Posted on

“The Hague Invasion Act blijft gevaarlijk”

“Dreigementen gericht tegen het Internationaal Strafhof zijn dit keer veel serieuzer”, zegt William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof. “Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk.”

William Pace leidt de Coalitie voor het Internationaal Strafhof, een internationale koepel van meer dan 2500 maatschappelijke organisaties die pleiten voor een rechtvaardig, effectief en onafhankelijk Internationaal Strafhof. Hoewel het Strafhof wordt gesteund door maar liefst 123 lidstaten, inclusief alle landen in de Europese Unie, is het er niet in geslaagd om de Verenigde Staten, Rusland, China, India en Israël aan boord te krijgen. Sterker nog: sinds het Hof in 2002 van start ging, hebben de Verenigde Staten verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat er nooit een Amerikaan voor de rechter kan verschijnen in Den Haag. In 2002 riep het Amerikaanse Congres de Amerikaanse Service-Members’ Protection Act in het leven, die al snel de bijnaam ‘The Hague Invasion Act’, ‘Den Haag Invasiewet’ kreeg. De wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof gevangen worden gehouden. Bovendien bedreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton in september 2018 het Strafhof met sancties en beloofde hij functionarissen van het Strafhof strafrechtelijk te zullen vervolgen – indien de rechtbank een onderzoek zou beginnen naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Amerikaanse militairen en inlichtingendiensten tijdens de oorlog in Afghanistan. Hetzelfde lot zou het Strafhof treffen als het Israël of een andere Amerikaanse bondgenoot in het beklaagdenbankje zou plaatsen.

Meneer Pace, denkt u dat de aanklaagster van het Strafhof, Fatou Bensouda, toestemming zal krijgen van de rechters van het Strafhof om een ​​onderzoek in te stellen naar Amerikaanse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan?

Ik denk dat het erg moeilijk zal zijn voor de rechters om geen toestemming te verlenen voor het Afghaanse onderzoek. Maar dat is slechts een mening op basis van alle misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden die daar sinds 2002 hebben plaatsgevonden. Het zou uiterst vreemd zijn als een onderzoek naar de Taliban en IS niet werd toegestaan. Ik weet echter niet of de rechters het onderdeel van de extraordinary renditions daarin zullen opnemen.

(Met Extraordinary renditions wordt bedoeld: Amerikaanse ontvoeringen van personen in Afghanistan en hun buitengerechtelijke overdracht aan het militaire gevangenenkamp Guantanamo Bay en ‘black sites’, geheime gevangenissen van de CIA, met als doel de Amerikaanse wetten inzake ondervraging, detentie en foltering te omzeilen, EvdB)

Zullen misschien de rechters mevrouw Bensouda niet machtigen om de extraordinary renditions te onderzoeken uit vrees voor de recente dreigementen van John Bolton?

Ik weet niet of de rechters aandacht schenken aan de dreigementen van Bolton. Ik hoop dat ze dat niet doen. Maar ik denk wel dat Bolton alles zal doen waar hij mee weg kan komen. Hij is fanatiek tegen een Internationaal Strafhof en hij was een belangrijke architect van de The Hague Invasion Act.

Wat als mogelijke misdaden van Amerikanen niet worden onderzocht? Hoe zullen de Afrikaanse landen hierop reageren? Sommige hebben het Internationaal Strafhof ervan beschuldigd een instrument te zijn van westers imperialisme, alleen leiders van kleine, zwakke staten te straffen en misdaden van rijkere en machtiger staten te negeren.

Ik denk dat het voor de geloofwaardigheid van de rechtbank absoluut van belang is dat de aanklager en de rechters alle personen vervolgen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden waar het Hof bevoegd is, ongeacht de regio of nationaliteit van de beschuldigden. De VS, Rusland en Israël mogen dan weliswaar nog niet hebben geratificeerd, maar de rechtbank heeft niettemin rechtsbevoegdheid over misdaden begaan door Amerikaanse, Russische en Israëlische staatsburgers indien begaan op het grondgebied van landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Aangezien Afghanistan het Statuut heeft geratificeerd, heeft de rechtbank jurisdictie over alle misdaden begaan op Afghaans grondgebied, of het nu Afghaanse onderdanen of Amerikaanse staatsburgers zijn. Veel van de klachten van tegenstanders van het Strafhof in Afrika negeren dergelijke juridische implicaties van het Statuut van Rome. Nu Palestina geratificeerd heeft, kan de aanklager zowel vermeende Palestijnse misdaden onderzoeken als vermeende Israëlische misdaden. Georgiërs zijn van mening dat Rusland misdaden heeft begaan op hun grondgebied, en aangezien Georgië een verdragsstaat is, heeft het Hof rechtsmacht over vermeende misdaden van Russische staatsburgers op Georgisch grondgebied.

Wat als Fatou Bensouda niet gemachtigd wordt onderzoek te doen naar mogelijke misdaden van Amerikanen? Kan dit leiden tot een uittocht van Afrikaanse landen?

Er is veel meer steun voor het Strafhof in Afrika dan de academici en media ons willen doen geloven. Twee jaar geleden deden Kenia, Soedan en anderen een oproep aan de Afrikaanse landen zich massaal terug te trekken uit het Strafhof. Zestien regeringen in de Afrikaanse Unie hebben zich toen publiekelijk hiertegen uitgesproken. Ook zijn de meeste Afrikaanse regeringen erg afhankelijk van Amerikaanse hulp en handel. Ze zullen daarom de rechtbank niet snel bekritiseren als die besluit geen Amerikaanse leiders of zelfs soldaten te vervolgen. En het is verder interessant te zien dat de kritiek van de Afrikanen op de rechtbank vooral van invloed is geweest op de manier waarop er in het Westen wordt gekeken naar de rechtbank. In Zuid-Amerika en Azië is er nauwelijks iets veranderd in de opvattingen over het Strafhof.

Denkt u dat het Strafhof zich beschermd voelt door de Nederlandse regering en de Europese Commissie? Is het Strafhof tevreden over de manier waarop Den Haag en Brussel reageren op acties en verklaringen zoals die sinds 2002 uit Washington komen?

Zelfs met de huidige conservatieve regering en de huidige premier Rutte die Trump prijst, staat Nederland vierkant achter het Statuut van Rome en het Internationaal Strafhof. De Europese Unie heeft zich ook een fervent supporter getoond.

Steun uitspreken aan het Strafhof is één ding. Hebben bij uw weten Den Haag en Brussel zich ooit publiekelijk uitgesproken tegen verklaringen en acties van de VS gericht tegen het Strafhof?

Ze hebben zich grotendeels op de vlakte gehouden, waarschijnlijk uit berekening, omdat de The Hague Invasion Act werd aangenomen nog zo kort na de aanslagen van 11 september op de Verenigde Staten. De meeste regeringen waren toen niet bereid openlijk kritiek te uiten op de regering-Bush.

Meteen nadat Barack Obama tot president was verkozen, in 2009, heeft onze minister van Buitenlandse zaken Maxime Verhagen in het Amerikaanse Congres gepleit voor intrekking van de The Hague Invasion Act. Zonder succes.

Het Congres heeft een aantal bepalingen van de American Service Members’ Protection Act aangepast toen deze ten koste bleken te gaan van de militaire samenwerking met landen en van de Amerikaanse wapenverkopen, maar de The Hague Invasion-bepaling is toen inderdaad niet geschrapt.

Den Haag en Brussel steunen het Strafhof, maar ze hechten ook sterk aan goede betrekkingen met Washington. Zijn ze bereid om hun relatie met Washington op het spel te zetten voor de bescherming van het Strafhof?

Dat is één van de kwesties waarbij we goed de vinger aan de pols houden. We zien overal in de wereld een buitengewoon gevaarlijke verkwanseling van de principes van het multilateralisme. En het meest zorgelijk is dat sommige regeringen in West-Europa zich daarin mee laten slepen. Als afnemende steun voor multilateralisme zou leiden tot omstandigheden waarin regeringen bereid zouden zijn het Strafhof te offeren aan goede betrekkingen met de Verenigde Staten, dan zou dat een grote nederlaag betekenen voor de internationale rechtsorde.

Moeten Nederland en de EU de The Hague Invasion Act serieus nemen? In 2002 verklaarde de Amerikaanse ambassade in Den Haag dat de Amerikaanse regering zich geen omstandigheden kon voorstellen waarin de Verenigde Staten zouden besluiten om militaire actie te ondernemen tegen Nederland.

Het officiële standpunt van het Amerikaanse Congres, de The Hague Invasion Act, blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht. Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie. En ik denk dat dat precies is wat Bolton graag zou zien gebeuren. Hij zou de internationale gemeenschap er graag van overtuigen: “U hebt een fout gemaakt met de oprichting van het Strafhof en nu moet u de deuren sluiten. Als u dat niet doet, zullen we u net zo lang straffen totdat u dat wel doet.” Tijdens de regering-Bush waren er nog personen in het Witte Huis die Bolton een beetje in toom konden houden, zoals de ministers van Buitenlandse zaken Colin Powell en Condoleeza Rice. Nu heeft hij meneer Trump. Ik denk daarom dat we zijn dreigementen dit keer veel serieuzer moeten nemen.

Posted on

De ontkende grens waar niemand overheen mag

Al een aantal dagen vinden er protesten plaats in de Gazastrook omdat Palestijnen het recht willen hebben om terug te keren naar hun geboorteplaats. Elke dag worden er demonstranten doodgeschoten aan de grens en zelfs journalisten zijn nu doelwit geworden.

De westerse media zitten intussen met hun handen in het haar want er zijn (gelukkig lijkt mij) nog geen Israëliërs omgekomen. Normaal gesproken kunnen tragische verhalen over dode Palestijnen worden afgewisseld met verhalen over omgekomen Israëliërs. Maar het Israëlische leger stelt zich dit keer harder op. Niemand komt nog in de buurt van de grens zonder doodgeschoten te worden. De NOS lijkt compleet verslagen te zijn in dit falende mediastreven naar gelijke berichtgeving. Het woord dood is taboe geworden, over de dode journalist schreef de NOS dat deze was “bezweken”, alsof de dode man was flauwgevallen.

Het laatste redmiddel om deze crisis goed te praten is om maar te beweren dat de Palestijnen niet het recht hebben om de grens over te steken. Zelfs de Israëlische premier Netanyahu roept dat ze de grens niet over mogen steken. Israël spreekt in deze context zelfs over infiltranten. Maar over welke grens hebben we het eigenlijk ineens? Israël, de Verenigde Staten, Nederland en de meeste andere EU-lidstaten erkennen deze grens niet. Volgens deze landen is er slechts één erkende staat tussen de Dode Zee en de Middellandse Zee en dat is Israël.

Maar als Israël wil spreken van infiltranten, het recht op grensbewaking en een veilige en gecontroleerde grens, zullen ze moeten erkennen wat er aan de overkant ligt. Een inwoner die zich van de ene kant van je land naar de andere kant verplaatst is geen infiltrant die doodgeschoten moet worden.

Het is belachelijk dat een van de zwaarst bewaakte grenzen in de wereld alleen wordt erkend als we moeten goedpraten dat Israël demonstranten aan de andere kant doodschiet. Wie vindt dat Israël recht heeft om deze grens te bewaken zal Palestina moeten erkennen als buurland van Israël.

Posted on

Jordanië krijgt sleutelrol in Trumps Midden-Oosten-beleid

Wie kijkt naar het lijstje staatshoofden en regeringsleiders die Donald Trump ontvangen heeft, valt op dat hij al in zijn tweede week als president een ontmoeting had met koning Abdallah II van Jordanië. Daarvoor had Trump weliswaar reeds met de Israëlische regeringsleider Netanyahu getelefoneerd, maar Jordanië komt onder Trump een belangrijke rol toe.

Het kleine maar relatief stabiele koninkrijk kan zowel met het oog op de Palestijnse kwestie een belangrijkere rol gaan spelen dan voorheen als ook in de strijd tegen de islamistische terreur in Syrië en Irak.

In de eerste plaats ging het bij het bezoek van koning Abdallah aan de Verenigde Staten om de economische en politieke stabilisatie van het Hasjemitische koninkrijk. Trump had tijdens zijn campagne al aangekondigd, dat hij geen aanhanger van de twee-statenoplossing voor de Palestijnse kwestie is.  Het heropleven van een Jordaanse rol in de toekomst van de westelijke Jordaanoever verdient in deze visie de voorkeur boven de huidige internationale fixatie op het concept van een Palestijnse staat, waarvan de grenzen met Israël berusten op de grenslijnen van 1967.

Naast een gesprek met Donald Trump, had de Jordaanse koning ook gesprekken met vice-president Pence, de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, Mattis en Tillerson, en met Trumps National Security Advisor luit.-gen. b.d. Michael Flynn (foto).

Een nieuwe Palestijnse staat zou in de huidige islamitische conjunctuur van de grotere regio een strategische bedreiging voor alle staten in de regio zijn, met inbegrip van Jordanië, zo is de gedachte in Washington. De vrees is namelijk dat een Palestijnse staat op de westelijke Jordaanoever in handen van Hamas zou vallen, waarbij men zegt te vrezen voor Iran. Hieruit blijkt dat Trumps adviseurs ofwel slecht op de hoogte zijn van de verhoudingen dan wel hem bewust verkeerd voorlichten. Op zijn laatst sinds de soennitische Hamas ervoor koos om niet de Syrische regering onder Assad, maar de soennitische rebellen tégen Assad te steunen, zijn de relaties tussen Hamas en Iran bekoeld. Hamas onderhoudt daarentegen wel warme banden met de regeringen van Saoedi-Arabië en Qatar. Dat Hamas op de Gazastrook inmiddels te maken heeft met oppositie van ‘Islamitische Staat’, zoals de protesten van de laatste weken laten zien, roept overigens de vraag op, of de partij wel op het juiste paard gewed heeft.

Hoewel Jordanië sinds de Oslo-akkoorden een twee-statenoplossing voor Palestina accepteert, zijn er aanwijzingen dat het Hasjemitische koninkrijk flexibel is en open staat voor andere potentiële oplossingen. Jordanië heeft sinds het afzien van zijn aanspraak op de westelijke Jordaanoever 25 jaar geleden zijn grondwet van 1952, waarin sprake is van een koninkrijk op de beide oevers van de Jordaan, niet gewijzigd. Ook geldt Jordanië nog altijd als hoeder van de islamitische heilige plaatsen in Jeruzalem.

Posted on

Van Ecevit tot Erdoğan: Een korte geschiedenis van pro-Amerikaanse staatsgrepen in Turkije

Momenteel doet het volgende ‘narratief’ de ronde in het publieke debat: Erdoğan eigent zich te veel macht toe en is Turkije aan het islamiseren. Daarom trad het Turkse leger als hoeder van de seculiere staat met een staatsgreep op, net zoals het had gedaan in 1960, 1971, 1980 en 1997. Het is eigenlijk betreurenswaardig dat het leger misgreep, want nu heeft Erdoğan alle ruimte om zijn greep op de macht verder te verstevigen. En wie weet was deze mislukte samenzwering wel een valse vlag-operatie van Erdoğan zelf? Dit narratief klinkt misschien aannemelijk, maar gaat voorbij aan de feiten.

Het klopt dat Erdoğan bezig is met het consolideren van zijn macht. Hij heeft een hoop tegenstanders en heeft in de afgelopen dertien jaar met zijn AKP-regering alle tijd gehad om een lijst van die tegenstanders samen te stellen. Deze lijst werkt hij nu af. Ook klopt het dat zijn AK-partij Turkije gestaag aan het islamiseren is. Iedereen die wel eens op vakantie is geweest in Turkije, en daar een in een appelsapglas vermomd en buitensporig geaccijnst biertje heeft gedronken, weet dat. The times they are a-changin, oftewel: er komen andere tijden.

Wat echter niet klopt is dat het leger de hoeder van de seculiere staat zou zijn. Dat is het namelijk niet. Tijdens vrijwel alle voorgaande staatsgrepen was het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat hoogstens een bijwerking van een andere doelstelling: het behouden van de controle over de staat zelf. Turkije leek zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen, iets wat het pro-Amerikaanse Turkse leger koste wat het kost wilde voorkomen.

De Koude Oorlog en Bülent Ecevit

Zonder teveel terug te gaan in de tijd, is het van belang om de geschiedenis van het moderne Turkije wat nader te aanschouwen. Turkije is in 1923 verrezen uit het as van het doodzieke Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen door de Britten en Fransen kunstmatig in leven werd gehouden om te voorkomen dat de Russen het land zouden veroveren (of heroveren, wanneer men het bekijkt vanuit het Orthodoxe perspectief van de Russische Tsaar van destijds).

Deze verrijzenis was zonder meer de verdienste van Mustafa Kemal, die tot grote onvrede van Groot-Brittannië en Frankrijk de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog won. Kemal staat erom bekend dat hij in 1924 de Moskee van de Staat scheidde, net zoals hij anderhalf jaar eerder de decadente Osmaanse dynastie van de Staat scheidde (en de Ottomanen op hun beurt in 1453 de Keizer en de Kerk van de Staat scheidden). Rond diezelfde tijd verplaatste hij ook de hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, en werd het Osmaanse ‘Kostantiniyye’ definitief omgedoopt tot het huidige Istanboel. Vanwege zijn verrichtingen kreeg Kemal in 1934 officieel de titel ‘Atatürk’, oftewel Vader der Turken. Atatürk overleed in 1938.

De kemalistische beweging was van oorsprong naast seculier en nationalistisch ook links. Zodoende had de Turkse Republiek onder Atatürk ook de banden met de Sovjet-Unie aangehaald, in bijzonder in de vorm van een niet-aanvalsverdrag. Dit was bijzonder, want de Ottomanen en de Russen waren van oudsher rivalen. Dit veranderde echter weer in aanloop naar en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de daaropvolgende Koude Oorlog uitbrak, voer de Turkse politiek reeds enige tijd een pro-Amerikaanse koers onder het presidentschap van İsmet İnönü.

Gedurende de Koude Oorlog zijn er meerdere staatsgrepen geweest in Turkije: in 1960, 1971 en 1980. Dit waren allemaal pro-Amerikaanse, rechts-nationalistische coup d’états. Tijdens de putsch van 1960 was dit uitdrukkelijk het geval toen juntawoordvoerder Alparslan Türkeş het geloof en vertrouwen van de junta in de NAVO uitsprak.[1] Türkeş was een van de eerste leden van de Contra-guerrilla, een in 1952 door de NAVO en CIA opgerichte anticommunistische paramilitaire organisatie die de invloed van de Sovjet-Unie in Turkije moest tegengaan.[2] De VS had vergelijkbare organisaties opgericht in Zuid-Amerika, waaronder Nicaragua.[3] De junta zuiverde onder meer het leger, de rechterlijke macht en de universiteiten, en arresteerde verschillende bewindspersonen. Onder andere de Turkse premier Adnan Menderes, die voornemens was om geldsteun te vragen aan de Sovjet-Unie, werd geëxecuteerd.

De staatsgreep van 1971 droeg een ietwat ander karakter. Turkije stond in het teken van toenemende sociale onrust, in bijzonder oplaaiend geweld tussen communistische en rechts-nationalistische groeperingen, en had een weinig daadkrachtige regering. Het was deze keer echter geen gewelddadige staatsgreep, maar een zogeheten ‘coup via memorandum’ dat de regering ten val bracht. Het memorandum werd door Memduh Tağmaç, de opperbevelhebber van het Turkse leger, overhandigd aan de gematigde premier Süleyman Demirel, die spoedig opstapte. Velen werden door de junta vervolgd vanwege communistische sympathieën en banden met de Sovjet-Unie. Onder andere de linkse journalisten İlhan Selçuk en Uğur Mumcu werden destijds gemarteld in de Ziverbey-villa. Ook de net opgerichte partij van Necmettin Erbakan, de leider van de islamitische Millî Görüş-beweging, werd verboden, al werd hij zelf niet vervolgd. Kort na de machtsovername besloot de kemalistische partij CHP onder leiding van İnönü om met de putschisten samen te werken. Dit besluit werd echter niet door iedereen even goed ontvangen: de toenmalige secretaris-generaal van de CHP, Bülent Ecevit, stapte uit protest tegen het besluit op.


De coup van 1980 was echter de meest gewelddadige staatsgreep in de moderne Turkse geschiedenis. In de jaren zeventig stierven in aanloop naar de coup waarschijnlijk zo’n vijfduizend mensen in een proxy-oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een dieptepunt vond plaats op de Dag van de Arbeid in 1977, toen een enorm bloedbad werd aangericht op het Taksimplein in Istanboel. Een van de meest ‘productieve’ strijdende groeperingen was de Grijze Wolven, de paramilitaire tak van de in 1969 opgerichte rechts-nationalistische MHP. De leider van de MHP was Alparslan Türkeş, de woordvoerder van de staatsgreep van twintig jaar terug.

Volgens juntaleider Kenan Evren was ook nu een staatsgreep de enige manier om rust en orde terug te brengen in Turkije. Evren was op dat moment opperbevelhebber van het Turkse leger en had ervaring opgedaan in de Koreaoorlog en als leider van de Contra-guerrilla.[4] Na de coup werd Evren, die uiteindelijk in 2014 zou worden gedegradeerd tot soldaat eerste klasse, president van de Turkse republiek en opperbevelhebber van het Turkse leger.

Wie vindt dat de huidige AKP-regering te ver doorschiet met de arrestaties en schorsingen van tienduizenden agenten, soldaten, rechters en docenten,[5] zal het optreden van de junta van 1980 al helemaal een overreactie vinden. In totaal werden toen 250.000 tot 650.000 mensen gearresteerd en 1.683.000 op een zwarte lijst geplaatst. Verder stierven 300 mensen onder verdachte omstandigheden, 299 in de gevangenis, 171 door marteling, 95 tijdens gevechten en 50 door executies. De fraaie Turkse dramafilm Babam ve Oğlum (‘Mijn Vader en Mijn Zoon’) gaat overigens over deze periode. Verder mochten kranten driehonderd dagen lang niet meer publiceren en werden alle politieke partijen verboden.[6] Vooraanstaande politici van alle partijen kregen een jarenlang beroepsverbod opgelegd, waaronder de islamist Erbakan, de gematigde Demirel, de recht-nationalist Türkeş en de kemalist Ecevit.

Wat echter van fundamenteel belang is om te weten, is dat de junta van 1980 Turkije niet minder, maar juist meer islamitisch heeft gemaakt. En dat deed het doelbewust. Kenan Evren was dermate bezorgd over de opkomst van het communisme, dat hij de islam als een alternatief en tegengif promootte. Het was onder Evrens heerschappij dat islamonderwijs op alle Turkse scholen werd verplicht. De pro-Amerikaanse junta betekende dus het einde van het klassieke kemalisme en het begin van wat wel de ‘Turks-islamitische synthese’ wordt genoemd.[7]

Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was dus duidelijk niet de hoofddoelstelling: het ging om het behouden van de controle over de staat zelf. Dat verklaart ook waarom eveneens kemalisten werden vervolgd, waaronder dus Bülent Ecevit, die zonder twijfel meer seculier was dan de junta zelf. Bülent stond bekend als een eigenwijs politicus: hij wilde in lijn met de kemalistische traditie een ongebonden Turks binnenlands en buitenlands beleid. Het was dan ook onder zijn regering dat in 1974 de Turkse invasie van Cyprus plaatsvond.

Maar er speelde meer. Zoals hierboven al is opgemerkt, maakte generaal Evren deel uit van de Contra-guerrilla. Omstreeks dezelfde tijd als de invasie van Cyprus vertelde Ecevit het Turkse publiek echter over het bestaan van deze paramilitaire organisatie. Enkele jaren later deelde Ecevit ook publiekelijk zijn vermoeden dat dezelfde organisatie betrokken was bij het reeds genoemde bloedbad op het Taksimplein: hij vond het verdacht dat rechts-nationalistische strijders minutenlang op het linkse publiek konden schieten zonder dat de politie ingreep. Zodoende liet hij in 1978 openbaar aanklager Doğan Öz onderzoek doen naar de banden tussen de Contra-guerrilla en de Grijze Wolven. Öz werd kort na het afronden van zijn onderzoek doodgeschoten door een Grijze Wolfen-lid.

Bülent is in zijn leven zelf mogelijk negenmaal doelwit geweest van mislukte moordaanslagen.[8] Zo ontsnapte hij in 1976 ternauwernood aan een moordaanslag in New York bij het Waldorf Astoria-hotel, waar een Cyprioot die tijdens de invasie van Cyprus zijn arm had verloren een geladen pistool op Ecevit richtte. Ook een jaar later ontsnapte Ecevit aan een moordaanslag op het vliegveld van Izmir. De regering-Demirel wist verder een moordcomplot tegen Ecevit tijdens een bijeenkomst op het Taksimplein te verijdelen. Ecevit heeft zelf ook altijd volgehouden dat zijn omstreeks 2002 snel verslechterde gezondheid het werk was van de VS, omdat hij een obstakel was voor de Irakoorlog.[9]

In de aanloop naar de Irakoorlog raakte de VS haar vertrouwen in Ecevit namelijk voorgoed kwijt. Ecevit, die na de coup van 1980 een nieuwe kemalistische partij had opgericht, had het in 1999 voor elkaar gekregen om namens deze DSP opnieuw premier te worden. De nieuwe premier was tegen de Amerikaanse oorlogsplannen en weigerde steevast de VS toestemming te geven voor de stationering van een invasiemacht in Turkije, dat immers grenst aan Irak. De val van de Ecevits regering in 2002, en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag van de DSP, was voor de regering-Bush dan ook een geschenk uit de hemel.[10] Ecevit overleed in 2006.

Recep Tayyip Erdoğan versus Fethullah Gülen

De kers op de taart van de VS was de enorme verkiezingsoverwinning van een nieuwe, in 2001 opgerichte partij. Met het einde van de Koude Oorlog kwam het tijdperk van het Turkse rechts-nationalisme langzaam ten einde en vond een heropleving van het Turkse islamisme plaats. De VS zag daarom in dat een nieuwe bondgenoot moest worden gevonden in deze hoek. De kersverse AK-partij van Erdoğan kwam dus zeer gelegen. De nieuwe AKP-regering had namelijk wel oren naar het stationeren van een Amerikaanse invasiemacht in Turkije. Tijdens de stemming in het Turkse parlement stemde tweederde van de AKP-kamerleden voor de stationering. Dit was echter niet genoeg voor een parlementaire meerderheid, omdat onder meer de CHP en de gedecimeerde DSP tegenstemden. De eindstand was 264–250.[11] Niettemin werd Turkije door Bush genoemd als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.[12]

De AKP-partij heeft een bewogen oorsprong, want het komt onder andere voort uit de in 1997 verboden partij van Necmettin Erbakan. Zoals al werd opgemerkt, was Erbakan een van de mensen die tijdens de staatsgrepen van 1971 en 1980 steeds weer zijn politieke carrière voortijdig beëindigd zag worden. Dit gebeurde wederom tijdens de geweldsloze staatsgreep van 1997, die bekend staat als de ‘postmoderne coup’. De regering-Erbakan werd overigens na haar verkiezingsoverwinning een jaar eerder al koeltjes ontvangen door de Europese Unie en de NAVO. De vrees was namelijk dat Erbakan de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen.[13] Tijdens deze staatsgreep kreeg ook de nieuwe burgermeester van Istanboel, Recep Tayyip Erdoğan, een gevangenisstraf en een beroepsverbod vanwege het voordragen van een militant islamitisch gedicht. Dit beroepsverbod liep af in 2002, toen hij formeel de leider werd van de AK-partij (informeel was hij dat al).

De AK-partij herbergt verschillende stromingen met redelijk overeenkomende doelstellingen: moslimdemocraten zoals Abdullah Gül, Moslim Broederschap-achtigen zoals Bülent Arınç, neo-Ottomanen zoals Ahmet Davutoğlu, en bovenal populisten zoals Recep Tayyip Erdoğan. Laatstgenoemde is zonder meer radicaler dan de meer gemoedelijke Gül, maar qua binnenlandsbeleid juist gematigder dan Arınç en qua buitenlandsbeleid weer gematigder dan Davutoğlu. Erdoğan bleek echter wel in staat om al deze verschillende stromingen te verenigen en tegelijkertijd zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands. Wel zijn alle AKP-stromingen in meer of mindere mate ‘islamistisch’.

Erdoğan vond aanvankelijk een bondgenoot in de charismatische imam Fethullah Gülen en zijn invloedrijke Hizmet-beweging. Om een indruk te geven van de invloed van deze beweging: Gülen wordt door TIME genoemd als één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld,[14] en zijn beweging heeft een geschat vermogen van 25 miljard dollar.[15] Naar verluid zijn miljoenen mensen onderdeel van het complexe netwerk dat deze beweging vormt. Dit netwerk is door velen in verband gebracht met de CIA, al heeft Gülen die band altijd ontkend.[16] Wel staat de imam bekend als pro-Amerikaans, en ook pro-Israël, en woont hij tegenwoordig in een enorme villa in Pennsylvania, Amerika.[17]

De Hizmet-beweging werkt niet door middel van partijpolitiek, maar door middel van wat de neomarxist Rudi Dutschke eens de ‘lange mars door de instituties’ noemde: het stapsgewijs doordringen van justitie, politie, leger, media en onderwijs. Veel van zijn aanhangers hebben bijvoorbeeld rechten gestudeerd om daarmee op schakelposities binnen de Turkse justitiële apparaat te komen. Verder zijn wereldwijd, en met name in Turkije en de VS, duizenden scholen op de Gülenistische leest geschoeid om onder meer Gülens uitleg van de islam te onderwijzen. In Gülens eigen woorden: “Oplossingen op systemische, institutionele of beleidsniveau zijn gedoemd te mislukken wanneer het individu wordt verwaarloosd. Daarom is mijn eerste en belangrijkste pleidooi voor het onderwijs geweest.”[18]

Vaak wordt Gülen beschreven als een ‘liberale’ of ‘gematigde’ moslimgeestelijke, maar die omschrijving is onjuist. Deze imam predikt een buitenissige vorm van islamisme en nationalisme: voor hem zijn de Turken een uitverkoren volk en is de Turkse islam een ‘cadeau voor de mensheid’.[19] In 1999 vertrok Gülen naar de Verenigde Staten, omdat zijn antiseculiere filosofie in opspraak raakte in Turkije, al heeft hij zelf altijd volgehouden dat hij vanwege een medische behandeling uit zijn geboorteland vertrok. Hoe dan ook, een jaar later werd hij aangeklaagd en in afwezigheid veroordeeld door de toenmalige overheid onder leiding van, u raadt het al, Bülent Ecevit. Volgens de openbaar aanklagers was Gülen de ‘sterkste en meest doeltreffende islamitische fundamentalist in Turkije’ die ‘zijn methoden met een democratisch en gematigd imago camoufleert’.[20]

Fethullah Gülen liet het niet bij deze vervolging zitten. Omstreeks 2001 zocht hij toenadering tot de nieuw opgerichte AK-partij van Erdoğan. Die toenadering mocht baten: in 2008 werd hij alsnog van alle beschuldigingen vrijgesproken.[21] Omdat Gülenisten aanzienlijke macht hadden vergaard in het Turkse overheidsapparaat, in bijzonder bij justitie en politie, kreeg het van de AKP de ruimte om af te rekenen met gedeelde tegenstanders. Zo werden verschillende rechtszaken tegen critici van Gülen en de Hizmet-beweging begonnen. De voormalige politiecommissaris Hanefi Avcı, die een boek had geschreven over Gülenistische infiltratie van de politie, werd bijvoorbeeld aangeklaagd wegens vermeende banden met communistische organisaties. Ook de vakbondsman Ahmet Şık, die een kritisch boek schreef over de banden tussen de AKP en Gülen, werd aangeklaagd.

De belangrijkste rechtszaken waren echter tegen kemalistische elementen in het Turkse leger.[22] Onder andere twee grote processen stonden onder leiding van Gülenisten: de Operatie Balyoz-zaak en de Ergenekon-zaak. In beide zaken werden vele kemalistische soldaten en legerleiders, in totaal zo’n 230 personen, aangeklaagd en ontslagen vanwege vermeende couppogingen tegen de nieuwe AKP-regering. Onder andere de kemalistische generaal Çetin Doğan, die werd verdacht de leider van Operatie Balyoz te zijn, werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Er is veel over deze twee zaken geschreven en de werkelijke toedracht zal wel nooit helemaal worden gekend. Inmiddels is echter wel duidelijk geworden dat de aanklachten berustten op ontoereikend en zelfs vervalst bewijsmateriaal; onder andere de handtekeningen van Doğan en andere generaals werden vervalst. Veel aanklagers bleken inderdaad banden te hebben met de Hizmet-beweging. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur Eric S. Edelman herinnerde zich nog hoe een Gülenist hem al in 2005 benaderde met een document dat de naderende coup zou aantonen. Bij nader onderzoek bleek het document te zijn vervalst.[23] Het waren dus zeer waarschijnlijk niet-bestaande, verzonnen plots. Uiteindelijk werden alle verdachten en veroordeelden in beide zaken volledig vrijgesproken.[24] Die vrijspraken volgden, niet toevallig, kort na de beruchte breuk tussen Gülen en Erdoğan.

Sinds het begin van het huidige decennium waren er al een aantal aanvaringen tussen Erdoğan en Gülen. In bijzonder had Gülen felle kritiek op de regering-Erdoğan inzake het Turkse scheepskonvooi voor Gaza en het daaropvolgende diplomatieke conflict tussen Israël en Turkije. Gülen, die in 2010 nog de AKP-campagne steunde in het referendum over een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, was ook niet te spreken over de uitkomst daarvan. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een breuk tussen de AK-partij en de Hizmet-beweging.

Dat veranderde in de loop van 2013. Tijdens de maandenlange en enorme Gezipark-protesten tegen het beleid van de regering-Erdoğan kregen de overwegend linkse demonstranten bijval van Gülen, en dat zette kwaad bloed bij Erdoğan. Niet veel later kwam de AKP-regering met een wetsvoorstel om verschillende private scholen te sluiten, wat dus zonder meer negatieve gevolgen zou hebben voor de Hizmet-beweging. Het conflict tussen de twee kampen escaleerde verder toen openbaar aanklagers en politieagenten tientallen aan Erdoğan verbonden personen onderzochten vanwege corruptie. In twee grote zaken werd onder meer onderzoek gedaan naar AKP-ministers en Erdoğans twee zonen, Ahmet en Bilal. Erdoğan antwoordde op zijn beurt door politieagenten en anderen bij de corruptiezaak betrokken personen te laten arresteren.

Deze voorgeschiedenis maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de staatsgreep van 15 juli 2016 te maken had met het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat. Formeel deden de coupplegers inderdaad een beroep op de ‘seculiere democratische’ staat en was de naam van de junta gebaseerd op de uitspraak van Atatürk ‘vrede thuis, vrede in de wereld’. De putschisten maakten in dezelfde verklaring echter ook duidelijk dat de NAVO-verplichtingen zouden worden nakomen.[25] Het is daarom aannemelijk dat de seculiere retoriek bewust door de coupplegers werd gebruikt om te insinueren dat het een kemalistische junta was en geen Gülenistische.[26] Tevens is het op basis van de hele voorgeschiedenis niet onaannemelijk dat rechts-nationalistische elementen in het leger bij deze staatsgreep betrokken waren.

Dat gedeelte over het nakomen van NAVO-verplichtingen is van wezenlijk belang. Het is inmiddels duidelijk geworden dat die verplichtingen inderdaad in het gedrang zijn gekomen door de eigenwijze Erdoğan. Ook de AKP-regering lijkt zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen.[27] Erdoğans verontschuldigingen aan de Russsiche president Vladimir Poetin vanwege de door Turkse piloten neergehaalde Russische SU-24-straaljager werden bijvoorbeeld niet even goed ontvangen in het Westen. Inmiddels is gebleken dat deze piloten, die op 24 november 2015 bijna een oorlog tussen Rusland en Turkije uitlokten, ook betrokken waren bij de verprutste putsch van 15 juli 2016.[28]

Conclusie

Het gangbare narratief in de media schiet ernstig tekort om de huidige ontwikkelingen in Turkije te duiden. Het beeld van de islamistische dictator Erdoğan tegen het seculiere leger strookt simpelweg niet met de feiten. Alle voorgaande coup d’états werden gedaan door het Turks leger om pro-Amerikaanse redenen. De kemalistische beweging heeft echter al lang aan betekenis ingeboet: Turkije lijkt een andere weg in te slaan.

De Turkse staatsgrepen in 1960, 1971 en 1980 zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het leger was pro-Amerikaans en rechts-nationalistisch en probeerde bedreigingen vanuit met name de communistische hoek tegen te gaan. Het ging dus niet om het seculiere karakter van de staat, maar om de controle over de staat zelf. Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was vrijwel nooit een uitdrukkelijke doelstelling van de staatsgrepen, en voor zover het dat wel was, was het een voorwendsel of bijwerking. De coup van 1980 had echter duidelijk geen seculier karakter; de pro-Amerikaanse junta begon zelfs het proces van islamisering in Turkije.

De staatsgreep van 1997 had wel uitdrukkelijk een seculier, kemalistisch karakter, al speelde zonder meer mee dat de regering-Erkaban de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen. Kort na deze geweldsloze coup kreeg Turkije weer een kemalistische regering onder Bülent Ecevit, die echter al gauw door de VS als een obstakel werd gezien. Ecevit wilde namelijk niet dat Turkije de naderende Irakoorlog zou faciliteren. De groeiende islamistische beweging werd daarom door de VS aangegrepen om haar invloed over de Turkse politiek te bestendigen. De VS zocht toenadering tot de AKP-partij van Recep Tayyip Erdoğan, die de steun genoot van de invloedrijke pro-Amerikaanse Hizmet-beweging van imam Fethullah Gülen. In de daaropvolgende periode is het kemalisme door middel van showprocessen uitgeschakeld in onder meer het Turkse leger.

Zodoende waren de enige twee overgebleven politieke bewegingen met wezenlijke macht de AK-partij van Erdoğan en de schaduwpartij van Gülen. Gaandeweg werd het evenwel duidelijk dat Erdoğan en zijn AKP helemaal niet zo’n goede bondgenoot hadden gevonden in Gülen en diens Hizmet-beweging. Het conflict dat uiteindelijk tussen de twee kampen uitbrak, spreekt voor zich. Het besluit van de AKP-regering om na de mislukte staatsgreep justitie, politie, leger, media en onderwijs te zuiveren van Gülenisten, en wellicht ook andere tegenstanders, is het laatste hoogtepunt van dit conflict.

De eigenwijze politiek van Erdoğan bracht hem verder keer op keer in conflict met de VS en de NAVO. Er is alle reden om aan te nemen dat de doelstelling van de mislukte staatsgreep ook nu weer niet lag in het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat, maar in het behouden van de controle over de staat zelf – te weten een pro-Amerikaanse staat. Dit verklaart ook die andere climax die zich voor onze ogen afspeelt: de escalerende diplomatieke crisis tussen de VS en de Turkse Republiek. Want wat de geschiedenis van het moderne Turkije ons duidelijk laat zien, is dat waar pro-Amerikaanse rook is, ook Amerikaans vuur is.


[1] https://tr.wikisource.org/wiki/27_May%C4%B1s_Darbe_Bildirisi

[2] http://www.radikal.com.tr/politika/gladyodan-ergenekona-yolculuk-893176/

[3] http://www.icj-cij.org/docket/?sum=367&p1=3&p2=3&case=70&p3=5

[4] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4557#.V49V6vmLRD9

[5] http://www.zerohedge.com/news/2016-07-19/turkey-latest-witch-hunts-accelerate-gulenist-media-shut-down-pilots-behind-russian-

[6] https://www.tbmm.gov.tr/sirasayi/donem24/yil01/ss376_Cilt1.pdf; https://en.wikipedia.org/wiki/1980_Turkish_coup_d%27%C3%A9tat#Result

[7] http://www.nytimes.com/2015/05/10/world/europe/kenan-evren-dies-at-97-led-turkeys-1980-coup.html

[8] https://tr.wikipedia.org/wiki/B%C3%BClent_Ecevit%27e_suikast_giri%C5%9Fimleri

[9] https://web.archive.org/web/20050316142641/http://www.turkishdailynews.com.tr/article.php?enewsid=8263

[10] http://www.hurriyetdailynews.com/us-had-uneasy-relationship-with-ecevit.aspx?pageID=438&n=us-had-uneasy-relationship-with-ecevit-2006-11-08

[11] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/2810133.stm

[12] http://www.clinecenter.illinois.edu/research/affiliated/airbrush/

[13] http://www.volkskrant.nl/archief/afwachtende-reactie-van-eu-en-navo-op-turkse-regering~a441913/

[14] http://time100.time.com/2013/04/18/time-100/slide/fethullah-gulen/

[15] http://www.nu.nl/dvn/4295495/fethullah-gulen-en-waarom-zit-Erdoğan-achter-beweging.html

[16] https://www.opendemocracy.net/osman-softic/what-is-fethullah-g%C3%BClen%E2%80%99s-real-mission

[17] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[18] http://www.fethullahgulen.nl/hot-interview-met-fethullah-gulen-corruptieschandaal-akp-en-turkije-wall-street-journal/

[19] http://www.trouw.nl/tr/nl/39561/Couppoging-Turkije/article/detail/4341742/2016/07/18/Gulen-de-zondebok-die-Erdoğan-heeft-aangewezen.dhtml

[20] https://www.theguardian.com/world/2000/sep/01/1

[21] https://web.archive.org/web/20070927235413/http://wwrn.org/article.php?idd=21432

[22] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[23] http://www.nytimes.com/2014/02/27/world/europe/turkish-leader-disowns-trials-that-helped-him-tame-military.html

[24] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[25] https://en.wikipedia.org/wiki/Peace_at_Home_Council#Statement_and_analysis_thereof

[26] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[27] https:// http://www.novini.nl/turkije-its-the-geopolitiek-stupid/

[28] https://www.rt.com/news/352050-turkish-pilots-arrested-su24/

Posted on

Israël hartelijk aangemoedigd

De afgelopen maanden is Israël veel in het nieuws geweest. Trouwens, in welke periode is dat niet het geval? Dit speldenknopje op de wereldkaart is vrijwel dagelijks onderwerp van discussie in alle grote media op deze wereld. De laatste maanden kreeg Israël in de Nederlandse pers vooral aandacht vanwege het zogenaamde ontmoedigingsbeleid dat Nederland voert ten opzichte van Israël. Verschillende grote Nederlandse bedrijven (Vitens, Haskoning, PGGM) hebben hun samenwerking met Israëlische bedrijven verbroken. Waar gaat dit over? Wat heeft Israël misdaan?

Door: C.G. van der Staaij en D.J.H. van Dijk

Het ontmoedigingsbeleid houdt in dat onze regering Nederlandse bedrijven aanspreekt op het ontplooien van activiteiten in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen. We hebben het dan over Judea, Samaria (de Westelijke Jordaanoever) en Oost-Jeruzalem. De regering verleent aan dergelijke activiteiten geen ondersteuning, omdat het bestaan van deze nederzettingen in strijd zou zijn met het internationaal recht.

De SGP heeft grote moeite met dit ontmoedigingsbeleid. Het schept een klimaat waarmee zakendoen met Israëlische bedrijven besmet raakt. Hierbij moet beseft worden dat de verwijzingen naar het internationaal recht aanvechtbaar zijn. Het internationaal recht heeft naar zijn aard een hoog politiek gehalte en kan niet vergeleken worden met nationaal recht. Bovendien mag nooit vergeten worden dat de betwiste gebieden in handen van Israël kwamen na een agressie-oorlog (in 1967) van Arabische staten. En dan gaat het ook nog om gebieden die Jordanië en Egypte in 1948 zonder enige rechtsgrond hadden ingenomen na hun aanval op de Joodse staat.

De betreffende nederzettingen zijn op grond van de met de Palestijnen gesloten Oslo-akkoorden momenteel inzet van onderhandelingen over de definitieve status. Aan de onderhandelingstafel moeten oplossingen worden gevonden en niet via oneigenlijke drukmiddelen die de vrede frustreren. Eenzijdige internationale druk op Israël versterkt slechts de weigering van de Palestijnen om het bestaansrecht van de Joodse democratische staat Israël te erkennen.

Ondertussen is Israël weer op negatieve wijze in het nieuws. De wereld ziet vaak niets anders dan het verweer van Israël en zij begrijpt er vanuit haar vrijheid dikwijls niets van. Gemakkelijke veroordelingen van Israël zijn het gevolg. Veel aandacht gaat zo naar de aangevochten positie die Israël in het Midden-Oosten inneemt. Maar Israël heeft zoveel méér te bieden. Israël is een goed functionerende democratische rechtsstaat. Op het gebied van ICT, innovatie en technologie is Israël een sterspeler. Israël heeft veel ervaring met de integratie van uiteenlopende bevolkingsgroepen. Persvrijheid en godsdienstvrijheid zijn in Israël geborgd. Slachtoffers van het Syrische conflict worden in Israëlische hospitalen verzorgd.

Daarom vond de SGP het belangrijk om een werkbezoek te brengen aan Israël met een positieve agenda! Daaraan is begin van dit jaar gestalte gegeven door een vierdaags werkbezoek aan dit land en de Palestijnse gebieden. Met SGP-parlementariërs uit de Tweede Kamer en het Europees Parlement, vergezeld door medewerkers, werd een leerzame reis afgelegd naar deze bewogen regio.

De timing van het werkbezoek kon niet beter. Juist tijdens deze reis verbrak het pensioenfonds PGGM – na Vitens en Haskoning – haar samenwerking met Israëlische partners. We konden nu uit eerste hand vernemen van Israëlische politici en topmensen uit het bedrijfsleven welke impact dergelijke stappen heeft. Zo spraken we met de directeur van Mekorot, een internationaal opererend en gerenommeerde Israëlisch waterbedrijf. Zij voelden zich bezoedeld door de door Vitens verbroken samenwerking.

SGP - werkbezoek Israel - Vitens
De SGP brengt een werkbezoek aan het waterbedrijf Mekorot in Israël.

Datzelfde gevoel overheerste bij politici. Er gebeuren verschrikkelijke dingen in het Midden-Oosten, gruwelijke mensenschendingen en wrede conflicten. En dan wordt Israël behandelt als paria. Daarover waren zij verbijsterd. Israël is niet perfect, maar in vergelijking met omliggende landen een oase van stabiliteit en een prima functionerende rechtsstaat. Deze gevoelens van onrechtvaardigheid stimuleerden de SGP-delegatie om in zowel de Tweede Kamer als in het Europees Parlement stevig op te komen voor de veiligheid en economische belangen van Israël en de kwalijke effecten van het ontmoedigingsbeleid aan de kaak te stellen.

Na dit werkbezoek zijn er op initiatief van de SGP meerdere debatten over het ontmoedigingsbeleid geweest met minister Timmermans van Buitenlandse zaken. Tijdens die debatten heeft de SGP duidelijk gemaakt, dat zij het ontmoedigingsbeleid het liefst zo snel mogelijk zou laten oplossen in de Dode zee. Voor deze wens is echter geen Kamermeerderheid te mobiliseren. Gelet op die werkelijkheid heeft de SGP aan de minister gevraagd hoe hij voorkomt dat zijn ontmoedigingsbeleid uitdijt en we uiteindelijk in een boycotachtige sfeer terechtkomen. Met kracht is erop aangedrongen dat het kabinet moet uitstralen dat zakendoen met Israël legitiem en vanzelfsprekend is.

Overigens is voor het vredesproces minstens zo belangrijk dat het haatzaaien tegen Joden door Palestijnen in de media, in het onderwijs en tijdens publieke optredens van de Palestijnse autoriteiten, stopt. Zelfs Abbas, de huidige leider van de Palestijnse autoriteit, werkt mee aan de inhuldiging van terroristen die meerdere Joodse burgers hebben vermoord. Zo ontstaat er geen voedingsbodem voor vrede, maar voor genocide. De SGP wil dat financiële hulp aan de Palestijnse autoriteit afhankelijk wordt gemaakt van behaalde resultaten op dit terrein.

Uiteindelijk zijn de reeks debatten over dit trieste thema geëindigd met een lichtpuntje. Een ingediende motie van de SGP, gesteund door de ChristenUnie, kreeg een Kamermeerderheid achter zich. In deze motie is uitgesproken dat het Nederlandse kabinet op zichtbare en overtuigende wijze duidelijk moet maken dat zij economische relaties en samenwerking tussen Nederlandse en Israelische bedrijven aanmoedigt. De SGP zal al haar mogelijkheden benutten – voor en achter de schermen – om ervoor te zorgen dat deze motie royaal wordt uitgevoerd!

Posted on 3 Comments

Timmermans en de echo van ‘Wehrt euch; kauft nicht bei Juden!’

Deze week diende zich een nieuwe zomerkomkommer aan in de media. En zowaar, het ging weer eens over Israël. Heel specifiek: over producten uit Joodse nederzettingen in betwist gebied. PvdA-minister Frans Timmermans wil maar wat graag de puntjes op de i zetten. Ter bevordering van de vrede, zo heet het. Via Catherine Ashton, ‘chef buitenland’ van de Europese Unie (EU), lijkt hij dit ook voor elkaar te krijgen. Op hoge poten eist zij dat op het etiket van elk exportproduct uit Israël precies staat waar het is geproduceerd. ‘Made in Israel’ volstaat niet. Waarom? De oneliner van minister Timmermans spreekt boekdelen: ‘Het is doodsimpel, de nederzettingen liggen niet in Israël.’

made-in-israel4Doodsimpel? Huh? Een dodelijke versimpeling van de werkelijkheid!

Allereerst weet de minister zeer wel dat de oostgrens van de staat Israël tot op heden niet is vastgelegd. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft in resolutie 242 bepaald dat Israël recht heeft op veilige en erkende grenzen. Verder stelt deze resolutie dat de precieze grens via onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen moet worden bepaald. Maar zonder de uitkomst van deze onderhandelingen af te wachten, lijken Timmermans en de EU al te weten waar die grens moet komen te liggen. Op de zogenoemde ‘Groene Lijn’ van de wapenstilstand in 1949. Onmiddellijk protesteerde Israëls minister-president Netanyahu tegen dit EU-dictaat. Terwijl de EU iedere keer op hoge toon Israël de les leest om zich aan het internationaal recht te houden, treedt de EU dat recht nu zelf met voeten.

Daar komt bij dat de EU-benadering de gewenste vrede geen stap dichterbij brengt. Integendeel. Tot op heden willen de Palestijnen geen vrede met Israël sluiten. Yasser Arafat weigerde in 1993 bijvoorbeeld de Oslo-akkoorden te ondertekenen. Daarvoor bestaat bij de Europese Unie alle begrip van de wereld. Voor het mislukken van vrede krijgt Israël telkens de zwarte piet toegespeeld. Wanneer de EU en de Nederlandse regering vrede tussen Joden en Palestijnen ècht dichterbij willen brengen, dan is het zeer onverstandig om Israël vast te pinnen op de Groene Lijn uit 1949. Je geeft daarmee de Palestijnen alle ruimte om achterover te gaan leunen. Ze weten dat Israël deze grenslijn niet kan accepteren, omdat hiermee de veiligheid van de Joodse staat in het geding is.

Waar Timmermans en de EU hoogst lichtvaardig aan voorbijgaan is het feit dat reeds vóór 1948 er sprake is van Joodse bewoners op de Westelijke Jordaanoever. Na de onafhankelijkheidsoorlog heeft Jordanië de Westelijke Jordaanoever in 1950 geannexeerd. Vervolgens zijn alle Joden uit dit gebied verjaagd of vermoord. Tijdens de Zesdaagse oorlog in 1967 wist Israël de Westelijke Jordaanoever op Jordanië te veroveren. Israël verjoeg of vermoordde overigens niet de Arabieren uit dit gebied. Dit historische feit komt natuurlijk niet in de EU-kraam te pas. Ook wil men beslist niet inzien dat de presentie van Joodse nederzettingen op de Westbank na 1967 niet wezenlijk anders is dan de situatie van voor 1948. Zijn de Joodse nederzettingen allemaal illegaal? Het is eerder moreel laakbaar dat de Nederlandse regering bij monde van een PvdA-minister het streven steunt om de Westelijke Jordaanoever ‘Judenrein’ te maken.

Hoofdreden waarom Israël de Westelijke Jordaanoever in beheer heeft genomen is dat het land zich zo veel beter kan verdedigen tegen de agressie van de omringende Arabische volkeren. Israël is bereid tot militaire terugtrekking uit dit gebied, mits zijn bestaansrecht wordt erkend en de veiligheid van de eigen bevolking is gegarandeerd. Bestaat er reden om te twijfelen aan de bereidheid van Israël om land op te geven in ruil voor duurzame vrede? Nee. In 1978, bij het Camp Davidakkoord, gaf Israël de Sinaïwoestijn terug aan Egypte in ruil voor de erkenning van het bestaansrecht van de Joodse staat Israël door Egypte. Is er reden om te twijfelen aan de bereidheid van de Palestijnen om het bestaansrecht van de Joodse staat Israël te erkennen. Ja, helaas wel. Wenst de EU serieus een tweestatenoplossing te realiseren, dan moet zij eerst bij de Palestijnen peilen of zij werkelijk bereid zijn tot een ondubbelzinnige erkenning van Israëls bestaansrecht. Tot op heden koersen zij aan op een andere ‘oplossing’: een Arabische of islamitische staat en vervolgens alle Joden uit het gebied ten westen van de Jordaan verdrijven.

Timmermans, Ashton en al die andere boycotbepleiters zouden zich eens de vraag moeten stellen of een opgelegde vrede duurzaam kan zijn. Met alleen druk van buitenaf breng je geen vrede tot stand. Wil vrede duurzaam zijn, dan moet zij van onderop komen, bijvoorbeeld doordat Joden en Palestijnen meer gaan samenwerken. De Europese Unie is zelf een voorbeeld van vrede door economische samenwerking. Waarom prijst de EU dit ‘samenwerkingsmodel’ niet aan bij Palestijnen en Joden? Tussen 1967 en 1993 was er in de Westelijke Jordaanoever sprake van een imposante welvaartsstijging. De levensstandaard in dit gebied was begin jaren ’90 voor de Palestijnen hoger dan in de Arabische buurlanden. Zodra Arafat en zijn kompanen het beheer van de Westelijke Jordaanoever overnamen, ging het economisch rap bergafwaarts. Hij verbood Palestijnen om bij Joodse ondernemingen te werken of met Joden zaken te doen. Op grondtransacties met Joden staat zelfs de doodstraf. En intussen wordt de schuld van alle economische misère bij Israël gelegd. Doodsimpel, nietwaar Timmermans?

Een boycot van producten uit de nederzettingen verergert de economische neergang. De gevolgen daarvan zijn desastreus, vooral voor de duizenden Palestijnen die bij Israëlische bedrijven een betaalde baan hebben en zo hun gezinnen kunnen onderhouden. Veel Palestijnen hebben geen enkel vertrouwen in de Palestijnse Autoriteit, hun eigen corrupte overheid die maar liefst 50.000 ambtenaren in dienst heeft, de groei van commerciële banen belemmert en intussen aan terroristen in Israëlische gevangenissen maandelijks 2000 dollar uitbetaalt. Hoe is dat allemaal mogelijk? Mede dankzij de EU wordt de Palestijnse Autoriteit jaarlijks gespekt met 1,5 miljard dollar. Een astronomisch bedrag waaraan geen één voorwaarde ter bevordering van vrede met Israël is verbonden. Hoog tijd dat de Nederlandse belastingbetaler daartegen massaal protesteert.

Commissaris Ashton en minister Timmermans spelen met vuur. Er zit maar een flinterdunne wand tussen de oproep om producten uit Joodse nederzettingen te boycotten en de leus ‘Deutsche! Wehrt euch; kauft nicht bei Juden!’ Uit puur protest heeft mijn vrouw gisteren Israëlische aardappels gekocht. Bij een biologische winkel in hartje Rotterdam. Een goede zaak. Nederlanders, kom op! Koop Israëlische producten!

Jan Schippers, directeur Wetenschappelijk Instituut voor de SGP

Posted on 1 Comment

Geen labeling Israëlische producten

minister Timmermans

De aanwezigheid van Israël op de Westelijke Jordaanoever staat voortdurend ter discussie. Volgens velen bezet Israël dit gebied. Om aan deze bezetting een eind te maken, wordt er op de Joodse staat druk uitgeoefend. Een actuele discussie op dit moment is dat op Israëlische producten uit de Westelijke Jordaanoever niet meer mag staan dat deze gemaakt zijn in Israël. Ook onze Nederlandse regering doet aan deze pressie mee. Waarom? Simpelweg, omdat de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans, van mening is dat de Westelijke Jordaanoever geen Israël is. Het internationaal recht laat daarover volgens hem geen misverstand bestaan. Vanuit het oogpunt van consumentenvoorlichting vindt hij het belangrijk dat mensen weten waar de producten vandaan komen. In de winkel moeten mensen op het etiket (label) van een product kunnen lezen dat het gaat om een Israëlisch product dat afkomstig is uit de Westelijke Jordaanoever.

minister TimmermansDeze houding van de Nederlandse regering tegenover Israël is kwalijk en schadelijk voor zowel Israël als de Palestijnen.

In de eerste plaats moeten we vaststellen dat de definitieve grenzen tussen Israël en een Palestijnse staat nog niet vastliggen. In VN-resolutie 242 is vastgelegd dat Israël recht heeft op veilige en erkende grenzen. Zolang deze grenzen nog niet in een vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen zijn vastgelegd is van een bezetting van de Westelijke Jordaanoever door Israël geen sprake. Het gaat hier niet om bezette gebieden, maar om omstreden gebieden.

Een tweede punt is dat er in de wereld meer gebieden zijn waarvan wordt betwist tot welke staat ze behoren. Denk aan Westelijke Sahara. Is dit onafhankelijk of behoort het tot Marokko? Behoren de Ogaden tot Ethiopië of Somalië? Waarom wordt nu eenzijdig gefocust op Israëlische producten uit de Westelijke Jordaanoever? Terecht vindt de Israëlische regering dat dit discriminatie is.

Ten derde brengt een labelling van Israëlische producten uit de Westelijke Jordaanoever de vrede tussen Israël en de Palestijnen niet dichterbij. De omstreden gebieden zijn vaak negatief in het nieuws. Er zijn echter ook positieve dingen te melden, namelijk dat Joden en Palestijnen ook goed met elkaar kunnen samenwerken. Een voorbeeld hiervan dat onlangs in het nieuws kwam, is een Joodse eigenaar van een supermarkt tussen Jeruzalem en Hebron (dus op de Westelijke Jordaanoever) waar de werknemers en klanten zowel Joden als Arabieren zijn.

Ten vierde wordt onvoldoende doorzien wat de consequenties van deze labelling kunnen zijn. Israël wordt in een negatief daglicht gesteld. Het label kan worden opgevat als een waarschuwing: mensen denk erom dit is een Israëlisch product dat in bezet gebied is gemaakt. Dat dit gevaar niet ondenkbeeldig is, blijkt uit de reactie van bepaalde groepen die vinden dat Israëlische producten uit de Westelijke Jordaanoever helemaal niet in de supermarkt mogen liggen. Het gevaar van deze labelling is dat er een boycot van deze producten ontstaat.

Wanneer labelling ertoe leidt dat de verkoop van Israëlische producten uit de Westelijke Jordaanoever afneemt, kan dit in de vijfde plaats schadelijk gevolgen hebben voor de Palestijnen. De Joodse aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever zorgt namelijk voor veel Palestijnse werkgelegenheid en versterkt de economische positie van de Palestijnen.

Europa en Nederland doen er beter aan maatregelen te nemen die de samenwerking tussen Israël en de Palestijnen stimuleren. Nu ligt nog teveel het accent om van bovenaf een vredesakkoord op te dringen. Duurzame vrede is alleen mogelijk als gewerkt wordt aan een verbetering van de verstandhouding tussen Joden en Palestijnen. Economische samenwerking kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Een labelling die leidt tot een boycot van producten werkt averechts.

Posted on 1 Comment

Israël gebrandmerkt

minister Timmermans

Israël ligt aan alle kanten onder vuur. Dit kleine land wordt permanent bedreigd in haar bestaansrecht. Vanuit Iran, vanuit Gaza, door de terreurorganisaties van Hamas en Hezbollah, noem maar op. Israël is een land dat haar bestaan continu moet verdedigen en gedwongen is tot extreme veiligheidsmaatregelen.

minister TimmermansJe verwacht dan van Nederland – vanouds een vriend van Israël – dat zij waar mogelijk in de bres springt voor dit land. Het land, de enige serieuze democratie in het Midden-Oosten, tenminste moreel een hart onder de riem steekt.

Maar wat doet minister Timmermans? Welke daadkracht laat hij zien?

Zorgt hij ervoor dat Hezbollah op de Europese terreurlijst komt, waarvoor de SGP al jaren pleit?

Zorgt hij ervoor dat dat het vredesproces een nieuwe impuls krijgt? Zorgt hij ervoor dat de Palestijnse autoriteit de pin op de neus krijgt zolang zij doorgaat met het verheerlijken van zelfmoordaanslagen? Wij zien daar helaas nog veel te weinig van.

Maar wat zien we wel? Wat is kennelijk een speerpunt van deze minister van Buitenlandse zaken? Het aanpassen van de labels van Israëlische producten! De etiketten moeten anders.

Parfum uit Oost-Jeruzalem, vlees van de Golanhoogte, met daarop het etiket ‘Made in Israël’? Dat kan echt niet, volgens minister Timmermans. Dat zet consumenten immers op het verkeerde been.

Je vraagt je echt af waar de minister toch mee bezig is. In ieder geval niet met het dichterbij brengen van vrede. Nederland loopt hiermee in de voorhoede om Israël te beschadigen. Dit helpt de vrede geen stap dichterbij. Waarom dit en waarom nu?

De minister laat zich zo voor het karretje spannen van anti-Israël activisten. Op deze wijze wordt de weg gebaand voor een boycot van Israëlische producten. Het is ook nogal schijnheilig om een braaf beroep te doen op consumentenvoorlichting, terwijl iedereen weet dat het hier echt om iets heel anders gaat dan rundvlees op een etiket terwijl er paardenvlees inzit. Waarom spreekt de minister zo verhullend over voorlichting aan de burger, terwijl het toch feitelijk sancties zijn op hem onwelgevallig beleid? Waarom niet wat eerlijker? Hier wordt gewoon de basis gelegd voor een boycot. De minister plaatst een ei in een broedmachine en kijkt verbaasd op als er een kuikentje uitkomt!

Schrijnend is ook dat Kamerleden in Israëlische kranten moesten lezen, dat de minister met dat aanmoedigen van etiketteren al aan de slag is gegaan, terwijl de Kamer daar niet eens fatsoenlijk over is geïnformeerd, zoals was beloofd en gevraagd.

De SGP heeft daarom afgelopen week in de Kamer erop aangedrongen dat de minister stopt met het aandringen op het brandmerken van producten uit Israëlische nederzettingen. De minister moet tenminste een pas op de plaats maken en eerst hierover fatsoenlijk overleg plegen met de Kamer.

Er is hier ook duidelijk sprake van selectieve verontwaardiging. Er zijn meerdere controversiële gebieden op deze wereld – denk aan de Turkse bezetting van Noord-Cyprus. Het is discriminatie om etikettering alleen toe te passen op Israël.

Daarbij moet ook beseft worden dat veel Palestijnen juist ook werk vinden in de nederzettingen.

Kortom: helemaal niemand schiet hier wat mee op.

De minister heeft toegezegd met een brief naar de Kamer te komen waarin deze materie nader wordt uitgelegd. De SGP zal er alles aan doen om het brandmerken van Israël te stoppen.

Ooit schreef een Engelse auteur:

‘Uiteindelijk zullen we ons de woorden van onze vijanden niet herinneren, maar het zwijgen van onze vrienden.’

De SGP zal níet zwijgen als de belangen van Israël in het geding zijn.

C.G. van der Staaij, voorzitter van de SGP-fractie in de Tweede Kamer
D.J.H. van Dijk, beleidsmedewerker voor de SGP-fractie in de Tweede Kamer

Commissie Internationaal schreef over bovenstaand onderwerp laatst een statement.