Posted on

Han ten Broeke: de Diepte-Analyse

Een oude casus die al lang intern was afgehandeld kwam bovendrijven en nu is Han ten Broeke opgestapt als Kamerlid van de VVD. Hij had een affaire met een medewerkster. Is dit een kwestie van ‘killed by komkommertijd’?

Het is in ieder geval tekenend dat de beslommeringen van Ten Broeke in de Telegraaf een groter ding zijn dan Geert Wilders’ annulering van de cartoonwedstrijd die definitief bewijst dat geweld en het dreigen met geweld de meest effectieve manier is om onze cultuur te beïnvloeden. Laat niemand ooit nog lullen over ‘geweld lost niets op’ – moslims beperken feitelijk de Westerse vrijheid om met spot en humor om te gaan, omdat zij bereid zijn tot geweld om hun cultuurwaarden door te zetten. Geweld trekt aan het langste eind: desondanks zijn de seksuele escapades van het afgetreden Kamerlid een dominanter media-item.

Klaas Dijkhoff (VVD) greep onmiddellijk de kans om nog even na te trappen naar Halbe Zijlstra: “Als ik fractievoorzitter was geweest, dan had ik Han meteen weggestuurd!” Oftewel verzetsheld na de oorlog. Wist Dijkhoff wat er precies speelde tussen Han en de betreffende dame? Uit niets is op te maken dat zij op het vertrek van Ten Broeke zou hebben aangedrongen.

Puriteinse hetze
Nu deze kwestie dan zo dominant is in de media, is het belangrijk dat wij hier ook een goede en realistische duiding aan geven. De plotse hetze rond Ten Broeke is tekenend voor het neo-puritanisme van deze tijd. De acute ophef bewijst dat de typisch Amerikaanse preutsheid nu ook zijn klauwen in het Nederlandse liberalisme heeft geslagen. De deugmachine van #MeToo blijft doordraaien – pr-adviseurs en spindoctors staan soeverein boven de parlementaire democratie. De media en vooral de imago-managers van partijen bepalen wie wel en niet mag blijven: de kiezer heeft er niets over te zeggen. We hebben het dan nog puur over de afrekening en niet over de voorkant, het opstellen van de verkiezingslijsten.

Harry van Bommel van de SP, Willem Vermeend van de PvdA – het zijn ook namen die in het Haagse circuit worden genoemd. Evenals een aantal dames, waarover door internen driftig wordt gespeculeerd. Het gonst van de geruchten dat Ten Broeke over de partijgrenzen heen seksueel actief was. Wie de publicaties leest, krijgt het beeld dat de Haagse kaasstolp één groot hoerenkot is waar de lustige sappen constant en ritmisch tegen de plinten klotsen. Vroeger was de cultuur meer Europees-aristocratisch: een slippertje werd gezien als een privékwestie. De oude bokken die nog uit die cultuur komen zijn opeens zeer kwetsbaar.

Ministeriële machtsgreep van D66
Dezelfde bron waaruit de informatie over de betreffende dames is gelekt, weet te melden dat de sleutel van Han ten Broekegate ligt bij Buitenlandse Zaken. D66 speelt hier een cruciale rol: de partij wil Kaag als enige regent op BuZa – geen duo-heerschappij meer. Al eerder was Blok vleugellam geslagen, na het onthullen van zijn kritiek op de multiculturele samenleving. Ten Broeke is met zijn kennisvoorsprong en invloed op coalitieonderhandelingen, een opponent van die alleenheerschappij. Ernst Lissauer en anderen hebben al suggesties in deze richting gedeeld (bron 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7). Dit zou perfect verklaren waarom HP/De Tijd eerder een artikel bracht over ‘klusjes’ die Ten Broeke verrichtte vanuit een advieskantoor.

Misschien is het allemaal veel banaler dan we denken. Macht erotiseert – mannen met status en een hoge positie zijn nu eenmaal spannend voor vrouwen. Hier een fragment uit een eerdere publicatie hierover, die in 2015 wat stof deed opwaaien in de wandelgangen van de Radboud Universiteit:

“De essentie zien we in de film ‘Doctor Zhivago’: vóór de Russische Revolutie slaapt de beeldschone Lara Antipova met een koddige liberale parlementariër. Ná de revolutie ligt ze ineens naast een strak-geüniformeerde communistische legerofficier.”

Omgekeerd geldt dit trouwens ook – ik herinner me een verhaal van een vrouwelijke Europarlementariër met twee assistenten. Een lange, goedlachse knappe Italiaan en een inhoudelijk type uit een Portugees bergdorpje. Die Italiaan kreeg voortdurend cadeautjes (op kosten van de fractie) en hoefde zelden wat te doen: de Portugees werkte voor twee. Is dat dan ook ‘#MeToo’? Maar dit is een ander verhaal. In ieder geval is dit in het Europarlement schering en inslag: het boeit niemand wat. In de Tweede Kamer, die allang door de EU is overvleugeld, is het plots groot nieuws.

Analyses van Ybeltje
In haar boek Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn (2017) meldt voormalig VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes het volgende:

“Persoonlijk medewerkers waren in de praktijk nauw met elkaar verbonden. PM’er Elodie Verweij bijvoorbeeld, die als ‘Elodietje’ moeiteloos de grote ego’s in de fractie om haar vinger wist te winden, deelde ineens in 2016 via Twitter mee: ‘BREKEND: vanaf 1 feb ben ik gewoon de nieuwe parlementair journalist van Omroep WNL. Hoe leuk!’ Elodie bleef als journalist een makkelijke entree houden bij de borrels van de PM’ers en kon zo aardig wat nieuwtjes vergaren voor haar nieuwe werkgever. Daar was de fractieleiding flink van geschrokken.” (p.41)

“Zou Han dan nu eindelijk minister worden? Het gerucht ging dat dit er niet in zat, omdat er in het verleden ‘iets’ was voorgevallen. Maar wat, dat wist dan ook weer niemand precies.” (p.144)

Berckmoes bewijst dat de representatieve democratie definitief kapot is. Niet alleen wegens de innige vervlochtenheid van politiek en media. Ieder mens heeft wel iets op zijn kerfstok. Dan doel ik niet op een penthouse dat buiten de registers blijft. Een slippertje, een burenruzie, een controversiële uitspraak gedaan in een verhitte discussie of tijdens een filosofisch gedachte-experiment. Met de nieuwe media is het maar een kwestie van tijd totdat de machten achter de schermen besluiten dat iemand weg moet. Plots wordt dan iets in de media gebracht.

Elk kleurrijk mens is kwetsbaar – niemand kan meer in de politiek. Dit toont opnieuw het belang van een Nieuwe Zuil. Een achterban die vanuit sociale samenhang rotsvast achter haar vertegenwoordigers blijft staan. En die ongevoelig is voor de framing die de mainstream deugpers over hun leiders zal uitgieten. Voor de democratie is het nu heersende puritanisme een doodlopende weg. Trump bijvoorbeeld is ook niet puur maar kocht eigen media-aandacht met zijn enorme rijkdom.

Verborgen motieven
Dit alles overwegende is het nogal overdreven dat Ten Broeke moest opstappen vanwege een slippertje – is er soms een verborgen motief? Wat bijvoorbeeld opvalt in de persverslagen is dat Zijlstra ogenblikkelijk aanstuurde op juridisering. Pas toen de beide betrokkenen zelf aangaven het buiten de gang naar de rechter op te lossen, kwam het tot een overeenkomst om de kwestie te sussen. Waarom heeft Zijlstra daar niet op aangestuurd, in plaats van eerst aan te sturen op escalatie? Zag hij soms een kans om concurrent Ten Broeke eruit te werken? Of wordt dit beeld van de juridische opties enkel uitgedragen om het beeld van de VVD als ‘doofpotpartij’ te ontkrachten?

En verder wordt, wat #MeToo betreft, steeds benadrukt dat seksuele intimidatie en dergelijke om macht draaien. Vervolgens zouden #MeToo-situaties voorkomen moeten worden door uitdrukkelijke ‘instemming’. Deze affaire laat echter zien dat instemming niets waard is, want een vrouw kan zich altijd weer bedenken en alsnog “#MeToo!” roepen, zelfs als er achteraf een overeenkomst is gesloten om de zaak te laten rusten.

Scheve machtsverhoudingen
Er is kortom niet alleen een machtsverhouding tussen Ten Broeke en de medewerkster, maar was er óók tussen Zijlstra en Ten Broeke. Verder draait seksuele intimidatie allicht in zekere zin om macht, maar #MeToo is tevens ‘wil tot macht’ en een instrument dat naar believen kan worden misbruikt.

Vandaag meldt de Telegraaf hierover:

“Verbijsterd waren VVD’ers toen zich in 2013 een fractiemedewerker met een aangrijpend verhaal meldde dat Ten Broeke bij haar over de schreef zou zijn gegaan. En dat terwijl zij aan de vooravond stond van haar huwelijk, met een voormalig medewerker van een CDA-bewindspersoon. […] Als Kamerlid had hij een reputatie als rokkenjager ontwikkeld. Op meerdere gelegenheden werd hij tijdens het eerste kabinet Rutte met zijn collega Jeanine Hennis gezien, waar observanten vaststelden dat ze het bijzonder goed met elkaar konden vinden.”

Zoals gezegd werkt macht en status erotiserend en hypnotiserend. Maar bleek het Kamerlid net zoals alle minnaars gewoon een man die een scheet in bed laat met een veeg in zijn onderbroek? Begon ze te twijfelen, voelde ze zich onrein, kreeg ze ‘buyers remorse’ en legde ze hierom het voorval aan Zijlstra voor als fractievoorzitter? Voelden haar eigenwaarde en trots als vrouw zich uitgedaagd toen een grens die zij voor zichzelf had gesteld als onaantastbaar, in aanwezigheid van Ten Broeke toch vloeibaar bleek? Wenste zij, toen er geruchten rondingen, weer zuiver en puur te zijn? Kwam de beschuldiging vanuit het oogpunt dat alles beter is dan uitgemaakt te worden voor hoer of slet tijdens wanhopige zoektochten naar het verbinden met jezelf? Het zijn waarschijnlijke scenario’s. Dijkhoff kende deze gevoelens niet maar gaf er achteraf wél een veroordelende mening over.

Onder de streep blijft staan dat affaires tussen machtige mannen en jonge, knappe vrouwen van alle tijden zijn. Zie ook Kees Verhoeven (D66). Wel is het voorval tekenend voor de ‘bedrijfscultuur’ van Den Haag: incrowd netwerkjes waar stijgen en dalen in de hiërarchie niet samenhangt met meritocratie maar met andere ‘kwaliteiten’. “In de coulissen leggen ze hun kadaverdiscipline op aan een zielloze meute opportunistische carrièrejagers”, aldus GeenStijl. Neem een escort als je eens lekker ‘buiten de deur wil eten’ en laat het buiten je werk als volksvertegenwoordiger. Krijgen ze meer dan genoeg salaris voor.

Conclusie

Was het, alles bij elkaar genomen, terecht dat Ten Broeke aftrad? Nee – het was intern al afgehandeld en door af te treden is er weer een nieuw precedent geschapen dat de moralistische #MeToo-deugers in de kaart speelt. Sommigen zullen de hetze niettemin geweldig vinden omdat dit de VVD beschadigt – daarvoor zijn er echter al afdoende andere gevallen. Toch is het aftreden wel een zinnige aanleiding om de Haagse ‘bedrijfscultuur’, en hoe het daar qua hiërarchievorming en opwaartse mobiliteit aan toegaat, weer door te lichten.

Kom allemaal naar de Café Avond op 2 september in Rotterdam! Meerdere mensen die verbonden zijn aan het project ‘De Nieuwe Zuil’ zullen aanwezig zijn. Paul Cliteur zal spreken over Pim Fortuyn en, als geestelijk vader van het project, over het boek Cultuurmarxisme. Daarna zal misantropisch humanist Jesper Jansen het woord nemen over o.a. cultuurmarxisme in de praktijk.

 

Posted on

De impotentie van een Tweede Kamerlid

Onlangs las ik op Novini het begeesterende artikel van Sid Lukkassen over Thierry Baudet en de representatieve democratie. Hij legt op heldere wijze bloot dat het huis van Thorbecke kraakt aan alle kanten. Paradoxaal genoeg legt de samenleving steeds meer problemen op het bordje van de politiek; tegelijk sijpelt de macht gestaag weg van politici naar mondiale multinationals. Graag reageer ik op Lukkassens betoog met een eigen relaas.

Het leven van een Tweede Kamerlid is vast niet altijd even prettig. De meesten verslijten hun jaren in volstrekte anonimiteit, en het betaaldt bovendien verrot slecht in verhouding tot een goede baan in het bedrijfsleven. Bovendien wonen ze verspreid over het hele land, en velen van hen moeten een onderkomen extra huren in Den Haag om niet elke dag te veel te moeten reizen. Ik heb die deprimerende kamertjes wel eens bekeken. Het is bovendien, zelfs voor wie dat zouden willen heel moeilijk om te zien wat een Kamerlid nu eigenlijk allemaal doet, nog minder wat ze bereiken (effectiviteit), laat staan om je daarover een oordeel te kunnen vormen als buitenstaander. De meeste burgers komen niet tot 10 als ze worden gevraagd om de namen van 10 Kamerleden op te noemen. Hier mijn lijstje: Omtzigt, Wilders, Buma, Agema, Graus, Bosma, Pechtold, Beertema, Asscher, Klaver, Baudet, Hiddema en de nieuwste aanwinst van de PVV Kops[1]. Het kostte me moeite. Ik ben de kleinere partijen vergeten en zelfs als ik erg mijn best doe, komt alleen de naam van Thieme boven.

Van het totaal van 150 volksvertegenwoordigers er maar 10 kunnen opnoemen is een indicatie op zich. Het meest actieve Kamerlid en een echte volksvertegenwoordiger Pieter Omtzigt van het CDA zou niet eens Kamerlid zijn gebleven als het aan het partijbestuur onder leiding van Ruth Peetoom en de lijsttrekker Sybrand Buma had gelegen. Hij kwam op eigen kracht en met voorkeurstemmen in de kamer, 36.750 in totaal. Een geweldige prestatie. Bij eerdere verkiezingen stond hij respectievelijk op plaats 51 (2003) 37 (2006) en 29 (2010) alle drie de keren op een vrij onverkiesbare plaats. Het lijkt erop dat dr. Pieter Omtzigt niet zo goed lag bij zijn partij en zelfs nu zie je zelden of nooit dat partijleider Buma zijn meest actieve en aansprekende Kamerlid ondersteunt of in het zonnetje zet. Een beetje leider, zou hem regelmatig publiekelijk complimenteren.

Voor het onderzoek naar de vraag hoe het democratisch gehalte van de Tweede Kamer zou kunnen worden verhoogd, denk ik al langere tijd aan de volgende alternatieven:

  1. Verkleinen van het aantal Kamerleden. In plaats van 150, tenminste de helft minder. Bij een lager aantal doen de individuele stemmen er veel meer toe. De visibiliteit verbetert.
  2. Introductie van het regeerakkoord voor de Nederlandse coalitieconstructies legt al sinds het begin van de 20e eeuw steeds meer vast. Kan dat niet anders, en zo ja hoe dan? Voor het VVD/PvdA regeerakkoord kregen de leden van de beide fracties 2 uur de tijd om het 79 pagina’s tellende akkoord te lezen, en hieraan hun instemming te geven. Het laatste regeerakkoord tussen VVD/CDA/D66 en CU was dusdanig lang uitonderhandeld (225 dagen) en dusdanig gedetailleerd, met als enige doel 100% van alle mogelijke besluiten voor een periode van 4 jaar vast te leggen, dat ook daar geen coalitie-Kamerlid – met slechts 76 zetels meerderheid – enige kanttekening bij durfde te plaatsen. Het zou hem of haar de kop kosten. Mevrouw Ybeltje Berckmoes, tot maart 2017 kamerlid voor de VVD, schreef een prachtige inkijk over het ware leven binnen de Tweede Kamerfractie van de VVD.[2] Een ontluisterend relaas. Sharon Gesthuizen schreef als voormalig Tweede Kamerlid voor de SP, Macht en Liefde over het heimelijke ongezonde leven binnen de Socialistische Partij.[3] Ik kon mij, in tegenstelling tot het boek van Berckmoes, er niet doorheen werken. Het ging teveel over Sharon.
  3. Het debat in de Tweede Kamer is formeel, indirect en loopt altijd via de voorzitter. Het wordt daarmee afstandelijk en meestal saai. Er zijn landen waar dat heel anders gaat, bijvoorbeeld in het Engelse parlement of zelfs in het Oostenrijkse, het Duitse, Italiaanse, Spaanse parlement of zelfs het Europese nepparlement.[4] Thierry Baudet is een van de weinigen die deze regel van de Tweede Kamer durft te tarten.
  4. Fractie- of partijdiscipline: vanwege het eensgezinde optreden van fracties in de Tweede Kamer wordt in iedere fractie op de één of andere manier fractiediscipline afgedwongen, d.m.v. het bespelen van carrièrebelangen, party whip en vertrouwenskwesties volgens een gedetailleerde analyse van Thomassen en Andeweg.[5]
  5. Toegangsdrempels: iedere partij heeft zo zijn eigen regels en procedures, waardoor kandidaten voor de Tweede Kamer worden geselecteerd en uiteindelijk op de kandidatenlijst van een partij komen. Het is een machtig instrument, met de nadruk op macht. Het maakt onder andere dat er vooral beroepspolitici in de Tweede Kamer komen. Mensen die zich als partijtijgers door de interne bureaucratische organisatie en politieke machtsverhoudingen hebben heen geworsteld, soms geslijmd, soms gelikt. Ruim 90% heeft niet tot nauwelijks enige relevante werk- c.q. praktijkervaring.

Hieronder zal ik op elk van de bovengenoemde vijf punten ingaan. Voor het gemak beperk ik deze analyse tot de Tweede Kamer, die slechts een onderdeel is van de gezamenlijke democratische instituties in Nederland.

1. verkleinen aantal volksvertegenwoordigers:
Veruit de meeste Tweede Kamerleden zijn volstrekt onzichtbaar. Volgens de Volkskrant[6] zijn wij inmiddels gewend aan de mediacratie: niet het aantal ingediende moties, amendementen, wetsvoorstellen of schriftelijke vragen bepaalt de moderne Haagse hiërarchie, maar het aantal optredens in de media. Tussen de 500 en 1000 keer de landelijke pers halen in één jaar is de eredivisie en de rest doet er eigenlijk niet toe, is onbekend en onbemind. Ze gaan wel wanhopig op maandag op werkbezoek de provincie in, maar het haalt het nieuws vrijwel nooit. Het is ook verklaarbaar dat de rol van volksvertegenwoordiger is uitgekleed. Ze vertegenwoordigen het volk niet meer, ze stonden toevallig op een lijst van een partij en vertegenwoordigen die partij of lijst in de Tweede Kamer. Ik kan er niet meer van maken. Ze praten ook niet meer zonder last of ruggespraak[7]. Zonder ruggespraak sneuvelde bij een grondwetswijziging in 1983, dus sindsdien kunnen zij altijd overleggen, onderhandelen, de partij raadplegen of overleggen in het torentje van de premier. Zonder last bleef wel gehandhaafd. Formeel dan, want zonder last; het zonder bindend mandaat mogen stemmen zoals men goeddunkt, is ook al lang om zeep geholpen door de volgende punten 2, 4 en zelfs 5. Veel Tweede Kamerleden zijn verworden tot stemvee.

Als ze dan toch stemvee zijn en vrijwel altijd doen wat anderen hen opdragen, dan heb je er geen 150 nodig. Met 60 of 65 van die poppetjes, verhoog je de herkenbaarheid, het belang en het gewicht van hun stem, kun je hun armetierige salaris verdubbelen en kun je op die manier wél kwaliteit aantrekken. Voor 100.000 Euro bruto komt kwaliteit uit het bedrijfsleven niet naar Den Haag om zich vervolgens te laten muilkorven en ringeloren. Gewezen Kamerleden vinden na hun periode in de Tweede Kamer nauwelijks emplooi. Vooral ex-Tweede Kamerleden van de PVV worden getroffen door stelselmatige uitsluiting. Engeland en de VS doen het beter omdat daar via het systeem van het kiesdistrict politici zelf moeten zorgen dat zij in hun eigen district worden gekozen. Ze liften dus niet mee op een obscuur lijstje dat door de partijkartelleiding werd samengesteld op basis van volstrekt ondoorzichtige en ondemocratische methoden, i.e. willekeur en bovenal vriendjespolitiek. Vergist u zich niet, want dat is het: vriendjespolitiek of lobbycratie, waarover Elsevier-columnist Syp Wynia met zoveel hartstocht heeft gepubliceerd.[8]

2. Beperken van de reikwijdte van het regeerakkoord.

In coalitieland Nederland zijn akkoorden tussen regeringspartijen en soms gedoogpartijen over bepaalde aspecten van het te voeren beleid (soms zelfs de visie) onvermijdelijk.

De formatie van het Nederlandse kabinet in 2017 begon na bekendmaking van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 en eindigde 225 dagen later, op 26 oktober 2017, met de beëdiging van het kabinet-Rutte III. Het was de langste kabinetsformatie in de Nederlandse geschiedenis.[9]

Binnen de Nederlandse cultuur geldt de regel “afspraak is afspraak”, dus tenzij er hele schokkende dingen gebeuren zijn de regeringsfracties strikt gehouden om zich gedurende 4 jaar aan de afspraken te houden. Ieder bedrijf dat in de echte wereld opereert gaat geheid failliet als het zo rigide te werk gaat, maar voor de politiek geldt een andere werkelijkheid, een door henzelf gecreëerde virtuele werkelijkheid. In die wereld is niets zoals het lijkt.

De vorig jaar nieuw aangetreden Thierry Baudet heeft een flink aantal frisse ideeën gelanceerd sinds hij in de Tweede Kamer zit, ten einde het democratische proces nieuw leven in te blazen: het referendum, de regeringspartijen en de overige partijen speerpunten laten aanbrengen en die dan door de echte volksvertegenwoordiging te laten beslissen, met wisselende meerderheden, zonder dichtgetimmerd coalitieakkoord (met bijbehorende handtekeningen), en een kenniskabinet laten samenstellen van vakmensen uit de praktijk, in plaats van partijbobo’s die aan de beurt waren voor een bewindspositie. Er moesten in deze huidige coalitie zoveel beloften worden ingelost dat de vier partijen maar liefst 26 bewindspersonen benoemden. Het lijkt wel een Afrikaans land.

3. Het debat is doodsaai.

Het debat in de Tweede Kamer is doodsaai en vreselijk indirect. Het is enkel en alleen te danken aan Geert Wilders en de frisse fractie van de FvD, dat het af en toe aantrekkelijk wordt en amusant. Hetzelfde geldt voor het 760 tellende EU-parlement. Was het niet vanwege Nigel Farage[10], dan zou er geen hond kijken.

Hierboven een video van een briljant optreden van Ewald Stadler in het Oostenrijkse parlement. Zelf in dat land doen ze het met meer emotie, directer, en aansprekender. Het gedoe in Nederland, met geachte voorzitter dit en mevrouw de voorzitter dat, is dodelijk. Kom maar niet aan met de flauwekul dat het om de inhoud gaat, want dat gaat het al een jaar of 25 nauwelijks meer. Het is theater, zoals Thierry Baudet terecht aanvoert. Het is een debat tussen partijen en zogenaamde volksvertegenwoordigers, waarbij het uitwisselen van argumenten er totaal niet meer toe doet. Het enige doel is steun geven aan het kabinet door de nipte meerderheid van Kamerleden die het kabinet verplicht zijn te steunen. Dat kabinet en de bewindslieden komen dus met van alles weg.

4. Fractie en/ of partij discipline:

In het eerder genoemde doorwrochte stuk van Thomassen en Andeweg wordt uitgelegd waarom fractiediscipline positief zou zijn en zij formuleren dat als volgt: “In het publieke debat wordt fractiediscipline veelal als onwenselijk voorgesteld. Deze zou afbreuk doen aan de zelfstandige positie van leden van de volksvertegenwoordiging en de relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban in de weg staan. Deze negatieve waardering van fractiediscipline is allerminst vanzelfsprekend.” Zij voeren aan dat mensen stemmen op een partijprogramma/c.q. een partij en dat individueel afwijkend stemgedrag van Tweede Kamerleden het vertrouwen in de keus voor die partij zou schaden.

Deze redenering gaat mank op verschillende aspecten. Ten eerste, zoals wij vooral nu wederom bij de coalitievorming van VVD/CDA/D66/CU hebben kunnen zien, beschouwen veel kiezers van die partijen zich bekocht. Het CDA stond vierkant achter het verlagen van de eigen bijdrage, D66 maakte zich al sinds 1966 “hard” voor bestuurlijke vernieuwing, waaronder het referendum, VVD liet na om in haar partijprogramma op te nemen dat zij zou komen met een voorstel voor het coalitieakkoord dat er in voorzag dat de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zou moeten worden afgeschaft (1,4 miljard ten behoeve van Unilever en Shell) en van alle flinke woorden over het aanpakken van de volledig uit de hand gelopen immigratie kwam niets. De CU haalde nog even ruim een miljard meer binnen voor ontwikkelingssamenwerking.  Daarnaast is het juist vanwege de manier waarop kandidatenlijsten worden samengesteld, dat er in de Nederlandse politiek (met uitzondering van Pieter Omtzigt) totaal geen sprake meer is van een relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban. Democratie en volksvertegenwoordiging zijn een farce geworden. Een klucht. Een schijnvertoning. Theater. Fractie- en partijdiscipline zoals die invulling krijgt in de Nederlandse politiek is dodelijk. Het vergroot de kloof tussen de burger (!) en de zogenaamde volksvertegenwoordigers. Het kan welhaast niet groter, vandaar de enorme frustratie bij een (overgrote) meerderheid van de kiezers.

http://www.novini.nl/illusie-interne-partijdemocratie/

Bovendien zijn politieke partijstructuren uit de tijd, zoals Wilders zo goed heeft begrepen. Dat gezeur van die vreselijke dinosauruspartijen dat alleen zij democratisch zijn. Van het ledenaantal van iets meer dan 300.000 is een klein percentage actief (5%) en het is de toplaag van die 5% (hooguit 10.000 mensen) die uitmaakt wat goed en democratisch is binnen die partij.  Het is uit de tijd. Gebruik open verkiezingen. Gebruik sociale media. Gebruik je verstand. Het FvD heeft in deze YouTube clip precies laten zien hoe het partijkartel dit heeft georganiseerd:

5. Toegangsdrempels politieke partijen:

Wie wordt er nu Tweede Kamerlid? Behalve bij de PVV zitten er bij de meeste andere fracties in de Tweede Kamer vrijwel uitsluitend beroepspolitici. Ik kan hun cv’s wel dromen. Ze deden doorgaans heel erg lang over hun vrij onbetekenende studies, waren lid van dit of dat, idealiter van de jongerenafdeling van een partij, kwamen in besturen, gemeenteraden, werden wethouder en stroomden door in de wondere wereld van Chriet Titulaer. Uitzonderingen hebben enkele jaren irrelevante ‘werkervaring’, meestal in veilige publieke sectorfuncties, waar nooit iets bijzonders van hen werd verwacht.  Mark Rutte werkte enkele jaren bij Unilever op personeelszaken, Alexander Pechtold was 2 jaar veilingmeester (!) en Diederik Samsom verdiende zijn sporen als actievoerder bij Greenpeace.  Alleen bij de PVV zitten mensen die echt iets gedaan hebben in het normale leven, maar die worden met de nek aangekeken, niet alleen omdat ze tot de PVV behoren, maar ook omdat het geen beroepspolitici zijn. Ze zijn echter en dat past niet bij het soort dames en heren die hun leven lang uit de publieke ruif vraten en dat ook willen blijven doen tot de dag dat ze er dood bij neervallen: Loek Hermans, Ed Nijpels, Job Cohen, Hans Wiegel, Dries van Agt, Ernst Hirsch Balin, Piet Hein Donner, Roger van Boxtel, Thom de Graaf, Maxime Verhagen, Frans Timmermans, Bert Koenders, Ad Melkert en vele, vele anderen.

Als u het blijft slikken, dan verandert er nooit iets, dan klagen uw kinderen en kleinkinderen straks, net zoals u, dat ze in een soort van ‘Animal Farm’ leven. Nu vind ik het leven en wonen op een echte animal farm heerlijk, maar zoals het beschreven werd door George Orwell is onmenselijk, voor mij zelfs ondragelijk:

Na een revolutie op een boerderij, waarbij de mensen verjaagd worden, nemen de varkens, die de doctrine van Animalisme hebben ontwikkeld en de revolutie hebben geleid, geleidelijk aan de touwtjes in handen op het bedrijf. Twee varkens, Napoleon en Sneeuwbal, raken verwikkeld in een machtsstrijd die in de uitwijzing van Sneeuwbal culmineert. Het leven op het bedrijf wordt harder en harder voor de rest van de dieren. De varkens leggen steeds meer controles aan hen op terwijl ze voor zichzelf voorrechten opeisen. Uiteindelijk is alles dat van de ‘Principes van Animalisme’ overblijft de regel dat “alle dieren gelijk zijn, maar sommige meer gelijk zijn dan andere.” Elke stap van deze ontwikkeling wordt gerechtvaardigd door propaganda. Met een groep wrede honden als stok achter de deur, drukt Napoleon zijn zin door en zorgt hij voor een gemakkelijk leven voor zichzelf. De varkens gaan op twee benen lopen. In de laatste scène van het boek bekijken de dieren de varkens en mensen, maar kunnen geen verschil meer zien.[12]

 Ik wens u sterkte.


[1] Wat een verfrissing deze Kops: https://youtu.be/sojpJnxk_7k

[2] https://www.bol.com/nl/f/voorlichting-loopt-met-u-mee-tot-het-ravijn/9200000083037524/

[3] https://www.bol.com/nl/f/schoonheid-macht-liefde/9200000071825012/

[4] https://youtu.be/6dh15ZipMxI Originele bijdrage van Thierry Baudet in militaire outfit.

[5] http://dnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/jb-dnpp/jb05/Thomassen.pdf

[6] http://www.volkskrant.nl/politiek/het-meest-gevoelige-lijstje~a641643/

[7]http://www.parlement.com/id/vituefrhhaq8/het_begrip_zonder_last_en_ruggespraak

[8] https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/blog/2016/11/waar-blijft-de-ontmanteling-van-lobbystaat-nederland-406137/

[9] https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabinetsformatie_Nederland_2017

[10]  Heerlijke bijdrage van Nigel Farage https://youtu.be/SJzRa7HWVqs

[12] http://nl.wikipedia.org/wiki/Animal_Farm

Posted on

Sid Lukkassen: Samen kunnen we het fundament leggen van een Nieuwe Zuil!

Met zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’ wil publicist dr. Sid Lukkassen een stem geven aan de vele mensen in Nederland die nu nog niet gehoord worden.

Waar de mainstream media in de ban zijn van politieke correctheid en ideologische vooringenomenheid, wil Lukassen het rationale debat opzoeken, gericht op een realistische kijk op wat er speelt in de samenleving. Alles wat zich niet aan de ideeën van de weldenkende klasse conformeert wordt in de mainstream media gemakzuchtig afgedaan als irrationeel onderbuikgedoe, maar de rationele analyses die eronder liggen worden simpelweg genegeerd. Sid Lukkassen wil zich er voor inzetten om deze toch over het voetlicht te brengen om zo het publieke discours echt vooruit te brengen. En daar heeft hij uw steun voor nodig, in de vorm van een bijdrage aan de crowdfunding om dit project mogelijk te maken. Meer informatie daarover is te vinden op http://www.latenwekerkenbouwen.nl/crowdfunding/ 

In onderstaande videoboodschap licht Lukkassen zijn plannen toe:

Posted on

De bouw van een Nieuwe Kerk

Als ik stel dat we weer kerken zullen bouwen, klinkt dit sommigen als muziek in de oren. Zoals Erik van Goor, die een heldere toelichting schreef. Wat de constatering “we gaan weer kerken bouwen” betekent, is wellicht anders dan u in eerste opzicht vermoedt.

Samenvatting

“Ten eerste is er een Systeem dat een taal bezigt die niet meer overeenkomt met de werkelijkheid. Ten tweede noemt hij het gebrek aan sociale cohesie en groepssolidariteit binnen de geleding van de samenleving die juist om een Yernaz heen had moeten (blijven) staan.

De werking vanuit het systeem maakt dat ‘rechts’ niet in staat is om zich staande te houden als groep met een sociale cohesie. Deze werking is inherent aan het systeem en is onvermijdelijk en niet te ontlopen. Rechts is dus niet hard genoeg om de werking vanuit het systeem te weerstaan. Het ontbeert een eigen ‘systeem’ met een inherente hardheid om krachten van buiten of te weerstaan, of te geleiden, of zelfs te pareren of te verslaan. Men heeft weliswaar de werkelijkheid mee, maar mist de tools om dit belangrijke voordeel om te zetten in een succesformule.”

Oftewel: FvD werd gedeugshamed via Yernaz en bleek gevoelig voor die shaming (hierover verderop meer). Het punt van de ‘hardheid’ is dus extreem belangrijk. In de huidige post-rationele cultuur win je niet door de argumenten van de tegenstander te weerleggen met eigen bewijzen – je wint door hem of haar in sociale status te verlagen. In een video heeft Paul Nielsen deze staat van het huidige publieke debat perfect gedocumenteerd. Van Goor legt uit hoe dit komt:

“Dit is omdat het volksdeel van dit denken een ruimte mist van zelfbepaling, waarin een taal kan worden gebezigd die analoog is aan de werkelijkheid die gezamenlijk wordt gezien, begrepen en ervaren. Een ruimte waarin de wil bestaat om deze werkelijkheid ook gezamenlijk onder woorden te brengen, te ontwikkelen en uit te dragen.

Zo worden de contouren van de ‘kerk’ van Lukkassen zichtbaar. Eenvoudig voorgesteld zijn deze te typeren met het drietal begrippen ‘ruimte’, ‘hardheid’ en ‘samenhang’. Deze ruimte ziet Lukkassen niet alleen als denkruimte, maar ook als een interactieve en fysieke ruimte: gespreks- en caféavonden.”

Open debatcultuur

Om dit verder uit te leggen, beginnen we met een verstaan van wat een rationele open discussiecultuur is: dat is een cultuur die geacht wordt de democratie te dragen. De parlementaire democratie is een formeel machtsspel dat zich afspeelt binnen instituties, maar het publieke debat is het levensbloed van dat spel, de voedingsbodem. Waarden als rationaliteit, logica en feitenkennis maken dat het bloed vrijelijk kan stromen, van het hart naar het lichaam en het brein.

Als deze waarden opdrogen, dan vervliegt het bezielende elan van de democratie. Andere visies zullen dan weer onze zielen aanzuigen: premoderne wijzen om de macht te organiseren en soevereiniteit vorm te geven keren mogelijk weer terug. De macht zal zich weer op andere manieren present willen stellen, omkleed met begeestering, magie, mystiek en mogelijk het sacrale.

Nu nemen wij de Duitse filosoof Julian Nida-Rümelin als uitgangspunt. Hij is bij uitstek de serieuze denker-politicus met een rotsvast vertrouwen in de open debatcultuur als draagsteen van de parlementaire democratie. Lezen we de werken van Nida-Rümelin, dan zien we een democratie voor ons oprijzen die is gebaseerd op overleg, transparantie, feitenkennis en rationaliteit.

“Demokratie ist ohne Wahrheitsansprüche inhaltsleer. Demokratie ist kein bloßes Spiel der Interessen. Politische Entscheidungen sind nicht lediglich »Dezisionen« ohne Begründung und ohne ethischen Gehalt.”  In Demokratie und Wahrheit (2006) stelt de auteur dat aan ieder democratisch besluitsvormingsproces waarheidsclaim over feiten en over ethiek ten grondslag liggen: “Die Wahrheit, das Ringen um das empirisch und normativ Richtige, haben einen zentralen Ort in der Demokratie.”

Censuur opgelegd door ‘68

Inmiddels is de democratie geworden tot iets totáál anders dan wat Nida-Rümelin voor zich zag. Wat Jürgen Habermas noemde de “machtsfreie Dialog” is dood. Hoe kon het zover komen? Dat verklaart Bruno Barnard:

“Het zou lang duren voordat sommige mensen, van uiteenlopende generaties, begonnen in te zien wat er na mei 1968 gebeurd was. Gramsci had gelijk gekregen, er waren stellingen veroverd, in de pers, in het onderwijs, vooral aan de universiteiten, burgerlijke instituten als kerk en huwelijk werden afgebroken en het extreemlinkse denken vrat de burgerij geleidelijk van binnenuit op. De leerlingen werden leraar; de stencildraaiers journalist; de seminaristen vader van weldra te indoctrineren kinderen.”

Nu is het de vraag hoe je jezelf in zo’n “post-Habermasiaanse” situatie nog staande kunt houden. In deze tijd van politieke correctheid en overgevoeligheid zijn zelfs komedie en satire gecensureerd – essentiële zaken voor een open discussiecultuur. Voordat je het weet word je door de ideologische machine die Barnard omschrijft van van alles beschuldigd: die verwijten blijven plakken.

Aangezien alles tegenwoordig googlebaar is, zullen toekomstige werkgevers je erop afrekenen en mogelijk schrikt de controverse zelfs potentiële klanten en afnemers af. Het is een strategie waartegen men zich feitelijk niet meer op een rationele manier kan verweren – en dus is de volgende logische stap het bouwen van een ‘Nieuwe Kerk’. Hiermee bedoel ik een fundament van samenleven dat enige houvast verschaft aan realistisch denkende mensen – van liberale humanisten tot nationaal-conservatieven. Deze mensen wil ik ook gaan samenbrengen op discussie- en caféavonden.

Deugdynamiek

U kunt wel wanhopig deugsignalen gaan uitzenden, als eenmaal zo’n ‘ongevoelige’ uitspraak is gedaan: uzelf vastleggen op selfies omringd met homo’s, moslims of leprapatiënten zo u wilt. Het deugvertoon kan nooit volledig genoeg zijn: hooguit ontstaat er een deugdynamiek waarbij degene die het minst ver gaat in het deugvertoon verdacht zal zijn en zal worden uitgesloten. Als de hoogste boom is omgezaagd is er altijd een volgende hoogste boom. Met rationaliteit heeft dit niets meer van doen.

Wat we krijgen is een communistisch klapfestijn: niemand durft als eerste te stoppen met klappen voor de leider, uit vrees geen goede communist te zijn. Nu de grote politieke discussies zich van economie naar cultuur hebben verplaatst zal deze deugdynamiek nooit meer stoppen.

Dit proces is met de tragiek rond FvD’er Yernaz Ramautarsing nogmaals aan het licht gekomen (luister hier mijn podcast erover). Uiteindelijk zul je een eigen kerk moeten gaan bouwen, waarin je jouw verhaal kunt vertellen en met weldenkende mensen kunt samenzijn. Want dit deugvirus heeft zich als een infectie door de maatschappij verspreid. Denk aan Google, denk aan James Damore. The powers that be zitten Trump nog even uit en willen dan volledig Brave New World gaan. Van PRISM tot het censureren van rechtse Twitter- en YouTube accounts: de voortekenen zijn overal.

Karaktermoorden zijn aan de orde van de dag: artikelen openen met “zijn critici zeggen”, of “voor haar critici is zij een…”. Op deze wijze kunnen allerlei labels op mensen worden geplakt zonder dat er een basis in de realiteit voor hoeft te zijn. De kop hoeft maar te worden opgeschreven of het kwaad is al geschied. Vervolgens komen de algoritmes die, afhankelijk van de levensbeschouwelijke kleur, de ene kop versterken en de tegenkop verzwakken. Het hitpiece dat u een ‘fascist’ noemt gaat omhoog in de rankings: het stuk dat u vrijpleit met de feiten bungelt onderaan de zoekresultaten.

Communicatieve media

Natuurlijk versterkt de komst van de nieuwe communicatiekanalen dit alles met een factor tien. Twee politici voeren één debat, maar maken beiden verschillende video’s. Daarin worden hun eigen hoogtepunten gemaximaliseerd en de sterke punten van de tegenstander worden weggeknipt of afgezwakt. Er worden absurde misrepresentaties van argumenten opgevoerd – alleen de delen waarin de spreker op deze misrepresentaties reageert halen vervolgens het nieuws. Zo kan zelfs de meest belezen persoon aan het volk worden opgevoerd als een mafkees.

Het leidt tot enclaves waarin iedereen voor eigen parochie preekt en waar dezelfde begrippen totaal verschillende associaties opwekken. Ook de staatsomroep is zoals we weten géén neutrale scheidsrechter. Dus trek dit gewoon consequent door: voeg de theorie naar de praktijk in plaats van een dode en bedrieglijke theorie over ‘open debat’ in stand te houden. Geef gewoon eerlijk toe dat het era van het democratische debat als open en eerlijk overredingsproces ten einde is. Bouw die kerken want de kerkgangers zijn er toch al. Ze zitten alleen nog in het verkeerde gebouw, het gebouw van het parlement, waar hun wensen niet meer zullen worden vervuld.

Want de meeste politici zijn vandaag helaas pr-managers zonder inhoudelijk verhaal. Kneedbare en inwisselbare lieden met een ‘bestuurdersmentaliteit’ – er staat geen geestelijke arbeid meer aan de basis van het politiek overtuigingsproces. Staatsburgers worden gestuurd als consumenten, via ‘nudging’ en ‘social proof’ meer dan met feiten, analyses en bewijzen.

Het ‘debat’ wat zo overblijft is een façade. Pure belangen worden doorgewalsd naar de macht, en consciëntieuze mensen met realistische inzichten worden op die weg verpulverd.

Oproep tot actie!

Ik zoek nu mensen met organisatorische vaardigheden, die bijvoorbeeld een debatruimte ter beschikking kunnen stellen met hapjes en drankjes. Een café of een zaal of iets vergelijkbaars met het huiskamermodel van de Batavieren. Onder dit initiatief moet ook een sociaal-economische basis komen. Want de enige manier om aan de beschreven uitsluiting te ontkomen, is het bouwen van een eigen Kerk (waarvoor ook wel de term ‘Nieuwe Zuil’ gangbaar is). “Ik wil gewoon debat, ik wil dat feiten en meningen botsen”, is evident niet meer vol te houden in deze situatie. In de post-Habermasiaanse situatie zijn feiten namelijk ondergeschikt gemaakt aan de deugdynamiek.

Daarom wil ik weer kerken: mooie verhalen om de achterban mee te bezielen. Zodat we geen totale maatschappelijke uitsluiting hoeven te vrezen, omdat we elkaar hebben, en elkaar zullen ondersteunen en versterken. Mijn oproep tot actie is hierbij om anderen dit stuk te laten lezen en mij een verhaal, een ervaring of een probleem toe te sturen. Hierover kan ik weer publiceren om de “kerk” verder uit te denken.

Rapport uit de samenleving

Maar we kunnen natuurlijk niet afsluiten zonder een dergelijk stukje rapport uit de samenleving. Evelina stuurde mij een artikel over de agressie van het progressieve spectrum. De algemene bevinding: rechtse mensen reageren op een statement met discussie, linkse mensen reageren op een statement met morele verwijten. Hierom voelen centrum-denkende mensen minder aandrang om met linksen te discussiëren. Maar uit angst voor confrontatie gaan ze hen publiekelijk naar de mond praten. Hierdoor begint iedereen te denken dat links denken de norm is, waaraan ze zich vervolgens conformeren.

Ook blijkt dat rechtse mensen de argumenten van linkse mensen betrekkelijk goed begrijpen: ze kunnen deze navertellen en uiteenzetten hoe linksen denken. Maar andersom is dit niet het geval. Dit blijkt uit vele studies, waarbij wetenschappers testgroepen lieten discussiëren over linkse en rechtse standpunten. Linkse mensen die zich in de gedachten van rechtse mensen moesten verplaatsen, kwamen niet verder dan wat negatieve morele statements. Het artikel is één lang bewijs dat waarheidsvinding en rationaliteit in het centrum staan van het rechtse denken, terwijl het linkse denken is geconcentreerd op emotie en morele verontwaardiging.

Helaas zijn de massa, de mediacultuur en de democratie inmiddels veroverd door de emotionele cultuur van morele verontwaardiging: dit noodzaakt tot de ‘hardheid’ die Van Goor zo treffend omschreef. Want wat is het alternatief voor een samenleving waar we elkaar niet op basis van argumenten kunnen overtuigen? Where one can’t convince, one must kill. Ter illustratie een nieuw voorbeeld van een ingezonden ‘verhaal uit de samenleving’:

“Goed gesprek met Eric C. Hendriks. Wat jullie daar blootleggen geldt voor de academische wereld in NL en –hoeft het nog gezegd – klopt ook voor de culturele en hoernalistieke instellingen in Vlaanderen (en ongetwijfeld ook voor de academische wereld in Vlaanderen – zie Maarten Boudry).

Met mijn journalistieke achtergrond (vind het bijna bespottelijk om het zo te noemen, maar it is what it is) en ervaring zou ik in principe makkelijk aan een redacteursbaantje moeten raken, maar sollicitatierondes worden meestal na een tijdje afgebroken. Meer dan een warrige HR-uitleg krijg ik dan niet te horen (is voorgevallen bij zowel Humo, waar ik zogezegd uit honderden mensen werd geselecteerd, als Gazet van Antwerpen). Ik werk intussen als ondertitelaar/vertaler maar meer dan een bijberoep is dat eigenlijk niet. Meer nog, het is gewoon een soort studentenjob, waar ik hoegenaamd niet mee rond kom. Steeds als ik solliciteer voor een interim-redacteursfunctie volgt zelfde warrige HR-uitleg.

En dit alles terwijl ik nochtans niet zo rechts ben. Ik hou van underground elektronische muziek en het tribale gevoel binnen de rave-scene, die toch verschrikkelijk social justice is. Dit combineer ik met eurosceptische, libertarische neigingen en ‘populistische’ overtuigingen over het mohammedanisme. Rechts lullen, links vullen. Maar als ik dit niet deed, verzaakte ik mezelf.

Intussen heb ik alle hoop laten varen om nog tewerkgesteld te raken binnen mijn ‘métier’ en begin ik een arbeidersbestaan te overwegen. In de geest van Bukowski lijkt mij zo’n arbeidersbestaan misschien nog enige charme te hebben: werken, schrijven en drinken. Maar het is toch enigszins treurig als dit je enige toekomstperspectief is, vooral als iemand die graag over ideeën praat.”

Gevaarlijk spel

Denk bij dit alles aan een scène in de film Batman. “You’ve crossed the line – you hammered them to the point of desperation. And in their desperation, they turned to a man they didn’t fully understand.” De elite speelt een gevaarlijk spel. Door dissidente geluiden uit te sluiten maken ze mensen met geen weg voorwaarts en geen weg terug. Mensen met niets te verliezen en een wereld te winnen.

Posted on

Talkshows en hun rol in het publieke debat

Hank Johnson heeft vannacht slecht geslapen – als expert in radicalisering is hij gevraagd voor een talkshow en vermoedt nu wat hem boven het hoofd hangt. Zijn opponent zal betogen dat West-Europeanen de gruwelijke aanslagen toch vooral aan zichzelf te wijten hebben. Racistische standbeelden en naamsverwijzingen naar J.P. Coen, Maurits en Michiel de Ruyter, zijn tekenend voor een cultuur die onvoldoende met een eigen duister verleden heeft afgerekend.

De theorieën die Hank moet aanhoren vallen in de UvA-breinen allemaal logisch in elkaar, zoals legoblokjes die solide worden vastgeklikt. Het valt hem op hoe een mooie blondine in het publiek glimlacht bij elk woord van zijn opponent, maar afkeurend nee-schudt wanneer haar kampioen tegengas krijgt. Wat de vragen betreft gaan alle inkoppertjes naar het tegenkamp en alle kritische naar Hank.

Dit spel duurt een tijdje voort totdat Hank een vermoeidheid voelt opkomen. Zijn aandacht glijdt weg van het debat, dat al met al niet verder komt dan “kauwgom voor een lege geest”. Plots schiet hem te binnen wat een columnist onlangs verwoordde:

“De items zijn kort en als ze al enige diepgang hebben, dan moeten ze snel weer naar de oppervlakte worden gebracht met een fragmentje, een grap of de oninteressante mening van één of andere derderangs artiest die ook aan tafel is beland om een cd’tje te pluggen. En het inteeltgehalte is enorm. De talkshow hosts en hun sidekicks kennen hun gasten vaak persoonlijk, al dan niet via half-aristocratische liefdes- en huwelijksverbanden of het netwerk van een politieke partij.”

De acute werkelijkheid dringt weer tot Hank door wanneer de presentator hem tot de tweede keer toe om een antwoord maant. “Oplossingen!” dringt de presentator aan: “Altijd dat kritische, dat zure horen we overal al. Formuleer het eens positief. Biedt eens een oplossing!” Hanks glazige blik keert terug naar het tafelgesprek: hij besluit het over een andere boeg te gooien. Plots spreekt hij met een ijzeren zelfverzekerdheid.

“Discussies ‘om tot oplossingen te komen’ zijn fundamenteel zinloos.”

De presentator kijkt hem onbegrijpend aan. Hank laat een stilte vallen – alle aandacht is nu op hem gericht. Hij spreekt verder.

“Want welke kant er opgedacht kan worden qua oplossingen, staat of valt met het kenschetsen van het probleem, en dus met hoe klein of hoe groot je dat maakt. En zo komen we bij ons uit – bij de talkshows en hoe er hier gesproken wordt. Mainstream media debatplatforms bepalen het frame waarin het probleem wordt geperst en welke woorden er worden gebruikt. Spreekt men van ‘rellen’, ‘ongeregeldheden’, of ‘baldadigheid’? Niet de feiten maar de toonzetting bepaalt het probleem, en daarmee de oplossingsrichting.”

“Wat bedoelt u? Maak het eens concreet!”

“Een probleem zoals professor Ruud Koopmans constateerde – dat zo’n veertig tot vijftig procent van de moslims in Europa opvattingen koestert die ronduit fundamentalistisch zijn – wordt teruggebracht tot de integratieproblemen in een wijk die toevallig in het nieuws is. In die wijk wordt het weer teruggebracht tot een groep hangjongeren en tot slot tot één specifiek ontspoord gezin. Daar wordt dan een buurtcoach op gezet. En zo is de constatering van Koopmans weer uit beeld en moddert men verder. De aannames achter het gevoerde beleid worden op een grotere schaal nooit wezenlijk betwijfeld, laat staan heroverwogen. Het publieke debat zoals het vandaag wordt gevoerd is er niet om dit te veranderen, maar dit te bestendigen.”

De presentator en het publiek kijken verbijsterd en lijken compleet overrompeld terwijl Hank doorpraat.

“En daarom heb ik dus totaal geen zin in een discussie over oplossingen. Oplossingen die écht werken, zijn in de huidige maatschappelijke situatie onbespreekbaar. Als je ze ter sprake brengt, wordt je direct in de hoek van Wilders gedreven, er volgen Breivik-vergelijkingen en vervolgens kun je een maatschappelijke loopbaan wel vergeten. Daarom vormen ‘oplossingen’ het minst interessante deel van iedere huidige maatschappelijke discussie. Allereerst zal een totale omzwenking in het denken nodig zijn: een nieuw denkraam moet zich ontsluiten – een wenkend paradigma dat zich openbaart.”

De presentator knipperde met zijn ogen. Met stomheid geslagen overwoog hij om te vragen wat een paradigma precies was. Voordat hij het moment kon pakken ging Hank door.

“Maar aan zo’n nieuw denkraam komen we dus nooit toe, want de publieke discussie is het voorportaal van hoe er in dit land wordt gedacht. Zowel qua beleidsrichtingen als de mening van het brede publiek. En wie zitten er aan deze tafels om de problemen te duiden? Mensen uit dezelfde netwerken. Dezelfde kringetjes. Ze zien elkaar op de sportschool en bij dezelfde cocktailfeestjes. Ons kent ons – ze hangen ronduit hetzelfde wereldbeeld aan: dat wereldbeeld is linksliberaal, postmodern en georiënteerd op het leefpatroon van de grootstedelijke wereldburger.”

“Wat bedoelt u precies met dit wereldbeeld?” wilde de presentator weten.

“Daarmee bedoel ik: patriottisme is vies en ruikt naar spruitjeslucht. Migratie als maatschappelijk fenomeen is daarentegen geweldig maar individuele migranten moeten niet te dichtbij komen. Diversiteit is gaaf – zolang het gaat om diversiteit van kleur en geaardheid maar niet qua opvattingen. Want dat werkelijke diversiteit leidt tot onverzoenbare wereldbeelden waartussen afgrondelijke spanningen bestaan, dat wil de kosmopolitische talkshowklasse niet horen. In hun denken zijn we aan het ‘einde van de geschiedenis’ aanbeland: de globalisering zou leiden tot een wereldwijde metropolische eenwording. Iedereen dezelfde consumentenleefstijl met hooguit wat smaakaccenten qua kledingkeuze en muziekvoorkeur.”

De presentator fronste zijn wenkbrauwen. “Wie heeft daar baat bij? Hoe ziet het bestuur eruit?”

“Ze zien die metropolische maatschappij voor zich met technocraten aan het roer. Specialisten die zich boven politiek, boven levensbeschouwing en zelfs boven de volkssoevereiniteit verheven achten. Zij besturen ons met algoritmes, positiviteitstrainingen en reclametechnieken. Loop ons niet voor de voeten en verder panem et circenses. Wie dit spel eenmaal doorheeft kan twee dingen doen. Ofwel je trekt je terug uit de publieke discussies en gaat compleet off the grid. Ofwel je speelt mee. Je lacht van je af en slaat elkaar amicaal op de schouders – wie tsjakka-peptalk uitslaat mag ook aan talkshowtafels plaatsnemen. Je verandert in een vervalsing van jezelf.

Als je in waarheid wil leven en dit allemaal aankaart, dan wordt je uitgekotst en is je carrière geruïneerd. Hoe geleerd je ook bent: je zult worden buitengesloten. Dan wek je de toorn van de elite en krijg je de afgunst van de massa over je heen.”

“Verklaar u nader. Wat bedoelt u met ‘de toorn’ en ‘de massa’?”

“Ik doel op uitsluiting. Diezelfde bullebakken die vroeger de slimme kinderen in de klas klein hielden, worden nu ingezet om de critici van het bestel belachelijk te maken. Ondertussen worden we vastgeklemd door een krab met twee scharen. Enerzijds betekent migratie terreurdreiging: dit biedt de instituties de perfecte gelegenheid om veiligheidsmaatregelen te nemen en hun macht te concentreren. Anderzijds ontstaat paranoia omdat het juist zo stil is rond het jihadisme. Als er weer treinen onverwachts vertraagd zijn of camera’s plots geen beelden hebben, weten we nooit wat er écht heeft gespeeld. De elite heeft er immers belang bij om de eigen macht te vergroten, maar ook om het deksel op de pot te houden. In de praktijk betekent dit schaarwerk een informatieachterstand voor burgers.”

“Dat is een somber verhaal. Wat ziet u als uitweg?”

“Zoals Peter Sloterdijk heeft geconstateerd: voordat je ook maar iets kunt doen, moet je eerst boos worden. De gevestigde orde is zich hiervan bewust, vandaar overal de voortdurende nadruk op positiviteit. Terugkomend op de oplossingen – tegen deze keten van belangen en processen is niets te doen tenzij mensen een soort van revolutie op touw zetten. Een revolutie in naam van bezield politiek staatsburgerschap. Om duidelijk te maken dat het volk meer is dan ongeletterde tokkies of schaapachtige consumenten die de hand van hun herder nodig hebben. Maar zo’n opstand, dat durven de mensen niet aan.”

“Waarom niet?”

“Burgers kijken om zich heen en beseffen dat ze hun medeburgers hiervoor onvoldoende vertrouwen. Brood en spelen, verdeel en heers hebben hun werk gedaan. Onze onderlinge banden zijn slap: familiewaarden zijn verzwakt, verenigende tradities zijn uitgewist en heroïsche voorbeeldfiguren worden neergezet als autoritaire witte mannen. Zelfs het leidende cultuurgoed wordt verdacht gemaakt en opgebroken in kleine compartimenten – hierbij komen activistische minderheidsgroepen goed te pas. Zij dienen om het volk tegen zichzelf uit te spelen – alles om een samenballing van opstandige elementen te voorkomen.

Specifieke woorden raken omstreden en gaan voor verschillende groepen iets heel anders betekenen. Tot op het punt dat gesprek en overreding niet meer mogelijk zijn: wie zich rationeel opstelt wordt direct als immoreel afgeschilderd, zoals we onlangs zagen bij het tv-debat tussen Jordan Peterson en Cathy Newman. Gesteund door de mediatycoons en verblind door social justice warrior-ideologie zag ze het als haar missie om de kijkers te leren wat zij van Peterson moeten vinden.

Kortom: door immigratie en identiteitspolitiek verstaat men elkaar niet meer. Groepssolidariteit ontbreekt en sociaal atomisme blijft over. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn we voorgeprogrammeerd op een Brave New World, die nu aanstaande is. De talkshows en de televisie hebben hierin de voortrekkersrol gespeeld.”

“Wat zal er nu gaan gebeuren?”

“Nu een steeds groter deel van het volk via internet zelfstandig informatie zoekt, wordt ook die toegang gesaboteerd. Men trekt de shaming-tactieken uit de kast. ‘Nepnieuws!’ ‘Russische propaganda!’ Dergelijke kreten worden in de media rondgepompt terwijl zich kartels vormen tussen de politieke leiders, topambtenaren en de CEO’s van Silicon Valley. Als gevolg worden kritische mediaplatforms onvindbaar op sociale media en onzichtbaar in zoekresultaten. Als je kanaal eraf wordt gegooid krijg je 100 tekens ter beschikking om een bezwaar te formuleren. Deze ondoorzichtige bureaucratie betekent enerzijds totale willekeur en anderzijds toenemende regulering.”

“Waar leest u dit aan af?”

“Ik lees dit af aan liberale partijen die de bureaucratie bestrijden maar er ondertussen mee versmelten. Nu gaan cryptocurrencies de taboesfeer in, uiteindelijk gevolgd door cash – men mag de tentakels van het kartel niet meer kunnen ontwijken: men moet en zal gelijkgeschakeld worden in de administratieve moloch. Zo sterft het vreedzame verzet een stille dood nog voordat het zich kan organiseren.

Let wel – dit zal allemaal gebeuren in naam van gelijkheid, democratie, transparantie en dat soort taalgebruik. Van deze gelijkschakeling was PRISM een voorbode – de voltooiing zal worden opgediend met een sausje van fluïde en ongrijpbare opwekkingsretoriek zoals we al kenden van Obama. Brave New Worldhere we come. Al met al concludeer ik dat het in deze situatie onzinnig is om te speculeren over ‘oplossingen’ – het overkoepelende maatschappelijke verhouden waarbinnen dit speculeren plaatsheeft is zelf een probleem.”

De presentator en het publiek luisterden met open mond. Er viel een absolute stilte – verbijstering overheerste het moment. Maar ieder moment – hoe briljant ook – duurt slechts een moment. “Okay, en nu is het tijd voor de reclame! Maar eerst de nieuwe hitsingle…” De talkshow rondom Hank denderde verder. Over tot de orde van de dag. Tot de volgende dag.

Als «toetje» voor de liefhebbers.

Posted on

‘Nederlandse Leeuw’ pakt grote vraagstukken op die politiek laat liggen

Volgens stichting De Nederlandse Leeuw laat de politiek het afweten als het om grote vraagstukken als Europa of immigratie gaat en laat het publieke debat ernstig te wensen over. De Nederlandse Leeuw wil in die bres springen.

‘De Nederlandse Leeuw’ (DNL) organiseert op vrijdag 19 januari aanstaande een “nationale brainstorm” in Rijswijk. De stichting is een initiatief van “een groep bezorgde, maar enthousiaste Nederlanders die niet bij de pakken neer gaat zitten, maar actie wil ondernemen om grote maatschappelijke problemen aan te pakken.”

De politiek laat het op dit vlak volgens DNL afweten, omdat bevoegdheden zijn afgestaan aan Brussel en doordat de verkiezingscyclus korte-termijndenken in de hand werkt. “We constateren dat de politiek eigenlijk al decennialang niet tot echte oplossingen komt op grote thema’s. Sterker nog: Er wordt steeds minder over grote thema’s gesproken, want voor een belangrijk deel is besluitvorming die de toekomst van Nederland bepaalt in Brussel komen te liggen”, zo stelt de stichting op haar website.

In de analyse van DNL frustreert de passiviteit van de Nederlandse politiek op deze thema’s het publieke debat daarover, wat dan weer tot polarisatie in de samenleving leidt, doordat mensen niet gehoord worden en de problemen niet aangepakt worden. Die polarisatie trekt vervolgens een wissel op het verdere debat.

Om de maatschappelijke spanningen op thema’s als immigratie, Europese integratie, veiligheid en de verzorgingsstaat te verminderen, wil DNL nu de lacune opvullen die de politiek heeft laten vallen. Dat moet gebeuren door het organiseren van jaarlijkse conferenties waar de deelnemers oplossingsgericht over zulke thema’s in discussie kunnen gaan.

Op vrijdagavond 19 januari 2018 is er voor het eerst zo’n evenement in De Broodfabriek in Rijswijk, rond het thema van immigratie, de multiculturele samenleving en de Nederlandse identiteit. Als sprekers zijn diverse deskundigen uitgenodigd, maar niet de usual suspects uit de klapper van de NPO. Hoofdsprekers zijn trendwatcher Adjiedj Bakas en de Canadese psycholoog prof. Jordan Peterson, die respectievelijk zullen spreken over “Nederland in 2050 bij ongewijzigd immigratie en integratiebeleid” en “The end of progressive liberalism, immigration, and political correctness”.

De uitkomsten van de discussie worden aan het eind van de avond voorgelegd aan een panel van politici. Meer informatie en kaartverkoop op de website van De Nederlandse Leeuw.

Posted on

Is Sid Lukkassen de ‘#metoo’ van het linkse fopintellectualisme?

Al sinds het begin van de mensheid wordt macht misbruikt voor seksueel gewin – zelfs in vrije samenlevingen wordt dit misbruik zelden aangekaart. Totdat er een vliegwiel in beweging werd gezet. Net zoals de Arabische Lente sterke emoties losmaakte nadat één arme sloeber zich in brand stak, zo spraken hele massa’s zich uit tegen machtsmisbruik onder de noemer #metoo. De veenbrand werd een uitslaande brand.

Cultuurmarxisme

In ons intellectuele landschap voeren linkse intellectuelen de boventoon en zijn normbepalend. Steeds meer wordt dit normbepalende gedrag een steen des aanstoots voor een groeiende groep mensen. Sinds enige jaren heeft deze steen des aanstoots een naam: cultuurmarxisme. De term geeft aan dat culturele verschillen steeds meer gelijkgetrokken worden. Heldere culturele ijkpunten worden van hun sokkel gesleurd en onbekende culturele elementen worden juichend als alternatief gepresenteerd.

Sid Lukkassen is sinds enige jaren een onvermoeibare voorvechter in de strijd tegen dit cultuurmarxisme. In zijn nieuwste boek Levenslust en Doodsdrift presenteert hij de lezer een bloemlezing uit zijn rijke repertoire van essays. Daarin wordt het cultuurmarxisme vanuit grote belezenheid gekapitteld, ondersteund door een diversiteit aan bronnen.

Serieuze uitdaging voor intellectueel links

In de inleiding geeft hij aan “dat hiërarchieën van cultuurwaarden noodzakelijk zijn om prestaties te waarderen”; hij sluit het boek af met kritiek op de Groene Amsterdammer, die had moeten leren van de misser van Hillary Clinton om de Trump- supporters weg te zetten als een “basket of deplorables” – en dat niet deed. Tussen deze inleiding en de afsluitende column passeert een rijke keur aan onderwerpen de revue met een helder kenmerk: intellectueel links heeft een evenknie op rechts. Hoewel de auteur uit intellectuele eerlijkheid de rechterflank zeker niet spaart. Lukkassen voert een hartverwarmend pleidooi voor de brede middensamenleving – waarmee hij zeker niet bedoelt: het politiek correcte midden.

Uitgaande van de stelling ‘cultuur is een hiërarchie van waarden’ krijgt de afbraak van de westerse cultuur gedecideerd repliek te verduren. In ‘Nieuwe censuur in Duitsland’ verduidelijkt hij hoe met nieuwe regelgeving over het tegengaan van nepnieuws de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt. Wie bepaalt namelijk wat nepnieuws is of anderszins uit de nieuwsweergave gefilterd moet worden? In de column erna stelt hij: “in een deliberatieve democratie is het van belang dat burgers met elkaar in debat kunnen gaan”, terwijl de door algoritmes geregelde media bepalen wie er toegang heeft tot gebruik van mediakapitaal.

Cultuurverraad krijgt weerspraak

Deze filtering vindt plaats terwijl journalisten zelf bepalen wat journalistiek relevant is: zij gebruiken ons podium om hun wereldbeeld op te leggen. “Ingegraven elites bepalen welke ideeën wel of niet bespreekbaar zijn” stelt Lukkassen – deze elite gooit het liefst verschillende culturen door elkaar. Niet alleen wordt de immigratie vanuit andere culturen gestimuleerd, maar ook worden wij aangespoord om de culturele kracht van ons onbekende culturen te omarmen en tegelijkertijd onze eigen culturele kracht te verloochenen. Juist door alle ijkpunten te verwijderen is “de politiek géén voortzetting mee van de burgerlijke cultuur”. De waarheid is zo geliefd, dat zij die iets anders liefhebben wensen dat dit de waarheid is. De media-elite echter “haat de waarheid in het belang van hetgeen ze liefhebben in plaats van de waarheid”.

Hij legt ook zijn vinger op een zere plek, die bij de PVV veel opgang doet. Hierbij schetst hij het feitelijke verschil tussen de politici van de Europese Commissie, die hun auto parkeren in de beveiligde garage in het Berlaymont en van daaruit hun steun voor een multiculturele samenleving (burgers moeten “hun hart wat meer openstellen voor de medemens”) uitstorten over hun kiezers, die dagelijks worden geconfronteerd met beschadigde auto’s buiten deze beveiligde garage.

Liberalisme en de islam

Binnen de kritiek op de politieke cultuur om te omarmen wat politici ver van zich houden, past ook de kritiek op de omarming van de islam. Alleen al het feit dat ‘islam’ feitelijk ‘onderworpen’ betekent (aan Allah), is voor iedere liberaal – wat de auteur is – een gruwel. In verschillende columns wijst hij op het risico dat de integratie van moslims in de liberale, westerse samenleving nooit kan slagen zolang moslims als een soort elastiek telkens terugkeren naar hun religieuze roots. Zo loop je het risico van Mohammed Anfal (lid van Leefbaar Rotterdam en ondanks zeer westerse overtuigingen toch overstappend naar een islamitische partij); niet alleen een stap dus voor kansarme analfabeten, maar ook voor goed-opgeleide, geïntegreerde moslims.

De kritiek op de huidige samenleving komt ook kleurrijk tot uiting bij het bespreken van de hof-hermafrodiet. Dit fascinerende archetype komt voor in vele gezichten en “verschijnt overal waar baantjes te vergeven zijn en is als een kussen dat altijd de afdruk draagt van de laatste persoon die erop zat”. Deze “sociale glibberigheid” is een rode draad, die in diverse essays in veel varianten terugkomt. Deze “follower van de followers” is ook een rol, die Lukkassen zelf absoluut niet past. Sterker nog: hij propageert actie om de “strijd om het voortbestaan van Europa” te kunnen voeren. En eerlijk is eerlijk: hij gaat voorop in deze strijd.

Irrationeel gedrag versus kritische houding

Zelf las ik ooit met veel plezier het boek Onderstroom – de onweerstaanbare drang tot irrationeel gedrag. Daarin wordt een keur aan sociologische testen en wetenschappelijke missers ten tonele gevoerd met als hoofdlijn dat mensen niet handelen op rationele gronden. Het boek bevat geen geheimen: dit is algemeen bekend en doet wellicht de hoop op het welslagen van Lukkassens acties krimpen. Laat hij echter niet stoppen met zijn belangrijke publicaties. Niet dat ik het altijd inhoudelijk met hem eens ben, maar je moet altijd kritisch blijven. Rust roest en juist een kritische houding brengt de mens op langere termijn verder.

De belezenheid van Lukkassen maakt dat hij dat hij dat op vele fronten laat zien. Naast de reeds vermelde onderwerpen gaat hij ook in op de zorgen over de macht van kartels. De “kartelocratie” van Thierry Baudet en Arnout Maat komt niet alleen voor in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven. “In een notendop betekent dit dat het economische systeem machtiger is geworden dan het politieke bestel” volgt op de constatering, dat de politiek niet langer het vliegwiel is de economische ontwikkeling. Dit ziet Lukkassen als een zorgelijk punt voor de sociaaldemocratie, die sinds ‘Nieuw Links’ de steun aan de arbeider heeft ingeruild voor een culturele agenda.

Hof-hermafrodieten en startups

In de bundel is ook zijn pleidooi te vinden voor het oprichten van een “Nieuwe Zuil”, die de bekende (en inmiddels sterk geërodeerde) zuilen uit het midden van de vorige eeuw moet vervangen en de basis moet zijn voor een fris elan in onze samenleving. De “hof-hemafrodiet” heeft, in combinatie met het door elkaar gooien van culturen, veroorzaakt dat “objectiviteit ondergeschikt gemaakt is” aan “het managen van sociale indrukken om de heersende kosmopolitische ideologie aan de macht te houden”.

De kosmopolitische machten houden de burger onwetend, bijvoorbeeld door startups te stimuleren; door Lukkassen vertaald in “bullshit-jobs”. Daar waar ouderen de opbrengsten van onze gasvoorraden hebben uitgegeven aan “ja, aan wat?” en ook nu nog via vakbonden hun eigen rechten veiligstellen, moet de stille generatie “gedwee en kneedbaar” zijn om dit alles mogelijk te laten zijn. Hij analyseert een economie waarin “trouw, loyaliteit en rechtvaardigheid geen plaats meer hebben”. In plaats daarvan worden mensen gevormd op een wijze die representativiteit belangrijker maakt dan inhoudelijke kennis. Door steeds te wisselen van functie wordt alles leeg en inhoudsloos. De specifieke talenten van het individu worden in het eindproduct onzichtbaar: vakmanschap en arbeidstrots verliezen hun betekenis.

Netwerkeconomie

In de economie van nu is de belangrijkste vaardigheid het bouwen van netwerken waarbinnen mensen elkaar functies toekennen. Niet de kwaliteit ten behoeve van de samenleving is daarbij doorslaggevend, maar de loyaliteit aan het netwerk waarvan je deel uitmaakt. Het betoog van de rector van de Universiteit Leiden, dat iemand met een opleiding klassieke talen nu directeur is van een multinational, leidt in een netwerkeconomie tot Lukkassens vraag “of dat niet eerder ondanks klassieke talen dan dankzij” is bereikt.

Het palet aan onderwerpen is nog veel breder dan in een reguliere recensie kan worden behandeld. Zo bekritiseert Lukkassen Frans Timmermans, die te pas en te onpas historische feiten koppelt aan het door hemzelf gewenste toekomstbeeld. Begeesterend is de column waarin hij de polemiek tussen Houellebecq en Lévy behandelt: daarin bekent Houellebecq dat hij liever het onrecht van een dictatuur steunt dan de wanorde te verwelkomen die het omverwerpen van de dictatuur brengt. Ronduit vermakelijk zijn ook de polemieken van Lukkassen met zijn criticasters en vertederend zijn zijn analyses waar het gaat om de vrouwelijke aard.

Tot besluit

Tenslotte: ben ik het op alle punten met Lukkassen eens? Zeker niet, maar juist daarom is het boek zo aanbevelingswaardig. De opgeruimde schrijfstijl dwingt de objectieve en kritische geest steeds weer om onderwerpen in een nieuw licht te zien. Ook staat hij door zijn ruime belezenheid en scherpte ver van uitgekauwde kritiek met betrekking tot complottheorieën en andere drogredenen. Steeds weer wordt die (zeer on-intellectueel) door linkse intellectuelen aangehaald om zelfs de meest doorwrochte kritiek op hun standpunten terzijde te schuiven. De inhoud is waar zij kwetsbaar zijn, dus vluchten zij in framing en morele verontwaardiging.

Dit fopgedrag is intussen zó voorspelbaar dat het saai is geworden. Inmiddels hebben mensen behoefte aan het lezen van nieuwe boeken met verfrissende inzichten zoals deze.

Waar de Arabische lente werd ingeleid door een enkeling en waar #metoo een lawine tot gevolg had, kan ook Sid Lukkassen door het cordon van de Gutmenschen heenbreken. Zij zijn namelijk op veel punten het historische anker al langere tijd kwijt: ze zijn kwetsbaar en Lukkassen heeft de bagage om hen op volwassen wijze een voldragen weerwoord te bieden.

N.a.v. Sid Lukkassen, Levenslust en doodsdrift. Essays over cultuur en politiek (Uitgeverij De Blauwe Tijger: Groningen, 2017), paperback met flappen, 304 pagina’s.

Posted on 1 Comment

Wetenschap en media hebben een ‘grote schoonmaak’ nodig

In het artikel ‘Linkse feitenvrije wetenschap ging aan Trump vooraf’, legde Maarten Boudry onlangs uit hoe het postmodernisme de weg plaveide voor Trumps opkomst. In een notendop: als alles mag worden kapotgerelativeerd, onder het mom “iedereen is subjectief en elk feit is aanvechtbaar”, dan mag Trump nu hetzelfde doen: “The facts are true, the news is fake“. Ziehier een wereldbeeld dat zich laat vatten in de slogan: perception is more pleasing than truth. More pleasing, dus appetijtelijker en daarmee praktischer, voor zowel een wetenschappelijke carrière als een politieke loopbaan.

Platonisme versus postmodernisme

Afgelopen vrijdag ben ik een crowdfunding begonnen onder de projectnaam ‘Moord op Spinoza’ – de naam verwijst naar de krimpende vrijheid van denken in onderwijs en wetenschap, het gevolg van eenzijdig gemotiveerd activisme. Met uw steun kan ik publiceren en de gang van zaken met een kritisch licht beschijnen:

https://www.voordekunst.nl/projecten/6565-voor-vrijheid-in-onderzoek-en-wetenschap-1#Donaties

Trumps term ‘alternative facts’ – oftewel alles is perceptie – zou niet levensvatbaar zijn zonder de bodem van waarheidsrelativisme waarmee het academische postmodernisme de Westerse cultuur heeft doordesemd. Sowieso heeft nieuw-links ons geleerd om de verheven en nobele drijfveren te wantrouwen – het Platonische streven naar waarheid, schoonheid en het goede. Die drijfveren zijn immers ‘vals bewustzijn’, ‘bovenbouw’ en ‘imperialistische constructen’ – wie Platonisch denkt blijft blind voor de postmoderne agenda van gender, ras en seksuele geaardheid. Met die linkse les in het achterhoofd verdwijnt waarachtig heldendom van het toneel: dan wordt de ultieme antiheld the next best thing. En de ultieme antiheld is Trump.

Wanneer de feiten uitkomen zijn het gewoon de feiten – wanneer ze niet uitkomen worden zaken plots relatief. Dit is het trucje waarmee de achtenzestigers de wetenschappelijke hegemonie overnamen en, let’s face it, geconfronteerd met authentieke wetenschap is dat trucje natuurlijk flinterdun. Met authentieke wetenschap bedoel ik onderzoek dat vertrekt vanuit rationalisme en afgaat op empirie – de methode van de Verlichting.

Het houdt niet op…

Precies omdat het instrumentarium van de huidige ‘wetenschappelijke elite’ zo flinterdun is, moeten ze het hebben van trucjes: incrowd-netwerkjes, vriendjes die geld van instituten binnenhengelen. Daarvoor hebben universiteiten dan weer lobbyisten in dienst. Er wordt geld voor ‘islampositief’ onderzoek aangenomen vanuit olie- en islamstaten. Dikwijls zetten tientallen auteurs hetzelfde artikel op hun naam. In deze publish or perish cultuur is het meest relevante hoe vaak een machine jouw naam uitspuugt bij een willekeurige zoekopdracht. En alsof dit al niet erg genoeg is berooft men de kritische stem van werk: zie Climategate, zie hoe het Wouter Buikhuisen destijds verging. Zie de Sokal Hoax, zie vandaag de hetze tegen Maarten Boudry: het houdt gewoon niet op. Niet vanzelf.

Wie scherpe vragen stelt over deze gang van zaken krijgt te horen over de onherleidbare subjectiviteit van interpretaties, de illusie van objectieve kennis en de meervoudigheid van waarheden. Boudry constateert dat “Postmodernisten nooit de objectiviteit van hun eigen ‘onthullende’ analyses in twijfel trekken; zelden zijn ze bereid om de ideologische lading van de eigen standpunten te onderzoeken. Het is zoals Ishmael uit Moby Dick: het schip is gezonken en iedereen is verzopen, behalve de verteller.”

Postmoderne lakeien haten de waarheid

Dit verklaart precies waarom het postmodernisme zo populair is onder de achtenzestig-elites en hun lakeien, de hedendaagse feelgood-hipsters: postmodernisme biedt een denkraam waarmee je op volstrekt willekeurige gronden tegenwerpingen kapot kunt relativeren. Informatie die niet goed uitkomt – bijvoorbeeld waar het gaat om migratie, de feminisering van de samenleving, cultuurverandering en andere taboethema’s – wordt stelselmatig doodgenuanceerd.

De brood-en-spelen-elite wil dat u als toeschouwer denkt: “Wie zich hier druk over maakt moet wel een gekkie zijn.” Om zo de problemen onder het tapijt te vegen en de eigen macht te behouden. Ten einde die macht vast te houden zetten zij zowel de wetenschap als de media naar de eigen hand. Dit doen zij via subsidies, via de baantjesmachine, via waarschuwingen voor nepnieuws en via het wijzen op allerlei diversiteitsprotocollen. Al gaat dit alles ten koste van wetenschappelijke rigiditeit, van objectiviteit en van de waarheid zelf – daar hebben sommigen lak aan. Want zoals we zagen is waarheid voor de postmodernen slechts een ‘constructie’.

De eerste politieke conferenceruimtes waren tegelijk centra van het publieke leven: het theater. We zitten dan in de tijd van Plato – zoals hij al beschreef gaat het vak van het acteren terug naar de oudste politieke gemeenschappen. Want de acteurs, die het leven uitbeelden, leren de toeschouwers tegelijk hoe zij moeten denken, handelen en voelen. Via deze ‘brood en spelen’-cultuur blijft de elite ook vandaag het volk beheersen. Het volk zal pas vrij zijn wanneer het massaal de televisiekabels doorknipt. Zoals de emancipatie van de marionet pas voltooid is wanneer hij de touwtjes doorsnijdt die hem verbinden aan de poppenspeler.

Kapotrelativeer-baantjes

Neem nu een Maarten van Rossem, die al twintig jaar geen beduidende intellectuele prestatie meer heeft geleverd. Toch zit hij regelmatig in praatprogramma’s af te geven op “Wilders, die gekke Beethoven”. Met zijn vaste vergelijking over hoe elke studiereis wel een clubje steevaste zeurders heeft maar dat de reisleiding hen simpelweg moet negeren. Wie nog tv kijkt herkent de lieden die ooit van de elite zo’n ‘kapotrelativeer-baantje’ kregen en daar sindsdien hun luizenleventje aan danken.

Dergelijke kapotrelativeerders horen zelf bij de elitenetwerken: wanneer de burgerstrijd in Europa losbarst – not if but when – dan zitten zij veilig achter gepantserd glas en irisscans, die zijn ontworpen om alle ‘cultuurverrijkers’, ‘kansenjongeren’ en ‘verwarde mannen’ uit hun buurt te houden – precies de “parels van de samenleving” waarvoor zij zich al die tijd zo merkbaar hard hebben gemaakt. Een vliegtuig richting New York is nooit ver weg voor deze klasse, mobiel, plooibaar en opportunistisch als zij zijn. Het bestaan van deze ‘brood en spelen-klasse’ belemmert het ontwaken van het Europese volk.

Friesland bewijst dat verelendung niet al te ver kan gaan…

Het steeds maar smoren en ontkennen en de boodschappers wegzetten als radicale malloten heeft enkel tot gevolg dat de uitbarsting straks des te feller en tragischer zal zijn. Want het wegkijken op zich heeft uiteraard geen invloed op de verelendung – die zelfs voor Marx en Lenin zeer welkom zou zijn, evenals de recente gebeurtenissen in Friesland: voorbeduidsels van de aanstaande emancipatie van het achterland.

Enfin, ziet u al voor zich hoe een Van Rossem zal reageren als straks het volk met toortsen en hooivorken de boardroom-paleizen bestormt? Dan blijkt er plots verrassend weinig te relativeren. In een of andere tv-show bleek de man zich nauwelijks staande te kunnen houden tegenover een groep MBO’ers. Nee, met zijn grombeer-mopperpot-act gaat hij het dan niet redden. Sowieso dient hij als historicus te weten dat periodes van opstand en revolutie net zo normaal zijn als fases van vrede en rust. Dat vak heeft hij echter al lang niet meer uitgeoefend.

Grote schoonmaak

Qua niveau is het dus slecht gesteld met zowel de wetenschap als de cultuur van de publieke media. Dit zijn tenslotte de domeinen waar nieuwe verheffende ideeën moeten bovenkomen die het volk uitzicht bieden. Het huidige niveau heeft weinig meer in de aanbieding dan de verwaterde concepten van een vervlogen achtenzestig-era. De tijd is gekomen voor een grote schoonmaak.

Posted on

Bondsdag gaf afgelopen vier jaar indruk van democratie in eindstadium

Geen 630 maar bijna 700 leden zullen er waarschijnlijk in de volgende Duitse Bondsdag zitting nemen, vanwege de zogeheten overhangmandaten. In plaats van de huidige vijf zullen er namelijk naar verwachting met AfD en FDP erbij zeven partijen over de kiesdrempel komen.’t Is te hopen dat zij in ieder geval één ding zullen bewerkstelligen: een volksvertegenwoordiging die die naam ook verdient. Een terugblik laat zien hoezeer de Bondsdag het in de afgelopen vier jaar liet afweten.

Het recht geschonden

Precies 27 stappen kostte het haar om van haar zitplaats naar het spreekgestoelte van de Bondsdag te komen. Waarschijnlijk zal deze gang voor het inmiddels partijloze Bondsdaglid Erika Steinbach voorafgaand aan haar laatste woordvoering op 30 juni twee of drie keer zo lang aangevoeld hebben. Bijna drie decennia was de inmiddels 73-jarige vrouw uit Frankfurt am Main lid van het Duitse federale parlement. Op het laatst werd Steinbach, die op 15 januari van dit jaar de CDU verliet, met de nek aangekeken. Tijdens haar woordvoeringen werd er gefloten en geroepen. Om daar te komen moest ze langs ettelijke rijen haar vijandig gezinde afgevaardigden. Bij de microfoon aangekomen, zei ze wat niemand wilde horen terwijl het toch evident was: “Onze parlementaire democratie heeft dringend behoefte aan waakzaamheid.” Van de nieuwe Bondsdag verwacht ze dat die zijn controlefunctie tegenover de regering serieuzer waar zal nemen.

Later voegde ze er elders nog aan toe: “Wanneer men een eerlijke balans opmaakt van de laatste regeringsperiodes onder het kanselierschap van Angela Merkel, springen meteen meerder grote beslissingen in het oog, waarbij onze parlementaire democratie geen gunstig figuur slaat.” De hals-over-kop-Energiewende, euro-reddingsmaatregelen en de ongecontroleerde massa-immigratie zijn doorgevoerd in schending van verplichtende overeenkomsten of zelfs eenduidige wettelijke regels. Dat is een parlementaire democratie onwaardig.

Verboden drugsbezit en kinderporno

Aan onwaardige momenten was er geen gebrek in de afgelopen zittingsperiode van de Bondsdag. Daaronder zonder twijfel ook de dag dit voorjaar waarop de Groenen-afgevaardigde Volker Beck door de Berlijnse politie in hechtenis genomen moest worden. Hij kwam juist uit de woning van een vermoedelijke drugsdealer en had 0,6 gram van de chemische drug Chrystal Meth bij zich. Beck kwam er mild vanaf. Tegen betaling van 7000 euro werd van strafvervolging afgezien. Aftreden als Bondsdaglid om de eer aan zichzelf te houden, vond Beck niet nodig. In het tijdschrift Focus hing hij weken later een zielig verhaal op dat de crisis een “verdraaid zware tijd” voor hem geweest was. Over zijn maatschappelijke voorbeeldfunctie geen woord.

Een volgend dieptepunt in het aanzien van de Bondsdag was de affaire rond de bijzondere voorliefdes van de SPD-afgevaardigde Sebastian Edathy. De toenmalige voorzitter van de commissie Binnenlandse Zaken van de Bondsdag trad in februari 2014 terug uit al zijn ambten. Het Openbaar Ministerie had bekend gemaakt dat de politicus jarenlang foto’s en video’s van jongens in de geschatte leeftijd van 9 tot 14 jaar gekocht bij een aanbieder uit Canada. Het beeldmateriaal zou zich op de rand bevinden van wat justitie als kinderpornografie beschouwt, zo heette het. Van een gerechtelijke procedure werd in 2015 op grond van Edathys bekentenis tegen betaling van 5000 euro verder achterwege gelaten. Inmiddels woont de zoon van een Indiase pastor en een Duitse vrouw in Noord-Afrika. Wikipedia vermeldt dat hij zich met een hotelmanager verloofd heeft. Over geld hoeft het stel zich voorlopig geen zorgen te maken. Aangezien hij juridisch niet schuldig is bevonden, kan hij gewoon aanspraak maken op het wachtgeld van 130.000 euro. En vanaf zijn 67e krijgt hij als jarenlang Bondsdaglid een royaal pensioen.

Censuurwet

Verder onwaardige momenten? Daarvoor is het niet eens nodig naar pervers fotomateriaal of verboden drugsbezit te zoeken. In alle openheid speelde zich onlangs nog een wanprestatie af. Op dezelfde dag dat Erika Steinbach de hoon en spot van een volle plenaire zaal moest incasseren, stond later het besluit over een wet over de surveillance van sociale netwerksites van minister van Justitie Heiko Maas (SPD) op de agenda. Van de 630 afgevaardigden waren er op dit late tijdstip nog ongeveer 60 die het nodig vonden om aanwezig te zijn bij de besluitvorming hierover. Terwijl het toch om een zeer controversieel voorstel ging. De wet verplicht de eigenaren van internetplatforms als Facebook ertoe om “evident strafbare content” binnen 24 uur te verwijderen. Zo niet dan riskeren ze boetes tot 50 miljoen euro. Uit alle politieke hoeken klonken er waarschuwingen tegen de “censuurwet” die op 1 oktober van kracht wordt. Gevreesd wordt dat er veel te makkelijk dingen verwijderd worden om in twijfelgevallen maar geen boetes te riskeren. Gevreesd wordt ook dat vooral content die kritisch is over de regering verwijderd zal worden. VN-rapporteur David Kaye stelde dat het de mensenrechten in gevaar brengt. Bij een hoorzitting in de Bondsdag hielden vrijwel alle experts het wetsvoorstel voor strijdig met de grondwet.

Hebben zich daarom soms zoveel afgevaardigden uit de voeten gemaakt toen het tijd was om te stemmen? Het is zelfs de vraag of de Bondsdag met slechts 60 aanwezigen wel een quorum heeft om dergelijk besluit te nemen. Paragraaf 45 van het Huishoudelijk Reglement stelt dat tenminste de helft van de leden aanwezig moet zijn om besluiten te kunnen nemen. Die bepaling wordt weliswaar beperkt door de volgende zin: “Wordt het quorum niet door een fractie of door aanwezige vijf procent van de leden van de Bondsdag in twijfel getrokken, dan wordt het quorum verondersteld aanwezig te zijn.” Maar had de besluitvorming over een dermate ingrijpende wet niet een volwaardig plenum vereist? Onverstoord zette Bondsdagvoorzitter Norbert Lammert (CDU), die zich anders zo graag als voorvechter van de democratie laat voorkomen, de procedure echter door. Critici spreken in zo’n geval van een democratie in zijn eindstadium.

Posted on

“Ieder mens heeft wel iets te verbergen”

Volgens Cybersecurity-expert Arjen Kamphuis stevenen we in Nederland af op een politiestaat. Met inlichtingendiensten die alles van iedereen weten, heeft het individu niks meer in te brengen tegen de machtige overheid.

Arjen Kamphuis adviseert bedrijven en overheden over de beveiliging van hun netwerken. Zakelijk gaat het hem voor de wind, maar in zijn missie burgers te doordringen van het belang van privacy lijkt hij een roepende in de woestijn. “Ik moet stoppen mij daarover boos te maken”, zegt hij. “Ik probeer het inmiddels te bekijken met een geamuseerde verbaasdheid.”

Een gesprek (op persoonlijke titel) over: de killswitches van de NSA, de lessen van de Tweede Wereldoorlog, het hacken van stemcomputers, chantage en intimidatie van inlichtingendiensten, de CIA als hoeder van de democratie, tv’s die je in de gaten houden, terroristen die altijd hun paspoort achterlaten, Russische fantoomhackers, de War on Terror, de Volkskrant die ons Irak heeft ‘ingeluld’, de iPads van het kabinet Rutte, de marteling van Julian Assange en het grote wachten op het ‘digitale equivalent van de Watersnoodramp’.

Je hebt gestemd op lijsttrekker Ancilla van de Leest van de Piratenpartij. Ze heeft geen zetel gehaald in de Tweede Kamer. Teleurgesteld?

Ik vind het jammer voor Nederland dat we geen Ancilla hebben in Den Haag. Het tekent de collectieve hersenloosheid, het totale gebrek aan toekomstvisie. Negentig procent van het politieke debat ging over vragen als: ‘U bent een zetel gedaald in de peilingen, wat vindt u daarvan?’ Over belangrijke vraagstukken als het klimaat en digitale burgerrechten werd niet of nauwelijks gesproken.

Je bent verhuisd naar Duitsland. Daar is het anders?

In Nordrhein-Westfalen, dat vergelijkbaar is met Nederland qua inwonertal en economie, beschikt de Piratenpartij over 17 van de 237 zetels. Duitsland heeft natuurlijk ook een andere geschiedenis, of eigenlijk: ze hebben andere lessen getrokken uit hun geschiedenis. Duitsers erkennen dat ze dader kunnen zijn of zijn geweest. Ze leren hun kinderen vanaf hele jonge leeftijd: dit is wat er is gebeurd, en het kon gebeuren omdat wij het hebben laten gebeuren, en het is jouw plicht als Duitse burger om het nooit meer te laten gebeuren. Vergelijk dat met Nederland. Toen ik in de jaren zeventig en tachtig in het basis- en middelbaar onderwijs zat, heb ik vooral geleerd: de Duitsers waren slecht, wij waren goed en Anne Frank was zielig. Op 6 mei 1945 zat heel Nederland in het verzet met terugwerkende kracht, en never mind de politionele acties in Nederlands-Indië.

Politiek in Nederland is een belangenstrijd tussen individuen en groepen. Er is geen grotere context, een collectief verhaal, iets waar we met z’n allen voor staan of naartoe willen. Dat maakt het allemaal heel plat en leeg. En intussen rooft het corporate gebeuren in Nederland de hele tent leeg.

Waarschijnlijk was de uitslag voor de Piratenpartij anders geweest als er gestemd was met stemcomputers?

We hebben wel schertsend gezegd dat als de overheid zo stom was geweest van stemcomputers gebruik te maken, er maar één manier was om het ze voorgoed af te leren, en dat was: de verkiezingen hacken en de Piratenpartij 148 zetels te geven. Met alles wat we nu weten, over de diverse zwakheden in het systeem, was het zeker gelukt met tien of twintig man en een half jaartje voorbereiding.

Helemaal makkelijk was het geweest als we nog de oude Nedaps hadden gehad, waarvan de Nederlandse overheid zei dat er geen problemen waren, totdat er een paar hackers, Rop Gonggrijp en zijn club, op televisie demonstreerden dat het tegendeel het geval was. Die geschiedenis heeft geleerd dat het geen zin heeft een rationeel gesprek te voeren op een kamertje in een ministerie. Als er een rotte vis is, dan moet je die demonstratief voor het gezicht houden van de dames en heren politici, publiekelijk, met alle media erbij.

Zijn er concrete aanwijzingen geweest dat de Russen zich hebben willen bemoeien met onze verkiezingen?

Ik heb nog nooit iets gezien wat daar op wijst, en ook niet dat ze zich hebben willen bemoeien met de Amerikaanse verkiezingen. Ik heb wel bewijzen gezien dat de CIA in meer dan tachtig nationale verkiezingen heeft geïntervenieerd.

Hoe is het gesteld met onze privacy? Wat is daar nog van over?

Tenzij je radicale maatregelen neemt zijn de levens in de westerse wereld 100 % transparant voor een hele lange lijst diensten, en dat beperkt zich niet tot statelijke actoren, maar dat kunnen ook grote bedrijven zijn, die al dan niet samenwerken met overheden, en in die rol ook zelf toegang hebben tot dingen.

Je telefoon kan afgeluisterd worden, je laptop, je smart-tv. Eigenlijk wisten we dit al voor de onthullingen van Edward Snowden in 2013, maar sinds Snowden kennen we de technische details, en na Snowden nog weer wat meer technische details.

Wikileaks kwam in maart 2017 met Vault 7, een nieuwe reeks onthullingen over de technologische werkwijzen van de CIA.  Is het nog erger dan we dachten?

Telkens als we weer iets leren, blijkt het toch weer een tikkeltje erger te zijn. Ik ga er nu van uit dat alles wat technisch mogelijk is en voor minder dan tien miljard dollar gebouwd kan worden, ook daadwerkelijk bestaat. Vrijwel alle gebruikelijke technologie die we hebben is niet te vertrouwen, want zit onder een buitenlandse killswitch, een soort achterdeurtje, waarmee deze vanuit het buitenland kan worden uitgezet, en ook dat alle informatie die er doorheen beweegt, kan worden bekeken en gemanipuleerd.

Als het er op aankomt, kun je dus niks vertrouwen, niet dat het systeem dat jij gebruikt voor jou werkt, dat de informatie die je ziet klopt en dat de informatie die je er in stopt terecht komt waar je wilt dat die terecht komt. Het is niet jouw computer. Je mag wel met je vingers aan het toetsenbord zitten, en je ziet wel iets op het scherm, en soms kan het ook best wel kloppen, maar jij hebt daar niks over te vertellen. Dus als jij je computer gebruikt en daar iets mee doet in Nederland, bijvoorbeeld een ziekenhuis, gemeente of bedrijf aansturen, dan kan dat prima, maar het is alleen bij de gratie van een buitenlandse partij die op dat moment niet de knop indrukt.

Want als die buitenlandse partij de knop indrukt?

Dan kan het zijn dat jouw systeem het helemaal niet meer doet, of misschien nog wel erger: dat datastromen gemanipuleerd worden, en dat je dus denkt dat je de werkelijkheid ziet, maar dat het iets heel anders is.  Je denkt bijvoorbeeld dat je een artikel leest op de website van de NOS, maar het is geen artikel van de NOS, het is een artikel dat ze willen dat je leest en waarvan je denkt dat het betrouwbare informatie is.

We weten uit de Snowden-documenten dat men die technische mogelijkheden heeft om de inhoud te manipuleren van een pagina terwijl die reist van de webserver naar jouw computer. Je kunt dus op het niveau van individuele gebruikers het nieuws aanpassen. Je kunt op die manier verwarring stichten, groepen tegen elkaar opzetten.

Ik zeg niet dat het dagelijks gebeurt bij iedereen, maar de technische capaciteit is er. In elk geval weten we dat Amerikaanse inlichtingendiensten een lange geschiedenis hebben van het creëren van narratieven om beleidsdoelstellingen te halen. Noem het nepnieuws. Voor 2016 heette het nog propaganda.

Wat is voor jou de grootste openbaring van Vault 7?

Dat daadwerkelijk operationeel gebruik wordt gemaakt van de technische mogelijkheden die Snowden geopenbaard heeft. En dat er dus geen enkele rem zit op de activiteiten van Amerikaanse geheime diensten om elk apparaat waar zij informatie mee kunnen verzamelen te manipuleren en daarvoor in te zetten.  Er is geen enkele wettelijke of morele limiet.

En dat doen ze met medewerking van de fabrikanten?

Vaak wel. Bedrijven als Apple hebben geen enkele keuze. Als een Amerikaanse inlichtingendienst iets van ze vraagt, dan kunnen ze geen ‘nee’ zeggen. Dan is het: ‘ja’, of ‘ja graag’. Het maakt dus ook niet uit of Apple daar met liefde aan meewerkt of met frisse tegenzin. Voor jou als eindgebruiker is het resultaat hetzelfde. De Amerikaanse overheid is de grootste klant, en heeft ze wettelijk by the balls.

Waarom is privacy zo belangrijk? Velen hebben een houding van: ‘Ik heb niks te verbergen, Ze mogen alles van mij weten, behalve mijn pincode’.

Privacy is het mensenrecht dat je hebt om al die andere mensenrechten te kunnen bevechten. Als jij je wilt verzetten tegen de macht, of dat nou een bedrijf is of een overheid, dan heb je samen met anderen daarvoor privacy nodig om je te kunnen organiseren als tegenmacht. Als je dat niet hebt, dan ben je volledig overgeleverd aan de machtigen van deze planeet. En als zij zich misdragen, dan kun jij niks meer terugdoen.

Dan maakt het bijvoorbeeld niet meer uit dat jij als journalist bronbescherming hebt, omdat je je bronnen dan in de praktijk niet meer kunt beschermen, want die hebben geen privacy meer. Het is dan niet langer mogelijk om met onderzoeksjournalistiek bedrijven en overheden scherp te houden. Dan eindig je dus in een heel vervelend soort samenleving, waarvan we de afgelopen eeuw genoeg voorbeelden hebben gezien.

De gsm van Merkel werd afgeluisterd door de NSA, weten we dankzij Snowden. En de VS chanteren Duitsland met afgeluisterde informatie, onthulde een Duitse insider, Werner Weidenfeld, live in een tv-show.

Duitsland is nog steeds een bezet land. En met behulp van hun inlichtingendiensten houden de Amerikanen het ook bezet. Het doel van mass surveillance, grootschalige observatie, is altijd geweest; de politieke en economische manipulatie van andere landen door de VS.

Toch gebeurt er in Duitsland wel iets. Onderdelen van de Duitse overheid stappen af van onveilige computersystemen, ze versleutelen hun dataverkeer en gebruiken niet langer reguliere smartphones. In tegenstelling tot Nederland overigens, waar de iPads in de kabinetsvergadering op tafel liggen.

De Bundesnachrichtendienst (BND) is een paar keer gemept door de Duitse overheid omdat onderdelen van de BND trouwer bleken te zijn aan hun Amerikaanse partners dan aan de Duitse overheid die ze formeel aanstuurt.

Maar zo’n BND, die gedetailleerde dossiers heeft over iedereen die in Duitsland politiek iets voorstelt, is heel moeilijk politiek te managen, want die hebben alle dirty details over alle politici. Als die dus vervelend worden, dan lopen ze het risico dat hun dossier terecht komt op de redactie van Bild.

Ook Duitsland heeft zijn Deep State?

Alle landen hebben dat in zekere zin. Duidelijker dan in Duitsland zie je het in het Verenigd Koninkrijk. Daar zijn MI5 en MI6 een staat in een staat. Er is geen enkel toezicht op. Elke politicus in het land weet: ‘Don’t fuck with MI5’. Want elke joint die je hebt opgestoken sinds je zestiende en elke seksuele escapade staat in je dossier en kan zo bij The Sun belanden.

Ze bestaan al bijna een eeuw, en hebben nog nooit een budgetreductie gehad. Of het nu oorlog was of vrede. Fuckups, of geen fuckups. De enige rode draad is altijd geweest: meer macht, meer mensen, meer middelen.

Iedere politicus heeft wel iets te verbergen en is dus chantabel?

Ieder mens heeft wel eens iets gedaan in zijn leven waarvan hij liever niet heeft dat zijn vrouw, zijn moeder, zijn kinderen en de rest van de wereld het weet. Dat is namelijk omdat we allemaal maar mensen zijn. En dan sta je kansloos tegenover een organisatie die heel goed is in alles weten, en daar vrijwel onbeperkt middelen tegenaan kan gooien, en ook nog volledig buiten de wet kan opereren. Inlichtingendiensten worden niet beperkt door wat mag. Ze doen in grote lijnen wat ze willen. Er is in theorie wel een wettelijk kader, maar in de praktijk is het een wassen neus.

De Commissie Stiekem, die vanuit de Tweede Kamer toezicht houdt op de AIVD en MIVD, is een wassen neus?

Het zit in de natuur van de inlichtingendiensten dat ze buiten de wet opereren, omdat ze zich anders niet te weer kunnen stellen tegen andere inlichtingendiensten. Dus dat het zo werkt is goed te begrijpen.

Mensen lijken graag bereid hun privacy te offeren in ruil voor meer veiligheid. Ze denken dat hiermee terroristische aanslagen kunnen voorkomen en dat zware misdrijven, zoals moord en de handel in kinderporno, beter kunnen worden aangepakt.  Zijn we er in veiligheid op vooruitgegaan? Zijn er veel aanslagen voorkomen?

Londen is de stad met het grootste aantal bewakingscamera’s per hoofd van de bevolking en per vierkante meter, meer dan enige andere plek op aarde.  Een paar jaar geleden is er een groot intern rapport van de London Metropolitan Police gelekt. De conclusie was: ‘It doesnt work’. Er is geen enkel bewijs dat al die camera’s preventief werken of significant helpen in de opsporing.

In 1993 was er de spraakmakende zaak van de moord op het 2-jarige jongetje James Bulger In Liverpool. Die werd opgelost dankzij bewakingscamera’s in een winkelcentrum.

Als je ergens een miljard pond tegenaan gooit , dan is er altijd wel een resultaatje te vinden. Maar de vraag die je je altijd moet stellen is: wegen de kosten en de beperking van de burgerrechten op tegen de resultaten? En ook: kun je met hetzelfde geld meer bereiken als je het anders besteedt, bijvoorbeeld aan meer dienders op straat en beter onderwijs?

We hebben ondanks al die bewakingscamera’s onlangs weer een aanslag gehad in Londen. De dader was bekend bij de politie.

Het heeft dus weer niet gewerkt. Parijs, Brussel, Madrid, London 2005, Bali, 9/11… mass surveillance heeft niet geholpen.

We leven nu 16 jaar na 9/11. Kijk wat de War on Terror die daaruit voortvloeide ons heeft gebracht. We zijn onveiliger dan ooit. Want we hebben een hele serie failed states gecreëerd, die een bron zijn geworden van ellende.

Vergelijk wat we nu doen met de manier waarop ze destijds de IRA hebben aangepakt. Toen de IRA wekelijks bommen liet ontploffen in Londen, heeft niemand voorgesteld dat we Belfast gingen bombarderen, of dat we een land gingen bezetten dat niks te maken hadden met de bommen van de IRA.

Experts van MI5 en FBI zeggen ook allemaal: Je rolt een terroristisch systeem niet op met mass surveillance, en ook niet met militaire interventies. Dat weten we van de ervaring die we in Europa hebben met het oprollen van de IRA, en ook de ETA, de Rote Armee Fraktion en de Rode Brigades. Je rolt ze op met goed politiewerk en door te onderhandelen met de civiele poot van zo’n organisatie over de grieven die zij hebben. Je moet die grieven adresseren, of in elk geval bespreekbaar maken, zodat je ze omkat van een terroristische organisatie naar een legitieme, politieke organisatie, die binnen een democratisch kader kan strijden voor de belangen van hun achterban.

Overigens zien wij ons in het Westen als slachtoffers van het terrorisme, maar als ik even naar de cijfers kijk, dan komen wij er nog goed vanaf. West-Europa is een paar honderd mensen kwijt geraakt. Irak zo’n 2 miljoen. Terrorisme in Europa is een statistisch randverschijnsel. Er gaan meer mensen dood in West-Europa aan slecht gelegde stoeptegels, doordat ze hun heupen breken en overlijden aan de complicaties, dan aan terrorisme.

De Amerikaanse president Eisenhower waarschuwde voor het military-industrial complex, de toenemende invloed van de wapenindustrie op de politiek. We kunnen inmiddels misschien spreken van een military-surveillance-industrial complex?

Mass surveillance is een extensie van hetzelfde mechanisme. Overheden willen een mechanisme in handen hebben om hun burgers in het gareel te houden, en er is niks zo effectief en goedkoop als mass surveillance. Het enige wat je hoeft te doen is mensen bang te maken om hun mening te uiten.

Arjen Kamphuis (foto: Dennis van Zuijlekom)

In workshops hoor ik mensen die ontkennen dat we in Nederland mass surveillance hebben, maar als ik ze adviseer Tor Browser te installeren, zeggen ze: ‘Dat doe ik niet, want dan gaat de overheid mij in de gaten houden’. En dat is dan een en dezelfde persoon die binnen drie minuten die twee uitspraken doet, zonder dat hij in de gaten heeft dat hij Orwelliaanse doublethink aan het plegen is. Dus: hij ontkent dat het bestaat, want, zeg hij: ‘We zijn een democratie’ – om vervolgens drie minuten later te zeggen: ‘Ik ga geen Tor downloaden want dan kom ik op de radar van de overheid’.

Mensen weigeren eenvoudig te accepteren dat de Nederlandse overheid misschien wel trekjes heeft die in die richting wijzen. Het gebruiken van Tor en het versleutelen van je e-mail is een politieke daad geworden. Je speelt je dan in de kijker.

Het feit dat er mensen zijn die dit niet durven: hun mensenrecht op privacy op legale wijze regelen – toont aan hoe stuk je samenleving al is. Dan leef je feitelijk al in een politiestaat. Het is dan weliswaar nog niet zover in Nederland dat op dagelijkse basis SWAT-teams deuren van politieke activisten komen inbeuken, maar dat is ook helemaal niet nodig, want mensen censureren zichzelf al.

Zie jij aanwijzingen dat er bewust wordt ingespeeld op de angst voor terrorisme om de privacy steeds verder af te kunnen schaffen? Jij stelt dat labiele mensen er toe worden aangezet om aanslagen te plegen.

De meeste plannen voor terroristische aanslagen in de VS na 9/11 zijn niet gemaakt door terroristen, maar door de FBI, met de bedoeling mensen die tot zoiets in staat zijn in de val te lokken. FBI-informanten voorzien ze van geld en wapens, en de FBI pakt ze op voordat ze toeslaan. In rechtszaken tegen deze mensen blijkt dan vaak dat ze helemaal niet van plan waren om een aanslag te plegen, maar dat de  informanten van de FBI flink op ze hebben ingepraat om ze zover te krijgen.

Het is toch ook opmerkelijk dat terroristen altijd paspoorten achterlaten of bij zich dragen? Ja, sorry, als je dat gelooft… Maar de meeste mensen willen het kennelijk allemaal graag geloven, of geloven het niet, maar vinden het niet belangrijk genoeg om zich er druk over te maken. Anders liepen er nu 80.000 mensen in optocht met brandende toortsen door Den Haag.

Hoe onderscheiden we een false flag van een echte aanslag?

Je bullshitradar moet keihard tekeer gaan als je ziet dat het volledige mediasysteem binnen negentig minuten na een event een compleet verhaal heeft wat intern consistent lijkt te zijn over alle mediabronnen heen.

Zie MH17. Er dwarrelden nog dingen uit de lucht, maar de hele Nederlandse media, alle instituties, onafhankelijk van elkaar, leken het complete antwoord al te hebben. Dan denk ik: ‘We are being played, again’.  Het is een psychologische tactiek: als de emoties vers zijn, dan moet je de boodschap er in rammen bij de mensen. Sla de CIA en MI5 handboeken er maar op na.

Zijn er na de onthullingen van Snowden nog dingen ten goede veranderd?

Europese instellingen mogen sinds 1 februari 2016 persoonsgegevens niet langer opslaan op Amerikaanse servers. Dat heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vastgesteld in een juridische uitspraak. Die gaat dus 180 graden in tegen de dominante technologische trend, zeker in een land als Nederland, waar we alles weggeven aan Amerikaanse bedrijven die onder Amerikaans recht opereren, ook al staan hun servers in Europa. En ondanks die uitspraak van het Hof, die hard is en niet onderhandelbaar, probeert de Europese Commissie de boel weer recht te plakken, waarbij ik dan denk: voor wie werken jullie eigenlijk? Kennelijk niet voor de belangen van Europese burgers. Daar is dus iets heel geks aan de hand.

We leven nu drieënhalf jaar na Snowden. Er is onweerlegbaar documentair bewijs dat vrijwel alle systemen die wij gebruiken in Nederland kunnen worden gemanipuleerd, afgeluisterd en uitgezet, en dat daar gebruik van gemaakt kan worden in het nadeel van onze samenleving. Dan zou je zeggen: dan gaan we iets doen. Maar in Nederland hebben we er niet eens een gesprek over.

Rationele informatie is dus kennelijk niet in staat een politiek momentum te creëren. Je hebt dan blijkbaar iets nodig, een digitaal equivalent van de Watersnoodramp van 1953, om het politieke systeem wakker te schudden. Denk bijvoorbeeld aan een crash van ons financiële systeem als gevolg van manipulatie van informatiestromen. Als mensen drie dagen geen pinbetalingen kunnen doen, dan moet je eens zien wat er gebeurt. In 1933 wisten we al dat we een probleem hadden met onze dijken, maar pas twintig jaar later, nadat de dijken waren doorgebroken, zijn we het gaan fixen.

Jij bent bevriend met Julian Assange.  Je bezoekt hem wel eens, in de ambassade van Ecuador in Londen. Hoe gaat het met hem?

Hij heeft het mentaal heel zwaar, wat goed te begrijpen is als je, zonder dat je iets hebt gedaan of in staat van beschuldiging bent gesteld, in feite gevangen zit en letterlijk met de dood bedreigd wordt door militaire hyperpowers.

Hillary Clinton heeft zich hardop afgevraagd: ‘Can’t we drone this guy?’ Haar adviseur Bob Beckel riep op tv: ‘We should illegally shoot the son of a bitch’. Als mensen op dat niveau dat soort uitspraken doen, dan is het geen lolletje meer.

De Working Group on Arbitrary Detention van de Verenigde Naties, die normaal uitspraken doet over landen als Birma, heeft een glasheldere uitspraak gedaan: de situatie waarin Julian Assange verkeerd is niet legitiem en staat gelijk aan marteling. Amerika, Zweden en het Verenigd Koninkrijk moeten onmiddellijk stoppen, hem vrijheid garanderen, en hem een schadevergoeding betalen.

In Nederland wordt het niet eens gemeld, we hebben het er niet over. Wij in Nederland hebben het liever over de persoon Assange, of je hem wel of niet leuk vindt, dan over de vraag: hoe het kan dat er geen politieke shitstorm uitbreekt over het feit dat wij nauwe banden onderhouden met landen als het Verenigd Koninkrijk en Zweden, die een journalist op zo’n manier behandelen dat de Verenigde Naties zeggen: het staat gelijk aan marteling. Als hetzelfde in Birma gebeurt, dan staat iedereen op zijn achterste benen.

Ook hier zie je: je kunt in Nederland bijna geen volwassen gesprek meer voeren over de feiten. Je kunt alleen nog op een fantasie-eilandje een beetje in de marge klooien.

Heb je Assange wel eens gevraagd waarom WikiLeaks vooral documenten lekt van de Amerikaanse overheid?

Wat je hier ziet: de media creëren een beeld van Wikileaks, en vervolgens beschuldigen ze Wikileaks van dat gecreëerde beeld. Wikileaks is begonnen met het adresseren van corruptie in Kenia in 2006. En ze doen het nog steeds: documenten lekken van andere landen dan de VS. Zoals over de corruptie binnen het Russische overheidsapparaat en staatsbedrijven. En over hoe Rusland in de jaren negentig, met behulp van Amerikaanse adviseurs van Harvard, en onder leiding van het IMF, volledig economisch werd uitgekleed en leeggeroofd, waar de Russische oligarchen uit zijn voort gekomen.

Maar op de een of andere manier vinden we dat dan weer niet interessant om over te schrijven, omdat het niet in het narratief past van het goede Amerika en het slechte Rusland. Ik neem daarom, op een handjevol uitzonderingen na, Nederlandse journalisten niet meer serieus. Het zijn een stel kleuters. Levensgevaarlijke kleuters, die met vlammenwerpers spelen, en ons straks weer een oorlog in lullen, zoals ze dat al een paar keer hebben gedaan de afgelopen vijftien jaar.

Maar het is wel zo: Wikileaks lekt vooral Amerikaanse documenten.

Ja, en met recht. Want welk ander land voert dagelijks bombardementen en dronestrikes uit op zeven landen tegelijk, en schiet burgers dood, inclusief hun eigen burgers, waarvan sommigen minderjarig zijn,  zonder vorm van proces? Dus dat een bepaald land bovenaan het lijstje van Wikileaks staat is niet gek.

De meeste mensen, zelfs journalisten die over Wikileaks schrijven, hebben de website van Wikileaks nog nooit bezocht. Het kost ook moeite, maar wat gebeurt er als je het niet doet? Dan ga je er over lezen in de Volkskrant, de krant die ons Irak heeft ingeluld.

Word jij extra in de gaten gehouden? Vanwege jouw contacten met Assange of anderen?

Ik was verhuisd naar Duitsland, had net een nieuw appartement. We waren anderhalve dag weggeweest, en bij thuiskomst, bij het openen van de buitendeur kwam de cilinder uit het slot.  Dan weet je dus dat er iemand in je huis is geweest, en als daar dan niks van waarde is verdwenen, dan weet je: het was waarschijnlijk een waarschuwing. En zo zijn er meer dingen gebeurd.

Of ik digitaal gevolgd wordt, weet ik niet. Professioneel opgezette surveillance van een inlichtingendienst heb je niet door, tenzij de dienst wil dat je die doorhebt. En heel vaak willen ze dat, om je te intimideren.

Maar jij laat je niet intimideren?

Ik ga nog wel even door. Maar de laatste jaren ben ik mij wel meer gaan focussen. Met politiek activisme kun je eindeloze hoeveelheden energie verbranden aan dingen die nergens toe leiden. Dan moet je af en toe zeggen: Deze laat ik even aan mij voorbijgaan, vraag maar aan iemand anders. Of: Hier kan ik niet winnen, dus laat maar. Wat betreft Nederland: ik weet niet meer zo goed wat je hier nog moet zeggen of doen. Zie alleen al het feit dat Nederland achterop wil lopen in de strijd tegen de klimaatverandering, terwijl wij er als eerste Europese land fysiek door zullen verdwijnen. Ik weet niet wat je daar nog over moet zeggen. In een vrije samenleving heb je het recht collectief zelfmoord te plegen, maar het is wel vreemd om het te zien gebeuren.

Door de nieuwe Nederlands afluisterwet mogen ook burgers die nergens van verdacht worden worden gevolgd. Maakt dat wat uit voor onze privacy? De NSA houdt nu toch al iedereen in de gaten?

Waarschijnlijk is de nieuwe wet bedoeld om technische praktijken die al gebeurden met terugwerkende kracht legaal te maken. Zo gaat het wel vaker namelijk. Zo heeft de Nederlands overheid, lang voordat de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) was ingegaan, elektronische tools ingekocht, onder meer bij Israëlische bedrijven. Die tools koop je niet in als je ze niet gaat gebruiken, toch?

Destijds, toen ik sprak met mensen die werkten in die kringen, klaagden zij erover dat de Israëlische software zo ondoorzichtig was, en dat er vaak mensen uit Tel Aviv kwamen om software-upgrades te doen, en dat het hun niet werd toegestaan te kijken hoe die gasten dat deden. Het ging daarbij om software die hangt in systemen die gekoppeld zijn aan de telefooncentrales. We praten hier dus over een of meerdere Israëlische bedrijven die low level toegang hebben tot de hele communicatiestructuur van Nederland, en dus zonder dat onze overheid kan weten wat dat systeem nou eigenlijk allemaal doet. Als je die remote dus kunt controleren dan kun je ook via die remote data vanuit Nederland verplaatsen naar Tel Aviv. Wat dus bijvoorbeeld betekent dat je iedere ministersvergadering kunt afluisteren.

Jij vindt dat een Nederlands bedrijf dit zou moeten doen?

In elk geval een Europees bedrijf.

Maar een Europees bedrijf kan toch ook gegevens doorsluizen?

Ja, maar we hebben meer een vertrouwensrelatie met bijvoorbeeld Duitsland, dat geen belang heeft bij een failed state aan hun westgrens, vanwege onze integratie van economie en samenleving, dan een land ver weg als Israël. Maar daarvoor ligt nog een heel principieel feit: als je weet dat jouw nationale soevereiniteit op het spel staat, dan moet je toch gewoon ingrijpen?

Misschien geloven onze politici niet meer in nationale soevereiniteit. We voelen ons één met de landen waarmee we bevriend zijn, en alleen de rest wantrouwen we.

Het curieuze is: onze vrienden en vijanden definiëren we arbitrair en los van hun daden. Dus Rusland waarvan we niet weten of ze interveniëren in onze verkiezingen, maar het misschien doen, is onze vijand. Terwijl Amerika waarvan we honderd procent zeker weten dat ze het doen nog steeds onze vriend is. Dat is toch Alice in Wonderland?

Hoe zie jij de rol die de Amerikaanse inlichtingendiensten hebben gespeeld in de Amerikaanse verkiezingen, en de rol die ze nog steeds spelen in het onderzoek naar hoe de verkiezingen zijn verlopen? Proberen ze Trump te wippen?

Die indruk heb ik niet. Wel dat ze proberen te bewijzen dat zij de grote redders zijn van de democratie, en hij de grote klootzak is. Dat is natuurlijk de ultieme mediacoup van de CIA. Dat zij nu worden gezien als de bewakers van de democratie. Ondanks de 55 coup d’états die ze de afgelopen halve eeuw hebben gepleegd.

Dat is toch prachtig? Dat we nu naar de CIA kijken om de democratie te redden? En Trump is de ultieme afleidingsmanoeuvre, want aan de achterkant gebeuren er de gruwelijkste dingen. En wat dat betreft is hij niet anders dan Obama die ook een fantastische afleidingsmanoeuvre was voor het feit dat het buitenlandbeleid van George W. Bush gewoon doorging: de regime changes, het martelen, het bombarderen van burgers.

Je roept mensen op de NSA op kosten te jagen door gebruik te gaan maken van cryptologie.

De NSA geeft nu ongeveer 10 dollarcent per internetter per dag uit. Ga je Tor gebruiken en je e-mailverkeer versleutelen dan verhoog je de kosten voor de NSA voor jou alleen naar 100.000 dollar per dag. De NSA heeft een jaarbudget van 100 miljard dollar. Dus die kan wel tegen een stootje. Maar als mensen massaal hun privacy gaan beschermen, dan kan zelfs de NSA er niet tegenop.