Posted on

Lek in Mail on Sunday en beslag op Iraanse supertanker

Correspondentie van de Britse ambassadeur in Washington waarin hij het Witte Huis disfunctioneel noemde lekte uit naar de krant. Het heeft er alle schijn van dat het lek vergelding is voor de flater die de Britten sloegen door voor Gibraltar een Iraanse supertanker in beslag te nemen op basis van onjuiste Amerikaanse informatie.

Merkwaardig toch dat lek in de Britse zondagskrant Mail on Sunday, een der favoriete kranten van de Conservatieven in het Verenigd Koninkrijk. Daarin stond een deel van de private correspondentie van de Britse ambassadeur in Washington met zijn regering over de Amerikaanse president Donald Trump en zijn administratie.

De Amerikaanse president Donald Trump is volgens de Britse ambassadeur in Washington onbekwaam, onzeker en incompetent. Waarbij het Witte Huis een disfunctioneel milieu is.  “Wij betalen hem om oprecht te zijn” De waarheid dus stelde de Britse regering. U zegt???

Aangezien het om een normaal gesproken geheim document gaat kregen we ditmaal geen gewauwel en gelul, maar vrank en vrij wat de Britse topdiplomaat aan zijn baas, de minister van Buitenlandse Zaken schreef.

En dat was dan ook een weinig fraai beeld en in wezen niet verrassend. De man en zijn administratie zijn gewoon een bende knoeiers die behoudens ruzie maken zowel intern als met de buitenwereld er niets van bakken. En dat zal volgens de ambassadeur nog zo blijven.

Lek

Naar wie dat lek veroorzaakte hoeven we niet ver te zoeken. Alleen Buitenlandse Zaken heeft die documenten, niet de Mail on Sunday of de minister van Defensie. En zeker gezien de reactie in London op dit lek hoeft men niet eens meer te zoeken.

Want in plaats van een te verwachten ‘no comment’ of ontkenning klonk het aan de Thames nu verbazingwekkend dat men die in dienst heeft om ons oprecht zijn visie te geven. De waarheid dus? Het is een nooit geziene reactie tussen wat nauwe bondgenoten heten te zijn.

Maar waarom komt dat lek en dat toch zwaar diplomatiek incident plots nu? Dat is hier de centrale vraag. Het is natuurlijk gokken om de echte reden voor deze rel te kennen en geen van beide regeringen zullen het aan onze neus hangen. Zo werkt normaal toch de diplomatie.

Europees embargo

En dan is het uitkijken naar wat London recent erg boos kon maken wat betreft de VS. Een nadenkend mens ziet dan dat grote incident van enkele dagen eerder voor de kust van Gibraltar en Spanje. Daar hebben Britse mariniers een Iraanse supertanker gekaapt die volgens de Britten op weg was naar de Syrische raffinaderij van Banyas.

En, stelde London fier: “Er is een Europees embargo tegen Syrië wat betreft olieleveringen en dus legden we beslag op dit schip. Het heeft niets met Iran te maken.” Waarop Teheran woest reageerde als door een wesp gestoken. “Dat de Britten maar oppassen, want wij kunnen in de Perzische Golf en de Straat van Hormuz ook een Britse tanker in beslag nemen.”

Dat men in Londen hierop plots schrik kreeg bleek toen het Brits-Canadese persbureau Reuters twee dagen terug met luide trom wist te melden dat een Britse tanker ongehinderd de Straat van Hormuz had kunnen passeren, vertrekken uit de Perzische Golf. Het leek op een zucht van verlichting.

Iraanse supertanker te groot voor Syrische haven

Intussen loopt er over die zaak in Gibraltar al een proces. En wat stelt Iran: Die supertanker is niet bestemd voor Syrië want daar kan men geen dergelijke supertanker, volgeladen goed voor 2 miljoen ton, laten aanmeren. Probleem voor de Britten natuurlijk die zo hun enige argument van tafel zien verdwijnen.

Iraanse supertanker
Een VLCC, een zogenaamde supertanker, kan een lengte hebben die gaat tot 470 meter (1540 voet). De Grace 1, het in beslag genomen schip heeft een lengte van 330 meter (1081 voet) terwijl de haven van Banyas, waar de raffinaderij ligt, een kaai heeft met lengte van 500 voet. Volgens Iran grijpt de bevoorrading van die raffinaderij in Banyas trouwens plaats met kleinere tankers die door het Suezkanaal varen. De in beslag genomen supertanker is te groot en kan niet door het Suezkanaal en voer dus om Afrika heen.

Bovendien blijkt dat volgens de Spaanse regering de kaping van de Iraanse supertanker gebeurde in Spaanse wateren en op vraag van de VS, dus het oorlog stokende duo John Bolton en Mike Pompeo, respectievelijk de Nationale Veiligheidsadviseur en minister van Buitenlandse Zaken.(1) Deze hebben zelfs een speciale dienst opgericht om elke beweging van Iraanse tankers nauwgezet te volgen. Want in Iran is het nu na de zware Amerikaanse sancties smokkelen geblazen.

Bekend is dat de Britse minister van Defensie droomt van wilde militaire avonturen – de man wou weer oorlogsbodems naar het Verre Oosten sturen – terwijl die op Buitenlandse Zaken alleen kaas, vliegtuigmotoren, scotch, Brits lamsvlees en dergelijke meer naar het Verre Oosten wil zenden.

Zou het kunnen?

Zou het kunnen dat het duo Bolton en Pompeo aan Londen een tip gaven en vroegen in te grijpen en hen daarbij een fabeltje vertelden? Mede om zo de Europese bemiddeling in de kwestie van het nucleair akkoord met Teheran te kelderen. Waarna de Britten puin mogen rapen. En was Londen zo ontdaan over de strapatsen van dit duo dat men met een USB-stick dan maar eens naar de Mail on Sunday stapte.

Het is een mogelijk en zeker niet vergezocht scenario. Er moet nu eenmaal een voor de ontslagnemende regering van Theresa May gegronde reden geweest zijn om zomaar de geheime correspondentie van hun topdiplomaat op straat te gooien. Wie nauwkeurig een regeringsgetrouwe Britse krant als The Financial Times leest ziet dat London trouwens met die kaping van die Iraanse supertanker erg in de maag zit.

Kaping Iraanse supertanker

Het zomaar in beslag nemen van een vrachtschip in de Straat van Gibraltar is nu eenmaal alleen als een kaping te beschouwen. De Britse eigenaar van deze haven, rots en fraudeursparadijs moeten bij wet vrije doorgang verlenen aan elk schip, of dat nu passagiers, militairen of vracht aan boord heeft.

Hetzelfde trouwens voor elke zee-engte zoals de Bosporus, het Panamakanaal of de Straat van Hormuz. Argumenten als een Europees of Amerikaans embargo zijn hier waardeloos. Wat de Britten hier deden was gewoon pure piraterij en diefstal. Het leek wel of kapitein Drake terug is, ooit Londens grootste piraat. Maar dit is niet de zeventiende eeuw maar 2019. Wakker worden!


1) Het idee van Trump betreffende Iran was bijna zeker te doen wat hij deed met Noord-Korea. Eerst het land tegen de muur gooien en dan gaan praten en liefdesverklaringen afleggen. Zonder dat men natuurlijk wat ook bereikt. Met Pyongyang lukte dat voorlopig maar in Iran stellen de politici unaniem dat ze met de VS niet willen praten zolang men die sancties niet opheft. Een strategie die Trump vermoedelijk niet had verwacht. Geknoei dus.

Posted on

Nieuw fregat vergroot inzetbaarheid Duitse marine

De Duitse marine heeft met de ‘Baden-Württemberg’ in Wilhelmshaven de eerste van vier fregatten van de klasse F125 in gebruik genomen. Het is het modernste schip in de Duitse vloot en volgens de marineleiding een “mijlpaal in de geschiedenis van de Duitse marine”.

De Baden-Württemberg is het eerste fregat van de Duitse marine dat geen vaste bemanning heeft, maar een roterende. De moderne maar robuuste techniek moet intensief gebruik, tot twee jaar aaneengesloten inzet voor missies zonder gepland werfbezoek mogelijk maken. Door de hoge mate van automatisering kan het schip bovendien met een bemanning van slechts 120 man toe. Dat is ongeveer de helft van de sterkte van voorlopers.

Uitgebreide verkennings- en wapenreikwijdte

Met de fregatten van de klasse F125 “krijgt de marine de mogelijkheid tot verreikende tactische vuursteun van legereenheden aan land, alsmede tot afweer van asymmetrische dreigingen”, aldus de Duitse marineleiding trots. Met vier kleine motorboten en helikopters beschikt ieder fregat in deze klasse naast een uitgebreide verkennings- en wapenreikwijdte over omvattende transportmiddelen om eigen specialisten voor redding of evacuatie, voor gewapende extractie of operaties tegen vijandige eenheden in te zetten. Ook de bestrijding van onderzeeërs behoort tot de mogelijkheden.

Wilhemshaven

De onderkomens voor het personeel zijn ook aangepast aan moderne maatstaven. Iedere kamer is uitgerust met een natte cel en beschikt over een internetverbinding. Zo kunnen de soldaten ook tijdens lange afwezigheid met het thuisfront in contact staan.

De marine nam de Baden-Württemberg bewust op 17 juni in gebruik. Dat was namelijk het 150-jarig jubileum van de stad Wilhelmshaven. Daarmee wou de Duitse marine haar verbondenheid met de basis van alle fregatten tot uitdrukking brengen. Het schip zou eigenlijk enkele jaren geleden al in gebruik genomen worden. Eerst moesten echter enkele technische problemen nog verholpen worden.

Straat van Taiwan

Intussen speculeert men in de politieke wandelgangen in Berlijn reeds over de eerste inzet van het gloednieuwe fregat. Sommige Duitse politici pleiten ervoor het schip door de straat van Taiwan te sturen om een wit voetje te halen bij de Verenigde Staten. Anderen zijn daar tegen omdat het de betrekkingen met handelspartner China onnodig zou belasten. Andere voor de hand liggende gebieden om het fregat in te zetten zijn de Zwarte Zee en de wateren rond de Hoorn van Afrika en het Arabisch schiereiland.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Tegenslagen treffen Russische marine

Het recente zinken van een droogdok waarin het Russische vliegdekschip Admiraal Koeznetsov was gestationeerd, is slechts een van de vele problemen waar de Russische marine mee te kampen heeft. Ook de constructie van nieuwe schepen verloopt stroef. Het valt nog maar te bezien of deze problemen binnen afzienbare tijd kunnen worden opgelost.

De Russische marine heeft te maken met een aantal grote problemen. Sommige daarvan vormen de erfenis van de economisch slechte jaren ’90. De enorme investeringen die nodig zijn om een vloot op te bouwen en te onderhouden zijn in deze moeilijke periode uitgesteld. Als gevolg daarvan is de Russische vloot grotendeels verouderd; schepen dienen te worden vervangen of gemoderniseerd. Daar komt nog bij dat een deel van de technologische kennis en het industriële potentieel verwaterd zijn. Hierdoor komt het herstel van de Russische marine maar moeizaam op gang. In de afgelopen maanden werd de Russische marine opnieuw getroffen door een reeks tegenslagen. De problemen met betrekking tot de bouw van Russische marineschepen bespreek ik in dit artikel.

Zinkend droogdok

Op 29 oktober 2018 trok het Russische vliegdekschip Admiraal Koeznetsov de aandacht van de wereldpers toen het droogdok waarin zij zich bevond zonk. De Koeznetsov was in dit droogdok geplaatst voor moderniseringswerkzaamheden. Het droogdok was op het moment van zinken afhankelijk van elektriciteit die vanaf de wal werd geleverd. Toen die om onduidelijke redenen uitviel, lieten ook de pompen die de ballast van het droogdok regelden het afweten. Dieselgeneratoren op het dok bleken niet voorzien van brandstof, waardoor er geen noodstroomvoorziening aanwezig was.[1]

Aanvankelijk werd gemeld dat de moderniseringswerkzaamheden geen vertraging zouden oplopen, maar het is maar de vraag of dat zo is. De val van een kraan van het droogdok op het dek van de Koeznetsov heeft een gat van enkele vierkante meters achtergelaten. Plaatsvervangend premier Borisov meldde dat het incident geen gevolgen zou hebben voor de reparatiewerkzaamheden aan de Koeznetsov en hoopt dat het schip in 2021 weer in dienst kan worden genomen.[2] Maar de verwachtingen zijn dat, als het droogdok al te redden valt, dit al snel een half jaar kan duren. Dat betekent dat ook de reparatie en modernisatie van andere schepen vertraging zullen oplopen.

De Koeznetsov wordt overigens al langer geplaagd door problemen. Een van haar bemanningsleden kwam om toen er brand uitbrak in de machinekamer. Ook verloor het schip drie van haar straaljagers tijdens de uitzending naar Syrië.

Vertraging

In augustus 2018 werd bekend dat de modernisatie van de slagkruiser Admiraal Nachimov langer zou duren dan verwacht, namelijk tot 2022. Maar dit kan nog verder oplopen door financieringsproblemen. De Nachimov ligt al sinds 1999 in een droogdok. Nadat in 2014 de opdracht werd gegeven om haar te moderniseren, zou zij oorspronkelijk in 2018 weer in dienst worden genomen. Inmiddels is dit dus al 2022 geworden. Dit betekent dat ook de modernisatie van het zusterschip van de Nachimov, de Pjotr Velikij, wordt uitgesteld.[3] Herstel- en moderniseringswerkzaamheden op de Slava-klasse kruisers, waarvan de laatste in 2016 opnieuw in dienst trad, bleken succesvoller te zijn.

Opstartproblemen door Oekraïne

De bouw van zes Grigorovitsj-klasse fregatten (Project 11356, tonnage: 4000 ton) had al eerder veel vertraging opgelopen doordat de motoren voor de schepen niet geleverd werden. De turbinemotoren zouden van een Oekraïens bedrijf afkomstig zijn, maar door de gebeurtenissen in Oost-Oekraïne en op de Krim zag Oekraïne hiervan af. Hierdoor konden drie van de zes fregatten niet worden afgebouwd. Er was een tijd sprake van om de drie overige Grigorovitsj-fregatten, ironisch genoeg wél voorzien van Oekraïense motoren, te verkopen aan India, maar door de ontwikkeling van Russische turbinemotoren worden de fregatten momenteel toch afgebouwd voor de Russische vloot zelf. De verwachting is dat de overige schepen van de Project 11356-reeks voor 2021 in dienst zullen worden genomen.[4]

Ondanks de ‘opstartproblemen’ met de Oekraïense motoren is Project 11356 uiteindelijk toch een succesverhaal voor de moderne Russische scheepsbouw. De fregatten namen deel aan de operatie in Syrië en raakten beroemd door de salvo’s Kalibr-M-raketten die ze afvuurden op doelwitten aldaar. De schepen zijn eveneens ingezet in A2AD-operaties tegen NAVO-schepen toen er een raketaanval dreigde aan de vooravond van het Idlib-offensief, en al eerder in april, toen Amerikaanse en Franse schepen een vergeldingsaanval uitvoerden voor de vermeende chemische aanvallen in Syrië. Het gevolg is dat India geïnteresseerd is geraakt in het schip en er in totaal vier wil aanschaffen.[5]

Het ontbreken van turbinemotoren teisterde eveneens de constructie van een andere type fregat, de Gorshkov-klasse (Project 22350, tonnage: 5400 ton). Mede door het ontbreken van de motor heeft de bouw van het Gorshkov-klasse fregat geduurd van 2006 tot 2018. Pas enkele maanden geleden is het eerste schip van de Project 22350-serie in dienst genomen: de Admiraal Gorshkov. De verwachting is dat het volgende schip van de Gorshkov-klasse in 2020 gereed is voor dienst.

Succesvolle korvetten

Een onderdeel van de Russische scheepsbouw dat relatief voorspoedig loopt, is de bouw van de kleinere korvetten. Die bleken erg effectief in de oorlog in Syrië, toen een aantal Boejan-M-korvetten Kalibr-M kruisraketten afvuurden op doelwitten in Syrië vanuit de Kaspische Zee. Het was een unicum dat schepen met een dergelijke kleine waterverplaatsing voor zulke grondaanvallen werden gebruikt. Daarom heeft Rusland een reeks van deze korvetten gebouwd, allen capabel om kruisraketten af te vuren. Het gaat hier om de bovengenoemde Boejan-M-klasse, de Steregoesjsjiy-klasse (een multipurpose-fregat met anti-onderzeeër-capaciteit) en de Karakoert-klasse. Daarnaast is de ontwikkeling en bouw van het Bykov anti-piraterij-korvet relatief succesvol tot stand gekomen.

Toch blijkt ook de afbouw van Karakoert-klasse korvetten problemen te ondervinden, wederom met betrekking tot de levering van motoren. De problemen liggen ditmaal niet bij Oekraïne, maar bij de binnenlandse productie van de dieselmotoren. Het gebruik van Chinese motoren bleek niet mogelijk te zijn, omdat dat een aanpassing van de al bestaande schepen zou betekenen. De scheepswerf heeft hierdoor de levering van twee korvetten al met een jaar moeten uitstellen.[6]

De weg naar herstel

Al met al kampt de Russische marine met grote problemen. Moderniseringswerkzaamheden lopen vertraging op, net als de bouw van nieuwe schepen. Desondanks lijkt een aantal problemen te worden verholpen, meer specifiek die veroorzaakt door het gebrek aan turbinemotoren. Het valt nog te bezien hoe goed de Russische marine in staat zal zijn de bouw van grote schepen in goede banen te leiden. De bouw van de Lider-klasse torpedobootjagers, het Sjtoerm-vliegdekschip en de helikopterschepen zullen een nieuwe uitdaging vormen voor de Russische scheepsbouwsector. Maar ondanks de problemen kent de Russische scheepsbouw ook een aantal successen, namelijk de Grigorovitsj-klasse fregatten en de vele verschillende korvetten die zijn ontwikkeld. Het zal echter nog wel een tijdje duren voor de Russische marine zich volledig heeft hersteld.


[1] http://navyrecognition.com/index.php/news/naval-exhibitions/2018/euronaval-2018/6650-first-locally-built-11356-frigate-to-be-handed-over-to-indian-navy-in-2023.html

[2] http://tass.com/defense/1028625

[3] https://russiandefpolicy.blog/2018/10/30/admiral-nakhimov-slipping/

[4] https://sputniknews.com/russia/201707011055145630-russian-navy-frigates/

[5] http://navyrecognition.com/index.php/news/naval-exhibitions/2018/euronaval-2018/6650-first-locally-built-11356-frigate-to-be-handed-over-to-indian-navy-in-2023.html

[6] http://www.navyrecognition.com/index.php/news/defence-news/2018/october-2018-navy-naval-defense-news/6556-russian-navy-rejects-switch-to-chinese-engine-for-project-22800-corvettes.html

Posted on

Nieuwe Zijderoutes: China pacht haven in Sri Lanka

China bouwt zijn strategische positie langs de Nieuwe Zijderoutes verder uit. Onlangs verpachtte Sri Lanka formeel de diepzeehaven van Hambantota in het zuiden van het land voor 99 jaar aan China.

Volgens mediaberichten betaalde China meer dan 292 miljoen Amerikaanse Dollar voor de diepzeehaven, waarbij het slechts om de eerste tranche zou gaan. Het totaalbedrag dat China Sri Lanka betaalt voor de pacht zou zo’n 1,12 miljard dollar zijn.

Ofschoon China benadrukt dat de nieuwe haven net als andere nieuwe maritieme projecten in de regio uitsluitend vreedzaam benut zal worden, zijn sommige Indiase commentatoren achterdochtig. Zij vermoeden dat China een net van militaire steunpunten uitbouwt, wat ongunstig zou zijn voor de geopolitieke situatie van India.

Volgens de overeenkomst tussen China en Sri Lanka wordt de haven van Hambantota voor 99 jaar verpacht. China krijgt 70 procent van de aandelen. Sri Lanka behoudt de soevereiniteit over het territorium van de haven en garandeert de veiligheid. In de overeenkomst is ook vastgelegd dat de Chinezen er geen militair steunpunt inrichten.

Aan China is het nu de uitdaging om de verliesdraaiende haven winstgevend te maken. Vergelijkbare Chinese infrastructurele projecten in Afrika, Oost- en Zuidoost-Azië laten zien dat zoiets voor Chinese investeerders en ingenieurs geen onhaalbare kaart is.

Aan de Indische Oceaan bouwen of bouwden Chinese firma’s reeds havens in Pakistan, op de Malediven, in Birma en Bangladesh. Verder werd er voor 99 jaar een haven in Darwin, in het noorden van Australië gepacht en richtten de Chinezen in augustus 2017 een militair steunpunt in Djibouti in. Dat militaire steunpunt ligt strategisch, vanwege de nabijheid van de Straat van Bab el Mandeb, die de Rode Zee en de Golf van Aden verbindt en daarmee ook de Indische Oceaan met de Middellandse Zee. Aan de Middellandse Zee is de Griekse haven van Piraeus in Chinese handen.

Posted on

Turkije en Qatar hielden marine-oefening

De Turkse en Qatarese marines hebben een tweedaagse gezamenlijke marine-oefening gehouden in de Qatarese territoriale wateren, zo melden Qatarese media.

De directeur Defensiecommunicatie van de staat aan de Perzische Golf, luitenant-kolonel Nawaf bin Moebarak bin Saif al-Thani stelde dinsdag dat verschillende onderdelen van de Qatarese marine en kustwacht naar tevredenheid hadden deelgenomen aan de gezamenlijke oefening met de Turkse marine.

Vlootformatiecommandant kapitein-luitenant ter zee Falah Mahdi al-Ahbadi licht toe: “De oefening bestond uit twee fasen. De eerste omvatte gezamenlijke maritieme gevechten en anti-piraterijmanoeuvres, de tweede omvatte gezamenlijke manoeuvres in het enteren en inspecteren van verdachte schepen”.

De gezamenlijke marine-oefening van Qatar en Turkije vond plaats in het kader van de defensiesamenwerking tussen de twee landen en bilaterale akkoorden over de bestrijding van terrorisme en smokkel. Van Turkse zijde nam onder andere het fregat TCG Gökova (foto) aan de marine-oefening deel.

Eerder hield het Turkse leger al een gezamenlijke oefening met het leger van Qatar. Turkije heeft een militaire basis in Qatar. Een parlementslid en vice-voorzitter van de Turkse regeringspartij AKP, Yasin Aktay, stelde tegenover de vanuit Qatar opererende televisiezender Al Jazeera dat de Turkse militaire aanwezigheid op het schiereiland bijdraagt aan de stabiliteit in de regio. “Turkije beschermt zijn eigen belangen door middel van de basis in Qatar, in plaats van partij te kiezen tussen de twistende partijen. Ankara’s belangen vereisen stabiliteit in de regio”, Turkije heeft zodoende volgens Aktay geen belang bij een gewapend conflict tussen Saoedi-Arabië en Qatar.

Posted on

De nieuwe Britse buitenlandpolitiek

Door Thierry Meyssan, vertaling Harry Prins

De westerse media blijven de boodschap herhalen: door de Europese Unie te verlaten hebben de Britten zichzelf geïsoleerd van de rest van de wereld en zullen ze een oplossing moeten vinden voor de verschrikkelijke economische gevolgen. En toch kan de val van het Britse pond een voordeel zijn voor het Gemenebest, dat een veel grotere familie is dan de Unie en aanwezig is op alle zes continenten. Geroemd om haar pragmatisme kan de City snel het internationale centrum worden voor de yuan en de Chinese munt in het hart van de Unie plaatsen.

De Verenigde Staten blijven onzeker over hun vermogen om de Europese Unie actief te laten deelnemen in de NAVO en de wil van het Verenigd Koninkrijk om de militaire alliantie die zij samen sinds 1941 hebben opgebouwd – met als doel de wereld te overheersen – voort te zetten. Ondanks de beschuldigingen van Europese leiders isoleert de Brexit het Verenigd Koninkrijk niet, maar maakt deze het mogelijk dat zij zich wendt tot het Gemenebest en banden met China en Rusland creëert.

Europeanen in de NAVO dwingen

De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waren van plan om bij de leden van de Europese Unie aan te dringen om tijdens de Top in Warschau (8 en 9 juli) een uitbreiding van het militaire budget van 2%  bekend te maken. Daarnaast waren er plannen tot het aannemen van een strategie om troepen bij de Russische grens te stationeren, inclusief het oprichten van een gezamenlijke NAVO-EU logistieke eenheid, die het gemeenschappelijk gebruik van helikopters, schepen, drones en satellieten mogelijk moet maken.

Tot nu leverde het Verenigd Koninkrijk de belangrijkste bijdrage in de Unie wat betreft defensie; bijna 15% van het defensiebudget van de EU. Daarnaast gaf het leiding aan Operatie Atalanta, die bescherming biedt aan maritieme transporten voor de kust van de Hoorn van Afrika, en stelde het haar schepen ter beschikking op de Middellandse Zee. Tenslotte was het plan dat het Verenigd Koninkrijk troepen zou leveren voor de nog op te richten gevechtseenheden van de EU. Met de Brexit zijn al deze afspraken van nul en generlei waarde.

Voor Washington is nu de vraag of Londen bereid is haar rechtstreekse belang in de NAVO – waarvoor het de op een na grootste bijdrage levert – te vergroten, ter compensatie voor de rol die ze speelde in de EU – maar zonder daarbij enig direct voordeel terug te krijgen. Hoewel Michael Fallon, de huidige Britse minister van Defensie, beloofd heeft niet de gezamenlijke inzet van NAVO en EU te  verzwakken, ziet niemand een reden waarom Londen akkoord zal gaan met het plaatsen van troepen onder buitenlands bevel.

Het resultaat is nu dat Washington vraagtekens zet bij het Britse verlangen om de militaire alliantie die zij sinds 1941 hebben opgebouwd voor te zetten. Natuurlijk mogen we niet de mogelijkheid uitsluiten dat de Brexit een Britse truc is om opnieuw te onderhandelen over hun ‘speciale relatie’ met ‘de Amerikanen’ in het voordeel van de Britten. Het is echter waarschijnlijker dat Londen hoopt haar relaties met Beijing en Moskou uit te breiden zonder de eerder genoemde voordelen van de alliantie met Washington op te geven.

De Angelsaksische geheime diensten

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, en zelfs voordat de Verenigde Staten gingen deelnemen aan de strijd, sloot Washington een pact met het Verenigd Koninkrijk. De details hiervan zijn terug te vinden in het Atlantic Charter [1]. Het riep beide landen op zich te verenigen om vrije zeevaart en uitbreiding van vrije handel te garanderen.

Deze alliantie werd verwezenlijkt in de ‘Five Eyes’ overeenkomst, die de basis vormt voor de samenwerking tussen 17 geheime diensten van 5 verschillende landen (de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, plus drie andere leden van het Gemenebest – Australië, Canada en Nieuw-Zeeland).

De documenten die Edward Snowden onthulde laten zien dat het Echelon-netwerk in haar huidige vorm “een supranationale inlichtingendienst” vormt, “die onafhankelijk is van de deelnemende landen”. Op deze manier heeft ‘Five Eyes’ mensen als de secretaris-generaal van de Verenigde Naties of de Duitse kanselier kunnen bespioneren en tegelijkertijd grootschalig bespioneren van hun eigen burgers kunnen uitvoeren.

Op gelijke wijze stichtten de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk in 1948 een tweede supranationale dienst, de Office of Special Projects, die leiding gaf aan de ‘stay-behind’ netwerken van de NAVO, tegenwoordig bekend onder de naam Gladio.

Professor Daniele Ganser heeft onthuld dat deze dienst een aantal staatsgrepen en terroristische aanslagen in Europa heeft uitgevoerd [2]. We gingen er eerst van uit dat de ‘strategie van de spanning’ erop gericht was om op democratische wijze te voorkomen dat communisten aan de macht zouden komen in Europa. Maar al snel werd duidelijk dat het doel vooral was de angst voor het communisme te vergroten en daarmee Angelsaksische militaire bescherming te rechtvaardigen. Nieuwe vrijgegeven documenten laten zien dat deze methode ook buiten Europa bestaat en werkzaam is in de Arabische wereld [3].

In 1982 creëerden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië tenslotte een derde supranationale dienst, waarvan de nep-NGO’s – de National Endowment for Democracy en haar vier dochterondernemingen, ACILS, CIPE, NDI en IRI – het zichtbare deel vormen [4]. Het is gespecialiseerd in het organiseren van staatsgrepen verhuld als ‘revoluties’.

Hoewel er een aanzienlijke hoeveelheid literatuur is over deze drie programma’s, weten we niets over de supranationale diensten die de controle hierover hebben.

De ‘speciale relatie’

De Verenigde Staten, die hun onafhankelijkheid uitriepen door zich af te scheiden van het koninkrijk, verzoende zich pas eind 19e eeuw met het Verenigd Koninkrijk (de Great Rapprochement). De twee staten vormden een alliantie tijdens de Spaanse oorlog op Cuba, en daarna voor het gebruik maken van hun koloniale handelsposten in China – in andere woorden, toen Washington haar imperialistische roeping ontdekte. In 1992 werd er een trans-Atlantische club opgericht, de Pilgrim Society, waarmee hun hernieuwde vriendschap werd bevestigd. De Engelse koning is traditiegetrouw voorzitter van de club.

De verzoening werd in 1917 verzegeld met het gemeenschappelijke project voor de oprichting van een Joodse staat in Palestina [5], en met de deelname van de Verenigde Staten naast Engeland aan de oorlog. Sindsdien hebben beide staten verschillende militaire middelen gedeeld, waaronder later de atoombom. Toen echter het Gemenebest werd opgericht, weigerde de Verenigde Staten toe te treden, omdat ze zich gelijkwaardig voelde aan Londen.

Ondanks een aantal onenigheden – de Britse aanval op Egypte (Suez-kanaal) of tegen Argentinië (de Falkland-oorlog), of opnieuw tijdens de Amerikaanse invasie van Grenada – hebben de twee machten elkaar altijd gesteund.

Het koninkrijk financierde de start van Obama’s verkiezingscampagne in 2008, door omvangrijke giften via de Iraaks-Britse wapenhandelaar Nadhmi Auchi. Tijdens zijn eerste periode was een groot aantal van de medewerkers van de nieuwe president in het geheim lid van de Pilgrim Society. De Amerikaanse afdeling daarvan werd voorgezeten door Timothy Geithner. Maar president Obama maakte zich los van de groep, waardoor het koninkrijk het idee kreeg dat het geen waar kreeg voor haar geld. De verhouding verslechterde door de aanval op David Cameron in The Atlantic [6], en het bezoek van de Obama’s aan koningin Elizabeth II vanwege haar verjaardag heelde de wonden niet.

Premiers van de Gemenebestlanden in 1944, vlnr: Mackenzie-King (Canada), Jan Smuts (Zuid-Afrika), Winston Churchill, Peter Fraser (Nieuw-Zeeland, John Curtin (Australië).
Premiers van de Gemenebestlanden in 1944, vlnr: Mackenzie-King (Canada), Jan Smuts (Zuid-Afrika), Winston Churchill, Peter Fraser (Nieuw-Zeeland, John Curtin (Australië).

Het Gemenebest

Door zich los te maken van de Europese Unie en zich te verwijderen van de Verenigde Staten heeft het Verenigd Koninkrijk zich op geen enkele wijze geïsoleerd, maar kan het opnieuw de joker trekken, het Gemenebest.

Men is geheel vergeten dat in 1936 Winston Churchill met het voorstel kwam om de huidige landen van de Europese Unie in het Gemenebest op te nemen. Zijn plan werd verhinderd door de politieke spanning en de wereldoorlog. Pas na de geallieerde overwinning kwam dezelfde Churchill met het idee tot de vorming van de ‘Verenigde Staten van Europa’ [7] en riep hij de Conferentie van de Europese Beweging in Den Haag bijeen [8].

Het Gemenebest is een organisatie van 53 lidstaten, gegrondvest op Engelse waarden – raciale gelijkheid, rechtsstaat, mensenrechten vanuit ‘nationaal belang’. Het moedigt echter ook zakenrelaties en sportieve vaardigheden aan. Daarnaast wisselt ze deskundigen op allerlei terreinen uit.

Koningin Elizabeth II, staatshoofd van 16 van de lidstaten, is het hoofd van het Gemenebest (eerder een keuze dan een erfelijke titel).

Wat willen de Britten?

Volgens Londen is het de Verenigde Staten die de ‘speciale relatie’ verstoord heeft, door toe te geven aan de buitensporigheid (overmoed) van een unipolaire wereld en door hun eigen buitenlandse en economische beleid uit te voeren. Terwijl ze niet langer de belangrijkste economische en conventioneel-militaire macht in de wereld zijn.

Van hieruit gezien is het in het belang van het Verenigd Koninkrijk te stoppen met het ‘alles op één kaart zetten’. Ze moet de gemeenschappelijke doelen die ze deelt met Washington behouden, vertrouwen op het Gemenebest, en nieuwe betrekkingen met Beijing en Msokou aangaan, rechtstreeks of via de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO).

Op de dag van de Brexit stemde de SSO in met de toetreding van twee leden van het Gemenebest, India en Pakistan, terwijl daarvoor nog nooit een Gemenebestland lid was geweest [9].

Hoewel we niets weten van de contacten die het Verenigd Koninkrijk al met Rusland moet hebben gelegd, valt de toenadering tot China op.

Afgelopen maart kondigde de London Stock Exchange, die de beurs van de City en van Milaan beheert, het plan aan om tot een fusie met de Deutsche Börse te komen. De Deutsche Börse beheert de beurs van Frankfurt, het verrekenkantoor van Clearstream en Eurex. Het was de bedoeling dat de twee instellingen hierover direct na het Brexit referendum een besluit zouden nemen. Deze aankondiging is des te opmerkelijk, omdat de Europese regelgeving formeel zo’n handeling verbiedt, omdat het een ‘monopolie’ creëert. Het lijkt erop dat het besluit van de twee instellingen al anticipeerde op het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

Bovendien heeft de London Stock Exchange een overeenkomst aangekondigd met de China Foreign Exchange Trade System (CFETS), en werd zij in juni de eerste aandelenbeurs ter wereld waar Chinese staatsobligaties werden verhandeld. Alle onderdelen waren gereed om de City om te vormen tot een Chinees Paard van Troje in de Europese Unie, ten koste van de Amerikaanse heerschappij.


Noten

[1] “The Atlantic Charter”, by Franklin Delano Roosevelt, Winston Churchill, Voltaire Network, 14 August 1941.

[2] Nato’s Secret Armies: Operation Gladio and Terrorism in Western Europe, Daniele Ganser, Cass, London, 2004.

[3] America’s Great Game: The CIA’s Secret Arabists and the Shaping of the Modern Middle East, Hugh Wilford, Basic Books, 2013.

[4] “The networks of “democratic” interference”, by Thierry Meyssan, Voltaire Network, 22 January 2004; « Национальный фонд демократии — игровая площадка ЦРУ] », Тьерри Мейсан, Однако (Российская Федерация) , Сеть Вольтер, 6 октября 2010.

[5] “Who is the Enemy?”, by Thierry Meyssan, Translation Roger Lagassé, Voltaire Network, 4 August 2014.

[6] “The Obama Doctrine”, by Jeffrey Goldberg, The Atlantic (USA) , Voltaire Network, 10 March 2016.

[7] “Winston Churchill speaking in Zurich on the United States of Europe”, by Winston Churchill, Voltaire Network, 19 September 1946.

[8] « Histoire secrète de l’Union européenne », par Thierry Meyssan, Réseau Voltaire, 28 juin 2004.

[9] “Brexit coincides with India’s and Pakistan’s entry into the SCO”, by Alfredo Jalife-Rahme, Translation Anoosha Boralessa, La Jornada (Mexico) , Voltaire Network, 2 July 2016.

Bron: http://www.voltairenet.org/article192722.html

Posted on

China gaat in Djibouti eerste buitenlandse militaire basis inrichten

Afgelopen voorjaar verklaarde China reeds dat het, in samenhang met haar toevoer van energie en delfstoffen en het openhouden van bepaalde zeewegen, ook zwaarwegende overzeese belangen heeft. In het nieuwe defensie-witboek gaf de Volksrepubliek aan deze belangen zo nodig ook met militair geweld te willen verdedigen. In dit kader moet het recente nieuws gezien worden, dat China een militaire basis in de Hoorn van Afrika inricht.

DjiboutiNadat hoge Chinese militairen een oorlogsschip dat in Djibouti bijgetankt werd bezocht hadden, maakte Peking op 26 november bekend dat men onderhandelingen voerde met de regering van Djibouti over de inrichting van een militaire basis in dat land. Het Chinese ministerie van Defensie ontweek in eerste instantie de vraag of de basis vergelijkbaar zou worden met de bases van westerse landen in het buitenland, maar enkele maanden later bevestigt men nu toch de uitspraken van de Djiboutische president Omar Guelleh tegenover persbureau AFP over dit grote project in Obock, een havenstad in het noorden van de verarmde Oost-Afrikaanse republiek, die het kleine land met een bevolking van zo’n 830.000 mensen een aanzienlijk inkomen zal brengen.

Eind januari nu maakte Hong Lei, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, bekend dat men een overeenkomst bereikt had. Beide landen ondertekende hieraan voorafgaand diverse economische akkoorden, die voor Djibouti het in het leven roepen van een vrijhandelszone, versterking van zijn rol als omslagcentrum voor de handel tussen China en de rest van de wereld en de schepping van een juridisch kader waarin Chinese banken in Djibouti actief kunnen worden inhouden. President Xi Jinping zet infrastructureel in op de totstandbrenging van de zogenaamde Nieuwe Zijderoute, de Hoorn van Afrika kan daar een van de stations in zijn.

China heeft voor zijn eerste buitenlandse militaire steunpunt een strategisch uiterst belangrijke locatie aan de Straat van Bab al-Mandeb, aan de toegang van de Rode Zee en het Suezkanaal, uitgekozen. Met deze stap laat de Volksrepubliek niet alleen op papier maar daadwerkelijk de oude strategie achter zich, die louter bestond in de verdediging van de landsgrenzen.

In de afgelopen tien jaar hebben zich volgens officiële cijfers een miljoen Chinezen in Afrika gevestigd. Gezien de politieke instabiliteit van veel Afrikaanse landen, kan de basis in Djibouti niet alleen de economische belangen van China dienen, maar ook een steunpunt zijn voor eventuele repatriëring van Chinezen in noodgevallen. Afgelopen maart evacueerde de Chinese marine nog zo’n 600 Chinezen en enkele honderden andere buitenlanders uit Jemen, dat te lijden heeft onder een burgeroorlog waarin ook een regionale coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië zich gemengd heeft en een zeeblokkade die tot hongersnood heeft geleid.

‘Vrede en stabiliteit in de regio’

De Chinese overheid benadrukt evenwel dat de militaire basis niet bedoeld is als steunpunt voor grote militaire interventies, zoals de Amerikanen gewoon zijn. Het Chinese ministerie van Defensie spreekt dan ook liever van een logistiek centrum, dat bijvoorbeeld een belangrijke rol kan spelen in de anti-piraterijmissie in de Golf van Aden. Sinds december 2008 speelt de Chinese marine hierin een belangrijke rol, sinds begin 2010 in het kader van een VN-missie in samenwerking met andere landen. Deze inzet van de Chinese marine kan zeer vergemakkelijkt worden door het steunpunt in Djibouti, aldus het ministerie.

Verder zijn er nog Chinese blauwhelmen die in Zuid-Soedan en Mali de vrede handhaven en in andere Afrikaanse landen humanitaire missies vervullen.

[contextly_sidebar id=”Weg0azAHIgGxxqXvn7aaaygh5q2lqFPC”]Te denken valt ook aan het feit dat China eind vorig jaar geconfronteerd is met de dreiging van islamistische terreurgroepen. In drie dagen tijd werden in Syrië en Mali vier Chinese staatsburgers vermoord door dergelijke groepen. Zo betrekt de vestiging en economische activiteit van Chinezen over de hele wereld de Volksrepubliek ook bij de problemen van de rest van de wereld.

Ongetwijfeld speelt ook een zekere rivaliteit met de Verenigde Staten een rol, wier hegemonische optreden in de wereld de Chinezen een doorn in het oog is. Djibouti huisvest immers ook een Amerikaanse militaire basis, Camp Lemonnier bij de internationale luchthaven Ambouli, buiten de hoofdstad Djibouti. Toen Washington in 2014 het contract voor die basis voor tien jaar verlengde was er sprake van investeringen in de infrastructuur van meer dan 800 miljoen dollar.

Posted on Leave a comment

Syrië en de Barones

De opstand in Syrië is de afgelopen twee jaar uitgemond in een sektarische burgeroorlog waar de internationale politiek geen antwoord op lijkt te hebben. Waar andere landen actief zoeken naar overleg, of één van de partijen daadwerkelijk steunt, is de afwezige in het debat de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, barones Catherine Ashton. Dat doet de vraag rijzen of een gemeenschappelijk Europees buitenlandbeleid op alle onderdelen haalbaar is. Wat is de echte toegevoegde waarde van deze functie van de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese Dienst van Extern Optreden (EDEO)?

Dubbele pet Ashton
De functie van de Hoge Vertegenwoordiger is geregeld in het Verdrag van Lissabon in 2009. Tot de taken behoren leiding geven aan de instrumenten van het buitenlands beleid, dus onder andere de diplomatieke dienst van de EU, de EDEO. Maar wat deze functie bemoeilijkt, is dat de vertegenwoordiger een functie in de Europese Raad combineert met een functie in de Europese Commissie. Mevrouw Ashton heeft dus een dubbele pet op. De verhoudingen tussen de Europese instellingen vertroebelt op deze manier. Want namens wie spreekt Ashton? Namens de lidstaten of namens de Europese Commissie? De vertegenwoordiger mag uitsluitend op punten waar consensus heerst namens alle lidstaten optreden, een verzwarende factor dus. Want dit zal in de praktijk vooral onderwerpen betreffen die letterlijk of figuurlijk ver van Europa afstaan. De Eurofractie van de ChristenUnie heeft zich altijd uitgesproken tegen dit gevaar van de twee, mogelijk tegenstrijdige, functies die Ashton vertegenwoordigt.

Toegevoegde waarde Hoge Vertegenwoordiger beperkt
We zagen al eerder dat de rol van Ashton in de internationale politiek beperkt is. Zowel de escalatie in Mali en de situatie in Libië lieten zien dat Europa geen collectieve vuist kan maken, maar individuele lidstaten het initiatief naar zich toetrekken. Maar nu ook in Syrië, een conflict dat na twee jaar al meer dan 93.000 mensen het leven heeft gekost, is Ashton opnieuw onzichtbaar. Dit zorgt er voor dat de geloofwaardigheid van de Europese Unie in het buitenlandse beleid aan betekenis inboet. Met Syrië had de Europese Unie bijvoorbeeld een belangrijk verschil kunnen maken in de organisatie van de conferentie in Genève die mogelijk aanstaande is. Die bijeenkomst, waar zowel de oppositie als vertegenwoordigers van het regime aanwezig zijn, kan een van de laatste mogelijkheden zijn om een echte oplossing van het conflict te vinden. De Europese Unie had een rol kunnen spelen omdat het zich onderscheidt van andere machtsblokken en zowel met de oppositie als het regime zou kunnen overleggen. In tegenstelling tot met name Rusland en de Verenigde Staten. De tijd slinkt echter, en we hebben 27 mei jl. al het einde van het wapenembargo voor de Syrische oppositie gezien.

Hoge Vertegenwoordiger Catherin Ashton overlegt met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague (Foto: EEAS)
Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton overlegt met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague (Foto: EEAS)

De kans voor Europa om deze onderhandelingen te leiden is gemist en toont dat bij de echt grote internationale onderwerpen en conflicten het de grootmachten als de Verenigde Staten, Rusland, maar ook Groot-Brittannië en Frankrijk, zijn, die de dienst uitmaken. De EDEO blijft ook afhankelijk voor informatie en inlichtingen van de nationale lidstaten. Primair Frankrijk en Engeland. Dit zijn echter ook de landen die de grootste voorstanders waren van het beëindigen van het wapenembargo in Syrië. Dat maakt de Hoge Vertegenwoordiger erg kwetsbaar.

EDEO terug naar kerntaken
De rol van de Hoge Vertegenwoordiger en de EDEO moet worden heroverwogen. De toegevoegde waarde van de EDEO is beperkt aangezien op belangrijke internationale vraagstukken er geen EU-consensus te bereiken is. Dat betekent dus ook dat de dienst kan worden afgeslankt. Om zich te concentreren op taken en aandachtsvelden waar de Europese landen het met elkaar eens zijn en waarvoor geen bevoegdheden op militair en inlichtingengebied naar Brussel hoeft te worden overgeheveld. Dit zijn taken zoals het ondersteunen bij en coördineren van concrete missies bijvoorbeeld bij de bestrijding van piraterij voor de kust van Somalië. Adequate hulp aan vluchtelingen uit Syrië kan ook zo´n missie zijn. En focus op heel concrete onderwerpen als opkomen voor vrijheid van godsdienst en steunverlening bij de opbouw van jonge democratieën als Birma. Door zo’n aanpak wint de EDEO aan geloofwaardigheid. Geloofwaardigheid die Barones Ashton helaas vooral met het Syrische conflict heeft verloren.