Posted on

Naoorlogse verzetshelden waarschuwen voor Baudet

De wanhoop slaat nu toch echt toe! Zelfbenoemd ‘weldenkend’ Nederland weet nu echt niet meer hoe ze Baudet moet stoppen. Ruim een week geleden werd er tijdens een antiracisme-demonstratie opgeroepen Baudet neer te schieten; het journaille en de intellectuele goegemeente was er als de kippen bij om deze moordoproep te bagatelliseren. Bijna dagelijks zitten ‘pratende hoofden’ in een van de vele talkshows te fulmineren tegen Baudet en het Forum voor Democratie. Opiniepagina’s van de dagbladen staan dag-in dag-uit vol met alarmerende schrijfsels over de filosoof-politicus en redactionele commentaren maken voortdurend hysterische vergelijkingen tussen de opkomst van Baudet en – natuurlijk – de jaren dertig van de vorige eeuw. Een al lang uitgerangeerde cabaretier schreeuwde onsamenhangende anti-Baudet kreten tijdens het herdenkingsmoment voor de slachtoffers van de aanslag in Utrecht bij de opening van het Boekenbal. Men zit kortom met de handen in het haar. Waarom wil het domme volk maar niet luisteren?!

“Volwassen politici”

Een laatste bedroevende bijdrage aan de dagelijkse stroom van anti-Baudet geluiden levert filosoof en Trouw-redacteur Leonie Breebaart. In het Letter&Geest-katern van 30 maart steekt ze al vanaf zin 1 met grof geschut van wal: “In de week voor de Maand van de Filosofie sloeg Thierry Baudet alle taboes aan diggelen die volwassen filosofen – en volwassen politici – proberen te respecteren, en die je kunt samenvatten als: doe niet of je een goddelijke ziener bent en hou je aan de feiten.”

Breebaart suggereert hier nogal wat in één zin. Baudet is geen volwassen filosoof en geen volwassen politicus, hij noemt zichzelf een ‘goddelijke ziener’ en hij houdt zich niet aan de feiten. Daarnaast verwijt de redacteur tussen neus en lippen door dat Baudet taboes doorbreekt. Laat het nu juist de generatie linkse journalisten zijn die er prat op gaat overal en nergens taboes te willen doorbreken! Maar Baudet, die schopt tegen het linkerbeen, verstoort het progressieve feestje.

Bodar op de korrel

Wie is Breebaart om vast te stellen wie wel volwassen is en wie niet? Welke criteria hanteert de filosoof/redacteur daarvoor? Op z’n minst mag je daarvan toch wel een verantwoording verwachten van iemand die zichzelf filosoof noemt? Maar de Trouw-redacteur suggereert heel geniepig dat Baudet, in tegenstelling tot zijn tegenstanders, een kind is. En kinderen hoef je niet serieus te nemen. Dat blijkt al uit de volgende alinea, waarin Breebaart Antoine Bodar, die zeldzaam moedig in Buitenhof het opnam voor Baudet, op de korrel neemt. De priester had de leider van het Forum vergeleken met een gymnasiast. Breebaart schampert daarover: “Ach ja, die goeie, ouwe puberteit, toen je grootse visies de wereld in slingerde in de hoop heel geleerd over te komen.” Nee, de redactie van Trouw is dat stadium allang ontgroeid. Daar werken alleen heel volwassenen mensen.

“Het land beschermen”

Want volgens Breebaart zelf behoort zij tot de groep mensen die het land beschermen, maar die Baudet wegzet als vijanden: “En dus dat degenen die ons in werkelijkheid beschermen tegen de macht van een leider – wetenschappers, journalisten, bestuurders – weggezet moeten worden als vijanden van het volk.” Het staat er echt. Wetenschappers, journalisten en bestuurders die “ons” moeten beschermen. Wat een gotspe, wat een eigendunk, wat een arrogantie!

(Non-)conformisme in de wetenschap

Wetenschappers die bijvoorbeeld werkzaam zijn bij een van de overheidsinstellingen, zoals een Planbureau, en die braaf opschrijven wat een ministerie wil horen. Wetenschappers die zo overtuigd zijn van hun eigen theorieën, dat ieder afwijkend geluid de mond wordt gesnoerd. Neem bijvoorbeeld promovendus Joris van Rossum van de VU in Amsterdam. In zijn proefschrift haalde Van Rossum, niet christelijk, de evolutietheorie van Darwin onderuit. Hij kon een baan in zijn vakgebied vergeten.

Gekochte journalisten

Journalisten die braaf op- of beter overschrijven wat een ministerie of inlichtingendienst hen voorkauwt. Udo Ulfkotte heeft dit overtuigend aangetoond in zijn boeken, zoals ‘Gekochte journalisten’ (Uitgeverij De Blauwe Tijger). Journalisten, die acht jaar lang hijgerig en kwijlend achter president Obama hebben aangehobbeld, maar die sinds 2016 Trump wegzetten als een levensgevaarlijk man. Trouw kopte op 31 maart nog: “Donald Trump regeert als een koning die geestelijk niet tegen zijn taak is opgewassen”. Alweer een kind, net als Baudet. Verslaggevers die twee jaar lang ongenuanceerd en kritiekloos berichten over Russische beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar vervolgens het Mueller-rapport – dat als conclusie heeft dat er geen enkel bewijs van beïnvloeding is – in twijfel trekken. En dat noemt zich kwaliteitsjournalistiek. Journalistiek als verdienmodel is een betere naam (Perscombinatie, salaris Van Nieuwkerk, etc.).

Reductio ad hitlerum

Bestuurders die hun sociale media-kanalen gebruiken voor het rondsturen van berichten waarin Baudet en het Forum voor Democratie een-op-een geassocieerd worden met het nationaal-socialisme. Als het Forum inderdaad de grootste partij van Nederland wordt, verwacht ik al snel ‘Baudet-vrije’ gemeenten. Want de bestuurders in dit land zijn echte verzetshelden.

Breebaart zingt in dat koor lustig mee. “Nieuw-rechtse bewegingen”, “extreem-rechtse Polen”, “omvolking”, “sterke leider”: de column van de redacteur grossiert in dit soort grove associaties en beschuldigingen. Beschermers? Tendentieuze rioolratten, die een klimaat creëren dat erger is dan dat van 2002. De demonisering neemt beangstigende vormen aan. Was het in 2002 nog ‘Stop de Hollandse Haider’, nu leest men zwart op wit of tussen de regels door ‘Stop de Hollandse Hitler’. De wanhoop van de linkse elite kent geen grenzen meer. Wie herinnert zich niet de schreeuwende Alexander Pechtold in De Balie in Amsterdam? Er hoeft maar een gek op te staan…

Posted on

“Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.”

“Kakistocracy, een 374 jaar oud woord, is zojuist opgenomen in het woordenboek.” Aldus kopte The New York Times op 13 april 2018. Wat bleek? Voormalig CIA-directeur John O. Brennan had een tweet de wereld ingestuurd waarin hij president Donald Trump toebeet: “Jouw kakistocratie staat op instorten na de bedroevende weg die deze heeft afgelegd.”

Omdat vrijwel niemand begreep wat Brennan bedoelde met ‘kakistocracy’, gingen zijn Twitter-volgers massaal op zoek naar de betekenis van het woord. Bij online-woordenboek Merriam-Webster vingen ze aanvankelijk bot, maar de redactie liet er geen gras over groeien en voorzag de zoekers alsnog van een uitleg. ‘Kakistos’ is oud-Grieks voor ‘slechtsten’ en kratos’ betekent ‘macht’. Een kakistocratie betekent dus dat de slechtsten aan de macht zijn. Het tegenovergestelde van een aristocratie, waarin de besten (aristos) het voor het zeggen hebben.

Volgens Tjeerd Andringa, universitair hoofddocent cognitiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn westerse democratieën niet vrij van kakistocratische elementen. Dit zou onder meer blijken uit de banden die inlichtingendiensten onderhouden met terroristische groeperingen en pedofielennetwerken. Om een bestuursvorm te krijgen van en voor het volk is niet minder dan een psychologische revolutie nodig. Mensen moeten leren inzien dat ze zoveel beter af zouden zijn als ze hun lot in eigen hand namen en zich niet langer afhankelijk stelden van incapabele,  machtswellustige, of zelfs kwaadaardige autoriteiten. Self-empowerment, burgers die zichzelf in hun kracht zetten, is de sleutel tot een betere wereld.

Andringa heeft een eigen website, Geopolitics and Cognition, die weliswaar al sinds een paar jaar niet meer actief beheerd wordt, maar een interessant inkijkje biedt in Andringa’s politiek-psychologische inzichten. De website was een hobbyproject, en staat los van Andringa’s werkzaamheden aan de universiteit, waar hij studenten helpt op academisch niveau te leren denken en begrijpen.

Deelt u de mening van voormalig CIA-directeur Brennan? Is de regering Trump een kakistocratie? 

[pullquote]Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers.[/pullquote]

Er zitten ongetwijfeld kakistocratische elementen in de Amerikaanse regering, maar dat was onder de voorgangers van Trump niet anders. Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers. Dat zag je duidelijk bij Obama. Die werd wel genoemd teleprompter in chief, omdat hij weinig meer leek te doen dan het oplezen van teksten van een schermpje. Alles van enig belang komt niet bij zo’n president vandaan. Het begint er al mee dat je geen kans maakt op het presidentschap zonder brede financiële en andere steun van de Deep State, de permanente machtsbasis in de VS waaraan de Council of Foreign Relations een groot deel van de bemensing levert.

Niks nieuws onder de zon dus met Trump?

Trump was een ongeleid projectiel. Het was niet de bedoeling dat hij president zou worden. Het is hem toch gelukt, omdat hij met z’n vele geld in staat was zelf zijn campagne te betalen, en ook door zijn botte charme, die hij voor een groot deel van de Amerikanen heeft. Dat was bedreigend voor het bestel. Ze hebben Trump nu onder controle gekregen, door mensen om hem heen te zetten die hem voeden met ideeën, waardoor hij geen dingen doet die teveel in strijd zijn met wat het bestel eigenlijk wil. John Bolton zie ik als een typische vertegenwoordiger hiervan. Hij is in april van dit jaar naar voren geschoven als veiligheidsadviseur van Trump. Hij is nauw verbonden met het neocon-netwerk, dat destijds de oorlog tegen Irak in gang heeft gezet door volstrekt ongegronde beschuldigingen te verzinnen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het land. Een oorlog op leugens baseren is typisch kakistocratie. En ook dat een samenleving zoiets accepteert is typerend voor een kakistocratie.

Psychopaten zijn volgens u oververtegenwoordigd in hogere kringen? Zij vormen de kern van elke kakistocratie?

Als een systeem kandidaten voor een toppositie selecteert op basis van het vermogen om koste wat kost resultaten te krijgen, dan kun je verwachten dat er veel intelligente en gewetenloze personen tussen zitten die precies weten wat ze moeten doen om een respectabel aanzien te verwerven. Zo’n systeem selecteert op intelligentie en psychopathie. Want psychopaten hebben een amper ontwikkeld geweten. Probleem daarbij is dat weinig psychopaten capabel genoeg zijn voor hoge posities. Het kost dus moeite om ze te vinden en op te leiden.

In een interview heeft u de term kakistocratie genoemd in verband met pedofielennetwerken. Volgens u oefenen inlichtingendiensten macht uit door mensen op hoge posities te plaatsen die chantabel zijn.

Om mensen op machtsposities onder controle te houden is het belangrijk dat ze chantabel zijn. Anders hebben ze te veel vrijheid en doen ze wellicht wat ze zelf belangrijk en moreel vinden. Dat is nu precies wat moet worden voorkomen. Het is daarom een  standaard werkwijze van inlichtingendiensten en andere netwerken om mensen te selecteren op chantabiliteit.

Het is een beproefde tactiek van inlichtingendiensten om personen in compromitterende situaties te brengen, de zogeheten honey trap. Maar u stelt dat hiervoor zelfs kinderen worden ingezet?

Dat hangt ervan af wat je wilt. Als je de meest gewetenloze mensen zoekt, die in staat zijn de meest kwetsbare individuen probleemloos te misbruiken, dan vormen seksfeesten met kinderen een prima selectiemechanisme. Personen die deelnemen aan dit soort evenementen, zijn zich er van bewust dat ze op deze manier chantabel worden gemaakt. Maar het maakt ze niet uit, omdat ze hiermee tegelijkertijd toegang krijgen tot machtsposities waar ze anders nooit in terecht zouden kunnen komen. Het is dan een soort initiatieritueel.

Het zal voor iedereen inmiddels bekend zijn dat er talloze bewezen gevallen zijn van pedofielen in hogere kringen. Maar waaruit blijk dat deze personen hebben deelgenomen aan seksfeesten georganiseerd met de bedoeling ze te rekruteren?

Daar hebben we alleen maar veel anekdotisch bewijs voor. Er zijn heel wat getuigenissen van kinderen die claimen misbruikt te zijn op feesten en ook gevallen waarbij overheden op allerlei manieren hebben geprobeerd politieonderzoek te ondermijnen. Zie onder meer de Dutroux-affaire in België, het Franklin-schandaal in de VS en een groot aantal schandalen in het Verenigd Koninkrijk rond onder anderen media-persoonlijkheid Jimmy Savile en voormalig premier Edward Heath. Juridisch bewezen zijn deze affaires niet omdat ze altijd ergens stranden. Maar waarschijnlijk lijkt het wel. Overheden lijken beter te zijn in het in de doofpot stoppen van de eigen kwalijke praktijken dan in het aanpakken ervan.

U stelt ook dat inlichtingendiensten aanslagen faciliteren die worden toegeschreven aan extremistische moslims?

Vast niet alleen inlichtingendiensten maar ook andere netwerken. Zeker is dat geheime organisaties aanslagen hebben gepleegd op de eigen bevolking. Operatie Gladio is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat was een geheim netwerk in Europa van rechtsextremistische groepen, dat gesteund werd door de CIA en de NAVO, en dat in Italië aanslagen heeft gepleegd op de burgerbevolking. Er is een groot aantal boeken over en ook een prima BBC-documentaire, getiteld Operation Gladio.

Wat is de logica achter aanslagen op de eigen bevolking?

Van de Gladio-aanslagen in Italië weten we dat het de bedoeling was het angstniveau van de bevolking te vergroten en te voorkomen dat de communisten te machtig werden. Want wat doen mensen als ze bang worden voor aanslagen? Dan richten ze zich voor hun bescherming tot de overheid. Die moet maatregelen nemen om verdere aanslagen te voorkomen.

Maar u stelt dus dat, voor het plegen van aanslagen in eigen land, rechts-extremistische groepen zijn verruild voor extremistische moslims?

[pullquote]Aanslagen leiden altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.[/pullquote]

Daar lijkt het wel op. Er is een belangrijk principe in politieonderzoek: cui bono, wie heeft er voordeel van? Ik zie geen enkel politiek of militair nut voor moslims en zelfs niet voor moslimextremisten. Die aanslagen leiden wel altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.

Bij moslims telt niet alleen het politieke en militaire nut van hun daden. Het religieuze nut staat voorop.

Religieus nut is een wat rare term: een religie is vooral een moreel construct dat je helpt om de wereld te begrijpen en moreel gedrag te kiezen. Religieus besef kan heel rijk en includerend zijn, maar ook heel beperkt en excluderend. Fundamentalistische gelovigen, of ze nu christen, moslim, hindoe, of anders zijn, worden gekenmerkt door een beperkt begrip van de wereld: ze kunnen heel intelligent zijn, maar ze hebben grote moeite met diversiteit aan opinies. Ze nemen hun religieuze teksten letterlijk en iedereen die hun interpretatie niet deelt is een ketter en daarmee niet beschermenswaardig.

De Saoedische machthebbers hebben sinds het begin van de zeventiger jaren overal in Afrika en Centraal-Azië geïnvesteerd in wahabistische moslimscholen die zich vooral richten op het uit het hoofd leren en reciteren van de Koran. Niet de beste voorbereiding op een rol in moderne samenlevingen. Maar het is wel een prima kweekvijver voor moslimhuurlingen die je overal kunt inzetten, omdat de meeste mensen, moslim of niet, hun beperkte wereldbeeld niet graag willen delen. De wahabistische huurling beschermt niemand die zich niet heeft bekeerd tot hun religieuze interpretatie van de islam. Dat bekeren vinden ze moreel, het terugbrengen van diversiteit in religieuze interpretatie ook, desnoods met geweld. Precies zoals bij ons destijds de inquisitie.

Die wahabistische huurlingen zijn overal ingezet: Afghanistan, Tsjetsjenië, Bosnië, Somalië, Soedan, Indonesië, Pakistan, Irak, Libië, en nu al vijf jaar in Syrië. Dus ja, het religieuze nut staat zeker voorop, maar niet voor de religieuze fundamentalisten, en wel voor de mensen die hen inhuren voor geopolitieke doelen.

Het is geen geheim dat de VS en bondgenoten al sinds begin jaren tachtig moslim-extremisten inzetten als huurlingen in andere landen. Maar dat is niet hetzelfde als het faciliteren van aanslagen in eigen land. Ziet u bijvoorbeeld de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs als een false flag?

Ik kan me niet herinneren dat ik in het geval van Charlie Hebdo ooit solide forensisch bewijs heb gezien, dus ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Maar neem nu bijvoorbeeld dat paspoort dat onder een stoel van de vluchtwagen werd gevonden, pas 24 uur na de aanslag. Het Charlie Hebdo-verhaal bevat te veel elementen die mensen dingen laten concluderen die ze graag willen concluderen. In dit geval dat Al Qaida het had gedaan. De aanslag leidde weer tot meer macht voor de staat en de inlichtingendiensten. Dus het past in het patroon. Trouwens vlak voor de laatste verkiezingen in Groot-Brittannië waren er ook weer wat aanslagen. Zonder het psychologische effect van die aanslagen had premier Theresa May er mogelijk niet meer gezeten.

Ziet u 9/11 als een false flag?

Wat ik in ieder geval niet geloof is het officiële verhaal. Neem alleen al Gebouw 7, dat op 110 meter afstand stond van de Twin Towers. Het is niet geraakt door een vliegtuig, en toch is het in elkaar gestort. Je kunt dat moeilijk aan Al Qaida toeschrijven. Het is ongeloofwaardig dat Gebouw 7 precies door de staalconstructies viel die het overeind moesten houden. Het is net alsof het staal tijdelijk even in boter veranderde en daarna weer terug veranderde in staal. En twintig minuten voordat Gebouw 7 in elkaar stortte, vertelde een correspondente van de BBC het al op tv, met nota bene het toen nog fier overeind staande gebouw duidelijk zichtbaar op de achtergrond. Ik heb consistentie nodig om iets voor waar aan te nemen. En ook verifieerbare feiten om een theorie op te bouwen. Het officiële verhaal mist beide.

We hebben gezien waar 9/11 toe heeft geleid. De Amerikanen, en de Britten ook trouwens, hebben een groot deel van hun privacy en overige burgerrechten opgegeven, en ze lieten zich meesleuren in de oorlogen tegen Afghanistan en Irak. Het interessante is dat de plannen daarvoor al gemaakt waren ruim voor 9/11. Zo lag de Patriot Act, een antiterreurwet van zo’n 1000 pagina’s, al klaar om goedgekeurd te worden door het Congres. En een week na 9/11 hadden de VS al plannen klaarliggen om de regeringen van zeven landen in vijf jaar tijd aan te vallen en te vernietigen. Met Syrië zijn ze nog bezig en Iran staat nog op het wensenlijstje.

Kortom, aanslagen houden de kakistocratie in stand, tenzij we ophouden er bang voor te zijn?

Benjamin Franklin, de achttiende-eeuwse Amerikaanse politicus en wetenschapper, zei ooit: “Zij die bereid zijn essentiële vrijheden in te leveren, om een beetje tijdelijke veiligheid te verwerven, verdienen noch vrijheid noch veiligheid.” Ik denk dat hij daar helemaal gelijk in heeft. En trouwens, als je kijkt naar het lijstje van doodsoorzaken dan staat terrorisme ergens onderaan. Als je dan toch bang wilt zijn, wordt dan bang voor hart- en vaatziekten, kanker, verkeersongelukken en gladde badkamervloeren. Angst voor terrorisme is echt irrationeel.

Als kenmerk van een kakistocratie ziet u ook machthebbers die binnenlandse belangen offeren aan buitenlandse belangen?

John Perkins beschrijft in zijn boek Confessions of an Economic Hitman uit eigen ervaring hoe het Westerse financiële systeem invloedrijke personen in andere landen benadert, meestal mensen die daar geaccepteerd worden als leiders, om grote investeringen in die landen voor elkaar te krijgen. Vaak zijn die mensen bereid daarin mee te gaan, ondanks dat dit ten koste gaat van hun eigen land. Ze dienen dan de belangen van het Westen, omdat ze er zelf beter van worden.

Een Britse minister zei begin twintigste eeuw: ‘Wij controleren Egypte helemaal niet, wij controleren alleen maar hun leiders.’ Je controleert ze door ze bijvoorbeeld een opleiding in Cambridge te geven, zodat ze in een sociaal netwerk terecht komen waarbinnen de norm de Britse norm is. Terug in eigen land lijkt het dan alsof zo iemand zijn eigen land vertegenwoordigt, terwijl hij in feite bezig is Britse geopolitiek uit te voeren.

Je hoeft dus niet corrupt of chantabel te zijn om je eigen land te verraden?

Dat is inderdaad niet nodig. Internationaal denkende mensen lijken meer op elkaar dan op de mensen in hun eigen land. Hun norm is: internationaal, globaal, vaak progressief, denken. Erg aardige mensen allemaal. Maar ze zullen vooral keuzes maken binnen dat internationale systeem. Ook als ze leiders in hun eigen land worden. Als ze nationalistische keuzes gaan maken, dan raken ze de steun van de internationale gemeenschap kwijt. Dan komen de National Endowment for Democracy en andere non-gouvernementele organisaties naar hun land om de oppositie te steunen en onrust te stoken en ontstaan er problemen voor dat soort leiders. Totdat ze weer de dingen doen die ze geacht worden te doen, zoals IMF-hervormingen doorvoeren en World Trade Organisation-beleid uitvoeren.

U lijkt globalisering te zien als een negatieve ontwikkeling.

Een centraal geleide, uniforme wereld gaat ten koste van de individuele autonomie en houdt geen rekening met verschillen en mogelijkheden op lokaal niveau. Het leidt tot een verstikkende wereldbureaucratie die meer connecties heeft met de top van het internationale bedrijfsleven dan met de wereldbevolking.

Ik zou zeggen dat elk land, elke regio, zelfvoorzienend moet zijn en in 75 procent van de eigen basisbehoeften moet kunnen voorzien. Zo’n land kan daarnaast nog prima internationaal samenwerken. Maar het gebeurt dan vanuit lokale kracht, niet vanuit lokale zwakte.

Op Geopolitics and Cognition schrijft u dat veel mensen de ‘oncomfortabele waarheden’ op uw website als schokkend zullen ervaren.

Voor velen is het nieuw wat ik beschrijf. Dat is omdat ze via de mainstream media niet of nauwelijks met dit soort ideeën in contact komen. Veel mensen willen het ook niet weten. Vooral mensen die een beperkt begrip hebben van de wereld, zich netjes aan de regels houden en sterk leunen op autoriteiten. Die bewijs je geen dienst als je ze vertelt dat de autoriteiten wellicht totaal onbetrouwbaar zijn en mogelijk horen tot de slechtsten in de wereld. Je haalt dan de grond onder hun voeten weg.

Tegelijk vindt u het van groot belang dat mensen de spelletjes doorzien die er gespeeld worden op het wereldtoneel.

Ik vraag de lezers van de website: Waarvoor zet jij je in? Voor jezelf en voor alles waar je van houdt en waarmee je je verbonden voelt? Of voor een anonieme groep die jou in de val heeft gelokt met het spelen van een spel dat je niet volledig kunt overzien of begrijpt? Wellicht is onze huidige wereld een soort casino, dat zo is opgezet dat je gegarandeerd verliest. De Cyprioten zijn het grootste deel van hun spaargeld kwijtgeraakt en de Polen de helft van hun pensioenen. Dus waar hebben ze al die tijd voor gewerkt en gespaard? In elk geval minder in hun eigen voordeel dan ze altijd hadden gedacht. Dat kan in Nederland ook gebeuren.

[pullquote]De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden.[/pullquote]

Ik zeg dan: De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden. Als je besluit je leven door te brengen in een bubble van zalige onwetendheid, inschikkelijkheid en goedgelovigheid, dan is de kans groot dat daar misbruik van zal worden gemaakt en dat je wordt uitgebuit door dezelfde krachten die je onwetend en goedgelovig houden en inschikkelijk maken.

Door de machtsspelletjes aan de top te doorzien, stoot je minder snel je hoofd?

Ja, en je bent dan ook beter in staat bij te dragen aan een betere wereld. De Amerikaanse dichter Carl Sandburg zei ooit: “Eens beginnen ze een oorlog waar niemand komt opdagen.” En dat is een van de verborgen waarheden van de wereld waarin we leven: als wij ons niet langer lenen voor spelletjes die we bij voorbaat verliezen, zullen er geen oorlogen meer zijn, geen georganiseerde onderdrukking, geen dictatuur. Mensen moeten leren het verschil te zien tussen machtswellustige psychopaten en wijze leiders. Nog beter is het als ze geen leiders meer nodig hebben omdat ze zelf wijs genoeg geworden zijn.

U bent optimistisch gestemd over de invloed van het individu op de wereldpolitiek?

Ontwikkelingen op micro- en macroniveau zijn nauwer met elkaar verbonden dan mensen geneigd zijn te denken. Geopolitiek wordt weliswaar beïnvloed door wat er aan de conferentietafels van Bilderberg, Davos of elders wordt besproken, maar wordt uiteindelijk niet daar bepaald. Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel. Zie de Sovjet-Unie. Die is in elkaar geklapt omdat niemand er meer in geloofde. De mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben om de wereld te begrijpen zijn groter dan ooit. Dankzij internet is er een enorme hoeveelheid kwalitatief goede informatie voorhanden. Die is tussen alle rotzooi niet altijd even makkelijk te vinden. Maar de informatie is er, en is toegankelijker dan ooit. Als we ons door zelfstudie onafhankelijk maken van autoriteiten buiten onszelf, wacht de mensheid een zonnige toekomst met eindeloze mogelijkheden.

Een socialist zou nu zeggen: Als individu bereik je niks. Je moet je verenigen.

Dat lijkt me een slecht idee. Je mag je wel verenigen, maar je moet je nooit afhankelijk maken van een groot systeem. Want dan word je weer iemand die blind in een ideologie gelooft en conformistisch is, in plaats van kritisch-creatief.

U verkiest de weg van het anarchisme?

Nou ja, kijk. De biosfeer, de natuur, het leven zijn opgebouwd zonder centraal leiderschap. Dus laat overheden eerst maar bewijzen dat ze ook op lange termijn toegevoegde waarde bieden. Tot die tijd gebruik ik de behoefte aan een overheid als een maat voor een niet-ontwikkeld intellectueel vermogen.

Sommige diersoorten kennen alfa-mannetjes en vrouwtjes die het zaakje leiden.

Dat is zo. Maar daar heb je het over een ander soort leiderschap dan je doorgaans ziet in de mensenwereld. Een leidende rol in de dierenwereld krijg je alleen als je heel goed bent in het uitvoeren van een belangrijke taak. En niet door te netwerken of verkiezingen te houden.

U houdt zich bezig met stadslandbouw. Heeft dat een plaats in uw denken over geopolitiek?

Wij laten met de Stadsakker zien dat de boerderij van een eeuw geleden in essentie nog prima functioneert. Onze landbouw was vroeger volledig duurzaam. We nemen daar met de Stadsakker een voorbeeld aan en dat is ons al bijna gelukt.

De industriële landbouw bestaat nog maar 70 jaar. Die bestaat bij de gratie van groei, schuld en kosten die elders worden neergelegd. Dat systeem is gedoemd in elkaar te storten. Tegenwoordig moet je in de Noordoostpolder soms al drie meter diep ploegen om nog aan goede grond te komen; daarboven is alles volledig uitgewoond.

Je kunt een systeem dat je niet aanstaat, zoals de industriële landbouw, bevechten, maar je kunt het ook irrelevant maken, door op een plek te gaan zitten waar het systeem er geen last van heeft en jij je gang kunt gaan. Tegen de tijd dat het systeem zichzelf heeft opgeblazen kom jij met betere ideeën naar voren.

U stelt dat mensen in grote, bureaucratische organisaties gefnuikt worden in hun leerproces, omdat de omgeving waarin ze werken is losgezongen van de werkelijkheid. 

Wij hebben systemen gecreëerd die zo ver afstaan van de werkelijkheid dat we vaak niet meer worden geconfronteerd met de consequenties van ons eigen handelen buiten die systemen. Er is daarom een duidelijk verschil in competenties tussen managers, politici, ambtenaren en anderen die werken binnen zo’n systeem en bijvoorbeeld een tandarts. Als een tandarts iets fout doet, dan krijgt hij dat onmiddellijk terug van zijn klanten of hij ziet het bij het volgende consult. Hij wordt direct geconfronteerd met zijn eigen falen en leert daarvan. Politici, ambtenaren, managers, maar ook journalisten hebben amper zicht op de impact van hun acties in de echte wereld. Dit wil niet zeggen dat ze niet kunnen leren van hun fouten, maar in hun geval is het een stuk moeilijker.

Een politicus hoort iets, roept het een paar keer en het idee wordt overgenomen. Maar of het werkelijk klopt? Hij heeft geen flauw idee. Hij hoeft niet te begrijpen waar het over gaat, wat de consequenties zijn. Daarom kan een politicus ook zo’n waanzinnig laag begrip van de wereld hebben. Het enige wat hij van de werkelijkheid hoeft te begrijpen is hoe hij politicus kan blijven, dus hoe hij steeds weer mensen kan meekrijgen in zijn systeem of ideologie. Of dat een relatie heeft met de werkelijkheid doet er verder niet toe. Wijsheid is vaak ver te zoeken in de politiek. 

U stimuleert uw studenten wijsheid na te streven, onafhankelijke denkers te worden, zich te ontwikkelen tot educated minds.

[pullquote]Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en toch geen educated mind zijn.[/pullquote]

Onderwijspsycholoog William Perry heeft bestudeerd hoe het leerproces verliep bij zijn studenten aan Harvard. Op basis daarvan heeft hij de kenmerken beschreven van de educated mind. Het is niet per sé iemand die veel weet. Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en dan toch geen educated mind zijn. Het gaat om de manier waarop iemand leert en denkt. Een educated mind is vooral kritisch op de eigen gedachten en heeft zo geleerd om zich kennis van hoge kwaliteit eigen te maken. Zo iemand voelt zich ongemakkelijk met kennis die niet te onderbouwen is.

U maakt een onderscheid tussen wijsheid en intelligentie?

Die twee hebben inderdaad verrassend weinig met elkaar te maken. Hoewel intelligentie kan helpen om sneller wijs te worden, is het geen garantie hiervoor. Intelligentie, zoals gemeten in een test of examen, kun je zien als het vermogen om op basis van beschikbare informatie een van tevoren bekend ‘juist’ antwoord te geven. Intelligentie stelt je in staat, als je ervoor kiest, heel goed te worden op school en universiteit. Met hoge cijfers, een mooi diploma en een goed ontwikkeld taalvermogen komen intelligente mensen in belangrijke banen en op centrale posities terecht. Als ze wel intelligent maar niet wijs zijn, gaan ze daar precies doen wat ze hebben geleerd: de norm vertegenwoordigen. Zinvol improviseren en het beste maken van de mogelijkheden is heel wat anders. En dat doen ze niet.

U spreekt in dat verband van ‘superpapegaaien’?

Een ‘superpapegaai’ is iemand die op het juiste moment precies zegt wat de docent, of een andere autoriteit, graag wil horen, en die optreedt als spreekbuis van de door de autoriteiten voorgekauwde norm. Als verdedigers van de norm torpederen ze de verbetering van de leefomgeving. Nieuwe en goede, maar nog fragiele ideeën worden in de kiem gesmoord. En velen van hen noemen zich dan nog progressief ook.

[pullquote]Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig.[/pullquote]

Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig. Ze zijn geïnteresseerd in argumenten, inzichten, feiten waarvan ze kunnen leren. Als iemand met een prikkelend inzicht komt, wordt hun interesse gewekt. Iemand met levenswijsheid verstaat ook de kunst onder complexe omstandigheden met onvolledige informatie vaak juist te oordelen en te handelen. Die wijsheid doe je op door actief mee te doen in de wereld, hiervan te leren en de consequenties van het geleerde te aanvaarden.

Hoe voorkom je dat mensen ‘superpapegaaien’ worden? Of hoe stimuleer je dat ze zich ontwikkelen tot educated minds?

Je kunt anderen begeleiden naar self-empowerment, maar ze moeten het uiteindelijk zelf doen. Het is als het vrij laten van een dier dat opgegroeid is in een kooi. Je kunt de deur openzetten, maar als het dier te bang is om zijn vertrouwde omgeving te verlaten, dan zal het niet de vrijheid nemen die je het toestaat. Vrijheid word je nooit gegeven, je moet het nemen, en vaak zonder een open deur die je toelacht. Je empowert jezelf door ervaring op te doen en aan zelfvertrouwen te winnen. Van belang daarbij is een stabiele, veilige thuissituatie, een stimulerende omgeving, waar je op terug kunt vallen bij mislukkingen, je successen kunt vieren en aangemoedigd wordt.

Het is misschien makkelijker om mensen tot papegaai te maken? 

Het disempoweren van anderen is het belangrijkste dat je nodig hebt om macht te verwerven en houden. Er zijn nogal wat organisaties die hiervoor kunnen worden ingezet: de mainstream media, het leger, onderwijsinstellingen, en ook georganiseerde religies, denktanks en liefdadigheidsinstellingen, en niet in de laatste plaats overheden en grote bedrijven.

Mensen die disempowered zijn, tonen zich vaak sterk afhankelijk van nota bene de structuren die ze in hun zelfontplooiing tegenhouden, die ze in hun denken en handelen beperken en problemen voor ze veroorzaken en in stand houden. Disempowerment zorgt ervoor dat mensen zich door autoriteiten laten vertellen wat ze moeten denken en doen.

Mensen die existentieel afhankelijk zijn van autoriteit worden door u aangeduid met de term authoritarians.

Ik onderscheid twee soorten authoritarians. De ene soort gelooft alles wat ze verteld wordt, hoe vaak het verhaal ook veranderd wordt. De andere groep die nog enigszins zelf kan nadenken, en de eigen regering niet meer vertrouwt, blijft toch in de basis afhankelijk van een autoriteit buiten zichzelf, want schenkt zijn vertrouwen aan een nieuwe regering met hetzelfde gemak waarmee hij zijn vertrouwen heeft geschonken aan de vorige.

Terugkomend op 9/11: Het belangrijkste is niet wat er precies gebeurd is die dag, maar de vraag: geloof je blind het officiële verhaal of heb je het intellectuele vermogen om zelf een solide onderbouwde mening te vormen? Als je tot de eerste groep hoort, dan maakt het niet uit hoe belachelijk het verhaal is dat autoriteiten je vertellen. Je zult het hoe dan ook verdedigen en je zult redenen vinden om mensen die wat anders geloven in diskrediet te brengen.

Als je zo denkt dan ben je een brave pion, zoals Adolf Eichmann, één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden en andere slachtoffers van het Derde Rijk. Voor Eichmann maakte het niet uit of het systeem dat hij diende verwerpelijk was of niet. Voor hem was moreel gedrag het zo goed mogelijk bijdragen aan het systeem. De mensen die hem onderzochten, toen hij door de Israëli’s gevangen genomen was, vonden hem vooral normaal en erg aardig.

[pullquote]Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken.[/pullquote]

Mensen die het systeem waar ze deel van uitmaken niet kunnen bekritiseren, kunnen de gedachte niet verdragen dat ze aan een kakistocratie bijdragen. Zij houden deze daarmee uiteindelijk in stand. Door het simpelweg niet voor mogelijk te houden dat ze bestuurd worden door de slechtsten. 

Is het niet moeilijk om als educated mind een positie aan de universiteit te verwerven en te behouden?

Ik hou mij voldoende aan de regels om er niet uitgegooid te worden, en ik krijg goede evaluaties van mijn studenten. Het is ook niet voor niets dat ik associated professor ben en geen hoogleraar. Als hoogleraar zit je vast aan een vakgebied. Dat wil ik niet. Na vijf jaar wil ik iets anders gaan doen. Ik ben iemand die steeds naar plekken gaat waar iets te ontdekken valt, of dat nu signaalanalyse, cognitiewetenschap, geluidsoverlast of geopolitiek is. Ik kom weleens buiten de comfortzone van mensen. Dat vinden ze niet leuk. Maar dat heb je overal. Niet alleen aan de universiteit. Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken. Als ze echt goed kunnen nadenken heb ik vertrouwen in hun gedachten, hun opinies en de uitkomsten van hun handelen en bemoei ik me niet met wat ze precies denken.

Posted on

Het Avondland in het licht van Spengler en de Islam

De nu volgende tekst is een ingekorte versie van een voordracht die Sid Lukkassen op 23 oktober jl. hield voor het KVHV Leuven.

Het motto van deze voordracht is: “Ducunt fata volentem, nolentem trahunt”: de gewillige leidt het lot, de onwillige wordt erdoor meegesleept; het lot zal leiden wie wil, wie niet wil zal het dwingen.

Uitgeverij Boom voltooide een vertaling van Der Untergang des Abendlandes (1918) van Oswald Spengler. Boom onderstreept met de publicatie (terecht) de urgentie en relevantie van Spenglers werk voor de huidige tijd. In deze verhandeling maak ik u deelgenoot van mijn omgang met Spengler en de waarde van zijn werk voor een politiek filosoof.

Culturen voorgesteld als levensvormen

Over Spengler moet allereerst gezegd worden dat zijn levensloop in alles naar de conceptie voert van Der Untergang des Abendlandes. Daarop volgt de receptie van dat werk en ten slotte wordt Spenglers leven geheel beheerst en getekend door zijn reacties op die receptie. Steeds keert daarbij terug dat er volgens Spengler ‘culturen’ bestaan; wezenlijk van elkaar te onderscheiden ‘levensvormen’. In de geschiedenis maken zij een analoge ontwikkeling door die in essentie de levenscyclus van een mensenwezen volgt.

Spenglers uitgangspunt wijkt af van het ‘maakbaarheidsdenken’ van de Verlichting en het techno-utopisme – daarom wordt zijn werk verworpen in progressieve kringen. Ook botst de cyclische uitleg van de historie met de lineaire voorstelling van het christendom (vanaf de schepping tot de openbaring gevolgd door de Apocalyps en de verlossing). Ook de nazi’s maakten Spengler het leven zuur: zijn geschiedsopvatting zou het onderwerp ‘ras’ verwaarlozen en werd als ‘fatalistisch’ aangemerkt.

Deze auteur overstijgt zijn tijdsgewricht

Spengler was groot vóór de machtsovername van de nazi’s en dit maakte hem tot een van de enkelen die nog in een positie was om het nieuwe regime te kunnen bekritiseren; dit scenario kan zich in onze toekomst makkelijk herhalen. Het zijn er maar weinigen die intrinsiek gedreven zijn om in alle omstandigheden objectief en kritisch te blijven – dit type mensen keert maar zelden terug op verkiesbare lijstplaatsen: partijbesturen kunnen dit persoonlijkheidstype simpelweg niet aan.

Het is ook precies waarom Spengler zijn tijdsgeest kon overstijgen en waarom het nazi-regime dat niet kon, evenzeer als dat de Westerse politieke partijen zichzelf vandaag overbodig maken. Permanent gevangen in de noodzaak om stemmen te trekken kijken partijleiders niet vooruit maar raken zij blijvend verweven in de waan van de dag. Populariteit, meeklappen en meeglibberen boven inhoud: de buitendienstcultuur in een notendop.

Wat de hofintriges van het politieke spel betreft zag Spengler scherp de schaduwzijden. Hij herkende die in de massapolitiek als voorwaarde voor plebiscieten en demagogie. Zoals toen grote aantallen mensen werden samengeperst in de straten van Rome; zuchtend naar vermaak en afleiding waren zij gevoelig voor bespeling en ophitsing door populaire volksleiders. Kijkend naar hoe joviaal de huidige leiders zich profileren zult u de buitendienstcultuur moeiteloos in hen herkennen: besef dat achter deze gemoedelijke façades meedogenloze partijhiërarchieën schuilgaan. De leden zijn aanvankelijk noodzakelijk om de partij op de kaart te zetten en populair te maken; zij worden gaandeweg op de achtergrond geplaatst en vervangen door teams van professionele spindoctors en imagomakers.

Spengler zou het daarom met ons eens zijn dat de oplossing van onze huidige malaise niet ligt in partijen met hun fladderige leiders – steeds vluchtig en jachtig op zoek naar bekende individuen wier populariteit op hen moet afstralen en die zij vervolgens weer afdanken en aan de kant schuiven – maar ligt in de geaarde binding aan een gemeenschap; een gemeenschap zoals zij vorm krijgt en wortels aanmaakt in een Nieuwe Zuil.

Dit project begrenst tegelijk de libertijnse en hedonistische ego’s van politici: het is de politicus die de zuil dient en politiek vertegenwoordigt; het is de zuil die de politicus corrigeert. De politicus kan omgekeerd niet leven zonder de zuil – zonder de zuil is het geen bestendigd gedachtegoed dat hem draagt maar slechts het vergankelijke beeld dat de spindoctor produceert. Daarmee – zonder zuil – ligt de macht bij de spindoctor en niet bij de gekozen volksvertegenwoordiger. Het zijn zuilen die democratieën überhaupt mogelijk maken, want zonder verankering in gewortelde gemeenschappen, in intellectuele arbeid en in Bildung, is het de wispelturigheid van het moment die de democratie beheerst; zo’n democratie is decadent en gedraagt zich min of meer als tirannie. Ook Spengler constateert in Der Untergang des Abendlandes dat de handel in imago’s een decadente democratie typeert.

Het boek zelf las ik voor het eerst in de vroege lente van 2008. Ik nam het boek mee op studiereis naar Berlijn, de hoofdstad van wat eens “het noordelijke Sparta” werd genoemd. Als er eens een uur was waarin de leerlingen zichzelf vermaakten, dan trok ik mij terug om in rust wat pagina’s te lezen – ik zette daarbij de ramen open en voelde hoe de lentebries zich binnenliet vanuit de skyline van de betonnen metropool. Zo werkte ik het boek in zijn totaliteit door, van kaft tot kaft – als een roman.

Duiding van het thema ‘Avondland’

Volgens Spengler is ‘alleen zijn in het woud’ de diepste religieuze ervaring van Europeanen. Gotische kathedralen bootsen die ervaring na – de meest geslaagde bouwwerken raken iets van het eindeloos ronddolen, wat we ook zien in de epische verhalen van de Westerse cultuur: het ronddolen van koning Arthur, Parsifal en The Lord of the Rings gaat terug op Odin: “Veel heb ik gereisd, veel heb ik gezien, veel van goden ervaren.” aldus het Vikinggedicht Vafþrúðnismál. Ook verwees Spengler vaak naar Gauss en Leibniz – naar ontdekkingsreizen en wiskundige formules. Het Westerse brein heeft een existentiële behoefte aan doorgronding en expansie: de oer-Europeaan vecht tegen de elementen en vormt het leven op het aambeeld van zijn wilskracht.

Europa is voor Spengler het ‘Avondland’ omdat het met zijn westelijke ligging de grond verbeeldt waarachter de zon verdwijnt wanneer de avond valt. Verkenningsschepen doorkruisten kolkende oceanen, zoekend naar nieuwe gebieden met helwitte stranden, waar de zon tot aan de einder loopt – dit was een tijd waarin de schepen van hout waren en de mannen van staal. “Westerse kunst staat gelijk aan het weghakken van de overvloedigheid der natuur” schrijft Camille Paglia. “De Westerse geest maakt definities; dat wil zeggen – deze trekt lijnen.” Het Europees intellect schept een logica die zich exponentieel doorzet, voorbij de grenzen van tijd en ruimte – het oneindige, het lineaire, het abstracte – raketten lancerend door een ijl heelal, afkoersend op onbekende bestemmingen. Dit is een belangrijk verschil met de Oosterse religies – in het boeddhistische Morgenland ligt het einddoel juist in het ophouden te streven. Vanuit deze tegenstelling denkend is ‘Avondland’ tevens een overkoepelend begrip voor de geestelijke cultuur van de Europese beschaving.

In Avondland en Identiteit wees ik vooral op de invloed van Spengler tegen de achtergrond van het fin de siècle. De meesters van de achterdocht, zoals Marx, Nietzsche en Freud brachten het Europese zelfvertrouwen aan het wankelen. Was die indrukwekkende Westerse beschaving niet een façade voor allerlei economische klassenbelangen, machtswellust en seksuele driften? Ook bleek het zelfnuancerende, zelfreflexieve bewustzijn van het christendom gevolgen te hebben voor het zelfbeeld van de Europese beschaving. Het Bijbelboek Daniël beschrijft een opeenvolging van wereldrijken die ten val komen: mede hierdoor hebben Euro­peanen de neiging om zichzelf te duiden binnen een geschiedenis die eigenlijk al is afgerond – als een uitvloeisel van een tijdperk dat reeds is afgesloten. Dit leidde tot relativisme en uiteindelijk tot schuldbesef, vermoeidheid en verlamming. Het is tegen deze achtergrond dat Spengler Der Untergang des Abendlandes schreef.

Een mogelijk dilemma is de lastige falsifieerbaarheid van Spenglers voorspellingen. Ieder fenomeen van verval is uit te leggen als een voorteken van het naderende instorten van een beschaving; dat verval is immers aangekondigd en vervolgens wordt alles in dat licht gezien. Alexis de Tocqueville, toch niet de minste, stelde het zeer krachtig: iedere nieuwe generatie biedt weer vers materiaal om te vormen naar de wensen die wetgevers vooropstellen. Als de wetgevers eenmaal decadent worden, dan is er een groter probleem.

Vervreemding van de eigen cultuur

Spinoza merkte al op dat wetten niet zijn opgewassen tegen de gebreken waarin mensen vervallen die te veel vrije tijd hebben – gebreken die niet zelden de val van een rijk veroorzaken. Zo stelt hij in hoofdstuk tien van Tractatus Politicus (1677) dat in het lichaam van een staat zich net als in een natuurlijk lichaam kwalijke stoffen ophopen, die zo nu en dan moeten worden gereinigd en doorgespoeld. De staat moet dan terugkeren naar haar uitgangspunt – naar de normen en waarden die de grondslag vormen van de bijbehorende cultuur. Blijft deze omwenteling uit, dan zullen het karakter van het volk en het karakter van haar staat volgens Spinoza twee verschillende paden inslaan. “Waardoor men er ten slotte toe komt de vaderlijke zeden te minachten en zich vreemde eigen maken, wat erop neer komt zichzelf te knechten.”

Vanuit deze verandering van heersende zeden komen wij vanzelf op de actuele migratiekwestie en het ‘Heimatgefühl’. Dit wil zeggen dat mensen, wanneer ze niet in de toeristische modus zijn, het liefst in een omgeving verkeren waar ze zich thuis, vertrouwd en geborgen voelen. Het woord ‘goed’ hangt oorspronkelijk samen met dat wat je ervaart als het eigene – vandaar ook een woord als ‘landgoed’. Met de instroom van andere culturen maakt dit thuisgevoel plaats voor maatschappelijke versplintering en sociaal atomisme. Mensen identificeren zich minder met elkaar waardoor solidariteit verdwijnt voor berekenend gedrag. De tradities die voor maatschappelijke samenhang zorgen verwaaien en men krijgt er enclavevorming voor terug.

Als een beschaving de fase van cultuurvervreemding heeft bereikt, dan treedt het onderscheid naar voren dat Spengler in Der Untergang des Abendlandes aanbracht tussen ‘slapende’ en ‘wakende’ zielen. De slapende zielen vertegenwoordigen de onderstroom van een beschaving: ze overdenken hun cultuur niet bewust maar beleven deze gevoelsmatig. Ze zijn verbonden met een oerkracht en sluimeren tussen met mos begroeide ruïnes waaruit een lichte nevel opstijgt. Soms komen ze spontaan in roering – precies om de “giftige stoffen uit te spoelen”. De wakkere zielen daarentegen staan volgens Spengler meer op hun eigen oordeelskracht: ze denken systemen uit en zijn op abstracties gericht, op ‘hoe de wereld in theorie zou moeten functioneren’.

In theorie kan men inderdaad zeggen: “Hoe erg is het als er duizenden of zelfs honderdduizenden immigranten naar Europa komen? Geen enkele cultuur is statisch – we passen ons vanzelf aan.” In de praktijk redeneren alleen mensen op deze wijze die voortdurend in een toeristische modus zijn: het slag mensen voor wie cultuur, geschiedenis en erfgoed geen intrinsieke waarde hebben, en voor hen volledig inwisselbaar zijn. Het is hierom dat Spengler in het tweede deel van zijn magnum opus concludeert dat ontworteling en doorgedreven kosmopolitisme kenmerkend zijn voor oude en stervende beschavingen. 

Nu eerst meer over de invloed van de islam op het Avondland. Daarvoor verdiepen wij ons in een bespiegeling op Michel Houellebecqs roman Onderworpen. Het is in 2015 geschreven als Soumission en naar het Nederlands vertaald door Martin de Haan, dat onze gedachten in die richting stuurt. Het boek verscheen in Frankrijk op exact dezelfde dag dat de moordaanslag op Charlie Hebdo plaatsvond, waarbij tekenaars van onwelgevallige cartoons door moslimfundamentalisten met machinegeweren werden doorzeefd. De provocatieve titel verwijst naar de significantie van het woord islam, wat letterlijk “onderwerping” betekent en uitdraagt dat het leven van de individuele gelovige niet aan hemzelf toebehoort maar aan diens opperwezen.

Integratie tussen de lakens?

In mijn leven deed zich een ontmoeting voor die het voorgaande bevestigt. Dit was toen ik tijdens een wetenschappelijke conferentie een knappe jongedame trof met een migratieachtergrond. Ze kwam me zeer Westers voor. Niet alleen was ze als een veelbelovend wetenschapper uitgekozen voor de bijeenkomst: ook accentueerde de dunne stof van haar kleding haar zandloperfiguur. De rok die ze droeg benadrukte hoe haar venusheuvel afstak tegen de musculatuur van haar onderbuik. Haar ontblote schouders boden uitzicht op de verfijnde pezen en zelfs de amberkleurige huid van haar bescheiden borsten was bij de juiste invalshoek te zien. Plots vertelde ze dat ze de relatie met haar Nederlandse vriend had verbroken vanwege de islam.

Hij was naar haar zeggen goed op weg. Drie jaar geleden had hij zich voor haar bekeerd en sindsdien hadden ze een relatie. Hij had echter laten doorschemeren dat hij voor haar alcohol en varkensvlees liet staan. Met een verzoekende ondertoon vroeg hij haar of er dan ook een punt was waarop zij concessies kon doen. “Hij moet zich aan Allah geven ter wille van Allah,” zei ze resoluut. “niet ter wille van mij.” Precies, zo vulde ik aan, “want zijn overgave moet absoluut zijn.” Haar okerkleurige ogen begonnen te fonkelen: “Absoluut, volkomen en totaal. De kern van ons geloof is onderwerping. Onderwerping aan Allah vanwege Allah en niet vanwege je vriendin.”

Onderworpen is het levensverhaal van een docent in de negentiende-eeuwse Franse literatuur aan een prestigieuze universiteit. Buiten enige affaires met studentes is zijn leven eigenlijk bar saai. Dat verandert zodra de Moslimbroederschap in Frankrijk aan de macht komt en salafistische oliesjeiks zich met het onderwijsbeleid gaan bemoeien. In Onderworpen vertegenwoordigt de islam niet zozeer een bedreiging voor Europa alswel de redding van Europa:

“Want in dezelfde mate als het liberale individualisme wel moest zegevieren zolang het alleen tussenstructuren zoals vaderlanden, corporaties en kasten ontbond, had het zijn eigen doodvonnis getekend toen het zijn aanval richtte op de ultieme structuur van het gezin, en dus op de demografie; daarna kwam logischerwijs de tijd van de islam.” (blz 212).

“De massale komst van immigrantenpopulaties die waren doordrongen van een traditionele cultuur waarin de natuurlijke hiërarchieën, de onderworpenheid van de vrouw en het respect voor ouderen nog niet waren aangetast, vormde een historische kans voor de morele en familiale herbewapening van Europa. Dit opende de weg voor een nieuwe bloeitijd van het oude continent.” (blz 215).

Dit brengt ons terug op wat ik zei over de politieke filosofen van de twintigste eeuw. Als politiek filosoof vermoed ik dat de politieke wijsbegeerte na de voornoemde ‘grote leermeesters’ feitelijk stil kwam te staan. De literatuur blijkt ons te hebben ingehaald en drukt ons nu met de neus op de feiten. Ik bedoel hiermee de enorm visionaire kracht van Houellebecq: terwijl liberalen en socialisten elkaar bevechten met economische vertogen (Piketty) voelt de schrijver haarfijn aan dat het politieke debat zich verplaatst naar identiteit. Politieke botsingen zullen gaan om de demografische voorwaarden die een beschaving nodig heeft om überhaupt te kunnen voortbestaan.

“De Moslimbroederschap is een bijzondere partij – voor hen zijn demografie en onderwijs de hoofdpunten: de bevolkingsgroep die de beste vruchtbaarheidscijfers heeft en die zijn waarden weet door te geven trekt aan het langste eind. Zo simpel is het in hun ogen, economie en zelfs geopolitiek zijn maar bijzaak: wie de kinderen heeft, heeft de toekomst, punt uit.” (blz 64).

Wat Onderworpen nóg controversiëler maakt is dat het Front National in het verhaal een verzetsbeweging wordt, als de enige groep die nog bereid is voor de traditionele Westerse waarden te vechten. Sociaal-liberalen zijn bezig met ‘lauwe’ economische compromissen en ondertussen verplaatst het ‘bezielend-ideologische vuur’ zich naar de rechterkant van het politiek spectrum. Zoals in een debat tussen filosoof Etienne Vermeersch en politicus Bart de Wever al werd gezegd “zijn de mensen nu wel een beetje klaar met de holle vertogen over wereldburgerschap die ze vanuit hun maatschappelijke elites krijgen opgedrongen”. Rond dezelfde tijd omschreef Martin Bosma zichzelf als leider van een club rebellen die zich verzet tegen de afschaffing van Nederland. Dit was in een interview over zijn boek Minderheid in eigen land (2015). Ook de recente oprichting van een nieuwe groep in het Europees Parlement, met daarin onder meer Front National, PVV en Vlaams Belang, is een teken aan de wand.

Westerse zelfopheffing?

Minder visionair was de bijeenkomst in Utrecht op 16 mei 2015 waar de schrijver optrad ondersteund door diens vertaler. Wie in de ban is van Houellebecqs boeken is dat wegens de aangrijpende thema’s: de invloed van feminisme op man-vrouw verhoudingen, de pornografisering van de samenleving en de botsing tussen de islam en het Westen. Het vraaggesprek ging echter over technische trivialiteiten omtrent het vertalingsproces. “Hoe vaak herhaal je een woord binnen een alinea – volg je daarin Flaubert of Balzac?” Helaas kreeg het publiek maar vijf minuutjes om vragen te stellen en het debat te ontketenen 

In een interview met Paris Review (2 januari 2015) noemde Houellebecq Frankrijk juist een verzetshaard tegen deze collectieve zelfopheffing; dat maakt het land vrij uniek in vergelijking met andere Europese landen (zoals Zweden). De uitspraak is interessant omdat de discussie «wel of geen Westerse zelfopheffing en zo ja, in hoeverre?» de inhoud van zowel politieke filosofie als geopolitiek zal bepalen. Deze kwestie is de ultieme inleiding tot mijn nieuwe boek Levenslust en Doodsdrift: essays over cultuur en politiek, dat op de boekenbeurs van Antwerpen gepresenteerd zal worden en uitvoerig ingaat op de laatstgenoemde vraag.

Posted on

Een briljant beschreven rit naar het einde van de beschaving

Meestal zijn jonge mensen vol enthousiasme en hoop over het leven dat voor hen ligt. Zo niet Sid Lukkassen, die, geboren in 1987, in zijn boek ‘De democratie en haar media’ een scherpe blik toont voor de gebrekkige samenwerking tussen de kiezers en hun vertegenwoordigers in de huidige democratie. Het boek eindigt met de metafoor van de verloren beschaving gehuld in een spookachtig licht. Vanaf het begin tot het einde werkt het boek naar deze metafoor toe.

Het is ook geen detective waarvan je de clou niet mag verraden; het is een boek dat vanuit filosofische grondslagen onderzoekt waarom de communicatie tussen burgers in de overheid en burgers buiten de overheid niet wil leiden tot het geluk dat volgens Aristoteles het uiteindelijke levensdoel is. 

De drie hoofddelen van het boek

Het boek is grofweg in te delen in 3 delen (hoewel ze niet volledig binnen de hoofdstukken zijn te scheiden): Het eerste deel omvat de eerste 3 hoofdstukken en behandelt meerdere filosofen, zoals Rousseau, Rosanvallon, Nida-Rümelin, Ortega y Gasset, Crouch, en Byung-Chul Han. Deze filosofen uit de 18e, 19e en 20e eeuw worden na en naast elkaar behandeld. Zonder de onvermijdelijke complexiteit te ontwijken maakt het boek veel duidelijk. Weliswaar zijn er beperkingen bij de oudere filosofen merkbaar – omdat hun wereld nou eenmaal scherp verschilt van de onze – maar tegelijk blijkt ook dat de kern van hun bevindingen in grote mate overeind blijft. De mens heeft nu immers wel meer mogelijkheden voor communicatie, maar is en blijft nog steeds mens. Het is hierom mogelijk om Plato en Rawls naast elkaar te zetten al zitten er 23 eeuwen tussen hun levens.

Het tweede deel omsluit de hoofdstukken 4 t/m 7: hierin ligt het accent, vanuit deze filosofische beschouwingen en vergelijkingen, op de praktische uitwerking van de hedendaagse communicatiemogelijkheden op de democratie van vandaag. Gelardeerd met herkenbare en actuele voorbeelden maken de filosofische inzichten duidelijk hoe democratie zich in de praktijk ontwikkelde tot een kakofonie van stemmen en meningen in deze 21e eeuw.

Tenslotte is er het laatste hoofdstuk waarin aan de hand van 19 stellingen een ultieme invulling wordt gegeven aan hetgeen in het tweede deel al was voorbereid en waarin ook de filosofische fundamenten uit het eerste deel feilloos verweven zijn. Hier heeft de filosoof zijn ivoren toren verlaten en bewijst hij dat alle wijsheid uit deze ivoren toren naadloos terugkomt in de wereld waarin wij – eenvoudige mensen – onze rijke samenleving overdacht en onomkeerbaar naar de verdoemenis helpen.

Kan een democratie de eigen bestaansvoorwaarden zeker stellen?

Om de rode draad in zijn boek te borgen onderzoekt Lukkassen twee vragen: “Is het mogelijk dat een liberaal-democratische samenleving moreel kapitaal als burgerdeugd en vrijheidsliefde kan garanderen” en de vraag of het mogelijk is “dat de representatieve democratie is gebaseerd op communicatieve voorwaarden die deze democratie zelf maar in beperkte mate kan waarborgen.”

Lukkassen wijst hierbij met name op het belang van een mate van Öffentlichkeit (of public sphere) om te garanderen dat op deze vragen een positief antwoord gegeven kan worden. Het boek onderbouwt vervolgens dat deze mate van Öffentlichkeit in meerdere opzichten ontbreekt, waardoor dit positieve antwoord onvermijdelijk uit moet blijven.

Soundbites bevorderen vluchtige conclusies

Zo wijst hij onder meer op de grote ophef in het Midden-Oosten over het boek De Duivelsverzen van Salman Rushdie. Deze ophef draaide puur rond beeldvorming, aangezien dit boek in dat deel van de wereld niet te koop was en dus niet werd gelezen. Het is één van de vele voorbeelden van beeldcultuur in dit boek. Een vergelijkbaar punt maakt hij met het simulacrum: een kopie van een origineel dat nooit bestaan heeft. Hierdoor kan – ook in onze open democratie – een bestaand beeld worden vervormd door (of tot) een soundbite. En terwijl het origineel beschikbaar is om te beoordelen richt de massa zich op het beeld dat is geschapen door het verkorte (en vaak: verknipte) bericht.

Zo neemt Lukkassen ons mee in een samenspel tussen deliberatie en acceleratie. Overpeinzing en vluchtigheid. Doordachte studies en vluchtige conclusies. Een samenspel waarin de menselijke geest onverbiddelijk wordt doorgrond in haar fatale zucht naar onlogische keuzes.

Het meest opmerkelijke van het boek is echter dat Lukkassen met dit boek zijn eigen ongelijk bewijst. Waar hij in alle geledingen van het boek aantoont dat grondig, inhoudelijk onderzoek het aflegt tegen soundbites en andere vormen van Twitter-geweld, doet hij dat in de hoge mate van deskundigheid, eruditie en grondigheid. De kwaliteiten waarvan hij aantoont dat ze in onze wereld geen schijn van kans hebben om gehoord te worden. Daarbij ondersteunt hij de kracht van het boek door columns en podcasts (verspreid via Facebook en e-mail) waarin niet alleen eenzelfde grondigheid aanwezig is, maar zelfs de poging tot vluchtigheid ontbreekt terwijl deze gremia zich juist uitstekend lenen voor vluchtigheid.

Het boek kan ons juist redden van de ondergang

Juist hierdoor ben ik van mening dat dit boek een basis legt die uitdaagt om steeds opnieuw te bestuderen en doordenken en daarmee bijdraagt aan de kracht van de samenleving waar hij zoveel zorgen over heeft. Hoewel Lukkassen zelf ongetwijfeld zou tegenwerpen dat deze visies structureel worden vermeden bij de breder bekeken programma’s, zoals die van Pauw, Jinek, Humberto Tan en Matthijs van Nieuwkerk. En dat zelfs de kranten deze bevindingen mijden, omdat de boodschap niet past in een links-liberaal tsjakka-optimisme, noch in de inmiddels van links tot rechts gedeelde veronderstellingen van techno-hedonisme, de kneedbare persoonlijkheid en de maakbare samenleving. Kortom, Lukkassen zou er op wijzen dat zijn inzichten niet doordringen tot een politieke werkelijkheid die meer door baantjes, vriendjes en korte lijntjes met het bedrijfsleven wordt bepaald dan door ethische principes of een vorming die deels op cultuurhistorische kennis berust.

Nu moet de koper van het boek zich voorbereiden op een forse intellectuele inspanning – in het begin zet het boek de grondbegrippen en stellingen uiteen en leest daarna prettig weg. Deze inspanning is het zeker waard omdat de lezer wordt gestimuleerd c.q. gedwongen om een strakker beeld te krijgen van de opbouw van ons onbewuste besef van communicatieve mogelijkheden.

Conclusie: het boek helpt ons een kloof te overbruggen

Lukkassen legt scherp de vinger op de scheiding tussen de massa en de leiders van een staat. Leiders zijn in staat om de waarde van dit soort grondige studies te (h)erkennen; juist door de kracht ervan toe te passen in hun handelen kunnen zij de twitterende burger leiden naar een krachtige samenleving. Zo kan juist dit boek voorkomen dat onze samenleving eindigt in het doembeeld van een verloren beschaving gehuld in een spookachtig licht; een waarschuwing die Lukkassen ons vanaf de eerste bladzijde voorhoudt.

N.a.v. Sid Lukkassen, De democratie en haar media (Groningen: De Blauwe Tijger, 2017) paperback met flappen, 400 pagina’s.

Posted on

Poligieus? Wat je zegt, ben je zelf!

Interessante, maar verwarde column van Clarice Gargard, columniste bij NRC en programmaker bij BNN/VARA. Zij signaleert een nieuw fenomeen, de poligieuzen. Vorig jaar voor het eerst duidelijk manifesterend in de Verenigde Staten – de achterban van Donald Trump – maar ook in Nederland nu in de spotlights.

Poligieus volgens Gargard: “Het rotsvaste geloof in één partij, één persoon, één entiteit overstijgt het politieke en neigt naar religieuze overtuiging”. Hun kenmerk is een nostalgische hang naar het verleden, “met heiligdommen, hiërarchieën en religies die zekerheid brengen”.

Sektarisch, aldus Gargard, die uiteraard dit fenomeen uitsluitend toedicht aan, in haar ogen, radicaal-rechts: Trump, Wilders, Baudet. Dat links wel eens meer ‘poligieus’ zou kunnen zijn, komt in het columnistenhoofd niet op. Het blinde geloof in gelijkheid en diversiteit, het religieus te duiden scanderen van haatleuzen tegen blanken door Amerikaanse zwarten, de kaarsjesrituelen na de zoveelste aanslag door een moslimterrorist; het valt allemaal niet onder de analyse van Gargard.

Zij sluit haar column nota bene af met een weemoedig terugverlangen naar haar katholieke opvoeding, een nostalgie – heel poligieus dus – die opgewekt wordt door een warm bad van een lezing van een islamgeleerde. Deze verkondigde een boodschap die politieker was dan wat Gargard vroeger in de kerk hoorde. Poligieuzer kan toch niet, zou je denken.

Blijkbaar kunnen alleen politici die opkomen voor de ‘joods-christelijke traditie’ in aanmerking komen voor het predicaat ‘poligieus’. Alles wat links, multicultuur en interreligieus is heeft volgens Gargard geen politieke agenda. De armoede van de columnist!

Posted on

De heerschappij van de onvitalen

De verkiezing van Emmanuel Macron tot president van Frankrijk is het zoveelste teken van de heersende cultuur van de dood.

Emmanuel Macron is 39 jaar oud, staat dus in de bloei van zijn leven en is wel op het hoogtepunt van zijn carrière aangekomen. Zijn echtgenote Brigitte is 64 jaar oud, dus in een tegengestelde fase van haar leven. Zoals bekend hebben de twee elkaar als scholier en lerares leren kennen, toen Emmanuel 15 jaar oud was. Twee jaar later werden ze een stel. Een van Brigittes dochters zat destijds in dezelfde klas als Emmanuel. De moeder van drie kinderen liet zich later van haar toenmalige man scheiden en trouwden in 2007 met haar jeugdige geliefde.

Ik heb me afgevraagd of ik hierover moest schrijven, aangezien het immers om een privéaangelegenheid gaat. Weliswaar gaan het liefdesleven ook van een prominente persoon niemand wat aan. Maar Emmanuel Macron heeft het hele gebeuren zelf tot een publieke aangelegenheid gemaakt, door zijn echtgenote tijdens de campagne naar allerlei gelegenheden mee te nemen. Daarmee werd de zaak metapolitiek van belang.

De verhouding tussen de geslachten is biologisch bepaald
Onnodig te zeggen, dat de beschreven verhouding door de meeste normale mensen tenminste als ongewoon wordt gezien. Voor een jonge man mag het dan een erotische fantasie zijn eens een affaire te hebben met een oudere vrouw, maar om er ook mee te trouwen, is zelden onderdeel van een dergelijke fantasie. Gebruikelijkerwijs beperkt een dergelijke voorstelling zich vooral tot een oudere vrouw, die evenwel nog niet een bepaalde leeftijdsgrens overschreden heeft en die grens is in essentie biologisch bepaald.

Een relevant verschil tussen mannen en vrouwen is namelijk, dat een man theoretisch nog tot op hoge leeftijd kinderen kan krijgen, terwijl een vrouw dat slechts tot het eind van haar aflopende vruchtbaarheid kan. Al voor het definitieve uitscheiden van de vruchtbaarheid wordt voor vrouwen de hele aangelegenheid echter al ingewikkelder. Daaruit verklaart zich de natuurlijke neiging van mannen zich vooral tot jonge vrouwen aangetrokken te voelen, aangezien de seksualiteit van nature gericht is op voortplanting. Ook de verliefdheid dient er in essentie toen de partners aan elkaar te binden om de opvoeding van het nageslacht veilig te stellen.

Op grond van deze biologische verschillen, die ook door de gender-ideologie genegeerd worden, willen de meeste mannen niet samenzijn met een vrouw die veel ouder is. Min of meer dezelfde leeftijd wordt nog als normaal gezien, gebruikelijk is echter dat de vrouw ten minste een beetje jonger is. Ook de meeste vrouwen willen dat zo. Een werkelijk rijpe vrouw die met een half kind naar bed wil, is buitengewoon ongebruikelijk, aangezien vrouwen zich normaliter tot mannelijkheid en succes aangetrokken voelen.

De Macrons zijn geleefd cultuurmarxisme
Weinig verrassend wordt het komische huwelijk van de Macrons door de massamedia min of meer, maar toch uitsluitend, positief benaderd. In het bijzonder bij de voorstelling van Brigitte grijpt men graag naar lovende woordkeuzes. Men merkt hier duidelijk een strijdbaar feministische ondertoon op.

Het normale wordt in zijn tegendeel verkeerd, gekroond en moet nu voor de algemeenheid als voorbeeld dienen, om de cultuurmarxistische ondergraving van de samenleving te bevorderen. Het is nu dus zogenaamd een overwinning voor het feminisme, dat nu ook eens een oma met een toyboy gezien kan worden, die bovendien ook nog eens het hoogste staatsambt bekleedt.

Interessant is hier natuurlijk de dubbele moraal. Had namelijk een 41-jarige man een 17-jarige vriendin, dan zouden de feministen protesteren. Inderdaad is ook deze voorstelling voor de meeste mensen in meer of mindere mate afstotend. Ofschoon het om genoemde redenen natuurlijk is, wanneer de vrouw jonger dan de man is, zo is er evenwel ook hier ene zekere grens van de goede smaak resp. van de overschrijding van de grens naar prostitutie. Maar nu de verhouding tussen de seksen omgekeerd is, waagt niemand het de zaak te bekritiseren.

Het gezin is de kerneenheid van het volk
Een van de neveneffecten van deze verhouding is ook dat Emmanuel Macron geen kinderen heeft en ook geen kinderen meer kan krijgen, althans niet met zijn echtgenote. Daarmee is hij een slecht voorbeeld voor het volk, wiens kleinste eenheid en enige garant voor zijn voortbestaan het gezin is. Hij sluit zich dus aan in de rangen van de kinderloze carrièremensen à la Angela Merkel, die onze politieke kaste domineren. Deze kinderlozen willen zoals bekend onze volken door kinderrijke vreemde volken uit de Derde Wereld vervangen.

Het is fataal wanneer de politieke kaste uit decadenten bestaat, die geen relatie meer hebben met het normale leven en de natuurlijke gemeenschap. Het ontbreekt hen aan vitaliteit, aan gezonde instincten en de kracht voor echte overgave, die op geestelijke verbindingen met de oerkrachten van het leven stoelt. Niet ieder concubinaat is een huwelijk in eigenlijke zin. Oswald Spengler zag in het opkomen van partnerschappen tussen man en vrouw, die niet meer primair op de wens om een gezin te stichten berusten, een teken van de ontaarding van de samenleving, die tot de onvruchtbaarheid van de beschaafde mens leidt.

Emmanuel Macron staat daarmee symbool voor een zwakke leider, die zijn land ruïneert. Zoals bekend juicht hij de lopende massa-immigratie en islamisering toe. Het mag dan niet stroken met de politiek-correcte denkvoorschriften, maar een normaal mens denkt toch onvermijdelijk bij zichzelf: Wat mankeert die man, hij ziet er goed uit, is jong en succesvol, maar zoekt geen vrouw op waarvan hetzelfde geldt en waarmee hij een gezin kan stichten. Is hij werkelijk een man in de beste betekenis van het woord of is hij toch niet meer dan een zonderlinge marionet van de werkelijk machtigen?

Dit artikel is oorspronkelijk in het Duits verschenen bij de Blaue Narzisse.

Posted on

Mannen maken geschiedenis

Het vlakke moderne type politicus loopt op zijn laatste benen. Opvallende karakters en uitstekende leiders timmeren aan de weg voor een nieuw tijdperk.

Met de vermeende totale overwinning van het liberalisme overal ter wereld werd het ‘einde van de geschiedenis’ (Francis Fukuyama) geprognosticeerd. Daaraan gepaard ging ook de neergang van de politieke persoonlijkheid in zijn klassieke vorm. In plaats van de charismatische leider, of de bedachtzame staatsman, of zelfs de strijdende filosoof, kwam de kleur- en karakterloze apparatsjik  van de westerse eenheids-‘democratie‘. Die lijkt echter zijn langste tijd te hebben gehad. Het establishment heeft over het algemeen niets in het veld te brengen tegenover de overal de kop opstekende onbuigzame karakters. De geschiedenis is weer terug en ze wordt ‘gemaakt’ door sterke persoonlijkheden.

Klassieke geschiedenisopvattingen bewijzen zich

Het gevleugelde woord “Mannen maken de geschiedenis” stamt van de historicus Heinrich von Treitschke (1834-1896). In onze tijd werd het dikwijls door links bekritiseerd, vooral door marxistische beïnvloede historici. Naar verluidt werd daardoor zowel op de vrouwen als ook op de zogenaamde ‘normale mensen’ te weinig acht geslagen. Het louter opsommen van belangrijke veldslagen en grote mannen zou de geschiedenis vervlakken en geen echte antwoorden leveren of tot een dieper begrip van het gebeurde leiden. De vestiging van deze instelling aan de universiteiten ging vaak gepaard met het opbloeien van nieuwe takken c.q. methoden, zoals de ‘geschiedenis van het alledaagse leven’ of de ‘mondelinge overlevering’.

Het relativeren van het belang van grote persoonlijkheden is enerzijds een vereiste van het egalitarisme, aangezien het uitstekende en geniale de natuurlijk vijand van de ondergemiddelde ‘gelijkheid’ is, die vandaag de dag een ‘ideaal’ heet te zijn. Anderzijds volgt de afkeer van grootsheid uit het marxistische historisch materialisme, volgens welke het wereldgebeuren mechanisch naar zijn doel loopt.

Treitschke heeft de ware aard van de geschiedenis echter goed herkend:

Als de geschiedenis een exacte wetenschap was, zouden we in staat moeten zijn de toekomst van de staten te onthullen. Dat kunnen we echter niet, want overal stuit de geschiedkunde op het raadsel van de persoonlijkheid. Personen, mannen zijn het, die de geschiedenis maken.

Het volk heeft zijn tribunen nodig

De spreuk ‘vox populorum est vox dei’ staat er op de muur van de pronkzaal van het Minnesota State Capitol en drukt daarmee de Verlichtingsgeest van de oprichters van de Verenigde Staten van Amerika uit. Het volk heeft echter helemaal geen stem die men als ‘stem van god’ kan begrijpen. Veeleer moet de leiding het volk een stem geven. Het zijn de grote persoonlijkheden van de geschiedenis, die als spreekbuis en uitvoerder van een goddelijke wil gezien kunnen worden. Niet voor niets sprak men in de Oudheid over een bijzonder succesvolle man als een ‘lieveling van de goden’.  Uit de eenheid van volk en leiding, volgens Carl Schmitt de eigenlijke definitie van ‘democratie’, komt de ware macht van een natie voort. Voor Gustave Le Bon ligt in deze combinatie het grootste explosieve potentieel van een “menigte”, die uiteindelijk de grootste omslagen in het wereldgebeuren veroorzaakt en daarmee geschiedenis schrijft.

We leven in een ontaard gemeenschapswezen, waarin een van de algemeenheid volledig afgezonderde politieke klasse nog slechts in het belang van een kleine internationalistische camarilla handelt en daarbij alle vitale belangen van het volk niet slechts veronachtzaamd, maar zelfs bewust en bedoeld schaadt. Het gaat om een systeem van alleenheerschappij van een kaste van minderwaardigen en niet om een organisatievorm van het volksgeheel. Politieke krachten die er, ondanks alle beperkingen en de vermurwende werking van het systeem in slagen, blijvend succes te hebben, worden door de vertegenwoordigers van de achterhaalde politieke klasse zeer juist als ‘populisten’ aangeduid, oftewel als stem van het volk. Tegen deze ‘populisten’ is er intussen echter geen werkzaam middel weer, ze zullen dus verder opklimmen.

Rechts heeft de persoonlijkheden

Het ware rechts is het, dat reeds lang de werkelijke karakters in zijn gelederen heeft. Dat vindt alleen al daarin zijn reden, dat het publieke optreden in naam van deze ideeën ondertussen een zware levensweg met zich meebrengt, waartegen alleen mensen opgewassen zijn die sterk in hun schoenen staan. De rechtse activist kiest uit idealisme voor een onzeker leven van strijd, terwijl zijn tegenstanders er aan gewend zijn van alle kanten slechts instemming en ondersteuning te ontmoeten. Nu het tij zich lijkt te keren, ontbreekt het de overkant aan equivalente persoonlijkheden.

Rechtse bewegingen, hetzij partijen dan wel burgerinitiatieven, zijn in hoge mate van hun leiders afhankelijk. Veel koppen zouden bij uitval feitelijk onvervangbaar zijn. Maar het is evenwel ditzelfde gegeven dat voor een groot deel voor de recente succes verantwoordelijk is. De mensen kiezen nu eenmaal voor een bepaalde persoon, in wie ze hun vertrouwen stellen en waarmee ze zich identificeren kunnen. Het publiek heeft simpelweg genoeg van steeds dezelfde voorspelbare, vlakke dertien-in-een-dozijn-gezichten. De apparatsjiks van de oude partijen zijn volstrekt uitwisselbaar en zodoende van geen belang. Het beste voorbeeld voor de overwinning van de persoonlijkheid is zeker Donald Trump, die zelfs tegen de weerstand van de elites van zijn eigen partij en feitelijk van de gezamenlijke mediale publieke sfeer erin geslaagd is in het Witte Huis door te dringen.

Veel wijst er op dat Trump niet de laatste man van dit nieuwe tijdperk is die geschiedenis zal schrijven. Vrouwen, zoals bijvoorbeeld Marine Le Pen, zijn van dit fenomeen overigens niet uitgesloten.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij de Blaue Narzisse. 
Posted on

Aan de journalisten overgeleverd

Of we het nu leuk vinden of niet, moderne mensen betrekken hun kennis van het ‘ware, goede en schone’ niet meer van druïden, priesters of dominees. Die functie is overgenomen door journalisten, BN’ers en politici. Als je de hele ontwikkeling bekijkt van druïden en medicijnmannen via priesters en dominees tot journalisten en BN’ers dan zie je daarin een patroon.

De druïden en priesters waren mensen die hun gehele leven en opvoeding wijdden aan hun missie als brandpunt tussen het bekende en het onbekende, het eigene en het vreemde, het tijdelijke en het eeuwige. Hun autoriteit ging die van de hoofdman en krijgers te boven.

De dominees en voormannen zijn mensen die zeer breed en intensief geschoold zijn, maar daarnaast ook een wereldlijk leven hadden met familie. Ze waren gemiddeld genomen gewaagd aan de wereldlijke leiders.

De moderne journalisten hebben hooguit een bescheiden HBO’tje en zijn qua inhoud geen enkele partij meer voor het samengebalde wereldlijke genius uit marketing, economie, wetenschap, techniek, recht, geopolitiek enzovoort. Ze leven een leven net als andere burgers, ze verdienen de kost met het inkopen, bewerken en verkopen van informatie.

Als ik een beeld bij dat patroon moet bedenken, komt mij onvermijdelijk het beeld uit de droom van Nebukadnezar naar voren. Het beeld met het hoofd van goud, de borst van zilver, de lendenen van koper, de benen van ijzer en de voeten van leem. Als we het over lemen voeten hebben dan hebben we het over een vorm die aansluit bij het beeld van de ‘grote beschaving’, maar inhoudelijk bestaat uit een waardeloze substantie. Ik weet niet op welke hoogte u ons journaille plaatst, maar ik kan soms niet wachten tot die rollende steen van de realiteit beneden is.

Posted on

Terugkeer tot orde: Van een losgeslagen economie naar een organische christelijke samenleving – Waar we geweest zijn, hoe we hier zijn aanbeland en waar het naartoe moet

Onlangs sprak de Amerikaanse publicist John Horvat in diverse steden in de Lage Landen, waaronder Brussel, Amsterdam en Gent over zijn boek Return to Order. Hieronder volgt de tekst van zijn toespraak (vertaling: Jonathan van Tongeren).

John HorvatDames en heren, laat ik beginnen met te zeggen hoe vereerd ik ben om hier te mogen zijn en met u wat overwegingen te delen over een onderwerp dat voor ons allen een voorwerp van bezorgdheid is. Dat onderwerp is de hedendaagse crisis die we zo ongeveer overal om ons heen zien. Er is de crisis in de Kerk, crisis in het onderwijs of crisis in het gezin.

Maar waar ik het vandaag over zou willen hebben is een bijzonder ernstig onderdeel van de algemene crisis, namelijk de crisis in de economie. Het is geen geheim dat de wereldeconomie in problemen verkeert. Zaken werken niet zoals ze zouden moeten werken. Overal zien we overmatige schuld, falend leiderschap en fiscale onverantwoordelijkheid. Men heeft het gevoel overweldigd en uitgeput te worden door de crisis – het staat in geen verhouding tot onze middelen. En voor velen is het niet precies duidelijk hoe we hier mee om zouden moeten gaan. Wat is de oorzaak van deze crisis? Waar strijden we precies voor? Waar zoeken we onze oplossingen?

Dit zijn vragen die besproken worden in het boek ‘Return to Order. From a Frenzied Economy to an Organic Christian Society – Where We’ve Been, How We Got Here and Where We Need to Go’ (Terugkeer tot orde: Van een losgeslagen economie naar een organische christelijke samenleving – Waar we geweest zijn, hoe we hier zijn aanbeland en waar het naartoe moet). Het is een boek over economie. Het is een boek over morele waarden. Wat meer is, het is een boek over economie én morele waarden. Want dat is wat we nodig hebben om zowel onze maatschappij als onze economie weer op de juiste koers te krijgen.

Laat ik, bij wijze van toelichting, vermelden dat ik dit onderwerp voor het eerst begon te onderzoeken in 1986. Ik raakte betrokken toen de oprichter van de eerste afdeling van Tradition Family Property (TFP), de Braziliaanse TFP, prof. Plinio Corrêa de Oliveira mij en vijf of zes andere Amerikanen uitnodigde mee te doen in een studiegroep over economie, die hij pragmatisch ‘de Amerikaanse Werkgroep’ noemde.

Prof. De Oliveira meende dat Amerika en het Westen op zekere dag een grote economische crisis zouden ondergaan ten gevolge van een losgeslagen economie. Hij zei dat we moesten onderzoeken hoe christelijke beschaving omging met economische vraagstukken; we zouden een katholiek antwoord moeten ontwikkelen. Zodoende hebben we ons in de Amerikaanse Werkgroep in de loop van de jaren zo nu en dan met deze kwesties bezig gehouden. En in de laatste zes of zeven jaar hebben we ons aan een intens studieprogramma gewijd. En het resultaat is een boek dat uitlicht waar het in onze economie en onze maatschappij verkeerd is gegaan. Belangrijker nog, het boek wijst in de richting van echte oplossingen gebaseerd op christelijke principes. In de loop van deze toespraak zou ik dan ook drie dingen willen doen. Ten eerste wil ik bespreken waar het verkeerd is gegaan in onze economie door de wortel van de huidige socio-economische crisis te analyseren. Ten tweede wil ik oplossingen bespreken door te bezien wat voor maatschappij we ons zouden moeten wensen. Ten slotte wil ik uitleggen hoe we naar een terugkeer tot orde toe zouden kunnen werken.

Wat de crisis aangaat, laat ik beginnen met te zeggen dat ik denk dat ons probleem ten diepste een geestelijk probleem is. Het gaat niet slechts om werkloosheid. Het gaat niet slechts om begrotingstekorten of het beleid van de centrale bank. Het is ook niet slechts goddeloosheid en immoraliteit. Dit zijn allemaal symptomen van agitatie diep binnenin de ziel van de moderne mens. We verkeren niet slechts in onze huidige staat doordat deze problemen hun intrede hebben gemaakt in onze levens maar bovenal doordat morele waarden er aan onttrokken zijn. Mijn stelling is dat economische instabiliteit niet zomaar ontstaat; we veroorzaken het wanneer we ons ontdoen van morele waarden, instituties en gebruiken. Een immorele maatschappij komt niet zomaar uit de lucht vallen, we laten deze ontstaan wanneer we ons losmaken van onze christelijke wortels en onze vitale tradities. Wanneer we deze zaken verliezen, zetten we zelf de deur open die het een vijandige cultuur toelaat om binnen te vallen, doordat moraal en economie ondermijnd worden. We zetten zelf het proces in gang waardoor we onze vrijheden kwijt raken, de economie begint te rafelen en het geloof van mensen vernietigd wordt. Mijn stelling is dat de wortel van wat er met onze economie en onze maatschappij aan de hand is in een socio-economische oorzaak gelegen is. Ik herleid het tot onze cultuur van onmiddellijke bevrediging – wat we onze feesteconomie zouden kunnen noemen.

Losgeslagen onmatigheid
Denk er maar eens over na. Mensen laten het geloof niet achter zich omdat ze gemarteld en vervolgd worden (momenteel althans niet). Nee, mensen laten het geloof achter zich omdat ze worden opgenomen door een cultuur die hen ieder denkbaar pleziert op elk denkbaar moment biedt en de indruk wekt dat iedereen het doet. We hebben geen een-kind beleid dat mensen dwingt abortussen te ondergaan, maar de algemene opvatting van mensen is dat als je een kind krijgt, je niet aan het feest mee kunt doen. In mijn boek noem ik deze drang tot onmiddellijke bevrediging ‘losgeslagen onmatigheid’ (LO). Losgeslagen onmatigheid is een roekeloze en rusteloze geest in bepaalde sectoren van de moderne economie die ons ertoe brengt legitieme beperkingen af te werpen en alle verlangens te bevredigen. Het schept een economie en een samenleving die losgeslagen en uit balans zijn. Vergis u niet, ik heb het niet over hebzucht of algemeen voorkomende ambitie; die zijn er altijd geweest en daar weet de vrije markt raad mee. Ik heb het niet over gewone ondernemingszin, die hebben we nodig. Nee, dit is iets dat mensen er toe brengt het hele idee van matiging te verachten en geestelijke, religieuze, morele en culturele waarden, die normaal dienen om de economische activiteit te ordenen en te matigen, bespotten. Je kunt deze LO aan het werk zien in losgeslagen markten en nieuwerwetse investeringsinstrumenten en hoog-risico derivaten die overal in de financiële wereld te vinden zijn. Je kunt het zien in speculatieve luchtbellen – zoals de ‘sub prime’-hypotheekcrisis van 2008. Of in de omvangrijke schuld. Het is een haast irrationele factor die de toon zet voor grote delen van de zakenwereld en uiteindelijk vrije markten vernietigd.

Maar waar u en ik de effecten van deze losgeslagen onmatigheid het meeste zien is in onze dagelijkse levens – in onze losgeslagen levensstijl. Onze gehaaste en hectische agenda’s. Onmiddellijke bevrediging is aan de orde van de dag. We moeten alles nu hebben, meteen, ongeacht de gevolgen. Het moet de laatste en de beste versie zijn; het moet nieuw en verbeterd zijn, 5.0, 6.0 of zelfs 7.0. Consumenten worden aangemoedigd om veel meer uit te geven dan hun middelen toelaten met een muisklik of een simpele beweging met een creditcard. Ik zag laatst een voorbeeld van LO in de Wall Street Journal waar ze het hadden over hoe men zijn CV op Twitter kan presenteren, ze gaven tips hoe je je hele leven kon terugbrengen tot een Tweet van 140 tekens.

Politici mengen zich in de losgeslagen onmatigheid door met roekeloze overgave uit te geven. Centrale banken gebruiken allerlei trucs om de effecten van losgeslagen markten te milderen. We verwachten allemaal van onze overheden dat ze als gouvernantes van laatste toevlucht optreden en al onze misstappen compenseren wanneer het fout loopt en dan hopen we maar dat het probleem vanzelf weg gaat. Maar de waanzin gaat gewoon verder.

Om een vergelijking te maken, zouden we kunnen zeggen dat een vrije markteconomie als een heel gezond en robuust menselijk lichaam is. Het is in staat hard te werken en een enorme rijkdom te genereren. Maar er is ook een drug genaamd LO die binnendringt in de vaten van dit gezonde lichaam en vernieling aanricht in zijn systemen. Het kan zelfs de spieren stimuleren nog harder te werken en het lichaam hyperactief maken. Maar het schept een enorme onbalans die er dikwijls toe leidt dat het hele systeem vastloopt.

Crisis is de norm, niet de uitzondering
Dit losgeslagen systeem en zijn constante vastlopen tekenen de geschiedenis van de moderne economieën. Naarmate de tijd vordert worden de krachs steeds groter en gevaarlijker. Nouriel Roubini en Stephen Mihn beweren in hun boek Crisis Economics dat in dit systeem “crises de norm zijn, niet de uitzondering. Dat wil nog niet zeggen dat alle crises het zelfde zijn. Verre van: de details kunnen van ramp tot ramp verschillen en crises kunnen hun oorsprong vinden in uiteenlopende problemen in verschillende sectoren van de economie.” Maar in het algemeen zijn crises de norm. Zoals Mervyn King, de vorige directeur van de Bank of England, in 2010 opmerkte: “Bankencrises zijn endemisch aan de markteconomie die sinds de Industriële Revolutie is ontstaan. De woorden ‘bankieren’ en ‘crises’ zijn vanzelfsprekende bedgenoten.”

Feesteconomie
De moderne economie heeft deze crises en krachs lange tijd overleeft. Maar nu neemt het probleem monstrueuze proporties aan. Ons probleem is dat deze drug van losgeslagen onmatigheid onze robuuste economie ondermijnt en nu domineert; het zet de toon. Het verscheurt onze economie en onze maatschappij. Het erodeert ons geloof. We hebben delen van onze economie omgevormd tot een feesteconomie die nooit op lijkt te houden; we hebben hele volksstammen met creditcards uitgerust met steeds toenemende bestedingslimieten en maandelijkse betalingen. Het verrast me niet dat we ons genoodzaakt zien tot het inbrengen van gigantische hoeveelheden kapitaal en tot ‘quantitative easing’ (kwantitatieve geldverruiming) in onze losgeslagen markten, alleen maar om het feestje gaande te houden.

Het verrast me niet dat onder deze omstandigheden het menselijke element, zo essentieel voor het behoorlijk functioneren van de maatschappij en de economie, is afgenomen. In deze context wordt geld de voornaamste overweging; het heerst. Moderne economische activiteit wordt kil en onpersoonlijk, mechanisch en star. Het wordt vol van onmenselijke regels en regelgeving in een ijdele poging de onmatigheid in te snoeren, waarbij men een parallelle regelgevende onmatigheid creëert. Om een voorbeeld uit het Verenigd Koninkrijk te geven, het handboek regelgeving van de Britse Autoriteit Financiële Diensten (FSA) telt tien hoofdstukken. Het hoofdstuk ‘Prudentiële Normen’ is onderverdeeld in elf subhoofdstukken. Het subhoofdstuk ‘Prudentiëel Bronnenboek voor Banken, Vastgoedmaatschappijen en Investeringsfirma’s’ bestaat uit veertien sub-subhoofdstukken. Het sub-subhoofdstuk ‘Martkrisico’ is onderverdeeld in elf sub-sub-subhoofdstukken. Het sub-sub-subhoofdstuk over ‘Rentepercentage PRR’ heeft zesenzestig paragrafen. Dit boek van 1,1 miljoen paragrafen wordt door de FSA vaak omschreven als “lichte regelgeving op basis van beginselen.” Ik ben er zeker van dat we zonder moeite andere voorbeelden zouden kunnen vinden in Washington of Den Haag of in Brussel bij de bureaucraten van de Europese Unie.

Sociaal kapitaal
In Return to Order zet ik uiteen dat de huidige ‘feesteconomie’ onhoudbaar is. En ik sta niet alleen in die inschatting; er zijn letterlijk honderden boeken die hetzelfde zeggen. We hebben ons sociale kapitaal – dat gevonden wordt in familie, gemeenschap en geloof en dat normaliter de economie onderhoudt en in evenwicht houdt – uitgeput. Losgeslagen onmatigheid neemt proporties van meerdere triljoenen euro’s aan, proporties die onze mogelijkheid er mee om te gaan te boven gaan. Voor wie het wil zien, koersen we een storm in.

Er valt over te steggelen wanneer het feest zal stoppen of wat de eerst volgende grote krach zal ontladen. Maar ik maak me sterk dat het niet de vraag is of het feest zal stoppen maar veeleer wanneer het zal stoppen en waar we vervolgens naartoe gaan. Ons probleem is dat we het feestje moeten verstoren… voor het te laat is. Als het u er om te doen is het feestje gaande te houden, dan is RTO niets voor u. Dan kan ik u werkelijk niet helpen. Als u dat wilt, ga dan vooral uw gang, blijf vooral lenen en ruim geld in de markt inbrengen en de dag van de afrekening voor u uit schuiven.

Wat kunnen we doen?
Maar als u een terugkeer tot orde wilt, laten we dan kijken naar manieren om de economie te bevrijden van de slavernij van losgeslagen onmatigheid, zodat de economie opnieuw vrij kan zijn. Laten we kijken naar oplossingen die ons zullen voeren van een losgeslagen economie naar wat ik een organische christelijke samenleving noem. Laten we het hebben over het soort samenleving dat we nodig hebben en dat we tot stand willen brengen als het feest uit is. Dit brengt me bij het tweede deel van mij toespraak, wat is het katholieke antwoord? Waar liggen de oplossingen? Eén van de vragen die me dikwijls gesteld wordt is die naar oplossingen: Wat we kunnen we doen om dit alles tegen te gaan? Is het wel mogelijk gezien de omvang ervan? Wat kunnen we concreet doen? Vertel me hoe en wel snel, ik heb niet veel tijd.

Ik kan wel invoelen dat mensen dat vragen. Praktische economische problemen vragen om praktische economische oplossingen. Maar wanneer mensen me vragen wat we kunnen doen om de crisis te bestrijden, reageer ik met een vraag: Waar wil je naartoe? Maar al te vaak weten we waar we niet naartoe willen – we willen geen socialisme, geen overregulering. We willen niet dat de staat zich op grote schaal in de schulden steekt om ‘de economie te stimuleren’. Maar soms is het onduidelijk waar we wel naartoe willen. Zodat, wanneer we ineens in de positie zouden geraken om zaken te veranderen, we geen positief programma te bieden zouden hebben. De vraag die ons nu dan ook echt zouden moeten stellen is: Wat voor samenleving hebben we nodig wanneer het feest uit is?

Waar willen we naartoe?
Het is deze belangrijke vraag waarop het boek Return to Order poogt een antwoord te geven. Het stelt vast dat wat er in onze postmoderne economie vernietigd wordt een kader van oriëntatie gevende beginselen is dat we orde noemen. Russell Kirk heeft dat goed verwoord, toen hij zei: “Orde is de eerste behoefte van de ziel.” Zonder orde kan men niet vrij zijn, vervolgt Kirk. Vrijheid, gerechtigheid, recht en deugd zijn alle uiterst belangrijk maar orde is de eerste en meest basale behoefte.

Zonder dit kader dat orde biedt, kunnen belangrijke instituten als de familie, de gemeenschap en de Kerk niet als natuurlijk remmen werken, die de effecten van losgeslagen onmatigheid temperen en het beoefenen van de deugd faciliteren. Het antwoord op onze vraag is dan ook simpel. We willen terug keren naar een kader van orde.

citaat Russell Kirk

We hebben dus orde nodig… maar niet om het even welke orde. Er zijn allerlei mensen die hun eigen orde voorstaan: socialistische ordes, ecologische ordes, neofascistische ordes en vele anderen die orde beloven, maar tirannie brengen. Dat is waarom we moeten terúgkeren naar orde. We hoeven geen orde uit te vinden. Het bestaat al, het is niet nieuws. Het is een maatschappelijke orde die voortvloeit uit onze menselijke natuur zelf, geldig is voor alle tijden en alle volken. Het is een maatschappelijke orde die niet wordt opgelegd of door wetten in het leven wordt geroepen, maar een orde die altijd boven komt drijven wanneer mensen zich voornemen zich te verenigen in een zoeken naar het gemeenschappelijk goede. Het is stevig gegrond in de beginselen van het natuurrecht, de tien geboden en geworteld in sociale instituties als de familie, de gemeenschap en het geloof. En hoewel het op iedereen van toepassing is, is de Kerk de beste en meest betrouwbare hoeder van deze orde.

Organische christelijke samenleving
Ons voorstel is dan ook eenvoudig en direct. De beste uitdrukking van deze orde vinden we in wat we noemen een organische christelijke samenleving – dezelfde orde waaronder de christenheid opkwam. Deze organische christelijke samenleving is een terugkeer naar onze verre wortels. Het is waar we vandaan komen. Het is een samenleving die historisch gevonden werd in de christenheid. Het gaat er niet om dat we terugkeer naar het verleden, maar dat we terugkeren naar het samenstel van ordenende principes dat onze zo veel van de instituties gebracht heeft die nu vervagen – de rechtsstaat, vertegenwoordigende regering, het traditionele gezin en subsidiariteit.

Het is een organische orde, dat wil zeggen een zeer flexibele samenleving die eerder doet denken aan een menselijk lichaam dan een machine met inwisselbare onderdelen. De organische samenleving en de bijbehorende economie zijn een verfrissend contrast met de moderne maatschappij. Het is geen systeem, maar als een familie, vol vitaliteit en spontaniteit, nuance en betekenis, poëzie en passie. In een organische samenleving heerst de eer, niet het geld.

Het is een christelijke orde. Wat we willen is ook een christelijke samenleving, want wanneer een organische orde christelijk is, vermenigvuldigt dat de mogelijkheden van ons handelen, omdat we God en zijn genade betrekken. Dit maakt het eenvoudiger om de deugd te beoefenen – vooral de kardinale deugden van verstandigheid, rechtvaardigheid, zielskracht en gematigdheid – en legt de fundering voor ware vooruitgang en welvaart.

De economische leer van de Kerk
In RTO heb ik ernaar gestreefd deze vergeten orde, die in de christenheid bestond, te beschrijven. Het is mijn bedoeling uit te leggen hoe in het verleden, onder de invloed van de leer van de Kerk, problemen vergelijkbaar met de onze werden opgelost en hoe wij hetzelfde zouden kunnen doen.

Zoals prof. Plinio Corrêa de Oliveira mij aanried, heb ik mij vooral op de economie geconcentreerd door de leer van de Kerk in deze zaken te schetsen. Ik heb ernaar gestreefd te beschrijven hoe een christelijke organische samenleving en de bijbehorende economie er uit zien. Ik moet toegeven dat ik, toen ik begon te onderzoeken wat de Kerk leert ten aanzien van de economie, verbaasd werd door wat ik vond. Ik had nooit gedacht dat ik oplossingen zou vinden die van een dergelijke wijsheid en gezond verstand getuigen.

Natuurlijk stonden de zaken er destijds wat anders voor. Om maar één ding te noemen: economen waren heiligen – Sint Antoninus (van Florence, red.), Sint Bernardinus van Sienna, Sint Thomas (van Aquino, red.), Sint Bonaventura en anderen. Er was ook de economische School van Salamanca die onder haar leden enkele geleerde en deugdzame lieden telde. De economische leer van de Kerk is verweven met haar morele leer – maar deze oplossingen zijn ook verrassend efficiënt, economisch steekhoudend en leiden tot welvaart. Tijdens mijn onderzoek vond ik bijvoorbeeld beschrijvingen van de economische effecten van het sacrament van de biecht. Ik vond de reële theorie van de juiste prijs, die evenwicht kan geven aan markten. Er zijn allerlei auteurs die de rustgevende effecten uiteenzetten van de passie van de Kerk voor gerechtigheid en haar nadruk op ware menslievendheid. Wanneer je al deze zaken bijeen neemt, kun je een algemeen beeld krijgen van waar we naartoe moeten.

We hebben allemaal vage noties van deze organische christelijke samenleving. Restanten van familie, eer en geloof overleven maar deze restanten alleen zijn niet genoeg om het tij te keren van gebroken gezinnen, versplinterde gemeenschappen en lege kerken waardoor ons sociale landschap geteisterd wordt. We hebben dringend een terugkeer naar en een herleving van deze orde nodig. Dit is waar we naartoe moeten, omdat het nergens anders naartoe kan, behalve wanorde. Aan hen die vragen hoe we kunnen terugkeren tot orde, zeg ik: laten we eerst overeenkomen waar we naartoe moeten – naar een organische christelijke samenleving. Als we daar over uit, zullen we verrast zijn hoeveel eenvoudiger het is daar naartoe te bewegen.

Hoe keren we terug naar orde?
Dat brengt ons bij het laatste punt: Hoe keren we terug naar orde? Iemand zal misschien tegenwerpen dat we weliswaar overeen kunnen komen dat deze organische christelijke samenleving een mooi idee is, maar dat het onder de gegeven omstandigheden niet realistisch is. Hoe geraken we daar? Je kunt niet maar even Ben Bernanke, Janet Yellen of Christine Lagarde (respectievelijk president en vicepresident van het Federal Reserve System en directeur van het Internationaal Monetair Fonds, red.) opbellen en zeggen: Stop met al die kwantitatieve geldverruimingsonzin en laten we beginnen een organische christelijke samenleving te bouwen.

Ze zullen zeker niet luisteren. Wat we echter wel kunnen doen is het publiek waarschuwen dat de huidige economische situatie van losgeslagen onmatigheid onhoudbaar is. We kunnen als de passagier op een cruiseschip zijn dat door moeizame wateren vaart en het feest uit verklaren. We kunnen al het mogelijke doen om de rampzalige effecten op de maatschappij te verminderen. En als het feestgedruis wegsterft, kunnen we een organische christelijke samenleving presenteren als reëel alternatief – in feite een alternatief dat veel reëler is dan de socialistische, ecologische en anarchistische alternatieven die andere voorstellen. Het is een alternatief dat een aantoonbare verdienste heeft en dat mag wel eens onderkend worden.

‘Als het feest uit is’ willen we niet met lege handen achterblijven. We hoeven echter niet te wachten tot het feest uit is. Het boek reikt genoeg aan dat je zou kunnen doen om naar een terugkeer tot orde dichterbij te brengen. We kunnen ons nu al voorbereiden op de soort samenleving die we nodig hebben en tot stand willen brengen als het feest uit is. Ik moet u echter waarschuwen dat het een vermoeiende afmattende oorlog tegen een doodscultuur en tegen onmiddellijke bevrediging inhoudt. Er zijn geen onmiddellijk afdwingbare oplossingen in deze cultuuroorlog, er is geen app die je kunt downloaden. Er is slechts bloed, zweet en tranen, zoals dat geldt voor ieder conflict.

Ik zou dan ook vijf dingen op willen sommen die u zou kunnen doen. Het eerste advies dat ik kan geven is dit:

1. Identificeer en bestrijdt het probleem
Vlucht er niet van weg. Geconfronteerd met de crisis, moeten we de verleiding weerstaan om ons af te zonderen, om te vluchten naar de een of andere afgelegen plaats en de rest van de wereld af te schrijven.

De crisis is zo wijd verbreid dat je er niet aan kunt ontsnappen. Maak je geen illusies, het bereikt je hoe dan ook, of het nu door middel van overheidshandelen is of middels de media of je iPhone. Velen van u die kinderen hebben weten dat ondanks uw uitmuntende inzet om uw kinderen af te schermen van zovele slechte dingen, er geen manier is om alles buiten te houden. Op een zeker moment moet je ze leren om de cultuur te bestrijden. Op enig moment moeten we deze strijd omarmen, dat is het kruis dat we vandaag de dag moeten dragen.

Niemand kan zich vandaag de dag volledig afzonderen en dat zouden we ook niet moeten willen. De aanval is onze beste verdediging. Het is nu de tijd om te vechten voor de Kerk, niet om haar achter te laten. Dit geldt in het bijzonder aangaande de diverse fronten in de strijd om de doodscultuur.

Ik heb er in RTO naar gestreefd het probleem te identificeren en suggesties te doen voor een oplossing. Prof. Plinio Corrêa de Oliveira adviseerde mij bij het schrijven van het boek en gaf aan dat het stellen van de juiste vragen de helft van de oplossing in zich draagt. Ik zou zeggen dat het identificeren van het probleem en het zoeken naar oplossingen in de juiste richting de helft van de omstandigheden voor een overwinning schept.

2. Terugtrekken uit de feesteconomie
Zo dikwijls hoor ik mensen zeggen: Wat kan ik in mijn eentje doen? De tegenstander beheerst de media, de universiteiten en de banken, heeft dit en dat. Wij beheersen niets. Er is werkelijk niets aan te doen.

Ik zou zeggen dat dat niet helemaal waar is. Er is één ding dat je wel beheerst: jezelf. Waarom beginnen we daar niet? Trek je dus terug uit de feesteconomie.
Let op: Ik zeg dus niet, zoals zoveel mensen zeggen, dat je je terug zou moeten trekken uit de maatschappij, geen gebruik meer moet maken van het elektriciteitsnet of jezelf moet onderdompelen in franciscaanse armoede.

Nee, blijf in de maatschappij, hou je baan, trek je slechts terug uit de feesteconomie. Ik sprak eerder over losgeslagen onmatigheid. We nemen allemaal deel aan onze cultuur van onmiddellijke bevrediging. We kunnen allemaal naar ons eigen persoonlijke leven kijken en zaken veranderen. We kunnen de deur dicht trekken die onze vijandige cultuur toelaat binnen te komen in onze levens en wanorde te scheppen. Dit betekent breken met bepaalde gewoontes en levensstijlen. Bijvoorbeeld meer besteden dan we te besteden hebben of aan modegrillen, onverstandige of zelfs roekeloze investeringen doen, offeren op het altaar van de snelheid met gejaagde agenda’s en levens vol stress, de onmatigheid van technologische hebbedingetjes onze levens en gedachten laten beheersen, geld belangrijker vinden dan familie, gemeenschap en religie.

Je hebt de controle over jezelf. Doe tenminste dit. Een van de dankbare dingen aan het schrijven van RTO is te horen van mensen die het deel over losgeslagen onmatigheid hebben gelezen en me vertellen dat ze hun levens als gevolg daarvan veranderd hebben.

3. We moeten intermediaire lichamen regenereren
We zijn niet alleen. We behoren allemaal tot intermediaire lichamen, verenigingen en gemeenschappen. Ieder van ons kan verenigingen waarbij hij aangesloten is beïnvloeden.

We moeten die intermediaire lichamen regenereren die de beste verdedigingslinie vormen tegen onze vijandige cultuur en onmatige economie. Niemand kan stand houden in een ‘gevecht van mij tegen de wereld’. We moeten de handen in een slaan met anderen die ook naar een terugkeer tot orde verlangen.

Het eerste intermediaire lichaam is het gezin. De beste maatregel die men kan nemen is om zijn gezinsleven op orde te brengen en iedere gelegenheid om het gezin te verdedigen in de publieke ruimte aan te grijpen. Dat houdt in dat we de strijd aangaan voor deze belangrijkste christelijke institutie. Geen ander instituut kan het gezin, dat ons in staat stelt te overleven in onze moderne wereld, vervangen. Familie is een krachtig, efficiënt en warm sociaal zekerheidsnet en kan in veel van de diensten voorzien die door de koude, afstandelijke moderne staat zijn geüsurpeerd. Het is een natuurlijke leerschool van matigheid in een wereld van losgeslagen onmatigheid. In tijden van crisis wendt men zich natuurlijkerwijs naar de familie.

Het zelfde kan in mindere mate gezegd worden van gemeenschappen en andere associaties. De gemeenschap is een belangrijke verdedigingslinie die we moeten proberen te ontwikkelen. Dit kan uitgebreid worden naar andere hechte verbanden, zoals parochies, pro-lifegroepen of culturele gezelschappen, die hun eigen gemeenschapsleven vormen. Een organische christelijke samenleving is een in hoge mate verbonden samenleving vol met verbanden en relaties. Het is het tegendeel van onze massamaatschappij die hechte gemeenschap ontmoedigt en extreem individualisme stimuleert.

4. We moeten goede katholieken zijn
Ik heb bewust de Kerk apart van de andere verbanden genoemd, omdat ze bijzonder is. Als je iets wilt doen met het oog op de huidige crisis, wees dan een goede katholiek. Het is de belangrijkste van alle middelen die tot onze beschikking staan. We moeten dan ook ons geestelijke leven op orde brengen.

Het is ook de meest praktische stap om door te voeren. De Kerk voorziet ons van zo veel. Als we matigheid willen praktiseren te midden van de overweldigende verleiding om onmatig te zijn, hebben we Gods genade en de sacramenten nodig om ons deel te krijgen aan het goddelijke leven van God en ons te versterken boven onze menselijke natuur uit. Het stelt ons in staat tot die heroïsche heiligheid die we bij de heiligen aantreffen.

We hebben de enorme kracht van het gebed, die is als een scepter die we kunnen gebruiken om God te vragen om wat we nodig hebben. We kunnen onze toevlucht nemen tot Onze Lieve Vrouwe, die ons in alle omstandigheden als een ware moeder zal helpen.

De Kerk als organisatie is ook een krachtige voorvechter. Ze heeft een heiligende invloed op de samenleving, die de teloorgang van een natie kan voorkomen. De Kerk heeft altijd haar stelling betrokken tegen de ketterijen en misvattingen van iedere tijd – de martelaren getuigen hier van.

We moeten dus goede katholieken zijn. Te denken dat we de storm kunnen doorstaan zonder de hulp van de Kerk is onszelf het krachtigste dat we hebben ontzeggen.

5. We hebben leiderschap en representatieve karakters nodig
Ik heb leiderschap tot het laatst bewaard omdat het een cruciaal ingrediënt is. We moeten zijn wat sommige sociologen representatieve karakters noemen – mensen die het woord nemen, mensen waar je naar op kunt zien, mensen die wat anderen nodig hebben in actie om kunnen zetten. Ze brengen mensen bij elkaar en zetten de toon.

Het probleem is dat echt leiderschap moeilijk is. Een leider is niet iemand die zegt: Hier ben ik, volg mij. Nee, een leider is iemand die het respect van de mensen om hem heen verdient. Mensen willen hem volgen, omdat hij het welzijn van anderen op zich neemt. Het is vol van verantwoordelijkheid en lijden. Het is veel gemakkelijker om mee te deinen op de golven van het leven. Het is ook makkelijker om je met je eigen zaken te bemoeien. Er heerst een ‘ik wil geen held zijn’-mentaliteit.

Wat de zaken nog beroerder maakt, is het feit dat de moderne cultuur het idee van representatieve karakters ontmoedigt en valse en onrepresentatieve karakters naar voren schuift met haar filmsterren en jet set-figuren. Wij moeten het tegenovergestelde doen. Iedereen hier kan iemand zijn waar anderen naar opzien, al is het maar in je eigen gezin. Je hoeft geen medaille te behalen. Maar je moet je wel inzetten.

We willen niet een enkele charismatische leider – dat is de weg van de minste weerstand die vaak verkeerd afloopt. Wat we nodig hebben is om een cultuur van helden te doen herleven op alle niveaus van de samenleving. We zouden dus moeten denken over concrete manieren waarop we werkelijk representatieve figuren kunnen zijn voor hen die naar ons opzien (hetzij in ons gezin, ons bedrijf, onze parochie, onze gemeenschap). Dit zou ons er toe brengen manieren te ontdekken om plichtsbesef, verantwoordelijkheid en zelfopoffering te omarmen. Op deze manier kunnen we opnieuw een sterk en betrouwbaar sociaal weefsel weven en terugkeren tot orde.

Er is iets interessants aan leiderschap. Al de andere dingen die ik genoemd heb – gezin, gemeenschap, intermediaire verbanden – hebben tijd nodig om te groeien, generaties zelfs. Zo vaak heb ik mensen al horen zeggen: “In mijn generatie zal het niet lukken dit te keren.” Maar met goede leiders en helden is het anders. Er is geen groot aantal van nodig en het vraagt geen lange tijd. Wanneer zij het strijdperk betreden, zeggen de sociologen, hebben leiders de capaciteit om dingen vrij snel te keren. Ik ben er zeker van dat u wel gevallen kent van een zakenman die een bedrijf weer op de rails heeft gezet, of een pastoor die een parochie weer op orde gebracht heeft of zelfs een sportcoach die van een team dat er slecht voor staat een landelijke kampioen maakte.

Daarom is het belangrijk dat we een heldencultuur genereren, want een terugkeer tot orde gaat niet vanzelf gebeuren. Mensen moeten betrokken worden. We hebben deze heldencultuur nodig om dingen gedaan te krijgen en ze snel gedaan te krijgen.

Resumerend
Dit zijn enkele ideeën ontleend aan mijn boek, waarvan ik hoop dat het uw begrip zal vergroten van de reden waarom we in crisis verkeren en dat het uwe overtuiging zal versterken dat er een katholiek antwoord is. Om samen te vatten wat er gezegd is: Wat ik gepoogd heb te doen met deze toespraak is twee vragen te beantwoorden: Waarom verkeren we in crisis? Wat voor samenleving hebben we nodig en willen we hebben wanneer het feest uit is?

We hebben twee hoofdpunten gezien. Het eerste is dat we in de huidige situatie verkeren, doordat we een cultuur van onmatigheid omarmd hebben, wat ik losgeslagen onmatigheid noem en wat zo veel van de morele, culturele en religieuze waarden heeft geërodeerd, die we zo hard nodig hebben om weer deugdzame en welvarende mensen te worden.

Ten tweede waar we naartoe moeten. We moeten terugkeren tot orde. We hoeven geen orde uit te vinden. Het is een sociale orde die voortkomt uit onze menselijke natuur zelf, geldig is in alle tijden en voor alle volken, maar met de Kerk als haar beste en meest betrouwbare hoeder. We zagen hoe de beste uitdrukking van deze orde wordt gevonden in wat we een organische christelijke samenleving noemen – dezelfde orde die de christenheid op deed komen.

Tenslotte keken we naar een aantal zaken die we nu vast kunnen doen om de terugkeer tot orde te bespoedigen en ons voor te bereiden op het soort samenleving dat we nodig hebben en tot stand willen brengen als het feest uit is.

Ik kan me zo voorstellen dat er nog altijd sommigen onder u zijn die sceptisch staan tegenover het idee van een terugkeer tot orde. Het is moeilijk om je voor te stellen hoe zoiets zou kunnen lukken. Als ik u met een laatste gedachte achter zou kunnen laten, dan deze: Een terugkeer tot orde is niet alleen nodig, maar ook mogelijk.

Een terugkeer tot orde is mogelijk omdat onze idealen aantrekkelijk zijn. Wat we ons moeten herinneren is dat onze (katholieke, conservatieve) positie naar zijn aard constructief is. De (seculiere) linkse agenda is daarentegen naar zijn aard destructief, omdat het de moraliteit en de autoriteit ondermijnt. We hoeven slechts de progressieve kloosters, die in rap tempo tot bejaardenhuizen worden, te vergelijken met bloeiende traditionele ordes die uit hun voegen barsten van alle jonge mensen.

Omdat links er naar neigt de structuren te vernietigen die de samenleving bij elkaar houden, vernietigt links naarmate de tijd vordert en het verval toeneemt ook de structuren die haar eigen organisaties en denken dragen. Occupy Wall Street was bijvoorbeeld zo’n anarchische organisatie dat er uiteindelijk niets van te maken was en letterlijk uit elkaar viel.

Naarmate de toestand verergert, ziet ons perspectief er steeds beter uit dan dat van hun, aangezien het een kracht tot stabiliteit en zekerheid is. Dit is waar te nemen in allerhande conservatieve reacties overal ter wereld. Een bijzonder sterk bewijs hiervan is het aantal jonge mensen dat zich nu engageert in de strijd tegen abortus. We zien het ook in verbazingwekkende bekeringsverhalen of de toename in het aantal roepingen. Zo was het tien of twintig jaar geleden niet. We moeten onze lijn houden.

Een andere reden waarom ik geloof dat een terugkeer tot orde mogelijk is, is dat de christelijke idealen die een terugkeer tot orde motiveren zeer krachtig zijn… wanneer ze op de juiste wijze en zonder verontschuldigingen gebracht worden. Een organische christelijke samenleving is vol van enorm krachtige concepten die tot de verbeelding spreken en mensen tot sublieme staaltjes en werken gebracht hebben. Deze zelfde idealen weerklonken te midden van de puinhopen van het Romeinse Rijk, bekeerden de barbaren en vestigden beschavingen. Ze hebben steeds mensen tot inkeer gebracht wanneer ze op het verkeerde spoor zaten.

Wat ik in RTO gepoogd heb te doen is deze krachtige concepten te beschrijven. Ik presenteer idealen als de weg van het kruis, de passie voor gerechtigheid, onze zoektocht naar het goede, ware en schone en een waarachtig gevoel van eer. Ik stel dat deze concepten ons nog altijd kunnen brengen tot vergelijkbare prestaties te midden van de huidige crisis. Bovendien stel ik dat de kracht en de aantrekkingskracht van onze christelijke idealen zodanig is, dat we ons er van nature toe keren, omdat ze zo goed passen bij onze menselijke natuur, we worden er toe aangetrokken wanneer wanorde heerst.

Deze christelijke orde, geïnspireerd door deze idealen, is waar je van nature naar neigt. En ik zou deze gedachte nog iets verder willen ontwikkelen, niet alleen worden mensen van nature aangetrokken tot deze organische christelijke orde, maar, te midden van de huidige chaos, worden mensen op dit moment aangetrokken tot deze orde. Naarmate de dingen erger worden, zullen meer en meer mensen bij zichzelf te rade gaan en zoeken naar een orde waarvan zij voelen dat die er moet zijn en misschien terug kan keren.

Overal ter wereld vinden we mensen die zoeken naar authenticiteit en orde. Ik zeg niet dat het een meerderheid van de mensen is – maar de geschiedenis wordt nooit bepaald door meerderheden, ze wordt bepaald door bevlogen minderheden die een grote invloed uitoefenen over de meerderheid. En er zijn aanzienlijke minderheden met grote passie en moed die durven hun mond open te doen en de cultuur uit te dagen. We moeten bakens zijn voor hen die zoeken.

Ter bemoediging
Om af te sluiten zou ik u een klein verhaaltje willen vertellen. Ons werk onder studenten, TFP Student Action, is veelvuldig betrokken geweest in het debat over het ‘homohuwelijk’ in Amerika. Ze gaan naar de meest liberale gebieden en voeren campagne rond dit vraagstuk. We worden vaak aangevallen maar verrassend genoeg worden we vaker gesteund. Op een keer gingen ze naar de Bronx (een wijk van New York, red.), waar ze bij een drukke verkeersader stonden en begroet werden door allerlei uitingen van steun, automobilisten claxonneerden, riepen steunbetuigingen en staken hun duim op. Een man zag ons, parkeerde zijn auto en kwam naar ons toe. Hij zei: “Ik wou kijken of ik het goed gezien had – jullie zijn vóór het traditionele huwelijk. Ik zag zoveel mensen hun steun betuigen dat ik het niet kon geloven. Ik dacht dat ik de enige in de Bronx was die tegen het ‘homohuwelijk’ was. Nu zie ik dat er duizenden zijn.”

Onze taak is dan ook om bakens van orde in een wereld van wanorde te zijn. We hebben heel krachtige principes. Soms is alles wat er nodig is een vonkje en je hebt een miljoen mensen op de Champs-Elysées staan om het traditionele huwelijk te verdedigen … in 2013. Een levendige pro-life-houding kan ineens en onverwacht tienduizenden op de been brengen in de straten van Brussel, Parijs, Madrid of Rome … in 2013. De organisatie ‘Nul Abortus’ hield in Spanje demonstraties in 46 steden. Mensen waren in staat bijna twee miljoen handtekeningen te verzamelen om het ‘Een van ons’-initiatief te ondersteunen (een Europees burgerinitiatief voor de beschermwaardigheid van embryo’s, red.). Of het brengt jongeren in Kroatië er toe 600.000 handtekeningen te verzamelen ter verdediging van het traditionele huwelijk. Ik heb met bewondering naar deze Europese initiatieven gekeken. Zulke inzet versterkt mijn geloof dat een terugkeer tot orde mogelijk is als we doen wat we moeten doen.

Maar deze visie zal alleen krachtig en aantrekkelijk zijn in zoverre we trouw blijven aan onze principes. We kunnen onze waarden niet aanlengen om tegemoet te komen aan de politiek-correcte tijden. Op een zeer categorische en Spaanse manier, heet de Spaanse pro-life-campagne nul abortus, niet vijftig procent abortus. De Fransen deden niet onder voor de Spanjaarden en erkenden de universele aantrekkingskracht van het huwelijk, riepen derhalve een manif pour tous (manifestatie voor allen, red.) uit, niet een manifestatie voor enkelen. Als we de weg van de minste weerstand kiezen, zullen we falen.

RTO coverEr is nog een laatste reden waarom ik denk dat een terugkeer tot orde mogelijk is en voor mij is dat de meest overtuigende: we kunnen rekenen op de hulp van God en Zijn genade. Ik zeg nog maar eens dat onze situatie is als die van de verloren zoon. Als je het verhaal van de verloren zoon leest, zul je zien dat hij het geld van zijn vader nam en uitgaf aan de losgeslagen onmatigheid van spelen en feesten. De verloren zoon kwam niet tot inkeer door een moreel probleem, maar door een economisch probleem – 1. Zijn geld was op en hij had geen manier om in zijn onderhoud te voorzien. 2. Een grote hongersnood teisterde het land. Het was toen dat de verloren zoon zich zijn vergissing realiseerde en terug verlangde naar het huis van zijn vader. Hij stond op en ging terug naar de vader.

In het verhaal van de verloren zoon weten we dat de zoon naar zijn vader verlangde. Maar we vergeten dat de vader nog veel meer naar zijn zoon verlangde. De vader keek al uit naar zijn zoon toen hij kwam en rende hem tegemoet. We mogen er van overtuigd zijn dat God verlangt naar onze grote terugkeer naar huis, veel meer dan wij dat doen. En wanneer hij ziet dat wij ons inzetten daarvoor, zal Hij niet onderdoen in zijn gulheid en zal Hij wat wij ondernemen gunstig gezind zijn. Aan de zorg van de vader mogen we de moederlijke genegenheid toevoegen van een moeder die ook intens het beste met ons voor heeft. Onze Gezegende Moeder is een voorvechter van onze zaak.

Het is mijn hoop dat, te midden van persoonlijk economische problemen en de economische crisis die onze landen bedreigd, het boek Return to Order mag dienen tot opwekking van een verlangen naar het huis van de vader en u er toe mag brengen op te staan en u met anderen aaneen te sluiten om de cultuur te veranderen en tot de vader en omarming van de moeder te komen. Het is mijn hoop dat u aan deze krachtige een aansprekende ideeën vast zult houden die ons oproepen dat te doen wat natuurlijk is – terugkeren naar huis.


N.a.v. John Horvat II, Return to Order. Where We’ve Been, How We Got Here and Where We Need to Go (York, PA: York Press, 2013), 380 p, harde kaft met stofomslag, ISBN: 978-0-9882148-0-4, 20,99 euro.