Posted on 1 Comment

Schijnheilige kwartiermakers van de massa-immigratie

Benedictijner monnik Thomas Quartier is voor open grenzen. Quartier, ondertussen de bekendste broeder van Nederland en naast monnik ook hoogleraar in Nijmegen, zegt in een interview met het Nederlands Dagblad van 10 april: “Wij zouden als abdij verdwijnen als we onze grenzen niet bewaken. Er zit een beperking aan wat wij kunnen doen en die grens moeten we bewaken. Tegelijk ben ik voorstander van open grenzen. We mogen aan de poort niemand afwijzen. En als dat tot conflicten leidt, moeten we daarover praten.”

Grens en Geest

Quartier doet zijn uitspraken naar aanleiding van een studiedag over ‘Grens en Geest’, in Kapel Berchmanianum in Nijmegen. Dat de Geest alle kanten opwaait laat niet alleen de paradoxale opmerking van broeder Thomas zien. Want waarom wel de grenzen van een abdij bewaken en niet die van een land?

Kardinaal Robert Sarah, prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten van de Romeinse Curie, krijgt een andere geestelijke inspiratie. In een interview met het Franse tijdschrift Valeurs Actuelles eind maart bekritiseert Sarah die Katholieke leiders die de kerk zien als een soort NGO, die zich moet focussen op migratie, open grenzen en milieuvraagstukken. “Sommige katholieke leiders vragen de kerk niet over God te spreken, maar zich met hart en ziel in te zetten voor sociale problemen: migratie, ecologie, dialoog, de cultuur van ontmoeting, de strijd tegen armoede, voor vrede en rechtvaardigheid,” aldus de prefect. “Hoewel allemaal zeer belangrijk, heeft zo’n kerk geen enkel belang voor ons. De kerk is alleen van belang omdat ze ons Jezus laat ontmoeten.”

Quartier en Sarah

De verschillen in opvatting tussen Quartier en Sarah over wat de kerk moet zijn laten de breuklijnen zien die dwars door de Katholieke kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie lopen. Bevangen door de revolutionaire geest van de jaren zestig werd de kerk meer en meer een welzijnsorganisatie, waar niet langer de Openbaring van God centraal staat, maar een maatschappelijk sociaal actieprogramma. “De crisis van de kerk is vooral een crisis van geloof,” zegt kardinaal Sarah hierover. “Sommigen willen dat de kerk menselijke en horizontale organisatie wordt; ze willen dat ze de taal van de media spreekt. Ze willen haar populair maken.”

Hoewel de kardinaal de naam van paus Franciscus nergens noemt, is het wel duidelijk dat hij ook de ‘dictator-paus’ op het oog heeft. Deze spreekt, hoewel zeer vaak verwarrend, ook de taal van de media, die in de progressieve goegemeente zoveel onthaal krijgt. Broeder Thomas spreekt, hoewel zeer vaak verpakt in vage mystieke bewoordingen, ook deze taal. Zeg maar het partijprogramma van GroenLinks.

Benedictus en Franciscus

Thomas Quartier is Benedictijn. Deze oudste kloosterorde beroept zich op de ‘Regel van Benedictus’, de grondlegger van de orde. De Amerikaanse conservatieve auteur Rod Dreher publiceerde in 2017 ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’. Het boek wil, vanuit het leven van Benedictus en zijn kloosterregel, een strategie voor het overleven van de kerk in de seculiere en postmoderne 21ste eeuw bieden. Dreher, ooit Rooms-Katholiek maar overgegaan naar de Oosters-Orthodoxe kerk, is kritisch over de maatschappelijke rol die paus Franciscus (Jezuïet) meent te moeten spelen.

In een artikel over de apostolische exhortatie ‘Gaudete et Exsultate’ (‘Verheugt u en jubelt’) schrijft Dreher in ‘The American Conservative’ dat als de paus zijn woorden over vluchtelingen echt meent, hij de grenzen van Vaticaan Stad eerst maar eens moet openen. ‘Walk the way you talk”, een populaire uitspraak in progressieve kringen (die daar zelfs overigens geen gehoor aan geven). Volgens Dreher zegt de Regel van Benedictus nergens dat iedereen maar welkom moet zijn, zoals paus Franciscus in zijn exhortatie suggereert.

En de paus gaat nog een stap verder. Hij schrijft specifiek over economische vluchtelingen en zegt daarover dat de enige “echt christelijke’ houding is hen toe te laten. “Open de grenzen, of je bent on-christelijk,” zegt Dreher hierover. De conservatieve journalist haalt de theoloog Oliver O‘Donovan aan, die stelt dat het algemeen welzijn van een gemeenschap ook inhoudt dat deze in staat is haar waarden over te dragen naar volgende generaties.

Paradox

De vraag is welke waarden dat zijn in een post-christelijk, seculier en steeds meer atheïstisch Europa? Broeder Thomas beroept zich op een postmodern idee van individualisme, ook al zo’n paradox voor een monnik in een kloostergemeenschap: “Je kunt alleen open zijn, als je weet waar je grenzen liggen.” Bepaalde vormen van volksprotest, zoals de Brexit, worden door Quartier weggezet als “angst”. O wee het volk dat opkomt voor haar eigen identiteit! Ook al zo’n progressieve manie, om alles dat tegen je ideologische uitgangspunten ingaat te psychologiseren.

Kardinaal Sarah noemt massa-immigratie een vorm van slavernij, die een bedreiging vormt voor het Westen. Vanuit de visie van de monnik moet de kardinaal een bange man zijn. Maar juist Sarah betoont zich, door het opkomen voor kerk en beschaving, vele malen moediger dan de postmoderne mysticus, die wel zijn eigen kloostercel beschermt, maar dat het land misgunt.

Posted on

Avondland – Kardinaal Marx doet prinses Maxima na

De Duitse kardinaal Marx (normen est omen) smaakt de term “christelijk Avondland” niet. Tragisch, maar niet verrassend. De katholieke Kerk in Europa is al decennialang in dezelfde ideologische houdgreep als de rest van de Europese bestuurlijke elite en journalistiek.

Voorbeelden hiervan liggen voor het oprapen. Zo was er de Zweedse ambtenaar die ontkende dat er zoiets bestaat als de Zweedse cultuur en dichter bij huis hebben we prinses Maxima die zei dat “de Nederlander” niet bestaat. Nu hebben we dus ook de kardinaal die zegt dat het christelijke Avondland niet bestaat.

Zakelijk bekeken is Avondland een van de vele synoniemen van ons mooie continent Europa. Het woord “Europa” is mogelijk afgeleid van het woord “ereb”, dat “avond” betekent. Een meer etymologische verklaring is een vertaling van de term “Occident” van het Latijn “occidere” voor het ondergaan van de zon. Tegenover het Avondland staat het Morgenland, oftewel de “Oriënt”, het land van de opkomende zon.

Identiteitspolitiek

Maar deze zakelijke betekenis van het woord Avondland is niet de betekenis die aangevallen wordt. Want zegt kardinaal Marx: “Davon halte ich nicht viel, weil der Begriff vor allem ausgrenzend ist”. Zijn afkeer van de term moet dus worden begrepen in het kader van identiteitspolitiek. Ik ga kardinaal Marx natuurlijk niet overtuigen, maar voor de rest die het wil weten volgt er een kort geschiedenislesje.

Romeinse Rijk

In den beginne was er het Romeinse Rijk. Het Romeinse Rijk was woest en vol met intriges. Het gedrag van de Amerikaanse politiek, alle clowns daarin, Donald Trump, de volledige Republikeinse partij, de volledige Democratische partij, vallen in het niet vergeleken met de vulgariteit van de politiek van het Romeinse Rijk. Het Romeinse Rijk werd gekerstend en viel enige tijd later vanwege verschillende oorzaken uit elkaar.

Katholieke kerk

Ondertussen had de Katholieke kerk iets van het succes van het Romeinse Rijk (totdat het definitief mis ging) afgekeken en overgenomen. Behalve dat lag alles aan gruzelementen en zo rond het jaar 500 was het ontwikkelingsniveau van Europa zo ongeveer dat van Afrika. Maar met één duidelijk verschil. De Katholieke kerk had al wortel geschoten in Europa. Er waren verschillende kloosterordes die zich als een netwerk, beginnende rond het Middellandse Zeegebied, langzaam naar het noorden van continentaal Europa uitbreidden.

Kloosters

De kloosters hadden een zeer elementaire functie. Ze bewaarden de kennis over landbouw en pasten die zelf ook daadwerkelijk toe in hun nabije omgeving. Het beste voorbeeld hiervan is Duitsland. Duitsland was een groot bos- en moerasgebied voordat de kloosterorders hun intrede deden. Een zeer vruchtbare landmassa daarna.

Technologie

Na de landbouwfase kwam de langzame toename van technologie. Men moest vanuit een bijna absoluut nulpunt alles uitvinden. En veel dingen die we nu als primitief zien, zoals rudimentaire ijzersmelterijen en eenvoudige toepassingen van windenergie, werden toen onthaald als nieuwe technologie en door het netwerk van kloosterorders verspreid door heel Europa. Van noord tot zuid.

Wetenschap

De technologie werd vanzelfsprekend en er gebeurde bijna parallel iets anders. Men ging studeren in de kloosters. Steeds meer en meer. Niet enkel de elite kon studeren, zoals in de Klassieke Oudheid, maar ook en vooral de lokale middenstand. Vanuit de kloosters waarin gestudeerd werd groeiden vanzelf de universiteiten die we nu voor vanzelfsprekend aannemen. Wetenschap van elk denkbaar soort kon vanaf de Middeleeuwen, beginnend in Europa, enkel floreren omdat de Katholieke kerk deze basis heeft gelegd. Het christelijke geloof zelf rekende af met allerlei heidense praktijken, zodat de geestelijken in de kloosters onbevooroordeeld en ongehinderd door bijgeloof wetenschap konden bedrijven.

Zieken- en weeshuizen

Weer andere kloosterordes hielden zich bezig met goede doelen en het verzorgen van de zieken en wezen. Daaruit groeiden de ziekenhuizen die wij eveneens voor vanzelfsprekend aannemen. Allemaal vanuit een hecht netwerk van kloosters die zich specialiseerden in functies.

Expansie

Dit vormde de ruggengraat voor een tijdperk van Europese verovering van de wereld die na het jaar 1500 aanbrak. Een groot deel van de wereld buiten Europa kent de wortels van universiteiten en ziekenhuizen misschien niet, maar kopieerde ze wel en paste die met ongeveer hetzelfde succes toe.

Beschaving

Ondertussen kunnen we veilig tot de conclusie komen dat het christelijke Avondland wel degelijk bestaat en niet zoveel met identiteitspolitiek te maken heeft. Maar met instituties opbouwen en beschaving uitbreiden. Wie zegt “de term christelijk Avondland sluit mensen uit” zegt iets vergelijkbaars als “ziekenhuizen sluiten mensen uit” of “universiteiten zijn inherent racistisch” en dat is best tragisch. Ons Europa verdient ook daarom een moediger christendom.

Thomas E. Woods ~ De bouwmeesters van Europa. De geboorte van een beschaving uit de katholieke kerk

Posted on

De dubbele agenda van de dictator-paus

Het nieuws van een groot onderzoek naar misbruik binnen de Katholieke Kerk in Pennsylvania sloeg in als een bom. De details van de getuigenissen van slachtoffers van misbruik door meer dan 300 priesters in de Amerikaanse staat liegen er dan ook niet om. Hoofdaanklager Josh Shapiro somde op zijn persconferentie op 14 augustus een aantal uit het 900 pagina’s tellende onderzoeksrapport op: een priester dwong een negenjarige jongen tot orale seks en spoelde diens mond daarna met wijwater; een jongen werd naakt aan een kruis gebonden en de priesters namen foto’s van hem; een priester maakt een meisje zwanger, regelt een abortus en ontvangt van de bisschop een brief waarin die zijn medelijden kenbaar maakt – niet aan het meisje maar aan de priester die haar heeft misbruikt; priesters in het bisdom Pittsburg runden een pedofiliering, waarin ze slachtoffers naar elkaar doorschoven.

Shapiro maakte ook bekend dat kerkleiders, zoals aartsbisschop Donald Wuerl, het onderzoek bewust hebben gedwarsboomd. Het is opnieuw een herhaling van zetten. De kerkleiding negeert keer op keer waarschuwingen en onderneemt geen stappen. Integendeel, de misbruikpriesters en -bisschoppen werden overgeplaatst naar andere parochies, waar ze vervolgens verder gingen met hun misdadige praktijken. De enige verantwoordelijke die het veld moest ruimen was kardinaal Theodore McCarrick, die onlangs zijn ontslag aanbood aan paus Franciscus. Deze accepteerde het ontslag. Maar ontslag aanvaarden is een passieve handeling is, niet een actief optreden tegen misbruikers! Het blijft bij mooie woorden en een wat scherp aangezette brief. Eerder dit jaar vergaloppeerde de paus zich ook al in de kwestie rond de Chileense bisschoppen. Ook dat land kent een langdurig misbruikschandaal, waarin de verantwoordelijke priesters en bisschoppen buiten schot bleven. Paus Franciscus deed onthullingen daarover af als laster, maar werd uiteindelijk gedwongen het ontslag te aanvaarden van 3 van de 34 Chileense bisschoppen die een ontslagbrief hadden ingediend.

Waar is het 300 pagina’s tellend dossier over seksueel misbruik in de kerk, dat de toenmalige paus Benedictus XVI vlak voor zijn abdicatie ontving? De katholieke blogger Louie Verrecchio (https://akacatholic.com/) schreef onlangs dat Benedictus (mogelijk afgetreden vanwege de onthullingen in het dossier?) zijn opvolger de opdracht meegaf stappen te ondernemen. “Maar wat heeft Jorge Bergoglio, die het dossier nu vijf jaar in handen heeft, gedaan?” vraagt Verrecchio zich af. “Hij benoemde een homoseksueel, priester Battista Ricca, tot hoofd van de Vaticaanse Bank en antwoordde op vragen over de seksuele gerichtheid van de man “Wie ben ik om te oordelen?”; hij publiceerde een rapport voor de Synode van 2014 waarin hij schrijft dat “homoseksuelen gaven en kwaliteiten hebben die ten goede kunnen komen aan de christelijke gemeenschap”; hij benoemde Juan Barros tot bisschop in Chili, hoewel mensen de paus wezen op de homoseksuele voorkeur van Barros; hij benoemde priester James Martin, een LHBT-activist, tot raadgever bij het Secretariaat voor Communicatie van het Vaticaan.” En eerder deze maand benoemde de paus de Portugese priester José Tolentino Mendonça tot hoofd van het Geheim Vaticaans Archief. Mendonça zegt dat “Jezus geen regels vaststelde” en hij verkondigt de ideeën van een non die abortus en het homohuwelijk goedkeurt.

Veel zalvende woorden, maar ondertussen de verkeerde daden stellen. Hoe anders gaat de paus te werk als het gaat om priesters en bisschoppen die meer traditioneel en conservatief zijn. Kardinaal Raymond Burke heeft dat als een van de eersten ondervonden. Eind 2013 verwijderde paus Franciscus hem uit de Congregatie voor de Bisschoppen. Burke wordt gezien als woordvoerder van de conservatieve vleugel binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Een van de jongste slachtoffers van de progressieve koers van paus Franciscus is de aartsbisschop van Zagreb, kardinaal Josip Bozanić. Eind juli werd bekend dat het Vaticaan de conservatieve Bozanić wil verwijderen van zijn post in Zagreb en vervangen door de jonge bisschop Dražen Kutleša. Het is geen geheim dat de paus de traditionalistische kerkleiding in Kroatië niet ziet zitten. Kardinaal Bozanić spreekt zich openlijk uit “tegen de mislukte ideologieën uit de vorige eeuw, die een nieuwe orde in de samenleving willen creëren en vrede, welvaart en volledige gelijkheid beloven”. En terwijl Franciscus er geen probleem mee heeft een hamer-en-sikkel in ontvangst te nemen van de Boliviaanse president Evo Morales (in 2015), leidde Bozanić in mei 2017 een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van het communisme. “Voor ons betekende het communistische totalitaire systeem het begin van nieuwe vervolgingen, detenties en het vermoordden van onschuldige mensen in kuilen, ravijnen en massagraven. Vele daarvan bestaan nog steeds en zijn niet onderzocht,” aldus de kardinaal.

Paus Franciscus houdt er een dubbele agenda op na. Hard optreden richting conservatieve en traditionalistische priesters en weifelen of geen actie ondernemen naar liberale prelaten. Dat past binnen de politieke en theologische visie die ontwikkeld is door de ‘St. Gallen Groep’, een verzameling progressieve kardinalen die probeerde de verkiezing van paus Benedictus te voorkomen en er in 2013 in slaagde Jorge Bergoglio tot paus te laten verkiezen. Dat is althans de mening van Henry Sire, die onder het pseudoniem Marcantonio Colonna, vorig jaar The Dictator Pope: The Inside Story of the Francis Papacy publiceerde. In dat boek beschuldigt Sire paus Franciscus van opportunisme, tiranniek gedrag richting andersdenkenden, het mislukken van het aanpakken van corruptie in het Vaticaan, en het doelbewust sturen van de Synode over het Gezin, waarvan de uitkomsten moesten leiden tot wijziging van de moraal-leer van de Kerk. Eenzelfde mening houdt Philip Lawler er op na in zijn eerder dit jaar verschenen boek Lost Shepherd: How Pope Francis is Misleading His Flock. Meer en meer katholieken spreken hun verontrusting uit over de zwalkende koers van paus Franciscus en zijn moedwillig creëren van chaos in de Kerk en in haar leer. De vrees bestaat dat er nog heel wat onderzoeksrapporten zullen verschijnen, die vervolgens op mysterieuze wijze verdwijnen. Ook dat past in het chaotische beleid van de huidige paus.

Een Nederlandse vertaling van The Dictator Pope verschijnt later dit jaar bij uitgeverij De Blauwe Tijger:

Marcantonio Colonna ~ De dictator-paus

Posted on

Daniël Maes: “Westen zal blijven proberen Syrië te onderwerpen”

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden en gaven we de lezing van de Nederlandse filosoof en uitgever Tom Zwitser door. Een andere spreker op dit congres was pater Daniël Maes, die uit eigen ervaringen in Syrië verslag kon doen. Bij Uitgeverij De Blauwe Tijger verscheen eerder het eerste en onlangs het tweede deel van zijn Syrisch Oorlogsdagboek, nu samen met korting verkrijgbaar.

Ook van zijn lezing in Leuven is een opname gemaakt, die hieronder te bekijken is:

Posted on

Babyboom: Polen beleeft geboortegolf

Polen beleeft momenteel een geboortegolf, tegen het einde van 2017 zullen naar schatting 400.000 kinderen geboren zijn. Dat meldt de zakenkrant Dziennik Gazeta Prawna.

Volgens het dagblad is het aantal geboorten gestaag toegenomen sinds oktober 2016 en heeft het geboortecijfer in januari het hoogste niveau sinds zeven jaar bereikt.

Het dagblad ziet verschillende redenen voor de geboortegolf. De belangrijkste is misschien wel gelegen in het ‘500+’-programma van de huidige, conservatieve regering, dat alle gezinnen met twee of meer kinderen 500 Poolse guldens (zo’n 115 euro) per maand per kind uitkeert.

Dat de vorige regering het ouderschapsverlof verlengd heeft, kan volgens de krant ook een rol spelen. Het lage geboortecijfer en het grote aantal Polen dat naar andere EU-lidstaten vertrok om daar te werken, maakten dat zelfs de liberalen zich genoodzaakt zagen aandacht te geven aan gezinsbeleid. Verder wijst DGP op de gunstige Poolse arbeidsmarkt.

Hoewel het geboortecijfer hiermee een duidelijke sprong maakt, verkeert het nog altijd onder de vervangingsgraad. Sinds eind jaren negentig vergrijst en krimpt de Poolse bevolking.

 

Posted on

Het mysterie van Tuam en het mysterie van de nieuwsmedia

Van 1925 tot 1961 werd in Tuam, in de Ierse regio Galway, een tehuis gerund door de Bon Secours-zusters. Dit tehuis was een Rooms-katholieke instelling waar duizenden ongetrouwde zwangere vrouwen kinderen baarden, in een tijd waar een taboe heerste op buitenechtelijke zwangerschap. In 2014 kwam het tehuis in het nieuws, omdat de lokale historicus Catherine Corless na uitgebreid onderzoek stelde dat er honderden kinderen in of rondom het in 1972 afgebroken complex begraven moeten liggen. Gisteren werd bekend gemaakt dat tijdens opgravingen in het complex inderdaad menselijke resten zijn aangetroffen.

Verschillende nieuwsmedia gingen met het verhaal aan de haal en sommige lieten daarbij hun fantasie de vrije loop. Met name de Vlaamse staatsomroep VRT schetste op haar website en Facebookpagina een beeld dat meer doet denken aan het script van een slechte horrorfilm dan aan de officiële persverklaring van de Onderzoekscommissie Moeder- en Babyhuizen, die namens de Ierse overheid onderzoek doet naar het tehuis en door de VRT als bron wordt opgegeven. Volgens de VRT in de persoon van Dominique Fiers zijn namelijk honderden baby’s en kinderen vermoord door katholieke zusters en zijn de lijkjes vervolgens massaal gedumpt in een beerput.

Het lopende onderzoek van de Onderzoekscommissie laat evenwel een ander, genuanceerder beeld zien; een beeld dat bovendien veel meer in lijn ligt met bestaand historisch onderzoek. Allereerst heeft de Onderzoekscommissie twee bouwwerken gevonden. Het eerste bouwwerk betreft de ‘beruchte’ septische tank of beerput, die in werkelijkheid buiten gebruik was gesteld en vol zat met rommel en puin. En dus niet met honderden kinderlijkjes.

Het tweede bouwwerk is een lang complex bestaande uit twintig kamers. Volgens de Onderzoekscommissie kan vooralsnog niet worden vastgesteld wat precies de functie was van dit bouwwerk, al lijkt het oorspronkelijk te hebben gediend voor de behandeling of opslag van afvalwater. De commissie stelt evenwel dat niet kan worden vastgesteld of dit bouwwerk daadwerkelijk als zodanig in gebruik is geweest. Wel is al langer bekend dat het tehuis in 1846 was gebouwd als werkhuis en in 1916 diende als kazerne. Het bouwwerk kan dus daarmee te maken hebben gehad.

In ten minste zeventien van de twintig kamers zijn ‘significante hoeveelheden aan menselijke overblijfselen ontdekt’, aldus de Onderzoekscommissie. Hoewel de commissie niet aangaf hoeveel lichamen begraven liggen, had het wel details inzake een gedane steekproef: “[De onderzochte] overblijfselen betroffen een aantal individuen met leeftijden van ongeveer 35 foetale weken tot 2–3 jaar.” Koolstofdatering wijst erop dat de lichamen, zoals verwacht, stammen uit de periode dat het tehuis actief was, te weten 1925 tot 1961. Het gaat dus om doodgeboren of vroegtijdig gestorven kinderen.

Over de exacte doodsoorzaak is nog niets bekend. In tegenstelling tot de bewering van de VRT dat sprake is van moord en doodslag, stelt de Onderzoekscommissie vooral ‘geschokt te zijn van de ontdekking en haar onderzoek voort te voort te zetten naar wie verantwoordelijk was voor het op deze wijze opruimen van menselijke overblijfselen’.

De historische context kan meer duidelijkheid verschaffen over wat zeer waarschijnlijk heeft plaatsgevonden. In het Ierland van onder meer de jaren veertig stierven jaarlijks vijfhonderd kinderen aan verschillende ziekten, in bijzonder tuberculose. Een inspectierapport uit 1947 stelde vast dat het tehuis in Tuam overbevolkt was met in totaal 271 kinderen and 61 moeders. Bovendien betaalde de gemeenteraad van Galway de zusters slechts £1 pond per moeder en kind per week, wat in hedendaagse euro’s neerkomt op niet meer dan €60 per week. Ook Corless concludeert daarom dat de kinderen in het tehuis waarschijnlijk zijn gestorven aan infectieziekten en ondervoeding. Onder andere dit soort problematiek leidde overigens tot een nieuwe Health Act, welke al gauw onderwerp werd van een verhit politiek debat.

Het is in deze omstandigheden dat het tehuis in de jaren veertig een ook voor die tijd schrikbarend hoog sterftecijfer had. Een kwart tot een derde van alle kinderen kwam te overlijden. Volgens Corless, die de overlijdensaktes van de kinderen bestudeerde, gaat het om in totaal 796 kinderen. Een groot aantal daarvan lijkt dus in het tweede bouwwerk te zijn begraven. De Onderzoekscommissie geeft niet aan in welke staat zij de lichamen heeft aangetroffen, maar haar bewoordingen wijzen erop dat ze niet op ordentelijke wijze waren begraven.

Hoewel voor verschillende nieuwsmedia, zoals de VRT, duidelijk is dat sprake was van massamoordende horrornonnen die honderden geslachtofferde ongeborenen, baby’s en peuters in een beerput hebben gedumpt, laten de officiële persverklaring van de Onderzoekscommissie Moeder- en Babyhuizen en het historisch onderzoek van onder meer Catherine Corless een genuanceerder beeld zien. Het tehuis in Tuam lijkt eerder een symbolisch dieptepunt te zijn van een tragische periode uit de Ierse geschiedenis waarin epidemieën, ondervoeding, kindersterfte en gebrekkige ziekenzorg aan de orde van de dag waren.

Het is dan ook te makkelijk om de Bon Secours-zusters, die onder deze omstandigheden overuren werkten om zich te ontfermen over de enorme aanstroom van zwangere vrouwen en kinderen, zaken in de schoenen te schuiven die geen basis hebben in de werkelijkheid. Daarmee is echter nog niet gezegd dat de zusters helemaal geen blaam treffen. De kwestie-Tuam laat zodoende twee mysteries zien die schreeuwen om te worden opgelost: waarom zijn deze honderden kinderen op zo’n onbehoorlijke wijze begraven, en waarom zijn sommige nieuwsmedia ondanks alle feiten zo aan het fabuleren? Men zou er verstandiger aan doen eerst het verdere onderzoek en het eindrapport van de Onderzoekscommissie Moeder- en Babyhuizen af te wachten.

Posted on

‘Fillon haalt de tweede ronde niet’ – Wordt het Macron versus Le Pen?

François Fillon, presidentskandidaat voor de centrumrechtse partij Les Républicains, haalt de tweede ronde van de presidentsverkiezingen komend voorjaar niet. Dat voorspelt Philippe de Villiers, leider van de eurosceptische en conservatieve Mouvement pour la France (MPF).

Volgens Philippe de Viliers is Fillon er weliswaar in geslaagd de centrumrechtse voorverkiezingen te winnen, maar blinkt hij niet uit in het campagne voeren. Tegenover dagblad Le Figaro zegt de traditionalistische katholiek uit de Vendée desgevraagd, dat hij vermoedt dat de kandidaat, die zichzelf als gaullist en christen probeert te profileren, te veel op het advies van marketingmensen leunt.

De Villiers ziet in voormalig minister van Economische Zaken Emmanuel Macron een geduchte concurrent voor Fillon. Macron, die tot voor kort lid was van de Parti Socialiste, heeft nu een eigen links-liberale partij en neemt aan de presidentsverkiezingen deel. Wie de kandidaat van de Parti Socialiste wordt, moet nog besloten worden, maar in de peilingen ligt Macron duidelijk voor op zowel premier Manuel Valls als Arnaud Montebourg, de belangrijkste kanshebbers.

Op het moment gaan Marine Le Pen en François Fillon aan kop in de peilingen. Maar De Villiers, zelf presidentskandidaat in 1995 en 2007, denkt dat Macron met een goede campagne in staat zal zijn niet alleen de kandidaat van de PS achter zich te laten maar ook Fillon voorbij te streven. Het kan voor Macron ook een handicap zijn dat hij geen groot partijapparaat heeft om campagne mee te voeren. De Villiers denkt evenwel dat Macron het in de campagne beter zal doen dan Fillon.

Daarmee zou in Frankrijk een situatie kunnen ontstaan die enigszins aan de recente Oostenrijkse presidentsverkiezingen doet denken, waar in de tweede ronde twee kandidaten het tegen elkaar opnamen die beide niet tot een van de klassieke regeringspartijen behoorden. Zowel bij Marine Le Pen als bij Emmanuel Macron zou de grote vraag zijn met wat voor regering zij als president zouden moeten gaan samenwerken. Macrons eigen partij is immers zo nieuw dat deze nog niet eens in het parlement vertegenwoordigd is en het Front National is door gevestigde partijen slim tegengewerkt zodat ze ondanks aanzienlijke electorale steun maar een paar zetels in de Nationale Vergadering heeft.

De Villiers, burggraaf van Saintignon, is euroscepticus van het eerste uur. Hij was het die in 2005 naar aanleiding van Bolkesteins EU-Dienstenrichtlijn als eerste het gevleugelde woord van de “Poolse loodgieter” in de mond nam. Reeds in de verkiezingen voor het Europees Parlement van 1994 leidde hij al een groep eurosceptische dissidenten van de inmiddels niet meer bestaande conservatieve UDF, die 12% van de stemmen en 13 van de 87 Franse zetels in het Europees Parlement behaalden. In 1999 wist hij samen met oud-minister van Binnenlandse Zaken Charles Pasqua dat resultaat nog iets te verbeteren en kwamen ze zelfs op de tweede plaats na de Socialisten.

Posted on

De islam als gesel van het decadente Westen

Frankrijk, 2022. In verrassend verlopen presidentsverkiezingen weet de partij van de Moslimbroederschap de meerderheid te halen. De politiek, de maatschappij en de diplomatie van Frankrijk staan op hun kop. Dat is, in het kort, het scenario in de laatste roman van Michel Houellebecq, ‘Onderworpen’ (Soumission).

Houellebecq is ongetwijfeld de beste romanschrijver van dit moment in Europa. Al zijn romans bevatten, zij het verborgen, scherpe maatschappijkritiek. De hoofdpersonen zijn eenzame, geïsoleerde mannen, die anoniem hun leven leiden in een volstrekt onpersoonlijke samenleving. Vluchtige, vooral lichamelijke contacten, internet en magnetronmaaltijden houden hen in leven. Zo is het ook in deze laatste roman, die de (toekomstige) politieke actualiteit volgt.

Om het Front National van de overwinning te houden, sluiten de socialisten, samen met centrumrechts, een alliantie met de leider van de Moslimbroeders. De moslimpartij mag de president leveren en de linkse en centrumpartijen krijgen een aantal departementen. In de aanloop naar de verkiezingen vinden er voortdurend rellen plaats en de tweede ronde wordt zelfs geannuleerd omdat stembureaus zijn overvallen door mysterieuze activisten. François, de hoofdpersoon van het boek, docent aan een vooraanstaande Parijse universiteit en geroemd kenner van Joris-Karl Huysmans, volgt dit allemaal wat op afstand. Hij houdt wel van de politieke debatten op televisie, maar verder leidt hij zijn wat eenzame leven (een typisch Houellebecq-personage). Via Alain Tanneur, de man van een vrouwelijke collega van hem, krijgt hij een kijkje achter de schermen van wat er werkelijk plaatsvindt in het Frankrijk van het derde decennium van de 21ste eeuw. Tanneur heeft een hoge functie bij de Franse geheime dienst en volgt extremistische bewegingen (waaronder de Identitairen en islamitische extremisten). Hij waarschuwt François voor wat Frankrijk staat te wachten en adviseert hem de hoofdstad te verlaten. François komt uiteindelijk in het Franse stadje Rocamadour terecht, beroemd vanwege de kapel met de Zwarte Madonna. Het ligt in het gebied waar Karel Martel strijd voerde met de moslimlegers die vanuit het Iberisch schiereiland naar het noorden optrokken. Hij ontmoet daar Tanneur weer, die op non-actief is gesteld omdat hij in een rapport had gewaarschuwd voor allerlei ongeregeldheden in het land tijdens de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. De overheid heeft het rapport genegeerd, legt hij uit, en heeft zelfs de rellen toegelaten.

Dat François in Rocamadour terechtkomt is geen toeval. Zijn leven spiegelt dat van J.-K. Huysmans, de auteur waarover hij een omvangrijk proefschrift heeft geschreven. Huysmans sloot zich, na zijn door Zola beïnvloedde naturalistische periode, aan bij de decadente stroming, maar bekeerde zich vervolgens tot het katholieke geloof. Net als Huysmans bezoekt François prostitueés. In de kapel waar de Zwarte Madonna staat ondergaat hij een mystieke ervaring, maar in tegenstelling tot zijn grote voorbeeld – die zich als oblaat verbonden had aan de Abdij van Ligugé – bekeert hij zich tot de islam. Als docent aan een universiteit is hij dat bijna verplicht, wil hij zijn onderwijsbetrekking behouden. De moslimpartij heeft namelijk het hele onderwijs hervormt. De buitenlandse politiek richt zich met name op de moslimlanden; onderhandelingen met Turkije, Marokko en Tunesië voor toetreding tot de EU zijn geopend. Het straatbeeld in de Franse steden is veranderd: geen minirokken en schaarse kleding meer. Vrouwen worden langzamerhand uit het arbeidsproces geweerd.

De vraag is in hoeverre Houellebecq een ironische roman heeft geschreven. Het bevat geen anti-islam boodschap, integendeel. Eerder bevat het een aanklacht tegen de anonieme antireligieuze maatschappij. Alain Tanneur neemt het in een van de gesprekken zelfs op voor de nieuwe regering: “Voor Frankrijk ben ik er absoluut van overtuigd – ik durf erom te wedden – dat de christelijke eredienst niet alleen op geen enkele manier zal worden belemmerd, maar dat de subsidies voor katholieke verenigingen en voor het onderhoud van kerkgebouwen zelfs zullen worden verhoogd – dat kunnen ze zich veroorloven, de subsidies van de oliestaten voor moskeeën zullen nog altijd veel hoger zijn. En vooral, de ware vijand van de moslims, die ze erger vrezen en haten dan wat dan ook, dat is niet het katholicisme: het is het secularisme, de laïciteit, het atheïstisch materialisme.”

onderworpenIn deze zin past ‘Onderworpen’ in de romanreeks die Houellebecq nu sinds de jaren negentig van de vorige eeuw publiceert. Hij spreekt zich met regelmaat uit tegen de consumptiemaatschappij en bekritiseert veel van de zogeheten westerse verworvenheden. De recensent van De Groene Amsterdammer bespeurt een dubbele bodem, en ziet in de “vileine ironie” een felle aanklacht tegen de islam. Zolang je de satire en ironie maar begrijpt. Het Westen laat zich, als een mak schaap, de “verworvenheden van de Verlichting en het feminisme” ontnemen en gaat geruisloos over naar een samenleving waarin de sharia heerst. Maar is dat islam-kritiek? Overtuigender is de diagnose die Houellebecq stelt van de westerse beschaving. Deze is niet langer ziek, zij is terminaal (om de Groene-recensent te citeren). Houellebecq laat de geestelijke leegte van de verweesde en verweekte westerse beschaving zien. Juist omdat onze anonieme en hyper-individuele maatschappij geen identiteit – behalve die van het consumentisme – heeft en religie tot ver achter de voordeuren heeft verbannen, schokken en scheuren de fundamenten van het westen. De islam is in deze roman eerder de stok waarmee de auteur de verwende, brave en tandeloze lezers geselt. De links-liberale intellectuelen en hun media hebben het hier moeilijk mee. Waren we eindelijk verlost van dat ‘achterlijke christendom’ (en dan specifiek de katholieke variant), komt via de achterdeur de islam binnen. Maar in plaats van in te gaan op de holle frasen als ‘onze manier van leven’, is het makkelijker om de auteur weg te zetten als ‘islam-criticus’; als linkse lezer besteedt je immers geen aandacht aan Le Pen of Wilders-adepten.

Posted on

Europese Socialisten dreigen partij Slowaakse premier te schorsen

De Partij van Europese Socialisten (PES) zal vrijdag overwegen of het lidmaatschap van de SMER, de partij van de Slowaakse premier Robert Fico opgeschort moet worden. Aanleiding zijn uitspraken van Fico en de weigering van zijn regering om mee te werken aan de herverdeling van asielzoekers.

De beslissing hierover moet genomen worden door vertegenwoordigers van alle lidpartijen van de PES, de PES is de pan-Europese samenwerking van partijen als de Duitse SPD, de Parti Socialiste, Labour en de Nederlandse Partij van de Arbeid.

Kern van het probleem is dat de Slowaakse regering onder leiding van Robert Fico, tevens partijleider van PES-lid SMER, weigert mee te werken aan de herverdeling van asielzoekers en voornemens is bij het Europese Hof beroep aan te tekenen tegen het herverdelingsplan. Volgens Fico kan dit plan niet aan lidstaten opgelegd worden, maar had de unanimiteitsregel toegepast moeten worden.

Eerder hadden uitspraken van Fico al tot ongenoegen in andere lidpartijen van de PES geleid. Zo stelde Fico dat Slowakije geen grote aantallen vluchtelingen op zou kunnen nemen en dan alleen christenen, en alleen wanneer zij er niet op uit zouden zijn de cultuur en waarden van het land te veranderen. “Ik kan me nauwelijks voorstellen dat moslims integreren in Slowakije”, aldus Fico in september. “Aangezien Slowakije een land is waar de Katholieke Kerk domineert, gevolgd door de Lutherse Kerk, kunnen we niet de instroom van drie- of vierhonderdduizend islamitische immigranten toestaan, die overal moskeeën zouden gaan bouwen.”

Later wees de premier er op dat Slowakije er nu al nauwelijks in slaagt de zogenaamde Roma, beter bekend als zigeuners, te integreren. “Hoe zouden we dan veronderstellen dat we wel iemand uit Eritrea of van een compleet andere godsdienst met andere tradities zouden kunnen integreren?”

Ook Fico’s houding tegenover Rusland zorgde al voor ongemak onder de Europese Socialisten. De Slowaakse premier bekritiseerde al dikwijls de Europese opstelling tegenover Rusland en in de Oekraïne-crisis. Recent liet hij zich ook kritisch uit over de opstelling van Europa inzake Syrië. “Hoe denk je dit conflict op te lossen als we wapens blijven sturen?”, zo vroeg hij eerder deze week retorisch aan socialistische Europarlementsleden. Kritiek die vooral Frankrijk raakte, dat land levert nog altijd wapens aan zogenaamde gematigde rebellen in Syrië die tegen Assad vechten.

Eerder bestond er in de PES al groot ongenoegen over de opstelling van de toenmalige Bulgaarse premier Sergei Stanishev, onder andere vanwege zijn opstelling in de kwestie van de ‘South Stream’-pijpleiding. Stanishev is echter ook voorzitter van de PES, zodat men hem niet te veel kon bekritiseren zonder meteen de hele pan-Europese partij in verlegenheid te brengen.

De Slowaakse regering heeft overigens nog acht weken om in beroep te gaan bij het Europese Hof, zodat partijen die er niet op uit zijn Fico’s SMER daadwerkelijk te schorsen, zoals de Bulgaren en de Italianen, er waarschijnlijk op aan zullen sturen de Slowaken van dit beroep af te brengen en de zaak te sussen.

Mocht het toch tot een breuk tussen tussen de PES en de SMER komen, dan straalt dit allicht af op de Slowaakse parlementsverkiezingen in maart volgend jaar. Fico stelde dan ook al dat de Europese Socialisten de centrumrechtse partijen in Slowakije in de kaart spelen. Een argument waarvoor vooral de Bulgaarse PES-voorzitter Stanishev niet ongevoelig zal zijn. Anderzijds kan Fico binnenlands mogelijk juist nog aan populariteit winnen door voet bij stuk te houden.

De SMER werd eerder al eens al lid van de PES geschorst toen de partij in 2006 een regeringscoalitie vormde met de Slowaakse Nationale Partij (SNS). In 2008 werd de partij vervolgens weer als lid toegelaten.

 

Posted on

Polen moet zijn vrienden anders kiezen

De westerse vijanden van de ‘dictatuur’ van de Russische president Vladimir Poetin zijn dezelfden die moord en brand schreeuwen over het ‘fascisme’ dat in de Hongaarse regeringsburelen heeft postgevat sinds de grote verkiezingsoverwinning van Viktor Orbán en het ‘anti-democratische’ karakter van de Vierde Republiek die wijlen president van Polen Lech Kaczynski voorstond.

Toen de bekende neoconservatieve tankdenker Anne Applebaum een twitter-update over “internettrollen” die presidentskandidaat Andrzej Duda ondersteunden retweette, moet het Poolse tweeps toch te denken gegeven hebben dat ze hier dezelfde term gebruikte waarmee ze ook iedereen die iets positiefs zegt over Vladimir Poetin wegzet. Een kort daaropvolgende tweet van Anne Applebaum zegt genoeg: “[V]raag die mij het meest gesteld wordt hier in [Washington] DC: ‘Gaat die nieuwe Poolse president net zo erg zijn als Victor Orban of nog erger?'”

Je kunt je moeilijk aan de indruk onttrekken dat iedere patriot uit het oosten het risico loopt als trol afgeserveerd te worden wanneer hij het waagt iets te zeggen dat het Atlantisch Imperium niet zint. Natuurlijk kun je het denken van een publicist niet beoordelen op basis van een paar tweets. Applebaum heeft echter waar het om Polen gaat onderhand wel een reputatie opgebouwd. Internationaal is ze een fel criticus van Rusland, binnenlands een fel criticus van de conservatieve partij Recht en Gerechtigheid (PiS) van de nieuwe president Andrzej Duda. Deze paradox moet Duda te denken geven.

Dit is een interessant stel feiten; belangen en sympathieën van de ‘Recht en Gerechtigheid’-partij en de partijgangers van Applebaum lijken samen te vallen. Beide groepen lijken vijandig tegenover Rusland te staan en beide lijken overtuigd dat Amerikaanse mondiale hegemonie noodzakelijk is. Vanwaar dan de vijandigheid tussen deze twee groepen?

Applebaum stemde ermee in dat de term ‘trollen’ gepast was in het spreken over aanhangers van Duda en vroeg zich af of Duda ‘erger’ zou zijn dan de premier van Hongarije – een land waarmee Polen historisch reeds lang een goede band heeft; ze zal zich er wel van bewust zijn dat haar volgers goed beseffen dat ze de term ‘trollen’ steeds in een heel specifieke betekenis gebruikt heeft. Applebaum gebruikte de term in het verleden consequent niet om irritante of grofgebekte figuren aan te duiden, maar uitsluitend voor vermeende legers van orks uit de krochten van het wereldwijde web die door het Kremlin betaald zouden worden om Poetin te dienen. Wie mevrouw Applebaum het afgelopen jaar gevolgd heeft, is zich er maar al te goed van bewust dat de term ‘trol’ voor haar een specifieke betekenis heeft.

Het hoeft niet te verrassen dat Applebaum het bestaan van authentieke supporters van de nieuwe Poolse president evenmin accepteert als het bestaan van authentieke supporters van de Russische president Vladimir Poetin. Voor mevrouw Applebaum is het zo klaar als een klontje het zijn simpelweg allemaal trollen, de aanhangers van de nieuwe Poolse president even goed als die van Poetin.

Zelfs Norman Davies, sinds een jaartje ereburger van Polen, vergat schijnbaar voor een moment zijn waardigheid door te stellen dat de aanhangers van Recht en Gerechtigheid onderdeel zijn van een ‘sekte’. Het heeft er alle schijn van dat onder sommige van de westerse vrienden van Polen, vooral een superioriteitsgevoel heerst. Mevrouw Applebaum lijkt te denken dat aangezien de gemiddelde Pool geen Pullitzer-prijs voor een boek over ‘Oost-Europa’ heeft gewonnen, hij minder verstand heeft dan Applebaum van zijn eigen land en de belangen daarvan.

In tegenstelling tot het onwetende geklets in grote delen van de westerse media, staat de partij ‘Recht en Gerechtigheid’ symbool voor de weerspannige geest van de Poolse natie die zo het ooit maarschalk Rokossovski zo moeilijk maakte. Net zoals de vertegenwoordigers van deze Poolse geest Rokossovski niet als een van de hunne wilden accepteren, zo zullen ze ook Applebaum nooit als een van de hunne accepteren, temeer omdat Applebaum anders dan Rokossovski, buiten haar huwelijk, niets met Polen te maken heeft.

Ondanks haar anti-communisme vertegenwoordigt ‘Recht en Gerechtigheid’ een specifieke cultuur die juist op communistische bodem wortel kon schieten: een unieke cultuur van christelijke solidariteit; een cultuur die simpelweg geen westerse tegenhanger heeft, omdat ze paradoxaal genoeg alleen door de gedeelde ervaring van het communisme op kon komen. Deze cultuur is geheel vreemd aan mevrouw Applebaum en het Amerikaanse imperialistische denken.

Of men er nu blij mee is of niet, ‘Recht en Gerechtigheid’ vertegenwoordigt het denken en gevoelen van het grootste deel van de Poolse natie. De Poolse tegenstanders van de partij zijn van mening dat het om de slechtste ideeën en sentimenten van het Poolse volk gaat, maar geen Pool zal beweren dat de partij een buitenlandse agent is. De meest verhitte koppen onder de binnenlandse tegenstanders van Recht en Gerechtigheid zien haar simpelweg als vertegenwoordiger van alles dat slecht is aan de Poolse natie en het katholicisme.

De kiezers die achter Recht en Gerechtheid staan zijn een mengeling van linksige voorvechters van de rechten van arbeiders en boeren in de geest van Solidarnosc en rechtse voorstanders van katholieke politiek, verenigd in de gemene zaak van Pools patriottisme. De houding van Recht en Gerechtigheid ten opzichte van Rusland is een functie van authentieke Poolse angst voor Russische overheersing die generaties terug reikt in de geschiedenis en steeds gepaard ging met naïeve hoop op Anglo-Amerikaanse uitredding.

Iedere Pool en iedere Rus die de betrekkingen tussen deze landen wil verbeteren begrijpt dat het noodzakelijk is deze Poolse angsten (en vergelijkbare Russische angsten) in het proces te betrekken, veeleer dan te doen alsof het slechts over het getier van trollen zou gaan. Een bestendige toenadering tussen Polen en Rusland is niet mogelijk als de zorgen van kiezers die op Recht en Gerechtigheid stemmen niet serieus genomen worden.

Met deze constatering in het achterhoofd, komen we bij de vraag in wiens belang het is, om zowel Polen die president Duda steunen als Russen die president Poetin steunen weg te zetten. Wie heeft er baat bij mensen in het westen wijs te maken dat deze Polen en Russen eigenlijk niet bestaan, maar slechts betaalde ‘trollen’ zijn, die alleen schrijven wat respectievelijk PiS-leider Jaroslaw Kaczynski of Vladimir Poetin maar wil? Wie profiteert er van het in stand houden van het Pools-Russische conflict en het vervolgens marginaliseren van het Poolse nationale belang zoals naar voren gebracht door president Duda?

Het is duidelijk dat het Amerikaanse imperium er op uit is de macht te breken van politieke partijen in het buitenland die zijn opgekomen uit de cultuur en geschiedenis van hun volk. De homogenisering van de politiek in de vazalstaten is voorwaarde voor de hegemonie van het Amerikaanse politieke systeem. Anders dan het Russische beleid van een multipolaire wereld, laat het Amerikaanse beleid niet werkelijk unieke nationale politieke culturen toe.

De ogenschijnlijk pro-Amerikaanse houding van de Poolse conservatieve partij ‘Recht en Gerechtigheid’ is in feite niet meer dan een reflexmatig anti-Russisch sentiment, dat in Polen al langer leeft dan de Verenigde Staten van Amerika überhaupt bestaan. Het is het resultaat van Poolse angsten die op hun beurt voortkomen uit de ongemakkelijke erfenis van de historische Pools-Russische verhoudingen. De houding van Recht en Gerechtigheid tegenover de Verenigde Staten is een uiting van een bredere historische tendens, van de neiging van Poolse elites om snelle en eenvoudige oplossingen te zoeken voor de meest ingewikkelde vraagstukken van het Poolse buitenlandbeleid, wat er in de praktijk steeds toe geleid heeft dat Polen een gewillig instrument was in de machtspolitiek van andere landen ten koste van het Poolse nationale belang.

Voor de Verenigde Staten is de poolsheid van Recht en Gerechtigheid net zo onuitstaanbaar als de poolsheid van de Poolse regering in ballingschap dat was voor de Britse premier Winston Churchill. Als het er op aan komt zal het westen de Poolse president van Recht en Gerechtigheid de rug toe keren, zoals Churchill premier Mikołajczyk de rug toekeerde. De Polen kreeg hiervan reeds een voorproefje toen de Amerikaanse president niet de moeite nam om bij de begrafenis van de Poolse president Lech Kaczynski aanwezig te zijn (terwijl de Russische president Dmitri Medvedev wel aanwezig was).

Met haar suggestie dat de aanhangers van de nieuwe conservatieve Poolse president niet meer zijn dan ‘trollen’, heeft mevrouw Applebaum slechts uitdrukking gegeven aan die algemene minachting van de Amerikaanse democratie voor de rest van de beschaafde wereld. Die minachting is het beste uitgedrukt door de bekende obsceniteiten van staatssecretaris Victoria Nuland richting de Europese Unie. De Amerikaanse minachting is een functie van democratische hoogmoed en onwetendheid.

Mevrouw Applebaum, die onder het Poolse volk verblijft, daar te gast is, is haar boekje te buiten gegaan. Ze heeft een grens overschreden die is voorbehouden aan geboren Polen die een natuurlijk recht hebben om ruzie met elkaar te zoeken, waarbij ze zich onderverdelen in partijen: ‘lemmingen’ aan de ene kant, ‘mohair baretten’ (een hoofddeksel typisch voor bejaarde vrouwen in Polen) aan de andere, om alleen ’s zondags als Polen bij elkaar te komen voor de eucharistie.

Een gast, zelfs een voorname gast, heeft niet het recht om dergelijke taal te gebruiken om de president van het land waar ze te gast is af te serveren. Zulke gasten zijn zelf trollen. Ze luisteren niet meer naar hun gastheer, omdat ze denken dat een Pullitzerprijs hen een treetje hoger plaatst dan de mensen in Polen en Rusland die Applebaum verwelkomden en haar de kans boden te leren over hun culturen.

Het valt nog te bezien of Duda, de nieuwe Poolse president, zal onderkennen dat de giftige taal van Applebaum richting de Poolse ‘Recht en Gerechtigheid’-partij waaruit hij gekozen is, dezelfde giftige taal is die zij richting president Poetin en Rusland gebruikt. Zal president Duda onderkennen dat de westerse veldtocht tegen Rusland die nu in de Oekraïne plaats vindt ten koste gaat van de Poolse nationale veiligheid en economische zekerheid? Zal hij inzien dat het liberale Westen Rusland om exact dezelfde redenen haat, als waarom het Westen Recht en Gerechtigheid, en het Polen waar die partij voor staat, op afstand houdt?

Iedereen die hoopt op een verbetering van de relaties tussen Polen en Rusland, begrijpt de gevaren die een regering van Recht en Gerechtigheid inhoudt. Niettemin heeft Duda de beste kans in tijden om de betrekkingen met Rusland blijvend te vernieuwen. Wijlen president Lech Kaczynski had die mogelijkheid ook. Niemand had een rechtse houwdegen als Kaczynski kunnen beschuldigen van onderwerping aan Rusland of van verraad, als hij er in was geslaagd goede relaties met president Medvedev tot stand te brengen. Zo is het ook ondenkbaar dat iemand president Duda als soft weg zou kunnen zetten als hij een goede verstandhouding met de Russische regering op zou bouwen. Zegt men in de Verenigde Staten ook niet, dat alleen de patriottische anti-communist Nixon naar China kon gaan? Op dezelfde manier kan alleen de patriottische anti-communist Duda naar Moskou gaan, zonder gezichtsverlies te lijden onder de Polen.

Het is hoog tijd dat Polen ophoudt met het ondersteunen van westerse revoluties in haar oostelijke grenslanden. Het Poolse nationale belang moet voorop staan voor de Poolse regering. Polen moet goede en effectieve hulp bieden aan de Polen in Wit-Rusland en Oekraïne die daar zijn achtergebleven toen Polen na de Tweede Wereldoorlog haar oostelijke gebieden verloor. Die Polen zijn niet gebaat bij een terugkeer naar de bloedige oorlog en slachtingen van de 20e eeuw zoals figuren als Applebaum die weer los hebben weten te maken in Oekraïne. Het is hoog tijd dat Polen een grote conferentie bijeen roept van alle landen die ooit lid waren van het Warschaupact: dat zou het mogelijk maken dat Oost-Europeanen aan tafel zitten met Oost-Europeanen om Oost-Europese kwesties te bespreken.

Andrzej Duda, de nieuwe Poolse president, heeft een historische kans vriendschapsbanden op te bouwen tussen vrije naties in Oost-Europa. Zal hij deze kans benutten? Zal hij leren van de fouten van Lech Kaczynski of ze slechts herhalen? Wee Polen, als de politieke capaciteiten van haar leidslieden beperkt zijn tot de russofobie van mevrouw Applebaum enerzijds en de russofobie van Recht en Gerechtigheid anderzijds.