Posted on

Christchurch en Sri Lanka – Gewenste en ongewenste daders en slachtoffers

Radicaal-islamitische aanslagplegers lijken politiek en media niet in hun kraam te pas te komen, blanke daarentegen des te meer. Het resultaat is grotesk.

Nog nooit sprong de volstrekt verschillende behandeling van terroristische aanslagen door politiek en media zo onthullend in het oog als in de afgelopen Paasdagen. In de eilandstaat Sri Lanka zijn meer dan 300 mensen door radicale moslims vermoord. De moordenaars wilden gericht christenen en westerse toeristen treffen. De meeste media talmden echter minstens een dag om de achtergrond van de moordenaars bij de naam te noemen en spraken liever vaag-algemeen van “extremisten”.

Easter worshippers

De slachtoffers werden door prominente Amerikaanse politici als Barack Obama en Hillary Clinton niet als christenen, maar verhullend als “Easter worshippers” aangeduid, terwijl Nederlandse politici als Lodewijk Asscher het vermelden van hun religieuze identiteit simpelweg achterwege lieten. Waar politici zich na ‘Christchurch’ ogenblikkelijk solidair verklaarden met de moslimgemeenschap, werden de aanslagen op Sri Lanka niet als een aanval op de hele christenheid of het hele Westen geduid. Ook werden er niet meteen vermoedens uitgesproken over de wereldbeschouwing van de daders of over mogelijke ideologische overlappingen met bepaalde islamitische organisaties.

“Fascistische Internationale”

Hoe anders ging het enkele weken eerder, na de aanslag in het Nieuw-Zeelandse Christchurch. Niet alleen werd de dader toen in een handomdraai als blanke rechts-extremist geïdentificeerd, ook de religieuze identiteit van zijn slachtoffers werd prompt niet alleen vermeld maar ook uitgebreid gethematiseerd: hij wilde moslims doden. Sterker nog: talrijke media begonnen meteen de kring rond de aanslagpleger van Christchurch zo breed te trekken dat het absurd werd. Het toonaangevende Duitse tijdschrift Die Zeit fantaseerde zelfs over een “Faschistische Internationale”, waaronder het zelfs enkele vertegenwoordigers van de AfD en verwante organisaties schaarde. Zo kon men met de massamoord aan de andere kant van de wereld ideologische winst boeken in de “strijd tegen rechts” in eigen land.

Notre Dame

Notre Dame was daarentegen weer anders: Hier “wisten” de autoriteiten reeds dat het niet om opzet kon gaan terwijl de brand nog woedde en het onderzoek naar de oorzaak waarschijnlijk nog niet eens goed had kunnen beginnen. Wat de autoriteiten tot nog toe over de grote brand naar buiten hebben gebracht staat bol van de merkwaardigheden.

Ongelijke behandeling

Het verschil in de omgang met mogelijke of bewezen ideologisch gemotiveerde daden springt dermate in het oog, dat men nog slechts kan vervolgen met de vraag naar het motief voor de ongelijke behandeling. Ook die lijkt ideologisch gemotiveerd. Mogelijk treedt hier westerse zelfhaat aan de dag, die de blanke, pardon “witte” man slechts als dader wil zien, vanwege de primitieve dader-slachtofferclichés waaraan men zo verknocht is. Daarnaast streeft de asielideologie openlijk het doel na Europa minder blank, pardon “wit” te maken. Dan komen nieuwsberichten over de gevaren die de immigratie van bepaalde groepen met zich mee kan brengen niet zo goed van pas.

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

Maak van sociale media-platformen nutsvoorzieningen

Ik verwachtte het al een tijdje, maar toen het gebeurde kwam het alsnog als een schok. Alex Jones is verbannen van diverse sociale media-platformen. Als de complottheoretici die hem volgen geen reden hadden om de verbanners Facebook, Google, Apple en Spotify te wantrouwen, hebben ze nu zeer zeker een goede reden om dat wel te doen.

Alex Jones, welke internetgebruiker kent hem niet? Hij is bijzonder schreeuwerig, een vleugje vulgair en niet te beroerd bizarre verhalen de wereld in te helpen zonder die al te goed te controleren. Dit uiteraard in het kader van “check nooit leuke verhalen kapot”. Zo hielp hij geruchten de wereld in die erop neerkwamen dat er stoffen aan het water zouden zijn toegevoegd om kikkers homofiel te maken. Een ander spraakmakend verhaal kwam erop neer dat de Amerikaanse Democraten een pedofilie-ring hadden rond een pizzaketen.

Jones heeft een imperium opgebouwd dat beter wordt bekeken dan CNN. Hij past ook heel goed in de Amerikaanse geest waarin grote instellingen zoals de overheid en de gevestigde media sterk worden gewantrouwd. En terecht. CNN, MSNBC, FoxNews en hoe ze ook allemaal ook mogen heten zijn heel goed in het prepareren van nieuws voor hun achterban.

De tactiek van het selectief overschreeuwen van feiten en het doodzwijgen van andere is ontwikkeld door propagandaminister Jozef Goebbels van de NSDAP, en sindsdien wegens succes op een schaal toegepast waarvan Jozef Goebbels van 1933 tot 1945 alleen van zou kunnen dromen. Diverse onderzoeken die op internet te vinden zijn laten ook zien dat mensen die alleen maar deze nieuwszenders volgen voor hun nieuwsvoorziening minder weten over de wereld dan diegenen die deze zenders niet bekijken. Zo heeft het een negatief effect op het realiteitsbesef van de kijker.

De Amerikaanse nieuwszenders staan ten dienste van de aandeelhouders die op hun beurt weer een heel klein clubje ongekozen heersers vormen over de Amerikaanse bedrijven. In de politieke filosofie noemen we dit een “oligarchie”. De heerschappij van weinigen. Het is een gedegenereerde vorm van aristocratie, de heerschappij van de besten.

Nu is er een vlieg in de soep. En die vlieg heet Alex Jones. Hij mag dan gek zijn. Hij mag ook vulgair zijn en hij is zeker schreeuwerig, maar hij slaagt er ook in de Amerikanen aan het denken te zetten en een zeker domino-effect in gang te zetten waarin mensen dingen gaan afvragen over de realiteit om hun heen. En dat is nu net tegen het tegen het zere been van de oligarchie die de grote mediabedrijven bezit. Het verbannen van Alex Jones dient precies dit doel.

Over Facebook en Google valt ook nog wel het een en ander te vertellen. Naast dat het natuurlijk beide grote rampen qua privacy zijn is het ook zeer de moeite deze bedrijven te wantrouwen. Het zijn beide bedrijven die in hun opstartfase financieel zijn geholpen door een investeringsfonds genaamd In-Q-Tel. Dat namens de Amerikaanse inlichtingendiensten investeert zodat Amerika de strijd voor technologische dominantie wint en blijft winnen. Wat vanuit Amerikaans perspectief bekeken een vereiste is om de strijd om informatie te winnen. Mag Facebook weten dat u graag champignon-pizza eet? Natuurlijk. Maar bewustwording van het feit dat deze bedrijven ook andere meesters dan de adverteerders dienen is volgens mij wel noodzakelijk.

Facebook, Google, Apple en noem ze maar op willen noch dienen natuurlijk niet werkelijk de vrijheid van meningsuiting. Wat deze bedrijven vooral willen is dat consumenten braaf hun producten (en die van hun adverteerders) kopen. En daarna vooral hun mond houden en die wijze boodschap van MSNBC en CNN tot zich nemen zodat we allemaal de volgende oorlog van Amerika steunen.

Eigenlijk is er een hele makkelijke oplossing: verklaar sociale media platformen tot nutsvoorzieningen, zoals ook elektra, water en gas nutsvoorzieningen zijn. Waarin verschilt een Facebook-tijdlijn van een openbaar plein waarop mensen een zeepkist kunnen zetten en kunnen preken? Qua communicatie niet zo heel veel. Verplicht ze elke mening te publiceren die niet overduidelijk tegen de wet ingaat. Dan kunnen ze niet meer op eigen houtje mensen censureren en wordt de Amerikaanse oligarchie in het hart getroffen.

Posted on

Waarom is NRC een NAVO-krant?

NRC zegt in haar beginselprogramma de NAVO te steunen. Verklaart dit de heksenjacht op Nederlanders die een vreedzame co-existentie nastreven met Rusland? Wie zijn eigenlijk de financiers van NRC?

Toeval of niet. Drie dagen voordat minister Kajsa Ollongren het jachtseizoen opende op Russisch nepnieuws, verscheen in NRC een artikel waarin CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt beschuldigd werd van het verspreiden van Russische propaganda. Geheel ten onrechte, zoals later bleek, maar het gevolg was wel dat Omtzigt politiek kaltgestellt werd. Hij mocht niet langer namens zijn fractie het woord voeren over MH17. Tot grote teleurstelling van velen. Er was geen ander Kamerlid dat zich zo kritisch had getoond over de rol van het kabinet Rutte bij het boven krijgen van de onderste steen in het onderzoek naar de ramp met MH17.

Wilmer Heck
Wilmer Heck

De karaktermoord van NRC op Omtzigt staat niet op zichzelf. NRC publiceert sinds vorig jaar het ene na het andere artikel over ‘Russische beïnvloeding’. Nederlanders die een andere kijk hebben op MH17 of op andere aan Rusland gerelateerde onderwerpen krijgen vroeg of laat NRC-journalist Wilmer Heck op hun dak. Niet uit interesse voor hun ideeën, maar om uit te vissen met wie ze in contact staan en waar ze hun geld vandaan halen. De achterliggende gedachte hierbij lijkt steeds te zijn dat deze mensen optreden als doorgeefluik van Russische propaganda, zonder dat ze er zelf erg in hebben (de zogeheten ‘nuttige idioten’), of omdat het Kremlin ze er voor betaalt. Kortom: achter elke boom schuilt een Rus. Het is een vorm van paranoia die doet denken aan de donkere dagen van het Mccarthyisme in de VS, toen senator Joseph McCarthy een heksenjacht voerde op Amerikaanse burgers die hij verdacht van communistische activiteiten of sympathieën.

Het laatste slachtoffer in de kruistocht van NRC tegen ‘Russische beïnvloeding’ is De Andere Krant. Dit is een krant die in maart van dit jaar in een oplage van 50.000 exemplaren is verschenen, gratis is verspreid, is bekostigd uit donaties van lezers, tot doel heeft de ‘andere kant’ van het nieuws te belichten en waarvan de eerste editie geheel was gewijd aan het thema ‘Rusland’. Ik ben als auteur en eindredacteur betrokken geweest bij deze eerste editie van de krant. NRC zette meteen de aanval in. NRC-journalist Wilmer Heck oordeelde in zijn eerste artikel over De Andere Krant dat deze ‘pro-Russisch’ is. Geheel ten onrechte, zoals ik heb uitgelegd in mijn artikel ‘NRC op Russenjacht’. De komende nummers van De Andere Krant hebben niks met Rusland te maken, en in het eerste nummer wordt het land nergens opgehemeld.

Smadelijk artikel

Het was nog tot daaraan toe dat Heck De Andere Krant als ‘pro-Russisch’ framede. Zijn tweede artikel over De Andere Krant was ronduit smadelijk. Hij bracht in dit artikel de krant in verband met antisemitisme. Was dat omdat Heck antisemitische teksten had aangetroffen in De Andere Krant? Zeker niet. Geen spoor daarvan. Niks wat er in de verste verte ook maar in die richting wees. Heck schreef dit keer over één van de ruim 150 financiers van de krant, bioboer Hugo Jansen, die hoofdredacteur Sander Compagner had toegezegd financieel bij te springen in het geval er te weinig zou worden opgehaald aan donaties om de kosten van de krant te dekken (6000 euro). Heck onthulde dat deze Jansen onder pseudoniem op zijn eigen blog een strijd voert tegen wat hij noemt ‘de joodse elite’.

Het moet voor Heck een teleurstelling zijn geweest dat de borgsteller van De Andere Krant geen Rus was, en zelfs geen Nederlander die zich laat betalen door het Kremlin of zakelijke belangen heeft in Rusland. Maar gelukkig was het een persoon die zich ‘in antisemitische bewoordingen’ uitliet. Zo kon de ‘pro-Russische’ krant alsnog verdacht worden gemaakt. Het is dezelfde truc die Heck uithaalde met Omtzigt. Door de CDA-politicus in verband te brengen met iemand die zogenaamd niet deugde (een MH17-nepgetuige) werd de suggestie gewekt dat hij dan zelf ook wel niet zou deugen. Guilty by association.

NRC Ombudsman Sjoerd de Jong
NRC Ombudsman Sjoerd de Jong

Overigens was Jansen een roepende in de woestijn met zijn blog over ‘de joodse elite’. Door hem volop in de schijnwerpers te plaatsen heeft NRC ervoor gezorgd dat hij nu met zijn boodschap een veel groter publiek bereikt dan toen hij nog anoniem op zijn blog in de marge rommelde. Ik heb NRC Ombudsman Sjoerd de Jong gevraagd wat hij ervan vindt dat zijn krant een podium heeft geboden aan iemand die zich ‘in antisemitische bewoordingen’ uitlaat, compleet met een linkje naar diens blog.

Ik ontving van De Jong een vriendelijke en ook uitgebreide brief terug, maar op deze vraag heeft hij niet geantwoord. Ook niet op mijn vraag trouwens of de hoofdredactie had moeten nadenken over de consequenties voor Jansen. Wat als hem iets ernstigs overkomt? Zoals een aanslag op zijn leven? Zouden Heck en diens werkgever NRC zich hiervoor verantwoordelijk voelen? Aangezien de woonplaats van Jansen in het artikel staat vermeld, en hij enige lokale bekendheid geniet, is het voor kwaadwillenden een peulenschil hem te traceren.

Een klacht van mij over het artikel van Heck heb ik ter beoordeling voorgelegd aan de Raad voor de Journalistiek.

De Lange arm van Uncle Sam

Vanwaar die obsessie van NRC met ‘Russische beïnvloeding’? Het is toch inmiddels voor iedereen duidelijk dat minister Ollongren zelf doet wat ze Rusland verwijt? Haar verhaal over Russen die de publieke opinie in Nederland beïnvloeden was immers het grootste nepnieuws van 2017. Ze noemde als voorbeeld een Russische website die nepnieuws verspreidde over MH17. Heel Nederland heeft naar die website gezocht, maar niemand heeft deze gevonden. De minister noemde later nog een ander voorbeeld, een video op GeenStijl met gemaskerde mannen die dreigende taal uitten jegens de tegenstanders van het associatieakkoord met Oekraïne. Die video was weliswaar nep, maar het is het enige duidelijke voorbeeld van desinformatie in de Nederlandse media afkomstig uit Rusland (al dan niet mede mogelijk gemaakt door de Russische staat).

Vergelijk dit met de invloed die de VS uitoefenen op onze media en politiek. Is die niet vele malen groter? En zo ja, zou NRC daar niet beter een artikelenserie aan kunnen wijden? Ik heb deze vraag voorgelegd aan Wilmer Heck. Zijn antwoord: ‘Is er iemand die de lange arm van Uncle Sam in Nederland ontkent? Ik niet hoor. We zitten niet voor niets samen met de VS in de NAVO. Dat lijkt me geen geheim’.

Ik heb daarom zelf maar eens uitgezocht hoe het zit met de Amerikaanse invloed op de publieke opinie in Nederland. Zie mijn hoofdstuk ‘De Lange arm van Uncle Sam’ in het boek ‘Nepnieuwsexplosie‘. Of zie wat ik hierover gezegd heb in een interview bij Café Weltschmerz. In Nepnieuwsexplosie meld ik onder meer dat er bij NRC en andere landelijke media nogal wat journalisten rondlopen die ‘fellow’ zijn van het German Marshall Fund of the United States. Over de activiteiten van deze Atlantische lobbyclub, zie het boek ‘Gekochte journalisten‘, waarin de auteur, Udo Ulfkotte, uit eigen ervaring hierover vertelt.

Ook meld ik in het boek dat NRC zich indertijd ontdaan heeft van correspondent Jan van der Putten omdat die kritisch berichtte over de militaire dictatuur van Augusto Pinochet in Chili. Van der Putten ging met zijn kritiek in tegen ‘de Atlantische lijn’ van de krant, zo gaf toenmalig hoofdredacteur André Spoor hem te verstaan.

Steun aan de NAVO

Wat meer is: NRC verklaart in haar Beginselen dat zij de NAVO steunt.  ‘Vandaar dat wij de grondslagen van het Atlantisch bondgenootschap aanvaarden’, zo staat er te lezen. Zou het kunnen dat er een NAVO-agenda schuilgaat achter de heksenjacht op vermeende pro-Russische Nederlanders? Anders gezegd: Staat NRC zo vijandig tegenover Rusland en vermeende pro-Russen omdat de NAVO zo vijandig staat tegenover Rusland?

NRC zegt de NAVO te steunen, ‘niet om ideologische redenen’, maar vanuit het idee dat deze ‘vrede en veiligheid’ brengt. Zo staat in de Beginselen te lezen. Hoe geloofwaardig is dat nog?

De NAVO-aanval van 2011 op Libië stortte het land in chaos, wakkerde het terrorisme aan (ISIS kreeg voet aan wal) en zorgde voor een ongekende stroom vluchtelingen van Afrika naar Europa.

Het roekeloze gedrag van sommige NAVO-leden maakt Nederland er ook al niet veiliger op. Op 14 april 2018 voerden de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië een raketaanval uit op Syrië. Wat als er daarbij Russische doelen waren geraakt? Dan had Rusland wellicht gedaan wat het beloofd had te zullen doen: het uitschakelen van de lanceerinstallaties van de raketten. En dan was NAVO-artikel 5 in werking getreden: een aanval op één is een aanval op allen. Dan waren we in oorlog gekomen met Rusland. Hoe veilig zouden we dan zijn geweest als NAVO-partner? We hoeven ons geen illusies te maken over de Russische bommenwerpers die geregeld langs onze kustlijn vliegen. Die hebben zeker geen confetti en feestneuzen aan boord. De Russen weten ook wat wij weten: op de Noord-Brabantse vliegbasis Volkel liggen Amerikaanse kernbommen opgeslagen.

Het hele idee van NRC dat de NAVO garant staat voor onze vrede en veiligheid dateert uit een tijd dat er nog zoiets bestond als het ‘Rode Gevaar’. Dat gevaar hield op te bestaan in 1991, toen de Sovjet-Unie en het Warschau Pact implodeerden. Daarna hebben achtereenvolgens Boris Jeltsin en diens opvolger Vladimir Poetin de VS te kennen gegeven aansluiting te zoeken bij de NAVO. De uitgestoken hand van de Russen werd echter volledig genegeerd. De NAVO beantwoordde deze met uitbreiding van het aantal lidstaten tot aan de Russische grens en een bijbehorend propaganda-offensief over een Russische dreiging voor Europa.

Wie gelooft nog in het gevaar van Russische invasie? Diverse Nederlandse Ruslandkenners hebben het afgedaan als lariekoek, onder wie Derk Sauer, Alexander Münninghoff en Bas van der Plas. Dat we in Nederland een minister van Buitenlandse Zaken hadden, Halbe Zijlstra, die loog over Poetin die gezegd zou hebben te streven naar een ‘Groot Rusland’, maakt het gevaar van een Russische invasie voor de Baltische staten er niet geloofwaardiger op. Bij gebrek aan overtuigende feiten worden er letterlijk feiten verzonnen die alsnog moeten overtuigen.

Niettemin blijven politiek Den Haag en de landelijke media, NRC voorop, stug volhouden dat we ons tot op de tanden moeten wapenen omdat anders ‘de Russen’ komen. ‘Onze zwakte is Poetins kracht’, schreef onlangs nog NRC-columnist Bas Heijne. Dat alle NAVO-landen bij elkaar twaalf keer meer uitgeven aan bewapening dan Rusland wordt in dit soort berichtgeving stelselmatig buiten beschouwing gelaten. En ook dat het uiteindelijk Rusland is geweest dat in Syrië de strijd tegen ISIS en Al Qaida beslecht heeft.

Wie financiert NRC?

Vanwaar toch die stelselmatige demonisering van Rusland en de heksenjacht op landgenoten die streven naar een vreedzame co-existentie met Rusland? Als dat is vanwege de steun van NRC aan de NAVO, zoals vastgelegd in de Beginselen, dan kan de hoofdredactie die Beginselen toch herschrijven? Mits uiteraard de financiers van NRC haar die ruimte laten. Want wie zijn dat eigenlijk, die financiers? Nu is het algemeen bekend dat NRC en NRC Next worden uitgegeven door het Vlaamse concern Mediahuis, en dat de aandelen hiervan in handen zijn van Corelio, Concentra en VP exploitatie. Maar… wie zijn de eigenaren van deze bedrijven? Wie zijn de mensen achter de aandelen? Waar wonen ze? Wat zijn hun activiteiten en politieke overtuigingen? Horen daar misschien ook activiteiten en overtuigingen bij die zij liever verborgen houden voor de buitenwereld? Wilmer Heck vond in zijn onderzoek naar de ruim 150 donateurs van De Andere Krant iemand die anoniem blogde over ‘de joodse elite’. Wie weet wat sommige NRC-financiers uitvoeren in hun vrije tijd? Misschien zitten er wel satanisten tussen, kindermisbruikers, necrofielen of verzamelaars van nazi-uniformen. Ik laat dergelijk onderzoek graag over aan anderen. Ik voel mij daar namelijk teveel journalist voor. De overtuigingen en activiteiten van de NRC-eigenaren acht ik alleen van belang voor zover deze iets verklaren over de hoofdredactionele koers van de krant.

P.S.: NRC Ombudsman Sjoerd de Jong heeft een column gewijd aan de vragen die ik hem per brief heb gesteld over de steun van de krant aan de NAVO. Zijn reactie komt neer op: ‘NRC steunt de NAVO, in beginsel. Maar dat is iets anders dan salueren en in de houding springen.’

In een persoonlijke reactie op mijn brief heeft hij verder laten weten mijn kritiek niet te delen op de artikelen van Wilmer Heck over De Andere Krant.

En hoewel hij zich eerder kritisch uitliet over het artikel van Heck over Omtzigt, schrijft hij nu:

“Onweersproken is dat Omtzigt het (irrelevante) relaas van de man (‘MH17-nepgetuige’, EvdB) interessant genoeg vond voor een persoonlijk gesprek, daarna het initiatief nam spreektijd voor betrokkene aan te vragen, en hem een tekst souffleerde die opnieuw twijfel wekte aan de vastgestelde feiten rond de ramp. Dat roept vragen op over het beoordelingsvermogen van het Kamerlid, die in het artikel terecht aan de orde zijn gesteld.”

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

Sid Lukkassen: Samen kunnen we het fundament leggen van een Nieuwe Zuil!

Met zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’ wil publicist dr. Sid Lukkassen een stem geven aan de vele mensen in Nederland die nu nog niet gehoord worden.

Waar de mainstream media in de ban zijn van politieke correctheid en ideologische vooringenomenheid, wil Lukassen het rationale debat opzoeken, gericht op een realistische kijk op wat er speelt in de samenleving. Alles wat zich niet aan de ideeën van de weldenkende klasse conformeert wordt in de mainstream media gemakzuchtig afgedaan als irrationeel onderbuikgedoe, maar de rationele analyses die eronder liggen worden simpelweg genegeerd. Sid Lukkassen wil zich er voor inzetten om deze toch over het voetlicht te brengen om zo het publieke discours echt vooruit te brengen. En daar heeft hij uw steun voor nodig, in de vorm van een bijdrage aan de crowdfunding om dit project mogelijk te maken. Meer informatie daarover is te vinden op http://www.latenwekerkenbouwen.nl/crowdfunding/ 

In onderstaande videoboodschap licht Lukkassen zijn plannen toe:

Posted on

Thierry Baudet en de representatieve democratie

In het bevrijdingsweekend verscheen in de Telegraaf een uitgebreid interview met Thierry Baudet (FvD). Als we het interview destilleren komen we tot drie kernpunten, die licht werpen op de democratie in Nederland vandaag de dag:

  1. Kamerleden worden gerekruteerd op hun vermogen om onbewegelijk te blijven onder argumenten.
  2. Geen Kamerlid laat zich ooit overtuigen: alles is al “bedisseld” en dan slechts door een handvol centrale figuren. De rest van de Kamerleden is min of meer klapvee. Of, nog harder gesteld: stemvee.
  3. Zogezegd worden debatten gevoerd om zaken “opgehelderd” te krijgen. Echter de oppositie weet bij voorbaat dat de coalitie de regering zal steunen. De debatten die de oppositie aanzwengelt zijn dus feitelijk uitputtingsslagen, die worden gevoerd in de hoop dat iemand (in de coalitie) zich verspreekt.

Levenswijsheden ingeruild voor lobbyisme

Deze punten zijn – weliswaar op academische wijze – behandeld in mijn proefschrift De Democratie en haar Media. De drie punten zijn ook op een andere wijze te duiden: onderaan de streep blijkt helaas dat de ruimte om écht inhoudelijk van gedachten te wisselen zeer beperkt is. Vandaag is in de politiek geen ruimte meer om partijprogramma’s bij te schaven op basis van levenswijsheden en filosofische inzichten. Het zijn de belangen van lobbyisten die de politieke melodie bepalen: hierdoor is de politiek vandaag een plek van levensbeschouwelijke en ideologische leegheid.

Sid Lukkassen ~ De democratie en haar media

Vroeger was er nog zoiets als een zuil of een kerk, die op basis van een inhoudelijke visie de politiek kon bijsturen. Dit alles is vandaag echter opgelost in één overkoepelend globalistisch progressivisme, met binnenskamers een ons-kent-ons bestuurscultuur. Een debat om elkaar oprecht te overtuigen is tegen deze achtergrond onmogelijk: bij gebrek aan zuilen achter de partijen hebben spindoctors en managers van vluchtige indrukken de macht gegrepen. Een meetup van Jesse Klaver, om een voorbeeld te nemen, is feitelijk een exercitie in zenden door een populaire voorman. Politici worden tot stijliconen: esthetiek neemt het over van de inhoud. Dit is kenmerkend voor de alomvattende beeldcultuur die ik analyseerde in mijn proefschrift.

Argumenten pro- en contra

Evengoed kan men tegenwerpen dat een goed debat veronderstelt dat de partijen zich niet laten overtuigen. Deze wijze van redeneren stelt echter de ratio buiten werking: de politicus wordt dan een handpop van voorgegeven belangen. Met als gevolg dat het debat puur een showtje voor de bühne wordt. Ook toont deze opvatting minachting voor zowel het dualisme als de controlerende rol van gekozen volksvertegenwoordigers. Een fractievoorzitter van een coalitiepartij mag het debat niet ingaan met de onwankelbare mening dat de premier hoe dan ook gelijk heeft en dat hij de regering koste wat kost moet beschermen.

Men kan op de drie punten ook tegenwerpen dat partijen nu eenmaal vaste belangengroepen hebben als achterban, en dat die kiezers rechtstreeks vertegenwoordigd moeten worden.

Die opvatting van democratie gaat echter in tegen de filosofie van Edmund Burke: namelijk dat de gekozen volksvertegenwoordiger zijn rationele oordeelsvermogen nooit mag uitschakelen of laten gijzelen door een extern belang. Vandaag zien we in Groot Brittannië hoe Labour-politici nu clausules in de mediawetgeving bouwen die miljonairs beschermen tegen kritische journalisten. Denken in termen van louter belangen brengt parlementariërs namelijk tot de conclusie: ‘Ik kan niemand overtuigen – in het hele parlement is er maar een handjevol mensen met alle inside informatie. Dan laat ik mezelf maar inpalmen en fêteren door lobbyisten. Hopelijk ligt er voor mij dan een invloedrijke baan in het verschiet na mijn Kamerlidmaatschap waar ik wél impact kan maken.’

Onderwerp die handpoppen aan waarheidsvinding!

Als het uitgangspunt is dat je geen parlementariërs kunt overtuigen – omdat iedereen de handpop is van één of ander belang – dan nóg is overreding op basis van waarheidsvinding van grote importantie. Bij ieder politiek debat moet namelijk eerst worden vastgesteld wat precies het probleem is, voordat men kan bepalen wat voor de eigen achterban de beste omgang is met het probleem.

Een SP’er zal bijvoorbeeld de lijn uitdragen dat ontslagbescherming in het belang is van zijn kiezer. Maar een VVD’er kan vervolgens inbrengen dat een werkgever minder snel een werkloze zal aannemen, als hij moeilijk van deze persoon kan afkomen. Zodoende moet de politicus zich openstellen om de belangen van zijn achterban in een nieuw licht te zien. Een PVV’er kan vervolgens weer het punt maken dat mensen niet aan een gezin beginnen als er geen financiële zekerheid is, wat betekent dat een totale flexibilisering van de arbeidsmarkt een bevolkingsverandering versterkt.

Druk van de massa leidt tot slechte besluiten

Al deze argumenten zijn relevant en verdienen het om serieus genomen te worden op basis van waarheidsvinding, en niet op basis van louter retorica ofwel ‘een showtje voor de bühne’. Helaas betekent de praktijk van onze democratie dat het heroverwegen van een standpunt wordt geframed als zwakte. Dit betekent dat volharding in domheid en destructie dus meer loont dan ‘beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald’.

Democratieën drijven op kiezersdoelgroepen, en dus op groepsidentificatie wat leidt tot groepsdruk. Onder groepsdruk worden er ondoordachte besluiten doorgeramd die zijn gericht op de korte termijn. Daarin had Burke volkomen gelijk: het is een universeel bewezen feit van de geschiedenis dat het zelfstandig denkende individu betere beslissingen maakt dan mensenmassa’s. Vaak stond ik toen er een trein uitviel in een rumoerige massa te wachten op een vervangende bus. Terwijl ik op een app zag dat er ook een reguliere stadsbus naar de bestemming vertrok vanaf de andere kant van het station. “Al deze mensen kunnen er toch niet naast zitten?” dacht ik toen. Totdat ik als individu de proef op de som nam en naar de andere kant van het station liep. Daar nam ik in alle rust de lijnbus.

Moet visievorming in het parlement überhaupt meespelen?

Wat er over de conclusies van het interview met Baudet voorts nog beweerd kan worden, is dat ideologische overreding in de Tweede Kamer irrelevant zou zijn: visievorming zou namelijk al hebben plaatsgevonden in het maatschappelijk debat. Deze bewering mondt uit in twee belangrijke argumenten.

Ten eerste ben ik juist hierom bezig met de opbouw van een ‘Nieuwe Kerk’ – een nieuw levensbeschouwelijk huis van het Westen, waar verhalen uit de samenleving kunnen klinken die niet door managersjargon zijn besmet. Want de hele gang van zaken die überhaupt tot de oprichting van Forum voor Democratie leidde, is dat er in het maatschappelijke debat geen brood te verdienen is met visievorming op basis van realisme. Dit hangt weer samen met het linksliberale subsidiekartel, dat zo goed als alle betaalde talkshows, universiteiten en dagbladen beheerst. Precies hierom is het van belang dat lezers overwegen om mijn crowdfunding te steunen, om een tegenhanger te bieden.

Het tweede argument is dat Baudet in dat geval terecht redeneert (al zal hij dit niet letterlijk zo zeggen): “Ik kan al mijn energie opgebruiken om met mijn twee zetels achter ieder dossier aan te rennen en daar ons plasje over te doen. Maar omdat de maatschappelijke visievorming elders plaatsvindt, bereik ik daar weinig mee, buiten dat mijn achterban dan precies zal weten wat ik van ieder dossier vind. Mijn achterban weet echter al wat ik vind. Ik heb er meer aan om mezelf alvast te oriënteren op de toekomst en op de dossiers die zullen spelen zodra ik wél een meerderheid in de Kamer achter me kan krijgen – ook aan visievorming via boekpublicaties heb ik meer.”

Reflectie op Wilders en de PVV

Dit laat onverlet dat een andere aanpak op zijn plaats zou zijn wanneer FvD met twaalf of meer zetels in de Kamer komt. Met al deze overwegingen in het achterhoofd, is het tot slot interessant om nog kort te reflecteren op Geert Wilders.

De PVV speelt het parlementaire spel precies volgens de regels en doet mee in ieder debat. Hoewel de kiezer terecht waardering heeft voor deze plichtsbetrachting, steekt het systeem wel zo in elkaar dat de PVV-bevindingen niet terugkomen in de machinekamer van de macht. Naar verluid hebben topambtenaren zelfs geweigerd om de inbreng van de PVV in het coalitieakkoord uit te voeren, toen de PVV van 2010 tot 2012 deel was van een gedoogkabinet. De ministers en staatssecretarissen hebben dit destijds maar met de ‘mantel der liefde’ bedekt: de PVV trok haar eigen conclusies.

Tot besluit

Deze kennis maakt Baudets positie des te meer sympathiek. Het systeem is broken en in het interview komt hij daar openlijk voor uit. Hij zou zich wel helemaal kunnen identificeren met het parlementaire stelsel; daarmee zou hij echter ook verwachtingen opwekken die hij in het huidige systeem niet kán waarmaken – hij zou een agent of disillusion worden. Daarom is het goed dat hij wat mentale afstand tot het parlementswerk houdt.

De realiteit is namelijk dat een selecte groep de hoofdlijnen uitzet: de rest vangt de broodkruimels op die van de tafel vallen. Backbenchers brengen deze bijzaken onder tromgeroffel naar de achterban in de regio, in de hoop om zo weer herkozen te worden. Het is een trieste cyclus zonder uitweg. Dit is een mentale gevangenis waar Baudet met zijn intellectuele activiteiten aan ontsnapt.

Qua intellectuele activiteiten ben ik momenteel bezig met een crowdfunding, om de inhoudelijke discussies mogelijk te maken die in de politiek niet aan de orde zijn. Volg mijn project:

https://www.voordekunst.nl/index.php/projecten/7175-verhalen-uit-de-samenleving-1

Aanbieding: bibliotheek der democratie

Posted on

“Er zijn altijd alternatieve feiten voorhanden”

“‘Een beroep doen op de feiten’ is een morele of politieke handeling die met wetenschap niets van doen heeft. Zo’n beroep behelst immers onvermijdelijk een keuze uit een scala aan beschikbare feiten die niet op strikt wetenschappelijke gronden kan worden gerechtvaardigd”, schrijft hoogleraar sociologie aan de Katholieke Universiteit Leuven Dick Houtman in de jongste editie van Christen Democratische Verkenningen, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA.

“Er zijn immers altijd ook heus nog wel ‘alternatieve’ feiten voorhanden: feiten die men zelf ‘niet belangrijk’ vindt, of zelfs zo onaangenaam dat men hun bestaan maar liever helemaal verdringt om de roze levensbeschouwelijke bloemetjeswereld waarin men leeft intact te kunnen houden”, zo vervolgt de hoogleraar.

“Feiten zijn niet belangrijk of onbelangrijk; men kan ze alleen maar belangrijk vinden.” Hieruit volgt volgens de socioloog dat verschillende politieke en levensbeschouwelijke groepen, gevraagd naar de belangrijkste maatschappelijke problemen, op verschillende zaken wijzen: “Bij politiek rechts gaat het bijvoorbeeld om criminaliteit, misbruik van sociale voorzieningen, of overheidsbemoeienis met de inkomensverdeling, terwijl politiek links desgevraagd eerder wijst op intolerantie, racisme, of armoede.”

Het hele artikel is hier te lezen: Feiten? Welke feiten?!Over fact-based en fact-free politics (pdf)

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

Eric van de Beek bij Café Weltschmerz over Nepnieuwsexplosie

Onze medewerker Eric van de Beek was onlangs opnieuw te gast bij Café Weltschmerz, waar hij door Teun Gautier geïnterviewd werd naar aanleiding van het recent verschenen boek Nepnieuwsexplosie, waarover Van de Beek samen met communicatiewetenschapper Tabe Bergman de redactie voerde.

Nepnieuwsexplosie is een bundel artikelen over desinformatie in de Nederlandse media. In dit boek buigt een groep kritische journalisten en academici zich over de prangende vraag wat nepnieuws is en waar het vandaan komt. Aan de hand van onder meer de oorlog in Syrië, de ramp met vlucht MH17 en de doodgezwegen Amerikaanse invloed op de Nederlandse pers, tonen de auteurs dat het zogenaamde kwaliteitsnieuws keer op keer een vervormd beeld van de werkelijkheid geeft. Journalisten dienen, vaak zonder dat zij er zelf erg in hebben, de belangen van de politieke en economische elites – niet die van de gewone burger.

De bundel bevat bijdragen van onder andere Willy Van Damme, Stan van Houcke, Arnold Karskens en Cees Hamelink. Het boek is verschenen bij Uitgeverij De Blauwe Tijger:

Nepnieuwsexplosie ~ Tabe Bergman & Eric van de Beek (red.)