Posted on

OVSE: ‘Geen aanwijzingen voor aanwezigheid Russische militairen in Oekraïne’

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) heeft op grond van haar waarnemingen in het oosten van Oekraïne geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van Russische legereenheden in Oekraïne. Dat zegt een woordvoerder van de OVSE tegenover het blad Deutsche Wirtschafts Nachrichten (DWN). Er zijn zo’n 250 medewerkers van de organisatie in de regio aanwezig, die relatief ongehinderd zaken waar kunnen nemen.

De NAVO beweerde onlangs bewijzen te hebben voor Russische militaire operaties op Oekraïens grondgebied. De regering in Kiev spreekt al dagen van een “invasie” door het Russische leger. Roland Bless, woordvoerder van het Zwitserse voorzitterschap van de OVSE zegt tegenover DWN echter: “De OVSE heeft op grond van haar waarnemingen geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van Russische legereenheden op Oekraïens grondgebied.”

De NAVO kwam kort geleden met satellietbeelden die een sterke Russische aanwezigheid in de regio aan zouden moeten tonen. De Verenigde Staten spraken van toenemende bewijzen van directe Russische operaties in Oekraïne. De Oekraïense regering sprak van een invasie en president Porosjenko stelde dat de Russen zijn land binnen marcheerden. De Litouwse regering twijfelt niet aan wat de Amerikaanse regering en de illegale de facto-regering in Kiev beweren en ziet Rusland in oorlog met Oekraïne en dus met Europa, aldus de Litouwse president Dahlia Grybauskaite – die haar politieke carrière ooit begon bij de Communistische Partij van de Sovjet-Unie – op de top van de Europese Raad, waar zij uiteindelijk als enige tegen de benoeming van de Italiaanse Federica Mogherini tot Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands- en Veiligheidsbeleid stemde, omdat ze niet anti-Russisch genoeg zou zijn. Op maandagmorgen had ook bondskanselier Angela Merkel van president Poetin uitleg geëist over de vermeende aanwezigheid van Russische troepen in Oekraïne.

OVSE-woordvoerder Bless stelt daarentegen niets te hebben kunnen vaststellen dat wijst op de aanwezigheid van het Russische leger in Oekraïne: “De opdracht van de waarnemingsmissie bestaat er in door anderen naar voren gebrachte voorstelling van zaken te objectiveren door haar waarneming ter plaatse.” De OVSE gaat te werk op twee niveau’s: enerzijds voert ze waarnemingen uit op twee punten aan de Russisch-Oekraïense grens. Gezien de lengte van de grens kan de OVSE daarmee natuurlijk niet alles controleren. Maar anderzijds bewegen OVSE-waarnemers zich ook door de hele regio en beschikt de zogeheten Special Monitoring Mission inmiddels over een goed netwerk. De OVSE is een van de conflictpartijen onafhankelijke organisatie die haar rapporten samenstelt op basis van waarnemingen van eigen medewerkers. “Onder de gegeven omstandigheden kunnen de medewerkers van de OVSE vanwege hun eigen veiligheid slechts beperkt opereren. Niettemin is de organisatie in 10 oblasten op verschillende plaatsen aanwezig, waaronder ook die waar de strijd woedt.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De medewerkers van de OVSE kunnen zich na een moeilijke start volgens Bless nu vrijer bewegen. Aan het begin van de missie werden twee teams van de OVSE door rebellen opgehouden. De aanwezigheid van militairen onder de OVSE-waarnemers had hun argwaan gewekt. Inmiddels heeft de OVSE, aldus Bless, tot op zekere hoogte het vertrouwen van alle partijen in het conflict kunnen winnen. Dat zou doorslaggevend kunnen zijn voor een eventuele rol als bemiddelaar. Voorlopig is het echter nog niet zo ver.

“De volgende stap” moet volgens Roland Bless zijn “dat de conflictpartijen het eens worden over een wapenstilstand. Dan kan de OVSE een nadere rol opnemen.” Bless stelt verder dat diverse Europese landen meer zouden kunnen doen om de enige onafhankelijke partij in het conflict te versterken. Zo is er een mandaat om nog eens 250 waarnemers in te zetten, ook zou Bless graag apparatuur inzetten voor het waarnemen van vluchtbewegingen.

De OVSE neemt ook deel aan een contactgroep, waaraan de Oekraïense regering in Kiev en de Russische regering deelnemen en die in de Wit-Russische hoofdstad Minsk bijeenkomt. Ook een leider van de rebellen zou aan deze ontmoeting deelnemen.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov heeft gezegd dat Rusland geen invasie van Oekraïne voorheeft en voorstander is van een door de OVSE bemiddelde wapenstilstand.

Posted on

Toenemende twijfel over toedracht MH17

Berlijn – Ruim anderhalve maand na het neerstorten van vlucht MH17 in het oosten van Oekraïne is er nog altijd geen uitsluitsel over de toedracht van de catastrofe. Naast Rusland dringt nu ook Maleisië aan op snellere opheldering. Ook westerse media berichten inmiddels over gerechtvaardigde twijfel aan de tot nu toe naar voren gebrachte toedracht.

Eind vorige week kondigde de Maleisische minister van Defensie Hisjamoeddin Hoessein onverwachts aan dat Maleisië de schuldigen aan het neerschieten van vlucht MH17 strafrechtelijk zal vervolgen: “We zullen niet zwijgend toezien.” De New Straits Times, een Engelstalig Maleisisch dagblad, berichtte onder aanhaling van minister van Verkeer Liow Tjong Lai dat een voorlopig rapport van de Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) aan alle betrokken landen is voorgelegd. Het rapport zou echter geen eenduidige verklaring voor het neerstorten van de Boeing bieden.

Ook Rusland dringt aan op spoedige opheldering van het gebeurde. De Russische ambassadeur bij de Verenigde Naties Vitali Tsjoerkin kondigde aan met het oog daarop in de Veiligheidsraad terug te komen op de uitvoering van de resolutie van 21 juli. De Russische regering wil dat haar onschuld aangetoond wordt en bekritiseert de schijnbaar geringe belangstelling van het Westen voor opheldering van de feiten. De kritiek van Tsjoerkin richt zich vooral op Kiev, dat de communicatie tussen de luchtverkeersleiders en de piloten achterhoudt, maar ook de Nederlands-Australische onderzoekscommissie, omdat delen van het wrak die zicht zouden kunnen geven op de oorzaak van het neerstorten van het vliegtuig nog altijd niet geborgen zijn.

De OVV komt in de loop van september met een definitieve versie van het rapport. Details van de vluchtrecorders zullen echter niet openbaar gemaakt worden. Waar er tot nu toe slechts op blogs kritiek geuit werd op het geheimhouden van de vluchtrecorders, stellen nu ook mainstream-media als het Duitse opinieweekblad Der Spiegel hier kritische vragen bij. Datzelfde weekblad werd eerder in verlegenheid gebracht toen het net als andere Duitse media breeduit aandacht besteedde aan een BBC-interview waarin een leider van de Oost-Oekraïense opstandelingen zou hebben toegegeven Russische wapenleveranties te hebben ontvangen. De BBC verontschuldigde zich later voor het verkeerd vertalen van de uitspraken. De diverse Duitse media die er melding van hadden gemaakt, hebben echter niets teruggenomen. Het voorval onderstreept eens te meer de manipulatieve rol die de feitenselectie van de media kan spelen in de beeldvorming.

Als om iets goed te maken bericht Der Spiegel intussen ook over andere theorieën over wat er met vlucht MH17 gebeurd kan zijn. Zo stellen sommigen dat het vliegtuig niet met luchtdoelraketten (SAM’s) neergeschoten zou zijn, maar door vuur uit de boordkanonnen van een of meerdere jachtvliegtuigen. Het weekblad citeert deskundigen die stellen dat “enkele delen van het totaalbeeld ontbreken” en ook oudgedienden van Amerikaanse inlichtingendiensten die de Amerikaanse president Barack Obama uitgedaagd hebben met overtuigende bewijzen te komen. Onder hen is de voormalige directeur van de technische afdeling van de veiligheidsdienst NSA William Binney.

Experts betwijfelen dat de officiële toedracht van het voorval steekhoudend is, sommigen stellen bijvoorbeeld dat het waarschijnlijker is dat het passagiersvliegtuig niet door SAM’s maar door AAM’s (lucht-luchtraketten) is neergeschoten. De schuld van de separatisten werd ook in twijfel getrokken door Robert Parry, Associated Press-verslaggever. Parry geeft lucht aan zijn bedenkingen in een publicatie bij Global Research – een Canadese onafhankelijke onderzoeks- en media-organisatie, waarin hij bronnen bij Amerikaanse inlichtingendiensten aanhaalt die ruimte laten voor de conclusie dat betrokkenheid van Rusland en de separatisten onwaarschijnlijk is en veeleer de Oekraïense regering de verantwoordelijkheid draagt.

Posted on

Oligarchen strijden om buit privatiseringsgolf Oekraïne

Sinds de ondertekening van de associatieovereenkomst met de Europese Unie strijden diverse oligarchen met elkaar om de beste stukken van de Oekraïense economie met het oog op de aanstaande privatisering van een groot aantal staatsbedrijven.

Anders dan in Rusland hebben in Oekraïne veel oligarchen een politieke positie weten te verwerven. Niet alleen oud-president Janoekovitsj, maar ook de eerste president van Oekraïne na de val van de Sovjet-Unie, Leonid Koetsjma, oud-premier en gasbarones Joelia Timosjenko en de zittende president Petro Porosjenko, ze hebben zich allemaal weten te verrijken door de privatisering van staatsbedrijven. Na de eerste privatiseringsgolf in de jaren negentig staat Oekraïne nu een hernieuwde grootschalige privatisering te wachten. Met het oog daarop woedt inmiddels reeds een strijd tussen Igor Kolomojski, een oligarch die na de coupe door de illegale de facto regering tot gouverneur van de regio Dnjepropetrovsk werd benoemd, en zijn bankenketen, en oud-bondgenoten van Janoekovitsj, Dmitro Firtasj en Sergej Levotsjkin. Die laatsten zouden gesteund worden door voormalig mediamagnaat Boris Losjkin, die inmiddels hoofdsecretaris van president Porosjenko is. Via de nationale televisiezender Inter voert de clan van Porosjenko een mediacampagne tegen Kolomojski. Hij wordt er onder andere van beschuldigd het zuidoosten van Oekraïne “in te willen palmen”. Kolomojski financiert diverse formaties van huurlingen die in het zuidoosten van het land tegen de rebellen vechten. In Rusland is hij intussen aangeklaagd voor samenspanning tot moord en het opdracht geven tot oorlogsmisdaden.

Een dergelijke strijd tussen oligarchen was te verwachten. Na de associatie met de EU staan Oekraïne verder privatiseringen van failliete staatsbedrijven te wachten. De onlangs teruggetreden premier Arsenij Jatsenjoek had eerder al aangekondigd dat Oekrspirt, een concern dat alcoholische dranken fabriceert, geveild zou worden. Dat is echter slechts het begin van een privatiseringsgolf, zoals die in Oekraïne sinds 23 jaar niet gezien is. Andere voorbeelden van staatsbedrijven die geprivatiseerd zullen worden, zijn het olie- en gasbedrijf Naftogaz en Energoatom, een bedrijf dat alle elektriciteitscentrales van het land beheert. Verder zullen er onder andere zee- en rivierhavens van de hand gedaan worden.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De strijd tussen de oligarchen om de te privatiseren staatsbedrijven wordt naar verwachting nog feller. Te meer omdat veel oligarchen er financieel slechter voor staan dan velen veronderstellen. Wie niet alleen naar de activa maar ook naar de schulden van hun bedrijven kijkt, ziet een gemengder beeld. Sommige bedrijven staan aan de rand van een bankroet en financiële instellingen kunnen vaak alleen met staatssteun bestaan. De Interpipe Group van Viktor Pintsjoek en voormalig president Koetsjma, fabrikant van onder andere stalen buizen en wielen, was in 2013 bijvoorbeeld niet in staat om zijn schulden bij buitenlandse banken ter hoogte van 1,3 miljard Amerikaanse Dollars af te lossen. Ook met Porosjenko’s chocoladefabriek gaat het niet goed. De aandelen van Roshen hebben in het afgelopen jaar meer dan 40% aan waarde ingeboet, vooral door een Russisch invoerverbod vanwege zorgen over de hygiëne. De Russische markt is voor veel Oekraïense oligarchen nog altijd van groot belang. Voor de crisis ging de helft van de snoepproductie van de firma naar Rusland. In Europa kon Porosjenko tot nu toe geen afnemer voor zijn snoepgoed vinden. Voor hij voltijds de politiek in ging, probeerde hij zijn bedrijf dan ook tevergeefs te verkopen. Met demagogische publieksoptredens legt Kolomojski Porosjenko het vuur aan de schenen. Hij keert zich openlijk tegen de president en probeert zich een deel van het bezit van de voormalige Janoekovitsj-kliek, die nu deels met Porosjenko geallieerd is, toe te eigenen. Hij heeft het daarbij vooral op de zakenimperia van Dmitro Firtasj en Rinat Achmetov voorzien, hun bezit zou door de staat geconfisqueerd en opnieuw geprivatiseerd moeten worden.

Dat opnieuw diverse oligarchen zich politieke posities verwerven, terwijl hun bedrijven tegelijk nog altijd zeer van de Russische markt afhankelijk zijn, schept mogelijkheden voor Rusland om blijvend economische invloed uit te oefenen in Oekraïne. Sommige waarnemers speculeren over scheuren in het machtsblok van de Russische president Poetin, tot nog toe heeft echter geen enkele Russische oligarch zich tegen zijn beleid inzake Oekraïne uitgesproken. Het is ook niet waarschijnlijk dat ze dat alsnog zullen doen, aangezien de meest recente Levada-peiling laat zien dat de meeste Russen van mening zijn dat de sancties vooral de oligarchen treffen, Poetin blijft intussen onverminderd populair onder de bevolking. De Russische oligarchen merken weliswaar de eerste gevolgen van de Europese en Noord-Amerikaanse economische sancties, maar beschikken niet over de politieke posities waarin hun Oekraïense tegenhangers grossieren.

Posted on

Zuid-Rusland overspoeld door Oekraïense vluchtelingen

Rostov aan de Don – Sinds de Oekraïense president Petro Porosjenko een militair offensief heeft ingezet tegen de zogenaamde volksrepublieken van Loegansk en Donetsk, wordt het zuiden van Rusland overspoeld door Oekraïense vluchtelingen. De stroom is inmiddels zo groot dat allerhande problemen ontstaan, zodat de Russische overheid al in 20 steden de noodtoestand heeft afgekondigd. Het Kremlin wil dat de internationale gemeenschap “adequaat reageert” op de beslissing van de Oekraïense regering om de gevechtshandelingen te hervatten.

De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties stelde onlangs, voor de hervatting van de krijgshandelingen, dat sinds juni meer dan 100.000 mensen uit Oekraïne naar Rusland gevlucht. Volgens de voorzitter van de Federatieraad, het Hogerhuis van het Russische parlement, is er inmiddels sprake van zo’n 500.000 vluchtelingen uit het zuid-oosten van Oekraïne. Precieze cijfers ontbreken vooralsnog echter.

Het gaat vooral om gezinnen, die uit angst voor het lot van hun kinderen de zuidoostelijke regio’s van Oekraïne verlaten. De overheid in de regio Wolgograd heeft in eerste instantie de vluchtelingen ruimhartig geaccommodeerd door kamers in sanatoria en vakantiekampen voor kinderen beschikbaar te stellen. Inmiddels is hier echter niet genoeg ruimte en zijn ook tentenkampen ingericht. De lokale overheid doet er alles aan om de vluchtelingen vooreerst kosteloos van voedsel en medicijnen te voorzien. Dit leidt soms echter tot logistieke problemen, zodat in 22 steden de noodtoestand is afgekondigd. Op centrale punten wordt rond de klok gewerkt aan de registratie van vluchtelingen. Maar veel vluchtelingen zijn onttrokken aan de registratie. Zo verblijven sommigen bij familie of vrienden. Veel Russen hebben ook vreemdelingen in hun huis opgevangen. Zodoende valt het de ambtenaren zwaar om goed zicht te krijgen op de precieze omvang. Poetins kabinetschef Sergei Ivanov heeft de vluchtelingen dan ook opgeroepen zich te laten registreren, ook wanneer ze niet in een vluchtelingenkamp verblijven, zodat ze ook aanspraak kunnen maken op hulp en een werkvergunning kunnen krijgen. Ivanov kondigde ook de instelling van een vereenvoudigde procedure voor de aanvraag van het Russisch staatsburgerschap voor Oekraïense vluchtelingen aan. De meesten hopen vooralsnog echter op enig moment naar hun thuisregio terug te kunnen keren. Terwijl anderen plannen maken om zich uiteindelijk op de Krim te vestigen. Slechts 7.000 hebben tot nu toe formeel het Russisch staatsburgerschap aangevraagd.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De opvang van vluchtelingen in tentenkampen biedt voor het moment soelaas. Maar als het conflict in Oekraïne nog enkele maanden aanhoudt, wordt het verblijf in tenten, gezien het slechtere weer in het najaar, problematisch. Een ander probleem dat na de zomer ontstaat is het onderwijs voor de kinderen. De lokale scholen kunnen zoveel extra leerlingen niet aan. De federale overheid zoekt een oplossing in leraren van reizende scholen die normaliter vooral les geven aan kinderen van binnenvaartschippers en rondtrekkende kermisartiesten.

De opvang  van de vluchtelingen en alles wat er bij komt kijken, kost veel geld. De federale regering heeft alleen de regio Wolgograd al 4,3 miljoen aan onverwijlde hulp toegezegd. Deze kosten komen bij de grote investeringen die nodig zijn op de onlangs bij de Russische Federatie aangesloten Krim. Aangezien er jaren lang niet is geïnvesteerd in de Krim, zijn er enorme bedragen nodig voor de spoorwegen, havens en de industrie. Poetin wil tot 2020 zo’n 22 miljard euro in de Krim steken.

Intussen heeft de Russische economie echter ook te lijden onder de sancties van de Europese Unie en de Verenigde Staten. Volgens berekeningen van het Internationaal Monetair Fonds zal de groei van de Russische economie dit jaar afnemen tot 0,2%. De Russen merken intussen door de inflatie een daling van hun reële inkomen.

De Oekraïense vluchtelingen kunnen weliswaar zelf in hun levensonderhoud voorzien. Maar net als alle buitenlanders mogen ze slechts 90 dagen achter elkaar werken. Er zijn in de ‘oblasten’ (regio’s) Wolgograd en Rostov zo’n 4000 arbeidsplaatsen beschikbaar in de bouw en de agrarische sector. De Oekraïners zoeken echter doorgaans werk als verkoper, chauffeur of ziekenverzorger.

Terwijl de Amerikaanse regering enerzijds het vluchtelingenprobleem bagatelliseert en anderzijds de schuld op de ‘separatisten’ schuift, wijt de Russische regering de grote vluchtelingenstroom aan het optreden van de Oekraïense regering. Het Kremlin verwacht van de internationale gemeenschap dan ook een “adequate reactie en een veroordeling van het misdadige optreden van de regering in Kiev”. Vooral de EU is in de positie om bij de Oekraïense regering op een wapenstilstand aan te dringen, aangezien dit als voorwaarde gesteld zou kunnen worden bij de financiële hulp aan Kiev.

Posted on 2 Comments

Oekraïne kan Russisch gas gebruiken om EU geld af te dwingen

Met de doorvoer van Russisch gas heeft Oekraïne een troefkaart in handen om omvangrijke financiële steun van de EU af te dwingen.

De hulpbetalingen aan Griekenland vallen in het niet bij de Oekraïense behoefte aan financiering, aldus eurocommissaris Günther Oettinger (Energie) onlangs op een conferentie in de Slowaakse hoofdstad Bratislava. Oettinger staat niet alleen in zijn openhartige observaties. In maart had ook de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble er al op gezinspeeld dat de steun aan Oekraïne de EU-landen niet alleen economisch maar ook financieel het nodige zou kunnen kosten.

Volgens het blad Deutsche Mittelstandsnachrichten gebruikt de Europese Commissie het Europese Financiële Stabiliseringsmechanisme (EFSM) om via obligaties op de financiële markten het geld te verkrijgen dat nodig is voor leningen aan Oekraïne. Het is al zorgwekkend dat hiermee effectief een schaduwbegroting gecreëerd wordt, maar daar komt bij dat de Oekraïense overgangsregering er in februari al van uit ging, dat Oekraïne alleen al tot 2015 zo’n 35 miljard dollar aan buitenlandse hulp nodig zou hebben.

Als onderdeel van een kredietpakket van 1,6 miljard heeft de EU inmiddels in mei 100 miljoen euro en kort geleden nog eens 500 miljoen euro naar Kiev overgemaakt. Deze bedragen staan formeel als leningen in de boeken, maar gezien de miserabele kredietwaardigheid van het land mogen we er van uit gaan dat ze wel als verlies ingeboekt kunnen worden. Van de beloofde tegenprestaties hoeven we ook niet veel te verwachten. De financiële steun aan Oekraïne is formeel aan hervormingen in de energiesector, grotere inzet in de bestrijding van corruptie en beter financieel beheer verbonden. De regering in Kiev heeft echter goede kansen haar financieringsgat te laten dichten door de EU zonder noemenswaardige tegenprestatie. Doordat Oekraïne een belangrijk doorvoerland is voor Russisch gas heeft de Oekraïense regering tegenover de leiding van de EU een belangrijke troef in handen. Russisch gas voorziet in ruim dertig procent van de gasbehoefte van de EU-lidstaten. En ongeveer de helft van de Russische gasleveranties aan EU-lidstaten loopt via pijpleidingen over Oekraïens grondgebied.

Dat men er in Kiev niet voor terugschrikt om, wanneer men financieel in het nauw zit, de gaskraan naar de rest van Europa dicht te draaien, heeft de zogenaamde gasoorlog in 2009 wel bewezen. Vanwege onbetaalde rekeningen heeft Rusland destijds de gasleveringen aan Oekraïne aangehouden. Om in de eigen behoefte te voorzien bediende Oekraïne zich toen echter van het gas dat bestemd was voor diverse andere Europese landen, waardoor in die landen tekorten ontstonden.

 

Ook na de recente machtswisseling, lijkt in de Oekraïense politiek nog altijd de bereidheid aanwezig om de rest van Europa via het energiebeleid in gijzeling te nemen. Dit wordt duidelijk bij de onderhandelingen tussen Kiev en Moskou over de toekomstige gasprijs en achterstallige betalingen – waarbij het volgens het Russische gasbedrijf Gazprom om circa 4,5 miljard Amerikaanse dollars gaat. Zich gedekt wetend door Brussel, speelt Kiev het in de onderhandelingen met Moskou zo hard, dat de Oostenrijkse minister van Economische Zaken Reinhold Mitterlehner er inmiddels openlijk voor waarschuwt dat het er wel eens op uit kon lopen dat de EU de openstaande rekeningen van Oekraïne mag betalen.

Met het oog op de Oekraïense behoefte aan financiële ondersteuning, waarop eurocommissaris Oettinger wees, kan de afhankelijkheid van de goede wil van Oekraïne bij de doorvoer van Russisch gas naar de rest van Europa, niet bepaald als een goede onderhandelingspositie voor de EU getypeerd worden. Verbijsterend genoeg doet Brussel tot op heden niets om de afhankelijkheid van Oekraïne voor de doorvoer van Russisch gas te verminderen. Integendeel, Washington en Brussel – Oettinger voorop – hebben er alles aan gedaan om Bulgarije onder druk te zetten, zodat de Bulgaarse regering zich uiteindelijk gedwongen zag de aanleg van de South Stream-pijpleiding stil te leggen. Die pijpleiding beoogt het transport van Russisch gas via de bodem van de Zwarte Zee en via Bulgarije naar Servië en naar EU-lidstaten als Hongarije, Kroatië, Slovenië, Oostenrijk, Italië en Griekenland. Eerder werd al een vergelijkbare pijpleiding aangelegd via de Oostzee naar Duitsland, het zogeheten Nordstream. In maart blokkeerde de Europese Commissie echter al de zogeheten OPAL-pijpleiding die een verbinding zou vormen tussen Nordstream en Midden-Europese pijpleidingen.

Een coalitie van de bij South Stream betrokken EU-lidstaten spant zich intussen, onder leiding van de nieuwe Italiaanse premier Matteo Renzi, in voor het alsnog doorgang laten vinden van de aanleg daarvan. Een en ander zal in de Europese Raad uit onderhandeld moeten worden. Ondertussen zal de samenstelling van de nieuwe Europese Commissie een eerste indicatie geven van de toekomstige omgang met Oekraïne en Rusland. De Duitse regering zou er op gericht zijn om Oettinger nogmaals kandidaat te stellen, maar laat in het midden op welke portefeuille. Om Catherine Ashton op te volgen als Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid zouden een Bulgaarse en een Italiaanse kandidate in beeld zijn, wat mogelijk enige ontspanning en zakelijkheid in de relatie met Rusland kan brengen. Eerder werd de Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radoslaw Sikorski wel genoemd voor deze post, maar zijn kansen zijn sterk verminderd door het naar buiten komen van opnames van gesprekken waarin hij de veiligheidsrelatie van Polen met de Verenigde Staten onder andere als ‘waardeloos’ kwalificeert.