Posted on

‘Locked and loaded’ – Bolton is weg, maar zijn geest waart nog door Witte Huis

Bolton mag dan weg zijn uit de West Wing, maar zijn geest waart er nog rond schrijft de Amerikaanse paleoconservatieve publicist Pat Buchanan. Dat blijkt wel uit het feit dat de Amerikaanse regering prompt Iran beschuldigde na de aanval op Saoedische oliefaciliteiten. 

“Iran heeft een ongeziene aanval uitgevoerd op de energievoorraad van de wereld”, zo verklaarde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo. Pompeo zette Amerika’s geloofwaardigheid op het spel door Iran te beschuldigen van een verwoestende aanval op Saoedische oliefaciliteiten die de halve olieproductie van het land tot stilstand bracht, 5,7 miljoen vaten per dag.

“Locked and loaded”

Afgelopen zondag identificeerde president Donald Trump Iran weliswaar niet als de aanvaller, maar leek hij in een tweet zijn minister wel bij te vallen: “Er is reden om aan te nemen dat we de dader kennen. We zijn locked and loaded afhankelijk van verificatie, maar wachten op bericht van het koninkrijk [Saoedi-Arabië] over wie zij menen dat er achter de aanval zat en wat we vervolgens zullen doen!”

Houthi-rebellen gebruikten al eerder drones

De Houthi-rebellen uit Jemen, die al vier jaar in gevechten verwikkeld zijn met Saoedi-Arabië en al eerder drones gebruikten om aanvallen uit te voeren op een Saoedische luchthaven en andere oliefaciliteiten, stellen dat zij 10 drones de lucht in stuurden vanaf 500 kilometer op de aanvallen uit te voeren als wraakoefening voor Saoedische luchtbombardementen en raketaanvallen.

“Maximale misleiding”

Pompeo wees dit van de hand: “Er is geen bewijs dat de aanvallen uit Jemen kwamen.” Maar terwijl de Houthi’s de aanval opeisen, ontkent Iran iedere verantwoordelijkheid. De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif zegt over Pompeo’s beschuldiging, dat de VS simpelweg een beleid van ‘maximale druk’ vervangen heeft door een beleid van ‘maximale misleiding’. Teheran zegt kortom dat Washington liegt.

Casus belli

En een directe aanval op Saoedi-Arabië door Iran, een soort Pearl Harbor-achtige verrassingsaanval op de cruciale olieproductiefaciliteiten van de Saoedi’s, zou een casus belli zijn voor Saoedi-Arabië. Dit zou leiden tot een oorlog rond de Perzische Golf, waaraan de VS wel zou moeten deelnemen. Dat Teheran achter de aanval van zaterdag zou zitten, zou ingaan tegen het Iraanse beleid sinds de VS zich terugtrok uit het atoomakkoord. Dat beleid was om een militaire confrontatie met de VS te vermijden en te streven naar een afgepaste reactie op verzwarende Amerikaanse sancties.

Onderzoek projectielen

Amerikaanse en Saoedische functionarissen onderzoeken momenteel de plaatsen van de aanvallen, de olieproductiefaciliteit bij Abkaik en het Khurais-olieveld. Volgens Amerikaanse bronnen werden in totaal 17 raketten of drones afgevuurd, niet de 10 waarover de Houthi’s spreken. Ook zouden er mogelijk kruisraketten gebruikt zijn. Sommige doelen zouden vanuit het west-noordwesten getroffen zijn, wat zou suggereren dat de aanval uit het noorden kwam, vanuit Iran of Irak. Volgens de New York Times werden sommige doelen echter vanuit het westen getroffen, wat weer niet op Iran of Irak als bron wijst. En aangezien sommige projectielen niet ontploften en fragmenten van die projectielen die wel ontploften te identificeren zijn, zou het slechts een kwestie van tijd moeten zijn om de bron van de aanvallen vast te stellen.

Pompeo wilde onderzoek niet afwachten

En dat is het moment waarop er werkelijk iets te verifiëren valt. Pompeo heeft daar echter niet op willen wachten. Gezien zijn publieke beschuldiging dat Iran achter de aanval zat, zal de voorgenomen ontmoeting van Trump met de Iraanse president Hassan Rouhani bij de algemene vergadering van de Verenigde Naties volgende week wel niet doorgaan.

Vallen de VS straks Jemen, Iran of Irak aan?

De echte vraag is nu wat de Amerikanen doen wanneer de bron van de aanval bekend is en de vraag naar een gepaste reactie direct voorgelegd wordt aan onze ‘locked-and-loaded’ president. Als de Houthi’s de daders waren, hoe zal Trump dan reageren? Want de Houthi’s, die inboorlingen van Jemen zijn en wier land al vier jaar onder de aanvallen van de Saoedi’s lijdt, lijken onder het oorlogsrecht in hun recht te staan om tegenaanvallen te lanceren tegen het land dat hen aanvalt. Daarbij heeft het Congres [het Amerikaanse parlement] herhaaldelijk geprobeerd om Trump ertoe te brengen om de Amerikaanse steun aan de Saoedische oorlog in Jemen te beëindigen.

Als de aanval op het Saoedische olieveld en oliefaciliteit bij Abkaik het werk blijkt te zijn van sjiitische milities uit Irak, gaan de VS dan die milities aanvallen, wier aantal geschat is op mogelijk tot 150.000 strijders? Dit afgezet tegen de 5.000 Amerikaanse militairen in Irak?

Schade voor de wereldeconomie

En wat als het Iran zou zijn? Als een dozijn drones of raketten het soort schade aan de wereldeconomie kan doen, als die van zaterdag – het platleggen van zo’n 6 procent van de wereldwijde olieproductie – stel je dan eens voor wat een oorlog tussen de VS, Saoedi-Arabië en Iran zou doen met de wereldeconomie.

In de afgelopen decennia heeft de VS wapentuig ter waarde van honderden miljarden dollars verkocht aan de Saoedi’s. Gingen die verkopen gepaard met een garantie dat we ook mee zouden komen vechten als het land in een oorlog met zijn buren verzeild raakt?

Oorlogspartij VS staat te popelen, maar volk wil niet nog een oorlog

En zou Trump langs het congres gaan om autorisatie te krijgen voor zijn oorlogshandeling voor hij een aanval op Iran beveelt? Senator Lindsey Graham dringt reeds aan op een aanval op de olieraffinaderijen van Iran om “de ruggengraat van het regime te breken”. Senator Rand Paul stelt echter dat er “geen reden is waarom de supermacht van de Verenigde Staten Iran zou moeten gaan bombarderen.” Verdeeld kortom: De Oorlogspartij staat te popelen van enthousiasme over het vooruitzicht van oorlog met Iran, terwijl het volk niet nog een oorlog wil. Het wordt echter moeilijk om te zien hoe we een oorlog nog kunnen vermijden. John Bolton mag dan vertrokken zijn uit de West Wing, zijn geest waart er nog rond.

Posted on

Drie beloftes waarop Trumps presidentschap beoordeeld zal worden

Op veel terreinen – zoals het benoemen van Scalia-achtige rechters en het steunen van Reagan-achtige belastingverlagingen – is president Trump een conventionele Republikein. Wat uitzonderlijk aan hem was in 2016, waarmee hij zich duidelijk onderscheidde van zijn GOP-rivalen, waarmee hij beslissende staten als Pennsylvania won, was zijn uniek Trumpiaanse agenda om Amerika en de Amerikanen op de eerste plaats te zetten – iets waar Bush-Republikeinen voor terugdeinsden.

Alleen Trump beloofde een einde te maken aan het generaal pardon en de grens te beveiligen met een 9 meter hoge muur om de invasie van Amerika tot staan te brengen. Alleen Trump beloofde een einde te maken aan de de-industrialisering van Amerika en onze verloren fabrieken en verloren banen terug te halen. Alleen Trump beloofde een einde te maken aan de democratie-kruistochten en ons terug te trekken uit de eindeloze oorlogen in het Midden-Oosten, waarin George Bush, Barack Obama en de oorlogspartij onze natie hadden gestort.

En van in hoeverre hij deze drie unieke Trumpiaanse beloften waarmaakt hangt zijn politieke lot af, alsmede het oordeel van de geschiedenis of hij een goede, geweldige of mislukte president was. Waar Washington staat is geen vraag. Het is er op belust Trumps presidentschap te zien mislukken, zijn agenda naar de prullenbak verwezen en Trump zelf afgezet. De hoofdstad kijkt naar Robert Mueller als de Mozes die hem kan bevrijden van de door een onbegrijpend electoraat opgelegde tiran. Hoewel Trumps steun onder zijn klootjesvolk stabiel blijft – hij krabbelt zelfs weer een beetje op in de peilingen – valt de uitkomst van de slag om hem ten val te brengen nog te bezien.

Build that wall!

Ga maar na. Trumps grensmuur werd behandeld als een desgewenst opgeefbaar prul in het GOP begrotingsakkoord groot 1,6 biljoen dollar van het Congres. Steden en hele staten roepen zich zelf uit tot toevluchtsoorden voor mensen die hier illegaal verblijven en slaan verzoeken van federale autoriteiten om te helpen bij de uitzetting van beschuldigde criminelen in de wind. Een ‘karavaan’ van duizend Centraal-Amerikanen trekt door Mexico, daarbij geholpen door de autoriteiten, en begeeft zich naar de Amerikaanse grens. Reken maar, dat wanneer ze daar aankomen, de anti-Trump media klaar zullen staan om zich te beklagen over iedere overschrijding door de grenswachters.

De hysterische reactie op het nieuws dat de volkstelling van 2020 de vraag ‘Bent u een Amerikaans staatsburger?’ bevat, maakt wel duidelijk waar dit allemaal om gaat. Amerika’s elite staat er op dat ons land moet oplossen in een nieuw Derde Wereldland dat in zijn raciale, religieuze en etnische samenstelling op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties lijkt. Zij verachten het oude Amerika waarvan de bevolking hield.

Het zit erin dat Trump de laatste president is die zal proberen dat land te bewaren. Als hij het presidentschap achter zich laat terwijl de grens nog altijd niet veilig is, valt moeilijk in te zien wat de Derde Wereldinvasie nog kan stoppen, net zoals die zonder ophouden over de Middellandse Zee naar Europa komt. Jean Raspails De Ontscheping is geen dystopische roman meer.

De Ontscheping ~ Jean Raspail

Economisch nationalisme

En Trumps agenda van economisch nationalisme – het herstellen van de industriële dynamiek en de zelfvoorzienendheid die Amerika kende uit de tijd van Lincoln tot Reagan – ziet zich geconfronteerd met niet aflatende vijandigheid van geïnstitutionaliseerde macht.

Tegenover Trump staan bedrijfselites wier winsten en aandelenopties afhankelijk zijn van productie buiten Amerika, en de managerskaste van een Nieuwe Wereldorde die de EU, de VN, het IMF, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie runt. Maar als mondiale elites het grootste deel van de rijkdom van de naties en een aanzienlijk stuk van hun politieke macht oppotten, kun je wel aanvoelen dat ze een ongeliefd slag zijn, en ze zitten op een vulkaan.

Donald Trump spreekt werknemers van de auto-industrie toe in Michigan, maart 2017 (foto: Witte Huis).

Geen militaire avonturen meer

Het derde onderscheidende punt van Trump was zijn toezegging ons terug te trekken uit de oorlogen in het Midden-Oosten, waarin Bush en Obama ons hadden verwikkeld, en om ons buiten nieuwe oorlogen te houden. Trump beloofde ook de hand te reiken aan Vladimir Poetin en Rusland om een herleving van de Koude Oorlog te vermijden. Zij die op hem stemden, kozen voor dat buitenlandbeleid.

En als Trump zich nieuwe oorlogen met Iran of Noord-Korea in laat trekken, of 2020 bereikt terwijl Amerikaanse troepen nog altijd in Afghanistan, Irak, Syrië, Jemen en Libië vechten, zal hij waargenomen worden als op dit vlak gefaald hebbend.

http://www.novini.nl/stelt-trump-een-oorlogskabinet-samen/

Maar de weerstand van Washington om zijn visie van Amerikaanse mondiale hegemonie op te geven is breed en diep, want die visie is welhaast een bepalend kenmerk van onze buitenlandbeleidselites. Om dit op te geven zou voor hen zo ongeveer het einde zijn. De versteende reactie op Trumps suggestie vorige week dat Amerika Syrië zal verlaten nadat het kalifaat van ISIS is vernietigd, maakt wel duidelijk hoezeer hun identiteit aan deze visie hangt. Dat Trump een einde aan de burgeroorlog in Syrië zou aanvaarden, terwijl Assad nog aan de macht is, is voor hen onverdraaglijk. Maar hoe we die realiteit ongedaan zouden kunnen maken zonder duizenden Amerikaanse gevechtseenheden in te zetten in Syrië blijft onverklaard.

Conclusie

Als puntje bij paaltje komt, zal Trumps presidentschap op deze drie zaken beoordeeld worden: Heeft hij de grenzen van Amerika veiliggesteld? Heeft hij de industriële macht van Amerika hersteld? Heeft hij ons uit de bestaande neocon-oorlogen teruggetrokken en heeft hij ons buiten nieuwe gehouden?

Posted on 2 Comments

Steunt Nederland terroristen in Syrië?

Al Nusra

Minister Bert Koenders erkent dat Nederlandse hulp aan ‘gematigde’ gewapende groepen in Syrië in handen kan vallen van ISIS en Al Nusra. Maar de Tweede Kamer lijkt er niet mee te zitten. Volksvertegenwoordiger Joël Voordewind: “De Christenunie heeft een motie ingediend om de steun te staken, maar die heeft geen meerderheid gehaald.”

Het kabinet Rutte steunt sinds 2015 ‘gematigde gewapende groepen’ in Syrië. Anders dan de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Saoedi-Arabië, die wapens leveren, verstrekt de Nederlandse overheid alleen non-lethal support, ‘niet-dodelijke hulp’. Deze bestaat uit voedselpakketten, medische kits, kleding, dekens, communicatiemiddelen, voertuigen, elektriciteitsgeneratoren, communicatiemiddelen en ‘media office-ondersteuning’. Het kabinet heeft hier 21,4 miljoen euro voor uitgetrokken.

De bedoeling van de Nederlandse steun aan ‘gematigde gewapende groepen’ is dat deze de macht overnemen in Syrië. In de woorden van PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken: “Er is steun nodig voor de gematigde oppositie om te voorkomen dat deze wordt weggedrukt tussen Assad, ISIS en Al Nusra. Het is een soort preparatie voor de toekomst, want je zult zo’n partij aan tafel moeten hebben bij onderhandelingen.”

Want niet alleen zegt Koenders af te willen van terroristische groeperingen als ISIS en Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaida. Ook “Assad zal moeten vertrekken”. Dit omdat, volgens hem, de president van Syrië, Bashar al-Assad, de oorlog in zijn land heeft veroorzaakt en oorlogsmisdaden heeft gepleegd waarvoor hij vervolgd zou moeten worden.

Vrije Syrische Leger

Wie zijn de ‘gematigde gewapende groepen’ die steun ontvangen vanuit Nederland? “Gezien de gevoeligheid van het noemen van steun aan specifieke groepen en de mogelijke negatieve consequenties van het openbaar worden van deze informatie, kunnen specifieke namen van groepen niet genoemd worden,” schrijft Koenders op 4 februari 2015 in een brief aan de Kamer.

Het enige wat hij er op dat moment over kwijt wilde was dat gekeken werd naar groepen die ressorteerden onder de banier van het Vrije Syrische Leger. “Dit zijn gematigde, inclusieve groepen, die zichzelf als onderdeel zien van een toekomstig Syrische leger en uiteindelijk een politieke transitie voor ogen hebben, maar nu strijden tegen het regime in Damascus en tegen jihadistische groeperingen als ISIS en Jabhat al Nusra.”

‘ongewenste handen’

Bert KoendersMinister Koenders erkent, in een andere brief aan de Kamer, geschreven op 4 april 2015, dat er risico’s verbonden zijn aan zijn beleid. “Een van de risico’s van het steunen van gewapende groepen is dat deze steun in ongewenste handen valt.” Maar volgens de minister loopt het wel los: “Om te beginnen neemt het kabinet groepen in overweging die door partners – aan de hand van een zogenoemde vetting-procedure – als voldoende betrouwbaar zijn beoordeeld.”

Wie deze partners zijn (de VS? Saoedi-Arabië?) en waaruit de genoemde ‘vetting procedure’ bestaat, legt hij echter niet uit. Maar, zo zegt de minister: “In aanvulling op deze voorselectie hanteert het kabinet een eigen vetting-procedure.” Daarbij wordt onder meer gekeken naar eventuele samenwerking met extremistische groepen en naleving van het humanitair oorlogsrecht.

In dezelfde brief van 4 april 2015 meldt Koenders dat hij de goederen levert aan de gewapende groepen via “een ervaren organisatie die, op basis van eerdere werkzaamheden bij andere donoren, een goede reputatie heeft,” en dat deze werkt vanuit Turkije en Jordanië.

Stop Arming Terrorists Act

Tulsi GabbardWaar in Nederland de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen niet of nauwelijks discussie oproept, groeit in de VS het verzet. Het Democratische congreslid Tulsi Gabbard heeft een wetsvoorstel ingediend, de ‘Stop Arming Terrorists Act’, die de Amerikaanse overheid verbiedt directe én indirecte steun te verlenen aan terroristische organisaties. Gabbard heeft inmiddels steun gekregen in de Amerikaanse senaat van de voormalige presidentskandidaat Rand Paul. Gabbard wijst er op dat al heel lang duidelijk is dat vrijwel alle hulp, geleverd door de VS, aan gewapende groepen in Syrië uiteindelijk in handen komt van groeperingen die door het Westen als terroristisch worden beschouwd.

Het kabinet Rutte en de Tweede Kamer hadden dit kunnen weten. Want de genoemde berichten in de internationale media waren er al voordat minister Koenders begon met uitdelen. Zo stond het Vrije Syrische leger al in 2015 uiterst zwak in de tweefrontenstrijd tegen het regeringsleger van Assad en terroristische groeperingen. Keer op keer liepen groepen over ‘van het Vrije Syrische Leger naar Al Nusra en ISIS, werden ze gedwongen hun wapens af te staan of samen te werken (hier, hier, hier en hier). Ook waren er op dat moment al voorbeelden van door de VS gesteunde ‘gematigden’, al dan niet verbonden aan het Vrije Syrische Leger, die oorlogsmisdaden pleegden, waaronder het zuiveren van gebieden die bewoond werden door christenen en andere minderheden (hier, hier en hier).

ongewijzigd kabinetsbeleid

Dergelijke berichten, die al sinds het begin van de oorlog in Syrië te lezen waren in de internationale pers, waren voor minister Bert Koenders kennelijk geen reden af te zien van zijn plan gewapende groepen te gaan steunen in Syrië. En tot op heden is het kabinetsbeleid ongewijzigd gebleven. “De Nederlandse steun aan gematigde oppositiegroepen, waaronder non-lethal assistance, wordt voortgezet”, schrijft Koenders op 4 april 2017 in een brief aan de Kamer.

Inmiddels is bekend dat het bij de verdeling van de Westerse lethal en non-lethal support al fout gaat. Een Bulgaarse journaliste, Dilyana Gaytancieva, interviewde afgelopen maand kolonel Malek al Kurdi, commandant van het Vrije Syrische Leger. Deze beklaagt zich er over dat de organisatie die vanuit Turkije en Jordanië de Westerse en Saoedische steun distribueert in Syrië, deze vooral levert aan groeperingen die een ‘radicale islamitische ideologie’ belijden. Het Vrije Syrische Leger zou nauwelijks nog iets ontvangen. Al Kurdi zegt de Amerikanen en Europanen hierover te hebben ingelicht, maar zonder resultaat.

oorverdovend stille Tweede Kamer
Novini benaderde alle woordvoerders buitenland in de Tweede Kamer persoonlijk, en vroeg hen of zij op de hoogte zijn van de steun van het kabinet aan gewapende groepen in Syrië. En zo ja, wat hierover hun mening is gezien bovengenoemde informatie uit de internationale pers.

De woordvoerders van de regeringspartijen VVD en PvdA onthielden zich van commentaar. Maar vreemd genoeg kwam er ook geen enkele reactie van het merendeel van de oppositiepartijen. Zelfs niet van de PVV, die zich graag profileert als bestrijder van de radicale islam.

Slechts drie Kamerleden reageerden: Joel Voordewind van de ChristenUnie, Kees van der Staaij van de SGP en Raymond Knops van het CDA.

Raymond Knops

Raymond Knops“Het CDA was op de hoogte van Nederlandse steun aan gewapende groeperingen in Syrië”, meldt Raymond Knops. Hij zegt hierover ‘kritisch’ te zijn, omdat onduidelijk is om welke groeperingen het gaat en hoeveel ‘gematigde’ rebellen er nog over zijn.

“Het kabinet heeft geen antwoord gegeven op de vraag of salafistische, jihadistische groeperingen uitgesloten worden van steun. Dat zou het kabinet wel moeten doen.” Ook stoort het Knops dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt waar de non-lethal support precies uit bestaat. “Het kabinet heeft de Kamer weliswaar een lijst gegeven van geleverde goederen, maar het is onduidelijk of die uitputtend is.”

Knops vindt het verder ‘onbegrijpelijk’ dat de Syrisch-Koerdische YPG en de Syrian Democratic Forces (SDF) ‘voor zover bekend’ geen steun ontvangen van Nederland. “En dat terwijl zij nu juist bondgenoten zijn in de strijd tegen ISIS. Juist zij kunnen gezien worden als gematigde gewapende groeperingen. Het CDA pleit er dan ook voor om een belangrijk deel van de non-lethal support te bestemmen voor de SDF en YPG.”

Ook Kees van der Staaij van de SGP zegt op de hoogte te zijn, maar steunt niettemin het kabinetsbeleid, zoals verwoord in de artikel-100 brief van het kabinet aan de Kamer. Tot de gematigde groeperingen in Syrië die steun verdienen van Nederland rekent Van der Staaij de door zijn CDA-collega Knops genoemde Syrian Democratic Forces (SDF). Op de door Novini genoemde artikelen uit de internationale pers, waaruit blijkt dat de vanuit het Westen geleverde steun aan groeperingen in Syrië steevast in verkeerde handen valt en ten koste gaat van christelijke gemeenschappen en andere minderheden in Syrië, gaat Van der Staaij echter niet in.

Joël Voordewind

Joël VoordewindJoël Voordewind van de Christenunie reageert verbolgen op de vraag van Novini of hij wist van de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen in Syrië: “Ik heb nota bene een motie ingediend om de steun aan het Vrije Syrische Leger te staken. Deze had een meerderheid kunnen krijgen als de partij van minister Koenders was meegegaan. Maar helaas: de PvdA stemde tegen.”

Een zoekopdracht in het krantenarchief van Lexis Nexis maakt duidelijk dat geen krant of actualiteitenrubriek aandacht heeft besteedt aan de motie van Voordewind. Ook in het digitale archief van de Tweede Kamer is het even zoeken, maar inderdaad: Op 29 april 2015 diende Voordewind een motie in, waarin hij het kabinet opriep “af te zien van steun aan het Vrije Syrische Leger en het geld te besteden aan humanitaire hulp in vluchtelingenkampen in en rondom Syrië.” Dit omdat “het verstrekken van middelen aan het Vrije Syrische Leger grote risico’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat de steun contraproductief is en in de verkeerde handen kan vallen.”

Op dezelfde dag werd de motie in stemming gebracht. Vóór de motie stemden: CDA, SGP, Christenunie, SP, Partij voor de Dieren en 50Plus. Tegen stemden: VVD, PvdA, GroenLinks, D66, PVV, Groep Kuzu/Öztürk en Groep Bontes/Van Klaveren en Houwers.

“Ik ben zelf in Syrië geweest”, verklaart Voordewind zijn beweegreden voor het opstellen van de motie. “Ik heb daar gesproken met de Free Syrian Army. En zij zeggen gewoon openlijk: Als wij met Al Nusra kunnen samenwerken om de strijd tegen Assad te voeren, dan doen we dat. Dus die wapens worden ook gewoon doorgesluisd naar de radicalere groeperingen.”

Voordewind deelt de mening van Knops en Van der Staaij dat het kabinet er beter aan zou doen, naar het voorbeeld van de VS, de Syrian Democratic Forces (SDF) te steunen. “Die bestaan met name uit Koerden, en er zitten ook Christenen en Arabische groeperingen bij”, zegt Voordewind. “Ze hebben inmiddels al een soort plan voor een autonome regio gecreëerd, zoals de Koerden in Irak hebben gedaan. Met een grondwet, met respect voor minderheden, met respect voor godsdienstvrijheid. Die zijn veel beter te vertrouwen en zijn veel effectiever in het bestrijden van ISIS.”

Syrische christenen

Is het beeld dat Voordewind schetst van de Syrische Koerden niet te rooskleurig? De Syrian Democratic Forces worden militair geleid door de Koerdische militie YPG (People’s Protection Units). De YPG is gelieerd aan een politieke partij, Democratic Union Party (PYD), waarvan gezegd wordt dat dit de Syrische tak van de Turkse PKK is. Syrische christenen zijn over beide partijen, YPG en PYD, weinig enthousiast. Zestien Armeense en Assyrische organisaties beschuldigden in een gezamenlijke verklaring de PYD van mensenrechtenschendingen en andere vergrijpen. De World Council of Arameans richtte vervolgens soortgelijke beschuldigingen aan het adres van de YPG. En begin dit jaar bracht de Assyrian Confederation Europe een zwartboek uit over de Koerdische omgang met de Assyrische minderheid.

Zou Nederland niet beter helemaal kunnen stoppen met het verlenen van hulp aan gewapende groepen in Syrië?

“Het is mij bekend dat Human Rights Watch een rapport heeft uitgebracht over incidenten met de YPG en PYD”, zegt Voordewind. “Maar er is in Syrië geen enkele partij die geen bloed aan zijn handen heeft. Je zult moeten kiezen voor het minste kwaad. Ik behoor niet tot degenen die zeggen: Laat ze elkaar maar uitmoorden daar.”

Echter, de Koerden zijn, anders dan het kabinet Rutte, niet uit op de val van Assad. Zij streven naar een autonome regio binnen Syrië. Dat zal Turkije niet toestaan. Dan zal dus steun voor de Syrian Democratic Forces leiden tot nog meer nodeloos bloedvergieten?

Voordewind: “Van Erdogan moeten we ons niet te veel aantrekken. Kijk hoe hij onlangs tekeer is gegaan in New York, met zijn bodyguards die insloegen op demonstranten. En kijk wat er in Irak is bereikt. Daar hebben de Koerden al een autonome regio.”


Verder lezen over Stop Arming Terrorists Act: www.na4t.org


Fractiewoordvoerders Buitenlandse Zaken die geen commentaar wilden leveren op de vraag van Novini wat zij vinden van Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, gezien internationale berichtgeving over steun die in handen valt van ISIS en Al Nusra:

PvdA: Kirsten van den Hul
VVD: Han ten Broeke, André Bosman, Anne Mulder, Bente Becker, Dilan Yeşilgöz-Zegerius
PVV: Geert Wilders, Raymond de Roon, Danai van Weerdenburg
GroenLinks: Bram van Ojik en Isabelle Diks
D66: Salima Belhaj, Sjoerd Sjoerdsma en Achraf Bouali
SP: Sadet Karabulut en Renske Leijten
PvdD: Marianne Thieme
DENK: Tunahan Kuzu
50Plus: Martin van Rooijen
FvD: Thierry Baudet

Posted on

Het geweer van Moroni

Toen Amalickiah, een vooraanstaand leider der Nephieten, er niet in slaagde om zichzelf tot koning te laten maken, liep hij over naar de Lamanieten. Een burgeroorlog ontstond. Kapitein Moroni van de Nephieten riep zijn volk te wapen. Hij deed dit door zijn mantel te nemen, hem te scheuren tot hij bruikbaar was als een vlag en schreef erop “In de gedenkenis van God, onze religie, en vrijheid, en onze vrede, en onze vrouwen, en onze kinderen”. Deze mantel werd de “title of liberty” genoemd en in de oorlog die volgde werd er een versie op elke toren gehesen die veroverd werd op de aspirant-tiran Amalickiah: “And it came to pass also, that he caused the title of liberty to be hoisted upon every tower which was in all the land, which was possessed by the Nephites; and thus Moroni planted the standard of liberty among the Nephites.” Daarna zou er nog een poging komen om een koning te installeren, die de bestaande kritocratie (heerschappij door rechters) omver wou werpen. De aanvoerder van deze poging, Pachus, botste op zijn beurt op Moroni en moest tevens het onderspit delven. Moroni toonde zijn volk dat om vrij te zijn van staatsdwingelandij men op God moest vertrouwen. Ieder die zich tot koning durfde kronen, of een koninklijk gedrag vertoonde, was een gevaar en moest verwijderd worden. Aldus staat geschreven in het boek van Mormon.

Men moet bij de titel koning niet puur het monarchale zien, maar het in de context zien zoals Lucius Junius Brutus het gezien zou hebben. Die verdreef de laatste Romeinse koning, Tarquinius Superbus, en zorgde ervoor dat het woord koning een gruwelijk verwijt werd. Zo gruwelijk dat Gaius Julius Caesar, die de gedragingen van een koning vertoonde, vermoord moest worden om zo de heilige waarden te beschermen.

De Bundy ranchers

Het is vanuit die redenering dat momenteel in Burns (Oregon, Verenigde Staten van Amerika) gewapende militieleden onder leiding van de Bundy familie grond bezetten die officieel in handen is van de Amerikaanse federale overheid. Amanda Peacher, journaliste voor OPB (Oregon Public Broadcasting), vroeg aan de persoon die de toegang tot de gronden bewaakte zijn naam. Het antwoord was: “I am captain Moroni, from Utah”. Utah is een Amerikaanse staat in het Midwesten en is gesticht vanaf 1847 door Mormoonse kolonisten onder leiding van Brigham Young. Zij waren daarvoor in oorlog geweest met staatsmilities uit Illinois. Stichter van de Mormoonse kerk, de Church of Latter Day Saints (LDS), Joseph Smith was in juni 1844 gelyncht door een menigte, daartoe aangezet door de Democratische gouverneur van Illinois Thomas Ford. Young had de Mormonen naar wat later Utah zou worden gebracht omdat gouverneur Ford hen begon uit te drijven met behulp van gewapende milities.

De Mormonen zouden nooit meer een grote fan zijn van de federale overheid. Ook door de rest van de Amerika werden en worden zij met een scheef oog bekeken. Mitt Romney, voormalig Republikeins presidentskandidaat, is een actief Mormoon en heeft een ietwat positiever beeld van de volgelingen van de LDS kunnen ophangen. Desondanks blijft het wantrouwen naar deze sekte/religie groot.

In 1910 breekt in Mexico een gewapende revolutie uit en moet Mormoon Abraham Bundy vluchten. Eerder in 1890 had hij zijn woonplaats in Beaver Dam Wash moeten ontvluchten door overstromingen. Aangekomen in  Arizona stichtte hij het dorpje Mount Trumbull, dat door iedereen Bundyville werd genoemd. In de winter van 1936-1937 werd Bundyville drie maanden afgesneden van de buitenwereld. Vee stierf bij de honderden. De Bundy’s waren echter taai. Zoals typisch is voor Mormonen, hadden zij zeer grote gezinnen. Matriarch Chloe had op haar 63 jaar reeds 50 kleinkinderen en achterkleinkinderen, nadat zij zelf 14 kinderen op de wereld had gezet. Eén van haar dochters, Genieve, had 16 kinderen gebaard en had al haar tanden nog (wat bij zwangere vrouwen met gebrekkige medische bijstand wel eens een probleem kan zijn). Alle Bundy’s waren gezond, intelligent en aantrekkelijk volgens schrijfster Maurin Whipple. Geen enkele afwijking onder al die kinderen te bespeuren, een taaie familie. Zij waren veeboeren en tussen 1925 en 1940 hadden zij bijna 4.000 are in bezit. Met de opkomst van een regulering van graasrechten verkregen zij echter niet de nodige rechten op water in hun graaslanden. Opnieuw moesten Mormonen vertrekken omdat hun leven onmogelijk werd gemaakt door een Amerikaanse staat.

De Bundy’s trokken naar Bunkerville (Nevada) in de jaren 1950 en begonnen met het verkrijgen van 160 are land. Deze keer wel met genoeg waterrechten. Huidig patriarch van de familie, Cliven Bundy, had in 1997 waterrechten verkregen bij een dozijn putten voor 100 veestuks tegelijk, bij sommige 250. In de jaren ’60 waren echter reeds de eerste donderwolken verschenen. Openbare gronden werden omgevormd van gebied voor mijnbouw en veeteelt naar ecologische bescherming en publieke ontspanningsgebieden. Het Bureau of Land Management (BLM) zou voortaan belastingen heffen op het vee en jaarlijks aanpassingen van de aantallen vee in de kuddes eisen. Eind jaren ’70 werden de activiteiten van ranchers zoals de Bundy’s als niet-prioritair beschouwd. Het zorgde voor de zogenaamde Sagebrush Rebellion, een beweging die eiste dat federale gronden werden overgedragen naar staten. Cliven Bundy zou deze zaak hartstochtelijk steunen. In 1993 moest zijn graasvergunning voor de vierde keer hernieuwd worden. Opnieuw verlaagde het BLM het aantal toegestane kuddedieren en verhoogde het de bestaande graastaksen. Tevens waarschuwde het BLM dat er nog meer veranderingen op til waren omdat men besloot de woestijnschildpad te beschermen. In andere woorden: de kans was groot dat Cliven Bundy voor de tweede keer zou kunnen verkassen. Opnieuw door regulering van een Amerikaanse staat. Begrijpelijk dat de man, zowel uit eigen ervaring als de geschiedenis van zijn geloofsgemeenschap, hier meer in zag dan enkel bureaucraten aan het werk. Vanaf 1998 begon Cliven Bundy aan een reeks rechtszaken om dit te tegen te gaan. Sinds 1994 was hij, uit protest tegen het BLM, al gestopt met het betalen van graastaksen. De meest recente uitspraak op 9 juli 2013 (United States vs Cliven Bundy) stelde alvast dat het publieke belang gebaat was bij het tegenhouden van grazend vee op federaal land.

Posted on

Roekeloze haviken

Eerder deze week gingen kandidaten voor de Republikeinse nominatie voor het presidentschap van de Verenigde Staten op CNN in debat over buitenlands beleid en veiligheid. Wat vooral duidelijk werd, is dat de grootste kanshebbers zonder uitzondering roekeloze haviken zijn.

Sinds de neoconservatieven greep kregen op de Republikeinse partij, wordt deze in toenemende mate gekenmerkt door een losgeslagen en ronduit gevaarlijke kijk op buitenlandse bedreigingen en wat de gepaste reactie daarop zou zijn. Het debat van dinsdag werd gedomineerd door ISIS en het Midden-Oosten in het algemeen. Over andere delen van de wereld werd nauwelijks gesproken.

Vergeleken met de roekeloze stellingnames van hardliners als Rubio, Kasich, Christie en Fiorina, kunnen de standpunten van Cruz en Trump soms nog gematigd klinken. Maar ook zij zien er als het er op aan komt geen been in om op grote schaal oorlogsmisdaden te plegen om maar flink over te komen. Toen men bijvoorbeeld bij Cruz doorvroeg over zijn retoriek over tapijtbombardementen op ISIS, deinsde hij niet terug, maar bleef hij bij zijn standpunt dat in feite in zou houden dat tienduizenden burgers in door ISIS bezette Syrische steden om zouden komen door Amerikaanse bombardementen.

Het Duitse Wezel werd in 1945 door tapijtbombardementen in een maanlandschap veranderd.
Het Duitse Wezel werd in 1945 door tapijtbombardementen in een maanlandschap veranderd.

De hardliners lieten zich daarentegen voorstaan op standpunten die tot een direct conflict met Rusland zouden kunnen leiden, neem bijvoorbeeld het idee van een ‘no-fly-zone’ boven Syrië, maar wilden niet toegeven dat er ook een risico zou kunnen zitten aan dergelijke voorstellen. Eerder in het debat maakte Christie er een punt van om te zeggen dat het conflict met ISIS zoveel is als een Derde Wereldoorlog. Een herhaling van eerdere uitspraken die inhoudelijk weinig toevoegde, vooral een poging om op te vallen door stevige retoriek. Dat het in dit verband misschien ook zaak zou kunnen zijn om te voorkomen dat er een direct conflict met Rusland ontstaat, kwam bij Christie kennelijk niet op.

Paul deed het in dit debat relatief goed. Hij nam Rubio op de korrel inzake immigratie, surveillance en buitenlands beleid. Paul greep het geblaat van Christie over een derde wereldoorlog aan om hem in z’n hemd te zetten:

“Nou, als je voor een derde wereldoorlog bent, dan heb je je kandidaat gevonden. Hier heb je ‘m dan. Lieve mensen, wat we zoeken in een leider is iemand met oordeelsvermogen, niet iemand die zo roekeloos is dat hij hier op het podium staat en zegt: ‘Ja, ik sta te springen om Russische vliegtuigen neer te halen.’ Rusland vliegt immers al in dat luchtruim.”

Paul wees er ook terecht op dat als er twee jaar geleden daadwerkelijk naar de zogenaamde ‘rode lijn’ gehandeld was, ISIS nu waarschijnlijk ook de rest van Syrië onder controle zou hebben. Het debat van dinsdag gaf Paul de kans om zich duidelijk te onderscheiden van de andere kandidaten op deze beleidsterreinen, maar hij was dan ook de enige die zich werkelijk onderscheidde.

Trump maakte nog wel even een sterke opmerking over de zinloosheid van recente Amerikaanse interventies. Waarbij hij benadrukte dat de VS er “niets” aan gehad heeft, om vervolgens wat tegenstrijdig door te gaan over olie. Toen hij gevraagd werd naar het moderniseren van het Amerikaanse kernwapenarsenaal had Trump duidelijk geen idee waar het precies om gaat. In antwoord op een vraag over Syrië, zei Trump dat “we niet iedereen tegelijk kunnen bestrijden”, dat is in ieder geval een wat meer realistische en verantwoorde kijk op de zaak dan die van de hardliners.

Kasich sloeg een flater toen hij de Saoedi’s op hun blauwe ogen geloofde inzake het doel van hun internationale ‘anti-terrorisme-coalitie’. Inmiddels ontkennen diverse landen die door de Saoedi’s als onderdeel van die coalitie genoemd worden hun betrokkenheid. Maar wat belangrijker is, het idee dat uitgerekend Saoedi-Arabië, dat al decennia jihadisten in diverse landen ondersteund, een internationale anti-terrorisme-coalitie zou gaan leiden, moet toch op zijn minst de wenkbrauwen doen fronsen. Hij maakte zich verder belachelijk door te stellen dat Amerika Rusland op de neus moet slaan. Een clowneske en gevaarlijke opmerking die nog maar eens laat zien hoe onrealistisch en ondoordacht de visie van veel Republikeinse politici op internationale spanningen en potentiële conflicten is.

Ook Fiorina maakte zich volstrekt belachelijk door te denken dat China de VS zal steunen inzake Noord-Korea, als de Amerikanen eerst maar op alle mogelijke manieren de Chinese belangen doorkruisen.

“Ik heb 25 jaar zaken gedaan in China, dus ik weet dat om China zo ver te krijgen dat het met ons meewerkt, we eerst terug moeten slaan tegen hun cyberaanvallen, zodat ze weten dat het ons ernstig is. We moeten weerstand bieden aan hun verlangen om de handelsroute door de Zuid-Chinese Zee, waardoor ieder jaar 5 triljoen dollar aan goederen en diensten stroomt, te beheersen.

We kunnen ze niet de betwiste eilanden laten beheersen en we moeten samenwerken met de Australiërs, de Zuid-Koreanen, de Japanners en de Filipijnen om China in bedwang te houden. En dan moeten we ze vragen om hun steun en hun hulp inzake Noord-Korea.”

Wat er aan logica en samenhang ontbreekt in hun argumenten, lijken de haviken aan te willen vullen met strijdbaarheid en confrontatiegerichtheid.

Rubio kreeg de meeste aanvallen te verduren in het debat. Hij hield zich staande, maar kwam niet erg uit de verf. Hij bepleitte nog maar eens een agressiever beleid inzake Syrië. Daar hoort volgens Rubio ook een grondoorlog bij, die dan vooral door de legers van soennitische Arabische staten uitgevochten zou moeten worden. Waarom die landen dat risico zouden nemen, werd niet duidelijk. Hij kwam ook weg met een praatje over de verspreiding van ISIS naar Libië en Jemen. Terwijl die verspreiding juist plaats heeft kunnen vinden door oorlogen die hij Rubio steunde en in het geval van Jemen nog steeds steunt.

Al met al was het debat weinig hoopgevend. Alarmistische taal en bangmakerij zetten de toon en dreigingen werden opgeblazen. Voorgestelde oplossingen kwamen vooral neer op totale en rücksichtslose confrontatie. Er waren een paar positieve uitzonderingen, maar over het algemeen maakte het debat maar weer eens duidelijk waarom het buitenlandbeleid niet aan Republikeinen toevertrouwd kan worden.