Posted on

Gaat Kurz toch opnieuw met FPÖ regeren?

FPÖ-leider Norbert Hofer met Viktor Orbán

Komende zondag zijn er in Oostenrijk verkiezingen voor het parlement. Sebastian Kurz hoopt daarna weer kanselier te kunnen worden. De FPÖ hoopt boven de 20 procent te komen. Zullen de partijen elkaar ondanks de schandalen toch weer vinden?

Na de zogenoemde Ibiza-affaire viel in mei de coalitie van de centrumrechtse ÖVP en de nationaal-conservatieve FPÖ uiteen. De regering van kanselier Sebastian Kurz (ÖVP) kwam door een motie van wantrouwen ten val. Aanleiding voor de regeringscrisis was een in 2017 heimelijk opgenomen video, waarin de toenmalige vice-kanselier en FPÖ-leider Heinz-Christian Strache een vermeende rijke Russin staatsopdrachten in het vooruitzicht stelde, als ze met haar geld de FPÖ aan de macht zou helpen. Kurz stuurde hierop aan op ontbinding van de regeringscoalitie. Kort daarop stemde het parlement hem als regeringsleider weg.

Van halvering FPÖ blijkt geen sprake

Ofschoon talrijke media destijds gretig over een “nederlaag van het rechts-populisme” schreven en een “halvering” van de FPÖ voorspelden, lijkt de rust inmiddels weergekeerd. Zelfs een nieuwe coalitie van ÖVP en FPÖ is niet uit te sluiten. In de peilingen staat de FPÖ rond de 20 procent. In de verkiezingen van 2017 behaalden ze 26 procent. Kurz’ ÖVP zullen ze niet inhalen, maar het is zeker mogelijk dat ze de centrumlinkse SPÖ voorbijstreven.

Overgangsregering

Sinds de val van Kurz, regeert in Wenen een overgangsregering van hoge ambtenaren. In de peilingen gaat de ÖVP met 31 à 36 procent veruit aan kop, flucteert de SPÖ tussen 20 en 23 procent en ligt de FPÖ opvallend stabiel op 19 à 21 procent. Verder lijken de Groenen met 13 procent verzekerd van terugkeer in het parlement en kunnen de liberale NEOS mogelijk de tien procent halen.

Ibiza-affaire en Shredderaffaire

De verkiezingscampagne stond enige tijd in de schaduw van de Ibiza-affaire. Vlak na de val van de coalitie blufte Kurz nog dat hij op 40 procent mikte, maar ook hij moest een veertje laten. Zo kwam naar buiten dat kort voor de succesvolle motie van wantrouwen een regeringsfunctionaris vijf harde schijven op een verdachte manier had laten vernietigen. Hij liet dit namelijk onder valse naam door een gespecialiseerd bedrijf doen en een paar keer herhalen. Dit werd bekend als de shredderaffaire.

Hofer nieuwe partijleider FPÖ

De voormalige FPÖ-leider Heinz-Christian Strache speelde in de campagne echter nauwelijks een rol. Ook al zou hij achter de schermen aan zijn comeback werken. Het partijcongres stemde bijna unaniem voor voormalig presidentskandidaat Norbert Hofer als nieuwe partijleider. Na de Ibiza-affaire en het aftreden van Strache had hij deze rol reeds waargenomen. Na zijn verkiezing tot voorzitter ging Hofer slechts kort op zijn voorganger in, die niet op het congres aanwezig was. Hij stelde dat Strache “ongelooflijk veel gedaan” heeft voor de partij. De FPÖ is in het verleden dikwijls bijna de grootste partij geworden, aldus Hofer, maar werd steeds gehinderd door eigen fouten. “Nu weer”, aldus Hofer verwijzend naar de Ibiza-video.

Energieke campagne Hofer en Kickl, FPÖ rond 20 procent

Samen met oud-minister van Binnenlandse Zaken Herbert Kickl heeft Hofer een energieke campagne gevoerd. Ze spanden zich tot het laatst in om de partij boven de 20 procent te krijgen. In de vorige nationale verkiezingen, in 2017, kwam de FPÖ op 26 procent. Hofer baarde verder Europa-breed opzien, toen hij in 2016 in de presidentsverkiezingen nipt verloor van de Groene Alexander van der Bellen. In tegenstelling tot de begenadigde populist Strache en de bij de achterban geliefde Kickl, geldt Hofer als gematigd en ook voor kiezers uit het midden aansprekend.

Hofer wil rechts-extremisten snel uit de partij gooien

Op het congres werd al duidelijk dat hij de leiding van de partij ferm ter hand wil nemen. Zo liet hij zich als voorzitter door het congres meer bevoegdheden toedelen om partijleden te kunnen royeren. “We moeten kunnen ingrijpen als we zien dat iemand de partij schaadt. Daar moeten we snel en gedecideerd op reageren.” Waarnemers zien dit als toegeving aan oud-kanselier Kurz, die van zijn voormalige coalitiepartner een duidelijke uitsluiting van rechts-extremisten verlangde.

Kurz wil Identitaire Beweging verbieden

Geheel in lijn met een nieuwe ÖVP-FPÖ-coalitie is ook dat het congres Hofers motie voor een “volledige uitvoering van het met de ÖVP in 2017 uitgewerkte regeringsprogramma” steunde. Mogelijk staat of valt een herhaling van de coalitie met een verbod van de Identitaire Beweging. De ÖVP wil hiertoe het verenigingsrecht wijzigen, zodat dergelijke organisaties sneller verboden kunnen worden. De nieuwe regeling zou voor de ÖVP een “absolute voorwaarde” voor een coalitie zijn, zo verklaarde Kurz. Voor de FPÖ zou het daarentegen een actie zijn waarmee ze een deel van haar natuurlijke achterban van zich vervreemdt.

Posted on

Shredderaffaire – ÖVP betrokken bij Ibiza-affaire?

In Oostenrijk bracht de shredderaffaire rond de vernietiging van harde schijven de centrumrechtse ÖVP en ex-kanselier Sebastian Kurz in verlegenheid. Het tijdstip van de illegale vernietiging doet betrokkenheid van de ÖVP in de Ibiza-affaire vermoeden.

De affaire draait om de voormalige chef van de sociale media-afdeling van het Kanzleramt (vergelijkbaar met het ministerie van Algemene Zaken in Nederland). Deze Arno M. heeft onder een valse naam vijf harde schijven met naar zich laat denken belastende inhoud laten vernietigen. M. smokkelde de harde schijven vijf dagen na het naar buiten komen van de Ibiza-affaire, die de regeringscoalitie van ÖVP en FPÖ ten val bracht, naar buiten. Kort daarvoor was bekend geworden dat de oppositionele SPÖ en coalitiepartner FPÖ vier dagen later een motie van wantrouwen tegen Kurz in stemming zouden brengen. Onder de naam Walter Maisinger gaf Arno M. de firma Reisswolf opdracht de harde schijven te vernietigen.

Shredderaffaire volgens Kurz “volstrekt normaal”

ÖVP-leider Kurz sprak desgevraagd van “een volstrekt normale gang van zaken”. Maar Reiswolf-directeur Siegfried Schmedler ziet dat anders. Tegenover de Weense stadskrant Falter stelde hij dat M. zich volgens zijn medewerkers “extreem nerveus” gedroeg. Hij zou er zelfs op gestaan hebben om zelf toe te zien op de vernietiging van de harde schijven in een shredder en het proces nog twee maal te herhalen. Uiteindelijk nam hij het shredderafval dan weer mee. De ÖVP stelde in een eerste officiële reactie dat er slechts concept-persberichten op de harde schijven gestaan zouden hebben. Gezien de extreem grondige vernietiging is dat echter niet aannemelijk.

Shredderfirma: Nog nooit zoiets meegemaakt

Schmedler zei tegenover de krant in de 25 jaar dat zijn bedrijf bestaat nog nooit meegemaakt te hebben dat iemand “onder valse naam en met zoveel gedoe harde schijven laat vernietigen”. Evenmin dat iemand de rekening, in dit geval zo’n 76 euro niet betaalt wekenlang niet op aanmaningen reageert. Via het opgegeven telefoonnummer kwam men er uiteindelijk achter dat Maisinger in werkelijkheid Arno M. was. Schmedler deed aangifte. Intussen herkenden Reisswolf-medewerkers Arno M. op televisie bij een toespraak van Kurz.

Niet geloofwaardig dat het om normale vernietiging gaat

De sociaaldemocratische SPÖ reageerde uiteraard gretig op de affaire. “De ex-kanselier moet ermee ophouden de bevolking voor dom te verslijten en nu de waarheid zeggen”, aldus campagneleider Christian Deutsch tegenover persbureau APA. Alleen al vanwege het tijdstip is het volgens de SPÖ-woordvoerder niet geloofwaardig dat het om een normale vernietiging van documenten gaat.

Speciale zitting parlement over Shredderaffaire waarschijnlijk

Ondertussen wordt een speciale zitting van de Nationalrat, het lagerhuis van het Oostenrijkse parlement, over de shredder-affaire steeds waarschijnlijker. Want Peter Pilz van de partij Jetzt (afsplitsing van de Groenen) deed reeds een aanvraag daartoe. Bovendien ligt het in de rede dat SPÖ en FPÖ die zullen steunen. Pilz vermoedt dat de opdracht voor de vernietiging van de harde schijven uit het bureau van de toenmalige minister Gernot Blümel kwam.

http://www.novini.nl/is-fpo-schandaal-wraak-van-geheime-dienst/

Schending van de archiefwet

“Bij deze harde schijven gaat het om eigendom van de Republiek Oostenrijk”, zo benadrukt Pilz. Niemand was volgens hem bevoegd om deze te verwijderen of vernietigen. Derhalve zou de shredder-affaire strafrechtelijk relevant kunnen zijn. Volgens de wet zijn officiële documenten bij een regeringswissel, die in dit geval ten tijde van de vernietiging aanstaande was, te deponeren in het staatsarchief. De heimelijke vernietiging van documenten is een schending van de Archiefwet.

Groenen willen parlementaire onderzoekscommissie Shredderaffaire

Werner Kogler, lijsttrekker van de Groenen, roept op tot de instelling van een parlementaire onderzoekscommissie inzake de shredder-affaire. Dat zo’n commissie nog voor de verkiezingen voor de Nationalrat van 29 september aanstaande wordt ingesteld is onwaarschijnlijk. De Groenen die na die verkiezingen weer terug hopen te keren in de Nationalrat, zouden echter wel reeds voorbereidingen treffen. Naast de inhoud van de vernietigde harde schijven zou de commissie ook moeten ophelderen of er een samenhang met de Ibiza-video bestaat.

Posted on

Ibiza-schandaal en de russofobie van De Standaard

In het stuk “Kompromat pakt je op je zwakke plek” in De Standaard van vandaag schrijft Corry Hancké: “De tactiek om komprometiroejoesjtsiy material – compromitterend materiaal – te verzamelen is in de jaren 30 in een bureautje van de geheime dienst van de Sovjet-Unie ontstaan”. Wie de stukken van de dame wat volgt weet dat Russofobie de drijfveer is voor haar schrijfsels over Rusland.

Iedereen echter met een beetje kennis van de mensheid en haar geschiedenis weet dat het verzamelen van compromitterend materiaal om de betrokken persoon/organisatie onder druk te zetten eeuwenoud is en in wezen bijna zeker zo oud is als de mensheid zelf.

Politieke afrekening

En alhoewel alles lijkt te wijzen op een interne Oostenrijkse politieke afrekening laat zij natuurlijk geen gelegenheid als dit vallen om haar haat tegenover Rusland tentoon te verspreiden. De titel van het stuk toont dit ook nog maar eens aan.

http://www.novini.nl/is-fpo-schandaal-wraak-van-geheime-dienst/

Vijandige houding

Dit terwijl België noch de EU er geen belang bij hebben een vijandige houding aan te nemen tegenover dat land. Zeker als de EU ziet hoe de VS met alle middelen aan de ganse wereld, incluis dus de EU, zeer brutaal poogt haar wil op te leggen en Washington veel meer dan wat men over Rusland beweert tegen de EU is.

Ons continent

België en de EU hebben er alle baat bij om met onze voornaamste buur een goede verstandhouding te hebben. Ruzies en de daaruit op ons continent ontstane instabiliteit kunnen we missen als kiespijn. Samenwerken in het kader van meer welvaartcreatie moet de boodschap zijn.

Illegaal oorlogvoeren

En daarbij hoort men in de EU best te zwijgen over zaken als mensenrechten. Het illegaal oorlog voeren door de EU tegen landen als Irak, Syrië, Joegoslavië en Libië en het bewapenen van al Qaida & Co, naast het voluit steunen van Israël en Saoedi-Arabië, tonen dat wij op dat vlak anderen niet de les moeten lezen.

Posted on

Merkel krijgt kiesdrempel niet voor verkiezingen Europees Parlement ingevoerd

Ze zijn de Duitse regering een doorn in het oog, kleine politieke partijen. In federale en deelstaatverkiezingen in Duitsland worden deze tegen gegaan met een verhoogde kiesdrempel van vijf procent. Voorafgaand aan de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2014, werd deze drempel voor die verkiezingen echter door de rechter opgeheven.

De Duitse regering vatte vervolgens het plan op om door middel van een Europese afspraak met een omweg alsnog een kiesdrempel ingevoerd te krijgen, met omzeiling van de Duitse rechter en daarmee te voorkomen dat de splinterpartijtjes bij de verkiezingen in 2019 opnieuw vertegenwoordigd zijn in het Europees Parlement.

Inmiddels is het echter te laat om de plannen nog voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in mei 2019 te realiseren, aangezien de Europese Unie de regel hanteert dat het kiesrecht in de twaalf maanden voorafgaand aan verkiezingen niet gewijzigd mag worden.

Partij Ideologie Aandeel
Freie Wähler burgerlijk 1,46%
Piratenpartei gegevensbescherming 1,45%
Mensch Umwelt Tierschutz dierenrechten 1,25%
Nationaldemokratische Partei Deutschlands nationalistisch 1,03%
Familienpartei Deutschlands gezinsbeleid 0,69%
Ökologisch Demokratische Partei groen-conservatief 0,64%
Die PARTEI satire 0,63%

Omdat het met 96 zetels een van de grootste delegaties in het Europees Parlement heeft, zou zelfs een relatief lage Europees afgesproken kiesdrempel voor Duitsland een wezenlijk verschil maken, terwijl het voor kleinere lidstaten, die sowieso al een hogere natuurlijke kiesdrempel hebben, minder verschil zou maken.

In de verkiezingen van 2014 kregen zeven vertegenwoordigers van kleine Duitse partijen een zetel in het Europees Parlement toebedeeld op grond van 0,63 à 1,46 procent van de stemmen. Er waren evengoed ook nog elf partijen die onder deze natuurlijke kiesdrempel eindigden.

 

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

Opkomend Lega Nord gehinderd door blokkering bankrekeningen

Het Italiaanse openbaar ministerie heeft meerdere bankrekeningen van de rechtse partij Lega Nord laten blokkeren, nadat een rechtbank in Genua in juli de oprichter en jarenlange voorzitter van de partij, Umberto Bossi tot twee jaar en drie maanden gevangenisstraf veroordeelde. Ook oud-penningmeester Francesco Belsito werd veroordeeld, tot twee jaar en zes maanden.

Bossi en Belsito zouden 400.000 euro van de publieke partijfinanciering verduisterd hebben. De openbaar aanklager van Genua liet daarop meerdere bankrekeningen van Lega Nord blokkeren.

De huidige leider van Lega Nord, Matteo Salvini, spreekt van een “aanval op de democratie”: “Men wil Lega Nord, de op twee na sterkste partij van Italië, uitschakelen en dat nog wel in een fase waarin we volgens de peilingen sterk groeien. Miljoenen Italianen stellen hun vertrouwen op Lega Nord. We zullen doorgaan.”

De geblokkeerde bankrekeningen maken het evenwel lastig om de verkiezingscampagne voor de parlementsverkiezingen van komend voorjaar te financieren.

In recente peilingen is Lega Nord met circa 15 procent van de stemmen de grootste partij op rechts, terwijl de peilingen aangevoerd worden door de regerende centrumlinkse Partito Democratico en de Vijfsterrenbeweging.

Posted on

Noriega: van CIA-stroman tot Amerikaans gevangene

Manuel Noriega is niet meer. De ex-dictator van Panama overleed op 29 mei op 83-jarige leeftijd. Vorig jaar ontdekten artsen een hersentumor. In maart werd Noriega geopereerd en in een kunstmatige coma gebracht, waaruit hij niet meer is ontwaakt.

“Voor Saddam Hoessein was er Manuel Noriega”, schrijft The Guardian. De politieke carrière van de Panamese dictator vertoont grote overeenkomsten met die van de Irakese heerser. Alleen hun einde is anders: de een opgehangen, de ander overleden in een bed. Maar beiden genoten lang de steun van de Verenigde Staten. Totdat ze zich tegen hun beschermer keerden, die vervolgens met militaire overmacht een einde aan hun bewind maakte.

Tijdens zijn militaire studie in Peru in de jaren vijftig werkte Noriega al voor de CIA. In 1967 kreeg hij een spionage- en contra-spionage training op de beruchte School of the Americas in Fort Gulick, Panama, en een cursus psychologische oorlogsvoering in Fort Bragg in North-Carolina, de grootste militaire basis van de wereld (en in de jaren tachtig het centrum van waaruit de militaire interventies in Midden-Amerika plaatsvonden). In 1968 pleegde kolonel Omar Torrijos in Panama een militaire coup. Onder zijn bewind maakte Noriega snel carrière. Torrijos kwam in 1981 om het leven bij een mysterieus vliegtuigongeluk. Volgens John Perkins, voormalig NSA-agent en auteur van Confessions of an economic hitman, een actie van de CIA. De geheime dienst zag met lede ogen aan dat Torrijos contact zocht met Japan voor een nieuw te graven kanaal door Panama.

Luitenant-generaal Tom Kelly, plv. chef-staf van het Amerikaanse leger, legt tijdens een persconferentie op 21 december 1989 uit wanneer men het Panamakanaal weer open denkt te kunnen hebben.

Na de dood van Torijos werd Manuel Noriega de facto leider van Panama. In 1983 promoveerde hij zichzelf tot generaal. De machthebbers in Washington en Langley konden de nieuwe leider goed gebruiken. In 1979 verdreven de linkse Sandinista’s de Amerikaanse stroman Somoza, wiens familie vanaf 1927 Nicaragua had geregeerd. De Amerikanen bekeken het nieuwe bewind in Managua met argusogen. Dankzij de decennia oude CIA-contacten van Noriega kon de CIA Panama gebruiken als uitvalsbasis om het linkse regime in Nicaragua te ondermijnen. Lang voor de publicatie van de Panama Papers werd het land al gebruikt als doorvoerhaven voor geld, drugs en militaire goederen voor de Contra’s, die door de Verenigde Staten werden gesteund om het bewind in Managua ten val te brengen.

Noriega valt in ongenade bij Amerikaanse broodheren

Eind jaren tachtig viel Noriega in ongenade bij zijn Amerikaanse broodheren. In de jaren zeventig was de Panamese dictator begonnen met het leggen van contacten met het Colombiaanse Medellín drugskartel. Deze gebruikte Panama om hun drugsgeld wit te wassen. Een federale rechtbank in Florida klaagde de Panamese dictator aan op grond van drugshandel en afpersing. De CIA haalde Noriega van de loonlijst.

Amerikaanse militairen rijden in pantservoertuigen door Panama-stad op 23 december 1989, de vierde dag van de Amerikaanse inval. Bij de aanval kwamen honderden burgers om het leven en werden 15.000 mensen dakloos.

Een serie van incidenten, die uiteindelijk leidde tot de dood van een Amerikaanse soldaat, was de aanleiding voor de regering van George H. Bush om militair in Panama in te grijpen. Op 20 december 1989 vielen Amerikaanse troepen – vooral militairen uit Fort Bragg – het land binnen. Op 3 januari 1990 gaf Noriega, die zich had verscholen in de diplomatieke missie van het Vaticaan, over. Hij werd als krijgsgevangene naar de Verenigde Staten overgebracht. In september 1992 werd hij in Miami veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 jaar (later omgezet tot 30 jaar). De claim van verdediging dat Noriega jarenlang op de loonlijst van de CIA had gestaan, werd als irrelevant afgewezen. Gevangene nummer 38699-079 werd in 2010 uitgeleverd aan Frankrijk, waar hij werd veroordeeld voor witwassen van drugsgeld. In 2011 werd hij op verzoek van de Panamese regering overgebracht naar de El Renacer-gevangenis in Panama.

Oude bekende van Bush

Manuel Noriega op bezoek bij George H.W. Bush

De relatie tussen Noriega en de CIA, en dan specifiek die met directeur George H. Bush, is intrigerend. Noriega had als student al contacten met de Amerikaanse veiligheidsdienst. Tussen 1971 en 1986 leverde hij de CIA informatie over Fidel Castro. In 1976 bezocht hij George Bush in Washington.

De opvolger van Bush als hoofd van de CIA haalde Noriega van de loonlijst, maar toen George H. in 1980 vice-president werd, ontving de Panamese dictator al snel weer een riant salaris van de CIA. De contacten tussen Bush en Noriega stammen al uit een eerdere periode. George Herbert Walker Bush richtte in 1953 Zapata Petroleum in Texas op. Een onderdeel van het bedrijf werd als CIA-front gebruikt. Van hier uit werden contacten gelegd met een zekere Manuel Noriega, drugssmokkelaar en CIA-medewerker.

In 1976 zorgde Bush, als CIA-directeur, ervoor dat de Cubaan Felix Rodriguez buiten schot blijft in het onderzoek naar de moord in Washington op een Chileense, pro-Allende diplomaat. Rodriguez, die claimde Che Guevara te hebben vermoord, was daarvoor ook actief binnen Operatie Phoenix, waarin onder auspiciën van de CIA tonnen heroïne Zuid-Oost Azië binnen werden gesmokkeld om het Noord-Vietnamese bevrijdingsleger te destabiliseren.

Hetzelfde scenario werd in de jaren tachtig uitgevoerd in de oorlog tegen de Sandinisten in Nicaragua: importeren van drugs in ruil tegen wapens om die door te verkopen aan rebellen. Wederom met Rodriguez als spil en vice-president Bush op de achtergrond (twee jaar voordat Oliver North in 1984 de operatie overnam). Generaal Noriega was maar graag bereid zijn oude vrienden te helpen en stelde vliegvelden open voor het transport van drugs en wapens. Saillant detail: Noriega werd gevraagd dit te doen door agenten van de Mossad, de Israëlische veiligheidsdienst, die hem toegang tot het Witte Huis – lees George H.W. Bush – beloofden. Wellicht grootspraak van een dictator in het nauw, maar Noriega claimde dat hij “Bush bij zijn ballen had”. Reden genoeg om in 1989 eens en voor altijd af te rekenen met de onbetrouwbare Panamese leider, die de clandestiene drugsoperaties steeds vaker voor eigen gewin ging gebruiken. Het was Noriega’s oude vriend Bush die hem afzette en gevangen liet nemen.

In het wereldbeeld van de CIA zijn dictators nuttige idioten die braaf hun vuile werk moeten doen. Worden ze ongehoorzaam of gaan ze op eigen houtje zaken regelen, dan is Washington er snel bij om zich van hen te ontdoen. Dat overkwam al vele dictators, zoals Ngo Dinh Diem, Saddam Hoessein of Bashar al-Assad. En dus ook ‘Our man in Panama’, Manuel Noriega.

Posted on

Macrons minister van Europese Zaken verdacht van fraude

Terwijl de regering er koud twee weken is, wordt president Emmanuel Macron al in verlegenheid gebracht door nieuws dat zijn minister van Europese Zaken verdacht wordt van fraude.

Het gaat om Marielle de Sarnez (MoDem), die tot voor kort lid was van het Europees Parlement. De Sarnez is een van 19 Franse europarlementariërs wier praktijken rond het inhuren van personeel verdenkingen heeft gewekt.

Franse openbaar aanklagers vermoeden dat de europarlementariërs van verschillende politieke kleuren collega’s en familieleden inhuurden, zodat zij niet uit partijfondsen betaald hoefden te worden, maar in plaats daarvan door het Europees Parlement betaald werden.

De Sarnez ontkent iets verkeerd te hebben gedaan en stelt zich aan de regels van het Europees Parlement te hebben gehouden. Voor de president is echter de verdenking tegen zijn minister al ongemakkelijk, temeer omdat hij in de verkiezingscampagne beloofde “het publieke leven te moraliseren”. Macron kon daarmee in de campagne gemakkelijk punten scoren, gezien de lopende onderzoeken tegen François Fillon en Marine Le Pen.

De Franse gerechtelijke politie en de anti-corruptie-eenheid verrichten het onderzoek naar de europarlementariërs. Mogelijk wordt op enig moment ook OLAF, de anti-fraudewaakhond van de Europese Unie, betrokken. Het vooronderzoek werd in maart geopend na een tip van Sophie Montel, europarlementariër voor het Front National.

Posted on 1 Comment

Nieuwe rechtse concurrent voor Deense Volkspartij

Denemarken heeft er een nieuwe partij bij. De ‘Nieuwe Burgerpartij’ zegt een nog strenger immigratiebeleid te willen dan de nationaal-conservatieve Deense Volkspartij voorstaat en is bovendien bereid om Denemarken uit de Europese Unie te halen als hervormingen niet haalbaar blijken, op economisch gebied positioneren de Nieuwe Burgers zich als libertarisch.

Terwijl de Deense Volkspartij kampt met het schandaal rond de 67.000 euro aan subsidie die de partij terug moet betalen aan het Europees Parlement, omdat Europarlementariër Morten Messerschmidt het geld niet volgens de regels had uitgegeven, krijgt de partij met een nieuwe concurrent te maken.

De Nieuwe Burgerpartij (Nye Borgerlige) zegt een nog strenger immigratiebeleid voor te staan dan de Deense Volkspartij, die met dat thema de tweede partij van het land is geworden. Daarnaast willen de Nieuwe Burgers dat Denemarken uit de Europese Unie stapt als hervormingen van bijvoorbeeld Schengen niet haalbaar blijken. Ook moet Denemarken diverse internationale verdragen opzeggen.

De Deense Volkspartij heeft daarentegen zijn euroscepsis in de laatste jaren juist enigszins gematigd, zodat ze bijvoorbeeld in het Europees Parlement de samenwerking met de UK Independence Party kon inruilen voor samenwerking met de Britse Conservatieven. Over de vraag of er na de Brexit ook een Dexit moet komen, spreekt de Deense Volkspartij zich bewust niet uit. Maar ze is wel voor een referendum over die vraag.

Op economisch gebied positioneren de Nieuwe Burgers zich als libertarisch en bekritiseren de Deense Volkspartij als in feite sociaaldemocratisch. De Nieuwe Burgers zullen op de kiezersmarkt dan ook niet alleen concurreren met de Deense Volkspartij, maar ook met centrumrechtse partijen als de agrarisch-liberale Venstre, de rechts-liberale Liberale Alliantie en de liberaal-conservatieve en eurofiele Conservatieve Volkspartij.

De nieuwe partij werd vorig jaar opgericht door leden van de Conservatieve Volkspartij, sindsdien hebben zich onder andere acht gemeenteraadsleden en één lid van een regioparlement bij de partij aangesloten, alsmede de bekende publicist en islam-criticus Lars Hedegaard. Vorige maand konden de Nieuwe Burgers bekend maken de benodigde 20.000 handtekeningen opgehaald te hebben om deel te mogen nemen aan de parlementsverkiezingen en inmiddels heeft het Ministerie bevestigd dat de partij aan de verkiezingen mee mag doen.

Massale aanhang heeft de partij nog niet, maar ze schommelt in de peilingen tussen de twee en de vijf procent zodat ze goede kans lijkt te maken een aantal parlementszetels te veroveren. Nationale parlementsverkiezingen staan pas voor 2019 op de rol, maar gezien de tegenstellingen tussen de Deense Volkspartij en de Liberale Alliantie, die beide de minderheidsregering van Venstre  gedogen, is het mogelijk dat de regering voor die tijd valt en er vervroegd verkiezingen gehouden moeten worden.

Posted on

Obama’s campagneleider moet Duitse sociaaldemocraten uit het slop trekken

De Duitse SPD kampt met een imagoprobleem. Momenteel wijzen peilingen uit dat slechts 25 procent van de kiezers op de partij zou stemmen. Daarmee kunnen de sociaaldemocraten de verkiezingen voor de Bondsdag in 2017 natuurlijk niet winnen. Om daar iets aan te veranderen grijpt de partij nu naar een laatste strohalm. Jim Messina, campagneleider van de Amerikaanse president Barack Obama, moet het imago van de Duitse sociaaldemocraten op komen vijzelen.

Op het partijbureau van de SPD lijkt men werkelijk wonderen van de rossige verkiezingsstrateeg te verwachten. In 2012 verrichtte hij immers ook wonderen voor Obama, die destijds als aangeschoten wild gold, maar door een agressieve campagne toch in het Witte Huis kon terugkeren.

Nadien wist de Amerikaanse Democrat de Britse Conservatieve Partij van David Cameron afgelopen mei toch nog aan een onverwachte absolute meerderheid in het Lagerhuis te helpen.

De in 1969 in Denver geboren Messina is dus politiek nogal flexibel. Het zal dan ook niet uitmaken wie hij in 2017 als SPD-lijsttrekker de toegang tot het bondskanselierschap moet verschaffen. Te denken valt aan de huidige partijleider Sigmar Gabriel, de minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier of de premier van de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen Hannelore Kraft. Een blik op de peilingen leert dat hem een enorme taak wacht. Messina zegt daarover zelf echter: “Ik haat peilingen, de meeste kloppen niet.”

Met een bombardement van boodschappen via Facebook en Twitter wil hij de kiezers overtuigen. “Dat is 700 keer zo effectief als een algemene reclamecampagne”, aldus Messina. Zijn middelen zullen in Duitsland evenwel veel beperkter zijn dan in de Verenigde Staten. Voor Obama’s campagne was 1,1 miljard dollar beschikbaar. Daarbij valt de verkiezingskas van de SPD in het niet.