Posted on

Stelt Trump een oorlogskabinet samen?

De laatste man die nog tussen de Verenigde Staten en oorlog met Iran in staat zou wel eens een vier-sterrengeneraal kunnen zijn die onder zijn mariniers de bijnaam ‘Mad Dog’ heeft.

Generaal James Mattis, de Amerikaanse minister van Defensie, lijkt de laatste overgeblevene te zijn in de Situation Room van het Witte Huis, die gelooft dat het nucleaire akkoord met Iran de moeite waard is om in stand te houden en dat oorlog met Iran een verschrikkelijk idee is. Afgezien van Mattis lijkt president Donald Trump echter bezig te zijn een oorlogskabinet samen te stellen.

Trump zelf heeft gezworen weg te lopen bij het nucleaire akkoord met Iran – “de slechtste deal ooit” – en in mei opnieuw sancties op te leggen. Zijn nieuwe nationale veiligheidsadviseur John Bolton, die een commentaar getiteld “Bombardeer Iran om Irans bom te stoppen” schreef, heeft eerder geroepen om preventieve aanvallen en “regime change”. De beoogde minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo noemt Iran een “wrede politiestaat”, een “despotische theocratie” en “de voorhoede van een kwaadaardig imperium dat zijn macht en invloed uitbreidt over het Midden-Oosten”.

Trumps favoriete Arabische heerser, de 32-jarige Saoedische prins Mohammed bin Salman, noemt Irans ayatollah Khamenei “de Hitler van het Midden-Oosten”. Bibi Netanyahu is monomaniakaal inzake Iran en noemt het nucleaire akkoord een bedreiging voor Israëls voortbestaan en Iran “de grootste bedreiging voor onze wereld”. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN Nikki Haley doet al deze geluiden weerklinken.

Iran lijkt daarentegen geen oorlog te willen. VN-inspecteurs bevestigen regelmatig dat Iran zich strikt houdt aan de voorwaarden van het nucleaire akkoord. Terwijl Amerikaanse oorlogsschepen in de Perzische Golf tussen januari 2016 en augustus 2017 dikwijls in aanraking kwamen met Iraanse snelle aanvalsboten en drones, is dat nu opgehouden. Vaartuigen van beide naties opereren de laatste maanden vrijwel zonder incidenten.

Wat zou het resultaat ervan zijn als Trump het nucleaire akkoord naar de prullenbak verwijst? Ten eerste zouden de Verenigde Staten zich daarmee isoleren. China en Rusland zouden het akkoord niet afbreken, maar Iran welkom heten in hun kamp. Engeland, Frankrijk en Duitsland zouden gedwongen zijn te kiezen tussen het akkoord en de VS. En als Airbus zich gedwongen zou zien om de Iraanse orders voor honderden nieuwe vliegtuigen af te slaan, hoe zouden de Europeanen dat waarderen?

Hoe zou Noord-Korea regeren als de VS het akkoord met Iran naar de prullenbak verwijzen, als ze zouden zien hoe Iran na het accepteren van zware restricties op zijn kernprogramma en het toelaten van hinderlijke inspecties, de door de Amerikanen toegezegde voordelen ontzegd wordt? Waarom zou Pyongyang, na gezien te hebben hoe Amerika Irak aanviel, dat geen massavernietigingswapens had, en Libië, dat zijn massavernietigingswapens opgegeven had om Amerika milder te stemmen, ooit nog overwegen zijn kernwapens op te geven – temeer na het zien van de executies van de leiders van beide naties?

En als de andere vijf ondertekenaars van het akkoord met Iran zouden besluiten er, ondanks de opzegging door Amerika, aan vast te houden en Iran ermee in zou stemmen om de voorwaarden van het akkoord te onderhouden, wat doen we dan? Een casus belli zoeken om te oorlog te trekken? Waarom? Hoe vormt Iran een bedreiging voor Amerika?

Een oorlog, die gevechten tussen Amerikaanse oorlogsschepen en zwermen Iraanse torpedoboten zou inhouden, zou de Perzische Golf afsluiten voor olietransport en tot een crisis in de wereldeconomie leiden. Anti-Amerikaanse sjiitische jihadisten in Beiroet, Bagdad en Bahrein zouden Amerikaans militair personeel aan kunnen vallen. Zouden we dan, aangezien het leger en de mariniers geen manschappen hebben om Iran binnen te vallen en te bezetten, de militaire dienstplicht weer in moeten voeren? En als we zouden besluiten Iran een blokkade op te leggen en te bombarderen, dan zouden we alle anti-schipraketten en onderzeeërs uit moeten schakelen, de marine, de luchtmacht, ballistische raketten en het luchtverdedigingssysteem. En zou een preventieve aanval op Iran de bevolking van dat land niet verenigen in haat jegens ons, net zoals Japans preventieve aanval op Pearl Harbor de Amerikanen verenigde in vastberadenheid het Japanse imperium te vernietigen? Hoe zou de Dow Jones erbij staan na een aanval op Iran?

Trump werd genomineerd voor het presidentschap omdat hij beloofde ons buiten domme oorlogen te houden, oorlogen van het soort waar mensen als John Bolton en de Bush-Republikeinen ons in stortten. Na 17 jaar zijn we nog altijd verwikkeld in Afghanistan, in een poging de Taliban, die we in 2001 van de macht verdreven, ervan te weerhouden terug te keren naar Kaboel. Na onze invasie van Irak in 2003, is dat land, ooit een bolwerk tegen Iran, een sjiitische bondgenoot van Iran geworden. De rebellen die Amerika steunde in Syrië zijn verjaagd. En Bashar Assad heeft – met dank aan de steun van Rusland, Iran, Hezbollah en andere milities – zijn macht weer veiliggesteld. De Koerden die op Amerika vertrouwden zijn teruggeslagen door onze NAVO-bondgenoot Turkije in Syrië en door het Iraakse leger dat we trainden in Irak.

Wat denkt Trump, die ons verzekerde dat er geen domme oorlogen meer zouden zijn, eigenlijk? Truman en LBJ leidden ons oorlogen in die ze niet ten einde konden voeren, en beiden verloren hun presidentschap. Eisenhower en Nixon eindigden die oorlogen en werden beloond met verkiezingsoverwinningen. Na zijn klinkende overwinning in Desert Storm, werd Bush senior een tweede termijn ontzegd. Na het binnenvallen van Irak verloor Bush junior beide huizen van het Congres in 2006 en verloor zijn partij in 2008 het presidentschap aan Barack Obama als anti-oorlogskandidaat. Ooit leek Trump deze geschiedenis te begrijpen.

Posted on

Waarom Kim Jong-un zijn kernwapenprogramma nooit op zal geven

In de ochtendschemer van woensdag lanceerde Kim Jong-un een intercontinentale raket die een hoogte van bijna 2800 mijl (4500 km) bereikte, voor hij in de Japanse Zee viel. Noord-Korea heeft nu bewezen dat het in staat is Washington D.C. te halen met een raket. Nog altijd onbewezen is of Kim een kernkop kan maken die klein genoeg is om door die raket afgeleverd te worden en of die raket met de nodige precisie zijn doel kan bereiken ook na de trillingen van de dampkring. Er zijn meer proeven en tijd nodig om daar duidelijkheid over te krijgen.

Amerikaanse markten trokken zich dan ook niets aan van Kims Hwasong-15-raket en stegen naar record-hoogtes op woensdag en donderdag.

President Donald Trump nam het minder goed op. “Little Rocket Man” is een “sick puppy”, zo stelde hij tegenover een publiek in Missouri. Amerikaans ambassadeur bij de VN Nikki Haley stelde in de Veiligheidsraad, dat “als er oorlog komt [..] het Noord-Koreaanse regime totaal uitgevaagd zal worden.” Vervolgens waarschuwde ze de Chinese president Xi Jinping, dat “als China de olieleveringen (aan Noord-Korea, red.) niet stopt, wij (de VS, red.) de oliesituatie zelf ter hand kunnen nemen.” Doelt Haley hier op het bombarderen van pijpleidingen in Noord-Korea – of China?

De woede van de president en het snoeven van Haley weerspiegelen een pijnlijke realiteit: Hoe inhumaan en rücksichtslos de 33-jarige dictator van Noord-Korea ook is, hij speelt het pokerspel met de hoogste inzet op deze aardkloot, tegen de mondiale supermacht, en hij speelt het opmerkelijk goed. Reden: Kim begrijpt ons mogelijk beter dan wij hem, en het lijkt erop dat hij daarom minder aarzelt om het risico te lopen van een oorlog die hij niet kan winnen.

Want hoewel een tweede Koreaanse Oorlog zeer wel zou kunnen eindigen met de vernietiging van het leger van het Noorden en van Kims bewind, zou het vrijwel zeker ook resulteren in ongeziene duizendtallen dode Zuid-Koreanen en Amerikanen. En Kim weet dat hoe meer Amerikaanse levens hij op het spel kan zetten door raketten met kernkoppen, hoe onwaarschijnlijker het wordt dat de Amerikanen ten oorlog zullen trekken tegen hem.

Zijn calculatie lijkt tot nu toe op te gaan. Zolang hij zijn hand niet overspeelt en Trump dwingt om te kiezen voor oorlog in plaats van het tolereren van een Noord-Korea dat kernraketten op de VS zou kunnen doen neerkomen, kan Kim deze confrontatie winnen. Waarom? Omdat de concessies die Kim verlangt niet volstrekt onacceptabel zijn.

Wat wil Kim?

In eerste instantie wil hij een einde aan de gezamenlijke militaire oefeningen van de VS en Zuid-Korea, die hij ziet als een potentiële aanloop naar een verrassingsaanval. Hij wil een einde aan de sancties, Amerikaanse erkenning van zijn bewind en acceptatie van zijn status als een kernwapenstaat. Vervolgens wil hij terugtrekking van alle Amerikaanse troepen uit Zuid-Korea en internationale hulp.

Eerdere regeringen – Clinton, Bush II, Obama – zagen veel van deze eisen als onderhandelbaar. En het accepteren van sommige van deze voorwaarden of zelfs alle, zou geen groot gevaar voor de Amerikaanse nationale veiligheid of vitale belangen inhouden. Ze zouden echter wel een ernstig gezichtsverlies inhouden.

Aanvaarding van dergelijke eisen door de VS zou een triomf voor Kim zijn en zijn riskante nucleaire strategie valideren, het zou een diplomatieke nederlaag voor de  VS zijn. Little Rocket Man zou The Donald overtroefd hebben.

Bovendien zou de geloofwaardigheid van de Amerikaanse afschrikking ter discussie komen te staan. Je zou mogen verwachten dat Zuid-Korea en Japan over hun eigen afschrikkingsmiddelen na zouden gaan denken, uit vrees dat de VS nooit werkelijk zijn eigen land op het spel zou zetten, maar een deal zou sluiten ten koste van hen. We zouden opnieuw het gehuil over ‘München’ op horen gaan en de schim van Neville Chamberlain zou opgeroepen worden voor rituele denunciatie.

Tijd voor de waarheid

Maar de tijd is gekomen voor de waarheid: Onze eis van “denuclearisatie van het Koreaanse schiereiland” zal niet ingewilligd worden, tenzij door een Amerikaanse oorlog en bezetting van Noord-Korea.

Kim heeft gezien hoe Bush II, toen het Amerikaanse belangen diende, zich terugtrok uit een 30-jaar oud ABM-verdrag met Moskou. Hij heeft gezien hoe, nadat hij al zijn massavernietigingswapens opgaf om een vergelijk te vinden met het Westen, Muammar Khadaffi aangevallen werd door de NAVO en uiteindelijk gelyncht werd.

Hij kan zien welke waarde Amerikanen hechten aan de nucleaire verdragen die ze tekenen door te kijken naar de brede roep uit de Republikeinse partij om de Iraanse Kerndeal de nek om te draaien en ‘regime change’ teweeg te brengen in Teheran, ofschoon Iran VN-inspecteurs toelaat om door het land te trekken en aan te tonen dat ze geen kernwapenprogramma hebben.

Voor Amerika’s post-Koude Oorlog-vijanden is de les duidelijk: Als je je massavernietigingswapens opgeeft, eindig je als Khadaffi en Saddam Hoessein. Als je kernwapens bouwt die de Amerikanen kunnen bedreigen, dan krijg je respect. Kim Jong-un zou wel gek zijn om zijn raketten en kernkoppen op te geven. En hoewel de man veel is, is hij geen gek.

We naderen een punt waarop de keuze  is tussen een oorlog met Noord-Korea waarin duizenden om zouden komen, of bevestigen dat de VS niet bereid zijn het eigen land op het spel te zetten om Kim af te houden van wat hij al heeft – kernwapens en raketten om ze af te leveren.

Posted on

Werkt Turkije aan kernwapenprogramma?

Terwijl de mainstream media vooral naar de Iraanse en Noord-Koreaanse raket- c.q. kernwapenprogramma’s kijken, zorgen signalen dat in Turkije over het verkrijgen van kernwapens gedacht wordt tot nu toe niet voor opzien.

Momenteel komen in Turkije de eerste twee kerncentrales tot stand. De ene bouwt het Russische staatsbedrijf Rosatom in Akkuyu, zo’n 300 kilometer ten oosten van de badplaats Antalya, de andere wordt door het Japans-Franse consortium ATMEA gebouwd bij Sinope aan de Zwarte Zeekust. In beide gevallen heeft Ankara opmerkelijk genoeg afgezien van de gebruikelijke clausule, dat de buitenlandse firma’s ook het benodigde uranium aanleveren en de gebruikte brandstofstaven terugnemen c.q. afvoeren.

Een voor de hand liggende mogelijke verklaring hiervoor is dat Turkije zelf uranium wil gaan verrijken voor de reactoren en de gebruikte radio-actieve brandstofstaven wil gebruiken om plutonium voor bommen te maken. Daarvoor heeft het land weliswaar nog bepaalde technologie nodig, die zou echter geleverd kunnen worden door het bevriende Pakistan – wat niet in de laatste plaats een tegenprestatie zou kunnen zijn voor jarenlange ondersteuning van de Pakistaanse smokkelaar Abdul Qadir Khan, die onder andere centrifuges voor het verrijken van uranium aan Iran, Libië en Noord-Korea leverde.

Aanwijzingen voor een dergelijke strategische samenwerking op nucleair gebied tussen Turkije en Pakistan, maar ook Qatar, werden recent geboden door artikels van Galip Ilhaner en Sabri Isbilen in de bladen ‘Milat Gazetesi’ en ‘Dirilis Postasi’. Een andere indicatie voor een pril Turks kernwapenprogramma is de officiële opdracht van de staat aan het bedrijf Roketsan, om de middellange-afstandsraket (MRBM) J-600T Yildirim IV met een reikwijdte van 2500 kilometer te ontwikkelen. Dergelijke raketten dienen in de regel om kernkoppen af te leveren.

Opiniestukken van Hayrettin Karaman, een theoloog die als religieus en ideologisch adviseur van Erdogan geldt, sluiten bij deze indruk aan. Hij schreef enkele maanden geleden in de krant ‘Yeni Safak’, dat Turkije zich in zou moeten spannen om zelf massavernietigingswapens als de atoombom te vervaardigen. En wel zonder tijd te verliezen of acht te slaan op de “waarschuwende woorden en belemmeringen van het Westen”. De hoofdredacteur van het dagblad, Ibrahim Karagül, trok in zijn commentaar later dezelfde lijn. Kernwapens kunnen volgens hen ook dienen om het Westen te beteugelen, dat de facto toch al oorlog tegen Turkije voert.

De vraag is echter of Ankara daadwerkelijk over de middelen beschikt om de droom van kernwapens te verwezenlijken. De productie van uranium of plutonium van wapenkwaliteit, alsmede de productie van draagsystemen voor kernkoppen vereisen immers grote financiële investeringen. Momenteel lijdt Turkije echter onder een tekort aan kapitaal.

Aykan Erdemir van de Amerikaanse neoconservatieve denktank ‘Foundation for Defense of Democracies’ acht de kans dat Turkije op afzienbare termijn kernwapens zou verkrijgen vooralsnog gering. In het geval van economisch herstel zou dit echter snel kunnen veranderen.

Posted on

Hoe Noord-Korea de wereld ziet

Noord-Koreaanse posters van kernbommen op Washington, aankondigingen over nucleaire proeven en raketlanceringen verschijnen van tijd tot tijd op onze televisieschermen. Vanaf komende zondag brengt de Amerikaanse president Donald Trump een bezoek aan niet alleen Zuid-Korea, maar ook Japan, China en Zuidoost-Azië. Toch zal vooral de spanning rond Noord-Korea Trumps Azië-reis domineren. Maar hoe kijkt de Noord-Koreaanse regering eigenlijk aan tegen de spanning in de regio en in de relatie met de VS? En hoe ziet Noord-Korea zijn kernwapenprogramma?

De recente rede van Noord-Koreas minister van buitenlandse zaken op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties geeft een zeldzame mogelijkheid verder te kijken dan de schijnbaar groteske woordenstroom van en over Noord-Korea. De rede gaf een inkijkje in hoe de Democratische Volksrepubliek de wereld en haar kernwapenprogramma ziet.

War deterrent

In het kader van de Algemene Vergadering van de VN heeft Noord-Korea, net als alle andere lidstaten van de VN, een uiteenzetting gegeven van een aantal punten die voor het land belangrijk zijn. De speech van de Noord-Koreaanse minister Ri Yong Ho focuste vooral op wat het land, naar eigen zeggen, heeft bewogen een kernwapenprogramma te starten.

De rede van de minister van Buitenlandse Zaken werd geopend door een aantal verwijten aan de Verenigde Staten. Noord-Korea wijst erop dat de VS gedurende de Korea-oorlog nucleaire wapens dreigde in te zetten en later ook nucleaire wapens stationeerde op het Koreaanse schiereiland. Evenzeer ervaart het land een dreiging door militaire oefeningen tijdens en na de Koude Oorlog. “Onze nationale nucleaire strijdkrachten”, stelt Ri, “zijn voor alle voornemens en doeleinden een oorlogsafschrikkingsmiddel en om een einde te maken aan de nucleaire dreiging van de VS en het voorkomen van haar militaire invasie.” Waarbij het doel van de Democratische Volksrepubliek is om een krachtsbalans te bereiken met de VS.

Veiligheidsraad dient belangen van haar permanente leden

Naast de VS bekritiseert Ri de VN-Veiligheidsraad. Ri stelt dat de Veiligheidsraad (VNVR) alleen handelt in het belang van haar permanente leden. “Het is voornamelijk gerelateerd aan de ondemocratische praktijk van de VN-Veiligheidsraad”, zegt Ri: “Een enkel permanent lid kan de algemene wil van 190 VN-lidstaten vetoën.” Ri Yong-ho noemt een drietal voorbeelden van VNVR-resoluties waardoor Noord-Korea zich oneerlijk en onterecht behandeld voelt. Allereerst ervaart de Democratische Volksrepubliek een dubbele standaard wat betreft het lanceren van satellieten, ‘in overtreding van het vreedzaam gebruik van de ruimte door een soevereine staat.’

Daarnaast beschouwt Noord-Korea de resolutie die Noord-Korea verbiedt nucleaire proeven te houden als illegaal en vindt dat er met twee maten wordt gemeten. Ri Yong-ho wijst er in zijn rede op dat de internationale wet over het verbieden van nucleaire wapens nog niet van kracht is en dat er andere landen zijn die veel meer tests hebben uitgevoerd.

Als derde en laatste punt wordt aangehaald dat de VNVR de ontwikkeling van nucleaire wapens door Noord-Korea als een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid duidt. Noord-Korea ziet dit als een overtreding van artikel 51 van het Handvest van de VN met betrekking tot de zelfverdediging van elk land.  Pyongyang neemt waar dat andere landen niet op de vingers zijn getikt voor het ontwikkelen van nucleaire wapens maar Noord-Korea nu wel.

Non-Proliferatie

Er wordt door de Democratische Volksrepubliek kritiek geuit op het Non-Proliferatieverdrag over kernwapens. “Artikel 10 van het Non-Proliferatieverdrag stipuleert dat elk lid het recht heeft zich van het verdrag te onttrekken als zijn belangen in gevaar zijn gebracht”, aldus Ri, “Dit artikel erkent dat de belangen van de staten boven het belang staan van nucleaire non-proliferatie.” Vanuit dit perspectief beschouwt de Democratische Volksrepubliek het ontwikkelen van een eigen kernwapenarsenaal als een zelf-verdedigingsmaatregel.

Betreffende het inzetten van haar nucleaire wapens zegt Ri dat Noord-Korea “preventieve handelingen zal ondernemen indien de VS en haar marine enig teken laten zien van het uitvoeren van een ‘onthoofdingsoperatie’ tegen ons hoofdkwartier, een militaire aanval tegen ons land.” De minister voegt hier aan toe: “We hebben echter niet de intentie om onze kernwapens in te zetten tegen landen die zich niet aansluiten bij militaire acties tegen de Democratische Volksrepubliek Korea.”

Sancties

Een laatste punt betreft de sancties die o.a. de VS hebben ingesteld tegen Noord-Korea ‘vanaf de eerste dag van haar bestaan’. Ri zegt in zijn rede dat Noord-Korea zichzelf heeft moeten ontwikkelen gebukt onder de zwaarste sancties ter wereld. De minister geeft aan dat er momenteel een onderzoek wordt uitgevoerd naar de ‘fysieke en morele schade’ van deze sancties. “Wanneer dit palet aan sancties en druk een kritisch punt bereikt, en daarmee het Koreaanse schiereiland in een oncontroleerbare situatie drukt, dan hebben de onderzoeksresultaten [van dit onderzoekscomité] een enorme invloed op het verantwoordelijk houden [van degenen die de sancties hebben ingesteld].” Bij dit laatste punt moet worden genoemd dat Ri dit in de opbouw van zijn speech los van de inzet van kernwapens noemt. De laatste paar zinnen van zijn rede wijdt Ri aan een steunwoord voor Venezuela, Syrië en Cuba.

Speech in vogelvlucht

Samenvattend brengt de Noord-Koreaanse minister Ri het volgende ter sprake: Noord-Korea ervaart een sterke dreiging van de VS, o.a. door haar militaire oefeningen en het stationeren van kernwapens. In de VN-Veiligheidsraad heeft het land geen vertrouwen aangezien het de resoluties van de Veiligheidsraad als vooringenomen beschouwt. Ook in een Non-Proliferatieverdrag ziet de Democratische Volksrepubliek geen bescherming, omdat landen daar uit kunnen stappen. Vanuit deze optiek achtte Noord-Korea het aangewezen kernwapens te verkrijgen om nucleaire pariteit met de VS te bereiken.


Noot: De Engelse vertaling van de toespraak die is gebruikt is voor het schrijven van dit artikel bevat een aantal grammaticale fouten en is daardoor niet op alle momenten even duidelijk.

De volledige rede, inclusief vertaling, kan hier worden bekeken:

Posted on

China kampt met toenemend Oeigoers terrorisme

De Volksrepubliek China is een seculiere staat en de meeste ingezetenen rekenen zich niet tot een bepaalde religie. Tot de uitzonderingen hierop horen onder andere de naar schatting 23 miljoen islamieten in China, die deels voor grote problemen zorgen.

De islam wordt vooral aangehangen door de Oeigoeren en andere Turkse volken in de noordwestelijke grensprovincie Xinjiang. De Oeigoeren maken ongeveer de helft van alle islamieten in China uit. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld de circa elf miljoen Hui, die verwant zijn aan de Han-Chinezen. Het religieuze centrum van de Hui ligt in Linxia, dat ook wel als ‘Klein-Mekka’ aangeduid wordt. De gezagsgetrouwe Hui bezorgen de leiding in Peking echter geen noemenswaardige problemen.

Dat is wel anders met de Oeigoeren in het Oeigoerse autonome gebied Xinjiang, dat onder andere aan de islamitische landen Pakistan en Afghanistan grenst. De Oeigoeren streven vanouds naar onafhankelijkheid van China en raakten vanaf 1990 in het vaarwater van het islamitische extremisme. Daarvan getuigt niet in de laatste plaats het ontstaan van terroristische organisaties als de East Turkestan Islamic Movement (ETIM) en de later daaruit voort gekomen Turkestan Islamic Party (TIP). Deze organisaties werken samen met Al Qaida en verwante organisaties. Daartoe behoorde ook de Islamic Movement of Uzbekistan, tot deze het Al Qaida-netwerk verruilde voor dat van IS, wat op forse kritiek van TIP kwam te staan.

Al Qaida en IS

Er vechten ook Oeigoeren in Syrië. Een deel van hen is echter ontevreden over hoe de Syrische Al Qaida-tak, voorheen Jabhat al-Nusra, nu Jabhat Fateh al-Sham, zich minder ‘al Qaida-achtig’ en meer Syrisch probeert voor te doen, zodat een klein deel van de Oeigoerse strijders inmiddels is overgegaan naar ‘Islamitische Staat’.

De ‘kalief’ van IS, Abu Bakr al-Baghdadi noemde China in zijn inaugurele rede in juli 2014 als een land dat moslims onderdrukt. Daarop volgde in het voorjaar van 2015 een indirecte oorlogsverklaring van IS via internet. In november van het zelfde jaar vermoordden beulen uit naam van Allah de eerste Chinese gijzelaars.

Kort daarop verbreidde het al-Hayat Media Center van de terreurorganisatie in Syrië strijdliederen met de oproep aan de moslims in het “rijk van het midden” om “te ontwaken” en “naar de wapenen te grijpen”. Nog duidelijker viel de volgende boodschap van IS aan het adres van Peking uit, daarin heette het onder andere dat de “soldaten van het kalifaat” zouden komen om “stromen van bloed te laten vloeien en de onderdrukten te wreken!” Deze dreigementen werden in het Chinees uitgesproken door Oeigoerse IS-strijders. Volgens gegevens van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, die aangehaald worden door het dagblad Yediot Aharonot, zouden er momenteel enkele honderden tot mogelijk enkele duizenden Oeigoerse strijders in Syrië zijn. Daarvan vechten de meeste voor aan Al Qaida gelieerde groepen en een kleiner aantal voor IS.

Dat betekent dat mettertijd vele Oeigoeren met gevechtservaring vanuit Syrië en Irak naar huis terugkeren, wat het gevaar van islamitische opstanden doet toenemen. Peking voelde zich derhalve genoodzaakt tot omvattende repressiemaatregelen in Xinjiang.

Per slot van rekening heeft de noordwestelijke provincie van China een niet te onderschatten economische betekenis voor het rijk van het midden. Er bevindt zich namelijk een derde van de olie en gasvoorraden van het land. Daarbij komen bodemschatten als goud, koper en uranium. Ook bevindt zich in de provincie het vroegere kernwapenproefterrein aan de Lop Nor, dat binnenkort als eindstation voor het hoogradioactieve afval van de Chinese kernindustrie moet dienen.

Duizenden doden

In Xinjiang kwam het in de afgelopen decennia tijdens de vastenmaand Ramadan steeds weer tot heftige rellen. Die eisten alleen in juli 2009 al zo’n 200 slachtoffers en verliepen steeds volgens hetzelfde patroon: Eerst trokken Oeigoeren-bendes door de straten en lynchten Han-Chinezen, dan sloegen de ordebewakers van het centrale gezag met harde hand terug.

Bovendien pleegden islamitische terroristen regelmatig aanslagen in andere delen van het land. Daardoor kwamen sinds 1990 reeds duizenden mensen om het leven. De laatste tijd worden de aanslagen vrijwel altijd opgeëist door ETIM of TIP. Dat was bijvoorbeeld het geval met de mesaanval van Kunming in Zuid-West-China, waarbij op 1 maart 2014 30 reizigers en politieagenten om het leven kwamen, en vergelijkbare moorden in Guangzhou en de hoofdstad van Xinjiang, Ürümqi, in de lente van 2014.

Daarbij komen bomaanslagen als die van mei en september 2014 op de treinstations van Ürümqi en Luntai met tientallen doden. Net zulke bloedige gevolgen lieten in 2008 aanvallen op lijnbussen zien in de steden Shanghai, Kunming en elders in de provincie Yunnan.

De meest symbolisch geladen actie van ETIM had plaats op 28 oktober 2013. Toen raasde een met jerrycans met benzine volgestouwde SUV direct onder het grote portret van Mao op het Plein van de Hemelse Vrede in het centrum van Peking tussen de flanerende toeristen door en brandde vervolgens uit. Daarbij vielen vijf doden en 40 gewonden. Voor het staats- en partijhoofd Xi Jinping was het aanleiding om zijn politieke koers tegenover de Oeigoeren in de onrustige provincie Xinjiang duidelijk te verscherpen.

Historische speelbal

Dat Peking het separatistische streven van de Oeigoeren als serieuze bedreiging ziet en zodoende met alle middelen bestrijdt, heeft ook historische redenen. Er ontstonden in Xinjiang namelijk al tweemaal afvallige gebieden. Zo riepen de Oeigoeren in november 1933 de Islamitische Republiek Oost-Turkestan uit.

Die zou echter slechts enkele maanden bestaan en door de Mantsjoerijse krijgsheer Sheng Shicai  met wapensteun van de Sovjets beëindigd worden. Aansluitend veranderde hij de nominaal weer Chinese provincie in een protectoraat van de Sovjet-Unie. Die stationeerde troepen in Xinjiang en begon met het delven van bodemschatten. Daarbij ging het niet in de laatste plaats om uraniumerts, dat Moskou nodig had voor zijn kernprogramma.

De verkrijging van de strategisch belangrijke delfstof was vanaf 1943 een belangrijke taak van Josef Stalins chef van de geheime dienst Lavrenti Beria. En die moest al snel vaststellen dat Sheng, die op enig moment zelfs lid was geworden van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, nu met de nationalistische Chinese regering van Tsjang Kai-shek samenwerkte. Derhalve initieerde Beria een “volksopstand” van de Oeigoeren en andere islamitische volken in Xinjiang.

In de loop van die opstand riepen de rebellen onder Elihan Tore Saghuniy en Ehmetjan Qasimi op 12 november 1944 opnieuw een Republiek Oost-Turkestan uit. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze meteen zou toetreden tot de Sovjet-Unie, maar Stalin had er al snel geen belangstelling meer voor. Enerzijds omdat hij vreesde dat het radicaal-islamitische elan naar het aangrenzende Russisch-Turkestan over zou kunnen slaan. Anderzijds omdat hij sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog toegang had gekregen tot het uranium in Tsjechië en wat de DDR zou worden.

Derhalve liet Stalin de in de Chinese burgeroorlog triomferende communistenleider Mao weten dat hij de Oeigoeren-staat op kon heffen en de provincie Xinjiang weer onder controle van Peking kon brengen. En dat deed de grote roerganger eind 1949 dan ook. Door het voortbestaan van het onafhankelijkheidsstreven van de Oeigoeren, blijft Xinjiang echter een zwakke plek van China, die zich leent voor door buitenlandse machten gestimuleerde agitatie.

Posted on

Toenadering tussen kernmachten India en Pakistan terwijl alles op scherp staat

India en Pakistan verkeren sinds hun oprichting in augustus 1947 in vijandschap met elkaar. Beide staten beschikken over talrijke tactische en strategische kernwapens. Deze combinatie bergt het gevaar van een nucleair conflict in zich, maar zou ook islamitische terroristen in de hand kunnen spelen.

Terwijl de wereldpers in de afgelopen jaren vooral aandacht had voor militaire investeringen van landen als Rusland en China, heeft India in alle stilte een indrukwekkend arsenaal van de meest uiteenlopende wapens opgebouwd. Zo beschikt New-Delhi nu onder andere over 10.500 pantservoertuigen, 2600 vliegtuigen en helikopters, 2400 stukken geschut en raketwerpers en een kleine 200 oorlogsschepen – waaronder de meest moderne schepen van eigen makelij.

Toenmalig opperbevelhebber van de Indiase strijdkrachten Vijay Kumar Singh ontkende in 2011 het bestaan van de 'Cold Start'-doctrine. Verscheidene sindsdien gehouden militaire manoeuvres wijzen echter wel op een dergelijke doctrine. Daarbij komt de permanente verhoging van het Indiase defensiebudget geircht op uitbouw van de aanvalscapaciteiten, dat steeg in de afgelopen tien jaar met bijna 50 procent tot zo'n USD 50 miljard.
Toenmalig opperbevelhebber van de Indiase strijdkrachten Vijay Kumar Singh ontkende in 2011 het bestaan van de ‘Cold Start’-doctrine. Verscheidene sindsdien gehouden militaire manoeuvres wijzen echter wel op een dergelijke doctrine. Daarbij komt de permanente verhoging van het Indiase defensiebudget geircht op uitbouw van de aanvalscapaciteiten, dat steeg in de afgelopen tien jaar met bijna 50 procent tot zo’n USD 50 miljard.

Deze krijgsmacht kan ingezet worden in het kader van de ‘Cold Start’-doctrine, die een reactie op herhaalde terreuracties van Pakistaanse extremisten inhoudt. Deze doctrine gaat uit van een situatie waarin India niet alleen aangevallen wordt door reguliere Pakistaanse troepen, maar ook met grootschalige aanvallen van islamitische rebellen te maken krijgt, waarachter dan de Pakistaanse geheime dienst zou zitten. Een dergelijk offensief zou binnen 48 uur door tegenaanvallen van meerdere tegelijk oprukkende contingenten beantwoordt moeten worden.

Door het uitlekken van deze doctrine voelde Pakistan zich op zijn beurt bedreigd, waarop de Pakistaanse legerleiding dan ook tegenwierp dat wanneer India daadwerkelijk het islamitische buurland binnen zou vallen, men haar gevechtseenheden met inzet van tactische kernwapens zou vernietigen.

Dat is een gevaarlijke, zelfs suïcidale strategie, die twee dodelijke risico’s inhoudt. Ten eerste zou de inzet van dergelijke kleine springkoppen – in 1999 ingevoerd door generaal Pervez Musharaf, die later president zou worden –  wier explosieve kracht hoogstens een tiende van de Hiroshima-bom bedraagt, tot nucleaire besmetting van grote delen van Pakistan leiden. Naar inschatting van de Indiase deskundige Jaganath Sankaran, werkzaam voor het Amerikaanse Center for International and Security Studies, zou Pakistan om de Indiase strijdkrachten werkelijk tegen te houden ook grotere kernwapens in moeten zetten, waarbij dan onvermijdelijk ook honderdduizenden Pakistaanse burgers om zouden komen.

Ten tweede zijn er de veiligheidsproblemen, die nu al, in vredestijd, voor algemene onrust zorgen. Een groot aantal, decentraal opgeslagen kleinere kernwapens is immers moeilijker te bewaken als een paar grote – zeker aangezien er geen veiligheidscodes nodig zijn om de wapens op scherp te zetten, zoals het geval is bij de Amerikaanse en Russische kernwapens.

Het zou voor islamitische terroristen dus al interessant zijn om één nucleair wapendepot te bestormen. Dat zou verder vergemakkelijkt kunnen worden door het feit dat een deel van de Pakistaanse militairen sympathiseert met de Taliban en andere jihadistische groeperingen.

Hoe dan ook hebben de beide landen zich met hun respectievelijke plannen in een bedreigende situatie gemanoeuvreerd. En dat verklaart dan weer de toenaderingspogingen in de afgelopen maanden tussen de twee aartsvijanden. Zo vond op 25 december een buitengewoon harmonieuze ontmoeting plaats tussen de Indiase regeringsleider Narendra Modi en zijn Pakistaanse ambtsgenoot Nawaz Sharif. Die ontmoeting werd dan ook al snel gevolgd door een aanslag van de islamitische terreurmilitie Jaish-e Mohammed op de Indiase luchtmachtbasis Pathankot. De islamisten hebben immers belang bij het voortbestaan van de spanningen op het Indisch subcontinent.

De Indiase premier Narendra Modi bracht eind december een bezoek aan de Pakistaanse premier Nawaz Sharif in Lahore, de hoofdstad van de Punjab, in het noorden van Pakistan, vanouds een belangrijk brandpunt in de strijd tussen de beide landen.
De Indiase premier Narendra Modi bracht eind december een bezoek aan de Pakistaanse premier Nawaz Sharif in Lahore, de hoofdstad van de Punjab, in het noorden van Pakistan, vanouds een belangrijk brandpunt in de strijd tussen de beide landen.

Tussen 1947 en 1999  voerden India en Pakistan vier oorlogen met elkaar. Driemaal ging het daarbij om het bezit van de betwiste regio Kasjmir in de Himalaya, en eenmaal om de onafhankelijkheid van het toenmalige Oost-Pakistan, nu Bangladesh. In India zetten daarnaast aanslagen van Pakistaanse terroristen kwaad bloed. Zo pleegde Jaish-e Mohammed op 13 december 2001 een aanslag op het Indiase parlement waarbij 14 mensen omkwamen en pleegde Lashkar-e Taiba in november 2008 een aanslag in Mumbai (Bombay) waarbij 174 doden en 239 gewonden vielen. Op basis van de militaire precisie waarmee vooral die laatste aanslag werd uitgevoerd en uitspraken van gevangengenomen terroristen, acht men in India de betrokkenheid van de Pakistaanse geheime dienst ISI waarschijnlijk. De ISI ontkent iedere betrokkenheid en wijst daarentegen op steun van de Indiase geheime dienst R&AW aan separatisten in de Pakistaanse zuid-westelijke provincie Beloetsjistan en betrokkenheid bij aanslagen op Pakistaans grondgebied.

Midden jaren ’60 wees de Indiase premier Lal Bahradur Shastri kernwapens nog als immoreel van de hand. Maar onder premier Indira Gandhi, dochter van Nehru, voltrok zich een koerswissel. Zo vond op 18 mei 1974 de eerste Indiase kernproef plaats. Dit bracht de Pakistaanse regeringsleider Zulfikar Ali Bhutto er toe ook naar kernwapenbezit te streven, wat in de loop van de jaren ’90 werkelijkheid werd.

Beide landen breidden in de afgelopen jaren hun kernwapenarsenaal steeds uit, zodat India nu over 110 springkoppen beschikt en Pakistan naar schatting over 150. Pakistan heeft bovendien nog dermate grote voorraden hoog verrijkt uranium en plutonium, dat het voor de hand ligt dat het land zijn arsenaal nog uit wil breiden. Ook nu beschikken de beide landen echter al over een groter kernwapenarsenaal dan het naburige China. Beide landen ontwikkelden ook diverse raketten om de kernkoppen af te leveren. Zo beschikt India over raketten die vanuit India op iedere plaats in Pakistan afgevuurd kunnen worden en vanaf onderzeeërs. Pakistan onderscheidt zich vooral door de tactische kernwapens, waartegen grondtroepen praktisch weerloos zijn.

Posted on

Maakt bestrijding Iran bondgenoten van Israël en Saoedi-Arabië?

In het Midden-Oosten ontstaan soms onverwachte nieuwe samenwerkingen. De toenemende bedreiging door het jihadisme en de grotere rol van Iran in de regio hebben zowaar zelfs Israël en Saoedi-Arabië ertoe gebracht meer contact met elkaar te zoeken.

In het begin van de jaren ’80 blokkeerde Israël nog de verkoop van tanks door Duitsland aan Saoedi-Arabië onder verwijzing naar veiligheidsbedenkingen. In 2011 sprak Israël niet alleen geen veto uit over de verkoop van 200 Leopard-tanks aan de Saoedi’s, maar sprak zelfs over Saoedi-Arabië als een land dat de stabiliteit in de regio zou waarborgen.

Saoedi-Arabië, waar de islam ontstond en dat de hoeder is van de ‘heilige plaatsen’, waartoe overigens ook Jeruzalem behoort, was voor Israël altijd een aartsvijand. De ontwikkelingen van de laatste tijd hebben de Israëlische premier Benjamin Netanyahu er echter toe gebracht toe te geven dat Israël gemeenschappelijke belangen heeft met Saoedi-Arabië.

Saoedi-Arabië erkent het bestaansrecht van Israël niet en kent onder invloed van het wahabisme de meest behoudende, radicale, in bepaalde opzichten obscurantistische en bepaald ondemocratische staatsvorm in de Arabische wereld. In Saoedische schoolboeken worden joden en christenen als ongelovig en verdorven voorgesteld. Joden is vanwege hun godsdienst zelfs het reizen naar Saoedi-Arabië verboden. En ondanks dit alles denken hoge Israëlische ambtenaren, dat er nu ruimte is ontstaan om na te denken over mogelijke samenwerking.

Het kernprogramma van Iran wordt in Israël evenveel zorg bekeken als in Saoedi-Arabië. Beide landen hebben het akkoord van de vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad plus Duitsland (P5+1) in vergelijkbare bewoordingen veroordeeld. De toenemende invloed van Iran in Irak, Syrië, Libanon en Jemen wordt door beide met argusogen bekeken. Ook de toenemende terreur van ‘Islamitische Staat’, die ook de aanspraak van Saoedi-Arabië op het beschermheerschap van de heilige plaatsen in gevaar brengt, wordt vanuit Israël met toenemende zorg bekeken.

Met het oog op het veranderende politieke landschap in het Midden-Oosten heeft Netanyahu vastgesteld, dat de gemeenschappelijke veiligheidsbelangen van soennitische staten als Jordanië en Saoedi-Arabië met Israël heel goed tot een gezamenlijk optreden tegen Iran en ‘Islamitische Staat’ zouden kunnen leiden. Op een conferentie van de voorzitters van de grote Joodse gemeenschappen in de Verenigde Staten sprak de directeur-generaal van het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken Dore Gold over de soennitische Arabische landen als bondgenoten van Israël. In 2003 bracht Gold nog een boek uit, dat aan het licht bracht hoe Riaad het mondiale jihadistische terrorisme ondersteunt.

In Washington had Gold zelfs een ontmoeting met de gepensioneerde Saoedische generaal Anwar Eshki, die adviseur van de Saoedische regering was. De beide mannen hadden weliswaar geen mandaat van hun regeringen, waren het er echter over eens dat Iran en niet Israël het grootste gevaar in de regio is. Kort na deze ontmoeting werd bekend dat in de afgelopen 17 maanden Israëlische en Saoedische functionarissen elkaar reeds vijf maal hadden getroffen in Italië, India, Tsjechië voor gesprekken over het kernprogramma van Iran. Israël zou zich van de toestemming van Riaad hebben willen verzekeren om door het Saoedische luchtruim te mogen vliegen met het oog op een eventuele vernietiging van de Iraanse nucleaire installaties.

De vooraanstaande Saoedische intellectueel Abdullah al Shammari sprak onlangs in de Wall Street Journal over Israël als een “vijand vanwege zijn bestaan, maar niet vanwege zijn handelen”, in het geval van Iran zou dit precies andersom zijn. De intellectueel zou zonder blikken of blozen met Israël naar een gemeenschappelijke bestrijding van Iran zoeken.

Politici en analisten in de regio zijn het er echter over eens, dat een dergelijke alliantie zonder duidelijke toegevingen van de kant van Israël in het vredesproces met de Palestijnen niet tot stand zal kunnen komen. Saoedi-Arabië was in ieder geval een van de belangrijkste protagonisten van het vredesproces. Vanwege de weigering van Israël om op de vredesvoorstellen van Saoedi-Arabië in te gaan, sloeg het vanuit Jemen met raketten bestookte land zelfs het Israëlische aanbod af om haar het raketafweersysteem ‘Iron Dome’ te verkopen.

Posted on Leave a comment

Noord-Korea dringt aan op nucleair overleg ‘zonder vooraf besproken voorwaarden’

north-korea flagDe nucleaire gezant van Noord-Korea heeft een beroep gedaan op zes landen die betrokken zijn bij de vastgelopen gesprekken over het nucleaire programma van het land om de onderhandelingen zonder voorafgaande voorwaarden opnieuw te starten.

“We zijn klaar om deel te nemen aan het zes-partijengesprek, zonder vooraf besproken voorwaarden,”  zei minister van buitenlandse zaken van Noord-Korea Kim Kye-gwam. zo meldt Sotuh Korea’s Yonhap News Agency. Hij sprak bij een eendaags evenement, georganiseerd door de Chinese overheid, die hoopt om het overleg nieuw leven in te blazen. Het forum, waarbij de beide Korea’s, China, de VS, Japan en Rusland zijn betrokken is sluimerend sinds 2008.

Kim beweerde dat de “randvoorwaarden” die door de VS en Zuid-Korea gesteld zijn “in strijd zijn met de geest van de gezamenlijke verklaring van 19 september,” een verwijzing naar de overeenkomst van 2005 op grond waarvan Pyongyang toegezegd had om zijn kernwapenprogramma te laten vallen in ruil voor een toezegging van de VS dat de Amerikanen Noord-Korea niet zouden aanvallen.

Dit komt als nieuws sinds de satellietbeelden die opdoken afgelopen week. Die leken te tonen dat er stoom uit een onlangs verbouwde kernreactor kwam in Noord-Korea. Een eerste rapport van het VS-Korea Instituut van de Johns Hopkins Universiteit geeft aan dat het zou kunnen dat de eenzame natie zijn aankondiging van de herstart van de kernreactor aan het nakomen is door te herstarten met de productie van plutonium.

David Albright, de voorzitter van het Instituut voor Wetenschap en Internationale Veiligheid – een in Washington gevestigde groep die het Noord-Koreaanse programma monitort – vertelde The New York Times dat hij satellietbeelden van het complex nauwgezet heeft geanalyseerd.

“Het lijkt erop dat de reactor opnieuw is gestart, maar dat dient te worden bevestigd,” zei Albright. “Je wilt bevestiging te krijgen omdat je nooit zeker weet … Ze kunnen je verrassen, maar ik zie momenteel geen alternatieve verklaringen.”

Noord-Korea heeft drie kernproeven uitgevoerd, waarvan twee tijdens de regering van de Amerikaanse president Obama. In de afgelopen weken leek Pyongyang open te staan voor de mogelijkheid van een terugkeer naar de onderhandelingstafel met de vijf andere partijen. De VS en hun bondgenoten hebben gezegd dat er pas begonnen wordt met gesprekken als Noord-Korea bereid zou zijn om zijn nucleair arsenaal over te dragen of te vernietigen.

Bron: RT.com