Posted on

Anton Jäger en Sid Lukkassen in debat over cultuurmarxisme

Vrijdag is ‘vrijdenkers dag’ bij Klara, een in België geproduceerd radioprogramma/podcast, gepresenteerd door Werner Trio. Onlangs vond daar – naar aanleiding van een bundel over dat onderwerp – een interessante discussie plaats over ‘cultuurmarxisme’, waarin Sid Lukkassen de degens kruiste met Anton Jäger, terwijl Eric Hendriks telefonisch werd geconsulteerd over het onderwerp in relatie tot de Mao’s ‘Culturele Revolutie’ in het China van 1966 tot 1976.

Jäger zet aan het begin uiteen hoe hij het begrip cultuurmarxisme opvat, namelijk als een “rechtse benaming voor een bepaalde tendens ter linkerzijde om maatschappelijke kwesties door de lens van cultuur te gaan interpreteren en dan vooral ook politiek als een culturele taak te gaan opvatten”. Lukkassen stelt daartegenover dat cultuurmarxisme al een oudere term is en niet specifiek een moderne rechtse benaming voor een links verschijnsel. Integendeel zelfs: oorspronkelijk wordt de term in de 60-er jaren al benut in academisch-filosofische kringen. Hij zet uiteen dat het marxisme geleidelijk aan het pad van de economie ontstijgt en inmiddels wordt toegepast in termen van cultuur.

http://www.novini.nl/cultuurmarxisme-een-strijd-om-het-denken/

Met andere woorden: waar het oorspronkelijke marxisme gelijke uitkomsten en opbrengsten bepleit voor deelnemers in de economie, is het nu kennelijk populair hetzelfde toe te passen in het denken over de uitkomsten en opbrengsten van cultuur. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de magere economische en culturele resultaten van Afrikaanse landen, die categorisch worden geweten aan de – voormalige – kolonisatiedrang van het Westen. Dit bracht bijvoorbeeld de Amsterdamse hoogleraar Gloria Wekker tot de slotsom dat “de witte, westerse mens een per definitie racistische mens is”, vanwege het feit dat de vigerende – ‘witte’ – cultuur zou zijn gevestigd uit middelen die zijn vergaard in de koloniale tijd.

Zowel Jäger als Lukkassen gaan diep in op de grondslagen van de filosofie achter het cultuurmarxisme, hetgeen deze podcastaflevering absoluut de moeite waard maakt om te beluisteren.

Posted on

Cultuurmarxisme: een strijd om het denken

Een complottheorie voor extreemrechts? Dat is hoe de term cultuurmarxisme, die onlangs opdook in het Nederlandse publieke debat, veelal wordt weggezet. Met die Pavlovreactie kan ook de bundel “Cultuurmarxisme” worden neergesabeld in de kritieken, zo er überhaupt al aandacht aan wordt besteed. Let wel: een oordeel dat al geveld is voordat er een letter is gelezen.

Dit geeft cultuurmarxisme al enigszins weer als waartoe het in leven is geroepen: een strijd om het denken. Want wat is cultuurmarxisme? Is het gelijk aan de politieke correctheid? Marx toegepast op de cultuur?

De term wordt regelmatig als onwerkbaar beschouwd. Bovendien zouden er geen cultuurmarxisten bestaan. In dit boek schrijft daarentegen iemand mee die zichzelf als voormalig cultuurmarxist bestempelt. Puck van der Land nam jarenlang mee aan het ‘cultuurmarxistische samenlevingsverband’ van de Rotterdamse commune, wat stil ter ziele ging in 1991.

Deze bundel, waar dertien auteurs aan meeschreven, geeft een overzicht van de invloed van het nieuwe en naoorlogse marxisme op verscheidene vlakken van de Nederlandse samenleving en binnen het grotere geheel van de westerse wereld. De revolutionaire en marxistische invloeden in de wetenschap en het onderwijs, kunst en cultuur, politiek en media worden beschreven en bediscussieerd. Maar daarvoor moeten we eerst terug naar die ene Italiaanse ideoloog.

Gramsci

Medeauteur Sid Lukassen duikt met ons in de invloed van Antonio Gramsci (1891-1937), de leider van de Italiaanse communistische partij ten tijde van Mussolini, die zijn electoraal verlies verklaarde doordat de arbeiders cultureel nog niet waren voorbereid op de marxistische revolutie. Daarom wilde Gramsci de heersende hegemonie van traditionele en religieuze waarden doorbreken om de voorwaarden te scheppen voor de communistische heilsstaat.

Het huidige links kampt met een soortgelijk probleem van mensen die overstappen van socialistische partijen naar bijvoorbeeld de PVV of Front National. Het cultureel conservatieve Europa staat hierin tegenover een ‘diversiteitsdenken’. De perfect storm van het islam-en immigratiedebat, het EU-debat en de vluchtelingencrisis hebben deze tegenstellingen op scherp gezet. Ironisch genoeg kiest West-Europa doorgaans voor een kosmopolitisme met de ontchristelijkte waarden van compassie en openheid, waar het voormalige Oostblok veelal de christelijke identiteit benadrukt.

Gramsci’s cultuurmarxisme betreft de vraag hoe de heersende klasse de instemming van de ondergeschikte klasse verkrijgt en hoe die laatste de oude orde kan omverwerpen en een nieuwe opbouwen. Het verschil tussen Oost-en West-Europa is het verschil tussen Marx en Gramsci, tussen economisme en marxisme als cultuurgoed. Autoriteiten, tradities en historische instituties inspireren loyaliteiten bij de burgers aan koning, kerk en kapitaal, die doorbroken moeten worden. In het Westerse socialisme werd economisme ondergeschikt aan de culturele benadering.

Het nieuwe marxisme

De nieuwe marxistische theorievorming die hiervoor noodzakelijk bleek, werd grotendeels ingevuld door de Frankfurter Schule, die de kritische theorie ontwierp als de ultieme toepassing van de revolutie op de Westerse cultuur. De superstructuur, die bij Marx slechts van ondergeschikt belang was, werd een obsessie voor de nieuwe marxisten.

Gramsci formuleert dit als een revolutionaire stellingenoorlog (WOI) in vergelijking met de snelle revolutie in Rusland. Het is een permanente revolutie die minderheden mobiliseert om de culturele hegemonie te doorbreken. Cultuurmarxisme mobiliseert bijgevolg minderheden tegen de hoofdcultuur en ook de islam leent zich daarvoor.

Zo besteedt historicus Jan Herman Brinks aandacht aan wat hij noemt het ‘drievoudig falen’ van westerse fellow travellers tegenover de totalitaire krachten van het bolsjewisme, maoïsme en islamisme. In de islam is een nieuw proletariaat gevonden dat gered moet worden en dat de blinde intelligentsia noopt om de bevolking opnieuw op te voeden in antifascisme en multiculturalisme.

De uiteindelijke emancipatie

De ultieme bevrijding van het individu, het einddoel van de geschiedenis, moet in het cultuurmarxisme bereikt worden door de mens los te maken van traditionele instituties en autoriteiten. Als zaadjes in een bevroren stuk grond van culturele gewoonten moet men tot ontkieming worden gebracht door het ploegwerk van de staatsmacht.

Het boek is tevens de academische last stand van redacteur Paul Cliteur. Het is een aanklacht tegen de politieke correctheid en tegen de lange mars door de instituties: het veronderstelde cultuurmarxistische project dat ernaar streeft om door geweldloze ondermijning van democratische en niet-politieke instituties macht te verwerven voor het individu.

Zoals genoemd richt cultuurmarxisme zich op de cultuur, waar het klassieke marxisme de economie het primaat gaf, en probeert het de culturele hegemonie binnen de kranten, omroepen en andere media te verkrijgen door de enkeling te emanciperen. Cliteur bestrijdt specifiek de ‘cultuurmarxistische oorlog’ tegen de democratie. Hij ontwaart een zestal cultuurmarxistische trends, waaronder postmodernisme, cultuurrelativisme en identity politics, die consequent toegepast tot het einde van de democratie leiden.

Ironisch genoeg noemt Cliteur hier Karl Popper’s motto om totalitaire uitdagingen te weerstaan: “Geen tolerantie voor de intoleranten.” Een leuze die 80 pagina’s verderop door Brinks wordt verwoord als “geen vrijheid voor de vijanden van de vrijheid”, maar daar als adagium van zowel de Franse als de Russische revolutie geldt.

Is dit credo nu te gebruiken ter bescherming van de democratie tegen totalitarisme en het zogenoemde cultuurmarxisme? Of ging het ontstaan van de moderne democratische idealen gepaard met een kreet die via het liberalisme en bolsjewisme ook in het cultuurmarxisme terecht is gekomen en daarin juist een bedreiging vormt voor onze democratische instituties door ook deze tot in den treure te ‘democratiseren’?

Het laatste essay van deze bundel biedt een uitweg uit deze impasse.

De permanente revolutie

Socioloog Eric Hendriks beschrijft hoe een neo-marxistisch denkschema bestaande uit een tweedeling tussen onderdrukkers en onderdrukten, fundamenteel is voor het cultuurmarxisme en het links-identitaire acitivisme. De oorsprong van dit binaire tweedelingsschema is ouder dan het marxisme en vindt zijn origine in de Franse Revolutie en de absoluut gewaande tegenstelling van gewone burgers tegenover de geprivilegieerden. Mensen uit de adellijke stand kwamen onder de gevreesde guillotine op basis van hun groepsidentiteit. Dat is de politieke misgeboorte van de democratische verlichtingsidealen. Hendriks noemt dat ware diversiteit nooit binair, eenduidig of politiseerbaar is. Door middel van deze theoretische vereenvoudiging is de permanente revolutie desondanks in de moderniteit binnengedrongen en het egalitaire activisme is nooit meer uit de samenleving verdwenen.

In het marxisme kwam dit dualisme terug in de mobilisatie van de arbeiders tegen de kapitalisten. En in de jaren ’60 en het hedendaagse activisme is er sprake van een ‘wit privilege’ of een ‘mannenprivilege’ en komt de tweedeling terug in een veronderstelde strijd van ‘bruin tegen blank’, vrouw tegen man, student tegen docent, kind tegen ouder en allerhande dwaze en generaliserende scheidslijnen.

Hendriks besluit met een oproep om de Revolutie voor altijd achter ons te laten. Deze zit nochtans dieper in ons systeem dan we zelf kunnen toegeven. De huidige politieke correctheid bewijst dat.

N.a.v. Paul Cliteur e.v.a., Cultuurmarxisme. Er waart een spook door het Westen (Aspekt: Soesterberg, 2018), paperback, 300 pagina’s.

Posted on

De welkomscultuur als white man’s burden

Op zaterdag 2 juni vond ‘Europe on Trial’ plaats (mijn deel begint op 2:55:00): een bijeenkomst over Europa en migratie. Het werd georganiseerd in De Balie te Amsterdam – ondergetekende was uitgenodigd om kritische vragen te stellen.

Helaas hadden de meeste sprekers nauwelijks iets nieuws te melden: velen kwamen weinig verder dan de moralistische statements die we wel kennen van de NPO. Omdat er zoveel sprekers op het menu stonden, werden argumenten die al eerder waren neergezet ook continu herhaald. Zo werd ik gedwongen om hier drie uur zonder pauze naar te luisteren (ik hoop vurig dat u mijn inspanningen voor het rationele geluid zult belonen via crowdfunding).

Tegenstrijdigheden

Een perfecte illustratie van de bevooroordeelde linkse tunnelvisie was Ogutu Muraya, een zwarte spreker die een groepsgevoel opwekte. Om dat groepsgevoel te vestigen riep hij het publiek op om met hem mee te juichen bij elke beschuldiging die hij over Europa uitsprak. Dat er daarbij tegenstrijdige argumenten en onwaarheden werden gebruikt, leek niet uit te maken.

Zo zei hij dat het Europese migratiebeleid is gebaseerd op de nazistische rassenleer van de blanke suprematie. Om in één adem door de braindrain in Afrika aan te halen, waarbij Europa de meest succesvolle en slimste mensen van Afrika zou stelen. Ook zou Europa de hoofdschuldige van milieuvervuiling zijn, terwijl dat in China en India toch gradaties erger is.

Blank schuldgevoel

Terwijl ik hem hoorde spreken realiseerde ik me dat het zijn enige wapen is om in te teren op het schuldgevoel van de blanke Europeaan. Maar zodra ik toegeef dat ik me niet schuldig voel, heeft hij geen enkel middel om op mij in te werken en vervalt zijn hele betoog als irrelevant. Zijn werkwijze is namelijk het opwekken van groepsemoties, zonder enig argument waar ík wat aan heb of waar ik in rationeel opzicht wat mee kan. Dit is vergelijkbaar met het debat over diversiteit, identiteit en verplichte quota’s om een veranderende bevolkingssamenstelling te weerspiegelen. Als dat dan het uitgangspunt moet zijn – en niet meritocratie – dan geef mij maar zoveel mogelijk blanke heteroseksuele mannen op topposities. Want dat weerspiegelt mij het meest.

Als zwarte activisten zich dan mogen beroepen op het gegeven dat alles een machtsstrijd is tussen concurrerende identiteiten, dan zal een ander zich ook op zijn of haar identiteit beroepen. Immers, Europa kon het zich enkel veroorloven om zich door schuldgevoel te laten chanteren, toen het nog de leidende geopolitieke kracht was. Zodoende zien we dankzij Muraya hoe makkelijk de linkse logica tegen zichzelf kan worden gekeerd; want als ik mijzelf niet schuldig voel dan bevat zijn vertoog geen enkel handvat om mij te beïnvloeden. Daarom zal links een nieuw kunstje moeten leren nu het blanke schuldgevoel als gevolg van de massa-immigratie begint te verdwijnen. Het zal nog moeilijk blijken omdat zij zijn geconditioneerd om te werken via subsidies: dat zijn de aflaten van dit schuldgevoel.

Links activisme

Thomas Spijkerboer sprak in positieve zin waarderend en sympathiserend over “links activisme”, terwijl hij daar stond te oreren als professor. Het punt wat hij maakte was echter niet vernieuwend: een mensenrecht wordt opgeëist tegenover een staat, maar het gerechtshof dat het mensenrecht moet verdedigen is zelf een staatsorgaan.

Robert Bor (bekend als medeorganisator van De Nederlandse Leeuw) vatte het niveau samen toen hij zei: “Er komen geen intellectueel verfrissende ideeën los. Links is dood.” Inderdaad kwam men niet verder dan het benadrukken van schuldgevoel en boetedoening, om het morele falen van Europa er nog eens in te wrijven. Het bevestigt één van de twee hoofdstellingen van mijn boek Avondland en Identiteit: wat zich ‘links’ noemt is feitelijk de masochistische kant van de christelijke religie in een ontkerkelijkt jasje.

Narcisme versus tastbare verandering

Niettemin waren er een paar die er positief uitsprongen. De theatermaakster Rebekka de Wit kwam met een punt dat intrigerend is, mits we het losweken uit de inbedding van het migratieactivisme. Mensen zijn teleurgesteld omdat ze zich voelen als een druppel in een oceaan: dat is omdat ze zich laten domineren door hun ego – ze willen zien dat zijzelf in het centrum van de wereld staan. Wie daadwerkelijk wat wil veranderen moet echter héél lang doorploeteren en ziet pas later het effect van de eigen daden. Dikwijls is het dan zelfs te laat om er persoonlijk nog profijt van te hebben. In die zin is het veranderen van de wereld net zoals liefde: wie de liefde van de ander bewezen wil zien, maakt die liefde stuk.

Cliteur & Baudet

Wat ze zei raakte mij persoonlijk, omdat ik de vorige avond aanwezig was bij een presentatie door Paul Cliteur en Thierry Baudet over het boek Cultuurmarxisme. Nu heb ik dit natuurlijk zelf tot onderwerp van het publieke debat gemaakt in Avondland en Identiteit: het is boeiend om te zien dat anderen daarop voortborduren. Wierd Duk schreef er bijvoorbeeld over in de Telegraaf.

Als ik vanuit een honger naar erkenning nu boos zou worden omdat zij mijn ideeën gebruiken, dan zou men het begrip cultuurmarxisme loslaten: zodoende zou ik uiteindelijk minder impact hebben, los van het feit dat ik zelf niet van die impact profiteer. Baudet heeft zijn Kamerzetel, Cliteur is directeur van het Renaissance Instituut en Aspekt krijgt de opbrengst van de boekverkoop.

De moraal van het verhaal is precies wat De Wit zegt: soms moet je kiezen tussen óf invloed hebben óf profiteren, en is beiden tegelijk onmogelijk. Dan is het bepalend hoezeer je jezelf laat leiden door ego. Toch is het mooi om van een afstand te zien wat er allemaal in werking is gezet, zoals dit ook zo is met het debat over linkse universiteiten.

Met zoveel herhaling in de verhalen van de migratieactivisten zult u het mij vergeven dat mijn gedachten afdwaalden naar de bovenstaande overpeinzing. Er kwamen ook vluchtelingen aan het woord: helaas hielden sommigen van hen een langdradig en incoherent verhaal (terwijl de tijd voor zoveel sprekers al veel te krap was).

Paul Scheffer & Herman Vuijsje

Paul Scheffer en vooral Herman Vuijsje sprongen er positief uit. Scheffer stelde dat migratie ook een gevolg is van stammenoorlogen: het zou een vorm van “white man’s burden” zijn om te menen dat Europa de verantwoordelijkheid moet nemen voor de onderlinge conflicten van niet-Westerse volken. Ook kan men de Europese wapenhandel niet eenzijdig de schuld geven van migratie als we zien dat Rusland, Iran, Turkije, Amerika en Israël allen bombarderen in Syrië.

Vuijsje voegde toe dat China deals sluit met de corrupte regimes van voormalige Europese koloniën. Deze roofzuchtige deals zouden érg slecht zijn voor de toekomst van die landen: desondanks blijft de bevolking die regimes herkiezen. Wegens deze punten werden beide sprekers echter uitgejouwd door het publiek. Het bewees opnieuw dat de motor van het migratieactivisme draait op morele verontwaardiging en niet op rationele analyses.

Minstens één miljoen migranten naar Europa

Márton Gulyás kwam afsluitend aan het woord: hij is een activist die demonstreert voor meer Soros-universiteiten en meer migranten in Hongarije. Hij wil er minstens een miljoen per jaar. Hier bracht ik tegenin dat hij zijn verhaal baseert op een zwart-wit tegenstelling tussen ‘inclusiviteit’ en ‘xenofobie’, alsof dit de enige smaken zijn.

Ook leidt het spreken in termen van “jaarlijks minstens een miljoen migranten opnemen in Europa”, tot een beleid dat niet vertrekt vanuit een realistische afweging die ook de onvrede van de inheemse inwoners meeneemt. Een miljoen migranten brengt al merkbare cultuurveranderingen teweeg en is nog niet eens één procent van de totale armen in de wereld. Het voert tot een ongestructureerd beleid gebaseerd op willekeur. Wat tot de overweging leidt of het niet veel humaner is om de groei van de wereldbevolking te beperken, dan om grenzeloos mensen in Europa te absorberen.

Als we doen wat Gulyás wil, dan raakt het systeem overbelast door de enorme toestroom en dan zullen willekeurige emoties en het blinde lot bepalen wie wel en niet wordt toegelaten: dat is voor helemaal niemand eerlijk.

Nationaalconservatisme is in opkomst

Daarom stelde ik hem de vraag: “Wat is jouw verhaal naar seculiere minderheden die vluchten uit niet-Westerse landen? Zij willen hier een vrij leven beginnen, maar worden nu geconfronteerd met groeiende enclaves en subculturen waar dezelfde repressieve gebruiken heersen die ze om te beginnen probeerden te ontvluchten. In West-Europa stellen de seculiere en goed-geïntegreerde minderheden zich langzaam maar zeker achter de nationaalconservatieven. Je kunt hen toch moeilijk van xenofobie beschuldigen, of wel soms?”

Omdat de discussie al zover over tijd was heb ik mijn deel van het debat zeer bondig en to the point gevoerd, zoals ik dit heb geleerd tijdens lange vergaderingen in de gemeenteraad. Gulyás praatte over mijn observaties heen door te zeggen: 1. er zijn inderdaad teveel armen in de wereld – hierom is er meer globale nivellering nodig, en 2. er zijn ook Chinese enclaves in Hongarije en dit heeft nooit problemen opgeleverd. Dat raakte verreweg niet aan het punt, maar wat anders valt er te verwachten van iemand die steun van Soros ontvangt? Uiteindelijk vond de aanwezige massa dat Europa tóch schuldig was: dit was tegelijk het einde van de bijeenkomst.

Posted on

Gratis reclame voor conservatieve denkers in een nazomer-Volkskrant

Zo’n typische nazomer-Volkskrant op zaterdag. De katernen zijn samengevoegd, zodat er een dagblad op de mat valt dat niet veel dikker is dan de wekelijkse Huis-aan-Huis. Met dat verschil dat het wekelijks verschijnende informatieblad inhoudelijk vele malen sterker is dat het landelijke dagblad.

In de samengevoegde katernen enkel nietszeggende sfeerreportages, zoals die al enkele decennia in de landelijke kranten zijn te lezen. Van het slag dat altijd begint met “Op de stoffige weg naar nergens zit een schurftige hond. Hij staart naar niets. In de verte zindert de horizon.” Etc, etc. Op de voorpagina twee blikvangers: Fatima Elatik – “Kennelijk ben ik de bitch from hell” – en drie heren onder de kop ‘Het complot tegen Europa’. Het gaat om Thierry Baudet, Paul Cliteur en de Duitse schrijver/uitgever Götz Kubitschek.

Onder de kop ‘Het is een Marokkanenjacht’ mag netwerker (sic) Elatik vier pagina’s lang klagen over het schijnbare onrecht dat de samenleving haar aandoet. Uiteraard niets over haar contacten met radicale moslims, niets over duistere financiële transacties, niets over de torenhoge budgetten die voor haar nutteloze projecten werden uitgetrokken.

In twee pagina’s fileert Peter Giesen het begrip ‘cultuur marxisme’ en moeten Baudet, Cliteur en Sid Lukkassen het ontgelden. Aan het slot een verwijzing naar het interview met Götz Kubitschek. Journalist Sterre Lindhout beschrijft op de typerende wijze – een lange plattelandsweg die voert naar het riddergoed Schnellroda – haar ontmoeting met de Duitse schrijver en uitgever. Lindhout’s leuzen zijn “weg van het modernisme en de multiculturele samenleving”, “ridder van nieuw-rechts” en “natuurlijk, rein en mannelijk”. Kubitschek is een vertegenwoordiger van ‘nieuw-rechts’, maar dat is alleen maar een denkmantel voor (neo)nazi’s, weet Sterre. De ‘plattelandsheer’ is rechts (eng), onderscheidt zich in niets van neo-nazisme (nog enger), heeft zich bewust terugtrokken op het platteland (verdacht), de naam van zijn uitgeverij verwijst naar een reus uit de Griekse mythologie (raar), zijn vrouw schrijft columns over de traditionele rol die vrouwen moeten vervullen (absurd), de schrijver voelt zich verwant met bioboeren (fout, want ‘blut und boden’), zijn kinderen zijn vernoemd naar Noordse of Germaanse sagen (idem).

Een typisch groot Volkskrantverhaal, vol verdachtmakingen en insinuaties. In één zucht worden de partij van Thierry Baudet en de boeken van Sid Lukkassen erbij gehaald. Zie je wel, nazi’s nemen Europa over; de spoken uit het verleden zijn springlevend, probeert de Volkskrant de lezer duidelijk te maken. Wat de redactie niet weet is dat het een mooi staaltje ‘free publicity’ is. Op dezelfde wijze is ondergetekende zijn werdegang van progressief naar conservatief begonnen…

Posted on

Europa: regressie of renaissance?

De afgelopen tijd heb ik De Europese Spagaat met mij mee gedragen en gelezen. De Europese Spagaat is een recent uitgebracht boek over een van de heetste politieke vraagstukken van onze tijd. De Europese Spagaat is een bundel, samengesteld uit de pennen van zeventien verschillende schrijvers uit Nederland en België. Dit maakt het een literair werk wat rijk is in perspectieven. Immers, iedere schrijver voorziet andere problemen en biedt andere oplossingen. De keerzijde is dat het boek een haastige indruk kan geven; zeventien schrijvers moeten 300 pagina’s delen, waardoor de informatiedichtheid heel hoog is en de schrijvers soms over hun eigen verhaal lijken te struikelen.

In deze recensie zal ik mijn aandacht richten op het stuk van Sid Lukkassen. Het stuk van Lukkassen is het langste en meest monumentale stuk van het boek. Het is even fris als ernstig en biedt een vernieuwend politiek kompas voor de tijd die is en komen zal.

In aanloop naar dit stuk wil ik laten zien hoe een ogenschijnlijk rommelige bundel een zekere opbouw kent. De stukken van sommige schrijvers complementeren elkaar dan ook goed. Ik begin met het eerste stuk, van Ad Verbrugge. Verbrugge biedt de heldere, filosofische duikplank waarmee men het onderwerp en de problemen in het boek leert kennen. Vervolgens behandel ik een tweetal schrijvers: Patrick van Schie en Wim Couwenberg. Zij schrijven beiden over het begrip ‘soevereiniteit’ en geven daarmee een harde basis voor de kritieken op de EU. Hierna kom ik terecht bij het eerder genoemde stuk van Sid Lukkassen. De recensie eindigt met een algemene reflectie op De Europese Spagaat; waarbij ik ook de tijd neem voor de overige nodige kritieken en prijzenswaardigheden.

Twee zielen van Europa

Het stuk van Ad Verbrugge – conservatief filosoof en universitair hoofddocent aan de VU – is een bewerking van zijn lezing op de Dag van de Filosofie(2012). Hij leidt zijn stuk in met een vraagstelling over de oorsprong en rol van de ziel. Dit ziet Verbrugge als belangrijk, aangezien het een te weinig belichte vraag is in onze tijd. Verbrugge wijst het verband aan tussen ‘habitus’ en ‘habitat’ – gewoontes en woonplaats – en verklaart hoe dat de basis is voor een culturele ‘ziel’. Deze culturele ziel baseert zijn ethiek onvermijdelijk op een vergelijking tussen datgene wat hij kent en wat hij niet kent. Wat ‘goed’ wordt geacht is iets wat binnen het bekende wereldbeeld valt.

Dit alles is natuurlijk een belangrijk opstapje naar zijn verhaal over de EU. Verbrugge maakt een punt waarmee je Europa kan beschouwen als een continent waar twee collectieve zielen te onderscheiden zijn. Hij verteld over zijn zorgen om het Europese project; het is onmogelijk haalbaar als je geen rekenschap houdt met de culturele diversiteit van Europa. Volgens Verbrugge is de culturele diversiteit op het continent zo buitengewoon hoog dat de vorming van politieke eenheid bij voorbaat onmogelijk is. Dat de EU zich op economie focust maakt ook meer inbreuk op onze ziel dan wij denken. Economie gaat over de huishouding van de staat. Verbrugge waarschuwt dat dit huishouden te diep verbonden is met onze ziel als politiek dier – hoe je je huis inricht en zaken regelt is altijd heel eigen – en het daarom gevaarlijk is om het in de verkoop te zetten.

Verwarring

Reliekschrijn uit de domschat van Aken. buste van Karel de Grote die de kroon van het Heilige Roomse Rijk draagt en motieven van zowel de Duitse rijksadelaar als de Franse fleur-de-lis.

Vervolgens probeert Verbrugge een punt te maken waarbij het een en ander mij voorbij gaat. Verbrugge wijst aan dat er in de Europese geschiedenis altijd sprake was van convergentie en divergentie van de organisatie van gemeenschappen: zoals centralisatie van kerkelijke macht tegenover verzet vanuit het Heilige Roomse Rijk; of Habsburgse eenheid tegenover Nederlandse onafhankelijkheidsstrijders. Afzetten en verenigen zit heel diep in de geschiedenis van ons continent. Verbrugge concludeert dat de ziel van het convergeren en de ziel van het divergeren ‘De Twee Zielen van Europa’ zijn. Volgens Verbrugge lopen deze krachten dwars door en tussen alle volkeren en landen van Europa.

Hier sloeg bij mij een stop door, want in het begin van zijn stuk begreep ik dat de ‘ziel’ een afspiegeling is van de eigen ethiek en thuis en daarmee een specifieke cultuur kan zijn – van clubniveau tot volksniveau, bijvoorbeeld. De manier waarop het begrip ‘ziel’ wordt gebruikt komt wat arbitrair over in mijn optiek. Aangezien zijn idee van ‘ziel’, in de tweedeling convergentie en divergentie, eerder slaat op een strikt politieke wens van een volk om wel/niet ergens bij te horen. Dit is in mijn ogen eerder een kénmerk van de ziel dan de ziel an sich. Wellicht is mij een cruciaal punt ontgaan, maar voor nu levert dit statement voor mij meer verwarring op dan dat het zijn punt duidelijk maakt.

Negatieve identiteit

Hoe dan ook, Verbrugge gaat verder met het verklaren van de gemeenschappelijke ziel/identiteit van de EU. Hij zegt dat de identiteit die de EU biedt niet een positieve identiteit is, maar een negatieve. De EU zou verbinden door collectief het idee van nationale eenheid uit te dunnen. Hiermee  maakt hij de vergelijking met het communisme, een universele ideologie die door heel Europa herkenbaar was in wat zij afwees: kapitalisme, burgerij en nationalisme. Uit deze vijandbeelden dachten de communisten verbinding te vinden. Echter, volgens Verbrugge hadden de communisten per land zeer uiteenlopende ideeën over de invulling  van de ideologie – zo waren de Duitsers georganiseerder en de Fransen veel anarchistischer. De communisten hadden misschien het idee dat zij verbonden waren in een vorm van ideologische eenheid. Maar onder alle ideologische symboliek scholen meer verschillen dan zij zelf zouden willen geloven.

Met deze vergelijking maakt Verbrugge het complexe probleem over identiteit verrassend duidelijk. Volgens hem ontkomen negatieve identiteiten niet aan datgeen wat zij proberen te onderdrukken. Alleen al in de uiting van deze negatieve identiteit steekt de nationale ziel en ethos de kop op. Huis, haard en de gewoontes die we hieruit opdoen zijn diep ingesleten, collectieve karaktereigenschappen. Of je het nou doorhebt of niet.

Conclusie

In het laatste deel van zijn stuk gaat Verbrugge door op ‘de ontwortelende kracht van geld’ en de rol hiervan in het Europese project. Dit is een kracht waar wij al veel langer tegen vechten. In de tijd van de industrialisatie was dit al merkbaar. Volgens Verbrugge is ook de EU, als economische unie, gebaseerd op het idee dat zolang de burger er beter van wordt, deze vorm van grensoverschrijding gewenst is. Hiermee vergeet de EU, zoals Verbrugge al eerder zei, dat bij een gezonde economie ook een gezonde cultuur hoort; anders is de economische constructie het product van een kunstmatige wil.

Verbrugge biedt een ernstig, maar hoopvol beeld over het Europese ideaal. Hij ziet een EU als een haalbaar idee, mits de politieke wens onder de culturen daarnaar staan. Met de huidige poging tot het vormen van een EU is het vanaf het begin gedoemd geweest. Er is te veel culturele divergentie. Zolang de politieke elite deze culturele divergentie niet gaat erkennen, zullen zij ook nooit begrijpen waarom er zoveel weerstand is. De EU is een interessant en wellicht noodzakelijk project, maar in het huidige culturele klimaat is er geen plaats voor.

Soevereiniteit

Mijn volgende opstapje richting het stuk van Lukkassen brengt mij langs het begrip ‘soevereiniteit’. Twee stukjes achter elkaar, van Patrick van Schie – historicus die zich op allerlei manieren inzet voor het liberalisme – en Wim Couwenberg – rechtsgeleerde met een veelzijdige CV en een lange lijst publicaties op zijn naam – behandelen het begrip ‘soevereiniteit’. Waar Ad Verbrugge een cultuurfilosofische kritiek tegen de (huidige) EU maakt, bieden deze twee stukjes een kritiek op basis van een zoektocht naar soevereiniteit in het Europese spinnenweb van macht.

Patrick van Schie

Voor wie slecht bekend is met de rechtsfilosofie is het werk van Patrick van Schie een verademing om te lezen. Hij begint met de simpele vraag wat soevereiniteit is en wat het nog waard is in onze tijd. Aan de hand van de EU zoekt Van Schie uit waar soevereiniteit gevonden kan worden. Volgens Van Schie is de waarde van het begrip zijn relevantie kwijt geraakt. Men maakt zich minder zorgen over de vraag wie het laatste woord mag hebben: de natiestaat, of de EU? Het parlement, of de commissies? De vergaande gevolgen hiervan zijn voor de meeste mensen onzichtbaar en worden dus irrelevant. Dit is gevaarlijk, aangezien hierdoor de Europese elite ongemerkt bevoegdheden overhevelen van natiestaat naar de EU, zonder dat zij voldoende democratische verantwoording hoeven af te leggen.

Wim Couwenberg

Couwenberg gaat dieper op de problematiek in. Volgens Couwenberg zijn er weinig begrippen waar zoveel verwarring en controverse omheen zit als ‘soevereiniteit’. Vervolgens grijpt hij een aantal filosofen aan die proberen duidelijkheid te geven hierover. Dit bouwt hij uit tot een analyse over alle mogelijke staatkundige structuren waarin wij de EU zouden kunnen passen. De conclusie luidt dat de EU geen van alles en alles van niets is, waardoor je de EU onvermijdelijk met scepsis zou moeten benaderen.

Het is snel duidelijk dat Wim Couwenberg zeer belezen is en diepgaande kennis heeft van de theorieën en structuren die hij behandelt. Dit kan het voor de lezer soms moeilijk te volgen maken. Voor mij was dit in ieder geval wel zo. Ondanks dat dit stuk helder maakt hoe malafide de EU in elkaar steekt, kan ik niet zeggen dat ik het verhaal ten volste heb begrepen. Ik geloof dat iemand met gevorderde kennis over de rechtsfilosofie dit stuk heel waardevol zal vinden. Tegelijkertijd is het ook een zeer geschikt stuk om argumenten tégen de EU te sprokkelen.

Europa: regressie of renaissance?

Het stuk van Sid Lukkassen – historicus, filosoof en gemeenteraadslid in Duiven – is, zoals ik eerder in deze recensie zei, het meest monumentale onderdeel van De Europese Spagaat. Lukkassen wijdt de eerste pagina’s aan het uiteenzetten van alle problemen die, volgens hem, cruciaal zijn om over te denken. Hij begint met een van zijn favoriete geschiedfilosofen, Oswald Spengler, en diens theorie over een cyclische beschavingsgeschiedenis. Vanuit deze theorie zien wij een geschiedenis van culturen die opkomen, bloeien en afsterven. Culturen die zichzelf niet opnieuw weten te ijken sterven uit in een tijd van crisis.

De problemen van onze tijd
Met de dood van God, geloof en het nihilisme van de wetenschap moeten wij op zoek naar een duurzaam  idee om een groepsidentiteit uit te vormen. Dit brengt Lukkassen bij de vraag welke rol nationalisme hierin speelt. Nationalisme wordt als iets vies of engs gezien door de heersende kosmopolitische elite. De tweedeling in politiek valt terug te zien in de levenshouding van de aanhangers van de twee politieke ideeën. Lukkassen beschrijft het als volgt:

“Dit keert terug in het dagelijks leven: D66 oriënteert zich op de post-adolescentiecultuur, met waarden als risico en avontuur. De PVV kiezer komt moe uit het werk en wil rust aan het hoofd: huiselijkheid, betrouwbaarheid en zekerheid. De PVV’er brengt zijn kinderen naar de buren als hij boodschappen gaat doen – hij heeft sterke sociale banden nodig; hij moet zijn buren goed kunnen verstaan. Een D66’er kan zich een Thaise nanny veroorloven en vindt het multiculturalisme een fraai, pittoresk gegeven. Hun politieke voorkeur is een voortzetting van hun karakter, dus als je hun politieke standpunten bekritiseert ervaren ze dat alsof je hun persoonlijkheid bekritiseert.”

Deze tweedeling tussen kosmopolitisme en nationalisme, die veelvoudig terugkomt in het stuk van Lukkassen, is volgens hem de grootste ideologische splijtzwam van onze tijd. Hij citeert een uitspraak van Theresa May waarin zij het wereldburgerschap bekritiseert en schetst een beeld waarbij de kosmopolitische elite een veilig leven in een internationaal netwerk lijdt, terwijl zij alle binding met hun landgenoten kwijt zijn. Zij zetten volledig in op het verbeteren van de materiële situatie van hun land, maar missen het belang van cultuur en spiritualiteit voor de mensen. Dit is een ongezonde ontwikkeling. De ervaring van gemeenschap wordt eendimensionaal.

Staatsburgerschap en haar vijanden
Lukkassen pleit dan ook voor een herbronning van de morele inhoud van het staatsburgerschap. Wat betekend het om burger te zijn van een land? In ruil voor bescherming en rechten binnen de groep vervult het individu zijn plichten. Het alternatief is chaos. Wereldburgerschap bestaat niet zolang er geen wereldstaat is. Het is een leeg begrip. De waarde van het burgerschap is geen triviaal gebeuren en Lukkassen ziet goed dat dit te lang onderbelicht is gebleven.

Lukkassen neemt in zijn stuk de tijd om de ideologieën die de morele inhoud van het staatsburgerschap uithollen te doorgronden. Hij duikt de betekenis van ‘regressief links’ in, verkent het wereldbeeld van kosmopolitisch links en zoekt naar analogieën met het verleden. Hier mag één uitspraak van Lukkassen zeker niet vergeten worden: waar Lukkassen het spottend heeft over afwegingen van welke minderheid het zieliger zou hebben, noemt hij de ‘bedreigde diersoort wet’. Lukkassen weet dit soort gevatte uitspraken kunstig in zijn stuk te verwerken, zonder te veel serieusheid te verliezen. In een zwaar stuk zoals deze is luchtigheid een verademing.

De nieuwe zuil
Wat Lukkassen er uit laat springen, in deze bundel, is zijn slotbericht. Het hele stuk is een soort draaikolk van informatie, vragen en antwoorden, die uitkomen op een blauwdruk voor de toekomst. Op de laatste pagina’s zegt Lukkassen dat de vorming van een viertal zuilen voor Nederland en Vlaanderen onvermijdelijk zal zijn:

  • Kosmopolitisch/postmodern/progressief
  • Islam
  • Biblebelt/SGP/Christenunie
  • Soevereine patriotten/humanistisch realisme/post-progressieven

Als wij het staatsburgerschap weer (morele) inhoud willen geven moeten wij hierin meegaan. Het grote probleem is dat de vierde zuil nog niet voldoende vorm gekregen heeft. Willen de mensen die onder de vierde zuil vallen een kans hebben om hun mannetje te staan en hun belangen te verdedigen, dan moet er meer samenhang in komen. Vervolgens stelt hij een soort stappenplan voor waarmee de nieuwe zuil relevant wordt en macht kan uitoefenen.

Sid Lukkassen schrijft in feite een manifest voor het bloeiende rechts van onze tijd. Zijn stuk is ernstig. Soms té ernstig. Maarja, wat weet ik; misschien is het wel zo ernstig, of is er op zijn minst noodzaak voor gezonde ernst. Het is, hoe dan ook, een monumentaal stuk met zowel vernieuwende perspectieven als pogingen om met praktische oplossingen te komen. De actiebereidheid siert het stuk en dient als politieke motivatie in een tijd waar men naarstig op zoek is naar duurzame handvatten op rechts.

Overige hulde en kritiek
Uiteraard staat er nog veel meer in De Europese Spagaat dan wat ik hierboven belichtte. Ik heb enkel geprobeerd om een soort hink-stap-sprong te maken tussen de belangrijkste informatie en ideologische inspiratie uit de bundel. Dat neemt niet weg dat er nog veel meer noemenswaardige dingen in staan. Zowel in positieve als negatieve zin.

Over het algemeen biedt het boek zowel veel basiskennis als verdieping over alle onderwerpen die aan bod komen. We hebben het dan over het recht, militaire functionaliteit, filosofie, theologie, sociologie, politieke theorie enz. Dat gegeven alleen al maakt dit een noodzakelijk boek voor iedere Euroscepticus van deze tijd, ongeacht hoe slim je jezelf acht. Ik geloof dat iedereen wat aan dit boek heeft.

Wat het boek ook siert is de veelzijdigheid van opvattingen over de EU. Verassend veel van de auteurs lijken nog hoop te hebben in het Europese ideaal en zijn in hun verhaal naarstig opzoek naar manieren om het tóch een werkbaar concept te maken. Het verhaal van Luc Pauwels staat zelfs geheel in het teken hiervan. Ook de aandacht voor geloof en het behoud van moraal is in mijn ogen belangrijk. De frisse toon die het af en toe door het boek laat waaien maakt het hopelijk ook prettig leesbaar voor de mensen die niet per se eurosceptisch zijn, maar wel nieuwsgierig. Het laat zien dat de stem achter de kritiek op de EU er een is van rede en idealisme; niet van kortzichtigheid en verbitterdheid.

Kritiek
Helaas is De Europese Spagaat niet perfect. Ik wil in de eerste plaats op wat praktische zaken wijzen, zoals de vele schrijffouten die hier en daar opdoken. Met name in de stukken geschreven door Anton Kruft kan je er niet omheen. Het oogt veel te slordig voor een boek van inhoudelijk niveau.

Over het stuk ‘Bezonken gedachten over Europa en Islam’ van Wim van Rooy, wil ik ook nog kort mijn ongenoegen delen. Dit is het enige stuk waarbij ik halverwege besloot om het over te slaan en aan het volgende stuk te beginnen. De schrijfstijl van Van Rooy is gewoon niet vol te houden. Hij schrijft met zoveel dedain en rancune over zijn ‘vijanden’, dat het haast niet serieus meer te nemen is. Van Rooy zal vast zijn ernst met zoveel mogelijk mensen willen delen, maar op deze manier ga je niemand buiten de rechtse echokamer bereiken.

Ik wil geen pleidooi houden voor politieke correctheid. Verre van zelfs. Maar je moet ook voorkomen dat je een stuk schrijft waar mensen weerzin van krijgen en zich gaan inbeelden hoe driftig die auteur wel niet achter zijn typemachine moet hebben gezeten. Daarmee zorg je er ook voor dat de lezer niet eens meer met je inhoud bezig is. Erg jammer.

Conclusie over De Europese Spagaat
De Europese Spagaat is natuurlijk geen perfect werk. Er zitten schrijvers tussen die wat minder zijn en het is hier en daar wat sloridg. Tip voor de uitgever dus. Uiteindelijk wegen de pluspunten goed op tegen de minpunten. De meningen en (sub)onderwerpen in De Europese Spagaat zijn goed afgewogen en bij het lezen ga je vanzelf merken dat ze elkaar complementeren.

De Europese Spagaat is hét politieke kompas voor eurosceptisch rechts in Nederland. Of je nou aan het snuffelen bent naar andere vormen van EU-kritiek; op zoek bent naar ideologische sturing; of jezelf als voorstander van de (huidige) EU wilt uitdagen: deze bundel is de beste plek om te beginnen. Filosofen als Ad Verbrugge zoeken de culturele problemen die op de loer liggen en geven een inzicht in de ongekende verdeeldheid van het continent. Mensen met kennis over het recht, zoals Patrick van Schie en Wim Couwenberg, duiken in de complexiteit van de machtsstructuren rondom de EU. Zij dikken het arsenaal argumenten voor eurosceptici mooi aan. En voorspellende stukken als die van Sid Lukkassen bieden het nodige scenariodenken dat ons scherp moet houden.

N.a.v. Sid Lukkassen e.v.a., De Europese Spagaat. Het Europa der Vaderlanden òf een Hernieuwde Europese Unie (Aspekt, 2017) 300 pagina’s.

Posted on 1 Comment

Paul Cliteur: Onderzoek politieke inbreuken op rechtsstaat weinig nuttig

De verkiezingsprogramma’s van PVV, VVD, CDA, SGP en VNL bevatten één of meerdere voorstellen die op gespannen voet staan met de rechtsstaat. Zo meldt dagblad Trouw vandaag op basis van analyse van dertien verkiezingsprogramma’s door een commissie van hoogleraren in opdracht van de Nederlandse Orde van Advocaten.

De commissie spreekt van plannen die “rechtstreeks ingaan tegen fundamentele rechten en vrijheden van mensen, of inbreuk maken op het recht op een eerlijk proces”, vooral rond het voorkomen van terrorisme en voorstellen die te maken hebben met immigratie en het vluchtelingenvraagstuk.

“Wie ter bescherming van onze rechtsstaat bereid is om de rechtsstaat zelf te ondermijnen [..] vormt zelf een bedreiging voor de vrijheden die het fundament van onze samenleving vormen”, zo stellen de hoogleraren.

Novini ging te rade bij rechtsfilosoof Paul Cliteur, onder andere bekend van zijn optreden als getuige-deskundige in de recente rechtszaak tegen PVV-leider Geert Wilders over zijn ‘minder Marokkanen’- uitspraak.

Cliteur reageert desgevraagd, dat “het probleem is dat voor een effectieve criminaliteitsbestrijding en voor een effectieve bestrijding van terrorisme heel vaak maatregelen moeten worden genomen die zich op gespannen voet bevinden met rechtsstatelijke waarborgen.”

Wanneer de terrorismedreiging groot is moet je bij het betreden van een warenhuis of een kerstmarkt je tas openmaken. Dat is in strijd met de privacy en daarmee een maatregel die zich op gespannen voet bevindt met de rechtsstaat. Dit soort voorbeelden kunnen moeiteloos worden uitgebreid. De centrale vraag is er een van proportionaliteit: welke maatregelen achten we verantwoord in het licht van de dreigingen die op ons afkomen?

Verder wijst de hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden op het beperkte nut van een dergelijk onderzoek door juristen, gespeend van politieke afweging:

Wie alleen maar wil registreren welke inbreuken op de rechtsstaat worden gemaakt zonder zich bezig te houden met de vraag van de noodzaak daarvan doet weinig nuttigs.

 

Posted on

Cliteur: Wilders’ minder-Marokkanen-uitspraken niet strafbaar

Er is geen Nederlandse wet “die het strafbaar maakt dat iemand publiekelijk uitspreekt dat hij minder, minder, minder mensen van een bepaalde nationaliteit in Nederland of in Den Haag wenst”, dat zei professor Paul Cliteur vandaag ter zitting van de Arrondissementsrechtbank Schiphol, waar hij als getuige-deskundige optrad in het proces tegen PVV-leider Geert Wilders.

Cliteur is van oordeel dat artikelen die in dit verband vaak genoemd worden, over groepsbelediging of aanzetten tot haat, niet van toepassing zijn. Nationaliteit bevindt zich namelijk niet onder de gronden die in die artikelen genoemd worden, zoals ras of godsdienst.

De hoogleraar vind het ook niet verstandig om desbetreffende artikelen breder te interpreteren, zodat ze wel geacht zouden kunnen worden van toepassing te zijn.

Verstandige racismebestrijding houdt in dat alleen “echt racisme” moet worden bestreden onder die noemer. Wie zegt dat hij minder Amerikanen in Nederland wil is wellicht anti-Amerikaans, maar geen racist. En wat voor Amerikanen geldt, geldt ook voor Marokkanen, Fransen, Polen en Syriërs.

Ook ziet Cliteur een dergelijke, bredere, interpretatie van artikelen in conflict komen met het legaliteitsbeginsel. Ten derde wijst hij op het belang van de grote vrijheid voor politici in een democratie om kwesties ter discussie te stellen. Ten slotte wijst hij op jurisprudentie waaruit naar voren komt dat de vrijheid van meningsuiting ook de vrijheid omvat om meningen te uiten die “beledigen, choqueren of onthutsen”.

De volledige bijdrage van Cliteur is te vinden op de Blauwe Archipel, het online magazine van Uitgeverij De Blauwe Tijger, waar binnenkort een boek van Cliteur verschijnt over de processen tegen Wilders, Bardot, Fallaci en Houellebecq.

Posted on 1 Comment

Ophef over Zee

Vanuit diverse hoeken werd Machteld Zee deze week belaagd door critici. De recent gepromoveerde politicologe/juriste Zee heeft haar dissertatie in boekvorm uiteengezet en uit hierin scherpe kritiek op zowel Islamisme als de westerse visie op islamisme. Vooral haar opmerking dat er “een plan” is om te islamiseren wordt haar erg verweten.

De “plan”-quote werd gretig uit zijn context gerukt door de mensen die Zee tracht te bekritiseren. Onmiddellijk gingen dezelfde gevarenlampjes aan, die rood gloeien als een dwalende geest over de “protocollen van de wijzen van Zion” begint te oreren. En als zodanig werd er dan ook gesproken over alu-hoedje en complotdenker. Jammer, maar helaas, daar doelde Zee in het geheel niet op. Waar Zee wel op doelt, is tweeledig. Allereerst, de islam legt een zeer duidelijke claim op de publieke ruimte. Dit concludeert zij op basis van de teksten; het valt te hopen dat mensen dit inmiddels wel doorzien. Dit is ook niet zozeer een georkestreerd plan, maar een “goddelijke” taak van moslims. Vergelijk het met de Bijbelse taken voor christenen om het evangelie te verspreiden of joden om de sabbat te eren. Ten tweede, fundamentalistische regimes als Saoedi-Arabië en Qatar stoppen heel veel geld in de bouw van moskeeën in niet-moslimlanden en sturen conservatieve imams om daar te preken.

Zee stelt ook, dat de huidige spelregels van integratie misbruikt worden door Islamisten en dat, mits niets daartegen ondernomen, westerse landen hierdoor met parallelle samenlevingen komen te zitten. Tevens waarschuwt ze daarom voor het proces van sluimerende islamisering; via druk en angst worden zaken, die haaks staan op de islam – neem bijvoorbeeld alcoholconsumptie – steeds meer uit de publieke sfeer onttrokken. Wie hier aan twijfelt, moet maar eens een spotprent van Mohammed tekenen en inzenden naar de krant onder eigen naam.

In haar dissertatie heeft Zee zich m.n. verdiept in de shariarechtbanken van het VK en is gealarmeerd geraakt door de wijze waarop die parallelle samenlevingen nu al in ons midden bewegen. Zee zag duidelijke voorbeelden van misstanden en deed er verslag van. Voorts waarschuwde Zee ook nog voor de subversieve cultuur, die deze shariarechtbanken voorstaan. Shariarechtbanken ontmoedigen hun gemeenschap actief om zich niet te wenden tot de rechtstaat van de ongelovigen of volgens de algemene normen te leven. Shariarechtbanken helpen integratie dus geenszins, maar leiden tot een religieuze apartheid.

Interpretaties

Ewout Klei deed op Jalta de opmerkingen van Zee af als “ondergangsdenken”. Ik vermoed dat hij hier refereert aan de voorspellingen van bijvoorbeeld Pat Buchanan (“Death of the West”), Mark Steyn (“America Alone”) of Oswald Spengler (“Der Untergang des Abendlandes”). Zij zijn allen zeer negatief over de toekomst, omdat zij stellen dat de moderne seculiere samenleving niet kan overleven zonder sterke cultuur/religie (zoals het christendom) en/of gezonde demografische opbouw (minder dan 2,1 kinderen per vrouw). Wilders zit ook duidelijk op dit spoor. Klei stelde verder dat er een midden gezocht moet worden tussen Zee en het politiek-correcte denken.

Om deze reden probeerde ik de politiek-correcte tegenhanger van Zee te zoeken en stuitte ik op de website Krapuul, die een treffende verwoording gaf van het pro-Islam standpunt. Aldus Krapuul:

Mr. Dr. Zee schetst zichzelf als een realist, die een reële situatie onder ogen durft te zien. Probleem is echter dat ze blijkbaar denkt dat het uniek is voor de Islam (sic) om er een aparte vorm van rechtsspraak op na te houden. Dat dit aperte nonsens is is alleen al duidelijk na de perikelen rondom Vindicat. Ook bijvoorbeeld de Katholieke kerk houdt er haar eigen rechtbank op na.

Krapuul stelt dus dat shariarechtbanken moreel gelijk zijn aan interne afhandeling van onenigheden en affaires binnen studentenverenigingen en de RKK.

Maar Zee doet precies met shariarechtbanken wat anderen met Vindicat en de RKK hebben gedaan. Ze openbaart wat zij ziet als misstanden. Krapuul zou, volgens de eigen logica, dus toe moeten juichen dat Zee de misstanden binnen shariarechtbanken openbaart. Het is wel begrijpelijk dat Krapuul bezwaar maakt tegen Zees verwijt dat multiculturalisten helpen om Nederland te islamiseren. Wat beveelt Zee aan?

We zullen veel weerbaarder moeten worden en grenzen moeten stellen aan de islamisering. Niet ingaan op de eis dat afbeeldingen van schaars geklede vrouwen moeten worden afgeplakt, bijvoorbeeld. ‘Just say no’. En burgers moeten niet telkens een beroep doen op de overheid. Je kunt zelf immers ook laten zien wat je normen en waarden zijn. Waarom haalt de Hogeschool Den Haag preventief de kerstboom weg? En waarom wordt op plekken waar moslims komen alcohol geweerd? Dat hoeft allemaal niet, we doen het zelf.

Zee bekritiseert met deze voorbeelden dus met name de reactie van niet-moslims en de intolerantie van moslims naar niet-moslims. Opnieuw, Zee staat dus weerbaarheid voor en zoekt de primaire schuld bij de links-liberale cultuur en staat oplossingen voor waar geen moslim onder zal lijden: “just say no”.

Multiculturalisme

Zees standpunt over multiculturalisten als belangrijkste veroorzaker van het integratieprobleem met de Islam is waarschijnlijk onjuist. In uiteenlopende landen als Birma, Thailand, Nigeria, China, Angola, India en Rusland zijn er spanningen tussen moslims en niet-moslims en daar hebben ze nog nooit van SJW’s, cultuurmarxisme, multiculturalisme, kosmopolitisme, radicale tolerantie of wat dan ook gehoord. De gemene deler is steeds de islam.

Ook binnen het Westen zijn er zeer verschillende aanpakken van integratie. Frankrijk hanteert republicanisme; België doet (kan?) niets; Duitsland doet alsof er geen probleem is; Zweden heft zichzelf op; Nederland, Denemarken en Oostenrijk doen aan confrontatie; en de Angelsaksische landen gaan voor klassiek multiculti: langs elkaar heen leven. Maar ondertussen: niets helpt. Vrijwel overal zijn dezelfde hardnekkige integratieproblemen met moslims in westerse landen (schooluitval, getto’s, werkloosheid, etnische spanningen, criminaliteit, terreur en extremisme, etc.) Het multiculturalisme helpt natuurlijk niet om het probleem op te lossen, maar inmiddels is het laken van multiculturalisme een wat al te gemakkelijk doelwit om je woede (zonder tegenrisico op geweld) op los te laten.

Verder, moslims zijn bepaald niet de enige migrantengroep in Westerse landen met een andere cultuur. Vietnamezen kwamen bijvoorbeeld in de jaren ’70 naar Frankrijk, ver na de Algerijnen, die zich er al sinds 1900 vestigden, en Vietnamezen doen het nu zelfs beter dan de gemiddelde Fransman. Vietnamezen gedijen prima in het Franse Republicanisme – ook in de Nederlandse aanpak trouwens. In Nederland wordt de integratie van Indo’s niet eens meer bijgehouden, omdat ze volledig geassimileerd zijn. In Nederland en het VK zijn er ook genoeg Hindoescholen, een typisch multiculturalistische vrijheid, maar die leveren burgers op die prima functioneren in de maatschappij.

Liberaal

Het is verder interessant om te melden dat Zee zichzelf identificeert als D66’er en feminist; Zee identificeert zich dus niet eens met het rechterkamp. Zee wordt alleen door links bij rechts geschaard, omdat ze haar ideeën niet kunnen verenigen met hun eigen pro-islam-standpunten. Zee geeft zeer specifieke kritiek op basis van uitgebreid onderzoek. Een dissertatie is dan ook geen prikkelende column of werkstukje, maar het resultaat van (minstens) vier jaar gedegen onderzoek. Daarnaast is Zees kritiek op islamisering gebouwd op onderzoek van vele anderen en komt ze helemaal niet met revolutionaire conclusies.

De woede en verwarring t.a.v. Zee zijn, rationeel bekeken, enigszins verbazingwekkend. In de Volkskrant ging Peter Middendorp helemaal door het lint, zonder één argument tegen Zee in te brengen. Hij was waarschijnlijk zo van zijn stuk dat het voor hem wellicht zelf-evident was, hóé fout Zee wel niet bezig was. Schelden op een tegenstander is meestal een impliciete erkenning dat je geen tegenargumenten hebt. Middendorp is daarmee typerend voor het achterhoedegevecht dat ingegraven progressieven strijden tegen islamkritiek.

Interessanter was Martijn de Koning, een pro-Islam religieonderzoeker, die stelt dat de meeste integratieproblemen ontstaan door discriminatie en islamofobie. De Koning heeft duidelijk het werk van Zee bestudeerd en kwam met een paar zinnige tegenwerpingen. Hij vond dat Zee het multiculturalisme wetenschappelijk tekort deed door er te kort bij stil te staan. De waarheid is eerder dat het multiculturalisme i.p.v. een serieuze leer een sjiek genaamd vehikel is voor beleidsmakers die niet weten hoe ze problemen moeten oplossen en daarom mensen maar hun gang laten gaan.

Het is duidelijk dat Zee met haar, overigens geringe aantal, publieke optredens precies weet te drukken waar het pijn doet. Hopelijk ziet ze de storm die over haar heen komt niet als een ontmoediging, maar een bevestiging dat ze op het juiste spoor zit. Zoals links al een eeuw volhoudt om te zeggen: sommige mensen moet je voor hun eigen bestwil een beetje de juiste richting op duwen. Zee heeft overduidelijk een veelbelovende carrière voor zich, maar het zal haar voorlopig niet gemakkelijk gemaakt worden.


http://www.volkskrant.nl/opinie/ik-laat-me-niet-islamiseren~a4391435/

http://religionresearch.org/closer/2016/10/08/recht-voor-iedereen-een-bespreking-van-de-boeken-van-machteld-zee-over-britse-shariaraden/

https://blendle.com/i/ad/achter-islamisering-zit-een-plan/bnl-adn-20161004-7102167

http://www.krapuul.nl/samenleving/nederland-blog/2604670/mr-dr-machteld-zee-en-de-protocollen-van-mekka/?utm_medium=website&utm_source=nieuwskoerier.nl