Posted on

Is er nog een toekomst voor christenen in Irak?

Vier jaar na de inval van IS in Irak trok onderzoeksjournalist Jens De Rycke in samenwerking met VOS Vlaamse Vredesvereniging naar Noord-Irak om te zien wat de toestand daar is voor de Iraakse christenen en of zij nog een toekomst in hun thuisland hebben. 

De kerk in het Oosten heeft gedurende haar hele geschiedenis al te maken gehad met onderdrukking en vervolging maar het afgelopen decennium was rampzalig voor het christendom in Irak. Voor de Amerikaanse invasie van 2003 leefden er nog ongeveer 1.5 miljoen christenen in Irak. Vijftien jaar laten is daar ongeveer 2/3 van verdwenen. Het verwijderen van de dictator Saddam Hoessein bracht het land in een toestand van chaos waarbij de etnische en sektarische spanningen losbarstten die zorgden voor een spiraal van geweld en terreur. Bomaanslagen door extremistische organisaties zoals Al-Qaida viseerden o.a. de christelijke gemeenschap en creëerden met hun terreur een angstklimaat. Deze terreurgolf was de voornaamste reden waarom veel christenen vanuit de Iraakse grootsteden zoals Bagdad en Mosoel vluchtten naar de christelijke dorpen op de vlakte van Nineveh die op dat moment een veilige haven waren.  Maar dat alles veranderde toen IS in 2014 de stad Mosoel veroverde en nadien ook de vlakte binnenviel. Dorpen en kerken werden verwoest en ook deze keer moesten de christenen van Irak vluchten voor terreur.

Was het voor de christenen dan allemaal beter tijdens het tijdperk van dictator Saddam Hoessein? De rode draad in mijn interviews ter plaatse was dat niemand met heimwee terugkeek naar het tijdperk Saddam. Veel Irakezen – zowel christenen als personen uit andere gemeenschappen – stierven in zijn zinloze oorlogen alsook door zijn vervolgingen. Zo werden bijvoorbeeld naast Koerden ook veel Iraakse christenen slachtoffer van de Anfal-genocide. Maar ze maakten wel een belangrijke kanttekening bij zijn bewind: Saddam viseerde individuen en niet de christenen in het algemeen als geloofsgemeenschap. Zijn bewind was wreed en onderdrukkend maar zorgde daarnaast ook voor een zekere interne stabiliteit. En het is vooral deze stabiliteit waar naar terug wordt verlangd.

Is er een toekomst voor hen?

Het Amerikaanse leger is erin geslaagd te doen wat anderhalf millennium islamitische vervolging niet is gelukt. Het christendom in Mesopotamië bevindt zich in een ernstige toestand en kan zelfs deze eeuw nog verdwijnen. Vaak wordt de hedendaagse toestand voor christenen vergeleken met de Mongoolse invallen en de daaropvolgende vervolging in de 13de eeuw. Dit was naast de Ottomaans/Koerdische genocide van begin 20ste eeuw één van de grootste rampen in de geschiedenis van de Oosterse kerk. Maar wat is dan nu het verschil met deze dramatische periode en andere vergelijkbare periodes van vervolging uit het verleden?

Het antwoord daarop zijn de moderniteit en het globalisme. De mogelijkheid om buiten de eigen regio te vluchten heeft een andere dimensie gegeven aan de emigratie van (christelijke) vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Christenen vluchten nu niet meer (of in veel mindere mate) binnen de regio om zich elders in de regio te vestigen of om later terug te keren. Als ze er de mogelijkheid toe hebben vluchten ze nu buiten de regio en dan vaak naar westerse landen. De reden hiervoor is duidelijk: het Westen wordt bij hen nog steeds met het christendom geassocieerd en dus als een plaats gezien waar zij welkom zijn. Een plek waar zij zonder angst voor vervolging openlijk hun geloof kunnen belijden. De teleurstelling om te zien dat de huidige seculiere westerse maatschappij ver van hun denkbeelden staat is dan ook groot bij veel lokale oosterse kerkgemeenschappen wanneer ze zich eenmaal hier vestigen. Daarnaast worden ze in de buurten waar ze terecht komen ook vaak geconfronteerd met dezelfde islamitische gemeenschappen die ze trachtten te ontvluchten.

Een Midden-Oosten zonder christenen?

Als ik al de individuele verhalen hoor kan ik niets anders dan begrip opbrengen voor de redenen waarom deze christenen de regio ontvluchten. En het is dan niet meer dan begrijpelijk dat we hen om humanitaire redenen willen helpen door hen de conflictgebieden van het Midden-Oosten te helpen ontvluchten. Maar onbewust voeren we op deze manier ook de agenda uit van religieuze extremisten die een Midden-Oosten zonder christenen en andere religieuze minderheden willen creëren.

[pullquote]Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen.[/pullquote]

Als we het christendom in het Midden-Oosten willen helpen overleven zullen we voor hen duidelijker in de regio iets moeten betekenen door hen ter plaatse meer te helpen. De emigratiecijfers van de christenen zullen zich waarschijnlijk op een bepaald moment stabiliseren. De personen die wilden en konden vertrekken zijn weg.  Zij die de financiële middelen voor emigratie niet hebben of er bewust voor kiezen om te blijven zullen de christelijke gemeenschap in Irak vertegenwoordigen. Een kleinere kudde die met grote uitdagingen zal worden geconfronteerd. Enerzijds zullen ze in hun land met economische instabiliteit en conflicten blijven worden geconfronteerd. Daarnaast proberen de Koerden hen met discriminerende wetgeving en door middel van demografische druk van hun landen te verdrijven. Daarenboven blijft zelfs na de nederlaag van IS het gevaar dat religieuze extremisten de gemeenschap zullen blijven viseren.

Wat is er dan nodig om hen een toekomst te bieden? Vrede en stabiliteit zijn alvast een eerste voorwaarde.  En hiermee wil ik niet als een naïeve vredesactivist klinken die de dynamiek van het Midden-Oosten en de heersende machtsconflicten niet kent maar wil ik wel een oproep lanceren aan onze politici. Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen. De grootste slachtoffers van deze chaos zijn vaak ook de religieuze minderheden. Maar zelfs na de invasie van Irak werd deze les niet geleerd. Zo getuigt het beleid ten aanzien van Syrië…

Irakese en Syrische christenen

Het is politiek correcter om Irakese christenen te verdedigen dan Syrische christenen, maar in beide landen zijn ze slachtoffer van oorlogsgeweld. Beide zijn ze slachtoffer van vervolging door islamitische extremisten. Maar dan met het verschil dat veel Syrische christenen – omdat velen uit zelfbehoud de Syrische regering steunen – volgens sommigen niet dezelfde slachtoffer-status kunnen opnemen als hun geloofsbroeders in Irak. Uiteraard speelt hierin een geopolitieke dimensie mee. Extremistische soennitische groeperingen werden in Syrië door het Westen gesteund om een regimewissel te bewerkstelligen tegen dictator Bashar al-Assad. Dus werden de (oorlogs)misdaden die door deze extremisten ten aanzien van christenen en andere religieuze minderheden in Syrië werden uitgevoerd gebagatelliseerd. Of er werd de andere kant opgekeken…

Vorig jaar vroeg staatssecretaris Theo Francken tijdens de Paasviering bij de Assyrische gemeenschap in Mechelen om aandacht voor de christenen in de Syrische stad Mhardeh nabij Hama. Zij worden nog steeds door Jaysh al-Izza – een ‘gematigde’ soennitische rebellengroepering – met door de Amerikanen geleverde anti-tank raketten belegerd. Maar als hij tegelijkertijd tweetend juicht over de Amerikaanse luchtaanvallen in Syrië dan klopt zijn positie niet. In 2017 was de Amerikaanse luchtaanval in Homs één van de redenen waarom deze ‘gematigde rebellen’ een offensief tegen dit christelijke stadje konden uitvoeren. Politici die willen opkomen voor de christenen in het Midden-Oosten moeten zich dus afzetten tegen de nefaste westerse interventies die de regio destabiliseren. Wie wil bouwen aan een toekomst voor de christenen in deze regio zal een stem voor vrede moeten zijn.

‘Hungary helps’

Daarnaast hebben ze ook directe steun nodig om te blijven. De Koerdische en Iraakse autoriteiten helpen niet met het herbouwen van hun kerken en steden. Zij hebben dus onze steun nodig om dit samen met hen te doen. In het christelijke stadje Teleskuf zag ik tussen de nieuwbouw en de ruïnes van de vernielde gebouwen affiches met ‘Hungary helps’. Maar nergens zag ik in de dorpen die ik bezocht iets vergelijkbaars van een ander Europees land. Westerse landen bombardeerden deze plaatsen om IS te verdrijven en het is dan ook ontzettend jammer om te zien dat het Westen de ruïnes die ze heeft gecreëerd niet helpt weer op te bouwen.

Met het opnieuw opbouwen van kerken valt geen geld te verdienen en wapenhandel is voor veel politici lucratiever dan ontwikkelingshulp. Daarbij voelt voor de geseculariseerde elite van West-Europa steun aan christenen niet correct aan omdat ze Europeanen aan hun culturele wortels herinnert. Maar wie wel wil dat het christendom in de 21ste eeuw niet uit het Midden-Oosten verdwijnt moet zelf actief steun bieden. Help hen hun vernielde huizen en kerken weer op te bouwen, oefen druk uit op regeringsleiders om discriminerende wetgeving op te heffen en zorg voor economische ondersteuning zodat zowel zij als hun kinderen in hun thuisland een toekomst kunnen opbouwen.

VOS heeft een tentoonstelling gemaakt van het materiaal dat Jens De Rycke op zijn reis naar Irak verzamelde. Wij hopen u te mogen ontvangen bij de opening van deze tentoonstelling op zondag 7 oktober 2018 om 11.30u. in de Sint-Pieters-en-Pauluskerk (Veemarkt 44, 2800 Mechelen), na de misviering van de Chaldeeuwse gemeenschap. De tentoonstelling zal vervolgens nog tot 11 november 2018 te bezoeken zijn.

Posted on

Waarom de ‘Noord-Syrische’ staat er niet zal komen

Op dinsdag 10 april jongstleden was er op het initiatief van ‘Sallux’, de denktank van de pan-Europese partij ECPM, een conferentie plaats onder de naam ‘A future for democracy in Syria’.

Meer specifiek ging het over de toekomst van DFNS, Democratic Federation of Northern Syria. Een bestuur dat zichzelf heeft gevormd in het Noord-Oosten van Syrië. In dit gebied leven Koerden, Assyriërs, Turkmenen, Syriërs, … en staat onder controle van de Syrian Democratic Forces. Zij vroegen aandacht voor de humanitaire crisis die dankzij de Turkse agressie (Afrin, Idlib,…) is ontstaan.

In het panel zaten onder ander Branislav Skripek (ECR-fractie Europees Parlement), Sanharib Barsom (Co-president van DFNS), Sanharib Barsom (Co-president van het kanton Jazira) en een aantal leden van de bestuursraad van DFNS. Het Geopolitiek Instituut Vlaanderen – Nederland was uitgenodigd op dit congres.

De vragen gingen om een halt toe te roepen aan de Turke militaire interventie in de regio, te helpen aan de heropbouw van de regio, een zetel bij de VN, hulp bij het onderwijs en hulp voor een veilige terugkeer van vluchtelingen. Buiten ogenschijnlijk nobele doelstelling rest de vraag wat de slaagkansen zijn van een zelfstandige regio in het Noordoosten van Syrië.

Turkse agressie

Het Turkse militaire offensief is nog volop bezig, en de vraag is of ze bij de Europese Unie gehoor krijgen op hun vraag om deze interventie te stoppen. De Europese Unie is natuurlijk al lang specialist in met een moreel vingertje te wijzen als het gaat om landen te veroordelen. Maar handelen is nog iets anders, laat staan dat ze militair iets gaan doen om het Turkse leger tegen te houden.

Bovendien heeft de EU Turkije momenteel nodig. De honderdduizenden vluchtelingen die zich momenteel in Turkije bevinden, zouden geen goed nieuws zijn voor de publieke opinie in Europa, als die plots richting het Europese continent zouden komen.

De grootmacht die wel een rol van betekenis zou kunnen spelen, of moeten spelen voor de Syrian Democratic Forces, zijn de Verenigde Staten. Echter heeft Afrin al wel bewezen dat wanneer NAVO-bondgenoot Turkije in het spel komt meespelen, de bescherming wegvalt voor de Koerdische milities. Als de Verenigde Staten moeten kiezen tussen Turkije en DFNS gaan de VS niet riskeren dat Turkije zich verder afkeert van de NAVO.

De Amerikanen hebben de Koerden met andere woorden gebruikt voor hun eigen geopolitieke doeleinden, terwijl de Koerden het tegenovergestelde dachten te kunnen doen. Eerst heette het immers dat de Amerikanen de SDF (die in feite vooral bestaan uit de aan de PKK gelieerde YPG)  slechts ondersteunden in de strijd tegen ISIS, maar nu lijkt het er op dat de Amerikanen zich ingegraven hebben met ettelijke militaire bases. De Koerden dachten van de strijd tegen ISIS gebruik te kunnen maken om een veel groter gebied dan het traditionele vestigingsgebied van de Koerden in Syrië te bezetten. So far so good, maar nu Turkije in het spel komt, kan men niet zonder meer op Amerikaanse ruggensteun rekenen.

Onzekere toekomst

Zolang de militaire veiligheid niet gegarandeerd is, kan er moeilijk sprake zijn van heropbouw. Op de lange termijn is een conflict tussen Syrië, dat zich vermoedelijk niet zal neerleggen bij een onafhankelijk DFNS, niet uit te sluiten.

De situatie is ook niet vergelijkbaar met Noord-Irak, waar er Irakese troepen mee de bescherming opnemen voor de Koerden. Een rechtstreekse bescherming van Syrië, en vooral van bondgenoten Rusland en Iran, zouden Turkije mogelijk wel een voorzichtigere houding doen aannemen.

Tegen welke prijs zouden de Verenigde Staten en de Europese Unie een onafhankelijk DFNS willen faciliteren is dus maar de vraag. Zeker gezien ze beide voorlopig geen openlijk militair conflict riskeren met zowel Turkije als Rusland. Turkije heeft de afgelopen jaren meer toenadering gezocht met  Rusland. Die Russen hebben al eerder laten zien, na het incident met een neergeschoten vliegtuig, dat ze de nodige druk kunnen opleggen aan Turkije. Turkije zal niet gratis uit Syrië vertrekken, maar de Russen maken zich op termijn minder druk om de Turken dan om een blijvende aanwezigheid van Amerikaanse troepen. Het is niet voor niets dat er voortdurend gesprekken plaatsvinden tussen Moskou, Teheran en Ankara.

Een nieuwe staat lijkt ondenkbaar

Bovendien is de erkenning van DFNS niet zomaar een gegeven. Er is geen enkel mandaat gegeven door een verkiezing en een referendum, laat staan sprake van een degelijk staatsapparaat, en de buurlanden staan er niet op te wachten.

Er lijkt ook geen legitieme basis te zijn voor het oprichten van een nieuwe staat. Hoewel in de naam Democratic vermeld staat, is er geen sprake van een democratische afscheiding die erkend kan worden. Er is enkel de militaire situatie dat een militie daar grotendeels de macht tijdelijk in handen heeft. Dit tijdelijke zal vluchtig weg zijn als de Verenigde Staten hun troepen terugtrekken uit Syrië.


Het Geopolitiek Instituut Vlaanderen Nederland (GIVN) houdt op zaterdag 5 mei aanstaande in Leuven een congres onder het thema ‘Wereld in conflict? Weg naar stabiliteit’, waar onder andere pater Daniël Maes zal spreken over de heropbouw van Syrië na 7 jaar oorlog.

Meer informatie is te vinden op facebook of op de website van het GIVN.

Lees ook onze interviews met respectievelijk pater Daniël Maes en Sacha Vliegen, voorzitter van het GIVN:

Posted on

Is oorlog met Iran nu onvermijdelijk?

Met zijn verklaring afgelopen vrijdag, dat de kerndeal met Iran niet in het Amerikaanse nationale belang zou zijn, heeft president Donald Trump de Verenigde Staten mogelijk op de weg naar oorlog met Iran gezet.

Het is in ieder geval gemakkelijker om te voorzien welke botsingen er aan zitten te komen dan hoe we weer van deze weg af komen voor het schieten begint. Na het ‘decertificeren’ van het nucleaire akkoord, destijds getekend door alle vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad, gaf Trump het Congres 60 dagen de tijd om de sancties opnieuw op te leggen die het ophief toen Teheran het akkoord ondertekende. Als het Congres die sancties niet opnieuw oplegt en het akkoord de nek omdraait, dreigt Trump dat zelf te doen.

Waarom? Heeft Iran de bepalingen van het akkoord geschonden? Vrijwel niemand stelt dat – niet de nucleaire inspecteurs van de VN, noch de NAVO-bondgenoten, noch zelfs Trumps eigen nationale veiligheidsteam.

Iran heeft al zijn 20 procent verrijkt uranium het land uit verscheept, de meeste van zijn centrifuges uitgeschakeld en verstorende inspecties van alle nucleaire faciliteiten toegestaan. Zelfs voor het akkoord zeiden 17 Amerikaanse inlichtingendiensten al dat ze geen bewijs konden vinden voor een Iraans kernwapenprogramma. Als Iran een bom gewild had, had Iran allang een bom gehad.

Het blijft echter een staat zonder kernwapens om een eenvoudige reden: De vitale nationale belangen van Iran schrijven dat voor. Als de grootste sjiitische natie, met 80 miljoen mensen, onder de meest ontwikkelde in het Midden-Oosten, is Iran voorbestemd om de dominante macht aan de Perzische Golf te worden. Maar op één voorwaarde: Dat het de grote oorlog met de Verenigde Staten weet te vermijden die Saddam Hoessein niet wist te vermijden.

Iran heeft ieder kernwapenprogramma dat het had afgeblazen omdat het niet het lot van Irak wil delen, om aan stukken geslagen te worden tot Perzen, Azeri’s, Arabieren, Koerden en Beloetsjen, zoals Irak door de Amerikanen in soennieten, sjiieten, Turkmenen en Koerden uiteen werd geslagen.

Teheran wil geen oorlog met Amerika. Het zijn de oorlogspartij in Washington en haar Midden-Oosterse bondgenoten – Bibi Netanyahu en het Saoedische koningshuis – die er naar hongeren dat de VS zich ermee bemoeien en Iran de grond in slaan. En zo ontvouwt zich dan de strijd in het Congres over het al of niet de nek omdraaien van het akkoord met Iran als een cruciaal punt in het presidentschap van Trump.

Maar al eerder doemen er mogelijke botsingen met Iran op. In het oosten van Syrië, staan de door de VS ondersteunde en door de Koerden geleide Syrische Democratische Krachten (SDF) op het punt Raqqa te veroveren op ISIS. Maar ondertussen is het Syrische leger op weg om Deir Ezzor te gaan veroveren, de hoofdstad van de provincie waardoor de weg loopt die Bagdad met Damascus verbindt. De verovering van Deir Ezzor door Bashar al Assads leger zou er voor zorgen dat de weg van Bagdad naar Damascus en Hezbollah in Libanon open blijft. Als de VS echter van plan zijn om de SDF te gebruiken om het grensgebied zelf in handen te krijgen, dan kon dat wel eens lijden tot een openlijk gevecht met het Syrische leger, sjiitische milities, Iraanse troepen en misschien zelfs de Russen. Moeten we dat wel willen?

In Irak is het nationale leger bezig om de olierijke provincie Kirkoek en de gelijknamige hoofdstad daarvan veilig te stellen. De Koerden hadden Kirkoek ingenomen nadat het Iraakse leger vluchtte voor de invasie van ISIS. Waarom trekt een door de Amerikanen getraind Iraaks leger op tegen een door de Amerikanen getraind Koerdisch leger?

De Koerdische regionale overheid stuurt aan op secessie. Dit heeft alarmbellen doen afgaan in zowel Turkije en Iran als in Bagdad. Een onafhankelijk Koerdistan zou als een magneet kunnen werken op Koerden in die beide landen. Het Iraakse leger trekt Kirkoek binnen om te voorkomen dat het afgesneden wordt van Irak in een burgeroorlog of secessie door de Koerden.

Waar staat Iran in dit alles? In de oorlog tegen ISIS, waren ze de facto bondgenoten. Want ISIS is net als Al Qaida soennitisch en haat sjiieten even zeer als christenen. Maar als de VS van plan zijn de SDF te gebruiken om de Iraaks-Syrische grens onder hun controle te brengen, dan jagen ze daarmee Syrië, Iran, Hezbollah en Rusland tegen zich in het harnas. Zijn de VS bereid tot een dergelijke confrontatie?

Wij Amerikanen worden geconfronteerd met een aantal nieuwe realiteiten. De mensen die de toekomst van het Midden-Oosten gaan bepalen, zijn de mensen die daar wonen. En onder deze mensen zal de toekomst bepaald worden door hen die het meest bereid zijn om – nog jaren en in aanzienlijk aantallen – te vechten, bloeden en sterven om die toekomst te realiseren. Wij Amerikanen echter gaan niet nog een leger sturen om nog een land te bezetten, zoals we deden met Koeweit in 1991, Afghanistan in 2001 en Irak in 2003.

Bashar al Assad, zijn leger en luchtmacht, gesteund door Vladimir Poetins luchtmacht, de Islamitische Revolutionaire Garde van Iran en Hezbollah hebben de Syrische burgeroorlog gewonnen omdat ze meer bereid waren te vechten en te sterven om die te winnen. Zij hadden daar dan ook een veel groter belang bij dan wij Amerikanen. Wij wonen daar niet. Slechts weinig Amerikanen weten wat daar aan de hand is. Nog minder interesseert het.

Onze oude bondgenoten in het Midden-Oosten willen vanzelfsprekend dat wij hun 21e-eeuwse oorlogen uitvechten, zoals de Britten ons inschakelden om hun 20e eeuwse oorlogen te helpen uitvechten. Maar Donald Trump werd niet gekozen om dat te doen. Of dat dachten sommigen van ons toch.

Posted on

Winternachten: Politiek-correct wensdenken en de hardnekkige realiteit

Afgelopen weekend was ik met een vriend bij het Haags literatuurfestival “Winternachten”, georganiseerd door Writers Unlimited; hier komen schrijvers en dichters over hun vak spreken, vaak in relatie tot de actualiteiten. In het verleden had dit festival een breed profiel, Portugees-Afrikaanse muziek en diepte-interviews met onderzoeksjournalisten werden afgewisseld met documentaires over PUAs en cocktails. Tegenwoordig ligt de nadruk meer op opinie.

In het eerste evenement ging Tommy Wieringa op de bank bij de Vlaamse psychiater Damiaan Denys. De crux was dat Wieringa niet zichzelf uitbeeldde, maar Nederland: Nederland lag op de sofa. Volgens Wieringa was Nederland neerslachtig, en stond het een diepe depressie “zoals aan de overkant van de oceaan” te wachten – daarmee doelend op Trump. Voor ik naar Winternachten ging, vreesde ik al dat dit festival volledig in het teken van Trump zou staan, omdat het festival een wat linkse-signatuur heeft en Trump is – na de val van de Berlijnse muur in 1989 – de grootste, ideologische schok, die naoorlogs links ooit heeft doorgemaakt. Juist om die reden was het festival erg interessant. Wieringa stelde dat Nederland zich in een leegte waant, net als het hele Westen eigenlijk. Hij refereerde aan de voor hem merkwaardige D66 verkiezingsslogan “En nu vooruit!” “Maar waarheen dan?”, aldus Wieringa tot groot vermaak van de zaal. Dit was de eerste les van de avond: er is maar één weg naar vooruitgang en die loopt i.i.g. niet via types als Trump (of populisten). Het staat voor Wieringa vast, dat Trump tot achteruitgang zal leiden: “archaïsch regressieve krachten”.

Vervolgens was Bas Heijne aan het woord, met het groepsgesprek “The return of Sultans & Tsars?”. Hierin werden de Turkse journaliste Ece Temelkuran en de Russische schrijvers Michaïl Sjisjkin en Sana Valiulina geïnterviewd over het intellectuele leven onder autoritaire leiders. Allen waren woonachtig in Europa. Volgens Sjisjkin en Valiulina is Poetin een dictatoriaal figuur en zijn Russen doodsbang om tegen hem in te gaan. Temelkuran ging opvallend weinig in op Turkije en Erdogan, ze richtte haar peilen vooral op Trumps verkiezing. Erg jammer, omdat je zou denken dat de islamisering van Turkije toch een van de beste voorbeelden is van wat Wieringa eerder op de avond “archaïsch regressieve krachten” noemde. Temelkuran merkte wel op dat er in de mens een oer-behoefte lijkt te zijn om achter een sterke leider aan te lopen. Zelfs als buitenstaanders waarschuwen, dat die sterke leider een natie naar de vernieling zal helpen. Het appèl aan de stam maakt een tribalisme los waar weinig mensen tegen bestand zijn, behalve intellectuelen natuurlijk. Temelkuran insinueerde dat dit nu ook in de VS gaande is.

Sjisjkin reageerde instemmend. “Mijn vader leefde tot 1989 in een wereldmacht die het fascisme overwonnen had”, vervolgens “kreeg hij brood van de Duitsers tijdens de Russische Hongerwinter”; “hij moest huilen van vernedering”. Sjisjkin stelde dat mensen als zijn vader de nationale grootsheid prefereerden boven vrijheid, zelfs als dat armoede betekent. De interessantste observatie werd overigens door Heijne zelf gemaakt. Heijne stelde de vraag: “het lijkt wel alsof identiteit, nationalisme, groepsgevoel, etc. boven universalisme gaan”. Heijne herontdekte hiermee Huntingtons observatie van botsende beschavingen, en scherpte die deels aan. Huntington stelde slechts, dat universalistische claims van de Westerse beschaving niet gedeeld worden door de andere grote beschavingen; islam, orthodoxie, China, Japan, India en Afrika. Heijne bemerkt dat bij Trump en Europese populisten universalisme ook afwezig is: ze willen opkomen voor hun eigen land, aan grote idealen hebben ze geen boodschap. De tweede les van de avond: politieke vooruitgang gaat via abstracties en progressieve idealen, niet via het nastreven van cohesie of nationale belangen.

De derde bijeenkomst “IS: Het Weerwoord” werd geleid door Hassnae Bouazza, Marokkaans-Nederlands publiciste. Zij had drie gasten uitgenodigd: schrijver Arnon Grunberg, oorlogscorrespondent Frank Westerman en de video-artieste Beri Shalmashi. Het ging er in dit gesprek om IS te ontmantelen, maar dan niet met legers en bommen. IS moest intellectueel verslagen worden; in Grunbergs woorden “ze zullen binnen 15 jaar inzien dat IS ze niets te bieden heeft, net als de Baader-Meinhof-Groep dat niet had”. Een vrij arrogant standpunt, aangezien islamitische fundamentalisten heilig overtuigd zijn van hun gelijk en bereid zijn daarvoor te sterven. Dat waren ze 16 jaar geleden ook al trouwens – zo lang is 9/11 inmiddels namelijk alweer geleden. Dat was weliswaar niet IS, maar al-Qaida, maar maakt dat wat uit? Islamitisch geweld komt uit dezelfde bron. Alhoewel Bouazza een in de basis interessant gesprek leidde, lukte het haar helaas niet om er een coherent groepsgesprek van te maken. Het gesprek leidde niet echt tot een conclusie.

Waarschijnlijk kwam dat door Frank Westerman, dikwijls nam hij het woord en kwam dan met allerlei persoonlijke verhalen op de proppen. Interessante verhalen wellicht, maar het voegde niet veel toe aan de kernvraag: hoe vernietig je IS-idealen? Arnon Grunberg vond ridiculisering een goede optie. Alhoewel dat een verstandig idee is, verbaast mij deze opmerking van Grunberg. Grunberg trekt namelijk dagelijks in zijn Volkskrant-minicolumn “Voetnoot” hard van leer tegen iedereen, die de islam ridiculiseert. Kritiek op de islam beschouwt Grunberg steevast als kritiek op moslims en kritiek op moslims staat voor hem gelijk aan discriminatie van minderheden. Om die reden ridiculiseert hij islamcritici veel vaker dan islamfanatici. Wellicht werpt Grunberg een rookgordijn op en wil hij op een cryptische manier islamcritici prikkelen om nóg betere islam-kritische argumenten te bedenken? Tot dusver kon geen enkele kritiek of criticus hem bekoren.

Beri Shalmashi wilde IS’ videoboodschappen zélf uithollen door al hun dreigende taal en symboliek te deconstrueren. Zo merkte ze op dat, nadat Mosoel strijders uit Europa verwelkomde, de potten pindakaas en Nutella al snel uitverkocht waren; “de Peshmerga strijden op water en brood”. De intentie is natuurlijk om Syriëgangers als verwesterder te omschrijven dan ze zich zelf realiseren. Jammer genoeg voor Shalmashi, het Nutella-verhaal is fakenews. Waarschijnlijk is dit Nutella-verhaal de wereld ingekomen, omdat mensen zich niet voor konden stellen, dat IS vrouwen aantrok. Vrouwen die zich vrijwillig bij IS aansluiten, dat staat zó haaks op het linkse wereldbeeld dat de waarheid niet waar mag zijn.

Frank Westerman stelde voor om de Nederlandse aanpak te gebruiken voor IS, zoals ten tijde van de Molukse treinkaping. In plaats van soldaten moeten er psychiaters gestuurd worden naar IS, want “die kunnen luisteren”. En psychiaters kunnen terroristen aanzetten “tot het maken van een grap”, wat leidt tot zelfspot; zelfspot zou dan weer leiden tot verminderde moordlust. Westerman contrasteerde de Nederlandse aanpak met “the Russian approach”, daarmee doelend op de “meedogenloze” aanpak van Poetin in Tsjetsjenië. Westerman gaf wel toe dat je hier niet alle terroristen mee kon bereiken. Dat is nogal een understatement, volgens de Vlaamse anti-terreurexpert Christophe Busch kun je van de 100 terroristen, er maar hooguit 10 tot 20 deradicaliseren. Aangezien dus 80-90 van de 100 terroristen niet bereikt kunnen worden met psychiaters, en Westerman de Russische aanpak expliciet afwijst, is het de vraag wat er dan nog voor opties over blijven. Soms blijft er simpelweg geen andere optie over dan geweld.

Derde les van de avond: beschavingsconflicten kunnen altijd geweldloos opgelost worden, als ze al niet vanzelf oplossen. Andere benaderingen spelen juist in op een verergering van het conflict, want die vergroten het wij-zij gevoel.

De lessen van de avond, opgesomd:

  • Trump en populisme zijn regressieve krachten en zij staan vooruitgang in de weg;
  • Politieke vooruitgang gaat via het nastreven van idealen en universalisme, in plaats van landsbelangen en cohesie;
  • Beschavingsconflicten lossen met de tijd op, waarschijnlijk vanzelf; geweld is niet nodig.

Als ik die lessen zo eens op me in laat werken, begrijp ik waarom gevestigd links zo boos en ontredderd is na Brexit en Trump. Het ziet er naar uit dat er, figuurlijk, een tweede muur is gevallen. Ditmaal is er geen links bewind gevallen, maar is het linkse wereldbeeld stukgelopen op de realiteit. Dat laatste doet erg denken aan de hongerige Russen, die in 1990 huilend brood en kleding aannamen van de (vroeger vijandige) Duitsers. Alles waar ze in geloofden, bleek op drijfzand gebaseerd te zijn.

Posted on

Westen trainde Koerden die aanslagen plegen in Iran

Amerikaanse en Europese militair adviseurs hebben naar verluidt milities van de Iraanse ‘Koerdistan Vrijheidspartij’ (PAK) opgeleid en bewapend. Dat meldt persbureau Associated Press.

De trainingsmissie vond plaats in het noorden van Irak in het kader van de anti-ISIS-missie. De PAK heeft in de afgelopen maanden echter meerdere aanslagen in Iran uitgevoerd. De militaire adviseurs uit de Verenigde Staten en diverse Europese landen trainden de PAK-leden gezamenlijk met de Iraaks-Koerdische pesjmerga’s.

PAK-woordvoerder Hoessein Yazdanpana stelde tegenover AP dat ze getraind zijn om tegen IS te vechten. Tegelijk werden echter ook de aanslagen in Iran voortgezet, omdat de strijd tegen IS nooit een alternatief voor de eigenlijke strijd van PAK geweest is. Volgens Yazdanpana zou de PAK alleen dit jaar al zes aanslagen in Iran uitgevoerd hebben. De PAK-woordvoerder stelde tegenover de nieuwsdienst dat de westerse militair adviseurs zeer goed wisten waarvoor de PAK zich inzet. Ook de aanslagen in Iran, die Yazdanpana als een vrijheidsstrijd ziet, zouden de westerlingen niet onbekend zijn.

Deze zomer kwam de Iraanse Koerdenleider Mustafa Hijri naar Washington om met leden van de commissie voor Buitenlandse Zaken van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en de Senaat te spreken. Hij probeerde Amerikaanse steun te verwerven voor de Koerden in Iran.

Deze onthullingen kunnen echter vooral de Duitse regering in een lastig parket brengen, aangezien de Bundeswehr een groot aandeel heeft in de bewapening en training van Koerdische milities in het noorden van Irak. Sinds december 2015 heeft het Duitse leger de leiding over deze operatie overgenomen van de Amerikanen. Bij de training zijn ook militairen uit Italië, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Noorwegen, Finland, Zweden en Hongarije betrokken.

Intussen wil de Europese Unie, nu de sancties opgeheven worden, graag olie importeren uit het olierijke Iran.

Posted on

Amerikanen creëren bruggenhoofd in Syrië

Vanaf eind september heeft Rusland in Syrië het initiatief in de strijd tegen Islamitische Staat (IS) naar zich toegetrokken. Sindsdien proberen de Verenigde Staten verbeten weer een voet tussen de deur te krijgen. Dat wordt echter bemoeilijkt doordat de bondgenoten van de Amerikanen het laten afweten. Sinds augustus 2014 zou een coalitie onder leiding van de VS al de IS bestrijden, met weinig succes echter.

Het Pentagon ergert zich aan de geringe steun van Amerika’s bondgenoten. De Amerikaanse minister van Defensie Ashton Carter heeft dan ook opgeroepen tot meer inzet van de zijde van andere coalitieleden: “Velen doen niet genoeg of helemaal niets”, aldus Carter in de marge van het World Economic Forum in Davos. De VS kunnen volgens de minister veel doen, maar de bondgenoten moeten ook “hun deel” bijdragen.

In Washington bestaat met name grote onvrede over Turkije en Saoedi-Arabië. In Riaad lijkt men zich meer op de oorlog  in Jemen te richten en Turkije staat al maanden onder de verdenking lucratieve handel met IS te drijven, in plaats van ze te bestrijden.

De Amerikaanse vice-president Joe Biden laat er enkele dagen voor de hervatting van vredesgesprekken in Genève geen misverstand over bestaan, een politieke oplossing van het conflict zou het beste zijn, “maar mocht dat niet mogelijk zijn, dan zijn we voorbereid [het conflict] tot een militaire ontknoping te voeren en Daesh (IS, red.) te verdrijven.”

[contextly_sidebar id=”WwFvPviQTZ227XmXbR9QaOtQF8mTaq9F”]Ogenschijnlijk met dit scenario in gedachte, zijn de Amerikanen nu begonnen een steunpunt voor hun strijdkrachten tot stand te brengen in Syrië. Zowel Syrische bronnen als persbureau AFP melden dat Amerikaanse bijzondere eenheden en experts reeds enkele maanden bezig zijn om een agrarisch vliegveld in Rmelan, in het uiterste noordoosten van Syrië, uit te bouwen, zodat daar helikopters en vrachtvliegtuigen kunnen landen, bijvoorbeeld om uitrusting en munitie aan de Koerden te leveren.

Zo’n honderd Amerikaanse experts zouden samen met militanten van de Koerdische Volksverdedigingseenheden (YPD) de landingsbaan van het vliegtuig, die tot nu toe alleen voor kleine agrarische vliegtuigjes gebruikt werd, uit te breiden en te verlengen tot 2.700 meter.

Een woordvoerder van de Amerikaanse strijdkrachten spreekt desgevraagd bagatelliserend van “een voortdurende zoektocht naar verbetering van de logistiek”. Waar de Russen door de regering in Damascus zijn gevraagd om aan de zijde van de Syrische strijdkrachten IS en andere terroristenmilities te bestrijden, is een Amerikaanse operatie in Syrië zonder toestemming van Damascus een evidente schending van het internationaal recht.

Posted on

Leveren VS bewust wapens aan Islamitische Staat?

Syrische oppositiegroepen, in het bijzonder de Syrisch-Turkmeense Sultan Murad Brigade die rond Aleppo actief is, zouden nieuwe Amerikaanse anti-tankwapens van het type BGM-71 TOW hebben gekregen, zo meldt persbureau Reuters. Het persbureau vermeldt niet wie de wapens geleverd heeft, het ligt niettemin voor de hand aan te nemen dat het de Amerikanen zelf waren.

De nieuwe anti-tankwapens komen voor de gewapende groepering in het noordwesten van Syrië als geroepen aangezien regeringstroepen juist een groot offensief zijn begonnen. Issa al-Turkmani, commandant van de Sultan Murad Brigade liet zich tegenover Reuters van zijn zelfverzekerde kant zien, zijn groepering heeft naast de anti-tankwapens ook nieuwe granaten voor hun granaatwerpers gekregen. “Na deze leveringen zijn we goed uitgerust”, aldus Turkmani. Niet al zijn collega-officieren zijn zo tevreden, sommigen menen dat het te weinig is om het regeringsleger aanhoudend weerstand te bieden. Meer wapenleveranties worden verwacht, maar laten nog op zich wachten.

Medio oktober ontdekte het Iraakse leger een groot arsenaal Amerikaanse wapens en munitie, inclusief TOW-II-raketten. Het arsenaal bevond zich in een regio die kort daarvoor was heroverd op ‘Islamitische Staat’ (IS). Het Amerikaanse ministerie van Defensie werd hierover door de pers bevraagd, waarop het Pentagon stelde dat de wapens sinds vorig jaar “vermist waren”. Men weersprak echter dat men IS wapens geleverd zou hebben.

Dit werd ronduit tegengesproken door een woordvoerder van de Iraakse strijdkrachten. Hij bevestigde dat Amerikaanse vliegtuigen en helikopters de wapens in de buurt van de stad Baiji (op de weg van Bagdad naar Mosul) voor IS hadden afgeworpen. Het zou niet voor het eerst zijn dat de Amerikanen wapens afwerpen voor IS. In andere gevallen waarin IS vanuit de lucht afgeworpen Amerikaanse wapens in handen kreeg, weten de Amerikanen dit aan vergissingen waardoor de wapens op de verkeerde plek zouden zijn afgeworpen.

Deze verklaring is echter volstrekt ongeloofwaardig, want de enige zogenaamd gematigde militaire groepering die in Syrië tegen het regeringsleger vecht, is het zogenaamde Vrije Syrische Leger dat alleen nog een stuk land in het zuiden van Syrië, in een punt tussen Libanon, Israël en Jordanië bezet houdt. Er worden van daar reeds lang geen noemenswaardige gevechtshandelingen gemeld. Tot de Russische interventie werd het noordwesten van Syrië gecontroleerd door het al-Nusra-front, de Syrische afdeling van Al Qaida. Verder wordt grofweg het oosten beheerst door IS en het noorden door Koerden. Nergens staat dus een groepering die ‘gematigd’ genoemd kan worden zo dicht bij door IS gecontroleerd gebied, dat wapens die voor de ‘gematigden’ bedoeld zijn per ongeluk bij IS terecht kunnen komen. Daarvoor zouden de Amerikaanse piloten in Syrië zo’n 200 à 300 kilometer over hun doel heen moeten vliegen.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov twijfelt er dan ook niet aan dat de wapens die de Verenigde Staten nu weer massaal aan de ‘gematigde oppositie’ leveren uiteindelijk goeddeels bij IS terecht komen. “Waar komt dat allemaal terecht?”, zo vroeg de minister zich af op een persconferentie gevraagd naar een bericht over een levering van 50 ton wapens en ander militair materieel. “Het valt te vermoeden dat alles direct in handen van IS komt.” Als voorbeeld wees Lavrov op de Toyota-pick-up-trucks die vanuit Amerika naar Syrië geleverd werden en bij IS opdoken. IS bracht een propagandafilmpje uit waarin te zien was hoe IS-strijders in een haast onafzienbare file van spiksplinternieuwe pick-ups door de woestijn rijden. “Voor ons leidt het geen twijfel”, aldus Lavrov, dat ook van de nieuwe wapenleveringen “tenminste een aanzienlijk deel bij terroristen terecht komt.”

Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken waarschuwt de betrokken landen dan ook scherp geen luchtafweerraketten aan terroristen te leveren. Wie dat wel doet, moet met ernstige consequenties rekenen, aldus vice-minister Oleg Syromolotov. “Tot nu toe hebben de terroristen geen moderne luchtafweersystemen. Maar er zijn aanwijzingen dat ze aan vanaf de schouder afgevuurde luchtdoelraketten van westerse makelij proberen te komen. Wanneer een land luchtafweerraketsystemen aan terroristen zou leveren, zou dat betekenen dat het land in kwestie zich aan de zijde van de terroristen geschaard heeft en wel met alle consequenties van dien”, aldus de top-diplomaat.

Dat de VS op zijn minst behoedzaam omgaan met IS en andere Syrische extremisten, blijkt ook naar aanleiding van de beschieting van de Russische ambassade in Damascus. De ‘westerse waardengemeenschap’ weigerde een verklaring van de VN-Veiligheidsraad te ondersteunen die de beschieting van de Russische ambassade als daad van terreur zou veroordelen. “Het is droevig dat onze Amerikaanse collega’s zich in dit geval niet aan de zijde stellen van hen die de terreur bestrijden en veroordelen”, aldus Lavrov. “Eens te meer moeten we op deze dubbele moraal wijzen.”

Posted on

Syrië: Russische bombardementen ontlokken VS bekentenis

Het Russische ingrijpen in Syrië heeft de Verenigde Staten een bekentenis ontlokt. De Amerikaanse strijdkrachten verkondigden na de eerste Russische luchtbombardementen in Syrië namelijk dat Rusland zich niet op doelen van de terreurgroep ‘Islamitische Staat’ (IS) zou hebben gericht, maar op stellingen van door de VS gefinancierde rebellengroepen.

Volgens Libanese media heeft Rusland donderdag opnieuw bombardementen uitgevoerd op stellingen van islamistische terreurgroepen. De Russen lieten weten stellingen van IS te bombarderen, maar ook meer in het algemeen stellingen van islamistische terreurgroepen, zo meldt persbureau Reuters.

Het pijnlijke is dat de Verenigde Staten en Turkije zelf bevestigd hebben dat Rusland stellingen van het al-Nusra-front gebombardeerd hebben.

Zo meldt de Frankfurter Allgemeine Zeitung onder verwijzing naar Libanese media dat “stellingen van de rebellenalliantie Dshaish al Fatah getroffen werden, waartoe onder ander het Nusra-front, de Syrische tak van Al-Qaida, behoort, evenals de djihadistenmilitie Ahrar al Sham, die er momenteel naar streeft een gematigder, pragmatischer imago op te bouwen.”

De FAZ heeft het stuk van de titel ‘Russische aanvallen in Syrië: Luchtaanvallen gelden klaarblijkelijk ook Amerikaanse bondgenoten’ voorzien. Met die bondgenoten doelt de FAZ niet op Saoedi-Arabië dat de terreurgroepen sinds jaren financiert.

De New York Times citeert zowaar een woordvoerder van de Amerikaanse regering, dat één van de getroffen rebellengroepen door de Amerikaanse geheime dienst bewapend en getraind was – een eenduidige bekentenis.

Daarmee is nu officieel aangetoond, dat de Amerikaanse regering een gevaarlijke islamistische terreurgroep in het Midden-Oosten ondersteunt: Het al-Nusra-front is immers niets anders dan de lokale tak van Al-Qaida. Al-Qaida, u weet wel, die club die verantwoordelijk achtten voor de aanslagen van 11 september 2001, wat de aanleiding vormde voor het binnenvallen van Afghanistan.

Al-Nusra heeft zich niet, zoals de Amerikanen graag doen geloven, losgemaakt van Al-Qaida. Het Nusra-front is veeleer intern verdeeld tussen behoudenden die de band met Al-Qaida in stand willen houden en de pragmatici die zich willen distantiëren van Al-Qaida om zo mee te kunnen delen in de opdeling van de Syrische koek. Talrijke strijders van het al-Nusra-front zijn ooit in Afghanistan opgeleid door Abu Musab al-Zarqawi, een vooraanstaande Al-Qaida-leider van Jordaanse afkomst, die in 2006 in Fallujah in Irak om het leven kwam.

Het al-Nusra-front, oftewel Al-Qaida in Syrië, wordt (onder andere) door de Verenigde Staten gefinancierd en wordt door Turkije geïnstrumentaliseerd om de Koerden te bestrijden. Het idee achter de Amerikaanse financiering van islamistische terreurgroepen was dat zei de Syrische president Bashar al-Assad ten val zouden kunnen brengen.

Dmitri Peskov, woordvoerder van de Russische president Vladimir Poetin, deelde koel mede, dat Rusland zijn aanvallen niet alleen tegen IS richt, maar tegen alle islamistische terreurgroepen in Syrië. “De doelen worden in samenwerking met de Syrische strijdkrachten uitgezocht”, aldus Peskov. De coördinatie met andere landen functioneert, voegde hij er nog aan toe. Israël voelt zich actueel geïnformeerd en houdt zich vooreerst op de vlakte. De Israëlische regering liet weten zich nu ook te kunnen verzoenen met de val van Assad, benadrukte echter dat een verzwakte Assad de beste uitkomst voor Israël zou zijn, zo bericht de New York Times.

Posted on 1 Comment

Rusland wil Libisch scenario voor Syrië voorkomen

Rusland wil voorkomen dat zich in Syrië een ‘Libisch scenario’ voltrekt. Daarom versterkt het land haar militaire aanwezigheid in Syrië. Dat maakt Poetin uiteraard eens te meer tot boeman in het Westen.

De acties van de Amerikaanse regering inzake Syrië gelden als weinig geslaagd. Nog altijd duurt de oorlog tussen het bewind van president Bashar al-Assad en de ‘Islamitische Staat’ (IS) voort. De talrijke luchtaanvallen van de Amerikanen op stellingen van IS hebben dat tot nog toe niet kunnen verhinderen. Dat de Russische president Vladimir Poetin nu openlijk de effectiviteit van de Amerikaanse luchtaanvallen in twijfel trekt, zit Obama en de zijnen natuurlijk niet lekker.

Het is echter niet alleen de Russische kritiek die in Washington wrevel wekt, maar ook het doortastende Russische handelen. Zo begon enkele dagen geleden in Jableh ten zuiden van de havenstad Latakia in het westen van Syrië de opbouw van een Russische luchtmachtbasis.

Op deze basis moeten zo’n 1000 militairen gestationeerd worden en naast gevechtsvliegtuigen komen er ook luchtafweer-raketsystemen van het type Pantsir-S-1. Deze militaire inspanningen vinden niet zonder reden plaats. Per slot van rekening is Rusland al een oude bondgenoot van Syrië en Assad. Syrië was ook al een bondgenoot van de Sovjet-Unie en heeft vanuit deze tijd nog een schuld van ongeveer 10 miljard Amerikaanse dollars uitstaan bij Rusland. Rusland beschikt ook nog altijd over een marinebasis in het Syrische Tartus. Dat is het enige militaire steunpunt van Rusland in het Middellandse Zeegebied, zodat het belang ervan duidelijk mag zijn.

Er zijn kortom oppervlakkig al genoeg redenen waarom Rusland de regering van Assad nog ondersteunt. Die steun krijgt sinds enige tijd gestalte in de vorm van wapenleveringen en militaire adviseurs/trainers. Er zijn echter ook diepere redenen voor de Russische opstelling.

Het gaat de Russische regering er namelijk vooral om in Syrië een ‘Libische scenario’ te voorkomen. De westerse militaire interventie in Libië ligt bij de Russen nog vers in het geheugen, maar niet op de manier waarop de politiek-mediale klasse in het Westen hierover spreekt. Rusland ziet het bombarderen van Libische regeringstroepen in 2011 terecht als misbruik van VN-resolutie 1973. Die resolutie legitimeerde immers geen militaire aanval op het bewind van Khadaffi, maar slecht een militair ingrijpen om de burgerbevolking te beschermen. Poetin voelde zich in dezen door het Westen bedrogen. En dat zal hem geen tweede keer gebeuren.

Vrede in Syrië zonder Assad niet haalbaar

De situatie in Libië na de val van Khadaffi laat bovendien een scenario zien, dat Rusland in Syrië in geen geval wenselijk acht. Libië is immers diep verzonken in terroristische chaos en een vergelijkbaar scenario in Syrië, zou voor Rusland betekenen dat de terroristen in de Noord-Kaukasus, waarmee Rusland sinds enige tijd in opnieuw toenemende mate te kampen heeft, een blijvende uitvalsbasis in het Midden-Oosten krijgen. Dat zou de bestrijding van deze groepen uiteraard bemoeilijken.

Bovendien gelooft in Moskou, anders dan in Washington en Brussel, niemand serieus dat een vreedzame oplossing in Syrië mogelijk is zonder Assad en zijn regering daarin te betrekken. Een verenigde oppositie met brede steun die na het vertrek van Assad  het bestuur over zou kunnen nemen, is er immers feitelijk niet.

Terwijl Rusland op de grond feiten schept, zijn de Verenigde Staten niet in staat een vreedzame oplossing voor Syrië na te streven die niet de val van Assad inhoudt, omdat de Amerikaanse bondgenoot Saoedi-Arabië die als ononderhandelbare voorwaarde stelt. Het wahabitische regime in Riaad wil Assad als de hoofdverantwoordelijke zien voor de ruim 200.000 doden van de nog altijd voortdurende oorlog, en wast de eigen handen in onschuld. Daarbij komt dat de Saoedi’s de positie van Iran, dat een belangrijke bondgenoot van Assad is, op alle mogelijke manieren wil verzwakken. In de afgelopen weken zou Iran daadwerkelijk troepen naar Syrië hebben gestuurd, het gaat naar verluidt om zo’n 1000 soldaten van de Revolutionaire Garde die het Syrische regeringsleger moeten versterken. Een en ander zou in nauw overleg met de Russen gebeurd zijn.

Zowel Rusland als Iran staan dus een oplossing voor Syrië zonder Assad in de weg. Turkije heeft intussen in eigen land de handen vol aan het oplaaiende conflict met Koerdische milities. Een oplossing voor Syrië die een versterking van de Koerdische positie zou betekenen en daarmee waarschijnlijk een burgeroorlog in Turkije, zal de Turkse regering uiteraard niet accepteren. Daar kunnen Rusland, Iran en Assad op rekenen, ongeacht hoe de Turkse opstelling tegenover Assad an sich is.

Door het Russische optreden in Syrië is kortom een vrede in Syrië mét Assad waarschijnlijker geworden. Of de Verenigde Staten of Saoedi-Arabië dit nog weten te verhinderen moet de toekomst uitwijzen.

Posted on

Oostenrijk: Samenwerken met Assad, Iran en Rusland in strijd tegen IS

In de strijd tegen ‘Islamitische Staat’ (IS) moet samengewerkt worden met de Syrische regering. Dat zei de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Sebastian Kurz dinsdag in Teheran; gezamenlijk optreden moet volgens de minister prioriteit krijgen. “Dat zal niet lukken zonder machten als Iran en Rusland, en in zoverre is het nodig pragmatisch zij aan zij te gaan staan en ook Assad te betrekken in de strijd tegen de IS-terreur.”

Maandag had de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken José Manuel García-Margallo al opgeroepen tot onderhandelingen met Assad, om de oorlog tot een einde te brengen.

Na het uitbreken van de Syrische burgeroorlog leken alle westerse landen het er aanvankelijk over eens dat Assad zou moeten vertrekken. Sinds de militaire successen van IS en de massale vluchtelingstromen die op gang kwamen, is in kringen van sommige westerse regeringen het denken veranderd.

Men mag de misdaden van het Assad-regime weliswaar niet vergeten, aldus de Oostenrijkse minister tijdens zijn bezoek aan Iran, maar in de strijd tegen IS staat Assad aan dezelfde zijde als het westen. Bovendien zegt een dergelijke samenwerking nog niets over de politieke toekomst van Syrië na de strijd met IS.

De Franse president Francois Hollande kondigde maandag luchtaanvallen tegen IS aan, waarbij Frankrijk niet voornemens lijkt hierover vooraf in contact te treden met de Syrische regering. De Britse minister van Defensie Michael Fallon liet weten dat het Verenigd Koninkrijk haar drone-aanvallen voortzet.

Intussen zeggen de Verenigde Staten te vrezen voor Russisch militair ingrijpen in Syrië en lijken dat te willen verhinderen door er bij Bulgarije en Griekenland op aan te dringen hun luchtruim te sluiten voor Russische militaire vluchten. Zodoende moeten Russische humanitaire vluchten nu door het Iraanse luchtruim vliegen, zo meldt persbureau Sputnik. Amos Gilad, adviseur van de Israëlische minister van Defensie Moshe Yaalon zegt tegenover persbureau Reuters dat het nog te vroeg is om het Russische militaire engagement in Syrië in te schatten.