Posted on

Naoorlogse verzetshelden waarschuwen voor Baudet

De wanhoop slaat nu toch echt toe! Zelfbenoemd ‘weldenkend’ Nederland weet nu echt niet meer hoe ze Baudet moet stoppen. Ruim een week geleden werd er tijdens een antiracisme-demonstratie opgeroepen Baudet neer te schieten; het journaille en de intellectuele goegemeente was er als de kippen bij om deze moordoproep te bagatelliseren. Bijna dagelijks zitten ‘pratende hoofden’ in een van de vele talkshows te fulmineren tegen Baudet en het Forum voor Democratie. Opiniepagina’s van de dagbladen staan dag-in dag-uit vol met alarmerende schrijfsels over de filosoof-politicus en redactionele commentaren maken voortdurend hysterische vergelijkingen tussen de opkomst van Baudet en – natuurlijk – de jaren dertig van de vorige eeuw. Een al lang uitgerangeerde cabaretier schreeuwde onsamenhangende anti-Baudet kreten tijdens het herdenkingsmoment voor de slachtoffers van de aanslag in Utrecht bij de opening van het Boekenbal. Men zit kortom met de handen in het haar. Waarom wil het domme volk maar niet luisteren?!

“Volwassen politici”

Een laatste bedroevende bijdrage aan de dagelijkse stroom van anti-Baudet geluiden levert filosoof en Trouw-redacteur Leonie Breebaart. In het Letter&Geest-katern van 30 maart steekt ze al vanaf zin 1 met grof geschut van wal: “In de week voor de Maand van de Filosofie sloeg Thierry Baudet alle taboes aan diggelen die volwassen filosofen – en volwassen politici – proberen te respecteren, en die je kunt samenvatten als: doe niet of je een goddelijke ziener bent en hou je aan de feiten.”

Breebaart suggereert hier nogal wat in één zin. Baudet is geen volwassen filosoof en geen volwassen politicus, hij noemt zichzelf een ‘goddelijke ziener’ en hij houdt zich niet aan de feiten. Daarnaast verwijt de redacteur tussen neus en lippen door dat Baudet taboes doorbreekt. Laat het nu juist de generatie linkse journalisten zijn die er prat op gaat overal en nergens taboes te willen doorbreken! Maar Baudet, die schopt tegen het linkerbeen, verstoort het progressieve feestje.

Bodar op de korrel

Wie is Breebaart om vast te stellen wie wel volwassen is en wie niet? Welke criteria hanteert de filosoof/redacteur daarvoor? Op z’n minst mag je daarvan toch wel een verantwoording verwachten van iemand die zichzelf filosoof noemt? Maar de Trouw-redacteur suggereert heel geniepig dat Baudet, in tegenstelling tot zijn tegenstanders, een kind is. En kinderen hoef je niet serieus te nemen. Dat blijkt al uit de volgende alinea, waarin Breebaart Antoine Bodar, die zeldzaam moedig in Buitenhof het opnam voor Baudet, op de korrel neemt. De priester had de leider van het Forum vergeleken met een gymnasiast. Breebaart schampert daarover: “Ach ja, die goeie, ouwe puberteit, toen je grootse visies de wereld in slingerde in de hoop heel geleerd over te komen.” Nee, de redactie van Trouw is dat stadium allang ontgroeid. Daar werken alleen heel volwassenen mensen.

“Het land beschermen”

Want volgens Breebaart zelf behoort zij tot de groep mensen die het land beschermen, maar die Baudet wegzet als vijanden: “En dus dat degenen die ons in werkelijkheid beschermen tegen de macht van een leider – wetenschappers, journalisten, bestuurders – weggezet moeten worden als vijanden van het volk.” Het staat er echt. Wetenschappers, journalisten en bestuurders die “ons” moeten beschermen. Wat een gotspe, wat een eigendunk, wat een arrogantie!

(Non-)conformisme in de wetenschap

Wetenschappers die bijvoorbeeld werkzaam zijn bij een van de overheidsinstellingen, zoals een Planbureau, en die braaf opschrijven wat een ministerie wil horen. Wetenschappers die zo overtuigd zijn van hun eigen theorieën, dat ieder afwijkend geluid de mond wordt gesnoerd. Neem bijvoorbeeld promovendus Joris van Rossum van de VU in Amsterdam. In zijn proefschrift haalde Van Rossum, niet christelijk, de evolutietheorie van Darwin onderuit. Hij kon een baan in zijn vakgebied vergeten.

Gekochte journalisten

Journalisten die braaf op- of beter overschrijven wat een ministerie of inlichtingendienst hen voorkauwt. Udo Ulfkotte heeft dit overtuigend aangetoond in zijn boeken, zoals ‘Gekochte journalisten’ (Uitgeverij De Blauwe Tijger). Journalisten, die acht jaar lang hijgerig en kwijlend achter president Obama hebben aangehobbeld, maar die sinds 2016 Trump wegzetten als een levensgevaarlijk man. Trouw kopte op 31 maart nog: “Donald Trump regeert als een koning die geestelijk niet tegen zijn taak is opgewassen”. Alweer een kind, net als Baudet. Verslaggevers die twee jaar lang ongenuanceerd en kritiekloos berichten over Russische beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar vervolgens het Mueller-rapport – dat als conclusie heeft dat er geen enkel bewijs van beïnvloeding is – in twijfel trekken. En dat noemt zich kwaliteitsjournalistiek. Journalistiek als verdienmodel is een betere naam (Perscombinatie, salaris Van Nieuwkerk, etc.).

Reductio ad hitlerum

Bestuurders die hun sociale media-kanalen gebruiken voor het rondsturen van berichten waarin Baudet en het Forum voor Democratie een-op-een geassocieerd worden met het nationaal-socialisme. Als het Forum inderdaad de grootste partij van Nederland wordt, verwacht ik al snel ‘Baudet-vrije’ gemeenten. Want de bestuurders in dit land zijn echte verzetshelden.

Breebaart zingt in dat koor lustig mee. “Nieuw-rechtse bewegingen”, “extreem-rechtse Polen”, “omvolking”, “sterke leider”: de column van de redacteur grossiert in dit soort grove associaties en beschuldigingen. Beschermers? Tendentieuze rioolratten, die een klimaat creëren dat erger is dan dat van 2002. De demonisering neemt beangstigende vormen aan. Was het in 2002 nog ‘Stop de Hollandse Haider’, nu leest men zwart op wit of tussen de regels door ‘Stop de Hollandse Hitler’. De wanhoop van de linkse elite kent geen grenzen meer. Wie herinnert zich niet de schreeuwende Alexander Pechtold in De Balie in Amsterdam? Er hoeft maar een gek op te staan…

Posted on 1 Comment

Klimaatdrammers markeren doodsstrijd oude midden #PS2019

Het politieke paradigma is aan het verschuiven en politici hebben er geen invloed op. Dat steekt. Dit is precies de reden waarom de druk van de klimaatdrammers zo groot is. Systemen in verval slaan namelijk het meest krachtig om zich heen. Een laatste flikkering van het licht voor het weer dooft. De tijden zijn er tumultueus door.

Een dergelijke kracht wordt geprojecteerd vanuit zwakte. Als je gelijk hebt hoef je niet te drammen. Dan komt men vrijwillig je kant op. Het is een teken dat de realiteit van Nederlanders veranderd is en dat ze daar in politieke zin uiting aan geven. Voor het het eerst doen ze dat massaal buiten de partijen van de Verzuiling. Die bezetten nu virtueel 1/3 van de Tweede Kamer.

Het midden verdwijnt nooit

Het politieke midden ligt altijd daar waar de meeste mensen zich comfortabel voelen om hun politieke stem aan te geven. Het midden lijkt dus alleen te verdwijnen als je zelf op een positie staat die niet meer het midden is.

Kiezers bewegen langs twee assen. Ze bewegen binnen het Overton-raamwerk. Dat is het raamwerk van maatschappelijk geaccepteerde meningen. Dit raamwerk bevindt zich op een politieke schaal. Zowel het raamwerk als de plaats op de schaal bewegen in een nieuwe richting. Het is evident dat deze verschuiving in een wat rechtsere richting is.

Het oude midden bevindt zich daardoor meer aan de rand van zowel de politieke schaal als van het Overton-raamwerk. Dat doet pijn. Zij waren het redelijke midden, vormden partijen, leuke clubs, vulden columns en collegezalen. Het is hen niet kwalijk te nemen dat ze op dezelfde plek blijven. De eigen vertrouwde netwerken laten niemand zomaar los.

Kracht is een teken van zwakte

Het oude midden kan alleen nog relevant blijven door zichzelf te krachtig te manifesteren. Dat is nodig omdat hun ideeën niet meer aansprekend zijn. Slechts door kracht worden zij nog geaccepteerd.

Het is mogelijk om deze kracht uit te oefenen omdat de netwerken nog in dezelfde denkwereld zitten. Dit zijn media- en bedrijfsnetwerken die de oude maatschappelijke midden-structuur vorm hebben gegeven. Het is logisch dat zij zich conformeren aan de overblijfselen van de oude structuren.

De realiteit is echter dat het politieke midden zich al verwijderd heeft van de oude structuren. Hierop kracht toepassen werkt niet omdat het midden zich niet laat dwingen. Dat werkt alleen bij totale repressie. Dan is er geen keuze meer over. Precies die tendens kan men terugzien in de politiek geïnspireerde censuur van het referendum, in de door mensen gemaakte algoritmes van Facebook, YouTube en Twitter. Kracht gebruiken om mensen van ideeën weg te houden is een teken van zwakte. Het toont dat de eigen leegte. Deze trend is echter niet begonnen met Rutte.

Het nieuwe paradigma

Het hautaine gedrag tegen Fortuyn is de scheidslijn. De bestaande partijen werden erdoor van hun magie ontdaan. Er was alleen nog geen ruimte voor de kiezer om daadwerkelijk weg te lopen. Dat is nu anders. Alle nieuwe partijen in de Tweede Kamer zijn post-Verzuiling partijen in de zin dat zij voor Fortuyn niet bestonden.

Deze post-Verzuiling partijen hebben geen last van apologeten van communistische moordregimes, van voormalige of onbewezen terroristen, van gekochte politici, van grote schandalen. Ze hebben hun eigen problemen, uiteraard. Deze vallen echter in het niet bij de oude partijen. Kiezers zijn nog vergevingsgezinder omdat deze partijen anders lijken te zijn.

Post-verzuilingspartijen bezetten op 17 maart 2019 virtueel 1/3 van de Tweede Kamer. Daarmee laten burgers zien dat het maatschappelijk toelaatbaar is om op het nieuwe midden te stemmen. Het is de verplaatsing van het Overton-raamwerk in de praktijk.

Trendlijnen en toekomst

De komende Provinciale Statenverkiezingen worden een nieuw datapunt voor de trendlijn van het midden. Peilingen wijzen erop dat post-Verzuiling partijen ook hier hun slag gaan slaan, met uiteraard gevolgen voor de Eerste Kamer.

De trendlijn zal in geen geval abrupt afbreken en omkeren, gegeven normale omstandigheden. Alleen uitzonderingssituaties zoals optreden tegen buitenlandse functionarissen zullen een tijdelijke winst genereren. Lokale partijen zullen hun invloed verder uitbreiden. Daarmee neemt in steeds meer bestuurslagen de invloed van het oude midden af.

Komt deze gedachte uit dan is dat een nieuwe bevestiging van de verschuiving van het midden. Dit blijft ruimte scheppen voor nieuwe partijen of de groei van bestaande post-Verzuiling partijen. In de tussentijd zal het oude midden zich krachtig verweren tegen deze verandering, waar ze geen enkele invloed op hebben.

Met het einde van de Verzuiling verdwijnen ook de partijen en hun netwerken. Dat beseffen ze deels, en dat is waarom ze zich zo met kracht manifesteren. Bedenk telkens dat het een teken van zwakte is. Als hun ideeën zo goed waren had u ze wel gevolgd en hoefde u niet gedwongen te worden. De verzuiling is nu echt ten einde. Zoals De zanger van het vorige midden zong: The times, they are, a-changing. U weet wat u te doen staat bij de komende verkiezingen.

Posted on 1 Comment

“Wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”

Aangetrokken door de titel Kerkgangers en Zuilenbouwers waagde ik mij aan het boek van Sid Lukkassen om mijn gedachtes daarover min of meer reviewend weer te kunnen geven. Als theoloog, één met affiniteit met de neocalvinistische traditie, was ik direct geïnteresseerd.

Ik kwam ongeveer tien jaar geleden in de restanten van de toen net doodverklaarde vrijgemaakte minizuil, maar bevond mij nog wel in een groep mensen die verzuilder waren en dachten dan ze zelf doorhadden. Ook heb ik mij met het fenomeen verzuiling beziggehouden vanuit de geschiedenis van het kerkelijk landschap van de vorige twee eeuwen. De naam Sid Lukkassen had ik wel eens voorbij zien komen, maar nooit iets van gelezen of gezien. Wat betreft politiek en maatschappelijke discussie beschouw ik mijzelf meer als een van de stillen in den lande. Desondanks was ik geprikkeld en besloot het boek te lezen en te kijken of Lukkassen mij kon overtuigen zich bij zijn nieuwe kerk te voegen of op te laten nemen in zijn zuil.

Het is vrij eenvoudig te formuleren waar De Nieuwe Zuil (verder afgekort tot DNZ) voor staat: een gemeenschap van mensen die uit solidariteit elkaar financieel willen steunen om vrije gedachte-uitwisseling te waarborgen tegen de achtergrond van de gestagneerde maatschappelijke en politieke hoofdstroom (vgl. de zin in appellerende wijs waarmee Lukkassen DNZ weergeeft op blz. 52 en 77). Deze hoofdstroom is de globalistische neomarxistische elite die zichzelf aan de macht houdt door voornamelijk tegenstanders door framing monddood te maken. Hoofdstuk negen werkt deze visie uit in 28 punten, gevolgd door een schematisch overzicht van missie, doelstelling, profiel van de leden en de te houden activiteiten. “Dus wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”; korter en pregnanter kan het niet gezegd worden (blz. 82).

Zwaartepunt

Het zwaartepunt van het boek ligt m.i. op blz. 51-87, daarbuiten staan enkele gesprekken met mensen uit de samenleving, die allemaal de indruk maken erg blij te zijn met hem. De rest van het boek bevat allemaal betogen die de noodzaak van de zuil duidelijk maken. Lukkassen geeft zijn meningen over thema’s en gebeurtenissen uit de afgelopen tijd om het failliet van links aan te tonen en de noodzaak van DNZ op rechts. Wat mij betreft was zijn pleidooi al prima als het alleen bestond uit de bladzijdes met het zwaartepunt.

Je leest het boek om als het ware rondgeleid te worden in het gebouw, maar op den duur voelde het voor mij als lopen op de woonkamerafdeling van de Ikea. Je ziet allemaal kleine kamers, los van elkaar en op een of andere manier lijken ze op elkaar. Met als enige verschil dat de Ikea-woonkamers allemaal af zijn en de losse hoofdstukken van Lukkassen ietwat onafgerond aandoen. Dit kan natuurlijk zijn omdat hij de openheid naar de toekomst wil behouden, conform uitgangspunt 28, en alvast een voorzet wil geven voor bezinning. Per slot van rekening geeft Lukkassen van DNZ, om in de Ikea metafoor te blijven, als het ware de bouwinstructies, niet het meubel zelf.

De gewone man

Aan de andere kant lijkt het mij ook te maken te hebben met de abstractiegraad van het betoog. Soms lijkt DNZ alleen interessant voor filosofen en is het vooral een wereld van geschreven en gesproken woorden. Er zit een neiging in het denken van Lukkassen om filosofen op de grond te stellen. Ik vraag me af of de doelgroep van DNZ echt gebaat is bij het plan om een prijs uit te reiken voor “het beste boek” of om “jonge ambitieuze denkers en schrijvers” te stimuleren. Zeker aangezien hij zich richt op de vader aan de keukentafel, op de ondernemer, op de gewone man en vrouw.

Ook registreert Lukkassen dat masculiniteit een probleem is dat aangepakt moet worden, enerzijds door gebrek eraan in het Avondland ten opzichte van de islam, anderzijds doordat de linkse cultuur masculiniteit tegenwerkt. Maar in zijn ethische gedeelte komt deze notie niet terug, noch hoe de deugdethiek die hij voorstaat wordt geoefend en gewaarborgd in praktijken. Deugdethiek is bij uitstek een ethiek van een gemeenschap en praktijken, en zou masculiniteit niet het beste in gezinnen kunnen worden ingezet? Maar zoals eerder gezegd, het kan zijn dat dit in andere werken van Lukkassen die ik (nog) niet gelezen heb behandeld wordt. Wat dat betreft zou DNZ wat kunnen leren van Rod Dreher’s Benedict Option, en minder inzetten op het gehalte Intellectual Darkweb.

Filosofen en krijgslui

Er zit ook ergens iets lichtelijk ironisch in om aan de ene kant filosofen (“en andere briljante mensen”) een leiderspositie toe te schrijven en aan de andere kant voornamelijk leiders als voorbeelden te kiezen die toch krijgslui waren. Het feit dat Marcus Aurelius ook een stoïcijn was doet niet af aan het feit dat ook het zwaard de geschiedenis maakt en bepaalt wie de pen hanteert (blz. 110). Nu wil ik mij wel haasten dat dit niet betekent dat het idee van DNZ compleet waardeloos is door deze punten. Ik ben allang blij dat Lukkassen het idee oppert en dat hij serieus nadenkt over belangrijke vragen. Daarvoor verdient hij lof, zeker omdat hij een van de weinigen is die het niveau van memes en politiek-incorrect zijn door middel van vuilbekkerij en grofheden overstijgt. Ik ben niet de door hemzelf beschreven intellectueel die Lukkassen afkraakt omdat ik hem te ongenuanceerd vindt (blz. 21). Ik vermoed dat wat ik aanstip punten zijn waar hij best over in discussie zou willen, als hij mij al niet wijst op plaatsen in andere werken waar hij dit wel of anders uitwerkt (ik heb immers alleen dit boek gelezen).

Antithese?

Maar, ondanks alle waardering die ik voor zijn initiatief en denkwerk heb, voeg ik mij niet bij zijn kerk en zoek ik geen plaats binnen zijn zuil. Het is voor mij niet duidelijk waar nu de antithese zit tussen DNZ en het door Lukkassen verfoeide cultuurmarxisme. Voor Abraham Kuyper, de aanjager van de verzuiling, bestond de antithese ten diepste op het gereformeerde leerstuk van de uitverkiezing, het theologische leerstuk dat God voor de schepping heeft bepaald welke mensen er tot geloof komen of niet. Zo werd de mensheid opgedeeld in groepen, de eerste met de mogelijkheid, al dan niet geactiveerd, tot geloof, en de ander zonder de mogelijkheid tot geloof. Zonder te vervallen in theologische nuances of discussies komt deze visie erop neer dat de mensheid zich ook organiseert in twee groepen, een christelijke groep met het christelijke leven vanuit (de mogelijkheid van) het geloof, en die zonder. Omdat het beginsel van geloof ligt in een besluit van God in de eeuwigheid en niet in mensen, is de tegenstelling tussen deze mensen absoluut en onverenigbaar. Zie hier de antithese die de rechtvaardiging is voor de verzuiling, er is een onoverkoombare tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.

Scheppende rede

Als ik dit kuyperiaanse schema als bril gebruik en kijk naar DNZ van Lukkassen, valt mij op dat Lukkassen wel de antithese scherp neerzet. Hij lijkt de kloof te leggen tussen twee existentieel-metafysische wereldbeschouwingen, die voorkomt dat cultuurmarxisten rationeel te overtuigen zijn (blz. 123-124)  Maar wat in vergelijking met het kuyperiaanse schema ontbreekt, is de filosofische of theologische rechtvaardiging voor de antithese. En ik vraag mij af een rechtvaardiging mogelijk is. Want naar mijn indruk is het niet dat de wereldbeschouwing van Lukkassen, een waarin rationaliteit de basis vormt, veel verschilt van de wereldbeschouwing van (cultuur)marxisten. Ook deze vertrekt vanuit rationaliteit naar de werkelijkheid en is ook een product van de Verlichting. Beide nemen hun uitgangspunt in wat dr. W. Aalders noemde de scheppende rede.

Sociaal-constructivisme

Zo beschouwd neemt Lukkassen slechts een rationele positie in tegenover een even rationele positie. DNZ staat dan voor het nationale of het Europese tegenover het globalistische. Ook staat het voor meer risico nemen, zeker in de drang naar heroïsche daden, tegenover minder risico nemen, met name ten opzichte van gevoelens van groepen mensen, het sobere tegenover het hedonistische. Zonder de rechtvaardiging van de antithese kan Lukkassen alleen maar de onwenselijkheid benadrukken, maar niet de onjuistheid aantonen van zijn tegenstanders. Daardoor zie ik in zijn wereldbeeld een ietwat willekeurige en vooral pragmatische trek. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Lukkassen spreekt over macht en niet over de wet, in tegenstelling tot een van zijn voetnoten (blz. 23). Macht is niet gegrond en gerechtvaardigd door een goddelijke of kosmische wet.  Deze weg heeft Lukkassen voor zichzelf afgesneden met het beroep op Verlichting. Het is dan ook de vraag wat zijn opvatting is van de menselijke natuur, wie dit niet ziet als een essentie, loopt het grote risico om uiteindelijk te belanden in scepticisme en denken in sociaal-constructivisme.

Mobilisatie

En dit is de tragiek van de verzuiling, het is een kenmerk van wat Charles Taylor in zijn boek A Secular Age noemt The Age of Mobilisation. Een periode die vooral lag in de 19de eeuw die liep tot de jaren ’60 van de 20ste eeuw en toen werd opgevolgd door de Age of Authenticity. In de Age of Mobilization  is het kenmerkend dat politieke, sociale en kerkelijke instituten in existentie moeten worden gemobiliseerd door mensen met een gemeenschappelijk doel. Hier tegenover staat dat in eerdere tijden, het ancien régime, achter al deze politieke, sociale en kerkelijke instituten een ordening van de wereld, beter gezegd, van de kosmos stond. Deze orde ging aan alle instituten vooraf en verleende de autoriteit aan deze. Dit verklaart waarom Lukkassen macht reduceert tot menselijke disposities, die hij Informele Macht noemt (blz. 112-117).

Agnostisch

Niet dat DNZ daarmee een waardeloos idee is en direct kan worden door geschoven naar de prullenbak. Ik hoop alleen dat Lukkassen ziet dat agnostisch blijven over het volgende leven (uitgangspunt van DNZ 11, blz. 67) ook rust op onbewust aangenomen theologische uitgangspunten. Iedere levensbeschouwing die zijn uitgangspunt neemt in de autonome scheppende rede veronderstelt een perspectief buiten alles wat bestaat en buiten een absolute in zichzelf bestaande God die hieraan voorafgaat en die het Christendom altijd heeft beleden. Wie deze positie niet kan innemen, maar toch atheïst of agnost wil blijven, veronderstelt hiermee een andere of een valse god dan het Christendom belijdt en is genoodzaakt de rede te hanteren als een selffulfilling prophecy of te vervangen door willekeur en contingentie.

Co-belligerence

En hier zie ik de antithese tussen mijzelf als belijder van het klassieke Christendom en Lukkassen als een modern Verlichtingsdenker. Dat sluit discussie en sympathie voor zijn denkwerk niet uit, maar ik zal mij hierom niet in zijn zuil kunnen laten opnemen. De belangrijkste les van hem neem ik in ieder geval wel ter harte, ik zal mij niet onder druk van Lukkassen distantiëren om te laten zien dat ik heus wel deug. Want de antithese sluit niet uit dat we elkaar aan dezelfde kant van het politieke spectrum kunnen tegenkomen en met elkaar moeten samenwerken. Maar ik zal wel altijd een voor de overige stillen in den lande bekend wijsje fluiten of neuriën: Quare fremuerunt gentes.

N.a.v. Sid Lukkassen, Kerkgangers en Zuilenbouwers (eigen beheer, 2018), paperback, 273 pagina’s.

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

Sid Lukkassen: Samen kunnen we het fundament leggen van een Nieuwe Zuil!

Met zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’ wil publicist dr. Sid Lukkassen een stem geven aan de vele mensen in Nederland die nu nog niet gehoord worden.

Waar de mainstream media in de ban zijn van politieke correctheid en ideologische vooringenomenheid, wil Lukassen het rationale debat opzoeken, gericht op een realistische kijk op wat er speelt in de samenleving. Alles wat zich niet aan de ideeën van de weldenkende klasse conformeert wordt in de mainstream media gemakzuchtig afgedaan als irrationeel onderbuikgedoe, maar de rationele analyses die eronder liggen worden simpelweg genegeerd. Sid Lukkassen wil zich er voor inzetten om deze toch over het voetlicht te brengen om zo het publieke discours echt vooruit te brengen. En daar heeft hij uw steun voor nodig, in de vorm van een bijdrage aan de crowdfunding om dit project mogelijk te maken. Meer informatie daarover is te vinden op http://www.latenwekerkenbouwen.nl/crowdfunding/ 

In onderstaande videoboodschap licht Lukkassen zijn plannen toe:

Posted on

Thierry Baudet en de representatieve democratie

In het bevrijdingsweekend verscheen in de Telegraaf een uitgebreid interview met Thierry Baudet (FvD). Als we het interview destilleren komen we tot drie kernpunten, die licht werpen op de democratie in Nederland vandaag de dag:

  1. Kamerleden worden gerekruteerd op hun vermogen om onbewegelijk te blijven onder argumenten.
  2. Geen Kamerlid laat zich ooit overtuigen: alles is al “bedisseld” en dan slechts door een handvol centrale figuren. De rest van de Kamerleden is min of meer klapvee. Of, nog harder gesteld: stemvee.
  3. Zogezegd worden debatten gevoerd om zaken “opgehelderd” te krijgen. Echter de oppositie weet bij voorbaat dat de coalitie de regering zal steunen. De debatten die de oppositie aanzwengelt zijn dus feitelijk uitputtingsslagen, die worden gevoerd in de hoop dat iemand (in de coalitie) zich verspreekt.

Levenswijsheden ingeruild voor lobbyisme

Deze punten zijn – weliswaar op academische wijze – behandeld in mijn proefschrift De Democratie en haar Media. De drie punten zijn ook op een andere wijze te duiden: onderaan de streep blijkt helaas dat de ruimte om écht inhoudelijk van gedachten te wisselen zeer beperkt is. Vandaag is in de politiek geen ruimte meer om partijprogramma’s bij te schaven op basis van levenswijsheden en filosofische inzichten. Het zijn de belangen van lobbyisten die de politieke melodie bepalen: hierdoor is de politiek vandaag een plek van levensbeschouwelijke en ideologische leegheid.

Sid Lukkassen ~ De democratie en haar media

Vroeger was er nog zoiets als een zuil of een kerk, die op basis van een inhoudelijke visie de politiek kon bijsturen. Dit alles is vandaag echter opgelost in één overkoepelend globalistisch progressivisme, met binnenskamers een ons-kent-ons bestuurscultuur. Een debat om elkaar oprecht te overtuigen is tegen deze achtergrond onmogelijk: bij gebrek aan zuilen achter de partijen hebben spindoctors en managers van vluchtige indrukken de macht gegrepen. Een meetup van Jesse Klaver, om een voorbeeld te nemen, is feitelijk een exercitie in zenden door een populaire voorman. Politici worden tot stijliconen: esthetiek neemt het over van de inhoud. Dit is kenmerkend voor de alomvattende beeldcultuur die ik analyseerde in mijn proefschrift.

Argumenten pro- en contra

Evengoed kan men tegenwerpen dat een goed debat veronderstelt dat de partijen zich niet laten overtuigen. Deze wijze van redeneren stelt echter de ratio buiten werking: de politicus wordt dan een handpop van voorgegeven belangen. Met als gevolg dat het debat puur een showtje voor de bühne wordt. Ook toont deze opvatting minachting voor zowel het dualisme als de controlerende rol van gekozen volksvertegenwoordigers. Een fractievoorzitter van een coalitiepartij mag het debat niet ingaan met de onwankelbare mening dat de premier hoe dan ook gelijk heeft en dat hij de regering koste wat kost moet beschermen.

Men kan op de drie punten ook tegenwerpen dat partijen nu eenmaal vaste belangengroepen hebben als achterban, en dat die kiezers rechtstreeks vertegenwoordigd moeten worden.

Die opvatting van democratie gaat echter in tegen de filosofie van Edmund Burke: namelijk dat de gekozen volksvertegenwoordiger zijn rationele oordeelsvermogen nooit mag uitschakelen of laten gijzelen door een extern belang. Vandaag zien we in Groot Brittannië hoe Labour-politici nu clausules in de mediawetgeving bouwen die miljonairs beschermen tegen kritische journalisten. Denken in termen van louter belangen brengt parlementariërs namelijk tot de conclusie: ‘Ik kan niemand overtuigen – in het hele parlement is er maar een handjevol mensen met alle inside informatie. Dan laat ik mezelf maar inpalmen en fêteren door lobbyisten. Hopelijk ligt er voor mij dan een invloedrijke baan in het verschiet na mijn Kamerlidmaatschap waar ik wél impact kan maken.’

Onderwerp die handpoppen aan waarheidsvinding!

Als het uitgangspunt is dat je geen parlementariërs kunt overtuigen – omdat iedereen de handpop is van één of ander belang – dan nóg is overreding op basis van waarheidsvinding van grote importantie. Bij ieder politiek debat moet namelijk eerst worden vastgesteld wat precies het probleem is, voordat men kan bepalen wat voor de eigen achterban de beste omgang is met het probleem.

Een SP’er zal bijvoorbeeld de lijn uitdragen dat ontslagbescherming in het belang is van zijn kiezer. Maar een VVD’er kan vervolgens inbrengen dat een werkgever minder snel een werkloze zal aannemen, als hij moeilijk van deze persoon kan afkomen. Zodoende moet de politicus zich openstellen om de belangen van zijn achterban in een nieuw licht te zien. Een PVV’er kan vervolgens weer het punt maken dat mensen niet aan een gezin beginnen als er geen financiële zekerheid is, wat betekent dat een totale flexibilisering van de arbeidsmarkt een bevolkingsverandering versterkt.

Druk van de massa leidt tot slechte besluiten

Al deze argumenten zijn relevant en verdienen het om serieus genomen te worden op basis van waarheidsvinding, en niet op basis van louter retorica ofwel ‘een showtje voor de bühne’. Helaas betekent de praktijk van onze democratie dat het heroverwegen van een standpunt wordt geframed als zwakte. Dit betekent dat volharding in domheid en destructie dus meer loont dan ‘beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald’.

Democratieën drijven op kiezersdoelgroepen, en dus op groepsidentificatie wat leidt tot groepsdruk. Onder groepsdruk worden er ondoordachte besluiten doorgeramd die zijn gericht op de korte termijn. Daarin had Burke volkomen gelijk: het is een universeel bewezen feit van de geschiedenis dat het zelfstandig denkende individu betere beslissingen maakt dan mensenmassa’s. Vaak stond ik toen er een trein uitviel in een rumoerige massa te wachten op een vervangende bus. Terwijl ik op een app zag dat er ook een reguliere stadsbus naar de bestemming vertrok vanaf de andere kant van het station. “Al deze mensen kunnen er toch niet naast zitten?” dacht ik toen. Totdat ik als individu de proef op de som nam en naar de andere kant van het station liep. Daar nam ik in alle rust de lijnbus.

Moet visievorming in het parlement überhaupt meespelen?

Wat er over de conclusies van het interview met Baudet voorts nog beweerd kan worden, is dat ideologische overreding in de Tweede Kamer irrelevant zou zijn: visievorming zou namelijk al hebben plaatsgevonden in het maatschappelijk debat. Deze bewering mondt uit in twee belangrijke argumenten.

Ten eerste ben ik juist hierom bezig met de opbouw van een ‘Nieuwe Kerk’ – een nieuw levensbeschouwelijk huis van het Westen, waar verhalen uit de samenleving kunnen klinken die niet door managersjargon zijn besmet. Want de hele gang van zaken die überhaupt tot de oprichting van Forum voor Democratie leidde, is dat er in het maatschappelijke debat geen brood te verdienen is met visievorming op basis van realisme. Dit hangt weer samen met het linksliberale subsidiekartel, dat zo goed als alle betaalde talkshows, universiteiten en dagbladen beheerst. Precies hierom is het van belang dat lezers overwegen om mijn crowdfunding te steunen, om een tegenhanger te bieden.

Het tweede argument is dat Baudet in dat geval terecht redeneert (al zal hij dit niet letterlijk zo zeggen): “Ik kan al mijn energie opgebruiken om met mijn twee zetels achter ieder dossier aan te rennen en daar ons plasje over te doen. Maar omdat de maatschappelijke visievorming elders plaatsvindt, bereik ik daar weinig mee, buiten dat mijn achterban dan precies zal weten wat ik van ieder dossier vind. Mijn achterban weet echter al wat ik vind. Ik heb er meer aan om mezelf alvast te oriënteren op de toekomst en op de dossiers die zullen spelen zodra ik wél een meerderheid in de Kamer achter me kan krijgen – ook aan visievorming via boekpublicaties heb ik meer.”

Reflectie op Wilders en de PVV

Dit laat onverlet dat een andere aanpak op zijn plaats zou zijn wanneer FvD met twaalf of meer zetels in de Kamer komt. Met al deze overwegingen in het achterhoofd, is het tot slot interessant om nog kort te reflecteren op Geert Wilders.

De PVV speelt het parlementaire spel precies volgens de regels en doet mee in ieder debat. Hoewel de kiezer terecht waardering heeft voor deze plichtsbetrachting, steekt het systeem wel zo in elkaar dat de PVV-bevindingen niet terugkomen in de machinekamer van de macht. Naar verluid hebben topambtenaren zelfs geweigerd om de inbreng van de PVV in het coalitieakkoord uit te voeren, toen de PVV van 2010 tot 2012 deel was van een gedoogkabinet. De ministers en staatssecretarissen hebben dit destijds maar met de ‘mantel der liefde’ bedekt: de PVV trok haar eigen conclusies.

Tot besluit

Deze kennis maakt Baudets positie des te meer sympathiek. Het systeem is broken en in het interview komt hij daar openlijk voor uit. Hij zou zich wel helemaal kunnen identificeren met het parlementaire stelsel; daarmee zou hij echter ook verwachtingen opwekken die hij in het huidige systeem niet kán waarmaken – hij zou een agent of disillusion worden. Daarom is het goed dat hij wat mentale afstand tot het parlementswerk houdt.

De realiteit is namelijk dat een selecte groep de hoofdlijnen uitzet: de rest vangt de broodkruimels op die van de tafel vallen. Backbenchers brengen deze bijzaken onder tromgeroffel naar de achterban in de regio, in de hoop om zo weer herkozen te worden. Het is een trieste cyclus zonder uitweg. Dit is een mentale gevangenis waar Baudet met zijn intellectuele activiteiten aan ontsnapt.

Qua intellectuele activiteiten ben ik momenteel bezig met een crowdfunding, om de inhoudelijke discussies mogelijk te maken die in de politiek niet aan de orde zijn. Volg mijn project:

https://www.voordekunst.nl/index.php/projecten/7175-verhalen-uit-de-samenleving-1

Aanbieding: bibliotheek der democratie

Posted on

“Er zijn altijd alternatieve feiten voorhanden”

“‘Een beroep doen op de feiten’ is een morele of politieke handeling die met wetenschap niets van doen heeft. Zo’n beroep behelst immers onvermijdelijk een keuze uit een scala aan beschikbare feiten die niet op strikt wetenschappelijke gronden kan worden gerechtvaardigd”, schrijft hoogleraar sociologie aan de Katholieke Universiteit Leuven Dick Houtman in de jongste editie van Christen Democratische Verkenningen, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA.

“Er zijn immers altijd ook heus nog wel ‘alternatieve’ feiten voorhanden: feiten die men zelf ‘niet belangrijk’ vindt, of zelfs zo onaangenaam dat men hun bestaan maar liever helemaal verdringt om de roze levensbeschouwelijke bloemetjeswereld waarin men leeft intact te kunnen houden”, zo vervolgt de hoogleraar.

“Feiten zijn niet belangrijk of onbelangrijk; men kan ze alleen maar belangrijk vinden.” Hieruit volgt volgens de socioloog dat verschillende politieke en levensbeschouwelijke groepen, gevraagd naar de belangrijkste maatschappelijke problemen, op verschillende zaken wijzen: “Bij politiek rechts gaat het bijvoorbeeld om criminaliteit, misbruik van sociale voorzieningen, of overheidsbemoeienis met de inkomensverdeling, terwijl politiek links desgevraagd eerder wijst op intolerantie, racisme, of armoede.”

Het hele artikel is hier te lezen: Feiten? Welke feiten?!Over fact-based en fact-free politics (pdf)

Posted on

De bouw van een Nieuwe Kerk

Als ik stel dat we weer kerken zullen bouwen, klinkt dit sommigen als muziek in de oren. Zoals Erik van Goor, die een heldere toelichting schreef. Wat de constatering “we gaan weer kerken bouwen” betekent, is wellicht anders dan u in eerste opzicht vermoedt.

Samenvatting

“Ten eerste is er een Systeem dat een taal bezigt die niet meer overeenkomt met de werkelijkheid. Ten tweede noemt hij het gebrek aan sociale cohesie en groepssolidariteit binnen de geleding van de samenleving die juist om een Yernaz heen had moeten (blijven) staan.

De werking vanuit het systeem maakt dat ‘rechts’ niet in staat is om zich staande te houden als groep met een sociale cohesie. Deze werking is inherent aan het systeem en is onvermijdelijk en niet te ontlopen. Rechts is dus niet hard genoeg om de werking vanuit het systeem te weerstaan. Het ontbeert een eigen ‘systeem’ met een inherente hardheid om krachten van buiten of te weerstaan, of te geleiden, of zelfs te pareren of te verslaan. Men heeft weliswaar de werkelijkheid mee, maar mist de tools om dit belangrijke voordeel om te zetten in een succesformule.”

Oftewel: FvD werd gedeugshamed via Yernaz en bleek gevoelig voor die shaming (hierover verderop meer). Het punt van de ‘hardheid’ is dus extreem belangrijk. In de huidige post-rationele cultuur win je niet door de argumenten van de tegenstander te weerleggen met eigen bewijzen – je wint door hem of haar in sociale status te verlagen. In een video heeft Paul Nielsen deze staat van het huidige publieke debat perfect gedocumenteerd. Van Goor legt uit hoe dit komt:

“Dit is omdat het volksdeel van dit denken een ruimte mist van zelfbepaling, waarin een taal kan worden gebezigd die analoog is aan de werkelijkheid die gezamenlijk wordt gezien, begrepen en ervaren. Een ruimte waarin de wil bestaat om deze werkelijkheid ook gezamenlijk onder woorden te brengen, te ontwikkelen en uit te dragen.

Zo worden de contouren van de ‘kerk’ van Lukkassen zichtbaar. Eenvoudig voorgesteld zijn deze te typeren met het drietal begrippen ‘ruimte’, ‘hardheid’ en ‘samenhang’. Deze ruimte ziet Lukkassen niet alleen als denkruimte, maar ook als een interactieve en fysieke ruimte: gespreks- en caféavonden.”

Open debatcultuur

Om dit verder uit te leggen, beginnen we met een verstaan van wat een rationele open discussiecultuur is: dat is een cultuur die geacht wordt de democratie te dragen. De parlementaire democratie is een formeel machtsspel dat zich afspeelt binnen instituties, maar het publieke debat is het levensbloed van dat spel, de voedingsbodem. Waarden als rationaliteit, logica en feitenkennis maken dat het bloed vrijelijk kan stromen, van het hart naar het lichaam en het brein.

Als deze waarden opdrogen, dan vervliegt het bezielende elan van de democratie. Andere visies zullen dan weer onze zielen aanzuigen: premoderne wijzen om de macht te organiseren en soevereiniteit vorm te geven keren mogelijk weer terug. De macht zal zich weer op andere manieren present willen stellen, omkleed met begeestering, magie, mystiek en mogelijk het sacrale.

Nu nemen wij de Duitse filosoof Julian Nida-Rümelin als uitgangspunt. Hij is bij uitstek de serieuze denker-politicus met een rotsvast vertrouwen in de open debatcultuur als draagsteen van de parlementaire democratie. Lezen we de werken van Nida-Rümelin, dan zien we een democratie voor ons oprijzen die is gebaseerd op overleg, transparantie, feitenkennis en rationaliteit.

“Demokratie ist ohne Wahrheitsansprüche inhaltsleer. Demokratie ist kein bloßes Spiel der Interessen. Politische Entscheidungen sind nicht lediglich »Dezisionen« ohne Begründung und ohne ethischen Gehalt.”  In Demokratie und Wahrheit (2006) stelt de auteur dat aan ieder democratisch besluitsvormingsproces waarheidsclaim over feiten en over ethiek ten grondslag liggen: “Die Wahrheit, das Ringen um das empirisch und normativ Richtige, haben einen zentralen Ort in der Demokratie.”

Censuur opgelegd door ‘68

Inmiddels is de democratie geworden tot iets totáál anders dan wat Nida-Rümelin voor zich zag. Wat Jürgen Habermas noemde de “machtsfreie Dialog” is dood. Hoe kon het zover komen? Dat verklaart Bruno Barnard:

“Het zou lang duren voordat sommige mensen, van uiteenlopende generaties, begonnen in te zien wat er na mei 1968 gebeurd was. Gramsci had gelijk gekregen, er waren stellingen veroverd, in de pers, in het onderwijs, vooral aan de universiteiten, burgerlijke instituten als kerk en huwelijk werden afgebroken en het extreemlinkse denken vrat de burgerij geleidelijk van binnenuit op. De leerlingen werden leraar; de stencildraaiers journalist; de seminaristen vader van weldra te indoctrineren kinderen.”

Nu is het de vraag hoe je jezelf in zo’n “post-Habermasiaanse” situatie nog staande kunt houden. In deze tijd van politieke correctheid en overgevoeligheid zijn zelfs komedie en satire gecensureerd – essentiële zaken voor een open discussiecultuur. Voordat je het weet word je door de ideologische machine die Barnard omschrijft van van alles beschuldigd: die verwijten blijven plakken.

Aangezien alles tegenwoordig googlebaar is, zullen toekomstige werkgevers je erop afrekenen en mogelijk schrikt de controverse zelfs potentiële klanten en afnemers af. Het is een strategie waartegen men zich feitelijk niet meer op een rationele manier kan verweren – en dus is de volgende logische stap het bouwen van een ‘Nieuwe Kerk’. Hiermee bedoel ik een fundament van samenleven dat enige houvast verschaft aan realistisch denkende mensen – van liberale humanisten tot nationaal-conservatieven. Deze mensen wil ik ook gaan samenbrengen op discussie- en caféavonden.

Deugdynamiek

U kunt wel wanhopig deugsignalen gaan uitzenden, als eenmaal zo’n ‘ongevoelige’ uitspraak is gedaan: uzelf vastleggen op selfies omringd met homo’s, moslims of leprapatiënten zo u wilt. Het deugvertoon kan nooit volledig genoeg zijn: hooguit ontstaat er een deugdynamiek waarbij degene die het minst ver gaat in het deugvertoon verdacht zal zijn en zal worden uitgesloten. Als de hoogste boom is omgezaagd is er altijd een volgende hoogste boom. Met rationaliteit heeft dit niets meer van doen.

Wat we krijgen is een communistisch klapfestijn: niemand durft als eerste te stoppen met klappen voor de leider, uit vrees geen goede communist te zijn. Nu de grote politieke discussies zich van economie naar cultuur hebben verplaatst zal deze deugdynamiek nooit meer stoppen.

Dit proces is met de tragiek rond FvD’er Yernaz Ramautarsing nogmaals aan het licht gekomen (luister hier mijn podcast erover). Uiteindelijk zul je een eigen kerk moeten gaan bouwen, waarin je jouw verhaal kunt vertellen en met weldenkende mensen kunt samenzijn. Want dit deugvirus heeft zich als een infectie door de maatschappij verspreid. Denk aan Google, denk aan James Damore. The powers that be zitten Trump nog even uit en willen dan volledig Brave New World gaan. Van PRISM tot het censureren van rechtse Twitter- en YouTube accounts: de voortekenen zijn overal.

Karaktermoorden zijn aan de orde van de dag: artikelen openen met “zijn critici zeggen”, of “voor haar critici is zij een…”. Op deze wijze kunnen allerlei labels op mensen worden geplakt zonder dat er een basis in de realiteit voor hoeft te zijn. De kop hoeft maar te worden opgeschreven of het kwaad is al geschied. Vervolgens komen de algoritmes die, afhankelijk van de levensbeschouwelijke kleur, de ene kop versterken en de tegenkop verzwakken. Het hitpiece dat u een ‘fascist’ noemt gaat omhoog in de rankings: het stuk dat u vrijpleit met de feiten bungelt onderaan de zoekresultaten.

Communicatieve media

Natuurlijk versterkt de komst van de nieuwe communicatiekanalen dit alles met een factor tien. Twee politici voeren één debat, maar maken beiden verschillende video’s. Daarin worden hun eigen hoogtepunten gemaximaliseerd en de sterke punten van de tegenstander worden weggeknipt of afgezwakt. Er worden absurde misrepresentaties van argumenten opgevoerd – alleen de delen waarin de spreker op deze misrepresentaties reageert halen vervolgens het nieuws. Zo kan zelfs de meest belezen persoon aan het volk worden opgevoerd als een mafkees.

Het leidt tot enclaves waarin iedereen voor eigen parochie preekt en waar dezelfde begrippen totaal verschillende associaties opwekken. Ook de staatsomroep is zoals we weten géén neutrale scheidsrechter. Dus trek dit gewoon consequent door: voeg de theorie naar de praktijk in plaats van een dode en bedrieglijke theorie over ‘open debat’ in stand te houden. Geef gewoon eerlijk toe dat het era van het democratische debat als open en eerlijk overredingsproces ten einde is. Bouw die kerken want de kerkgangers zijn er toch al. Ze zitten alleen nog in het verkeerde gebouw, het gebouw van het parlement, waar hun wensen niet meer zullen worden vervuld.

Want de meeste politici zijn vandaag helaas pr-managers zonder inhoudelijk verhaal. Kneedbare en inwisselbare lieden met een ‘bestuurdersmentaliteit’ – er staat geen geestelijke arbeid meer aan de basis van het politiek overtuigingsproces. Staatsburgers worden gestuurd als consumenten, via ‘nudging’ en ‘social proof’ meer dan met feiten, analyses en bewijzen.

Het ‘debat’ wat zo overblijft is een façade. Pure belangen worden doorgewalsd naar de macht, en consciëntieuze mensen met realistische inzichten worden op die weg verpulverd.

Oproep tot actie!

Ik zoek nu mensen met organisatorische vaardigheden, die bijvoorbeeld een debatruimte ter beschikking kunnen stellen met hapjes en drankjes. Een café of een zaal of iets vergelijkbaars met het huiskamermodel van de Batavieren. Onder dit initiatief moet ook een sociaal-economische basis komen. Want de enige manier om aan de beschreven uitsluiting te ontkomen, is het bouwen van een eigen Kerk (waarvoor ook wel de term ‘Nieuwe Zuil’ gangbaar is). “Ik wil gewoon debat, ik wil dat feiten en meningen botsen”, is evident niet meer vol te houden in deze situatie. In de post-Habermasiaanse situatie zijn feiten namelijk ondergeschikt gemaakt aan de deugdynamiek.

Daarom wil ik weer kerken: mooie verhalen om de achterban mee te bezielen. Zodat we geen totale maatschappelijke uitsluiting hoeven te vrezen, omdat we elkaar hebben, en elkaar zullen ondersteunen en versterken. Mijn oproep tot actie is hierbij om anderen dit stuk te laten lezen en mij een verhaal, een ervaring of een probleem toe te sturen. Hierover kan ik weer publiceren om de “kerk” verder uit te denken.

Rapport uit de samenleving

Maar we kunnen natuurlijk niet afsluiten zonder een dergelijk stukje rapport uit de samenleving. Evelina stuurde mij een artikel over de agressie van het progressieve spectrum. De algemene bevinding: rechtse mensen reageren op een statement met discussie, linkse mensen reageren op een statement met morele verwijten. Hierom voelen centrum-denkende mensen minder aandrang om met linksen te discussiëren. Maar uit angst voor confrontatie gaan ze hen publiekelijk naar de mond praten. Hierdoor begint iedereen te denken dat links denken de norm is, waaraan ze zich vervolgens conformeren.

Ook blijkt dat rechtse mensen de argumenten van linkse mensen betrekkelijk goed begrijpen: ze kunnen deze navertellen en uiteenzetten hoe linksen denken. Maar andersom is dit niet het geval. Dit blijkt uit vele studies, waarbij wetenschappers testgroepen lieten discussiëren over linkse en rechtse standpunten. Linkse mensen die zich in de gedachten van rechtse mensen moesten verplaatsen, kwamen niet verder dan wat negatieve morele statements. Het artikel is één lang bewijs dat waarheidsvinding en rationaliteit in het centrum staan van het rechtse denken, terwijl het linkse denken is geconcentreerd op emotie en morele verontwaardiging.

Helaas zijn de massa, de mediacultuur en de democratie inmiddels veroverd door de emotionele cultuur van morele verontwaardiging: dit noodzaakt tot de ‘hardheid’ die Van Goor zo treffend omschreef. Want wat is het alternatief voor een samenleving waar we elkaar niet op basis van argumenten kunnen overtuigen? Where one can’t convince, one must kill. Ter illustratie een nieuw voorbeeld van een ingezonden ‘verhaal uit de samenleving’:

“Goed gesprek met Eric C. Hendriks. Wat jullie daar blootleggen geldt voor de academische wereld in NL en –hoeft het nog gezegd – klopt ook voor de culturele en hoernalistieke instellingen in Vlaanderen (en ongetwijfeld ook voor de academische wereld in Vlaanderen – zie Maarten Boudry).

Met mijn journalistieke achtergrond (vind het bijna bespottelijk om het zo te noemen, maar it is what it is) en ervaring zou ik in principe makkelijk aan een redacteursbaantje moeten raken, maar sollicitatierondes worden meestal na een tijdje afgebroken. Meer dan een warrige HR-uitleg krijg ik dan niet te horen (is voorgevallen bij zowel Humo, waar ik zogezegd uit honderden mensen werd geselecteerd, als Gazet van Antwerpen). Ik werk intussen als ondertitelaar/vertaler maar meer dan een bijberoep is dat eigenlijk niet. Meer nog, het is gewoon een soort studentenjob, waar ik hoegenaamd niet mee rond kom. Steeds als ik solliciteer voor een interim-redacteursfunctie volgt zelfde warrige HR-uitleg.

En dit alles terwijl ik nochtans niet zo rechts ben. Ik hou van underground elektronische muziek en het tribale gevoel binnen de rave-scene, die toch verschrikkelijk social justice is. Dit combineer ik met eurosceptische, libertarische neigingen en ‘populistische’ overtuigingen over het mohammedanisme. Rechts lullen, links vullen. Maar als ik dit niet deed, verzaakte ik mezelf.

Intussen heb ik alle hoop laten varen om nog tewerkgesteld te raken binnen mijn ‘métier’ en begin ik een arbeidersbestaan te overwegen. In de geest van Bukowski lijkt mij zo’n arbeidersbestaan misschien nog enige charme te hebben: werken, schrijven en drinken. Maar het is toch enigszins treurig als dit je enige toekomstperspectief is, vooral als iemand die graag over ideeën praat.”

Gevaarlijk spel

Denk bij dit alles aan een scène in de film Batman. “You’ve crossed the line – you hammered them to the point of desperation. And in their desperation, they turned to a man they didn’t fully understand.” De elite speelt een gevaarlijk spel. Door dissidente geluiden uit te sluiten maken ze mensen met geen weg voorwaarts en geen weg terug. Mensen met niets te verliezen en een wereld te winnen.

Posted on

Intimideren Sid Lukkassen faalt, boekpresentatie ging door

Helemaal niemand hield dr. Sid tegen bij het presenteren van zijn boek “Levenslust en Doodsdrift”. Ondanks de dreiging van extreemlinks, werd zaterdag 2 december het boek “Levenslust en Doodsdrift” door Sid Lukkassen gepresenteerd in Arnhem. Het boek is tot stand gekomen door crowdfunding via Voor De Kunst.

De relschoppers waren vermoedelijk in de veronderstelling dat het niet doorging, omdat de eerste locatie het evenement had geannuleerd uit angst voor rellen. Hoewel de nieuwe locatie absoluut geheim moest blijven en er sterk benadrukt werd dat de locatie niet aan anderen doorgegeven mocht worden, was de sfeer erg gemoedelijk. Het publiek was divers, er waren kiezers van de VVD, CDA, D66, PvdA, SP en de Piratenpartij aanwezig.
Jesper Jansen en Charlotte Blaak presenteerden de avond met flair en trapten af met een klein vraaggesprek met Tom Zwitser, die vertelde over hoe hij is begonnen met zijn uitgeverij ‘De Blauwe Tijger’.

Even later was er een mini-interview met Sid Lukkassen zelf waar hij een stuk uit zijn boek voorlas, een anekdote over een EU-ambtenaar “Fabian”, die volgens hem symbool staat voor de kosmopolitische cultuur in het Europees Parlement. Hij ging in Brussel sociaal vooral met ambtenaren om, omdat die daar langer blijven werken en politici sneller verdwijnen.

Na een bescheiden pauze sprak Derk Jan Eppink. Hij was voor de presentatie overgevlogen uit New York en kent de auteur omdat hij reageerde op een mail die hem aansprak. Sid vertelde ook dat de conversaties tussen hem en Derk Jan Eppink een inspiratie waren voor de eerste twee hoofdstukken van ‘Avondland en Identiteit’.

Enkele memorabele uitspraken en vragen later begon de “Sid one-man-show”, waar men volgens de presentator de hele avond op had gewacht. Het ging zoals verwacht over de huidige kosmopolitische cultuur en het gebrek aan excellentie. Volgens Dr. Sid halen mensen wel voldoening uit radicalisering, maar is er nog weinig vreugde uit moderne arbeid te halen. De massa’s houden van plat vermaak en ontlenen identiteit aan narcistisch gedrag. Ook ging het over de cultuur van het slachtofferschap en een “utopisme wat op leugens is gebaseerd”.

Bij aankoop van het boek ontving je een “Spengler” als drankbon. Na de presentatie waren er inhoudelijke discussies tussen het publiek. Niet iedereen was het eens met alle statements van Lukkassen, zo ben ik zelf dol op plat massavermaak en vind ik het functioneel. Gelukkig kon daar zoals gebruikelijk bij bijeenkomsten met Sid Lukkassen zonder angst voor geweld openlijk over gesproken worden. Hier wel, spijtig dat extreemlinks niet open staat voor een dialoog.


Een video-opname van de boekpresentatie vind je hier: Geheime boekpresentatie Sid Lukkassen: Post-liberalisme kweekt cultuur van lange tenen. Het boek Levenslust en doodsdrift is te bestellen via de link hieronder:

Sid Lukkassen ~ Levenslust en doodsdrift, essays over politiek en cultuur

Posted on

Is Sid Lukkassen de ‘#metoo’ van het linkse fopintellectualisme?

Al sinds het begin van de mensheid wordt macht misbruikt voor seksueel gewin – zelfs in vrije samenlevingen wordt dit misbruik zelden aangekaart. Totdat er een vliegwiel in beweging werd gezet. Net zoals de Arabische Lente sterke emoties losmaakte nadat één arme sloeber zich in brand stak, zo spraken hele massa’s zich uit tegen machtsmisbruik onder de noemer #metoo. De veenbrand werd een uitslaande brand.

Cultuurmarxisme

In ons intellectuele landschap voeren linkse intellectuelen de boventoon en zijn normbepalend. Steeds meer wordt dit normbepalende gedrag een steen des aanstoots voor een groeiende groep mensen. Sinds enige jaren heeft deze steen des aanstoots een naam: cultuurmarxisme. De term geeft aan dat culturele verschillen steeds meer gelijkgetrokken worden. Heldere culturele ijkpunten worden van hun sokkel gesleurd en onbekende culturele elementen worden juichend als alternatief gepresenteerd.

Sid Lukkassen is sinds enige jaren een onvermoeibare voorvechter in de strijd tegen dit cultuurmarxisme. In zijn nieuwste boek Levenslust en Doodsdrift presenteert hij de lezer een bloemlezing uit zijn rijke repertoire van essays. Daarin wordt het cultuurmarxisme vanuit grote belezenheid gekapitteld, ondersteund door een diversiteit aan bronnen.

Serieuze uitdaging voor intellectueel links

In de inleiding geeft hij aan “dat hiërarchieën van cultuurwaarden noodzakelijk zijn om prestaties te waarderen”; hij sluit het boek af met kritiek op de Groene Amsterdammer, die had moeten leren van de misser van Hillary Clinton om de Trump- supporters weg te zetten als een “basket of deplorables” – en dat niet deed. Tussen deze inleiding en de afsluitende column passeert een rijke keur aan onderwerpen de revue met een helder kenmerk: intellectueel links heeft een evenknie op rechts. Hoewel de auteur uit intellectuele eerlijkheid de rechterflank zeker niet spaart. Lukkassen voert een hartverwarmend pleidooi voor de brede middensamenleving – waarmee hij zeker niet bedoelt: het politiek correcte midden.

Uitgaande van de stelling ‘cultuur is een hiërarchie van waarden’ krijgt de afbraak van de westerse cultuur gedecideerd repliek te verduren. In ‘Nieuwe censuur in Duitsland’ verduidelijkt hij hoe met nieuwe regelgeving over het tegengaan van nepnieuws de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt. Wie bepaalt namelijk wat nepnieuws is of anderszins uit de nieuwsweergave gefilterd moet worden? In de column erna stelt hij: “in een deliberatieve democratie is het van belang dat burgers met elkaar in debat kunnen gaan”, terwijl de door algoritmes geregelde media bepalen wie er toegang heeft tot gebruik van mediakapitaal.

Cultuurverraad krijgt weerspraak

Deze filtering vindt plaats terwijl journalisten zelf bepalen wat journalistiek relevant is: zij gebruiken ons podium om hun wereldbeeld op te leggen. “Ingegraven elites bepalen welke ideeën wel of niet bespreekbaar zijn” stelt Lukkassen – deze elite gooit het liefst verschillende culturen door elkaar. Niet alleen wordt de immigratie vanuit andere culturen gestimuleerd, maar ook worden wij aangespoord om de culturele kracht van ons onbekende culturen te omarmen en tegelijkertijd onze eigen culturele kracht te verloochenen. Juist door alle ijkpunten te verwijderen is “de politiek géén voortzetting mee van de burgerlijke cultuur”. De waarheid is zo geliefd, dat zij die iets anders liefhebben wensen dat dit de waarheid is. De media-elite echter “haat de waarheid in het belang van hetgeen ze liefhebben in plaats van de waarheid”.

Hij legt ook zijn vinger op een zere plek, die bij de PVV veel opgang doet. Hierbij schetst hij het feitelijke verschil tussen de politici van de Europese Commissie, die hun auto parkeren in de beveiligde garage in het Berlaymont en van daaruit hun steun voor een multiculturele samenleving (burgers moeten “hun hart wat meer openstellen voor de medemens”) uitstorten over hun kiezers, die dagelijks worden geconfronteerd met beschadigde auto’s buiten deze beveiligde garage.

Liberalisme en de islam

Binnen de kritiek op de politieke cultuur om te omarmen wat politici ver van zich houden, past ook de kritiek op de omarming van de islam. Alleen al het feit dat ‘islam’ feitelijk ‘onderworpen’ betekent (aan Allah), is voor iedere liberaal – wat de auteur is – een gruwel. In verschillende columns wijst hij op het risico dat de integratie van moslims in de liberale, westerse samenleving nooit kan slagen zolang moslims als een soort elastiek telkens terugkeren naar hun religieuze roots. Zo loop je het risico van Mohammed Anfal (lid van Leefbaar Rotterdam en ondanks zeer westerse overtuigingen toch overstappend naar een islamitische partij); niet alleen een stap dus voor kansarme analfabeten, maar ook voor goed-opgeleide, geïntegreerde moslims.

De kritiek op de huidige samenleving komt ook kleurrijk tot uiting bij het bespreken van de hof-hermafrodiet. Dit fascinerende archetype komt voor in vele gezichten en “verschijnt overal waar baantjes te vergeven zijn en is als een kussen dat altijd de afdruk draagt van de laatste persoon die erop zat”. Deze “sociale glibberigheid” is een rode draad, die in diverse essays in veel varianten terugkomt. Deze “follower van de followers” is ook een rol, die Lukkassen zelf absoluut niet past. Sterker nog: hij propageert actie om de “strijd om het voortbestaan van Europa” te kunnen voeren. En eerlijk is eerlijk: hij gaat voorop in deze strijd.

Irrationeel gedrag versus kritische houding

Zelf las ik ooit met veel plezier het boek Onderstroom – de onweerstaanbare drang tot irrationeel gedrag. Daarin wordt een keur aan sociologische testen en wetenschappelijke missers ten tonele gevoerd met als hoofdlijn dat mensen niet handelen op rationele gronden. Het boek bevat geen geheimen: dit is algemeen bekend en doet wellicht de hoop op het welslagen van Lukkassens acties krimpen. Laat hij echter niet stoppen met zijn belangrijke publicaties. Niet dat ik het altijd inhoudelijk met hem eens ben, maar je moet altijd kritisch blijven. Rust roest en juist een kritische houding brengt de mens op langere termijn verder.

De belezenheid van Lukkassen maakt dat hij dat hij dat op vele fronten laat zien. Naast de reeds vermelde onderwerpen gaat hij ook in op de zorgen over de macht van kartels. De “kartelocratie” van Thierry Baudet en Arnout Maat komt niet alleen voor in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven. “In een notendop betekent dit dat het economische systeem machtiger is geworden dan het politieke bestel” volgt op de constatering, dat de politiek niet langer het vliegwiel is de economische ontwikkeling. Dit ziet Lukkassen als een zorgelijk punt voor de sociaaldemocratie, die sinds ‘Nieuw Links’ de steun aan de arbeider heeft ingeruild voor een culturele agenda.

Hof-hermafrodieten en startups

In de bundel is ook zijn pleidooi te vinden voor het oprichten van een “Nieuwe Zuil”, die de bekende (en inmiddels sterk geërodeerde) zuilen uit het midden van de vorige eeuw moet vervangen en de basis moet zijn voor een fris elan in onze samenleving. De “hof-hemafrodiet” heeft, in combinatie met het door elkaar gooien van culturen, veroorzaakt dat “objectiviteit ondergeschikt gemaakt is” aan “het managen van sociale indrukken om de heersende kosmopolitische ideologie aan de macht te houden”.

De kosmopolitische machten houden de burger onwetend, bijvoorbeeld door startups te stimuleren; door Lukkassen vertaald in “bullshit-jobs”. Daar waar ouderen de opbrengsten van onze gasvoorraden hebben uitgegeven aan “ja, aan wat?” en ook nu nog via vakbonden hun eigen rechten veiligstellen, moet de stille generatie “gedwee en kneedbaar” zijn om dit alles mogelijk te laten zijn. Hij analyseert een economie waarin “trouw, loyaliteit en rechtvaardigheid geen plaats meer hebben”. In plaats daarvan worden mensen gevormd op een wijze die representativiteit belangrijker maakt dan inhoudelijke kennis. Door steeds te wisselen van functie wordt alles leeg en inhoudsloos. De specifieke talenten van het individu worden in het eindproduct onzichtbaar: vakmanschap en arbeidstrots verliezen hun betekenis.

Netwerkeconomie

In de economie van nu is de belangrijkste vaardigheid het bouwen van netwerken waarbinnen mensen elkaar functies toekennen. Niet de kwaliteit ten behoeve van de samenleving is daarbij doorslaggevend, maar de loyaliteit aan het netwerk waarvan je deel uitmaakt. Het betoog van de rector van de Universiteit Leiden, dat iemand met een opleiding klassieke talen nu directeur is van een multinational, leidt in een netwerkeconomie tot Lukkassens vraag “of dat niet eerder ondanks klassieke talen dan dankzij” is bereikt.

Het palet aan onderwerpen is nog veel breder dan in een reguliere recensie kan worden behandeld. Zo bekritiseert Lukkassen Frans Timmermans, die te pas en te onpas historische feiten koppelt aan het door hemzelf gewenste toekomstbeeld. Begeesterend is de column waarin hij de polemiek tussen Houellebecq en Lévy behandelt: daarin bekent Houellebecq dat hij liever het onrecht van een dictatuur steunt dan de wanorde te verwelkomen die het omverwerpen van de dictatuur brengt. Ronduit vermakelijk zijn ook de polemieken van Lukkassen met zijn criticasters en vertederend zijn zijn analyses waar het gaat om de vrouwelijke aard.

Tot besluit

Tenslotte: ben ik het op alle punten met Lukkassen eens? Zeker niet, maar juist daarom is het boek zo aanbevelingswaardig. De opgeruimde schrijfstijl dwingt de objectieve en kritische geest steeds weer om onderwerpen in een nieuw licht te zien. Ook staat hij door zijn ruime belezenheid en scherpte ver van uitgekauwde kritiek met betrekking tot complottheorieën en andere drogredenen. Steeds weer wordt die (zeer on-intellectueel) door linkse intellectuelen aangehaald om zelfs de meest doorwrochte kritiek op hun standpunten terzijde te schuiven. De inhoud is waar zij kwetsbaar zijn, dus vluchten zij in framing en morele verontwaardiging.

Dit fopgedrag is intussen zó voorspelbaar dat het saai is geworden. Inmiddels hebben mensen behoefte aan het lezen van nieuwe boeken met verfrissende inzichten zoals deze.

Waar de Arabische lente werd ingeleid door een enkeling en waar #metoo een lawine tot gevolg had, kan ook Sid Lukkassen door het cordon van de Gutmenschen heenbreken. Zij zijn namelijk op veel punten het historische anker al langere tijd kwijt: ze zijn kwetsbaar en Lukkassen heeft de bagage om hen op volwassen wijze een voldragen weerwoord te bieden.

N.a.v. Sid Lukkassen, Levenslust en doodsdrift. Essays over cultuur en politiek (Uitgeverij De Blauwe Tijger: Groningen, 2017), paperback met flappen, 304 pagina’s.