Posted on 1 Comment

Schijnheilige kwartiermakers van de massa-immigratie

Benedictijner monnik Thomas Quartier is voor open grenzen. Quartier, ondertussen de bekendste broeder van Nederland en naast monnik ook hoogleraar in Nijmegen, zegt in een interview met het Nederlands Dagblad van 10 april: “Wij zouden als abdij verdwijnen als we onze grenzen niet bewaken. Er zit een beperking aan wat wij kunnen doen en die grens moeten we bewaken. Tegelijk ben ik voorstander van open grenzen. We mogen aan de poort niemand afwijzen. En als dat tot conflicten leidt, moeten we daarover praten.”

Grens en Geest

Quartier doet zijn uitspraken naar aanleiding van een studiedag over ‘Grens en Geest’, in Kapel Berchmanianum in Nijmegen. Dat de Geest alle kanten opwaait laat niet alleen de paradoxale opmerking van broeder Thomas zien. Want waarom wel de grenzen van een abdij bewaken en niet die van een land?

Kardinaal Robert Sarah, prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten van de Romeinse Curie, krijgt een andere geestelijke inspiratie. In een interview met het Franse tijdschrift Valeurs Actuelles eind maart bekritiseert Sarah die Katholieke leiders die de kerk zien als een soort NGO, die zich moet focussen op migratie, open grenzen en milieuvraagstukken. “Sommige katholieke leiders vragen de kerk niet over God te spreken, maar zich met hart en ziel in te zetten voor sociale problemen: migratie, ecologie, dialoog, de cultuur van ontmoeting, de strijd tegen armoede, voor vrede en rechtvaardigheid,” aldus de prefect. “Hoewel allemaal zeer belangrijk, heeft zo’n kerk geen enkel belang voor ons. De kerk is alleen van belang omdat ze ons Jezus laat ontmoeten.”

Quartier en Sarah

De verschillen in opvatting tussen Quartier en Sarah over wat de kerk moet zijn laten de breuklijnen zien die dwars door de Katholieke kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie lopen. Bevangen door de revolutionaire geest van de jaren zestig werd de kerk meer en meer een welzijnsorganisatie, waar niet langer de Openbaring van God centraal staat, maar een maatschappelijk sociaal actieprogramma. “De crisis van de kerk is vooral een crisis van geloof,” zegt kardinaal Sarah hierover. “Sommigen willen dat de kerk menselijke en horizontale organisatie wordt; ze willen dat ze de taal van de media spreekt. Ze willen haar populair maken.”

Hoewel de kardinaal de naam van paus Franciscus nergens noemt, is het wel duidelijk dat hij ook de ‘dictator-paus’ op het oog heeft. Deze spreekt, hoewel zeer vaak verwarrend, ook de taal van de media, die in de progressieve goegemeente zoveel onthaal krijgt. Broeder Thomas spreekt, hoewel zeer vaak verpakt in vage mystieke bewoordingen, ook deze taal. Zeg maar het partijprogramma van GroenLinks.

Benedictus en Franciscus

Thomas Quartier is Benedictijn. Deze oudste kloosterorde beroept zich op de ‘Regel van Benedictus’, de grondlegger van de orde. De Amerikaanse conservatieve auteur Rod Dreher publiceerde in 2017 ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’. Het boek wil, vanuit het leven van Benedictus en zijn kloosterregel, een strategie voor het overleven van de kerk in de seculiere en postmoderne 21ste eeuw bieden. Dreher, ooit Rooms-Katholiek maar overgegaan naar de Oosters-Orthodoxe kerk, is kritisch over de maatschappelijke rol die paus Franciscus (Jezuïet) meent te moeten spelen.

In een artikel over de apostolische exhortatie ‘Gaudete et Exsultate’ (‘Verheugt u en jubelt’) schrijft Dreher in ‘The American Conservative’ dat als de paus zijn woorden over vluchtelingen echt meent, hij de grenzen van Vaticaan Stad eerst maar eens moet openen. ‘Walk the way you talk”, een populaire uitspraak in progressieve kringen (die daar zelfs overigens geen gehoor aan geven). Volgens Dreher zegt de Regel van Benedictus nergens dat iedereen maar welkom moet zijn, zoals paus Franciscus in zijn exhortatie suggereert.

En de paus gaat nog een stap verder. Hij schrijft specifiek over economische vluchtelingen en zegt daarover dat de enige “echt christelijke’ houding is hen toe te laten. “Open de grenzen, of je bent on-christelijk,” zegt Dreher hierover. De conservatieve journalist haalt de theoloog Oliver O‘Donovan aan, die stelt dat het algemeen welzijn van een gemeenschap ook inhoudt dat deze in staat is haar waarden over te dragen naar volgende generaties.

Paradox

De vraag is welke waarden dat zijn in een post-christelijk, seculier en steeds meer atheïstisch Europa? Broeder Thomas beroept zich op een postmodern idee van individualisme, ook al zo’n paradox voor een monnik in een kloostergemeenschap: “Je kunt alleen open zijn, als je weet waar je grenzen liggen.” Bepaalde vormen van volksprotest, zoals de Brexit, worden door Quartier weggezet als “angst”. O wee het volk dat opkomt voor haar eigen identiteit! Ook al zo’n progressieve manie, om alles dat tegen je ideologische uitgangspunten ingaat te psychologiseren.

Kardinaal Sarah noemt massa-immigratie een vorm van slavernij, die een bedreiging vormt voor het Westen. Vanuit de visie van de monnik moet de kardinaal een bange man zijn. Maar juist Sarah betoont zich, door het opkomen voor kerk en beschaving, vele malen moediger dan de postmoderne mysticus, die wel zijn eigen kloostercel beschermt, maar dat het land misgunt.

Posted on

Onafhankelijkheid Oekraïense Kerk leidt tot breuk in Orthodoxe Kerk

Dat de patriarch van Constantinopel de onafhankelijkheid van de Oekraïense Orthodoxe Kerk van het patriarchaat van Moskou toestaat, werd door de Oekraïense president Porosjenko begroet als de voltooiing van de Oekraïense onafhankelijkheid van Rusland. De breuk betekent een pijnlijk verlies voor de Russische Orthodoxe Kerk.

De Oekraïense president Porosjenko verklaarde naar aanleiding van het erkennen van de onafhankelijke Oekraïense kerk het volgende:

“God heeft de strijd van het Oekraïense volks voor onafhankelijkheid gezien. Hij heeft onze gebeden gehoord. Hij heeft onze inspanningen gewaardeerd. Het is Zijn wil dat zijne heiligheid de oecumenische patriarch Bartholomeus I en de heilige synode van de moederkerk in Constantinopel hebben gezegd waarvan wij hebben gedroomd en waarvoor we hebben gevochten gedurende een lange tijd: Ja, de onafhankelijkheid van de Oekraïense Kerk. (…) Dit is een kwestie van onafhankelijkheid. Dit is een zaak van nationale veiligheid. Dit is een zaak van statelijkheid. Dit is een zaak van mondiale geopolitiek. Dit is de ineenstorting van Moskous eeuwenoude claim voor werelddominantie als het Derde Rome. De onafhankelijkheid van onze kerk is deel van ons pro-Europese en pro-Oekraïense beleid dat we de afgelopen vier jaar hebben gevolgd.”

Porosjenko had in april van dit jaar bij de patriarch van Constantinopel sterk aangedrongen op het erkennen van de onafhankelijkheid van de Oekraïense Orthodoxe Kerk.

Splitsing in de Orthodoxe Kerk

Patriarch Kirill van het Patrichaat van Moskou verklaarde hard te zullen reageren, hetgeen ook daadwerkelijk is gebeurd: De Russische Orthodoxe Kerk heeft haar banden verbroken met de Kerk van Constantinopel, wat de grootste scheuring binnen de Orthodoxe Kerk in duizend jaar inhoudt.

In de jaren ’90 werd de Oekraïense Orthodoxe Kerk meer autonomie verleend door het Patriachaat van Moskou.  Oekraïense nationalisten namen hier echter geen genoegen mee en zodoende is ook een tak van de Oekraïense kerk helemaal van de officiële Orthodoxe Kerk en onafhankelijk verder gegaan. De Kerk van Constantinopel heeft de door het Patriarchaat van Moskou opgelegde beperkingen in de contacten met deze schismatieke kerk opgeheven. Het Patriachaat van Moskou wijst erop dat de Kerk van Constantinopel de afsplitsing tegen het kerkrecht in heeft erkend en daarmee van de Orthodoxie is afgeweken. Wel is het bereid de banden te herstellen indien Constantinopels beslissing ongedaan wordt gemaakt.

Posted on

Boeken over Syrië

Men zegt wel eens dat de oorlog in Syrië het moorddadigste conflict is sinds de Tweede Wereldoorlog, maar dat klopt natuurlijk niet. Er was immers nog de feitelijk van 1941 tot 1989 durende oorlog in het vroegere Franse Indochina met Vietnam, Cambodja en Laos. Vele miljoenen mensenlevens raakten hier verwoest. En dus mag Syrië deze eeuw dan wel het voorlopig bloedigste conflict zijn, het is echter peanuts in vergelijking met wat de mensen in dat Indochina meemaakten. En zie, twintig jaar nadat het westen er in Indochina haar nederlaag moest erkennen, bloeien die landen als nooit tevoren. Nu de oorlog voor Syrië, en ook Irak, naar haar einde loopt is er dus ook daar volop licht aan het einde van deze Arabische tunnel. Laat ons hopen. Over de Syrische oorlog zijn al massa’s analyses, opiniestukken, reportages en krantenverslagen geschreven. Soms de platst mogelijke propaganda, meer dan eens complete onzin en ook veel boeiend materiaal dat een genot is om te lezen. Zelfs al is men het er altijd niet geheel mee eens. Ook qua boeken verscheen er al alles bij elkaar reeds een mooie bibliotheek met teksten o.m. van uitstekende Belgische analisten zoals Dirk Borgers en de politica Anne-Marie Lizin, beiden sindsdien spijtig genoeg overleden. Hun ‘La face cachée des révolutions arabes’ (1) (Het ware gezicht van de Arabische revoluties) is een meesterwerk. In het Nederlands taalgebied verschenen er vorig jaar al deel 1 van ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van de Norbertijner pater Daniël Maes en ‘Het dagboek van granaten in Damascus’ van journalist Jens De Rycke, een man verbonden aan ‘t Pallieterke, het Vlaams ultranationalistisch weekblad. Eerder al verscheen van Ludo De Brabander ‘Oorlog zonder grenzen’, een overzicht van de geschiedenis van de regio sinds 1914. Daarbuiten publiceerde de vroegere Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam vorig jaar zijn ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’, wat wil doorgaan voor een meer wetenschappelijke geschiedkundige analyse van deze oorlog. De man was de voorbije jaren voor dit conflict speciaal Nederlands gezant voor Syrië en wordt in bepaalde westerse academische kringen gezien als een van de beste specialisten in dit vakgebied.

Daniël Maes – Een dagboek uit een land in oorlog

Uit elk groot conflict komen steevast een serie merkwaardige figuren te voorschijn. Misschien geen grote helden maar mensen die opvallen en met hun bescheiden middelen poogden recht te doen zegevieren. Desnoods en veelal ook tegen de stroom in.
Daniël Maes ten tijde van de oorlog met enkele vluchtelingen aan het werk in de grote tuin van het klooster.
Figuren ook die echt aandacht hadden voor de miljoenen kleine lieden die het slachtoffer werden van de westerse machinaties die nog maar eens een zoveelste regimewissel op het oog hadden en probleemloos een land lieten vernielen. De titel van het boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van Daniël Maes kan voor wie de leugens van De Standaard en de NRC gewoon is en gelooft zeer schokkend overkomen. Maar Daniël Maes is een man met een overtuiging die zoals blijkt uit het boek groeide door zijn contacten met het land en de evolutie van dit conflict. Doodgezwegen Zijn wedervaren is ook een der beste bewijzen voor de censuur die de Belgische en ook Nederlandse media uitoefenen met betrekking tot deze oorlog. De man maakte de volle 7,5 jaar van deze opstand mee en zat er middenin. Maar voor zijn verhaal was er bij de media amper interesse. Alleen incidenteel kwam hij eens aan het woord, meer niet. Beeld u in, een Belgische pater middenin een uiterst brutale oorlog. Normaal zouden de media van de VRT tot Humo en het Laatste Nieuws zijn deur platlopen voor zijn exclusieve verhalen. Met de opbrengst in zijn geval bestemd voor het lenigen van het onmenselijke leed van de Syrische bevolking.
Daniel Maes ~ ‘Poetin en Assad hebben ons leven gered’
Maar neen. Een interview in Terzake, een gesprek in het AD, twee korte stukken op de regionale pagina’s van de Gazet Van Antwerpen, een verhaal in Het Belang van Limburg, twee verhalen in Knack en De Zondag. Dat was het in essentie. De VRT-radio had naar aanleiding van de actiedag rond Syrië in 2012 een interview met hem dat echter niet werd uitgezonden. ‘De kwaliteit was onvoldoende’, klonk het. Juist het tegenovergestelde wat men voordien tegen de man zelf zei. En televisievedette Rudi Vranckx was in zijn thuisbasis in de abdij van Postel uren bij hem en maakte opnames. Het werd nooit uitgezonden. Zijn visie past nu eenmaal niet in de propagandaoorlog waar onze media mee bezig zijn. En dus werd hij zo goed als kan verbannen uit de media. De katholieke kerk Zelfs het officiële Kerk en Leven, het Parochieblad voor de vele gelovigen, zweeg hem jarenlang dood. Pas vorig jaar bestede het blad aandacht aan deze held en bijna martelaar. Hij die zo opkwam voor de christenen, en die niet alleen, in het Midden-Oosten. Wie er wel in het blad kwam met zijn van de pot gerukte beweringen was de warrige Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio.
Klooster Dar Meir Yakub - Qara
Het klooster van Mar Yakub, een meer dan opmerkelijk verhaal. Met op de achtergrond de besneeuwde Qalamoenbergen. Het lijkt wel idyllisch.
De man liep als een blinde achter die salafistische opstandelingen aan en kwam om het leven in de provinciehoofdstad Rakka toen daar een strijd woedde tussen al Qaida & Co en ISIS – zijn vrienden – voor de controle over de regio met zijn rijke landbouw en vooral zijn oliebronnen. De behandeling door de kerk van Daniël Maes en zijn verhaal is een niet te wissen schandvlek voor zowel de Belgische bisschoppen als het Vaticaan.
Het doet denken aan de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt die op 7 april 2014 vlak voor de bevrijding van de stad Homs door een van die salafisten werd vermoord. Behoudens Arnold Karskens had voordien geen enkele Nederlandse journalist aandacht voor de man die ondanks het levensgevaar in het jihadistengebied bleef wonen. Pas na zijn dood verschenen er stukken over hem, met het ‘christelijke’ dagblad Trouw (onderdeel van de stal van Christian Van Thillo) daarbij bewust verzwijgend dat hij achter de Syrische regering stond. Kranten kunnen qua moraal dus erg diep zakken. Het is een van de opvallende zaken in het boek dat hij het wel heeft over Paolo Dall’Oglio maar zijn naam niet noemt. Hetzelfde voor Brigitte Herremans die bij Pax Christi en Broederlijk Delen verantwoordelijk was voor het dossier Syrië. Ook kritiek op de houding van de Belgische bisschoppen en het Vaticaan is feitelijk onbestaande. En nochtans hielpen zij door hun optreden of weigering om op te treden mee aan de moord op de christenen in de regio, de bakermat van deze godsdienst. Om de westerse machthebbers niet voor het hoofd te stoten deden zij op die wijze feitelijk mee aan die slachtpartij. Buiten wat vage woorden en het sturen van een gezant deed ook deze paus niets en bleven onze bisschoppen doofstom voor dit lijden. En dus kon Brigitte Herremans ongehinderd door haar kerkelijke hiërarchie – Pax Christi en Broederlijk Delen werken onder toezicht van de bisschoppen – jarenlang woordvoerster spelen voor groepen voor wie vrouwen of te verkrachten objecten en seksspelletjes zijn of anders kweekdieren voor nieuwe jihadisten. Mar Yakub Zijn werk is een dagboek en vertelt het leven van dag tot dag in het klooster van Mar Yakub (2) vlakbij het stadje Qara liggend aan de voet van het machtige Qalamoengebergte met zijn toppen van 3000 en meer meters. Het is een gewezen Romeins fort dat in de zesde eeuw toen het Oost-Romeinse rijk al erg verzwakt was omgevormd werd tot een klooster. Het raakte echter grotendeels in verval. De restauratie begon rond 1993. Dat het nu weer een mooi majestueus klooster is is het werk geweest van de op vele vlakken imposante kloosterzuster Agnes-Mariam de la Croix. Een van origine Palestijnse die na enkele mislukte avonturen als hippie het christendom ontdekte en zorgde dat dit klooster weer in al zijn glorie kon herrijzen. Het is genoemd naar de in 421 vermoorde Perzische martelaar Jacob de Verminkte, alias Jacobus Intercisus of Mar Yakub.
Agnès-Mariam-de-la-Croix en Daniel Maes
Agnes-Mariam de la Croix en Daniel Maes in de tuin van het Norbertijnerklooster in Postel. Een opmerkelijk duo.
Het klooster behoort tot de Grieks-Melchitische katholieke kerk, een van de talrijke christelijke groepen in het land. Het is een groot mankement van het boek dat de auteur niet wat meer uitleg geeft over die wirwar van christelijke geloofsgemeenschappen in de regio. Ook over de andere tientallen religieuze groepen vernemen wij amper iets. Spijtig want zonder een degelijke kennis van deze culturele puzzel is Syrië moeilijk te begrijpen. Daniel Maes kwam er in oktober 2010 toe om in het klooster een opleiding voor priesters te organiseren want die was er wel in Libanon maar niet in Syrië. Zijn visie over het land was er een in de toon van wat onze massamedia er over brachten en dat was van negatief tot zelfs vijandig. Al snel had hij echter door dat dit een karikatuur was van de realiteit. Het land bleek erg divers en was behoorlijk goed georganiseerd. Wat hij noch de mensen rondom het klooster echter konden vermoeden was dat amper 6 maanden later de hel over Syrië zou losbreken. Met snel toegesnelde buitenlandse jihadisten die via Libanon en vanuit bepaalde moskeeën onrust begonnen te zaaien. Nadien bleek dat er onder Bashar al Assad veel moskeeën waren gebouwd, veelal met geld vanuit Koeweit, Saoedi-Arabië en Qatar. En dit achteraf gezien niet zonder bijbedoelingen. Syriërs zijn solidair De moeilijkste en erg gevaarlijke periode voor hem was die van november 2012 tot eind 2013 toen allerlei extremisten ook Qara en de naburige dorpen in handen kregen en hun lusten botvierden op al wie niet plooide voor hun salafisme, uiteraard ook christenen. Uit zijn relaas blijkt dat de dorpelingen hen beschermden tegen mogelijke aanvallen. Ook nam het klooster vluchtelingen, en niet alleen christenen, in bescherming in hun kloosterfort. Uiteindelijk werden zij en de dorpelingen eind 2013 door het leger gered uit hun hachelijke situatie. Pas in 2017 zouden de laatste resten van al Qaeda en ISIS die zich in de barre bergen in het grensgebied tussen Libanon en Syrië schuilhielden verdreven worden. De titel van zijn boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ moet je dan ook letterlijk nemen. Zonder hen hadden Daniel Maes en de anderen het daar niet overleeft. Opmerkelijk is ook dat blijkens zijn dagboek er tussen de vele Syrische minderheden geen haat is ontstaan als gevolg van deze op sektarisme gebaseerde oorlog. De westerse poging om het land op die wijze voor heel lang of altijd onbestuurbaar te maken faalde zo te zien.
Daniel Maes bakt frietjes
Daniël Maes en het dagelijkse leven in het klooster Mar Yakub. Hier frietjes bakken.
Het is een verhaal dat ook elders te merken is. Met dorpen die steeds onder regeringscontrole stonden en buurgemeenten die in handen waren van terreurgroepen die, toen de oorlog eenmaal voorbij was, elkaar ter hulp kwamen om de grote noden te helpen delgen. Zo te zien heeft het westen hier totaal gefaald. Wat mooi zou zijn.
  Propagandisten vermomd als journalisten Spijtig is wel dat er geen relaas in staat van het begin 2012 mede door Agnes-Mariam de la Croix georganiseerde bezoek van een stel Europese journalisten aan Syrië. Bij een aanval door jihadisten op een betoging van regeringsaanhangers in de stad Homs stierf hierbij een Franse reporter. Voor die journalisten, inclusief Jens Franssen en Rudi Vranckx van de VRT en de Nederlandse fotograaf Steven Wassenaar, het werk van de regering die zo hen als lastige getuigen wilde uitschakelen. Waarbij zij zelfs de kloosterzuster viseerden als zat ze mee in dat moordcomplot. Een totaal van de pot gerukt verhaal dat toont dat men hier niet met journalisten te maken had maar met propagandisten die alleen maar leugens wilden verspreiden. Waarom zou Syrië journalisten officieel uitnodigen om hen dan twee dagen later te vermoorden? Hoe gek kun je het maken? Voor Agnes-Mariam de la Croix waren het gewoon kinderen die niet wisten hoe zich te gedragen en onverantwoord werkten. Maar dit verhaal zit niet in het dagboek daar hij blijkbaar toen in Postel zat. Niet aflatend Daniël Maes heeft door zijn niet aflatend werk met o.m. zijn wekelijkse brieven een niet onbelangrijke rol gespeeld in het geleidelijk veranderen van de publieke opinie in België en ook Nederland ten opzichte van dit Syrische drama. Onversaagd blijft hij al die jaren vrank en vrij zijn mening geven, tegen de heilige huisjes van de media, ngo’s en regeringen schoppend. De stad Ieper gaf vorig jaar een vredesprijs aan de Witte Helmen, onderdeel van die salafistische terreur en de westerse agressie. Men had die prijs veel beter aan Daniël Maes gegeven. Recent verscheen dan deel 2 van zijn  dagboek dat de periode van 2013 tot nu beschrijft. De tijd van de nakende overwinning en het begin van het herstel van de Syrische maatschappij en de heropbouw van het land. Het verscheen eveneens bij de Nederlandse uitgeverij De Blauwe Tijger. Een pluim voor deze uitgeverij die deze Belgische pater eindelijk het forum geeft dat hem toebehoort.
Daniel Maes, Oorlogsdagboek deel II

Jens De Rycke – Reisverslag

Het boek van Jens De Rycke is eveneens een verslag van een verblijf in Syrië maar is qua karakter totaal anders dan dat van Daniël Maes. Door wat hij beschrijft als een toevallig contact met een priester van een der christelijke kerken in het Midden-Oosten raakt hij betrokken bij deze oorlog en bezoekt tweemaal het land. Het boek is grotendeels het verslag hiervan. Het is uitgegeven bij Polemos. Hij is een freelance journalist en schrijft voor diverse media zoals Novini, ’t Pallieterke en andere en was recent te gast in de studio van de internettelevisie Café Weltschmerz. De interesse in Vlaams nationalistische kringen voor Syrië en de steun voor de strijd van de Syrische regering tegen het jihadisme is opvallend. Daniël Maes is er een graag geziene gast en het Vlaams Belang heeft de weg naar Damascus wel gevonden. In die zin komt het boekje van Jens De Rycke dus niet als een verrassing. Het bleef spijtig genoeg bij het grote publiek tot heden grotendeels onder de radar.
Jens De Rycke - Het dagboek van granaten in Damascus
Voor die interesse in deze kringen zijn er zo te zien meerdere redenen. Zo is er de islam die in dat milieu door velen als een gevaar wordt gezien waarbij de Syrische regering vecht tegen de uitwas ervan, het salafisme. En dus zijn de Syrische regering vrienden. En dan is er het Vlaams Belang dat alleen in de marge van de Belgische politiek kan opereren en politiek dus veel vrijer kan ageren. Neen zeggen tegen het buitenlands beleid van de VS en de EU hier is voor wie de macht wil grijpen, of wat daar voor moet doorgaan, niet zonder gevaren. Je riskeert een dodelijke perscampagne en het verdampen van de hoop op ministerpostjes. Het Vlaams Belang heeft dat probleem niet. Geen probleem dan ook voor Filip Dewinter om bij Assad koffie te gaan drinken. En dus kon een man als Daniël Maes, een Vlaamse pater, hier wel een luisterend oor vinden. Wat elders niet lukte. Bovendien zat het zogenaamde linkse publiek gevangen in het web van de door het Westen gespannen propaganda rond de mensenrechten. Leugens natuurlijk, maar diegenen die beter wisten zwegen bewust. Ma’loula Het boekje is wel, zeker wat de foto’s betreft, slecht uitgegeven. Wat natuurlijk spijtig is. Zijn verhaal is daarvoor te belangrijk. Mooi is ook dat hij voor zijn boek een voorwoord wist te versieren van Elijah J. Magnier, een der beste analisten van het ogenblik over de zaak. Het bevat ook een verslag van zijn bezoek aan het stadje Ma’loula met zijn serie kloosters en kerken dat ooit kort in handen van die salafistische terreurgroepen was gevallen. Verder is er een bijdrage over de Syrische Sociaal Nationalistische Partij die een groot Syrië voorstaat, radicaal Arabisch is en erg seculier. Ook bevat het boek verder een verhelderend gesprek met Marwa Osman, een politicologe en lid van Hezbollah. Interessant materiaal. De bijdrage over de alawieten is daarentegen te beknopt en mist diepgang. Het mysterie rond die religieuze groepering blijft bestaan. Wel enkele opmerkingen. Het is uiteraard juist dat het Syrische leger en zijn bondgenoten, vooral dan de lokale groepen, in bepaalde gevallen uiterst brutaal optraden en men soms ter plaatse mensen executeerde – recent nog tegen ISIS in de stad Sweida – maar men moet dan wel beseffen dat die oorlog door het Westen aan Syrië werd opgedrongen. (p 13).
DSC_0645
Marwa Osman, een politicologe verbonden aan Hezbollah komt in het boek aan het woord.
Verder heeft hij het op pagina 41 over de geopolitiek en de oorlog maar heeft het niet over de drijvende kracht achter deze oorlog: Israël. Een land dat via verdeel en heers en met steun van de NAVO de regio in vuur en vlam wou zien ten onder gaan. Het plan van de Israëlische geostrateeg en diplomaat Odet Yinon. En inderdaad speelden gas en olie een grote rol bij het ontstaan van deze oorlog maar de echte oorzaak is Israël, dat het erg klassieke principe van verdeel en heers wou toepassen. Tevergeefs blijkt nu. Verder heeft hij het op pagina 42 over de ‘nucleaire ambities’ van Iran. Dat klopt echter niet want er is niet het minste bewijs dat Iran ooit een kernmacht wou worden. De beweringen van de VS en de NAVO hierover zijn alleen gebaseerd op verdraaiingen van de feiten en leugens. En dat er in deze oorlog geen winnaars zijn (pagina 120) klopt ook niet. Integendeel, dit is een enorme nederlaag voor Israël en haar bondgenoten en een grote overwinning voor de as Moskou-Teheran-Beiroet-Bagdad-Damascus. Het idee om die landen totaal te vernielen raakte nergens. Natuurlijk is de schade in landen als Irak, Syrië en eerder Libanon enorm maar ze overleefden en toonden zich sterk. Als dat geen overwinning is! Tienduizenden jihadistische huurlingen stuurde men op Syrië af met daarboven nog een economische wurggreep om U tegen te zeggen. Tientallen miljarden gaf men uit en tevergeefs. De wederopbouw zal jaren vergen maar zal gebeuren. Desnoods zonder het Westen. Men hoeft zich in Washington en Brussel daarover geen illusies te maken.

Ludo De Brabander – Een teleurstellend boek

Een van de weinige critici van de NAVO die in de klassieke media nog eens aan het woord komt – al zij het heel zelden – is Ludo De Brabander van de vzw Vrede, een groep van mensen die werkt rond de buitenlandse politiek en het (ontbreken van een) vredesbeleid. Het boek is teleurstellend en toont een gebrek aan kritisch doorzicht in wat er op dit ogenblik in het Midden-Oosten gebeurt. Zolang hij de oudere gebeurtenissen vanaf 1914 tot 1979 bespreekt getuigt het van een goed inzicht en een kritische doorlichting. Het is dan ook vernietigend voor de politiek van het Westen daar. Zo komen er de Britse machinaties rond het Arabisch schiereiland en de Levant, de regio met Libanon, Palestina, Jordanië en Syrië, aan bod. Of hoe Londen koos voor het salafisme van de familie al Saoed. Met Winston Churchill die zelfs opteerde voor het gebruik van chemische wapens. Waarbij de Britten als tegengewicht voor het Arabisch nationalisme de kant kozen van de Moslimbroeders en andere islamistische groepen. Nog steeds steunt de Britse regering die reactionaire visie van de islam en die keuzes van toen liggen ook aan de basis van veel van de huidige problemen in de regio. Wat hij onvoldoende of zelfs niet ziet is dat achter de publieke beweringen van westerse regeringen en hun lof voor mensenrechten, vrede en democratie in de regio echter een hondsbrutale politiek schuilt. Een politiek gericht tegen de regio, met als voornaamste bedoeling die zo machteloos mogelijk te maken. Al Qaida in Jemen Neem de aanslag op Charlie Hebdo (pagina’s 45 en 194) die niet zoals hij schrijft het werk was van ISIS maar werd opgeëist door Al Qaida van het Arabisch Schiereiland, de Jemenitische tak van de groep. En zij waren voor zover bekend de enigen. En dat is een organisatie die in een bepaalde periode minstens mede onder controle stond van westerse veiligheidsdiensten. Zo mislukten al hun buitenlandse acties doordat de daders voor ze konden toeslaan steevast opgepakt werden. Wat een ver doorgedreven infiltratie van deze organisatie door de veiligheidsdiensten bewijst.
Ludo De Brabander - Oorlog zonder grenzen
Verder vecht al Qaida in Jemen samen met Saoedi-Arabië en de hele westerse alliantie, inclusief dus ook België, tegen de regering van de Houthi’s die op dit ogenblik grotendeels het nuttige Jemen controleren. Met andere woorden: al Qaida en het Westen zijn militair geallieerden in deze kwestie. Dat is de realiteit, niet die van de vele holle beweringen van een Jens Stoltenberg, Mike Pompeo of Didier Reynders. Dat de strijd tegen dit extremisme tot nu faalde heeft dan ook niets te maken met sociale of politieke problemen binnen de Arabische wereld of bij de groep van immigranten in Europa maar met de uitgebreide militaire, economische en politieke steun die deze groepen krijgen vanuit Washington en de EU. De onvrede is wel een der voedingsbodems die westerse geheime diensten gebruiken om via infiltranten in dit milieu te rekruteren. Het rapport van de Amerikaanse Militaire Veiligheidsdienst DIA van augustus 2012 over de oorlog in Syrië laat hierover niets aan twijfel bestaan. De VS controleerden deze groepen waaronder ISIS en wilden Syrië vernielen en daarnaast via ISIS ook Irak verder aan diggelen slaan. Mogelijkerwijs kende hij bij de publicatie van zijn boek dit rapport nog niet. Het rapport van de Conflict Armament Research (3) over de wapens van ISIS was bij de publicatie van zijn boek zeker nog niet openbaar. Dit door de EU en Duitsland gefinancierde rapport toonde dat een groot deel van de wapens van ISIS kwamen uit Bulgarije, een lidstaat van de Europese Unie, dat door o.m. de VS en Saoedi-Arabië was aangekocht. Duidelijker kan toch niet. Op pagina 161 heeft hij het over de wil van die salafisten voor een zogenaamde ‘authentieke islam’. Een bewering die getuigt van een gebrek aan kennis. Reeds van in het prille begin van de islam waren er grote theologische en financiële geschillen en groepen die elkaar soms met de wapens bevochten.
Ansar al Sharia bij Taiz - Februari 2016
Leden van Ansar al Sharia, een schuilnaam voor de lokale afdeling van al Qaida in Jemen, hier aan het front bij de stad Taiz samen met troepen van de westerse alliantie.
Het salafisme is in wezen zelfs van heel recente datum en vloeit voort uit het gedachtegoed van enkele toen verketterde islamtheologen. Waarvan de bekendste al Mohammad ibn Wahhab (1703-1792) is die dan weer de mosterd was gaan halen bij Taqi ad-Din Ahmad ibn Tamiyyah (1263-1328). Zeggen dat het salafisme authentieke islam is als zeggen dat Iggy Pop of Fleet Foxes authentieke rock & roll brengen.
Ruslands bedoelingen Ook schrijft hij dat Rusland zijn interventie in Syrië steunde op de wens om ISIS aan te pakken (p188). Dat is het verhaal dat bladen als The New York Times en De Standaard ervan maakten en een leugen. Moskou heeft steeds gesteld dat men ginds het terrorisme wou uitroeien en noemde daarbij expliciet zowel al Qaida als ISIS. Wat zin heeft het trouwens om ISIS uit te schakelen en al Qaida in leven te laten? Geen natuurlijk. Het is dit uitroeien dat het eerste en voornaamste doel van Rusland is om in Syrië op te treden. Haar bondgenoot ter hulp snellen en zo haar machtspositie in de regio versterken kwam tweedes. Zoals ook de wens om haar nieuw wapentuig te testen en beter te kunnen commercialiseren van secundair belang was. Rusland had al drie oorlogen met die salafisten achter de rug en wou hen in Syrië de genadeslag toebrengen. Wat lijkt te lukken. Essentieel is dat hij fout zit door te stellen dat militair optreden tegen dit extremisme niet helpt en daarbij verwijst naar het niet slagen van die oorlog tegen de terreur. De reden is dat het Westen niet vecht tegen maar met die salafistische terreurgroepen. Er zijn voldoende bewijzen die aantonen dat bepaalde veiligheidsdiensten zoals MI6, CIA en de Mossad die groepen via infiltranten manipuleren. Ooit al gehoord van een aanslag van die geroepen in Israël? Natuurlijk niet. De enige manier om hen te verslaan is door het gebruiken van geweld tegen hen, zoals Irak, Rusland, Iran, Hezbollah en het Syrische leger nu doen. Maar zolang het Westen hen blijft steunen zal het probleem mogelijk wel blijven bestaan. Wel is de mokerslag die deze groepen nu in Syrië te verduren krijgen erg pijnlijk en zien wij mogelijk hier het Waterloo van al Qaida & Company.

Nikolaos van Dam – Een expert in bedriegen

Een totaal ander boek over Syrië is dat van de gewezen Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam. De man wordt in de gespecialiseerde westerse media gezien als DE expert over Syrië die op een objectieve wetenschappelijke wijze de toestand in het land en de oorlog beschrijft. Niets is echter minder waar. Dit boek toont dat hij wel een kenner is maar mede daarom ook dat hij bewust een bedrieger en leugenaar is, een verkoper van halve en hele onwaarheden. Vooreerst maakt hij in zijn boek ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’ twee essentiële fouten die een analist en diplomaat als hij niet mag maken. En dat is een totaal gebrek aan bronnenkritiek en het geheel negeren van iets cruciaal als het internationaal recht met o.m. de niet-inmenging en de onschendbaarheid van landsgrenzen. Het laatste  is blijkbaar voor hem niet eens het bespreken waard. Gebuisd dus. De omslag van het boek is dan ook een gestileerde reproductie van een van de fameuze propagandafoto’s van de door zijn Nederland mee gefinancierde Witte Helmen die tussen de ruïnes van een stad een baby in zijn armen heeft. En in plaats van het te hebben over de Syrische regering heeft hij het continu over het ‘Syrische regime’. Wiens brood…. Het toont de teneur van dit pseudogeschiedkundig werk. Een regime, dat is een stel erg foute ministers, een regering dat zijn dan de goeden. Lees: Wie aan de goede kant van de VS staat is een regering en wie aan de foute kant van Washington staat is een regime. Maar dat is sfeerschepping en in wezen platte propaganda. Een geschiedkundige de naam waardig past voor dat soort praktijken.
Nikolaos van Dam - Destroying a nation
De man behoort tot de selecte vriendenkring rond de Zweed Aaron Lund en de Amerikaanse professor Joshua Landis die met de blog Syrian Comment poogt de richting aan te wijzen waar het Westen met Syrië volgens hen heen moet. Deze blog produceert zeker interessant materiaal maar over de Amerikaanse steun voor al Qaeda en ISIS zoals blijkt uit massa’s documenten zal je hier nooit iets lezen. Ook hier bedrog en censuur dus. Maar dat is zeker wat Nikolaos van Dam betreft zeker begrijpelijk. De man was een Nederlandse diplomaat en o.m. ambassadeur in Irak en door zijn regering tijdens deze oorlog aangesteld als speciaal gezant voor de kwestie Syrië. Met andere woorden: Hij zat op de eerste rij wat betreft de westerse strategie en Syrië. En ook, zeer belangrijk, de Nederlandse regering betaalde hem hiervoor en dan is er het gezegde ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’. En dat blijkt dus. Het betekent echter ook dat hij intern goed op de hoogte moet zijn geweest van de westerse strategie in deze kwestie. Zo vertelt hij over de serie staatsgrepen in Syrië na de onafhankelijkheid in 1946 maar vergeet er bij te zeggen dat de CIA hier soms erg actief was en al eens aan het stuur zat. Maar over de fouten van de Baath-partij en de familie Assad – en die zijn er zeker –  schrijft hij uitvoerig. Het is alsof je de geschiedenis van Japan zou beschrijven zonder de zaak Mantsjoerije en Pearl Harbour te vermelden. Feitelijk is zijn boek dus een intellectuele krachttoer. Voor hem is de revolte van Maart 2011 dus spontaan ontstaan en groeide het puur uit het ongenoegen over de politieke, sociale en economische beleid van de regering. Dat was er zeker zoals er overal in alle landen wel ongenoegen is over het regeringsbeleid. Maar zijn bewering is onzin. De strategie van de VS voor een machtsovername/staatsgreep is steeds dezelfde. Men infiltreert de maatschappij via allerlei verenigingen en helpt dat ongenoegen groeien met veel geld. De VS heeft hiervoor zelfs opleidingscentra en organisaties als de National Endowment for Democracy. Hij moet dat toch weten. Zie maar wat er bijvoorbeeld in Egypte of Joegoslavië gebeurde.
Iba Abdo - 2
De in Nederland wonende Iba Abdo wist al op 26 februari 2011 op haar blog te vertellen dat de ‘revolutie’ zoals ze dat noemde in Syrië was uitgesteld en pas op 15 maart ging losbarsten. Een helderziende. Ze reageerde niet op een verzoek voor een gesprek.
Ook in Syrië was dat zo en gebruikte de VS de Moslimbroeders en al Qaida. Zo verscheen in zijn eigen Nederland op 26 februari 2011 op de blog van de Nederlands-Syrische Iba Abdo dat men de ‘revolutie’ om organisatorische reden uitstelt tot 15 maart. Spontaan? Het is om te lachen. Waren de sluipschutters misschien nog niet klaar en diende men daarom die ‘revolutie’ uit te stellen? De dame werkte nadien eventjes bij Clingendael, het bekende Nederlandse regeringsinstituut voor buitenlandse politiek. Ze moeten elkaar dus normaal kennen en gezien zijn grote diepgaande kennis moet hij praktisch zeker weten van het bestaan van dit nadien afgevoerde blogbericht. Al Qaida Ook heeft hij het steeds over de vreedzaam begonnen betogingen die door brutaal politie- en legergeweld wel moesten ontaarden in een oorlog. Alsof hij niet weet dat bij de eerste betoging in de stad Daraa tot 8 politiemensen het leven lieten, er sprake was van sluipschutters – een klassiek ook in o.m. Sarajevo, Tunesië en Kiev gebruikte methode om de spanning op te drijven – en dat het gerechtsgebouw en de lokalen van de Baath die dag waren platgebrand. En uiteraard zwijgt hij over de aanwezigheid al vanaf de eerste dag van mensen van al Qaida die betrokken waren bij de opstand. Zijn landgenoot en oorlogscorrespondent Arnold Karskens maakte van hun aanwezigheid en de wapensmokkel vanuit Irak al begin 2011 gewag. Zoals trouwens ook de Syrische pers dat schreef. Maar dat is voor de man dus niet interessant en niet eens vermeldenswaardig. En dat de opstand al vanaf het prille begin ging ontaarden was zeker met de kennis die we nu hebben onvermijdelijk. Hij heeft het als enige reden hiervoor over het brutale legergeweld. Dat was er zeker en vast. Maar wat doet een regering als haar gebouwen bij betogingen in brand worden gestoken en politielui vanuit de betoging en door sluipschutters in serie worden afgemaakt? Wat zou het ‘regime van Mark Rutte’ doen als de mensen in Groningen, de zaak met de aardgaswinning en het regeringsbeleid hierover kotsbeu, grijpen naar gewapend verzet zoals die eerste dag in Daraa? Men zou het leger inzetten natuurlijk. Dat die door al Qaida en de Moslimbroeders – toch een geheim genootschap dat een kalifaat met de koran en de sharia als leidraad nastreeft – in afspraak met de VS en haar bondgenoten georganiseerde opstand al vanaf de eerste dag onmogelijke eisen stelde zoals de val van de regering Assad dan is dat geen probleem. Als de regering politieke hervormingen wil doorvoeren en zoals geëist politieke gevangen – waaronder een notoir terrorist als Zahran Alloesh nadien de leider van het Leger van de Islam – vrijlaat dan is dat onvoldoende voor de opstandelingen.
Daraa - Gerechtsgebouw in brand gestoken tijdens rellen van 15 maart 2011
Het gerechtsgebouw in Daraa na de zogenaamd vreedzame betoging in de stad die dag 15 maart 2011.
De Moslimbroeders en al Qaida blijven bij hun maximalistische eisen waarvan hij later in het boek zelf stelt dat ze onmogelijk in te willigen waren. En als het leger zich op vraag van de Arabische Liga en het Westen uit de steden terugtrekt dan wordt die ruimte onmiddellijk gevuld door die terroristische groepen. Met de bekende gevolgen. Maar ook dit is voor de auteur niet vermeldenswaardig. De fout ligt voor hem bij Assad en bij niemand anders. Basiskennis voor een diplomaat is het internationaal recht waarbij de niet-inmenging in de interne zaken van andere landen verboden is. Met als essentie ook de onschendbaarheid van de grenzen van andere landen. Wat men in de kwestie van Syrië soms met al te doorzichtige excuusjes en veelal zelfs zonder uitvluchten aan de westerse laars lapt. Zijn Nederland gooit bommen op Syrië en moet volgens de betreffende VN-resolutie de Syrische regering daarvoor om toelating vragen. Den Haag, zijn werkgever, vertikt het. Hetzelfde voor de Belgische overheid. The Day After Association Maar dit zijn daden van oorlog en daarom ook oorlogsmisdaden. Het zal hem zo te zien worst wezen. Hetzelfde met zijn bronnenkritiek die gewoon onbestaande is. Wat hem uitkomt neemt hij voor waar aan, wat niet past in het plaatje zal je in zijn boek niet lezen. Zo citeert hij regelmatig de Amerikaanse specialist Charles Lister en neemt veel van zijn soms straffe beweringen zomaar voor waar aan. Hij vergeet er echter bij te zeggen dat Lister de voorbije jaren werkte voor het Brookings Doha Center in Qatar, een studiedienst die werkt met geld van Qatar, een financier van o.m. al Qaida in Syrië. Erg intelligent moet men niet zijn om te beseffen dat die bron totaal onbetrouwbaar is. Ook dat is bij hem geen zorg.
Nikolaos van Dam - 2
Bronnenkritiek en respect voor het internationaal recht lijken Nikolaos van Dam totaal vreemd. Zoals bij Jens De Rycke slaagt hij er ook niet in meer duidelijkheid te verschaffen over de alawieten.
En dan is er de zogenaamde Caesar met zijn tienduizenden martelfoto’s van gevangenen van de Syrische regering. Gruwelijk materiaal. Volgens het verhaal van Caesar, een alias, moest hij in opdracht van de Syrische overheid die foto’s nemen om ze dan aan de familie te overhandigen. Hij was met zijn foto’s gevlucht maar wou anoniem blijven om zijn in Damascus achterblijvende familie te beschermen. Zo beweerden de auteurs van dit rapport. Een dossier gemaakt door een groot Brits advocatenkantoor in opdracht van Qatar en juist klaar voor Genève 2, de tweede vredesconferentie rond Syrië. Het moest tijdens de onderhandelingen extra druk zetten op Syrië en hen verder in de beschuldigingsbank duwen. Maar wie zo’n toch wel bizarre opdracht krijgt is zonder twijfel zo gekend bij de Syrische overheid want hij is vermoedelijk de enige die zo’n taak kreeg. De door dat advocatenkantoor gegeven reden voor zijn anonimiteit is dan ook pure onzin. Het is in wezen zelfs het bewijs dat dit dossier nep is. Human Rights Watch, nochtans niet vies van vervalst bewijsmateriaal in deze oorlog, uitte dan ook nogal wat bezwaren over die beweringen van dat Brits advocatenkantoor. Onze diplomaat niet. Het ergst qua een gebrek aan bronnenkritiek is echter als hij op pagina 72 een rapport uit 2016 van The Day After Association beschrijft. Volgens dat rapport had een opinieonderzoek van die vereniging aangetoond dat meer dan helft van de Syrische christenen die op hun zogenaamde peiling hadden geantwoord positief stonden tegenover die opstand. Simpel onderzoek leert dat die vereniging een van de vele tientallen vanuit het buitenland opererende oppositiegroepjes is die werken met gelden van de VS, de Arabische Golfstaten of Europese landen als Frankrijk. Maar hoe in ‘s hemelsnaam kon men in 2016 in een toestand van algehele oorlog vanuit het buitenland in Syrië zelf een opiniepeiling houden, laat staan een die wetenschappelijk betrouwbaar is? Geen probleem voor Nikolaos van Dam. Hij stelt zelfs dat aangezien de opstand anno 2016 meer jihadistisch dan bij de start de christenen in 2011 nog met een veel groter percentage achter die opstand moeten gestaan hebben. Is dat om te lachen? Religies klitten aan elkaar Wie al Qaida en ISIS financiert of financierde laat hij dan ook gemakshalve in het ongewisse. Ook over de centrale rol van Israël in de kwestie zwijgt hij zedig. En veelal heeft hij het over buitenlandse mogendheden die in Libië intervenieerden zonder veel te specificeren. Men zou eens kunnen gaan beseffen dat het regime van Mark Rutte mee hielp aan de vernieling van Libië en Syrië. De rol van Nederland in deze massaslachtpartij lijkt als we zijn boek moeten geloven nihil te zijn. Wiens brood….  Je hebt er bij van Dam dan ook het raden naar waarom ISIS en al Qaida de hoogste lonen konden betalen aan hun huurlingen, een pak meer dan wat soldaten van het Syrische leger kregen.
Dr. Nabil Toumeh
Volgens Dr. Nabil Toumeh faalde de Westerse poging tot vernieling van zijn land als gevolg van de sterke cohesie onder de Syrische bevolking. Syrië was naar hij stelde voor het Westen met daarbij Israël te rijk geworden en moest daarom kapot.
En ja, het Syrische leger en haar hulptroepen hebben zware misdaden begaan. Niemand kan dit betwijfelen. Kijk maar naar het verhaal van de Woestijnvalken (Desert Hawks) van generaal Mohammad Jaber die zeer succesvol was maar plots op 2 augustus 2017 ontbonden werd en waarbij Jaber om onverklaarde reden officieel naar Oekraïne vertrok. (4) Over het fameuze rapport van de DIA over Syrië lees je hier dan ook niets. Te sterk bewijsmateriaal over de misdaden van landen als Nederland, zijn broodheer? Hetzelfde met dat door de EU en Duitsland gefinancierde rapport van het Britse Conflict Armament Research (3) over Amerikaanse wapens van ISIS of over de verhalen uit de Israëlische pers over de steun aan o.m. al Qaida. Hij verzwijgt het. Dat de opstand ondanks de massale geldstromen en de tienduizenden vanuit het buitenland aangeleverde salafisten mislukte is het beste bewijs voor de cohesie van de Syrische maatschappij. De pogingen om het sektarisme te doen zegevieren faalden. Het is zoals de Syrische soefist, parlementslid, filmmaker en zakenman dr. Nabil Toumeh het in een gesprek in Damascus uitdrukte: “Syrië, dat is 30 religies en 60 sekten en dat klit sterk aan elkaar en daarom mislukte het Westen hier, in tegenstelling tot in Libië, om dit land te verslaan.” Maar voor Nikolaos van Dam is Syrië gewoon een alawietische dictatuur. Tegenstander Wel toont hij zich in zijn boek toch een tegenstander te zijn van het beleid van het Westen hier. Al zegt hij dat erg omfloerst. Zijn stelling is dat men die jihadisten aanmoedigde bij hun opstand, hun onrealistische eisen steunde en onvoldoende militaire hulp gaf om te slagen in hun opzet. De oorlog had zonder die steun minder mensenlevens gekost is zijn visie. Hij vergelijkt het met de Amerikaanse oproep aan de Iraakse sjiieten om na de Iraakse nederlaag in februari 1991 in opstand te komen. Waarna de VS van enkele kilometers ver zat toe te kijken hoe die naïeve opstandelingen door het Iraakse leger afgeslacht werden. De realiteit is echter dat dit ook het plan was. Het land vernielen en via de introductie van het sektarisme het voor decennia onbestuurbaar te maken. En het Westen is hier zeker niet aan haar proefstuk. Zie naar Bosnië, Kosovo, Afghanistan, Libië en ook Irak. En voor deze halsmisdaad tegen Syrië is de hoofdverantwoordelijke de gewezen Amerikaanse president Barack Obama. De man die bij het begin van zijn ambtsperiode van de Noorse premier Jens Stoltenberg de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Stoltenberg kreeg dan nadien van Obama de post van secretaris-generaal van de NAVO. De westerse waarden. Nikolaos van Dam betreurt de vernieling van Syrië maar is via zijn werk een onderdeel van die strategie. Zelfs al maakt hij er bezwaar tegen.
1) La face cachée des révolutions arabes, Ellips, redactie: Eric Denécé, 528 pagina’s, 2012. 2) https://www.maryakub.net/ 3) Conflict Armament Research: De VS wou niet antwoorden op de vraag van de groep hoe na juni 2014 In Bulgarije geproduceerde en aan de VS geleverde wapens bij ISIS werden gevonden. Wapens van een sovjet-type waar men in de VS niets mee kan aanvangen. In juni 2014 viel de stad Mosoel na de massale desertie van het Iraakse leger in handen van ISIS. Zie o.m. pagina 39 van het rapport. http://www.conflictarm.com/publications/. 4) Zie: https://www.almasdarnews.com/article/syrian-desert-hawks/. Al Masdar is een informatieve website die de Syrische regering steunt in haar oorlog. Het is dus geen geheim in Syrië. Integendeel. Daniël Maes, Poetin & Assad hebben ons leven gered – Syrisch dagboek deel 1, De Blauwe Tijger, 2017, 264 pagina’s, 21,5 euro. Jens De Rycke, Het dagboek van granaten in Damascus, Polemos, 2017, 160 pagina’s, 15 euro. Ludo De Brabander, Oorlog zonder grenzen, Epo, 2016, 271 pagina’s, 22,5 euro. Nikolaos van Dam, Destroying a nation – The civil war in Syria, I.B. Taurus, 2017, 242 pagina’s, 8,99 Britse pond.
Posted on

Daniël Maes: “Westen zal blijven proberen Syrië te onderwerpen”

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden en gaven we de lezing van de Nederlandse filosoof en uitgever Tom Zwitser door. Een andere spreker op dit congres was pater Daniël Maes, die uit eigen ervaringen in Syrië verslag kon doen. Bij Uitgeverij De Blauwe Tijger verscheen eerder het eerste en onlangs het tweede deel van zijn Syrisch Oorlogsdagboek, nu samen met korting verkrijgbaar.

Ook van zijn lezing in Leuven is een opname gemaakt, die hieronder te bekijken is:

Posted on

Een ‘rode pil’ voor iedereen die er maar eentje hebben wil

Laatst had ik het zeldzame voorrecht om een goed boek te lezen. Het boek heet ‘Oorlog is misleiding en bedrog’ van iemand die zich identificeert als “Fre Morel”.

Een heel continent in een apocalyptische oorlog storten
Waar gaat het boek over? Het boek gaat over wat de schrijver de “eenendertigjarige oorlog” noemt. De oorlog die in 1914 tegen Oostenrijk-Hongarije en Duitsland begon met de moord op Frans-Ferdinand van Oostenrijk tot en met het neerzetten van de Sovjetvlag bovenop de Duitse Rijksdag van 1945. De oorlog die het ‘Oude Europa’, na de roerige negentiende eeuw, definitief vernietigde. Frans Jozef I, keizer van Oostenrijk en apostolisch koning van Hongarije, zei tegen de toenmalige Amerikaanse president “in mij ziet u de laatste monarch van het Oude Europa.” En inderdaad. De geschiedenis heeft hem gelijk gegeven.

Het boek documenteert als geen ander boek de tijd tot op de fatale schoten op zijn beoogde opvolger Frans Ferdinand. Opgemerkt wordt dat Frans Ferdinand, die voorstander was van een staat voor de Zuid-Slaven, vermoord werd door een voorstander van een staat voor de Zuid-Slaven genaamd “Jug-o-Slavija”. De moordenaar, Gavrilo Princip, werd dus voorgelogen door zijn opdrachtgevers en dat eindigde in de moord op de persoon bij uitstek die zijn droom zou verwezenlijken. Wie waren dan zijn opdrachtgevers, hoor ik u denken.

Nu komen we op de kracht van het boek. Het boek stelt niet teleur in het noemen van namen en rugnummers. De opdrachtgever was de organisatie ‘Zwarte Hand’, maar de Zwarte Hand was een frontorganisatie voor de Britse geheime dienst.

Ik hoor u opnieuw denken. Waarom zouden de Britten dit doen? Nou, de Britten hadden en hebben als doel Europa verdeeld te houden. Duitsland werd economisch te machtig en Rusland kreeg in die tijd heel veel invloed. Er waren zelfs al Russische plannen om Constantinopel binnen te vallen en te bezetten! De Britten voelden de druk dat indien er geen oorlog zou komen de continentale machten Duitsland, Rusland en de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie Groot-Brittannië glansrijk voorbij zouden streven. Dit moest gestopt worden. En is er een beter middel om dat te doen dan om alle drie in een oorlog te storten waarbij ze elkaar vernietigen?

Dit is een totaal andere uitleg van de feiten dan in een gemiddeld middelbare schoolboek staat en het boek stopt hier niet. Het boek ontmantelt systematisch de jaren die op de tragische gebeurtenissen van 1914 volgen op een onnavolgbare en, belangrijker nog, uiterst gedocumenteerde manier. Geen enkele (geen enkele!!) gebeurtenis in de Eerste en Tweede Wereldoorlog blijft onbenoemd; Fre Morel bekijkt ze met zijn eigen, unieke en diepe inzicht in het beschikbare feitenmateriaal.

Taalkundige overpeinzingen
Het boek is geen saaie geschiedenisles. De schrijver neemt de intellectuele ruimte wat overpeinzingen met de lezer te delen. Wat te denken van het woord “nadenken” bijvoorbeeld, lijkt dat meer op “na-apen” of “zelfstandig denken”? Mijn antwoord is dat “nadenken” in de tegenwoordige zin van het woord, vooral “na-apen” betekend. Links-liberalen associëren hun ideeën vooral met intelligentie. Wie niet kan “nadenken” is niet “intelligent”. Maar ik wil die mensen helemaal niet “na-apen in hun denken”. Als ik dan niet “intelligent” ben dan zij het maar zo. Sterker nog, hier in Vlaanderen is verbroederen zingen en drinken in een cantus. Dat is nuttiger tijdverdrijf dan links-liberalen “na-apen in denken”. Zo is zingen beter dan nadenken.

Trivia
Grappig is het boek met trivia en ‘leuke feitjes tussendoor’. Wist u bijvoorbeeld dat de Romeinse groet, tegenwoordig bekend als de ‘Hitlergroet’, een vrij normaal iets was tot en met 1941 aan toe en ook in Amerika gebruikt werd als militaire groet? Nee? Dan weet u het nu. Wist u dat dr. Jozef Goebbels zijn ideeën voor het Rijksministerie voor Volksverlichting en Propaganda baseerde op ideeën van het neefje van Sigmund Freud?

Committee on Public Information in 1916, tweede van rechts Edward Bernays

En dat het neefje van Sigmund Freud, Edward Bernays, een soort Amerikaans “Rijksministerie voor Volksverlichting en Propaganda”, het Committee on Public Information (CPI), heeft opgericht? Het CPI had onder meer als doel om via Hollywood-films de wensen van de Amerikaanse regering te propaganderen bij het volk, op een schaal waarop genoemde dr. Jozef Goebbels alleen maar kon dromen. Het is allemaal echt waar.

Dit soort opsommingen van feiten zijn alleen nuttig en geloofwaardig als er ook een register is met waar de schrijver het allemaal vandaan heeft gehaald. En het boek stelt ook daarin niet teleur. Iedereen kan het als een uitdaging zien om de feiten die de schrijver aandraagt te diskwalificeren. Waarmee we op het volgende punt aankomen.

Lezen of niet?
Het is vooral een kwestie van *willen* weten. Als de lezer zichzelf de vraag stelt: “over de Irakoorlog in 2003 is gelogen, over de Irakoorlog daarvoor is gelogen, over de oorlog in Vietnam is gelogen, over de oorlog in Korea is gelogen, zal het dan niet zo zijn dat er ook leugens zijn verteld over de Eerste en Tweede Wereldoorlog?” Als uw antwoord “ja” is (en mijn antwoord is zeker “ja!”), maar u heeft niet het feitenmateriaal voorhanden om te zeggen wat die leugens precies zijn, dan is hier uw kans uw kennis van de geschiedenis wat op te poetsen. Uw kijk op de ‘Eerste en Tweede Wereldoorlog’ zal nooit meer hetzelfde zijn.

Fré Morel ~ Oorlog is misleiding en bedrog (2e druk)

Posted on

Turkse belasting op hulpgoederen maakt Grieken Noord-Cyprus leven zuur

Rizokarpaso op het schiereiland Karpasia is een van de weinige enclaves in Noord-Cyprus waar nog Cypriotische Grieken wonen.

In de stad met zo’n 5500 inwoners wonen nog 310 overwegend hoogbejaarde Cypriotische Grieken. Toen de Turken in 1974 het noorden van het eiland bezetten en Turkse immigranten in de huizen van de gevluchte Grieken trokken, zijn zij gebleven. In eerste instantie waren er 2.000 christelijke Grieken en Libanezen uit de maronitische dorpen westelijk van Kyrenia achtergebleven. Vandaag de dag zijn het er nog een paar honderd.

Rizokarpaso ligt op het langgerekte schiereiland Karpasia in het noordoosten van Cyprus (foto: NASA).

Het Turkse bestuur heeft hen het leven steeds zwaarder gemaakt. Hun kerken werden gesloten en ontheiligd, het recht om het eigen bezit te gebruiken en het erfrecht werden ingeperkt. Hoewel mensenrechtenorganisaties deze manier van doen bekritiseerd hebben, gaat het tot op de dag van vandaag voort.

In Rizokarpaso vormen Turkse immigranten, die na de bezetting van het noordelijke deel van het eiland hoofdzakelijk uit arme gebieden van Anatolië kwamen, de meerderheid van de lokale bevolking – zoals overal in Noord-Cyprus.

Zo’n 300.000 Turken heeft Turkije naar Cyrpus laten migreren, om het gebied definitief Turks te maken. Zelfs de inheemse Turkse Cyprioten, die sinds de 16e eeuw met de Ottomaanse veroveraars op het ooit puur christelijke eiland aankwamen, zijn tegenwoordig een minderheid. Hun getal slonk tot 80.000, ten tijde van de bezetting waren het er nog 118.000.

Sinds de deling van het eiland kwam er iedere week een konvooi van de Verenigde Naties, om onder de 350 nog resterende Griekse en Libanese Cyprioten in het stadje levensmiddelen en medicamenten te verdelen. Dit regelmatige konvooi gaat terug op een al meer dan 40 jaar geldende overeenkomst tussen beide zijden, aldus de VN. Maar nu is het konvooi voor het eerst afgeblazen, omdat er voor het eerst tol geëist werd. Alleen medicamenten zijn wel afgeleverd.

Mislukte gesprekken over hereniging

Na het mislukken van de gesprekken over de hereniging van Cyprus in juli van dit jaar, vanwege de weigering van de Turkse regering om zijn troepen terug te trekken uit het noorden van het eiland, staat de situatie op het sinds 1974 gedeelde eiland in de Middellandse Zee voor het eerst sinds jaren weer op scherp. Er zijn nauwelijks nog contacten tussen de politieke leiding van Grieks- en Turks-Cyprus. De kleinste en minst beschermde minderheid, de laatste Cypriotische Grieken in het noorden van het eiland, mogen het nu ontgelden.

De Grieks-Cypriotische president Nikos Anastasiades veroordeelde de opstelling van de overheid in het noorden, die de inspanningen voor het herstel van vertrouwen tussen de gemeenschappen ondermijnt. Maar Tahsin Erturoglu, de minister van Buitenlandse Zaken van de Turkse Republiek Noord-Cyprus, die behalve door Turkije door geen enkele staat erkend wordt, zei in New York, dat zijn regering zich er niet van af laat brengen vanaf begin deze maand belasting te heffen op hulpgoederen.

Als argument voor de stap wees hij op de “vrijheid om te reizen”, die de ontvangers van de hulp in het noordelijke deel van het eiland zouden hebben. De laatste Grieken in het noorden hebben meer dan 40 jaar ervaring met intimidatie, vernederingen en het ontnomen worden van rechten door de Turkse bezetters. Ze zullen hun thuisdorpen niet meer verlaten.

De president van de Republiek Cyprus kondigde reeds aan tegen deze maatregelen, die het laatste vertrouwen kunnen verwoesten, te zullen klagen bij de Europese Unie, waarvan de Republiek Cyprus lid is en bij de Verenigde Naties.

Posted on

De heilige Nicolaas II in de Hermitage

Enkele jaren geleden besloot Nederland om in een oud protestants rusthuis aan de Amstel in Amsterdam de Hermitage Amsterdam te realiseren, tegenhanger en partner van de fameuze Hermitage in Sint-Petersburg. Het moest een museum worden gewijd aan Rusland. Rusland lag toen in Nederland en West-Europa immers redelijk goed in de markt. En als olie- en gasstaat had het heel veel geld en was dat een aanlokkelijke ‘vriend’ voor de kooplui in Nederland.

Het was een toe te juichen initiatief daar het de kennis van dit immens grote land en buur kon verbeteren. Toen het echter de deuren opende was Rusland door de VS omgedoopt tot de nieuwe vijand, een kwaadaardig imperium waarvan men niets goeds kon verwachten. Met aan het stuur Vladimir Poetin, een monster, dictator, massamoordenaar, dief en een door en door corrupt figuur. Zeker als we onze media moeten geloven.

De moeilijke geschiedschrijving

Toch blijft de Hermitage aan de Amstel doorgaan met tijdelijke tentoonstellingen zoals in 2014 over de Russische rol bij de Zijderoute naar China. Een uitstekende expositie die vele voor buitenstaanders onbekende aspecten van die relatie blootlegde. Het toonde hoe handel daarnaast ook wetenschap en cultuur in al hun aspecten naar de volkeren bracht die toen het gebied tussen China en Rusland bevolkten.

Nu loopt nog tot dit weekend de tentoonstelling “1917 Romanovs & Revolutie”. Het bespreekt het leven van tsaar Nicolaas II nu honderd jaar na de Russische revolutie van 1917. Het jaar toen de bolsjewieken met Vladimir Lenin in Petrograd de macht grepen en wereldgeschiedenis schreven. Het zou de wereld intens veranderen. De tentoonstelling is echter een misser van formaat. Spijtig.

De Hermitage Amsterdam, een prachtig gebouw, wil de culturele banden met Rusland versterken. Ondanks de koude oorlog van Washington en haar vazallen met Moskou.

 

Het schrijven van geschiedenis is steeds een heikele zaak. Veelal is dit het werk van de dienaars van de overwinnaars, de machtigen die de cultuur beheersen en ervoor zorgen dat zij er in de geschiedschrijving goed uitkomen. De voorbeelden hiervan zijn legio.

Zelfs over de instorting van het Romeinse Rijk 1600 jaar terug zie je nog hoe Duitse historici en Italiaanse geschiedkundigen er niet zelden een andere visie op nahouden. Het zijn de Germaanse veroveraars versus de Romeinse veroveraars. Geschiedschrijving is een aartsmoeilijk onderwerp en een kwestie van niet alleen bronnenmateriaal maar ook van de culturele instelling van de geschiedkundigen zelf. Hoever kunnen zij zich aan hun achtergrond onttrekken?

Russische geschiedenis nog eens herschreven

Ook hier met deze tentoonstelling is deze negatieve beïnvloeding goed merkbaar. Met de val van de Sovjetunie en de Russische KP in 1990 is men, zeker en vooral in Rusland, begonnen met het herschrijven van de Russische geschiedenis ten nadele van Lenin en zijn opvolgers.

En dus krijgen wij hier in het Hermitage het verhaal van de bijna heilige tsaar Nicolaas II die samen met zijn gezin door de bolsjewieken is vermoord. Daarbij poogt men zoveel mogelijk de schuld voor alles wat tijdens zijn leven misliep in de schoenen van anderen te schuiven. Mijlen ver van Nicolaas II.

Natuurlijk kan men ook hier niet voorbijgaan aan een aantal gruwelijke episodes uit het korte leven van de tsaar. Maar telkenmale ligt voor de makers van deze tentoonstelling de oorzaak voor deze reeks desastreuze beslissingen bij anderen. De rampzalige nederlaag met de oorlog tegen de Japanners van 1904-1905 rond de bezetting van het Chinese Mantsjoerije bijvoorbeeld.

Of het bloedig neerslaan van de vreedzame betoging van 9 januari 1905 toen tienduizenden gewoon alleen maar hulde wilden brengen aan ‘hun’ tsaar en hem slechts een petitie wilden overhandigen betreffende de miserie waarin zij leefden. Neen, het bloedbad was de schuld van anderen, de slechte adviseurs. Gemakkelijk niet?

Priester en ‘genezer’ Grigori Raspoetin was een ongeletterd seksueel pervers figuur. Nicolaas II, het hoofd van de Russisch orthodoxe kerk, steunde hem voluit. Dit terwijl huwelijkstrouw voor zijn kerk essentieel was.

Hetzelfde met het incident op 27 mei 1896 toen een massa in Sint-Petersburg de kroning van de nieuwe tsaar vierde. Op zijn uitnodiging. Het was een barslecht georganiseerd evenement waar als gevolg van een stormloop bijna 1.400 mensen omkwamen.

Nadien ging de tsaar gewoon naar een door de Franse ambassade gegeven bal. Slecht advies klinkt het als excuus in de Hermitage. Dat sommigen in zijn omgeving die raad gaven klopt. Maar hij ging wel en keek zo neer op het lijden van de mensen die zijn kroning kwamen vieren. Hoe diep kan je zakken?

Trouwens, hij liet steevast alle adviezen die hem niet aanstonden links liggen, of die nu van de machteloze Doema kwamen of van toppolitici als zijn ministers Sergej Witte of Piotr Stolypin. Allemaal negeerde hij ze als het hem niet aanstond. De man was in de traditie van de Romanovs een autocraat die alleen maar minachting had voor zijn medemens, behalve als het in zijn kraam paste.

Het was uiteindelijk hij die besliste om elke vraag voor politieke hervormingen te negeren, het was hij die besloot tot de gebeurtenissen die leiden tot de oorlog met Japan en het was hij die een al in een verre staat van chaos verkerend Rusland naar een oorlog met Duitsland voerde. Een oorlog die gezien de krachtsverhoudingen voor zijn land niet te winnen was.

De autocraat weet het beter

De man leefde in een soort ivoren toren en gaf vanuit zijn bijna totaal isolement het ene bevel na het andere, met steeds meer rampzaliger gevolgen. Had hij goed nagedacht en anno 1914 naar de politieke en economische toestand gekeken dan had hij door het mobiliseren van zijn leger nooit een oorlog met Duitsland uitgelokt. Zelfs al zocht een uiterst agressief Duitsland toen eender wat excuus voor oorlog. Maar dat wist men in Petrograd, Parijs, Londen en Brussel.

Tsaar Nicolaas II bestuurde begin 20ste eeuw Rusland nog als een alleenheerser, een autocraat die niet besefte dat Rusland zeer dringend behoefte had aan een aan de tijd aangepast politiek systeem. Het werd zijn ondergang.

Kijk naar het lot van zijn eerste-minister Piotr Stolypin die zich keerde tegen Grigori Raspoetin, de gekke priester, en diens overheersende invloed op het gezin van de Tsaar en zijn hofhouding. De man bekocht het met zijn leven. En als de koning van Denemarken en later de Britse ambassadeur hem tot rede pogen te brengen negeert hij ook dat. Een autocraat luistert niet, hij geeft bevelen.

 

Neen, de oorlogen met Japan en later Duitsland kosten een gigantisch fortuin aan de natie en aan miljoenen Russen het leven. Een gevolg van het beleid van slechts een man: Nicolaas II. De latere Britse premier Ramsay MacDonald omschreef de tsaar als een ‘blood stained creature and common murderer’. Het kon niet beter worden gezegd.

En dat in 1917 in twee fasen aan zijn alleenheerschappij een einde kwam is dan ook alleen zijn schuld. Jazeker, Lenin was een door de Duitsers betaalde couppleger maar hij kon alleen maar invloed krijgen en slagen dankzij het wanbeleid van Nicolaas II. En dat Vladimir Lenin en zijn bolsjewieken geen lieverds waren is daarbij van geen tel.

Een revolutie is geen picknick maar een erg bloederige zaak. In Frankrijk haalde men de guillotine boven. Noodlottig voor zelfs de eigen leiders. In het Rusland van Lenin en Leon Trotski was dat niet beter. En ook hier vielen de leiders van de opstand bij bosjes. Tot en met Trotski zelf.

Het ontbrak het Rusland van Nicolaas II aan een voldoende stevige middenklasse van ondernemers, middenstanders en rijke boeren om de broodnodige economische, culturele en politieke hervormingen door te duwen. In de plaats kwam dan maar een enorm bloedbad met Lenin als de winnaar.

Deze en zijn kameraden maakten van Rusland uiteindelijk die moderne industriële natie die in 1941 wel in staat was Duitsland te weerstaan en zelfs te verslaan. Die hervormingen kosten echter wel heel veel mensenlevens. Maar misschien zelfs minder dan onder Nicolaas II. Maar zeker is dat diens bestuur nergens toe leidde, behalve dan steeds meer miserie.

Neen, in plaats van een deftige analyse van het Rusland onder de Romanovs en het beleid van Nicolaas II krijgt men in de Hermitage Amsterdam een bijwijlen aandoenlijk eerbetoon aan die ‘common murderer’.

Typerend is de er getoonde liefdesbrief van Nicolaas II aan zijn Duitse echtgenote. Hoe mooi toch dat een man die zijn land de vernieling induwde zijn vrouw zo graag zag. Had hij maar dezelfde liefde getoond voor zijn onderdanen. Want dat waren de Russen voor hem: Onderdanen. En die moeten luisteren en doen wat men van hen eist. Nicolaas wist het immers allemaal veel beter.


Hermitage Amsterdam, Amstel 51, Amsterdam. Dagelijks te bezoeken van 10 tot 17 uur. Volle entreeprijs 17,5 euro.

De volgende tentoonstelling gaat over Hollandse oude meesters in de Hermitage in Sint-Petersburg. En dat zijn er wat. Als ze nadien dit keer echter maar naar hun plaats terugkeren.

Posted on

De staatsman en zijn beleid

The Putin Interviews is een documentaireserie over de Russische President Vladimir Poetin door de Amerikaanse filmmaker Oliver Stone. De eerste aflevering verscheen in de Verenigde Staten van Amerika op 12 juni 2017 voor het publiek. Stone ziet zichzelf als dramaticus, dus als iemand die over personen en hun ontwikkelingen schrijft en deze op beeld weergeeft. Met Poetin mocht hij over 2 jaar talloze uren aan gesprekken opnemen, wat uiteindelijk leidde tot een bijna 4 uur durende documentaire verdeeld over 4 afzonderlijke afleveringen.

Hete hangijzers

Het is Stone die Poetin ondervraagt, uiteraard ook over de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Rusland, die al jaren stroef lopen. Volgens de Russische president is echter het buitenlandbeleid van de VS altijd hetzelfde gebleven ongeacht welke President er zat en dat zal met Donald Trump niet veranderen. Dit heeft van doen met de macht van de bureaucratie. Een heet hangijzer is Oekraïne, waar in 2014 een gewapende machtsovername plaatsvond, gesteund door de VS. Men blijft van Russische zijde uitleggen dat volgens hen de Krim niet geannexeerd is, maar middels een door Rusland ondersteund referendum bij het land kwam. Poetin merkt op dat men bij andere landen in Oost-Europa een zekere onrust opstookt tegen Rusland.

Zeer actueel is de rol en achtergrond van de Russische activiteiten in Syrië. Het land werkt samen met het Assad-regime om terroristen van Al-Qaida te bestrijden. Er vechten zo maar 5000 Russen aan de kant van de terroristen. Maar het is daar bovenal een wespennest geworden, er zijn talloze landen aanwezig, naast Rusland speelt ook Iran een rol en natuurlijk de VS. Daarbij zijn er meerdere westerse landen die daar met vliegtuigen bombardementen uitvoeren.

Een ander heet hangijzer is de digitale informatiestrijd tussen landen. Rusland heeft een nieuwe sleepwet voor datacollectie en tapt burgers af, de Amerikanen verzamelen informatie over de hele wereld, iets wat pas goed duidelijk werd na de verklaringen van Edward Snowden. Rusland stond wel open om hem uit te wisselen met vermeende Russische criminelen die in de VS zitten, maar het land wilde hierover geen akkoord sluiten.

Interessant zijn ook de bespiegelingen van Vladimir Poetin over Rusland en de maatschappij, als een samenleving van verschillende volkeren waar altijd interactie is geweest tussen de religies islam, orthodoxie en jodendom. Deze volkeren zien Rusland als hun thuisland, weet Poetin. Alle religies zijn in bloei, na het verdwijnen van het communisme. Er wordt tevens gekeken naar bevolkingspolitiek en men ziet het traditionele gezin als basis voor de samenleving en daarom is er ook de wet die kinderen tijdens hun schooltijd beschermt tegen homopropaganda.

Vladimir Poetin

Het verhaal van de Russische president zelf, opgegroeid in Leningrad (thans Sint-Petersburg), gedisciplineerd door het beoefenen van judo, Russisch-Orthodox van religie en na een rechtenstudie via het veiligheidsapparaat opgeklommen in de hiërarchie van de Sovjet-Unie. Jeltsin zou hem zomaar de macht hebben overgedragen in 2000, iets dat Poetin een opvallende ontwikkeling vond. Inmiddels vijf moordaanslagen verder zit Vladimir Poetin al bijna 20 jaar bovenaan de machtsstructuur. Stone laat terloops vallen dat dit erg lang is en dat iemand zomaar kan denken voor altijd nodig te zijn op een dergelijk positie. 

In de documentaire krijgen we meer te zien dan men zou verwachten uit de leefwereld van president Poetin, hij laat in alle rust zijn werkkamers zien en legt hier en daar wat uit. Ook zijn er beelden van het Rode Plein waar een manifestatie van het leger plaatsvindt. Het is een prima keuze geweest om te werken met ondertiteling van de woorden van Poetin en hem niet te vervangen door de stem van een Engelstalige spreker. Dit komt helder en oprecht over, hem te horen in het Russisch. Poetin lijkt ontspannen, lacht geregeld en neemt bij de lastige vragen een serieuze houding aan. We leren dat de president hard werkt, bijna altijd bezig is en nauwelijks rust neemt.

Goede aanzet

Het is een documentaire van belang, want het wordt op een moment naar buiten gebracht dat het voor mensen buiten Rusland zeer lastig is om objectieve informatie uit het land te verkrijgen, over hoe men daar tegen belangrijke kwesties aankijkt. Juist daarom is het wenselijk om uit de mond van de staatsman zelf te horen wat het beleid van Rusland is en dit in beeld gebracht door een filmmaker met verstand van zaken. Het publiek ontvangt dan ook veel kennis en inzichten en kan vervolgens zelf beoordelen en afwegen wat hiervan te vinden.

Op de momenten dat Oliver Stone vervolgvragen stelt komen er zaken naar voren die wel zullen verbazen. Zoals het ondersteunen met geld en raad van terroristen in Tsjetsjenië en op de Kaukasus door de Amerikanen, die zich ook zeer openlijk mengden in de Russische verkiezingen van 2012 en het enorme militaire budget van de VS in verhouding tot de rest van de wereld.

We leren Vladimir Poetin door deze film meer dan ooit kennen als een staatsman, die zichzelf als een patriot beschouwt en Rusland wil dienen. Poetin kan inderdaad terecht wijzen op de economische verbeteringen en heeft daarbij de Russen weer wat trots en het land een plek in de wereld teruggegeven. President Poetin zal nog wel even op die plek zitten, het wordt daarom tijd om ons eens wat meer open te staan voor de politiek van Rusland. Deze documentaire geeft hier een goede aanzet toe.

Posted on 1 Comment

President Moldavië wil Associatieverdrag opzeggen: ‘Het heeft ons niets gebracht’

De president van Moldavië, Igor Dodon zei gisteren (17 januari) op een gezamenlijke persconferentie met de Russische president Vladimir Poetin, dat hij hoopt dat het Associatieverdrag van Moldavië met de Europese Unie zo snel mogelijk opgezegd wordt als zijn politieke partij na de parlementsverkiezingen aan de regering komt.

Momenteel moet de eurosceptische president nog samenwerken met een eurofiele regering. De partijen die deze regering vormen staan er, mede door diverse corruptieschandalen, in de peilingen echter erbarmelijk voor. Als de huidige stemming onder de bevolking aanhoudt kan Dodons PSRM na de parlementsverkiezingen, die in november 2018 moeten plaats vinden, een regering vormen met de eveneens eurosceptische Partidul Nostru.

Als symbolische daad was het eerste buitenlandse bezoek dat de nieuwe president aflegde aan Moskou. “Dit is het eerste bezoek van een Moldavische president sinds negen jaar”, aldus Dodon, waar hij aan toevoegde dat vorige presidenten vooral Brussel bezochten.

Dodon, die afgelopen november de presidentsverkiezingen won van de eurofiele kandidaat Maia Sandu, wil daarentegen de economische banden met Rusland herstellen.

Het [Associatieverdrag met de Europese Unie]  heeft niet positiefs gebracht voor Moldavië. We zijn de Russische markt kwijt geraakt terwijl onze export naar de Europese markt ook afnam.

Dodon hoopt dat zijn PSRM eind 2018 daadwerkelijk de parlementsverkiezingen zal winnen en in de aanloop daar naartoe wil hij voorbereidend werk doen voor aansluiting bij de Euraziatische Economische Unie.

De Moldavische president stelde echter niet het economische maar vooral het politieke en culturele aspect voorop. Waarbij hij de positie van Moldavië als onafhankelijke staat en de Moldavische identiteit bedreigd ziet door de Europese integratie.

Vorig jaar hebben Moldavische burgers hun stem uitgebracht voor de waarden die de president van Moldavië hoog moet houden. Ze kozen voor het in stand houden van onze statelijkheid en neutraliteit, voor het schikken van de Transnistrische kwestie en het behoud van onze traditionele Orthodoxe, christelijke waarden. Deze drie aspecten zijn van fundamentele betekenis en kunnen niet beschermd of bevorderd worden buiten een strategisch partnerschap met de Russische Federatie.

Posted on

Van Ecevit tot Erdoğan: Een korte geschiedenis van pro-Amerikaanse staatsgrepen in Turkije

Momenteel doet het volgende ‘narratief’ de ronde in het publieke debat: Erdoğan eigent zich te veel macht toe en is Turkije aan het islamiseren. Daarom trad het Turkse leger als hoeder van de seculiere staat met een staatsgreep op, net zoals het had gedaan in 1960, 1971, 1980 en 1997. Het is eigenlijk betreurenswaardig dat het leger misgreep, want nu heeft Erdoğan alle ruimte om zijn greep op de macht verder te verstevigen. En wie weet was deze mislukte samenzwering wel een valse vlag-operatie van Erdoğan zelf? Dit narratief klinkt misschien aannemelijk, maar gaat voorbij aan de feiten.

Het klopt dat Erdoğan bezig is met het consolideren van zijn macht. Hij heeft een hoop tegenstanders en heeft in de afgelopen dertien jaar met zijn AKP-regering alle tijd gehad om een lijst van die tegenstanders samen te stellen. Deze lijst werkt hij nu af. Ook klopt het dat zijn AK-partij Turkije gestaag aan het islamiseren is. Iedereen die wel eens op vakantie is geweest in Turkije, en daar een in een appelsapglas vermomd en buitensporig geaccijnst biertje heeft gedronken, weet dat. The times they are a-changin, oftewel: er komen andere tijden.

Wat echter niet klopt is dat het leger de hoeder van de seculiere staat zou zijn. Dat is het namelijk niet. Tijdens vrijwel alle voorgaande staatsgrepen was het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat hoogstens een bijwerking van een andere doelstelling: het behouden van de controle over de staat zelf. Turkije leek zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen, iets wat het pro-Amerikaanse Turkse leger koste wat het kost wilde voorkomen.

De Koude Oorlog en Bülent Ecevit

Zonder teveel terug te gaan in de tijd, is het van belang om de geschiedenis van het moderne Turkije wat nader te aanschouwen. Turkije is in 1923 verrezen uit het as van het doodzieke Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen door de Britten en Fransen kunstmatig in leven werd gehouden om te voorkomen dat de Russen het land zouden veroveren (of heroveren, wanneer men het bekijkt vanuit het Orthodoxe perspectief van de Russische Tsaar van destijds).

Deze verrijzenis was zonder meer de verdienste van Mustafa Kemal, die tot grote onvrede van Groot-Brittannië en Frankrijk de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog won. Kemal staat erom bekend dat hij in 1924 de Moskee van de Staat scheidde, net zoals hij anderhalf jaar eerder de decadente Osmaanse dynastie van de Staat scheidde (en de Ottomanen op hun beurt in 1453 de Keizer en de Kerk van de Staat scheidden). Rond diezelfde tijd verplaatste hij ook de hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, en werd het Osmaanse ‘Kostantiniyye’ definitief omgedoopt tot het huidige Istanboel. Vanwege zijn verrichtingen kreeg Kemal in 1934 officieel de titel ‘Atatürk’, oftewel Vader der Turken. Atatürk overleed in 1938.

De kemalistische beweging was van oorsprong naast seculier en nationalistisch ook links. Zodoende had de Turkse Republiek onder Atatürk ook de banden met de Sovjet-Unie aangehaald, in bijzonder in de vorm van een niet-aanvalsverdrag. Dit was bijzonder, want de Ottomanen en de Russen waren van oudsher rivalen. Dit veranderde echter weer in aanloop naar en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de daaropvolgende Koude Oorlog uitbrak, voer de Turkse politiek reeds enige tijd een pro-Amerikaanse koers onder het presidentschap van İsmet İnönü.

Gedurende de Koude Oorlog zijn er meerdere staatsgrepen geweest in Turkije: in 1960, 1971 en 1980. Dit waren allemaal pro-Amerikaanse, rechts-nationalistische coup d’états. Tijdens de putsch van 1960 was dit uitdrukkelijk het geval toen juntawoordvoerder Alparslan Türkeş het geloof en vertrouwen van de junta in de NAVO uitsprak.[1] Türkeş was een van de eerste leden van de Contra-guerrilla, een in 1952 door de NAVO en CIA opgerichte anticommunistische paramilitaire organisatie die de invloed van de Sovjet-Unie in Turkije moest tegengaan.[2] De VS had vergelijkbare organisaties opgericht in Zuid-Amerika, waaronder Nicaragua.[3] De junta zuiverde onder meer het leger, de rechterlijke macht en de universiteiten, en arresteerde verschillende bewindspersonen. Onder andere de Turkse premier Adnan Menderes, die voornemens was om geldsteun te vragen aan de Sovjet-Unie, werd geëxecuteerd.

De staatsgreep van 1971 droeg een ietwat ander karakter. Turkije stond in het teken van toenemende sociale onrust, in bijzonder oplaaiend geweld tussen communistische en rechts-nationalistische groeperingen, en had een weinig daadkrachtige regering. Het was deze keer echter geen gewelddadige staatsgreep, maar een zogeheten ‘coup via memorandum’ dat de regering ten val bracht. Het memorandum werd door Memduh Tağmaç, de opperbevelhebber van het Turkse leger, overhandigd aan de gematigde premier Süleyman Demirel, die spoedig opstapte. Velen werden door de junta vervolgd vanwege communistische sympathieën en banden met de Sovjet-Unie. Onder andere de linkse journalisten İlhan Selçuk en Uğur Mumcu werden destijds gemarteld in de Ziverbey-villa. Ook de net opgerichte partij van Necmettin Erbakan, de leider van de islamitische Millî Görüş-beweging, werd verboden, al werd hij zelf niet vervolgd. Kort na de machtsovername besloot de kemalistische partij CHP onder leiding van İnönü om met de putschisten samen te werken. Dit besluit werd echter niet door iedereen even goed ontvangen: de toenmalige secretaris-generaal van de CHP, Bülent Ecevit, stapte uit protest tegen het besluit op.


De coup van 1980 was echter de meest gewelddadige staatsgreep in de moderne Turkse geschiedenis. In de jaren zeventig stierven in aanloop naar de coup waarschijnlijk zo’n vijfduizend mensen in een proxy-oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een dieptepunt vond plaats op de Dag van de Arbeid in 1977, toen een enorm bloedbad werd aangericht op het Taksimplein in Istanboel. Een van de meest ‘productieve’ strijdende groeperingen was de Grijze Wolven, de paramilitaire tak van de in 1969 opgerichte rechts-nationalistische MHP. De leider van de MHP was Alparslan Türkeş, de woordvoerder van de staatsgreep van twintig jaar terug.

Volgens juntaleider Kenan Evren was ook nu een staatsgreep de enige manier om rust en orde terug te brengen in Turkije. Evren was op dat moment opperbevelhebber van het Turkse leger en had ervaring opgedaan in de Koreaoorlog en als leider van de Contra-guerrilla.[4] Na de coup werd Evren, die uiteindelijk in 2014 zou worden gedegradeerd tot soldaat eerste klasse, president van de Turkse republiek en opperbevelhebber van het Turkse leger.

Wie vindt dat de huidige AKP-regering te ver doorschiet met de arrestaties en schorsingen van tienduizenden agenten, soldaten, rechters en docenten,[5] zal het optreden van de junta van 1980 al helemaal een overreactie vinden. In totaal werden toen 250.000 tot 650.000 mensen gearresteerd en 1.683.000 op een zwarte lijst geplaatst. Verder stierven 300 mensen onder verdachte omstandigheden, 299 in de gevangenis, 171 door marteling, 95 tijdens gevechten en 50 door executies. De fraaie Turkse dramafilm Babam ve Oğlum (‘Mijn Vader en Mijn Zoon’) gaat overigens over deze periode. Verder mochten kranten driehonderd dagen lang niet meer publiceren en werden alle politieke partijen verboden.[6] Vooraanstaande politici van alle partijen kregen een jarenlang beroepsverbod opgelegd, waaronder de islamist Erbakan, de gematigde Demirel, de recht-nationalist Türkeş en de kemalist Ecevit.

Wat echter van fundamenteel belang is om te weten, is dat de junta van 1980 Turkije niet minder, maar juist meer islamitisch heeft gemaakt. En dat deed het doelbewust. Kenan Evren was dermate bezorgd over de opkomst van het communisme, dat hij de islam als een alternatief en tegengif promootte. Het was onder Evrens heerschappij dat islamonderwijs op alle Turkse scholen werd verplicht. De pro-Amerikaanse junta betekende dus het einde van het klassieke kemalisme en het begin van wat wel de ‘Turks-islamitische synthese’ wordt genoemd.[7]

Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was dus duidelijk niet de hoofddoelstelling: het ging om het behouden van de controle over de staat zelf. Dat verklaart ook waarom eveneens kemalisten werden vervolgd, waaronder dus Bülent Ecevit, die zonder twijfel meer seculier was dan de junta zelf. Bülent stond bekend als een eigenwijs politicus: hij wilde in lijn met de kemalistische traditie een ongebonden Turks binnenlands en buitenlands beleid. Het was dan ook onder zijn regering dat in 1974 de Turkse invasie van Cyprus plaatsvond.

Maar er speelde meer. Zoals hierboven al is opgemerkt, maakte generaal Evren deel uit van de Contra-guerrilla. Omstreeks dezelfde tijd als de invasie van Cyprus vertelde Ecevit het Turkse publiek echter over het bestaan van deze paramilitaire organisatie. Enkele jaren later deelde Ecevit ook publiekelijk zijn vermoeden dat dezelfde organisatie betrokken was bij het reeds genoemde bloedbad op het Taksimplein: hij vond het verdacht dat rechts-nationalistische strijders minutenlang op het linkse publiek konden schieten zonder dat de politie ingreep. Zodoende liet hij in 1978 openbaar aanklager Doğan Öz onderzoek doen naar de banden tussen de Contra-guerrilla en de Grijze Wolven. Öz werd kort na het afronden van zijn onderzoek doodgeschoten door een Grijze Wolfen-lid.

Bülent is in zijn leven zelf mogelijk negenmaal doelwit geweest van mislukte moordaanslagen.[8] Zo ontsnapte hij in 1976 ternauwernood aan een moordaanslag in New York bij het Waldorf Astoria-hotel, waar een Cyprioot die tijdens de invasie van Cyprus zijn arm had verloren een geladen pistool op Ecevit richtte. Ook een jaar later ontsnapte Ecevit aan een moordaanslag op het vliegveld van Izmir. De regering-Demirel wist verder een moordcomplot tegen Ecevit tijdens een bijeenkomst op het Taksimplein te verijdelen. Ecevit heeft zelf ook altijd volgehouden dat zijn omstreeks 2002 snel verslechterde gezondheid het werk was van de VS, omdat hij een obstakel was voor de Irakoorlog.[9]

In de aanloop naar de Irakoorlog raakte de VS haar vertrouwen in Ecevit namelijk voorgoed kwijt. Ecevit, die na de coup van 1980 een nieuwe kemalistische partij had opgericht, had het in 1999 voor elkaar gekregen om namens deze DSP opnieuw premier te worden. De nieuwe premier was tegen de Amerikaanse oorlogsplannen en weigerde steevast de VS toestemming te geven voor de stationering van een invasiemacht in Turkije, dat immers grenst aan Irak. De val van de Ecevits regering in 2002, en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag van de DSP, was voor de regering-Bush dan ook een geschenk uit de hemel.[10] Ecevit overleed in 2006.

Recep Tayyip Erdoğan versus Fethullah Gülen

De kers op de taart van de VS was de enorme verkiezingsoverwinning van een nieuwe, in 2001 opgerichte partij. Met het einde van de Koude Oorlog kwam het tijdperk van het Turkse rechts-nationalisme langzaam ten einde en vond een heropleving van het Turkse islamisme plaats. De VS zag daarom in dat een nieuwe bondgenoot moest worden gevonden in deze hoek. De kersverse AK-partij van Erdoğan kwam dus zeer gelegen. De nieuwe AKP-regering had namelijk wel oren naar het stationeren van een Amerikaanse invasiemacht in Turkije. Tijdens de stemming in het Turkse parlement stemde tweederde van de AKP-kamerleden voor de stationering. Dit was echter niet genoeg voor een parlementaire meerderheid, omdat onder meer de CHP en de gedecimeerde DSP tegenstemden. De eindstand was 264–250.[11] Niettemin werd Turkije door Bush genoemd als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.[12]

De AKP-partij heeft een bewogen oorsprong, want het komt onder andere voort uit de in 1997 verboden partij van Necmettin Erbakan. Zoals al werd opgemerkt, was Erbakan een van de mensen die tijdens de staatsgrepen van 1971 en 1980 steeds weer zijn politieke carrière voortijdig beëindigd zag worden. Dit gebeurde wederom tijdens de geweldsloze staatsgreep van 1997, die bekend staat als de ‘postmoderne coup’. De regering-Erbakan werd overigens na haar verkiezingsoverwinning een jaar eerder al koeltjes ontvangen door de Europese Unie en de NAVO. De vrees was namelijk dat Erbakan de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen.[13] Tijdens deze staatsgreep kreeg ook de nieuwe burgermeester van Istanboel, Recep Tayyip Erdoğan, een gevangenisstraf en een beroepsverbod vanwege het voordragen van een militant islamitisch gedicht. Dit beroepsverbod liep af in 2002, toen hij formeel de leider werd van de AK-partij (informeel was hij dat al).

De AK-partij herbergt verschillende stromingen met redelijk overeenkomende doelstellingen: moslimdemocraten zoals Abdullah Gül, Moslim Broederschap-achtigen zoals Bülent Arınç, neo-Ottomanen zoals Ahmet Davutoğlu, en bovenal populisten zoals Recep Tayyip Erdoğan. Laatstgenoemde is zonder meer radicaler dan de meer gemoedelijke Gül, maar qua binnenlandsbeleid juist gematigder dan Arınç en qua buitenlandsbeleid weer gematigder dan Davutoğlu. Erdoğan bleek echter wel in staat om al deze verschillende stromingen te verenigen en tegelijkertijd zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands. Wel zijn alle AKP-stromingen in meer of mindere mate ‘islamistisch’.

Erdoğan vond aanvankelijk een bondgenoot in de charismatische imam Fethullah Gülen en zijn invloedrijke Hizmet-beweging. Om een indruk te geven van de invloed van deze beweging: Gülen wordt door TIME genoemd als één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld,[14] en zijn beweging heeft een geschat vermogen van 25 miljard dollar.[15] Naar verluid zijn miljoenen mensen onderdeel van het complexe netwerk dat deze beweging vormt. Dit netwerk is door velen in verband gebracht met de CIA, al heeft Gülen die band altijd ontkend.[16] Wel staat de imam bekend als pro-Amerikaans, en ook pro-Israël, en woont hij tegenwoordig in een enorme villa in Pennsylvania, Amerika.[17]

De Hizmet-beweging werkt niet door middel van partijpolitiek, maar door middel van wat de neomarxist Rudi Dutschke eens de ‘lange mars door de instituties’ noemde: het stapsgewijs doordringen van justitie, politie, leger, media en onderwijs. Veel van zijn aanhangers hebben bijvoorbeeld rechten gestudeerd om daarmee op schakelposities binnen de Turkse justitiële apparaat te komen. Verder zijn wereldwijd, en met name in Turkije en de VS, duizenden scholen op de Gülenistische leest geschoeid om onder meer Gülens uitleg van de islam te onderwijzen. In Gülens eigen woorden: “Oplossingen op systemische, institutionele of beleidsniveau zijn gedoemd te mislukken wanneer het individu wordt verwaarloosd. Daarom is mijn eerste en belangrijkste pleidooi voor het onderwijs geweest.”[18]

Vaak wordt Gülen beschreven als een ‘liberale’ of ‘gematigde’ moslimgeestelijke, maar die omschrijving is onjuist. Deze imam predikt een buitenissige vorm van islamisme en nationalisme: voor hem zijn de Turken een uitverkoren volk en is de Turkse islam een ‘cadeau voor de mensheid’.[19] In 1999 vertrok Gülen naar de Verenigde Staten, omdat zijn antiseculiere filosofie in opspraak raakte in Turkije, al heeft hij zelf altijd volgehouden dat hij vanwege een medische behandeling uit zijn geboorteland vertrok. Hoe dan ook, een jaar later werd hij aangeklaagd en in afwezigheid veroordeeld door de toenmalige overheid onder leiding van, u raadt het al, Bülent Ecevit. Volgens de openbaar aanklagers was Gülen de ‘sterkste en meest doeltreffende islamitische fundamentalist in Turkije’ die ‘zijn methoden met een democratisch en gematigd imago camoufleert’.[20]

Fethullah Gülen liet het niet bij deze vervolging zitten. Omstreeks 2001 zocht hij toenadering tot de nieuw opgerichte AK-partij van Erdoğan. Die toenadering mocht baten: in 2008 werd hij alsnog van alle beschuldigingen vrijgesproken.[21] Omdat Gülenisten aanzienlijke macht hadden vergaard in het Turkse overheidsapparaat, in bijzonder bij justitie en politie, kreeg het van de AKP de ruimte om af te rekenen met gedeelde tegenstanders. Zo werden verschillende rechtszaken tegen critici van Gülen en de Hizmet-beweging begonnen. De voormalige politiecommissaris Hanefi Avcı, die een boek had geschreven over Gülenistische infiltratie van de politie, werd bijvoorbeeld aangeklaagd wegens vermeende banden met communistische organisaties. Ook de vakbondsman Ahmet Şık, die een kritisch boek schreef over de banden tussen de AKP en Gülen, werd aangeklaagd.

De belangrijkste rechtszaken waren echter tegen kemalistische elementen in het Turkse leger.[22] Onder andere twee grote processen stonden onder leiding van Gülenisten: de Operatie Balyoz-zaak en de Ergenekon-zaak. In beide zaken werden vele kemalistische soldaten en legerleiders, in totaal zo’n 230 personen, aangeklaagd en ontslagen vanwege vermeende couppogingen tegen de nieuwe AKP-regering. Onder andere de kemalistische generaal Çetin Doğan, die werd verdacht de leider van Operatie Balyoz te zijn, werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Er is veel over deze twee zaken geschreven en de werkelijke toedracht zal wel nooit helemaal worden gekend. Inmiddels is echter wel duidelijk geworden dat de aanklachten berustten op ontoereikend en zelfs vervalst bewijsmateriaal; onder andere de handtekeningen van Doğan en andere generaals werden vervalst. Veel aanklagers bleken inderdaad banden te hebben met de Hizmet-beweging. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur Eric S. Edelman herinnerde zich nog hoe een Gülenist hem al in 2005 benaderde met een document dat de naderende coup zou aantonen. Bij nader onderzoek bleek het document te zijn vervalst.[23] Het waren dus zeer waarschijnlijk niet-bestaande, verzonnen plots. Uiteindelijk werden alle verdachten en veroordeelden in beide zaken volledig vrijgesproken.[24] Die vrijspraken volgden, niet toevallig, kort na de beruchte breuk tussen Gülen en Erdoğan.

Sinds het begin van het huidige decennium waren er al een aantal aanvaringen tussen Erdoğan en Gülen. In bijzonder had Gülen felle kritiek op de regering-Erdoğan inzake het Turkse scheepskonvooi voor Gaza en het daaropvolgende diplomatieke conflict tussen Israël en Turkije. Gülen, die in 2010 nog de AKP-campagne steunde in het referendum over een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, was ook niet te spreken over de uitkomst daarvan. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een breuk tussen de AK-partij en de Hizmet-beweging.

Dat veranderde in de loop van 2013. Tijdens de maandenlange en enorme Gezipark-protesten tegen het beleid van de regering-Erdoğan kregen de overwegend linkse demonstranten bijval van Gülen, en dat zette kwaad bloed bij Erdoğan. Niet veel later kwam de AKP-regering met een wetsvoorstel om verschillende private scholen te sluiten, wat dus zonder meer negatieve gevolgen zou hebben voor de Hizmet-beweging. Het conflict tussen de twee kampen escaleerde verder toen openbaar aanklagers en politieagenten tientallen aan Erdoğan verbonden personen onderzochten vanwege corruptie. In twee grote zaken werd onder meer onderzoek gedaan naar AKP-ministers en Erdoğans twee zonen, Ahmet en Bilal. Erdoğan antwoordde op zijn beurt door politieagenten en anderen bij de corruptiezaak betrokken personen te laten arresteren.

Deze voorgeschiedenis maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de staatsgreep van 15 juli 2016 te maken had met het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat. Formeel deden de coupplegers inderdaad een beroep op de ‘seculiere democratische’ staat en was de naam van de junta gebaseerd op de uitspraak van Atatürk ‘vrede thuis, vrede in de wereld’. De putschisten maakten in dezelfde verklaring echter ook duidelijk dat de NAVO-verplichtingen zouden worden nakomen.[25] Het is daarom aannemelijk dat de seculiere retoriek bewust door de coupplegers werd gebruikt om te insinueren dat het een kemalistische junta was en geen Gülenistische.[26] Tevens is het op basis van de hele voorgeschiedenis niet onaannemelijk dat rechts-nationalistische elementen in het leger bij deze staatsgreep betrokken waren.

Dat gedeelte over het nakomen van NAVO-verplichtingen is van wezenlijk belang. Het is inmiddels duidelijk geworden dat die verplichtingen inderdaad in het gedrang zijn gekomen door de eigenwijze Erdoğan. Ook de AKP-regering lijkt zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen.[27] Erdoğans verontschuldigingen aan de Russsiche president Vladimir Poetin vanwege de door Turkse piloten neergehaalde Russische SU-24-straaljager werden bijvoorbeeld niet even goed ontvangen in het Westen. Inmiddels is gebleken dat deze piloten, die op 24 november 2015 bijna een oorlog tussen Rusland en Turkije uitlokten, ook betrokken waren bij de verprutste putsch van 15 juli 2016.[28]

Conclusie

Het gangbare narratief in de media schiet ernstig tekort om de huidige ontwikkelingen in Turkije te duiden. Het beeld van de islamistische dictator Erdoğan tegen het seculiere leger strookt simpelweg niet met de feiten. Alle voorgaande coup d’états werden gedaan door het Turks leger om pro-Amerikaanse redenen. De kemalistische beweging heeft echter al lang aan betekenis ingeboet: Turkije lijkt een andere weg in te slaan.

De Turkse staatsgrepen in 1960, 1971 en 1980 zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het leger was pro-Amerikaans en rechts-nationalistisch en probeerde bedreigingen vanuit met name de communistische hoek tegen te gaan. Het ging dus niet om het seculiere karakter van de staat, maar om de controle over de staat zelf. Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was vrijwel nooit een uitdrukkelijke doelstelling van de staatsgrepen, en voor zover het dat wel was, was het een voorwendsel of bijwerking. De coup van 1980 had echter duidelijk geen seculier karakter; de pro-Amerikaanse junta begon zelfs het proces van islamisering in Turkije.

De staatsgreep van 1997 had wel uitdrukkelijk een seculier, kemalistisch karakter, al speelde zonder meer mee dat de regering-Erkaban de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen. Kort na deze geweldsloze coup kreeg Turkije weer een kemalistische regering onder Bülent Ecevit, die echter al gauw door de VS als een obstakel werd gezien. Ecevit wilde namelijk niet dat Turkije de naderende Irakoorlog zou faciliteren. De groeiende islamistische beweging werd daarom door de VS aangegrepen om haar invloed over de Turkse politiek te bestendigen. De VS zocht toenadering tot de AKP-partij van Recep Tayyip Erdoğan, die de steun genoot van de invloedrijke pro-Amerikaanse Hizmet-beweging van imam Fethullah Gülen. In de daaropvolgende periode is het kemalisme door middel van showprocessen uitgeschakeld in onder meer het Turkse leger.

Zodoende waren de enige twee overgebleven politieke bewegingen met wezenlijke macht de AK-partij van Erdoğan en de schaduwpartij van Gülen. Gaandeweg werd het evenwel duidelijk dat Erdoğan en zijn AKP helemaal niet zo’n goede bondgenoot hadden gevonden in Gülen en diens Hizmet-beweging. Het conflict dat uiteindelijk tussen de twee kampen uitbrak, spreekt voor zich. Het besluit van de AKP-regering om na de mislukte staatsgreep justitie, politie, leger, media en onderwijs te zuiveren van Gülenisten, en wellicht ook andere tegenstanders, is het laatste hoogtepunt van dit conflict.

De eigenwijze politiek van Erdoğan bracht hem verder keer op keer in conflict met de VS en de NAVO. Er is alle reden om aan te nemen dat de doelstelling van de mislukte staatsgreep ook nu weer niet lag in het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat, maar in het behouden van de controle over de staat zelf – te weten een pro-Amerikaanse staat. Dit verklaart ook die andere climax die zich voor onze ogen afspeelt: de escalerende diplomatieke crisis tussen de VS en de Turkse Republiek. Want wat de geschiedenis van het moderne Turkije ons duidelijk laat zien, is dat waar pro-Amerikaanse rook is, ook Amerikaans vuur is.


[1] https://tr.wikisource.org/wiki/27_May%C4%B1s_Darbe_Bildirisi

[2] http://www.radikal.com.tr/politika/gladyodan-ergenekona-yolculuk-893176/

[3] http://www.icj-cij.org/docket/?sum=367&p1=3&p2=3&case=70&p3=5

[4] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4557#.V49V6vmLRD9

[5] http://www.zerohedge.com/news/2016-07-19/turkey-latest-witch-hunts-accelerate-gulenist-media-shut-down-pilots-behind-russian-

[6] https://www.tbmm.gov.tr/sirasayi/donem24/yil01/ss376_Cilt1.pdf; https://en.wikipedia.org/wiki/1980_Turkish_coup_d%27%C3%A9tat#Result

[7] http://www.nytimes.com/2015/05/10/world/europe/kenan-evren-dies-at-97-led-turkeys-1980-coup.html

[8] https://tr.wikipedia.org/wiki/B%C3%BClent_Ecevit%27e_suikast_giri%C5%9Fimleri

[9] https://web.archive.org/web/20050316142641/http://www.turkishdailynews.com.tr/article.php?enewsid=8263

[10] http://www.hurriyetdailynews.com/us-had-uneasy-relationship-with-ecevit.aspx?pageID=438&n=us-had-uneasy-relationship-with-ecevit-2006-11-08

[11] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/2810133.stm

[12] http://www.clinecenter.illinois.edu/research/affiliated/airbrush/

[13] http://www.volkskrant.nl/archief/afwachtende-reactie-van-eu-en-navo-op-turkse-regering~a441913/

[14] http://time100.time.com/2013/04/18/time-100/slide/fethullah-gulen/

[15] http://www.nu.nl/dvn/4295495/fethullah-gulen-en-waarom-zit-Erdoğan-achter-beweging.html

[16] https://www.opendemocracy.net/osman-softic/what-is-fethullah-g%C3%BClen%E2%80%99s-real-mission

[17] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[18] http://www.fethullahgulen.nl/hot-interview-met-fethullah-gulen-corruptieschandaal-akp-en-turkije-wall-street-journal/

[19] http://www.trouw.nl/tr/nl/39561/Couppoging-Turkije/article/detail/4341742/2016/07/18/Gulen-de-zondebok-die-Erdoğan-heeft-aangewezen.dhtml

[20] https://www.theguardian.com/world/2000/sep/01/1

[21] https://web.archive.org/web/20070927235413/http://wwrn.org/article.php?idd=21432

[22] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[23] http://www.nytimes.com/2014/02/27/world/europe/turkish-leader-disowns-trials-that-helped-him-tame-military.html

[24] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[25] https://en.wikipedia.org/wiki/Peace_at_Home_Council#Statement_and_analysis_thereof

[26] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[27] https:// http://www.novini.nl/turkije-its-the-geopolitiek-stupid/

[28] https://www.rt.com/news/352050-turkish-pilots-arrested-su24/