Posted on 1 Comment

“Syrië staat voor een gigantische uitdaging”

De laatste week van april vertrok een internationale groep onder leiding van het Geopolitiek Instituut Vlaanderen Nederland op een fact finding mission naar Syrië. Een van de deelnemers was Sanna Hill, redacteur en buitenlandcorrespondent van het Zweedse tijdschrift Nya Tider. Sacha Vliegen interviewde haar.

Wat zijn je indrukken van de huidige situatie in Syrië?

Ik heb bewondering voor de Syrische spirit om alles weer op te bouwen en niet op te geven. Er zijn gebieden in het noorden waar nog altijd zware gevechten woeden, maar het leeuwendeel van Syrië wordt bevrijd. In het Westen lezen we al jaren over de “kwaadaardige dictator” Bashar al-Assad, hoe hij de mensen onderdrukt en hoe zelfs nog gifgas inzette tegen burgers toen het al duidelijk was dat hij de oorlog had gewonnen. Dat is totaal niet het beeld van Syrië dat ik krijg als ik hier rondreis. Ik heb Syrië in 2018 ook al eens bezocht en deze reis heeft het nog eens bevestigd voor mij. De mensen zijn heel vrij, vrouwen kleden zich zoals ze willen, je kunt geloven in welke religie je wilt en de mensen die je spreekt – in het bijzonder de christenen – spreken met waardering over hun president.

De mensen in Syrië hebben een hoop te verduren gekregen. Niet alleen hadden ze te kampen met de meest beruchte terreurgroep in de wereld, ‘Islamitische Staat’, maar ze ook nog eens de westerse wereld tegen zich, aangezien onze regeringen financiële en morele steun gaven aan de zogenaamde “rebellen”. Daar nog bovenop hadden ze de westerse media tegen zich, verkeren ze al jaren in oorlog met Israël en worden ze geregeld door dat land gebombardeerd.

Ondanks dit alles zijn ze er in geslaagd de oorlog te winnen. De mensen zijn natuurlijk getekend door de verschrikkelijke ervaringen, waarbij velen een geliefde verloren zijn en in constante angst leefden. Maar ondanks dit alles zijn de mensen nog steeds positief ingesteld. Ze hebben gewonnen, ze hebben een machtige vijand verslagen, ze zijn trots en verheugd dat de oorlog eindelijk over is. In mijn ervaring zijn de Syriërs zeer vrijgevig en willen ze graag laten zien dat hun land anders is dan het in de westerse media wordt voorgesteld.

Is er in de afgelopen jaren verbetering gekomen?

Zeker. Nu ik ditmaal mensen sprak, durfden ze te geloven dat de echter oorlog over is, iets waar ze nog maar een jaar geleden niet zo zeker van waren. Nu vrezen de mensen economische oorlog, met meer sancties en restricties die de handel beperken en de economische ontwikkeling hinderen. Syrische arbeiders kunnen zich weinig meer veroorloven dan alleen de basale levensmiddelen. Internationale sancties maken de mensen in Syrië het leven zwaar, en dat is niet ten goede veranderd in de afgelopen jaren. Nu wordt er weer gesproken over het instellen van vluchten van Damascus naar verschillende bestemmingen. Men hoopt het ook weer makkelijker te maken voor toeristen om in de toekomst Syrië te bezoeken.

Wat waren voor jou de meest heugelijke excursies of ontmoetingen tijdens deze reis?

Ik interesseer me sterk voor geopolitiek en bezoek het Midden-Oosten geregeld om verslag te doen van conflicten en de gevolgen daarvan. Daarom had ik gedacht dat ik deze aspecten ditmaal het meest interessant zou vinden – de wederopbouw bijvoorbeeld. Maar het meest heugelijk waren de dagen die we doorbrachten in een klooster op het platteland, in de bergen. Het waren heerlijke, vredige dagen, omringd door vriendelijke christenen – en een gebrek aan internet, dat ik heel ontspannend vond, zo gewend als ik eraan ben om steeds in contact te staan met alles en iedereen thuis.

We bezochten een klooster genaamd Mar Yakub in Qara, een paar uur buiten Damascus. We werden onthaald door de hartelijke Belgische priester, pater Daniël, die ons vertelde over hoe het klooster de oorlog doorstond. Ze waren volstrekt omsingeld door terroristen, toen plotseling een man aan de deur klopte. De mensen in het klooster vreesden het ergste, maar het bleek een strijder van Hezbollah te zijn – ze waren gered.

De christenen hebben het eigenlijk goed in Syrië. Het is geen probleem om hier een christen te zijn – ik bezocht zelfs een grote moskee, terwijl ik kruis droeg dat ik in het klooster gekregen had, dat was goed zichtbaar, maar ik werd verwelkomd.

De natuur van Syrië is absoluut adembenemend, dus ik heb ook erg genoten van de wandelingen in de bergen. Verder hou ik er van om aan te tonen dat de berichtgeving van de mainstream media niet klopt. Syrië is geen wrede dictatuur en ik denk dat het belangrijk is dat dit naar buiten komt in de westerse wereld. Geloof niet alles wat je leest, onderzoek het zelf.

Heb je tekenen van wederopbouw gezien?

Ja, dat zagen we overal. We gingen naar Homs, een stad die door de terroristen bezet was en ernstig vernield. Veel gebouwen, met name appartementen, zijn tot op de dag van vandaag niet herbouwd. Maar een van de lokale moskeeën wilde ons laten zien hoeveel ze in de afgelopen jaren hadden kunnen herstellen. Ook bezochten we een kerk die druk was met restauratiewerkzaamheden. Islamitische Staat heeft wel een aantal waardevolle artefacten vernietigd, maar sommige werden gered en worden nu teruggezet. Syrië staat voor een gigantische uitdaging qua wederopbouw. Hopelijk zal er genoeg vrede in het land zijn, voor lange tijd, om dat mogelijk te maken.

Is de situatie veilig voor vluchtelingen om terug te keren naar Syrië?

De meeste mensen die ik spreek, priesters en politici, zeggen van ja, het is veilig om terug te keren. En het is niet alleen veilig, maar ze willen graag dat mensen terugkomen om te helpen het land weer op te bouwen. De Syrische hoofdstad Damascus is nu weer een levendige stad, waar ’s avonds nog lang barretjes en cafés open zijn. De stad herstelt zich weer.

Als de oorlog definitief ten einde zou komen, is er dan geen schade aangericht in de Syrische samenleving die in nog geen vijftig jaar hersteld kan worden, bijvoorbeeld als het gaat om spanningen tussen mensen of bevolkingsgroepen, vernieling van cultureel erfgoed of de ontwrichte economische situatie?

Een sympathieke vrouw die ik in Damascus ontmoette, vertelde me dat de wederopbouw het makkelijk deel zal zijn. Maar het genezen van de gebroken harten van de mensen zal een grotere uitdaging zijn. Talrijke kinderen zijn hun ouders verloren tijdens de oorlog en zijn nu thuisloos. En veel kinderen zijn opgegroeid tijdens de oorlog en kennen niets anders. Bijna iedereen in Syrië is wel iemand verloren tijdens de oorlog of kent iemand die omgekomen is. De psychologische effecten van de oorlog zullen zeker nog jaren nawerken.

Syrië is ook veel belangrijk erfgoed verloren als het gaat om geschiedenis en architectuur, bijvoorbeeld in Palmyra. Veel oude schilderingen van kerken zijn vernield en deze kunnen nooit vervangen worden. De Islamitische Staat heeft iets van de “ziel’ van het land weggenomen, toen het historisch erfgoed van Syrië vernietigde, en dat was ook hun bedoeling. Ze namen zaken op de korrel waar het Syrische volk trots op was.

Zoals ik eerder al zei, krijgt Syrië nu met een ander soort oorlog te maken, met economische oorlog. Dat was de grootste zorg toen ik daar was. Mensen waren bang dat ze zonder brandstof zouden komen zitten vanwege de sancties. Veel auto’s waren daadwerkelijk gestrand vanwege het gebrek daaraan. De mensen hebben schoon genoeg van oorlog – van welke soort ook. Ze hebben vrede nodig en ik hoop dat ze in de nabije toekomst een wat zorgelozer leven kunnen gaan leiden, maar ik ben er allerminst zeker van.

Wat kunnen we als West-Europese landen leren van Syrië?

Ik zou wensen dat westerse mensen zouden leren dat identiteit, vaderlandsliefde en trots op je eigen land iets goeds is. Ik hoop dat ze kunnen leren wat Syrië behoedde voor totale vernietiging – de waarde van familie, elkaar steunen als het er op aan komt. De nationale en conservatieve oppositie in Europa kan ook veel leren van de Syrische geest van weerstand. Zelfs wanneer de zaken er heel slecht voor staan en de kansen niet gunstig zijn, blijf vechten! Het is mogelijk om te winnen. Als deze oorlog en de afloop ervan iets laten zien, dan wel dat: er is hoop.

Syrisch oorlogsdagboek I en II ~ aanbieding!

_

Posted on 2 Comments

Sancties hinderen wederopbouw Syrië

De laatste week van april vertrok een internationale groep onder leiding van het Geopolitiek Instituut Vlaanderen Nederland op een fact finding mission naar Syrië. Deelnemers zagen hoe de wederopbouw van Syrië vordert, maar op punten nog gehinderd wordt door internationale sancties.

Omdat er door de internationale sancties  jammer genoeg nog geen rechtstreekse vluchten naar Damascus zijn, werd er gevlogen op Beiroet. We maakten van de gelegenheid gebruik om een kijkje te nemen in het zuiden van Libanon, om met eigen ogen de impact van het bevroren conflict met Israël te bekijken.

Zuid-Libanon

Als eerste bestemming bezochten we Mleeta, een museum gewijd aan het succesvolle verzet tegen de Israëlische bezetting van zuid-Libanon tot 2006. Daarna reden we verder naar de historische kuststad Tyr(us), gelegen op amper 30 km van de grens. We troffen een plaats aan met een enorm toeristisch potentieel en prachtige archeologische sites uit de Romeinse tijd, zoals de stadspoort, de necropool en de hippodroom.

Tyrus, een stad met enorm toeristisch potentieel (eigen foto)

Jammer genoeg voor de inwoners maakt de immer dreigende schaduw van Israël het moeilijk de streek toeristisch te ontwikkelen. Bepaalde gebieden op het zuid-Libanese platteland zijn ook nog steeds te vermijden vanwege landmijnen geplaatst door het Israëlische leger tijdens de bezetting.

Damascus

Per taxi reden we naar de Syrische hoofdstad Damascus. Hier verbleven we in de christelijke wijk Bab-Touma. Alhoewel toerisme niet ons eerste doel was, kan men in een stad als Damascus het niet achterwege laten om de Oude stad met de Omajjadenmoskee en de winkeltjes van de soek te bezoeken. Ook bezochten we het Nationaal Museum dat tal van archeologische schatten bevat, onder meer van Palmyra en Doura-Europos. Door de oorlog was dit museum jarenlang gesloten en de stukken waren ter bescherming naar geheime locaties gebracht. Dat het Nationaal Museum nu weer open is, illustreert hoe het normale leven langzaam maar zeker terugkeert.

Omajjadenmoskee, Damascus (eigen foto)

Ik was al eens in Damascus geweest in 2016. Het viel me op hoe in enkele jaren de stad genormaliseerd was. De overgrote meerderheid van de militaire checkpoints is verdwenen en er beginnen ook opnieuw toeristen te komen. De plaatselijke bevolking maakte ons regelmatig duidelijk dat we welkom waren en was steeds heel vriendelijk. De enige verzuchtingen gingen over de internationale boycot, die zorgde voor een brandstoftekort en een hoge inflatie van de Syrische Pond – wat import van goederen van buiten Syrië zeer duur maakt.

De soek van Damascus (eigen foto)

Ter afsluiting van ons bezoek aan Damascus hadden wij de gelegenheid om Pasen mee te vieren met de Syrische Orthodoxe kerk (oriëntaals-orthodox).  Een feest dat met heel wat fanfare (letterlijk) gevierd werd en voor alle deelnemers een bijzondere ervaring was.

Qara – Mar Yakub

Onze  volgende bestemming was het Melkitische Grieks-katholieke klooster Mar Yakub (Sint Jakobus de Verminkte). Hier verblijft al een tiental jaar de Vlaamse norbertijn pater Daniël Maes. Dit klooster ligt enkele kilometers buiten Qara, in een steenwoestijn met uitzicht op uitlopers van de Ante-Libanon-bergen, die de grens tussen Libanon en Syrië vormen. Het klooster is een dubbelklooster, er is een kleine gemeenschap van een tiental nonnen en in het gebouw daartegenover woont pater Maes, met een Vlaamse frater en enkele oblaten. Door middel van irrigatie bezit het klooster ook een prachtige vlindertuin en goed draaiende boerderij.

Mar Yakub-klooster (eigen foto)

Mar Yakub is diep verweven in de lokale gemeenschap, met ook heel wat moslims die vrijwilligerswerk doen. Het klooster verstrekt noodhulp aan oorlogsvluchtelingen, vangt enkele weeskinderen op in het klooster, maar baat verder ook nog in Qara-stad  een centrum voor hulp aan mishandelde vrouwen uit, evenals een ‘volksmarkt’ die plaatselijke kleine producenten helpt om hun goederen te verkopen via een gedeelde winkelruimte.

Mar Musa

Het klooster werd onze uitvalbasis voor de rest van de reis. Van daaruit bezochten we een ander klooster, spectaculair op een berg gelegen en enkel te voet bereikbaar, Mar Musa (Sint Mozes van Abessinië) met prachtige eeuwenoude muurschilderingen.

De weg naar Mar Musa

In het klooster

 

De huidige gemeenschap in het klooster kwam tot stand onder impuls van de jezuïet Paolo Dall’Oglio, die o.a. van de KU Leuven een eredoctoraat mocht ontvangen. Pater Dall’Oglio sprak zich aan het begin van de oorlog kritisch uit over de regering en koos de zijde van de oppositie, hij zou helaas de ware aard van de opstandelingen leren kennen. In 2013 werd hij gevangengenomen door terroristen van IS  en men gaat er vanuit dat hij door hen vermoord werd.

Homs

De moskee van Homs in 2016…

We bezochten ook een dag de stad Homs. Dit bezoek stond vooral in het kader van de wederopbouw, want in deze stad was er bijzonder hard gevochten, zodat hele stadswijken in puin lagen. We bezochten eerst de Khalid ibn Walid-moskee, deze werd in 2013 zwaar beschadigd tijdens de oorlog, omdat de rebellen de moskee gebruikten als basis en wapenopslagplaats. Ondertussen is deze moskee volledig gerestaureerd en een symbool van de wederopbouw van Homs geworden.

… en in 2019

Vervolgens was het de beurt aan de kerk van Sint Maria-van-de-Heilige-Gordel, toebehorend aan de Syrische Orthodoxe kerk (oriëntaals-orthodox). We hadden de eer om hier gastvrij ontvangen te worden door aartsbisschop Selwanos Petros Al-Nemeh. Tijdens de oorlog moest de hele christelijke gemeenschap vluchten voor de salafisten en het kerkgebouw werd ook zwaar beschadigd. Zo probeerden de rebellen – gelukkig tevergeefs – de kerk af te branden. Nu echter zijn de christenen teruggekeerd en staat het gebouw volop in de steigers.

Zwart geblakerde kerk in Homs wordt nu weer hersteld.

Frans van der Lugt

We bezochten daarna ook het graf van de Nederlandse katholieke priester Frans van der Lugt, die weigerde Homs te verlaten en daarom vermoord werd door de rebellen. Dit bezoek was bijzonder aangrijpend omdat er ook Nederlanders aan onze reis deelnamen. Ook hier zagen we echter een levende, veerkrachtige christelijke gemeenschap. De Syrische christenen zijn duidelijk vastbesloten om hun rechtmatige plaats terug in te nemen.

De soek van Homs in 2016…

… en in 2019

 

Onze trip naar Homs werd uiteindelijk afgesloten met een bezoek aan de soek. Bij mijn bezoek in 2016 was de soek van Homs nog een desolaat gebied van verwrongen metaal en muren getekend door kogelgaten. Nu was deze grotendeels opgeruimd en waren de winkeltjes weer open. Hier en daar vond men nog een gedeelte waar de heropbouw nog bezig was, maar er werd duidelijk werk van gemaakt. Wat we wel regelmatig hoorden was dat de wederopbouw gehinderd wordt door de internationale sancties, die zorgen voor een tekort aan materialen. Desalniettemin is er al indrukwekkend werk geleverd door de Syriërs.

Libanon – Bekavallei

Op de terugweg maakten we een omweg om Baalbek te kunnen bezichtigen. Hierbij zagen we ook talrijke vluchtelingenkampen voor Syriërs in de Bekavallei, een gezicht dat blijft confronteren. Uiteindelijk sloten we de reis af in Beiroet. Alle deelnemers waren heel tevreden over de reis. Iedereen was onder de indruk van de gastvrijheid en vriendelijkheid van de Syriërs. We zijn teruggekeerd met de overtuiging dat de huidige internationale boycot onrechtvaardig is en beëindigd moet worden, zodat de Syriërs alle kansen krijgen om hun land zelf her op te bouwen.

Posted on

Is er nog een toekomst voor christenen in Irak?

Vier jaar na de inval van IS in Irak trok onderzoeksjournalist Jens De Rycke in samenwerking met VOS Vlaamse Vredesvereniging naar Noord-Irak om te zien wat de toestand daar is voor de Iraakse christenen en of zij nog een toekomst in hun thuisland hebben. 

De kerk in het Oosten heeft gedurende haar hele geschiedenis al te maken gehad met onderdrukking en vervolging maar het afgelopen decennium was rampzalig voor het christendom in Irak. Voor de Amerikaanse invasie van 2003 leefden er nog ongeveer 1.5 miljoen christenen in Irak. Vijftien jaar laten is daar ongeveer 2/3 van verdwenen. Het verwijderen van de dictator Saddam Hoessein bracht het land in een toestand van chaos waarbij de etnische en sektarische spanningen losbarstten die zorgden voor een spiraal van geweld en terreur. Bomaanslagen door extremistische organisaties zoals Al-Qaida viseerden o.a. de christelijke gemeenschap en creëerden met hun terreur een angstklimaat. Deze terreurgolf was de voornaamste reden waarom veel christenen vanuit de Iraakse grootsteden zoals Bagdad en Mosoel vluchtten naar de christelijke dorpen op de vlakte van Nineveh die op dat moment een veilige haven waren.  Maar dat alles veranderde toen IS in 2014 de stad Mosoel veroverde en nadien ook de vlakte binnenviel. Dorpen en kerken werden verwoest en ook deze keer moesten de christenen van Irak vluchten voor terreur.

Was het voor de christenen dan allemaal beter tijdens het tijdperk van dictator Saddam Hoessein? De rode draad in mijn interviews ter plaatse was dat niemand met heimwee terugkeek naar het tijdperk Saddam. Veel Irakezen – zowel christenen als personen uit andere gemeenschappen – stierven in zijn zinloze oorlogen alsook door zijn vervolgingen. Zo werden bijvoorbeeld naast Koerden ook veel Iraakse christenen slachtoffer van de Anfal-genocide. Maar ze maakten wel een belangrijke kanttekening bij zijn bewind: Saddam viseerde individuen en niet de christenen in het algemeen als geloofsgemeenschap. Zijn bewind was wreed en onderdrukkend maar zorgde daarnaast ook voor een zekere interne stabiliteit. En het is vooral deze stabiliteit waar naar terug wordt verlangd.

Is er een toekomst voor hen?

Het Amerikaanse leger is erin geslaagd te doen wat anderhalf millennium islamitische vervolging niet is gelukt. Het christendom in Mesopotamië bevindt zich in een ernstige toestand en kan zelfs deze eeuw nog verdwijnen. Vaak wordt de hedendaagse toestand voor christenen vergeleken met de Mongoolse invallen en de daaropvolgende vervolging in de 13de eeuw. Dit was naast de Ottomaans/Koerdische genocide van begin 20ste eeuw één van de grootste rampen in de geschiedenis van de Oosterse kerk. Maar wat is dan nu het verschil met deze dramatische periode en andere vergelijkbare periodes van vervolging uit het verleden?

Het antwoord daarop zijn de moderniteit en het globalisme. De mogelijkheid om buiten de eigen regio te vluchten heeft een andere dimensie gegeven aan de emigratie van (christelijke) vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Christenen vluchten nu niet meer (of in veel mindere mate) binnen de regio om zich elders in de regio te vestigen of om later terug te keren. Als ze er de mogelijkheid toe hebben vluchten ze nu buiten de regio en dan vaak naar westerse landen. De reden hiervoor is duidelijk: het Westen wordt bij hen nog steeds met het christendom geassocieerd en dus als een plaats gezien waar zij welkom zijn. Een plek waar zij zonder angst voor vervolging openlijk hun geloof kunnen belijden. De teleurstelling om te zien dat de huidige seculiere westerse maatschappij ver van hun denkbeelden staat is dan ook groot bij veel lokale oosterse kerkgemeenschappen wanneer ze zich eenmaal hier vestigen. Daarnaast worden ze in de buurten waar ze terecht komen ook vaak geconfronteerd met dezelfde islamitische gemeenschappen die ze trachtten te ontvluchten.

Een Midden-Oosten zonder christenen?

Als ik al de individuele verhalen hoor kan ik niets anders dan begrip opbrengen voor de redenen waarom deze christenen de regio ontvluchten. En het is dan niet meer dan begrijpelijk dat we hen om humanitaire redenen willen helpen door hen de conflictgebieden van het Midden-Oosten te helpen ontvluchten. Maar onbewust voeren we op deze manier ook de agenda uit van religieuze extremisten die een Midden-Oosten zonder christenen en andere religieuze minderheden willen creëren.

[pullquote]Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen.[/pullquote]

Als we het christendom in het Midden-Oosten willen helpen overleven zullen we voor hen duidelijker in de regio iets moeten betekenen door hen ter plaatse meer te helpen. De emigratiecijfers van de christenen zullen zich waarschijnlijk op een bepaald moment stabiliseren. De personen die wilden en konden vertrekken zijn weg.  Zij die de financiële middelen voor emigratie niet hebben of er bewust voor kiezen om te blijven zullen de christelijke gemeenschap in Irak vertegenwoordigen. Een kleinere kudde die met grote uitdagingen zal worden geconfronteerd. Enerzijds zullen ze in hun land met economische instabiliteit en conflicten blijven worden geconfronteerd. Daarnaast proberen de Koerden hen met discriminerende wetgeving en door middel van demografische druk van hun landen te verdrijven. Daarenboven blijft zelfs na de nederlaag van IS het gevaar dat religieuze extremisten de gemeenschap zullen blijven viseren.

Wat is er dan nodig om hen een toekomst te bieden? Vrede en stabiliteit zijn alvast een eerste voorwaarde.  En hiermee wil ik niet als een naïeve vredesactivist klinken die de dynamiek van het Midden-Oosten en de heersende machtsconflicten niet kent maar wil ik wel een oproep lanceren aan onze politici. Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen. De grootste slachtoffers van deze chaos zijn vaak ook de religieuze minderheden. Maar zelfs na de invasie van Irak werd deze les niet geleerd. Zo getuigt het beleid ten aanzien van Syrië…

Irakese en Syrische christenen

Het is politiek correcter om Irakese christenen te verdedigen dan Syrische christenen, maar in beide landen zijn ze slachtoffer van oorlogsgeweld. Beide zijn ze slachtoffer van vervolging door islamitische extremisten. Maar dan met het verschil dat veel Syrische christenen – omdat velen uit zelfbehoud de Syrische regering steunen – volgens sommigen niet dezelfde slachtoffer-status kunnen opnemen als hun geloofsbroeders in Irak. Uiteraard speelt hierin een geopolitieke dimensie mee. Extremistische soennitische groeperingen werden in Syrië door het Westen gesteund om een regimewissel te bewerkstelligen tegen dictator Bashar al-Assad. Dus werden de (oorlogs)misdaden die door deze extremisten ten aanzien van christenen en andere religieuze minderheden in Syrië werden uitgevoerd gebagatelliseerd. Of er werd de andere kant opgekeken…

Vorig jaar vroeg staatssecretaris Theo Francken tijdens de Paasviering bij de Assyrische gemeenschap in Mechelen om aandacht voor de christenen in de Syrische stad Mhardeh nabij Hama. Zij worden nog steeds door Jaysh al-Izza – een ‘gematigde’ soennitische rebellengroepering – met door de Amerikanen geleverde anti-tank raketten belegerd. Maar als hij tegelijkertijd tweetend juicht over de Amerikaanse luchtaanvallen in Syrië dan klopt zijn positie niet. In 2017 was de Amerikaanse luchtaanval in Homs één van de redenen waarom deze ‘gematigde rebellen’ een offensief tegen dit christelijke stadje konden uitvoeren. Politici die willen opkomen voor de christenen in het Midden-Oosten moeten zich dus afzetten tegen de nefaste westerse interventies die de regio destabiliseren. Wie wil bouwen aan een toekomst voor de christenen in deze regio zal een stem voor vrede moeten zijn.

‘Hungary helps’

Daarnaast hebben ze ook directe steun nodig om te blijven. De Koerdische en Iraakse autoriteiten helpen niet met het herbouwen van hun kerken en steden. Zij hebben dus onze steun nodig om dit samen met hen te doen. In het christelijke stadje Teleskuf zag ik tussen de nieuwbouw en de ruïnes van de vernielde gebouwen affiches met ‘Hungary helps’. Maar nergens zag ik in de dorpen die ik bezocht iets vergelijkbaars van een ander Europees land. Westerse landen bombardeerden deze plaatsen om IS te verdrijven en het is dan ook ontzettend jammer om te zien dat het Westen de ruïnes die ze heeft gecreëerd niet helpt weer op te bouwen.

Met het opnieuw opbouwen van kerken valt geen geld te verdienen en wapenhandel is voor veel politici lucratiever dan ontwikkelingshulp. Daarbij voelt voor de geseculariseerde elite van West-Europa steun aan christenen niet correct aan omdat ze Europeanen aan hun culturele wortels herinnert. Maar wie wel wil dat het christendom in de 21ste eeuw niet uit het Midden-Oosten verdwijnt moet zelf actief steun bieden. Help hen hun vernielde huizen en kerken weer op te bouwen, oefen druk uit op regeringsleiders om discriminerende wetgeving op te heffen en zorg voor economische ondersteuning zodat zowel zij als hun kinderen in hun thuisland een toekomst kunnen opbouwen.

VOS heeft een tentoonstelling gemaakt van het materiaal dat Jens De Rycke op zijn reis naar Irak verzamelde. Wij hopen u te mogen ontvangen bij de opening van deze tentoonstelling op zondag 7 oktober 2018 om 11.30u. in de Sint-Pieters-en-Pauluskerk (Veemarkt 44, 2800 Mechelen), na de misviering van de Chaldeeuwse gemeenschap. De tentoonstelling zal vervolgens nog tot 11 november 2018 te bezoeken zijn.

Posted on

Boeken over Syrië

Men zegt wel eens dat de oorlog in Syrië het moorddadigste conflict is sinds de Tweede Wereldoorlog, maar dat klopt natuurlijk niet. Er was immers nog de feitelijk van 1941 tot 1989 durende oorlog in het vroegere Franse Indochina met Vietnam, Cambodja en Laos. Vele miljoenen mensenlevens raakten hier verwoest. En dus mag Syrië deze eeuw dan wel het voorlopig bloedigste conflict zijn, het is echter peanuts in vergelijking met wat de mensen in dat Indochina meemaakten. En zie, twintig jaar nadat het westen er in Indochina haar nederlaag moest erkennen, bloeien die landen als nooit tevoren. Nu de oorlog voor Syrië, en ook Irak, naar haar einde loopt is er dus ook daar volop licht aan het einde van deze Arabische tunnel. Laat ons hopen. Over de Syrische oorlog zijn al massa’s analyses, opiniestukken, reportages en krantenverslagen geschreven. Soms de platst mogelijke propaganda, meer dan eens complete onzin en ook veel boeiend materiaal dat een genot is om te lezen. Zelfs al is men het er altijd niet geheel mee eens. Ook qua boeken verscheen er al alles bij elkaar reeds een mooie bibliotheek met teksten o.m. van uitstekende Belgische analisten zoals Dirk Borgers en de politica Anne-Marie Lizin, beiden sindsdien spijtig genoeg overleden. Hun ‘La face cachée des révolutions arabes’ (1) (Het ware gezicht van de Arabische revoluties) is een meesterwerk. In het Nederlands taalgebied verschenen er vorig jaar al deel 1 van ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van de Norbertijner pater Daniël Maes en ‘Het dagboek van granaten in Damascus’ van journalist Jens De Rycke, een man verbonden aan ‘t Pallieterke, het Vlaams ultranationalistisch weekblad. Eerder al verscheen van Ludo De Brabander ‘Oorlog zonder grenzen’, een overzicht van de geschiedenis van de regio sinds 1914. Daarbuiten publiceerde de vroegere Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam vorig jaar zijn ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’, wat wil doorgaan voor een meer wetenschappelijke geschiedkundige analyse van deze oorlog. De man was de voorbije jaren voor dit conflict speciaal Nederlands gezant voor Syrië en wordt in bepaalde westerse academische kringen gezien als een van de beste specialisten in dit vakgebied.

Daniël Maes – Een dagboek uit een land in oorlog

Uit elk groot conflict komen steevast een serie merkwaardige figuren te voorschijn. Misschien geen grote helden maar mensen die opvallen en met hun bescheiden middelen poogden recht te doen zegevieren. Desnoods en veelal ook tegen de stroom in.
Daniël Maes ten tijde van de oorlog met enkele vluchtelingen aan het werk in de grote tuin van het klooster.
Figuren ook die echt aandacht hadden voor de miljoenen kleine lieden die het slachtoffer werden van de westerse machinaties die nog maar eens een zoveelste regimewissel op het oog hadden en probleemloos een land lieten vernielen. De titel van het boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van Daniël Maes kan voor wie de leugens van De Standaard en de NRC gewoon is en gelooft zeer schokkend overkomen. Maar Daniël Maes is een man met een overtuiging die zoals blijkt uit het boek groeide door zijn contacten met het land en de evolutie van dit conflict. Doodgezwegen Zijn wedervaren is ook een der beste bewijzen voor de censuur die de Belgische en ook Nederlandse media uitoefenen met betrekking tot deze oorlog. De man maakte de volle 7,5 jaar van deze opstand mee en zat er middenin. Maar voor zijn verhaal was er bij de media amper interesse. Alleen incidenteel kwam hij eens aan het woord, meer niet. Beeld u in, een Belgische pater middenin een uiterst brutale oorlog. Normaal zouden de media van de VRT tot Humo en het Laatste Nieuws zijn deur platlopen voor zijn exclusieve verhalen. Met de opbrengst in zijn geval bestemd voor het lenigen van het onmenselijke leed van de Syrische bevolking.
Daniel Maes ~ ‘Poetin en Assad hebben ons leven gered’
Maar neen. Een interview in Terzake, een gesprek in het AD, twee korte stukken op de regionale pagina’s van de Gazet Van Antwerpen, een verhaal in Het Belang van Limburg, twee verhalen in Knack en De Zondag. Dat was het in essentie. De VRT-radio had naar aanleiding van de actiedag rond Syrië in 2012 een interview met hem dat echter niet werd uitgezonden. ‘De kwaliteit was onvoldoende’, klonk het. Juist het tegenovergestelde wat men voordien tegen de man zelf zei. En televisievedette Rudi Vranckx was in zijn thuisbasis in de abdij van Postel uren bij hem en maakte opnames. Het werd nooit uitgezonden. Zijn visie past nu eenmaal niet in de propagandaoorlog waar onze media mee bezig zijn. En dus werd hij zo goed als kan verbannen uit de media. De katholieke kerk Zelfs het officiële Kerk en Leven, het Parochieblad voor de vele gelovigen, zweeg hem jarenlang dood. Pas vorig jaar bestede het blad aandacht aan deze held en bijna martelaar. Hij die zo opkwam voor de christenen, en die niet alleen, in het Midden-Oosten. Wie er wel in het blad kwam met zijn van de pot gerukte beweringen was de warrige Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio.
Klooster Dar Meir Yakub - Qara
Het klooster van Mar Yakub, een meer dan opmerkelijk verhaal. Met op de achtergrond de besneeuwde Qalamoenbergen. Het lijkt wel idyllisch.
De man liep als een blinde achter die salafistische opstandelingen aan en kwam om het leven in de provinciehoofdstad Rakka toen daar een strijd woedde tussen al Qaida & Co en ISIS – zijn vrienden – voor de controle over de regio met zijn rijke landbouw en vooral zijn oliebronnen. De behandeling door de kerk van Daniël Maes en zijn verhaal is een niet te wissen schandvlek voor zowel de Belgische bisschoppen als het Vaticaan.
Het doet denken aan de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt die op 7 april 2014 vlak voor de bevrijding van de stad Homs door een van die salafisten werd vermoord. Behoudens Arnold Karskens had voordien geen enkele Nederlandse journalist aandacht voor de man die ondanks het levensgevaar in het jihadistengebied bleef wonen. Pas na zijn dood verschenen er stukken over hem, met het ‘christelijke’ dagblad Trouw (onderdeel van de stal van Christian Van Thillo) daarbij bewust verzwijgend dat hij achter de Syrische regering stond. Kranten kunnen qua moraal dus erg diep zakken. Het is een van de opvallende zaken in het boek dat hij het wel heeft over Paolo Dall’Oglio maar zijn naam niet noemt. Hetzelfde voor Brigitte Herremans die bij Pax Christi en Broederlijk Delen verantwoordelijk was voor het dossier Syrië. Ook kritiek op de houding van de Belgische bisschoppen en het Vaticaan is feitelijk onbestaande. En nochtans hielpen zij door hun optreden of weigering om op te treden mee aan de moord op de christenen in de regio, de bakermat van deze godsdienst. Om de westerse machthebbers niet voor het hoofd te stoten deden zij op die wijze feitelijk mee aan die slachtpartij. Buiten wat vage woorden en het sturen van een gezant deed ook deze paus niets en bleven onze bisschoppen doofstom voor dit lijden. En dus kon Brigitte Herremans ongehinderd door haar kerkelijke hiërarchie – Pax Christi en Broederlijk Delen werken onder toezicht van de bisschoppen – jarenlang woordvoerster spelen voor groepen voor wie vrouwen of te verkrachten objecten en seksspelletjes zijn of anders kweekdieren voor nieuwe jihadisten. Mar Yakub Zijn werk is een dagboek en vertelt het leven van dag tot dag in het klooster van Mar Yakub (2) vlakbij het stadje Qara liggend aan de voet van het machtige Qalamoengebergte met zijn toppen van 3000 en meer meters. Het is een gewezen Romeins fort dat in de zesde eeuw toen het Oost-Romeinse rijk al erg verzwakt was omgevormd werd tot een klooster. Het raakte echter grotendeels in verval. De restauratie begon rond 1993. Dat het nu weer een mooi majestueus klooster is is het werk geweest van de op vele vlakken imposante kloosterzuster Agnes-Mariam de la Croix. Een van origine Palestijnse die na enkele mislukte avonturen als hippie het christendom ontdekte en zorgde dat dit klooster weer in al zijn glorie kon herrijzen. Het is genoemd naar de in 421 vermoorde Perzische martelaar Jacob de Verminkte, alias Jacobus Intercisus of Mar Yakub.
Agnès-Mariam-de-la-Croix en Daniel Maes
Agnes-Mariam de la Croix en Daniel Maes in de tuin van het Norbertijnerklooster in Postel. Een opmerkelijk duo.
Het klooster behoort tot de Grieks-Melchitische katholieke kerk, een van de talrijke christelijke groepen in het land. Het is een groot mankement van het boek dat de auteur niet wat meer uitleg geeft over die wirwar van christelijke geloofsgemeenschappen in de regio. Ook over de andere tientallen religieuze groepen vernemen wij amper iets. Spijtig want zonder een degelijke kennis van deze culturele puzzel is Syrië moeilijk te begrijpen. Daniel Maes kwam er in oktober 2010 toe om in het klooster een opleiding voor priesters te organiseren want die was er wel in Libanon maar niet in Syrië. Zijn visie over het land was er een in de toon van wat onze massamedia er over brachten en dat was van negatief tot zelfs vijandig. Al snel had hij echter door dat dit een karikatuur was van de realiteit. Het land bleek erg divers en was behoorlijk goed georganiseerd. Wat hij noch de mensen rondom het klooster echter konden vermoeden was dat amper 6 maanden later de hel over Syrië zou losbreken. Met snel toegesnelde buitenlandse jihadisten die via Libanon en vanuit bepaalde moskeeën onrust begonnen te zaaien. Nadien bleek dat er onder Bashar al Assad veel moskeeën waren gebouwd, veelal met geld vanuit Koeweit, Saoedi-Arabië en Qatar. En dit achteraf gezien niet zonder bijbedoelingen. Syriërs zijn solidair De moeilijkste en erg gevaarlijke periode voor hem was die van november 2012 tot eind 2013 toen allerlei extremisten ook Qara en de naburige dorpen in handen kregen en hun lusten botvierden op al wie niet plooide voor hun salafisme, uiteraard ook christenen. Uit zijn relaas blijkt dat de dorpelingen hen beschermden tegen mogelijke aanvallen. Ook nam het klooster vluchtelingen, en niet alleen christenen, in bescherming in hun kloosterfort. Uiteindelijk werden zij en de dorpelingen eind 2013 door het leger gered uit hun hachelijke situatie. Pas in 2017 zouden de laatste resten van al Qaeda en ISIS die zich in de barre bergen in het grensgebied tussen Libanon en Syrië schuilhielden verdreven worden. De titel van zijn boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ moet je dan ook letterlijk nemen. Zonder hen hadden Daniel Maes en de anderen het daar niet overleeft. Opmerkelijk is ook dat blijkens zijn dagboek er tussen de vele Syrische minderheden geen haat is ontstaan als gevolg van deze op sektarisme gebaseerde oorlog. De westerse poging om het land op die wijze voor heel lang of altijd onbestuurbaar te maken faalde zo te zien.
Daniel Maes bakt frietjes
Daniël Maes en het dagelijkse leven in het klooster Mar Yakub. Hier frietjes bakken.
Het is een verhaal dat ook elders te merken is. Met dorpen die steeds onder regeringscontrole stonden en buurgemeenten die in handen waren van terreurgroepen die, toen de oorlog eenmaal voorbij was, elkaar ter hulp kwamen om de grote noden te helpen delgen. Zo te zien heeft het westen hier totaal gefaald. Wat mooi zou zijn.
  Propagandisten vermomd als journalisten Spijtig is wel dat er geen relaas in staat van het begin 2012 mede door Agnes-Mariam de la Croix georganiseerde bezoek van een stel Europese journalisten aan Syrië. Bij een aanval door jihadisten op een betoging van regeringsaanhangers in de stad Homs stierf hierbij een Franse reporter. Voor die journalisten, inclusief Jens Franssen en Rudi Vranckx van de VRT en de Nederlandse fotograaf Steven Wassenaar, het werk van de regering die zo hen als lastige getuigen wilde uitschakelen. Waarbij zij zelfs de kloosterzuster viseerden als zat ze mee in dat moordcomplot. Een totaal van de pot gerukt verhaal dat toont dat men hier niet met journalisten te maken had maar met propagandisten die alleen maar leugens wilden verspreiden. Waarom zou Syrië journalisten officieel uitnodigen om hen dan twee dagen later te vermoorden? Hoe gek kun je het maken? Voor Agnes-Mariam de la Croix waren het gewoon kinderen die niet wisten hoe zich te gedragen en onverantwoord werkten. Maar dit verhaal zit niet in het dagboek daar hij blijkbaar toen in Postel zat. Niet aflatend Daniël Maes heeft door zijn niet aflatend werk met o.m. zijn wekelijkse brieven een niet onbelangrijke rol gespeeld in het geleidelijk veranderen van de publieke opinie in België en ook Nederland ten opzichte van dit Syrische drama. Onversaagd blijft hij al die jaren vrank en vrij zijn mening geven, tegen de heilige huisjes van de media, ngo’s en regeringen schoppend. De stad Ieper gaf vorig jaar een vredesprijs aan de Witte Helmen, onderdeel van die salafistische terreur en de westerse agressie. Men had die prijs veel beter aan Daniël Maes gegeven. Recent verscheen dan deel 2 van zijn  dagboek dat de periode van 2013 tot nu beschrijft. De tijd van de nakende overwinning en het begin van het herstel van de Syrische maatschappij en de heropbouw van het land. Het verscheen eveneens bij de Nederlandse uitgeverij De Blauwe Tijger. Een pluim voor deze uitgeverij die deze Belgische pater eindelijk het forum geeft dat hem toebehoort.
Daniel Maes, Oorlogsdagboek deel II

Jens De Rycke – Reisverslag

Het boek van Jens De Rycke is eveneens een verslag van een verblijf in Syrië maar is qua karakter totaal anders dan dat van Daniël Maes. Door wat hij beschrijft als een toevallig contact met een priester van een der christelijke kerken in het Midden-Oosten raakt hij betrokken bij deze oorlog en bezoekt tweemaal het land. Het boek is grotendeels het verslag hiervan. Het is uitgegeven bij Polemos. Hij is een freelance journalist en schrijft voor diverse media zoals Novini, ’t Pallieterke en andere en was recent te gast in de studio van de internettelevisie Café Weltschmerz. De interesse in Vlaams nationalistische kringen voor Syrië en de steun voor de strijd van de Syrische regering tegen het jihadisme is opvallend. Daniël Maes is er een graag geziene gast en het Vlaams Belang heeft de weg naar Damascus wel gevonden. In die zin komt het boekje van Jens De Rycke dus niet als een verrassing. Het bleef spijtig genoeg bij het grote publiek tot heden grotendeels onder de radar.
Jens De Rycke - Het dagboek van granaten in Damascus
Voor die interesse in deze kringen zijn er zo te zien meerdere redenen. Zo is er de islam die in dat milieu door velen als een gevaar wordt gezien waarbij de Syrische regering vecht tegen de uitwas ervan, het salafisme. En dus zijn de Syrische regering vrienden. En dan is er het Vlaams Belang dat alleen in de marge van de Belgische politiek kan opereren en politiek dus veel vrijer kan ageren. Neen zeggen tegen het buitenlands beleid van de VS en de EU hier is voor wie de macht wil grijpen, of wat daar voor moet doorgaan, niet zonder gevaren. Je riskeert een dodelijke perscampagne en het verdampen van de hoop op ministerpostjes. Het Vlaams Belang heeft dat probleem niet. Geen probleem dan ook voor Filip Dewinter om bij Assad koffie te gaan drinken. En dus kon een man als Daniël Maes, een Vlaamse pater, hier wel een luisterend oor vinden. Wat elders niet lukte. Bovendien zat het zogenaamde linkse publiek gevangen in het web van de door het Westen gespannen propaganda rond de mensenrechten. Leugens natuurlijk, maar diegenen die beter wisten zwegen bewust. Ma’loula Het boekje is wel, zeker wat de foto’s betreft, slecht uitgegeven. Wat natuurlijk spijtig is. Zijn verhaal is daarvoor te belangrijk. Mooi is ook dat hij voor zijn boek een voorwoord wist te versieren van Elijah J. Magnier, een der beste analisten van het ogenblik over de zaak. Het bevat ook een verslag van zijn bezoek aan het stadje Ma’loula met zijn serie kloosters en kerken dat ooit kort in handen van die salafistische terreurgroepen was gevallen. Verder is er een bijdrage over de Syrische Sociaal Nationalistische Partij die een groot Syrië voorstaat, radicaal Arabisch is en erg seculier. Ook bevat het boek verder een verhelderend gesprek met Marwa Osman, een politicologe en lid van Hezbollah. Interessant materiaal. De bijdrage over de alawieten is daarentegen te beknopt en mist diepgang. Het mysterie rond die religieuze groepering blijft bestaan. Wel enkele opmerkingen. Het is uiteraard juist dat het Syrische leger en zijn bondgenoten, vooral dan de lokale groepen, in bepaalde gevallen uiterst brutaal optraden en men soms ter plaatse mensen executeerde – recent nog tegen ISIS in de stad Sweida – maar men moet dan wel beseffen dat die oorlog door het Westen aan Syrië werd opgedrongen. (p 13).
DSC_0645
Marwa Osman, een politicologe verbonden aan Hezbollah komt in het boek aan het woord.
Verder heeft hij het op pagina 41 over de geopolitiek en de oorlog maar heeft het niet over de drijvende kracht achter deze oorlog: Israël. Een land dat via verdeel en heers en met steun van de NAVO de regio in vuur en vlam wou zien ten onder gaan. Het plan van de Israëlische geostrateeg en diplomaat Odet Yinon. En inderdaad speelden gas en olie een grote rol bij het ontstaan van deze oorlog maar de echte oorzaak is Israël, dat het erg klassieke principe van verdeel en heers wou toepassen. Tevergeefs blijkt nu. Verder heeft hij het op pagina 42 over de ‘nucleaire ambities’ van Iran. Dat klopt echter niet want er is niet het minste bewijs dat Iran ooit een kernmacht wou worden. De beweringen van de VS en de NAVO hierover zijn alleen gebaseerd op verdraaiingen van de feiten en leugens. En dat er in deze oorlog geen winnaars zijn (pagina 120) klopt ook niet. Integendeel, dit is een enorme nederlaag voor Israël en haar bondgenoten en een grote overwinning voor de as Moskou-Teheran-Beiroet-Bagdad-Damascus. Het idee om die landen totaal te vernielen raakte nergens. Natuurlijk is de schade in landen als Irak, Syrië en eerder Libanon enorm maar ze overleefden en toonden zich sterk. Als dat geen overwinning is! Tienduizenden jihadistische huurlingen stuurde men op Syrië af met daarboven nog een economische wurggreep om U tegen te zeggen. Tientallen miljarden gaf men uit en tevergeefs. De wederopbouw zal jaren vergen maar zal gebeuren. Desnoods zonder het Westen. Men hoeft zich in Washington en Brussel daarover geen illusies te maken.

Ludo De Brabander – Een teleurstellend boek

Een van de weinige critici van de NAVO die in de klassieke media nog eens aan het woord komt – al zij het heel zelden – is Ludo De Brabander van de vzw Vrede, een groep van mensen die werkt rond de buitenlandse politiek en het (ontbreken van een) vredesbeleid. Het boek is teleurstellend en toont een gebrek aan kritisch doorzicht in wat er op dit ogenblik in het Midden-Oosten gebeurt. Zolang hij de oudere gebeurtenissen vanaf 1914 tot 1979 bespreekt getuigt het van een goed inzicht en een kritische doorlichting. Het is dan ook vernietigend voor de politiek van het Westen daar. Zo komen er de Britse machinaties rond het Arabisch schiereiland en de Levant, de regio met Libanon, Palestina, Jordanië en Syrië, aan bod. Of hoe Londen koos voor het salafisme van de familie al Saoed. Met Winston Churchill die zelfs opteerde voor het gebruik van chemische wapens. Waarbij de Britten als tegengewicht voor het Arabisch nationalisme de kant kozen van de Moslimbroeders en andere islamistische groepen. Nog steeds steunt de Britse regering die reactionaire visie van de islam en die keuzes van toen liggen ook aan de basis van veel van de huidige problemen in de regio. Wat hij onvoldoende of zelfs niet ziet is dat achter de publieke beweringen van westerse regeringen en hun lof voor mensenrechten, vrede en democratie in de regio echter een hondsbrutale politiek schuilt. Een politiek gericht tegen de regio, met als voornaamste bedoeling die zo machteloos mogelijk te maken. Al Qaida in Jemen Neem de aanslag op Charlie Hebdo (pagina’s 45 en 194) die niet zoals hij schrijft het werk was van ISIS maar werd opgeëist door Al Qaida van het Arabisch Schiereiland, de Jemenitische tak van de groep. En zij waren voor zover bekend de enigen. En dat is een organisatie die in een bepaalde periode minstens mede onder controle stond van westerse veiligheidsdiensten. Zo mislukten al hun buitenlandse acties doordat de daders voor ze konden toeslaan steevast opgepakt werden. Wat een ver doorgedreven infiltratie van deze organisatie door de veiligheidsdiensten bewijst.
Ludo De Brabander - Oorlog zonder grenzen
Verder vecht al Qaida in Jemen samen met Saoedi-Arabië en de hele westerse alliantie, inclusief dus ook België, tegen de regering van de Houthi’s die op dit ogenblik grotendeels het nuttige Jemen controleren. Met andere woorden: al Qaida en het Westen zijn militair geallieerden in deze kwestie. Dat is de realiteit, niet die van de vele holle beweringen van een Jens Stoltenberg, Mike Pompeo of Didier Reynders. Dat de strijd tegen dit extremisme tot nu faalde heeft dan ook niets te maken met sociale of politieke problemen binnen de Arabische wereld of bij de groep van immigranten in Europa maar met de uitgebreide militaire, economische en politieke steun die deze groepen krijgen vanuit Washington en de EU. De onvrede is wel een der voedingsbodems die westerse geheime diensten gebruiken om via infiltranten in dit milieu te rekruteren. Het rapport van de Amerikaanse Militaire Veiligheidsdienst DIA van augustus 2012 over de oorlog in Syrië laat hierover niets aan twijfel bestaan. De VS controleerden deze groepen waaronder ISIS en wilden Syrië vernielen en daarnaast via ISIS ook Irak verder aan diggelen slaan. Mogelijkerwijs kende hij bij de publicatie van zijn boek dit rapport nog niet. Het rapport van de Conflict Armament Research (3) over de wapens van ISIS was bij de publicatie van zijn boek zeker nog niet openbaar. Dit door de EU en Duitsland gefinancierde rapport toonde dat een groot deel van de wapens van ISIS kwamen uit Bulgarije, een lidstaat van de Europese Unie, dat door o.m. de VS en Saoedi-Arabië was aangekocht. Duidelijker kan toch niet. Op pagina 161 heeft hij het over de wil van die salafisten voor een zogenaamde ‘authentieke islam’. Een bewering die getuigt van een gebrek aan kennis. Reeds van in het prille begin van de islam waren er grote theologische en financiële geschillen en groepen die elkaar soms met de wapens bevochten.
Ansar al Sharia bij Taiz - Februari 2016
Leden van Ansar al Sharia, een schuilnaam voor de lokale afdeling van al Qaida in Jemen, hier aan het front bij de stad Taiz samen met troepen van de westerse alliantie.
Het salafisme is in wezen zelfs van heel recente datum en vloeit voort uit het gedachtegoed van enkele toen verketterde islamtheologen. Waarvan de bekendste al Mohammad ibn Wahhab (1703-1792) is die dan weer de mosterd was gaan halen bij Taqi ad-Din Ahmad ibn Tamiyyah (1263-1328). Zeggen dat het salafisme authentieke islam is als zeggen dat Iggy Pop of Fleet Foxes authentieke rock & roll brengen.
Ruslands bedoelingen Ook schrijft hij dat Rusland zijn interventie in Syrië steunde op de wens om ISIS aan te pakken (p188). Dat is het verhaal dat bladen als The New York Times en De Standaard ervan maakten en een leugen. Moskou heeft steeds gesteld dat men ginds het terrorisme wou uitroeien en noemde daarbij expliciet zowel al Qaida als ISIS. Wat zin heeft het trouwens om ISIS uit te schakelen en al Qaida in leven te laten? Geen natuurlijk. Het is dit uitroeien dat het eerste en voornaamste doel van Rusland is om in Syrië op te treden. Haar bondgenoot ter hulp snellen en zo haar machtspositie in de regio versterken kwam tweedes. Zoals ook de wens om haar nieuw wapentuig te testen en beter te kunnen commercialiseren van secundair belang was. Rusland had al drie oorlogen met die salafisten achter de rug en wou hen in Syrië de genadeslag toebrengen. Wat lijkt te lukken. Essentieel is dat hij fout zit door te stellen dat militair optreden tegen dit extremisme niet helpt en daarbij verwijst naar het niet slagen van die oorlog tegen de terreur. De reden is dat het Westen niet vecht tegen maar met die salafistische terreurgroepen. Er zijn voldoende bewijzen die aantonen dat bepaalde veiligheidsdiensten zoals MI6, CIA en de Mossad die groepen via infiltranten manipuleren. Ooit al gehoord van een aanslag van die geroepen in Israël? Natuurlijk niet. De enige manier om hen te verslaan is door het gebruiken van geweld tegen hen, zoals Irak, Rusland, Iran, Hezbollah en het Syrische leger nu doen. Maar zolang het Westen hen blijft steunen zal het probleem mogelijk wel blijven bestaan. Wel is de mokerslag die deze groepen nu in Syrië te verduren krijgen erg pijnlijk en zien wij mogelijk hier het Waterloo van al Qaida & Company.

Nikolaos van Dam – Een expert in bedriegen

Een totaal ander boek over Syrië is dat van de gewezen Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam. De man wordt in de gespecialiseerde westerse media gezien als DE expert over Syrië die op een objectieve wetenschappelijke wijze de toestand in het land en de oorlog beschrijft. Niets is echter minder waar. Dit boek toont dat hij wel een kenner is maar mede daarom ook dat hij bewust een bedrieger en leugenaar is, een verkoper van halve en hele onwaarheden. Vooreerst maakt hij in zijn boek ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’ twee essentiële fouten die een analist en diplomaat als hij niet mag maken. En dat is een totaal gebrek aan bronnenkritiek en het geheel negeren van iets cruciaal als het internationaal recht met o.m. de niet-inmenging en de onschendbaarheid van landsgrenzen. Het laatste  is blijkbaar voor hem niet eens het bespreken waard. Gebuisd dus. De omslag van het boek is dan ook een gestileerde reproductie van een van de fameuze propagandafoto’s van de door zijn Nederland mee gefinancierde Witte Helmen die tussen de ruïnes van een stad een baby in zijn armen heeft. En in plaats van het te hebben over de Syrische regering heeft hij het continu over het ‘Syrische regime’. Wiens brood…. Het toont de teneur van dit pseudogeschiedkundig werk. Een regime, dat is een stel erg foute ministers, een regering dat zijn dan de goeden. Lees: Wie aan de goede kant van de VS staat is een regering en wie aan de foute kant van Washington staat is een regime. Maar dat is sfeerschepping en in wezen platte propaganda. Een geschiedkundige de naam waardig past voor dat soort praktijken.
Nikolaos van Dam - Destroying a nation
De man behoort tot de selecte vriendenkring rond de Zweed Aaron Lund en de Amerikaanse professor Joshua Landis die met de blog Syrian Comment poogt de richting aan te wijzen waar het Westen met Syrië volgens hen heen moet. Deze blog produceert zeker interessant materiaal maar over de Amerikaanse steun voor al Qaeda en ISIS zoals blijkt uit massa’s documenten zal je hier nooit iets lezen. Ook hier bedrog en censuur dus. Maar dat is zeker wat Nikolaos van Dam betreft zeker begrijpelijk. De man was een Nederlandse diplomaat en o.m. ambassadeur in Irak en door zijn regering tijdens deze oorlog aangesteld als speciaal gezant voor de kwestie Syrië. Met andere woorden: Hij zat op de eerste rij wat betreft de westerse strategie en Syrië. En ook, zeer belangrijk, de Nederlandse regering betaalde hem hiervoor en dan is er het gezegde ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’. En dat blijkt dus. Het betekent echter ook dat hij intern goed op de hoogte moet zijn geweest van de westerse strategie in deze kwestie. Zo vertelt hij over de serie staatsgrepen in Syrië na de onafhankelijkheid in 1946 maar vergeet er bij te zeggen dat de CIA hier soms erg actief was en al eens aan het stuur zat. Maar over de fouten van de Baath-partij en de familie Assad – en die zijn er zeker –  schrijft hij uitvoerig. Het is alsof je de geschiedenis van Japan zou beschrijven zonder de zaak Mantsjoerije en Pearl Harbour te vermelden. Feitelijk is zijn boek dus een intellectuele krachttoer. Voor hem is de revolte van Maart 2011 dus spontaan ontstaan en groeide het puur uit het ongenoegen over de politieke, sociale en economische beleid van de regering. Dat was er zeker zoals er overal in alle landen wel ongenoegen is over het regeringsbeleid. Maar zijn bewering is onzin. De strategie van de VS voor een machtsovername/staatsgreep is steeds dezelfde. Men infiltreert de maatschappij via allerlei verenigingen en helpt dat ongenoegen groeien met veel geld. De VS heeft hiervoor zelfs opleidingscentra en organisaties als de National Endowment for Democracy. Hij moet dat toch weten. Zie maar wat er bijvoorbeeld in Egypte of Joegoslavië gebeurde.
Iba Abdo - 2
De in Nederland wonende Iba Abdo wist al op 26 februari 2011 op haar blog te vertellen dat de ‘revolutie’ zoals ze dat noemde in Syrië was uitgesteld en pas op 15 maart ging losbarsten. Een helderziende. Ze reageerde niet op een verzoek voor een gesprek.
Ook in Syrië was dat zo en gebruikte de VS de Moslimbroeders en al Qaida. Zo verscheen in zijn eigen Nederland op 26 februari 2011 op de blog van de Nederlands-Syrische Iba Abdo dat men de ‘revolutie’ om organisatorische reden uitstelt tot 15 maart. Spontaan? Het is om te lachen. Waren de sluipschutters misschien nog niet klaar en diende men daarom die ‘revolutie’ uit te stellen? De dame werkte nadien eventjes bij Clingendael, het bekende Nederlandse regeringsinstituut voor buitenlandse politiek. Ze moeten elkaar dus normaal kennen en gezien zijn grote diepgaande kennis moet hij praktisch zeker weten van het bestaan van dit nadien afgevoerde blogbericht. Al Qaida Ook heeft hij het steeds over de vreedzaam begonnen betogingen die door brutaal politie- en legergeweld wel moesten ontaarden in een oorlog. Alsof hij niet weet dat bij de eerste betoging in de stad Daraa tot 8 politiemensen het leven lieten, er sprake was van sluipschutters – een klassiek ook in o.m. Sarajevo, Tunesië en Kiev gebruikte methode om de spanning op te drijven – en dat het gerechtsgebouw en de lokalen van de Baath die dag waren platgebrand. En uiteraard zwijgt hij over de aanwezigheid al vanaf de eerste dag van mensen van al Qaida die betrokken waren bij de opstand. Zijn landgenoot en oorlogscorrespondent Arnold Karskens maakte van hun aanwezigheid en de wapensmokkel vanuit Irak al begin 2011 gewag. Zoals trouwens ook de Syrische pers dat schreef. Maar dat is voor de man dus niet interessant en niet eens vermeldenswaardig. En dat de opstand al vanaf het prille begin ging ontaarden was zeker met de kennis die we nu hebben onvermijdelijk. Hij heeft het als enige reden hiervoor over het brutale legergeweld. Dat was er zeker en vast. Maar wat doet een regering als haar gebouwen bij betogingen in brand worden gestoken en politielui vanuit de betoging en door sluipschutters in serie worden afgemaakt? Wat zou het ‘regime van Mark Rutte’ doen als de mensen in Groningen, de zaak met de aardgaswinning en het regeringsbeleid hierover kotsbeu, grijpen naar gewapend verzet zoals die eerste dag in Daraa? Men zou het leger inzetten natuurlijk. Dat die door al Qaida en de Moslimbroeders – toch een geheim genootschap dat een kalifaat met de koran en de sharia als leidraad nastreeft – in afspraak met de VS en haar bondgenoten georganiseerde opstand al vanaf de eerste dag onmogelijke eisen stelde zoals de val van de regering Assad dan is dat geen probleem. Als de regering politieke hervormingen wil doorvoeren en zoals geëist politieke gevangen – waaronder een notoir terrorist als Zahran Alloesh nadien de leider van het Leger van de Islam – vrijlaat dan is dat onvoldoende voor de opstandelingen.
Daraa - Gerechtsgebouw in brand gestoken tijdens rellen van 15 maart 2011
Het gerechtsgebouw in Daraa na de zogenaamd vreedzame betoging in de stad die dag 15 maart 2011.
De Moslimbroeders en al Qaida blijven bij hun maximalistische eisen waarvan hij later in het boek zelf stelt dat ze onmogelijk in te willigen waren. En als het leger zich op vraag van de Arabische Liga en het Westen uit de steden terugtrekt dan wordt die ruimte onmiddellijk gevuld door die terroristische groepen. Met de bekende gevolgen. Maar ook dit is voor de auteur niet vermeldenswaardig. De fout ligt voor hem bij Assad en bij niemand anders. Basiskennis voor een diplomaat is het internationaal recht waarbij de niet-inmenging in de interne zaken van andere landen verboden is. Met als essentie ook de onschendbaarheid van de grenzen van andere landen. Wat men in de kwestie van Syrië soms met al te doorzichtige excuusjes en veelal zelfs zonder uitvluchten aan de westerse laars lapt. Zijn Nederland gooit bommen op Syrië en moet volgens de betreffende VN-resolutie de Syrische regering daarvoor om toelating vragen. Den Haag, zijn werkgever, vertikt het. Hetzelfde voor de Belgische overheid. The Day After Association Maar dit zijn daden van oorlog en daarom ook oorlogsmisdaden. Het zal hem zo te zien worst wezen. Hetzelfde met zijn bronnenkritiek die gewoon onbestaande is. Wat hem uitkomt neemt hij voor waar aan, wat niet past in het plaatje zal je in zijn boek niet lezen. Zo citeert hij regelmatig de Amerikaanse specialist Charles Lister en neemt veel van zijn soms straffe beweringen zomaar voor waar aan. Hij vergeet er echter bij te zeggen dat Lister de voorbije jaren werkte voor het Brookings Doha Center in Qatar, een studiedienst die werkt met geld van Qatar, een financier van o.m. al Qaida in Syrië. Erg intelligent moet men niet zijn om te beseffen dat die bron totaal onbetrouwbaar is. Ook dat is bij hem geen zorg.
Nikolaos van Dam - 2
Bronnenkritiek en respect voor het internationaal recht lijken Nikolaos van Dam totaal vreemd. Zoals bij Jens De Rycke slaagt hij er ook niet in meer duidelijkheid te verschaffen over de alawieten.
En dan is er de zogenaamde Caesar met zijn tienduizenden martelfoto’s van gevangenen van de Syrische regering. Gruwelijk materiaal. Volgens het verhaal van Caesar, een alias, moest hij in opdracht van de Syrische overheid die foto’s nemen om ze dan aan de familie te overhandigen. Hij was met zijn foto’s gevlucht maar wou anoniem blijven om zijn in Damascus achterblijvende familie te beschermen. Zo beweerden de auteurs van dit rapport. Een dossier gemaakt door een groot Brits advocatenkantoor in opdracht van Qatar en juist klaar voor Genève 2, de tweede vredesconferentie rond Syrië. Het moest tijdens de onderhandelingen extra druk zetten op Syrië en hen verder in de beschuldigingsbank duwen. Maar wie zo’n toch wel bizarre opdracht krijgt is zonder twijfel zo gekend bij de Syrische overheid want hij is vermoedelijk de enige die zo’n taak kreeg. De door dat advocatenkantoor gegeven reden voor zijn anonimiteit is dan ook pure onzin. Het is in wezen zelfs het bewijs dat dit dossier nep is. Human Rights Watch, nochtans niet vies van vervalst bewijsmateriaal in deze oorlog, uitte dan ook nogal wat bezwaren over die beweringen van dat Brits advocatenkantoor. Onze diplomaat niet. Het ergst qua een gebrek aan bronnenkritiek is echter als hij op pagina 72 een rapport uit 2016 van The Day After Association beschrijft. Volgens dat rapport had een opinieonderzoek van die vereniging aangetoond dat meer dan helft van de Syrische christenen die op hun zogenaamde peiling hadden geantwoord positief stonden tegenover die opstand. Simpel onderzoek leert dat die vereniging een van de vele tientallen vanuit het buitenland opererende oppositiegroepjes is die werken met gelden van de VS, de Arabische Golfstaten of Europese landen als Frankrijk. Maar hoe in ‘s hemelsnaam kon men in 2016 in een toestand van algehele oorlog vanuit het buitenland in Syrië zelf een opiniepeiling houden, laat staan een die wetenschappelijk betrouwbaar is? Geen probleem voor Nikolaos van Dam. Hij stelt zelfs dat aangezien de opstand anno 2016 meer jihadistisch dan bij de start de christenen in 2011 nog met een veel groter percentage achter die opstand moeten gestaan hebben. Is dat om te lachen? Religies klitten aan elkaar Wie al Qaida en ISIS financiert of financierde laat hij dan ook gemakshalve in het ongewisse. Ook over de centrale rol van Israël in de kwestie zwijgt hij zedig. En veelal heeft hij het over buitenlandse mogendheden die in Libië intervenieerden zonder veel te specificeren. Men zou eens kunnen gaan beseffen dat het regime van Mark Rutte mee hielp aan de vernieling van Libië en Syrië. De rol van Nederland in deze massaslachtpartij lijkt als we zijn boek moeten geloven nihil te zijn. Wiens brood….  Je hebt er bij van Dam dan ook het raden naar waarom ISIS en al Qaida de hoogste lonen konden betalen aan hun huurlingen, een pak meer dan wat soldaten van het Syrische leger kregen.
Dr. Nabil Toumeh
Volgens Dr. Nabil Toumeh faalde de Westerse poging tot vernieling van zijn land als gevolg van de sterke cohesie onder de Syrische bevolking. Syrië was naar hij stelde voor het Westen met daarbij Israël te rijk geworden en moest daarom kapot.
En ja, het Syrische leger en haar hulptroepen hebben zware misdaden begaan. Niemand kan dit betwijfelen. Kijk maar naar het verhaal van de Woestijnvalken (Desert Hawks) van generaal Mohammad Jaber die zeer succesvol was maar plots op 2 augustus 2017 ontbonden werd en waarbij Jaber om onverklaarde reden officieel naar Oekraïne vertrok. (4) Over het fameuze rapport van de DIA over Syrië lees je hier dan ook niets. Te sterk bewijsmateriaal over de misdaden van landen als Nederland, zijn broodheer? Hetzelfde met dat door de EU en Duitsland gefinancierde rapport van het Britse Conflict Armament Research (3) over Amerikaanse wapens van ISIS of over de verhalen uit de Israëlische pers over de steun aan o.m. al Qaida. Hij verzwijgt het. Dat de opstand ondanks de massale geldstromen en de tienduizenden vanuit het buitenland aangeleverde salafisten mislukte is het beste bewijs voor de cohesie van de Syrische maatschappij. De pogingen om het sektarisme te doen zegevieren faalden. Het is zoals de Syrische soefist, parlementslid, filmmaker en zakenman dr. Nabil Toumeh het in een gesprek in Damascus uitdrukte: “Syrië, dat is 30 religies en 60 sekten en dat klit sterk aan elkaar en daarom mislukte het Westen hier, in tegenstelling tot in Libië, om dit land te verslaan.” Maar voor Nikolaos van Dam is Syrië gewoon een alawietische dictatuur. Tegenstander Wel toont hij zich in zijn boek toch een tegenstander te zijn van het beleid van het Westen hier. Al zegt hij dat erg omfloerst. Zijn stelling is dat men die jihadisten aanmoedigde bij hun opstand, hun onrealistische eisen steunde en onvoldoende militaire hulp gaf om te slagen in hun opzet. De oorlog had zonder die steun minder mensenlevens gekost is zijn visie. Hij vergelijkt het met de Amerikaanse oproep aan de Iraakse sjiieten om na de Iraakse nederlaag in februari 1991 in opstand te komen. Waarna de VS van enkele kilometers ver zat toe te kijken hoe die naïeve opstandelingen door het Iraakse leger afgeslacht werden. De realiteit is echter dat dit ook het plan was. Het land vernielen en via de introductie van het sektarisme het voor decennia onbestuurbaar te maken. En het Westen is hier zeker niet aan haar proefstuk. Zie naar Bosnië, Kosovo, Afghanistan, Libië en ook Irak. En voor deze halsmisdaad tegen Syrië is de hoofdverantwoordelijke de gewezen Amerikaanse president Barack Obama. De man die bij het begin van zijn ambtsperiode van de Noorse premier Jens Stoltenberg de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Stoltenberg kreeg dan nadien van Obama de post van secretaris-generaal van de NAVO. De westerse waarden. Nikolaos van Dam betreurt de vernieling van Syrië maar is via zijn werk een onderdeel van die strategie. Zelfs al maakt hij er bezwaar tegen.
1) La face cachée des révolutions arabes, Ellips, redactie: Eric Denécé, 528 pagina’s, 2012. 2) https://www.maryakub.net/ 3) Conflict Armament Research: De VS wou niet antwoorden op de vraag van de groep hoe na juni 2014 In Bulgarije geproduceerde en aan de VS geleverde wapens bij ISIS werden gevonden. Wapens van een sovjet-type waar men in de VS niets mee kan aanvangen. In juni 2014 viel de stad Mosoel na de massale desertie van het Iraakse leger in handen van ISIS. Zie o.m. pagina 39 van het rapport. http://www.conflictarm.com/publications/. 4) Zie: https://www.almasdarnews.com/article/syrian-desert-hawks/. Al Masdar is een informatieve website die de Syrische regering steunt in haar oorlog. Het is dus geen geheim in Syrië. Integendeel. Daniël Maes, Poetin & Assad hebben ons leven gered – Syrisch dagboek deel 1, De Blauwe Tijger, 2017, 264 pagina’s, 21,5 euro. Jens De Rycke, Het dagboek van granaten in Damascus, Polemos, 2017, 160 pagina’s, 15 euro. Ludo De Brabander, Oorlog zonder grenzen, Epo, 2016, 271 pagina’s, 22,5 euro. Nikolaos van Dam, Destroying a nation – The civil war in Syria, I.B. Taurus, 2017, 242 pagina’s, 8,99 Britse pond.
Posted on

Jean Raspail over de immigratiecrisis: ‘Dit is nog maar het begin’

Jean Raspail

In het Franse tijdschrift Le Point verscheen in september van vorig jaar een interview met de schrijver Jean Raspail, over zijn boek van enkele decennia geleden en de huidige immigratiecrisis, dat we hieronder in vertaling weergeven.

Le Point: Sommigen op de rechterflank beschouwen uw boek Le Camp des Saints, geschreven in 1972, als visionair, met name sinds de vluchtelingencrisis. Wat vindt u daarvan?
Raspail: Deze migrantencrisis brengt een einde aan dertig jaar beledigingen en laster aan mijn adres. Ik ben een fascist genoemd, omdat dit boek als een racistisch werk beschouw werd…

Ben u een racist?
Nee, überhaupt niet! Je kunt niet je hele leven de wereld over reizen, lid zijn van het Genootschap van Franse Ontdekkers, ik weet niet hoeveel bedreigde stammen tegen komen, en een racist zijn. Dat lijkt me nogal moeilijk. Toen het boek in 1972 uitkwam schokte het mensen ontzettend, met een reden. Er was een tijd, met name tijdens het zevenjarig bewind van Valéry Giscard d’Estaing, dat er een ware intellectuele terreur werd geoefend tegen rechtse schrijvers.

“Intellectueel terrorisme”, werkelijk?
Ja. Ik werd beledigd, door het slijk gehaald, geleidelijk nam het weer af. Want beetje bij beetje begon men te ervaren wat ik in het boek beschreven had. Een aantal intellectuelen, ook ter linkerzijde, begonnen te onderkennen dat er enige waarheid schuilde in wat ik had aangekondigd. Bertrand Poirot-Delpech, die me in Le Monde aan de paal had genageld toen het boek uitkwam, verklaarde in een artikel in hetzelfde dagblad in 1998, dat ik uiteindelijk gelijk had. Nu is het voorbij.

Alleen Laurent Joffrin (de chef van het linkse dagblad Libération, red.) blijft over. Aan hem valt niets te doen, hij blijft op me spugen, hij kan niet anders. Maar mijn vriend Denis Tillinac heeft aangeboden hem van repliek te dienen. Ik ben niet wraakzuchtig. Ik ben nu op de plaats waar ik moet zijn.

Als dit boek niet racistisch is, hoe zou u het dan omschrijven?
Het is een verrassend boek.

Verrassend?
Dit boek kwam op een vreemde manier tot stand. Eerder had ik boeken geschreven over mijn reizen en romans, met weinig succes. Op een dag in 1972, ik was in het zuiden van Frankrijk, logeerde bij een tante van mijn vrouw, nabij Saint-Raphaël in Vallauris. Ik had een kantoor met uitzicht op de zee en ik zij bij mezelf: “En wat nou als ze zouden komen?” Dat “ze” was in eerste instantie niet strak omlijnd. Toen stelde ik me voor dat de Derde Wereld dit gezegende land dat Frankrijk is zou binnenstormen. Het is een verrassend boek. Het heeft veel tijd gekost om het te schrijven, maar het kwam vanzelf tot me. Ik stopte iedere avond met schrijven en de morgen daarop begon ik weer, zonder te weten welke kant het uit ging. Er is een inspiratie in dit boek die vreemd is aan mezelf. Ik wil niet zeggen dat het goddelijk is, maar vreemd.

Er is één ding dat u niet voorzien heeft: de afwijzing die dit boek opriep vanaf het moment dat het verscheen…
Toen mijn uitgever Robert Laffont, een apolitieke man, het manuscript las, was hij zeer enthousiast en veranderde geen komma. Ik hoefde zelf ook niets aan te passen.

Zou zo’n boek vandaag de dag mogelijk zijn geweest?
In eerste instantie verkocht Le Camp des Saints niet. Tenminste vijf of zes jaar stokte te verkoop. Zeer kleine aantallen. Toen, drie jaar later, namen de aantallen ineens toe. Het succes kwam door mond-tot-mond-reclame en door de promotie door rechtse schrijvers. Tot de dag in 2001, dat een scheepslading Koerdische vluchtelingen aan land kwam in Boulouris, nabij Saint-Raphaël, niet ver van het kantoor waar ik Le Camp des Saints schreef! Deze affaire gaf een verschrikkelijke opschudding in de regio. Meteen begon men weer over mijn boek te praten en het bereikte een breed publiek. Het was het begin van de komst van mensen van elders via zee. Ik schaam me een beetje, want steeds als er een grote instroom migranten is, wordt mijn boek herdrukt.

Is het een politiek boek?
Misschien een beetje, ja. Het laatste bolwerk van trouwen en vechters is samengesteld uit patriotten die gehecht zijn aan hun identiteit en hun land. Zij staan op tegen algemene broederschap en rassenvermenging (métissage)…

U zegt dat u niet tot extreem-rechts behoort, maar uw boek is tot een traktaat geworden in bepaalde xenofobe groepen. Vindt u dat jammer?
U heeft het over het uiterste van uiterst rechts! Het is mogelijk dat dit boek misbruikt wordt en er kan soms excessieve taal zijn. Ik kan daar niets aan doen. Hoe dan ook, ik zit niet op internet, ik ben nog niet aangekomen in de 21e eeuw, dus ik weet niet wat ze zoal zeggen. Persoonlijk ben ik rechts en het valt me niet zwaar dat te zeggen. Ik ben zelfs “rechts-rechts”.

Wat wil dat zeggen?
Laten we zeggen, rechtser dan Juppé (een oud-premier voor de UMP, nu burgemeester van Bordeaux en voorvechter van de islamitische bevolking red.). Ik ben ten eerste een vrij man, nooit gebonden aan een partij. Ik patrouilleer langs de grens.

Stemt u?
Niet altijd. Ik ben een royalist. Ik stem in de laatste ronde van de presidentsverkiezingen. Ik stem niet links, dat is zeker.

Heeft u wel eens gedacht aan een vervolg op Le Camp des Saints?
Het is zeker dat er een vervolg zal zijn, maar niet van mij. Zal het uitkomen voor de grote instorting? Ik ben er niet zeker van.

In uw boek spreekt u over de “wrede” natuur van migranten. Maar we zien vandaag de dag dat de mensen die aankomen uit Syrië of van elders geen mes tussen de tanden hebben…
Wat er vandaag gebeurt is van geen belang, het is anekdotisch, want we staan nog maar aan het begin. Op dit moment heeft de hele wereld het hier over, er zijn duizenden specialisten over de migrantenkwestie, het is een chaos van commentaar. Niet één van de deskundigen kijkt naar de vijfendertig jaar die voor ons liggen. De situatie die we vandaag doorleven is niets vergeleken bij wat ons in 2050 wacht. Er zullen negen miljard mensen op de aarde zijn. Afrika is van honderd miljoen naar een miljard inwoners gegaan in een eeuw, en misschien twee in 2050. Zal de wereld leefbaar zijn? De overbevolking en de godsdienstoorlogen zullen de situatie fragiel maken. Dan zal de invasie zich voordoen, het is onafwendbaar. De migranten zullen grotendeels uit Afrika, het Midden-Oosten het Aziatische Rimland komen…

Zouden we het kwaad aan de wortel aan moeten pakken en strategisch punten van IS bombarderen, zoals Frankrijk onlangs begonnen is te doen?
Het is hun probleem, niet het onze. Het gaat ons niet aan. Waar bemoeien we ons mee? Waarom willen een rol spelen? Laat hen ermee omgaan! Jaren geleden hebben we ons teruggetrokken uit deze regio’s. Waarom zouden we weer terug gaan?

En wat doen we als Syrië opdracht geeft Frankrijk aan te vallen?
We snijden ze de pas af. We voorkomen dat ze op Frans territorium komen. De politici hebben geen oplossing voor dit probleem. Het is als met de schuld – we geven hem door aan onze kleinkinderen. Onze kleinkinderen zullen om moeten gaan met dit probleem van massale migratie.

De Katholieke Kerk zit totaal niet op deze golflengte. Ze dringt erbij de gelovigen op aan hun gulheid te laten zien…
Ik heb geschreven dat de christelijke charitas een beetje te lijden zal krijgen van de instroom van migranten. Het zal zich stilletjes moeten terugtrekken en compassie van allerlei soort moeten onderdrukken. Zo niet, dan zullen onze landen overspoeld worden.

Iedereen afwijzen, inclusief de Oosterse christenen?
Mogelijkerwijs. Maar zij staan dichter bij de Westersen door hun godsdienst. Dit is waarom veel Fransen hen wel zouden willen accepteren. Frankrijk, dit land zonder godsdienst, bewijst dat de grondslag van de westerse beschaving een christelijke is. Mensen reageren, zelfs als ze niet meer naar de kerk gaan of praktiseren, in overkomst met deze christelijke grondslag.

Onlangs is bij Uitgeverij De Blauwe Tijger van de hand van Jef Elbers een Nederlandse vertaling van Le Camp des Saints verschenen, onder de titel De ontscheping

De Ontscheping ~ Jean Raspail

Posted on

‘Werk samen met Koerden om minderheden Irak te helpen’

De Europese Unie en de Verenigde Naties moeten samenwerken met de Koerdische strijdkrachten om de vervolgde minderheden in Irak te helpen. Dat stelt de European Christian Political Movement (ECPM), een politieke partij op Europees niveau waaraan vanuit Nederland de ChristenUnie en de SGP deelnemen, in een persverklaring.

De ECPM spreekt in de verklaring van een humanitaire crisis, die is ontstaan doordat de oprukkende ‘Islamitische Staat’ (voorheen bekend als ISIS) religieuze en etnische minderheden zoals christenen, jezidi’s en Turkmenen tot op de dood vervolgd en hun culturele en religieuze erfgoed vernield, zoals bevestigd wordt door diverse mediabronnen en VN-functionarissen in Irak.

Genoemde minderheden zijn op grote schaal naar de autonome Koerdische regio in het noorden van Irak gevlucht. Het bestuur van de Koerdische regio heeft duidelijk verklaard de voor de terreur van ISIS gevluchte minderheden in bescherming te willen nemen en daar ook naar gehandeld. Daarbij hebben de zogeheten Pesjmerga (Koerdische milities) hun leven in de waagschaal gesteld om hun territorium en enclaves met concentraties van minderheden te verdedigen. Eerder verklaarde de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN al dat zo’n 40.000 Syriërs hun toevlucht hadden gezocht in de Koerdische regio van Irak.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De ECPM ziet echter ook dat de middelen van de Koerden voor het afhouden van ISIS beperkt zijn en vraagt daarom om doortastend handelen van de internationale gemeenschap. De Europese Unie en de Verenigde Naties moeten zo snel en effectief mogelijk de Koerdische regionale overheid te hulp schieten. De ECPM ziet in haar namelijk de enige stabiele politieke partner in Noord-Irak die handelt naar maatstaven van de mensenrechten. De grondwet van de Koerdische regio garandeert ook gelijke rechten voor minderheden.

Bovendien krijgt de Koerdische regionale overheid niet de steun van de centrale Irakese overheid die ze zou mogen verwachten, mede daarom is het volgens de ECPM van belang dat de internationale gemeenschap hier een rol opneemt. Bestaande politieke verschillen van inzicht mogen daarvoor, gezien de omvang van de crisis, geen belemmering voor vormen, aldus de persverklaring.

Tot slot wijst de ECPM nog op een petitie aan de Verenigde Naties en de Arabische Liga inzake de Iraakse christenen: http://citizengo.org/en/9810-save-iraqi-christian-community

Posted on 1 Comment

De verslechtering van de positie van christenen in de Arabische wereld ten gevolge van de ‘Arabische lente’

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen. Naast de groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen, en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe. Christenen verlaten de regio in groten getale, en de christenen die blijven verkeren in een kwetsbare positie. Te midden van de verdrukking geven het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen en het aantal moslims dat zich bekeert tot het christendom reden tot hoop.

Ruim twee jaar geleden werd de Arabische wereld opgeschud door een golf van protesten en revoluties die uiteindelijk leidden tot grote politieke aardverschuivingen. Aanvankelijk kwamen de protesten vooral voort uit breed gedeelde ontevredenheid over de aanhoudende slechte economische situatie, hoge voedselprijzen en structurele werkeloosheid. In korte tijd verdwenen echter sociaal-economische motieven naar de achtergrond. De revoluties werden gekaapt door fanatieke bewegingen die hun kans grepen om hun islamitische agenda te verwezenlijken. Met name de rechteloosheid ten gevolge van de ‘Arabische lente’, in combinatie met de sterke opkomst van verscheidene politiek-islamitische bewegingen, maakt de positie van christenen steeds moeilijker.

In het eerste deel van dit artikel zal aandacht besteed worden aan (1) de specifieke gevolgen van de ‘Arabische lente’ voor de positie van christenen in de Arabische wereld. In het tweede deel zal ingegaan worden op één van de meest verontrustende consequenties van de verslechterde positie van christenen: (2) de emigratie van christenen uit de regio. Tot slot zullen (3) enkele perspectieven worden gegeven voor de toekomst.

1. Arabische lente of Arabische winter? De gevolgen van de opstanden in de Arabische wereld voor de positie van christenen.

De ‘Arabische lente’ werd door velen gezien als een brede maatschappelijke beweging die vroeg om een einde aan mensenrechtenschendingen, corruptie en armoede. Heel snel bleek echter de uitkomst van deze revoluties volledig in strijd met de oorspronkelijke bedoelingen van de demonstranten[1]. De hoopvolle bestempeling van de revoluties in de Arabische wereld als ‘Arabische lente’ door Westerse analisten was niet alleen te optimistisch, maar ook naïef. Zeker, de autoritaire machthebbers in landen als Egypte en Libië werden verdreven, maar daar zijn politiek-islamitische regimes voor in de plaats gekomen die in de praktijk net zo autoritair zijn als hun voorgangers. Democratische hervormingen blijven uit, de rechteloosheid neemt toe, en de grote economische uitdagingen waar de regio voor staat zijn niet opgelost.

De Arabische lente begon in Tunesië in december 2010 en werd gevolgd door andere Arabische landen. In alle Arabische landen is de opkomst van een grote verscheidenheid aan politiek-islamitische bewegingen een belangrijk kenmerk van de revoluties, ten koste van seculiere protestbewegingen. Als gevolg hiervan oefenen islamitische groepen grote invloed uit op het regeringsbeleid en laten ze hun invloed merken in de samenleving.

In Tunesië, Egypte en Libië leidden de opstanden uiteindelijk tot een verandering van regime, waardoor islamitische partijen aan de macht kwamen. In Marokko, Algerije en Jordanië werden hervormingen geïntroduceerd om islamistische facties tevreden te stellen en de sociale vrede te bewaren, maar bleven de zittende regimes aan de macht. In Syrië, Saoedi-Arabië en Oman werden demonstraties op gewelddadige wijze neergeslagen. Ook in Jemen en Bahrein was er met name in 2011 meer geweld, al heeft dat nog niet geleid tot structurele veranderingen. In Jemen trad President Saleh die sinds 1990 aan het bewind was, als gevolg van aanhoudende protesten begin 2012, af.

SYRIA_please credit Flickr.com/freedomhouseSyrië bevindt zich al meer dan twee jaar in een zeer gewelddadige burgeroorlog met zowel politieke als sektarische elementen, waarin het regeringsleger vecht tegen diverse rebellengroepen. Formeel is Bashar Al-Assad nog steeds aan de macht, maar de rechteloosheid in het land neemt toe, en er lijkt geen uitzicht op een spoedige oplossing van het conflict. Het aantal geweldsincidenten tegen christenen in Syrië is ook fors toegenomen. In algemene zin maakt het burgerconflict christenen bijzonder kwetsbaar voor verschillende vormen van vijandelijkheden[2].

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen die ook terug te zien is in hogere scores op de wereldranglijst christenvervolging van Open Doors[3]. Naast de hierboven beschreven groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe.

Moslims die zich bekeerden tot het christendom (doorgaans aangeduid als Muslim Background Believers) hadden het altijd al moeilijk vanwege de afwijzing door hun families, maar de rechten van historische christelijke gemeenschappen (zoals de Kopten in Egypte of de Arameërs in Syrië) waren tot op zekere hoogte gewaarborgd onder de autoritaire regimes. Na de Arabische lente, namen de discriminatie en het geweld tegen beide groepen christenen flink toe.

De opkomst van islamitische groepen als de Moslimbroederschap in Egypte, het islamitische Bevrijdings Front in Algerije en het salafisme hebben duidelijk negatieve gevolgen voor de positie van christenen. De Arabische lente kan daarom beter gezien worden als een voorspel voor een Arabische winter, waarin de verdrukking van christelijke minderheden zal intensiveren.

Egypte, waar drie kwart van alle christenen in het Midden-Oosten leeft, islamiseert in rap tempo. De afgelopen jaren hebben koptische christenen zwaar geleden onder het geweld van islamitische groepen. Het bloedbad in de wijk Maspero in oktober 2011 waarin 27 christenen om het leven kwamen en honderden en honderden gewond raakten bij een demonstratie, zette al heel snel de toon voor de komende jaren. In dit bloedige incident deed het leger niets om christenen te beschermen, maar nam zelfs actief deel aan de moorden.

In Tunesië werd in 2011 een Poolse priester in koelen bloede vermoord door radicale islamisten. Sindsdien hebben er geen soortgelijke incidenten plaatsgevonden in het land, maar de bevolking is erg bang en het islamisme is veel zichtbaarder op straat. In Algerije worden de vrijheden van christenen steeds meer ingeperkt. Het land werd recentelijk opgeschrikt door een terroristische aanval in In Amenas in januari van dit jaar[4] waar circa 70 mensen bij omkwamen. In Libië kwamen in een aanslag door salafisten de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens en drie van zijn stafleden in september 2012 om het leven[5].

De val van despoten als Khadaffi (Libië) of Moebarak (Egypte) zorgde voor een machtsvacuüm dat nu gevuld wordt door moslimfundamentalisten. Voor grote groepen van de bevolking worden islamisten gezien als het enige alternatief voor structurele armoede en werkloosheid, na mislukt sociaal-economisch beleid van de voormalige heersers. In Libië heeft de transitieregering al duidelijk kenbaar gemaakt de sharia te willen implementeren in de nieuwe grondwet evenals de Annahda partij in Tunesië, die sinds de verkiezingen in 2011 leiding geeft aan de regering in dat land. In Egypte en Marokko hebben islamitische partijen eveneens de verkiezingen gewonnen. In Syrië wordt het rebellenleger in de oppositie gedomineerd door soennitische fundamentalisten.

2. De emigratie van christenen uit het Midden-Oosten

Hoewel minder dramatisch en nieuwswaardig dan gewelddadige vervolgingsincidenten van christenen zoals moorden en verbrande kerken, is er een ware exodus aan de gang van christenen uit het Midden-Oosten. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de inheemse christelijke bevolking van Turkije geschat op ongeveer 20 tot 25 procent van de bevolking. Na golven van etnische en religieuze zuiveringen, wordt geschat dat er vandaag de dag slechts 100.000 tot 120.000 christenen wonen in Turkije, 0,15% van de totale bevolking.

Nu, anno 2013, verlaten christenen opnieuw de regio in grote aantallen, al moet deze trend niet worden overdreven[6]. Hoewel de Amerikaanse invasie in Irak en de revolutionaire golf die bekend staat als de Arabische lente niet het begin waren van de emigratie van christenen uit het Midden-Oosten, was het wel een belangrijk keerpunt. Door deze recente politieke ontwikkelingen worden christenen geconfronteerd met een geheel nieuwe situatie, met fysiek geweld, mensenrechtenschendingen, sharia-wetgeving en overheden die niet in staat zijn om hun meest kwetsbare burgers te beschermen. In sommige gevallen zijn christelijke minderheidsgroepen een direct doelwit. In andere gevallen staan ze tussen verschillende strijdende partijen in en zijn daardoor extra kwetsbaar.

Vanwege de precaire situatie van christenen in het Midden-Oosten slinken hun aantallen. Sinds de oorlog in Irak en het daaropvolgende conflict kiezen steeds meer christenen ervoor het Midden-Oosten te verlaten. Van de 1 miljoen christenen die er volgens sommige analisten voor 2003 in Irak woonden, zijn er vandaag de dag nog maar tussen 200.000-500.000 over.

Op dit moment heeft met name de Syrische burgeroorlog een massale vluchtelingenstroom op gang gebracht, in de eerste plaats naar de buurlanden Turkije en Libanon. De impact van de Syrische burgeroorlog wordt daar steeds sterker gevoeld. Schattingen geven aan dat tussen 200.000 en 400.000 van de in totaal 1,9 miljoen christenen Syrië hebben verlaten sinds het begin van de burgeroorlog, wat neerkomt op 15-25% van de totale vluchtelingenstroom.

De huidige Syrische burgeroorlog doet vele parallellen zien met het Iraakse geweld tegen christenen na de ondergang van Saddam Hoessein. Turkije en Libanon waren tot voor kort relatief stabiele landen, maar de nabijheid van het Syrische conflict kan een voorbode zijn van wat christenen in die landen te wachten staat.

Het is overigens belangrijk te onderkennen dat de emigratie van de Syrische christenen niet is begonnen met de burgeroorlog in 2011. Hoewel het zeker waar is dat grote aantallen christenen (en andere minderheden) de burgeroorlog ontvluchten, groeit de maatschappelijke druk op christenen in feite al decennia lang door de radicalisering van de islamitische soennitische bevolking.

Ook Egypte destabiliseert steeds meer, nu de Moslimbroederschap stevig in het regeringszadel zit en salafistische groeperingen vrij kunnen opereren door de grote rechteloosheid. Volgens sommige persberichten zijn sinds 2011 100.000 van de in totaal 10 miljoen christenen geëmigreerd uit Egypte, maar dat getal is waarschijnlijk overdreven. Hoe dan ook valt het niet te ontkennen dat sinds de val van Moebarak veel Egyptische christenen het land hebben verlaten.

3. Toekomstperspectieven

Het is belangrijk te beseffen dat de Arabische wereld zich nog steeds in een transitiefase bevindt. De uitkomst van de Arabische lente is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk in te schatten welke kant een land als Syrië op zal gaan, en het is ook niet duidelijk of islamisten in een land als Tunesië aan de macht zullen blijven. Tegelijkertijd zijn de verkiezingsoverwinningen van islamitische fundamentalisten in verscheidene landen een slecht teken en ziet het er heel somber uit voor christenen die in de regio wonen.

De toekomstperspectieven voor de positie van christenen in de Arabische wereld lijken daarom verre van positief. Het ligt in de lijn der verwachting dat de druk op christenen in de komende jaren zal toenemen. De islamitische partijen die nu aan de macht zijn is er alles aan gelegen die macht vast te houden om steeds meer sharia-wetgeving te implementeren. Maar nog veel zorgwekkender dan de islamisten in de regering is de voortgaande islamisering van de samenleving waardoor christenen steeds meer gezien worden als uitheemse groepen, terwijl het in feite hele oude gemeenschappen zijn. Vanwege de chaotische en bedreigende situatie in de regio, zullen daarom waarschijnlijk in de toekomst nog veel christenen emigreren.

Van het succes van het islamisme gaat regionaal een sterke invloed uit. Het inspireerde de inval van jihadisten in Mali in 2012 en de terreur van Boko Haram in Nigeria. In Irak laait het sektarisch geweld ook weer op. En er is een reële dreiging dat het conflict in Syrië overslaat op buurlanden Libanon en Jordanië. Tevens moedigen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ook de verspreiding van de politieke islam aan in Afrikaanse landen met een christelijke meerderheid zoals Kenia of Tanzania.

Naast de politieke ontwikkelingen en de islamisering van de samenleving, is de voortdurende rechteloosheid in landen als Libië en Syrië mogelijk nog veel ernstiger voor christenen omdat het betekent dat misdrijven die tegen hen gedaan worden in feite niet worden bestraft. Hierdoor zijn christenen kwetsbaar, en dit geldt in nog grotere mate voor christenvrouwen en -meisjes die steeds vaker slachtoffer worden van seksueel geweld.

Tegelijkertijd zijn er ook signalen van hoop. Ondanks de verdrukking groeit de kerk in het Midden-Oosten langzaam. Moslims bekeren zich tot het christendom. Met name in Egypte groeit het aantal gelovigen. Het gaat nog steeds om kleine aantallen, maar het is onmiskenbaar dat de belangstelling voor het evangelie toeneemt.

In Syrië is het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen een belangrijke ontwikkeling die ook hoopvol doet stemmen. Nu de kerk onder grote druk staat, reikt zij steeds meer uit naar de samenleving en probeert het evangelie in de maatschappij handen en voeten te geven. De solidariteit van christelijke gemeenschappen in Libanon en Turkije die Syrische vluchtelingen opnemen is ook prijzenswaardig.

Wanneer zal deze winter voorbij zijn? Wanneer kunnen we verwachten dat de situatie zal verbeteren voor de christelijke bevolking? De onderdrukking en vervolging zal duren zolang de islamitische fundamentalisten de macht kunnen vasthouden. Als de islamitische fundamentalisten het Arabische volk teleurstellen, met name door geen wezenlijke antwoorden te bieden op de structurele armoede en uitzichtloosheid, zou dat op de lange termijn voor meer openheid kunnen zorgen om het evangelie te verspreiden.


[1] Hussein Agha and Robert Malley, “The Arab Counterrevolution”, The New York Review of Books, 29/09/2011

[2] Dennis Pastoor, Vulnerability Assessment of Syria’s Christians¸ Open Doors International, juni 2013, http://www.worldwatchmonitor.org/2013/06/2579000/.

[4] “In Amenas: timeline of four-day siege in Algeria”, The Guardian, 25/01/2013, http://www.guardian.co.uk/world/2013/jan/25/in-amenas-timeline-siege-algeria.

[5] “Chris Stevens, US ambassador to Libya, killed in Benghazi attack”, The Guardian, 12/09/2012, http://www.guardian.co.uk/world/2012/sep/12/chris-stevens-us-ambassador-libya-killed.

[6] Markus Tozman, “A short overview of the status quo of Christian minorities in Egypt, Iraq, Turkey, Syria and Lebanon”, World Watch Unit, Open Doors International, 2012.

Posted on Leave a comment

Christenen hadden in Assads Syrië meer vrijheden dan in Turkije

Dat schrijft Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie Joël Voordewind in een verslag van een reis die hij samen met een medewerker en iemand van de christelijke mensenrechtenorganisatie Jubilee Campaign maakte.

“Hoewel christenen volgens de grondwet niet worden erkend en formeel geen rechten hebben, was er onder Assad ruimte om christen te zijn. Er waren kerken die bezocht konden worden en klokken van kerken mochten worden geluid. Christenen konden eigen scholen en seminaries oprichten. Uit meerdere verklaringen hebben wij ook kunnen afleiden dat moslims en christenen in redelijke harmonie samenleefden en dat gematigde moslims en Christenen deel uitmaakten van  elkaars  vriendengroepen. Een vergelijking met de vrijheid van christenen in het huidige Turkije levert op dat een christen onder het regime Assad meer vrijheden kende dan een christen in  het huidige Turkije. In tegenstelling tot in Turkije mochten christenen hun eigen taal spreken, kerken bezoeken en bouwen, scholen (inclusief kinderopvang) en seminaries stichten. Verder hadden christenen hoge posities in de maatschappij en in de politiek. In de republiek Turkije is nu voor het eerst in de geschiedenis een christelijke Koerd in het parlement gekomen. In Syrië waren er meer mogelijkheden om politiek actief te zijn. Ook typerend is dat een kerk in Turkije geen klokken mag luiden -uitzonderingen daargelaten zoals in een enkel dorp waar (bijna) uitsluitend christenen wonen- terwijl dat in Syrië wel mocht. Volgens bisschop Samuel van Mor Gabriel die wij spraken had iedereen in Syrië in tegenstelling tot in Turkije respect voor bisschoppen. Hij deelde ons ook mee dat hij bij reizen vanuit Turkije naar Syrië respect ervoer van de Syrische politie. ”Er werd zelfs voor mij gesalueerd” vertelde hij”

Na de zogenaamde Arabische lente werd alles anders:

“Van de vele christelijke vluchtelingen die we hebben gesproken hebben we verhalen gehoord over beroving, bedreiging en ontvoering. Ook over fatwa’s tegen christenen onder meer inhoudende dat christenen straffeloos mochten worden ontvoerd of gedood. Vluchtelingen vertelden ons dat  het begon met rebellen die christelijke mensen met aanzien, zoals artsen of ondernemers, ontvoerden om met het losgeld wapens te kunnen kopen. Om het losgeld bij elkaar te krijgen is de familie genoodzaakt hun mooiste kleren te verkopen en in bepaalde gevallen zelfs hun  land en huis. Zelfs dan zijn ze echter nog niet zeker dat ze hun familielid weer in de armen kunnen sluiten. Door de gebeurtenissen voelden ook de gemiddelde burgers zich helemaal niet meer veilig en vluchtten. In Syrië vallen onder alle bevolkingsgroepen slachtoffers en zijn er onder alle groepen ook vluchtelingen. Christenen lijden echter aantoonbaar meer. Getalsmatig zijn er meer ontheemd en gevlucht [..]. Christenen zijn een makkelijk slachtoffer, omdat ze vaak welgesteld zijn en geen bescherming genieten. Ze hebben geen militie of leger die hen beschermd. Ze willen ook niet meevechten omdat ze pacifistisch zijn en het omver werpen van het regime niet hun doel is. Daarnaast zijn het de militante  moslims die christenen zwaar onderdrukken. Christenen kunnen niemand vertrouwen en heel moeilijk bepaalde gebieden of straten afschermen, zoals bijvoorbeeld de Koerden wel kunnen doen. Na drie uur gaat niemand meer de straat op uit angst voor ontvoering. [..] Berichten van ontvoerde en vermoorde christenen en stromen van christenen die richting Turkije vluchten, blijven ons bereiken.”

Het rapport beschrijft verder de situatie van de vluchtelingen, zowel binnen Syrië als in buurland Turkije, verschillende (gewapende) oppositiegroeperingen en tast verschillenden oplossingsrichtingen af om uiteindelijk tot een aantal aanbevelingen te komen.  Gesuggereerd wordt onder andere het vormen van een veilige zone voor christenen en opvang van christenen in aparte vluchtelingenkampen, zodat ze niet bedreigd worden door moslimvluchtelingen. Verder wordt ontraden wapens te leveren aan de oppositie vanwege de samenwerking radicaal-islamitische beweging Jabat al-Nusra.

Het reisverslag is op de website van Jubilee Campaign te downloaden.

Posted on Leave a comment

Europese bondgenoot en handelspartner Saoedie-Arabië vervolgt christenen

De autoriteiten in Saoedi-Arabië hebben op 8 februari in Damman 53 Ethiopische christenen gearresteerd wegens het houden van een gebedsbijeenkomst in een privéwoning. De politie heeft het huis verzegeld en alle aanwezigen, 46 vrouwen en 7 mannen, meegenomen. 

Ethiopiërs demonstreren voor de vrijlating van christenen in Saoedi-Arabië.
Ethiopiërs demonstreren voor de vrijlating van christenen in Saoedi-Arabië.

In Saoedi-Arabië is het christendom zelfs verboden tot in de privé-sfeer. Daar kan het laïcisme van de Europese Unie niet tegenop, maar het ontwikkelt zich wel in die richting. Saoedie-Arabië is immers onze bondgenoot en handelspartner. Zowel voor import van olie, als voor export van afgewerkte producten zoals voeding, geneesmiddelen en telecommunicatietoestellen. En ook Saoedie-Arabië wil zelf afgewerkte producten gaan uitvoeren naar Europa.

Terwijl in Mali een militaire interventie gerechtvaardigd wordt omwille van mensenrechtenschendingen (?), is het voor de Europese Unie geen probleem dat in Saoedi-Arabië bij dieven de hand wordt afgehakt, overspelige vrouwen worden gestenigd en homo’s onthoofd. Dat heeft nooit aanleiding gegeven tot slechte diplomatieke betrekkingen of een economische boycot – laat staan een militaire interventie.

Saoedi-Arabië weigert andere religieuze uitingen dan die van de islam te erkennen of te beschermen. De muttawa (religieuze politie) voert regelmatig controles uit op het bezit van bijbels, rozenkransen, kruisen en op het houden van christelijke bijeenkomsten. Zelfs indien de koninklijke familie andere religieuze praktijken privé toestaat, zijn muttawa-agenten geneigd die ruimte te negeren.

In december 2011 arresteerden de Saoedische autoriteiten ook 35 Ethiopische christenen, onder wie 29 vrouwen, op beschuldiging van ‘illegale sociale omgang’. Toen werden de gelovigen eveneens opgepakt tijdens een gebedsbijeenkomst in een privéwoning in Jeddah. Volgens Human Rights Watch (HRW) werden de gevangen vrouwen onderworpen aan willekeurige ‘medische keuringen’.

Posted on Leave a comment

Oosterse Orthodoxie, mensenrechten en Europese integratie

Recentelijk is een gezamenlijke leerstoel van de Vrije Universiteit en de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam voor Orthodoxie en Vredesopbouw in Europa ingesteld, met Alfons Brüning als bijzonder hoogleraar. Koos van der Tang interviewde hem voor Novini.

Wat is uw achtergrond? Ik ben een geboren Duitser, sinds 2005 werkzaam aan de Radboud Universiteit. Ik ben in Berlijn gepromoveerd als kerkhistoricus en heb voordat ik naar Nijmegen kwam twee jaar aan de Universiteit van Münster gewerkt. De laatste jaren ben ik mij qua onderzoek meer gaan begeven op het vlak van religious studies. Wat mij bijzonder interesseert is het grensgebied, de scheidslijnen en ontmoetingen tussen het Latijns en Oosters christendom. Specifiek heb ik mij gericht op de kerken van Oekraïne, Wit-Rusland, Litouwen en Rusland. Maar dit gaat zich nu met de leerstoel uitbreiden naar alle relevante kerken. Mijn onderwijs binnen de minor Oosters Christendom omvat de spiritualiteit en de kerk in de periode van Paulus tot de laatste paus. Deze minor kan rekenen op een tiental studenten waarvan het voor de meesten een inleiding is tot een wereld die voor hen tot dan toe onbekend was.

Voor mij zijn niet alleen de historische ontwikkelingen maar vooral ook de reflectie op deze ontwikkelingen relevant gezien het feit dat culturele uitwisselingen een belangrijke rol speelt bij zowel het tot stand komen van vrede als van geweld tussen verschillende groeperingen. In WOII hebben we hiervan verschillende gezien tussen nationale en religieuze groeperingen. De vraag rijst wanneer resulteren deze ‘cultural encounters’ nu in vrede en wanneer leiden ze tot conflicten? En verder, wat is de rol van kerken en dan met name kerkleiders hierin. Onder welke voorwaarden spelen ze een positieve dan wel negatieve rol met betrekking tot het komen tot vreedzame oplossingen van onderlinge verschillen.

Waarom komen de stichting Instituut voor Oosters Christendom, de stichting VredesWetenschappen met deze leerstoel? Met de toetreding van landen als Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie in 2007 zijn miljoenen oosters-orthodoxe christenen onderdeel geworden van de europese integratie. In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat er een bepaalde spanning bestaat tussen de opvattingen van oosters-orthodoxe kerken en de Europese integratie van grondgebied. Met deze leerstoel wordt beoogd meer inzicht te krijgen in dit proces. Hoe zit het bijvoorbeeld met de identificatie van kerken en de nationale geschiedenis, denk hierbij aan de conflicten tussen de Bosniakken en Serven. In de periode dat dit conflict speelde is er onderzoek gedaan naar de rol van kerken en kerkleiders. De oosters-orthodoxe kerken vormen geen monolithisch blok maar zijn losser georganiseerd en veelkleuriger dan de Rooms Katholieke Kerk. Waarom doen ze aan vrede en wanneer aan conflict, wat zijn hun belangen en leidende motieven? Die vragen verdienen nader onderzoek.

Wat zijn de wensen en doelen wat u betreft en wat gaat er concreet gebeuren? Het komende halfjaar ga ik uitzoeken welke mensen in de universitaire wereld zich bezighouden met de verhouding tussen het orthodox christendom en de mensenrechten, de orthodoxe kerk in Roemenië, de orthodoxe kerk in Griekenland en de onderzoekers in Moskou die de ontwikkelingen van het patriarchaat aldaar onder de loep nemen. Om dit concreet vorm te geven zullen ook congressen georganiseerd gaan worden om de uitwisseling van kennis op dit terrein te faciliteren. Het doel van deze leerstoel is de Oosters Orthodoxe kerk en de conceptie van mensenrechten nader te onderzoeken.

De kritiek op de mensenrechten zoals geformuleerd door Abraham Kuyper lijkt op een aantal punten zeer sterk op kritiekpunten van oosters-orthodoxe leiders nu.

Wat is de relevantie van dit onderzoeksgebied? De Verklaring van Universele Rechten van de Mens is veel en soms zelfs in zijn geheel bekritiseerd door bepaalde kerkleiders. Het beeld wat bij deze mensen leeft is dat de mensenrechten voortkomen uit de radicale ideeën van de Verlichting uit West-Europa en dat is iets wat in Rusland zo niet heeft plaatsgevonden. Vanwege deze principiële maar ook andere specifieke punten verklaren veel kerkleiders de mensenrechten dan ook als ‘voor ons niet van toepassing’. In augustus 2008 formuleerde de Russisch-Orthodoxe Kerk haar eigen ‘leer van de Russisch-Orthodoxe Kerk over vrijheid, waardigheid en de rechten van de mens’. Dat klinkt anders dan maar is niet perse strijdig met westerse idealen. Het probleem wat zij hebben met de mensenrechten zit niet zozeer in de tegenstelling oost en west maar in de religieuze (katholiek, orthodox, protestants) versus de seculiere benadering. Volgens vele orthodoxen is het proces van aanvaarding van de mensenrechten gekenmerkt door de Franse Revolutie, welke zij beoordelen als antiklerikaal en dus verdacht, de Onafhankelijkheidsverklaring van Amerika, die zij zien als voornamelijk gebaseerd op een protestants idee, en de uiteindelijke universele verklaring door de Verenigde Naties die als voornamelijk westers en seculier beschouwd wordt.

Desondanks zijn de westerse kerken door een lang proces over het algemeen gekomen tot aanvaarding dan wel een steunende houding ten opzichte van de mensenrechten. Overigens, de kritiek op de mensenrechten zoals geformuleerd door bijvoorbeeld Abraham Kuyper lijkt op een aantal punten zeer sterk op kritiekpunten van oosters-orthodoxe leiders nu. In het stuk uit 2008 vraagt de Russisch orthodoxe kerk zich bijvoorbeeld af over welke vrijheid en welke rechten het moet gaan en vooral: waarop deze dan gefundeerd zijn, op het geschapen zijn door God of op een individualistische toepassing van een gelijkheidsbeginsel als zijnde een filosofische natuurwet. Maar ook, als er rechten zijn moeten daar plichten tegenover staan en waardoor wordt de vrijheid dan beperkt? Door het territorium van anderen of zijn er ook nog Goddelijke geboden? Zo ja hebben die dan nog enige betekenis voor de seculiere wetgeving? Sommigen argumenteren dan dat dit onmogelijk is gezien de verschillen tussen religies, wat de een vindt geldt mogelijk niet voor de ander. Anderen zijn van mening dat de seculiere democratie is gebaseerd op culturele verworvenheden en een bepaalde verdeling van macht en een discussiecultuur kent die haar oorsprong heeft in de christelijke opvoeding. Orthodoxen stellen dus de vraag naar de aard van de vrijheid, gaat het over autonoom beslissingen nemen of gaat het over vrij zijn van de zonde? Met andere woorden is het vrijheid voor iets, zelfstandig morele beslissingen nemen, of is het vrijheid van iets, het kwaad of de zonde.

Complicerende factor hierbij is dat het begrip ‘zonde’ in den brede niet veel bekendheid geniet omdat het een lastig begrip is voor een seculier persoon, want het heeft voor deze persoon geen betekenis. Veelal is men ook niet meer bekend met de herkomst, het is niet legalistisch dus het heeft geen duidelijke plaats in het discours. Orthodoxen vertrekken echter voor hun mens- opvatting vanuit de natuur van de mens en beschouwen de zonde niet zozeer als schuld en misdrijf maar als geestelijke ziekte waarvan men genezen dient te worden. Overigens kennen oosters-orthodoxe christenen het begrip erfzonde niet, hebben zij een wat positiever mensbeeld en zijn zij gericht op het vinden van genade voor de dood, iets waar de seculiere mens volgens hen de ogen voor sluit. De waardigheid van de mens sneeuwt onder door passies en verslavingen zoals bijvoorbeeld bij Hitler en Stalin die bepaald geen waardige en naar Gods evenbeeld levende mensen waren. De menselijke waardigheid zichtbaar maken vereist namelijk een bepaalde levenswijze. Opvattingen over hoe dat dan precies eruit moet zien kunnen schuren met de mensenrechten of met de opvattingen van seculieren die in een staat leven waar de oosters-orthodoxe kerk veel invloed heeft en in een aantal landen bijvoorbeeld ook veel zendtijd heeft op televisie. Dit leidt tot een tegenstelling die naar mijn idee allesbehalve noodzakelijk is. Bepaalde NGO’s bekritiseren dat laatste als een ‘clericalisering’ van de maatschappij waaraan zij niets menen te hebben. De geestelijkheid is echter ook op internet zeer aanwezig en presenteert zich veelvuldig in de media om te lobbyen voor hun standpunten om zo het overheidsbeleid te beïnvloeden.

Ondanks de verscheidenheid wordt vaak gesproken over het patriarchaat van Moskou als toon-aangevend. Wat zijn de onderlinge verhoudingen tussen de oosters-orthodoxe kerken? De kerken van Bulgarije, Roemenië, Servië, het oosten van Polen en dergelijke nemen een geïnteresseerd luisterende houding aan maar niet kritiekloos. Er is sprake van een theologische concurrentie tussen bijvoorbeeld theologen uit Griekenland en Rusland. Aanspraak op de leidende rol door Moskou gezien het grootste aantal leden wordt niet altijd positief ontvangen, men benadrukt graag de eigenheid en zelfstandigheid. Dit laatste geldt zeker voor de Roemeens-Orthodoxe Kerk die op Europees vlak een actieve rol vervult. De Roemeense patriarch kan vrij zeggen dat hij wat positiever staat tegenover de mensenrechten, toch probeert het patriarchaat in Moskou hier ietwat invloed op uit te oefenen.

De nationale patriarchen kennen sinds het eind van de 19e eeuw een onafhankelijke jurisdictie met als leidend idee het nationaal orthodox christendom. De kerkleiders komen regelmatig bijeen maar kennen geen paus-bisschop verhouding. Moskou het derde Rome noemen is dan ook geen politieke constructie maar puur theologisch en echatologisch, Rome was ook niet het centrum van de macht maar van de geestelijk christelijke wereld. Na de oorlog in de Krim werd Moskou nogal eens het derde Rome genoemd maar dat is tegenwoordig niet echt een issue meer. De patriarch spreekt echter nog wel over een bepaald ‘canoniek territorium’ van de Russische kerk (min of meer het territorium van de voormalige Sovjet-Unie) maar dan als zijnde een gebied waar zich historisch gezien een bepaalde vorm van christendom heeft ontwikkeld. Geopolitieke aanspraken spelen zijdelings wel een rol.

Veel kerkleiders hebben, met name in Roemenië, samengewerkt met de staat en hebben dus een diffuse rol gespeeld.

Wat is de visie van de oosters-orthodoxe kerk op de relatie tussen Rusland en Europa? Geopolitiek heeft men op een zeker moment het onderscheid gemaakt tussen Rusland, Europa en Islam. De conclusie was toen dat Rusland een aparte cultuur is, het idee van het derde Rome is erbij getrokken omdat het zo uitkwam niet omdat het zo bedoeld was. Wat dat betreft denken kerkleiders meer in verschillende werelddelen en civilisaties en dus niet alleen politiek, dit zorgt wel voor spanningen. Bijvoorbeeld in Moldavië dat in een omstreden grensgebied met Rusland de republiek Transnistrië kent. In dit gebied zijn zowel de Roemeens-Orthodoxe als de Russisch-Orthodoxe Kerk gevestigd. De patriarch van Rusland hield een toespraak waarin hij het gebied rekent tot de invloedsfeer van de Russisch-Orthodoxen, niet om hiermee de zelfstandigheid van de staat Moldavië te bestrijden maar wel om aan te geven dat de russischtalige mensen in Moldavië in principe onder de invloedssfeer van de Russisch-Orthodoxe Kerk vallen. Sommige mensen in Moldavië vinden vervolgens dat deze patriarch er niets te zoeken heeft en daar kunnen dan weer conflicten over ontstaan hoewel die doorgaans minder scherp zijn dan het lijkt.

Er zijn dus verschillen tussen de visie ten opzichte van Europa en daarmee ook tussen de maatschappelijke betekenis die de nationaal orthodox-christelijke kerken hebben? Inderdaad, neem Griekenland, Roemenie en Oekraïne. Griekenland is al sinds 1981 bij de EU en heeft sindsdien dus op het gebied van wetgeving een integratieproces doorlopen waarmee ook de invloed van de mensenrechten groter is dan in beide andere landen. Alle oosters-orthodoxe kerken hebben hun eigen vertegenwoordigers in Brussel, zonder een overkoepelende organisatie. Wel bestaat er een overkoepelende organisatie van Europese kerken, de Conferentie van Europese kerken behalve de Rooms Katholieke. Griekenland is dus zonder communistische verleden al dertig jaar gericht op de EU, vergelijk dat dan met Roemenië dat pas in de 21e eeuw bij de EU kwam en tot en met 1989 geregeerd werd door het dictatoriale bewind van Ceaucescu.

Veel kerkleiders hebben, met name in Roemenië, samengewerkt met de staat en hebben dus een diffuse rol gespeeld. Van pure onderdrukking van de kerken was wel vaak sprake maar niet overal. Tijdelijke samenwerking was min of meer de tendens. Van de kant van de staat betekende het geven van een reguliere structuur en functie aan de kerk vooral een middel van controle. Dit betekende niet dat priesters ook voor de geheime dienst werkten maar dat de kerk als zodanig wel onder leiding van de staat stond. Dit maakt het lastig waardoor een simpel zwart-wit slachtoffer-en-misdadigerverdeling geen rechtvaardigingsgrond heeft. Dit verleden speelt de Roemeens-Orthodoxe Kerk echter nog steeds parten, men weet niet goed hoe men er mee moet omgaan. Veel huidige kerkleiders hebben in hun jonge jaren onder censuur en observatie van al dan niet in de openbaarheid opererende staatsagenten hun opleiding genoten en dit maakt hen verdacht in de ogen van de gewone gelovigen. Men is dan ook nu nog huiverig voor elke vorm van samenwerking met de staat en de kerk is in algemene zin gesloten met betrekking tot deze problematiek. Bepaalde mensenrechtenorganisaties dringen aan op openbaarmaking van wie welke rol heeft gespeeld in de communistische periode en of zij dan moreel gezien wel het recht hebben om momenteel kerkleider te zijn. Mij zijn geen gevallen bekend van ontslag op basis van het verleden, veel priesters zijn dan ook van de nieuwe generatie en hogere kerkleiders blijven doorgaans hooggehouden, toch bestaat hierover binnen de kerk nog een bepaalde onzekerheid.

Wat maakt de kerkelijke situatie in Oekraïne anders dan in de andere landen? Oekraïne, ook een voormalig sovjetland kent een gedeelde Orthodoxe kerk. De Oekraïense Grieks-Katholieke Kerk die onder de jurisdictie van de paus valt maar de liturgie volgens de byzantijnse stijl viert en drie takken van de Orthodoxe kerk. Deze tweedeling ontstond begin jaren ’90 toen een bisschop zich afscheidde van het patriarchaat van Kiev waar vervolgens veel uit ballingschap terugkerende Oekraïners uit de Verenigde Staten zich bij aansloten. De verdeeldheid van de orthodoxe kerk in Oekraïne doet de kerk in de ogen van veel gelovigen krediet verliezen waardoor het beïnvloeden van het maatschappelijke debat een lastige klus is vergeleken met de kerken van Griekenland en Roemenië die wel een eenheid vormen. Opmerkelijk is verder dat sinds 2010 de machthebbers in Oekraïne bezig zijn invloed uit te oefenen op de Grieks-Katholieken omdat zij meer westerse neigingen vertonen en minder op het Russische denken gericht zijn. Hierbij worden stevige termen als nationalisme en fascisme gebruikt om hen zwart te maken terwijl het inhoudelijk nergens op gebaseerd is. Door deze spanningen zijn er wel grote verschillen merkbaar tussen wat kerkleiders in een gesprek onder vier ogen zeggen en wat zij in een openbare bijeenkomst te berde brengen en treden zij ook niet gezamenlijk op in het openbaar terwijl men elkaar achter de schermen wel regelmatig ontmoet.

Orthodoxe kerken onderling komen weinig tot elkaar om tot afstemming of een gezamenlijk geluid te komen.

Wat is de verhouding tussen de orthodoxe kerken en de protestantse? Zowel orthodoxen als protestanten hebben de Europese ‘Charta Oecumenica’ ondertekend en zijn met elkaar in gesprek via de Conferentie van Europese kerken. De relaties tussen de kerken zijn momenteel onderwerp van onderzoek want de structuren en invloedssferen zijn niet duidelijk. Bekend is dat er veel bilaterale consultaties zijn tussen de Russisch-Orthodoxe Kerk en de Katholieke Kerk in Duitsland, de protestantse kerk in Finland en hun Russische buren, enzovoorts. Orthodoxe kerken onderling komen echter weinig tot elkaar om tot afstemming of een gezamenlijk geluid te komen. Griekse en Armeense priesters gaan bijvoorbeeld niet samen iets overleggen of bezoeken afleggen, zij zijn vooral bezig met zichzelf. Geen concurrentie maar wel afstand, tegelijkertijd probeert men wel banden met kerken in de diaspora te versterken.

Wat kunt u zeggen over het karakter van geloven in de oosters-orthodoxe kerken? Allereerst bestaan er net als in West-Europa veel verschillen tussen individuele gelovigen, sommige zijn heel serieus bezig met de moraal en anderen leven er meer los van. In peilingen in Roemenië noemt bijvoorbeeld 80% zich orthodox, als er echter gevraagd wordt naar het kerkbezoek en Bijbellezen dan geldt dat 5% van de ondervraagden dat tenminste twee keer per maand doet. Tegelijkertijd is trouwen en kinderen dopen nog wel bij de overgrote meerderheid in gebruik vanwege de schoonheid en traditie. Orthodoxen geven in het algemeen minder om theorie, het moment van ervaring is zeer belangrijk. Ook hier ligt echter een verschil: een protestant die van ervaring spreekt doelt daarmee op zijn ervaring van de ontmoeting met God, een orthodoxe bedoelt de liturgie, de gezangen en de ontmoeting met een icoon. Het zijn dus andere ervaringen die een orthodoxe gelovige bindt aan de kerk. Ook wordt veel belang gehecht aan praten over de invloed die het heeft op je dagelijks leven maar op een minder praktische wijze dan protestanten dat doen. Waar bij protestanten de verhouding tot de medemens een meer centrale plaats heeft, heeft de oosters-orthodoxe het meer over devotie, vroomheid en religiositeit. Bovendien is een soort eschatologisch bewustzijn sterk aanwezig, met andere woorden, men denkt meer dan in het Westen over het laatste oordeel en de eigen dood die men vreest in zonde te ontmoeten.

Wat is de maatschappelijke status van het lid zijn van de orthodoxe kerk? Bepaalde studies zeggen dat het in Griekenland een rol speelt of je orthodox bent of niet. In Roemenië wordt er echter weer weinig belang aan gehecht. Wat Rusland betreft is er geen systematisch onderzoek naar gedaan maar het lijkt alsof bij verkiezingen een succesvol kandidaat religieus of zelfs orthodox moet zijn. In de voormalig communistische landen kan het voorkomen dat bedrijven die op zoek zijn naar werknemers wel kijken of men religieus is in algemene zin omdat men aanneemt dat iemand met een religieuze achtergrond betrouwbaarder is. In West-Europa spelen dat soort zaken geen rol meer, of je nu vier keer getrouwd bent is bijvoorbeeld niet van belang terwijl dat in Oost-Europese landen veel minder gewaardeerd wordt. Verder wordt van mensen die een openbare functie vervullen veelal verwacht dat ze religieus en het liefst orthodox zijn met het oog op het hooghouden van een bepaald nationaal besef.

Afrondend, welke rol ziet u voor uzelf, wat zijn uw doelen? Begonnen met de invalshoek theologie en mensen-rechten hebben wij zowel theorie als praktijk besproken. De positie ten aanzien van de mensenrechten zal veranderen, maar langzaam. Momenteel zijn de meeste westerse christelijke kerken voorstanders van de mensenrechten en zijn vele christenen actief binnen mensenrechtenorganisaties. Dat laatste geldt ook voor individuele Orthodoxe gelovigen maar samenwerking op publiek niveau bestaat gewoon niet. Dat is eigenlijk jammer, met name in een land als Rusland waar nog steeds veel zaken beter kunnen zou het goed zijn de kerk als bondgenoot te hebben. Ik heb geen illusies dat ik de patriarch binnenkort daarvan kan overtuigen, wel wil ik proberen hindernissen weg te werken. Hoe dit precies vorm-gegeven gaat worden is nog lastig te zeggen, we zijn nu bezig de contacten te verstevigen en uit te breiden om een beeld te kunnen vormen van waar het terrein nog braak ligt en verder onderzoek nodig is.

prof. dr. Alfons Brüning
Alfons Brüning (1967) is kerkhistoricus met een focus op Orthodoxe kerken in Oost-Europa, met name die van Rusland, Oekraïne en Roemenië. Na zijn promotie in Berlijn was hij tussen 2003 en 2005 wetenschappelijk medewerker aan de leerstoel Oecumene en Vredesonderzoek van de Universiteit Münster in Duitsland. Sinds 2005 is hij wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Oosters Christendom (IvOC) aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In zijn onderzoek gaat hij zich onder meer richten op vredes- en conflictvraagstukken langs de grens tussen Westers en Oosters Christendom en de verhouding tussen de seculiere westerse en de religieuze oosters-christelijke benadering van
mensenrechten.