Posted on

Wagenknecht kritisch over omgang Die Linke met AfD-kiezers

Sahra Wagenknecht

De socialistische partij Die Linke was onder de grootste verliezers in de deelstaatverkiezingen in Saksen en Brandenburg. In beide deelstaten zakten de socialisten terug naar ruim tien procent. Mocht hun enige deelstaatpremier Bodo Ramelow eind oktober in Thüringen ook nog weggestemd worden, kon de storm wel eens losbarsten in de partij. Sahra Wagenknecht wil lessen trekken.

De spanning is bij Die Linke toch al om te snijden. Co-fractievoorzitter in de Bondsdag, Sahra Wagenknecht maakte haar partij medeverantwoordelijk voor het goede resultaat van de AfD. Die Linke was volgens de politica “vele jaren lang de stem van de ontevredenen”. “Door ons van onze vroegere kiezers te vervreemden, hebben we het de AfD gemakkelijk gemaakt. In zoverre zijn wij medeverantwoordelijk voor hun succes”, aldus Wagenknecht.

Wagenknecht wil lessen trekken uit stemmenverlies aan AfD

Wagenknecht riep op tot een bezinning, voor wie Die Linke in de eerste plaats politiek wil voeren: “Voor de goed opgeleide, hogere middenklasse in de metropolen of voor hen die steeds harder moeten vechten om hun beetje welvaart. Als de partij mensen buiten de hippe grootstedelijke milieus wil bereiken, moet ze hun kijk op de zaak serieus nemen, in plaats van ze te beleren hoe ze moeten spreken en denken.” De partij moet er volgens de politica mee ophouden begrippen als heimat of veiligheid negatief te duiden. “Voor de meeste mensen is heimat iets heel belangrijks. Ze hechten waarde aan sociale bindingen, gezin en sociale samenhang. Sociale zekerheid is belangrijk, maar ook het beschermen voor criminaliteit. Als we dat niet accepteren, verliezen we de mensen permanent.”

De groeiende afstand tot de belevingswereld van een deel van de kiezers in de voormalige DDR, blijkt volgens Wagenknecht ook uit de omgang van Die Linke met AfD-kiezers. “Die beschimpen we graag generaliserend als racisten, hoewel velen van hen eerder links stemden”.

Rest partijtop minder zelfkritisch

Wagenknechts mede-fractievoorzitter Dietmar Bartsch bleek echter minder zelfkritisch. Tegenover het Franse persagentschap AFP gaf hij weliswaar toe dat het “altijd een nederlaag voor een linkse partij” is, “wanneer rechts zo sterk wordt”. Maar hij wilde verder geen “overhaaste” conclusies trekken. Hij gaf verder toe dat veel mensen Die Linke inmiddels als een te gevestigde partij zien, maar wilde dit niet in verband brengen met de regeringsdeelname van zijn partij in drie deelstaten. Vervolgens merkte Bartsch evenwel op dat je als regeringspartij “niet te veel stampij” kunt maken.

Machtsstrijd onderdrukt in afwachting campagne Thüringen

Achter de schermen woedt reeds langer een machtsstrijd. Nu is er discussie over de aflossing van de beide partijvoorzitters Katja Kipping en Bernd Riexinger. Met het oog op de enige deelstaatpremier van Die Linke, Bodo Ramelow, die campagne voert voor de deelstaatverkiezingen van oktober in Thüringen, wacht men echter nog met de interne putsch. Bondsdaglid Sevim Dagdelen laat er echter geen misverstand over bestaan: “We hebben leiderspersoonlijkheden nodig die bereid zijn tot verandering.”

Posted on

Sahra Wagenknecht neemt afscheid van fractievoorzitterschap Die Linke

Voor de Duitse socialistische partij Die Linke dreigen opnieuw turbulente tijden. Sahra Wagenknecht doet afstand van het fractievoorzitterschap. Dit kan tegelijk een neergang inluiden en nieuwe mogelijkheden bieden.

De vrouw van de voormalige partijvoorzitter Oskar Lafontaine gold als tegenstander van een regeringscoalitie met SPD en Groenen. “Tot de politieke mythes hier te lande behoort dat SPD, Groenen en Die Linke in 2013 een meerderheid hadden om een regering te vormen”, zo becommentarieerde Die Zeit de terugtrekking van Wagenknecht. Rekenkundig was dit volgens weekblad weliswaar juist, maar politiek was het een verkeerde inschatting. Alleen doordat SPD-lijsttrekker Peer Steinbrück destijds voor de verkiezingen een coalitie met Die Linke al afwees, kon de SPD op 25,7 procent van de stemmen komen. “Als hij had verklaard dat Rood-Rood-Groen voorstelbaar was, zou het resultaat van de SPD slechter uit zijn gevallen – bijvoorbeeld zoals in 2017 bij Martin Schulz die Rood-Rood-Groen nooit uitsloot”, zo vervolgt het tijdschrift. In de afgelopen maanden heeft de SPD geprobeerd zich weer te profileren op typisch linkse thema’s, maar de peilingen bleven slecht.

‘Partijleiding heeft Wagenknecht slecht behandeld’

Maar nu dreigt ook Die Linke door openlijke conflicten achteruit te boeren. Bondsdaglid Thomas Lutze verweet de partijleiding de fractievoorzitter slecht behandeld te hebben. “Voor een linkse partij was de omgang met Sahra Wagenknecht een onwaardig schouwspel”, aldus Lutz tegenover de dpa. De partijleiding heeft volgens hem geen verantwoordelijkheid genomen. Wagenknecht had aangekondigd in het najaar niet opnieuw kandidaat te zijn voor het fractievoorzitterschap. De 49-jarige voerde daarvoor gezondheidsredenen, stress en overbelasting als redenen aan. Dat uitgerekend Lutze haar ter zijde sprong is opmerkelijk. De Saarlander geldt in zijn deelstaat als verbeten tegenwerker van Lafontaine.

Burn-out

Wagenknecht had in de afgelopen weken vanwege ziekte noodgedwongen een pauze moeten nemen. In Berlijn spreekt men van een burn-out. Begin vorige week liet ze weer van zich horen met opmerkelijk nieuws. Eerst kondigde ze aan dat ze zich terug zou trekken uit de leiding van de nieuwe beweging Aufstehen. Vervolgens verklaarde ze af te zien van het fractievoorzitterschap. Precies 20 jaar eerder – volgens Wagenknecht toevallig -kondigde haar huidige echtgenoot, de toenmalige SPD-politicus Oskar Lafontaine aan dat hij al zijn politieke ambten neerlegde, waarmee hij de splitsing van links bewerkstelligde.

‘Sfeer in fractie onverdraaglijk’

Nu staat links in Duitsland opnieuw voor een cesuur. Het boulevardblad Bild citeert een ingewijde met de woorden “de sfeer in de fractie is onverdraaglijk”. Diverse fractieleden zouden continu samenspannen tegen Wagenknecht en Dagdelen. Er is ook sprake van pesterijen. In de fractie zouden Bernd Riexinger, Katja Kipping, Caren Lay, Anke Domscheit-Berg, Sabin Leiding, Cornelia Möhring en Martina Renner doorlopend tegen ze tekeergaan. Na de terugtrekking van Wagenknecht kondigde dan ook de politiek dicht bij haar staande vice-fractievoorzitter Sevim Dagdelen haar vertrek uit het fractiebestuur aan. Dagdelen werd door sommigen als mogelijke opvolger van Wagenknecht gezien.

Wagenknecht gebruikte de aankondiging van haar vertrek echter niet om vuil te spuien. Ze verklaarde wel dat de afgelopen jaren haar niet in de koude kleren waren gaan zitten. Ze wil overigens wel lid van de Bondsdag blijven, waarschijnlijk ook om te bezien welke politieke mogelijkheden ze heeft.

Retorisch talent

Oud-politiek leider Gregor Gysi, niet bepaald een vriend van Lafontaine, schaarde Wagenknecht in een interview met het weekblad Stern onlangs onder de tien beste sprekers uit de Duitse politieke geschiedenis. Voor Die Linke zou het fataal zijn als ze zich helemaal af zou wenden. Want noch de partijleiders Katja Kipping en Bernd Riexinger, noch co-fractievoorzitter Dietmar Bartsch zijn retorisch erg verfijnd. Bodo Ramelow, de enige deelstaatpremier van Die Linke, staat in Thüringen een problematische verkiezing voor de nieuwe landdag te wachten. Van hem wordt dan ook niet verwacht dat hij op korte termijn naar de federale politiek overstapt.

Linkse coalitie?

Overigens heeft Wagenknechts terugtrekking het debat over nieuwe coalitiemogelijkheden wel weer losgemaakt. Zo stelde Groenen-fractievoorzitter Katrin Göring-Eckardt tegenover de Freie Presse, er voorstander van te zijn dat er meerdere coalitie-opties zijn en dat Die Linke daaraan een bijdrage zou kunnen leveren. Ralf Stegner, die op de linkervleugel van de SPD zit, stelde dat het na Wagenknechts vertrek misschien makkelijker zou worden om een coalitie links van de CDU te realiseren. In de SPD geldt het als een uitgemaakte zaak dat Wagenknechts echtgenoot Lafontaine destijds de drijvende kracht achter de afwijzing van een Rood-Rood-Groene coalitie zou zijn geweest. Maar volgens Stegner markeert de terugtrekking van Wagenknecht dat ook Lafontaines tijd voorbij is.

Posted on

Alexander Gauland: van conservatief publicist tot populist

Binnen de CDU werd hij op de achtergrond gehouden, als conservatief publicist was hij geliefd bij links en rechts en na zijn zeventigste brak hij toch nog door als politicus. Een portret van AfD-leider Alexander Gauland.

Als staatssecretaris in Hessen eind jaren ’80 gold Alexander Gauland als man voor op de achtergrond, niet geschikt voor de eerste rij. Deelstaatpremier Walter Wallmann zou hem gezegd hebben dat hij een goede functionaris was, maar niet met mensen om kon gaan, nooit campagnetoespraken zou kunnen houden. Hij was kortom niet geschikt als politicus. Inmiddels lijkt Gauland zijn vroegere mentor weerlegd te hebben. Na 40 jaar zei hij zijn lidmaatschap van de CDU op en werd hij mede-oprichter van de eurokritische Wahlalternative 2013. Inmiddels is hij partijleider van de AfD en fractievoorzitter in de Bondsdag. 

Gauland als krantuitgever

Zo beleeft Gauland in de leeftijd der sterken toch nog zijn politieke doorbraak en geldt hij als grand seigneur van de nieuwe beweging rechts van CDU en CSU. Maar wie is deze “vriendelijke scherpslijper” (Der Tagesspiegel), die sinds het begin van de jaren ’70 als politiek publicist en conservatief intellectueel actief was en decennia lang ook door politieke tegenstanders gewaardeerd werd? Biedt zijn journalistieke werk indicaties waarom deze voormalige CDU-man “van publicist tot populist” (Die Zeit) werd?

Gaulands activiteit als auteur begon met zijn 1971 verschenen volkenrechtelijke dissertatie ‘Das Legitimitätsprinzip in der Staatenpraxis seit dem Wiener Kongreß’. Daarna schreef hij diverse boeken met titels als ‘Gemeine und Lords. Porträt einer politischen Klasse’, ‘Helmut Kohl. Ein Prinzip’, ‘Das Haus Windsor’ en ‘Anleitung zum Konservativsein’. Na zijn tijd als staatssecretaris in Hessen onder Walter Wallmann (CDU) was hij uitgever en directeur van het dagblad Märkische Allgemeine in Potsdam.

Ook bij links gewaardeerd

De anglofiele Gauland (met een zwak voor tweed-jasjes en Britse auto’s) speelde het kunststukje klaar in de meest uiteenlopende media te publiceren. Hij was een conservatieve publicist die “ook door links geprezen werd” (FAZ). Zijn artikels, opstellen, portretten en commentaren verschenen even goed in het linkse dagblad Tageszeitung en in het Sponti-tijdschrift Pflasterstrand als in het rechts-conservatieve bald Criticón van Caspar von Schrenk-Notzing. Ook de Frankfurter Rundschau, de FAZ, Die Welt en de Tagesspiegel drukten zijn non-conformistische, goed geschreven bijdragen af.

In de in 1989 bij Suhrkamp verschenen portretten van Engelse denkers en politici uit de afgelopen drie eeuwen liet Gauland zich hier en daar ook over de actuele politiek uit. Zo trok hij in ‘Gemeine und Lords’ van leer tegen “de verschrikkelijke heerschappij van de functionarissen”, “die zich in de 20e eeuw meester heeft gemaakt van alle politieke partijen”. Een zekere antikapitalistische grondhouding en een afkeer van de “economisering van het politieke” is dan ook reeds zichtbaar. Vandaag de dag deinst de AfD-leider er niet voor terug in de electorale vijver van Die Linke te vissen. Met een zekere reactionaire attitude neemt hij het als politicus voor “de kleine man” op.

In het portret van Churchill zou men ook een verkapt portret van de AfD-leider kunnen ontwaren, die sinds zijn 72e zijn eerste echte politieke lente beleeft en zichtbaar geniet van zijn publieke optreden: “Maar Churchills kracht was tegelijk zijn zwakte. Zijn zucht naar theatrale actie, naar het grote avontuur schiep bij zowel vrienden als tegenstanders de verdenking dat het hem niet om principes, maar alleen om het optreden ging.”

Constanten in zijn denken

Het denken van Gauland laat echter duidelijke constanten zien. Zowel destijds als nu zijn de vijandbeelden van zijn conservatisme “de toenemende economisering”, het multiculturalisme en “de globalisering van markt en mensenrechten”. Dat de AfD juist in de vijver van de ‘verliezers’ van de globalisering vist (bijvoorbeeld in het oosten van Duitsland, maar in het algemeen in de arbeiders- en lagere middenklasse), hangt ook met Gaulands denken samen. Zo keerde hij zich als publicist al tegen een zuivere marktideologie: “Wat de One-World-ideologie, de droom van een door de globalisering democratisch herenigde mensheid, is niet minder utopisch en geen geringer gevaar voor het historische bestaan van staten en volken dan de ten onder gegane socialistische waan.”

Ook een ‘Leitkultur‘, die niet meer inhoudt dan grondwetspatriottisme vindt de auteur echter armoe troef. Echt houvast vinden de mensen in gedeelde geloofsovertuigingen, mores, taboes, culturele tradities, nationale vooroordelen en etnische begrenzingen, traditionele leefomgevingen en religieuze taboes. Immigratie, zo stelde Gauland in 2002 al, moet aangepast zijn aan de “culturele draagkracht van een samenleving”. Ook Gaulands Amerikakritiek is een belangrijke constante. De ‘Putinversteher’ bekritiseerde als publicist reeds de imperiale pretenties van het Amerikaanse buitenlandbeleid, dat mede de immigratie naar Europa aandrijft.

Reeds in zijn boek over conservatisme toonde de West-Duitse conservatief veel begrip voor de mensen in de nieuwe deelstaten van de Bondsrepubliek die op een bepaalde manier terugverlangden naar de DDR. Van deze ‘Ostalgie’ profiteerde de PDS, de opvolger van de SED. Over de schaduwzijden van het DDR-bewind werd daarbij natuurlijk niet gesproken, maar de DDR had op haar manier ook een vorm van heimat en overzichtelijkheid gecreëerd. Dit is ook wat Gaulands AfD de globaliseringsverliezers in zowel oost als west wil bieden.

Populisme

Alexander Gauland mag politiek wat radicaler geworden zijn, dat kan er echter ook mee samenhangen dat hij tot voor kort het meer contemplatieve leven van een intellectueel kon leiden, terwijl hij nu waarschijnlijk meer tijd doorbrengt in talkshows en debatten dan in zijn studeerkamer thuis. De grondtrekken van zijn denken zijn evenwel niet veranderd. Het maakt nu eenmaal verschil of men zich als vrije intellectueel of als verantwoordelijk politicus uit. Als CDU-intellectueel – een zeldzame diersoort – genoot Gauland een zekere narrenvrijheid.

In zijn boek ‘Die Deutschen und ihre Geschichte’ schreef Gauland dat de sleutelwoorden voor de West-Duitse samenleving stabiliteit en consensus waren. Hier is in de afgelopen jaren echter misbruik van gemaakt door politiek en media, die steeds minder lijken te weten wat ‘de mensen in het land’ werkelijk bezighoudt. Dit is natuurlijk in niet geringe mate te wijten aan de door Angela Merkel bepaalde koers van de CDU, die Gauland in een artikel in Die Welt tot ruïne verklaarde:  “De Unie (van CDU en CSU, red.) heeft haar inhoud verloren. Ze komt voor als een antieke ruïne – van buiten is het nog mooi om te zien, maar van binnen is het woest en leeg.” Over de AfD zegt hij daarentegen in een interview met Christ & Welt: “We zijn een Duitse partij, die zich inzet voor Duitse belangen.” De partij verdedigt “het traditionele levensgevoel in Duitsland, het traditionele heimatgevoel”, aldus Gauland.

Meer continuïteit dan radicalisering

Uit de uitlatingen van Gauland als gewaardeerde publicist en als weggezet politicus rijst kortom niet zozeer een beeld van radicalisering op, als wel van een grote continuïteit. Gauland was altijd al een conservatief, ook binnen de CDU, en dat is hij bij de AfD gebleven. Nog meer dan elders in Europa, is er in Duitsland echter een hang naar intolerantie voor bepaalde politieke geluiden. Zoals Gauland in 2012 al schreef in de Tagesspiegel: “In alle democratische debatten gaat het er steeds weer om de van de mainstream afwijkende standpunten moreel buiten de orde te verklaren.”

Posted on 1 Comment

Duitsland: Hetze tegen rechts gaat over in grof geweld

Een bomaanslag op een AfD-kantoor in Döbeln en het door drie gemaskerde mannen bijna doodslaan van een AfD-Bondsdaglid in Bremen, onderstrepen dat de sfeer in Duitsland in verkiezingsjaar 2019 steeds grimmiger wordt. 

De bomaanslag op het AfD-kantoor in Döbeln (in de deelstaat Saksen) en de aanval op de Bremer AfD-leider en Bondsdaglid Frank Magnitz waren denkbaar slechts de eerste dieptepunten in een ongeziene ontsporing van de Duitse politiek. Het geweld komt niet uit de lucht vallen. Linkse en extreemlinkse actoren hebben hiervoor het klimaat geschapen en in sommige gevallen openlijk opgeroepen tot fysiek geweld.

 

SPD en Antifa

Wat opvalt is dat de scheidslijn tussen links en extreemlinks niet slechts heimelijk vervaagt, maar ook openlijk doorbroken wordt. Al in september sprak Angela Marquardt, medewerker in het kantoor van SPD-leider Andrea Nahles en directeur van de SPD-denktank, zich ervoor uit dat de SPD in de ‘strijd tegen rechts’ ook met Antifa en ‘Anti-Duitsen’ zou moeten samenwerken. In het artikel in partijkrant Vorwärts distantieerde Marquardt zich weliswaar van geweld. Hoe het voormalige PDS-Bondsdaglid, dat in 2008 naar de SPD overging, Antifa en geweld überhaupt van elkaar wil scheiden bleef echter onduidelijk.

‘Fascisten’ in elkaar slaan

Op 30 december publiceerde het linkse dagblad Taz een lange bijdrage, waarin de tactiek van Britse Antifa’s om fascisten in elkaar te slaan tot ze de straat niet meer op durven zonder kritiek gepresenteerd werd. Als voorbeelden van contemporaine ‘fascisten’ werden namen als Donald Trump, Jaroslaw Kaczynski, Thilo Sarrazin, Matteo Salvini en Björn Höcke genoemd. Taz-auteur Rolf Sotscheck spreekt zich er vooral uitdrukkelijk tegen uit om überhaupt het gesprek aan te gaan met AfD-politici. De tijd van debat is wat hem betreft voorbij en daarmee ook de tijd van democratische deliberatie. De seinen staan op politieke vernietiging.

Geen politiek proces maar fysiek aanvallen

De publicatie ‘Losgaan – fight AfD’ sluit hier naadloos op aan. Daar heet het: “De tijd voor discussie, opheldering en praten moet voorbij zijn.” De confrontatie kan bij de stembus noch in het gesprek gewonnen worden. Dat wil zeggen: Ook democratische verkiezingsuitkomsten worden zo nodig van de hand gewezen. In plaats daarvan moet de strijd tegen de AfD, haar leden en sympathisanten volgens de schrijvers van het vlugschrift “praktischer en persoonlijker worden”. “Openlijke strijdlust, outings en allerlei creatieve acties” moeten ertoe dienen de AfD’ers “uit de dekking te halen en aan te vallen”. Dat hiermee geen verbale aanvallen bedoeld worden is uit het voorgaande wel duidelijk.

Burgeroorlog

Teksten en oproepen als deze markeren een volledig afscheid van de vormen van democratische deliberatie en debat. De politieke tegenstander wordt tot persoonlijke vijand, de andersdenkende burger tot onpersoon die men de politieke en burgerrechten kan betwisten. Hier klinken de klaroenstoten voor een burgeroorlog. Döbeln en Bremen laten zien dat deze oproepen niet aan dovemansoren gericht zijn.

Posted on

Lafontaine pleit voor linkse hergroepering, gerucht afsplitsing Wagenknecht

Uitgerekend op het moment dat het gerucht de ronde doet dat Sahra Wagenknecht zich uit Die Linke wil terugtrekken, pleit haar man Oskar Lafontaine voor de oprichting van een nieuwe partij om links te verenigen.

“We hebben een beweging om links bijeen te brengen nodig, een soort linkse volkspartij waarin Die Linke, delen van de Groenen en de SPD samenkomen”, aldus de voormalige partijleider van Die Linke tegenover het tijdschrift Der Spiegel. Rechts is steeds dan sterk geworden wanneer het beginsel van de sociale gerechtigheid verwaarloosd werd, grote delen van de bevolking benadeeld werden en deze zich niet meer vertegenwoordigd voelden door de gevestigde partijen, aldus Lafontaine. Dit is volgens de oud-partijleider nu massief het geval.

Het partijsysteem zoals het nu bestaat functioneert volgens hem niet meer: “We hebben een hergroepering nodig. Alleen zo kan er weer een linkse machtsoptie ontstaan.” De SPD bekritiseerde hij opnieuw als ontmoedigd. SPD-leider Martin Schulz heeft zich in zijn optiek aangepast. “Dat heeft de Schulz-hype toch laten zien: Er is potentieel voor een linkse meerderheid onder de kiezers. De mensen wachten zelf op zo’n optie.” De gewenste linkse beweging zou “niet alleen de klassieke partijen, maar ook vakbonden, sociale organisaties, wetenschappers, de culturele sector en anderen moeten omvatten”.

Verdeeldheid

Het voorstel van de fractievoorzitter in de landdag van het Saarland komt op een moment waarop de interne verdeeldheid in Die Linke sterk oplaait. Mede daarom houden vroegere strijdmakkers hem voor nog slechts beperkt in staat tot het sluiten van bondgenootschappen. Lafontaine, die in 1999 als SPD-leider er minister van Financiën onder Gerhard Schröder aftrad en enkele jaren later uit die partij stapte, is “politiek tamelijk retro”, aldus vicevoorzitter van de SPD Ralf Stegner tegenover het dagblad Tagesspiegel en bovendien “als ‘vredesengel’ en adviseur voor politiek links in Duitsland eerder de verkeerde man op de verkeerde plaats”.

Lafontaine wees er vervolgens op dat de SPD in de afgelopen jaren de helft van haar leden een kiezers verloren heeft. “Alleen wanneer ze haar politiek fundamenteel verandert, zal ze weer kiezers voor zich winnen. Ze heeft niet alleen afbouw van sociale regelingen te verantwoorden. Ze heeft ook de het Oost- en Ontspanningsbeleid van Willy Brandt opgegeven. Duitse troepen staan aan de grens met Rusland”, aldus de oud-partijvoorzitter. Voor het overige is het asielbeleid van Die Linke volgens Lafontaine net zo verkeerd als dat van de andere partijen, aangezien het 90 procent van de asielzoekers min of meer buiten beschouwing laat: “Slechts tien procent slaagt er in naar de industriestaten te komen.”

Niet alleen de sociaaldemocraat Stegner, maar ook Groenen-voorzitter Simone Peter liet zich sceptisch tot terughoudend uit over het voorstel van de Saarlander voor een verenigende linkse beweging. Voor zoiets, aldus Peter, is niet de oprichting van een nieuwe partij nodig “maar moed en het vertrouwen van de linkse partijen in de eigen ideeën en visies van politiek en samenleving”.

Lijst Sahra Wagenknecht

Binnen Die Linke dreigt de partij-interne strijd intussen te escaleren. Der Spiegel uit onder aanhaling van Berlijnse partijkringen de speculatie dat Lafontaines voorstel vooral moet dienen om de positie van zijn wederhelft, Sahra Wagenknecht, te versterken, die als fractievoorzitter in de Bondsdag een centrale figuur in de partij-interne conflicten is. In de partij doen namelijk geruchten de rond over een ‘Lijst Sahra Wagenknecht’, die zich van Die Linke af zou kunnen splitsen. Officieel zegt Wagenknecht daarover: “Ik ben niet van plan Die Linke te splijten.”

Oppervlakkig mag dat waar zijn. Lafontaine en zijn vrouw houden de huidige partijformatie echter evident voor achterhaald en te weinig slagkrachtig. Hun inspiratie is kennelijk wat er vorig jaar in Frankrijk gebeurd is. Niet alleen stapte Emmanuel Macron uit de Parti Socialiste om zijn eigen partij te beginnen en vervolgens de presidents- en parlementsverkiezingen te winnen, ook begon Jean-Luc Mélenchon een nieuwe partij, die niet alleen zijn oude blok overschaduwde, maar in de presidentsverkiezingen ook traditioneel links overvleugelde. De nieuwszender NTV schreef op zijn website dan ook “het project ‘Emmanuel Sahra Lafontaine’ is begonnen.

Lafontaine en Wagenknecht hebben echter duidelijk meer affiniteit met Mélenchon dan met Macron. Voor 14 januari is in de hoofdstad een conferentie gepland, waar naast Lafontaine ook partijleider van La France insoumise (Onbuigzaam Frankrijk) Mélenchon zal spreken. Deze door het Bondsdaglid van Die Linke Dieter Dehm georganiseerde conferentie wordt door delen van de Bondsdagfractie zwaar bekritiseerd, omdat er geen spreker vanuit de partijtop van Die Linke in het programma is opgenomen. Opzien wekte ook het feit dat de vroeger SPD-voorzitter en voormalig minister-president van Brandenburg Matthias Platzeck als mogelijke spreker genoemd werd.

Lafontaine, dat staat buiten kijf, was steeds een politicus met een neus voor stemmingen. De politiek van de open grenzen, die nog altijd door de partijleiding gepropageerd wordt, heeft delen van de achterban van Die Linke afgeschrokken. Lafontaine wees er onlangs op dat de partij in vroegere bolwerken als zijn eigen Saarland, maar ook in de voormalige DDR sterk verloren heeft aan de AfD. Zijn echtgenote valt hem daarin bij. “Als iedereen die het standpunt ‘open grenzen voor alle mensen nu meteen’ niet deelt, direct onder verdenking wordt gesteld een racist en halve nazi te zijn, dan is een zakelijke discussie over een verstandige strategische opstelling niet meer voerbaar”, schreef Wagenknecht in een brief aan fractiecollega’s. Velen in de partij houden dit voor een vooraankondiging van haar terugtreden.

Posted on

Scherpe kritiek Oskar Lafontaine op immigratiebeleid Die Linke

In de Duitse politieke partij Die Linke gaan de zaken aanzienlijk anders toe dan in de Alternative für Deutschland (AfD), maar ook daar broeit er iets. Oskar Lafontaine, eminence grise van Die Linke en ooit minister en later kandidaat-bondskanselier van de SPD, valt de partijtop aan op zijn verkeerde opstelling in de asielcrisis.

In eerste instantie luchtte Lafontaine op zijn eigen facebook-pagina zijn hart, daarna sloeg hij alarm met een opiniestuk getiteld “Als vluchtelingenbeleid sociale gerechtigheid opheft”, dat op 27 september j.l. in het dagblad neues deutschland verscheen.

Neues Deutschland was, destijds nog met hoofdletters, het officiële blad van de SED, de staatspartij van de DDR, maar is sindsdien officieel onafhankelijk geworden van de moederpartij, die inmiddels Die Linke heet. In 2007 maakte de firma van de krant zich los van de partij, desalniettemin geldt de krant nog altijd als officieus partijblad, waarin de discoursvorming van de ‘gematigde’ vleugel, die de partij domineert en voorstander is van regeringssamenwerking met SPD en Groenen, plaats vindt.

In tegenstelling tot de kleinere, maar venijnigere, concurrent Junge Welt heeft neues deutschland echter niet alleen lezers verloren (de oplage ligt nog maar bij zo’n 30.000 exemplaren), maar ook een duidelijke inhoudelijke lijn. De aanpassing aan de links-liberale mainstream onder de kleurloze hoofdredacteur Tom Strohschneider heeft ertoe geleid dat de krant in zijn 70e levensjaar vooral één ding is: saai.

Hierin kan tenminste voor het moment verandering gekomen zijn, want Lafontaine zoekt de confrontatie, confrontatie met de meerderheid van het partijkader, waarbij hij er op rekent een meerderheid van de sympathisanten van de partij aan te kunnen spreken. In dit verband is het belangrijk om te bedenken dat grote delen van de partij een beleid voorstaan (of praktiseren) dat grote delen van het (potentiële) electoraat van de Die Linke, in het bijzonder in het oosten van het land, niet zouden blieven als ze volledig op de hoogte zouden zijn van de deels trans-Atlantische, deel anti-Duitse en compleet multiculturele opstellingen van de partij.

Keer op keer komt het zodoende tot dissonanten en conflicten, afkeer en frictie. Hierin spelen Lafontaine en zijn vrouw Sahra Wagenknecht een belangrijke rol. Het paar doet zijn best om aansluiting te vinden bij het volk, stelt zich zeg maar ‘links-populistisch’ op en wil weinig te maken hebben met wat andere invloedrijke partijkaders met de partij en met Duitsland voor hebben.

Onder het partijkader maken Lafontaine en Wagenknecht zich daarmee zacht gezegd niet tot de meest geliefde politici. De jongerenorganisatie van Die Linke heeft er bijvoorbeeld gewoonte van gemaakt om bij toespraken van Wagenknecht, die toch co-voorzitter van de Bondsdagfractie is, uit protest en bloc de zaal te verlaten. Ze zien haar als ‘dwarsfronter’ die standpunten inneemt die in de buurt komen van rechts-populisme, omdat ze de ‘geen mens is illegaal’-retoriek van de partij negeert.

Ook talrijke Landdag- en Bondsdagleden accepteren de rol van Wagenknecht en haar partner slechts tandenknarsend. Dat heeft er natuurlijk mee te maken dat Wagenknecht “onder de mensen” en in de talkshows het populairste gezicht van Die Linke is en in deze hoedanigheid ook in het oosten langzaam maar zeker populairder aan het worden is dan de oud wordende Gregor Gysi. In zekere zin heeft men Wagenknecht nodig als stemmentrekker, men werkt er tegelijkertijd echter constant aan dat zij noch haar standpunten te veel invloed krijgen in de partij.

Hetzelfde kan met betrekking tot Lafontaine gesteld worden. Hij mag dan een van de geestelijk vaders geweest zijn van de fusie van de west-Duitse WASG en de oude Linkspartei (PDS) tot Die Linke, maar zijn opvattingen vallen grotendeels samen met die van Wagenknecht. Ook vandaag de dag is hij in het Westen van Duitsland nog een van de meest prominente politici van Die Linke. Ook hij staat, op zijn laatst sinds zijn ‘Chemnitzer Rede’ in 2005, op de zwarte lijst van het dominante partijkader, is tegelijk echter geliefd bij linkse proteststemmers.

Tot zover deze kleine uitweiding over de verhoudingen binnen de partij Die Linke was nodig, om te duidelijk te maken hoe potentieel explosief het optreden van Lafontaine is. Het compromis binnen Die Linke bestond er met het oog op de Bondsdagverkiezingen van 2017 nu juist in de spagaat tussen het (deels immigratie-kritische) electoraat in het Oosten en de (vrijwel zonder uitzondering immigratie-fanatieke) partijfunctionarissenkaste in zowel het Oosten als het Westen uit te houden, door het onderwerp zo min mogelijk aandacht te schenken of met gemeenplaatsen af te doen zonder de eigen standpunten prijs te geven. Nu komt echter uitgerekend Lafontaine en schiet in de krant met scherp op de partijleiding en hun refugees-welcome-koers.

Lafontaines analyse snijdt overwegend hout, daaraan bestaat geen twijfel. Eerst laat hij de lezers duidelijk zien hoe Die Linke er bij zijn klassieke achterban tegenwoordig voor staat: Nog slechts 11 procent van de werklozen stemden op Die Linke (AfD 22) en slechts 10 procent van de arbeiders (AfD 21). Hij duidt de overstap van die kiezers naar de rechtse concurrent als signaal dat Die Linke het thema van de sociale gerechtigheid uit het oog is verloren of concreter: het thema van de sociale gerechtigheid voor de autochtonen.

De ervaring in Europa leert: Als deze mensen zich niet meer door linkse resp. sociaaldemocratische partijen vertegenwoordigd voelen, kiezen ze in toenemende mate voor rechtse partijen.

Dat klopt inderdaad en het bewijs daarvoor ligt in verschillende landen voor het oprapen. In Oostenrijk bijvoorbeeld waar zo’n 70 procent van de arbeiders niet meer de voorkeur geeft aan de SPÖ (of de communistische KPÖ), maar aan de FPÖ. En ook in Frankrijk, het klassieke politieke laboratorium van Europa ziet men tendensen dat een sociaal gevoelige rechtse partij succesvol meerderheden onder de arbeiders en de werkzoekenden kan verwerven, terwijl links zich met urbaan-kosmopolitische minderhedenthema’s bezig houdt.

Lafontaine werpt ook nog eens een kritische blik op de ‘nieuwe Duitsers’. Alleen een bepaalde laag slaagt er in “duizenden euro’s op te brengen, waarmee men de smokkelaars kan betalen om naar Europa en vooral naar Duitsland te komen”, terwijl de werkelijk noodlijdenden in hun land van herkomst moeten blijven:

Miljoenen oorlogsvluchtelingen vegeteren in de kampen, nog eens miljoenen mensen hebben helemaal geen kans om hun land vanwege honger en ziekte te verlaten. Men helpt onbetwist veel meer mensen, wanneer men de miljarden die een staat uitgeeft om het lot van de armsten van deze wereld te verbeteren ervoor gebruikt om het leven in de kampen gemakkelijker te maken en honger en ziekte in de armoedige gebieden te bestrijden. En wanneer men de miljarden die voor interventieoorlogen en uitrusting uitgegeven worden eveneens ervoor gebruikt om de armsten in de wereld te helpen, dan zou veel goeds bewerkt kunnen worden.

Ook hier verdient Lafontaine bijval. Hulp ter plaatse zou veel duurzamer zijn en bovendien bewerkt een euro daar meer dan een euro hier. Ook de kritiek dat interventieoorlogen en wapendeals juist niet de mensen in nood helpen, maar veeleer andere actoren (de wapenindustrie, investeerders, staten etc.) valt niet te bestrijden.

Het lijkt er in ieder geval op dat kort na de verkiezingen het compromis binnen Die Linke geen stand meer houdt, want Lafontaine laat het hier niet bij:

Het ‘vluchtelingenbeleid’ van de terecht afgestrafte ‘vluchtelingen-kanselier’ Merkel was volstrekt ongeloofwaardig, omdat hij vermeende medelijden met de oorlogsvluchtelingen haar er niet van weerhield via de Golf-emiraten wapens aan de jihadisten te leveren en deel te nemen aan de bombardementen van Syrië, die de mensen op de vlucht dreven.

Deze in essentie juiste uitspraken bergen een geweldige explosieve kracht in zich voor Die Linke. Niet zozeer omdat het geleidelijk steeds meer in de partij post vattende transatlanticisme met het bijbehorende bellicisme impliciet gegeseld wordt. Maar vooral omdat Lafontaine zowel het vluchtelingenbeleid van de regering direct aanvalt als ook bondskanselier Merkel zelf, die met name in de hippe, grootstedelijke linkse kringen tenminste op enige sympathie kon rekenen vanwege haar keuze de grenzen open te houden, steekwoord ‘Wilkommenskultur’.

Een linkse partij mag bij de hulp aan mensen in nood het principe van de sociale gerechtigheid niet buiten werking stellen. Wie bij arbeiders en werklozen zo weinig steun vindt (en dat was in 2009 nog anders!), moet er eindelijk eens over nadenken waar dat aan ligt. Daar helpt ook geen verwijzing naar urbane klassen – waartoe bij mijn weten ook arbeiders en werklozen horen, die merkwaardig genoeg altijd door diegenen als alibi gebruikt wordt, die bij hun verkiezingscampagneactiviteiten in de stedelijke centra in ieder geval bij een handje vol partijleden weerklank vinden.

Deze conclusie kon niet treffender zijn en toch hoeft men zich bij de AfD geen zorgen te maken. Een koerswijziging van Die Linke en het bijbehorende milieu in deze zin is niet te verwachten. Lafontaine ontbeert slagkrachtige netwerken in de partij. Zijn koers, die meer solidariteit met autochtonen en minder fanatisme voor de vluchteling als nieuw revolutionair subject als linkse heilsgestalte impliceert, zal dientengevolge weinig weerklank vinden bij het partijkader. De partijleiding heeft veeleer het tegenovergestelde in de zin.

Het is dan ook geenszins toevallig dat slechts een dag na Lafontaines stuk niemand minder dan Gregor Gysi een repliek in neues deutschland publiceerde. Meer dan de helft van de tekst is niets dan ijdel gezwets. Lafontaine wordt de les gelezen over hoe gul Gysi steeds naar hem geweest is en hoeveel geduld hij met hem geoefend heeft. Pas in het laatste stuk gaat Gysi inhoudelijk op Lafontaine in:

Is ons vluchtelingenbeleid werkelijk sociaal onrechtvaardig? [..] De toenemende stroom aan vluchtelingen is ook uitdrukking van de extreem verschillende sociale ontwikkelingen op de continenten. De oorzaken zijn divers. Oorlog leidt evenzeer tot vluchtelingen als honger, nood, lijden en milieurampen. Juist diegenen die een weinig bezit hebben, vrezen het te verliezen en gebruiken het om te vluchten. Hij zijn ongetwijfeld niet de armsten, maar arm zijn ze niettemin. Welke weg moeten we begaan? Die van de CSU? Moeten we werkelijk bovengrenzen eisen, nationaal egoïsme prediken. Zou dat linkse politiek zijn? [..]

We moeten aan de kant van de zwakken en het midden in de samenleving, overigens ook in de economie staan. Dat is onze opgave. De vluchtelingen zijn zwak, bij ons zelfs de zwaksten, om tegen hen te kiezen zou mijns inziens verraad betekenen aan ons sociale en humanistische uitgangspunt.

De bepalende alinea is de laatste. Hij laat in de kern zien hoe concept- en planloos de grenzen-open-voor-iedereen-opstelling van links ten aanzien van de dubbele uitdaging van massaimmigratie en het ontstaan van de Duitse neerwaartse-sociale-mobiliteitssamenleving is. Het verliest zich in gemeenplaatsen, die misschien nog voldoen voor gevoelsmatig linkse pedagogiek-bachelorstudenten uit Berlijn-Friedrichshain of Leipzig-Connewitz.

De arbeider of de werkloze daarentegen, die in zijn concrete materiële situatie niet door abstract-humanistische stellingen, hoe menselijk ook verpakt, aangetrokken worden, maar wil weten hoe concreet een verbetering van zijn individuele situatie alsmede die van de samenleving als geheel er uit kan zien – zo’n persoon zal er geen genoegen mee nemen dat hij kennelijk niet meer zo belangrijk is voor zijn linkse partij omdat er nu naar verluidt nog zwakkeren zijn (die op grond van het open-grenzenbeleid van Merkel, die door veel linkse politici slechts als opstapje naar nog meer immigratie gezien wordt, überhaupt in deze hoeveelheden ten tonele verschenen).

De sociale belangen van het precariaat, de uitzendkrachten, de werklozen, de wegbezuinigden, de overtolligen, de latent of openlijk door neerwaartse sociale mobiliteit en onzekerheid bedreigden (en deze opsomming omvat een steeds groter deel van de Duitse samenleving) vormen een interessant terrein waarop de AfD zich in toenemende mate zou kunnen begeven zonder dat ze daar met serieuze concurrentie hoeft te rekenen, aangezien het verkosmopoliteerde links, waaronder dus ook Die Linke, het uur van de sociale gerechtigheid, van de duidelijke stellingname, van de aansluiting bij de arbeidersklasse, kortom: het uur van het populisme uit ideologische en moralistische motieven aan zich voorbij heeft laten gaan.

Dat uur is nu aangebroken, maar de kwesties zullen in de toekomst nog aan belang winnen, naarmate de crises verergeren; noch de kredietcrisis, noch de eurocrisis, noch de migratiecrisis is immers fundamenteel aangepakt. En alleen die laatste bergt voor Die Linke al het gevaar in zich van een ernstige interne crisis met het risico van een afscheid van Lafontaine en Wagenknecht of een eventuele afsplitsing. Terwijl Lafontaine en Gysi discussiëren over voor wie en met wie ze eigenlijk een sociaal beleid willen voeren, loopt Die Linke een reëel risico om juist in zijn oost-Duitse stamland nog meer kiezers aan de AfD te verliezen en op termijn zelfs overbodig te worden. Lafontaine trekt aan een dood paard.