Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.

Posted on

Gelekt telefoongesprek: Oekraïne verbergt misdaden voor Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Oekraïne verbergt misdaden voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit blijkt uit een telefoongesprek dat eerder deze maand naar Novini is gelekt. In het gesprek spreekt een Oekraïense vertegenwoordiger bij het EHRM met een politieofficier uit Pokrovskij (Oekraïne, Donetsk Oblast). Ze bespreken hoe het beste kan worden omgegaan met een aangifte van een inwoner van Donetsk tegen de Oekraïense luchtmacht voor het bombarderen van haar huis in 2014.

Indien video niet verschijnt, klik op deze link

Gebombardeerd

Het telefoongesprek is naar Novini gelekt samen met een document (PDF) waarin een inwoonster van Donetsk, Antonina Maslova een klacht indient tegen de Oekraïense staat voor het bombarderen van haar huis in augustus 2014. Uit het document blijkt dat Maslova heeft gewezen op het overtreden van haar rechten door Oekraïne. Gebaseerd op de uitkomsten van een inspectie door het Onderzoeksdepartement van het Ministerie van Justitie van Oekraïne op 15 Augustus 2014, vraagt Maslova om een schadevergoeding.

In het bijbehorende telefoongesprek spreekt een officier van de politie (waarvan Novini de identiteit niet heeft kunnen achterhalen) met Margarita Sokorenko, vervangend hoofd van de Oekraïense vertegenwoordiging van strafzaken van het secretariaat van de staatscommissaris van het EHRM. De politiefunctionaris spreekt uit dat de politie alleen doet alsof ze de aangifte van Maslova hebben geregistreerd en wil vragen hoe de politie in de toekomst om moet gaan met dergelijke zaken. De officier vraagt zich af of het in de toekomst misschien beter is om dergelijke zaken toch te registreren maar wijst op de consequenties voor de leiding (van Oekraïne) en dat hij zulke dingen niet zal opschrijven. De agent zoekt naar een contactpersoon die kan helpen om te voorkomen dat dit soort zaken bij het EHRM terecht komen.

Donbass

Sokorenko stelt voor dat er wordt gesproken met de afgevaardigde van Oekraïne bij het EHRM te spreken en dat hij altijd bereid is over dergelijke zaken te spreken. Sokorenko legt ook uit dat soortgelijke zaken in het verleden veelal als onontvankelijk zijn verklaard en er wordt geprobeerd zulke zaken af te houden.

De politieofficier vertelt verder de mensen die in nog Donbass wonen (inclusief burgers) te beschouwen als separatisten en terroristen. Hij beschouwd hun klachten ook als het onterecht belasten van Oekraïne met die zaken en stelt ook dat Oekraïne niet verantwoordelijk is voor de situatie. Sokorenko antwoord: “Wij willen in geen enkel geval zeggen dat de verantwoordelijkheid ligt bij de kant van Oekraïne, dat wil zeggen dat wij… laten zien dat dat niet waar is.” Ook is ze ervan overtuigd dat haar afdeling en de politie een gemeenschappelijke taal zullen vinden over dit dossier.

Gesprek in het kort

Uit het gesprek spreekt een sterke weerzin om burgers te helpen die in niet door de Oekraïense overheid gecontroleerde gebieden wonen (DNR, LNR) te helpen als zij slachtoffer zijn geworden van de oorlog. Met name als zij of hun bezittingen doelwit zijn geworden van het Oekraïense leger. Er wordt gepoogd om de gevoelige zaken weg te houden van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens omdat dit onvoordelig is voor Oekraïne. Ook is de vertegenwoordigster bij het EHRM en haar Oekraïense leiding bereid te adviseren hoe om moet worden gegaan met dit delicate vraagstuk.

Het volledige gesprek is hier te beluisteren. Het gesprek is door Novini van ondertiteling voorzien. Om privacyredenen heeft Novini besloten het telefoonnummer te verwijderen. De stem van de politieofficier die  afkomstig zou zijn uit Pokrovskij is niet door Novini bevestigd. Wel komt de stem van Sokorenko overeen met andere opnames van haar.

Technische analyse opname

De geluidsopname van het gesprek is door middel van spectrumanalyse gecontroleerd. Een aantal dingen die hier in het oog springen zijn:

  • Een geluidloze pauze elke 8,2 seconden,
  • Een verschil in het ruisniveau tussen wanneer de man spreekt in vergelijking met wanneer de vrouw spreekt,
  • Het gesprek is afgekapt op een frequentie van 5kHz. Doorgaans is het gebruikelijk dat, in ieder geval bij mobiele telefoongesprekken, de frequentie is begrenst tot 4kHz,
  • Er een scherpe cutoff-frequentie is bij 5kHz, er zijn geen pieken te zien hoewel dit gebruikelijk is.

Mogelijke verklaringen zijn dat de geluidloze pauze het resultaat is van langzame opname-hardware. Voor de scherpe begrenzing is geen duidelijke verklaring, maar dit kan te maken hebben met het post-processen van de software die het gesprek bijvoorbeeld onder de video heeft gezet. Het lagere geluidsniveau als de vrouw spreekt lijkt vreemd, maar dit suggereert niet meer dan dat er twee kanalen waren waaruit het gesprek voortkomt (zoals te verwachten is bij een telefoongesprek). Hoewel Novini niet over de expertise beschikt om onomstotelijk vast te stellen waardoor deze bijzonderheden zijn ontstaan, zijn er geen evidente aanwijzingen gevonden dat het gesprek is bewerkt.

Reacties

Novini heeft zowel het EHRM en Margarita Sokorenko om een reactie gevraagd. Beiden hebben niet gereageerd op de vragen van Novini.

Posted on

Oekraïne en Hongarije in de clinch over taalwet

Een wet die de Oekraïense taal verplicht stelt in Oekraïense scholen leidt tot spanningen tussen Oekraïne en Hongarije. De wet regelt dat, naast de Russische, ook de Hongaarse minderheid onderwijs in het Oekraïens moet volgen in plaats van in hun moedertaal. Er wordt openlijk gesproken over het opleggen van een inreisverbod voor Oekraïne voor de Hongaarse minister die zich met het dossier moet bezighouden. Ook is er sprake van het stationeren van een extra bataljon militairen nabij de Hongaarse grens.

Het onderwerp van het geschil is een Oekraïense taalwet die eerder dit jaar is aangenomen. Waar het voor etnische minderheden voorheen mogelijk was onderwijs in eigen taal te ontvangen als tien procent van de lokale bevolking die taal sprak, is de drempel nu verhoogd naar 33% van de plaatselijke bevolking. Hoewel de moedertaal nog wel geleerd kan worden op school, worden vakken als wiskunde en geschiedenis gegeven in het Oekraïens.

Eind vorige maand heeft de Hongaarse minister voor Buitenlandse Zaken Peter Szijjarto in een interview verklaard:

“Volgens internationale regelgeving kunnen aan nationale minderheden geen rechten worden ontnomen die hen al zijn toegekend (…) In een vorige wet stond dat als een minderheid 10% van de bevolking uitmaakte van een regio, dat betekende dat die taal één van de officiële talen werd van het dorp, de stad, het district of de plaats waar de leden van de minderheid de meerderheid vormden van een lokale bevolking. (…) De nieuwe wetgeving verhoogt dat naar 33% van de bevolking. Natuurlijk zullen wij ons verzetten tegen zulke veranderingen.”

Oekraïne beschouwt dit als inmenging van Hongarije in de binnenlandse aangelegenheden van Oekraïne. Des te meer daar Hongarije bekend heeft gemaakt een ministerspost te zullen creëren die gewijd is aan de ontwikkeling van Transkarpatië, het Oekraïense gebied met een grote Hongaarse minderheid grenzend aan de Hongaarse grens. Er werd door Oekraïne bekend gemaakt dat de Hongaarse minister een inreisverbod kan krijgen voor Oekraïne indien geen uitleg zal worden gegeven aan Oekraïne over de situatie. Tevens kwam op dezelfde dag nieuws naar buiten over een gesprek tussen Oekraïense minister van Defensie Stepan Poltorak en de gouverneur van Transkarpatië over het mogelijk stationeren van een extra bataljon militairen in de provincie.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Oekraïne legde er de nadruk op dat de opmerkingen van de Hongaarse premier Viktor Orbán over de Europese integratie en NAVO-aspiraties van Oekraïne onacceptabel zijn omdat ze af zouden wijken van het beleid van de EU en zouden doen denken aan de benadering van een agressor. Hongarije heeft vanwege de kwestie reeds de totstandkoming van enkele gezamenlijke initiatieven van Oekraïne en de NAVO tegengewerkt en besloten de Europese integratie van Oekraïne voorlopig niet te ondersteunen.

Hongarije reageerde met een verklaring dat “Oekraïne faalde om vooruitgang te maken met het toetreden tot de EU en NAVO door haar eigen schuld (…) Hongarije heeft er niets mee te maken.” Verder reageerde de pas aangestelde Hongaarse afgevaardigde voor Transkarpatië op insinuaties over zijn functie vanuit Kiev met te zeggen: “Er is geen enkele grond voor beschuldigingen (van separatisme, red.). Er zijn geen verholen separatistische bedoelingen Het doel is slecht het ondersteunen van mensen die in Transkarpatië wonen ongeacht hun nationaliteit.”

De controversiële nieuwe taalwet is niet alleen door Hongarije, maar ook door Roemenië en Rusland bekritiseerd, alsmede door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa. Oekraïne stelt dat de wet bedoeld is om de kansen van de nationale minderheden te vergroten door ze Oekraïens te leren op school. Ook wil Oekraïne met de taalwet de invloed van Rusland op Oekraïne verminderen. Rusland beschouwt de taalwet als discriminerend. De parlementaire vergadering van de Raad van Europa nam een resolutie waarin onder andere gesteld wordt dat de wet “geen gepaste balans heeft tussen de officiële staatstaal en de talen van de nationale minderheden. (…) In het bijzonder betekent de wet een sterke beperking van de rechten als voorheen toegekend aan de ‘nationale minderheden’ aangaande hun eigen onderwijstaal.”

Oekraïne kent diverse grote etnische minderheden, doordat de Oekraïense staat relatief jong is en de grenzen tussen diverse staten in dit gebied historisch herhaaldelijk verlegd zijn. De Hongaarse minderheid in Oekraïne is vooral gevestigd in Transkarpatië, dat van 896 tot 1918 deel van Hongarije was.

Posted on

De Soros-machine

Het Franse liberaal-conservatieve weekblad Valeurs Actuelles bracht de afgelopen week een dossier over de Amerikaanse oligarch George Soros, met daarin een aantal artikels over politieke opvattingen van Soros en zijn rol in de ondersteuning van islamisme en immigratie naar Europa. Dit onder de titel ‘de miljardair die samenzweert tegen Frankrijk’ een krachtige kop met als doel nieuwsgierige lezers te lokken. Soros heeft overigens een moeizaam verleden met Frankrijk, tijdens zijn werk als speculant op de geldmarkt werd hij in 2005 in Hoger Beroep in het land definitief veroordeeld voor handelen met voorkennis. Zijn enorme fortuin dat hij met speculatie op verschillende markten heeft vergaard, schatte men op 8 miljard dollar nadat hij in oktober 2017 een groot deel van zijn geld (18 miljard) naar zijn Open Society Foundations (OSF) overboekte.

Over speculatie gaat het dossier dus niet, het heeft betrekking op wat er precies met het geld van het OSF gebeurt en vooral de rol van inmenging in interne politieke aangelegenheden van Europese landen. George Soros gebruikt de organisaties zonder winstoogmerk naar eigen schrijven omdat “NGO’s een onderwerp zijn waarmee de politiek zich niet bemoeit”. Evenwel is hij een graag geziene gast bij beleidsmakers van de Europese Unie en droomt van een wereld zonder grenzen, die wordt bestuurd door de economie en niet door de politiek. Een voorbeeld van het hand in hand gaan van de activiteiten van zijn NGO’s en zijn handelsgeest komt uit Oekraïne. Daar steunde Soros de oppositie tijdens de staatsgreep van 2014 en heeft vervolgens grote invloed binnen het energiebedrijf Naftogaz verworven, dat momenteel op het punt staat om te worden geprivatiseerd.

In het artikel ‘de activist voor massa-immigratie en islamisme’, heeft het tijdschrift uitgezocht dat er in Europa 5 grote programma’s lopen voor steun aan migranten en tegen racisme en islamofobie, met daarachter een complexe stroom van gelden naar onder andere islamitische en extreemlinkse organisaties. Dit past bij de opvattingen van Soros dat Europa 1 miljoen immigranten per jaar moet binnenlaten, lichtere straffen voor misdaden begaan door immigranten, grenzen moeten verdwijnen, sancties voor landen die geen migranten opnemen en het wegvegen van de westerse identiteit. Ook opvallend is zijn steun voor euthanasie en abortus in bepaalde landen. Zo richt hij zich specifiek op Ierland, door hem aangeduid als katholiek en conservatief land, waar de pro-abortus groeperingen worden ondersteund. De gedachte is hierbij dat als dit land zijn beleid hierop wijzigt dit een impact zal hebben op andere katholieke landen zoals Polen.

Inmiddels is er al enige tijd en zelfs in de Europese Unie sprake van tegenwerking, Zo heeft de Hongaarse regering wetgeving ingevoerd om dergelijke organisaties met externe geldinjecties voor 25 procent te belasten en daarnaast hun rol gepolitiseerd en onderdeel van het publieke debat gemaakt (zoals bij de laatste verkiezingen). Kortom, een interessant dossier dat nog maar de oppervlakte raakt en gezien de miljoenen aan geldstromen en de druk van de OSF op regeringen om intern het beleid te veranderen een noodzakelijk journalistiek onderwerp dat verdere uitdieping behoeft.

Lees ook:

Posted on

Hongarije: Onderwijswet Oekraïne schendt Associatieverdrag

Hongarije wil dat de Europese Unie de associatie met Oekraïne tegen het licht houdt, nu Kiev een nieuwe onderwijswet heeft aangenomen die secundair onderwijs in minderheidstalen uitsluit.

Op 5 september jongstleden nam Oekraïne een wetsvoorstel aan dat voorschrijft dat secundair onderwijs alleen in het Oekraïens gegeven mag worden. Volgens Kiev is dit bedoeld om minderheden beter te integreren.

De wet leidde tot protest van Rusland, dat stelde dat de wet de belangen van de miljoenen Russischtaligen in Oekraïne schaadt. Ook Hongarije en Roemenië veroordeelden de nieuwe onderwijswet. De Roemeense president gelastte uit protest zijn geplande bezoek aan Oekraïne af.

Nu het protest van de Hongaarse en andere regeringen nog niet tot het gewenste effect heeft geleid, kondigde de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó maandagavond laat in een verklaring aan dat hij de kwestie op de agenda zal zetten op de top van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie volgende week.

De onderwijswet schendt het associatieverdrag dat gesloten is tussen de EU en Oekraïne, derhalve zal ik komende maandag op een vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken in Luxemburg voorstellen dat het Associatieverdrag tegen het licht gehouden wordt”, aldus Szijártó.

Szijártó stelde verder te verwachten dat de EU optreedt tegen Oekraïne vanwege de nieuwe wet. De Oekraïense president Petro Porosjenko spreekt vandaag overigens een plenaire zitting van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa toe, waar de onderwijswet ook een punt op de agenda is.

In een regio waar de grenzen eeuwenlang sterk gefluctueerd hebben, ligt de kwestie van taalrechten voor minderheden zeer gevoelig. Zeker 40 procent van de Oekraïense bevolking spreekt thuis Russisch, daarnaast kent Oekraïne onder andere Hongaarse, Roemeense, Rutheense, Moldavische, Poolse, Duitse, Bulgaarse, Gagaoezische, Turkse, Griekse en Armeense minderheden, die vooral geconcentreerd zijn in het westen van het land in regio’s als Transkarpatië, de Boekovina en de Boedzjak.

Posted on

Zweedse pro-life verloskundige naar Europees Mensenrechtenhof vanwege discriminatie

Een verloskundige die in Zweden herhaaldelijk werk geweigerd is vanwege haar bezwaar tegen abortus heeft ten einde raad besloten recht te zoeken bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg.

Ellinor Grimmark weigert abortussen uit te voeren onder verwijzing naar haar christelijke geloofsovertuiging. Naar eigen zeggen is ze hierom door diverse klinieken gediscrimineerd.

De zaak heeft tot een fel debat geleid in Zweden, dat een van de hoogste abortuscijfers van Europa heeft, waarbij de verloskundige ook persoonlijk aangevallen is.

Nadat zowel de kantonrechter als Zwedens anti-discriminatie-autoriteit in Grimmarks nadeel besloten, oordeelde deze week het Arbeidshof dat ze niet gediscrimineerd was toen haar een baan als verloskundige geweigerd werd.

“Het Arbeidshof heeft geen onderzoek gedaan naar het recht van gewetensvrijheid volgens het internationaal recht of het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens”, aldus haar advocaat Ruth Nordstrom in een verklaring. “We hebben nu besloten om de zaak door te zetten naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens”, aldus Nordstrom tegenover persbureau AFP.

Grimmark zijn sinds 2013 banen geweigerd bij diverse klinieken, omdat ze weigert abortussen uit te voeren en dit niet onder stoelen of banken stak. In één geval werd ze eerst aangenomen en werd het contract kort daarna ingetrokken. Het Arbeidshof oordeelde echter dat de gemeente Jönköping Grimmark niet weigerde vanwege haar geloof, maar omdat ze bepaalde taken die vereist werden niet wilde uitvoeren.

Posted on

Wetsvoorstel beoogt minderheidstalen Oekraïne uit te vagen

Een verdere wettelijke verscherping van de omgang van Kiev met de etnische minderheden in de Oekraïne dreigt, zo meldt de Hongaarstalige nieuwssite KárpátHír. Het gaat om een wetsvoorstel van 33 parlementsleden uit verschillende fracties, dat onlangs werd ingediend. Het wetsvoorstel wil het gebruik van de Oekraïense taal verplichten op alle politieke niveaus, tot aan het gemeentebestuur en de wijkraden toe.

Er is zelfs sprake van om dit niet alleen te beperken tot ambtenaren en (lokale) politici, maar ook de pers ertoe te verplichten al hun publicaties in de Oekraïense taal uit te voeren. Websites die in andere talen, zoals Russisch, Hongaars, Pools en Roemeens, berichten, kunnen gedwongen worden, al hun kopij eveneens in het Oekraïens uit te voeren. Ook televisie- en radiouitzendingen zouden in het Oekraïens uitgezonden moeten worden.

Maar dat is nog niet alles. Het wetsvoorstel bevat zelfs een bepaling over het culturele leven van de minderheden. Zo zou bij toneelstukken en dergelijke van minderheden aan de rand van het toneel een tolk de uitvoering simultaan in het Oekraïens moeten vertalen.

Het wetsvoorstel zou ook een massieve inbreuk in het onderwijssysteem betekenen. Van de kleuterschool tot de universiteit zou uitsluitend de Oekraïense taal toegestaan zijn. Kinderen van minderheden zouden een theoretische mogelijkheid hebben om facultatief hun moedertaal te leren, maar dan alleen op de basisschool. In het voortgezet onderwijs is er sprake van een absolute voorrang van de Oekraïense taal.

De 33 parlementsleden voorzien verder een in het leven te roepen ‘taalpolitie’. Taalcontroleurs zouden de uitvoering van de wet moeten bewaken. Bij overtredingen van de wet zouden die boetes van 3400 tot 8500 Hrivna (zo’n 100 à 300 euro) op kunnen leggen. Zware gevallen zouden tot strafrechtelijke vervolging kunnen leiden.

Het Oekraïense grondwettelijk hof zou reeds deze week over het lot van de bestaande taalwet kunnen beslissen, die de regionale status voor de Oekraïne levende minderheden garandeert. De bestaande taalwet stamt nog van voor de staatsgreep in het kielzog van de zogenaamde Euromaidan. Direct na de staatsgreep werd door het Oekraïense parlement reeds, in afwezigheid van een aanzienlijk deel van de leden, reeds een wet aangenomen die de bestaande taalwet introk. Dit leidde echter tot verontrustte reacties van de Raad van Europa, de OVSE en de ministers van Buitenlandse Zaken van landen zoals Polen en Roemenië. Ook was de intrekking van de taalrechten een van de motieven voor de secessie van de Krim. Waarnemend president Oleksandr Toertsjinov besloot vervolgens onder druk van binnenlandse weerstand en de internationale gemeenschap om de wet die de bestaande taalwet introk niet te ondertekenen tot het parlement een vervangende wet aangenomen heeft.

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.

Posted on

Waarom is Freedom House zo negatief over de staat van de Hongaarse democratie?

De Amerikaanse ‘non-gouvernementele organisatie’ Freedom House heeft onlangs de nieuwe editie van haar rapport ‘Nations in Transit’ uitgebracht, een jaarlijks rapport waarin de mate van democratische bestuur in post-communistische landen in Midden- en Oost-Europa en Eurazië besproken wordt. De Hongaarse democratie is daarin afgezwakt van ‘geconsolideerd’ naar ‘semi-geconsolideerd’. Uit het rapport wordt niet duidelijk wat de reden is voor deze lagere waardering.

De inschaling van de Hongaarse democratie door Freedom House is des te vreemder wanneer men ziet dat daags voor publicatie van het ‘Nations in Transit’-rapport, de Raad van Europa – ooit een vooraanstaand criticus van de Hongaarse ontwikkelingen – een resolutie aannam waarin staat dat het niet langer nodig is de Hongaarse democratie officieel te monitoren.

Staatssecretaris Zoltán Kovács ziet de reden voor het slechte rapportcijfer dat Hongarije van Freedom House krijgt in de eenzijdigheid van hun bronnen.
Staatssecretaris Zoltán Kovács ziet de oorzaak voor het slechte rapportcijfer dat Hongarije van Freedom House krijgt in de eenzijdigheid van hun bronnen.

Regeringswoordvoerder Zoltán Kovács wijst er verder op dat er diverse gênante feitelijke onjuistheden in het rapport van Freedom House staan, zo beschikt de Hongaarse regering al sinds het najaar van 2014 niet meer over een twee derde meerderheid in het parlement. Eerder zette de Hongaarse minister van Justitie al uiteen wat er niet klopt aan de gangbare kritiek op de Hongaarse democratie.

Waarom houdt Freedom House vast aan dit onjuiste beeld? Kovács ziet de oorzaak in de eenzijdigheid van de door Freedom House gebruikte bronnen.

“In 2006 kreeg de Hongaarse democratie de hoogste waardering [van Freedom House, red.]. Het jaar 2006 was een kantelpunt in de Hongaarse democratie. Het was het jaar waarin op band werd opgenomen hoe de socialistische premier Gyurcsány toegaf de kiezers ‘dag en nacht’ voorgelogen te hebben, de cijfers over Hongarijes economische prestatie vals weergegeven te hebben, om herkozen te worden. Dit leidde tot massale protesten. Vreedzame demonstranten werden wreed uiteengeslagen door de politie. Demonstranten, waaronder oppositiepolitici werden in hechtenis genomen voor langere periodes dan de wet toestond, onder gezochte beschuldigingen. Negen jaar later lijkt het misschien lang geleden, maar de gebeurtenissen van 2006 hebben het Hongaarse politieke en democratische landschap voorgoed veranderd. Deze gebeurtenissen waren voor Freedom House echter geen aanleiding om de waardering van de Hongaarse democratie te verlagen. Ze leken het nauwelijks op te merken.”

Enig graafwerk leert dan ook dat Freedom House inzake Hongarije uitsluitend geïnformeerd wordt door mensen die verbonden zijn aan de linkse partijen die van 2002 tot 2010 deel uitmaakten van de regering en nu in de oppositie zitten. Velen van hen staan ook in direct verband met de door de steenrijke speculant George Soros gefinancierde Centraal Europese Universiteit en het Open Society Institute. De auteur van het hoofdstuk over Hongarije heeft weliswaar een Hongaarse achternaam, maar het gaat om een in Australië woonachtige, verder onbekende, promovendus.

Zo bezien mag het niet verwonderen dat het rapport er zo uit ziet en er geen duidelijk aanwijsbare reden lijkt te zijn voor de afwaardering. Er is geen sprake van een poging om een objectief beeld te verkrijgen door evenwichtige informatiegaring. Freedom House laat zich inzake Hongarije eenzijdig voeden door een groep mensen met een evidente politieke agenda.

Posted on

Bespiegelingen in Washington

Capitool Washington

Zo doordacht en systematisch de internationale, seculiere homobeweging is georganiseerd, zo onbeholpen en ongestructureerd zijn de internationale netwerken van christenen die actief zijn in het publieke domein. Zo heeft het COC een internationaal vertakt netwerk, dat planmatig lobbyt bij de VN, de OVSE, de Raad van Europa, maar ook bij het Amerikaanse Congres en de Afrikaanse Commissie. Daar steken christelijke netwerken mager bij af. Sterker: hier laten zij veel kansen onbenut.

Wie even de moeite neemt om op zoek te gaan naar de talloze doorwrochte rapporten van Amerikaanse, christelijke denktanks staat versteld van de informatie die hier ligt opgeslagen op het terrein van het huwelijk, gezin, levensbescherming, etc. Nog verbazingwekkender is het, dat bijvoorbeeld Europese christenpolitici hier nauwelijks uit putten. Eigenlijk is dit pas goed tot mij doorgedrongen toen christenpolitici in Nederland en andere Europese landen werden gedwongen te debatteren over de consequenties van adoptie door homoparen. In de VS is hierover veel materiaal beschikbaar, wat door ons nauwelijks ontsloten en benut wordt.

Hoewel de mogelijkheden voor kennisuitwisseling en persoonlijk contact vandaag groter zijn ooit, krijg je de indruk dat leidende christenen uit het negentiende-eeuwse Reveil serieuzer gebruik maakten van hun contacten met buitenlandse geestverwanten dan wij.
Ook binnen de boezem van de SGP is deze tekortkoming gesignaleerd. Om die reden is in het laatste jaarplan van deze partij opgenomen, dat er een grondige inventarisatie moet komen van bestaande relevante internationale christelijke netwerken. Vervolgens dient bezien te worden hoe aan deze netwerken vruchtbaar kan worden deelgenomen.

Verbinding
Gelukkig hoeven we niet helemaal bij nul te beginnen. Het ‘Transatlantic Christian Council’ (TCC) wil Europese en Amerikaanse christenen en conservatieven verbinden in een netwerk met als doel het overheidsbeleid in christelijk-conservatieve zin te beïnvloeden. In dat licht organiseerde zij onlangs in Washington een congres waarbij politici en leiders van denktanks uit vele landen met elkaar nadenken over de vrijheid van godsdienst in samenlevingen die steeds meer worden gedomineerd door seculiere meerderheidsopvattingen. Nog belangrijker dan deze bezinning zijn echter de concrete voornemens om de vele christelijke denktanks in zowel de VS als in Europa te verenigen in een trans-Atlantisch netwerk. Het ideaal is om vanuit het christelijk geloof en vanuit christelijke waarden en deugden het maatschappelijk middenveld weer vitaal te maken en zo de westerse cultuur opnieuw te voorzien van een moreel fundament. Een fundament dat het liberalisme nimmer kan bieden.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Zonder twijfel een verreikend streven. Het zal niet meevallen in deze streng geseculariseerde tijd. ‘Er is enkel de strijd om te heroveren wat verloren ging, gevonden werd, en weer verloren, telkens opnieuw; en nu in omstandigheden, die ongunstig lijken’ (T.S. Eliot).
De SGP vindt het de moeite waard om haar steentje hieraan bij te dragen. Het zou goed zijn als het CDA, dat opnieuw het maatschappelijk middenveld lijkt te hebben ontdekt, maar ook de ChristenUnie deze handschoen zouden oppakken. Zo ligt het voor de hand dat de wetenschappelijke bureaus van de christelijke partijen gaan participeren in dit netwerk en hun agenda’s op elkaar afstemmen. Maar ik zie ook kansen voor de Kamerfracties. Een doordachte en succesvolle motie op het terrein van het gezin, zou niet alleen zijn werk kunnen doen in de Tweede Kamer, maar ook in de Amerikaanse politiek. Laten we profiteren van elkaars creativiteit en kennis delen. Op hoop van zegen!

Christofobie
Het congres dat werd georganiseerd door het TCC was inhoudelijk zeer de moeite waard. Zowel in de VS als in Europa zijn seculiere politici en media laks als het gaat om het aan de kaak stellen van christenvervolging in grote delen van de wereld. Dit werd door zowel Europese (Rocco Buttiglione) als door Amerikaanse politici (Frank Wolf, lid van het US-Congress) in stevige bewoordingen vastgesteld tijdens het congres. Zij spraken zelfs van christianofobie.
Ik vroeg Buttiglione waar die christianofobie van seculieren toch vandaan komt. Zijn antwoord was: ze schamen zich voor ons. Ze kunnen zich gewoon niet voorstellen dat christenen zo dom zijn om zich te laten discrimineren en vervolgen vanwege hun geloof. Ze begrijpen daar niets van en ze vinden het gênant om daarvoor openlijk op te komen.

Dit vond ik verrassend. Het impliceert dat christenen nog beter moeten uitleggen wat geloof voor hen omvat en dat het hun leven doortrekt. Ze zullen moeten kunnen uitleggen wat het betekent dat Christus hun leven ís. Nu weet ik wel dat we hiermee de weerstand tegen christenen niet helemaal wegnemen. Zoals Christus werd gehaat, zullen Zijn volgelingen worden gehaat. Maar verantwoording afleggen van je geloof blijft geboden.

Beoefening
Zoals gezegd zijn er initiatieven om leidende christenen uit de VS en Europa in een netwerk bijeen te brengen en krachten te bundelen. Het is niet goed als dit een westers onderonsje blijft. In Azië en Afrika groeit het christendom. Wat kunnen wij van hen leren als het gaat om de confrontatie met andersdenkenden? Waarin slagen zij waar wij falen? De relatief jonge kerken in Afrika en Azië kennen meer lenigheid en flexibiliteit ten opzichte van de omringende cultuur dan de oude, gevestigde kerken in Europa. Maar er moet méér van hen te leren zijn.

Een vervolgvraag is hoe christenpolitici het meest effectief opkomen voor de vrijheid van christenen. Amerikaanse christenpolitici strijden voluit voor vrijheid voor ieder geloof: islam, hindoeïsme, christendom, etc. Dit vind ik lastig. Moet de overheid geen onderscheid maken tussen verschillende godsdiensten? Mag zij – als dienares van God – waarheid en leugen over één kam scheren? Of mogen christenpolitici in het publieke domein voluit de godsdienstvrijheid van een ieder verdedigen en de waarheidsclaim aan het domein van de kerk overlaten? Dit zal een worsteling blijven en ik hoop dat we die worsteling nooit helemaal passeren.

Sprekend over de rol van religie in het publieke leven blijft één ding voorop staan. Christenen moeten voorkomen dat bespiegeling het wint van beoefening. We hebben mensen nodig die het onder een kopje koffie over de liefde van Christus kunnen hebben. Daar kan geen Kamerzetel van CDA, CU of SGP tegenop.