Posted on 1 Comment

Persvrijheid in Rusland – Vermoordt Poetin journalisten?

In het Westen wordt algemeen aangenomen dat de Russische pers ‘niet vrij’ is. Klopt dat beeld? Vermoordt het Kremlin journalisten? Staatsuniversiteit Moskou: “Buitenlandpolitiek Westen bepaalt visie op onze media.”

The World Press Freedom Index. Jaarlijks worden leden van de pers overal ter wereld getrakteerd op een rangschikking van landen naar de mate van persvrijheid. Villamedia, het huisorgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), deelde begin dit jaar een poster uit van de index aan haar abonnees. Op de poster een afbeelding van de wereldkaart, met elk land aangegeven in een aparte kleur. In het oog springt vooral Rusland, dat gemarkeerd staat in alarmerend rood, en dat vanwege zijn enorme landmassa, ook meteen het meeste rood op de poster in beslag neemt.
‘Rood’ betekent ‘slecht’, zo leert de begeleidende legenda. Er is slechts een handjevol landen waar het nog slechter is gesteld met de vrijheid van de pers, waaronder China, Saoedi-Arabië en Libië. Deze landen staan in het zwart aangegeven.
Ieder jaar publiceert het in Parijs gevestigde Reporters Sans Frontières haar World Press Freedom Index, die de mate van persvrijheid aangeeft per land in het daaraan voorafgaande jaar. In de laatste editie staat Rusland op de 148ste plaats, ver beneden andere westerse landen, en zelfs nog onder Arabische Golfstaten als Koeweit (104), de Verenigde Arabische Emiraten (119) en Qatar (123).

Is het werkelijk zo slecht gesteld met de Russische media? Ondanks alle gruwelverhalen over arrestaties, censuur, propaganda en moorden lijkt het toch nog niet geheel gedaan met de persvrijheid. Kennelijk is het mogelijk voor kranten de president af te beelden als hond; het Russische leger ervan te beschuldigen MH17 neer te hebben gehaald; de president in verband te brengen met witwaspraktijken; Russen uit te maken voor ‘rode fascist’; de Russische minderheid in Oost-Oekraïne uit te maken voor ‘genetisch afval’; zich hardop te verkneukelen over gesneuvelde Russische soldaten in Syrië – en het geweld van het Oekraïense leger in Donbass te rechtvaardigen. Zonder nadelige consequenties. De betrokken journalisten en opinieleiders maken het goed. Ze zijn niet vermoord of gearresteerd. Ze worden niet geweerd van televisie – en de media waar ze hun uitingen deden, hebben geen verschijningsverbod opgelegd gekregen.

De lage positie van Rusland in de World Press Freedom Index van Reporters Sans Frontières staat echter niet op zichzelf. Het land staat ook zeer laag genoteerd in het jaarlijkse Freedom In The World Report van de ‘independent watchdog organization’ Freedom House. Die laatste organisatie houdt kantoor in New York en Washington, en werkt voor haar jaarlijkse persvrijheidsrapport nauw samen met de Nederlandse organisatie Free Press Unlimited.
Volgens Freedom House is de pers in Rusland ‘niet vrij’. Op een schaal van 0 (minst vrij) tot 100 (meest vrij) scoort Rusland niet meer dan 20; dus ver beneden andere westerse landen, op hetzelfde niveau als de Verenigde Arabische Emiraten, Vietnam en Gambia en zelfs slechter dan Turkije waar in 2016 81 journalisten achter slot en grendel zaten.

De doornsee krantenlezer of tv-kijker zal onmiddellijk aannemen dat het met Rusland werkelijk zo slecht gesteld is als de twee persvrijheidsindexen aangeven. Immers: berichten in de Westerse pers over de benarde positie van journalisten elders in de wereld gaan in pakweg 9 op de 10 gevallen over Rusland. Tel daarbij op het, ook in Nederland, wijdverbreide geloof dat Vladimir Poetin journalisten vermoordt.

Klopt dit beeld over de Russische pers? Ruimt Poetin kritische journalisten uit de weg? Zijn de media ‘niet vrij’, zoals Freedom House beweert?

Vermoorde journalisten

Zelfs Ruslands meest uitgesproken oppositiekrant Novaya Gazeta*, waarvan zes reporters zijn vermoord, denkt niet dat Poetin of het Kremlin iets te maken heeft met moorden op journalisten. Het enige waar zij hun overheid van beschuldigen is dat deze onvoldoende maatregelen treft ter bescherming van hun veiligheid.

In elk geval klopt er niets van de bewering dat Poetins greep naar de macht in 1999 het begin inluidde van een golf aanslagen op journalisten. Het omgekeerde is waar; het aantal moorden op journalisten is sindsdien scherp gedaald. De cijfers van het in New York gevestigde Committee To Protect Journalists geven duidelijk aan dat onder Poetins voorganger, Boris Jeltsin, de zaken er veel slechter voor stonden. In Ruslands roerige jaren negentig werden er ruim twee keer meer journalisten vermoord dan in de jaren dat Poetin het land regeerde als premier en president.
Vreemd genoeg werd er tijdens Jeltsins presidentschap weinig ophef gemaakt over de vele dodelijke aanslagen op het perskorps. Niemand die toen beweerde dat Jeltsin journalisten vermoordde.

Het afgelopen jaar (2016) zijn er geen Russische journalisten geliquideerd. Hoewel niet gerapporteerd door Committee To Protect Journalists ** werden er in 2016 wel twee Nederlandse journalisten vermoord: Jeroen Oerlemans in Libië en Martin Kok in eigen land. Niettemin eindigde Nederland op de 2e en 5e plaats van de ranglijsten.

Dus, als het aantal vermoorde journalisten niet heel erg bepalend is voor de weging van persvrijheid in een land, waarom staat Rusland dan zo laag?

Zwarte doos

Beide ranking-organisaties, Reporters Sans Frontières en Freedom House, stellen hun ranglijsten samen aan de hand van enquêtes (hier en hier). Deze worden ingevuld door ‘media experts, advocaten en sociologen’ (Reporters Sans Frontières) of ‘analisten, vooral externe adviseurs’ (Freedom House).
De vragen in de enquêtes gaan over factoren die bepalend zijn voor de vrijheid van journalisten, zoals (zelf-)censuur, concentratie van eigendom van mediabedrijven, pluriformiteit, redactionele onafhankelijkheid en het gemak waarmee straffen worden opgelegd vanwege smaad en laster. Hoewel de ranking-organisaties dus enige transparantie bieden over hun methodiek, doemt toch vooral het beeld op van een zwarte doos, waarin ruwe data onttrokken worden aan het oog van buitenstaanders. Zo verstrekken beide organisaties geen informatie over hoe de respondenten hebben geantwoord op de vragen. Aan het verzoek van de auteur van dit artikel de antwoorden geanonimiseerd vrij te geven (de gemiddelde score op elke vraag) werd geen gehoor gegeven.
Op verzoek was Reporters Sans Frontières nog wel bereid enige data te delen uit hun ‘kwantitatieve analyse’. Zo telde de organisatie vorig jaar 65 gevallen van agressie tegen journalisten, 67 arrestaties en vier journalisten die gevangen zaten. Freedom House meldt in haar rapport alleen het aantal ‘aanvallen op journalisten en bloggers’: 54. Dit cijfer baseert Freedom House op een telling van The Glasnost Defense Foundation.

Geweld, arrestaties en gevangenschap

Volgens Freedom House is geweld tegen journalisten in Rusland ‘heel gewoon’. En op het eerste gezicht, kijkend naar bovengenoemde cijfers (54 ‘aanvallen’ of 65 ‘gevallen van agressie’) lijkt daar weinig tegenin te brengen. Zeker in vergelijking met kampioen persvrijheid Nederland. In ons land telde Reporters Sans Frontières in 2016 slechts 5 gevallen waarbij geweld gebruikt was tegen journalisten. Nu is het echter wel zo dat er in Rusland dertien keer meer journalisten werkzaam zijn dan in Nederland. In Rusland: (200.000). In Nederland: (15.000). Het ligt dus in de lijn der verwachting dat Rusland te kampen heeft met meer geweld dan een klein land als Nederland.
Dit weerlegt nog niet de stelling van Freedom House dat geweld tegen journalisten ‘heel gewoon’ is in Rusland. Maar daar staat tegenover dat zij in hun rapport geen enkele moeite doen hun claim te onderbouwen. Cijfers opvoeren is één ding; daar conclusies aan verbinden is iets anders. ***
Het aantal arrestaties van journalisten in Rusland (67) lijkt echter wel aan de hoge kant. In Nederland zijn in 2016 slechts twee journalisten gearresteerd, de ene een Française, de andere een Nederlandse Turk.

De Française, Florence Hartmann, is vier dagen vastgehouden. Reporters Sans Frontières telde in hetzelfde jaar vier journalisten die in Rusland achter de tralies zaten: RBC-journalist Alexander Sokolov, vanwege de organisatie van een terroristische groep; de Tsjetsjeense journalist Zhalaudi Geriyev vanwege drugsbezit; de Oekraïense journalist Roman Sushchenko vanwege spionage; voormalig hoofdredacteur Aleksandr Tolmachev van Pro Rosto vanwege afpersing.

Censuur, restricties en propaganda

Afgaand op de ‘juryrapporten’ van Freedom House en Reporters Sans Frontières moet het wel heel ernstig gesteld zijn met de staat van de Russische journalistiek. Alsof het al niet erg genoeg is dat er zoveel journalisten geteisterd worden door geweld, arrestaties en celstraffen, ‘impregneert’ de Russische staat haar burgers ook nog eens met “propaganda via de door haar gecontroleerde tv-stations (…) Toonaangevende, onafhankelijke nieuwsorganisaties zijn onder controle gebracht of de nek omgedraaid (…) Websites zijn op zwart gezet en meer en meer bloggers krijgen gevangenisstraffen opgelegd (…) Toonaangevende mensenrechtenorganisaties hebben het stempel van ‘buitenlandse agent’ gekregen (…) De wetgeving biedt de overheid brede bevoegdheid de media op inhoud te sturen.” Enzovoort, enzovoort.

Maar evengoed opnieuw de vraag: Is het werkelijk zo belabberd gesteld met de staat van de Russische journalistiek?

One size fits all?

“Ik heb de indruk dat de situatie veel beter is dan zoals gepresenteerd in de indexen”, zegt professor Andrei Vyrkovsky van de Lomonosov Moscow State University. “De overgrote meerderheid van de Russen heeft door de relatief hoge internetpenetratie vrij toegang tot nieuws en andere informatie uit alle mogelijke bronnen. Verschillende standpunten worden besproken op diverse openbare online platforms. Rusland is in dat opzicht geheel anders dan bijvoorbeeld China, ondanks de wetten en wetten die recentelijk zijn aangenomen om sommige online activiteiten te beperken.”
Vyrkovsky onthoudt zich van commentaar op de methodologie van de ranking-organisaties “omdat dat een grondige analyse vereist”. Toch zou hij niet verbaasd zijn als de hele opzet ervan steevast uitpakt in het voordeel van westerse landen.
Vyrkovsky benadrukt dat persvrijheid niet overgewaardeerd moet worden. Het is belangrijk, maar niet belangrijker dan “het vermogen van lobbygroepen om de media naar hun hand te zetten en zo het publiek te bespelen.” De grip van lobbygroepen op de media werd pijnlijk zichtbaar tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. “In de democratische campagne tegen Trump werden soms alle journalistieke principes aan de kant gezet”, zegt Vyrkovsky. “Vanwege hun goede toegang tot de massamedia was het standpunt van de Democraten absoluut dominant in het publieke discours. Wil je dus de media in diverse landen met elkaar vergelijken dan zal je daarin ook moeten meenemen het gemak waarmee lobbygroepen de media naar hun hand zetten.”

Professor Elena Vartanova, decaan van de faculteit journalistiek van de Lomonosov Moscow State University, erkent dat de Russische media zo haar problemen kent, zoals “de verschillende manieren waarop informele druk wordt uitgeoefend op de journalistiek en het geweld dat soms zelfs wordt gebruikt.” Maar deze problemen moet wel in de juiste context worden geplaatst. “Rusland is een multiculturele en multi-etnische samenleving”, legt ze uit. “Dit vereist enige regulering van de media.”

“Rusland is erg jong als een democratie”, voegt Vartanova toe. “In 1991 zijn we begonnen met een ‘zero media policy’. Rusland had zo’n beetje de vrijste pers ter wereld. Dit leidde tot allerlei problemen. We leerden al snel dat er beperkingen nodig zijn. Die zijn er overal. In sommige landen hebben journalisten zichzelf regels opgelegd, soms in samenwerking met het publiek en de nieuwsindustrie. In Rusland zijn we nooit zover gekomen. We zijn er nog niet klaar voor. Het maatschappelijk middenveld staat bij ons nog in de kinderschoenen. We zijn op dit unieke moment in de geschiedenis waar wetgevers het werk doen dat gedaan had moeten worden door de samenleving als geheel. Velen in Rusland  houden vast aan de filosofie van de Sovjettijd: ‘Wij nemen geen verantwoordelijkheid, we tonen geen inzet, maar we willen graag iets als Europa hebben, dus laat de staat dat maar even voor ons regelen’.
Er is dus niet alleen onderdrukking van de staat; er is ook de afwezigheid van initiatieven vanuit de beroepsgroep, de media-industrie en het publiek.”

Niettemin denkt Vartanova dat in Rusland de media er meer op vooruit zijn gegaan dan achteruit. “Het zou oneerlijk zijn te ontkennen dat er de afgelopen decennia zoveel ten goede is veranderd. Zeker in vergelijking met de Sovjetperiode, toen er helemaal geen vrijheid van pers was.”

Er bestaat sowieso niet zoiets als een ‘one size fits all’ media systeem, aldus Vartanova. In tegenstelling tot het Westen dat de media wereldwijd naar zijn evenbeeld lijkt te willen herscheppen. “Westerse, Angelsaksische indicatoren worden gebruikt om de Russische media te evalueren.”

Sturing van de publieke opinie

Vartanova vindt dat je geen enkele ranking bij voorbaat kunt vertrouwen. Er kan een verborgen agenda achter schuilgaan. “Sprekend vanuit mijn ervaringen in de wereld van universiteiten en wetenschap stel ik vast dat grote universiteiten rankings inzetten als marketinginstrument om geld uit het buitenland aan te trekken. Hoe hoger je op de ranglijst komt, des te meer studenten zich aanmelden.”
Wat zou de verborgen agenda kunnen zijn achter de persvrijheids-ranglijsten?
Vartanova: “Je zou die ranglijsten kunnen gebruiken als instrument om de publieke opinie te sturen. Ik heb de indruk dat de manier waarop het Westen onze media beoordeelt sterk meebeweegt met veranderingen in het buitenlandbeleid van westerse landen. In de Sovjet-tijd werden we gezien als de vijand, en het Westen bekritiseerde ons mediasysteem. In de jaren negentig werden we dikke vrienden en werd onze ‘zero media policy’ toegejuicht. Sinds het Westen ons weer als de vijand ziet, zien we dit terug in de lage rangschikking.”

Het imago van de Russische media lijkt sterk beïnvloed te worden door verhalen in de westerse pers over de moorden op journalisten. Hoe ziet Vartanova dit?
“Veel van de journalisten die werden vermoord waren misdaadverslaggevers”, zegt ze. “Er is dus mogelijk een sterkere relatie tussen die moorden en de mate van criminaliteit in het land dan met het niveau van persvrijheid. Vooral in de jaren negentig leek dit het geval te zijn. In die tijd was de invloed van de staat veel zwakker.
Je zou de moorden ook juist kunnen zien als een bewijs dat Rusland een zekere mate van persvrijheid kent. De journalisten werden vermoord omdat ze iets hadden gepubliceerd wat iemand niet aanstond, en niet om dat te voorkomen. De moorden hebben journalisten er in elk geval niet van weerhouden explosief materiaal te publiceren.”

Hoe is het mogelijk dat, in weerwil van de feiten, er zo’n sterke overtuiging is dat de moord op journalisten een aanvang nam met het aantreden van Vladimir Poetin? Hij is zelfs beschuldigd van moorden gepleegd tijdens het presidentschap van Jeltsin.
Vartanova: “Het idee dat Poetin journalisten uit de weg ruimt nam een grote vlucht na de moord op Anna Politikovskaja in 2006. Het gebeurde op Poetins verjaardag. En dit was misschien geen toeval. Het werd tot een sinister verjaardagscadeau. Elk jaar als Poetin zijn verjaardag viert, wordt wereldwijd de moord herdacht op Politikovskaja.”


* Novaya Gazeta reageerde niet op interviewverzoeken. En het Nederlandse Free Press Unlimited, dat contact onderhoudt met reporter Pavel Kanygin Novaya Gazeta, was niet bereid de auteur van dit artikel in contact te brengen met hem. Free Press Unlimited wilde niet zeggen waarom.

** Committee To Protect Journalists was niet bereikbaar voor commentaar, en heeft tot op heden de door de auteur van dit artikel gemelde moorden niet in de cijfers over Nederland opgenomen.

*** Freedom House was desgevraagd niet bereid haar stelling te onderbouwen dat in Rusland geweld tegen jouralisten ‘heel gewoon’ is.

Verder lezen:

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

Martin Schulz kan er ook niets aan doen

Iedereen valt over die arme Martin Schulz heen. Hij zou veel te lief zijn geweest voor Merkel in het ‘duel’ dat vorige week zondag op tv was, zou zich compleet hebben laten hullen in haar wolk van nietszeggend blabla. En bovendien veel te vaak instemmend geknikt hebben wanneer de bondskanselier haar gemeenplaatsen debiteerde. De uitdager had moeten knokken, echt knokken!

Ach, wat zijn we toch oneerlijk tegenover Schulz. Hoe zou iemand nu ineens moeten knokken, die met zijn 61 jaar nog nooit echt in de ring heeft gestaan? De arme drommel was burgemeester van Würselen, en dan nog in een tijd toen de echte beslissingen nog door een ambtenaar genomen werden, terwijl meneer de burgemeester zich met zijn gouden ambtsketen ‘onder de mensen’ begaf, toespraakjes hield en lintjes doorknipte. Dat is in Noord-Rijnland-Westfalen pas een paar jaar geleden veranderd. Sindsdien kiezen de burgers een voltijd-burgemeester, die ook echt aan de bak moet.

Als lintjesknipper klom hij in 1994 op naar het Europees Parlement, waarbij hij zijn onbezoldigde burgemeestersfunctie nog vier jaar aanhield – wat nog maar eens duidelijk maakt, hoe veeleisend die functie geweest moet zijn. Bij de EU zat hij in een ‘parlement’, waarvan zo’n 80 procent van de afgevaardigden over alle wezenlijke vraagstukken dezelfde mening is toegedaan en dat sowieso weinig te zeggen heeft. In onderling overleg worden daar posten en ambten verdeeld, waarbij Schulz met de post van voorzitter de vetste kluif heeft weten te bemachtigen.

Wat hij in zijn mooie, lange loopbaan echter nooit tegen is gekomen, dat is de keiharde strijd om macht en het realiseren van doelen die ‘politiek’ heet. En nu zou hij dat opeens moeten kunnen? Hoe dan? Zijn slotwoord bij het ‘tv-duel’ leek op een toespraak in het Europees Parlement, het gezwets dat we van Brussel gewend zijn. Daarbij laste de SPD-leider kunstmatige pauzes in die dermate lang waren, dat af en toe de vraag opkwam of de kandidaat soms voor de lopende camera het bewustzijn had verloren.

Wie is er nu schuldig aan deze ramp? Schulz in ieder geval niet, die kan niet beter, zoals we hebben kunnen zien. De SPD dan? Kun je ook niet zeggen. In principe was voor het Willy Brandt-huis ook wel duidelijk dat de SPD Merkel ditmaal sowieso nog niet zou verslaan. Voor de vorm moest men echter wel een of andere arme drommel de ring in sturen om de klappen op te vangen en uiteindelijk met de verantwoordelijkheid voor de nederlaag naar huis gestuurd te kunnen worden, zodat de echte SPD-partijbonzen ook na het onvermijdelijke fiasco onbeschadigd verder kunnen.

In een dergelijke val trapt natuurlijk alleen iemand, die niet alleen geen greintje verstand heeft van het werkelijke politieke bedrijf. Hij moet bovendien dermate van zichzelf overtuigd zijn, dat hij denkt alles te kunnen. Martin Schulz voldeed ook als geen ander aan deze tweede voorwaarde.

Individuele gevallen

Extra bemoeilijkend is daarbij dat Merkel van links nauwelijks vatbaar is voor aanvallen, aangezien ze iedere linkse eis op den duur overneemt en niet zelden overtreft. In het tv-‘debat’ viel dat bijzonder op toen de asielvloed ter sprake kwam. Toen streden beide ‘opponenten’ schouder aan schouder om de waarheid te verdoezelen. Of het nu ging om de uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers, om de kwestie hoe van illegale immigranten die een bedreiging voor de openbare veiligheid vormen af te komen of wat Duitsland nu aanmoet met de honderdduizenden Syriërs die door gezinshereniging nog naar Duitsland zullen komen – het antwoord was bij beiden steeds hetzelfde: Dat moet “per geval bekeken” worden.

Men kan ieder politiek antwoord uit de weg gaan, door een verschijnsel voor te stellen als een verzameling incidenten die geen mens overziet. De vraag blijft dan echter wat dat nog met politiek te maken heeft. De politiek is immers geroepen om de richting voor het geheel van de samenleving te zoeken in plaats van slechts er bij te staan en ernaar te kijken. Doen Merkel en Schulz nog wel aan politiek?

Toch wel, maar het is een politiek die niet voor het grote publiek is, vandaar het verhullende geklets over “individuele gevallen”. De ongeoefende Schulz liet de kijker evenwel heel kort achter de coulissen kijken. Iemand die, zo stelde de SPD-kandidaat, al langer in Duitsland verblijft en “goed geïntegreerd” is, die moet je sowieso niet meer uitzetten. Aha: Het komt er dus maar op aan de procedure in al die “individuele gevallen” zo lang mogelijk te rekken en op enig moment voor “goed geïntegreerd” door te kunnen gaan. Dan doet het er niet meer toe of de persoon in kwestie werkelijk een vluchteling is of recht op asiel heeft of dat hij zonder papieren vanuit een veilige regio in overtreding van de wet is binnengekomen – hij kan blijven.

In die zin boekt Duitsland grote vooruitgang: In 2016 duurden asielprocedures in doorsnee nog goed zeven maanden, in het eerste kwartaal van 2017 daarentegen sleepten ze gemiddeld al 10,4 maanden voort en in het tweede kwartaal konden ze zowaar opgerekt worden tot gemiddeld 11,7 maanden. Aan kop gaan de hoogst individuele gevallen uit Congo Kinshasa, dossiers die in doorsnee bijna anderhalf jaar heen en weer worden geschoven tot een beslissing wordt genomen. Ruim tijd om een vrijwilligersfunctie in een kerkelijke gemeente, een lidmaatschap van een voetbalvereniging of een ander bewijs van “goede integratie” op te doen. Al wordt de Congo zo vredig en democratisch als Zwitserland, dat er vanuit Duitsland nog iemand naar uitgezet wordt kun je vergeten.

Grensbewaking

Dat is dus wat Merkel en Schulz verbergen in een wolk van “individuele gevallen”. Maar het gaat zelfs nog simplistischer. De CDU-leider warmde vorige week zondag haar oude stelling nog eens op, dat Duitsland zijn grenzen helemaal niet zou kunnen controleren. Ditmaal echter in iets gewijzigde vorm, namelijk met de veelzeggende toevoeging dat de Duitse grens 3000 kilometer lang is. Boodschap: te lang om effectief bewaakt te kunnen worden. Derhalve moet men de grensbewaking op Europese niveau organiseren, zo concludeerde Merkel. Een vreemde logica: Zijn de buitengrenzen van de EU dan korter dan die van Duitsland? Vanzelfsprekend niet.

Ook hier ging het weer om een afleidingsmanoeuvre. Voor het falen van nationale grenscontroles zou de bondskanselier immers verantwoordelijk gehouden kunnen worden. Hapert het echter in Griekenland, Italië of een ander buitenland, dan kan ze alles op de verantwoordelijken daar schuiven en frasen uitbraken als: “We voeren een intensieve dialoog met de regering in XY, om een oplossing voor het probleem dichterbij te brengen”, of iets van dien aard. Daarbij zullen de burgers dan weer eens aandachtig naar hun bondskanselier opkijken, hoe ze zich overal in de wijde wereld om de zorgen van de mensheid bekommert.

Niet alle Duitsers trappen echter in dergelijke doorzichtige opzetjes. Ook om die reden regende het kritiek op het harmonische optreden van Merkel en Schulz. Sommige commentatoren vatten het zelfs zo samen, dat de hele vertoning maar één partij geholpen had: de AfD. Die partij heeft in dit opzicht inderdaad niet te klagen. Nu schiet zelfs het stadsbestuur van Neurenberg de AfD te hulp, zij het onbedoeld. Neurenberg wil een optreden van AfD-lijsttrekker Alexander Gauland verhinderen vanwege zijn uitspraken over staatssecretaris Özoguz, waarin hij het woord “entsorgen” gebruikte, dat normaliter betrekking heeft op afval. De verontwaardiging is echter selectief, aangezien dit woord in overdrachtelijke zin al jaren door allerhande politici en media gebruikt wordt met betrekking tot personen. In het geval van Gauland moet het echter het voorwendsel zijn om hem de toegang tot een locatie in Neurenberg te ontzeggen. Als je niet wist hoe klein de campagnekas van een kleine, jonge partij als de AfD is, zou je kunnen denken dat de partij de stad ervoor betaald heeft.

Posted on

Over structuur en cultuur bij Buitenhof

Op 3 September 2017 hebt u getuige kunnen zijn van een van de meest interessante debatten in de recente geschiedenis. Het debat tussen Casper Thomas en Sid Lukkassen bij Buitenhof. Niet zozeer vanwege de inhoud, beide partijen debatteerden vanuit een geheel ander wereldbeeld en kwamen niet verder dan de eigen inhoud, maar vanwege het beeld wat er uit spreekt. Dat beeld is er namelijk een van structuur versus cultuur.

Structuur en Cultuur

Structuur is hier de gedachte; wat u ziet is wat u krijgt. Daarmee wordt bedoeld dat er slechts letterlijk gekeken wordt naar de realiteit. Verbanden bestaan daarmee dus ook alleen als deze direct aangetoond kunnen worden. Het moet bewijsbaar, controleerbaar zijn. Het is uiteindelijk gestoeld op de gedachte dat ideeën slechts een chemische of biologische samenstelling zijn in onze hersenen. Dat zij geen dingen op zichzelf zijn. Of Thomas hier zo over denkt is niet duidelijk, maar in algemene zin is dit de herkomst van kijken naar de realiteit als structuur.

De rol van de mens in deze structuur is louter mechanisch van aard. Het is de mens als ingewikkelde biologische machine, waar ‘we’ alleen nog niet genoeg data van hebben verzameld om precies te weten hoe deze machine werkt. Er zijn geen ideeën, alleen chemische samenstellingen in uw hoofd. Alles is gestructureerd en onderworpen aan de wetten van de natuurwetenschappen. Alles is daarmee aantoonbaar, al dan niet met data. Niet zichtbaar aan te tonen? Te weinig data? Dan klopt het niet wat u zegt.

Daar tegenover staat Cultuur. Dit is opgebouwd uit de werking van ideeën en handelingen die herleidbaar zijn tot ideeën. Het is beeldend. Hierin wordt in ultimo uitgegaan van de gedachte dat de mens misschien inderdaad reduceerbaar zou zijn tot biologische machine, maar zolang dit niet bewezen is, is het wetenschappelijk niet zuiver dat als waarheid te presenteren. Althans zo denken onder andere sir Roger Scruton, in The Soul of the World, en Ludwig von Mises, in Theory & History, erover.

Cultuur is beeldend, wordt gezien in de realiteit. Dat betekent Cultuur afhankelijk is van handelen in die realiteit. Zonder samenkomen in de Kerk geen mis. Zonder samenkomen geen politieke bijeenkomst. Zonder samenkomen geen familiefeest, geen paasvuur, sinterklaasfeest, leids ontzet, dwaze kinderen, of andere gebeurtenissen die een beeldende functie hebben. In dat beeldende wordt gepoogd de ideeën te tonen die in mensen leven. Die ideeën worden geuit in het handelen van mensen.

Het gelijk van beide heren

Wat het debat bij Buitenhof nu zo interessant maakte was het gelijk van beide heren. Thomas heeft gelijk. Er is niemand die schrijft, ‘ik ben een cultuurmarxist en dit is mijn plan’. Tegelijkertijd wordt ‘alles’ tegenwoordig maar geduid met cultuurmarxisme, tenminste vanuit ‘rechtse’ hoek. Dat doet inderdaad nogal sterk vermoeden dat we hier te maken hebben met de ultieme zondebok. Alles wat door ‘rechts’ of ‘conservatief’ Nederland verachtelijk gevonden zou kunnen worden is het gevolg van mannetjes die op de achtergrond aan de touwtjes trekken. Dat is zo absurd dat het terecht in de complotlade geschoven kan worden.

Lukkassen heeft gelijk omdat hij in beelden denkt. Hij ziet de structuren van ideeën voor zich. Hij ziet de geleidelijke invloed die manieren van denken hebben op de handelingen van mensen door de tijd heen. Voor hem zijn ideeën en hun invloed herleidbaar van de ene persoon naar de andere. Dat kan Lukkassen doen omdat ideeën daadwerkelijke dingen zijn, waarvan we (nog) niet weten wat zij precies zijn. Eenmaal bekend met de machinaties van ideeën wordt het mogelijk de patronen van die ideeën te herkennen. Er hoeft dus niemand aan touwtjes op de achtergrond te trekken, omdat ideeën hun eigen leven kunnen leiden in de hoofden van mensen.

Maak uw eigen keuze

Zo bezien kunnen Thomas en Lukkassen moeilijk of niet tot elkaar komen. Dat hoeft ook niet zozeer. Het is goed om beide heren te zien discussiëren. Het roept de vraag op wat u liever heeft, de begeestering van cultuur of de zekerheid van structuur?

Structuur biedt u zekerheid. Het biedt u de zekerheid van manieren van denken die alleen praktische zaken op kunnen lossen. Mensen tekort? Mensen importeren. Begrotingstekort? Geld drukken. Economische groei? Meer lenen. Immoreel gedrag? Regels maken.

Cultuur biedt u begeestering. Het biedt u een middel om zich te verbinden met ideeën die u verder kunnen brengen. Mensen tekort. Hoe loste men dat vroeger op? Begrotingstekort. Hoe verhelpen we dat? Economische groei. Is dat wel goed? Immoreel gedrag. Hoe ontstaat moraal?

Nadeel van structuurdenken

Het nadeel van structuurdenken is dat alles wat van buiten die structuur komt vreemd is. Anders had het in de structuur gezeten. Dat betekent dat er een keuze gemaakt moet worden bij nieuwe onderwerpen. Hetgeen van buiten komt wordt aangenomen en wordt dus in de structuur ingepast. Of wat van buiten komt wordt niet aangenomen en moet buiten de structuur gehouden worden.

Het kernbegrip ‘cultuurmarxisme’ is een begrip dat buiten de structuur gehouden moet worden. Het wordt geassocieerd met rechtse complotdenkers. Thomas parafraserend, je weet altijd aan bepaald woordgebruik dat er een complot vermoed wordt. Dat is ook hier terug te zien. Breivik noemt het, dus complot. Neo-nazis’ in Charlottesville noemen het, dus rechts.Dat die benadering zelf ‘bepaald woordgebruik’ laat zien, ontging Thomas wellicht. Net als zijn opmerking dat er in dat soort kringen altijd over ‘ze’ gesproken wordt. Even daarvoor sprak hij op precies dezelfde wijze over conservatieven/politiek-rechtse mensen.

Dat een eeuwige maatschappelijke omwenteling teneinde socialisme te bewerkstelligen al voor de Tweede Wereldoorlog werd gepropageerd is niet zo van belang, uiteraard. In Nederland bijvoorbeeld door de grote econoom (en socialist) Tinbergen. Geschiedenis hè, andere tijd, andere mores. Dat zijn nog slechts feiten waar ‘we’ nu niets meer mee kunnen. Het is tenslotte 2017.

De realiteit wijst de winnaar aan

Wat u hebt kunnen zien was het debatteren van twee werelden. Aan de ene kant structuur, aan de andere kant cultuur. Beiden zijn ze niet zozeer goed of fout. Beiden laten ze een levenshouding zien. Daarom was dit debat zo van belang. Het is goed om te zien dat mensen van een jongere generatie nog in beelden kunnen én willen denken. Dat ze vanuit die kracht oplossingen willen aandragen voor de problemen die zij om zich heen zien. Dat Lukkassen daarbij sterk wordt aangevallen door structuurdenkers is niet vreemd. Daar stijgt hij namelijk boven uit. De realiteit zal tonen wie er uiteindelijk gelijk krijgt.

De foto is gemaakt door: Byronv2

Posted on

Behaagzieke lakeien van de macht

Wolfgang Herles, werkzaam als cultuur- en politiekredacteur op radio en televisie, heeft met Die Gefallsüchtigen (De behaagzieken) een boeiend boek geschreven.

Die Gefallsuechtigen von Wolfgang Herles

Van 1987 tot 1991 was hij chef van de studio van de Duitse publieke zender ZDF in toenmalig West-Duits regeringscentrum Bonn, totdat bondskanselier Helmut Kohl zijn diepgravende kritiek niet meer verdroeg en hem “uit Bonn liet verwijderen”. Herles is echter niet haatdragend, Kohl hoort voor Herles als regeringsleider die bijdroeg aan de Wiedervereinigung met de voormalige DDR thuis in het rijtje van besluitvaardige kanseliers. Zij waren anders dan Angela Merkel, die in de “belangrijkste kwesties van republiek” laat zien geen flauw idee te hebben, wier “pragmatisme” een slechte verhulling is voor haar niet in staat zijn een standpunt in te nemen en daar voor te strijden.

De zwakte van Merkel is een mediaal taboe, aldus Herles, die op 29 januari 2016 in een interview op de Duitse televisie er op wees dat het bij de publieke zenders niet ongebruikelijk is dat men aanwijzingen “van hogerhand” krijgt, om zo te berichten “als mevrouw Merkel het graag ziet”.

Met deze “regeringsjournalistiek” verspelen de media het vertrouwen van het publiek, aldus Herles. Door de behaagzucht van journalisten verworden persconferenties en discussieprogramma’s tot “geritualiseerde saaiheid”, de programma’s zijn vaak niet meer dan “openluchtkerkdiensten ter ere van de heilige Angela”. Dat kan niet goed gaan, want die behaagzucht leidt noodzakelijkerwijs tot willekeur.

In de Duitse media geldt volgens Herles een duidelijke kanon van wat aan zienswijzen, begrippen, formuleringen en argumenten gangbaar of acceptabel is en wat niet meer, zeg maar een ‘Overton window‘. Niemand is langer dan 1 minuut 30 aan het woord, de cameramannen werken zich in het zweet en voor de camera verdringen zich mensen die voor intellectuelen doorgaan, “patentpraters”, oppervlakkige zaken worden als aansprekend voorgesteld, maar de private zenders in Duitsland doen het volgens Herles niet veel beter: “Primitief gedrag wordt acceptabel gemaakt. Randdebielen, grootheidswaanzinnige aspirant-zangers, geestloze komedianten, iedereen draagt zijn ellende uit op de markt.”

Verontwaardigingsindustrie

Herles ontmaskert aan de hand van voorbeelden de “verontwaardigingsindustrie”, waarin alles met een “pathetisch appel” en “populistisch gezwets” opgepakt moet worden. Toen een leidende journalist bijvoorbeeld de islam een “integratiehindernis” noemde, ontstond er een storm van verontwaardiging onder collega’s, die de auteur zijn baan kostte. “Alarmistische overdrijvingen” en “vijandbeelden die goed van pas komen” helpen om “zich de wereld mooier voor te stellen dan ze is”.

Wat heeft dat nog met goede journalistiek te maken?, zo vraagt Herles zich af. Hij wijst in dit verband op peilingen waaruit naar voren komt dat “media voor het eerst als corrupter gezien worden dan het openbaar bestuur en de parlementen”.

Over peilingen heeft Herles trouwens ook nog wel een appeltje te schillen. Veel van de circa 600 opinieonderzoeken die het Bundespresseamt (de informatiecentrale van de federale regering) tussen 2009 en 2013 uit liet voeren, zijn in feite zinloos, zoals wanneer Duitsers moeten kiezen of nu de Pruisische vorst Frederik de Grote of de feministe Alice Schwarzer de grootste pionier uit de Duitse geschiedenis is.

[contextly_sidebar id=”jbmOJA5xZZRIwF5P45tEVelewDWw8R2N”]Vanaf 1945 werden in Duitsland naar het voorbeeld van de BBC publieke zenders opgezet, die later zouden gaan concurreren met private zenders. Daarbij kregen ARD en ZDF de opdracht mee de bevolking van informatie, educatie en amusement te voorzien, een opdracht die ze lijken te zijn vergeten. De Duitse publieke televisie is echter één van de duurste ter wereld en iedere Duitser betaalt daar belasting voor, ook wie geen televisie heeft. Dat geld wordt verspil aan saaie talkshows waar niemand op zit te wachten en veel te dure uitzendrechten voor sportwedstrijden.

“Zoals de publieke televisie zou moeten zijn, is ze onmisbaar. Zoals ze nu is, maakt ze zichzelf overbodig”, concludeert Herles.

N.a.v. Wolfgang Herles, Die Gefallsüchtigen. Gegen Konformismus in den Medien und Populismus in der Politik (Knaus: Müchen, 2015), gebonden, 255 pagina’s.