Posted on

Hoe schrijf je een goed Volkskrant-artikel? – een aantal tips

Voorpagina van de Volkskrant, zaterdag 13 juli 2019

Sinds mijn tiende ben ik een verwoed krantenlezer. Eerst nationaal, en vanaf mijn dertiende ook internationaal. Ik hield en hou vooral van zogenaamde kwaliteitskranten. En juist vanwege die liefde viel me op hoe alles in de loop der jaren veranderde, eerst langzaam, maar steeds sneller. Hoe alles steeds banaler werd, kortzichtiger, lomper, dommer en – vooral – eenvormiger. Of het nu de Times, de Frankfurter Allgemeine, de Volkskrant of de NRC betrof, overal leek hetzelfde virus rond te waren. Uiteindelijk besloot ik alle kranten vaarwel te zeggen. Losse exemplaren zijn hun geld niet meer waard al trap ik soms nog in de val er eentje te kopen.

Ik heb het sinds maanden maar weer eens gedaan: een Volkskrant. En alleen omdat ik ‘erin sta’. Of liever: er wordt over mij geschreven. Onder de titel ‘Hoe rechtzinnige katholieken samen met cultuurchristenen de strijd aanbinden tegen links’. Wat men schrijft, interesseert me eigenlijk niet zoveel. Ik verwachtte er toch al niets van. Maar wat opvalt is de domheid van het stuk.

Op het eerste gezicht lijkt het nog heel wat. Een grote foto op de voorpagina. Pagina’s vol met tekst en illustraties. Veel namen komen voorbij. Maar ik lees niet als consument. Ik weet van het journalistieke receptuur wat aangaande mijn persoon door Annieke Kranenberg en Hassan Bahara werd toegepast. Zoveel opgepoetste stompzinnigheid had ik niet verwacht. Ik verwachtte van grachtengordelaars meer niveau, meer intelligentie, minder doorzichtigheid. En dat vind ik vervelend. Als men probeert mij journalistiek kalt zu stellen, dan zij dat zo, maar dan wel graag in stijl. Zoals het hoort. En niet op de wijze der patjepeeërs.

Daarom een aantal tips – in eerste instantie gericht aan ‘Annieke’ en pas in tweede instantie aan haar loopjongen Hassan – om deze journalistieke smurrie in het vervolg te voorkomen. Met alle goede bedoelingen. Met de verwachting dat men er iets van zal leren. Want mensen die blijkbaar weinig tot niets weten, leren al heel snel aardig wat.

Tip 1. Check uw feiten. Check uw bronnen, en vooral: lees ze!

Enkele uren voor verschijnen kreeg ik een aantal citaten toegestuurd met wat vragen van Hassan (Bahara) met de vraag om toelichting. Het betrof citaten uit enkele artikelen die ik zou hebben geschreven. Al snel werd me duidelijk dat het derdehands citaten betrof aangezien Hassan en/of Annieke (Kranenberg) niets hadden gelezen van deze artikelen. Weggeplukt uit een duister artikel van internet van drie neokatholieke obscuranten en uit een stukje uit de hoek van AFA/Antifa had men dezelfde ‘citaten’ gebruikt zonder context. Eén zin bleek zelfs niet in het genoemde artikel te staan. Er was maar wat overgekalkt.

Het resultaat was nogal pijnlijk. Een satirisch stuk waarin ik juist het racisme aanviel van hen die met de mond belijden dat iedereen welkom is, maar die ondertussen de werkelijke aard van ‘immigranten’ verafschuwen, had men omgetoverd tot een schijnbaar racistisch stuk. Dat is natuurlijk niet kies. Ik ga natuurlijk ook niet het stuk van Hassan en Annieke omtoveren tot een oproep om FvD te stemmen en katholiek te worden. Maar zij zijn er blijkbaar wel toe in staat. Ik zal later de volledige tekst plaatsen.

Hetzelfde met iets anders. Had men namelijk eerder aangegeven te wachten op mijn stuk in Epoque, uit het artikel blijkt wel dat er met een Epoque werd gezwaaid, maar niet dat er ook in is gelezen. Welnu, wapperen met Epoques is niet genoeg. De krant leent zich niet voor visuele effecten. Citeer en laat zien dat u de materie beheerst en ook daadwerkelijk iets gelezen heeft. Uw doelgroep bestaat uit lezers en die stellen het op prijs dat ook ‘hun’ journalisten soms iets lezen.

Tip 2. Maak gebruik van zoekmachines.

U kon blijkbaar niets van mij vinden. Welnu, Google is reuze handig om een aantal oudere artikels terug te vinden. De connectie Jan Hoogduin c.q. (vml.) kraakpand Vrankrijk [1] had u dus links kunnen laten liggen (ik heb te vaak te maken gehad met journalisten die onderdeel uitmaakten van linkse groepen die door de AIVD als staatsgevaarlijk werden bestempeld). Evenals die van de broddelbeiers Van Zoest, Van den Berg en Bosman.

Tip 3. Verdiep u in de betekenis van woorden, van zinnen, artikelen en stijlvormen.

In een satirisch stukje is er dikwijls sprake van overdrijving en van zekere spot. Een satire is geen persverklaring. Hou dat goed in de gaten. The Life of Brian van Monty Python moet men niet lezen als een werk van Augustinus. En de artikelen in de Volkskrant niet als de geopenbaarde wil van Allah aan Mohammed in de grot. En een satirisch stukje van mij niet als een politiek pamflet. U doet dat wel, en dat komt nogal dom over.

Iets soortgelijks viel me al op tijdens de boekpresentatiebijeenkomst in Amsterdam. Annieke oreerde er lustig op los door alle mogelijke termen die ze weleens had gehoord – zoals altright, nationalisme, conservatief en reactionair – aan elkaar te breien. Toen ik haar rustig probeerde uit te leggen wat voor onzin ze daarmee debiteerde vond ze de termen opeens niet meer van belang, iets wat door haar per mail werd herhaald. Ze wist blijkbaar niet waar ze het over had, en daarmee bevond ze zich in ‘goed’ gezelschap.

Onlangs liet namelijk ook een zekere prof. Stefan Paas in het Reformatorisch Dagblad blijken niet te weten wat het verschil is tussen conservatief en reactionair (wat door hem als hetzelfde werd gezien), en het bleek dat hij als politieke nazaat van de ARP dus blijkbaar ook niet het verschil weet tussen antirevolutionair en contrarevolutionair. Het is niet erg om dit niet te weten zolang men erover zwijgt. Gaat men echter spreken, dan komt de begrippenzwendel je weldra tegemoet. Dat voorkomt men heel simpel door te zwijgen over zaken waar men niets van af weet.

Tip 4. Wees duidelijk wat betreft het onderwerp waar u over wilt schrijven.

Een kind kon aanvoelen dat de reden om mij te willen interviewen een kulreden was en dat de werkelijke reden een geheel andere was. U beweerde dat er sprake zou zijn van een trend van ‘toenemende belangstelling in het katholicisme in conservatieve en rechtse kringen’. Ik wees naar de zaal en zag in uw ogen meteen dat u wist dat u onzin sprak.

Ook per mail kon en wilde u niet uitleggen waarom er sprake zou zijn van een dergelijke trend. In mijn ogen is minder dan één persoon per jaar die deze stap zet geen noemenswaardige trend. Er is wel sprake van een sympathie van vele minder katholieke e.a. gelovigen richting FvD en PVV. Maar dat is heel wat anders. Dat had u moeten zeggen zonder de onzin eromheen.

Uw eigenlijke missie was een andere, en deze kwam stapsgewijs naar buiten. Eerst door per mail alles af te buigen richting Catholica en de mailinglijst van Breivik, en later door alles te koppelen aan de figuur van Baudet, een persoon die u als krant al langer in het vizier heeft.

Tip 5. Communiceer helder en eerlijk en speel geen toneel.

Het was vermakelijk om te zien hoe happig u – Annieke – reageerde toen ik – via een citaat van een niet-genoemd persoon – kritiek leverde op Paul Cliteur. Als u toen op een fiets had gezeten, was u er van opwinding vanaf gegleden. Weer bleek niet de ‘trend’, maar de aanval op Forum voor Democratie uw eigenlijke beweegreden te zijn om met mij te willen spreken.

Uw antwoordmail op mijn lijst van vragen was van het gelijke laken een pak. U kon en wilde nergens op ingaan, maar ging er wel vanuit dat ik zou happen. Uw doorzichtigheid was vermakelijk. Ik denk werkelijk dat in uw ogen alles wat rechts is, katholiek en/of man ‘dom’ is. Maar u laat zich dan ook omringen door nog dommere personen, zoals Hassan.

Zijn laatste mail bevatte namelijk de bewering dat hij en ik met elkaar ‘kennis hadden gemaakt’. Nu herinnerde ik me wel dat u naar hem wees. De jongeman die als een oude woestijnvos door de zaal ijsbeerde om een plek te vinden om te sterven, bleek uw loopjongen te zijn die zich geen houding kon geven en een en al uitstraalde dat hij de boel journalistiek aan het belazeren was.

Tip 6. Sla niet onnodig deuren dicht.

De schamelheid van het aantal personen dat in uw artikel geïnterviewd werd c.q. geïnterviewd wilde worden, moet u toch te denken geven? Sluit dan ook niet uit dat dit wellicht ook aan uzelf ligt. Leg niet meteen de bal bij de ander. Durf te denken voorbij de dijken van het eigen gelijk. Uw ongeduld om te investeren in relaties met mensen, en uw onwil om zelfs vragen fatsoenlijk te willen beantwoorden, heeft ertoe geleid dat er een idioot artikel is ontstaan. De personen waar het over gaat, buikspreken allemaal. Dat men aan het buikspreken was, wordt grappig geïllustreerd door het vergeten van de aanhalingstekens bij de tussenkop ‘Neo-Tridentijns hipster-fascisme’. Daardoor laat u zien dat dit volgens u geen mening is, maar een door uw krant erkend objectief feit. Overigens worden alle elementen in deze kop nergens onderbouwd, maar voor u stond de strekking van deze draak van een term (waar zijn bijvoorbeeld de skinny jeans?) blijkbaar al vast voor de eerste uwer vingeren de eerste typemachinetoets had aangeraakt.

Die enige drie die wel spreken, Bosman, Van den Berg en Van Zoest, buikspreken bij monde van eerstgenoemde twee personen. Waarbij direct de vraag oprijst: met welke autoriteit spreken zij? Hun verregaande uitspraken over mij en Tom Zwitser zijn van tevoren niemand voorgelegd om op te reageren. Deze uitspraken vormden dus reeds de onomstootbare kern van uw artikel.

U kon en wilde niet uitleggen wat mijn autoriteit zou zijn op dit gebied als persoon zonder publieke functies of bijzondere expertise. Dat enige autoriteit of deskundigheid er voor u niet toe doet, bevestigt niet alleen de idee dat het u uitsluitend te doen is om beschadiging van de FvD via personen zoals ik, maar heeft ook geleid tot een hilarische opbouw van dit stuk. De enige drie personen van ‘gewicht’ die u kon vinden zijn drie obscuranten. Eentje een vereenzaamde doordrinkende pornocraat, een ander een beoefenaar van een zelfverzonnen wetenschap – cultuurtheologie – en de derde slaat werkelijk alles. Deze ‘internetondernemer’ werd jaren geleden ontmaskerd als de verkoper van sites die à la minute te hacken waren, en als iemand die geld verdiende door goedgelovige katholieke oude vrouwtjes voor geld ‘twittercursussen’ aan te smeren.

De grootste grap was het vervolg. Had hij eerder, met zijn ‘kompanen’, Catholica ervan beschuldigd ruimte te geven aan zogenaamde ‘heel-Nederlandse’ ideeën; deze ‘ondernemer’ presteerde het om zijn critici aan te vallen door de enige Heel-Nederlandse advocaat en activist in dienst te nemen die ons land kent: Wim Schuller. Deze maakte het zo bont om alle critici van mijn naamgenoot formeel te beschuldigen van ‘poging tot doodslag’… Verder bleek dat diezelfde ondernemer de domeinnaam katholiek.nl had verkregen via een connectie die niet alleen sedevacantist was geworden, maar ook verbonden was aan een gemeenschap in Oldenzaal die sympathiseert met Mgr. Richard Williamson, de welbekende Holocaust-ontkenner.

Ik ben dus niet onder de indruk van hun morele autoriteit. En dit gezelschap van maatschappelijke kwakzalvers laat u uw lezers vertellen wat ‘normale’ katholieken zijn en hoe neonazistisch zij zijn die andere opvattingen koesteren dan deze heren. Kijk, hiermee kweekt u geen vertrouwen. En zo wordt het nooit wat met de podiumfunctie van uw krant.

Tip 7. Denk na over bewoordingen en gooi niet alles op een hoop.

Vermijd, in vervolg van voorgaande punt, taalgebruik dat richting personen zoals die van mij de suggestie voedt dat u wellicht doet aan haatzaaien door bepaalde termen te gebruiken c.q. toe te staan c.q. te publiceren in uw artikel. Dat wilt u natuurlijk niet, maar u doet het wel. U weet natuurlijk heel goed dat ‘bruine rand’ niet verwijst naar de kleur van een stoelleuning, maar naar nazisme. Hou u er dan ook verre van.

Mail mij dan ook niet dat ik ‘geweigerd’ zou hebben geïnterviewd te worden, terwijl u niet in staat was of wilde zijn mijn simpele vragen over zo’n interview te beantwoorden. Geef dan ook geen ruimte aan obscure types door via hen te buikspreken dat ik een tegenstander zou zijn van ‘normale’ en ‘gematigde’ katholieken. Geef charismatisch en seksueel gemankeerden niet de kostbare ruimte te oreren over masturbatie (ik moet weer aan die fiets denken).

En haal niet zomaar ergens de NSB bij, waar ooit is geschreven over de driekleur ‘Oranje, blanje, bleu’. Ik heb dat vroeger gewoon geleerd op de lagere school en mijn leraren waren geen NSB’ers, ook al vinden u en Wikipedia van wel (want u lijkt letterlijk Wikipedia te citeren…). Ik schreef dit ooit op in combinatie met aandacht voor de drieslag ‘Unie, Religie en Militie’. U weet wel, de typering die prof. Van Hamel vlak na de bevrijding van stal haalde (in boekvorm onder de titel De eendracht van het land, maar reeds in april 1944 in een artikel in De Gids uitgegeven in bevrijd Nederland) met een verwijzing naar een schilderij van Rembrandt.

Op dit punt overschrijdt uw stompzinnigheid de grens met de kwaadaardigheid. Daarom: gooi in vervolg niet alles op een hoop. Hou het voor u inzichtelijk, zeker wanneer het een materie betreft die voor u volkomen nieuw is. Bedenk: vele discoursen hebben een eigen jargon en een specifiek symbolisch universum. U stampt daar als een olifant doorheen. Mijn advies: niet doen.

Tip 8. Ontwikkel een sterke maag.

In deze wereld zijn er meer opvattingen dan enkel en alleen die van de journalisten aan de Wibautstraat. Het kan zijn dat sommigen van u vanwege achtergrond, ervaring en ontwikkeling een zekere gevoeligheid hebben ontwikkeld voor afwijkende opvattingen. Neem daarom deze raad ter harte: “kweek een sterke maag”.

Niet iedereen is zoals u en besef dat dit ook niet zo snel zal gebeuren. Om de kwaliteit van uw waarnemingen en uw oordeelsvermogen te bewaren is het dan ook noodzakelijk op zijn minst andersdenkenden te verdragen en elk gevoel van walging te voorkomen. Dit vergt een oefening die wellicht in bepaalde gevallen, zoals de uwe, beter buiten de vertrouwde kring kunnen plaatsvinden om enig effect te sorteren. Een Turks koffiehuis is dan ook een betere oefenlocatie dan een redactielokaal van een Volkskrant.

Tip 9. Wees duidelijk in het uitdragen van uw missie.

Een journalist is allereerst dienstbaar en is slechts de explicitering van een eigenschap die elke burger bezit; namelijk drager en uitoefenaar van de vrijheden c.q. rechten van meningsuiting, informatievergaring en drukpers. Het enige verschil tussen de journalist en de burger is dat de eerste is vrijgesteld om deze eigenschap c.q. vrijheid c.q. recht te beoefenen in het algemeen belang. Een journalist staat dus nooit boven de burger en alleen al daarom dient de journalist elke burger met respect en eerlijkheid te bejegenen en te behandelen.

Uw vraag aan mij per mail naar de ideologische overeenstemming tussen Breivik en mijn persoon was dan ook zeer onbetamelijk. En niet zozeer vanwege de aanname dat ik dat manifest gelezen zou hebben – ik heb dat namelijk niet. Nee, de vraag herbergt de suggestie dat de vragensteller volledig onwetend is aangaande de aard van ‘terrorisme’, namelijk als de combinatie van deugd en geweld (Robespierre).

Sinds wanneer doet het gewelddadige grijpen van een individu naar geweld de ‘deugd’ teniet? De Volkskrant was nooit kieskeurig t.a.v. van figuren als Paul Rosenmöller die openlijk hun steun uitspraken richting mannen als Mao, Pol Pot, Stalin en Enver Hoxha. Nooit raakten voor de Volkskrant hierdoor haar linkse deugden in diskrediet. En evenzeer nooit de figuur van Rosenmöller.

Maar het is erger. De vraag suggereert dat het eventuele verwijzen van Breivik naar Benedictus XVI zou betekenen dat elke katholiek ideologisch verbonden zou zijn met een massamoordenaar als Breivik. Dit is uiteraard een krankzinnige opvatting die grenst aan het onbedaarlijke. Dit soort uitglijders zijn onvergeeflijk, tenzij u erop terugkomt. Daarom: volg op z’n minst een workshop ‘dienstbaarheid’. En:

Tip 10. Durf excuses aan te bieden.

Iedereen maakt fouten, sommigen maken soms grote fouten. Zoals u. Dat is niet erg. Fouten maken hoort bij het leven, maar fouten moeten wel erkend worden en worden opgevolgd door excuses. Schade aan uw krant, de geloofwaardigheid van uzelf en de onnodige schade aan de reputaties van goedwillende burgers dienen te worden rechtgezet. Dit versterkt uw geloofwaardigheid en tevens uw karakter.

Geef rustig toe dat u nooit van plan was een eerlijk interview af te nemen. Dat u wel degelijk in staat was mijn vragen te beantwoorden, maar dat u gewoon niet wilde. Dat u niet geïnteresseerd bent in welk verhaal dan ook. Het lucht op en maakt van u een beter mens.

Tip 11. Volg onderwijs.

Wie te kort schiet op alle bovengenoemde punten kan beter het zekere voor het onzekere nemen en gewoon weer naar de schoolbanken gaan. Een gewezen ombudsvrouw van de Volkskrant is nog niet automatisch een goede journalist. Evenals een afvallige islamhater dat is. Zonder goed onderwijs is het lastig om paginagrote artikelen te schrijven met enige samenhang en betekenis.

Tip 12. Houdt uzelf een spiegel voor.

Bijvoorbeeld de satire ‘Ik wil een echte neger’. Ik vond nog ergens het origineel. En ik kan er – in tegenstelling tot u – eerlijk gezegd niets fouts in ontdekken. De strekking is en was duidelijk: waar in 2010 (en nog steeds in 2019) de mainstream-politici, media en opiniemakers zogenaamd solidair zijn met Afrikanen, immigranten en allochtonen, is en was men in feite alleen maar tolerant ten aanzien van ‘negers’ als lege hulzen: die hun moraal, cultuur en opvattingen hebben afgelegd en vanbinnen ‘blanke, progressieve, liberale homo-activisten-in-spe’ zijn geworden.

De strekking van de Volkskrant (en anderen) is duidelijk: wie ‘echte negers’ welkom wil heten, zoals ik dat deed, is in hun ogen een racist. In uw ogen is er slechts een welkom voorbehouden aan aangepaste en leeggemaakte ‘negers’ om zo uw grachtengordels en Wibautstraten van nieuw neuk- en schrijfvlees te voorzien.

Echte negers ~ Een satire (uit mei 2010)

Volgens de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen zijn echte negers “meer dan afschuwelijk”. Hij zei dit na het incident in Malawi waar twee kerels die met elkaar wilden trouwen een fikse gevangenisstraf kregen opgelegd (die na hevige externe druk weer werd ingetrokken). En zowat de hele wereld viel hem daarin bij. Want zeg nu zelf: echte negers zijn eng, agressief, hebben een achterlijke moraal. Zolang ze in Amsterdamse varkensflats huizen, vallen ze nog mee. Maar zodra ze hun mond opentrekken krijg je van die meer dan afschuwelijke spirituals te horen. Onze fijnbesnaarde Rammstein- en Youp van ’t Hek-oortjes kunnen daar natuurlijk niet tegen.

Negers zijn een mooie voorbeeldcase van onderdrukte volken. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake de SGP presteerde Trouw-columniste Elma Drayer het om de vergelijking te leggen tussen slavernij en het vrouwenstandpunt van deze partij. De analogie was volgens haar duidelijk: ooit was slavernij normaal, maar thans verboden; idem dito met het afwijzen van passief vrouwenkiesrecht door een SGP. Dat Elma daarmee impliciet zei dat onze maatschappij er een is van slaven die elke vier jaar haar slavenhouders kiest, drong waarschijnlijk niet tot deze columniste door. De grap was vooral het neger-element.

Elma Drayer vindt het goed dat juist de partij met de grootste neger-factor wordt aangepakt. Niet alleen uiterlijk in zwarte pakken en slobkousen, maar ook qua opvattingen. De Nederlandse Veluwenegers zitten volgens mevrouw Drayer terecht in het verdomhoekje van Halsema-land. Elma Drayer haat negers, zelfs blanke stadsnegers uit olde Barnevelt.

Nu zijn negers ook niet iets om trots op te zijn. Zeg nu zelf: verpest door kolonialisme, door een politiek van moraalafbraak, uitbanning van huwelijk en huwelijkstrouw onder slaven, en het uit elkaar trekken van mannen en vrouwen in townships is er een fantastisch mengsel ontstaan van rasta-dragende, rondcopulerende bling bling gangstarappers. MTV spint er garen bij, evenals de Amerikaanse NBA.

Halsema-typetjes – waar onder invloed van Flair en Viva ons land zo langzamerhand vol mee zit – hebben niets met MTV – dus niets met negers. Neem nu Femke. Viel haar voorganger André van Es nog op fors geschapen zwarte mannen; Femke Halsema geeft negers het liefst een knietje. Seksisten moet je te grazen nemen. Zelfs al heten ze Jan Peter Balkenende.

In Amerika weten ze er raad mee. Toen Californië onlangs het homohuwelijk afwees – Proposition 8 – en de homoactivisten kwamen erachter dat dit vooral te danken c.q. wijten was aan de tegenstem van zwarten, ontstonden er heuse razzia’s door homo’s op negers. De ondankbaarheid van negers is groot, zullen we maar zeggen. Ben je doodgeknuffeld door neomarxistische welzijnswerkers, zit je zoon in de gevangenis en ligt zijn pa in de goot, ben je nog niet dankbaar! In Californië maten linkse homo’s zich daarom het recht aan negers in elkaar te meppen. Aan het velletje van Oom Tom zie je toch niet dat hij blauwe plekken heeft – dus niet zeuren.

Een ander ondankbaar soort negers woont in Malawi. Daar proberen ze nog iets te redden van een maatschappelijke orde die niet is verwoest door de goede bedoelingen van het Westen. Ondankbaar volk, niet? Ze hebben geen kennis van onze strafmaten. Madonna heeft er twee gered, maar de rest zal het nooit leren. Honderd jaar leerschool heeft er nog geen keurige negertjes van gemaakt. Dan maar de botte bijl van de VN. De negermoraal moet maar eens afgelopen zijn. Het negervlees gaat dood aan AIDS; de negermoraal gaat dood door de VN. Een cocktail en een knietje.

Volgens onze linkse elite zijn negers “meer dan afschuwelijk”. Echte negers althans. Zwart, aangepast vlees is echter uitstekend. Hetzij in de vorm van half-om-half voor 2 Euro 99 bij de C1000, hetzij in de vorm van hotsende en klotsende voetbalbenen. Maar zodra er in dat zwarte vlees ook nog een neger woont, is de wereld te klein. Het vlees mag er zijn; de voorouderlijke geest moet begraven worden. In Malawi of zo.

Bij Catholica zijn negers welkom. Als ze iemand in de cel willen stoppen, moeten ze dat maar ergens anders doen. Wij sluiten niet zomaar iemand op. En bovendien: onze cellen zitten vol met afgedankte medewerkers die denken dat ze Job Cohen, Mark Rutte of Lee Towers zijn.

Wij vallen wel mee. Wij zullen mannen die zich met elkaar verloven veertien jaar lang uitlachen. Vanuit het cellencomplex van Schiphol. Voordat we het land worden uitgezet en worden teruggezet in de savannes van Negrotopia.

Ten slotte

Dit stuk toont de grondhouding en daarmee de weeffout aan in uw denken. Het is een kritiek op de renegaten zoals die kranten als de Volkskrant bevolken: de afvalligen met onblusbare haatgevoelens en met de moraal van de woestijn. U haat kennelijk Baudet. En in zijn kielzog haat u daarom ook mensen zoals ik. Niet vanuit een sterke overtuiging, maar juist vanwege gebrek aan overtuiging. U bent namelijk een lakei van het systeem en Hassan is uw koelie.

U ziet het als uw taak de lacunes van ons systeem te dichten. Waar justitie te kort schiet, moet volgens u een Volkskrant de taak van eliminatie op zich nemen. De staat van onze pers wordt mede door uw toedoen gekenmerkt door een onderzoeksjournalistiek project waar meerdere mensen vele weken aan gewerkt hebben, maar dat bij nader inzien goedkoop broddelwerk van schoolkrantniveau blijkt te zijn. Denk daarom eens na of u wel geschikt bent voor uw taak en of niet beter een ander die taak op zich kan nemen.


Noot

[1] Jan Hoogduin was één van de fictieve personae die extreemlinks gebruikt(e) om informatie te vergaren en op internet te zetten waar kranten als de Volkskrant e.a. dan weer hun ‘objectieve’ informatie vandaan konden halen.

Posted on

Oproep Gauck tot meer tolerantie naar rechts aan dovemansoren gericht

Joachim Gauck, van 2012 tot 2017 president van de Bondsrepubliek Duitsland, roept op tot “meer tolerantie naar rechts”. Zijn oproep is echter aan dovemansoren gericht, zoals de ontwikkelingen in Görlitz duidelijk maken.

Het zal veel burgers verrast hebben. Oud-president Joachim Gauck riept tot “grotere tolerantie naar rechts” op. Uitgerekend Gauck, die tijdens zijn ambtstijd als staatshoofd het polariserende onderscheid tussen “licht” en “donker Duitsland” in het publieke discours introduceerde. Hier lijkt dus sprake van voortschrijdend inzicht. De oud-pastor heeft kennelijk ingezien in welke donkere steeg een natie verzeild kan raken wanneer er in de plaats van een vrij debat alleen nog vijandige sprakeloosheid en propaganda is. Aan het eind van zo’n steeg loert het spook van burgeroorlog of despotie, zo leert de geschiedenis.

Görlitz

Maar dringen de woorden van Gauck door? Kan hij de mede door hemzelf aangerichte schade repareren? Deze vraag kan helaas nog niet beantwoord worden, maar de voortekenen zijn slecht. Een recent teken daarvan kwam uit Görlitz. Daar slaagde een CDU-kandidaat voor het ambt van Oberbürgermeister, Octavian Ursu, er met steun van een monstercoalitie van alle overige partijen, bijna alle media en zelfs uit Hollywood in om de concurrent van de AfD, Sebastian Wippel, met 55,2 tegen 44,8 procent te verslaan.

Nul tolerantie naar rechts

Je zou verwachten dat Ursu door deze ‘overwinning’ enige bescheidenheid tegenover de AfD zou tonen. Maar niets daarvan, hij riep meteen op tot consequente uitsluiting van de AfD. Hij wil zogezegd Oberbürgermeister “van alle Görlitzer” zijn en “met ontevreden burgers praten”, maar met de partij met de meeste steun onder de burgers wil hij niet praten.

De tegenstrijdigheid van deze uitspraken is hemeltergend. Ursu wil Oberbürgermeister van alle burgers zijn, maar sluit de vertegenwoordigers van bijna de helft van hen van iedere samenwerking uit. Ofwel veronderstelt de CDU-politicus dat de “ontevreden burgers” slechts uit onwetendheid op de AfD-kandidaat gestemd hebben en trekt hij daarmee hun politieke volwassenheid in twijfel. Of hij huichelt. Meest waarschijnlijk is nog dat de koperblazer Ursu slechts de bekende clichés aan elkaar rijgt die hij van de grote politiek heeft afgekeken.

Psychotisch

Ursu is daarmee de kleine afspiegeling van de grote ellende. De psycholoog Holger Richter noemt dergelijk gedrag in het dagblad Die Welt “psychotisch”. Kenmerkend voor de psychose is volgens Richter de intolerantie en volledige onwil met de andere kant werkelijk in gesprek te gaan of zelfs maar pragmatisch samen te werken. Richter werkt in Dresden, dus wellicht kan Octavian Ursu hem eens bezoeken. Joachim Gauck geeft het goede voorbeeld, die wist zich reeds aan zijn psychose te ontworstelen.

Posted on

Naoorlogse verzetshelden waarschuwen voor Baudet

De wanhoop slaat nu toch echt toe! Zelfbenoemd ‘weldenkend’ Nederland weet nu echt niet meer hoe ze Baudet moet stoppen. Ruim een week geleden werd er tijdens een antiracisme-demonstratie opgeroepen Baudet neer te schieten; het journaille en de intellectuele goegemeente was er als de kippen bij om deze moordoproep te bagatelliseren. Bijna dagelijks zitten ‘pratende hoofden’ in een van de vele talkshows te fulmineren tegen Baudet en het Forum voor Democratie. Opiniepagina’s van de dagbladen staan dag-in dag-uit vol met alarmerende schrijfsels over de filosoof-politicus en redactionele commentaren maken voortdurend hysterische vergelijkingen tussen de opkomst van Baudet en – natuurlijk – de jaren dertig van de vorige eeuw. Een al lang uitgerangeerde cabaretier schreeuwde onsamenhangende anti-Baudet kreten tijdens het herdenkingsmoment voor de slachtoffers van de aanslag in Utrecht bij de opening van het Boekenbal. Men zit kortom met de handen in het haar. Waarom wil het domme volk maar niet luisteren?!

“Volwassen politici”

Een laatste bedroevende bijdrage aan de dagelijkse stroom van anti-Baudet geluiden levert filosoof en Trouw-redacteur Leonie Breebaart. In het Letter&Geest-katern van 30 maart steekt ze al vanaf zin 1 met grof geschut van wal: “In de week voor de Maand van de Filosofie sloeg Thierry Baudet alle taboes aan diggelen die volwassen filosofen – en volwassen politici – proberen te respecteren, en die je kunt samenvatten als: doe niet of je een goddelijke ziener bent en hou je aan de feiten.”

Breebaart suggereert hier nogal wat in één zin. Baudet is geen volwassen filosoof en geen volwassen politicus, hij noemt zichzelf een ‘goddelijke ziener’ en hij houdt zich niet aan de feiten. Daarnaast verwijt de redacteur tussen neus en lippen door dat Baudet taboes doorbreekt. Laat het nu juist de generatie linkse journalisten zijn die er prat op gaat overal en nergens taboes te willen doorbreken! Maar Baudet, die schopt tegen het linkerbeen, verstoort het progressieve feestje.

Bodar op de korrel

Wie is Breebaart om vast te stellen wie wel volwassen is en wie niet? Welke criteria hanteert de filosoof/redacteur daarvoor? Op z’n minst mag je daarvan toch wel een verantwoording verwachten van iemand die zichzelf filosoof noemt? Maar de Trouw-redacteur suggereert heel geniepig dat Baudet, in tegenstelling tot zijn tegenstanders, een kind is. En kinderen hoef je niet serieus te nemen. Dat blijkt al uit de volgende alinea, waarin Breebaart Antoine Bodar, die zeldzaam moedig in Buitenhof het opnam voor Baudet, op de korrel neemt. De priester had de leider van het Forum vergeleken met een gymnasiast. Breebaart schampert daarover: “Ach ja, die goeie, ouwe puberteit, toen je grootse visies de wereld in slingerde in de hoop heel geleerd over te komen.” Nee, de redactie van Trouw is dat stadium allang ontgroeid. Daar werken alleen heel volwassenen mensen.

“Het land beschermen”

Want volgens Breebaart zelf behoort zij tot de groep mensen die het land beschermen, maar die Baudet wegzet als vijanden: “En dus dat degenen die ons in werkelijkheid beschermen tegen de macht van een leider – wetenschappers, journalisten, bestuurders – weggezet moeten worden als vijanden van het volk.” Het staat er echt. Wetenschappers, journalisten en bestuurders die “ons” moeten beschermen. Wat een gotspe, wat een eigendunk, wat een arrogantie!

(Non-)conformisme in de wetenschap

Wetenschappers die bijvoorbeeld werkzaam zijn bij een van de overheidsinstellingen, zoals een Planbureau, en die braaf opschrijven wat een ministerie wil horen. Wetenschappers die zo overtuigd zijn van hun eigen theorieën, dat ieder afwijkend geluid de mond wordt gesnoerd. Neem bijvoorbeeld promovendus Joris van Rossum van de VU in Amsterdam. In zijn proefschrift haalde Van Rossum, niet christelijk, de evolutietheorie van Darwin onderuit. Hij kon een baan in zijn vakgebied vergeten.

Gekochte journalisten

Journalisten die braaf op- of beter overschrijven wat een ministerie of inlichtingendienst hen voorkauwt. Udo Ulfkotte heeft dit overtuigend aangetoond in zijn boeken, zoals ‘Gekochte journalisten’ (Uitgeverij De Blauwe Tijger). Journalisten, die acht jaar lang hijgerig en kwijlend achter president Obama hebben aangehobbeld, maar die sinds 2016 Trump wegzetten als een levensgevaarlijk man. Trouw kopte op 31 maart nog: “Donald Trump regeert als een koning die geestelijk niet tegen zijn taak is opgewassen”. Alweer een kind, net als Baudet. Verslaggevers die twee jaar lang ongenuanceerd en kritiekloos berichten over Russische beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar vervolgens het Mueller-rapport – dat als conclusie heeft dat er geen enkel bewijs van beïnvloeding is – in twijfel trekken. En dat noemt zich kwaliteitsjournalistiek. Journalistiek als verdienmodel is een betere naam (Perscombinatie, salaris Van Nieuwkerk, etc.).

Reductio ad hitlerum

Bestuurders die hun sociale media-kanalen gebruiken voor het rondsturen van berichten waarin Baudet en het Forum voor Democratie een-op-een geassocieerd worden met het nationaal-socialisme. Als het Forum inderdaad de grootste partij van Nederland wordt, verwacht ik al snel ‘Baudet-vrije’ gemeenten. Want de bestuurders in dit land zijn echte verzetshelden.

Breebaart zingt in dat koor lustig mee. “Nieuw-rechtse bewegingen”, “extreem-rechtse Polen”, “omvolking”, “sterke leider”: de column van de redacteur grossiert in dit soort grove associaties en beschuldigingen. Beschermers? Tendentieuze rioolratten, die een klimaat creëren dat erger is dan dat van 2002. De demonisering neemt beangstigende vormen aan. Was het in 2002 nog ‘Stop de Hollandse Haider’, nu leest men zwart op wit of tussen de regels door ‘Stop de Hollandse Hitler’. De wanhoop van de linkse elite kent geen grenzen meer. Wie herinnert zich niet de schreeuwende Alexander Pechtold in De Balie in Amsterdam? Er hoeft maar een gek op te staan…

Posted on

Tegen rechts is alles geoorloofd

In hun zeer herkenbare en bemoedigende boek ‘Mit Linken leben’ wijzen Caroline Sommerfeld en Martin Lichtmesz op de debatdooddoener die links voortdurend inzet. “Nazi”, “fascist”, plus het gevreesde H-woord (Adolf). “Zonder het grote verhaal van Adolf Hitler en het nationaalsocialisme als de pseudo-Gouden Standaard van het absolute Kwaad stelt links niets voor,” schrijven Sommerfeld en Lichtmesz. “Zijn terugkeer moet absoluut voorkomen worden.” Het bewijs van hun constatering is dagelijks in de media (kranten, rtv, sociale media) te vinden. Zoals afgelopen zaterdag in Trouw. Marijn Kruk bespreekt ‘Fascisme, een waarschuwing’ van Madeleine Albright en ‘Het verraad van de intellectuelen’ van Julien Benda. Onder de kop “Fascisme is terug (maar dan anders)” trekt de recensent een aantal zeer wonderlijke conclusies.

Madeleine Albright was minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten in de jaren negentig van de vorige eeuw. Op de Balkan kunnen ze haar bloed wel drinken en de dood van duizenden dode kinderen ten gevolge van de oorlog in Irak in 2003 en daarna bagatelliseerde ze. Tegenwoordig doceert de 80-jarige internationale betrekkingen in Washington. Vanuit haar huidige en vorige functie meent ze te moeten waarschuwen voor het ‘fascisme’ dat in Europa, maar zelfs in de Verenigde Staten, aan een comeback bezig zou zijn. De vrouw die tijdens de verkiezingsstrijd in 2016 zei dat “er een speciale plek in de hel is ingericht voor vrouwen die niet op Hillary Clinton stemmen”, schrijft nu in haar boek: “Als we fascisme beschouwen als een wond uit het verleden die bijna was geheeld, is Trump in het Witte Huis zoiets als het verband losrukken en aan de korst krabben”. De typering die Albright geeft voor het herkennen van een fascistische leider luidt: “iemand die zich sterk identificeert met een hele natie of groep, zich niet bekommert om de rechten van anderen, en bereid is elk middel aan te wenden om het gewenste doel te bereiken, inclusief geweld”. Uiteraard doelt Albright hier op Orbán, Erdogan en Trump. Ironisch genoeg gaat haar definitie net zo zeer of beter op voor de beide Clintons. Die gebruikten geweld om hun doel te bereiken (critici van hun politiek, Irak, voormalig Joegoslavië, Libië), voerden een machtspolitiek op basis van identity politics en verachten die groepen die in hun ogen niet tot de gewenste minderheden behoren – de “deplorables” – en ontzegden rechten aan de ‘restjesmensen’ (Jan Antonissen) en bijvoorbeeld christelijke ondernemers. Maar het begrip ‘fascsime’ wordt voor progressieve en linkse politici, intellectuelen en activisten niet toegepast. Het is voorbehouden aan alles en iedereen die zich tegenwoordig nog rechts durft te noemen. Het mechanisme waar Sommerfeld en Lichtmesz op wijzen.

Vandaar dat Trouwrecensent Kruk de Nederlandse actualiteit erbij meent te moet betrekken en in één adem een verband legt tussen de mensen die de politiek van Orbán steunen en de ‘blokkeerfriezen’ die vorige week in Leeuwarden voor de rechter verschenen. Kruk noemt het niet letterlijk, maar de hele teneur van zijn artikel wijst erop: het zijn mensen die handelen in de geest van het fascisme. “Bedenkelijke groepsdenkers”, die “hun identiteit bóven de rechtsstaat” stellen. Dezelfde eenzijdige blik, het H-woord, de debatdooddoener, volgt hij in zijn bespreking van het boek van Julien Benda. Volgens Kruk verweet de Franse filosoof begin vorige eeuw dat de intellectuelen van die tijd tijdens de Dreyfusaffaire zich niet boven de politieke passies hadden gesteld, maar deze juist hadden aangewakkerd. Volgens Kruk doelt Benda op Maurice Barrès en Charles Maurras, “extreemrechtse schrijvers”, ergo, fascisten. Kruk noemt Benda “een uitstekende gids in deze verwarrende en verontrustende tijden. Zelfs als wij te maken hebben met blokkeerfriezen in plaats van de Dreyfusaffaire”.  Een gotspe! Voor het gemak vergeet Kruk maar even het echtpaar Webb (Sovjetunie), Sartre (China), Foucault (Iran) en Mulisch (Cuba). Intellectuelen die volledig opgingen in hun politieke passies en zo’n beetje ieder links-totalitair regime steunden. En gaat het niet om Dreyfus en blokkeerfriezen, maar om Stalin en antifa-terreur.

Want zij passen nu eenmaal niet in het betoog van Kruk, die alles ter rechterzijde weg zet met het gevreesde H-woord. “Ben je rechts, dan ben je een ‘nazi’; een ‘nazi’ is een onmens en daarmee ben je eigenlijk een ‘untermensch’, een duivel, die als een gevaarlijk virus van de rest van de samenleving geïsoleerd moet worden,” schrijven Sommerfeld en Lichtmesz. “Wie het label ‘nazi’ krijgt is vogelvrij. Als het om ‘tegen rechts’ gaat, is voor veel mensen alles geoorloofd.”

Posted on

Nieuwe beweging ‘Aufstehen’ kan immigratiedebat in Duitsland openbreken

Sahra Wagenknecht viel voor een linkse politica reeds langer op met haar uitspraken over immigratie. Nu ze daarom steeds meer onder druk stond binnen de socialistische partij Die Linke, waarvoor zij fractievoorzitter in de Bondsdag is, kiest ze de vlucht naar voren met de oprichting van een nieuwe beweging.

4 september zou wel eens als een belangrijke datum de nieuwe Duitse partijgeschiedenis in kunnen gaan, vergelijkbaar met de oprichting van de Alternative für Deutschland (AfD) in het voorjaar van 2013. Het is de officiële oprichting van de nieuwe beweging ‘Austehen’ (Opstaan) door de iconische fractievoorzitster van Die Linke.

Wagenknecht is in het verleden niet slechts met allerhande slecht te slijten linkse tot radicaal-linkse ideeën opgevallen, zoals voor veel van haar partijgenoten geldt. Ze prees weliswaar het ‘Cubaanse model’ en stelde het socialistische Venezuela ten voorbeeld, maar dit alles wekte in het politieke establishment en de gevestigde media weinig ophef op.

Wat wel voor veel ophef zorgde: De 49-jarige viel ook het asiel- en immigratiebeleid aan en nam het EU-centralisme op de korrel, die ze als in de kern ondemocratische geselde. Daarmee vergreep ze zich aan de heiligen koeien van de globalisten van CDU, SPD, FDP, Groenen en binnen haar eigen partij.

Het bijzonder pijnlijke voor gevestigd links bestond erin, dat Wagenknecht met haar kritiek een hemeltergende tegenspraak blootlegde, die met het ontstaan van haar nieuwe beweging in alle openbaarheid besproken dreigt te worden. Namelijk dat ongecontroleerde massa-immigratie onontkoombaar druk zet op de arbeidsmarkt en de verzorgingsstaat.

Juist lageropgeleiden lijden onder de aanhoudende toestroom van nieuwe concurrenten op de arbeidsmarkt en ook de middelen van iedere verzorgingsstaat zijn vanzelfsprekend beperkt. Wie ze onbegrensd voor de hele wereld beschikbaar stelt, vernietigt de verzorgingsstaat.

Alleen met luide, agressieve en aanhoudende aanvallen ‘tegen rechts’, gepaard gaande met nazi-vergelijkingen, is het de gevestigde politiek tot nu toe gelukt deze overduidelijke samenhangen enigszins buiten het publieke debat te houden.

De nieuwe linkse beweging rond Wagenknecht zou er in kunnen slagen om dit doodslaan van het immigratiedebat met een reductio ad hitlerum te doorbreken. In Duitsland zullen velen er met spanning op zitten te wachten.

Anderzijds valt op dat wat de nieuwe beweging Austehen tot nu toe op dit gebied laat horen, wat ingehouden klinkt in vergelijking met uitspraken die Wagenknecht en haar man Oskar Lafontaine in het verleden al deden. Als de pioniers van de nieuwe linkse beweging echter uitgerekend op dit vlak ervoor kiezen om binnen het kader van de  bestaande linkse partijen te blijven, dan kunnen ze hun boedel gelijk wel weer inpakken. Dat zal niet de voorkeur van Wagenknecht hebben, maar dan moet zij er wel het voortouw in nemen om in het immigratiedebat een onderscheidend geluid te laten horen.

Posted on

Vogelpoep en de Duitse geschiedenis: AfD-leider Gauland heeft een punt

Veel ophef is er in Duitsland ontstaan over een zinnetje in een toespraak van AfD-leider Alexander Gauland. Als men echter ook nota zou nemen van de rest van zijn rede, zou er een constructief en hoognodig publiek debat over de Duitse omgang met het verleden kunnen ontstaan.

Met zijn toespraak op een federale conferentie van de AfD-jongerenorganisatie ‘Junge Alternative’ in Seebach, Thüringen, heeft AfD-leider Alexander Gauland een mediale shitstorm losgemaakt. De media hebben één zinnetje eruit gelicht en zijn daarmee aan de haal gegaan. Wie kennis neemt van zijn gehele toespraak, kan de ophef slechts als overtrokken beoordelen.

Gauland poetste immers de verantwoordelijkheid voor de misdaden van de nationaalsocialisten geenszins weg, stelde echter dat de “twaalf vervloekte jaren” dat zij aan de macht waren “slechts vogelpoep” waren op het geheel van de honderd keer zo lange Duitse geschiedenis, die hij “roemrijk” noemde.

Concreet wordt Gauland nu verweten met de formulering “vogelpoep” niet alleen de in verhouding tot het geheel van de Duitse geschiedenis korte duur van het nationaalsocialistische regime bedoeld te hebben, maar daarmee ook de omvang van de tijdens dat regime begane misdaden te geringschatten. Dit kwam hem op kritiek van politieke tegenstanders, maar zelfs vanuit zijn eigen partijtop te staan.

Wat heeft Gauland tot de bewuste uitspraak bewogen? Dat is de vraag die nu verhit bediscussieerd wordt in Duitsland. Het gaat echter niet aan hem aan te wrijven dat hij de misdaden van de nazi’s weg zou willen relativeren, als we zien dat hij deze in de zinnen daarvoor uitdrukkelijk ter sprake brengt en erkent.

Het probleem is echter de op dit ene punt weinig elegante formulering van zijn these en dat Duitse journalisten er steeds op gebrand zijn AfD-politici te betrappen op uitspraken die op een of andere wijze als relativering van het nationaalsocialisme of de Holocaust uitgelegd kunnen worden. De zakelijke en hoognodige discussie die Gauland aan wilde snijden, raakt daarmee bedolven onder de verontwaardiging over één zin die uit zijn verband gerukt en uitentreuren herhaald wordt in de media.

Kern van zo’n zakelijk debat zou de vraag kunnen zijn, in hoeverre de nazi-misdaden de kijk van de Duitsers op zich zelf, hun land en de lange geschiedenis daarvan zouden moeten overheersen. In alle opwinding over de vogelpoep-uitspraak van Gauland wordt de discussie over deze belangwekkende vraag volkomen overstemd, wat sommigen die dat jammer vinden de spreker zelf dan weer kwalijk nemen, vanwege zijn woordkeuze.

Dat de eigen geschiedenis het referentiekader biedt voor actuele discussies is normaal en onvermijdelijk. In Duitsland beperkt dit referentiekader zich vrijwel uitsluitend tot de 12 jaren dat de nazi’s aan de macht waren. Iedere maatschappelijke discussie over welke kwestie ook, van asielbeleid, tot de Euro, tot zelfs dierenbescherming (“kippenconcentratiekamp”), landt haast als vanzelf na afzienbare tijd bij het nationaalsocialisme.

Wanneer echter alles naast de grootste misdaad uit de eigen geschiedenis gehouden wordt, raken de maatstaven onvermijdelijk uit het lood. Het discours wordt verstikt door verdachtmaking, insinuatie en uiteindelijk openlijke haat. Tolerantie en zakelijkheid krijgen in het publieke debat geen schijn van kans.

Hoe ver die verwarring inmiddels gevorderd is, laten extreemlinkse jongeren zien, die met leuzen als ‘Duitsland verrek!’ door de straten trekken en zelfs de Amerikanen oproepen tot nieuwe tapijtbombardementen (“Bomber Harris, do it again!”).

Wie voorbij zijn weinig elegante woordkeus en de mediale hysterie wil kijken, ziet dan ook dat Gauland een punt heeft. Het denken en handelen van de Duitsers van vandaag zou zijn historische horizon weer naar de gehele Duitse geschiedenis moeten verbreden. Daarmee zouden de monstruositeiten van de nazi’s geenszins uit het zicht raken. Wel zou het de mogelijkheid bieden om de maatstaven weer in het lood te brengen en een opbouwende toegang tot de eigen geschiedenis te hervinden.

Posted on

De welkomscultuur als white man’s burden

Op zaterdag 2 juni vond ‘Europe on Trial’ plaats (mijn deel begint op 2:55:00): een bijeenkomst over Europa en migratie. Het werd georganiseerd in De Balie te Amsterdam – ondergetekende was uitgenodigd om kritische vragen te stellen.

Helaas hadden de meeste sprekers nauwelijks iets nieuws te melden: velen kwamen weinig verder dan de moralistische statements die we wel kennen van de NPO. Omdat er zoveel sprekers op het menu stonden, werden argumenten die al eerder waren neergezet ook continu herhaald. Zo werd ik gedwongen om hier drie uur zonder pauze naar te luisteren (ik hoop vurig dat u mijn inspanningen voor het rationele geluid zult belonen via crowdfunding).

Tegenstrijdigheden

Een perfecte illustratie van de bevooroordeelde linkse tunnelvisie was Ogutu Muraya, een zwarte spreker die een groepsgevoel opwekte. Om dat groepsgevoel te vestigen riep hij het publiek op om met hem mee te juichen bij elke beschuldiging die hij over Europa uitsprak. Dat er daarbij tegenstrijdige argumenten en onwaarheden werden gebruikt, leek niet uit te maken.

Zo zei hij dat het Europese migratiebeleid is gebaseerd op de nazistische rassenleer van de blanke suprematie. Om in één adem door de braindrain in Afrika aan te halen, waarbij Europa de meest succesvolle en slimste mensen van Afrika zou stelen. Ook zou Europa de hoofdschuldige van milieuvervuiling zijn, terwijl dat in China en India toch gradaties erger is.

Blank schuldgevoel

Terwijl ik hem hoorde spreken realiseerde ik me dat het zijn enige wapen is om in te teren op het schuldgevoel van de blanke Europeaan. Maar zodra ik toegeef dat ik me niet schuldig voel, heeft hij geen enkel middel om op mij in te werken en vervalt zijn hele betoog als irrelevant. Zijn werkwijze is namelijk het opwekken van groepsemoties, zonder enig argument waar ík wat aan heb of waar ik in rationeel opzicht wat mee kan. Dit is vergelijkbaar met het debat over diversiteit, identiteit en verplichte quota’s om een veranderende bevolkingssamenstelling te weerspiegelen. Als dat dan het uitgangspunt moet zijn – en niet meritocratie – dan geef mij maar zoveel mogelijk blanke heteroseksuele mannen op topposities. Want dat weerspiegelt mij het meest.

Als zwarte activisten zich dan mogen beroepen op het gegeven dat alles een machtsstrijd is tussen concurrerende identiteiten, dan zal een ander zich ook op zijn of haar identiteit beroepen. Immers, Europa kon het zich enkel veroorloven om zich door schuldgevoel te laten chanteren, toen het nog de leidende geopolitieke kracht was. Zodoende zien we dankzij Muraya hoe makkelijk de linkse logica tegen zichzelf kan worden gekeerd; want als ik mijzelf niet schuldig voel dan bevat zijn vertoog geen enkel handvat om mij te beïnvloeden. Daarom zal links een nieuw kunstje moeten leren nu het blanke schuldgevoel als gevolg van de massa-immigratie begint te verdwijnen. Het zal nog moeilijk blijken omdat zij zijn geconditioneerd om te werken via subsidies: dat zijn de aflaten van dit schuldgevoel.

Links activisme

Thomas Spijkerboer sprak in positieve zin waarderend en sympathiserend over “links activisme”, terwijl hij daar stond te oreren als professor. Het punt wat hij maakte was echter niet vernieuwend: een mensenrecht wordt opgeëist tegenover een staat, maar het gerechtshof dat het mensenrecht moet verdedigen is zelf een staatsorgaan.

Robert Bor (bekend als medeorganisator van De Nederlandse Leeuw) vatte het niveau samen toen hij zei: “Er komen geen intellectueel verfrissende ideeën los. Links is dood.” Inderdaad kwam men niet verder dan het benadrukken van schuldgevoel en boetedoening, om het morele falen van Europa er nog eens in te wrijven. Het bevestigt één van de twee hoofdstellingen van mijn boek Avondland en Identiteit: wat zich ‘links’ noemt is feitelijk de masochistische kant van de christelijke religie in een ontkerkelijkt jasje.

Narcisme versus tastbare verandering

Niettemin waren er een paar die er positief uitsprongen. De theatermaakster Rebekka de Wit kwam met een punt dat intrigerend is, mits we het losweken uit de inbedding van het migratieactivisme. Mensen zijn teleurgesteld omdat ze zich voelen als een druppel in een oceaan: dat is omdat ze zich laten domineren door hun ego – ze willen zien dat zijzelf in het centrum van de wereld staan. Wie daadwerkelijk wat wil veranderen moet echter héél lang doorploeteren en ziet pas later het effect van de eigen daden. Dikwijls is het dan zelfs te laat om er persoonlijk nog profijt van te hebben. In die zin is het veranderen van de wereld net zoals liefde: wie de liefde van de ander bewezen wil zien, maakt die liefde stuk.

Cliteur & Baudet

Wat ze zei raakte mij persoonlijk, omdat ik de vorige avond aanwezig was bij een presentatie door Paul Cliteur en Thierry Baudet over het boek Cultuurmarxisme. Nu heb ik dit natuurlijk zelf tot onderwerp van het publieke debat gemaakt in Avondland en Identiteit: het is boeiend om te zien dat anderen daarop voortborduren. Wierd Duk schreef er bijvoorbeeld over in de Telegraaf.

Als ik vanuit een honger naar erkenning nu boos zou worden omdat zij mijn ideeën gebruiken, dan zou men het begrip cultuurmarxisme loslaten: zodoende zou ik uiteindelijk minder impact hebben, los van het feit dat ik zelf niet van die impact profiteer. Baudet heeft zijn Kamerzetel, Cliteur is directeur van het Renaissance Instituut en Aspekt krijgt de opbrengst van de boekverkoop.

De moraal van het verhaal is precies wat De Wit zegt: soms moet je kiezen tussen óf invloed hebben óf profiteren, en is beiden tegelijk onmogelijk. Dan is het bepalend hoezeer je jezelf laat leiden door ego. Toch is het mooi om van een afstand te zien wat er allemaal in werking is gezet, zoals dit ook zo is met het debat over linkse universiteiten.

Met zoveel herhaling in de verhalen van de migratieactivisten zult u het mij vergeven dat mijn gedachten afdwaalden naar de bovenstaande overpeinzing. Er kwamen ook vluchtelingen aan het woord: helaas hielden sommigen van hen een langdradig en incoherent verhaal (terwijl de tijd voor zoveel sprekers al veel te krap was).

Paul Scheffer & Herman Vuijsje

Paul Scheffer en vooral Herman Vuijsje sprongen er positief uit. Scheffer stelde dat migratie ook een gevolg is van stammenoorlogen: het zou een vorm van “white man’s burden” zijn om te menen dat Europa de verantwoordelijkheid moet nemen voor de onderlinge conflicten van niet-Westerse volken. Ook kan men de Europese wapenhandel niet eenzijdig de schuld geven van migratie als we zien dat Rusland, Iran, Turkije, Amerika en Israël allen bombarderen in Syrië.

Vuijsje voegde toe dat China deals sluit met de corrupte regimes van voormalige Europese koloniën. Deze roofzuchtige deals zouden érg slecht zijn voor de toekomst van die landen: desondanks blijft de bevolking die regimes herkiezen. Wegens deze punten werden beide sprekers echter uitgejouwd door het publiek. Het bewees opnieuw dat de motor van het migratieactivisme draait op morele verontwaardiging en niet op rationele analyses.

Minstens één miljoen migranten naar Europa

Márton Gulyás kwam afsluitend aan het woord: hij is een activist die demonstreert voor meer Soros-universiteiten en meer migranten in Hongarije. Hij wil er minstens een miljoen per jaar. Hier bracht ik tegenin dat hij zijn verhaal baseert op een zwart-wit tegenstelling tussen ‘inclusiviteit’ en ‘xenofobie’, alsof dit de enige smaken zijn.

Ook leidt het spreken in termen van “jaarlijks minstens een miljoen migranten opnemen in Europa”, tot een beleid dat niet vertrekt vanuit een realistische afweging die ook de onvrede van de inheemse inwoners meeneemt. Een miljoen migranten brengt al merkbare cultuurveranderingen teweeg en is nog niet eens één procent van de totale armen in de wereld. Het voert tot een ongestructureerd beleid gebaseerd op willekeur. Wat tot de overweging leidt of het niet veel humaner is om de groei van de wereldbevolking te beperken, dan om grenzeloos mensen in Europa te absorberen.

Als we doen wat Gulyás wil, dan raakt het systeem overbelast door de enorme toestroom en dan zullen willekeurige emoties en het blinde lot bepalen wie wel en niet wordt toegelaten: dat is voor helemaal niemand eerlijk.

Nationaalconservatisme is in opkomst

Daarom stelde ik hem de vraag: “Wat is jouw verhaal naar seculiere minderheden die vluchten uit niet-Westerse landen? Zij willen hier een vrij leven beginnen, maar worden nu geconfronteerd met groeiende enclaves en subculturen waar dezelfde repressieve gebruiken heersen die ze om te beginnen probeerden te ontvluchten. In West-Europa stellen de seculiere en goed-geïntegreerde minderheden zich langzaam maar zeker achter de nationaalconservatieven. Je kunt hen toch moeilijk van xenofobie beschuldigen, of wel soms?”

Omdat de discussie al zover over tijd was heb ik mijn deel van het debat zeer bondig en to the point gevoerd, zoals ik dit heb geleerd tijdens lange vergaderingen in de gemeenteraad. Gulyás praatte over mijn observaties heen door te zeggen: 1. er zijn inderdaad teveel armen in de wereld – hierom is er meer globale nivellering nodig, en 2. er zijn ook Chinese enclaves in Hongarije en dit heeft nooit problemen opgeleverd. Dat raakte verreweg niet aan het punt, maar wat anders valt er te verwachten van iemand die steun van Soros ontvangt? Uiteindelijk vond de aanwezige massa dat Europa tóch schuldig was: dit was tegelijk het einde van de bijeenkomst.

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

Talkshows en hun rol in het publieke debat

Hank Johnson heeft vannacht slecht geslapen – als expert in radicalisering is hij gevraagd voor een talkshow en vermoedt nu wat hem boven het hoofd hangt. Zijn opponent zal betogen dat West-Europeanen de gruwelijke aanslagen toch vooral aan zichzelf te wijten hebben. Racistische standbeelden en naamsverwijzingen naar J.P. Coen, Maurits en Michiel de Ruyter, zijn tekenend voor een cultuur die onvoldoende met een eigen duister verleden heeft afgerekend.

De theorieën die Hank moet aanhoren vallen in de UvA-breinen allemaal logisch in elkaar, zoals legoblokjes die solide worden vastgeklikt. Het valt hem op hoe een mooie blondine in het publiek glimlacht bij elk woord van zijn opponent, maar afkeurend nee-schudt wanneer haar kampioen tegengas krijgt. Wat de vragen betreft gaan alle inkoppertjes naar het tegenkamp en alle kritische naar Hank.

Dit spel duurt een tijdje voort totdat Hank een vermoeidheid voelt opkomen. Zijn aandacht glijdt weg van het debat, dat al met al niet verder komt dan “kauwgom voor een lege geest”. Plots schiet hem te binnen wat een columnist onlangs verwoordde:

“De items zijn kort en als ze al enige diepgang hebben, dan moeten ze snel weer naar de oppervlakte worden gebracht met een fragmentje, een grap of de oninteressante mening van één of andere derderangs artiest die ook aan tafel is beland om een cd’tje te pluggen. En het inteeltgehalte is enorm. De talkshow hosts en hun sidekicks kennen hun gasten vaak persoonlijk, al dan niet via half-aristocratische liefdes- en huwelijksverbanden of het netwerk van een politieke partij.”

De acute werkelijkheid dringt weer tot Hank door wanneer de presentator hem tot de tweede keer toe om een antwoord maant. “Oplossingen!” dringt de presentator aan: “Altijd dat kritische, dat zure horen we overal al. Formuleer het eens positief. Biedt eens een oplossing!” Hanks glazige blik keert terug naar het tafelgesprek: hij besluit het over een andere boeg te gooien. Plots spreekt hij met een ijzeren zelfverzekerdheid.

“Discussies ‘om tot oplossingen te komen’ zijn fundamenteel zinloos.”

De presentator kijkt hem onbegrijpend aan. Hank laat een stilte vallen – alle aandacht is nu op hem gericht. Hij spreekt verder.

“Want welke kant er opgedacht kan worden qua oplossingen, staat of valt met het kenschetsen van het probleem, en dus met hoe klein of hoe groot je dat maakt. En zo komen we bij ons uit – bij de talkshows en hoe er hier gesproken wordt. Mainstream media debatplatforms bepalen het frame waarin het probleem wordt geperst en welke woorden er worden gebruikt. Spreekt men van ‘rellen’, ‘ongeregeldheden’, of ‘baldadigheid’? Niet de feiten maar de toonzetting bepaalt het probleem, en daarmee de oplossingsrichting.”

“Wat bedoelt u? Maak het eens concreet!”

“Een probleem zoals professor Ruud Koopmans constateerde – dat zo’n veertig tot vijftig procent van de moslims in Europa opvattingen koestert die ronduit fundamentalistisch zijn – wordt teruggebracht tot de integratieproblemen in een wijk die toevallig in het nieuws is. In die wijk wordt het weer teruggebracht tot een groep hangjongeren en tot slot tot één specifiek ontspoord gezin. Daar wordt dan een buurtcoach op gezet. En zo is de constatering van Koopmans weer uit beeld en moddert men verder. De aannames achter het gevoerde beleid worden op een grotere schaal nooit wezenlijk betwijfeld, laat staan heroverwogen. Het publieke debat zoals het vandaag wordt gevoerd is er niet om dit te veranderen, maar dit te bestendigen.”

De presentator en het publiek kijken verbijsterd en lijken compleet overrompeld terwijl Hank doorpraat.

“En daarom heb ik dus totaal geen zin in een discussie over oplossingen. Oplossingen die écht werken, zijn in de huidige maatschappelijke situatie onbespreekbaar. Als je ze ter sprake brengt, wordt je direct in de hoek van Wilders gedreven, er volgen Breivik-vergelijkingen en vervolgens kun je een maatschappelijke loopbaan wel vergeten. Daarom vormen ‘oplossingen’ het minst interessante deel van iedere huidige maatschappelijke discussie. Allereerst zal een totale omzwenking in het denken nodig zijn: een nieuw denkraam moet zich ontsluiten – een wenkend paradigma dat zich openbaart.”

De presentator knipperde met zijn ogen. Met stomheid geslagen overwoog hij om te vragen wat een paradigma precies was. Voordat hij het moment kon pakken ging Hank door.

“Maar aan zo’n nieuw denkraam komen we dus nooit toe, want de publieke discussie is het voorportaal van hoe er in dit land wordt gedacht. Zowel qua beleidsrichtingen als de mening van het brede publiek. En wie zitten er aan deze tafels om de problemen te duiden? Mensen uit dezelfde netwerken. Dezelfde kringetjes. Ze zien elkaar op de sportschool en bij dezelfde cocktailfeestjes. Ons kent ons – ze hangen ronduit hetzelfde wereldbeeld aan: dat wereldbeeld is linksliberaal, postmodern en georiënteerd op het leefpatroon van de grootstedelijke wereldburger.”

“Wat bedoelt u precies met dit wereldbeeld?” wilde de presentator weten.

“Daarmee bedoel ik: patriottisme is vies en ruikt naar spruitjeslucht. Migratie als maatschappelijk fenomeen is daarentegen geweldig maar individuele migranten moeten niet te dichtbij komen. Diversiteit is gaaf – zolang het gaat om diversiteit van kleur en geaardheid maar niet qua opvattingen. Want dat werkelijke diversiteit leidt tot onverzoenbare wereldbeelden waartussen afgrondelijke spanningen bestaan, dat wil de kosmopolitische talkshowklasse niet horen. In hun denken zijn we aan het ‘einde van de geschiedenis’ aanbeland: de globalisering zou leiden tot een wereldwijde metropolische eenwording. Iedereen dezelfde consumentenleefstijl met hooguit wat smaakaccenten qua kledingkeuze en muziekvoorkeur.”

De presentator fronste zijn wenkbrauwen. “Wie heeft daar baat bij? Hoe ziet het bestuur eruit?”

“Ze zien die metropolische maatschappij voor zich met technocraten aan het roer. Specialisten die zich boven politiek, boven levensbeschouwing en zelfs boven de volkssoevereiniteit verheven achten. Zij besturen ons met algoritmes, positiviteitstrainingen en reclametechnieken. Loop ons niet voor de voeten en verder panem et circenses. Wie dit spel eenmaal doorheeft kan twee dingen doen. Ofwel je trekt je terug uit de publieke discussies en gaat compleet off the grid. Ofwel je speelt mee. Je lacht van je af en slaat elkaar amicaal op de schouders – wie tsjakka-peptalk uitslaat mag ook aan talkshowtafels plaatsnemen. Je verandert in een vervalsing van jezelf.

Als je in waarheid wil leven en dit allemaal aankaart, dan wordt je uitgekotst en is je carrière geruïneerd. Hoe geleerd je ook bent: je zult worden buitengesloten. Dan wek je de toorn van de elite en krijg je de afgunst van de massa over je heen.”

“Verklaar u nader. Wat bedoelt u met ‘de toorn’ en ‘de massa’?”

“Ik doel op uitsluiting. Diezelfde bullebakken die vroeger de slimme kinderen in de klas klein hielden, worden nu ingezet om de critici van het bestel belachelijk te maken. Ondertussen worden we vastgeklemd door een krab met twee scharen. Enerzijds betekent migratie terreurdreiging: dit biedt de instituties de perfecte gelegenheid om veiligheidsmaatregelen te nemen en hun macht te concentreren. Anderzijds ontstaat paranoia omdat het juist zo stil is rond het jihadisme. Als er weer treinen onverwachts vertraagd zijn of camera’s plots geen beelden hebben, weten we nooit wat er écht heeft gespeeld. De elite heeft er immers belang bij om de eigen macht te vergroten, maar ook om het deksel op de pot te houden. In de praktijk betekent dit schaarwerk een informatieachterstand voor burgers.”

“Dat is een somber verhaal. Wat ziet u als uitweg?”

“Zoals Peter Sloterdijk heeft geconstateerd: voordat je ook maar iets kunt doen, moet je eerst boos worden. De gevestigde orde is zich hiervan bewust, vandaar overal de voortdurende nadruk op positiviteit. Terugkomend op de oplossingen – tegen deze keten van belangen en processen is niets te doen tenzij mensen een soort van revolutie op touw zetten. Een revolutie in naam van bezield politiek staatsburgerschap. Om duidelijk te maken dat het volk meer is dan ongeletterde tokkies of schaapachtige consumenten die de hand van hun herder nodig hebben. Maar zo’n opstand, dat durven de mensen niet aan.”

“Waarom niet?”

“Burgers kijken om zich heen en beseffen dat ze hun medeburgers hiervoor onvoldoende vertrouwen. Brood en spelen, verdeel en heers hebben hun werk gedaan. Onze onderlinge banden zijn slap: familiewaarden zijn verzwakt, verenigende tradities zijn uitgewist en heroïsche voorbeeldfiguren worden neergezet als autoritaire witte mannen. Zelfs het leidende cultuurgoed wordt verdacht gemaakt en opgebroken in kleine compartimenten – hierbij komen activistische minderheidsgroepen goed te pas. Zij dienen om het volk tegen zichzelf uit te spelen – alles om een samenballing van opstandige elementen te voorkomen.

Specifieke woorden raken omstreden en gaan voor verschillende groepen iets heel anders betekenen. Tot op het punt dat gesprek en overreding niet meer mogelijk zijn: wie zich rationeel opstelt wordt direct als immoreel afgeschilderd, zoals we onlangs zagen bij het tv-debat tussen Jordan Peterson en Cathy Newman. Gesteund door de mediatycoons en verblind door social justice warrior-ideologie zag ze het als haar missie om de kijkers te leren wat zij van Peterson moeten vinden.

Kortom: door immigratie en identiteitspolitiek verstaat men elkaar niet meer. Groepssolidariteit ontbreekt en sociaal atomisme blijft over. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn we voorgeprogrammeerd op een Brave New World, die nu aanstaande is. De talkshows en de televisie hebben hierin de voortrekkersrol gespeeld.”

“Wat zal er nu gaan gebeuren?”

“Nu een steeds groter deel van het volk via internet zelfstandig informatie zoekt, wordt ook die toegang gesaboteerd. Men trekt de shaming-tactieken uit de kast. ‘Nepnieuws!’ ‘Russische propaganda!’ Dergelijke kreten worden in de media rondgepompt terwijl zich kartels vormen tussen de politieke leiders, topambtenaren en de CEO’s van Silicon Valley. Als gevolg worden kritische mediaplatforms onvindbaar op sociale media en onzichtbaar in zoekresultaten. Als je kanaal eraf wordt gegooid krijg je 100 tekens ter beschikking om een bezwaar te formuleren. Deze ondoorzichtige bureaucratie betekent enerzijds totale willekeur en anderzijds toenemende regulering.”

“Waar leest u dit aan af?”

“Ik lees dit af aan liberale partijen die de bureaucratie bestrijden maar er ondertussen mee versmelten. Nu gaan cryptocurrencies de taboesfeer in, uiteindelijk gevolgd door cash – men mag de tentakels van het kartel niet meer kunnen ontwijken: men moet en zal gelijkgeschakeld worden in de administratieve moloch. Zo sterft het vreedzame verzet een stille dood nog voordat het zich kan organiseren.

Let wel – dit zal allemaal gebeuren in naam van gelijkheid, democratie, transparantie en dat soort taalgebruik. Van deze gelijkschakeling was PRISM een voorbode – de voltooiing zal worden opgediend met een sausje van fluïde en ongrijpbare opwekkingsretoriek zoals we al kenden van Obama. Brave New Worldhere we come. Al met al concludeer ik dat het in deze situatie onzinnig is om te speculeren over ‘oplossingen’ – het overkoepelende maatschappelijke verhouden waarbinnen dit speculeren plaatsheeft is zelf een probleem.”

De presentator en het publiek luisterden met open mond. Er viel een absolute stilte – verbijstering overheerste het moment. Maar ieder moment – hoe briljant ook – duurt slechts een moment. “Okay, en nu is het tijd voor de reclame! Maar eerst de nieuwe hitsingle…” De talkshow rondom Hank denderde verder. Over tot de orde van de dag. Tot de volgende dag.

Als «toetje» voor de liefhebbers.

Posted on

De machtigen hebben het moeilijk met de democratie

De gebeurtenissen tuimelen over elkaar heen. ‘Het’ is gebeurt, in Berlijn lopen ze radeloos door elkaar.  Jakob Augstein van het weekblad Der Spiegel geeft woorden aan de hijgende paniek: “Nazi’s in de Bondsdag”! Wie heeft die gekozen? De vroegere hoofdredacteur van het weekblad Focus, Helmut Markwort verried al voor de verkiezingen dat hij persoonlijk niemand kent die op de AfD stemt en ook niemand die iemand kent die op de ‘Blauwen’ wil stemmen.

Helmut Markwort is een bedaagde man, een typische FDP-aanhanger, laat zich met andere woorden niet zo snel onrustig maken. De gebeurtenis van 24 september hoefde hem dan ook bij lange na niet dermate van zijn stuk te brengen als bijvoorbeeld een Augstein. Markworts citaat geeft echter wel duidelijkheid over hoe ver de ‘media-elite’ van de Bondsrepubliek zich verwijderd heeft van een toch niet gering deel van de bevolking – hij kent zelfs niemand die er eentje kent, alsof ze op verschillende continenten wonen.

De Hitler-kaart

Wat de auteur van Der Spiegel diep moet ergeren, is de voorzienbare ervaring dat zijn rammelende charge nergens toe leidt. Nog niet zo lang geleden kon hij met het Nazi-etiket angst en beven verbreiden onder AfD-aanhangers. Decennia lang deinsden Duitsers terug, wanneer iemand ze met Hitlerij in verband bracht. De Israëlische schrijver en regisseur Ephraim Kishon heeft dit Duitse spelletje decennia geleden al eens uit de doeken gedaan: Wie onder Duitsers een debat wil ‘winnen’, die hoeft alleen maar op het juiste moment met een zo verontwaardigd mogelijke oogopslag “Hitler!” te roepen, en de opponent  heeft geen schijn van kans meer.

Dit Duitse spel werkte zo goed, dat steeds meer mensen er aan mee wilden doen. Ten slotte hitlerde het bij iedere nog zo banale gelegenheid: Het noemen van bepaalde cijfers uit de criminaliteitsstatistieken, het aanhalen van niet-vreedzame soera’s uit de koran, de verwijzing naar wettelijke regelingen met betrekking tot grenscontroles en dergelijke was al genoeg om de bruine troefkaart op de neus te krijgen.

De AfD heeft men jarenlang met de kaart om de oren geslagen. Iedereen speelde mee: de gevestigde partijen en de staats- en concernmedia, de kerken en vakbonden, scharen van ‘prominenten’ en wie niet al. Eigenlijk hadden de alternatieve onruststokers al lang zo dood als een pier moeten zijn. Maar dat zijn ze niet, in tegendeel, zoals we sinds afgelopen zondag zwart op wit hebben. De nazikaart is zo vaak getrokken dat ze haar effect verloren heeft. Ze schrikt niet meer af, ze irriteert hooguit nog.

Israël als Duitse staatsraison

Dat bleek bijvoorbeeld begin deze week. Toen stelde AfD-leider Alexander Gauland de scherpe vraag, wat Merkels uitspraak van enkele jaren geleden, dat Israëls veiligheid en bestaansrecht onderdeel van de Duitse staatsraison zouden zijn, in de praktijk eigenlijk waard is. Of de Duitsers überhaupt bereid zouden zijn ten oorlog te trekken wanneer de (latent bedreigde) Joodse staat het doelwit van militaire agressie zou worden. Gauland heeft daar begrijpelijkerwijs zo zijn twijfels over.

Maar Volker Beck, Groenen-politicus en voorzitter van de Israël-delegatie van de scheidende Bondsdag, begon meteen te ouwehoeren over “NPD” en “antisemitisch”. En dat terwijl Gauland alleen maar de pertinente vraag opwierp, of de hoogdravende toezegging aan Israël een serieuze belofte van concrete bijstand voorstelt of slechts een betekenisloos kletspraatje – waarmee hij kennelijk de vinger op de zeer plek van de kletsmajoors gelegd heeft. Dus haalden de kleinzerige getroffenen hun nazikaart weer voor de dag, maar bereikten daarmee geen noemenswaardig effect. Alweer ernaast!

Controleverlies

Dit verlies aan controle is nog het meest choquerende aspect ervan voor het establishment. Men was eraan gewend geraakt de Duitsers met behulp van hun angst en hun slechte geweten naar believen door de manege te kunnen drijven. Maar op enig moment is het allemaal te doorzichtig geworden. Maar als de mensen het spel eenmaal doorzien, kunnen de oplichters wel inpakken.

Merkels minister van Algemene Zaken Peter Altmaier had kort voor de verkiezingen nog maar eens alles gegeven en de burgers die naar een stem op de AfD neigden opgeroepen thuis te blijven. De boodschap: Wie niet voor ons is, is niet alleen tegen ons, maar moet het beste maar helemaal niet meer aan de democratie deelnemen. Uit de woorden van Altmaier sprak een typerende combinatie van vertwijfeling en arrogantie. We kregen even een blik op wat je het ‘democratiebegrip’ van de machtigen zou kunnen noemen. Dat democratiebegrip lijkt te draaien om het beginsel: Democratie is, als wij de macht houden. Voor een bepaald deel van de Duitsers klinkt dat als: Het moet er democratisch uitzien, maar we moeten alles in de hand hebben. Dat kent dit deel van de Duitsers nog ergens van, wat het bijzondere succes van de AfD in de oostelijke deelstaten verklaarbaar maakt.

Hoe diep de misvatting van de machtigen in de Bondsrepubliek over democratie gaat, blijkt ook wel uit de commentaren op de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Met de nodige Schadenfreude volgen de Duitse toonaangevende media, hoe de Amerikaanse president Donald Trump met een weerspannig parlement te maken heeft. Hoe de volksvertegenwoordigers hem tot onderhandelingen en compromissen dwingen en initiatieven van hun president soms ook compleet op de klippen laten lopen. “Trump faalt in Congres” jubelen Duitse redacties dan en duiden het als zwakte van de Amerikaanse president, waarvan de Duitse bondskanselier zich positief zou onderscheiden door haar sterkte en de steun die zij geniet. Dat moet dan het bewijs ervoor zijn dat de Duitse democratie momenteel veel beter zou functioneren dan de Amerikaanse. Hetzelfde enthousiasme bij Duitse commentatoren wanneer Trump door een hoge rechter wordt teruggefloten.

Checks and balances

De Amerikanen noemen dat checks and balances, maar de Duitsers weten natuurlijk wel beter. Wat de superieure Teutoonse democraten kennelijk echter over het hoofd zien, is dat het hierbij om niets anders gaat dan gepraktiseerde machtendeling. Wel zo democratisch niet waar: Dat het parlement bestaande uit gekozen volksvertegenwoordigers de regering streng controleert en dat de rechterlijke macht beide organen, zowel de regering als de volksvertegenwoordiging in de smiezen houdt, zodat alles wat ze doen zich wel binnen het kader van de wet voltrekt.

Maar hoe werkte dat in Duitsland in de afgelopen jaren? Het parlement ‘controleert’ de regering? Het leek meer op het tegendeel: Zo zwaaide in de grootste coalitiefractie een trouwe volgeling van de Bondskanselier genaamd Volker Kauder de knoet over een roedel volgzame fractiesoldaten, die in onderdanige trouw stram in het gelid bleven. Zo kon Merkel met een knip van haar vingers de wetten over grenscontroles en inreizen buiten werking stellen – uit het parlement noch uit een andere staatsinstelling klonk hoorbaar verzet, hooguit op straat. De burgers die het waagden daar te protesteren, kregen echter de ‘vierde macht’, in de gedaante van de ‘onafhankelijke’ staatsmedia, over zich heen, die gretig de Hitler-kaart trokken. Tegen dit web van een alles omspannende almacht kwam niets op niemand van het officiële Duitsland op. Machtendeling? ‘Check and balances’? Vergeet het maar!

Uit dit machtsgevoel lijkt de Bondskanselier nog altijd haar rust te putten. Als je ziet met welke vanzelfsprekendheid ze aan haar ambt kleeft, dan kun je er de indruk aan overhouden dat Merkel, na twaalf jaar aan de regering, er diep in haar hart aan twijfelt dat het zogenaamde volk – Merkel spreekt liever van “de mensen die hier al wat langer wonen” – überhaupt nog het morele recht heeft zich over haar Bondskanselierschap uit te spreken.