Posted on

Rusland vergemakkelijkt verstrekking paspoort aan inwoners Donbass

De Russische president Poetin heeft een presidentieel decreet getekend waardoor inwoners van de Donbass gemakkelijker een Russisch paspoort kunnen krijgen. Dat kwam hem op een sterke veroordeling vanuit Oekraïne en de VS te staan. Een dag na de uitvaardiging van het decreet nam de Verchnova Rada een reeds lang besproken voorstel voor een ingrijpende nieuwe taalwet aan, die niet-Oekraïense talen verder uitbant.

Sprekend voor de Raad van Wetgevers (een gremium bestaande uit de voorzitters van de Doema en de Federatieraad en hun plaatsvervangers, alsmede de voorzitters van verschillende commissies in beide kamers van het parlement en de voorzitters van de parlementen van de deelgebieden van de federatie) lichtte president Poetin zijn decreet waardoor inwoners van de Donbass gemakkelijker de Russische nationaliteit kunnen ontvangen toe.

“In principe hebben wij geen behoefte om problemen te creëren voor de nieuwe Oekraïense macht. Maar om een situatie te tolereren waarin mensen die leven op het territorium van deze Donetsk- en Loeganskrepublieken hun burgerrechten volledig ontnomen worden, dit gaat de grenzen al te buiten in termen van mensenrechten. Ze mogen niet normaal heen en weer bewegen, ze mogen niet in hun meest elementaire behoeftes voorzien. Dit is een zuiver humanitair vraagstuk.”

Het verwijzen naar humanitaire gronden voor de versimpeling is niet uit de lucht gegrepen. Dat de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk niet worden erkend betekent dat veel inwoners van het gebied geen internationaal paspoort meer hebben. Als ze al een Oekraïens internationaal paspoort hadden aan het begin van het conflict kan deze zijn verlopen of kwijtgeraakt in de oorlog. Sommigen kunnen mogelijk het territorium van Oekraïne niet meer in vanwege mogelijke represailles. Paspoorten kunnen om die redenen niet opnieuw worden aangevraagd. Wel hebben de twee niet-erkende landen hun eigen paspoorten uitgegeven. Die worden echter alleen in Rusland geaccepteerd.

Paspoorten niet uitgedeeld, maar aan te vragen

Het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken legt in een verklaring uit dat de regeling vooral bedoeld is voor personen die permanent wonen op het territorium van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk (DNR en LNR). Hierbij hoeft de aanvrager geen afstand te doen van zijn Oekraïense nationaliteit, mocht hij deze nog bezitten. In de verklaring is sprake van het accepteren van verzoeken van personen in de bovenstaande categorie langs ambtelijke weg vanuit de LNR en de DNR. De verzoeken zullen vervolgens worden beoordeeld in het Russische Rostov Oblast. Binnen drie maanden moet er een antwoord volgen, waarna het paspoort zal moeten worden opgehaald in Rusland. Mogelijk zal het ophalen aan de grens zelf kunnen.

Dat paspoorten worden ‘uitgedeeld’, zoals de Volkskrant beweert, is op basis van informatie die nu bekend is onjuist. Ook is er geen sprake van dat Rusland de nationaliteit van inwoners van de Donbass verandert zoals de scheidende Oekraïense president Porosjenko beweert. Inwoners moeten zelf de aanvraag indienen en worden niet gevraagd de Oekraïense nationaliteit op te geven.

Nieuwe president

Het presidentiële decreet komt slechts drie dagen na de Oekraïense presidentsverkiezingen waarin Zelensky met een overgrote meerderheid van de stemmen heeft gewonnen. De toekomstige president van Oekraïne heeft te kennen gegeven met Rusland (maar niet met de DNR en LNR) te willen onderhandelen over het stoppen van de oorlog in Donbass. Zelensky stelde daarnaast een ‘informatie-oorlog’ te willen starten om de oorlog in Oekraïne te beëindigen. Hij nodigde journalisten en bloggers uit hem te helpen.

Nauw contact met oligarch Kolomoisky

Zelensky wordt ervan verdacht de kandidaat te zijn voor de oligarch Kolomoisky. In de afgelopen paar weken is meer duidelijk geworden over de verhouding tussen Kolomoisky en Zelensky. Onder andere is gebleken dat de acteur die in dienst was bij het TV-kanaal 1+1 van Kolomoisky en tijdens de campagne stelde geen contact met Kolomoisky te onderhouden, de oligarch de afgelopen jaren 14 keer heeft bezocht in Geneve en Tel Aviv. Daarnaast zou de zender van Kolomoisky veel aandacht besteed hebben aan de kandidatuur van Zelensky en zouden ze dezelfde advocaat hebben.

Kolomoisky is mogelijk de machtigste oligarch van Oekraïne. De eigenaar van PrivatBank is er vandoor gegaan met de tegoeden van veel inwoners van de Krim. Daarnaast is Kolomoisky betrokken bij een omvangrijk fraudeschandaal. Verder is de oligarch bekend om zijn financiële steun aan een reeks ultranationalistische gewapende groeperingen die tegen de separatisten in Oost-Oekraïne vechten.

Oekraïense reacties

De Oekraïense minister van Defensie Oleksandr Toertsjynov stelde: “Poetin creëert de wettelijke voorwaarden voor het officieel gebruik van de strijdkrachten van de Russische Federatie tegen Oekraïne. (…) Dit omdat de Russische wetgeving het toelaat haar strijdkrachten in te zetten om Russische burgers te beschermen buiten de Russische grenzen.” Toertsjynov voegt eraan toe dat de enige reactie hierop het versterken van de defensiecapaciteiten en het invoeren van strengere sancties is.

De permanente vertegenwoordiger van Oekraïne naar de VN, Volodimir Jeltsjenkov, meldde op twitter:

“Opgedragen door Petro Porosjenko, heb ik al een beroep gedaan op de VN Veiligheidsraad. Deze onbeschaamde stap is in tegenspraak met de Minsk-akkoorden die zijn goedgekeurd door de Veiligheidsraad.”

Ook de VS hebben fel gereageerd. In een verklaring schreef het State Department: “De VS veroordeelt de beslissing (…) door Poetin om versneld Russisch burgerschap te verlenen aan Oekraïners die leven in het door Rusland gecontroleerde deel van Oost-Oekraïne. Rusland, via deze hoogst provocatieve actie, intensiveert zijn aanval op Oekraïnes soevereiniteit en haar territoriale onafhankelijkheid.”

Nieuwe Oekraïense taalwet

De dag na het Russische presidentiele decreet nam de Verchnova Rada, het Oekraïense parlement, de wet ‘Over de Oekraïense taal’ aan. Een wet die 7 maanden geleden al besproken werd. De wet stelt dat de officiële taal van Oekraïne Oekraïens wordt. Voor veel functies wordt het daarom verplicht om de taal te spreken. In alle educatieve instellingen moeten lessen worden gegeven in het Oekraïens. In gebieden waar minderheidstalen worden gesproken (bijvoorbeeld Hongaars of Russisch) wordt de balans geregeld via de wet ‘Over de nationale minderheden’.

TV-uitzendingen moeten in het Oekraïens zijn, indien het buitenlandse programma’s zijn moeten ze worden overgesproken in het Oekraïens. Gasten die geen Oekraïens spreken moet het kanaal vertalen. In de gedrukte media moeten 50% van de boeken en tijdschriften die worden aangeboden in het Oekraïens zijn. Geprinte media mogen worden gedrukt in andere talen, maar verplicht is dat er ook in het Oekraïens wordt gedrukt. Verslag van sportevenementen moet in het Oekraïens. De wet wordt gehandhaafd met boetes die dezelfde orde van grote hebben als een gemiddeld maandsalaris. Ook wordt het voor Oekraïners verplicht de Oekraïense taal te spreken.

Videobijschrift: Nadat bekend wordt dat de Verchnova Rada de wet ‘Over Oekraïense taal’ heeft aangenomen, scandeert een groep demonstranten ‘Goed gedaan!’ en de (inmiddels ingeburgerde, maar van Nazi-collaborateurs afkomstige) groet schreeuwende: “Eer aan Oekraïne! Eer aan de helden!”) Waarna de groep het Oekraïense volkslied inzet.

‘200 000 ton aan diplomatie’

Bijna tegelijkertijd met het bekend maken van het decreet bleek dat de Amerikaanse ambassadeur in Rusland, Jon Huntsman was afgereisd naar een vliegdekschip in de Middellandse Zee. Voor het eerst sinds 2016 zijn er in de Middellandse Zee twee Carrier Task Groups aanwezig, beide bestaande uit een vliegdekschip begeleid door andere marineschepen. Aan boord verklaarde Huntsman aan CNN:

“Als je 200 000 ton aan diplomatie hebt dat door de Middellandse Zee kruist – dat is wat ik diplomatie noem, dat is wat ik voorwaarts ingezette diplomatie noem – dan hoeft niets meer te worden gezegd. Je hebt alle zelfvertrouwen dat je nodig hebt om aan tafel te zitten en te proberen oplossingen te vinden voor de problemen die ons nu al vele jaren verdelen.”

Inmiddels is bekend geworden dat Rusland een onderzeeër van de Zwarte Zeevloot door de Bosporus heeft laten varen. Het Verdrag van Montreux staat het varen van onderzeeërs door de straat alleen toe indien de onderzeeër wordt gerepareerd. De Stary Oskol, die in dienst is genomen in 2015, zou inderdaad op weg zijn naar reparatie. Dergelijke transits door de Bosporus zijn zeer zeldzaam. Toch is dit nu de tweede onderzeeër die doorvaart binnen 40 dagen.

Oekraïne zegt verdrag op

Vlak voor het uitvaardigen van het decreet door Poetin zegde Oekraïne een verdrag op dat haar verplicht geheime uitvindingen uit de Sovjet-tijd daadwerkelijk geheim te houden.

Uitgifte Russische paspoorten in het verleden

Het is niet de eerste keer dat Rusland paspoorten verstrekt aan mensen buiten de Russische Federatie. Een vergelijkbaar scenario speelde zich af in Zuid-Ossetië en Abchazië, twee niet-erkende landen die zich af hebben gescheiden van Georgië. Nadat toenmalig president Saakasjvili bekend maakte geen pensioenen en andere sociale zekerheid meer uit te betalen aan de burgers van Abchazië en Zuid-Ossetië, begon Rusland met het uitgeven van Russische paspoorten. Op die manier werd het voor inwoners van de niet-erkende landen makkelijker om een pensioen te ontvangen, zij het via de Russische Federatie.

Het Russische burgerschap van een groot aantal Abchazen en Zuid-Osseten en het willen beschermen van haar burgers in het buitenland, was een bijkomend argument voor Rusland om Zuid-Ossetië bij te staan toen er oorlog uitbrak met Georgië.

De Russische Federatie is overigens niet het enige land in de wereld dat buitenlanders (onder voorwaarden) in staat stelt het staatsburgerschap te verwerven. Ook Israël, Duitsland, Griekenland en Hongarije hebben bijvoorbeeld dergelijk beleid.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Een kijkje bij de Russische troepen in Transnistrië

Een recent gepubliceerde uitzending van Voyennaya Priyomka van Telekanal Zvezda geeft een zeldzame blik op de Russische troepenmacht in Transnistrië. In de reportage wordt een beeld geschetst van de dagelijkse bezigheden van soldaten. Daarnaast is er veel aandacht voor de moeilijkheden waar het troepencontingent mee te kampen heeft door haar ligging tussen de Republiek Moldavië en Oekraïne.

“We gaan u niet vertellen hoe ons programma terecht is gekomen in Transnistrië”, meldt Voyennaya Priyomka. De reden is de ligging van Transnistrië – een niet-erkend land dat zich van de Republiek Moldavië afgescheiden heeft. “In het oosten ligt Oekraïne en in het westen Moldavië. Dus je mag zeggen dat het door historische en politieke omstandigheden omsingeld is.” Het programma meldt dat het bezoeken van Transnistrië door Russische journalisten erg moeilijk is geworden door de politieke toestand in Moldavië en Oekraïne. “[Russische journalisten] worden niet doorgelaten naar Transnistrië door de Moldavische grenswacht.”

Het programma, dat normaal vooral aandacht besteed aan het nieuwste en meest bijzondere Russische militaire materieel, geeft in een tweeluik aandacht aan de omstandigheden waarin de Russische troepen (de OGRV – Operativnaya Groepa Rossijskich Voisk) zich bevinden en hoe zij zijn georganiseerd. Hierbij moet worden gedacht aan problemen met bevoorrading, de bewakingstaken van een grote munitieopslag op het territorium van Transnistrië en de vredesmissie die door Russische vredestroepen worden uitgevoerd.

Transnistrië

Tijdens het uiteenvallen van de Sovjet-Unie riep Transnistrië (Officieel: Pridnestrovische Moldavische Republiek – PMR) in 1990 haar onafhankelijkheid van de Moldavische Socialistische Sovjet-Republiek (MSSR) uit. Niet lang daarna, in 1991, splitste de MSSR zich af van de Sovjet-Unie en was het voornemens zich aan te sluiten bij Roemenië. Dit laatste leidde tot veel ongenoegen in de PMR met uiteindelijk een gewapend conflict tot gevolg waarbij zo’n duizend mensen zijn omgekomen. Het vechten werd gestopt door tussenkomst van het 14de Sovjet-leger.

Russische troepen zijn sindsdien in de PMR gelegerd gebleven, zij het dat hun aantal over de jaren sterk is teruggebracht naar zo’n 1500 man. Hoewel de PMR haar eigen leger heeft, zijn er ook troepen gestationeerd die onder Russisch commando vallen. De troepen van het OGRV bevinden zich echter ver van huis. In het verleden werd de bevoorrading geregeld via Oekraïne, maar door een andere politieke toestand in het land is dat ook niet meer mogelijk. Daarnaast ligt de aanwezigheid van de OGRV gevoelig: een deel van de Moldavische regering wil dat de troepen vertrekken en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft vorig jaar op haar instigatie een resolutie hierover aangenomen.

Geïsoleerde ligging

Transnistrië (gearceerd) is geheel omsloten door de Republiek Moldavië en Oekraïne.

Er is geen directe verbinding tussen Rusland en Transnistrië, over land noch of over zee. Dit betekent dat het Russische contigent moet worden bevoorraad via derde landen. In het verleden is het transport naar Transnistrië veelal verlopen via Oekraïne. Maar dat is geen optie meer door de regering die na de Maidan aan de macht is gekomen.

Hoewel er in Tiraspol, de hoofdstad van de PMR, een landingsbaan is ingericht voor vliegtuigen, is deze sinds 2012 niet meer gebruikt. Commandant van het OGRV, kolonel Dmitri Zelenkov legt uit: “Vanuit mijn gezichtspunt waren er politieke kwesties die het niet toelaten om een verbinding te maken tussen Tiraspol en Moskou.” Toestellen zouden immers via Moldavisch luchtruim moeten vliegen.

Geen aflossing

De Russische troepen is het in principe toegestaan om te vertrekken. Zo heeft zelfs Oekraïne vorig jaar bekend gemaakt dat het bereid is Russische troepen uit Transnistrië doorgang te geven. Ook via de luchthaven van Chisinau, de hoofdstad van Moldavië, kunnen Russische troepen het land in principe uit. Maar als de troepen eenmaal zijn vertrokken kunnen ze het land niet meer in. De Russische troepen kunnen om die reden niet worden afgelost. Zonder uitzondering bevinden de aanwezige troepen zich daarom al sinds minimaal 2014 in de PMR. Ook kolonel Dmitri Zelenkov, wordt door Zvezda gevraagd:

“Hoeveel jaar bevindt u zich in deze positie?”

“Sinds december 2014.”

“Wanneer was de laatste keer dat u in Rusland was?”

“De laatste keer was voordat ik hier naartoe kwam.”

“Dit kan gebeuren” staat er op een poster van een ontploffende kernbom. Kolonel Zelenkov en Zvezda-presentator Aleksei Egorov staan op het punt de munitieopslag in Kolbasna binnen te gaan. In de opslagplaats zou zoveel (conventionele) munitie zijn opgeslagen dat de vuurkracht te vergelijken is met de nucleaire bom die op Hiroshima is gegooid.

Geen bevoorrading

Een bijkomend probleem is dat er geen nieuwe voorraden, zoals reserveonderdelen of munitie, kunnen worden aangeleverd. In de reportage is dan ook te zien dat er veel aandacht wordt besteed aan het repareren en hergebruiken van onderdelen. In sommige gevallen wordt er zelfs gesproken over het zelf fabriceren van onderdelen omdat sinds 2013 geen nieuw materieel meer is aangeleverd.

Want ook op dit vlak is er immers een probleem. Sinds 2014 zijn bijvoorbeeld drones een steeds grotere rol gaan spelen in oorlogsvoering. Niet alleen geavanceerde maar ook kleine drones die voor verkennings- of gevechtsdoeleinden kunnen worden gebruikt. Om die reden heeft het OGRV lokaal een zelfgebouwde luchtafweerinstallatie gebouwd. Het programma voegt eraan toe: “Op het zelfgebouwde voertuig zitten geen raketten of moderne kanonnen, maar het is beter dan niets.”

Een door het OGRV zelf geïmproviseerd luchtafweervoertuig.

Ook bij trainingen nopen de bevoorradingsproblemen tot creatieve oplossingen. Zo heeft het OGRV, om munitie en brandstof te besparen, een BRDM-2 in tweeën laten zagen, voorzien van een lasertje en wankel op banden geplaatst. Zo kan er worden geoefend met schieten alsof het voertuig rijdt zonder munitie of brandstof te gebruiken.

Organisatie van Russische troepen

De taken van de Russische troepen in Transnistrië bestaan enerzijds in het handhaven van de vrede en anderzijds in het bewaken van bepaalde objecten, de meest belangrijkste hiervan is de munitieopslag in Kolbasna. De Russische vredesmissie staat los van het OGRV, niettemin wisselen de troepen elkaar jaarlijks af. Zelenkov vertelt hierover aan Zvezda: “Er is een jaarlijks rotatie tussen de verschillende onderdelen. Een onderdeel gaat voor een jaar naar de vredesmissie. Een tweede afdeling gaat uit de vredesmissie. En een derde bereidt zich voor op vredesmissie.” Ondanks het duidelijk verschil tussen het OGRV en de vredesmissie wordt er toch afgewisseld tussen de verschillende onderdelen omdat troepen anders niet afgewisseld kunnen worden, aldus Voyennaya Priyomka.

Een nagebouwde controlepost van de Russische vredeshandhavingsmissie. Op de post worden Russische vredeshandhavers geoefend om later te worden ingezet op controleposten tussen Transnistrië en Moldavië.

Ook de training wordt lokaal gedaan. In de reportage wordt bijvoorbeeld een demonstratie gegeven bij een nagebouwde controlepost. In de oefening wordt getraind hoe moet worden omgegaan met een scenario waarin een wapen wordt gesmokkeld en vervolgens de controlepost wordt aangevallen. En hoe er vanuit de vredesmissie wordt gereageerd door het inzetten van versterkingen met behulp van een BTR (een pantserinfanterievoertuig). Naast een nagebouwde controlepost laat het programma ook een oefenterrein zien waar getraind kan worden met zwaarder wapentuig. De reportage spreekt over de aanwezigheid van een aantal gepantserde voertuigen maar de aanwezigheid van tanks wordt weersproken.

Een pantservoertuig is doormidden gesneden, op banden geplaatst en wordt met een hendel in beweging gebracht. Door de geïmproviseerde opstelling kunnen schutters oefenen op het pantservoertuig.

Qua rechtspraak vallen de Russische troepen onder het Russische militaire recht. In de PMR is daarom ook een militaire rechtbank gevestigd waar militaire zaken worden beslecht. Maar in verband met de aanwezigheid van veel Russische paspoorthouders in de PMR kunnen ook civiele zaken hier worden voorgebracht.

Munitieopslag

Een groot deel van het tweeluik gaat over de munitieopslag in Kolbasna. In Kolbasna is namelijk een munitieopslagplaats gevestigd die nog uit de tijd van de Koude Oorlog stamt. De opslag was bedoeld voor een eventuele oorlog in het zuidelijke deel van Europa. Die oorlog is er nooit gekomen, maar de munitie ligt er nog steeds.

In de jaren ‘90 en begin deze eeuw is veel voortgang gemaakt om de munitie in de opslagplaats ofwel te vernietigen dan wel af te voeren. In latere jaren is dit echter tot een halt gekomen, tot ergernis van Chisinau. Voyennaya Priyomka stelt dat de resterende munitie niet kan worden vervoerd vanwege de toestand in Oekraïne. En het vernietigen van de munitie vergt speciale opblaasplaatsen die niet voorhanden zijn in Transnistrië. Tot op de dag van vandaag wordt de opslag derhalve beveiligd door de OGRV. De munitie wordt niet alleen beveiligd tegen het in verkeerde handen vallen, maar ook tegen brand en explosie.

Militaire brandweer oefent scenario’s rond het uitbreken van brand bij de munitieopslag in Kolbasna.

De reportage biedt een korte kijk in de keuken van de veiligheidsmaatregelen die van kracht zijn, zoals het verbod op elektronica in de opslagplaats. Ook geeft de militaire brandweer een uitgebreide demonstratie op het oefenterrein.

Spanning met Moldavië en Oekraïne

Het spreekt voor zich dat informatie afkomstig uit welk defensieapparaat dan ook met een kritische blik moet worden bekeken, onafhankelijk van welk land. De lezer moet zich realiseren dat het goed mogelijk is dat de capaciteiten grote of beter kunnen worden voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn. Het tegenovergestelde, dat het Russische contigent sterker is dan het in het tweeluik wordt voorgesteld, is eveneens mogelijk. De aanwezigheid van Russische troepen in de PMR is immers controversieel.

De aanwezigheid van het Russische troepencontingent in Transnistrië is een doorn in het oog van zowel de huidige regering van Moldavië als buurland Oekraïne. Zo veroordeelde de Moldavische minister van Buitenlandse Zaken de aanwezigheid van Russische troepen in Transnistrië door een resolutie in te dienen bij de Verenigde Naties. De president van Moldavië sprak zich echter tegen de resolutie uit. Hij wees erop dat het de situatie in het land alleen maar zou escaleren.

Vanwege de gespannen relatie van Oekraïne met Rusland, ziet ook Oekraïne de troepen liever vertrekken uit Transnistrië. Derhalve heeft Oekraïne in april van dit jaar voorgesteld om vrije doorgang te geven aan de Russische troepen via Oekraïens territorium. Rusland wees dit voorstel echter van de hand omdat het vreesde dat een dergelijke terugtrekking zou kunnen leiden tot een destabilisatie van de situatie in Transnistrië.

De Russische troepenmacht van 1500 man is een factor die eigenlijk amper een bedreiging kan vormen voor Oekraïne, te meer daar het naar alle waarschijnlijkheid ontbreekt aan zware wapens en luchtdoelartillerie. Voor Moldavië, dat zelf een actief leger heeft van 5.000 à 7.500 man (reserves niet meegerekend), is de Russische troepenmacht echter wel een factor van betekenis.

Reportages bekijken

Zoals gezegd zijn de reportage vooralsnog alleen in het Russisch te bekijken op het YouTube-kanaal van Zvezda. Er bestaat echter een kans dat de uitzending in de toekomst in het Engels op het kanaal van RT Documentaries verschijnt. In het Russisch zijn de uitzendingen hier en hier te bekijken.

Posted on 2 Comments

Nederland potentieel doelwit in kernoorlog

Door het opzeggen van het INF-verdrag is Nederland teruggekomen in de wereld van de Koude Oorlog. In de oorlog van nucleaire dreigingen is Nederland echter niet een passieve speler, maar speelt het ook zelf actief mee op het nucleaire speelveld. 

Reeds lang wordt vermoed dat er ook op Nederlands grondgebied kernwapens worden opgeslagen, namelijk op de luchtmachtbasis in Volkel. Deze vermoedens werden bevestigd toen Wikileaks een cable naar buiten bracht uit 2009 over een bijeenkomst tussen de Amerikaanse ambassadeur in Duitsland (Phil Murphy), assistent-staatssecretaris Phillip Gordon en Christoph Heusgen, buitenlandse en veiligheidszakenadviseur van bondskanselier Angela Merkel.

In het gesprek merkt Gordon op een gegeven moment op dat het belangrijk is om het voorstel van het verwijderen van kernraketten in het coalitieakkoord goed te doordenken. In de cable staat:

“Bijvoorbeeld, een terugtrekking van nucleaire wapens uit Duitsland en mogelijk uit België en uit Nederland zou het Turkije politiek erg moeilijk maken om haar eigen voorraad te handhaven, ondanks dat het nog steeds overtuigd was van de noodzaak dit te doen.”

Ruud Lubbers

Ook vertelde in 2013 oud-premier Ruud Lubbers in een interview aan National Geographic Channel over zijn tijd als vaandrig op vliegbasis Volkel. In het interview vertelt de oud-premier dat hij in zijn diensttijd ‘nucleaire onderdelen’ heeft moeten categoriseren. Ook vertelt hij over 2013:

“Ik had toch nooit gedacht, dat wij in 2013 nog die onderdelen in Volkel zouden hebben. Ik had toen al lang gedacht dat na Reykjavik en het succes van de 0-0 en na het einde van de Koude Oorlog, dat er op één of andere manier dit allemaal verder zijn weg zou vinden. Maar ergens is nog altijd toch die, ook nu nog weer, die verleiding om weer in een conflict als het ware in een soort Koude Oorlog-verhouding weer te komen.”

Naast de aanwezigheid van nucleaire wapens op de luchtbasis Volkel zijn er geruchten dat er nabij de marinebasis in Den Helder eveneens op enig moment kernwapens opgeslagen zijn. Deze informatie is echter gedateerd, indien correct zou het gaan om kruisraketten.

Kernwapentaak voor Nederland

De atoomwapens die hoogstwaarschijnlijk op vliegbasis Volkel liggen zijn geen wapens die zelfstandig naar hun doel kunnen komen: daar zijn vliegtuigen voor nodig. Momenteel wordt die rol vervuld door de F-16. Maar met de aanschaf van de F-35 door de Nederlandse luchtmacht, zal deze rol moeten worden overgenomen door het nieuwe toestel.

Op Volkel zouden B-61-kernbommen opgeslagen liggen.

Nederland is overigens verplicht een dergelijke missie uit te voeren vanuit NAVO-verband. Dit werd onder andere duidelijk uit een antwoord van toenmalig minister van defensie Hennis-Plasschaert aan de Tweede Kamer. Reagerende op de Motie-Van Dijk in 2014 waarin werd aangenomen dat de F-35 geen kernwapentaak zou mogen uitvoeren, gaf de minister aan:

“Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26 488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen.”

Keuze voor Joint Strike Fighter

Het ligt overigens in de rede dat Nederland mede vanwege deze verplichting de F-35 heeft aangeschaft. Veel van de toenmalige concurrenten van de F-35 worden beschouwd als niet in staat te zijn kernwapens af te leveren.

Hoewel de Tweede Kamer zich in 2014 uitsprak tegen het geven van een kernwapentaak aan de F-35, gaf de minister toen ook al aan dit niet uit te kunnen voeren maar dat zij daarvoor in de plaats zou streven naar ontwapening. Aangezien de internationale verhoudingen van Nederland met Rusland zijn verscherpt, is de kans vergroot dat de Tweede Kamer haar opstelling in de toekomst zal wijzigen. Deze kans wordt verder vergroot daar de Adviesraad Internationale Vraagstukken het advies heeft gegeven dat het nieuwe toestel ook dergelijke wapens moet mogen afleveren.

Nederland: een doelwit in een kernoorlog

De aanwezigheid van kernwapens op Nederlands grondgebied en de kernwapentaak maken Nederland ook een potentiële dreiging voor een land als Rusland. Deze kernwapens kunnen namelijk in een eventuele oorlog tegen de Russische Federatie worden ingezet. Nederlandse piloten waren ook voor een dergelijk doel opgeleid in de Koude Oorlog: namelijk om kernwapens te laten vallen op grondgebied van het Warschaupact.

In een eventuele kernoorlog met Rusland zou een dergelijk scenario zich herhalen en dus moeten de Russen rekening houden met de Nederlandse dreiging. Deze dreiging gaat in het geval van Nederland voornamelijk uit van Volkel en mogelijk van Den Helder. Vandaar de vluchten van Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim.

Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim

Het is overigens zeer onwaarschijnlijk dat de Tu-160-bommenwerpers die langs Nederland door internationaal luchtruim vliegen bewapend zijn met kernwapens vanwege veiligheidsoverwegingen. Een ongeluk met een kernwapen zou immers als een nucleaire aanval kunnen worden geïnterpreteerd. Ook is het zeer de vraag of de vluchten gelden als potentiële oefeningen omdat het erg gevoelig ligt dergelijke scenario’s te oefenen. Maar niettemin vervullen de vluchten van de Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim een afschrikkingsfunctie naar de Nederlands politiek. De boodschap is: “Jullie hebben kernbommen, gebruik ze niet tegen ons, anders gebruiken wij onze wapens.”

Een Nederlands antiballistisch raketsysteem?

Twee weken na de Kamerbrief dat de Russische 9M729-raket het INF-verdrag zou overtreden, kwam het kabinet met een Nationaal Plan Defensie-uitgaven ten behoeve van de NAVO. Hierin wordt geschreven dat Nederland voornemens is meer F-35-toestellen aan te schaffen, haar speciale en cyberoperaties-component wil vergroten en ook haar vuurkracht te land en ter zee wil vergroten. Vooral dat laatste blijkt interessant te zijn. Hierin wordt de wens uitgesproken om de Nederlandse ‘Zeven Provinciën-klasse’-fregatten uit te rusten met een (verbeterd) antiballistisch raketsysteem (ABM-systeem).

In de bijlage wordt beschreven: “De additionele ABM-systemen zullen de NAVO voorzien van een ABM-sensor en wapensystemen zoals werd verzocht in het ‘2017 capability target package’.”  Hierbij gaat het om het aanschaffen en integreren van raketten die ballistische raketten tot in de ruimte kunnen onderscheppen. De ABM-raketten betreffen waarschijnlijk de SM-3 raket. In eerdere oefeningen bleek verbeterde radar van de ‘Zeven Pronvinciën’-klasse al over voldoende capaciteit te beschikken om dergelijke ballistische-raketten te detecteren, maar het schip is afhankelijk van andere (veelal Amerikaanse) schepen om de ballistische raketten te vernietigen. De aanschaf van de SM-3 raket zou dit veranderen maar wel voor een kostenplaatje van zo’n 20 miljoen per stuk.

Posted on

VS en Rusland zeggen INF-verdrag op, wapenwedloop dreigt

Nadat de VS afgelopen vrijdag aankondigden uit het INF-verdrag te stappen, heeft vandaag Rusland aangekondigd in dat geval hetzelfde te doen. Een nieuwe wapenwedloop lijkt hiermee onvermijdelijk. Rusland heeft inmiddels opdracht gegeven voor de eerste hypersonische raket voor de middellange afstand. 

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Mike Pompeo, verklaarde vrijdag op een persconferentie:

“Ruslands overtredingen [van het INF-verdrag] zorgen ervoor dat miljoenen Amerikanen en Europeanen een groter risico lopen. Het is erop gericht om de VS militair te benadelen en het ondergraaft ons handelen om bilaterale relaties in een betere richting te doen bewegen. Het is onze plicht om dienovereenkomstig te handelen. Als een verdrag zo onbeschaamd wordt genegeerd en onze veiligheid zo openlijk wordt bedreigd, moeten we handelen.”

Rusland ontkent schending

Rusland heeft steeds ontkend dat het het INF-verdrag zou overtreden. De beide verdragspartners konden het de afgelopen tijd echter niet eens worden over de nodige stappen om het verdrag overeind te houden. Zo eisten de VS van Rusland de vernietiging van alle raketten die het INF-verdrag zouden overtreden. Van Russische zijde wordt echter ontkend dat de bewuste raketten het bereik hebben dat de Amerikanen er aan toeschrijven.

NAVO steunt VS

De NAVO steunt de beslissing van de VS om het INF verdrag op te zeggen. Zo schreef Jens Stoltenberg op Twitter:

Pompeo en Stoltenberg doelen in hun uitspraken op de ontwikkeling van de 9M729-raket door Rusland. Volgens de VS en de NAVO zou deze raket een bereik hebben dat wordt verboden door het INF-verdrag. In de afgelopen maanden zou het aantal bataljons uitgerust met deze raketten zijn verhoogd van drie naar vier. Hoewel veel informatie over de 9M729 afkomstig is uit militaire bronnen van westerse overheden, is het goed mogelijk dat de 9M729-raket de aangewezen capaciteiten heeft. In ieder geval is duidelijk dat Rusland in staat is om dergelijke wapens te produceren sinds het afvuren van de Kalibr-M-raketten door de Russische Kaspische Zee-vloot.

Rusland stapt ook uit INF-verdrag

De dag erop kwam het Russische antwoord op het opzeggen van het INF-verdrag door de VS bij monde van president Poetin. Bij een uitgezonden zitting van de Russische president Poetin met de minister van Defensie Sjoigoe en minister van Buitenlandse zaken Lavrov, verklaarde Poetin:

“Onze reactie zal identiek zijn. De Amerikaanse partners hebben aangekondigd hun deelname aan het verdrag op te schorten: Wij zullen ook uit het verdrag stappen.”

De Russische president droeg tevens het ministerie van Defensie op een hypersonische, vanaf de grond afgevuurde raket voor de middellange afstand te ontwikkelen.

Dat Rusland in staat is om dergelijke wapens te produceren is waarschijnlijk. De eerdergenoemde vanaf de zee afgevuurde Kalibr-M raketten zijn in staat dergelijke afstanden af te leggen. Ook heeft Rusland met de presentatie van de hypersonische Kanzjal-raket aangetoond dat het ook hypersonische wapens kan produceren. Dit overigens waarschijnlijk als eerste land ter wereld.

‘VS al sinds 1999 in overtreding’

Tijdens de zitting stelde minister Lavrov dat de VS al sinds 1999 het INF-verdrag overtreedt door het gebruik van drones, die Rusland ook als een soort raket beschouwt.  Deze kunnen de 500-kilometergrens van het verdrag overschrijden. Verder wees Lavrov op het in Roemenië gestationeerde Aegis-ashore systeem.

Het Aegis-ashore systeem is reeds lang een doorn in het oog voor Moskou. Dit anti-ballistisch-raketsysteem  (ABM-systeem) is oorspronkelijk in Oost-Europa gestationeerd om, volgens de VS, te beschermen tegen een raketaanval uit Iran. Moskou wees er al eerder op dat het plaatsen van een ABM-systeem het MAD-principe ondergraaft en daardoor kan leiden tot een nieuwe wapenwedloop.

“In 2014 begonnen de VS met het inzetten van lanceerplatforms voor ABM-systemen, de Mk41-lanceerplatforms, die kunnen worden gebruikt – zonder het maken van veranderingen (aan het systeem) – om Tomahawk middellangeafstandsraketten af te vuren.”

Nederland en het INF-verdrag

Vanuit Nederland wordt door verschillende politieke partijen met afkeur gereageerd op de Amerikaanse en Russische beslissingen, waarbij de schuld veelal eenzijdig bij Rusland wordt gelegd.

Eind november vorig jaar stuurde minister van Defensie Bijleveld de Tweede Kamer een brief over de Russische 9M729-raket. Volgens de minister beschikte Nederland over bewijs dat de raket inderdaad het INF-verdrag zou schenden. Zo’n twee weken hierna kwam de regering met een nationaal plan voor de NAVO. Hierin werd gemeld dat Nederland wil inzetten op het ontwikkelen van een eigen ABM-systeem door het aanschaffen van nieuwe radarsystemen voor de ‘Zeven Provinciën’-klasse-fregatten en het aanschaffen van SM-3-raketten.

Russische bommenwerpers in Venezuela

Nadat eerder deze maand al duidelijk was geworden dat de VS uit het INF-verdrag zouden stappen, kondigde Rusland aan strategische lange-afstandsbommenwerpers te stationeren in Venezuela. Deze supersonische Tu-160-bommenwerpers, die uitgerust kunnen worden met nucleaire wapens, zijn zo vlak bij de Amerikaanse zuidkust gestationeerd. De stationering van de bommenwerpers in Venezuela werd door de Russische luchtmacht direct in verband gebracht met de dreigende opzegging van het INF-verdrag door de VS.

Posted on

VS stappen definitief uit INF-verdrag

De Verenigde Staten hebben woensdag aangekondigd zich niet langer gebonden te voelen aan het Intermediate-Range Nuclear Forces (INF)-verdrag met Rusland. De Amerikaanse regering beschuldigt Rusland van het schenden van het verdrag. De Russische regering weerspreekt dit en wijst op het Amerikaanse raketschild in Europa dat eveneens een (potentiële) schending van het verdrag zou zijn.

Meer over het belang van het INF-verdrag, de achtergronden ervan en de redenen waarom het verdrag nu op de helling staat, leest u in deze artikels:

http://www.novini.nl/de-ondermijning-van-het-inf-verdrag-en-de-nucleaire-pariteit/

http://www.novini.nl/russische-generaal-plaatsing-raketten-in-europa-dwingt-tot-preventieve-aanvalsdoctrine/

Posted on

Russische generaal: “Plaatsing raketten in Europa dwingt tot preventieve aanvalsdoctrine”

In een interview heeft generaal b.d. Viktor Yesin van de Russische Strategische Rakettroepen verklaard dat Rusland geen effectieve reactie heeft op eventuele plaatsing van Amerikaanse nucleaire raketten in Europa. Een dergelijke situatie wordt mogelijk door het opzeggen van het INF-verdrag door de VS. Bijgevolg zou Rusland in dat geval gedwongen zijn af te stappen van haar represaille-aanvalsdoctrine en daarvoor in de plaats een preventieve-aanvalsdoctrine moeten aannemen.

“Als de Amerikanen beginnen met het plaatsen van hun raketten in Europa hebben we geen keuze behalve het afstappen van een represaille-aanval-doctrine en over te gaan naar een preventieve-aanval-doctrine”, verklaarde Yesin.

Russische rakettroepen oefenen in het zuiden van Rusland, maart 2018 (foto: mil.ru).

De woorden van de gepensioneerde generaal zijn een reactie op de recente beslissing van de Amerikaanse president Trump om het INF-verdrag op te zeggen, het verdrag over het verbod van middellangeafstandsraketten. Door het voornemen van Trump om eenzijdig het INF-verdrag op te zeggen is de mogelijkheid opnieuw geopend dat korte en middellangeafstandsraketten bewapend met kernkoppen geplaatst kunnen worden in Europa. Het probleem met dergelijke raketten is dat als ze worden afgevuurd de tijd om te reageren maar zeer kort is.

Wederzijds gegarandeerde vernietiging

De belangrijkste factor die landen ervan weerhoudt kernwapens in te zetten wordt daarmee ernstig beperkt, namelijk dat indien één van de partijen kernwapens gebruikt, beide partijen gegarandeerd worden vernietigd (het zogeheten MAD-principe – ‘Mutual Assured Destruction’). Door de korte vliegafstand van dergelijke middellangeafstandsraketten is er maar zeer korte tijd om een beslissing te nemen voor een tegenreactie. Eveneens is er zelfs te weinig tijd om antwoordende middellangeafstandsraketten in staat van paraatheid te brengen. Het gevolg is dat lanceerinstallaties als vernietigd zijn tegen de tijd dat ze in staat van paraatheid zijn gebracht.

http://www.novini.nl/de-ondermijning-van-het-inf-verdrag-en-de-nucleaire-pariteit/

Door deze situatie wordt een represaille-aanval onmogelijk en is ook de ruggengraat van de nucleaire afschrikking (het MAD-principe) niet meer functioneel. Bijgevolg blijft er alleen de mogelijkheid over om een preventieve aanval uit te voeren indien er een ernstig dreigende situatie ontstaat. Dat wil zeggen dat als deze partij zich ernstig bedreigd voelt op grond van een concreet vermoeden dat haar tegenstander op het punt staat een nucleaire aanval te lanceren, deze partij dan kan besluiten preventief zelf een dergelijk aanval uit te voeren.

Generaal buiten dienst Yesin geeft dus aan dat, als dergelijke raketten worden geplaatst in Europa, Rusland zal afstappen van haar huidige represaille-aanval-doctrine en daarvoor in de plaats een preventieve-aanval-doctrine zal ontwikkelen. Dergelijke woorden zijn des te verontrustender aangezien de Russische president Vladimir Poetin al meerdere malen heeft aangegeven dat het op land geplaatste AEGIS-systeem in Roemenië in staat is om middellangeafstandsraketten af te vuren.

‘Dode Hand’

Generaal b.d. Yesin heeft in hetzelfde interview eveneens verklaard dat het dode hand-systeem ‘Perimetr’ operationeel en gemoderniseerd is: “Het Perimeter-systeem is functioneel en is zelfs verbeterd.”

Indien een nucleaire aanval alle Russische commandoposten heeft uitgeschakeld, geeft dit systeem automatisch opdracht aan alle overgebleven lanceerinstallaties (inclusief onderzeeërs) om over te gaan tot lancering.

Hoewel dit uit de Koude Oorlog stammende systeem alleen wordt geactiveerd in het geval dat een kernoorlog op het punt staat om uit te breken, blijkt het, volgens Yesin, nog steeds te bestaan en is het zelfs gemoderniseerd. In het geval dat de wereld zich op de rand van een kernoorlog begeeft kan dit systeem dus worden geactiveerd.

Posted on

De ondermijning van het INF-verdrag en de nucleaire pariteit

Met de recente aankondiging dat de Verenigde Staten uit het INF-verdrag willen stappen, lijkt een einde te komen aan de beperking op het ontwikkelen en inzetten van middellangeafstandsraketten. Het besluit van Trump om uit het verdrag te stappen volgt op een vermeende overtreding van het verdrag door Rusland. De opzegging van het INF-verdrag slaat weer één van de pijlers weg onder de non-proliferatie in een steeds instabieler wordende wereld. Een overzicht van een aantal gebeurtenissen die hebben geleid tot het begin en het nakende einde van het INF-verdrag.

Brussel, 2 oktober, de Amerikaanse ambassadrice voor de NAVO Kay Bailey Hutchison doet een uitspraak waarvan u waarschijnlijk niets weet, maar die kort daarna tot scherpe reacties uit Moskou leidt. Tegenover de pers verklaart Hutchison dat als Rusland besluit een gloednieuwe raket in gebruik neemt, de VS zal “gaan zoeken naar mogelijkheden om raketten uit te schakelen die andere landen kunnen raken.” Hutchison zei verder: “De tegenmaatregelen (van de VS) zouden zijn om de raketten uit te schakelen die ontwikkeld worden door Rusland.”

De uitspraken van Hutchison werden kort daarna al flink op de hak genomen door de woordvoerster van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken Maria Zacharova: “Mensen die zulke uitspraken doen zijn niet bekend met de mate van hun verantwoordelijkheden en het gevaar van agressieve retoriek.”

Hutchison lichtte haar uitspraak later nader toe: “Ik sprak niet over een preventieve aanval op Rusland. Mijn punt is: Rusland moet zich weer houden aan het INF-verdrag. Anders moeten wij hun capaciteiten evenaren om de belangen van de VS en de NAVO te beschermen.” De situatie is een schoolvoorbeeld van hoe een verkeerd gekozen uitspraak wereldwijd de spanningen op scherp kan zetten.

Nieuwe Russische raket

De reden van de spanningen bij de VS is de Russische 9M729-raket. Volgens zowel de Amerikaanse minister van Defensie, James Mattis, als secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg, zou de 9M729-raket het INF-verdrag overtreden omdat deze een groter bereik zou hebben dan 500 km. “Volgens de VS is Rusland begonnen met het inzetten van die raket. Ze hebben die informatie met ons gedeeld”, aldus Stoltenberg. De Amerikaanse minister van Defensie Mattis was rond die tijd in Europa om te praten over de vraag wat er met het INF-verdrag moest gebeuren als Rusland zich niet aan het verdrag zou houden. “Ik kan niet voorspellen waar het naartoe zal gaan”, vertelde Mattis de pers, “dat is een beslissing voor de president.”

De reactie kwam amper een maand later, toen president Trump verklaarde het verdrag te willen opzeggen omdat Rusland zich niet aan het verdrag zou houden. Trump verklaarde: “Wij zijn degenen die zich aan het akkoord hebben gehouden. Maar Rusland heeft, helaas, het verdrag niet geëerbiedigd. Dus we gaan het verdrag beëindigen en we trekken ons terug.”

Totstandkoming INF-verdrag

Het Intermediate Nuclear Forces Treaty, oftewel INF-verdrag kwam tot stand aan het einde van de Koude Oorlog en werd opgesteld door de regeringen van Reagan en Gorbatsjov. Het verdrag legt een verbod op het ontwikkelen en gebruiken van middellangeafstandsraketten met een bereik van 500 tot 5500 kilometer die vanaf het land worden afgevuurd op. Het verdrag is ondertekend door de VS en de USSR, andere landen hebben het verdrag dus niet ondertekend en zijn in principe vrij om dergelijke wapens te ontwikkelen en gebruiken.

Gorbatsjov en Reagan ondertekenen het INF-verdrag in 1987.

Een van de belangrijkste redenen voor het verdrag was dat het niet duidelijk was of een dergelijke raket een conventioneel wapen bij zich droeg of een nucleaire. Als een dergelijk wapen werd gebruikt was het voor de andere partij met andere woorden niet duidelijk met wat voor soort wapen ze werden aangevallen. In de gespannen sfeer van de Koude Oorlog waren politici bekend met het feit dat een klein misverstand kon leiden tot een eventuele fatale beslissing en daarmee een nucleaire oorlog. Het gebruik van een middellangeafstandsraket met een conventionele kop zou dus kunnen leiden tot een vergeldingsaanval met een nucleair wapen, met een eventuele nucleaire oorlog tot gevolg.

Het is ook belangrijk te benadrukken dat het INF-verdrag alleen geldt voor raketten die vanaf land worden afgevuurd. De reeds ontwikkelde Amerikaanse Tomahawk-raketten die vanaf zee worden afgevuurd vielen dus buiten het verdrag. Ook heeft de USSR besloten om haar Oka-raketten uit dienst te doen. Ondanks dat deze raketten een bereik hadden van 450 kilometer, en daarmee dus buiten het verdrag vallen, werden ze toch buiten dienst gesteld.

ABM-verdrag

Het proces dat zou leiden tot het opzeggen van het INF-verdrag werd in gang gezet met het opzeggen van een ander verdrag. In december 2001 zegde toenmalig president Bush het Anti-Balistic Missile (ABM) -verdrag op. De reden die hiervoor gegeven werd, was dat er in die tijd in de VS angst bestond voor een nucleaire aanval van een ‘schurkenstaat’ en/of terroristische groeperingen. Specifiek werd er gesproken over Noord-Korea en Iran. Hoewel Iran in die tijd Iran niet beschikte over een ballistische raket met voldoende bereik, noch was aangetoond dat Iran een nucleair programma had voor niet-vreedzame doeleinden, werd gesteld dat de dreiging bestond dat Iran mogelijk Europa of zelfs de VS zou aanvallen.

De VS verklaarde bijgevolg dat het Antiballistische raketten wou stationeren in Europa zodat zij in staat zou zijn ballistische raketten uit Iran te kunnen onderscheppen en vernietigen. Deze ABM-installaties zouden moeten worden geplaatst in Polen en Tsjechië. Dit was echter tegen het zere been van Rusland. Het zou immers veel logischer zijn geweest om deze ABM-installaties verder naar het zuiden te plaatsen en niet tussen Rusland en Europa. In Rusland werd het ABM-systeem – ook wel raketschild genoemd – waargenomen als tegen Russische ballistische raketten gericht. Ruslands tegenvoorstel voor de VS was om een Russisch radarstation te gebruiken in het veel dichter bij Iran gelegen Azerbeidzjan.  De VS wees het Russische voorstel echter van de hand en het ABM-systeem werd uiteindelijk gebouwd in Polen en Roemenië. Hier werd een AEGIS-systeem gebouwd dat doorgaans alleen geïnstalleerd wordt op schepen.

De weerzin van Rusland over het opzeggen van het ABM-verdrag door de VS werd niet begrepen in Europa en andere delen van de wereld. Het ging hier om een antiballistisch raketsysteem, met andere woorden een systeem dat moest beschermen tegen een nucleaire aanval. En wie is nou tegen een bescherming tegen nucleaire wapens?

Mutually Assured Destruction (MAD)

De reden voor de Russische weerwil is dat een raketschild het MAD-principe ondermijnt. Dat principe houdt In dat kernmachten op voorhand weten dat als ze een kernoorlog beginnen ze zelf ook volledig verwoest zullen worden. Hoe luguber dit ook mag klinken, dit principe lag aan de grondslag van de relatief vreedzame periode waarin wij de afgelopen decennia hebben geleefd. Het idee dat beide nucleaire machten elkaar volledig zouden vernietigen, het zogenaamde Mutually Assured Destruction (MAD, wederzijds gegarandeerde vernietiging), maakt een potentiële oorlog voor beide partijen onaantrekkelijk. Een nucleair conflict zou immers enkel verliezers kennen. Het idee is dus dat zolang er een zeker evenwicht bestaat tussen beide partijen met kernwapens, beide partijen niet geneigd zijn elkaar aan te vallen. Dit evenwicht wordt nucleaire pariteit genoemd.

Door de ban op ABM-systemen op te heffen, is het niet meer zeker dat beide partijen de ander kunnen vernietigen. Met andere woorden, één partij heeft in principe de mogelijkheid om een oorlog te beginnen zonder daarbij zelf te worden vernietigd. Een van de partijen heeft in zo’n situatie een groot strategisch voordeel ten opzichte van de andere partij. De nucleaire pariteit wordt zo verbroken.

De partij zonder een raketschild zal bij een dreiging, wetende dat zij zich in het nadeel bevindt, voorzorgsmaatregelen moeten nemen. Haar strategische wapens zijn immers minder effectief. Bij een vermeende dreiging zal zij dus eerder geneigd zijn om het initiatief te nemen door bijvoorbeeld preventief aan te vallen. Het gebrek in nucleaire pariteit leidt dus tot situaties waarin de partij die zich in het nadeel bevindt eerder geneigd is om haar nucleaire wapens in te zetten.

Dit was voor Rusland overigens begin jaren 2000 meer het geval dan nu. Dit komt omdat haar conventionele strijdkrachten zich toen in een zeer slechte toestand bevonden en de Russische Federatie voornamelijk afhankelijk was van haar nucleaire wapens ter verdediging. Met een beter georganiseerd leger, is Rusland nu ook minder afhankelijk van zijn nucleaire wapens voor zijn verdediging.

Naast dat het wegvallen van nucleaire pariteit leidt tot een situatie waarin landen eerder geneigd zijn hun nucleaire wapens in te zetten, leidt het ook tot een nieuwe wapenwedloop. Het land dat zich in het nadeel bevindt moet haar militaire potentieel verbeteren om de pariteit te herstellen. Deze verbeteringen in wapensystemen van land A leiden weer tot verbeteringen in wapensystemen in land B. Het gevolg is een peperdure wapenwedloop. Het zijn precies de enorme kosten van een dergelijke wapenwedloop die de Sovjet-Unie en de VS destijds deden besluiten om dergelijke ABM-systemen in de ban te doen.

De 9M729 Een overtreding van het INF-verdrag?

Het Amerikaanse antiraketschild heeft in Rusland precies tot de reactie geleid die door Poetin was voorspeld. Misschien wel het meest herkenbare element hiervan kwam in maart dit jaar toen Poetin een zestal gloednieuwe wapens presenteerde die allen het Amerikaanse ABM-systeem op hun eigen wijze wisten te omzeilen. Een wapen dat niet in de presentatie van Poetin zat is de 9M729.

Zoals hierboven al genoemd zijn de VS en ook NAVO Secretaris-Generaal Stoltenberg ervan overtuigd dat de 9M729-raket een bereik heeft dat voorbijgaat aan de 500 kilometergrens opgelegd door het INF-verdrag. Rusland spreekt dit tegen. De informatie van zowel de VS als van de Russische Federatie is, vanwege haar militaire aard, moeilijk te controleren.

Dat Rusland de knowhow in huis heeft om dergelijke raketten te produceren is bekend sinds 2015. De wereld werd wakker geschud toen vier relatief kleine Russische schepen vanuit de Kaspische Zee ISIS-doelwitten bombardeerden in Syrië. Westerse bronnen vermoeden dat de 9M729-raket een gemodificeerde versie van de Ch-101 of van de 3M-54 Kalibr-raket is aangepast voor lanceerinstallaties op land. Indien dat laatste waar is, is de Amerikaanse claim dat de raket verder kan vliegen dan 500 kilometer zeer waarschijnlijk waar.

De 9M729-raket zou afgevuurd worden vanaf een aangepaste versie van de mobiele Russische raketinstallatie Iskandr-M. Omdat het platform dat de 9M729-raket afvuurt veel zou lijken op dat van de Iskandr-M is het moeilijk vast te stellen wat voor soort wapen ergens is gestationeerd. De raketten zouden tijdens hun vlucht in staat zijn te manoeuveren. Hierdoor wordt het erg moeilijk om dergelijke raketten neer te schieten omdat op voorhand niet duidelijk is wat hun doel is en dus ook niet wat hun baan is. Het neutraliseren van potentiële inkomende raketten wordt verder bemoeilijkt doordat een typische brigade van de Iskandr-M lanceerinstallaties bestaat uit 12 van dergelijke voertuigen, elk met twee raketten. Het gelijktijdig afvuren van zoveel raketten verzadigd een anti-raketsysteem waardoor het nog moeilijker is te beschermen voor een dergelijke raketaanval.

Overtredingen INF door VS?

Rusland wijst van zijn kant al enige tijd op een overtreding van het INF-verdrag door de VS, namelijk op de ABM-installaties die zijn geïnstalleerd in Roemenië en Polen. Het systeem wat hiervoor is gebruikt is het AEGIS-systeem, een anti-luchtdoelraketsysteem dat veelal wordt gebruikt op Amerikaanse marineschepen. De lanceerinstallaties die voor het ABM-systeem worden gebruikt zouden volgens de VS een zuiver kinetische werking hebben, d.w.z. ze halen raketten neer door er tegenaan te botsen. Volgens Rusland zijn deze ABM-systemen echter makkelijk om te bouwen, zodat de lanceerinstallatie ook kruisraketten kunnen lanceren. Onlangs verklaarde Poetin hierover nog:

“En de VS hebben (het INF-verdrag) al overtreden door ABM-raketsystemen te plaatsen in Roemenië en daarvoor AEGIS-systemen te gebruiken en die op land neer te zetten. Wat hebben ze gedaan? Deze AEGIS-systemen kunnen worden gebruikt om aanvalsraketten te lanceren, niet alleen voor ABM-raketten. Daarvoor hoeven ze alleen een computerprogramma aan te passen. Dat is alles. Het is een werk van enkele uren. We zullen zelfs niet weten wat er gebeurd. (…) En aanvalsdrones zijn ook overtredingen (van het INF-verdrag – SB). Ze verschillen niet van raketten van korte en middellange afstand. (Beiden verboden door het INF – SB)”

Net als de claims die de VS over de Russische raketten maakt, zijn ook deze beweringen moeilijk te controleren.

Europa en het INF-verdrag

Hoewel de VS vrij makkelijk afstand lijken te hebben genomen van het INF-verdrag lijkt het opzeggen van het verdrag bij Europa op meer weerstand te botsen. De reacties zijn veelal afkeurend. Immers, anders dan voor de VS, zijn het de raketten van middellange afstand die juist een bedreiging vormen voor de Europese staten. De grote angst is dat de 9M729 raketten worden gestationeerd in het Russische Kaliningrad waarvandaan de raketten, indien ze daadwerkelijk het voorspelde bereik hebben, veel Europese landen kunnen bereiken.

De VS worden door het opzeggen van het INF-verdrag veel minder benadeeld dan Europese landen. Afgezien van het dunbevolkte Alaska, grenzen de VS vooral aan vriendelijke staten, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat Russische middellangeafstandsraketten in de nabijheid van de VS worden gestationeerd. Hoogstens een (onwaarschijnlijke) stationering van dergelijke raketten op Cuba zou eventueel een mogelijkheid zijn. Waardoor overigens een herhaling van de Cubacrisis op zou kunnen treden, toen het stationeren van Amerikaanse raketten in Turkije ertoe leidde dat de USSR soort gelijke raketten op Cuba plaatste.

Het risico ligt dus voornamelijk bij Europa. Dit werd Europese landen ook duidelijk gemaakt door Poetin. Op een recente persconferentie verklaarde de Russische president het volgende:

“Wat Europa betreft, als de VS zich uit het INF-verdrag terugtrekken, dan is de belangrijkste vraag wat ze zullen gaan doen met deze opnieuw verschenen raketten. Als ze worden geleverd aan Europa dan, natuurlijk, zullen we op een overeenkomstige manier reageren. En de Europese landen die daarmee akkoord gaan, als het zover komt, moeten begrijpen dat ze hun territorium onder het risico plaatsen van een mogelijke vergeldingsaanval (op een aanval met Amerikaanse raketten).”

Met het nakende einde van het INF-verdrag wordt weer een stap gezet naar de verdere afbraak van nucleaire non-proliferatie, nadat eerder al het ABM-verdrag was gesneuveld. Als volgende lijkt het New START-verdrag aan de beurt te zijn, aangezien zowel Trump als zijn Nationale Veiligheidsadviseur, John Bolton, zich al kritisch over dat verdrag hebben uitgelaten. In ieder geval benadrukt het opzeggen van het INF-verdrag de slechte (diplomatieke) relatie tussen Rusland en de VS. Het wegvallen van het INF-verdrag betekent eveneens dat de optie weer open is dat het afvuren van een conventionele raket kan worden geïnterpreteerd als een nucleaire aanval. In de schaarse momenten die dan overblijven voor het beslissingsproces voor het bepalen van een tegenreactie kan dit zomaar leiden tot de fout die de mensheid heel duur kan komen te staan.

Posted on

Drastische bevolkingsdaling Baltische staten

De directeur van het Litouwse Centrum voor Sociaal Onderzoek, Sarmine Mikulioniene uit bezorgdheid over de bevolkingsdaling in de Baltische staten in het algemeen en Litouwen in het bijzonder.

In de eerste plaats trekken mensen tussen de 18 en 30 jaar oud sinds de jaren ’90 naar het westen en is dit verschijnsel sterk toegenomen sinds de toetreding tot de Europese Unie in 2004. Hoofdreden is de mogelijkheid om beter te verdienen. Hoewel de economie in de Baltische staten zich positief ontwikkelt, is vooral bij de lonen nog een duidelijke kloof met West-Europa zichtbaar.

Waar in bijvoorbeeld Duitsland het doorsnee uurloon bij 15,70 euro ligt, is dat in Letland slechts 3,35 euro. De toetreding van Letland tot de EU leidde tot een massale uittocht van arbeidskrachten, vooral naar Ierland en Groot-Brittannië, maar ook andere West-Europese landen gelden bij de Balten als aantrekkelijker dan hun eigen arbeidsmarkt.

Diverse andere landen hebben met een vergelijkbare uittocht te maken. Vooral Letland, Litouwen, Bulgarije en Moldavië hebben te kampen met een drastische krimp van de bevolking. Mikulioniene waarschuwt: “De situatie is zeer zorgwekkend. In Litouwen zijn 2.000 dorpen volledig verdwenen, we sluiten universiteitsafdelingen en kunnen geen mensen vinden voor het werk.”

De bevolkingsdaling bedraagt in Litouwen 23 procent sinds 1991. Wanneer steeds meer jonge mensen hun land verlaten, heeft dat voor het land in kwestie als gevolg dat de bevolking snel vergrijst. Zowel de economie als het pensioenstelsel zuchten hieronder.

Letland kampt met 27 procent nog sterker met bevolkingsdaling. Wanneer mensen in de vruchtbare leeftijd wegtrekken, betekent dat ook dat in hun thuisland minder kinderen geboren worden. De bevolkingsdichtheid is in Litouwen gedaald naar 44 inwoners per vierkante kilometer, in Letland zelfs naar 29. Ter vergelijking: Nederland heeft 411 inwoners per vierkante kilometer en Duitsland 231.

Naast de Balten die naar het Westen trekken, zijn veel etnische Russen vanuit de Baltische staten naar Rusland vertrokken. In Rusland geldt al langer een vereenvoudigde naturalisatieprocedure. Het is een van de manieren waarop Moskou de eigen negatieve demografische ontwikkeling af probeert te remmen. Sinds 2014 hebben zo’n 600.000 etnische Russen uit diverse voormalige Sovjetrepublieken daar gebruik van gemaakt. Velen kwamen uit de Oekraïne of Kazachstan, maar ook uit de Baltische staten, waar hun rechten sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aanzienlijk beperkt zijn. Zo zijn veel van de etnische Russen die vaak al generaties in de Baltische staten wonen stateloos. In Litouwen vormen etnische Russen zo’n vijf procent van de bevolking, maar in Estland en Letland is ongeveer een kwart van de bevolking van Russische afkomst.

In Estland stijgt het geboortecijfer sinds enkele jaren weer licht, doordat de regering een aantal prikkels in het leven geroepen heeft. Zo krijgt de ouder die thuisblijft een vergoeding ter hoogte van het laatste loon voor het zwangerschapsverlof en moeten werkgevers naar de andere ouder flexibel zijn.

Posted on

Oekraïne en Hongarije in de clinch over taalwet

Een wet die de Oekraïense taal verplicht stelt in Oekraïense scholen leidt tot spanningen tussen Oekraïne en Hongarije. De wet regelt dat, naast de Russische, ook de Hongaarse minderheid onderwijs in het Oekraïens moet volgen in plaats van in hun moedertaal. Er wordt openlijk gesproken over het opleggen van een inreisverbod voor Oekraïne voor de Hongaarse minister die zich met het dossier moet bezighouden. Ook is er sprake van het stationeren van een extra bataljon militairen nabij de Hongaarse grens.

Het onderwerp van het geschil is een Oekraïense taalwet die eerder dit jaar is aangenomen. Waar het voor etnische minderheden voorheen mogelijk was onderwijs in eigen taal te ontvangen als tien procent van de lokale bevolking die taal sprak, is de drempel nu verhoogd naar 33% van de plaatselijke bevolking. Hoewel de moedertaal nog wel geleerd kan worden op school, worden vakken als wiskunde en geschiedenis gegeven in het Oekraïens.

Eind vorige maand heeft de Hongaarse minister voor Buitenlandse Zaken Peter Szijjarto in een interview verklaard:

“Volgens internationale regelgeving kunnen aan nationale minderheden geen rechten worden ontnomen die hen al zijn toegekend (…) In een vorige wet stond dat als een minderheid 10% van de bevolking uitmaakte van een regio, dat betekende dat die taal één van de officiële talen werd van het dorp, de stad, het district of de plaats waar de leden van de minderheid de meerderheid vormden van een lokale bevolking. (…) De nieuwe wetgeving verhoogt dat naar 33% van de bevolking. Natuurlijk zullen wij ons verzetten tegen zulke veranderingen.”

Oekraïne beschouwt dit als inmenging van Hongarije in de binnenlandse aangelegenheden van Oekraïne. Des te meer daar Hongarije bekend heeft gemaakt een ministerspost te zullen creëren die gewijd is aan de ontwikkeling van Transkarpatië, het Oekraïense gebied met een grote Hongaarse minderheid grenzend aan de Hongaarse grens. Er werd door Oekraïne bekend gemaakt dat de Hongaarse minister een inreisverbod kan krijgen voor Oekraïne indien geen uitleg zal worden gegeven aan Oekraïne over de situatie. Tevens kwam op dezelfde dag nieuws naar buiten over een gesprek tussen Oekraïense minister van Defensie Stepan Poltorak en de gouverneur van Transkarpatië over het mogelijk stationeren van een extra bataljon militairen in de provincie.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Oekraïne legde er de nadruk op dat de opmerkingen van de Hongaarse premier Viktor Orbán over de Europese integratie en NAVO-aspiraties van Oekraïne onacceptabel zijn omdat ze af zouden wijken van het beleid van de EU en zouden doen denken aan de benadering van een agressor. Hongarije heeft vanwege de kwestie reeds de totstandkoming van enkele gezamenlijke initiatieven van Oekraïne en de NAVO tegengewerkt en besloten de Europese integratie van Oekraïne voorlopig niet te ondersteunen.

Hongarije reageerde met een verklaring dat “Oekraïne faalde om vooruitgang te maken met het toetreden tot de EU en NAVO door haar eigen schuld (…) Hongarije heeft er niets mee te maken.” Verder reageerde de pas aangestelde Hongaarse afgevaardigde voor Transkarpatië op insinuaties over zijn functie vanuit Kiev met te zeggen: “Er is geen enkele grond voor beschuldigingen (van separatisme, red.). Er zijn geen verholen separatistische bedoelingen Het doel is slecht het ondersteunen van mensen die in Transkarpatië wonen ongeacht hun nationaliteit.”

De controversiële nieuwe taalwet is niet alleen door Hongarije, maar ook door Roemenië en Rusland bekritiseerd, alsmede door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa. Oekraïne stelt dat de wet bedoeld is om de kansen van de nationale minderheden te vergroten door ze Oekraïens te leren op school. Ook wil Oekraïne met de taalwet de invloed van Rusland op Oekraïne verminderen. Rusland beschouwt de taalwet als discriminerend. De parlementaire vergadering van de Raad van Europa nam een resolutie waarin onder andere gesteld wordt dat de wet “geen gepaste balans heeft tussen de officiële staatstaal en de talen van de nationale minderheden. (…) In het bijzonder betekent de wet een sterke beperking van de rechten als voorheen toegekend aan de ‘nationale minderheden’ aangaande hun eigen onderwijstaal.”

Oekraïne kent diverse grote etnische minderheden, doordat de Oekraïense staat relatief jong is en de grenzen tussen diverse staten in dit gebied historisch herhaaldelijk verlegd zijn. De Hongaarse minderheid in Oekraïne is vooral gevestigd in Transkarpatië, dat van 896 tot 1918 deel van Hongarije was.