Posted on 1 Comment

Hedonistische technocratie houdt ons gevangen in post-adolescentie

Eerder dit jaar filosofeerde ik over het boek Keep the Aspidistra Flying. Daarin maakt George Orwell invoelbaar hoe banaal en afgestompt het leven van de Britse middenklasse was. Nadien verscheen er in Nederland een boek met een soortelijk thema: het is geschreven door Mel Bontje en heet Bart Mittendorf, een zak met niets. Van de film The Matrix (1999) kennen we allemaal de keuze tussen de blauwe en de rode pil. Wie de rode pil slikt, wordt wakker in de harde realiteit maar leeft wel in de authentieke waarheid. De blauwe pil betekent weer in slaap vallen en wegdromen bij comfortabele leugens.

Laat me daarom tevoren één opmerking maken: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar. Reader beware.

Het verhaal heeft raakvlakken met films als Fight Club (1999) en Noise (2007). In Noise ontmoet een man die is voorbestemd voor het leven van de familie doorzon een even wellustige als gewillige filosofiestudente. Zij prikkelt zijn geest en vervult zijn oerinstincten. Hierdoor ziet hij in een moment van helderheid hoe hij gebukt gaat onder een hedonistische technocratie: hij breekt los uit zijn routinebestaan en besluit volledig break the system te gaan.

Vanaf de openingspagina is duidelijk welke auteur voor Mel Bontje een grote inspirator is. Seks in een boek is één ding, maar waarom toch die fascinatie met zelfbevlekking? Een ander feit dat in het oog springt is dat de auteur doorklinkt in de gesprekken. Hij laat zich kennen in zowel zijn fascinatie met aftandsheid en verval, als in zijn erudiete woordkeuzes om sociale analyses uit te drukken. Dit rijmt niet overal met de personages: het zijn deftige zinnen waarmee de jonge geest absoluut en doordringend oordeelt over de werkelijkheid.

De hoofdpersoon Bart Mittendorf loopt een zielloze haptent binnen. “Het enige speelse in de zaak was het geluid van het borrelende frituurvet” (p.38). Elke pagina kent dergelijke zinnen – de auteur is duidelijk getalenteerd. Wel geven de personages lange, gestileerde commentaren op de maatschappij en op wat er speelt in hun leven. Deze reflecties vinden plaats binnen situaties die daar soms te vluchtig voor lijken.

Via deze commentaren drukt het boek het afgrijzen uit van het vooruitzicht een diploma te halen bij een instituut dat zich niet om je bekommert, om vervolgens in dienst te treden bij een bedrijf dat zich niet om je bekommert. Ondertussen een sprankelend en levenslustig enthousiasme veinzend om jezelf ‘in de markt te zetten’ – dit afgrijzen wordt met drank, drugs of Netflix gekalmeerd en dit noemen we ‘vrijheid’.

“Ik heb het geprobeerd, maar ik kwam erachter dat ik geen geluk haal uit een leven dat bestaat uit interactie met jongens en meisjes die hun gebrek aan authenticiteit verschuilen achter maat- en mantelpakjes […] Alles voor het behalen van validatie in een absurde, ontwortelde en volledig vervlakte realiteitscontext. Niemand was meer dan een mislukte reproductie van een vacatureomschrijving.” (p.16-7)

Het type leven dat zojuist werd omschreven hebben we ook nog eens uitgeroepen tot het hoogst haalbare in de menselijke geschiedenis, namelijk ‘liberale democratie’. En zo stuurt het boek ons indirect in de richting van een levenswijsheid: niet het hebben van een hoog inkomen is het geheim van de vrijheid, maar het hebben van een laag uitgavenpatroon. De auteur verwoordt dit als volgt: “Zijn buikvet zou schuilgaan achter een maathemd van dure stof. Dag in dag uit zou hij gehuld moeten gaan in een mantel van leugens en opgaan in de grijze massa der kantoorschepsels tot hij niet beter zou weten. Toch wilde hij de chaos in zijn ziel niet laten bedwingen door de dwangbuis van het bedrijfsleven.” (p.17)

De kernzin van het boek – en feitelijk van de Westerse cultuur – vinden we op pagina 52: “Niets dwong me om serieus te worden.” Oftewel de hedonistische technocratie houdt ons gevangen in een post-adolescentie. Het is normaal dat je na je afstuderen een vaste baan vindt met een degelijk salaris en dan een gezin sticht. Tenminste dat geldt voor een beschaving die wil voortbestaan. Onze realiteit na het afstuderen is tig onbetaalde stages, nul urencontracten, tien jaar Tinderen, een leven lang huurwoningen.

Échte volwassenheid betekent in deze situatie: een slaaf worden van het systeem. Steeds meer jongvolwassenen zien dit en slikken de rode pil. Ik ken een arts die maandelijks 4.000 euro verdient en 2.500 overhoudt. Ik ken een consultant die 5.000 verdient en 2.800 overhoudt. Beiden werken dag en nacht. De auteur beschrijft soortgelijke situaties en concludeert dat we welbeschouwd werkvee zijn van een globale elite, die jongeren met kosmopolitische propaganda bestookt om hen in dit keurslijf te lokken:

“Hoe langer de jonge westerling op reis is, hoe meer hij gaat geloven in de maakbaarheid van de wereld, het ideaal van mondiaal pacifisme en postmoderne theorieën. In de Berlijnse hostels krioelt het van de cultuurmarxisten: types die het als hun levensdoel zien om zich op te werpen voor alles wat zwak en zielig is. Ze willen niets liever dan zichzelf wegcijferen voor alles dat als minderheid, onderdrukt of achtergesteld bestempeld kan worden. Het Berlijnse jeugdhostel is de bunker van de Gutmensch.” (p.56)

Dat de welbespraaktheid van de personages niet overal rijmt met hun sociale stratificatie, maakt echter niet dat het geen leuke personages zijn om over te lezen. Neem nu Vera – zij wordt omschreven als slank, blond en goed in vorm. “Vera zweeg, legde haar hand op Barts rug, bracht haar lippen richting zijn hals en klom langzaam op zijn schoot. Ze zat met haar gezicht naar hem toe, met zijn neus onder haar boezem” (p.56). Dit personage vervult een belangrijke pedagogische rol: Vera’s geile gekronkel leert jeugdige lezers dat cultuurrealisme en postprogressivisme wel degelijk kunnen leiden tot goede seks.

Dit is een passend moment om kort iets te zeggen over Houellebecq, met wiens proza er vele gelijkenissen zijn. “Mijn wanstaltige voorkomen zou ze met een enkele blik veroordelen. Zonder woorden zou ze de verwerpelijkheid van mijn gedaante in volle helderheid bevestigen” (p.35). Deze Franse schrijver wordt soms ‘vrouwonvriendelijkheid’ verweten oftewel misogynie – het tegendeel is waar. Deze auteur die in de verleidingskunst wat klungelig is, maakt zijn vrouwelijke personages tot lustvolle sletten die zélf het contact initiëren. ‘Sletterig’ is hier niet in een negatieve zin bedoeld, maar juist in een sekspositieve. De vrouwelijke karakters die hun genot najagen zijn uiterst geëmancipeerd.

Het enige kritiekpunt op Bart Mittendorf is dat de auteur mogelijk teveel doorschijnt in de erudiete volzinnen van de personages. De dialogen van de personages zijn soms te intelligent geschreven voor de proleten die ze zijn. Maar al met al is dit een perfect jeugd- en avonturenboek dat de huidige tijdsgeest weerspiegelt. De anti-Steppenwulf.

“Rustig blijven we onze dagelijkse taken uitvoeren; we hopen dat iedereen elkaar ooit, zonde enige vorm van wrok, de hand zal reiken. In lijn met de Duitse filosoof Johann Gottfried von Herder stellen we ons voor dat culturen elkaar prachtig aanvullen, zoals bloemen in een tuin. Wat we vergeten is dat al die bloemen snakken naar licht, ruimte en lucht. Het hardnekkigste onkruid zal de dienst gaan uitmaken en al het overige verdringen. We laten iedereen binnen en zien alles steeds verder naar de klote gaan. Hierover durven we geen oordeel te vellen.” (p.63)

“We worden uitgeleverd door een politieke elite die zijn machtsgeile gezicht verschuilt achter een masker van valse humanitaire waarden. Het is de neomarxistische elite die de fatale baksteen in het bloedende gezicht van Europa smijt. Ik kan het niet accepteren om als nietszeggend schepsel te worden vertrapt onder de schoenzolen van de botsende beschavingen.” (p.64)

“In de menigte leek iedereen op elkaar: het kroost van het kroost van 68-ers.” (p.77)

“We zijn te laf om de slijmerige realiteit te ontsluieren. Tot dat moment, het moment dat we onszelf hebben ontdaan van de leugen, zullen we enkel leven om vergeten te worden, tot niets groots in staat zijn en louter onzinnig slavengedrag vertonen.” (p.22)

De schrijver Mel Bontje zal natuurlijk niet worden ‘ontdekt’ door ‘kwaliteitsmedia’: daarvoor is het deuggehalte onvoldoende – zo zal duidelijk zijn uit het bovenstaande meesterlijke proza. Maar het boek is zéker de moeite van het lezen waard. Misschien is het hier en daar zelfs net te gepassioneerd geschreven ‘for his own good’. Zoals ik al zei: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar.

Op zaterdag 29 september om 15:00 uur vindt een boekpresentatie plaats van het boek ‘Bart Mittendorf. Een Zak Met Niets’ in Boekhandel Cursief te Gorinchem. Meer informatie hier: https://www.facebook.com/events/1129092800581064/

Posted on

“Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.”

“Kakistocracy, een 374 jaar oud woord, is zojuist opgenomen in het woordenboek.” Aldus kopte The New York Times op 13 april 2018. Wat bleek? Voormalig CIA-directeur John O. Brennan had een tweet de wereld ingestuurd waarin hij president Donald Trump toebeet: “Jouw kakistocratie staat op instorten na de bedroevende weg die deze heeft afgelegd.”

Omdat vrijwel niemand begreep wat Brennan bedoelde met ‘kakistocracy’, gingen zijn Twitter-volgers massaal op zoek naar de betekenis van het woord. Bij online-woordenboek Merriam-Webster vingen ze aanvankelijk bot, maar de redactie liet er geen gras over groeien en voorzag de zoekers alsnog van een uitleg. ‘Kakistos’ is oud-Grieks voor ‘slechtsten’ en kratos’ betekent ‘macht’. Een kakistocratie betekent dus dat de slechtsten aan de macht zijn. Het tegenovergestelde van een aristocratie, waarin de besten (aristos) het voor het zeggen hebben.

Volgens Tjeerd Andringa, universitair hoofddocent cognitiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn westerse democratieën niet vrij van kakistocratische elementen. Dit zou onder meer blijken uit de banden die inlichtingendiensten onderhouden met terroristische groeperingen en pedofielennetwerken. Om een bestuursvorm te krijgen van en voor het volk is niet minder dan een psychologische revolutie nodig. Mensen moeten leren inzien dat ze zoveel beter af zouden zijn als ze hun lot in eigen hand namen en zich niet langer afhankelijk stelden van incapabele,  machtswellustige, of zelfs kwaadaardige autoriteiten. Self-empowerment, burgers die zichzelf in hun kracht zetten, is de sleutel tot een betere wereld.

Andringa heeft een eigen website, Geopolitics and Cognition, die weliswaar al sinds een paar jaar niet meer actief beheerd wordt, maar een interessant inkijkje biedt in Andringa’s politiek-psychologische inzichten. De website was een hobbyproject, en staat los van Andringa’s werkzaamheden aan de universiteit, waar hij studenten helpt op academisch niveau te leren denken en begrijpen.

Deelt u de mening van voormalig CIA-directeur Brennan? Is de regering Trump een kakistocratie? 

[pullquote]Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers.[/pullquote]

Er zitten ongetwijfeld kakistocratische elementen in de Amerikaanse regering, maar dat was onder de voorgangers van Trump niet anders. Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers. Dat zag je duidelijk bij Obama. Die werd wel genoemd teleprompter in chief, omdat hij weinig meer leek te doen dan het oplezen van teksten van een schermpje. Alles van enig belang komt niet bij zo’n president vandaan. Het begint er al mee dat je geen kans maakt op het presidentschap zonder brede financiële en andere steun van de Deep State, de permanente machtsbasis in de VS waaraan de Council of Foreign Relations een groot deel van de bemensing levert.

Niks nieuws onder de zon dus met Trump?

Trump was een ongeleid projectiel. Het was niet de bedoeling dat hij president zou worden. Het is hem toch gelukt, omdat hij met z’n vele geld in staat was zelf zijn campagne te betalen, en ook door zijn botte charme, die hij voor een groot deel van de Amerikanen heeft. Dat was bedreigend voor het bestel. Ze hebben Trump nu onder controle gekregen, door mensen om hem heen te zetten die hem voeden met ideeën, waardoor hij geen dingen doet die teveel in strijd zijn met wat het bestel eigenlijk wil. John Bolton zie ik als een typische vertegenwoordiger hiervan. Hij is in april van dit jaar naar voren geschoven als veiligheidsadviseur van Trump. Hij is nauw verbonden met het neocon-netwerk, dat destijds de oorlog tegen Irak in gang heeft gezet door volstrekt ongegronde beschuldigingen te verzinnen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het land. Een oorlog op leugens baseren is typisch kakistocratie. En ook dat een samenleving zoiets accepteert is typerend voor een kakistocratie.

Psychopaten zijn volgens u oververtegenwoordigd in hogere kringen? Zij vormen de kern van elke kakistocratie?

Als een systeem kandidaten voor een toppositie selecteert op basis van het vermogen om koste wat kost resultaten te krijgen, dan kun je verwachten dat er veel intelligente en gewetenloze personen tussen zitten die precies weten wat ze moeten doen om een respectabel aanzien te verwerven. Zo’n systeem selecteert op intelligentie en psychopathie. Want psychopaten hebben een amper ontwikkeld geweten. Probleem daarbij is dat weinig psychopaten capabel genoeg zijn voor hoge posities. Het kost dus moeite om ze te vinden en op te leiden.

In een interview heeft u de term kakistocratie genoemd in verband met pedofielennetwerken. Volgens u oefenen inlichtingendiensten macht uit door mensen op hoge posities te plaatsen die chantabel zijn.

Om mensen op machtsposities onder controle te houden is het belangrijk dat ze chantabel zijn. Anders hebben ze te veel vrijheid en doen ze wellicht wat ze zelf belangrijk en moreel vinden. Dat is nu precies wat moet worden voorkomen. Het is daarom een  standaard werkwijze van inlichtingendiensten en andere netwerken om mensen te selecteren op chantabiliteit.

Het is een beproefde tactiek van inlichtingendiensten om personen in compromitterende situaties te brengen, de zogeheten honey trap. Maar u stelt dat hiervoor zelfs kinderen worden ingezet?

Dat hangt ervan af wat je wilt. Als je de meest gewetenloze mensen zoekt, die in staat zijn de meest kwetsbare individuen probleemloos te misbruiken, dan vormen seksfeesten met kinderen een prima selectiemechanisme. Personen die deelnemen aan dit soort evenementen, zijn zich er van bewust dat ze op deze manier chantabel worden gemaakt. Maar het maakt ze niet uit, omdat ze hiermee tegelijkertijd toegang krijgen tot machtsposities waar ze anders nooit in terecht zouden kunnen komen. Het is dan een soort initiatieritueel.

Het zal voor iedereen inmiddels bekend zijn dat er talloze bewezen gevallen zijn van pedofielen in hogere kringen. Maar waaruit blijk dat deze personen hebben deelgenomen aan seksfeesten georganiseerd met de bedoeling ze te rekruteren?

Daar hebben we alleen maar veel anekdotisch bewijs voor. Er zijn heel wat getuigenissen van kinderen die claimen misbruikt te zijn op feesten en ook gevallen waarbij overheden op allerlei manieren hebben geprobeerd politieonderzoek te ondermijnen. Zie onder meer de Dutroux-affaire in België, het Franklin-schandaal in de VS en een groot aantal schandalen in het Verenigd Koninkrijk rond onder anderen media-persoonlijkheid Jimmy Savile en voormalig premier Edward Heath. Juridisch bewezen zijn deze affaires niet omdat ze altijd ergens stranden. Maar waarschijnlijk lijkt het wel. Overheden lijken beter te zijn in het in de doofpot stoppen van de eigen kwalijke praktijken dan in het aanpakken ervan.

U stelt ook dat inlichtingendiensten aanslagen faciliteren die worden toegeschreven aan extremistische moslims?

Vast niet alleen inlichtingendiensten maar ook andere netwerken. Zeker is dat geheime organisaties aanslagen hebben gepleegd op de eigen bevolking. Operatie Gladio is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat was een geheim netwerk in Europa van rechtsextremistische groepen, dat gesteund werd door de CIA en de NAVO, en dat in Italië aanslagen heeft gepleegd op de burgerbevolking. Er is een groot aantal boeken over en ook een prima BBC-documentaire, getiteld Operation Gladio.

Wat is de logica achter aanslagen op de eigen bevolking?

Van de Gladio-aanslagen in Italië weten we dat het de bedoeling was het angstniveau van de bevolking te vergroten en te voorkomen dat de communisten te machtig werden. Want wat doen mensen als ze bang worden voor aanslagen? Dan richten ze zich voor hun bescherming tot de overheid. Die moet maatregelen nemen om verdere aanslagen te voorkomen.

Maar u stelt dus dat, voor het plegen van aanslagen in eigen land, rechts-extremistische groepen zijn verruild voor extremistische moslims?

[pullquote]Aanslagen leiden altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.[/pullquote]

Daar lijkt het wel op. Er is een belangrijk principe in politieonderzoek: cui bono, wie heeft er voordeel van? Ik zie geen enkel politiek of militair nut voor moslims en zelfs niet voor moslimextremisten. Die aanslagen leiden wel altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.

Bij moslims telt niet alleen het politieke en militaire nut van hun daden. Het religieuze nut staat voorop.

Religieus nut is een wat rare term: een religie is vooral een moreel construct dat je helpt om de wereld te begrijpen en moreel gedrag te kiezen. Religieus besef kan heel rijk en includerend zijn, maar ook heel beperkt en excluderend. Fundamentalistische gelovigen, of ze nu christen, moslim, hindoe, of anders zijn, worden gekenmerkt door een beperkt begrip van de wereld: ze kunnen heel intelligent zijn, maar ze hebben grote moeite met diversiteit aan opinies. Ze nemen hun religieuze teksten letterlijk en iedereen die hun interpretatie niet deelt is een ketter en daarmee niet beschermenswaardig.

De Saoedische machthebbers hebben sinds het begin van de zeventiger jaren overal in Afrika en Centraal-Azië geïnvesteerd in wahabistische moslimscholen die zich vooral richten op het uit het hoofd leren en reciteren van de Koran. Niet de beste voorbereiding op een rol in moderne samenlevingen. Maar het is wel een prima kweekvijver voor moslimhuurlingen die je overal kunt inzetten, omdat de meeste mensen, moslim of niet, hun beperkte wereldbeeld niet graag willen delen. De wahabistische huurling beschermt niemand die zich niet heeft bekeerd tot hun religieuze interpretatie van de islam. Dat bekeren vinden ze moreel, het terugbrengen van diversiteit in religieuze interpretatie ook, desnoods met geweld. Precies zoals bij ons destijds de inquisitie.

Die wahabistische huurlingen zijn overal ingezet: Afghanistan, Tsjetsjenië, Bosnië, Somalië, Soedan, Indonesië, Pakistan, Irak, Libië, en nu al vijf jaar in Syrië. Dus ja, het religieuze nut staat zeker voorop, maar niet voor de religieuze fundamentalisten, en wel voor de mensen die hen inhuren voor geopolitieke doelen.

Het is geen geheim dat de VS en bondgenoten al sinds begin jaren tachtig moslim-extremisten inzetten als huurlingen in andere landen. Maar dat is niet hetzelfde als het faciliteren van aanslagen in eigen land. Ziet u bijvoorbeeld de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs als een false flag?

Ik kan me niet herinneren dat ik in het geval van Charlie Hebdo ooit solide forensisch bewijs heb gezien, dus ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Maar neem nu bijvoorbeeld dat paspoort dat onder een stoel van de vluchtwagen werd gevonden, pas 24 uur na de aanslag. Het Charlie Hebdo-verhaal bevat te veel elementen die mensen dingen laten concluderen die ze graag willen concluderen. In dit geval dat Al Qaida het had gedaan. De aanslag leidde weer tot meer macht voor de staat en de inlichtingendiensten. Dus het past in het patroon. Trouwens vlak voor de laatste verkiezingen in Groot-Brittannië waren er ook weer wat aanslagen. Zonder het psychologische effect van die aanslagen had premier Theresa May er mogelijk niet meer gezeten.

Ziet u 9/11 als een false flag?

Wat ik in ieder geval niet geloof is het officiële verhaal. Neem alleen al Gebouw 7, dat op 110 meter afstand stond van de Twin Towers. Het is niet geraakt door een vliegtuig, en toch is het in elkaar gestort. Je kunt dat moeilijk aan Al Qaida toeschrijven. Het is ongeloofwaardig dat Gebouw 7 precies door de staalconstructies viel die het overeind moesten houden. Het is net alsof het staal tijdelijk even in boter veranderde en daarna weer terug veranderde in staal. En twintig minuten voordat Gebouw 7 in elkaar stortte, vertelde een correspondente van de BBC het al op tv, met nota bene het toen nog fier overeind staande gebouw duidelijk zichtbaar op de achtergrond. Ik heb consistentie nodig om iets voor waar aan te nemen. En ook verifieerbare feiten om een theorie op te bouwen. Het officiële verhaal mist beide.

We hebben gezien waar 9/11 toe heeft geleid. De Amerikanen, en de Britten ook trouwens, hebben een groot deel van hun privacy en overige burgerrechten opgegeven, en ze lieten zich meesleuren in de oorlogen tegen Afghanistan en Irak. Het interessante is dat de plannen daarvoor al gemaakt waren ruim voor 9/11. Zo lag de Patriot Act, een antiterreurwet van zo’n 1000 pagina’s, al klaar om goedgekeurd te worden door het Congres. En een week na 9/11 hadden de VS al plannen klaarliggen om de regeringen van zeven landen in vijf jaar tijd aan te vallen en te vernietigen. Met Syrië zijn ze nog bezig en Iran staat nog op het wensenlijstje.

Kortom, aanslagen houden de kakistocratie in stand, tenzij we ophouden er bang voor te zijn?

Benjamin Franklin, de achttiende-eeuwse Amerikaanse politicus en wetenschapper, zei ooit: “Zij die bereid zijn essentiële vrijheden in te leveren, om een beetje tijdelijke veiligheid te verwerven, verdienen noch vrijheid noch veiligheid.” Ik denk dat hij daar helemaal gelijk in heeft. En trouwens, als je kijkt naar het lijstje van doodsoorzaken dan staat terrorisme ergens onderaan. Als je dan toch bang wilt zijn, wordt dan bang voor hart- en vaatziekten, kanker, verkeersongelukken en gladde badkamervloeren. Angst voor terrorisme is echt irrationeel.

Als kenmerk van een kakistocratie ziet u ook machthebbers die binnenlandse belangen offeren aan buitenlandse belangen?

John Perkins beschrijft in zijn boek Confessions of an Economic Hitman uit eigen ervaring hoe het Westerse financiële systeem invloedrijke personen in andere landen benadert, meestal mensen die daar geaccepteerd worden als leiders, om grote investeringen in die landen voor elkaar te krijgen. Vaak zijn die mensen bereid daarin mee te gaan, ondanks dat dit ten koste gaat van hun eigen land. Ze dienen dan de belangen van het Westen, omdat ze er zelf beter van worden.

Een Britse minister zei begin twintigste eeuw: ‘Wij controleren Egypte helemaal niet, wij controleren alleen maar hun leiders.’ Je controleert ze door ze bijvoorbeeld een opleiding in Cambridge te geven, zodat ze in een sociaal netwerk terecht komen waarbinnen de norm de Britse norm is. Terug in eigen land lijkt het dan alsof zo iemand zijn eigen land vertegenwoordigt, terwijl hij in feite bezig is Britse geopolitiek uit te voeren.

Je hoeft dus niet corrupt of chantabel te zijn om je eigen land te verraden?

Dat is inderdaad niet nodig. Internationaal denkende mensen lijken meer op elkaar dan op de mensen in hun eigen land. Hun norm is: internationaal, globaal, vaak progressief, denken. Erg aardige mensen allemaal. Maar ze zullen vooral keuzes maken binnen dat internationale systeem. Ook als ze leiders in hun eigen land worden. Als ze nationalistische keuzes gaan maken, dan raken ze de steun van de internationale gemeenschap kwijt. Dan komen de National Endowment for Democracy en andere non-gouvernementele organisaties naar hun land om de oppositie te steunen en onrust te stoken en ontstaan er problemen voor dat soort leiders. Totdat ze weer de dingen doen die ze geacht worden te doen, zoals IMF-hervormingen doorvoeren en World Trade Organisation-beleid uitvoeren.

U lijkt globalisering te zien als een negatieve ontwikkeling.

Een centraal geleide, uniforme wereld gaat ten koste van de individuele autonomie en houdt geen rekening met verschillen en mogelijkheden op lokaal niveau. Het leidt tot een verstikkende wereldbureaucratie die meer connecties heeft met de top van het internationale bedrijfsleven dan met de wereldbevolking.

Ik zou zeggen dat elk land, elke regio, zelfvoorzienend moet zijn en in 75 procent van de eigen basisbehoeften moet kunnen voorzien. Zo’n land kan daarnaast nog prima internationaal samenwerken. Maar het gebeurt dan vanuit lokale kracht, niet vanuit lokale zwakte.

Op Geopolitics and Cognition schrijft u dat veel mensen de ‘oncomfortabele waarheden’ op uw website als schokkend zullen ervaren.

Voor velen is het nieuw wat ik beschrijf. Dat is omdat ze via de mainstream media niet of nauwelijks met dit soort ideeën in contact komen. Veel mensen willen het ook niet weten. Vooral mensen die een beperkt begrip hebben van de wereld, zich netjes aan de regels houden en sterk leunen op autoriteiten. Die bewijs je geen dienst als je ze vertelt dat de autoriteiten wellicht totaal onbetrouwbaar zijn en mogelijk horen tot de slechtsten in de wereld. Je haalt dan de grond onder hun voeten weg.

Tegelijk vindt u het van groot belang dat mensen de spelletjes doorzien die er gespeeld worden op het wereldtoneel.

Ik vraag de lezers van de website: Waarvoor zet jij je in? Voor jezelf en voor alles waar je van houdt en waarmee je je verbonden voelt? Of voor een anonieme groep die jou in de val heeft gelokt met het spelen van een spel dat je niet volledig kunt overzien of begrijpt? Wellicht is onze huidige wereld een soort casino, dat zo is opgezet dat je gegarandeerd verliest. De Cyprioten zijn het grootste deel van hun spaargeld kwijtgeraakt en de Polen de helft van hun pensioenen. Dus waar hebben ze al die tijd voor gewerkt en gespaard? In elk geval minder in hun eigen voordeel dan ze altijd hadden gedacht. Dat kan in Nederland ook gebeuren.

[pullquote]De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden.[/pullquote]

Ik zeg dan: De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden. Als je besluit je leven door te brengen in een bubble van zalige onwetendheid, inschikkelijkheid en goedgelovigheid, dan is de kans groot dat daar misbruik van zal worden gemaakt en dat je wordt uitgebuit door dezelfde krachten die je onwetend en goedgelovig houden en inschikkelijk maken.

Door de machtsspelletjes aan de top te doorzien, stoot je minder snel je hoofd?

Ja, en je bent dan ook beter in staat bij te dragen aan een betere wereld. De Amerikaanse dichter Carl Sandburg zei ooit: “Eens beginnen ze een oorlog waar niemand komt opdagen.” En dat is een van de verborgen waarheden van de wereld waarin we leven: als wij ons niet langer lenen voor spelletjes die we bij voorbaat verliezen, zullen er geen oorlogen meer zijn, geen georganiseerde onderdrukking, geen dictatuur. Mensen moeten leren het verschil te zien tussen machtswellustige psychopaten en wijze leiders. Nog beter is het als ze geen leiders meer nodig hebben omdat ze zelf wijs genoeg geworden zijn.

U bent optimistisch gestemd over de invloed van het individu op de wereldpolitiek?

Ontwikkelingen op micro- en macroniveau zijn nauwer met elkaar verbonden dan mensen geneigd zijn te denken. Geopolitiek wordt weliswaar beïnvloed door wat er aan de conferentietafels van Bilderberg, Davos of elders wordt besproken, maar wordt uiteindelijk niet daar bepaald. Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel. Zie de Sovjet-Unie. Die is in elkaar geklapt omdat niemand er meer in geloofde. De mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben om de wereld te begrijpen zijn groter dan ooit. Dankzij internet is er een enorme hoeveelheid kwalitatief goede informatie voorhanden. Die is tussen alle rotzooi niet altijd even makkelijk te vinden. Maar de informatie is er, en is toegankelijker dan ooit. Als we ons door zelfstudie onafhankelijk maken van autoriteiten buiten onszelf, wacht de mensheid een zonnige toekomst met eindeloze mogelijkheden.

Een socialist zou nu zeggen: Als individu bereik je niks. Je moet je verenigen.

Dat lijkt me een slecht idee. Je mag je wel verenigen, maar je moet je nooit afhankelijk maken van een groot systeem. Want dan word je weer iemand die blind in een ideologie gelooft en conformistisch is, in plaats van kritisch-creatief.

U verkiest de weg van het anarchisme?

Nou ja, kijk. De biosfeer, de natuur, het leven zijn opgebouwd zonder centraal leiderschap. Dus laat overheden eerst maar bewijzen dat ze ook op lange termijn toegevoegde waarde bieden. Tot die tijd gebruik ik de behoefte aan een overheid als een maat voor een niet-ontwikkeld intellectueel vermogen.

Sommige diersoorten kennen alfa-mannetjes en vrouwtjes die het zaakje leiden.

Dat is zo. Maar daar heb je het over een ander soort leiderschap dan je doorgaans ziet in de mensenwereld. Een leidende rol in de dierenwereld krijg je alleen als je heel goed bent in het uitvoeren van een belangrijke taak. En niet door te netwerken of verkiezingen te houden.

U houdt zich bezig met stadslandbouw. Heeft dat een plaats in uw denken over geopolitiek?

Wij laten met de Stadsakker zien dat de boerderij van een eeuw geleden in essentie nog prima functioneert. Onze landbouw was vroeger volledig duurzaam. We nemen daar met de Stadsakker een voorbeeld aan en dat is ons al bijna gelukt.

De industriële landbouw bestaat nog maar 70 jaar. Die bestaat bij de gratie van groei, schuld en kosten die elders worden neergelegd. Dat systeem is gedoemd in elkaar te storten. Tegenwoordig moet je in de Noordoostpolder soms al drie meter diep ploegen om nog aan goede grond te komen; daarboven is alles volledig uitgewoond.

Je kunt een systeem dat je niet aanstaat, zoals de industriële landbouw, bevechten, maar je kunt het ook irrelevant maken, door op een plek te gaan zitten waar het systeem er geen last van heeft en jij je gang kunt gaan. Tegen de tijd dat het systeem zichzelf heeft opgeblazen kom jij met betere ideeën naar voren.

U stelt dat mensen in grote, bureaucratische organisaties gefnuikt worden in hun leerproces, omdat de omgeving waarin ze werken is losgezongen van de werkelijkheid. 

Wij hebben systemen gecreëerd die zo ver afstaan van de werkelijkheid dat we vaak niet meer worden geconfronteerd met de consequenties van ons eigen handelen buiten die systemen. Er is daarom een duidelijk verschil in competenties tussen managers, politici, ambtenaren en anderen die werken binnen zo’n systeem en bijvoorbeeld een tandarts. Als een tandarts iets fout doet, dan krijgt hij dat onmiddellijk terug van zijn klanten of hij ziet het bij het volgende consult. Hij wordt direct geconfronteerd met zijn eigen falen en leert daarvan. Politici, ambtenaren, managers, maar ook journalisten hebben amper zicht op de impact van hun acties in de echte wereld. Dit wil niet zeggen dat ze niet kunnen leren van hun fouten, maar in hun geval is het een stuk moeilijker.

Een politicus hoort iets, roept het een paar keer en het idee wordt overgenomen. Maar of het werkelijk klopt? Hij heeft geen flauw idee. Hij hoeft niet te begrijpen waar het over gaat, wat de consequenties zijn. Daarom kan een politicus ook zo’n waanzinnig laag begrip van de wereld hebben. Het enige wat hij van de werkelijkheid hoeft te begrijpen is hoe hij politicus kan blijven, dus hoe hij steeds weer mensen kan meekrijgen in zijn systeem of ideologie. Of dat een relatie heeft met de werkelijkheid doet er verder niet toe. Wijsheid is vaak ver te zoeken in de politiek. 

U stimuleert uw studenten wijsheid na te streven, onafhankelijke denkers te worden, zich te ontwikkelen tot educated minds.

[pullquote]Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en toch geen educated mind zijn.[/pullquote]

Onderwijspsycholoog William Perry heeft bestudeerd hoe het leerproces verliep bij zijn studenten aan Harvard. Op basis daarvan heeft hij de kenmerken beschreven van de educated mind. Het is niet per sé iemand die veel weet. Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en dan toch geen educated mind zijn. Het gaat om de manier waarop iemand leert en denkt. Een educated mind is vooral kritisch op de eigen gedachten en heeft zo geleerd om zich kennis van hoge kwaliteit eigen te maken. Zo iemand voelt zich ongemakkelijk met kennis die niet te onderbouwen is.

U maakt een onderscheid tussen wijsheid en intelligentie?

Die twee hebben inderdaad verrassend weinig met elkaar te maken. Hoewel intelligentie kan helpen om sneller wijs te worden, is het geen garantie hiervoor. Intelligentie, zoals gemeten in een test of examen, kun je zien als het vermogen om op basis van beschikbare informatie een van tevoren bekend ‘juist’ antwoord te geven. Intelligentie stelt je in staat, als je ervoor kiest, heel goed te worden op school en universiteit. Met hoge cijfers, een mooi diploma en een goed ontwikkeld taalvermogen komen intelligente mensen in belangrijke banen en op centrale posities terecht. Als ze wel intelligent maar niet wijs zijn, gaan ze daar precies doen wat ze hebben geleerd: de norm vertegenwoordigen. Zinvol improviseren en het beste maken van de mogelijkheden is heel wat anders. En dat doen ze niet.

U spreekt in dat verband van ‘superpapegaaien’?

Een ‘superpapegaai’ is iemand die op het juiste moment precies zegt wat de docent, of een andere autoriteit, graag wil horen, en die optreedt als spreekbuis van de door de autoriteiten voorgekauwde norm. Als verdedigers van de norm torpederen ze de verbetering van de leefomgeving. Nieuwe en goede, maar nog fragiele ideeën worden in de kiem gesmoord. En velen van hen noemen zich dan nog progressief ook.

[pullquote]Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig.[/pullquote]

Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig. Ze zijn geïnteresseerd in argumenten, inzichten, feiten waarvan ze kunnen leren. Als iemand met een prikkelend inzicht komt, wordt hun interesse gewekt. Iemand met levenswijsheid verstaat ook de kunst onder complexe omstandigheden met onvolledige informatie vaak juist te oordelen en te handelen. Die wijsheid doe je op door actief mee te doen in de wereld, hiervan te leren en de consequenties van het geleerde te aanvaarden.

Hoe voorkom je dat mensen ‘superpapegaaien’ worden? Of hoe stimuleer je dat ze zich ontwikkelen tot educated minds?

Je kunt anderen begeleiden naar self-empowerment, maar ze moeten het uiteindelijk zelf doen. Het is als het vrij laten van een dier dat opgegroeid is in een kooi. Je kunt de deur openzetten, maar als het dier te bang is om zijn vertrouwde omgeving te verlaten, dan zal het niet de vrijheid nemen die je het toestaat. Vrijheid word je nooit gegeven, je moet het nemen, en vaak zonder een open deur die je toelacht. Je empowert jezelf door ervaring op te doen en aan zelfvertrouwen te winnen. Van belang daarbij is een stabiele, veilige thuissituatie, een stimulerende omgeving, waar je op terug kunt vallen bij mislukkingen, je successen kunt vieren en aangemoedigd wordt.

Het is misschien makkelijker om mensen tot papegaai te maken? 

Het disempoweren van anderen is het belangrijkste dat je nodig hebt om macht te verwerven en houden. Er zijn nogal wat organisaties die hiervoor kunnen worden ingezet: de mainstream media, het leger, onderwijsinstellingen, en ook georganiseerde religies, denktanks en liefdadigheidsinstellingen, en niet in de laatste plaats overheden en grote bedrijven.

Mensen die disempowered zijn, tonen zich vaak sterk afhankelijk van nota bene de structuren die ze in hun zelfontplooiing tegenhouden, die ze in hun denken en handelen beperken en problemen voor ze veroorzaken en in stand houden. Disempowerment zorgt ervoor dat mensen zich door autoriteiten laten vertellen wat ze moeten denken en doen.

Mensen die existentieel afhankelijk zijn van autoriteit worden door u aangeduid met de term authoritarians.

Ik onderscheid twee soorten authoritarians. De ene soort gelooft alles wat ze verteld wordt, hoe vaak het verhaal ook veranderd wordt. De andere groep die nog enigszins zelf kan nadenken, en de eigen regering niet meer vertrouwt, blijft toch in de basis afhankelijk van een autoriteit buiten zichzelf, want schenkt zijn vertrouwen aan een nieuwe regering met hetzelfde gemak waarmee hij zijn vertrouwen heeft geschonken aan de vorige.

Terugkomend op 9/11: Het belangrijkste is niet wat er precies gebeurd is die dag, maar de vraag: geloof je blind het officiële verhaal of heb je het intellectuele vermogen om zelf een solide onderbouwde mening te vormen? Als je tot de eerste groep hoort, dan maakt het niet uit hoe belachelijk het verhaal is dat autoriteiten je vertellen. Je zult het hoe dan ook verdedigen en je zult redenen vinden om mensen die wat anders geloven in diskrediet te brengen.

Als je zo denkt dan ben je een brave pion, zoals Adolf Eichmann, één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden en andere slachtoffers van het Derde Rijk. Voor Eichmann maakte het niet uit of het systeem dat hij diende verwerpelijk was of niet. Voor hem was moreel gedrag het zo goed mogelijk bijdragen aan het systeem. De mensen die hem onderzochten, toen hij door de Israëli’s gevangen genomen was, vonden hem vooral normaal en erg aardig.

[pullquote]Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken.[/pullquote]

Mensen die het systeem waar ze deel van uitmaken niet kunnen bekritiseren, kunnen de gedachte niet verdragen dat ze aan een kakistocratie bijdragen. Zij houden deze daarmee uiteindelijk in stand. Door het simpelweg niet voor mogelijk te houden dat ze bestuurd worden door de slechtsten. 

Is het niet moeilijk om als educated mind een positie aan de universiteit te verwerven en te behouden?

Ik hou mij voldoende aan de regels om er niet uitgegooid te worden, en ik krijg goede evaluaties van mijn studenten. Het is ook niet voor niets dat ik associated professor ben en geen hoogleraar. Als hoogleraar zit je vast aan een vakgebied. Dat wil ik niet. Na vijf jaar wil ik iets anders gaan doen. Ik ben iemand die steeds naar plekken gaat waar iets te ontdekken valt, of dat nu signaalanalyse, cognitiewetenschap, geluidsoverlast of geopolitiek is. Ik kom weleens buiten de comfortzone van mensen. Dat vinden ze niet leuk. Maar dat heb je overal. Niet alleen aan de universiteit. Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken. Als ze echt goed kunnen nadenken heb ik vertrouwen in hun gedachten, hun opinies en de uitkomsten van hun handelen en bemoei ik me niet met wat ze precies denken.

Posted on

Een reëel alternatief voor de klassenstrijd van Ewald Engelen

Ewald Engelen ontketende de discussie over klassenstrijd en over nieuwe politieke prioriteiten van ‘links’. Deze polemiek is nu overgewaaid naar rechts: daar woedt het debat over de juiste verhouding tussen sociaal-economische en identitaire kwesties.

Lukkassens analyse

Sid Lukkassen betoogde dat sociaal-economische thema’s altijd prominent voorkomen in zijn werk ‒ wie hem volgt kan dit bevestigen. Bij het Oekraïne-referendum voorspelde mijn vader dat ‘nee’ dat zou winnen, hoewel peilingen toonden dat ‘ja’ er goed voorstond in de grote steden. “In de Randstad heb je te maken met kosmopolitische citydwellers; in de provincie zijn er meer MKB’ers die qua inkomsten onafhankelijk zijn van de staat en daarom zelfstandig denken.” Dit is wat hij voorspelde en hij kreeg gelijk: het komt precies overeen met Lukkassens analyse. Al in Avondland en Identiteit schreef hij over de tegenstelling tussen stemmers met een regionaal of nationaal identiteitsbeeld, en lieden die zichzelf als wereldburgers zien.

Lokale versus globale economie

Andere vormen van sociale segregatie hangen hiermee samen. Zoals dating voor hoger opgeleiden, blanke elitescholen en de verandering van het VVD-electoraat. Haalt men het inkomen uit de lokale economie of uit de mondiale economie? We herkennen dit in Oostenrijk, met Van der Bellen en Hofer, en idem dito voor Brexit en Trump. In feite voert de mondiale elite een economische oorlog tegen de middenklasse: daarbij wordt het eigen wereldbeeld bekostigd door de rest van het land.

Sinds het doorsnijden van de band tussen lokaliteit en geld – zoals is begonnen door Saint Simon en de zijnen in de 19e eeuw – voltrokken zich twee catastrofes. Allereerst kwam de financiering van maatschappelijke ontwikkelingen bij politici terecht die bevriende bedrijven voorrang geven. De tweede catastrofe is dat die combinatie geen rekening houdt met mens en milieu, omdat winsten voor de politicus en diens bevriende ‘ondernemers’ zijn. Verliezen worden daarentegen afgewenteld op alle mensen en hun omgeving. Vandaag heet dit ‘vriendjeskapitalisme’ of ‘staatskapitalisme’.

Aangestelden in plaats van MKB’ers

Deze laatste twee begrippen brengen ons op Mark Rutte. Voordat hij aantrad bij de VVD had deze partij nog een ledenbestand vol MKB’ers. Zelfstandig denkend, ‘van de koude grond’ en met de ‘poten in de modder’. Vandaag bestaat het uit millennials met stropdassen die elke dag in pak naar het werk gaan, werkend voor de overheid of als jurist op het kantoor van een multinational. Dit zijn geen mensen die vanuit het niets iets kunnen maken: het zijn aangestelden die vanuit de studiebanken komen binnenrollen op een hoge positie dankzij hun kneedbaarheid, hun vlotte babbel en connecties. Bij deze postmoderne kosmopolieten zonder principes staat alles ten dienste van het doorsnijden van de band met het lokale geld.

Deze aangestelden komen vlot en ‘opwaarts mobiel’ over: in die zin hebben zij een ‘liberaal’ imago. Qua denken hebben zij echter de band met het klassiek liberalisme van de kleine zelfstandige doorgesneden. Ongeveer alle vrijdenkers zijn op een dood spoor gezet bij de VVD: wat overblijft is een verwaterde kartelpartij voor oligarchen en lobbyisten. Zodoende snakt dit land naar vrijdenkers als Lukkassen, wiens achterban bestaat uit hardwerkende middenklassers. Dit is mede doordat zijn analyses gericht zijn op de problemen waarmee deze groep worstelt. FvD heeft goed denkwerk verricht maar spreekt toch vooral tot salonfähige intellectuelen en hedgefunders in grachtengordelpanden.

Links faalt om van dit verraad te profiteren

We zouden denken dat dit enorme kansen schept voor links – juist in een tijd waar het volk massaal is verraden door de elite. Probleem is alleen dat links heeft meegewerkt aan dit verraad. Denk aan het schrappen van de dividendbelasting en het feit dat we belanden in een transferunie. Recent werd nog het punt gemaakt dat Kok en Wallage (PvdA) PostNL hebben gesloopt. Links biedt geen realistisch antwoord: we zien vooral leegte en het opnieuw opvoeren van ‘klassenstrijd’ is pure wanhoop. Als de markt verzadigd is voor een product, dan bedenken we een nieuwe branding voor hetzelfde product.

Zodoende brengt de discussie die Engelen ontketende de leegte aan het licht op de linkerzijde van het publieke debat. Dat bedoel ik niet denigrerend: de vragen waar het om gaat zijn nogal pregnant – zeker de vragen die Engelen stelt. Het debat laat echter ook zien dat er geen oplossing is binnen bestaande denkkaders. ‘Politiek bedrijven’ komt vandaag neer op het uitventen van graduele verschillen. Mijn voorstel? Gooi eindelijk de marxistische denkstructuren het raam uit en stel je open voor de wereld zoals deze is.

Marxistische denkstructuren en evolutie

De vele reacties op Engelen laten een geëvolueerd gebruik van het begrip ‘klassenstrijd’ zien. Zij volgen de doorontwikkelde variant. Dat is de variant die Gramsci ontwikkelde. Onderdrukking is niet meer gerelateerd aan de bezittende klasse binnen de superstructuur, zoals bij Marx, maar aan een abstracte onderdrukker en onderdrukte.

Twee elementen zijn daar aan toegevoegd door andere denkers. Het eerste is de conceptie van het ik in Heidegger’s werk Sein und Zeit. Dit is gegrond in Dasein. Het gaat daarbij om een groepsopvatting van het individu. Kort door de bocht: zonder collectief (leiderschap) geen individueel bestaan. De tweede component is Schmitts opvatting van de politiek en het politieke in Der Begriff des Politischen. Politiek is een antagonistische strijd waaraan de mens zijn wezen ontleent. Zonder deze levensinvulling zou slechts een leegte overblijven, het niets.

Ziehier de leest waarop het begrip ‘klassenstrijd’ binnen het politieke debat is geschoeid. Mede op basis hiervan ontstond de postmodernistische revolutie waarvan sofisten en charlatans – zoals Derrida – de vaandeldragers zijn. De reacties op Engelen leggen deze geëvolueerde versie van klassenstrijd aan de dag. Hijzelf lijkt vast te willen houden aan het klassieke begrip. Nu is de vraag of het mogelijk is om terug te keren naar een ouder begrip en de latere ontwikkeling van het begrip klassenstrijd, zoals hier geschetst, links te laten liggen?

De geest terug in de fles?

Zoals ik hierboven opsomde is dit min of meer oude wijn in nieuwe zakken. Oftewel: probeer de oude Cola! Beter dan de nieuwe Cola! Dit soort rebranding c.q. marketing zal niet werken. Binnen de denkstructuur van Engelen en de zijnen resteert alleen dwang: de dwang waarmee de ander tot zwijgen wordt gedwongen.

In drie punten voorwaarts!

Wat opvalt in de twee columns van Engelen (31 Januari en 10 April) is een hang naar overstijgende waarden, of op zijn minst verenigende ideeën. Uit de bovenstaande beschrijving van de klassenstrijd wordt echter duidelijk dat strijd, onverzoenlijk antagonisme en groepsfragmentatie geen fundering bieden voor die gerede wens. Voorts drie suggesties aan Engelen om dat fundament te bouwen.

Werk ten eerste aan de harmonie van belangen op lange termijn. De wet van de comparatieve kostenvoordelen toont dat menselijke samenwerking universeel tot grotere welvaart voor allen kàn leiden. Het moet makkelijk zijn voor arbeiders om flexibel in hun soort werk te zijn. Bij verdwijnende banen kunnen zij dan makkelijker van soort werk wisselen. Kapitaal moet relatief immobiel zijn: dit zorgt voor directere betrokkenheid, want lokale binding aan mens en milieu.

Het moreel goede – voor mens én milieu – komt het best tot stand in vrijwilligheid. Bij vrije associatie denk ik aan broodfondsen, kredietunies en onderlinge verzekeringsmaatschappijen. Zorg dat alle mensen die ruimte hebben.

Ten derde wil ik blijven vechten voor een werkend geldsysteem. Non-productief kapitaal (in de vorm van overheidscertificaten en -leningen) schiep de afgelopen vijftig jaar weliswaar een geldexplosie, maar géén gelijkelijk groeiende kapitaalstructuur voor bedrijven waarin mensen daadwerkelijk kunnen werken.

Kritiek en toekomst

Engelen heeft gelijk dat de nieuwlinkse invulling van de ‘klassenstrijd’ links niet verder helpt, en de samenleving evenmin. Hij lijkt echter vast te zitten tussen teruggaan naar een niet-meer -in-gebruik-zijnde opvatting van klassenstrijd, of niet willen meegaan in de evolutie van dit concept.

Als alternatief heb ik drie kerndoelen omschreven – ik hoop vurig dat hij hierop zal willen reflecteren. Het zijn in ieder geval meetbare en economisch-wetenschappelijke punten: in die zin zouden de punten moeten aansluiten bij de insteek van sociaaldemocratisch en wetenschappelijk links. Voor zover dat nog bestaat en niet geheel is uitgeroeid door de identitaire tak van het academisch postmodernisme, oftewel regressief links.

Posted on

Sid Lukkassen over de verschrikkelijke kinderen van de moderne tijd

“Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder”, wist de befaamde koning Salomo al. Sid Lukkassen ziet het in onze tijd overal om zich heen. Jesse Klaver loopt weg van de coalitieonderhandelingstafel vanwege migratie, terwijl nieuwkomers echt niet op GroenLinks gaan stemmen, ondertussen bereikt hij daarmee niets voor het milieu of het klimaat. En liberale jongeren zijn vooral geïnteresseerd in de mogelijkheid om de ene stage op de andere te stapelen bij bedrijven in verschillende Europese landen, maar denken niet na over hoe ze een situatie van economische en sociale stabiliteit kunnen bereiken om een gezinsleven op te bouwen. Het autonome individu is dermate verheerlijkt door voorgaande generaties, dat de huidige generatie jongeren zich een mentaliteit van ‘na mij de zondvloed’ aanmeet.

‘Dr. Sid’ maakt deze observaties in een uitgebreid interview voor het programma ‘Éco-Féminisme’ (*gniffel*) van Al Mouwatin (d.i. ‘De Burger’). Dat is een Arabische omroep in België, waar Lukkassen tegenwoordig woont. De interviewster bakt er niet veel van, maar Sid neemt de gelegenheid te baat om lekker zijn eigen ding te doen. Kijken!

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Is Sid Lukkassen de ‘#metoo’ van het linkse fopintellectualisme?

Al sinds het begin van de mensheid wordt macht misbruikt voor seksueel gewin – zelfs in vrije samenlevingen wordt dit misbruik zelden aangekaart. Totdat er een vliegwiel in beweging werd gezet. Net zoals de Arabische Lente sterke emoties losmaakte nadat één arme sloeber zich in brand stak, zo spraken hele massa’s zich uit tegen machtsmisbruik onder de noemer #metoo. De veenbrand werd een uitslaande brand.

Cultuurmarxisme

In ons intellectuele landschap voeren linkse intellectuelen de boventoon en zijn normbepalend. Steeds meer wordt dit normbepalende gedrag een steen des aanstoots voor een groeiende groep mensen. Sinds enige jaren heeft deze steen des aanstoots een naam: cultuurmarxisme. De term geeft aan dat culturele verschillen steeds meer gelijkgetrokken worden. Heldere culturele ijkpunten worden van hun sokkel gesleurd en onbekende culturele elementen worden juichend als alternatief gepresenteerd.

Sid Lukkassen is sinds enige jaren een onvermoeibare voorvechter in de strijd tegen dit cultuurmarxisme. In zijn nieuwste boek Levenslust en Doodsdrift presenteert hij de lezer een bloemlezing uit zijn rijke repertoire van essays. Daarin wordt het cultuurmarxisme vanuit grote belezenheid gekapitteld, ondersteund door een diversiteit aan bronnen.

Serieuze uitdaging voor intellectueel links

In de inleiding geeft hij aan “dat hiërarchieën van cultuurwaarden noodzakelijk zijn om prestaties te waarderen”; hij sluit het boek af met kritiek op de Groene Amsterdammer, die had moeten leren van de misser van Hillary Clinton om de Trump- supporters weg te zetten als een “basket of deplorables” – en dat niet deed. Tussen deze inleiding en de afsluitende column passeert een rijke keur aan onderwerpen de revue met een helder kenmerk: intellectueel links heeft een evenknie op rechts. Hoewel de auteur uit intellectuele eerlijkheid de rechterflank zeker niet spaart. Lukkassen voert een hartverwarmend pleidooi voor de brede middensamenleving – waarmee hij zeker niet bedoelt: het politiek correcte midden.

Uitgaande van de stelling ‘cultuur is een hiërarchie van waarden’ krijgt de afbraak van de westerse cultuur gedecideerd repliek te verduren. In ‘Nieuwe censuur in Duitsland’ verduidelijkt hij hoe met nieuwe regelgeving over het tegengaan van nepnieuws de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt. Wie bepaalt namelijk wat nepnieuws is of anderszins uit de nieuwsweergave gefilterd moet worden? In de column erna stelt hij: “in een deliberatieve democratie is het van belang dat burgers met elkaar in debat kunnen gaan”, terwijl de door algoritmes geregelde media bepalen wie er toegang heeft tot gebruik van mediakapitaal.

Cultuurverraad krijgt weerspraak

Deze filtering vindt plaats terwijl journalisten zelf bepalen wat journalistiek relevant is: zij gebruiken ons podium om hun wereldbeeld op te leggen. “Ingegraven elites bepalen welke ideeën wel of niet bespreekbaar zijn” stelt Lukkassen – deze elite gooit het liefst verschillende culturen door elkaar. Niet alleen wordt de immigratie vanuit andere culturen gestimuleerd, maar ook worden wij aangespoord om de culturele kracht van ons onbekende culturen te omarmen en tegelijkertijd onze eigen culturele kracht te verloochenen. Juist door alle ijkpunten te verwijderen is “de politiek géén voortzetting mee van de burgerlijke cultuur”. De waarheid is zo geliefd, dat zij die iets anders liefhebben wensen dat dit de waarheid is. De media-elite echter “haat de waarheid in het belang van hetgeen ze liefhebben in plaats van de waarheid”.

Hij legt ook zijn vinger op een zere plek, die bij de PVV veel opgang doet. Hierbij schetst hij het feitelijke verschil tussen de politici van de Europese Commissie, die hun auto parkeren in de beveiligde garage in het Berlaymont en van daaruit hun steun voor een multiculturele samenleving (burgers moeten “hun hart wat meer openstellen voor de medemens”) uitstorten over hun kiezers, die dagelijks worden geconfronteerd met beschadigde auto’s buiten deze beveiligde garage.

Liberalisme en de islam

Binnen de kritiek op de politieke cultuur om te omarmen wat politici ver van zich houden, past ook de kritiek op de omarming van de islam. Alleen al het feit dat ‘islam’ feitelijk ‘onderworpen’ betekent (aan Allah), is voor iedere liberaal – wat de auteur is – een gruwel. In verschillende columns wijst hij op het risico dat de integratie van moslims in de liberale, westerse samenleving nooit kan slagen zolang moslims als een soort elastiek telkens terugkeren naar hun religieuze roots. Zo loop je het risico van Mohammed Anfal (lid van Leefbaar Rotterdam en ondanks zeer westerse overtuigingen toch overstappend naar een islamitische partij); niet alleen een stap dus voor kansarme analfabeten, maar ook voor goed-opgeleide, geïntegreerde moslims.

De kritiek op de huidige samenleving komt ook kleurrijk tot uiting bij het bespreken van de hof-hermafrodiet. Dit fascinerende archetype komt voor in vele gezichten en “verschijnt overal waar baantjes te vergeven zijn en is als een kussen dat altijd de afdruk draagt van de laatste persoon die erop zat”. Deze “sociale glibberigheid” is een rode draad, die in diverse essays in veel varianten terugkomt. Deze “follower van de followers” is ook een rol, die Lukkassen zelf absoluut niet past. Sterker nog: hij propageert actie om de “strijd om het voortbestaan van Europa” te kunnen voeren. En eerlijk is eerlijk: hij gaat voorop in deze strijd.

Irrationeel gedrag versus kritische houding

Zelf las ik ooit met veel plezier het boek Onderstroom – de onweerstaanbare drang tot irrationeel gedrag. Daarin wordt een keur aan sociologische testen en wetenschappelijke missers ten tonele gevoerd met als hoofdlijn dat mensen niet handelen op rationele gronden. Het boek bevat geen geheimen: dit is algemeen bekend en doet wellicht de hoop op het welslagen van Lukkassens acties krimpen. Laat hij echter niet stoppen met zijn belangrijke publicaties. Niet dat ik het altijd inhoudelijk met hem eens ben, maar je moet altijd kritisch blijven. Rust roest en juist een kritische houding brengt de mens op langere termijn verder.

De belezenheid van Lukkassen maakt dat hij dat hij dat op vele fronten laat zien. Naast de reeds vermelde onderwerpen gaat hij ook in op de zorgen over de macht van kartels. De “kartelocratie” van Thierry Baudet en Arnout Maat komt niet alleen voor in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven. “In een notendop betekent dit dat het economische systeem machtiger is geworden dan het politieke bestel” volgt op de constatering, dat de politiek niet langer het vliegwiel is de economische ontwikkeling. Dit ziet Lukkassen als een zorgelijk punt voor de sociaaldemocratie, die sinds ‘Nieuw Links’ de steun aan de arbeider heeft ingeruild voor een culturele agenda.

Hof-hermafrodieten en startups

In de bundel is ook zijn pleidooi te vinden voor het oprichten van een “Nieuwe Zuil”, die de bekende (en inmiddels sterk geërodeerde) zuilen uit het midden van de vorige eeuw moet vervangen en de basis moet zijn voor een fris elan in onze samenleving. De “hof-hemafrodiet” heeft, in combinatie met het door elkaar gooien van culturen, veroorzaakt dat “objectiviteit ondergeschikt gemaakt is” aan “het managen van sociale indrukken om de heersende kosmopolitische ideologie aan de macht te houden”.

De kosmopolitische machten houden de burger onwetend, bijvoorbeeld door startups te stimuleren; door Lukkassen vertaald in “bullshit-jobs”. Daar waar ouderen de opbrengsten van onze gasvoorraden hebben uitgegeven aan “ja, aan wat?” en ook nu nog via vakbonden hun eigen rechten veiligstellen, moet de stille generatie “gedwee en kneedbaar” zijn om dit alles mogelijk te laten zijn. Hij analyseert een economie waarin “trouw, loyaliteit en rechtvaardigheid geen plaats meer hebben”. In plaats daarvan worden mensen gevormd op een wijze die representativiteit belangrijker maakt dan inhoudelijke kennis. Door steeds te wisselen van functie wordt alles leeg en inhoudsloos. De specifieke talenten van het individu worden in het eindproduct onzichtbaar: vakmanschap en arbeidstrots verliezen hun betekenis.

Netwerkeconomie

In de economie van nu is de belangrijkste vaardigheid het bouwen van netwerken waarbinnen mensen elkaar functies toekennen. Niet de kwaliteit ten behoeve van de samenleving is daarbij doorslaggevend, maar de loyaliteit aan het netwerk waarvan je deel uitmaakt. Het betoog van de rector van de Universiteit Leiden, dat iemand met een opleiding klassieke talen nu directeur is van een multinational, leidt in een netwerkeconomie tot Lukkassens vraag “of dat niet eerder ondanks klassieke talen dan dankzij” is bereikt.

Het palet aan onderwerpen is nog veel breder dan in een reguliere recensie kan worden behandeld. Zo bekritiseert Lukkassen Frans Timmermans, die te pas en te onpas historische feiten koppelt aan het door hemzelf gewenste toekomstbeeld. Begeesterend is de column waarin hij de polemiek tussen Houellebecq en Lévy behandelt: daarin bekent Houellebecq dat hij liever het onrecht van een dictatuur steunt dan de wanorde te verwelkomen die het omverwerpen van de dictatuur brengt. Ronduit vermakelijk zijn ook de polemieken van Lukkassen met zijn criticasters en vertederend zijn zijn analyses waar het gaat om de vrouwelijke aard.

Tot besluit

Tenslotte: ben ik het op alle punten met Lukkassen eens? Zeker niet, maar juist daarom is het boek zo aanbevelingswaardig. De opgeruimde schrijfstijl dwingt de objectieve en kritische geest steeds weer om onderwerpen in een nieuw licht te zien. Ook staat hij door zijn ruime belezenheid en scherpte ver van uitgekauwde kritiek met betrekking tot complottheorieën en andere drogredenen. Steeds weer wordt die (zeer on-intellectueel) door linkse intellectuelen aangehaald om zelfs de meest doorwrochte kritiek op hun standpunten terzijde te schuiven. De inhoud is waar zij kwetsbaar zijn, dus vluchten zij in framing en morele verontwaardiging.

Dit fopgedrag is intussen zó voorspelbaar dat het saai is geworden. Inmiddels hebben mensen behoefte aan het lezen van nieuwe boeken met verfrissende inzichten zoals deze.

Waar de Arabische lente werd ingeleid door een enkeling en waar #metoo een lawine tot gevolg had, kan ook Sid Lukkassen door het cordon van de Gutmenschen heenbreken. Zij zijn namelijk op veel punten het historische anker al langere tijd kwijt: ze zijn kwetsbaar en Lukkassen heeft de bagage om hen op volwassen wijze een voldragen weerwoord te bieden.

N.a.v. Sid Lukkassen, Levenslust en doodsdrift. Essays over cultuur en politiek (Uitgeverij De Blauwe Tijger: Groningen, 2017), paperback met flappen, 304 pagina’s.

Posted on

“Niet journalisten, maar elites maken het nieuws”

Volgens communicatiewetenschapper Tabe Bergman zijn het de politieke en economische elites die bepalen wat we te zien en te horen krijgen op tv, radio en in de krant. De media zijn niet veel meer dan een doorgeefluik. Het ‘domme volk’ snapt vaak beter wat er gaande is dan journalisten.

Noam Chomsky en Edward Herman hebben in Manufacturing Consent aangetoond dat in de Verenigde Staten de nieuwsmedia de belangen dienen van de politieke en economische elites – en ook hebben zij, aan de hand van hun ‘propagandamodel’, uitgelegd hoe dit is te verklaren. Volgens Tabe Bergman werkt het in Nederland niet veel anders. Niet in de laatste plaats omdat, net als in de VS, in Nederland de media in handen zijn van een steeds kleinere groep economische elites, die het winststreven voorop hebben staan.

U bent universitair docent aan de Brits-Chinese Xi’an Jiaotong-Liverpool University, in een land, China, dat niet bepaald bekend staat om zijn vrije pers. Je zou zeggen dat het bij ons in Nederland veel beter gesteld is met de vrijheid van journalisten om te bepalen waarover ze berichten. 

“China heeft een van de strengste regimes van perscensuur ter wereld. Hier is het de maatschappelijke taak van de media om de Communistische Partij te steunen door het volk voor het beleid te winnen dat wordt bepaald in Beijing. De belangrijkste taak van de Chinese media is dus heel anders dan die in het Westen: niet de macht controleren, maar de macht steunen. Het is een vreselijke situatie. Het toont maar weer aan dat het onmogelijk is om het belang te overschatten van een wettelijk vastgelegd recht op persvrijheid als een voorwaarde voor een werkelijk vrije samenleving.”

“Maar het slechte voorbeeld dat China geeft, is geen reden voor Nederlanders om zich op de borst te slaan. Dat wij wettelijke persvrijheid hebben, leidt bij velen tot een soort blindheid. Het onderwijs, de politiek en de media benadrukken allemaal hoe vrij Nederland wel niet is. De onderliggende boodschap is, bewust of niet: wees maar tevreden met wat je hebt. Maar de commerciële journalistiek zal je nooit vertellen hoe onvrij ze werkelijk is. De grote westerse leugen is dat wettelijke persvrijheid een voldoende voorwaarde is voor een democratische samenleving.

In een beroemde zin is de huidige Chinese journalistiek gekarakteriseerd als gevangen ‘between the Party line and the bottom line’. Die ‘bottom line’ zijn de adverteerders. Chinese media worden tegenwoordig namelijk voor een groot deel gefinancierd door adverteerders. Maar wat betreft politiek nieuws voert de Partij natuurlijk nog de beslissende boventoon. De Nederlandse journalistiek hoeft naar geen politieke partij te luisteren, maar de ‘bottom line’, het feit dat de journalistiek commercieel is, oefent een grote en negatieve invloed uit op de kwaliteit van de berichtgeving.”

Maakt het voor het nieuws wat uit of media in handen zijn van de staat of van bedrijven? Welke is de minste van twee kwaden?

“Dat hangt af van de historische omstandigheden. Ik heb liever dat CNN in handen is van Time Warner dan van de Chinese staat, maar ik heb ook liever dat de BBC, met waarborgen van onafhankelijkheid, in handen is van de Britse staat dan van Time Warner.

De media zullen pas in de buurt van werkelijke vrijheid komen als ze onafhankelijk zijn van zowel de staat als het bedrijfsleven, of welk ander machtscentrum dan ook in de samenleving.”

Wat is er zo zorgelijk aan dat de media in handen zijn van steeds minder spelers? Hoe beïnvloedt dit de nieuwsvoorziening?

“Inmiddels is de Nederlandse krantenmarkt een semi-monopolie geworden: Persgroep en Mediahuis/Concentra, beide Belgisch, maken de dienst uit. De twee nu overgebleven partijen zullen elkaar nauwelijks meer beconcurreren. Dat zou ze allebei geld kosten en een ultieme overwinning zit er niet in. Dit is een schoolvoorbeeld van een markt die niet vrij is. Wie heeft het kapitaal om die twee uit te dagen? Waarom zouden die twee veel geven om de gemiddelde lezer?

Als het al zin heeft om de journalistiek te zien als een markt, dan is het beter als er veel relatief kleinere mediabedrijven zijn die onderling met elkaar concurreren, hopelijk door goede journalistiek te bedrijven. Hoe meer aanbieders, hoe meer macht de gemiddelde lezer heeft. Als er geen bedrijven zijn die de markt domineren is het makkelijker voor nieuwe partijen om de markt te betreden en hopelijk lezers beter nieuws te leveren.”

Wat is er bezwaarlijk aan het winstoogmerk van mediabedrijven? Zorgt dat er juist niet voor dat de mensen het nieuws krijgen wat ze willen? Je zou zeggen: hoe meer tevreden klanten, des meer lezers, kijkers en luisteraars – en des te groter de winst.

“De media claimen dat ze mensen geven wat die willen, maar de media weerspiegelen vaak niet wat er leeft in samenleving. Zo was een meerderheid van de Nederlanders tegen de invasie van Irak in 2003. Dit ondanks de kritiekloze houding van de Nederlandse pers over de valse claims van de Amerikanen dat Saddam Hoessein zou beschikken over massavernietigingswapens. Het is een geval van het ‘domme volk’ dat het snapte, terwijl de meeste journalisten niet doorhadden wat er gaande was, namelijk een Amerikaanse propagandacampagne die honderdduizenden mensen het leven heeft gekost, een land heeft geruïneerd, en de weg heeft vrijgemaakt voor ISIS.”

“Afgezien daarvan werkt het simpelweg niet om mensen het nieuws te geven dat ze willen, alsof je een product aanbiedt dat dan wordt geconsumeerd. Nieuws is geen product, het is een public good. Nieuws is de zuurstof van de democratie. Het idee dat je een prijskaartje kan hangen aan informatie over oorlog en vrede, gezondheid, de toekomst van de planeet, enzovoort is belachelijk. Je kan bovendien niet van mensen verwachten dat ze van journalisten eisen dat die nou eindelijk eens dat corrupte bedrijf aan de kaak stellen. Hoe kunnen mensen vragen om het nieuws dat ze nodig hebben om te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit als ze logisch gezien niet kunnen weten wat dat nieuws is? Het is de taak van journalisten om mensen het nieuws te geven dat ze nodig hebben zodat ze een doordachte keus kunnen maken in het stemhokje.”

Zijn er signalen dat in Nederland eigenaren ingrijpen in de nieuwsvoorziening, of dat, in het geval van de publiek gefinancierde NOS, de overheid het NOS Journaal aanstuurt?

“Het gebeurt waarschijnlijk zelden dat eigenaren direct ingrijpen in de journalistieke praktijk. Dat is ook niet nodig. De hoofdredacteur zet de grote lijnen uit in overeenkomst met de wensen van het management, anders is hij of zij niet lang hoofdredacteur. Een hoofdredacteur heeft een hele klim gemaakt om die positie te bereiken; hij of zij weet wat er wordt verwacht. Een hoofdredacteur is medeverantwoordelijk voor het bedrijfsresultaat. Welke hoofdredacteur wordt niet afgerekend op dalende oplages?”

“Hetzelfde geldt voor zover ik weet voor het NOS Journaal of de actualiteitenprogramma’s van de omroepen. Wellicht wordt direct ingrijpen weleens geprobeerd, maar dit zijn uitzonderingen. De Nederlandse staat heeft geen zeggenschap over benoemingen in de omroepbesturen, maar toch zijn het ook bij de omroepen sinds oudsher de elites die aan het roer staan, hoe welmenend die mensen ook mogen zijn. Zoals bij de VARA. Daar zie je mensen in het bestuur die advocaat zijn of professor, betrokken zijn bij de PvdA, of die leidinggevende posities bekleden bij een milieubeweging, een uitgeverij of een pensioenfonds. Het zijn kortom niet het soort mensen dat snel zal morrelen aan de fundamenten van het economische systeem en Nederlandse buitenlandbeleid.”

Waarborgen redactiestatuten niet de onafhankelijkheid van redacties ten opzichte van de eigenaren?

“De redactiestatuten zijn in principe een goed idee. Ze zijn bedoeld om redacties af te schermen tegen directe inmenging van de eigenaren. Maar zover ik weet zijn ze vooral een dode letter. Eigenaren hoeven helemaal niet direct in te grijpen. Het probleem is dat sluipenderwijs het marktdenken de journalistieke praktijk heeft doordrongen. Journalisten weten wat er van ze verwacht wordt, welke verhalen een kans maken en welke niet, en dat het geen zin heeft om voor Don Quichot te spelen.

Het is inmiddels een publiek geheim dat het idee van de journalistiek als waakhond van de democratie allang achterhaald is. Journaliste Mathilde Sanders heeft een ontluisterende serie blogs geschreven over de Nederlandse journalistiek en haar eigenaren. Zo schrijft ze dat docenten aan een postdoctorale opleiding journalistiek hun kandidaat-studenten simpelweg uitlachten als die begonnen over de journalistiek als controleur van de macht. In zo’n klimaat doen redactiestatuten er weinig toe. Er is de wet en dan is er de praktijk.”

Volgens Chomksy en Herman oefenen adverteerders grote invloed uit op de nieuwsvoorziening. Volgens u is dit in Nederland niet anders?

“Ook in Nederland is de journalistiek sterk afhankelijk van advertentie-inkomsten. Dit geldt zelfs voor de publieke omroepen, die een vierde van hun inkomsten halen uit advertenties. De commercialisering in Nederland is minder ver doorgevoerd dan in de VS, maar dat is een schrale troost. De invloed van adverteerders is groot maar ook subtiel, dat is de schoonheid van het systeem. Er even vanuit gaande dat de media inderdaad mensen geven wat ze willen, dan gebeurt dat alleen als adverteerders ook OK zijn met de inhoud. Bijvoorbeeld, kritiek op het kapitalisme is natuurlijk niet OK voor bedrijven zoals Shell en Philips. Als het sporadisch gebeurt, OK, maar niet structureel.”

“Adverteerders hoeven niet direct in te grijpen in de nieuwsvoorziening om hun wensen kenbaar te maken. Mediabedrijven weten wat goed speelt bij adverteerders: celebrity glossies enzo. Dus zet je zo’n tijdschrift op en geen maatschappelijk bevlogen blad. Kritiek op het kapitalisme past simpelweg niet in de bladformule, dus journalisten halen het zich niet eens in het hoofd zulke verhalen te pitchen.

De invloed van adverteerders bestaat dus vooral in het feit dat ze bepalen welke publicaties overleven in de markt en welke ten onder gaan. Neem Het Vrije Volk in Nederland. Die krant werd goed gelezen maar ging toch ten onder, ten dele omdat de lezers voornamelijk bestonden uit arbeiders, die relatief weinig te besteden hadden. Adverteerders waren gewoon niet zo geïnteresseerd.”

Toch heeft Het Vrije Volk kennelijk lange tijd kunnen voortbestaan zonder veel advertenties. Kennelijk kon je en kun je misschien nog steeds kranten maken die grotendeels drijven op betalende lezers.

“Het was de tijd van de Verzuiling, toen economische motieven minder belangrijk waren en meer mensen bereid waren een krantenabonnement te nemen. Meer in het algemeen: we moeten niet vergeten dat het economische systeem waaronder de Nederlandse media gebukt gaan niet zo effectief is als bijvoorbeeld het Chinese censuursysteem. In het Westen is meer mogelijk, ook binnen de gevestigde journalistiek zelf. Het grote gevaar in Nederland is dat mensen denken dat het niet nodig is.”

“Wat betreft het heden en de toekomst: Is het mogelijk om economisch te overleven door goede journalistiek te bedrijven? Natuurlijk! Of het nog mogelijk is om een kritische papieren krant te maken met grote oplage, uitsluitend gefinancierd door lezers? Ja, ik denk dat dit zeker ook mogelijk is, maar waarom zouden we het ons extra moeilijk maken? Het internet biedt betere mogelijkheden voor een kritische journalistiek. In de VS doen de TV programma’s Democracy Now! en The Young Turks het goed. Het internet staat vol met fantastische journalistieke verhalen en inzichtelijk commentaar. Goede informatie is beschikbaar, maar het bevindt zich in de marges van of helemaal buiten de mainstream media.”

Naast de invloed van eigenaren van de media en de adverteerders, is, volgens u, ook het derde kenmerk van het propagandamodel van toepassing op de Nederlandse media: ‘sourcing’.  Journalisten leunen voor hun informatie zwaar op overheden, bedrijven en andere vertegenwoordigers van de gevestigde orde.

“Officiële bronnen zijn prominent aanwezig in de verslaggeving. Dat is ook geen wonder. Tegenover elke Nederlandse journalist staan minimaal een paar pr-functionarissen. De Nederlandse overheid spendeert jaarlijks honderden miljoenen euro’s belastinggeld aan public relations.  Journalisten zien dat terug in het grote aantal persberichten dat ze te verwerken krijgen. Journalisten besteden veel tijd aan het bezoeken van persconferenties en andere pseudo-nieuwsevenementen, georganiseerd door overheden, bedrijven en andere instituten.”

“Voor commerciële media, die de kosten zo laag mogelijk willen houden, zijn die persberichten en persconferenties uiterst welkom, omdat ze zorgen voor een constant aanbod  van ruw nieuwsmateriaal, dat weinig bewerking nodig heeft, en dat geleverd wordt door organisaties met een zorgvuldig gecreëerd imago van betrouwbaarheid.”

“De rijken beïnvloeden de journalistiek dus met wat sommige academici ‘verborgen subsidies’ noemen. Ze leveren het ruwe nieuwsmateriaal gratis aan de journalisten. Dit werkt alleen omdat de media zo op de centen moeten letten, anders gaan ze ten onder in markt. Journalisten kunnen niet te kritisch zijn over de hofleveranciers van het nieuws. Parlementaire verslaggevers en politici hebben een symbiotische relatie. Ze hebben elkaar nodig, voeden elkaar. Journalisten die erg kritisch berichten over bepaalde politici, verliezen hun toegang tot die politici. Journalisten die de politici te vriend houden, houden toegang en worden soms ook beloond in de vorm van adviesopdrachten en uitnodigingen voor het modereren van seminars en debatten.”

“Het beeld van de journalist die uit eigen initiatief op pad gaat, geheime ontmoetingen heeft en verborgen informatie aan het licht brengt is dus misleidend, want zo werkt het maar zelden. Het zijn de elites die het nieuws maken, niet de journalisten.”

U noemt nog een reden die journalisten ervan weerhoudt eigen ideeën voor verhalen uit te werken. Dat is het in de beroepsethiek ingebakken streven naar ‘objectiviteit’. Om te voorkomen dat ze ervan beschuldigd worden subjectief te zijn, kiezen ze voor de veilige weg – het citeren van officiële bronnen.

“Objectiviteit zegt dat journalisten geen activisten mogen zijn. Ze schrijven alleen op wat er ‘gebeurt’. Dus als de machtige politici het ergens over eens zijn, dan zal er weinig kritiek te lezen zijn in de media, zelfs als de politici het totaal verkeerd hebben of bijvoorbeeld iets doodzwijgen omdat het niet in hun belang is het er over te hebben. In de VS bijvoorbeeld gaat het politieke debat bijna nooit over armoede, maar over de middenklasse. Dus hebben de media het ook bijna nooit over de vele armen die de VS ‘rijk’ is. Omdat de Democraten zich niet verzetten tegen de door de Republikeinen gewenste oorlog in Irak, deed de pers dat grotendeels ook niet, met een ramp tot gevolg.”

“Objectiviteit betekent in de praktijk dat machtige bronnen voorrang krijgen in het nieuws. De journalistiek weerspiegelt vooral de verschillen van meningen van de elites onderling. Als de elites niet onderling van mening verschillen dan is er geen nieuws. Wat de bevolking denkt doet er nauwelijks toe.”

“Een oorzaak dat er zoveel entertainment-nieuws is, is dat dit commercieel slim is. Dat nieuws is makkelijk te krijgen en politiek veilig. Onderzoeksjournalistiek wordt wel gedaan in een commercieel systeem, maar blijft marginaal want het is duur en onzeker en politiek gevaarlijk. Het is gewoon geen aantrekkelijk product om te verkopen.”

Het vierde kenmerk van het propagandamodel is ‘flak’, oftewel luchtafweer. Als je als journalist ingaat tegen de gevestigde orde, word je aangevallen.

“De helft van de hoofdredacteuren van landelijke kranten in Nederland zegt dat politici zich soms beklagen over bepaalde berichtgeving, blijkt uit een studie. En het gebeurt dat zij verzoeken inwilligen om bepaalde informatie uit de krant te weren. Journalisten doen daarnaast aan zelfcensuur en trekken ideeën voor artikelen in, bijvoorbeeld omdat officiële bronnen niet mee willen werken, er druk ontstaat vanuit de adverteerders of de politiek, of als ze aanvoelen dat een idee voor een onderwerp niet past binnen de heersende ideologie. Geert Wilders heeft diverse pogingen ondernomen om flink te bezuinigen op de NPO uit ontevredenheid over de manier waarop de omroepen over hem berichten. Kritiek en dreigementen door elites hebben effect op de media.”

Het vijfde en laatste kenmerk van het propagandamodel is de heersende pro-marktideologie. Wat niet binnen die ideologie past, wordt weggefilterd uit het nieuws.

“Tijdens de Koude Oorlog heerste er in Nederland een pro-Amerikaans, anti-communistisch klimaat. Sinds de val van de Berlijnse Muur is daar het geloof in de markt voor in de plaats gekomen als oplossing voor alle problemen. Je ziet dat in de politiek, waar met de opkomst van de PVV, en het opschuiven van de PvdA naar het midden, een ruk naar rechts is ontstaan. Journalisten zijn hierdoor in een neoliberale omgeving beland. Je ziet dat de commerciële media de politiek betichten van oneerlijke concurrentie vanwege de overheidssteun aan de publieke omroepen, die dan ook heel veel hebben moeten bezuinigen.”

Chomsky en Herman hebben met hun ‘paired examples’ studie aangetoond dat de Amerikaanse media selectief berichten. Zo wordt een slachtpartij aangericht door een bevriende natie in neutrale termen beschreven of zelfs geheel verzwegen. Terwijl er schande van wordt gesproken als hetzelfde gebeurt in een land dat in conflict is met de VS.  Is dit al eens onderzocht voor de Nederlandse media?

“Lang geleden stuurde ik een voorstel voor een promotieonderzoek naar een gerenommeerde Nederlandse professor in de journalistiek om die studies van Herman en Chomsky ook voor de Nederlandse media te doen. De methode van ‘paired examples’ die ze gebruiken is sterk. Het toont duidelijk aan dat over vergelijkbare gebeurtenissen die min of meer tegelijkertijd plaats hebben heel verschillend wordt bericht, in het voordeel van de nationale elites, zoals de grote bedrijven en de gevestigde politieke partijen. Het is nogal wat als je de ‘vrije pers’ zo te kijk kan zetten. De professor schreef terug dat hij het geen goed voorstel vond, ten dele omdat het onderzoeksresultaat voor de hand lag. Dat klopt. Het resultaat ligt voor de hand: in de Nederlandse media zal je in grote lijnen dezelfde ongelijke behandeling van buitenlandse gebeurtenissen vinden die de belangen van de elites van het land weerspiegelt.”

“De enige studie die Herman en Chomskys werk heeft toegepast op de Nederlandse media, dus inclusief de ‘paired example’ methode, was een masterscriptie van Lex Rietman over de behandeling van verkiezingen in Centraal-Amerika in de jaren tachtig. De Amerikaanse pers volgde de conclusies van het Witte Huis. Verkiezingen werden ‘vrij’ genoemd als het Witte Huis dat deed en ‘oneerlijk’ als het Witte Huis dat deed.  Onafhankelijke verkiezingswaarnemers en mensenrechtenorganisaties kwamen overigens tot omgekeerde conclusies, maar zulke bronnen werden blijkbaar niet betrouwbaar geacht door journalisten. De Europese pers, ook de Nederlandse, zat op dezelfde wijze fout. Volkskrant-correspondent Jan van der Putten vormde overigens een eerbare uitzondering.”

“Meer in het algemeen blijkt uit ander onderzoek over de buitenlandberichtgeving in de Nederlandse media dat ze inderdaad een versie van de werkelijkheid tonen die de belangen van de politieke en economische elites dient en hun versies van de waarheid voorrang verleent. De berichtgeving over de Irak-oorlog is een duidelijk voorbeeld. De New York Times en Washington Post hebben overigens na de invasie de hand in eigen boezem gestoken. De Nederlandse kranten hebben dit nooit gedaan.”


Artikelen van Tabe Bergman:

Posted on

Hoe de Democratische partij de blanke arbeider aan Trump verloor

De duiding van Trump als een ultra-rechtse klootzak laat zien hoezeer opiniemakers niets hebben begrepen over hoe de Democratische partij deze verkiezingen heeft kunnen verliezen. De les van Bill Clinton (It’s the economy, stupid!) lijkt niet ter harte te zijn genomen en de Democraten hebben de verkiezingen verloren op hun eigen terrein, letterlijk en figuurlijk.

De Amerikaanse presidentsverkiezingen lopen altijd via hetzelfde stramien. De Democraten winnen de oostkust en de (noord)westkust en de staten rond de grote meren in het noorden. Republikeinen winnen alles daartussen. Als er iets wel opmerkelijk is aan deze presidentsverkiezing is het dat de Democraten werden verslagen in de staten rond de grote meren, de zogenoemde rust-belt: een groep van staten waar van oudsher de auto- en metaal-industrie was gevestigd en die nu slechte tijden doormaakt.

Opmerkelijk genoeg slaagde Obama er in 2012 nog in om de gunst van deze staten te winnen door de bail-out van de noodlijdende auto-industrie. De Democraten zijn van oudsher opgekomen voor de overwegend blanke arbeiders uit deze staten door immigratie-tempering en protectionistische maatregelen. Arbeidsmigratie en vrijhandel waren immers de standpunten van de Republikeinen.

Deze lessen lijken volledig te zijn vergeten door de Hillary-campagne, die zich heeft laten verleiden tot een cultuur-strijd: vrouwenrechten, anti-racisme en pro-abortus. Het probleem is echter dat dit niet aanslaat bij de traditionele Democratische arbeidersachterban in de rust-belt – zij willen banen. Trump heeft een slimme campagne gevoerd door te pleiten voor immigratie-beperking en protectionisme. Hij beloofde ook ‘a better deal’ in handelsrelaties met China en Zuid-Amerika.  Clinton wilde daarentegen open grenzen voor handel en migratie. industrie

Het is een hardnekkige mythe dat Trump de verkiezingen zou hebben gewonnen door een gemene zaak te maken met radicaal-rechts, de zogeheten Alt-right. Zo tonen de senaatsverkiezingen in Louisiana, die gelijktijdig met de presidentsverkiezingen werden gehouden, aan dat de rechts-radicale kandidaat David Duke niet kon profiteren van een vermeend Trump-effect – hij greep naast de senaatszetel – ondanks het feit dat Trump deze staat met ruime cijfers won.

Clinton heeft daarentegen veel blanke Amerikaanse arbeiders van zich vervreemd door achter gesloten deuren over hen te spreken als ‘irredeemable deplorables’: mensen die niet mee kunnen komen in een globaliserende wereld en voor hun kritiek op arbeidsmigratie als racisten moreel in de hoek moeten worden gezet. Hierdoor wekte zij de indruk dat zij hen niet serieus nam, en zich boven hen verheven voelde. Zij sprak hiermee hoogopgeleide jongeren uit hogere klassen aan, maar niet de traditionele Democratische arbeidersachterban.

Trump is niet een ultra-rechtse redneck, maar een New Yorkse zakenman die op sociaal-economisch vlak meer gemeen had met Bernie Sanders dan met zijn mede-Republikeinen. Met de linkse Bernie Sanders  hadden de Democraten de Republikeinen kunnen verslaan, maar in plaats van de sociaal-economische strijd heeft de Democratische conventie gekozen voor establishment-kandidaat Clinton, een huisvriendin van Wallstreet. Het heeft hen het presidentschap gekost.

Posted on

Economisch overheersen de metropolen, het platteland trekt leeg

In veel Europese landen heeft in de afgelopen jaren een regelrechte ontvolking van het platteland plaats gevonden. Dat vertaalt zich ook in de verkiezingsuitslagen.

United_Kingdom_EU_referendum_2016_voting_regions_results.svgDat fenomeen kwam bijvoorbeeld duidelijk naar voren in het referendum over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk. Terwijl de hoofdstad Londen tegen de Brexit stemde, stemde de Engelse bevolking in de provincie met overweldigende meerderheid voor. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is deze trend een indirect gevolg van de globalisering: “In de grote steden, de knooppunten van de wereldeconomie, ligt de productiviteit veel hoger; zo produceren bijvoorbeeld de inwoners van Londen per hoofd bijna het vijfvoudige van de Britse doorsnee”, zo heet het in een analyse. De economische groei concentreert zich toenemend in de metropolen, de provincie blijft achter.

In Frankrijk ziet de situatie er vergelijkbaar uit. Meer dan de helft van de toename van het Bruto Binnenlands Product vindt plaats in de agglomeratie van Parijs. Het landelijke Frankrijk, ‘la France profonde’, heeft aanzienlijk lagere cijfers.

Het is daarbij een vergissing om aan te nemen dat de mensen in de provincie noodzakelijkerwijs ontevredener zouden zijn. Juist in gebieden die nog altijd door landbouw gedomineerd worden, bestaat er een idyllisch levensgevoel, het gevoel dat de wereld nog klopt. Anderzijds zijn er in Frankrijk en Engeland gebieden die vanouds sterk door industrie bepaald zijn en die nu grote structurele problemen ondervinden. Oude mijngebieden in het noorden van Frankrijk worstelen evenzeer met de structuurveranderingen als braakliggende gebieden in Engeland die ooit een grote tol speelden in de staalproductie.

Austrian_presidential_election_2016,_first_round_results_by_stateDit gemengde verhaal zie je terug in de verkiezingsuitslagen. De eurosceptische UK Independence Party is zowel daar sterk waar frustratie heerst als daar waar men iets te verliezen heeft. In Londen, een hoofdpodium van internationale financiële transacties, heeft de partij het traditioneel moeilijk. In Frankrijk doet Marine le Pen het met haar Front National even goed in idyllische plattelandsregio’s als in verlopen industriesteden. De hoofdstad Parijs, in het centralistische Frankrijk een belangrijke draaischijf, blijft voor het Front National echter een terra incognita. In Oostenrijk haalde Norbert Hofer van de FPÖ overal in de provincie geweldige resultaten, maar in de hoofdstad Wenen bleef Alexander Van der Bellen van de Groenen hem voor.

De vraag is echter of anti-establishmentpartijen op den duur niet toch door kunnen breken in de metropolen, wanneer zoveel mensen daar naartoe trekken. De situatie in Italië lijkt daar op te wijzen. In Italië zag je aanvankelijk het zelfde verschijnsel als in Engeland en Frankrijk. De Vijf-Sterrenbeweging van Beppe Grillo deed het aanvankelijk vooral goed in de arme regio’s in het zuiden enerzijds en de klassieke landbouwgebieden in het midden van het land. Maar bij de recente lokale verkiezingen veroverde de protestpartij zowaar de burgemeesterszetel in de hoofdstad Rome. De vraag is natuurlijk of het om een uitzondering gaat, of om een nieuwe trend.

De lonen liggen in de Europese hoofdsteden duidelijk hoger dan in de provincie, schrijft de OESO. De bevolking is er gemiddeld dan ook welvarender, hoger opgeleid en tevredener met haar leven. In Duitsland is de situatie volgens de onderzoekers nog relatief goed. Toch is er ook in het oosten van Duitsland al jaren sprake van ontvolking van het platteland. Daar steekt de Alternative für Deutschland bovengemiddeld goed af. Sinds de val van de muur hebben volgens het Berlin-Institut 1,5 miljoen mensen hun oude heimat verlaten, om zich in het westen van Duitsland te vestigen, oftewel zo’n tien procent van de bevolking van de DDR ten tijde van de Wiedervereinigung. Vooral jonge, hoger opgeleide en vrouwelijke personen vertrokken.

Prognoses van het Bundesinstitus für Bau- Stadt und Raumforschung (BBSR) komen bovendien tot de conclusie dat grote delen van Duitsland in de komende twee decennia tot tamelijk verlaten landschappen dreigen te verworden. Tot nu toe zijn de verschillen in beschikbaar inkomen nog relatief gering, duidelijk kleiner dan in bijvoorbeeld Groot-Brittannië, Frankrijk of Polen. Dat immigratie een oplossing voor dit probleem zou kunnen zijn geloven de onderzoekers echter niet. Ook arbeidsmigranten trekken immers daarheen waar de kansen op werk of de betere carrièremogelijkheden zijn, en dat zijn de metropolen waar de economische activiteit zich concentreert.

Posted on

Ruim een kwart uitkeringstrekkers in Duitsland is van buitenlandse afkomst

Zo’n 26 procent van de ontvangers van werkloosheidsuitkeringen in Duitsland is van buitenlandse afkomst, dat meldt het Duitse boulevardblad Bild onder verwijzing naar nieuwe cijfers van het Bundesagentur für Arbeit. Daarin zijn zowel EU-burgers als niet-EU-burgers inbegrepen.

In vergelijking met vorig jaar is het aantal uitkeringsontvangers van buitenlandse afkomst met 170.207 of 12,7% toegenomen naar 1,54 miljoen. Het aantal in Duitsland geboren uitkeringsontvangers is met 239.995 of 5,2% afgenomen naar 4,36 miljoen. Het hardst gestegen zijn de aantallen Eritreeërs en Syriërs die een uitkering ontvangen.

In doorsnee is 7,7 procent van de Duitsers op een werkloosheidsuitkering aangewezen. Bij allochtonen ligt dat op 18 procent.

De top drie van andere nationaliteiten onder de ontvangers van Duitse uitkeringen is als volgt: Turken (295.260), Syriërs (242.391), Polen (92.506).

Sarrazin Deutschland schafft sich abTerwijl bondskanselier Angela Merkel blijft volharden in haar mantra ‘Wir schaffen das’ wees de econoom en topambtenaar Thilo Sarrazin in 2010 met zijn boek Deutschland schafft sich ab al op de gevaren van het Duitse immigratie- en integratiebeleid voor de verzorgingsstaat.