Posted on

Poolse oppositie neemt gezamenlijk aan Europese verkiezingen deel

Enkele Poolse oppositiepartijen hebben zondag aangekondigd dat ze gezamenlijk aan de verkiezingen voor het Europees Parlement deel zullen nemen. Ze beschuldigen de conservatieve regeringspartij PiS ervan een vertrek van Polen uit de Europese Unie na te streven.

“We zullen het onmogelijk maken om Polen uit de Europese Unie te halen”, aldus de vijf partijen in een persverklaring. De oppositie lijkt hiermee stemming te willen maken in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement. Noch de regering, noch de haar dragende conservatieve partij ‘Recht en Gerechtigheid’ zijn immers voorstander van een vertrek uit de Europese Unie. De oppositiepartijen haken hiermee aan op het frame dat de Poolse conservatieven tegen de zogenaamde ‘Europese waarden’ ingaan, bijvoorbeeld met hun, inmiddels deels teruggedraaide, hervorming van de rechterlijke macht.

Kiesdrempel

De vijf oppositiepartijen die nu samen aan de verkiezingen voor het Europees Parlement deel willen nemen, hopen daarmee groter te worden dan PiS, dat ruim aan kop gaat in de peilingen. In recente peilingen hebben de conservatieven zo’n veertig procent van de stemmen, gevolgd door het liberale Burgerplatform (PO) met een kleine drieëntwintig procent. Door samen te werken met kleinere oppositiepartijen hopen de liberalen de conservatieven voorbij te streven. Naast het Burgerplatform nemen de boerenpartij PSL, de sociaaldemocratische SLD, de neoliberale partij Modern, de Groenen en diverse splinterpartijtjes aan de samenwerking deel. De laatste drie partijen komen in de peilingen zelfstandig niet over de kiesdrempel, terwijl de boerenpartij op het randje zit.

Andere oppositiepartijen

Andere oppositiepartijen, zoals het populistische Kukiz ’15 en de nieuwe progressieve partij Wiosna van Robert Biedron, doen niet aan het verkiezingsblok mee.

Posted on 1 Comment

Laat internationale jihadisten gewoon door Syrië berechten

Nu het rijk van ISIS, al Qaida en de andere salafistische moordenaars- en plunderbendes in Syrië en Irak ten einde loopt stelt zich de vraag wat er met hen moet gebeuren. Voor de VS en hun huurlingen van de YPG/PKK is dat simpel: De westerse landen moeten hen gewoon terugnemen en er daarna mee doen wat ze willen.

Een wel erg merkwaardige redenering. Deze uit allerlei landen van Indonesië over Mali tot Frankrijk, Nederland en België afkomstige huurlingen moeten niet in hun thuislanden berecht worden maar moeten hun gerechtigde straf krijgen in de landen waar ze hun zware misdaden begingen. En dat zijn Irak en Syrië.

Territoriale integriteit

Zowel Nederland als België onderhouden nog steeds officiële relaties met de regeringen in Bagdad en Damascus en dienen gewoon de rechten van die staten te respecteren zoals onafhankelijke naties horen te doen. Als een Syriër hier een moord begaat gaan we die toch ook niet naar Syrië sturen om hem ginds te laten berechten? Neen, dan is er werk aan de winkel voor de Belgische of Nederlandse rechtbanken. Toch heel simpel.

Wat Syrië in het Belgische geval kan en moet doen is zorgen voor juridische bijstand voor haar landgenoot. Hetzelfde voor diegenen die in Bagdad en Damascus voor de rechter zouden verschijnen waar onze ambassades dan legale bijstand moeten verlenen. Meer niet.

Abdoelhamid Abaaoud
Abdoelhamid Abaaoud, een van de Belgische ‘idealisten’ die het niet overleefden. Moeten wij zijn nog overlevende collega’s echter naar hier halen zodat zij in Syrië en Irak hun rechtmatige straf ontlopen? Het voorstel is een pure schande. Laat hen ginds verder rotten. Ze moesten nu eenmaal naar ginds vertrekken.

Zelfs al zijn het gruwels zoals Mehdi Nemmouche. Bijstand is essentieel. Worden zij vrijgesproken of krijgen zij effectief de doodstraf dan is dan niet onze zaak maar die van de rechtbanken in Syrië of Irak.

Bovendien is het weghalen van die jihadisten een grove schending van het internationaal recht. Wij hebben gewoon het recht niet om hen daar weg te halen. Het zou het schenden van de territoriale integriteit van die landen betekenen. En dat is op zich toch een crimineel feit.

Maar ja, in de redenering van onze westerse regeringen bestaat er niet zoiets als de onschendbaarheid van de Syrische of Iraakse grenzen. Wij zijn de meester en zij, de knechten, moeten naar onze bevelen luisteren. Dat is toch complete waanzin.

Syrisch garnizoen

We moeten simpelweg de zaak overlaten aan het gerechtelijk apparaat van die landen. Het is bovendien een grote besparing voor onze begrotingen en het betekent ook dat ze ginds blijven zitten in allerlei gevangenissen, eventueel wachtend op hun executie.

Verder is de Syrische staat, inclusief een stevig garnizoen van het Syrische leger, in dit gebied aanwezig zowel in de provinciale hoofdstad Hasaka als in het aan de Turkse grens gelegen Qamishli. Die moeten die zaak ter hand nemen. Laat hen gewoon hun werk doen.

Ook betekent dit dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de veiligheidsproblematiek hier. Wat kan gemakkelijker zijn? Onze politici moeten dan zelfs niet wakker liggen over een eventueel ongeruste publieke opinie. Ze kunnen zonder zorgen gaan slapen.

En het risico op een heel zware (dood)straf zal in die landen zeker groter zijn dan hier waar ze er misschien met vijf jaar – ‘mijnheer, ik was er ambulancier’ – van af komen. Want hoe verzamel je hier bewijslast tegen dat uitschot? Moeten wij onze al overbelaste magistraten en politiemensen hiermee nog gaan belasten? Kom nou!

Posted on

De welkomscultuur als white man’s burden

Op zaterdag 2 juni vond ‘Europe on Trial’ plaats (mijn deel begint op 2:55:00): een bijeenkomst over Europa en migratie. Het werd georganiseerd in De Balie te Amsterdam – ondergetekende was uitgenodigd om kritische vragen te stellen.

Helaas hadden de meeste sprekers nauwelijks iets nieuws te melden: velen kwamen weinig verder dan de moralistische statements die we wel kennen van de NPO. Omdat er zoveel sprekers op het menu stonden, werden argumenten die al eerder waren neergezet ook continu herhaald. Zo werd ik gedwongen om hier drie uur zonder pauze naar te luisteren (ik hoop vurig dat u mijn inspanningen voor het rationele geluid zult belonen via crowdfunding).

Tegenstrijdigheden

Een perfecte illustratie van de bevooroordeelde linkse tunnelvisie was Ogutu Muraya, een zwarte spreker die een groepsgevoel opwekte. Om dat groepsgevoel te vestigen riep hij het publiek op om met hem mee te juichen bij elke beschuldiging die hij over Europa uitsprak. Dat er daarbij tegenstrijdige argumenten en onwaarheden werden gebruikt, leek niet uit te maken.

Zo zei hij dat het Europese migratiebeleid is gebaseerd op de nazistische rassenleer van de blanke suprematie. Om in één adem door de braindrain in Afrika aan te halen, waarbij Europa de meest succesvolle en slimste mensen van Afrika zou stelen. Ook zou Europa de hoofdschuldige van milieuvervuiling zijn, terwijl dat in China en India toch gradaties erger is.

Blank schuldgevoel

Terwijl ik hem hoorde spreken realiseerde ik me dat het zijn enige wapen is om in te teren op het schuldgevoel van de blanke Europeaan. Maar zodra ik toegeef dat ik me niet schuldig voel, heeft hij geen enkel middel om op mij in te werken en vervalt zijn hele betoog als irrelevant. Zijn werkwijze is namelijk het opwekken van groepsemoties, zonder enig argument waar ík wat aan heb of waar ik in rationeel opzicht wat mee kan. Dit is vergelijkbaar met het debat over diversiteit, identiteit en verplichte quota’s om een veranderende bevolkingssamenstelling te weerspiegelen. Als dat dan het uitgangspunt moet zijn – en niet meritocratie – dan geef mij maar zoveel mogelijk blanke heteroseksuele mannen op topposities. Want dat weerspiegelt mij het meest.

Als zwarte activisten zich dan mogen beroepen op het gegeven dat alles een machtsstrijd is tussen concurrerende identiteiten, dan zal een ander zich ook op zijn of haar identiteit beroepen. Immers, Europa kon het zich enkel veroorloven om zich door schuldgevoel te laten chanteren, toen het nog de leidende geopolitieke kracht was. Zodoende zien we dankzij Muraya hoe makkelijk de linkse logica tegen zichzelf kan worden gekeerd; want als ik mijzelf niet schuldig voel dan bevat zijn vertoog geen enkel handvat om mij te beïnvloeden. Daarom zal links een nieuw kunstje moeten leren nu het blanke schuldgevoel als gevolg van de massa-immigratie begint te verdwijnen. Het zal nog moeilijk blijken omdat zij zijn geconditioneerd om te werken via subsidies: dat zijn de aflaten van dit schuldgevoel.

Links activisme

Thomas Spijkerboer sprak in positieve zin waarderend en sympathiserend over “links activisme”, terwijl hij daar stond te oreren als professor. Het punt wat hij maakte was echter niet vernieuwend: een mensenrecht wordt opgeëist tegenover een staat, maar het gerechtshof dat het mensenrecht moet verdedigen is zelf een staatsorgaan.

Robert Bor (bekend als medeorganisator van De Nederlandse Leeuw) vatte het niveau samen toen hij zei: “Er komen geen intellectueel verfrissende ideeën los. Links is dood.” Inderdaad kwam men niet verder dan het benadrukken van schuldgevoel en boetedoening, om het morele falen van Europa er nog eens in te wrijven. Het bevestigt één van de twee hoofdstellingen van mijn boek Avondland en Identiteit: wat zich ‘links’ noemt is feitelijk de masochistische kant van de christelijke religie in een ontkerkelijkt jasje.

Narcisme versus tastbare verandering

Niettemin waren er een paar die er positief uitsprongen. De theatermaakster Rebekka de Wit kwam met een punt dat intrigerend is, mits we het losweken uit de inbedding van het migratieactivisme. Mensen zijn teleurgesteld omdat ze zich voelen als een druppel in een oceaan: dat is omdat ze zich laten domineren door hun ego – ze willen zien dat zijzelf in het centrum van de wereld staan. Wie daadwerkelijk wat wil veranderen moet echter héél lang doorploeteren en ziet pas later het effect van de eigen daden. Dikwijls is het dan zelfs te laat om er persoonlijk nog profijt van te hebben. In die zin is het veranderen van de wereld net zoals liefde: wie de liefde van de ander bewezen wil zien, maakt die liefde stuk.

Cliteur & Baudet

Wat ze zei raakte mij persoonlijk, omdat ik de vorige avond aanwezig was bij een presentatie door Paul Cliteur en Thierry Baudet over het boek Cultuurmarxisme. Nu heb ik dit natuurlijk zelf tot onderwerp van het publieke debat gemaakt in Avondland en Identiteit: het is boeiend om te zien dat anderen daarop voortborduren. Wierd Duk schreef er bijvoorbeeld over in de Telegraaf.

Als ik vanuit een honger naar erkenning nu boos zou worden omdat zij mijn ideeën gebruiken, dan zou men het begrip cultuurmarxisme loslaten: zodoende zou ik uiteindelijk minder impact hebben, los van het feit dat ik zelf niet van die impact profiteer. Baudet heeft zijn Kamerzetel, Cliteur is directeur van het Renaissance Instituut en Aspekt krijgt de opbrengst van de boekverkoop.

De moraal van het verhaal is precies wat De Wit zegt: soms moet je kiezen tussen óf invloed hebben óf profiteren, en is beiden tegelijk onmogelijk. Dan is het bepalend hoezeer je jezelf laat leiden door ego. Toch is het mooi om van een afstand te zien wat er allemaal in werking is gezet, zoals dit ook zo is met het debat over linkse universiteiten.

Met zoveel herhaling in de verhalen van de migratieactivisten zult u het mij vergeven dat mijn gedachten afdwaalden naar de bovenstaande overpeinzing. Er kwamen ook vluchtelingen aan het woord: helaas hielden sommigen van hen een langdradig en incoherent verhaal (terwijl de tijd voor zoveel sprekers al veel te krap was).

Paul Scheffer & Herman Vuijsje

Paul Scheffer en vooral Herman Vuijsje sprongen er positief uit. Scheffer stelde dat migratie ook een gevolg is van stammenoorlogen: het zou een vorm van “white man’s burden” zijn om te menen dat Europa de verantwoordelijkheid moet nemen voor de onderlinge conflicten van niet-Westerse volken. Ook kan men de Europese wapenhandel niet eenzijdig de schuld geven van migratie als we zien dat Rusland, Iran, Turkije, Amerika en Israël allen bombarderen in Syrië.

Vuijsje voegde toe dat China deals sluit met de corrupte regimes van voormalige Europese koloniën. Deze roofzuchtige deals zouden érg slecht zijn voor de toekomst van die landen: desondanks blijft de bevolking die regimes herkiezen. Wegens deze punten werden beide sprekers echter uitgejouwd door het publiek. Het bewees opnieuw dat de motor van het migratieactivisme draait op morele verontwaardiging en niet op rationele analyses.

Minstens één miljoen migranten naar Europa

Márton Gulyás kwam afsluitend aan het woord: hij is een activist die demonstreert voor meer Soros-universiteiten en meer migranten in Hongarije. Hij wil er minstens een miljoen per jaar. Hier bracht ik tegenin dat hij zijn verhaal baseert op een zwart-wit tegenstelling tussen ‘inclusiviteit’ en ‘xenofobie’, alsof dit de enige smaken zijn.

Ook leidt het spreken in termen van “jaarlijks minstens een miljoen migranten opnemen in Europa”, tot een beleid dat niet vertrekt vanuit een realistische afweging die ook de onvrede van de inheemse inwoners meeneemt. Een miljoen migranten brengt al merkbare cultuurveranderingen teweeg en is nog niet eens één procent van de totale armen in de wereld. Het voert tot een ongestructureerd beleid gebaseerd op willekeur. Wat tot de overweging leidt of het niet veel humaner is om de groei van de wereldbevolking te beperken, dan om grenzeloos mensen in Europa te absorberen.

Als we doen wat Gulyás wil, dan raakt het systeem overbelast door de enorme toestroom en dan zullen willekeurige emoties en het blinde lot bepalen wie wel en niet wordt toegelaten: dat is voor helemaal niemand eerlijk.

Nationaalconservatisme is in opkomst

Daarom stelde ik hem de vraag: “Wat is jouw verhaal naar seculiere minderheden die vluchten uit niet-Westerse landen? Zij willen hier een vrij leven beginnen, maar worden nu geconfronteerd met groeiende enclaves en subculturen waar dezelfde repressieve gebruiken heersen die ze om te beginnen probeerden te ontvluchten. In West-Europa stellen de seculiere en goed-geïntegreerde minderheden zich langzaam maar zeker achter de nationaalconservatieven. Je kunt hen toch moeilijk van xenofobie beschuldigen, of wel soms?”

Omdat de discussie al zover over tijd was heb ik mijn deel van het debat zeer bondig en to the point gevoerd, zoals ik dit heb geleerd tijdens lange vergaderingen in de gemeenteraad. Gulyás praatte over mijn observaties heen door te zeggen: 1. er zijn inderdaad teveel armen in de wereld – hierom is er meer globale nivellering nodig, en 2. er zijn ook Chinese enclaves in Hongarije en dit heeft nooit problemen opgeleverd. Dat raakte verreweg niet aan het punt, maar wat anders valt er te verwachten van iemand die steun van Soros ontvangt? Uiteindelijk vond de aanwezige massa dat Europa tóch schuldig was: dit was tegelijk het einde van de bijeenkomst.

Posted on

Rechter: Amerikaanse ambassade stuurt politieke processen Macedonië aan

De Macedonische autoriteiten hebben dinsdag een oud-minister van Binnenlandse Zaken, drie parlementsleden en ettelijke partijfunctionarissen van de conservatieve oppositiepartij VMRO-DPMNE in hechtenis genomen op verdenking van “terroristische bedreiging van de grondwettelijke orde”, aldus een verklaring van het bureau van de openbaar aanklager.

De verdenkingen hebben betrekking op een demonstratie op 27 april van dit jaar, waarbij een groep demonstranten het parlementsgebouw binnendrong. Aanhangers van de VMRO-DPMNE, die van 2006 tot 2016 aan de regering was, demonstreerden tegen de verkiezing door de regerende Sociaaldemocraten (SDSM) en diverse etnisch-Albanese partijen van een etnische Albanees als parlementsvoorzitter. Eerder waren er ook al protesten vanwege de grote concessies die de SDSM, nog altijd kleiner dan de VMRO-DPMNE, bereid was te doen aan de Albanezen om aan een parlementaire meerderheid te komen.

Amerikaanse druk

Eerder deze maand stelde de ervaren rechter – voorheen hoofd van het Gerechtshof en hoofd van de rechtbank van Skopje, Vladimir Pancevski, dat de Amerikaanse ambassade op grote schaal invloed uitoefent op rechters en openbaar aanklagers.

Pancevski verklaarde tegenover de Macedonische media dat er voorheen nooit zoveel druk op hem werd uitgeoefend, totdat er een speciaal aanklager werd ingesteld.

“De speciaal aanklager bouwde nepzaken op en kondigde die aan tijdens persconferenties”, aldus de rechter. “De Amerikaanse ambassade nam in afstemming met de speciaal aanklager contact met mij op en verzocht me hun vertegenwoordiger David Stephenson te ontmoeten. De speciaal aanklager kondigde zijn zaak ‘Titanik’ aan, maar de Amerikaanse ambassade vertelde me dat de speciaal aanklager een andere zaak zal aanspannen genaamd ‘Tvrdina’, nog voordat deze was aangekondigd. Het werd overduidelijk dat het bureau van de speciaal aanklager simpelweg een instrument is voor de Amerikaanse ambassade, die in essentie zaken besteld via een lichaam waarvan de wettelijke status omstreden is.”

In plaats van zijn medewerking te verlenen en er persoonlijk voordeel van te hebben, koos Pancevski er voor een brief te sturen naar ambassadeur Jess Bailey en de publiciteit te zoeken. In de brief wijst de rechter de Amerikaanse ambassadeur op de illegale activiteiten van zijn medewerkers. Inmiddels heeft de speciaal aanklager onderzoek ingesteld tegen de bewuste rechter op verdenking van samenzwering met de vorige regering.

Posted on

De rechter als onderdeel van een tijdsgewricht

Het is een fenomeen dat al langer opvalt, maar bij de moord op Anne Faber weer duidelijk naar voren is gekomen. De rechter kijkt een dader in de ogen en dient over hem/haar te oordelen. De rechter kijkt een slachtoffer niet in de ogen, maar dient hem/haar wel te beschermen. De rechter is ook maar een mens en dit leidt er toe dat de rechter in dit tijdsegment meer aandacht heeft voor daders dan voor slachtoffers.

De rechter door de tijd heen

Een rechter heet onafhankelijk te zijn, maar dat is niet zo. De rechter is een product van zijn tijd en/of sociale omgeving. De rechters in de 17e eeuw waren niet slecht, maar deden niets tegen slavernij, terwijl dit nu niet meer denkbaar is. De rechters in de Verenigde Staten zijn niet slecht, maar ze zijn voorstander van de doodstraf, terwijl dit in West-Europa geen optie meer is.

Zo zijn ook onze rechters niet slecht, maar ze kijken de dader in de ogen en niet het slachtoffer. Dit leidt er toe dat in de rechtspraak van deze tijd veel aandacht is voor de dader, diens overwegingen en diens toekomstige leven. Tegenover al deze aandacht staat een volstrekt gebrek aan aandacht voor het (potentiële) slachtoffer, de familie van het slachtoffer of de effecten van het gedrag van de dader op burgers in het algemeen.

Kan een mens neutraal zijn?

De beeltenis van Vrouwe Justitia suggereert dat er sprake is van een soort onafhankelijke wijsheid en dat de rechter zich bij zijn uitspraken hierop beroept. Het is echter niet de kwaliteit van een rechter, die maakt dat hij in het verleden of in andere landen tot keuzes komt waar wij in Nederland anno 2017 zeker niet op uit zouden komen. De rechters zijn hun naam en beroep waard, maar het zijn mensen.

Er is niet zoiets als een ideaal rechtsbeeld. De wet wordt gemaakt door de politici, die gekozen zijn; de rechter past zijn uitspraken aan binnen dit kader. Tegelijkertijd is de rechter ook één van de kiezers. Mocht een rechter vol overtuiging tegen het homohuwelijk zijn en de wetgever dwingt haar ambtenaren om deze huwelijken te sluiten (om maar een simpel voorbeeld te nemen) dan zal het voor de rechter net zo moeilijk zijn om de weigerambtenaar te veroordelen als het voor de weigerambtenaar moeilijk zal zijn om het homohuwelijk te sluiten.

Waar de mens haar rol verliest

De plek waar een mens zich het moeilijkste kan verstoppen is in de confrontatie met andere mensen. Dat doet zich momenteel in alle hevigheid voor in de rechtszaal. Voor de rechter zit een dader, maar ook een mens. Ik heb er alle begrip voor dat een rechter de mens in de dader zoekt en weegt. Waar ik moeite mee heb is dat er geen ruimte is voor die andere mens: het slachtoffer.

Tegenwoordig is er enige ruimte voor het slachtoffer, maar het is afgedwongen en beperkt. Het is een eerste stap in een proces dat veel meer ruimte verdient; een proces dat leidend zou moeten zijn. De rechter is er immers om (toekomstige) slachtoffers in bescherming te nemen. Feitelijk is iedere dader (ik schrijf bewust niet ‘verdachte’) een burger die eigen rechter speelt en een ander confronteert met een zelfbedachte straf op een niet-relevante overtreding. Anne was op een plek waar ze niet had mogen zijn (van de dader) en de dader veroordeelde haar tot de doodstraf én voerde het uit. De trias politica in één persoon.

Dat is waar de rechter zich op moet focussen. Is de verdachte ook daadwerkelijk de dader? En hoe beleeft de samenleving deze daad en hoe kan ze beschermd worden tegen een dergelijke daad? Van deze dader of een ander. In plaats van onderzoeken naar de dader is het belangrijk voor de rechter om onderzoek te doen naar de gevolgen van de daad voor de samenleving, die hier niet om gevraagd heeft.

Van toen naar straks

Vroeger hadden we goede rechters en kwamen ze niet op tegen slavernij en vonden lijfstraffen of doodstraffen acceptabel. Tegenwoordig hebben we goede rechters en laten ze het slachtoffer links liggen. Laten we als samenleving doorgaan om te zorgen dat onze goede rechters het (potentiële) slachtoffer centraal stellen en daar hun vonnis op baseren. De rechter is ook maar een product van zijn tijd en deze tijd vraagt om een andere benadering van de verhouding dader-slachtoffer.

Posted on

De machtigen hebben het moeilijk met de democratie

De gebeurtenissen tuimelen over elkaar heen. ‘Het’ is gebeurt, in Berlijn lopen ze radeloos door elkaar.  Jakob Augstein van het weekblad Der Spiegel geeft woorden aan de hijgende paniek: “Nazi’s in de Bondsdag”! Wie heeft die gekozen? De vroegere hoofdredacteur van het weekblad Focus, Helmut Markwort verried al voor de verkiezingen dat hij persoonlijk niemand kent die op de AfD stemt en ook niemand die iemand kent die op de ‘Blauwen’ wil stemmen.

Helmut Markwort is een bedaagde man, een typische FDP-aanhanger, laat zich met andere woorden niet zo snel onrustig maken. De gebeurtenis van 24 september hoefde hem dan ook bij lange na niet dermate van zijn stuk te brengen als bijvoorbeeld een Augstein. Markworts citaat geeft echter wel duidelijkheid over hoe ver de ‘media-elite’ van de Bondsrepubliek zich verwijderd heeft van een toch niet gering deel van de bevolking – hij kent zelfs niemand die er eentje kent, alsof ze op verschillende continenten wonen.

De Hitler-kaart

Wat de auteur van Der Spiegel diep moet ergeren, is de voorzienbare ervaring dat zijn rammelende charge nergens toe leidt. Nog niet zo lang geleden kon hij met het Nazi-etiket angst en beven verbreiden onder AfD-aanhangers. Decennia lang deinsden Duitsers terug, wanneer iemand ze met Hitlerij in verband bracht. De Israëlische schrijver en regisseur Ephraim Kishon heeft dit Duitse spelletje decennia geleden al eens uit de doeken gedaan: Wie onder Duitsers een debat wil ‘winnen’, die hoeft alleen maar op het juiste moment met een zo verontwaardigd mogelijke oogopslag “Hitler!” te roepen, en de opponent  heeft geen schijn van kans meer.

Dit Duitse spel werkte zo goed, dat steeds meer mensen er aan mee wilden doen. Ten slotte hitlerde het bij iedere nog zo banale gelegenheid: Het noemen van bepaalde cijfers uit de criminaliteitsstatistieken, het aanhalen van niet-vreedzame soera’s uit de koran, de verwijzing naar wettelijke regelingen met betrekking tot grenscontroles en dergelijke was al genoeg om de bruine troefkaart op de neus te krijgen.

De AfD heeft men jarenlang met de kaart om de oren geslagen. Iedereen speelde mee: de gevestigde partijen en de staats- en concernmedia, de kerken en vakbonden, scharen van ‘prominenten’ en wie niet al. Eigenlijk hadden de alternatieve onruststokers al lang zo dood als een pier moeten zijn. Maar dat zijn ze niet, in tegendeel, zoals we sinds afgelopen zondag zwart op wit hebben. De nazikaart is zo vaak getrokken dat ze haar effect verloren heeft. Ze schrikt niet meer af, ze irriteert hooguit nog.

Israël als Duitse staatsraison

Dat bleek bijvoorbeeld begin deze week. Toen stelde AfD-leider Alexander Gauland de scherpe vraag, wat Merkels uitspraak van enkele jaren geleden, dat Israëls veiligheid en bestaansrecht onderdeel van de Duitse staatsraison zouden zijn, in de praktijk eigenlijk waard is. Of de Duitsers überhaupt bereid zouden zijn ten oorlog te trekken wanneer de (latent bedreigde) Joodse staat het doelwit van militaire agressie zou worden. Gauland heeft daar begrijpelijkerwijs zo zijn twijfels over.

Maar Volker Beck, Groenen-politicus en voorzitter van de Israël-delegatie van de scheidende Bondsdag, begon meteen te ouwehoeren over “NPD” en “antisemitisch”. En dat terwijl Gauland alleen maar de pertinente vraag opwierp, of de hoogdravende toezegging aan Israël een serieuze belofte van concrete bijstand voorstelt of slechts een betekenisloos kletspraatje – waarmee hij kennelijk de vinger op de zeer plek van de kletsmajoors gelegd heeft. Dus haalden de kleinzerige getroffenen hun nazikaart weer voor de dag, maar bereikten daarmee geen noemenswaardig effect. Alweer ernaast!

Controleverlies

Dit verlies aan controle is nog het meest choquerende aspect ervan voor het establishment. Men was eraan gewend geraakt de Duitsers met behulp van hun angst en hun slechte geweten naar believen door de manege te kunnen drijven. Maar op enig moment is het allemaal te doorzichtig geworden. Maar als de mensen het spel eenmaal doorzien, kunnen de oplichters wel inpakken.

Merkels minister van Algemene Zaken Peter Altmaier had kort voor de verkiezingen nog maar eens alles gegeven en de burgers die naar een stem op de AfD neigden opgeroepen thuis te blijven. De boodschap: Wie niet voor ons is, is niet alleen tegen ons, maar moet het beste maar helemaal niet meer aan de democratie deelnemen. Uit de woorden van Altmaier sprak een typerende combinatie van vertwijfeling en arrogantie. We kregen even een blik op wat je het ‘democratiebegrip’ van de machtigen zou kunnen noemen. Dat democratiebegrip lijkt te draaien om het beginsel: Democratie is, als wij de macht houden. Voor een bepaald deel van de Duitsers klinkt dat als: Het moet er democratisch uitzien, maar we moeten alles in de hand hebben. Dat kent dit deel van de Duitsers nog ergens van, wat het bijzondere succes van de AfD in de oostelijke deelstaten verklaarbaar maakt.

Hoe diep de misvatting van de machtigen in de Bondsrepubliek over democratie gaat, blijkt ook wel uit de commentaren op de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Met de nodige Schadenfreude volgen de Duitse toonaangevende media, hoe de Amerikaanse president Donald Trump met een weerspannig parlement te maken heeft. Hoe de volksvertegenwoordigers hem tot onderhandelingen en compromissen dwingen en initiatieven van hun president soms ook compleet op de klippen laten lopen. “Trump faalt in Congres” jubelen Duitse redacties dan en duiden het als zwakte van de Amerikaanse president, waarvan de Duitse bondskanselier zich positief zou onderscheiden door haar sterkte en de steun die zij geniet. Dat moet dan het bewijs ervoor zijn dat de Duitse democratie momenteel veel beter zou functioneren dan de Amerikaanse. Hetzelfde enthousiasme bij Duitse commentatoren wanneer Trump door een hoge rechter wordt teruggefloten.

Checks and balances

De Amerikanen noemen dat checks and balances, maar de Duitsers weten natuurlijk wel beter. Wat de superieure Teutoonse democraten kennelijk echter over het hoofd zien, is dat het hierbij om niets anders gaat dan gepraktiseerde machtendeling. Wel zo democratisch niet waar: Dat het parlement bestaande uit gekozen volksvertegenwoordigers de regering streng controleert en dat de rechterlijke macht beide organen, zowel de regering als de volksvertegenwoordiging in de smiezen houdt, zodat alles wat ze doen zich wel binnen het kader van de wet voltrekt.

Maar hoe werkte dat in Duitsland in de afgelopen jaren? Het parlement ‘controleert’ de regering? Het leek meer op het tegendeel: Zo zwaaide in de grootste coalitiefractie een trouwe volgeling van de Bondskanselier genaamd Volker Kauder de knoet over een roedel volgzame fractiesoldaten, die in onderdanige trouw stram in het gelid bleven. Zo kon Merkel met een knip van haar vingers de wetten over grenscontroles en inreizen buiten werking stellen – uit het parlement noch uit een andere staatsinstelling klonk hoorbaar verzet, hooguit op straat. De burgers die het waagden daar te protesteren, kregen echter de ‘vierde macht’, in de gedaante van de ‘onafhankelijke’ staatsmedia, over zich heen, die gretig de Hitler-kaart trokken. Tegen dit web van een alles omspannende almacht kwam niets op niemand van het officiële Duitsland op. Machtendeling? ‘Check and balances’? Vergeet het maar!

Uit dit machtsgevoel lijkt de Bondskanselier nog altijd haar rust te putten. Als je ziet met welke vanzelfsprekendheid ze aan haar ambt kleeft, dan kun je er de indruk aan overhouden dat Merkel, na twaalf jaar aan de regering, er diep in haar hart aan twijfelt dat het zogenaamde volk – Merkel spreekt liever van “de mensen die hier al wat langer wonen” – überhaupt nog het morele recht heeft zich over haar Bondskanselierschap uit te spreken.

Posted on

Patstelling tussen regering en oppositie Albanië doorbroken

De regering en de oppositie van Albanië zijn, na een maanden voortslepende politieke crisis, tot een vergelijk gekomen.

De centrumrechtse oppositiepartij PD van Lulzim Basha boycotte het parlement en dreigde ook de aanstaande parlementsverkiezingen te boycotten. De PD had er geen vertrouwen in dat de regering vrije en eerlijke verkiezingen zou houden. Over sommige leden van de regering van premier Edi Rama, inclusief Rama zelf, gaan hardnekkige geruchten van corruptie en betrokkenheid in drugs- en mensenhandel. De oppositiepartij eiste daarom dat er een zakenkabinet zou komen.

De oppositionele PD protesteerde al maanden met een tent op het plein voor het parlementsgebouw, maar dreigde nu ook om niet aan de parlementsverkiezingen in juni deel te nemen. Daardoor zou een parlement ontstaan met een volstrekt scheef getrokken samenstelling.

Rama’s coalitiepartner LSI, onder leiding van Ilir Meta, stelde vervolgens onder die omstandigheden ook niet aan de parlementsverkiezingen te zullen deelnemen, omdat het een farce zou worden. Zou oefende de LSI druk uit op Rama op tegemoet te komen aan de eisen van de oppositie.

Rama koos echter echter eerst de verbale aanval. Nu, een maand voor de geplande verkiezingen gaat hij uiteindelijk dan toch door de pomp. De parlementsverkiezingen worden een week uitgesteld tot 25 juni en de PD mag 7 ministers aanwijzen, waaronder die van Binnenlandse Zaken, zodat de oppositie zelf toe kan zien op eerlijke verkiezingen. Ook mag de oppositie het hoofd van de kiescommissie aanwijzen en zal er onder andere kritisch naar het register van kiesgerechtigden gekeken worden.

De oppositie beëindigt nu ook haar boycot van het parlement, zodat een nieuwe wet aangenomen kan worden over de selectie van rechters en de aanpak van corrupte magistraten.

Posted on

Kaczynski amuseert zich over Europese Commissie

De Europese Commissie dreigt met consequenties als Polen zijn hervormingen van het Constitutioneel Hof niet terugdraait. De leider van regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS), Jaroslaw Kaczynski neemt dat niet serieus.

Kaczynski wijst de geluiden uit Brussel van de hand:

“Deze procedure beweegt zich volledig buiten de EU-verdragen”, aldus de oud-premier tegenover het Duitse boulevardblad Bild. “Dit is niets anders dan wat grollen van de Europese Commissie en haar ambtenaren.”

Zelfs de juridische adviseurs van de Europese Raad zouden deze procedure als niet gegrond in de verdragenzien. In Nederland – het thuisland van de verantwoordelijke eurocommissaris Frans Timmermans – is er niet eens een constitutioneel hof. Polen wil alleen maar hetzelfde behandeld worden als alle andere EU-lidstaten, aldus Kaczynski.

In de strijd over de bevoegdheden van het Poolse Constitutioneel Hof heeft de Europese Commissie Warschau afgelopen woensdag een ultimatum gesteld. Tot nu toe had de Commissie alleen gewaarschuwd, nu is een nieuwe fase in het proces bereikt. De nationaal-conservatieve Poolse regering heeft drie maanden om de Brusselse aanbevelingen door te voeren, aldus de vice-voorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans. Zo niet dan komen er sancties, mogelijk worden zelfs de stemrechten van Polen ingetrokken. Ondanks de gesprekken sinds het begin van dit jaar is er geen vooruitgang geboekt, stelde Timmermans.

Medio januari had de Europese Commissie voor het eerst in de geschiedenis een onderzoek naar de rechtsstatelijkheid in een lidstaat ingesteld. Brussel eiste dat de drie door de scheidende regering vlak voor haar vertrek nog benoemde rechters aan konden treden en dat de uitspraken van het Hof niet afhankelijk zijn van een ander staatsorgaan. Uitspraken van het Hof zijn pas geldig wanneer ze gepubliceerd worden, maar de Poolse regering verhindert dat hangende het conflict.

Lees ook:

Posted on

Van Ecevit tot Erdoğan: Een korte geschiedenis van pro-Amerikaanse staatsgrepen in Turkije

Momenteel doet het volgende ‘narratief’ de ronde in het publieke debat: Erdoğan eigent zich te veel macht toe en is Turkije aan het islamiseren. Daarom trad het Turkse leger als hoeder van de seculiere staat met een staatsgreep op, net zoals het had gedaan in 1960, 1971, 1980 en 1997. Het is eigenlijk betreurenswaardig dat het leger misgreep, want nu heeft Erdoğan alle ruimte om zijn greep op de macht verder te verstevigen. En wie weet was deze mislukte samenzwering wel een valse vlag-operatie van Erdoğan zelf? Dit narratief klinkt misschien aannemelijk, maar gaat voorbij aan de feiten.

Het klopt dat Erdoğan bezig is met het consolideren van zijn macht. Hij heeft een hoop tegenstanders en heeft in de afgelopen dertien jaar met zijn AKP-regering alle tijd gehad om een lijst van die tegenstanders samen te stellen. Deze lijst werkt hij nu af. Ook klopt het dat zijn AK-partij Turkije gestaag aan het islamiseren is. Iedereen die wel eens op vakantie is geweest in Turkije, en daar een in een appelsapglas vermomd en buitensporig geaccijnst biertje heeft gedronken, weet dat. The times they are a-changin, oftewel: er komen andere tijden.

Wat echter niet klopt is dat het leger de hoeder van de seculiere staat zou zijn. Dat is het namelijk niet. Tijdens vrijwel alle voorgaande staatsgrepen was het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat hoogstens een bijwerking van een andere doelstelling: het behouden van de controle over de staat zelf. Turkije leek zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen, iets wat het pro-Amerikaanse Turkse leger koste wat het kost wilde voorkomen.

De Koude Oorlog en Bülent Ecevit

Zonder teveel terug te gaan in de tijd, is het van belang om de geschiedenis van het moderne Turkije wat nader te aanschouwen. Turkije is in 1923 verrezen uit het as van het doodzieke Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen door de Britten en Fransen kunstmatig in leven werd gehouden om te voorkomen dat de Russen het land zouden veroveren (of heroveren, wanneer men het bekijkt vanuit het Orthodoxe perspectief van de Russische Tsaar van destijds).

Deze verrijzenis was zonder meer de verdienste van Mustafa Kemal, die tot grote onvrede van Groot-Brittannië en Frankrijk de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog won. Kemal staat erom bekend dat hij in 1924 de Moskee van de Staat scheidde, net zoals hij anderhalf jaar eerder de decadente Osmaanse dynastie van de Staat scheidde (en de Ottomanen op hun beurt in 1453 de Keizer en de Kerk van de Staat scheidden). Rond diezelfde tijd verplaatste hij ook de hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, en werd het Osmaanse ‘Kostantiniyye’ definitief omgedoopt tot het huidige Istanboel. Vanwege zijn verrichtingen kreeg Kemal in 1934 officieel de titel ‘Atatürk’, oftewel Vader der Turken. Atatürk overleed in 1938.

De kemalistische beweging was van oorsprong naast seculier en nationalistisch ook links. Zodoende had de Turkse Republiek onder Atatürk ook de banden met de Sovjet-Unie aangehaald, in bijzonder in de vorm van een niet-aanvalsverdrag. Dit was bijzonder, want de Ottomanen en de Russen waren van oudsher rivalen. Dit veranderde echter weer in aanloop naar en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de daaropvolgende Koude Oorlog uitbrak, voer de Turkse politiek reeds enige tijd een pro-Amerikaanse koers onder het presidentschap van İsmet İnönü.

Gedurende de Koude Oorlog zijn er meerdere staatsgrepen geweest in Turkije: in 1960, 1971 en 1980. Dit waren allemaal pro-Amerikaanse, rechts-nationalistische coup d’états. Tijdens de putsch van 1960 was dit uitdrukkelijk het geval toen juntawoordvoerder Alparslan Türkeş het geloof en vertrouwen van de junta in de NAVO uitsprak.[1] Türkeş was een van de eerste leden van de Contra-guerrilla, een in 1952 door de NAVO en CIA opgerichte anticommunistische paramilitaire organisatie die de invloed van de Sovjet-Unie in Turkije moest tegengaan.[2] De VS had vergelijkbare organisaties opgericht in Zuid-Amerika, waaronder Nicaragua.[3] De junta zuiverde onder meer het leger, de rechterlijke macht en de universiteiten, en arresteerde verschillende bewindspersonen. Onder andere de Turkse premier Adnan Menderes, die voornemens was om geldsteun te vragen aan de Sovjet-Unie, werd geëxecuteerd.

De staatsgreep van 1971 droeg een ietwat ander karakter. Turkije stond in het teken van toenemende sociale onrust, in bijzonder oplaaiend geweld tussen communistische en rechts-nationalistische groeperingen, en had een weinig daadkrachtige regering. Het was deze keer echter geen gewelddadige staatsgreep, maar een zogeheten ‘coup via memorandum’ dat de regering ten val bracht. Het memorandum werd door Memduh Tağmaç, de opperbevelhebber van het Turkse leger, overhandigd aan de gematigde premier Süleyman Demirel, die spoedig opstapte. Velen werden door de junta vervolgd vanwege communistische sympathieën en banden met de Sovjet-Unie. Onder andere de linkse journalisten İlhan Selçuk en Uğur Mumcu werden destijds gemarteld in de Ziverbey-villa. Ook de net opgerichte partij van Necmettin Erbakan, de leider van de islamitische Millî Görüş-beweging, werd verboden, al werd hij zelf niet vervolgd. Kort na de machtsovername besloot de kemalistische partij CHP onder leiding van İnönü om met de putschisten samen te werken. Dit besluit werd echter niet door iedereen even goed ontvangen: de toenmalige secretaris-generaal van de CHP, Bülent Ecevit, stapte uit protest tegen het besluit op.


De coup van 1980 was echter de meest gewelddadige staatsgreep in de moderne Turkse geschiedenis. In de jaren zeventig stierven in aanloop naar de coup waarschijnlijk zo’n vijfduizend mensen in een proxy-oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een dieptepunt vond plaats op de Dag van de Arbeid in 1977, toen een enorm bloedbad werd aangericht op het Taksimplein in Istanboel. Een van de meest ‘productieve’ strijdende groeperingen was de Grijze Wolven, de paramilitaire tak van de in 1969 opgerichte rechts-nationalistische MHP. De leider van de MHP was Alparslan Türkeş, de woordvoerder van de staatsgreep van twintig jaar terug.

Volgens juntaleider Kenan Evren was ook nu een staatsgreep de enige manier om rust en orde terug te brengen in Turkije. Evren was op dat moment opperbevelhebber van het Turkse leger en had ervaring opgedaan in de Koreaoorlog en als leider van de Contra-guerrilla.[4] Na de coup werd Evren, die uiteindelijk in 2014 zou worden gedegradeerd tot soldaat eerste klasse, president van de Turkse republiek en opperbevelhebber van het Turkse leger.

Wie vindt dat de huidige AKP-regering te ver doorschiet met de arrestaties en schorsingen van tienduizenden agenten, soldaten, rechters en docenten,[5] zal het optreden van de junta van 1980 al helemaal een overreactie vinden. In totaal werden toen 250.000 tot 650.000 mensen gearresteerd en 1.683.000 op een zwarte lijst geplaatst. Verder stierven 300 mensen onder verdachte omstandigheden, 299 in de gevangenis, 171 door marteling, 95 tijdens gevechten en 50 door executies. De fraaie Turkse dramafilm Babam ve Oğlum (‘Mijn Vader en Mijn Zoon’) gaat overigens over deze periode. Verder mochten kranten driehonderd dagen lang niet meer publiceren en werden alle politieke partijen verboden.[6] Vooraanstaande politici van alle partijen kregen een jarenlang beroepsverbod opgelegd, waaronder de islamist Erbakan, de gematigde Demirel, de recht-nationalist Türkeş en de kemalist Ecevit.

Wat echter van fundamenteel belang is om te weten, is dat de junta van 1980 Turkije niet minder, maar juist meer islamitisch heeft gemaakt. En dat deed het doelbewust. Kenan Evren was dermate bezorgd over de opkomst van het communisme, dat hij de islam als een alternatief en tegengif promootte. Het was onder Evrens heerschappij dat islamonderwijs op alle Turkse scholen werd verplicht. De pro-Amerikaanse junta betekende dus het einde van het klassieke kemalisme en het begin van wat wel de ‘Turks-islamitische synthese’ wordt genoemd.[7]

Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was dus duidelijk niet de hoofddoelstelling: het ging om het behouden van de controle over de staat zelf. Dat verklaart ook waarom eveneens kemalisten werden vervolgd, waaronder dus Bülent Ecevit, die zonder twijfel meer seculier was dan de junta zelf. Bülent stond bekend als een eigenwijs politicus: hij wilde in lijn met de kemalistische traditie een ongebonden Turks binnenlands en buitenlands beleid. Het was dan ook onder zijn regering dat in 1974 de Turkse invasie van Cyprus plaatsvond.

Maar er speelde meer. Zoals hierboven al is opgemerkt, maakte generaal Evren deel uit van de Contra-guerrilla. Omstreeks dezelfde tijd als de invasie van Cyprus vertelde Ecevit het Turkse publiek echter over het bestaan van deze paramilitaire organisatie. Enkele jaren later deelde Ecevit ook publiekelijk zijn vermoeden dat dezelfde organisatie betrokken was bij het reeds genoemde bloedbad op het Taksimplein: hij vond het verdacht dat rechts-nationalistische strijders minutenlang op het linkse publiek konden schieten zonder dat de politie ingreep. Zodoende liet hij in 1978 openbaar aanklager Doğan Öz onderzoek doen naar de banden tussen de Contra-guerrilla en de Grijze Wolven. Öz werd kort na het afronden van zijn onderzoek doodgeschoten door een Grijze Wolfen-lid.

Bülent is in zijn leven zelf mogelijk negenmaal doelwit geweest van mislukte moordaanslagen.[8] Zo ontsnapte hij in 1976 ternauwernood aan een moordaanslag in New York bij het Waldorf Astoria-hotel, waar een Cyprioot die tijdens de invasie van Cyprus zijn arm had verloren een geladen pistool op Ecevit richtte. Ook een jaar later ontsnapte Ecevit aan een moordaanslag op het vliegveld van Izmir. De regering-Demirel wist verder een moordcomplot tegen Ecevit tijdens een bijeenkomst op het Taksimplein te verijdelen. Ecevit heeft zelf ook altijd volgehouden dat zijn omstreeks 2002 snel verslechterde gezondheid het werk was van de VS, omdat hij een obstakel was voor de Irakoorlog.[9]

In de aanloop naar de Irakoorlog raakte de VS haar vertrouwen in Ecevit namelijk voorgoed kwijt. Ecevit, die na de coup van 1980 een nieuwe kemalistische partij had opgericht, had het in 1999 voor elkaar gekregen om namens deze DSP opnieuw premier te worden. De nieuwe premier was tegen de Amerikaanse oorlogsplannen en weigerde steevast de VS toestemming te geven voor de stationering van een invasiemacht in Turkije, dat immers grenst aan Irak. De val van de Ecevits regering in 2002, en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag van de DSP, was voor de regering-Bush dan ook een geschenk uit de hemel.[10] Ecevit overleed in 2006.

Recep Tayyip Erdoğan versus Fethullah Gülen

De kers op de taart van de VS was de enorme verkiezingsoverwinning van een nieuwe, in 2001 opgerichte partij. Met het einde van de Koude Oorlog kwam het tijdperk van het Turkse rechts-nationalisme langzaam ten einde en vond een heropleving van het Turkse islamisme plaats. De VS zag daarom in dat een nieuwe bondgenoot moest worden gevonden in deze hoek. De kersverse AK-partij van Erdoğan kwam dus zeer gelegen. De nieuwe AKP-regering had namelijk wel oren naar het stationeren van een Amerikaanse invasiemacht in Turkije. Tijdens de stemming in het Turkse parlement stemde tweederde van de AKP-kamerleden voor de stationering. Dit was echter niet genoeg voor een parlementaire meerderheid, omdat onder meer de CHP en de gedecimeerde DSP tegenstemden. De eindstand was 264–250.[11] Niettemin werd Turkije door Bush genoemd als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.[12]

De AKP-partij heeft een bewogen oorsprong, want het komt onder andere voort uit de in 1997 verboden partij van Necmettin Erbakan. Zoals al werd opgemerkt, was Erbakan een van de mensen die tijdens de staatsgrepen van 1971 en 1980 steeds weer zijn politieke carrière voortijdig beëindigd zag worden. Dit gebeurde wederom tijdens de geweldsloze staatsgreep van 1997, die bekend staat als de ‘postmoderne coup’. De regering-Erbakan werd overigens na haar verkiezingsoverwinning een jaar eerder al koeltjes ontvangen door de Europese Unie en de NAVO. De vrees was namelijk dat Erbakan de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen.[13] Tijdens deze staatsgreep kreeg ook de nieuwe burgermeester van Istanboel, Recep Tayyip Erdoğan, een gevangenisstraf en een beroepsverbod vanwege het voordragen van een militant islamitisch gedicht. Dit beroepsverbod liep af in 2002, toen hij formeel de leider werd van de AK-partij (informeel was hij dat al).

De AK-partij herbergt verschillende stromingen met redelijk overeenkomende doelstellingen: moslimdemocraten zoals Abdullah Gül, Moslim Broederschap-achtigen zoals Bülent Arınç, neo-Ottomanen zoals Ahmet Davutoğlu, en bovenal populisten zoals Recep Tayyip Erdoğan. Laatstgenoemde is zonder meer radicaler dan de meer gemoedelijke Gül, maar qua binnenlandsbeleid juist gematigder dan Arınç en qua buitenlandsbeleid weer gematigder dan Davutoğlu. Erdoğan bleek echter wel in staat om al deze verschillende stromingen te verenigen en tegelijkertijd zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands. Wel zijn alle AKP-stromingen in meer of mindere mate ‘islamistisch’.

Erdoğan vond aanvankelijk een bondgenoot in de charismatische imam Fethullah Gülen en zijn invloedrijke Hizmet-beweging. Om een indruk te geven van de invloed van deze beweging: Gülen wordt door TIME genoemd als één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld,[14] en zijn beweging heeft een geschat vermogen van 25 miljard dollar.[15] Naar verluid zijn miljoenen mensen onderdeel van het complexe netwerk dat deze beweging vormt. Dit netwerk is door velen in verband gebracht met de CIA, al heeft Gülen die band altijd ontkend.[16] Wel staat de imam bekend als pro-Amerikaans, en ook pro-Israël, en woont hij tegenwoordig in een enorme villa in Pennsylvania, Amerika.[17]

De Hizmet-beweging werkt niet door middel van partijpolitiek, maar door middel van wat de neomarxist Rudi Dutschke eens de ‘lange mars door de instituties’ noemde: het stapsgewijs doordringen van justitie, politie, leger, media en onderwijs. Veel van zijn aanhangers hebben bijvoorbeeld rechten gestudeerd om daarmee op schakelposities binnen de Turkse justitiële apparaat te komen. Verder zijn wereldwijd, en met name in Turkije en de VS, duizenden scholen op de Gülenistische leest geschoeid om onder meer Gülens uitleg van de islam te onderwijzen. In Gülens eigen woorden: “Oplossingen op systemische, institutionele of beleidsniveau zijn gedoemd te mislukken wanneer het individu wordt verwaarloosd. Daarom is mijn eerste en belangrijkste pleidooi voor het onderwijs geweest.”[18]

Vaak wordt Gülen beschreven als een ‘liberale’ of ‘gematigde’ moslimgeestelijke, maar die omschrijving is onjuist. Deze imam predikt een buitenissige vorm van islamisme en nationalisme: voor hem zijn de Turken een uitverkoren volk en is de Turkse islam een ‘cadeau voor de mensheid’.[19] In 1999 vertrok Gülen naar de Verenigde Staten, omdat zijn antiseculiere filosofie in opspraak raakte in Turkije, al heeft hij zelf altijd volgehouden dat hij vanwege een medische behandeling uit zijn geboorteland vertrok. Hoe dan ook, een jaar later werd hij aangeklaagd en in afwezigheid veroordeeld door de toenmalige overheid onder leiding van, u raadt het al, Bülent Ecevit. Volgens de openbaar aanklagers was Gülen de ‘sterkste en meest doeltreffende islamitische fundamentalist in Turkije’ die ‘zijn methoden met een democratisch en gematigd imago camoufleert’.[20]

Fethullah Gülen liet het niet bij deze vervolging zitten. Omstreeks 2001 zocht hij toenadering tot de nieuw opgerichte AK-partij van Erdoğan. Die toenadering mocht baten: in 2008 werd hij alsnog van alle beschuldigingen vrijgesproken.[21] Omdat Gülenisten aanzienlijke macht hadden vergaard in het Turkse overheidsapparaat, in bijzonder bij justitie en politie, kreeg het van de AKP de ruimte om af te rekenen met gedeelde tegenstanders. Zo werden verschillende rechtszaken tegen critici van Gülen en de Hizmet-beweging begonnen. De voormalige politiecommissaris Hanefi Avcı, die een boek had geschreven over Gülenistische infiltratie van de politie, werd bijvoorbeeld aangeklaagd wegens vermeende banden met communistische organisaties. Ook de vakbondsman Ahmet Şık, die een kritisch boek schreef over de banden tussen de AKP en Gülen, werd aangeklaagd.

De belangrijkste rechtszaken waren echter tegen kemalistische elementen in het Turkse leger.[22] Onder andere twee grote processen stonden onder leiding van Gülenisten: de Operatie Balyoz-zaak en de Ergenekon-zaak. In beide zaken werden vele kemalistische soldaten en legerleiders, in totaal zo’n 230 personen, aangeklaagd en ontslagen vanwege vermeende couppogingen tegen de nieuwe AKP-regering. Onder andere de kemalistische generaal Çetin Doğan, die werd verdacht de leider van Operatie Balyoz te zijn, werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Er is veel over deze twee zaken geschreven en de werkelijke toedracht zal wel nooit helemaal worden gekend. Inmiddels is echter wel duidelijk geworden dat de aanklachten berustten op ontoereikend en zelfs vervalst bewijsmateriaal; onder andere de handtekeningen van Doğan en andere generaals werden vervalst. Veel aanklagers bleken inderdaad banden te hebben met de Hizmet-beweging. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur Eric S. Edelman herinnerde zich nog hoe een Gülenist hem al in 2005 benaderde met een document dat de naderende coup zou aantonen. Bij nader onderzoek bleek het document te zijn vervalst.[23] Het waren dus zeer waarschijnlijk niet-bestaande, verzonnen plots. Uiteindelijk werden alle verdachten en veroordeelden in beide zaken volledig vrijgesproken.[24] Die vrijspraken volgden, niet toevallig, kort na de beruchte breuk tussen Gülen en Erdoğan.

Sinds het begin van het huidige decennium waren er al een aantal aanvaringen tussen Erdoğan en Gülen. In bijzonder had Gülen felle kritiek op de regering-Erdoğan inzake het Turkse scheepskonvooi voor Gaza en het daaropvolgende diplomatieke conflict tussen Israël en Turkije. Gülen, die in 2010 nog de AKP-campagne steunde in het referendum over een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, was ook niet te spreken over de uitkomst daarvan. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een breuk tussen de AK-partij en de Hizmet-beweging.

Dat veranderde in de loop van 2013. Tijdens de maandenlange en enorme Gezipark-protesten tegen het beleid van de regering-Erdoğan kregen de overwegend linkse demonstranten bijval van Gülen, en dat zette kwaad bloed bij Erdoğan. Niet veel later kwam de AKP-regering met een wetsvoorstel om verschillende private scholen te sluiten, wat dus zonder meer negatieve gevolgen zou hebben voor de Hizmet-beweging. Het conflict tussen de twee kampen escaleerde verder toen openbaar aanklagers en politieagenten tientallen aan Erdoğan verbonden personen onderzochten vanwege corruptie. In twee grote zaken werd onder meer onderzoek gedaan naar AKP-ministers en Erdoğans twee zonen, Ahmet en Bilal. Erdoğan antwoordde op zijn beurt door politieagenten en anderen bij de corruptiezaak betrokken personen te laten arresteren.

Deze voorgeschiedenis maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de staatsgreep van 15 juli 2016 te maken had met het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat. Formeel deden de coupplegers inderdaad een beroep op de ‘seculiere democratische’ staat en was de naam van de junta gebaseerd op de uitspraak van Atatürk ‘vrede thuis, vrede in de wereld’. De putschisten maakten in dezelfde verklaring echter ook duidelijk dat de NAVO-verplichtingen zouden worden nakomen.[25] Het is daarom aannemelijk dat de seculiere retoriek bewust door de coupplegers werd gebruikt om te insinueren dat het een kemalistische junta was en geen Gülenistische.[26] Tevens is het op basis van de hele voorgeschiedenis niet onaannemelijk dat rechts-nationalistische elementen in het leger bij deze staatsgreep betrokken waren.

Dat gedeelte over het nakomen van NAVO-verplichtingen is van wezenlijk belang. Het is inmiddels duidelijk geworden dat die verplichtingen inderdaad in het gedrang zijn gekomen door de eigenwijze Erdoğan. Ook de AKP-regering lijkt zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen.[27] Erdoğans verontschuldigingen aan de Russsiche president Vladimir Poetin vanwege de door Turkse piloten neergehaalde Russische SU-24-straaljager werden bijvoorbeeld niet even goed ontvangen in het Westen. Inmiddels is gebleken dat deze piloten, die op 24 november 2015 bijna een oorlog tussen Rusland en Turkije uitlokten, ook betrokken waren bij de verprutste putsch van 15 juli 2016.[28]

Conclusie

Het gangbare narratief in de media schiet ernstig tekort om de huidige ontwikkelingen in Turkije te duiden. Het beeld van de islamistische dictator Erdoğan tegen het seculiere leger strookt simpelweg niet met de feiten. Alle voorgaande coup d’états werden gedaan door het Turks leger om pro-Amerikaanse redenen. De kemalistische beweging heeft echter al lang aan betekenis ingeboet: Turkije lijkt een andere weg in te slaan.

De Turkse staatsgrepen in 1960, 1971 en 1980 zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het leger was pro-Amerikaans en rechts-nationalistisch en probeerde bedreigingen vanuit met name de communistische hoek tegen te gaan. Het ging dus niet om het seculiere karakter van de staat, maar om de controle over de staat zelf. Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was vrijwel nooit een uitdrukkelijke doelstelling van de staatsgrepen, en voor zover het dat wel was, was het een voorwendsel of bijwerking. De coup van 1980 had echter duidelijk geen seculier karakter; de pro-Amerikaanse junta begon zelfs het proces van islamisering in Turkije.

De staatsgreep van 1997 had wel uitdrukkelijk een seculier, kemalistisch karakter, al speelde zonder meer mee dat de regering-Erkaban de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen. Kort na deze geweldsloze coup kreeg Turkije weer een kemalistische regering onder Bülent Ecevit, die echter al gauw door de VS als een obstakel werd gezien. Ecevit wilde namelijk niet dat Turkije de naderende Irakoorlog zou faciliteren. De groeiende islamistische beweging werd daarom door de VS aangegrepen om haar invloed over de Turkse politiek te bestendigen. De VS zocht toenadering tot de AKP-partij van Recep Tayyip Erdoğan, die de steun genoot van de invloedrijke pro-Amerikaanse Hizmet-beweging van imam Fethullah Gülen. In de daaropvolgende periode is het kemalisme door middel van showprocessen uitgeschakeld in onder meer het Turkse leger.

Zodoende waren de enige twee overgebleven politieke bewegingen met wezenlijke macht de AK-partij van Erdoğan en de schaduwpartij van Gülen. Gaandeweg werd het evenwel duidelijk dat Erdoğan en zijn AKP helemaal niet zo’n goede bondgenoot hadden gevonden in Gülen en diens Hizmet-beweging. Het conflict dat uiteindelijk tussen de twee kampen uitbrak, spreekt voor zich. Het besluit van de AKP-regering om na de mislukte staatsgreep justitie, politie, leger, media en onderwijs te zuiveren van Gülenisten, en wellicht ook andere tegenstanders, is het laatste hoogtepunt van dit conflict.

De eigenwijze politiek van Erdoğan bracht hem verder keer op keer in conflict met de VS en de NAVO. Er is alle reden om aan te nemen dat de doelstelling van de mislukte staatsgreep ook nu weer niet lag in het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat, maar in het behouden van de controle over de staat zelf – te weten een pro-Amerikaanse staat. Dit verklaart ook die andere climax die zich voor onze ogen afspeelt: de escalerende diplomatieke crisis tussen de VS en de Turkse Republiek. Want wat de geschiedenis van het moderne Turkije ons duidelijk laat zien, is dat waar pro-Amerikaanse rook is, ook Amerikaans vuur is.


[1] https://tr.wikisource.org/wiki/27_May%C4%B1s_Darbe_Bildirisi

[2] http://www.radikal.com.tr/politika/gladyodan-ergenekona-yolculuk-893176/

[3] http://www.icj-cij.org/docket/?sum=367&p1=3&p2=3&case=70&p3=5

[4] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4557#.V49V6vmLRD9

[5] http://www.zerohedge.com/news/2016-07-19/turkey-latest-witch-hunts-accelerate-gulenist-media-shut-down-pilots-behind-russian-

[6] https://www.tbmm.gov.tr/sirasayi/donem24/yil01/ss376_Cilt1.pdf; https://en.wikipedia.org/wiki/1980_Turkish_coup_d%27%C3%A9tat#Result

[7] http://www.nytimes.com/2015/05/10/world/europe/kenan-evren-dies-at-97-led-turkeys-1980-coup.html

[8] https://tr.wikipedia.org/wiki/B%C3%BClent_Ecevit%27e_suikast_giri%C5%9Fimleri

[9] https://web.archive.org/web/20050316142641/http://www.turkishdailynews.com.tr/article.php?enewsid=8263

[10] http://www.hurriyetdailynews.com/us-had-uneasy-relationship-with-ecevit.aspx?pageID=438&n=us-had-uneasy-relationship-with-ecevit-2006-11-08

[11] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/2810133.stm

[12] http://www.clinecenter.illinois.edu/research/affiliated/airbrush/

[13] http://www.volkskrant.nl/archief/afwachtende-reactie-van-eu-en-navo-op-turkse-regering~a441913/

[14] http://time100.time.com/2013/04/18/time-100/slide/fethullah-gulen/

[15] http://www.nu.nl/dvn/4295495/fethullah-gulen-en-waarom-zit-Erdoğan-achter-beweging.html

[16] https://www.opendemocracy.net/osman-softic/what-is-fethullah-g%C3%BClen%E2%80%99s-real-mission

[17] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[18] http://www.fethullahgulen.nl/hot-interview-met-fethullah-gulen-corruptieschandaal-akp-en-turkije-wall-street-journal/

[19] http://www.trouw.nl/tr/nl/39561/Couppoging-Turkije/article/detail/4341742/2016/07/18/Gulen-de-zondebok-die-Erdoğan-heeft-aangewezen.dhtml

[20] https://www.theguardian.com/world/2000/sep/01/1

[21] https://web.archive.org/web/20070927235413/http://wwrn.org/article.php?idd=21432

[22] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[23] http://www.nytimes.com/2014/02/27/world/europe/turkish-leader-disowns-trials-that-helped-him-tame-military.html

[24] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[25] https://en.wikipedia.org/wiki/Peace_at_Home_Council#Statement_and_analysis_thereof

[26] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[27] https:// http://www.novini.nl/turkije-its-the-geopolitiek-stupid/

[28] https://www.rt.com/news/352050-turkish-pilots-arrested-su24/

Posted on

Oekraïense en Amerikaanse politici en oligarchen doen goede zaken met financiële hulpfondsen

Neil Abrams en Steven Fish van het gerenommeerde Amerikaanse tijdschrift voor buitenlands beleid Foreign Policy zijn de vraag nagegaan wat de kansen zijn dat de corruptie en chaos in Oekraïne slechts een tijdelijk probleem zijn en welke rol het Westen daar in speelt. Ze publiceerden daarover onder andere in de Washington Post.

Nauwelijks had de gewelddadige staatsgreep van het Maidan in Kiev begin 2014 zijn doel bereikt en de gekozen president Viktor Janoekovitsj verdreven of de huidige bekleder van dat ambt deed zijn greep naar de macht. De steun voor ‘chocoladekoning’ Porosjenko nam duidelijk toe door zijn belofte een einde te maken aan de corrupte oligarcheneconomie in Oekraïne en dat hij daarbij zelf het goede voorbeeld zou geven. Porosjenko behoort namelijk zelf tot de puissant rijken, maar hij beloofde zijn aandeel in diverse bedrijven en banken van de hand te doen om zich volledig aan het welvaren van het Oekraïense volk te kunnen wijden. De politiek in Kiev zou niet meer beheerst worden door het grote geld, zo verzekerde hij.

Ook wie Porosjenko het voordeel van de twijfel wilde geven, mag zich na twee jaar afvragen wat er van dat goede voornemen terecht is gekomen. Dat deden dan ook twee onverdachte, want Amerikaanse, journalisten, Neil Abrams en Steven Fish, van het gerenommeerde tijdschrift Foreign Policy. Hun antwoord op de vraag is duidelijk: Ten eerste is er niets veranderd aan de oligarcheneconomie, ten tweede is Porosjenko net als voorheen een bepalende figuur in dit systeem.

De chaotische toestanden in het land zijn echter niet zozeer een gevolg van het onvermogen van Porosjenko en zijn regering, maar veeleer het noodzakelijke milieu voor het voortbestaan en gedijen van plutocratische machtsuitoefening. De beide auteurs zeggen het zo: “Een wereld waarin ambtenaren zich aan regels houden, officieren van justitie en rechters zich gewetensvol gedragen, de elites door democratische procedures rekenschap moeten geven en de vrije concurrentie van de markt functioneert – in zo’n wereld kunnen oligarchen niet overleven.”

In de Oekraïne overleven ze echter niet alleen, het gaat ze voor de wind. Alle voorwaarden daarvoor worden dan ook glansrijk vervuld. De omkoopbare rechterlijke macht en het volledige falen van de Nationale Anticorruptie Commissie worden daarbij effectief versterkt door de hulp van diverse westerse instellingen. Het schrijversduo stelt:

“De westerse hulp heeft de heersers van het land tot dusver ondersteund en ze bevrijd van de noodzaak om een functionerende staat en een functionerende markteconomie op te bouwen. Het voortzetten van de hulp zal de bestaande elites alleen maar langer aan de macht houden.”

Maar deze situatie is niet nieuw. Reeds een half jaar na de putsch ging Igor Kolomojski, één van de meest prominente oligarchen, er met 1,8 miljard dollar van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor Oekraïne van door. Inmiddels woont hij in Amerika. Deze schelmenstreek weerhoudt het Westen echter evenmin als andere van dergelijke voorvallen van om de betalingen voort te zetten. Zo werd in maart bekend dat een bedrag van twee miljoen dollar van de Verenigde Staten en de Europese Unie dat specifiek bestemd was voor hervorming van het gerechtelijk apparaat verdwenen was, nota bene via het ‘Anti-Corruption Action Centre’.

Kennelijk niet onder de indruk van dit soort zaken hebben de VS op de nucleaire top in Washington in april Oekraïne extra militaire hulp ter waarde van 335 miljoen dollar toegezegd. Men hoopt allicht dat bij de wapenhandel de fondsen wel voor het bestemde doel aangewend zullen worden. In Amerika spreekt men over ‘veiligheidsondersteuning’, hoewel men daar in het Donbasbekken wel anders over zal denken.

Maar niet alleen de VS slaan geen acht op slechte ervaringen. Ongeacht de 1,8 miljard waarmee Kolomojski aan de haal ging, zegde het IMF Oekraïne dit jaar opnieuw 17,5 miljard dollar toe, waarvan 6,7 miljard reeds uitbetaald is. Nu de geluiden over corruptie ook doordringen tot de Amerikaanse pers wordt de kraan even dichtgedraaid. Dat heeft zelfs al tot een waarschuwing van de Amerikaanse vice-president Joe Biden geleid: “Corruptie”, zo stelde Biden, “vreet de Oekraïne aan als kanker.” Een gepast woord uit de verkeerde mond. De zoon van de Amerikaanse vice-president, Hunter Biden, bekleed immers sinds de coup een positie in het bestuur van de Oekraïense gasreus Burisma. In de raad van toezicht daarvan zitten nog meer Amerikanen, waaronder Devon Archer, een huisvriend van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry. Op de achtergrond wordt het gasbedrijf geleid door de oud-minister Nikolaj Slotsjevskij.

En zo blijven dan vrolijk de miljoenen naar Kiev vloeien. Als het IMF niet betaalt, dan zijn het wel de Verenigde Staten. Zo maakte het Witte Huis op 19 juni jongstleden bekend nog eens 220 miljoen dollar beschikbaar te stellen voor Oekraïne, allemaal met het oog op ‘versterking van de democratie en rechtstaat’ natuurlijk. Begin juni had de Overseas Private Investment Corporation (ondanks de misleidende naam een overheidsinstelling) reeds 62,5 miljoen uitgetrokken voor Oekraïne. Die som komt bovenop een reeds geheel uitbetaalde van 185 miljoen. In het begrotingsontwerp van de VS voor het komende jaar is daarbij reeds 150 miljoen gereserveerd voor bijkomende militaire hulp.

Bij de EU heeft Oekraïne inmiddels zo’n 23 miljard euro aan schulden uitstaan. De financieel analist Alexander Okchrimenko, stelt dat de afbetaling daarvan over 20 jaar uitgesmeerd moet worden en dat de waarschijnlijkheid van een staatsbankroet in de loop van dit jaar rond de vijftig procent ligt, aldus het Handelsblatt. Voor het IMF, de VS en de EU is dat waarschijnlijk reden om nog meer geld uit te trekken voor Oekraïne.