Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

Is Sid Lukkassen de ‘#metoo’ van het linkse fopintellectualisme?

Al sinds het begin van de mensheid wordt macht misbruikt voor seksueel gewin – zelfs in vrije samenlevingen wordt dit misbruik zelden aangekaart. Totdat er een vliegwiel in beweging werd gezet. Net zoals de Arabische Lente sterke emoties losmaakte nadat één arme sloeber zich in brand stak, zo spraken hele massa’s zich uit tegen machtsmisbruik onder de noemer #metoo. De veenbrand werd een uitslaande brand.

Cultuurmarxisme

In ons intellectuele landschap voeren linkse intellectuelen de boventoon en zijn normbepalend. Steeds meer wordt dit normbepalende gedrag een steen des aanstoots voor een groeiende groep mensen. Sinds enige jaren heeft deze steen des aanstoots een naam: cultuurmarxisme. De term geeft aan dat culturele verschillen steeds meer gelijkgetrokken worden. Heldere culturele ijkpunten worden van hun sokkel gesleurd en onbekende culturele elementen worden juichend als alternatief gepresenteerd.

Sid Lukkassen is sinds enige jaren een onvermoeibare voorvechter in de strijd tegen dit cultuurmarxisme. In zijn nieuwste boek Levenslust en Doodsdrift presenteert hij de lezer een bloemlezing uit zijn rijke repertoire van essays. Daarin wordt het cultuurmarxisme vanuit grote belezenheid gekapitteld, ondersteund door een diversiteit aan bronnen.

Serieuze uitdaging voor intellectueel links

In de inleiding geeft hij aan “dat hiërarchieën van cultuurwaarden noodzakelijk zijn om prestaties te waarderen”; hij sluit het boek af met kritiek op de Groene Amsterdammer, die had moeten leren van de misser van Hillary Clinton om de Trump- supporters weg te zetten als een “basket of deplorables” – en dat niet deed. Tussen deze inleiding en de afsluitende column passeert een rijke keur aan onderwerpen de revue met een helder kenmerk: intellectueel links heeft een evenknie op rechts. Hoewel de auteur uit intellectuele eerlijkheid de rechterflank zeker niet spaart. Lukkassen voert een hartverwarmend pleidooi voor de brede middensamenleving – waarmee hij zeker niet bedoelt: het politiek correcte midden.

Uitgaande van de stelling ‘cultuur is een hiërarchie van waarden’ krijgt de afbraak van de westerse cultuur gedecideerd repliek te verduren. In ‘Nieuwe censuur in Duitsland’ verduidelijkt hij hoe met nieuwe regelgeving over het tegengaan van nepnieuws de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt. Wie bepaalt namelijk wat nepnieuws is of anderszins uit de nieuwsweergave gefilterd moet worden? In de column erna stelt hij: “in een deliberatieve democratie is het van belang dat burgers met elkaar in debat kunnen gaan”, terwijl de door algoritmes geregelde media bepalen wie er toegang heeft tot gebruik van mediakapitaal.

Cultuurverraad krijgt weerspraak

Deze filtering vindt plaats terwijl journalisten zelf bepalen wat journalistiek relevant is: zij gebruiken ons podium om hun wereldbeeld op te leggen. “Ingegraven elites bepalen welke ideeën wel of niet bespreekbaar zijn” stelt Lukkassen – deze elite gooit het liefst verschillende culturen door elkaar. Niet alleen wordt de immigratie vanuit andere culturen gestimuleerd, maar ook worden wij aangespoord om de culturele kracht van ons onbekende culturen te omarmen en tegelijkertijd onze eigen culturele kracht te verloochenen. Juist door alle ijkpunten te verwijderen is “de politiek géén voortzetting mee van de burgerlijke cultuur”. De waarheid is zo geliefd, dat zij die iets anders liefhebben wensen dat dit de waarheid is. De media-elite echter “haat de waarheid in het belang van hetgeen ze liefhebben in plaats van de waarheid”.

Hij legt ook zijn vinger op een zere plek, die bij de PVV veel opgang doet. Hierbij schetst hij het feitelijke verschil tussen de politici van de Europese Commissie, die hun auto parkeren in de beveiligde garage in het Berlaymont en van daaruit hun steun voor een multiculturele samenleving (burgers moeten “hun hart wat meer openstellen voor de medemens”) uitstorten over hun kiezers, die dagelijks worden geconfronteerd met beschadigde auto’s buiten deze beveiligde garage.

Liberalisme en de islam

Binnen de kritiek op de politieke cultuur om te omarmen wat politici ver van zich houden, past ook de kritiek op de omarming van de islam. Alleen al het feit dat ‘islam’ feitelijk ‘onderworpen’ betekent (aan Allah), is voor iedere liberaal – wat de auteur is – een gruwel. In verschillende columns wijst hij op het risico dat de integratie van moslims in de liberale, westerse samenleving nooit kan slagen zolang moslims als een soort elastiek telkens terugkeren naar hun religieuze roots. Zo loop je het risico van Mohammed Anfal (lid van Leefbaar Rotterdam en ondanks zeer westerse overtuigingen toch overstappend naar een islamitische partij); niet alleen een stap dus voor kansarme analfabeten, maar ook voor goed-opgeleide, geïntegreerde moslims.

De kritiek op de huidige samenleving komt ook kleurrijk tot uiting bij het bespreken van de hof-hermafrodiet. Dit fascinerende archetype komt voor in vele gezichten en “verschijnt overal waar baantjes te vergeven zijn en is als een kussen dat altijd de afdruk draagt van de laatste persoon die erop zat”. Deze “sociale glibberigheid” is een rode draad, die in diverse essays in veel varianten terugkomt. Deze “follower van de followers” is ook een rol, die Lukkassen zelf absoluut niet past. Sterker nog: hij propageert actie om de “strijd om het voortbestaan van Europa” te kunnen voeren. En eerlijk is eerlijk: hij gaat voorop in deze strijd.

Irrationeel gedrag versus kritische houding

Zelf las ik ooit met veel plezier het boek Onderstroom – de onweerstaanbare drang tot irrationeel gedrag. Daarin wordt een keur aan sociologische testen en wetenschappelijke missers ten tonele gevoerd met als hoofdlijn dat mensen niet handelen op rationele gronden. Het boek bevat geen geheimen: dit is algemeen bekend en doet wellicht de hoop op het welslagen van Lukkassens acties krimpen. Laat hij echter niet stoppen met zijn belangrijke publicaties. Niet dat ik het altijd inhoudelijk met hem eens ben, maar je moet altijd kritisch blijven. Rust roest en juist een kritische houding brengt de mens op langere termijn verder.

De belezenheid van Lukkassen maakt dat hij dat hij dat op vele fronten laat zien. Naast de reeds vermelde onderwerpen gaat hij ook in op de zorgen over de macht van kartels. De “kartelocratie” van Thierry Baudet en Arnout Maat komt niet alleen voor in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven. “In een notendop betekent dit dat het economische systeem machtiger is geworden dan het politieke bestel” volgt op de constatering, dat de politiek niet langer het vliegwiel is de economische ontwikkeling. Dit ziet Lukkassen als een zorgelijk punt voor de sociaaldemocratie, die sinds ‘Nieuw Links’ de steun aan de arbeider heeft ingeruild voor een culturele agenda.

Hof-hermafrodieten en startups

In de bundel is ook zijn pleidooi te vinden voor het oprichten van een “Nieuwe Zuil”, die de bekende (en inmiddels sterk geërodeerde) zuilen uit het midden van de vorige eeuw moet vervangen en de basis moet zijn voor een fris elan in onze samenleving. De “hof-hemafrodiet” heeft, in combinatie met het door elkaar gooien van culturen, veroorzaakt dat “objectiviteit ondergeschikt gemaakt is” aan “het managen van sociale indrukken om de heersende kosmopolitische ideologie aan de macht te houden”.

De kosmopolitische machten houden de burger onwetend, bijvoorbeeld door startups te stimuleren; door Lukkassen vertaald in “bullshit-jobs”. Daar waar ouderen de opbrengsten van onze gasvoorraden hebben uitgegeven aan “ja, aan wat?” en ook nu nog via vakbonden hun eigen rechten veiligstellen, moet de stille generatie “gedwee en kneedbaar” zijn om dit alles mogelijk te laten zijn. Hij analyseert een economie waarin “trouw, loyaliteit en rechtvaardigheid geen plaats meer hebben”. In plaats daarvan worden mensen gevormd op een wijze die representativiteit belangrijker maakt dan inhoudelijke kennis. Door steeds te wisselen van functie wordt alles leeg en inhoudsloos. De specifieke talenten van het individu worden in het eindproduct onzichtbaar: vakmanschap en arbeidstrots verliezen hun betekenis.

Netwerkeconomie

In de economie van nu is de belangrijkste vaardigheid het bouwen van netwerken waarbinnen mensen elkaar functies toekennen. Niet de kwaliteit ten behoeve van de samenleving is daarbij doorslaggevend, maar de loyaliteit aan het netwerk waarvan je deel uitmaakt. Het betoog van de rector van de Universiteit Leiden, dat iemand met een opleiding klassieke talen nu directeur is van een multinational, leidt in een netwerkeconomie tot Lukkassens vraag “of dat niet eerder ondanks klassieke talen dan dankzij” is bereikt.

Het palet aan onderwerpen is nog veel breder dan in een reguliere recensie kan worden behandeld. Zo bekritiseert Lukkassen Frans Timmermans, die te pas en te onpas historische feiten koppelt aan het door hemzelf gewenste toekomstbeeld. Begeesterend is de column waarin hij de polemiek tussen Houellebecq en Lévy behandelt: daarin bekent Houellebecq dat hij liever het onrecht van een dictatuur steunt dan de wanorde te verwelkomen die het omverwerpen van de dictatuur brengt. Ronduit vermakelijk zijn ook de polemieken van Lukkassen met zijn criticasters en vertederend zijn zijn analyses waar het gaat om de vrouwelijke aard.

Tot besluit

Tenslotte: ben ik het op alle punten met Lukkassen eens? Zeker niet, maar juist daarom is het boek zo aanbevelingswaardig. De opgeruimde schrijfstijl dwingt de objectieve en kritische geest steeds weer om onderwerpen in een nieuw licht te zien. Ook staat hij door zijn ruime belezenheid en scherpte ver van uitgekauwde kritiek met betrekking tot complottheorieën en andere drogredenen. Steeds weer wordt die (zeer on-intellectueel) door linkse intellectuelen aangehaald om zelfs de meest doorwrochte kritiek op hun standpunten terzijde te schuiven. De inhoud is waar zij kwetsbaar zijn, dus vluchten zij in framing en morele verontwaardiging.

Dit fopgedrag is intussen zó voorspelbaar dat het saai is geworden. Inmiddels hebben mensen behoefte aan het lezen van nieuwe boeken met verfrissende inzichten zoals deze.

Waar de Arabische lente werd ingeleid door een enkeling en waar #metoo een lawine tot gevolg had, kan ook Sid Lukkassen door het cordon van de Gutmenschen heenbreken. Zij zijn namelijk op veel punten het historische anker al langere tijd kwijt: ze zijn kwetsbaar en Lukkassen heeft de bagage om hen op volwassen wijze een voldragen weerwoord te bieden.

N.a.v. Sid Lukkassen, Levenslust en doodsdrift. Essays over cultuur en politiek (Uitgeverij De Blauwe Tijger: Groningen, 2017), paperback met flappen, 304 pagina’s.

Posted on

Complotdenken voor beginners (Deel 2)

In het eerste deel zijn de vier types complotdenkers uitgelegd; de samenzweringsfantast, de samenzweringsdenker, de samenzweringsideoloog en de complotrealist. Van deze vier types complotdenkers is eigenlijk alleen de complotrealist de moeite waard om serieus te nemen. De andere drie types zijn vooral nuttig om te leren herkennen, omdat ze doorgaans weinig zinvolle verklaringen geven. De complotrealist kan juist een interessante kijk op de realiteit geven; in het vorige stuk zijn onderzoeksjournalisten en klokkenluiders genoemd.

Helaas is de integriteit van de complotdenker zelf niet genoeg om een complot te accepteren als plausibel. Samenzweringsfantasten en samenzweringsdenkers zijn vaak sociaal bewogen. Als Micha Kat oprecht gelooft, dat voormalig topambtenaar Justitie Joris Demmink de spil is binnen een pedofielennetwerk van Dutroux-achtige proporties, dan moet hij als betrokken burger juist geroemd worden voor zijn waakzaamheid. (Zoals aangegeven in het eerste deel bestaat daar op dit moment nog steeds geen hard bewijs voor.) Het vermoeden van een complot kan dus per definitie niet bewezen worden, maar er kan wel gecheckt worden hoe waarschijnlijk dat vermoeden is. Indirect bewijs is in ieder geval beter dan afwezig bewijs. Om die reden zijn er een aantal indicaties na te gaan, die kunnen aangeven of de kans op een complot aanwezig is of zelfs waarschijnlijk.

Aanwijzingen

Pas Ockhams scheermes toe: als er verschillende hypotheses zijn, die een verschijnsel in gelijke mate kunnen verklaren, kies dan de hypothese, die de minste aannames bevat en de minste entiteiten veronderstelt. Hetzelfde geldt voor een complot. Als een Eerste Kamerlid lid is van de organisatie “Bouwend Nederland”[1] en vervolgens tegen ongunstig beleid stemt voor de organisatie “Bouwend Nederland” in de Eerste Kamer, dan is daar zeer waarschijnlijk een relatie tussen stemgedrag en lidmaatschap van die organisatie. Een andere reden kan natuurlijk zijn dat het Eerste Kamerlid gewetensbezwaren had, maar die reden is onwaarschijnlijker.

Wie een complot vermoedt, moet dat aannemelijk kunnen maken met concreet bewijs. Er zijn feiten, namen en relaties verzameld; er zijn historische parallellen te trekken, die het voorval aannemelijk maken; er is een chronologie van gebeurtenissen, een plausibel motief, etc., etc. Natuurlijk zijn er misdrijven die oncontroleerbaar zijn, zoals legereenheden, die zich misdragen op oorlogsmissie en dat vervolgens verdoezelen,[2] maar over het algemeen laten samenzweerders sporen achter en hebben andere mensen in het verleden vergelijkbare misdrijven gepleegd met vergelijkbare motieven in vergelijkbare omstandigheden. Een complotdenker die zijn verdenkingen kan staven op basis van bewijs moet serieuzer genomen worden dan een complotdenker die dat niet kan. De verzamelde feiten, namen, relaties, e.d. zijn controleerbaar voor anderen, die benieuwd zijn of er inderdaad sprake is van een complot. Het is bijvoorbeeld erg interessant dat een hele rits opeenvolgende ministers van justitie allemaal lid zijn geweest van hetzelfde studentendispuut in Leiden: Minerva[3]. Het is geen hard bewijs dat hier sprake is van vals spel, maar het is wel opmerkelijk. Belangrijker nog: iedereen kan voor zichzelf controleren of dit werkelijk het geval is.

Het beschreven complot slaagt voor de gezond verstand-test. Er is jarenlang beweerd dat er geen relatie was tussen gasboringen in Groningen en aardbevingen. Talloze Groningers voelden de bevingen echter aan den lijve; de bevingen zijn geregistreerd in de regio door onafhankelijke meetapparatuur; er was aantoonbare schade als gevolg van de bevingen; en er was een aannemelijke reden om de relatie te ontkennen: aardgasbaten voor de schatkist en winst voor de NAM. Dat deze partijen samen zouden werken om de waarheid te verhullen, was aannemelijk.

Er wordt niet verondersteld dat de samenzweerders bovenmenselijke competenties, sluwheid en intelligentie hebben om hun complot uit te kunnen voeren. Complotdenkers die daar wel vanuit gaan in hun theorie, zijn dikwijls samenzweringsideologen, samenzweringsdenkers of samenzweringsfantasten – en zij zijn de minst geloofwaardige groepen complotdenkers. Samenzweerders moeten juist als feilbare mensen gezien worden, die gezwicht zijn voor de verleiding om geld, macht, seks, e.d. op een oneerlijke manier toe te eigenen.

Mensen horen graag dingen die hun bestaande overtuigingen bevestigen. Greenpeace-leden zullen sneller denken dat Shell de oceanen vervuilt en arme regeringen omkoopt, dan mensen die de hele milieubeweging een worst zal wezen. Een complottheorie die aan de eigen persoonlijke ideologie voldoet, moet daarom extra kritisch benaderd worden. Als een complottheorie dus precies in je eigen ideologische straatje past, moet je extra zorg betrachten om deze theorie te checken.

De omstandigheden

Als een complot aannemelijk gemaakt kan worden, dan is dat nog geen reden voor verdenking van handelen te kwader trouw. De omstandigheden van een complot moeten de kans op succes aanzienlijk vergroten, zodat de samenzweerders daadwerkelijk tot actie over gaan en/of het complot uitlekt.

Een complot valt of staat bij de mensen, die het complot smeden. Hier geldt: kwantiteit laag, kwaliteit hoog. Hoe kleiner het aantal mensen dat aan het complot deelneemt, des te groter is de kans, dat een geheim bewaard blijft en het doel verhuld blijft. De aanloop naar een legercoup start meestal in kleine kring onder gelijkgestemden. Daarnaast moeten groepsleden wel competent zijn: dommeriken en roekeloze figuren[4] brengen het complot en de andere samenzweerders in gevaar, omdat ze te loslippig en te onhandig zijn. Een complot valt of staat bij de inspanning van de samenzweerders om de buitenwereld in het duister te houden over hun intenties. Overigens, complotverraders lopen grote kans op represailles van de samenzweerders. De maffia rekent hard af met maffiosi, die zich niet aan de omertà houden; zij worden simpelweg vermoord. Wie meedoet aan een complot, kan er vaak niet meer zomaar uitstappen.

Een complot is waarschijnlijker met het vooruitzicht van een enorme uitbetaling als het complot zou slagen. Mensen zijn erg vatbaar voor verlokkingen (geld, macht, seks, enzovoorts) en dat zet ze eerder aan tot actie, dan als die verlokkingen er niet zijn. In de jaren ’80 hebben Ivan Boesky[5], Michael Milken, Robert Freeman, Dennis Levine, Lowell Milken, John Mulheren, Martin Siegel, e.a. gebruik gemaakt van handelen met voorkennis. Het doel was simpelweg om geld te verdienen en de concurrentie te slim af te zijn. Op een gigantische financiële sector was het onvermijdelijk, dat er vroeg of laat een groepje mensen misbruik zou maken van de mogelijkheden die ze hadden om vals te spelen.

Bij afwezigheid van controle en sancties zal de kans op samenzweringen en machtsmisbruik groeien. Recentelijk is gebleken dat de topmannen van Fox News, zoals Roger Ailes[6] en Bill O’Reilly[7], jarenlang misbruik maakten van hun positie om vrouwen in bed te krijgen. Aangezien het hier om vele gevallen ging, over lange periodes plaatsvond, Fox News kennis had van de rechtszaken en de hoge schikkingen die betaald zijn en dezelfde mannen in opspraak zijn gekomen, is het niet mogelijk om deze zaak weg te zetten als opportunisme of een incident. Er lijkt bewust niets ondernomen te zijn tegen Ailes en O’Reilly, omdat andere belangen voorrang hadden (kijkcijfers, winst, continuïteit van het bedrijf). Fox News koos bewust en stelselmatig partij tegen de vrouwen, die niet gediend waren van deze praktijken, terwijl deze praktijken tegelijkertijd wel gewoon doorgingen.[8] Organisaties die herhaaldelijk negatief in het nieuws komen, met verschillende schandalen, laten de winst van het bedrijf prevaleren.

Wie van plan is om een complot te smeden, kan veel voordeel halen uit informatie.[9] [10] Wie over gevoelige, nuttige kennis beschikt en zich tegelijkertijd in een gunstig netwerk bevindt om van die kennis gebruik te maken, heeft meer mogelijkheden om een complot ten uitvoer te brengen, dan wie dat niet heeft. De kans op succes groeit met een goede voorbereiding. Er zijn de afgelopen jaren bijvoorbeeld nogal wat mensen[11] [12] in opspraak gekomen, die via hun functies bij de politie en veiligheidsdiensten toegang hadden tot zeer gevoelige informatie en daar misbruik van maakten.

Een complot is waarschijnlijker als de mensen binnen het complot familie zijn of uit dezelfde etnische groep komen, vooral als ze uit traditionele, tribale samenlevingen komen. Complotten zijn beter bestand tegen uitlekken als er een heel hechte band is; er is geen hechtere band dan bloed. Misdaadbendes en terreurgroepen vormen zich dus vaak rondom families of vriendenkringen, zeker als die teruggaan tot de jeugd. De Australische onderzoeker Frank Salter heeft hier uitvoerig over geschreven.[13] [14] De Heineken-ontvoerders waren jeugdvrienden. Er is een goede reden waarom mensen die solliciteren op “gevoelige functies” een antecedentenonderzoek moeten ondergaan; voor zover ze zelf niet corrupt zijn, zijn ze onder bepaalde omstandigheden in verlegenheid te brengen via of door hun omgeving.

Concluderend kan gesteld worden, dat complotten daadwerkelijk plaatsvinden, maar dat er meer nonsens in omloop is dan nuttige informatie. Een verstandige lezer dient dus kritisch te zijn. Bij voorkeur dienen alleen complotrealisten (bijvoorbeeld klokkenluiders en onderzoeksjournalisten) het voordeel van de twijfel te krijgen. Samenzweringsfantasten, samenzweringsdenkers en samenzweringsideologen moeten juist herkend en genegeerd worden. Vervolgens moet gekeken worden naar de mate van waarschijnlijkheid van het complot; Ockhams scheermes, hard bewijs, praktische mogelijkheid van complot, feilbare samenzweerders en bias-check van de lezer of toehoorder. Ten slotte, de omstandigheden van het complot vergrootten de kans op samenzweren; kleine competente groep mensen betrokken, grote uitbetaling bij succes, afwezigheid van sancties en controle, toegang tot nuttige informatie die de kans op succes vergroot en de onderlinge relatie van de samenzweerders. Als aan al die voorwaarden is voldaan, dan is de kans aanzienlijk aanwezig dat er daadwerkelijk een complot gaande is.


[1] https://www.ftm.nl/artikelen/lobby-eerste-kamer-is-intransparant

[2] Of opdracht wordt gegeven om dat te verdoezelen: https://www.nytimes.com/2015/09/21/world/asia/us-soldiers-told-to-ignore-afghan-allies-abuse-of-boys.html?_r=0

[3] https://www.nrc.nl/nieuws/2014/06/28/het-subtiele-voordeel-van-minerva-1394126-a456900

[4] http://icsr.info/wp-content/uploads/2016/10/ICSR-Report-Criminal-Pasts-Terrorist-Futures-European-Jihadists-and-the-New-Crime-Terror-Nexus.pdf (PDF!)

[5] https://en.wikipedia.org/wiki/Den_of_Thieves_(Stewart_book)

[6] http://motto.time.com/4400914/fox-roger-ailes-gretchen-carlson-harassment/

[7] http://www.amny.com/news/bill-o-reilly-sexual-harassment-scandal-explained-1.13367681

[8] Fox News is hier niet uniek in. Over actrices, boybands en kindsterretjes in de entertainmentindustrie en modellen in Parijs, Milaan en New York (zowel vrouwen als mannen) verschijnen er voortdurend vergelijkbare verhalen.

[9] http://web.archive.org/web/20070829163014/http://iq.org/conspiracies.pdf (PDF!)

[10] Julian Assange omschreef het als volgt; “Complotten zijn intellectuele constructies. Ze kunnen een groep individuen, die alleen handelen te slim af zijn. Complotten ontlenen informatie aan de wereld waarin ze uitgevoerd worden (de samenzweringsomgeving), geven die informatie door aan de samenzweerders, die vervolgens gefocust naar hun doel toewerken. We kunnen complotten zien als een construct zien met input (informatie over de omgeving), rekenomgeving (de samenzweerders en hun onderlinge relaties) en output (acties met de intentie om de omgeving te manipuleren in de gewenste richting of te bevriezen in de gewenste houding).”

[11] https://www.nrc.nl/nieuws/2016/12/16/hoe-een-mol-bij-de-politie-zijn-gang-ging-5809475-a1537182

[12] http://nieuws.tpo.nl/2016/07/14/politiemol-van-marokkaanse-afkomst-tipt-criminelen-sloopt-diversiteitsbeleid-politie/

[13] https://www.amazon.com/Risky-Transactions-Trust-Kinship-Ethnicity/dp/1571813195

[14] http://www.vdare.com/articles/godfather-part-xvii-ethnic-mobs-on-the-rise

Posted on

De metropool als panacee

Planoloog Zef Hemel heeft recentelijk zijn ideeën in een nieuw boek opgeschreven: “De toekomst van de stad[i]”, hierin pleit hij voor metropoolvorming in Nederland. Hemel stelt zich m.n. tegenover de planologen en beleidsmakers, die het principe van de “concentrische” Randstad voorstaan – een slierterige reeks van dorpjes en stadjes – en het zogenaamde groeikernenbeleid – het actief stimuleren van industrie en werkgelegenheid in provinciale stadsgebieden. Hemel vindt juist dat de natuurlijke metropoolvorming ruim baan gegeven moet worden. Het is wereldwijd de tendens voor mensen van het platteland om naar de stad te trekken voor werk en kansen.

Hemel stelt zichzelf de vraag: waarom houdt de overheid deze metropoolvorming eigenlijk tegen? In vrijwel alle landen zijn een aantal grote steden uitgegroeid tot metropolen (ondanks aanvankelijke scepsis) en zij plukken daar nu de vruchten van. Hemel noemt daarvoor een aantal redenen: angst voor armoede en opstanden enerzijds, en leegloop van de rurale gebieden anderzijds. Hemel vindt deze houding onbegrijpelijk, omdat de stad juist rijkdom creëert (a.g.v. complexiteit van de stad zelf); steden tolerantie en kosmopolitisme aanwakkeren; en mensen gewoon vrij moeten kunnen kiezen. Daarnaast is deze angst ondertussen achterhaald, aangezien vele metropolen hebben aangetoond dat zij niet alleen levensvatbaar zijn, maar fraaie successen.

Welvaartcreatie

Het is tegenwoordig bekend[ii] dat ondernemerschap en innovaties achterblijven in vergelijking met vroeger. Elk decennium nemen de groeicijfers verder af en sinds de financiële crisis lijkt de groei praktisch tot stilstand te komen. Economische groei kan gerealiseerd worden door bestaande sectoren verder door te laten groeien, maar de meeste economische groei wordt gerealiseerd door A) nieuwe economische sectoren aan te boren of B) bestaande economische sectoren in een positie te plaatsen waar nieuwe groei mogelijk is. Te denken[iii] valt aan;

  • maatregelen om intellectuele eigendomsrechten verder in te perken (patenten hinderen innovatie)[iv];
  • overheidsgeld te spenderen aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (vergroot kansen op nieuwe ontdekking nieuwe groeigebieden[v]; en
  • burgers beter te scholen voor de arbeidsmarkt van de toekomst[vi].

Ergo, Hemel snijdt een uitstekend punt aan als hij daarnaast ook de stad zelf als welvaart creërend systeem kenmerkt. In de stad zullen deze economische hervormingen het snelste leiden tot uitvindingen en ondernemerschap. Robert Gordon[vii] noemde recentelijk “zes tegenwinden”, die de groei uit de Amerikaanse economie halen en tot stagnatie leiden; demografische krimp, achterblijvende resultaten in het onderwijs, ongelijkheid, globalisering, klimaatverandering en de enorme hoeveelheid schulden van zowel overheid als privé-huishoudens. Deze problemen plagen Europa, in meer of mindere mate, op dezelfde wijze. Steden kunnen de kosten van klimaatverandering beter dragen via schaalvoordelen door slimmer en goedkoper te werken; ongelijkheid en (negatieve effecten van) globalisering beter tegengaan, omdat steden meer werkgelegenheid creëren.

Kortom: urbanisatie is een welvaartsmotor, die met het oog op de toekomst aangewend moet worden. Economische groei is namelijk nodig; overheidsfinanciën (en –verplichtingen) zijn gebouwd op de verwachting van toekomstige groei[viii]. Als metropoolvorming economische groei kan aandrijven, dan zou beleid dat metropoolvorming tegenwerkt herzien moeten worden. Hemel staat daarom een relatief libertarische handelswijze voor; laat de mensen – alle mensen – maar naar de stad komen en zo ontstaan er vanzelf nieuwe ondernemingen, ideeën, levensstijlen, diensten, etc.

Migratie naar de stad

Voor Hemel lijkt elke stad in feite dezelfde stad, en elke stadsgemeenschap inwisselbaar – met cultuur slechts als een van de vele modes, die het stadsbeeld aandoen. Hemel lijkt te denken, dat het eindpunt van een metropool per definitie een resultaat oplevert van het niveau Londen[ix], Parijs, Tokyo of New York. Maar dat zou onjuist zijn: Djakarta, Mumbai, Lagos, Caïro en Mexico City zijn al decennia metropolen, maar leveren geen noemenswaardige bedrijven, entertainment, toeristische attracties of Nobelprijswinnaars op. Het is dus zeker niet noodzakelijk het geval, dat vrije metropoolvorming tot successen leidt.

Deze week berichtte het blad Nature nog, dat er bijvoorbeeld gigantische metropoolvorming in Afrika[x] gaande is, maar dat de armoede daarmee niet lijkt te verdwijnen. Het trieste antwoord is natuurlijk, dat de metropool niet los te zien is van de mensen, die er wonen. En zo geldt het eigenlijk voor vrijwel alle steden buiten Oost-Azië (Japan, Singapore, Zuid-Korea, Taiwan, China), de Westerse landen en de oliestaten[xi]. Welk derde wereldland heeft er een eerste wereldstad, laat staan eerste wereldmetropool? Er zijn natuurlijk zat derdewereldmigranten in OECD-steden, en hun bijdrage mag niet gemarginaliseerd worden, maar zij hebben die steden niet groot gemaakt. Ze zijn vooral afgekomen op de grootsheid, die er al was.

Denkt Hemel werkelijk dat bijvoorbeeld Franse banlieus probleemwijken zouden worden genoemd, als er geen Marokkanen en Senegalezen, maar Polen en Chinezen zouden wonen? Hemel lijkt te denken van wel, omdat hij denkt dat deze wijken falen, als gevolg van verkeerd overheidsbeleid. Dit is waarschijnlijk onwaar – en dat weet Hemel best. Derde wereldmigranten hebben immers vergelijkbare problemen in verschillende landen. Desondanks, Afrikaanse bootvluchtelingen en Syrische vluchtelingen zijn allemaal van harte welkom in de stad van Hemel; hij ziet hij deze armen migranten als “de middenklasse van de toekomst” van de stad. Op basis van uiteenlopende statistieken, verzameld voor elk denkbare sociale pathologie – van criminaliteit tot overgewicht en van schooluitval tot alcoholisme – kan nu al voorspeld worden, dat deze mensen niet de middenklasse van de toekomst zullen vormen. Vrije migratie vanuit de derde wereld naar de metropool leidt juist tot aanzienlijke problemen.

Hemel zal ongetwijfeld tegenwerpen, dat de heilzame werking van de stad migratieproblematiek juist zal verlichten, in plaats van verzwaren; maar zelfs als hij gelijk heeft, dan is het zeer de vraag of de reeds gevestigde stedelingen dat offer willen dragen. Voorlopig onderzoek heeft aangetoond dat derde wereldmigratie in combinatie met de huidige sociale organisatie van Nederland zeer kostbaar is, i.e. zelfs verarmend[xii] werkt voor de gemiddelde Nederlander. Nu is de vraag of dat ook in Hemels voorstel dezelfde resultaten zou opleveren, maar de voorlopige analyses en geschiedschrijving zijn niet bemoedigend. Het lijkt heilzaam beleid als steden wat kritischer zijn op het type migranten dat ze aan wensen aan te trekken.

Amsterdam, de juiste keuze?

Wat genoeglijk is aan Hemels stellingname, is dat hij echt durft te kiezen. Hij stelt dat de overheid voor Amsterdam moet kiezen en dat dit ten koste zal gaan van andere steden, m.n. provinciesteden. Hemel wil dat de overheid afstapt van allerlei lokale bebouwing en infrastructuur en vol inzet op Amsterdam. Hij bekent kleur. In Nederland is zo’n houding vloeken in de kerk. Zowel nivellering als de provincie zijn politiek gezien heilige koeien, en zeker in een tijd van Brexit, “populisme”, e.d. is het lastig te verdedigen om veel geld te investeren in de toch al rijke stad. De provincie zal zeker verontwaardigd zijn als ze voor hun gevoel nog meer worden achtergesteld. (En, gezien het gedraai rondom de gasboringen in Groningen, is dat natuurlijk begrijpelijk en terecht.) Hemel heeft waarschijnlijk gelijk, dat Amsterdam de meest logische kandidaat voor de te vormen Nederlandse metropool is. Rotterdam heeft de haven en Den Haag de regering, maar Amsterdam heeft al het andere wat een metropool een metropool maakt[xiii]. Wie daaraan twijfelt, moet eens kijken waar toeristen en young professionals het liefst vertoeven.

Als geheel heeft Hemel een onderhoudend, leesbaar boek geschreven, dat duidelijk als doel heeft om de beleidsmakers van zijn geliefde Amsterdam wakker te schudden – opdat ze nu eindelijk de stad eens ruimte geven om te groeien. Hemel verdient daarvoor volle steun. Amsterdam heeft gigantisch veel potentie en er is zeker dubbel zoveel animo om in Amsterdam te wonen dan er ruimte is. Dat laatste komt waarschijnlijk niet voort uit stupiditeit en irrationele angsten voor groei, maar is meer het effect van bewust gelobby van allerlei belangengroepen – belangengroepen, die zelf profiteren van de honger naar Amsterdamse woonruimte.

Allereerst, de Amsterdamse woningbouw is al sinds jaar en dag een politieke speelbal van gevestigde (vaak linkse) politieke partijen[xiv]; zij willen het percentage sociale woningbouw zo hoog mogelijk houden. Dit percentage zit ver boven het landelijke gemiddelde en kan ook niet verdedigd worden met speciale argumenten – het is gewoon een middel om lage inkomens binnen de stad te houden en zo stemvee te garanderen. Er is geen reden waarom deze huishoudens met lage inkomens op een A-locatie zouden moeten wonen. Sociale woningbouw kan ook aan de rand van Amsterdam.

Ten tweede, er lijkt steeds maar zeer beperkte gelegenheid voor de bouw van nieuwe woningen en flats. Dat is vreemd, omdat er juist zoveel vraag naar deze woongelegenheid is. De gemiddelde woningprijs in Amsterdam ligt sinds juli ‘16 boven de 3 ton[xv], binnen “de ring” dus nog hoger. De gebrekkige hoeveelheid nieuwbouw staat in schril contrast met de vraag: slechts 8000 woningen in 2015 en 6500 in 2016. Het Amsterdamse stadsbestuur zou wat meer ambitie en urgentie mogen tonen voor deze uitdaging. Waarom dat nog niet het geval is, blijft onduidelijk. Hemel had wat meer op deze problematiek mogen ingaan. Voor de lezer is dat nu een open vraag.

toekomst_van_de_stad_een_pleidooi_voor_de_metropool_zef_hemel_500Ten slotte, Amsterdammers zijn zelf nogal voorzichtig met hun eigen stad en dat is goed te begrijpen. Wat niet goed te begrijpen is, zijn Amsterdammers die: opeisen, dat de omgeving rondom Amsterdam groen (en onbewoond) moet blijven; er geen infrastructuur mag worden bijgebouwd, vanwege korenwolven of zeldzame vleermuizen; er niet boven drie verdiepingen gebouwd mag worden, vanwege uitzicht; etc., etc. Op die manier houden ze namelijk andere mensen tegen, die graag in deze metropoolregio zouden wonen. Er is genoeg groen in Nederland, waar liefhebbers kunnen vertoeven. Overigens, mag het deelbelang van Amsterdammers meer wegen dan het hoofdbelang van anderen om in een metropoolregio te wonen waar ze betere banen kunnen vinden en hogere salarissen zullen bedingen? Dat lijkt ethisch onverdedigbaar. Als Amsterdammers toch voor zichzelf wensen te kiezen, dan is dat uiteindelijk ook een keuze voor de rest van het land om een andere locatie voor metropoolvorming te kiezen. Amsterdammers moeten en mogen dan niet verbaasd zijn, dat er wordt ingezet op de Rotterdam-Den Haag regio of agglomeratie Utrecht.

N.a.v. Zef Hemel, De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool (Amsterdam University Press, 2016), paperback, 274 p.


[i] http://nl.aup.nl/books/9789462982468-de-toekomst-van-de-stad.html

[ii] http://www.vox.com/2016/8/1/12131216/theories-gdp-growth-slow

[iii] Zodra groene energie en fracken volwassen – zowel schoon als goedkoper dan de alternatieven – economische sectoren zijn, zullen deze sectoren ook veel economische groei opleveren. De VS loopt voorop met fracken; China met groene energie.

[iv] Stephan Kinsella – Against intellectual property

[v] Mariana Mazzucato – The entrepreneurial state

[vi] Er is een slechte afstemming tussen geleerde skills op school en de arbeidsmarkt. Studenten met zogenaamde STEM-opleidingen of vakdiploma’s voor technische beroepen leveren meer inkomen op. Er is een groeiende literatuur, die stelt dat meer en meer beroepsgroepen last hebben van automatisering en “technological unemployment”; Andrew McAfee & Erik Brynjolffson – The second machine age; Tyler Cowen – The great stagnation; Tyler Cowen – Average is over; Martin Ford – Rise of the robots; etc., etc.

[vii] Robert J. Gordon – The rise and fall of American growth; http://www.nber.org/papers/w18315

[viii] http://www.telegraaf.nl/dft/goeroes/rick-willem/24019891/__Voor_groei_en_welvaart_hebben_we_robots_nodig__.html

[ix] http://mori-m-foundation.or.jp/pdf/gpci2015_release_en.pdf

[x] http://www.nature.com/news/where-to-put-the-next-billion-people-1.20669

https://www.youtube.com/watch?v=lpQTni1wF0E

[xi] Het is allerminst zeker dat Dubai, Abu Dhabi en Riyad hun rijkdom zullen behouden, als er een echt alternatief voor fossiele brandstoffen is. Deze steden drijven op geïmporteerde kennis en arbeid en worden vrijwel volledig – en zeer riant, v.w.b. kennis – bekostigd met de olie- en gasinkomsten.

[xii] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/immigration-and-dutch-economy.pdf (blz. 59 e.v.); Pieter Lakeman – Binnen zonder kloppen

[xiii] https://fd.nl/blogs/1126992/maak-amsterdam-inderdaad-twee-keer-zo-groot

[xiv] http://www.elsevier.nl/politiek/news/2014/02/de-slag-om-amsterdam-pvda-dreigt-almacht-in-hoofdstad-kwijt-te-raken-1471510W/

[xv] http://www.parool.nl/amsterdam/gemiddelde-woningprijs-amsterdam-voor-het-eerst-boven-de-3-ton~a4334622/

Posted on

CO2-reductie geeft Rusland troef in Europese energievoorziening

De zogenaamde ‘Energiewende’, de afschaffing van nucleaire energie en de geleidelijke vervanging van fossiele brandstoffen door ‘hernieuwbare energiebronnen’, maakt dat Rusland ook op de lange termijn zijn troef in de Europese energievoorziening behoudt. Dat schrijft Rusland-correspondent Thomas Fasbender in het Duitse weekblad Junge Freiheit.

Zo kunnen windmolens, zonnecellen en biomassa-installaties, waarin Duitsland reeds langere tijd fors geïnvesteerd heeft, niet in de volledige Duitse elektriciteitsbehoefte voorzien. Om toch de uitstoot van koolstofdioxide nog verder terug te dringen wordt In het meest recente beleidsdocument van de regering over de energievoorziening gestreefd naar de vervanging van kolencentrales door gascentrales. Daarbij wil de regering bijvoorbeeld investeren in gascentrales in Zuid-Duitsland, die in tegenstelling tot bestaande elektriciteitscentrales snel opgestart kunnen worden wanneer er een gat valt in de elektriciteitsvoorziening uit wind- en/of zonne-energie.

Men kan zich echter afvragen hoe dit alles in het westerse concept past, dat men onafhankelijker van Russisch gas wil worden. “Want nog altijd komt in de gezamenlijke Europese Unie zo’n 30% van het verbrande gas uit Rusland. Het Duitse verbruik wordt voor bijna 40% door Russisch gas gedekt. Bulgarije, Slowakije, Finland en Polen zijn voor 100% op Russisch gas aangewezen, Hongarije voor 70% en Griekenland voor 54%. Daar komt bij dat de energieleidingssystemen in de EU onvoldoende geïntegreerd zijn – terwijl het ene land zijn gascentrales aan moet zetten, om in de spits de energievoorziening aan te vullen, kan het andere zijn overschot aan wind- of zonne-energie niet kwijt.” Om een en ander maximaal te integreren had men in Brussel de Energieunie bedacht. De oproep op te komen tot een eenheidsprijs voor het gas voor de hele EU, riep echter protest op van concurrentiewaakhonden. “Velen raden al aan, dat men in de winter minder zou kunnen stoken en zich warmer aan zou kunnen kleden. Daarbij komt dat de aardgaswinning in Noorwegen en Nederland haar fysieke grenzen heeft bereikt.”

De zogenaamde Nabucco-pijpleiding die gas uit Turkmenistan en Azerbeidzjan via Turkije naar Europa zou moeten brengen, dus buiten de invloed van Rusland om, werd in 2013 voorlopig opgegeven. “Schaliegas uit Amerika of vloeibaar gas van de Arabieren kan de ruim 150 miljard kubieke meter, die Gazprom jaarlijks naar het westen pompt, evenmin vervangen”, aldus Fasbender. Dat zou een te kostbare zaak worden. Op de lange termijn zou een van sancties bevrijd Iran een alternatief kunnen bieden. De Islamitische Republiek beschikt over de grootste gasvoorraden ter wereld, is echter nergens aan de internationale netten aangesloten.

Met de Oekraïne-crisis heeft zich het getouwtrek om de toekomstige Europese gasvoorziening verhevigt, zo schrijft de Ruslandcorrespondent. Ook uit Russisch gezichtspunt is vertrouwen geschaad; de reeds lang geplande integratie van Gazprom met haar Europese klanten is het conflict ten offer gevallen. Dat begon toen de Europese Commissie de aanleg van de South Stream-pijpleiding door Bulgarije en verder de wacht aanzegde. Twee maanden later viel een moeizaam uitonderhandelde aandelendeal waarin Gazprom als mede-eigenaar van de Wintershall-gasrotonde betrokken was. De Russische aankondiging rond de jaarwisseling dat men de Turkish Stream-pijpleiding aan ging leggen om vanaf 2019 geen gas voor Europa meer door Oekraïne door te hoeven voeren, leidde weer tot irritatie bij de EU. Net als op Bulgarije inzake South Stream, werd echter effectief druk uitgeoefend op Macedonië.

Verrassend genoeg kwam er dan op de top van de G7, de G8 minus Rusland, in het Beierse Elmau een besluit: In de loop van deze eeuw willen de betrokken landen volledig afstappen van fossiele brandstoffen. Veel sneller dan oorspronkelijk gedacht zullen nu de CO2-armere gascentrales in Duitsland een toenemend deel van de basisvoorziening over moeten nemen. Kort daarop ondertekenden Gazprom, Eon, ÖMV en Shell een intentieverklaring voor de verdubbeling van de capaciteit van de Nordstream-pijpleiding, die via de Oostzee van Rusland naar Duitsland loopt, naar 110 miljard kubieke meter. Gazprom sluit intussen ook een voortzetting van de doorvoer door Oekraïne niet meer uit. Zo zouden Roemenië, Bulgarije en Griekenland ook na 2019 bediend kunnen worden.

“Zou dan de alom gepropageerde klimaatbescherming de aanleiding geven die maakt dat Rusland en de EU hun strubbelingen overwinnen? Het is niet uitgesloten dat dan op enig moment South en Turkish Stream weer op de agenda komen. Want anders dan in de aardolie, zijn de Russische gasreserves nog toereikend voor vele generaties.”