verhaal zowel in 2012 als nu als eersten: http://www.aljazeera.com/news/europe/2013/10/arafat-poisoning-claim-backed-journal-2013101215735508974.html.

2) Het verhaal van het Russische persbureau Interfax dat dinsdag 15 oktober verscheen, vier dagen na dat van al Jazeera over het rapport van The Lancet, werd door het Russische bureau nog diezelfde dag ontkent. Een ontkenning die eigenaardig genoeg nooit de klassieke media lijkt te hebben bereikt.

Die publiceerden, als ze al iets over de zaak brachten, alleen de ontkenning van Interfax. Wat uiteraard voor verwarring zorgde. Verder bevatte het bewuste persbericht van Interfax alleen een korte verklaring van de Russische wetenschapper Vladimir Uiba van het Russische Federale Medische-Biologisch Agentschap zonder verder enig detail.

Een verklaring die dus kort nadien door zowel Uiba als door het agentschap reeds werd ontkend. Wel bleef de journalist van Interfax bij zijn eerder persbericht. Het verhaal van The Lancet is een zogenaamd peerreview van eerdere in juli 2012 gedane wetenschappelijke onderzoeken.

En dat heeft uiteraard veel meer waarde dan die nergens door gestaafde en later ontkende verklaring bij Interfax. Zie het verhaal: “Russia Denies Issuing Conclusions over Arafat’s Death” te lezen op het webadres: http://www.almanar.com.lb/english/adetails.php?eid=116070&frid=22&seccatid=45&cid=22&fromval=1

3) Edward Jay Epstein, New York Sun, 01/12/2006, http://www.nysun.com/foreign/specter-that-haunts-the-death-of-litvinenko/73212/. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Mario_Scaramella

4) Alexander Goldfarb was naast de rechterhand van Berezovsky jarenlang een nauwe medewerker van George Soros, de Amerikaanse in Frankrijk wegens handel met voorkennis correctioneel veroordeelde speculant en multimiljardair, van wie de nauwe samenwerking met de Amerikaanse regering bij het destabiliseren en overnemen van landen goed bekend is.

Hij verhinderde eigenhandig via een massale speculatie dat het Verenigd Koninkrijk toetrad tot de EMS, het Europees Monetair Systeem dat de voorloper was van de euro. Hij verdiende hier toen ongeveer 1 miljard dollar mee. Hij is ook de grootste financier van een pak ngo’s waaronder Human Rights Watch.

Posted on 1 Comment

Rusland wil Libisch scenario voor Syrië voorkomen

Rusland wil voorkomen dat zich in Syrië een ‘Libisch scenario’ voltrekt. Daarom versterkt het land haar militaire aanwezigheid in Syrië. Dat maakt Poetin uiteraard eens te meer tot boeman in het Westen.

De acties van de Amerikaanse regering inzake Syrië gelden als weinig geslaagd. Nog altijd duurt de oorlog tussen het bewind van president Bashar al-Assad en de ‘Islamitische Staat’ (IS) voort. De talrijke luchtaanvallen van de Amerikanen op stellingen van IS hebben dat tot nog toe niet kunnen verhinderen. Dat de Russische president Vladimir Poetin nu openlijk de effectiviteit van de Amerikaanse luchtaanvallen in twijfel trekt, zit Obama en de zijnen natuurlijk niet lekker.

Het is echter niet alleen de Russische kritiek die in Washington wrevel wekt, maar ook het doortastende Russische handelen. Zo begon enkele dagen geleden in Jableh ten zuiden van de havenstad Latakia in het westen van Syrië de opbouw van een Russische luchtmachtbasis.

Op deze basis moeten zo’n 1000 militairen gestationeerd worden en naast gevechtsvliegtuigen komen er ook luchtafweer-raketsystemen van het type Pantsir-S-1. Deze militaire inspanningen vinden niet zonder reden plaats. Per slot van rekening is Rusland al een oude bondgenoot van Syrië en Assad. Syrië was ook al een bondgenoot van de Sovjet-Unie en heeft vanuit deze tijd nog een schuld van ongeveer 10 miljard Amerikaanse dollars uitstaan bij Rusland. Rusland beschikt ook nog altijd over een marinebasis in het Syrische Tartus. Dat is het enige militaire steunpunt van Rusland in het Middellandse Zeegebied, zodat het belang ervan duidelijk mag zijn.

Er zijn kortom oppervlakkig al genoeg redenen waarom Rusland de regering van Assad nog ondersteunt. Die steun krijgt sinds enige tijd gestalte in de vorm van wapenleveringen en militaire adviseurs/trainers. Er zijn echter ook diepere redenen voor de Russische opstelling.

Het gaat de Russische regering er namelijk vooral om in Syrië een ‘Libische scenario’ te voorkomen. De westerse militaire interventie in Libië ligt bij de Russen nog vers in het geheugen, maar niet op de manier waarop de politiek-mediale klasse in het Westen hierover spreekt. Rusland ziet het bombarderen van Libische regeringstroepen in 2011 terecht als misbruik van VN-resolutie 1973. Die resolutie legitimeerde immers geen militaire aanval op het bewind van Khadaffi, maar slecht een militair ingrijpen om de burgerbevolking te beschermen. Poetin voelde zich in dezen door het Westen bedrogen. En dat zal hem geen tweede keer gebeuren.

Vrede in Syrië zonder Assad niet haalbaar

De situatie in Libië na de val van Khadaffi laat bovendien een scenario zien, dat Rusland in Syrië in geen geval wenselijk acht. Libië is immers diep verzonken in terroristische chaos en een vergelijkbaar scenario in Syrië, zou voor Rusland betekenen dat de terroristen in de Noord-Kaukasus, waarmee Rusland sinds enige tijd in opnieuw toenemende mate te kampen heeft, een blijvende uitvalsbasis in het Midden-Oosten krijgen. Dat zou de bestrijding van deze groepen uiteraard bemoeilijken.

Bovendien gelooft in Moskou, anders dan in Washington en Brussel, niemand serieus dat een vreedzame oplossing in Syrië mogelijk is zonder Assad en zijn regering daarin te betrekken. Een verenigde oppositie met brede steun die na het vertrek van Assad  het bestuur over zou kunnen nemen, is er immers feitelijk niet.

Terwijl Rusland op de grond feiten schept, zijn de Verenigde Staten niet in staat een vreedzame oplossing voor Syrië na te streven die niet de val van Assad inhoudt, omdat de Amerikaanse bondgenoot Saoedi-Arabië die als ononderhandelbare voorwaarde stelt. Het wahabitische regime in Riaad wil Assad als de hoofdverantwoordelijke zien voor de ruim 200.000 doden van de nog altijd voortdurende oorlog, en wast de eigen handen in onschuld. Daarbij komt dat de Saoedi’s de positie van Iran, dat een belangrijke bondgenoot van Assad is, op alle mogelijke manieren wil verzwakken. In de afgelopen weken zou Iran daadwerkelijk troepen naar Syrië hebben gestuurd, het gaat naar verluidt om zo’n 1000 soldaten van de Revolutionaire Garde die het Syrische regeringsleger moeten versterken. Een en ander zou in nauw overleg met de Russen gebeurd zijn.

Zowel Rusland als Iran staan dus een oplossing voor Syrië zonder Assad in de weg. Turkije heeft intussen in eigen land de handen vol aan het oplaaiende conflict met Koerdische milities. Een oplossing voor Syrië die een versterking van de Koerdische positie zou betekenen en daarmee waarschijnlijk een burgeroorlog in Turkije, zal de Turkse regering uiteraard niet accepteren. Daar kunnen Rusland, Iran en Assad op rekenen, ongeacht hoe de Turkse opstelling tegenover Assad an sich is.

Door het Russische optreden in Syrië is kortom een vrede in Syrië mét Assad waarschijnlijker geworden. Of de Verenigde Staten of Saoedi-Arabië dit nog weten te verhinderen moet de toekomst uitwijzen.

Posted on

Toenadering tussen Saoedi-Arabië en Rusland

Saoedi-Arabië en Rusland willen meer gaan samenwerken. Tot dat besluit kwamen de beide landen, wier relatie sinds de jaren ’80 als koel geldt, in de marge van het economisch forum in Sint-Petersburg, dat op 18 juni plaats vond.

De Saoedische delegatie bestond uit de minister van Defensie en zoon van de koning Mohammed bin Salman, minister van Buitenlandse Zaken Adel al-Shubeir, voorzitter van de Kamer van Koophandel Abdulrahman al-Zamil, minister van Aardolie Ali al-Naimi en andere hooggeplaatsten.

Moskou en Riaad zien zich in een geopolitieke situatie geplaatst, waarin de bestaande ordening massief verandert. De Russen hebben een conflict met het Westen, de Saoedi’s voelen zich door de Amerikanen in de steek gelaten sinds het Witte Huis geen schriftelijke garantie wilde geven hun veiligheid te beschermen, terwijl ze zich toenemend bedreigd voelen door de regionale invloed van Iran. Dat er voorzichtige toenadering is tussen de VS en Iran in het kader van de bestrijding van de Islamitische Staat en bereiken van een deal over het Iraanse kernprogramma, wordt in Saoedi-Arabië met argusogen bezien.

In Sint-Petersburg spraken de Saoedi’s in de eerste plaats met de Russen over een kernenergieovereenkomst. Verder stelde Mohammed bin Salman de Russische president Vladimir Poetin de aanschaf van Russische wapens en verdedigingssystemen in het vooruitzicht. Het Arabische koninkrijk plant de bouw van 16 kerncentrales op zijn territorium. Al met al werden zes overeenkomsten en memoranda over de nieuwe samenwerking ondertekent: In de eerste plaats een overeenkomst over het gebruik van kernenergie voor vreedzame doelen, daarnaast over ruimtevaart, militaire samenwerking, samenwerking in de energiesector, wederzijds investeringen, joint ventures voor de bouw van woningen en infrastructuur. Riaad wil miljarden investeren in de Russische economie. In de documenten is daarnaast onder andere een Russische deelname aan de bouw van kerncentrales in Saoedi-Arabië vastgelegd.

In het verleden waren de relaties tussen Rusland en Saoedi-Arabië op zijn best koel, belangrijke factoren daarin waren de olieprijs en Saoedische ondersteuning van radicaal-islamitische groeperingen in de Kaukasus. Het instorten van de olieprijs in de jaren ’80 heeft bijgedragen aan de uiteindelijke val van de Sovjet-Unie. De verbreiding van de radicale islam in Russische deelrepublieken als Tsjetsjenië en Dagestan heeft sinds de jaren ’70 en vooral sinds de jaren ’90 toenemend de aandacht van Moskou opgeëist.

De poging de Saoedi’s als grootste energieleverancier door Amerikaans schaliegas en -olie te verdringen, leidde tot een verdere val van de olieprijs. Terwijl voor het Kremlin ter verzachting van Ruslands economische crisis een hogere olieprijs dringend nodig was, zetten de Saoedi’s een lagere prijs door, om zo de Amerikaanse fracking-olie, waarvan de winning omslachtig en duur is, onrendabel te maken. Daar staat tegenover dat Rusland is opgekomen als grootste aardolieleverancier van China en de Saoedi’s bedreigt in hun functie als exporteur. Tegen deze achtergrond moet de toenadering tussen Rusland en Saoedi-Arabië gezien worden. Hoeveel van de overeenkomsten ten uitvoer gebracht worden zal in niet geringe mate van de geopolitieke ontwikkelingen in de nabije toekomst afhangen.

Posted on

Veel Tsjetsjenen in leiding ‘Islamitische Staat’

Wenen – Hoewel er slechts een miljoen Tsjetsjenen zijn, vervullen zij steeds vaker belangrijke rollen in de strijd van islamistische groeperingen. En dat niet alleen in de Kaukasus, waar ze vandaan komen, maar ook in Europa, de Verenigde Staten en in Syrië en Irak. 

De Ottomaanse Turken zagen de agressiviteit en het extremisme  van de Kaukasische bergvolkeren, die zich langer dan wie dan ook hebben verzet tegen Russische overheersing, reeds en wisten dat ook te benutten in de strijd tegen Rusland. De Ottomanen zetten Tsjetsjenen en Cirkassiërs in allerlei opstandige provincies van hun rijk in, ze stonden bekend als extra felle strijders, omdat ze tegenover andere islamitische bevolkingsgroepen een minderwaardigheidscomplex hadden, vanwege hun relatief late bekering tot de islam.

Ook Adolf Hitler zou later Kaukasische vrijwilligersverbanden van de Wehrmacht inzetten in de oorlog tegen de Sovjet-Unie. Jozef Stalin deporteerde na de Tweede Wereldoorlog een groot deel van de Tsjetsjenen van de Kaukasus naar Centraal-Azië. Anders dan sommige andere gedeporteerde bevolkingsgroepen mochten de Tsjetsjenen echter in 1956 al weer terug keren naar Tsjetsjenië, waar ze al voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 als eersten de wapens opnamen tegen de Russen.

Deze onafhankelijkheidsstrijd was in eerste instantie nationalistisch gekleurd. De Tsjetsjeense islam had onder Stalin slechts ondergronds overleefd dankzij een oud broederschapsnetwerk. Onder invloed van wahabitische predikers uit Saoedi-Arabië ging de islam echter een grotere rol spelen. De nationalistische beweging onder de Tsjetsjenen werd geleidelijk overgenomen door een transnationale, religieus-ideologische beweging. Het feit dat de Tsjetsjenen islamieten waren, bood Al Qaida een bruggenhoofd voor het opzetten van operaties in de Kaukasus. Geleidelijk kreeg naast de traditionele, door de broederschappen in stand gehouden, gematigde islam, ook het extremistische salafisme een voet aan de grond onder de Tsjetsjenen. Heden ten dage zien we dan ook geen strijd meer tussen Russen en Tsjetsjenen, maar tussen verschillende Tsjetsjeense facties.

De voortdurende gewapende conflicten hebben in de afgelopen 25 jaar veel Tsjetsjenen doen vertrekken naar Europa en Amerika, waar ze asiel kregen, omdat het immers om vluchtelingen ging. Door hun broederschappen ontstonden er al snel ook in West-Europa en in de VS goed ingevoerde netwerken voor het salafisme en djihadisme. Zo hebben Tsjetsjeens djihadisten in de afgelopen jaren op het slagveld in landen als Afghanistan, Irak en Syrië een haast legendaire reputatie opgebouwd. Tsjetsjeen werd synoniem voor competente djihadist. De Tsjetsjenen hebben over de jaren een krijgscultuur ontwikkeld die eerder Russisch dan Arabisch aandoet. Zodoende hebben ze ook de reputatie dat ze op het slagveld effectiever zijn. Vooral in de ‘Islamitische Staat’ hebben Tsjetsjenen inmiddels leidersrollen op het slagveld opgenomen. Te denken valt aan Omar al-Shishani uit de Pankisivallei in Georgië, die in het Georgische leger het militaire handwerk geleerd heeft.

Niet alleen op het slagveld opereren Tsjetsjenen intelligenter en bedachtzamer dan bijvoorbeeld Arabieren of Turken. Ook op het gebied van terrorisme ontwikkelden ze zich, zoals bijvoorbeeld te zien is aan de mannen die een aanslag pleegden op de marathon van Boston, zij waren daarvoor nooit als islamisten naar buiten getreden en zeilden zo onder de radar door. Ook in West-Europa hebben Tsjetsjenen door hun internationale contacten en hun Europese voorkomen een leidende rol gekregen in djihadistische netwerken, vooral in België, Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. Opvallend vaak zijn ze in grensgebieden te vinden, zoals de Elzas, het oosten van België of Oostenrijk. In Wenen alleen wonen 15.000 Tsjetsjenen en twee keer zoveel in Oostenrijk als geheel. Dat is de grootste concentratie Tsjetsjenen buiten Tsjetsjenië. Waar de Tsjetsjenen aanvankelijk bekend stonden als een groep die zeer tot integratie bereid was, is hun populariteit drastisch afgenomen, nadat ze eerst een bovengemiddelde criminele activiteit aan de dag legden en later door toenemende islamistische activiteit. Zo’n 100 Tsjetsjenen uit Oostenrijk zijn inmiddels naar Syrië of Irak getrokken om zich daar bij de strijders van IS te voegen. Daarbij ging het vrijwel uitsluitend om asielzoekers, waarvan de meesten reeds een verblijfsvergunning hadden.

Posted on Leave a comment

Tsjetsjeense boemerang keert terug naar Amerika

Gedurende zijn tijd in het Kazachstan van de vroege jaren ’50 was de verbannen Russische intellectueel Alexander Solzjenitsyn (zie deel 3 van De Goelagarchipel)  in staat het gedrag te observeren van diverse nationaliteiten uit de Sovjet-Unie die door Stalin tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Centraal-Azië gedeporteerd waren. Van Esten en Wolga-Duitsers tot Kalmukken, Koreanen en Krimtataren waren ze onvergelijkbaar met de trotse en weerspannige Tsjetsjenen:

Er was echter één natie die maar niet zwichtte, die niet de mentale gewoontes van onderwerping aannam – en dan spreek ik niet slechts van individuele rebellen onder hen, maar van de hele natie tot op de man. Dat waren de Tsjetsjenen…

En wat het opmerkelijke was – iedereen was bang voor hen. Niemand kon hen er van weerhouden te leven zoals ze gewoon waren.  Het bewind dat het land al dertig jaar regeerde kon ze niet dwingen haar wetten te respecteren.

De Tsjetsjenen bewandelen de Kazachse bodem met brutaliteit in hun ogen, mensen opzij dringend – en de ‘heren van het land’, en niet-heren net zo, springen eerbiedig aan de kant. De wet van de vendetta schept een krachtveld van vrees – en geeft zo kracht aan haar kleine bergvolk.

Gewone Amerikanen beleefden hun eerste kennismaking met Tsjetsjenen op een afschuwwekkende wijze op 15 april jongstleden, toen de broers Tamerlan en Dzjochar Tsarnaev naar verluidt een bomaanslag pleegden op de marathon van Boston, waarbij drie mensen om het leven kwamen en vele anderen verminkt werden. De jacht op de Tsarnaevs bracht de stad vervolgens in een de facto staat van beleg en hield de natie aan de buis gekluisterd terwijl media-commentatoren gisten naar hun motieven. De postmoderne consument kan en wil niets begrijpen van historische en culturele context, die zich niettemin ook in een straatwijsheid laat uitdrukken: rotzooien met Tsjetsjenen doe je op eigen risico. [i]

Waar de Tsjechische ambassadeur in Washington geografisch gehandicapte Amerikanen suste dat zijn land niet Tsjetsjenië is, hebben de Russen eeuwen van bloedige en bittere ervaring opgedaan met de bergbewoners. Het leven in de Kaukasus is, zoals Michail Lermontov het zo kunstig over wist te brengen, zowel van een grote schoonheid als een grote wreedheid en de mensen die er wonen zijn bezeten van een zekere wilde galanterie.[ii] Voor zijn vrienden spreidt de Kaukasische hooglander grootmoedigheid en strijdvaardigheid ten toon; tegen zijn vijanden wordt hij gedreven door een lust op wraak. Het Tsjetsjeense volk heeft veel geleden onder deportaties, verdrijving en oorlog, maar hun krijgers zouden ook veel lijden toevoegen aan Russische theaterbezoekers[iii], schoolkinderen, ziekenhuispatiënten en moeders van dienstplichtigen.

De verstandigheid van specifiek Russisch beleid buiten beschouwing gelaten, is zulk bloedvergieten de verschrikkelijke prijs gebleken voor het voorkomen van het uiteenvallen van het land in chaos. Vanwege het strategische belang van de regio, heeft Moskou van generatie op generatie geworsteld met de onbenijdbare taak de anarchische stammen van de Noord-Kaukasus te pacificeren.

Tsjetsjenen voor het presidentieel paleis in Grozny zwaaien met hun vlag nadat de de Russen zijn verslagen. In 1994 viel het Russische leger de republiek binnen om de opstand te onderdrukken. na 20 maanden vechten en zo'n 100.000 slachtoffers, waaronder veel burgers, moest het Russische leger vooreerst de aftocht blazen.
Tsjetsjenen voor het presidentieel paleis in Grozny zwaaien met hun vlag nadat de de Russen zijn verslagen. In 1994 viel het Russische leger de republiek binnen om de opstand te onderdrukken. na 20 maanden vechten en zo’n 100.000 slachtoffers, waaronder veel burgers, moest het Russische leger vooreerst de aftocht blazen.

En hoewel de Avaren van Dagestan zich voor kunnen laten staan op de ondernemingen van Imam Shamil, zijn het de ontzagwekkende Tsjetsjenen die het meest consequent en zonder nalaten verzet hebben geboden aan het Russische gezag. In de recentste conflicten konden bendes geharde vechtjassen die door de bergen zwierven slechts overtroefd worden door elite luchtmobiele en speciale eenheden van het Russische leger en zouden jonge mannen zoals Zhenya Rodionov  door wrede bevelhebbers van de rebellen tot martelaar gemaakt worden.

Met de ervaring van twee decennia van oorlog en het bestrijden van opstanden in de Noord-Kaukasus tot haar beschikking, streeft het Kremlin naar ‘stabiliteit’ in de Tsjetsjeense Republiek, waarbij ze doordrongen is van de grenzen van dat idee. Miljarden kunnen naar een hoe dan ook corrupte regering in Grozny vloeien en allerhande misbruik en onrechtmatige zaken door de vingers gezien worden, zolang Ramzan Kadyrov de energieinfrastructuur veilig stelt, terreurcellen onderdrukt en de teips (clans) in het gelid weet te houden. Wat ook de dromen van Westerse denktank-ideologen mogen zijn, het onafhankelijke Tsjetsjenië van midden jaren ’90 was een wervelwind van criminaliteit en geweld, niet slechts vanwege de oorlog met het centrale gezag in Moskou, maar ook vanwege de neigingen van de Tsjetsjeense cultuur zelf. Een cultuur van banditisme en vetes werken, zoals Solzjenitsyn al opmerkte, een systematisch opstandige en onstabiele samenleving in de hand.

Het is precies deze instabiliteit in de regio die het Amerikaanse buitenlandbeleid sinds de val van de Sovjet-Unie heeft geprobeerd uit te buiten. Ten tijde van het presidentschap van de afgeleefde en dikwijls dronken Boris Jeltsin initieerden de Verenigde Staten diverse semi-officiële projecten om de Noord-Kaukasus aan de greep van het Kremlin te ontfutselen. Rusland had haar zaken niet op orde en strategische planners in Washington aasden op de perfecte kans eens en voor altijd af te rekenen met hun grootste geopolitieke tegenstrever. Moskou kon uiteraard niet direct geconfronteerd worden, aangezien er zogezegd een nieuw tijdperk in de relatie was aangebroken na het einde van de Koude Oorlog. Specialisten binnen de veiligheidsdiensten zouden dan ook eerder doorgaan met wat ze al deden, geheime oorlogvoering en psychologische operaties.

Net als de Afghaanse mujahedin, werden Tsjetsjeense rebellen uitverkoren door niemand anders dan de voormalige veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski als voorhoede in het streven naar het ondermijnen van de Russische macht.[iv] Naast liberale internationalisten, werden neoconservatieven zoals architect van de Irakoorlog Richard Perle met graagte kampioenen van de ‘vrijheidsstrijders’ in het mediale debat. Niet-gouvernementele organisaties zoals de Jamestown Foundation, de National Endowment for Democracy en het American Committee for Peace in the Caucasus roepen reeds langer op tot een ‘politieke oplossing’ van territoriale en etnische conflicten in de Russische Federatie, d.w.z. het tenietdoen van de Russische soevereiniteit. De belangrijkste doelstellingen van het Amerikaanse beleid ten aanzien van de Noord-Kaukasus kan als volgt samengevat worden:

  • Het vestigen van nieuwe staten, van Kosovo-achtige NAVO-protectoraten tot een islamitisch emiraat van de Zwarte tot de Kaspische Zee.
  • Controle verkrijgen over de stroom van energiegrondstoffen van de Kaspische Zee (vandaar de voortdurende Amerikaanse bezetting van Afghanistan en de omsingeling van Iran).
  • De Russen de toegang tot de Zwarte en Middellandse Zee ontzeggen door toereikende instabiliteit in de Noord-Kaukasus en Zuid-Rusland te creëren, in combinatie met het diplomatiek bespelen van Oekraïne.
  • Het verzwakken en fragmenteren van de Russische staat zodat de Verenigde Staten het Euraziatische hartland kunnen domineren met haar omvangrijke rijkdom aan energiebronnen, alsmede haar transitnetwerken voor wapens, narcotica en migranten.

De CIA en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken spelen een cruciale rol in het scheppen van kansen voor machtsprojectie in Eurazië, zowel door middel van geheime acties als door middel van publieke diplomatie. Met dit doel voor ogen, hebben Amerikaanse inlichtingendiensten behendig militante islamitische groepen tegen Russische belangen ingezet, waarbij ze operaties en financiering lieten verlopen via bondgenoten zoals de Saoedi’s, de Jordaniërs, de Turken en de Pakistanen. We kunnen niet alleen voorbeelden van dit fenomeen opnoemen, zoals de met Stingers bewapende mujahedin uit de jaren ’80 en een web van NGO’s dat de Tsjetsjeense zaak ondersteunde, maar ook het Kosovo Bevrijdingsleger, het omverwerpen van Muammar Gadaffi in 2011 en de huidige door de NAVO ondersteunde opstand tegen de Syrische regering van Bashar al-Assad. Al drie jaar nu, handelt deze jihadistische internationale in concert met Amerikaanse geopolitieke doelen en de Tsjetsjenen hebben daarbinnen legendarische status verworven.

Ondanks pogingen van de regering Obama en de officiële media om de gebroeders Tsarnaev te labelen als misnoegde, ‘zelf-radicaliserende’ jihadisten, komen de 26 jaar oude Tamerlan en de 19-jarige Dzjochar, die er ogenschijnlijk ‘gewoon bij was’, eerder over als uitvoerders dan operationele planners. Als we terugkeren naar de plaats van de aanslag merken we andere figuren op buiten de jonge Tsjetsjenen, waarvoor geen verantwoording is afgelegd. Een Saoedische student die bij de ontploffing gewond raakte werd onderzocht en niet voor medeplichtig gehouden, er zijn echter vragen gerezen over zijn achtergrond en zijn verblijfsstatus in de VS. En wie waren eigenlijk de talrijke private beveiligers die er uit zagen als voormalige speciale eenheidsleden, en met welk doel waren zij bij de marathon? En wie was de agent in burger, die vaag te zien is op de vrijgegeven beveiligingsbeelden en in zijn oortje praat vlak nadat Tamerlan en Dzjochar hem gepasseerd hebben, terwijl ze, naar we aannemen, op weg waren naar de bomaanslag?

De zaken worden nog vreemder als we in ogenschouw nemen wat er bekend is over de banden van de Tsarnaevs met de onderwereld van spionage en terrorisme. Tamerlan was recent twee maal afgereisd naar de republieken Dagestan en Tsjetsjenië voor een verblijf van zes maanden, wat de vraag opwerpt in welke mate hij betrokken was bij de locale salafistische jamaats. De mate waarin de broers banden onderhielden met terroristen blijft enigszins troebel, maar het is in ieder geval reeds duidelijk dat Amerikaanse inlichtingendiensten precies op de hoogte waren van wie zij waren.[v]

Het is inmiddels ook vast komen te staan dat Tamerlans dossier van contact met de FBI tenminste twee jaar terug gaat en getekend wordt door een verzoek tot onderzoek van de Russische geheime dienst FSB in 2011.  Uitgelekte documenten van de Georgische inlichtingendienst zouden er op wijzen dat Tamerlan zich inschreef als deelnemer aan een, door de Jamestown Foundation gefinancierde, workshop van de Caucasus Foundation. Ruslan ‘Tsarni’, de oom van de gebroeders Tsarnaev, tenslotte, is een aan Duke opgeleide olie-advocaat, die in de jaren ’90 getrouwd was met een dochter van Graham Fuller, een voormalig CIA-officier in het Midden-Oosten.[vi] Het echtpaar woonde in Bishkek, Kyrgizië, toen Samantha Fuller in dienst was bij Price Waterhouse Cooper en Tsarni bij USAID. Ruslan registreerde ook het Congress of Chechen International Organizations vanuit het huis van zijn toenmalige schoonvader in Maryland. Doorlopen mensen, er is hier niets te zien!

Wanneer we de slachtoffers van de aanslag in Boston gedenken, laten we dan ook bedenken dat vandaag de dag christenen, alawieten en druzen in Syrië vervolgd en vermoord worden door een door de CIA gesteunde jihadistische internationale, de vrijheidsstrijders die Tamerlan en Dzjochar Tsarnaev zo verafgoodden. Onze beleidselites exporteren chaos en terreur naar het buitenland en nodigen het vervolgens weer terug in vast vertrouwen dat de geneugten van reality televisie, rapmuziek en kijksport zelfs de meest onverzoenlijke en onderling vijandige volken kunnen verenigen. Vanuit hun cultuur, waarin de wolf vereerd wordt, verscheuren Tsjetsjenen dergelijke doorzichtige waanideeën. Het pluralistische experiment om de mensheid te verenigen in ‘the pursuit of happiness’ heeft gefaald, en daarmee de Pax Americana.

Mark Hackard studeerde Russisch aan de universiteiten van Georgetown en Stanford

__________

[i] De Georgische president Micheil Saakasjvili heeft, naar het schijnt, ook met de Tsjetsjenen gerotzooid. Hij liet naar verluidt een compagnie Tsjetsjeens rebellen trainen voor gevechtsactie in de Noord-Kaukasus in 2012, maar dat pakte verkeerd uit. Tijdens de oorlog met Rusland in 2008 was het gerucht van de aanwezigheid van een Tsjetsjeens bataljon in een bepaald gebied genoeg om Georgische militairen op de vlucht te doen slaan.

[ii] Lermontov:

И дики тех ущелий племена,

Им бог — свобода, их закон — война,

Они растут среди разбоев тайных,

Жестоких дел и дел необычайных;

Там в колыбели песни матерей

Пугают русским именем детей;

Там поразить врага не преступленье;

Верна там дружба, но вернее мщенье;

Там за добро — добро, и кровь — за кровь,

И ненависть безмерна, как любовь.

And wild are the tribes of those gorges,

Their god freedom, their law war,

They grow up among secret banditry,

Affairs cruel and unusual,

There in the crib the mothers’ songs

Frighten the children with the Russian name;

There to strike down the enemy is no crime;

Faithful is friendship, but even more so vengeance;

There good for good and blood for blood,

And hate is measureless, just as love.

[iii] Het geval wil dat ik in Moskou was tijdens de bezetting van het Nord Ost theater in oktober 2002. De algemene stemming onder de Russen was er een van grimmig vooruitzicht; een voormalig luchtmobiel officier die gediend had in Tsjetsjenië zei me dat er geen schone oplossing voor de crisis was. Ik herinner me ook scherp dat door een nieuwslezer van CNN International naar de 40 goed uitgeruste, tot zelfmoord bereid zijnde Tsjetsjenen, die 900 burgers gegijzeld hielden en het complex hadden voorzien van bommen, werd verwezen als ‘activisten’.

[iv] De wortels van Osama bin Ladens Al Qaida liggen in een  geheim actieprogramma van de VS om de Sovjets uit Afghanistan te verdrijven. Zie bijvoorbeeld dit eerlijke interview met Brzezinski.

[v] De meeste terroristische samenzweringen waarvan de FBI stelt dat het die voorkomen heeft waren eigenlijk geïnspireerd en tot aan de uitvoeringsfase gebracht door vertrouwelijke informanten en geheime agenten.

[vi] Graham Fuller is door FBI klokkenluider Sibel Edmonds ook geïdentificeerd als een belangrijke speler in Amerikaanse steun voor anti-Russische islamitische politieke bewegingen in Centraal-Azië en de Kaukasus.