Posted on

Syrië en het Westen – De moorddadige taal van de macht

Syrië

Toch leuk hoe men onze media vult met tientallen, zelfs honderden analyses en andere beschouwingen over de recente gebeurtenissen in Syrië. De media zijn in rep en roer. Ja, want raken aan die heilig verklaarde Koerden kun je in het Westen niet zomaar doen. Trouwens, wie zijn die Koerden? Die van de PKK/YPG of die van de tientallen andere rivaliserende groepen en groepjes? En wat van de massa gemengde huwelijken? Scheiden?

Maar al die pakken teksten zijn van geen waarde. Wie wil schrijven over de toestand in de regio moet vertrekken van de bewezen feiten, zeker als ze cruciaal zijn en de basis vormen voor de huidige toestand in de regio. Maar dat vertikt men omwille van de perscensuur die in de westerse media duidelijk aanwezig is.

DIA - Rapport 12 augustus 2012 - Syrië, Irak, al Qaeda - pag 3 - Deel C & D
Pagina 3, deel C. & D van de analyse van DIA, de Amerikaanse militaire veiligheidsdienst, van augustus 2012. Een document dat de DIA als authentiek bestempelde. De VS, met ook België en Nederland, wilden een door ISIS bestuurde staat, een kalifaat, dat op ernstige wijze de eenheid van Irak in gevaar zou brengen. Merk ook op dat de DIA reeds in 2012 sprak van IS, een naam die in de media pas eind 2013 verschijnt. Lees ook dat de provincie Hasaka, met zijn meerderheid aan Koerden, tot dit kalifaat moest behoren. Bye bye PKK/YPG. Onze gezagsgetrouwe media zwijgen hierover als de dood. Zij schrijven liever prietpraat.

Dat België en een serie andere lidstaten nog steeds wapens leveren aan al Qaida in Jemen – En dat zijn toch diegenen die tekenden voor de afslachting van bijna de gehele redactie van Charlie Hebdo – weigert men te schrijven.

Achter Al Qaida en ISIS staat de NAVO

Dat de VS ook in 2018 nog wapens leverde aan ISIS in Jemen verzwijgt men eveneens. Gans die zogenaamde oorlog tegen de terreur is nep, vals. Achter al Qaida en ISIS staat immers de NAVO, de westerse militaire alliantie.

De zogenaamde opstand in 2011 van vrijheidslievende Syriërs tegen de corrupte tiran Bashar al Assad was een grote leugen. Het was het Westen dat gebruik maakte van terreurbendes gelieerd aan al Qaida en de Syrische Moslimbroeders om alles te doen ontploffen in Syrië. En dat weet de pers. Het staat ook zo te lezen in een openbaar gemaakte analyse over die opstand van de Amerikaanse militaire veiligheidsdienst DIA van augustus 2012.

Het document is openbaar en bekend bij de kenners van deze oorlog. Maar door de essentie te verzwijgen krijg je in de media natuurlijk de grofst mogelijke vervalsingen van de situatie daar en de meest complete onzin. Een goed typevoorbeeld is het opiniestuk dat vrijdag verscheen in De Standaard van de hand van Ruud Goossens ‘De taal van de macht’.

Internationale rechtsorde

Neen, niet de EU is volgens hem schuldig aan wat er de voorbije decennia in het Midden-Oosten gebeurde. En als er een verantwoordelijke is dan is dat de VS en vooral natuurlijk wel de grote ‘boosdoener’ Vladimir Poetin, de ultieme slechterik.

Instemmend schrijft Goossens:

‘Tal van landen, ook jarenlange partners van Europa, lappen de internationale rechtsorde aan hun laars. Borrell (nvdr. De Spanjaard Josep Borrell is als nieuwe verantwoordelijke voor het buitenlands beleid van de EU de opvolger van de Italiaanse Federica Mogherini) pleitte voor meer Europees realisme….. Hij hamerde op de nood aan een grotere militaire capaciteit. De Europese Unie moet leren om de taal van de macht te spreken.”

Geen mandaat voor interventie in Syrië

Dat soort verhalen en prietpraat krijg je dus als je de essentie van wat er daar gaande is verzwijgt. Neem bijvoorbeeld de Belgische en Nederlandse bombardementen in het oosten van Syrië en de aanwezigheid van Franse en Britse militairen daar. Nou, waar is het legaal mandaat voor dit optreden van deze landen van de EU?. Nergens toch. Het zijn gewoon oorlogsmisdaden.

De VN-resolutie die men hiervoor ter rechtvaardiging inroept eist immers dat men eerst over die zaak consulteerde en toestemming vraagt aan de Syrische regering in Damascus. Het gebeurde nooit. Hetzelfde verhaal in Libië waar men de bescherming van de betogers in Benghazi inriep – In wezen sympathisanten en leden van de Moslimbroeders en al Qaida – om een regering ten val te brengen.

Frans anti-tankraketten Apilas - Gevonden in Daraa - 11-07-2018

Nabij de Syrische stad Daraa ontdekte men na de bevrijding van dit gebied van al Qaida & co Franse antitankraketten Milan waarover die salafistische terreurgroepen beschikten. In het kader van de internationale rechtsorde van professor David Criekemans?

Met onze F16’s en met de nu bekende gevolgen. De door de Franse president Nicolas Sarkozy aangestoken Libische oorlog creëerde een mislukte staat waar men zelfs terug de slavenhandel invoerde. Hetzelfde gebeurde in Joegoslavië waar men illegaal zelfs Belgrado bombardeerde. De laatste die dat deed was een zekere Adolf Hitler. Proficiat EU. De internationale rechtsorde? Het is toiletpapier voor de EU.

Gebrek aan ernst

Hetzelfde gebrek aan ernst kan men ook aantreffen bij David Criekemans, professor Internationale Betrekkingen aan de UA, in een interview in De Morgen van vrijdag ‘Erdogan is ons met deze aanval aan het testen’. Voor hem is het terughalen naar hier van die IS-strijders niet alleen een noodzaak maar ook geen groot probleem. Wat Franse of andere Europese troepen naar die kampen sturen en klaar is kees.

Dat die jihadisten misdaden begingen in Syrië en Irak tegen mensen ginds zal hem zo te zien worst wezen. Hun vraag om gerechtigheid is blijkbaar van geen waarde. Nee, België en de EU zijn superieure landen wier belangen gaan boven die van de lokale bevolking daar die er toch het slachtoffer van is. En internationaal recht? Ach daar maalt Criekemans ook niet om. De EU is baas en zal in zijn visie zeggen wat gerechtigheid is.

Gevangenkampen in noordoosten Syrië

Trouwens de problemen rond de gevangenkampen met mensen van ISIS zijn alleen de verantwoordelijkheid van de VS en haar vazallen waaronder België, Nederland en de PKK/YPG. Internationale verdragen zijn hierover duidelijk.

Zij moeten zorgen voor orde en veiligheid in de door hen bezette gebieden. Zelfs al is de bezetting illegaal. En gezien de positie van de VS zijn zij de hoofdverantwoordelijke. Maar de VS kijkt vanaf enkele kilometers vanuit hun pantserwagens gewoon toe hoe men de ‘bondgenoten’ uitroeit.

‘Vrijheidsstrijders’ blijken gangsters

Leuk is wel te constateren dat Ruud Goossens het in zijn stuk ook heeft over wat men ooit het Vrije Syrische Leger noemde. Zo schrijft hij dat Erdogan zich: ‘…liet bijstaan door gewelddadige Syrische milities’. Merkwaardig. Toen de oorlog tegen Syrië uitbrak waren dat volgens emeritus professor Rik Coolsaet ‘idealisten’. En al die jaren kreeg men die nu ‘gewelddadige Syrische milities’ in De Standaard voorgeschoteld als de goeden.

En deze toon gaat ook zaterdag in De Standaard verder wanneer men uitvoerig de journaliste Nuvin Ibrahim citeert in ‘Stemmen uit de oorlogszone Rojava’:

Daar hebben de Turken de stad (Ras al Ayn, nvdr.) ingenomen met milities van Syrische huurlingen. Dat zijn pure gangsters…… Ze dwingen alle vrouwen in zwarte sluiers. In Afrin (Een door Turkije bezette Syrische regio waar voorheen de PKK/YPG de plak zwaaide, nvdr.) zijn er ook voortdurend ontvoeringen voor losgeld, verkrachtingen en andere misdaden)

Ahrar al Sham jihadisten in vechttenu
Leden van toen nog Ahrar al Sham die zich nu herdoopten tot het Syrische Nationale Leger. Wat tot voor kort helden waren blijken in De Standaard nu ineens ‘gangsters’ die folteren, moorden, stelen en verkrachten.

De mede door Jorn De Cock, correspondent van diezelfde De Standaard, naar eigen zeggen opgeleide ‘vrijheidsstrijders’ blijken dus gangsters te zijn. Lieden voor wie zo te horen ontvoeringen, folteringen en moord een dagelijkse praktijk is.

‘De Koerden’ – een westerse fantasie

Maar ja, in de gradatie van onze media zijn de ultieme goede jongens ‘de Koerden’. Wie daaraan durft te twijfelen raakt aan het allerheiligste. Dit terwijl die ‘Koerden’ als politieke en culturele eenheid niet eens bestaan. Het is gewoon een westerse fantasie. Zij kunnen immers yezidi, soenniet, sjiiet, christen of atheïst zijn en in het Iraakse, Turkse en Syrische leger vechten voor of tegen de PKK en de andere partijen en partijtjes in de regio.

Toen men in 2014 in de Amerikaanse Senaat aan generaal Martin Dempsey, op dat ogenblik voorzitter van de generale staf, vroeg waarom de VS tegen ISIS een oorlog waren gestart was het voor hem simpel en kwam dit omdat ISIS de Koerden van de clan Barzani en de stad Erbil aanviel. Dat was in de Amerikaanse plannen niet voorzien toen ISIS dat jaar Irak binnenviel. En dus ging ISIS ten onder.

Israëlische vrijwilligers in Syrië

En inderdaad aan de Koerden raak je niet zomaar. Het is geen toeval dat er in Israël op relatief grote schaal wordt opgeroepen om vrijwilligers te sturen naar Syrië om de PKK/YPG te steunen (1). De Koerden worden in Israël – zij het zo stiekem mogelijk – nu eenmaal gezien als de bondgenoten van Israël tegen die Arabische regeringen en krijgen steun. Men ziet ze als de dolk in de rug van de tegen Israël zijnde Arabieren.

Toen de clan Barzani in Erbil in april 2017 tevergeefs de onafhankelijkheid uitriep vielen trouwens de maskers af en zag je in Erbil overal Israëlische vlaggen verschijnen en gaf men openlijk toe al decennia van hen militaire steun te krijgen.

Het verklaart waarom de VS al vele jaren de PKK steunt en waarom men in België en elders in de EU de PKK ongestraft laat werken. Zelfs al is het voor de EU officieel een terreurorganisatie. Folteringen, gijzeling en afpersing, geen probleem. De Israëlische wil is nu eenmaal wet. Je kunt er niet naast kijken.

Reservisten Israëlisch leger - Oktober 2019
Reservisten van het Israëlische leger riepen recent in de media op om de PKK/YPG ter hulp te snellen. Wat in Israël openlijk op een koude steen zal vallen. Zionisten houden die samenwerking immers zoveel mogelijk geheim.

De nationale veiligheid van Turkije

Het is gemakkelijk om op Erdogan te schelden – en de man heeft dit vooral aan zichzelf te danken – maar als men bij de NAVO en de EU geen begrip heeft voor de nationale veiligheid van Turkije dan moet men niet verbaasd zijn dat Erdogan dreigende taal spreekt tegen de EU. Het klinkt arrogant van Turkije maar een terreurgroep steunen die in ‘bondgenoot’ Turkije dodelijke aanslagen pleegt is politiek onaanvaardbaar.

Je moet dan rekening houden met de gevolgen. Hoe zou de EU reageren moest Turkije groepen steunen die hier terreurdaden plegen? Men zou terecht kwaad zijn en dreigen met tegenmaatregelen. Maar wat Turkije nu doet is juist dat. De EU steunt de PKK en dus mag men logischerwijze vanuit Ankara een tegenzet verwachten. Poets wederom poets.

Wapenembargo tegen Turkije

Opvallend is natuurlijk dat een serie Europese landen een wapenembargo uitvaardigden tegen Turkije. Waarbij, al even opvallend, België zwijgt. Wat betreft Jemen en Saoedi-Arabië is er in de EU echter geen enkel probleem. Toen Duitsland hier Saoedi-Arabië viseerde was er zelfs protest van Frankrijk want veel militaire systemen hebben nu eenmaal componenten afkomstig uit beide landen. Conclusie: Een Jemeniet heeft geen waarde.

Maar zoals reeds herhaalde malen gezegd: De schuld voor dit probleem ligt ‘m bij de EU die hoogstnodig Syrië indirect de oorlog moest verklaren en er onze criminelen op af sturen. Een daad van een zelden geziene immoraliteit. Men roept in het Westen nu op tot steun en hulp aan de PKK/YPG. De burgers daar verdienen inderdaad alle mogelijke humanitaire hulp. Had de NAVO echter respect getoond voor de Syrische soevereiniteit dan had Turkije zich zeker niet in deze oorlog geworpen.

PKK/YPG liet zich voor Amerikaans karretje spannen

En de PKK/YPG moest zich hoogstnodig voor de Amerikaanse kar laten spannen en de in het oosten gelegen oliebronnen, waar amper een Koerd woont, voor rekening van de VS bezetten. Snel voor het Syrische leger er ISIS ging verjagen. Het was op dat ogenblik een race tegen de klok.

Olie-installaties Syrië - 1-2019
De PKK/YPG veroverde op Amerikaanse vraag de olie-installaties ten oosten van de Eufraat vlakbij de stad Der Ezzor Net voor het Syrische leger er arriveerde. Een race tegen de klok gewonnen door de VS met steun van de PKK/YPG. Deze laatsten eisen nu in een definitieve regeling met de regering in Damascus alle opbrengsten van die olie.

De VS wil verhinderen dat Syrië zich dankzij de inkomsten van die oorlog kan herstellen en dus liet de PKK/YPG zich hiervoor gebruiken en bezette het op vraag van Washington die oliebronnen. Denkt de PKK/YPG, een in essentie Turkse beweging dan nog, dat de regering in Damascus hen daarvoor gaat belonen? Ernstig blijven.

Verregaande sancties EU onthouden hulp aan bevolking Syrië

Maar dat soort door Europa voorgestelde hulp voor de bevolking van het door de PKK/YPG bezette gebied wordt via verregaande sancties door dezelfde EU weerhouden aan de Syrische bevolking. Ruud Goossens zou van schaamte zijn pen moeten weggooien. Deze is hier alleen maar goed voor het verspreiden van leugens en bedrog.

Dat militair de PKK/YPG geen partij blijkt voor het Turkse leger lag in de lijn der verwachting. Terwijl al Qaida & co in Syrië zware wapens kregen en zelfs telegeleide hypermoderne anti-tankraketten gaf de VS aan de PKK/YPG alleen lichte infanteriewapens. Ze hadden toen al moeten weten dat ze in de kortste keren door de VS bedrogen zouden worden.


Noten

1)  Jerusalem Post, 11/10/2019, Anna Ahronheim, ‘Reservists: We, as Israelis and Jews, must not stand by’. https://www.jpost.com/Israel-News/Dozens-of-reservists-call-on-Netanyahu-Kochavi-to-help-Kurds-604235

PS: De Russische president Vladimir Poetin komt maandag op bezoek aan in Saoedi-Arabië waar men nu openlijk toegeeft te onderhandelen met Ansar Allah in Jemen. Dit zo te zien op basis van voorwaarden van Ansar Allah. De aanval op de Saoedische oliebronnen lijkt voor resultaten te zorgen.

Ook arriveerde een Russische militaire delegatie op de internationale luchthaven van Qamishli, de stad op de grens met Turkije waar ook de Syrische regering administratief en militair aanwezig is en de PKK/YPG troepen heeft. Het Turkse landleger heeft de stad nog niet aangevallen.


ANNEX – Naar akkoord Damascus en PKK/YPG

Volgens recente berichten onder meer vanuit de PKK/YPG is er een akkoord tussen de regering in Damascus en de PKK/YPG en SDF (de Syrian Democratic Forces, een stel huurlingen van de VS die vechten samen met de PKK/YPG).

Daarbij nemen de Tiger Forces van generaal Soehail al Hassan de steden Kobani, Hasaka, Qamishli en de provincie Der Er Zor met zijn vele oliebronnen over. Ook de stad Manbij, de zeer belangrijke dam op de Eufraat in Tabqa en vermoedelijk de provinciehoofdplaats Rakka behoren hiertoe. Volgens die berichten zal het leger die steden op maandag binnentrekken. De VS zouden er dus geheel verdwijnen op mogelijk de grenspost al Tanf na.

Daar behoort volgens die berichten ook de controle door het Syrische leger bij over de gevangenkampen met leden van ISIS. In dat geval is dit een enorme overwinning voor de regering van Damascus. In de grensstad Qamishli zouden per vliegtuig al de eerste Syrische versterkingen zijn toegekomen en waren er volgens de Washington Post vreugdeschoten te horen.

Dan rest de vraag wat Turkije en Erdogan met hun invasie willen bereiken. Gaan ze uiteindelijk de Syrische grenzen respecteren? Het betekent ook dat de EU over die kampen met Damascus zal moeten onderhandelen. Dat wordt tandengeknars.

Zeker is dat de PKK als machtsblok praktisch al uitgeschakeld is. En dat op nog geen vijf dagen strijd. Men kan er dan ook bijna zeker van zijn dat de PKK/YPG al hun eisen hebben moeten laten vallen. De vernedering is dan totaal! Eerst duizenden mannen opofferen om de VS te plezieren en dan komen, met steun van diezelfde VS, daarna de Turken. Mooi toch! Je acht het als scenario voor een film bijna niet voor mogelijk!

En voor Rusland is dit dan een grote overwinning. Ik zie Poetin en zijn staf al de champagne laten aanrukken. Om van Bashar al Assad maar te zwijgen. Dat wordt er een groot feest.  En voor Macron: Een rauwe citroen.

Posted on

Rusland en de leugens van De Standaard

In het stuk “Poetin test Zelenski met Russische paspoorten” van Roeland Termote in De Standaard van vandaag 2 mei staat “…. op wat in de afvallige Georgische regio’s Zuid-Ossetië en Abchazië gebeurde. Ook daar verstrekte Rusland paspoorten, om vervolgens in 2008 de aanwezigheid van zijn staatsburgers aan te grijpen als motief voor een militaire inval.”

Afscheiding

Wat uw medewerker hier schrijft is een flagrante leugen en typerend voor de wijze waarop De Standaard over Rusland bericht. Vooreerst ontstond het probleem toen Georgië zich met westerse steun afscheidde van Rusland en die twee deelrepublieken van Georgië zich dan op hun beurt afscheurden van Georgië. En als de ene deelstaat zich mag afscheuren dan logischer wijze mag ook de andere dat doen. Maar ja, de ene had de steun van de EU en de VS, de twee anderen niet.

Toen daaruit een gewapend conflict ontstond werd er tussen Rusland, Georgië, de Verenigde Staten en landen van de EU een vredesakkoord getekend waarbij Rusland in Zuid-Ossetië en Abchazië een gewapende vredesmacht mocht stationeren.

Georgische aanval

Het Georgische leger, geleid door een generaal met Israëlische en Georgische nationaliteit en gesteund door de VS, heeft na een serie incidenten dan Zuid-Ossetië aangevallen. Dit exact de dag dat in China de Olympische Spelen begonnen en Poetin in Beijing was. Een aanval die vermoedelijk dus niet toevallig was.

Daarbij vuurden Georgische troepen zelfs op het hospitaal in de Zuid-Ossetische hoofdstad. Een oorlogsmisdaad. Ook beschoot men uiteraard de Russische vredesmacht die dan terugvuurden en de Georgische troepen verjoegen.

Russische interventie

Bashar al Assad
Voor De Standaard is het berichtgeven simpel. Is iemand de vijand van de VS dan is dat ook zo voor die krant. Jarenlang bijvoorbeeld beweerde Jorn De Cock, hun correspondent in Libanon, dat de verhalen over de aanwezigheid van al Qaida in Syrië door de Syrische president Bashar al Assad (foto) verspreidde leugens waren. De vrouw van Jorn De Cock werkte bij het uitbreken van die oorlog in Syrië voor de regering van de Qatarese dictatuur. Diezelfde regering die al Qaida in Syrië bewapende. Of hoe De Standaard die terroristen die nadien in België en elders toe sloegen steunde. Als dat geen kwaliteitskrant is.

Rusland volgde hierbij exact de regels van het internationaal recht en viel bij die actie maar enkele kilometers dat land binnen om zich daarna, eens de zaak gestabiliseerd, terugtrok. Deze versie van de feiten wordt officieel door niemand betwist. Ook niet door de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy die poogde te bemiddelen.

Vijand van Washington dus van De Standaard

Maar ja, Rusland is tegenwoordig de vijand van Washington en dus is Rusland de vijand, de slechterik, voor De Standaard. Juist zoals dat met de Venezolaanse president Maduro is die recent in de krant voor dictator werd uitgescholden.

Hetzelfde met Syrië waar De Standaard jarenlang de aanwezigheid van al Qaida in Syrië als een leugen van president Bashar al Assad beschreef. Nog zo’n slechterik. De vernielingen in Syrië door die jihadisten – de ‘vrijheidsstrijders’ – kregen dan ook de steun van deze krant. En zonder die jihadisten waren er hier in België vermoedelijk geen aanslagen gepleegd. Om over na te denken.

Het is simpel: Is de VS kwaad op een regering en poogt deze die omver te werpen dan komt De Standaard af met moddergooien, leugens, halve waarheden en verdraaiingen richting dat land. De voorbeelden zijn legio. Zich een kwaliteitskrant noemen is poepsimpel, dat ook zijn is echter een gans ander verhaal.


Noot van de redactie

Meer over de Russische paspoorten leest u hier:

Meer over de Russisch-Georgische oorlog en de nasleep daarvan leest u hier:

Posted on

Eric van de Beek bij Café Weltschmerz over The Hague Invasion Act

Eric van de Beek was onlangs bij Café Weltschmerz te gast om met Stan van Houcke te spreken over The Hague Invasion Act. In februari maakte Van de Beek voor Novini een reconstructie van de totstandkoming van deze wet die een Amerikaanse invasie van Nederland mogelijk maakt wanneer een Amerikaan bij het Internationaal Strafhof in Den Haag aangeklaagd wordt voor oorlogsmisdaden en de reactie van de Nederlandse politiek hierop in de loop der jaren. Nu openbaar aanklager Fatou Bensouda vooronderzoek gestart is, dreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton nogmaals met dit vooruitzicht. Een zeer actuele kwestie dus.

Nepnieuwsexplosie ~ Tabe Bergman & Eric van de Beek (red.)

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Vietnam wil compensatie van Monsanto voor Agent Orange

Het Vietnamese ministerie van Buitenlandse Zaken eist van het landbouwconcern Monsanto en diverse andere bedrijven compensatie voor de slachtoffers van het chemische ontbladeringsmiddel Agent Orange.

Tijdens de Vietnamoorlog hebben de Amerikaanse strijdkrachten Agent Orange met vliegtuigen over grote gebieden in Vietnam en Laos gesproeid. Doel was het ontbladeren van bossen om de vijandelijke strijders van het Nationale Front voor de Bevrijding van Zuid-Vietnam (b.b.a. Vietcong) de beschutting van het oerwoud te ontnemen, maar ook het vernielen van de oogst op de velden. Agent Orange bevatte onder andere het zeer giftige dioxine.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Hanoi haalde in een verklaring een onlangs in de Verenigde Staten geveld vonnis aan. Een Californische rechtbank had daarin Monsanto ertoe verplicht een schooltuinman 289 miljoen dollar compensatie te betalen. De klager had een zaak aangespannen omdat een door Monsanto gefabriceerde herbicide kanker bij hem had verwekt. Of het oordeel ook in hoger beroep standhoudt is nog af te wachten.

Volgens de BBC bestaan er echter alleen al in de VS nog 5.000 van dergelijke aanklachten tegen Monsanto, dat sinds enkele maanden een dochterbedrijf is van de Duitse chemie- en farmaceuticagigant Bayer is. De koop van Monsanto door Bayer voor 63 miljard dollar is de tot nu toe grootste overname door een Duits bedrijf in het buitenland. Na het oordeel van de Californische rechtbank duikelde de koers van het aandeel Bayer al.

Als het daadwerkelijk tot een eis om compensatie vanuit Vietnam komt, dan zou echter ook nog een ander Duits bedrijf daardoor getroffen kunnen worden. Tot de leveranciers van Agent Orange aan de Amerikaanse krijgsmacht hoorde destijds naast Monsanto ook het Amerikaanse concern Dow Chemical. Volgens onderzoek van Der Spiegel leverde de Duitse firma Boehringer Ingelheim in 1967 halffabrikaten voor de productie van Agent Orange aan Dow Chemical. Hoewel het in de Vietnamoorlog om een conflict in het kader van de Koude Oorlog ging, leverde ook een bedrijf uit Tsjechoslowakije een grondstof voor de productie van Agent Orange aan Amerikaanse bedrijven.

Bedelaar in Ho Chi Minh-stad (Saigon) wiens armen ernstig misvormd zijn doordat zijn moeder tijdens de zwangerschap werd blootgesteld aan een dioxine-houdend ontbladeringsmiddel (foto: Emilio Labrador).

Tot de late gevolgen van het gebruik van Agent Orange horen doodgeboorten, misvormingen van pasgeborenen, neurologische beschadigingen en kanker. Volgens schattingen van het Vietnamese Rode Kruis, lijden in het land nog altijd ongeveer een miljoen mensen onder de late gevolgen van het gebruik van het gif.

In de VS werd in 2005 nog een aanklacht namens meerdere personen afgewezen. De rechtbank wilde toen in het gebruik van het middel “geen chemische oorlogsvoering” zien en daarmee ook geen schending van het internationaal of oorlogsrecht.

Posted on

“Oorlog heeft geen menselijk gezicht”

Beschietingen over en weer in Oost-Oekraïne trekken veel aandacht. Veel onbekender zijn de problemen waarmee de lokale bevolking zich geconfronteerd ziet. Novini sprak afgelopen zomer met Olga Kobtseva, vertegenwoordiger voor de Humanitaire Subgroep van de Contactgroep van Minsk II. Kobtseva vertegenwoordigt de Volksrepubliek Loegansk.

In dit interview vertelt Kobtseva over een aantal problemen die in de westerse wereld maar weinig bekend  zijn: de stroef lopende gevangenenruil tussen Oekraïne en de zelfuitgeroepen Volksrepublieken Loegansk en Donetsk. Ook het niet uitbetalen van pensioenen en het afsluiten van de watervoorziening komen in het gesprek aan bod.

Posted on 2 Comments

Steunt Nederland terroristen in Syrië?

Al Nusra

Minister Bert Koenders erkent dat Nederlandse hulp aan ‘gematigde’ gewapende groepen in Syrië in handen kan vallen van ISIS en Al Nusra. Maar de Tweede Kamer lijkt er niet mee te zitten. Volksvertegenwoordiger Joël Voordewind: “De Christenunie heeft een motie ingediend om de steun te staken, maar die heeft geen meerderheid gehaald.”

Het kabinet Rutte steunt sinds 2015 ‘gematigde gewapende groepen’ in Syrië. Anders dan de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Saoedi-Arabië, die wapens leveren, verstrekt de Nederlandse overheid alleen non-lethal support, ‘niet-dodelijke hulp’. Deze bestaat uit voedselpakketten, medische kits, kleding, dekens, communicatiemiddelen, voertuigen, elektriciteitsgeneratoren, communicatiemiddelen en ‘media office-ondersteuning’. Het kabinet heeft hier 21,4 miljoen euro voor uitgetrokken.

De bedoeling van de Nederlandse steun aan ‘gematigde gewapende groepen’ is dat deze de macht overnemen in Syrië. In de woorden van PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken: “Er is steun nodig voor de gematigde oppositie om te voorkomen dat deze wordt weggedrukt tussen Assad, ISIS en Al Nusra. Het is een soort preparatie voor de toekomst, want je zult zo’n partij aan tafel moeten hebben bij onderhandelingen.”

Want niet alleen zegt Koenders af te willen van terroristische groeperingen als ISIS en Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaida. Ook “Assad zal moeten vertrekken”. Dit omdat, volgens hem, de president van Syrië, Bashar al-Assad, de oorlog in zijn land heeft veroorzaakt en oorlogsmisdaden heeft gepleegd waarvoor hij vervolgd zou moeten worden.

Vrije Syrische Leger

Wie zijn de ‘gematigde gewapende groepen’ die steun ontvangen vanuit Nederland? “Gezien de gevoeligheid van het noemen van steun aan specifieke groepen en de mogelijke negatieve consequenties van het openbaar worden van deze informatie, kunnen specifieke namen van groepen niet genoemd worden,” schrijft Koenders op 4 februari 2015 in een brief aan de Kamer.

Het enige wat hij er op dat moment over kwijt wilde was dat gekeken werd naar groepen die ressorteerden onder de banier van het Vrije Syrische Leger. “Dit zijn gematigde, inclusieve groepen, die zichzelf als onderdeel zien van een toekomstig Syrische leger en uiteindelijk een politieke transitie voor ogen hebben, maar nu strijden tegen het regime in Damascus en tegen jihadistische groeperingen als ISIS en Jabhat al Nusra.”

‘ongewenste handen’

Bert KoendersMinister Koenders erkent, in een andere brief aan de Kamer, geschreven op 4 april 2015, dat er risico’s verbonden zijn aan zijn beleid. “Een van de risico’s van het steunen van gewapende groepen is dat deze steun in ongewenste handen valt.” Maar volgens de minister loopt het wel los: “Om te beginnen neemt het kabinet groepen in overweging die door partners – aan de hand van een zogenoemde vetting-procedure – als voldoende betrouwbaar zijn beoordeeld.”

Wie deze partners zijn (de VS? Saoedi-Arabië?) en waaruit de genoemde ‘vetting procedure’ bestaat, legt hij echter niet uit. Maar, zo zegt de minister: “In aanvulling op deze voorselectie hanteert het kabinet een eigen vetting-procedure.” Daarbij wordt onder meer gekeken naar eventuele samenwerking met extremistische groepen en naleving van het humanitair oorlogsrecht.

In dezelfde brief van 4 april 2015 meldt Koenders dat hij de goederen levert aan de gewapende groepen via “een ervaren organisatie die, op basis van eerdere werkzaamheden bij andere donoren, een goede reputatie heeft,” en dat deze werkt vanuit Turkije en Jordanië.

Stop Arming Terrorists Act

Tulsi GabbardWaar in Nederland de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen niet of nauwelijks discussie oproept, groeit in de VS het verzet. Het Democratische congreslid Tulsi Gabbard heeft een wetsvoorstel ingediend, de ‘Stop Arming Terrorists Act’, die de Amerikaanse overheid verbiedt directe én indirecte steun te verlenen aan terroristische organisaties. Gabbard heeft inmiddels steun gekregen in de Amerikaanse senaat van de voormalige presidentskandidaat Rand Paul. Gabbard wijst er op dat al heel lang duidelijk is dat vrijwel alle hulp, geleverd door de VS, aan gewapende groepen in Syrië uiteindelijk in handen komt van groeperingen die door het Westen als terroristisch worden beschouwd.

Het kabinet Rutte en de Tweede Kamer hadden dit kunnen weten. Want de genoemde berichten in de internationale media waren er al voordat minister Koenders begon met uitdelen. Zo stond het Vrije Syrische leger al in 2015 uiterst zwak in de tweefrontenstrijd tegen het regeringsleger van Assad en terroristische groeperingen. Keer op keer liepen groepen over ‘van het Vrije Syrische Leger naar Al Nusra en ISIS, werden ze gedwongen hun wapens af te staan of samen te werken (hier, hier, hier en hier). Ook waren er op dat moment al voorbeelden van door de VS gesteunde ‘gematigden’, al dan niet verbonden aan het Vrije Syrische Leger, die oorlogsmisdaden pleegden, waaronder het zuiveren van gebieden die bewoond werden door christenen en andere minderheden (hier, hier en hier).

ongewijzigd kabinetsbeleid

Dergelijke berichten, die al sinds het begin van de oorlog in Syrië te lezen waren in de internationale pers, waren voor minister Bert Koenders kennelijk geen reden af te zien van zijn plan gewapende groepen te gaan steunen in Syrië. En tot op heden is het kabinetsbeleid ongewijzigd gebleven. “De Nederlandse steun aan gematigde oppositiegroepen, waaronder non-lethal assistance, wordt voortgezet”, schrijft Koenders op 4 april 2017 in een brief aan de Kamer.

Inmiddels is bekend dat het bij de verdeling van de Westerse lethal en non-lethal support al fout gaat. Een Bulgaarse journaliste, Dilyana Gaytancieva, interviewde afgelopen maand kolonel Malek al Kurdi, commandant van het Vrije Syrische Leger. Deze beklaagt zich er over dat de organisatie die vanuit Turkije en Jordanië de Westerse en Saoedische steun distribueert in Syrië, deze vooral levert aan groeperingen die een ‘radicale islamitische ideologie’ belijden. Het Vrije Syrische Leger zou nauwelijks nog iets ontvangen. Al Kurdi zegt de Amerikanen en Europanen hierover te hebben ingelicht, maar zonder resultaat.

oorverdovend stille Tweede Kamer
Novini benaderde alle woordvoerders buitenland in de Tweede Kamer persoonlijk, en vroeg hen of zij op de hoogte zijn van de steun van het kabinet aan gewapende groepen in Syrië. En zo ja, wat hierover hun mening is gezien bovengenoemde informatie uit de internationale pers.

De woordvoerders van de regeringspartijen VVD en PvdA onthielden zich van commentaar. Maar vreemd genoeg kwam er ook geen enkele reactie van het merendeel van de oppositiepartijen. Zelfs niet van de PVV, die zich graag profileert als bestrijder van de radicale islam.

Slechts drie Kamerleden reageerden: Joel Voordewind van de ChristenUnie, Kees van der Staaij van de SGP en Raymond Knops van het CDA.

Raymond Knops

Raymond Knops“Het CDA was op de hoogte van Nederlandse steun aan gewapende groeperingen in Syrië”, meldt Raymond Knops. Hij zegt hierover ‘kritisch’ te zijn, omdat onduidelijk is om welke groeperingen het gaat en hoeveel ‘gematigde’ rebellen er nog over zijn.

“Het kabinet heeft geen antwoord gegeven op de vraag of salafistische, jihadistische groeperingen uitgesloten worden van steun. Dat zou het kabinet wel moeten doen.” Ook stoort het Knops dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt waar de non-lethal support precies uit bestaat. “Het kabinet heeft de Kamer weliswaar een lijst gegeven van geleverde goederen, maar het is onduidelijk of die uitputtend is.”

Knops vindt het verder ‘onbegrijpelijk’ dat de Syrisch-Koerdische YPG en de Syrian Democratic Forces (SDF) ‘voor zover bekend’ geen steun ontvangen van Nederland. “En dat terwijl zij nu juist bondgenoten zijn in de strijd tegen ISIS. Juist zij kunnen gezien worden als gematigde gewapende groeperingen. Het CDA pleit er dan ook voor om een belangrijk deel van de non-lethal support te bestemmen voor de SDF en YPG.”

Ook Kees van der Staaij van de SGP zegt op de hoogte te zijn, maar steunt niettemin het kabinetsbeleid, zoals verwoord in de artikel-100 brief van het kabinet aan de Kamer. Tot de gematigde groeperingen in Syrië die steun verdienen van Nederland rekent Van der Staaij de door zijn CDA-collega Knops genoemde Syrian Democratic Forces (SDF). Op de door Novini genoemde artikelen uit de internationale pers, waaruit blijkt dat de vanuit het Westen geleverde steun aan groeperingen in Syrië steevast in verkeerde handen valt en ten koste gaat van christelijke gemeenschappen en andere minderheden in Syrië, gaat Van der Staaij echter niet in.

Joël Voordewind

Joël VoordewindJoël Voordewind van de Christenunie reageert verbolgen op de vraag van Novini of hij wist van de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen in Syrië: “Ik heb nota bene een motie ingediend om de steun aan het Vrije Syrische Leger te staken. Deze had een meerderheid kunnen krijgen als de partij van minister Koenders was meegegaan. Maar helaas: de PvdA stemde tegen.”

Een zoekopdracht in het krantenarchief van Lexis Nexis maakt duidelijk dat geen krant of actualiteitenrubriek aandacht heeft besteedt aan de motie van Voordewind. Ook in het digitale archief van de Tweede Kamer is het even zoeken, maar inderdaad: Op 29 april 2015 diende Voordewind een motie in, waarin hij het kabinet opriep “af te zien van steun aan het Vrije Syrische Leger en het geld te besteden aan humanitaire hulp in vluchtelingenkampen in en rondom Syrië.” Dit omdat “het verstrekken van middelen aan het Vrije Syrische Leger grote risico’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat de steun contraproductief is en in de verkeerde handen kan vallen.”

Op dezelfde dag werd de motie in stemming gebracht. Vóór de motie stemden: CDA, SGP, Christenunie, SP, Partij voor de Dieren en 50Plus. Tegen stemden: VVD, PvdA, GroenLinks, D66, PVV, Groep Kuzu/Öztürk en Groep Bontes/Van Klaveren en Houwers.

“Ik ben zelf in Syrië geweest”, verklaart Voordewind zijn beweegreden voor het opstellen van de motie. “Ik heb daar gesproken met de Free Syrian Army. En zij zeggen gewoon openlijk: Als wij met Al Nusra kunnen samenwerken om de strijd tegen Assad te voeren, dan doen we dat. Dus die wapens worden ook gewoon doorgesluisd naar de radicalere groeperingen.”

Voordewind deelt de mening van Knops en Van der Staaij dat het kabinet er beter aan zou doen, naar het voorbeeld van de VS, de Syrian Democratic Forces (SDF) te steunen. “Die bestaan met name uit Koerden, en er zitten ook Christenen en Arabische groeperingen bij”, zegt Voordewind. “Ze hebben inmiddels al een soort plan voor een autonome regio gecreëerd, zoals de Koerden in Irak hebben gedaan. Met een grondwet, met respect voor minderheden, met respect voor godsdienstvrijheid. Die zijn veel beter te vertrouwen en zijn veel effectiever in het bestrijden van ISIS.”

Syrische christenen

Is het beeld dat Voordewind schetst van de Syrische Koerden niet te rooskleurig? De Syrian Democratic Forces worden militair geleid door de Koerdische militie YPG (People’s Protection Units). De YPG is gelieerd aan een politieke partij, Democratic Union Party (PYD), waarvan gezegd wordt dat dit de Syrische tak van de Turkse PKK is. Syrische christenen zijn over beide partijen, YPG en PYD, weinig enthousiast. Zestien Armeense en Assyrische organisaties beschuldigden in een gezamenlijke verklaring de PYD van mensenrechtenschendingen en andere vergrijpen. De World Council of Arameans richtte vervolgens soortgelijke beschuldigingen aan het adres van de YPG. En begin dit jaar bracht de Assyrian Confederation Europe een zwartboek uit over de Koerdische omgang met de Assyrische minderheid.

Zou Nederland niet beter helemaal kunnen stoppen met het verlenen van hulp aan gewapende groepen in Syrië?

“Het is mij bekend dat Human Rights Watch een rapport heeft uitgebracht over incidenten met de YPG en PYD”, zegt Voordewind. “Maar er is in Syrië geen enkele partij die geen bloed aan zijn handen heeft. Je zult moeten kiezen voor het minste kwaad. Ik behoor niet tot degenen die zeggen: Laat ze elkaar maar uitmoorden daar.”

Echter, de Koerden zijn, anders dan het kabinet Rutte, niet uit op de val van Assad. Zij streven naar een autonome regio binnen Syrië. Dat zal Turkije niet toestaan. Dan zal dus steun voor de Syrian Democratic Forces leiden tot nog meer nodeloos bloedvergieten?

Voordewind: “Van Erdogan moeten we ons niet te veel aantrekken. Kijk hoe hij onlangs tekeer is gegaan in New York, met zijn bodyguards die insloegen op demonstranten. En kijk wat er in Irak is bereikt. Daar hebben de Koerden al een autonome regio.”


Verder lezen over Stop Arming Terrorists Act: www.na4t.org


Fractiewoordvoerders Buitenlandse Zaken die geen commentaar wilden leveren op de vraag van Novini wat zij vinden van Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, gezien internationale berichtgeving over steun die in handen valt van ISIS en Al Nusra:

PvdA: Kirsten van den Hul
VVD: Han ten Broeke, André Bosman, Anne Mulder, Bente Becker, Dilan Yeşilgöz-Zegerius
PVV: Geert Wilders, Raymond de Roon, Danai van Weerdenburg
GroenLinks: Bram van Ojik en Isabelle Diks
D66: Salima Belhaj, Sjoerd Sjoerdsma en Achraf Bouali
SP: Sadet Karabulut en Renske Leijten
PvdD: Marianne Thieme
DENK: Tunahan Kuzu
50Plus: Martin van Rooijen
FvD: Thierry Baudet

Posted on

Duitse regering geeft toe: Amerikaanse drone-oorlog ook via Ramstein

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Michael Roth heeft zich onder druk van de Bondsdag gedwongen gezien de kaarten op tafel te leggen. Hij moest toegeven dat de Amerikaanse vliegbasis Ramstein in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts een rol speelt in de Amerikaanse drone-oorlog.

De Verenigde Staten, zo heet het nu, zouden de Duitse regering op 26 augustus 2016 medegedeeld hebben “dat de mondiale communicatiekanalen van de Verenigde Staten van Amerika ter ondersteuning van onbemande vliegtuigen ook telecommunicatieposten in Duitsland insluiten, van waaruit de signalen verder geleid worden. Missies van onbemande vliegtuigen worden vanuit verschillende standplaatsen gevlogen, met gebruik van diverse telecommunicatierelaiscircuits, waarvan enkele ook over Ramstein lopen.”

Door de toegeving van staatssecretaris Roth loochent de regering nu weliswaar niet meer een publiek geheim, maar bij de beoordeling ervan valt ze weer terug in haar tegelijk pijnlijke en groteske houding. De bondsregering zegt namelijk niet te twijfelen aan de legaliteit van de drone-oorlog, ofschoon de drones ook ingezet worden in landen als Somalië, Jemen en Pakistan, waarmee de VS officieel niet in staat van oorlog zijn, en hoewel op iedere strijder zo’n 28 burgers om het leven komen.

De zekerheid van de Duitse regering ter zake van de legaliteit van de drone-oorlog berust dan ook volledig op het woord van de “Amerikaanse partners”. En deze verzekeren de Duitse regering dat er in Ramstein niets gebeurt dat tegen de Duitse grondwet ingaat en dat Duitse wetten alsmede het internationaal recht in acht worden genomen. De Duitse regering geeft daarmee op voorhand wel erg veel vertrouwen aan een staat als de VS, die reeds talrijke oorlogen met leugens heeft proberen te rechtvaardigen, van de verzonnen beschieting van Tonking in Vietnam tot de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein.

Nog afgezien van het ethisch laakbare van deze houding van de Duitse regering, zet ze zichzelf ook met deze kwestie weer voor schut. Het is niet alsof bondskanselier Angela Merkel of haar minister van Defensie Ursula von der Leyen en ook staatssecretaris Roth zich er op kunnen beroepen dat verder de details niet kennen. Op zijn laatst sinds begin 2013, toen de voormalige dronepiloot Brandon Bryant als kroongetuige de rol van Ramstein in de drone-oorlog bevestigde, was de zaak duidelijk.

“Alles wat met dronen te maken heeft, loopt over Ramstein”, aldus Bryant destijds. Hij zelf stuurde honderden missies en doodde daarbij meer dan 1500 mensen. Hij kreeg daar 23 onderscheidingen voor, maar het was niettemin te veel voor zijn geweten, zodat hij de publiciteit zocht.

Lees ook: