Posted on 1 Comment

“Over Rusland is maar één standpunt toegestaan”

Nederland behoort tot de meest Russofobe landen ter wereld. Voor diplomaat Vladimir Naydenov is het een raadsel hoe het zover heeft kunnen komen. “De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.”

diplomatieke carrière 
1977- 1978 stagiair Russische ambassade Den Haag
1978 eindexamen Hogeschool internationale betrekkingen
1978-1982 Russisch consulaat Antwerpen. Eerste medewerker
1982- 1987 Benelux-desk Russische Ministerie BuZa
1987- 1990 medewerker Russische ambassade Den Haag
1990 – 1992 cultureel- en persattaché Russische ambassade Den Haag
1992 – 1995 hoofd Benelux-desk Russische ministerie BuZa
1995 – 2000 ambassaderaad politieke afdeling Russische ambassade Den Haag
2000 – 2001 In Moskou
2001 – 2006 cultureel attaché Russische ambassade Berlijn
2006 – 2010 In Moskou
2010 – 2019 ambassaderaad, hoofd politieke afdeling Russische ambassade Den Haag

Vladimir Naydenov is de éminence grise van de Russische ambassade in Den Haag. In 1977 ging hij daar als stagiair aan de slag. Sindsdien woonde en werkte hij afwisselend in voornamelijk Den Haag en Moskou. Hij zag liefst vijf Nederlandse premiers voorbijkomen: van Dries van Agt tot en met Mark Rutte. Hij ontmoette ze allemaal. In zijn functie van tolk begeleidde Naydenov vele delegaties van Nederlandse en Russische politici, zakenmensen, kunstenaars en anderen.

Sinds 2010 staat hij aan het hoofd van de politieke afdeling van de ambassade. Hij volgt in die functie de Nederlandse buitenlandpolitiek op de voet. Zowel door het bijwonen van debatten in de Tweede Kamer, als door de Nederlandse kranten te spellen en contacten te onderhouden met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Met lede ogen heeft Naydenov zien gebeuren hoe er “in korte tijd weinig overbleef van de uitstekende vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld.” Met als voorlopig dieptepunt: “Minister Bijleveld van Defensie die zegt dat Nederland in oorlog is met Rusland.”

Een gesprek met Vladimir Naydenov over onder meer de bijdrage die Nederland begin jaren tachtig leverde aan de ontspanning met de Sovjet-Unie, het rampzalig verlopen Nederland-Ruslandjaar 2013, de afwikkeling van de ramp met MH17, Russische bommenwerpers die de Noordzeekust frequenteren, de uitzetting van Russen die gepoogd zouden hebben de OPCW in Den Haag te hacken, de volgzaamheid van Nederlandse journalisten – en last but not least de dreigende terugkeer van de discussie over plaatsing van Amerikaanse kruisraketten op Nederlands grondgebied.

In 1989 liepen er militairen van de Sovjet-Unie mee in de Nijmeegse Vierdaagse. In 1990 zei u daarover in een interview met Elsevier: “Als iemand mij vijf jaar geleden had verteld dat er Russische militairen naar een NAVO-land zouden komen en daar met Amerikaanse militairen in hetzelfde kampement zouden logeren, dan had ik dat niet geloofd.” Wat had u zich vijf jaar geleden niet voor kunnen stellen wat er nu gebeurt?

Dat Russische militairen niet meer meelopen in de Vierdaagse, omdat zij niet meer welkom zijn hier. Voor de gebeurtenissen in Oekraïne in 2014 liepen jaarlijks militairen mee uit Pskov, een zusterstad van Nijmegen. Ik had mij in het algemeen niet kunnen voorstellen dat er in zo’n korte tijd zo weinig zou overblijven van de vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld. De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.

Hoe ontwikkelde zich die vriendschapsrelatie?

In 1981, toen de spanningen groot waren tussen de Sovjet-Unie en het Westen, is er een Nederlandse delegatie van de Tweede Kamer naar Moskou gegaan. Ook Ruud Lubbers, die later premier werd en het afgelopen jaar helaas is overleden, maakte deel uit van die delegatie. De parlementariërs brachten een enorme stapel foto’s mee van de demonstratie op het Museumplein in Amsterdam tegen de komst van Amerikaanse kruisraketten. Ze presenteerde die foto’s aan Andrey Gromyko, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Ik was daarbij als tolk aanwezig en ik kreeg als relatiegeschenk een stropdas. Die was helemaal blauw, met een witte afbeelding van de Ridderzaal. Het bleek een traditie te zijn van delegaties van Tweede Kamerleden om stropdassen te schenken. Ik heb er sindsdien heel wat ontvangen. De das die ik vandaag draag is er één van.

De parlementaire delegaties van Nederland hebben in de jaren tachtig een enorme bijdrage geleverd aan de ontspanning, aan het einde van de Koude Oorlog, en aan de verbetering van de betrekkingen tussen onze landen.

In 1985 werd het begin van het einde ingeluid van de Sovjet-Unie met het aantreden van Michail Gorbatsjov als president.

Ik herinner mij als de dag van gisteren 21 november 1986. Dat was de dag dat premier Ruud Lubbers en zijn minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek in Moskou waren. Er was een belangrijke bespreking tussen Van den Broek en onze minister van Buitenlandse Zaken Edoeard Sjevardnadze over ontwapening, en dan vooral over het terugdringen van het aantal kernwapens. Die bespreking begon om 9 uur ’s ochtends en eindigde pas om half 2 ’s middags. Russische toponderhandelaren namen eraan deel. Daarom duurde het ook zo lang. Zij hebben Van den Broek zeer serieus genomen. Zij vonden dat hij met concrete voorstellen kwam, met compromissen die zowel voor de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten aanvaardbaar waren. Toponderhandelaar Juli Kwizinski heeft gezegd: “Nederlanders zijn slimme mensen. Ze komen met goede suggesties voor hoe je problemen kunt oplossen.” Van de NAVO-landen heeft met name Nederland geprobeerd tot goede compromissen te komen. Nederland is een soort politieke katalysator geweest voor de totstandkoming van het INF-verdrag.

Het verbod op het gebruik van raketten voor de middellange afstand dat Michail Gorbatsjov en Ronald Reagan in 1987 overeenkwamen staat inmiddels op losse schroeven. Donald Trump heeft aangekondigd het INF-verdrag op te zeggen.

Wat nu gebeurt, kan ik mij nauwelijks voorstellen. En wat mij nog het meest verbaast is de opstelling van Nederland. Ik ging er van uit dat Nederlanders zouden protesteren tegen deze eenzijdige stap van Amerika. De Nederlandse politiek heeft nu gezegd: “Wij steunen de Amerikanen in de opzegging van het verdrag.” Ik vind dat onvoorstelbaar. Nederlandse politici zouden toch moeten weten met hoeveel moeite het verdrag tot stand is gekomen en welke rol ze er bij hebben gespeeld? Denk ook aan de demonstraties van Nederlanders begin jaren tachtig, tegen de plaatsing van kernraketten in Woensdrecht, de eindeloze discussies in de Tweede Kamer, en de daaropvolgende blijdschap in Nederland toen men hoorde dat het verdrag een feit was.

Er staan in de Nederlandse kranten soms berichten over Russische bommenwerpers die langs de Noordzeekust vliegen. Wat doen die daar?

Zij maken oefenvluchten. Zoals de NAVO-landen dat doen langs de Russische grens. Het zijn geen schendingen van het nationale luchtruim. Zij vliegen in de ruimte waarin dat is toegestaan. Tussen 1992 en 2011 waren er geen Russische oefenvluchten, maar de NAVO is in die periode wel doorgegaan met oefenvluchten langs de Russische grens. Toen wij in antwoord daarop de oefenvluchten hervatten, ontstond daarover in de pers veel verontwaardiging. Wij hebben toen tegen Nederland en andere NAVO-landen gezegd: “Laten we rond de tafel gaan zitten, en zien of we hierover een akkoord kunnen sluiten. Vooral ook om misverstanden te voorkomen.” Want de vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk, alleen wel dat ze onverwacht komen. Maar de NAVO heeft gezegd: “Wij zijn niet geïnteresseerd in onderhandelingen daarover.”

U zegt: “De vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk.” Maar het gaat hier wel om strategische bommenwerpers. Met of zonder bommen aan boord?

Dat weet niemand. Maar ik denk geen bommen. Daarvoor is de situatie nog niet gespannen genoeg. Wij hebben in Rusland ook genoeg middelen om af te weren. Men hoeft niet met kernbommen te vliegen. Dat heeft geen zin, en het is gevaarlijk.

Het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research vroeg mensen in 25 landen naar hun mening over Rusland. Nederland kwam uit de bus als meest Russofobe land. Hoe verklaart u dit?

Het is de uitkomst van Amerikaans onderzoek. Ik baseer mijn idee daarover op de opinie van de Nederlanders met wie ik in contact sta.

De Nederlanders met wie u in contact staat zijn waarschijnlijk geen doorsnee Nederlanders.

Dat er negatief gedacht wordt over Rusland zal in elk geval kloppen voor Nederlandse politici, en ook voor de Nederlandse pers. De Nederlandse pers draagt het beleid uit van de Nederlandse overheid. Ik zie dat vooral bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), waar kennelijk maar één standpunt is toegestaan. Dat is toch geen vrije meningsuiting? Niet zo vreemd. De NPO is eigendom van de Nederlands staat. De vrijheid van pers bestaat niet. Nergens, Nederland niet uitgezonderd.

De commerciële zenders en kranten zijn niet in bezit van de Nederlandse overheid.

Ook daar zie je maar één standpunt over Rusland, dat van de overheid. En ook daarin verschilt Nederland niet van Rusland, want ook in Rusland laten journalisten  zich doorgaans leiden door de mainstream, al moet ik zeggen dat er in Rusland meer diversiteit bestaat dan in Nederland. In Russische talkshows zie je burgers uit tal van landen, Amerikanen, Britten, Oekraïners, Polen, Nederlanders, die daar het standpunt uitdragen van hun land. Op de Nederlandse televisie zie je nooit een Rus die de Russische visie uitdraagt. Nou ja, één keer onze ambassadeur, Alexander Shulgin, en één keer de tweede man van onze ambassade, Boris Zhilko.

Maar in elk geval beseft men in Rusland heel goed welke landen het slechtst over Rusland denken. De laatste jaren is Nederland bij die groep gekomen.

Hoe verklaart u dat in Nederland de opinie zo slecht is over Rusland?

Dat is voor mij een groot raadsel. Want vanaf eind jaren tachtig tot 2013 waren wij zeer goed bevriend. De betrekkingen waren perfect. Als ik met mijn Nederlandse gesprekspartners praat, dan zeggen zij: “Alles is begonnen in 2014, toen jullie de Krim annexeerden.” Maar dat is niet zo. De grote ommekeer kwam in 2013, tijdens het Nederland-Ruslandjaar. In dat jaar was er een aaneenschakeling van incidenten, niet in Rusland, maar hier in Nederland. Vooral rond de LHBT-campagne. Toen onze president Vladimir Poetin in april 2013 naar Nederland kwam, waren er enorme betogingen in Amsterdam, bij de Hermitage, het Scheepvaartmuseum.

U doelt op de betogingen tegen wat in Nederland genoemd wordt ‘de anti-homowetgeving’ in Rusland?

Van een anti-homowetgeving is absoluut geen sprake in Rusland. Er is een wetgeving, maar die is niet gericht tegen homo’s. U moet het in perspectief zien. In de jaren dat Rusland democratiseerde en er steeds meer openheid kwam, heeft de homobeweging zich enorm ontwikkeld. Moskou was, en is misschien nog steeds, de stad met de meeste homoclubs ter wereld. Niemand heeft die clubs gesloten. Er werd voor ons alleen een grens bereikt toen activisten naar lagere en middelbare scholen gingen om met kinderen te praten over homoseksualiteit. Dat wilden wij niet. Daar is die wetgeving voor bedoeld. Dat dat niet meer mogelijk is.

U denkt dus dat de LHBT-campagne in Nederland de betrekkingen tussen de landen heeft geschaad?

Om het Nederland-Ruslandjaar te vieren was er in zomer van 2013 een galaconcert georganiseerd op het Museumplein in Amsterdam. Dat dreigde mis te gaan omdat burgemeester Eberhard van der Laan toestemming had gegeven voor de organisatie van een protestmanifestatie van het COC op hetzelfde tijdstip, op dezelfde plek. Ik had niet de indruk dat dit van het COC uitging. Ik heb toen namelijk op de ambassade gesproken met vertegenwoordigers van het COC die contact met ons hadden opgenomen omdat ze zich zorgen maakten. Zij wilden voorkomen dat er confrontaties zouden ontstaan tussen de bezoekers van de twee evenementen. En natuurlijk wilden ook wij dat niet. Dat is uiteindelijk ook niet gebeurd. We hebben met het COC afgesproken dat zij eerst hun manifestatie zouden houden, en wij later zouden beginnen. Er zijn na afloop van de COC-manifestatie ook nog bezoekers van die manifestatie naar het Russische galaconcert gegaan. Niet om te demonstreren, maar om te kijken en te luisteren.

Het verliep dus vreedzaam, de twee evenementen op het Museumplein, maar u vermoedt dat er is aangestuurd op een confrontatie?

Ik ben er van overtuigd dat achter de mensen van het COC die geen confrontatie met ons wilden, iemand stond die wel een confrontatie wilde.

Wie kan dat geweest zijn? Burgemeester Van der Laan?

Ik weet het niet. Maar het is waar dat burgemeester Van der Laan toestemming heeft gegeven voor de organisatie van de beide evenementen op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek. Als onze ambassade en het COC niet samen geregeld hadden dat de evenementen na elkaar zouden plaatsvinden, dan had het goed mis kunnen lopen.

Heeft u het vermoeden dat er ook op andere momenten in het Nederland-Ruslandjaar is aangestuurd op confrontatie?

De problemen rond het Nederlandse Greenpeace-schip Arctic Sunrise.

Greenpeace probeerde een boorplatform van Gazprom te bezetten, als protest tegen de Russische oliewinning bij het Noordpoolgebied. U ziet dat als een provocatie?

Ik ben ervan overtuigd. Waarom heeft men uitgerekend in het Nederland-Ruslandjaar die actie georganiseerd?

Is Greenpeace ook niet in andere jaren actief geweest in de Russische wateren?

Absoluut niet.

Het kan toch ook toeval zijn geweest?

Misschien. Maar als ik al die toevalligheden bij elkaar optel, dan zie ik een bepaalde trend.

Het Nederland-Ruslandjaar begon met de dood van een Russische activist en asielzoeker in een Nederlandse cel, Aleksandr Dolmatov.

Dat was in januari. Hij pleegde zelfmoord in het detentiecentrum Rotterdam. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

Er is een Russische diplomaat door de Nederlandse politie opgepakt, omdat hij zijn kinderen zou mishandelen.

Dmitry Borodin was de tweede man van de ambassade, gevolmachtigd minister. Hij werkt nu in België. Hij is een vriend van mij. Ik ken hem heel goed, en ook zijn vrouw en kinderen. Het is volkomen idioot wat men hier over hem en zijn familie heeft beweerd.

Wat is er volgens u nog meer misgegaan in het Nederland-Ruslandjaar?

Er zijn LHBT-activisten naar Moermansk gegaan, om te proberen daar een manifestatie te organiseren. Wat hadden die mensen in Moermansk te zoeken? Waarom gingen ze niet naar Ankara, Turkije? Of naar Riaad, Saoedi-Arabië? Daar zijn echte schendingen van homorechten. En probeer daar ook maar eens te demonstreren.

U gelooft hoe dan ook niet in een ongelukkige samenloop van omstandigheden? U denkt dat geprobeerd is de feestelijkheden rond het Nederland-Ruslandjaar te verstoren?

Ik kan het mij bijna niet anders voorstellen. Ik stel mij de vraag: In de betrekkingen tussen Nederland en Rusland  loopt alles prima. Er zijn goede contacten op alle niveaus. Er zijn over en weer bezoeken, er wordt goed onderhandeld over diverse kwesties. Premier Rutte gaat naar Lubmin, een stadje in Duitsland, naar de opening van de gaspijpleiding Nord Stream 1, en voert daar vriendschappelijke gesprekken met Dmitri Medvedev, de toenmalige Russische president. En dan plotseling, in het Nederland-Ruslandjaar gebeuren al die dingen.

Als er is aangestuurd op een rampzalig Nederland-Ruslandjaar, wie kan daar dan belang bij hebben gehad?

Ik mag geen beschuldigingen uiten als ik geen bewijzen heb. Zeker niet aan het adres van onze Nederlandse vrienden. Maar kijk naar de Verenigde Staten. Aan het begin van de tweede termijn van Obama, in 2013, begint alles mis te gaan in de betrekkingen tussen Rusland en de Verenigde Staten. Is het toeval dat tegelijk hetzelfde gebeurde tussen Rusland en Nederland?

U noemde net de ontmoeting van Rutte en Medvedev bij de opening van Nord Stream 1 als voorbeeld van dingen die goedgingen in 2013. Was dat een willekeurig voorbeeld? We weten nu dat de Amerikanen fel gekant zijn tegen Nord Stream 2 en de aanvoer van Russisch gas naar Europa in het algemeen.

Er werd in de Verenigde Staten destijds geen campagne gevoerd tegen Nord Stream 1 zoals nu tegen Nord Stream 2.

U noemde het rampzalig verlopen vriendschapsjaar als verklaring voor de omslag in de publieke opinie over Rusland. Maar denkt u niet dat MH17 daar ook een grote rol in heeft gespeeld? Nederland wijst hiervoor al vier jaar met de vinger naar Rusland.

Natuurlijk. Maar MH17 kwam een jaar later, in 2014. De opinie over Rusland was toen al verslechterd.

Klopt mijn indruk dat de Russische ambassade zich erg op de vlakte heeft gehouden ten aanzien van MH17? Heeft de ambassade bijvoorbeeld ooit geprobeerd in contact te treden met nabestaanden van de slachtoffers?

We hebben geen contact gehad met nabestaanden. Ons heeft daarvoor nooit een verzoek bereikt.

Het afgelopen jaar protesteerde een aantal nabestaanden bij de ambassade. Toen is niemand van u even met die mensen gaan praten?

Als die mensen hadden gezegd dat ze een petitie wilden overhandigen of gevraagd hadden om een gesprek met de ambassadeur, dan waren we daar zeker op ingegaan. Maar ook hier geldt: ons heeft geen verzoek bereikt.

Eén van u had er ook even naartoe kunnen lopen.

Hoe kunnen wij daar onbekommerd naartoe lopen? MH17 is zo’n gevoelige kwestie. Je weet niet wat je aantreft. Je kunt niet in de ziel kijken van die mensen. Misschien willen ze wel helemaal geen Russen zien. Worden ze heel kwaad. Als van hun een teken was uitgegaan dat ze iemand van de ambassade wilden spreken, dan waren we er zeker heengegaan. En sowieso protesteerden ze voor de verkeerde ambassade. Wij zien onszelf niet als schuldig aan de ramp.

U erkent dat MH17 een grote rol speelt in de manier waarop Nederlanders naar Rusland kijken. Heeft de Russische ambassade nooit gedacht: Wij willen dat beeld corrigeren?

Ik zou niet weten welke actie wij daarop kunnen ondernemen. Als mensen vragen hebben over MH17, dan reageren we daar op. Meer kunnen wij niet doen. De rest laten wij over aan de mensen in Moskou die zich bezighouden met het onderzoek naar de ramp.

Vladimir Naydenov (foto: Eric van de Beek)

De Russische ambassade spreekt zich via Twitter wel uit over Nederlands-Russische kwesties. Maar dat gebeurt in het Engels. Dat is dan kennelijk niet om een Nederlands publiek te bereiken?

Ik lees geen Twitter-berichten van de ambassade.

Hoe zijn de contacten van uw ambassade met de pers? De Amerikaanse ambassade organiseert persreizen, ontvangt journalisten in de ambassadeurswoning, betaalt zelfs voor artikelen. U doet dat allemaal niet? U doet niks aan pr?

Wij kunnen aan de pers niet aanbieden wat de pers niet wil. Maar de pers is altijd welkom hier. Onze ambassadeur is een zeer open man. Als een krant hem vraagt voor een interview is hij altijd bereid. Wel op voorwaarde dat alles wat hij zegt ook gepubliceerd wordt. Dit om te voorkomen dat uitspraken van hem niet in een hele verkeerde context geplaatst worden, zoals een keer gebeurd is met een Nederlandse krant, waarvan ik de naam niet zal noemen.

Die voorwaarde stelt hij ook aan tv-ploegen?

Ja. Er mag niet geknipt worden in interviews met hem.

Dat zou misschien kunnen verklaren waarom we de Amerikaanse ambassadeur veel vaker zien op televisie en in de kranten dan de Russische ambassadeur.

De Amerikaanse ambassadeur is misschien vaker op televisie omdat hij zegt wat men in Nederland wil horen.

U vindt de Nederlandse pers bevooroordeeld?

Zie de selectieve manier waarop de Nederlandse pers heeft bericht over de jaarlijkse persconferentie van president Poetin van afgelopen maand.

Kranten hebben een beperkte ruimte. Die kunnen geen integrale verslagen plaatsen van persconferenties.

Poetin zei dingen die van groot belang zijn voor Nederland, maar daarover stond helemaal niets in de kranten.

Welke dingen van groot Nederlands belang zei Poetin die niet door de Nederlandse pers zijn opgepikt?

Over kruisraketten. Hij heeft gezegd dat men niet beseft hoe gevaarlijk de tijd is waarin wij leven. Mensen zijn gaan denken dat wat nu gebeurt een soort computerspelletje is. Poetin noemde als voorbeeld strategische raketten zonder kernkop die de Amerikanen in gebruik willen gaan nemen. Hij zei: “Hoe kunnen wij, als zo’n raket gelanceerd wordt vanuit een onderzeeër, tijdig vaststellen of die een nucleaire lading heeft of niet? We hebben maar een paar seconden om te bepalen hoe we daarop reageren.” Poetin waarschuwde dat de veiligheidsdrempel zo een stuk lager komt te liggen.

Hij doelde daarmee ook op wat u eerder aansneed in dit gesprek: de Amerikaanse opzegging van het INF-akkoord?

Ja. En dat raakt direct aan de veiligheid van Nederland en andere Europese landen. Want wat als het INF-verdrag in de prullenbak wordt gegooid? Dan gaan we terug naar de tijd waarin het de vraag was: “Waar in Europa zullen de Amerikaanse raketten voor de middellange afstand worden opgesteld?” En dan zal gedacht worden aan dezelfde landen als in de jaren tachtig: Duitsland, Nederland en België.

Nog even terug naar MH17: Nederland en Australië hebben Rusland aansprakelijk gesteld voor de ramp. Ze willen hierover onderhandelen met Rusland, maar afgelopen maand werd bekend dat Rusland daar niets voor voelt.

Wij hebben gezegd: “Wij zijn bereid om met Nederland rond de tafel te gaan, maar niet op basis van een aansprakelijkstelling aan het adres van Rusland.”

Het is zeker dat Oekraïne schuld heeft. Die heeft het luchtruim niet gesloten boven een oorlogsgebied. Toch stelt Nederland Oekraïne niet aansprakelijk.

En dus is het uitgesloten dat Nederland en Rusland nog met elkaar in onderhandeling zullen gaan over MH17?

[pullquote]Misschien verklap ik nu een staatsgeheim.[/pullquote]

Er ligt nu van Nederland een nieuw voorstel op tafel. De Nederlanders zijn inmiddels bereid een gesprek te voeren op basis van een open agenda. Dat is acceptabel voor ons. Misschien verklap ik nu een staatsgeheim, een Nederlands staatsgeheim, maar dit is wat ik gehoord heb.

Er kan nu dus ook gesproken worden over de Oekraïense schuld aan de ramp?

Dat neem ik aan ja. Met een open agenda is alles bespreekbaar.

Terugkerend naar het thema van dit interview, de steeds verder verslechterende Nederlands-Russische betrekkingen: In 2017 beschuldigden de MIVD en AIVD Rusland ervan cyberaanvallen te plegen, nationale verkiezingen te beïnvloeden, de publieke opinie te bespelen en de traditionele media weg te zetten als onbetrouwbaar. Later dat jaar sprak minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken over Russen die nepnieuws verspreidden in Nederland.

Wat kan ik daarop zeggen? Er komt een nieuw begrotingsjaar aan, iedereen wil meer geld uit de staatsruif. En dus brengen de MIVD en AIVD een jaarverslag uit waarin ze spreken over een Russische dreiging. Ik vraag u: Waar blijven de bewijzen van al deze beschuldigingen die men ons voor de voeten werpt?

De Nederlandse overheid heeft de Russische ambassade nooit bewijzen getoond?

Het enige wat mevrouw Ollongren doet is praten, en voor veel gedoe zorgen in de pers en in de Tweede Kamer. Ze komt nooit met bewijzen.

Als de ene staat de andere ergens openlijk van beschuldigt is het de gewoonte de ambassadeur op het matje te roepen. Is dit gebeurd naar aanleiding van de jaarverslagen van de AIVD en MIVD en van datgene wat minister Ollongren heeft geroepen over Russisch nepnieuws?

Nee. Onze ambassade is alleen op het matje geroepen over de vermeende hackpoging van het wifi-netwerk van de OPCW, en over de aansprakelijkstelling inzake MH17.

In het algemeen: Wat het Westen doet is Rusland beschuldigen van datgene wat ze zelf in Rusland doet. Zoals inmenging in verkiezingen. Het Westen, en met name Nederland, heeft zich altijd gemengd in onze verkiezingen. Er bestaat in Nederland een instituut, het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, waar alle grote politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer aan deelnemen. Dat mengt zich al jarenlang in de Russische politiek.

Nederland heeft zelfs in de jaren negentig geprobeerd politieke partijen op te richten in Rusland, zoals een christendemocratische partij. Degene die dat geprobeerd heeft, is nog steeds actief in de Nederlandse politiek. Ik zal daarom zijn naam niet noemen. Van die partij is trouwens niks terecht gekomen. Hij heeft mij zelf verteld waarom niet. Al het Nederlandse geld dat in die partij was gestoken, was terecht gekomen in de zakken van ‘schoften’, zoals hij degenen noemde die hem hadden moeten helpen met de oprichting van die partij.

Mengt Nederland zich nog steeds in de Russische verkiezingen?

Ik weet niet precies hoe de situatie nu is. Maar vroeger was er het zogenaamde Matra-programma van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie zei: “Matra heeft niks te maken met politiek. We geven geen geld aan organisaties. We ondersteunen alleen projecten.” Maar als je keek welke projecten dat waren, dan werd meteen duidelijk welke organisaties daar achter zaten. Het waren meestal projecten op het gebied van mensenrechten en de vrijheid van pers. De Russische overheid is daar trouwens niet op tegen. Het is niet verboden. Het is alleen zo dat de organisaties die buitenlands geld ontvangen dat moeten melden bij de Russische belastingdienst. Daar is niks vreemds aan. In heel veel landen is dat precies zo. In de Verenigde Staten is het zelfs nog veel strenger geregeld dan in Rusland. 

De Russische krant Novaya Gazeta is via het Nederlandse Matra-programma gefinancierd. Onder voormalig PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken is Nederland begonnen met het steunen van wat genoemd werd ‘onafhankelijke Russischtalige media’. Dat is u waarschijnlijk bekend? De financiering verloopt via Free Press Unlimited.

Ik weet dat er is geprobeerd zoiets op te zetten met Polen, maar daarvan is dacht ik niks gekomen. Ik merk er althans niets van. Sowieso, als de heer Koenders of de heer Blok teveel geld heeft mogen zij dit uitgeven, maar in Rusland merken we er niks van.

De Russische overheid heeft nooit gedacht: We gaan in antwoord op de activiteiten van de Nederlandse overheid ‘onafhankelijke Nederlandstalige media’ steunen in Nederland en België?

We hebben alleen RT en Sputnik die actief zijn in het buitenland.

RT en Sputnik brengen geen nieuws in het Nederlands.

In Rusland is de belangstelling voor de Nederlandse taal sterk afgenomen. Nederlands wordt op steeds minder hogescholen in Rusland als vak aangeboden. Ik vind dat erg. Nederlands is de grootste van de kleinere talen van Europa. Er zijn meer mensen die Nederlands praten dan mensen die een Scandinavische taal spreken. Toch is er in Rusland meer belangstelling voor Scandinavische talen dan voor het Nederlands. In de sovjet-tijd had je nog Radio Moskou. Dat was een zender op de korte-golf in het Nederlands. Toen ik daar voor het eerst van hoorde dacht ik: “Niemand luistert daarnaar.” Maar toen ik naar Nederland kwam, en begon te werken als cultureel attaché, bleek dat er een gezelschap in Nederland bestond, genaamd ‘Vrienden Radio Moskou’. In heel Nederland bleken er groepjes trouwe luisteraars te zijn. Er waren er zelfs die aanboden reportages te maken over Russische culturele evenementen in Nederland.

NRC publiceerde onlangs een groot artikel met de kop: Russische ambassade in Den Haag is een zenuwcentrum voor spionage. Hoe is dit ontvangen bij u op de ambassade?

De taak van elke ambassade is informatie te verzamelen over het gastland. De Nederlandse ambassade doet dat ook in Moskou. Als men dat ‘spionage’ noemt, dan is dat misschien ook ‘spionage’. Ik weet dat niet.

NRC beschuldigt uw ambassade van spionage met name vanwege het contact dat er geweest is tussen een medewerker van de ambassade en de vier GRU-officieren die het land zijn uitgezet op beschuldiging van een mislukte hack van het wifi-netwerk van de OPCW.

Degene die de GRU-officieren van het vliegveld heeft afgehaald en ze naar hun hotel heeft gebracht is de secretaris van de ambassadeur. Hij heeft niks met spionage te maken. Dat is absoluut quatsch.

Het NRC heeft hem niet gevraagd voor wederhoor?

Nee.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov heeft gezegd dat de vier GRU-officieren in Nederland waren op ‘routinereis’. Wat wil dat zeggen?

Zij waren naar Nederland gekomen om technische werkzaamheden te verrichten op de ambassade. Ik ben geen technische man. Ik weet niet welke geheimen onze ambassade heeft, maar elke ambassade beschikt over bijzondere apparatuur. De vier officieren logeerden tegenover de OPCW in het Marriott-hotel. En dus stond hun auto daar geparkeerd. Daar was niks bijzonders aan. Als wij Russische delegaties ontvangen, dan verwijzen we ze standaard naar het Marriott. Omdat dat hotel vlakbij onze ambassade gelegen is en ook omdat we er een prijsafspraak mee hebben.

Waarom denkt u dat Nederland Rusland vals wil beschuldigen?

Die beschuldiging maakt deel uit van een campagne die wordt gevoerd tegen ons land. Minister Bijleveld van Defensie heeft gezegd dat Nederland in oorlog is met Rusland. De beschuldiging van haar over Russen die geprobeerd zouden hebben de OPCW te hacken is een voorbeeld van hoe Nederland die oorlog voert, in dit geval door middel van propaganda.

Mevrouw Bijleveld is een verhaal apart. Toen zij Commissaris van de Koningin was in de provincie Overijssel nam zij een heel andere houding aan ten opzichte van Rusland. Zo heeft zij meerdere malen onze ambassadeur uitgenodigd om naar Enschede te komen. Dit in verband met de geschiedenis van de Rusluie uit Vriezenveen en de topbijeenkomst die de burgemeester van Losser wilde organiseren tussen Reagan en Gorbatsjov. Alles umsonst.

Wat moet er veranderen om de betrekkingen tussen de landen te verbeteren?

Wij moeten meer met elkaar in contact treden. Er moeten meer uitwisselingen komen. Nederlandse parlementariërs moeten weer naar Rusland komen. Problemen kun je alleen oplossen als je met elkaar praat.


Novini heeft navraag gedaan bij stichting De 4Daagse over Russische militairen die niet meer welkom zouden zijn bij de Nijmeegse Vierdaagse. De stichting schrijft in een reactie: “Een korte blik in onze administratie bevestigt inderdaad dat er de afgelopen jaren geen militaire deelnemers hebben deelgenomen die zich hebben geregistreerd met een adres in Pskov. Wel hebben er de afgelopen jaren steeds enkele militairen met de Russische nationaliteit deelgenomen aan de Vierdaagse. Het is dus niet juist dat het Russische militairen niet toegestaan zou zijn om in te schrijven voor de Vierdaagse.”

Posted on

MH17 – Grote brokstukken MH17 nog op rampplek

Grote onderdelen van MH17 blijken nog te liggen rond de crashsite. Onder de onderdelen bevindt zich een groot deel van de rechter horizontale stabilisator van het toestel. Ook lijken er nog twee onderdelen te liggen waar mogelijk inslagen in te zien zijn, waaronder één onderdeel dat mogelijk van de cockpit afkomstig is. De onderdelen liggen tot de dag van vandaag op een boerderij.

Rechter stabilisator

In het onderzoeksrapport van de OVV is uitgebreid beschreven waar alle onderdelen van het vliegtuig liggen. Dit is ook geval met de rechter horizontale stabilisator. Hoewel het rapport wat twijfel geeft over de toestand van de stabilisator, (soms wordt er gesproken over ‘delen van de rechter stabilisator’, soms wordt er gesproken over de horizontale stabilisator als zijnde hij heel zou zijn.) lijkt het rapport erop te duiden dat delen van de rechterstabilisator waren gevonden in een klein meer op de crashsite. Later zouden deze onderdelen verplaatst zijn. De achterrand zou ontbreken net als het uiteinde van de stabilisator. Dit uiteinde lijkt nu terecht te zijn. (MH17, OVV, p. 77)

Er prijkt groene verf op de overblijfselen van één van de horizontale stabilisatoren van de MH17. De boer wijst naar een groene ploeg waarmee de boeren de stabilisator naar de boerderij hebben getransporteerd. Spottend zegt hij: “Degenen die die (groene) verf ziet zullen zeggen dat het van een BUK is.” Ik herinner mij de woorden die hij mij eerder al had geschreven via de app toen ik hem vroeg of hij ook bereid was te vertellen wat hij die dag had gezien. ‘Houdt er rekening mee dat mijn verhaal maar weinig overeenkomt met de officiële versie’, kreeg ik terug.

De boer heeft, net als veel andere mensen in de regio, geen vertrouwen in het onderzoek. Maanden lang lagen de MH17-brokstukken op het veld voordat de stukken werden opgehaald door de OVSE. Terwijl bewoners dagelijks naar hun werk gingen, kregen ze te horen dat het te gevaarlijk zou zijn om onderzoek te doen op de crashsite. De conclusie dat een Russische BUK de MH17 zou hebben neergeschoten wordt hier ontvangen met veel scepsis. Des te meer omdat er nooit iets is gedaan met de vele verklaringen van lokale bewoners dat zij straaljagers hebben gezien.

 

Geen onderzoek meer op rampplek

Het Openbaar Ministerie heeft de zoektocht naar nieuwe fragmenten lang geleden gestaakt. In een verklaring die het OM begin 2017 heeft gedaan, schrijft het OM:

“Op de crashsite zouden nog altijd overblijfselen van de ramp kunnen worden gevonden. Nu de oorzaak van het neerhalen van het vliegtuig onomstotelijk is vastgesteld, dient het actief zoeken naar wrakdelen geen redelijk strafrechtelijk doel meer.”

Zelfs voordat de onderzoeksresultaten door de OVV werden gepubliceerd leek er maar weinig interesse in de stukken te zijn. Voorbeeld hiervan is toen de burgerjournalist Max van der Werff contact heeft gezocht met het JIT nadat een bewoner bij de crashsite hem had gevraagd een stuk van de MH17 mee te nemen naar Nederland. Maanden ging voorbij zonder dat er iets gebeurde. Pas nadat op RT een interview met Van der Werff werd uitgezonden werd contact opgenomen.

Één van de onderdelen die gevonden zijn op de crashsite. De dikte van het materiaal en de geklonken constructie suggereren dat hier mogelijk sprake is van een onderdeel dat afkomstig is van het gebied rond de vleugels.
Één van de onderdelen die gevonden is op de crashsite. Het gaat hier mogelijk om een luik dat zich bevond in de cockpit; vlakbij de plaats waar de BUK raket ontploft zou zijn volgens het JIT.

De houding van het OM naar materiaal dat nog op de crashsite ligt is opmerkelijk omdat het Russische bedrijf Almaz Antey, de producent van het BUK-luchtdoelraketsysteem, tot een andere lanceerlocatie komt aan de hand van inslagschade. Een belangrijk punt dat het Russische concern naar voren brengt is de schade aan de linker motor, waarvan het concern beweert dat deze niet veroorzaakt kan zijn indien de BUK-raket van de lanceerlocatie van het OM is afgeschoten. Er valt aan de objectiviteit van het Russische defensieconcern te twijfelen, maar in een eventuele rechtszaak tegen Rusland zal het OM op deze argumenten een antwoord moeten kunnen geven.

Veiligheid rampplek

Het OM brengt nog twee andere redenen naar voren waarom zij niet terug kan naar de site, één hiervan is veiligheid. Begin 2017 meldt een woordvoerder van het OM: “Het toestel kwam in een groot gebied terecht, waar het nu nog steeds onrustig en onveilig is. Dat maakt het bergen erg lastig.” De boer spreekt dit echter tegen. Hij vertelt dat Rossypnoje voor het laatst werd beschoten op 23 of 24 augustus in 2014. Beschietingen waren, volgens de boer, hoorbaar totdat de slag om Debaltsevo, in februari 2015, was gestreden. De hulpdiensten van de DNR, de MChS, hebben inmiddels een (groot deel van de) niet ontplofte munitie opgeruimd rondom de rampplek. Een blik op de kaart lijkt de woorden van de boer te ondersteunen.

Kaart van gebied rond de crashsite van 13 mei 2018. In het wit gebied dat onder controle is van Oekraïne, in het rood territorium dat onder controle is van de DNR en LNR. De afstand van Rossypnoje (crashsite) naar de dichtstbijzijnde frontlinie is meer dan twintig kilometer.

Voor het OM onmogelijk

De mogelijk belangrijkste en interessantste reden waarom het OM niet in staat is om verder onderzoek te doen op en om de crashsite wordt in een verklaring genoemd, eveneens uit 2017.

De indruk is wel gewekt dat het gebied in Oost-Oekraïne waar vlucht MH17 is neergehaald vrij toegankelijk zou zijn voor het joint investigation team (JIT). Dat is niet het geval, en heeft te maken met de (inter)nationale regelgeving voor rechtshulp in strafzaken. Immers, de zelfverklaarde republieken DPR en LPR worden niet als autonome staten erkend.

Met andere woorden, volgens het OM staat de (inter)nationale regelgeving voor rechtshulp in strafzaken het OM niet toe om onderzoek te doen in het gebied. Dat is van belang want, indien waar, pleit dit het OM vrij waarom zij niet in staat is geweest onderzoek te doen in de DNR naar de crash van de Boeing. Dit betekent echter dat de verantwoordelijkheid voor het gebrek aan onderzoek op de rampplek bijgevolg bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en de wetgevende macht ligt.

[pullquote]“(…) de verantwoordelijkheid voor het gebrek aan onderzoek op de rampplek ligt bijgevolg bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en de wetgevende macht.”[/pullquote]

De geactiveerde zuurstofgenerator

De horizontale stabilisator is niet het enige wat nog op de rampplek ligt. De boer laat een schroef zien die helpt om de flaps naar beneden te brengen. Er liggen delen die mogelijk van de vloer van het toestel zijn geweest. Ergens vinden we een stuk dat iets weg heeft van een stuk isolatiemateriaal. Het gat dat in het stuk zit doet denken dat het hier mogelijk om een inslag gaat.

Een dik stuk metaal met een gat erin trekt tevens de aandacht. De dikte van het materiaal tezamen met de genagelde en lijmconstructie doet vermoeden dat dit stuk mogelijk afkomstig is van het gedeelte van de romp in het gebied van de vleugels. Het blijft de vraag wat het gat heeft veroorzaakt, dat duidt op een inslag van buiten naar binnen. Indien (absoluut niet zeker!) de schade is veroorzaakt voordat het toestel op de grond terecht kwam, ontstaat een grote vraag hoe deze schade is veroorzaakt. Door de positie waar de BUK is ontploft en de grote hoek tot de vleugel is een penetratie van het dikke materiaal door BUK-fragmenten erg onwaarschijnlijk.

Een uitvouwbare tafel en een onderdeel van een stoel zijn pijnlijke herinnering aan de passagiers. Een paar meter verderop laat de boer nog een verzameling brokstukken zien. De man vertelt dat een paar platen met houten afdruk erop waarschijnlijk de restanten zijn van het karretje.

De restanten van één van de karretjes waarmee stewardessen eten en drinken uitdeelden.

Één van de dingen die bijzonder de aandacht trekt is een zuurstofgenerator. Deze zuurstofgenerators voorzien de passagiers van zuurstof in het geval dat de druk in de cabine wegvalt. De zuurstofmaskers zijn in ieder geval niet meer verbonden aan de generator, wel is er een zwarte streep te zien. Dit is interessant: de zwarte streep betekent dat de zuurstofgenerator geactiveerd geweest. (MH17, OVV, p. 175)

Op de foto een zuurstofgenerator. Het is één van zo’n 50 zuurstofgeneratoren waarvan bekend is dat ze gevonden zijn. De zwarte streep geeft aan dat de zuurstof generator reeds geactiveerd is. Dit kan gebeurd zijn door het activeren van een passagier, maar even goed door een ontploffing of de impact met de grond.

Het is goed mogelijk dat dit door het uit elkaar vallen van het vliegtuig is gebeurd of op het moment dat de zuurstofgeneratoren op de grond vielen. Zoals het OVV in haar rapport schrijft:

Er is slechts enkele Newton nodig om de ontstekingspin van de zuurstof generator te verwijderen. [Hetgeen de zuurstofgenerator activeert – SB] Het is daarom denkbaar dat de zuurstofgenerators werden ontstoken als gevolg van de drukgolf, de dynamische krachten tijdens het in de lucht uiteenvallen of het neerstorten op de grond. (MH17, OVV, p. 175)

Het is één van 50 zuurstofgeneratoren die geactiveerd is gevonden. Slechts één, in de rustruimte voor de bemanning, is gevonden zonder geactiveerd te zijn. (MH17, OVV, p. 104) Volgens het OVV omdat deze zich in een afgesloten deel van het vliegtuig heeft bevonden.

Dat er MH17-brokstukken nog op de crashsite liggen is geen geheim (zie o.a. https://www.youtube.com/watch?v=rFRThhOe9yU en https://www.ad.nl/buitenland/spekkers-ik-doe-dit-juist-voor-nabestaanden-mh17~a5da140c/ en https://www.facebook.com/stanislav.obischenko/posts/1213346382084293). Reeds lang is bekend dat niet alle stukken geborgen zijn. De vraag is wat de waarde is van de stukken die er nog liggen. De oorzaak van de Bijlmerramp werd achterhaald toen één boutje was gevonden. Volgens het OM is de oorzaak van de MH17 reeds onomstotelijk vastgesteld. De scepsis van de boer wordt er echter niet minder om. De stukken liggen er al lang. Er wordt niets mee gedaan.

Posted on

Nederlandse in Donbass: “Ik sluit een derde wereldoorlog echt niet uit”

Met je kinderen vluchten uit de oorlog, het is een nachtmerrie die bij de meeste moeders niet eens zal opkomen. Ilse Kraamwinkel deed echter het omgekeerde, ze vertrok samen met haar vriend en kinderen uit Nederland naar een oorlog. Ze vond dat ze niet langer kon leven met het idee dat ze in Nederland zou bijdragen aan een maatschappij die er volgens haar voor zorgt dat er elders op de wereld oorlog wordt gevoerd. Ilse is om die reden vertrokken naar de Volksrepubliek Donetsk (DNR), een niet-erkend land dat officieel in Oost-Oekraïne ligt. Ze woont daar sinds een jaar en houdt een blog bij over haar leven in de DNR. Haar vriend Pascal vecht als soldaat in het leger.

Wat heeft je bewogen om hiernaartoe te komen?

Lang verhaal, niet kort uit te leggen denk ik. Als je naar het verleden van mijn vriend kijkt, hij heeft in Nederland in militaire dienst gezeten. Toen was hij nog relatief jong. Hij is daar in gegaan met de intenties, net als elke Nederlandse militair eigenlijk, om goed te doen voor de wereld. En vanaf die tijd en na die tijd zijn er steeds meer verhalen naar buiten gekomen over Irak, Srebrenica, Libië. Nadat hij dienst is uit gegaan zijn wij ons steeds meer gaan verdiepen in allerlei zaken. En één ding wat dan duidelijk wordt is dat het beeld dat naar buiten gebracht wordt, dat daar gewoon heel veel niet aan klopt.

Je hebt het over dat er geen goed beeld van de wereld wordt gegeven. Wat voor dingen zijn dat bijvoorbeeld?

Neem bijvoorbeeld toentertijd de beelden van Irak  of de verhalen over Amerikaanse soldaten die de papavervelden zaten te bewaken in Afghanistan. Ik bedoel, ik heb laatst nog op Facebook twee stukjes gepost van de NOS waarbij het gewoon zo overduidelijk was dat ze gewoon hebben zitten knippen en plakken.

Welke twee filmpjes waren dat?

Eentje over Poetin die een interview gaf aan een BBC-journalist over Oekraïne. Het eerste stukje van de NOS wat ze dan laten zien is dat een journalist van de BBC met Poetin gaat praten. En Poetin zegt hem dat ie even zijn mond moet houden en daarna heeft de NOS het afgekapt en laten ze daarna een beeld zien dat hij wat verder weg loopt. Maar goed, RT heeft het hele verhaal laten zien. Daarbij werd het dus heel duidelijk dat Poetin dus zat te wachten op zijn woordvoerder. Hij was aan het wachten op vertaling en daarna heeft hij nog twee minuten met die journalist staan praten om alles te verduidelijken en zijn mening te geven.

Maar ja, dat was filmpje één, filmpje twee ging over een Nederlandse journalist, Joost Bosman, die in Rusland bij een discussieprogramma aanwezig was en die daar zijn zegje zou doen. In de NOS-reportage werd gezegd dat hij amper aan het woord kwam. En uiteindelijk bleek op de originele Russische beelden dat Joost Bosman gewoon zeker anderhalve minuut heeft staan praten.

Je kunt je niet vinden in veel van de dingen die in het westen gebeuren. Maar hoe kom je dan op het idee weg uit Nederland te gaan en naar de DNR te komen?

Al jarenlang hadden we eigenlijk iets van ‘Wat doen we hier eigenlijk nog? Waarom werken we nu nog eigenlijk mee aan dit systeem?’ Maar ja, daarna komt de vraag: ‘Wat dan wel?’ Wat moet je gaan doen? Ergens op een onbewoond eiland gaan zitten? Dat gaat het hem ook niet worden denk ik.

Dus zo hebben we jarenlang gezeten. Na die tijd ben ik me eigenlijk meer op de situatie van hier gaan richten. Pascal had ondertussen contact met een aantal mensen van hier. En ja, goed, dan kom je Rusland op een gegeven moment tegen.

Schrikte Rusland jou niet heel erg af?

Dat vond ik in het begin altijd een moeilijk verhaal, ik vond dat moeilijk te plaatsen. Ik bedoel, je komt eerst terug op alle problemen in de Sovjet-Unie. Na de Sovjet-Unie alle corruptie die in die tijd is ontstaan en dan kom je uit in het nu. En het nu ligt nog ergens tussen de perfecte wereld en de tijd van de corruptie in. Wat men bijvoorbeeld in Nederland vaak niet snapt is dat alles werd geprivatiseerd in een hele korte tijd en daarbij enorm veel corruptie is bewerkstelligd. Daarom kan je de corruptie niet in korte tijd uitbannen.

Ik bedoel, men kan alle privatiseringen terugdraaien, maar dan had de hele wereld ook op zijn kop gestaan. Ik bedoel, men kan niet van elk groot bedrijf de eigenaren eruit trappen. Dat gaat niet. En dat moet stukje bij beetje aan banden gelegd worden. En dat is iets wat men in het westen heel moeilijk ziet. En dat is het beeld wat ik in eerste instantie ook nog niet zag. Dat zie je pas als je er echt in gaat verdiepen en dat is dus het verhaal achter de media, het verhaal dat wij in het westen niet zien.

Is er een belangrijk moment geweest waarom je je vertrouwen bent verloren en uit Nederland wou vertrekken?

Ik denk niet dat daar eigenlijk een duidelijk punt in is geweest. Daar hebben zoveel dagen, uren, weken, maanden aan onderzoek, aan achter de computer zitten, informatie natrekken, ingezeten. En stukje bij beetje gaat de beerput los en zie je steeds meer. Het punt waarop wij echt op het punt stonden om te vertrekken dat is eind vorig jaar geweest of tenminste halverwege vorig jaar.

Ik denk dat je dat heel erg moet terugleiden op dat wat er nu allemaal speelt. De drang naar het demoniseren van Rusland. Hoe het op dit moment in Syrië gaat. Pascal heeft echt al jarenlang van alles zien aankomen. Toen ie er echt mee bezig ging, vanaf dat ze in Libië bezig waren met de no-fly zone. Alles heeft ie aan zien komen. Alles wat daarna gebeurd is hebben we best wel bewust doorgemaakt. Met de vluchtelingenstroom die op gang zou komen. En als je kijkt waar de hele situatie nu toe aan het leiden is…nou ik sluit een derde wereldoorlog echt niet uit. En daar zijn wij heel realistisch in geweest.

En ook al komt die wereldoorlog er niet dan vinden er lokaal nog een paar grote oorlogen plaats en op een gegeven moment waren wij op een punt dat… Ik heb altijd gezegd: ‘Ik wil geen kant kiezen.’ Ik bedoel, we leven op een wereld, we leven op één planeet en we zullen het met elkaar moeten doen. Alleen het jammere is dat heel veel landen daar een stukje anders over denken. Het Westen is op dit moment zo demoniserend tegenover Rusland, China en verschillende andere landen aan het doen in plaats van diplomatiek een verbintenis proberen te zoeken, dat we op een gegeven moment gezegd hebben: het wordt nu tijd om wel een kant te kiezen. En die kant ligt voor ons niet meer in Europa.

Waarom ligt die wel bij Rusland naar jouw idee?

Vanaf het moment dat Poetin aan de macht is gekomen begon je vanuit het Westen een steeds negatievere houding tegenover Rusland te zien. En dat terwijl Poetin al die tijd zo diplomatiek mogelijk met iedereen probeerde te zijn. Dat zie je nu bijvoorbeeld ook terug met Noord-Korea. (Interview is afgenomen in Februari: ‘Rocket man’, ‘My button is bigger and more powerful’ – SB) De gezamenlijke sancties van de VN, daar neemt Rusland deel aan. Men probeert echt wel duidelijk onderscheid te maken in ‘tot hier en niet verder’. Maar tegelijkertijd hebben ze altijd gezegd ‘wij proberen altijd diplomatieke verhoudingen zo goed mogelijk te houden. Want zodra wij niet meer praten dan houd het op. En zodra we niet meer samen kunnen werken, dan gaan we vast zitten en dan gaan de zaken alleen maar verslechteren.’ Het westen daarentegen is op een hele andere manier bezig op dit moment. Terwijl Poetin altijd zijn best daarvoor heeft gedaan, zie je dat hij daar ongelooflijk in tegen wordt gewerkt.

Je zei net dat Rusland altijd een diplomatieke oplossing zoekt. Als je dat tegen sommige Nederlanders zou zeggen, zouden ze zeggen van Nou, oké, je hebt de Krim waar Rusland met militaire middelen heeft geïntervenieerd. Er is Syrië waar Rusland haar luchtmacht naar toe heeft gestuurd en er is constant de dreiging van bommenwerpers die ook in de buurt van Nederland vliegen. Ik denk dat veel mensen in Nederland een beeld hebben van Oké, dit komt helemaal niet diplomatiek over.

Neem Venezuela bijvoorbeeld: Een Amerikaanse diplomaat die ook heeft gezegd van ‘Er zijn verwachtingen dat daar opstanden uit zullen breken en dat men de president wil afzetten. Als dat zo is dan zullen we ze steunen.’ Waarom gaat men in het Westen gelijk over tot het afzetten van? Waarom wordt er niet gepraat? Waarom wordt er niet gepraat over nieuwe verkiezingen. Verkiezingen onder internationale waarnemers zodat er geen fraude kan plaats vinden. Dan zijn er toch een heleboel problemen opgelost? Ik bedoel, je haalde net Syrië aan. Je vergeet ook altijd nog even dat Assad een rechtmatig gekozen president was. Hij was zelfs bereid nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Maar de opstand moest plaats vinden omdat Assad per se weg moest. En in heel veel situaties had het gewóón gekund. Het had in Syrië gekund, het had in de Krim gekund het had hier in Donetsk gekund, maar in het Westen wil men het niet.

Wat de Krim betreft, geldt dat het beeld is dat het door Russische militairen is overgenomen. Hoe kijk jij daartegenaan?

Het klopt dat dat het beeld is: lang leve het nieuws. Degenen die zich er een klein beetje in hebben verdiept, en ieder weet het ergens wel, weet dat er op de Krim netjes een referendum is gehouden voor aansluiting met Rusland. Want ga je de geschiedenis van de Krim bekijken dan wonen op de Krim van oudsher al heel lang etnische Russen. Al eerder, in de jaren ‘90, heeft men al een keer een onafhankelijkheidsreferendum van Oekraïne gehouden. De gedachte van de burgers is daar al heel lang duidelijk: Men wil daar al lang van Oekraïne af.

Het referendum is in de Krim gehouden, de keuze was duidelijk voor Rusland. En het enige wat Oekraïne en wat Europa kan zeggen is: ‘het referendum is niet rechtsgeldig geweest.’ Ga met de burgers van de Krim praten, ik bedoel, er zijn genoeg journalisten die bij de NOS niet in beeld gebracht worden die er geweest zijn, er is een Nederlander die er woont zelfs. En die kunnen je een heel ander verhaal vertellen dan de NOS doet. Maar daar kijkt men niet naar.

Dat geldt hier in Donetsk precies hetzelfde. Er is ook een referendum gehouden voor de onafhankelijkheid. Het enige wat men kan zeggen is ‘het is niet rechtsgeldig’, net zoals ze toen in Catalonië gedaan hebben. Het is gewoon heel makkelijk, de stem van de burger geldt gewoon niet.

Je zegt net dat er eigenlijk niet naar het volk wordt geluisterd. Tenminste, dat het Westen dat niet belangrijk vindt, als ik je goed begrijp.

Nee, dat is gisteren wel duidelijk geworden.

Wat bedoel je met gisteren?

De referendumwet. (De Tweede Kamer stemde een dag voor het interview in met de afschaffing van de referendumwet.) Kijk, Rusland is democratischer dan Nederland wat dat betreft. Want Rusland heeft nog steeds een referendumwet. Het is nog niet definitief, maar de Tweede Kamer heeft het goed gekeurd. Ja, men wil niet naar het volk luisteren, dat heeft men heel duidelijk aangegeven, dacht ik. Want o wee; het volk zal toch eens een stem hebben. En het enige wat ze dan kunnen zeggen is: ‘Het volk begrijpt het niet’. Nou, ik denk dat als we even naar het Oekraïne-referendum kijken, dat heel veel mensen wel degelijk begrepen waar het over ging. Mensen begrepen het maar al te goed, dat de grenzen open zouden gaan en dat Oekraïners naar Nederland toe zouden willen. Ik weet van hier heel goed hoe mensen tegen Europa aankijken. En datzelfde hoor je ook uit landen in Afrika met alle vluchtelingenstromen. Men ziet Nederland en het westen van Europa, Duitsland, Nederland, Engeland. Men ziet het echt als goudbergen, maar men heeft echt geen flauw idee van de kosten die mensen moeten maken. Als je mensen vertelt wat je gemiddeld aan je huur of aan je hypotheek kwijt bent, wat gemiddeld je eten kost, wat je gemiddeld aan verzekeringen kwijt bent en wat je aan belastingen af moet dragen, dan begrijpen ze het allemaal een stuk beter.

Wat heb je zelf gestemd in het referendum over het associatieakkoord?

Ik heb toen ‘nee’ gestemd, omdat ik alles aan zag komen. Het is niet goed voor Europa en het is ook totaal niet goed voor Oekraïne. En de Oekraïense burgers komen er nu achter. Je hoort ook steeds meer geluiden via internet dat men zich op dit moment eigenlijk ongelooflijk bedrogen voelt. Wat heel veel mensen niet niet wisten is dat tegelijkertijd met het associatieverdrag dat daar eigenlijk ook de IMF-leningen aan vastzaten. En dankzij die IMF-leningen gaan vanaf April tot en met Oktober de gasprijzen in Oekraïne, met – geloof ik – 87% omhoog. Dat betekent dat de gemiddelde Oekraïner bijna twee keer zoveel voor zijn gas gaat betalen. Een Oekraïner die nu al bijna niet rondkomt. En dat zijn IMF-eisen geweest. Een van de redenen waarom Janoekovitsj destijds (in 2014, voor de Euromaidan – SB) heeft gezegd: ‘Wij willen dit verdrag nog even uitstellen. Wij willen eerst naar andere opties kijken. Want dit kunnen wij onze burgers niet aandoen.’ Maar dat wordt in de media niet naar buiten gebracht. Daar moeten wij dus weer jaren later achter komen. Men is wat dat betreft gewoon ongelooflijk bedrogen. Zowel wij in Europa als de mensen in Oekraïne zelf.

En dat is voor jou ook één van de redenen om hiernaartoe te komen?

Het is alles bij elkaar, het is als een emmer die op een gegeven moment overloopt. En op een gegeven moment moet je bij jezelf bedenken, ‘Wil ik de rest van mijn leven op deze manier voort blijven gaan en in een maatschappij blijven zitten waar ik het niet mee eens ben?’

Je zei net dat je bang was voor een wereldoorlog die uit kan breken. Wat bedoel je daarmee en hoe zie je dat voor je? Wat voor dreigingen zie je?

Tijdens Bush stond de campagne tegen terreur en de campagne tegen extremisme op de eerste plaats. En nu heeft Trump heel duidelijk gezegd dat dat nu op de tweede plaats komt. China en Rusland zijn nu de grootste dreiging, dat heeft hij letterlijk gezegd. En tegelijkertijd zie we dat in alle mediaberichten terugkomen. Je kunt het zo gek niet bedenken of Rusland heeft het wel gedaan. Soms echt zonder ook maar enige bewijs.

Maar als je nu naar die mogelijke wereldoorlog kijkt, leef je dan nu niet midden op de frontlinie?

Ja, klopt.

Waarom heb je dat gedaan?

Ja, soms wel moeilijk om te begrijpen en moeilijk om daar antwoord op te geven. Het is heel erg makkelijk om te zeggen: ‘We gaan gewoon lekker zo ver mogelijk weg zitten. Het maakt allemaal niet uit.’ Alleen, wij zijn geen mensen die op die manier kunnen weg kijken. We hebben gezegd als we dan werkelijk enige invloed willen hebben en werkelijk een kant kiezen, dan moeten we het ook goed doen. Het zou heel goed kunnen dat we hier inderdaad midden op de frontlinie zitten. Nou ja, dat zij dan zo. Je leeft maar één leven en wij hopen in ons leven een, een… ik wil niet zeggen een belangrijke invloed te kunnen hebben, maar in ieder geval een positieve invloed te kunnen hebben voor onze omgeving. En niet alleen de mensen maar ook gewoon de complete leefomgeving. Zowel voor mensen als natuur, als voor dieren, echt onze complete planeet.

Heb je erover gedacht toen je vriend zei Ik wil eigenlijk deze kant op, om in Nederland te blijven met de kinderen?

Zeker wel, dat is een hele moeilijke afweging geweest. Dat heeft mij heel wat paniek aanvallen en slapeloze nachten gekost. Maar uiteindelijk heb ik me gerealiseerd dat, als je bepaalde dingen aan ziet komen dat je gewoonweg voor jezelf, voor… ik wil niet zeggen voor je eigen gemoedstrust, want zo bedoel ik het niet, maar meer voor je eigen zijn, voor je eigen ziel, voor het diepste van je binnen dat je gewoonweg niet kunt zeggen: ik werk hier nog langer aan mee.

En we hebben het hiervoor gehad over een kant kiezen. En dat we op een gegeven moment toch hebben gezegd van ‘Ja, dan moet er toch een kant gekozen worden.’ En ik heb het heel moeilijk gevonden om vooral hier als gezin zijnde naar toe te gaan. Tegelijkertijd hebben we ook gewoon gesproken met de mensen hier. En wisten we ook van tevoren van waar we nu zitten dat het gewoonweg veilig is. De kinderen spelen hier gewoon buiten op straat. Je kunt hier gewoon rustig je boodschappen doen. En supermarkten en markten liggen vol met eten. Er is een oorlog, maar voor de mensen hier is het ook een heel raar beeld, want zeker in de zomer als je buiten zit, dan hoor je de beschietingen ’s avonds beginnen. Je hoort het wel, maar men is er zo aan gewend.

Posted on

“Demonisering Poetin is zeer gevaarlijk”

Marie-Thérèse ter Haar is de grande dame van de Nederlands-Russische betrekkingen. Sinds begin jaren tachtig, toen Rusland nog onderdeel uitmaakte van de Sovjet-Unie, zet ze zich in voor een beter wederzijds begrip tussen de landen. Als tolk-vertaalster en koppelaarster begeleidt zij multinationals als Shell, ABN Amro, Rabobank, Philips, Campina en Grolsch op de Russische markt. In Moskou, waar zij een deel van het jaar woont, en ook in Sint-Petersburg, maakt zij studenten aan de universiteit wegwijs in de Nederlandse taal en cultuur. In haar vrije tijd speelt zij viool in het Moskou Symfonieorkest en zet ze zich in voor de Rotary Club Moskou.

Vanuit haar tweede woonplaats Arnhem, reist Ter Haar het land door voor het verzorgen van lezingen over Rusland-gerelateerde onderwerpen, maar ook voor het geven van solovoorstellingen over de levens van de tsarina’s Catharina de Grote en Alexandra Romanov. Verder verzorgt zij culturele groepsreizen; zowel naar Rusland als naar andere voormalige sovjet-republieken.

Plaats van gesprek is Ter Haars Rusland & Oost-Europa Academie, gevestigd in een statig pand langs de Arnhemse Rijnoever. Ze is net terug van een lezing in Tilburg, voor een ondernemersvereniging, en moet duidelijk nog even stoom afblazen over de reacties die ze daar voor haar kiezen kreeg: de gebruikelijke aantijgingen over agressieve Russen die elk moment Europa kunnen binnenvallen en een dictatoriale Poetin die iedereen uit de weg ruimt die hem voor de voeten loopt.

Ter Haar: “Toen na afloop de wijn ging werken waren er tien macho-meneertjes, die allemaal hun zegje deden, waarbij de een het nog beter wist dan de ander, en ik terloops naar het hoofd geslingerd kreeg dat ik geïndoctrineerd was, het allemaal niet meer helder zag, en men zich hardop afvroeg of ik misschien door de Russische regering betaald werd. Van alle aanwezigen die het zo goed dachten te weten, was er maar één met Rusland-ervaring. Hij was één keer in het land geweest. Als toerist.”

Ter Haar benadrukt dat er veel niet in orde is in Rusland, en dat ze niks wil goedpraten wat fout is. Ze vindt alleen dat er weinig klopt van het algemene beeld dat wij in het Westen van Rusland hebben, en dat de politiek en media hiervoor verantwoordelijk zijn. “Onze berichtgeving toont weinig oog voor de achtergronden van het land”, zegt ze. “Laten we, voordat we oordelen, eerst eens onze westerse bril afzetten, en proberen in de schoenen te gaan staan van de Russen. Wij in het Westen vinden Poetin maar niks. Maar de grote meerderheid van de Russen loopt met hem weg. Die kunnen toch niet allemaal gek zijn?”

Een gesprek over: de Russische presidentsverkiezingen van 18 maart, de toenemende dreiging van een oorlog met het land, en de anti-Poetin-retoriek in de Nederlandse pers en politiek.

Jij schrijft in jouw boek De Ontgoocheling – Rusland en het Westen dat de Nederlandse pers niet veel verschilt van de Russische?

Ook in Nederland worden er feiten verdraaid en belangrijke zaken weggelaten. Er is sprake van stemmingmakerij, de nuance ontbreekt. Zelden wordt een spreker aan het woord gelaten die de zaak van een andere kant belicht.

Het zijn vooral de hardliners die een podium krijgen in de media. Van kopstukken uit de VVD, PvdA en D66 tot en met NAVO-secretarissen; en van virulente Ruslandhaters tot en met betweterige parlementsleden die nog nooit in Rusland zijn geweest. Allen appelleren ze aan het Koude-Oorlog-spookbeeld van ‘De Russen komen’.

Er zijn veel westerlingen met verstand van Rusland, die begrip hebben voor de Russische positie of die kritisch zijn ten opzichte van de westerse politiek. Zij komen bij ons nauwelijks aan het woord in de media. Alleen op het internet en bij de Russische zenders Rossia 1 en RT krijgen ze de ruimte.

Wij, met onze vrije pers, gaan ervan uit dat onze nieuwsvoorziening niet gemanipuleerd wordt en onbevooroordeeld is. En daarin schuilt wel het grootste gevaar. Wij zijn zelf het slachtoffer van de grootste zelfcensuur in de westerse media sinds de Tweede Wereldoorlog.

Jij citeert in jouw boek met instemming Henry Kissinger die zich kritisch uitlaat over de ‘demonisering’ van Poetin. Zelf noem je die demonisering ‘een zeer gevaarlijke zaak’. Waarom? 

Op Kerstavond stond ik op het vliegveld in Moskou, met een reisgezelschap dat ik leidde. Het was de bedoeling dat we Kerst zouden vieren in Rusland. Ik werd er uit de rij gehaald door een douanier. Hij zei: “Uw papieren zijn niet in orde. U moet terug naar Nederland.” Ik zei: “Beste meneer, ik ben verantwoordelijk voor al die mensen die u net heeft doorgelaten. Zij staan al aan de overkant. Ik heb nooit problemen. Ik woon al dertig jaar in Rusland. Wat kan hier aan de hand zijn?” Het leek mij een eerlijke man. Geen Brezjnev-type. Dus ik dacht dat er een kans was dat ik hem nog om kon praten. Maar toen mij eenmaal duidelijk werd dat ik toch op het vliegtuig terug gezet zou worden, smeekte ik hem: “Ik ben uw land goedgezind. Hier, ik bied u 200, 300 euro om mij er door te laten.” Dat was totaal verkeerd geschoten van mij. Hij veranderde van een aardige in een boze man, die mij bulderend duidelijk maakte hoezeer het hem dwars zat dat wij vanuit het Westen de Russen steeds maar weer de les lezen en schofferen. Hij zei: “U in het Westen beschuldigt ons er van een corrupt land te zijn. En wat doet u? U probeert mij om te kopen.”
Zoals deze meneer zijn er tegenwoordig velen in Rusland. Ze pikken het niet langer, ons opgeheven vingertje, de sancties tegen hun land, onze militaire dreigementen, onze betweterigheid, onze bemoeizucht. Je ziet daaraan: De schade die wij hebben aangericht in Rusland is enorm. Rusland was eerst nog op de hand van het Westen. Ze namen een voorbeeld aan ons. Maar sinds een jaar of twee is dat helemaal aan het omdraaien. Het nationalisme neemt toe. De Russen keren zich steeds meer van ons af, en zoeken steeds meer toenadering tot China en andere niet-Westerse landen. Ze zien: In het Oosten daar gebeurt het. Daar liggen de economische kansen.

Is jou inmiddels duidelijk geworden waarom je er werd uitgepikt bij de douane?

Van de Russische ambassade in Den Haag hoorde ik achteraf dat ik niet de enige was die die dag was teruggestuurd naar Nederland. Er zat ook iemand bij van Philips en drie journalisten, waarvan twee waarschijnlijk van de Volkskrant. En waarschijnlijk had het er mee te maken dat het ‘code rood’ was voor de Russen. Op Kerstavond was bekend geworden dat de VS weer nieuwe wapens zouden leveren aan Oekraïne. 

Het is spijtig dat de verhoudingen zo verstoord zijn. Maar hoezo vind je dat ‘zeer gevaarlijk’? 

Door de demonisering van Rusland begint er een draagvlak te ontstaan voor het voeren van een oorlog. Aan beide zijden.

In de Baltische staten houdt de NAVO schietoefeningen langs de Russische grens. Er vliegen Russische bommenwerpers langs de Noorzeekust. Er hoeft maar een ongelukje te gebeuren, in Oekraïne of in Estland, iemand van de NAVO of van het Russische leger die zijn geduld verliest, of een inschattingsfout maakt, en we hebben de poppen aan het dansen.

In juli 2016 heeft Gorbatsjov nog alarmerende woorden gesproken op de Russische televisie. Hij heeft gezegd de indruk te hebben dat de NAVO voorbereidingen treft voor een aanval op Rusland.

De Amerikaanse minister van Defensie James Mattis heeft afgelopen maand gezegd Rusland en China als een grotere bedreiging te beschouwen dan terroristische groeperingen als IS en Al Qaida.

Je kunt je afvragen hoe het mogelijk is dat de Amerikanen Donald Trump tot president hebben verkozen. Maar met Hilllary Clinton was het niet beter geweest. Als minister van Buitenlandse Zaken heeft ze er alles aan gedaan om de relatie met Rusland te verstoren, niet in de laatste plaats in Oekraïne.

In het begin van de jaren ’80 werd er in Nederland nog massaal gedemonstreerd tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten. Het nummer De Bom van Doe Maar was een grote hit. Nu lijkt niemand in Nederland zich nog bewust van het gevaar van een kernoorlog. Hoe zit dat met de Russen? Zien die de ernst in van de situatie?

Ook in Rusland is het gevaar van een kernoorlog geen onderwerp van gesprek. Mensen willen er waarschijnlijk liever niet aan denken dat het met één knal afgelopen kan zijn. Het gaat het menselijk voorstellingsvermogen te boven.

Donald Trump heeft in zijn eerste persconferentie nog gewaarschuwd voor een ‘nuclear holocaust’, en de pers ervan beschuldigd het hem onmogelijk te maken de relatie met Rusland te verbeteren. Hoe verklaar jij de anti-Russische houding van de westerse media?

China en Rusland zijn opkomende machten, en de VS willen die de kop indrukken omdat ze streven naar alleenheerschappij. Zie de Wolfowitz-doctrine die ik in mijn boek noem, en Project For A New American Century. Natuurlijk speelt ook de lobby van de Amerikaanse wapenindustrie een grote rol. Die heeft er belang bij dat de spanningen tussen Oost en West in stand worden gehouden.

Wij in Nederland worden meegezogen in dat Amerikaanse verhaal van gecreëerde vijanden. We kunnen kennelijk niet onze eigen koers bepalen.

Jeltsin en later ook Poetin hebben te kennen gegeven open te staan voor een lidmaatschap van de NAVO. De toenmalige secretaris-generaal van de NAVO was voor, net als Duitsland en Frankrijk. Maar de Amerikanen waren tegen. Zij hebben de controlerende stem binnen de NAVO.

Zijn er nog andere partijen die belang hebben bij het opvoeren van de spanningen met Rusland en het afvoeren van Poetin van het politieke toneel? 

Tijdens de chaos van de jaren negentig had een club oligarchen zich het hele land toegeëigend. Toen Poetin de macht wilde terugbrengen bij de staat, en begon met het innen van achterstallige belastingbetalingen, is een aantal van die oligarchen naar het Westen gevlucht. In hun kielzog volgden personen als Masha Gessen, Bill Browder en Gary Kasparov. Die verdienen hun brood met het demoniseren van Poetin. Ze worden overal uitgenodigd, en komen overal, tot in de Balie en de Rode Hoed aan toe.

De Russen zien deze mensen als de Vijfde Kolonne. Ze zijn er heel erg allergisch voor. 

Je zegt in je boek een verschil te zien tussen de Nederlandse en de  Duitse pers.

Die vormen een positieve uitzondering. Veel vooraanstaande Duitsers pleiten in de media en in de politiek voor betere betrekkingen met Rusland en benadrukken dat de westerse waarden en vrijheid niet worden bedreigd door Rusland. De Duitsers kijken breder en minder door een NAVO-bril. Het lijkt alsof zij meer de ernst zien van een dreigende oorlog op ons continent. Zij begrijpen beter dat Rusland zich omsingeld voelt door NAVO-troepen en ze vragen zich af of de EU niet te ver is gegaan door Oekraïne binnen de Europese invloedssfeer te halen zonder Rusland hierin te kennen.

Je houdt in je boek een pleidooi voor een meer genuanceerde berichtgeving. Ben je hierover al eens in gesprek geweest met Nederlandse correspondenten en Rusland-deskundigen?

Om gericht met mensen hierover in gesprek te gaan ontbreekt mij helaas de tijd. Maar ik kom ze wel eens tegen, Hubert Smeets, Michel Krielaars en Peter d’Hamecourt. En ik heb wel eens aan ze gevraagd: “Waarom laten jullie maar steeds één kant van het verhaal horen?” Onder vier ogen is het goed praten met ze, vooral als ze een borrel op hebben. Dan erkennen ze soms zelf dat het niet deugt bij de media waarvoor ze werken. Maar op de televisie of in de krant vertellen ze weer het bekende verhaal over Rusland waar niks goed is of het deugt niet.

Wat vind je van de met belastinggeld betaalde website Raam op Rusland van Hubert Smeets en Laura Starink? Sommigen, waaronder Stan van Houcke, noemen dat een ‘anti-Ruslandwebsite’.  

Ik vind het niet te pruimen. Ik begrijp niet wat er met die mensen is gebeurd. Waarom schrijven ze alleen nog wat de Nederlandse politiek en media willen horen? Ik kon het vroeger zo goed met ze vinden. Ik kijk wel eens naar mijzelf in de spiegel; niet om mijn haar te kammen, maar met de vraag: “Ben ik misschien degene die de nuance uit het oog is verloren, in plaats van zij?” Maar ik denk dan: “Vroeger keek ik tegen ze op, omdat ze ouder waren dan ik en meer ervaren, en misschien zie ik nu pas hoe ze werkelijk zijn.”

Hubert Smeets en Laura Starink zijn nu geen correspondent meer bij het NRC. Maar hun opvolger Steven Derix is geen haar beter. In zijn artikelen ontbreekt elke nuance. Hij geeft zijn lezers de indruk dat Rusland een verschrikkelijk land is om in te leven, en dat alles de schuld is van Poetin.

Je lijkt een medestander te hebben in hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times. Zij vindt het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben ‘zorgwekkend’ en noemt met name de lezers van NRC en de Volkskrant.

Dat ziet ze inderdaad goed. Maar in haar analyse van de Russische media zie ik dat zij echt een leerling is van Derk Sauer, de eigenaar van die krant. Ik ken hem nog van een cursus Ruslandkunde die wij gevolgd hebben, in 1993 of 1994. Ik heb respect voor hoe hij in de jaren negentig in Rusland een media-imperium heeft opgebouwd. Hij had dé persoon kunnen zijn die in Nederland het echte Rusland kon laten zien. Maar helaas. Wat ben ik teleurgesteld in hem. Het enige wat hem nog lijkt te interesseren is de vraag: “Hoe kom ik zo vaak mogelijk bij Jinek en De Wereld Draait Door?”

In navolging van Eva Hartog liet ook Pieter Waterdrinker onlangs weten dat er iets mankeert aan de berichtgeving over Rusland. Hij heeft zelfs Poetin in verdediging genomen tegen zijn westerse critici, en maakt geen gebruik meer van kwaadsprekende anonieme bronnen.

Pieter Waterdrinker heeft lange tijd in dubio gestaan. Vertel ik wat de politiek en media willen horen? Of vertel ik een genuanceerd verhaal? Tijdens borrels heb ik hem heel vaak kritisch gehoord over de Nederlandse Ruslandverslaggeving. Maar in zijn publieke optredens praatte hij weer heel anders. Ik ben blij dat dat nu anders is. Ik heb er ook respect voor, dat hij het uiteindelijk heeft aangedurfd kleur te bekennen.

Correspondent Joost Bosman van het Financieele Dagblad stelt dat het niet zo gek is dat Rusland vaker in het nieuws komt over mensenrechtenschendingen dan bijvoorbeeld een land als Duitsland. Hij zegt: “Als Amnesty International een rapport uitbrengt over mensenrechtenschendingen in Rusland, dan kun je daar als journalist moeilijk omheen.”  

Ik snap zijn reactie. Natuurlijk moet hij daarover schrijven, en ik prijs Joost Bosman voor zijn eerlijke verslaggeving. Maar ik vind het onterecht de huidige regering daar zo hard op af te rekenen. Het land komt van achthonderd jaar achterstand. Je kunt dan toch niet in tien jaar tijd alles goedmaken wat er fout is? Je mag dan ook wel kijken wat er in de afgelopen pakweg tien jaar is verbeterd. Zoals de hervorming van het gevangeniswezen, onder Dmitri Medvedev, toen die president was.
In tegenstelling tot Joost Bosman begin ik steeds meer waardering te krijgen voor Vladimir Poetin, omdat ik steeds meer ben gaan inzien wat het betekent om een land als Rusland te besturen. Russen, maar ook veel Oost-Europeanen, beschouwen het als een vanzelfsprekendheid dat de staat voor je zorgt. Ze nemen zelf weinig initiatief, stellen zich erg afhankelijk op. Dat is iets wat wij in Nederland maar niet kunnen bevatten. Steeds als de Russische overheid maatregelen neemt, dan zien wij dat als een verdere aantasting van de vrijheid van het Russische volk. Wat we niet zien is dat die maatregelen worden genomen bij gebrek aan initiatieven vanuit de bevolking zelf.

Hoe zie jij de rol van de mensenrechtenorganisaties in de demonisering van Rusland?

Bij organisaties als Amnesty werken veel mensen van goede wil, geweldig lieve mensen. Maar ik ben mij inmiddels gaan afvragen wat de werkelijke bedoelingen zijn van sommige van die organisaties. Zoals de NGO’s van meneer George Soros. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die in Kiev de mensen opjutten om in opstand te komen. Ik ben daardoor gaan begrijpen waarom de Russen mensenrechtenorganisaties met argwaan bekijken.

Je beschrijft in jouw boek een oud-medewerker van de AIVD die met jou op groepsreis ging naar Rusland. Hij zag dingen die er niet waren, zoals drie mannen in een zwarte auto die hem achtervolgden, en moest uiteindelijk door de Nederlandse SOS-dienst worden teruggevlogen naar Schiphol omdat hij helemaal was doorgedraaid. De paranoïde wanen van deze meneer doen mij denken aan bepaalde politici in Den Haag die overal Kremlintrollen zien.

Het is een treffende vergelijking. Die meneer Buma die zegt dat de Russen vuurtjes stoken in Nederland, en mevrouw Ollongren die vreest voor Russische beïnvloeding van de gemeenteraadsverkiezingen. Wat moet ik daar verder op zeggen? Ik kan er met mijn pet soms niet bij hoe deze mensen denken. Het is voer voor psychiaters. Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse zaken heeft een keer grappend gezegd: “Wij Russen voelen ons gevleid dat wij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gewonnen.”

Ik probeer mij wel eens voor te stellen hoe ik zou hebben gedacht over Rusland als ik het land nooit had leren kennen. Ik denk dat het met je persoonlijkheid te maken heeft. Als iedereen in één richting praat, dan zullen de meesten denken: “Het zal wel zo zijn.” Slechts een enkeling denkt: “Klopt het wel?” Ik durf niet te zeggen dat ik tot de enkelingen had behoord. Ik kan het alleen hopen. Zo’n 95 procent van de Nederlanders die nog nooit in Rusland zijn geweest, hebben hun oordeel al klaar: “Het land deugt niet.” Het is bijna onmogelijk daar enige nuance in aan te brengen. Het is het gevolg van een jarenlange, dagelijkse stroom aan propaganda.

Op 18 maart kiezen de Russen een nieuwe president. Er zijn 14 kandidaten. Maar het wordt zo goed als zeker opnieuw Vladimir Poetin. Hoe kan dat? Jij verklaart Poetins populariteit uit de orde die hij heeft aangebracht in de chaos die zijn voorganger Jeltsin had aangericht in de jaren negentig. Toch is er de afgelopen jaren veel onvrede ontstaan over de toenemende sociale ongelijkheid, de dalende levensstandaard en diverse verkiezingen die oneerlijk zouden zijn verlopen. Hoe kan het dat geen van de kandidaten die het opneemt tegen Poetin er in slaagt daar politieke munt uit te slaan?

Dat is omdat de Russen het idee hebben dat geen van die kandidaten een plan B heeft, een geloofwaardig alternatief biedt voor de huidige koers van de regering. Bovenal zijn de Russen bang voor de zoveelste revolutie. Met het wildwest-kapitalisme van de jaren negentig nog vers in het geheugen zitten ze niet te wachten op een nieuw experiment. Ze kiezen voor safe. Voor zover ze ontevreden zijn en hopen op verbetering is die hoop niet gevestigd op andere politici maar op de huidige machthebbers.
Daar komt bij dat de meeste Russen helemaal niet geïnteresseerd zijn in politiek. Een praatcultuur zoals bij ons in Nederland, over ‘wat wil Pechthold’, ‘wat doet Rutte’ en ‘wat vinden we van Ollongren’, kennen ze daar helemaal niet. Ik zie het althans heel weinig in mijn omgeving: mensen uit de middenklasse en studenten aan de universiteit.

Al die demonstraties in Rusland lijken een ander beeld te geven. Volgens Ruslandkenner Bas van der Plas, die een aantal van die demonstraties bezocht, nemen ze al sinds enige jaren in aantal en omvang toe.

Ik herken dat niet. Op die demonstraties in Moskou en Sint-Petersburg wordt altijd flink ingezoomd, zodat het lijkt alsof ze heel groot zijn. Maar in werkelijkheid lopen er dan maar iets van 8000 mensen door de straten. Zet dat tegenover het inwonertal van Moskou: ruim 12 miljoen.

Je schrijft in jouw boek dat er in 2012 zoveel protestmarsen waren in Moskou dat het verkeer ernstig belemmerd werd, en je regelmatig te laat kwam op jouw afspraken.

Het leek toen inderdaad een doorgeslagen protestmaatschappij. Op de ene hoek stonden jonge anarchistische neo-bolsjewieken te protesteren en op een andere hoek aanhangers van Poetins partij Verenigd Rusland. Een paar stoplichten verder gingen veertig bejaarden met vlaggen van hamer en sikkel de straat over, om vervolgens bij de Doema op een protestmars van een anti-WTO beweging te stuiten. Het verkeer werd daardoor ernstig belemmerd.

Sinds een paar jaar moet je daarom een vergunning aanvragen voor demonstraties. Ik snap niet waarom wij daar in het Westen over vallen. Dat is bij ons toch ook normaal? Bij ons moet je toch ook een vergunning aanvragen om in protest de straat op te gaan? Soms krijg je zo’n vergunning niet, en als je dan toch gaat demonstreren, maakt de politie er een einde aan.

Poetin is, in tegenstelling tot zijn tegenkandidaten, iedere dag op televisie te zien. Dat zorgt er voor dat zijn populariteit groot blijft.

Die tegenkandidaten mogen van mij vaker op televisie, maar ik denk niet dat ze daarmee hun kansen vergroten. Ook bij de meeste Russen die buiten Rusland wonen is Poetin heel populair.

We horen in het Westen veel over Aleksej Navalny, die niet mee mag doen aan de verkiezingen en al een paar keer in de gevangenis is beland.

Drie jaar geleden zag ik nog wat in hem. Ik dacht: “Die doet tenminste wat. Hij heeft een leuke uitstraling. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie Russen.”

Maar inmiddels is hij op de populistische toer gegaan, en roept nu dingen als: “Als ik president van Rusland wordt, dan gaan alle tsjorni, alle zwarten eruit.” (Tsjetsjenen en mensen uit de Aziatische voormalige sovjet-republieken, EvdB) Vergelijk dat met het beleid van de Russische overheid van de afgelopen tien jaar. Om het fundamentalisme onder moslims tegen te gaan is er flink geïnvesteerd in onderwijs, en ook in de ‘onderbuik van Rusland’, in de economieën daar, van de deelrepubliek Tsjetsjenië tot en met de buurlanden Kazachstan, Oezbekistan en Tadzjikistan.

Een andere presidentskandidaat waar we in het Westen veel over horen is tv-persoonlijkheid Ksenia Sobtsjak. Het NRC suggereert dat zij een verlengstuk is van Poetin en meedoet om de verkiezingen meer aanzien te geven en ook om stemmen bij de liberale partijen weg te kapen. Hoe zie jij haar kandidatuur? 

De reden dat de Westerse media haar afschilderen als een beschermeling van Poetin is omdat hij een student is geweest van Sobtsjaks vader, toen die professor was aan de Universiteit van Leningrad. En ook omdat Poetin in 1999 als premier een einde maakte aan het corruptieonderzoek dat tegen haar vader liep. Maar ik zie niet hoe Poetin belang heeft bij de kandidatuur van Ksenia Sobtsjak. Geen van de andere liberale kandidaten vormt een bedreiging voor Poetins herverkiezing. Ook Sobtsjak maakt geen enkele kans. De Russen zien haar als talkshowpresentatrice en glamourgirl. Iedereen die weet wat ervoor nodig is Rusland te besturen lacht om haar kandidatuur. Ze heeft geen enkele bestuurlijke ervaring. Ze heeft zelf ook al aangegeven dat ze weinig kans maakt Poetin op te volgen. De reden waarom ze dan toch meedoet? Ze staat graag in de belangstelling. En misschien ook om te kijken hoever ze komt. 

Jij zegt: ‘Wij wanen ons in het Westen superieur aan Rusland.’ Zijn er zaken waarvan jij zegt: Wij kunnen nog een voorbeeld nemen aan Rusland?

Op zaterdagavond lijkt het hier in de binnenstad van Arnhem een sport te zijn zoveel mogelijk MacDonalds-zakken en Coca Cola-flessen op straat te gooien. Als je op zondagochtend door de stad loopt is het een grote ravage. In Rusland zal je zoiets nergens zien. Mensen spreken elkaar er op aan dat het not done is je afval op straat te gooien.

Ik zie daarnaast dat het de norm is in Rusland om niet al te luidruchtig te praten in publieke ruimtes, zoals in restaurants, op vliegvelden, op scholen, in de metro, op vergaderingen. Dreinende peuters worden terecht gewezen. In de metro zie je jonge mensen opstaan voor ouderen en heren voor dames.

In Nederland leggen wij dat negatief uit. We zien het als een achteruitgang dat de Russen conservatiever en patriottischer worden, het gezinsleven voorop stellen en dat de kerk weer een grotere rol gaat spelen. Maar ik ervaar het als een verademing de mensen zo te zien knokken voor beschaving. Ze doen hard hun best om, na de ellende van het communisme en de chaos van de jaren negentig, hun land weer op de rails te krijgen.

Andere zaken waar we in Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen?

De Russen zijn er trots op dat hun land geen noemenswaardige staatsschulden meer heeft. Dit in tegenstelling tot de megaschulden van de VS en de EU.

De Russen zijn ook erg gesteld op hun cultuur. De theaterzalen zitten avond na avond bomvol. Ze zijn trouw aan hun tradities, zoals Internationale Vrouwendag. Dan komt meneer Grolsch naar mij toe en die vraagt: “Wat moet ik daar toch mee? Dan wordt er zeker weer van mij verwacht dat ik aan de vrouwelijke medewerkers rozen uitdeel en gedichten van Tolstoi?” Dan zeg ik: “Dat is wel de manier om uw waardering te tonen aan de vrouwen hier, en als u daar in meegaat, dan geven ze u het beste wat ze te bieden hebben.” Maar dan zegt meneer Grolsch: “Ik wil helemaal niks met cultuur, ik wil dat het personeel mij helpt de omzet te versnellen.”

Daar gaat het dus mis tussen de Russen en de Nederlanders. Zij willen gewaardeerd worden om hun eigen identiteit, en wij kunnen daar maar geen begrip voor opbrengen.

Hoe is de positie van de vrouw in Rusland?

Aan de ene kant ongeëmancipeerd. Je ziet weinig mannen achter een kinderwagen lopen of een aardappeltje meeschillen. Maar aan de andere kant is de Russische vrouw veel geëmancipeerder dan de Nederlandse. In Rusland zitten er veel meer vrouwen op topfuncties. Dat is een erfenis van het communisme. De Russische vrouw is al decennialang hoogopgeleid. Ze heeft recht op een zwangerschapsverlof van een jaar en de garantie dat ze bij terugkeer op haar werk weer aan de slag kan in haar oude functie.

Wat heb jij met Catharina de Grote? Jij verbeeldt haar in jouw solovoorstellingen, en er staat een borstbeeld van haar in jouw Rusland & Oost-Europa Academie.

Er is veel dat ik in haar herken. Zij was een vrouw die leefde tussen twee culturen, de westerse en de Russische. Van Duitse prinses werd ze tsarina van Rusland. Zij stuitte op veel onbegrip van westerse tijdgenoten als Voltaire en Montesquieu, die vonden dat ze het land waarover ze regeerde niet snel genoeg hervormde. Dan schreef ze teleurgesteld: “Die filosofen en politici zitten daar in hun westerse studeerkamers en chique paleizen, en dan denken ze dat ze mij kunnen vertellen hoe ik van Rusland in een paar jaar een Europees land moet maken. Ze hebben geen idee van het grote verschil in cultuur en mentaliteit.”

Ik ervaar dat net zo. Dan zie ik zo’n Frans Timmermans, of in de VS Hillary Clinton. Het zijn geen grote filosofen als Voltaire en Montesquieu, maar ze zijn even betweterig. Ze eisen van de Russische regering dat die het land à la minute omtovert in een democratie naar westers model. Ik kan mij daar flink aan ergeren. Dat heb ik gemeen met Catharina.

Jij stelt dat Poetin een enorme populariteit geniet bij Russische vrouwen. Hoe verklaar je dat?

Het is waar. Ik schat zijn populariteit bij vrouwen op 82 procent, uit alle lagen van de bevolking, van jong tot oud. Ze hangen aan Poetin. Heel apart. Ik vraag wel eens aan de vrouwen die ik ken, bij de Rotary, in het orkest waar ik speel en op de universiteit. “Wat zien jullie toch in die man?” De antwoorden die ik dan hoor komen meestal aardig overeen: “Hij drinkt en rookt niet, hij sport, hij is een patriot, hij wil het beste voor Rusland, hij heeft ons uit de ellende geholpen en heeft ons land weer op de kaart gezet.”

Ik zeg wel eens grappend tegen mijn studentes: “Prima als je hem zo’n goede president vind. Maar je moet geen Poetin t-shirt aantrekken, want dan ga ik gillen.”


Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

“De Russische media zijn zeer divers”

Russische opinieleiders die het opnemen voor Vladimir Poetin zijn een zeldzaam verschijnsel in de Westerse media. Dmitry Babich, een zelfverklaarde ‘linkse conservatief’, behoort tot dit illustere gezelschap. Als politiek analist van Sputnik International (voorheen radiozender Voice Of Russia) is hij te zien geweest bij de BBC, CNN, Al Jazeera en ook de NOS, in actualiteitenrubriek Nieuwsuur. Babich zegt dat hij zijn meerderen nooit vooraf op de hoogte stelt van zijn buitenlandse tv-optredens. Ook gaat hij er prat op dat hij nooit met dubbele tong spreekt. Russen of niet-Russen, hij stemt zijn opinies niet af op zijn gehoor.

Novini nodigde Dmitry Babich uit voor een gesprek over de Russische media, met als deelonderwerpen: Russisch nepnieuws; de maatregelen die de VS hebben getroffen tegen RT en Sputnik; het geweld tegen Russische journalisten; en de blijvend lage ranking van Rusland in de persvrijheidsindexen.

U staat op de loonlijst van Sputnik. Zowel Sputnik als RT ontvangen financiering van de Russische staat. Ze worden in het Westen beschuldigd van propaganda. Hoe kijkt u daar tegenaan? [1]

De reden dat invloedrijke personen in het Westen zo kwaad zijn op RT en Sputnik is dat wij de westerse media te kijk zetten, meestal ook nog gebruik makend van citaten opgetekend uit diezelfde westerse media. In feite observeren wij de observator. En wij zetten die observator te kijk als vooringenomen en misleidend.

Verder moeten degenen die ons beschuldigen van propaganda eerst maar eens met bewijzen komen dat wij de zaak bedriegen.

Misschien zetten RT en Sputnik de werkelijkheid een beetje naar hun hand door sommige zaken consequent wel te melden en andere niet?

Elk nieuwsmedium is in zekere zin selectief, en dat kan ook niet anders omdat je niet al het nieuws en alle opinies kunt brengen die er zijn. Maar RT is duidelijk minder selectief dan de Westerse media. Zo worden representanten van het pro-Amerikaanse Moscow Carnegie Center wel aan het woord gelaten bij RT, terwijl het onvoorstelbaar is dat CNN zendtijd geeft aan Rusland-sympathisanten uit de VS.

Maar u bent wel op CNN te zien geweest.

Ik ben geen Rusland-sympathisant uit de VS. Ik ben een Rus, wonend in Rusland, geen Amerikaan. Maar inderdaad, ik ben op CNN geweest. Eén keer. Vier jaar gelden, en niet als iemand die de andere kant van het verhaal mocht belichten.

Hoe was het om te gast te zijn in het programma Nieuwsuur?

De eerste keer was één of twee dagen na de ramp met MH17. De interviewer sprak daarover alsof het 100 procent zeker was dat het vliegtuig was neergehaald door Russen of hun handlangers in het gebied, en dat het allemaal de schuld was van Poetin. Mijn pogingen hem er op te wijzen dat het niet alleen de schuld kon zijn van Rusland werden afgedaan als ‘pro-Poetin talk’. Ik was bijna in tranen toen. Niet alleen vanwege de manier waarop ik werd aangesproken, maar ook omdat de ramp zelf mij heel erg aangreep.

Toen de redactie mij daarna nog een keer vroeg, heb ik toegezegd op voorwaarde dat ik op een beleefde manier bejegend zou worden.

Terug naar RT en Sputnik. RT wordt in de Westerse media vaak genoemd in verband met nepnieuws over een Russische jongen die gekruisigd zou zijn in Oekraïne, en een Russisch meisje dat verkracht zou zijn in Duitsland door vluchtelingen.

Ten eerste zijn die verhalen niet de wereld ingeholpen door RT, maar door de Russische tv-zender Kanaal 1. En ten tweede heeft Kanaal 1 die verhalen niet gebracht met de bedoeling het publiek te misleiden, maar omdat ze dachten dat ze echt waren.

Ik vind het niettemin onprofessioneel van Kanaal 1 dat ze een verhaal zoals dat over de gekruisigde jongen niet hebben geverifieerd voordat ze het uitzonden. Maar in de Westerse pers wemelt het van dat soort verhalen. Neem Omran, het bloedbevlekte jongetje uit Aleppo. Er is geen tv-zender in het Westen die daar geen beelden van heeft uitgezonden, en steeds met de onderliggende boodschap: Kijk eens hoe barbaars de Syrische en Russische luchtmacht tekeer gaan boven Aleppo. RT spoorde Omran en zijn vader op en het bleek dat het hele verhaal nep was, en in scene was gezet door de grote favorieten van het Westen in Syrië, de zogenaamde Witte Helmen, die trouwens op zichzelf al een neporganisatie zijn.

Terwijl Rusland zich met RT en Sputnik richt op een Westers publiek zijn de VS na afloop van de Koude Oorlog nooit opgehouden met Voice Of America, Radio Free Europe en Radio Liberty.

Belastinggeld uit het Oosten en belastinggeld uit het Westen, een groot verschil nietwaar? Als ‘filantropen’ als George Soros bepaalde media financieren, dan kun je er ook zeker van zijn dat hij dit doet vanwege de belastingaftrek. Uiteindelijk wordt alles betaald uit de belastingkas.

De VS hebben recentelijk RT America aan banden gelegd, door ze onder meer te verplichten zich te laten registreren als ‘foreign agent’. Rusland heeft inmiddels tegenmaatregelen genomen.

De Russische Foreign Agent wetgeving uit 2012 is vooral een kopie van de American Foreign Agents Registration Act  uit 1938. De wet wordt gebruikt voor niet-gouvernementele organisaties, NGO’s, die politieke doeleinden nastreven en gefinancierd worden vanuit het buitenland. De Russische wet is nooit bedoeld geweest voor de media, en is er ook nooit voor gebruikt. Maar in de VS hebben ze nu besloten dat ze hun wet uit 1938 gaan gebruiken tegen RT en Sputnik. Met het gevolg dus dat Rusland hetzelfde gaat doen.

In de Westerse media wordt veel en vaak gesproken over de zogenaamde trollenfabriek in Sint-Petersburg, van waaruit het Westen wordt bestookt met nepnieuws, en discussies op sociale media worden beïnvloed.

Ik geloof niet in Russische trollenfabrieken, omdat het gewoonweg onmogelijk is dat die verantwoordelijk kunnen zijn voor de stortvloed aan lezersreacties op anti-Rusland artikelen zoals te zien zijn op zoveel verschillende buitenlandse websites. In tientallen verschillende talen ook nog.

Ik ben goed bekend met mijn collega’s van de Poolse afdeling van Sputnik, en ik weet daarom hoe moeilijk het is om in Rusland mensen te vinden die fatsoenlijk Pools spreken en schrijven. Maar toch tref je steeds weer honderden of duizenden reacties aan van verontwaardigde Poolse lezers op artikelen in de Poolse pers waarin gewaarschuwd wordt voor ‘het Russische gevaar’ of waarin nepnieuws over Rusland wordt opgevoerd, bijvoorbeeld over Russen die in 2010 het ongeluk met het presidentiële vliegtuig zouden hebben veroorzaakt door het vliegveld van Smolensk in de mist te zetten.

De Westerse media zijn van zichzelf al zo vooringenomen, tegenstrijdig, en vaak ook gewoonweg nep, dat er geen Russische trollen nodig zijn om dat aan het licht te brengen. Dat doet het publiek in het Westen zelf al.

Oppositiejournalist Oleg Kashin schreef onlangs in The Moscow Times dat de Westerse media niet langer een rolmodel zijn voor de onafhankelijke media in Rusland, vanwege het vervormde beeld dat Westerse journalisten schetsen van Rusland sinds anderhalf jaar.

Dat is zeker waar, maar de desillusie over de Westerse media ontstond al veel eerder. De Westerse verslaggeving van de oorlogen in Tsjetsjenië en Joegoslavië was zo bevooroordeeld en eenzijdig, dat journalisten en anderen in Rusland die in staat waren het Westerse nieuws te volgen teleurgesteld begonnen te raken. De openlijke steun van de Westerse pers aan de gewapende opstand in Syrië en aan het wrede nationalistische regime in Oekraïne heeft inmiddels voor iedereen in Rusland die toegang heeft tot het internet duidelijk gemaakt hoe ‘objectief’ de Westerse pers in werkelijkheid is.

De Russische media zijn ‘niet vrij’, volgens twee toonaangevende organisaties die overal ter wereld de vrijheid van pers meten. Wat vindt u van die kwalificatie?

Het is onmogelijk de vrijheid van pers te meten. Het is nepwetenschap.

Maar de Russische media zijn erg divers in vergelijking met de Westerse media. Wij hebben bijvoorbeeld kranten die steun betuigen aan de Westerse interventie in Syrië en die de Russische hulp aan de Syrische regering afwijzen. Grote kranten als Vedomosti, Kommersant en Nezavisimaya hebben dat voortdurend gedaan. Noem mij in Frankrijk of Groot-Brittannië een krant die schrijft: “We hadden Assad met rust moeten laten. We hebben er verkeerd aan gedaan ons met Syrië te bemoeien want door onze inmenging zijn er vele levens verwoest.”

Ander voorbeeld: Er zijn Russische kranten die volledig op de hand zijn van het regime van Porosjenko in Oekraïne. Zo noemde het weekblad Sobesednik de Maidan-coup van 2014 een ‘waardige revolutie’ en de milities in Donbass ‘criminelen’. Sobesednik is geen marginale publicatie. Het is een grote krant die je overal hier in Moskou in de kiosk kunt kopen.

Het idee dat de Russische pers niet vrij is lijkt erg te worden bepaald door berichten in de Westerse pers over geweld tegen journalisten.

De meeste moorden op journalisten in Rusland hadden van doen met het aan de kaak stellen van onoorbare praktijken van machtige lokale oligarchen, burgemeesters en gouverneurs, die onder Jeltsin als koningen regeerden. Onder Poetin hebben ze veel van hun macht moeten inleveren. De gouverneurs, en ook de burgemeesters, weten nu dat zelfs het geringste vermoeden van betrokkenheid bij moord het einde kan betekenen van hun carrières.

Er zijn dit jaar twee journalisten vermoord. In 2016 nul. Maar toch lijkt het de goede kant uit te gaan. Uit de cijfers van het Amerikaanse Committee To Protect Journalists (CPJ) blijkt dat er onder Jeltsin dubbel zoveel werd gemoord als onder Poetin. In het Westen lijkt iedereen juist te geloven dat juist Poetin de boosdoener is. Dat hij een moordgolf in gang heeft gezet.

De moordgolf op journalisten nam een aanvang onder Gorbatsjov. In de laatste jaren van de Sovjet-Unie werd er een privatisering in gang gezet. Dit creëerde een ‘markt’ voor moorden. Machtige clans raakten met elkaar slaags in de strijd om de controle over eigendommen, waaronder mediaconcerns.

Waarom denkt u dat er zo weinig moorden zijn opgelost?

Er zijn wel degelijk veel moorden opgelost. Het probleem is dat de Westerse media er niet over berichten als ze zijn opgelost of tot een veroordeling hebben geleid. Dat zou teveel in tegenspraak zijn met de leidende verhaallijn van het ‘wetteloze Rusland’. De moord op Anna Politkovskaya is bijvoorbeeld opgelost, de moordenaars zijn veroordeeld tot lange gevangenisstraffen, maar in het Westen leek niemand werkelijk geïnteresseerd.

Maar de meerderheid van de zaken is niet opgelost.

Ik ken de precieze statistieken niet. Over het algemeen is het moeilijk huurmoorden op te lossen. De moordenaars worden vaak weer door andere criminelen uitgeschakeld, en het is moeilijk te achterhalen wie opdracht heeft gegeven voor de moord. Zelfs als je de verdachte vindt, dan is het moeilijk diens schuld aan te tonen.

Radio-presentatrice en columniste Yulia Latynina, die onlangs uit Rusland is gevlucht omdat ze meermaals is aangevallen, verwijt de overheid een gebrek aan bescherming. Ze zegt: “Het is niet dat Poetin of het Kremlin achter dit soort aanvallen zitten. Ze knipogen naar degenen die ze organiseren.” 

Yulia Latynina had het aan de stok met bepaalde criminele elementen, die haar met stront besmeurden, onder het motto van: ‘We imiteren Latyninas manier schrijven over Rusland”.

Ik vind het walgelijk; ik kan dit soort acties niet goedkeuren.

Maar anders dan Latynina zou ik niet willen beweren dat de staat oppositiejournalisten in het geheel niet beschermt. Er zijn vele gevallen waarbij de daders van soortgelijke acties tegen bekende leden van de oppositie in de gevangenis belandden.

Het zijn steeds liberale journalisten die worden aangevallen. Wat drijft burgers die hiervoor verantwoordelijk zijn? Yulia Latynina zegt dat ze denkt dat de mensen niet echt kwaad zijn op haar. “Hun motivatie is dat ze groot willen worden in de ogen van Poetin.”

Ik deel die mening niet. Mensen zijn wel degelijk boos. Als je Echo Moskou aanzet, het ulra-liberale radiostation waar Latynina nog steeds haar wekelijkse programma presenteert, dan hoor je daar dat de Sovjet-Unie erger was dan Hitlers Duitsland; dat het in de genen van de Russen zit om te leven onder een dictatuur; dat de Russische president optrekt met moordenaars. Zulke uitspraken maken mij kwaad, omdat ze onwaar zijn en oneerlijk.

Russische liberalen worden in eigen land wel uitgemaakt voor ‘landverrader’. Waarom is dat?

Russische liberalen, zoals Vladimir Kara-Murza, spreken zich in het buitenland vaak uit voor hardere sancties tegen Rusland, omdat, zoals ze zeggen, “Poetins regime geen andere taal begrijpt.”

Voor veel kwaadheid zorgden ook liberalen die de slachting goedkeurden die het Oekraïense leger aanrichtte in Donetsk en Loegansk. De krant Sobesednik is daar een voorbeeld van. Er waren zelfs liberalen die zich vrolijk maakten over gesneuvelde Donbass-soldaten.

U erkent dat zowel liberalen als conservatieven zich schuldig maken aan haatzaaïerij, en het verontrust u dat de kloof tussen beide partijen alleen maar groter is geworden. Wat moet er gebeuren?

De meeste haatdragende taal komt van de ultra-liberalen[2] of van voormalige ultra-liberalen die, na de gebeurtenissen in Libië, Syrië en Oekraïne, gewoonweg zijn overgelopen naar het patriottische kamp. Zoals Vladimir Solovjov. Hij werkte lange tijd voor het ultra-liberale tv-station NTV onder de pro-Westerese oligarch Vladimir Goesinski. Daar leerde hij hoe je weg kunt komen met de ergste beledigingen. Van iedereen die tekeer gaat tegen Echo Moskou is hij de grofste.

Er zijn onder Poetin veel maatregelen genomen om de media aan banden te leggen. We hadden het net al over de ‘foreign agents’ wetgeving. Er is nu ook een wet die het aandeel van buitenlandse eigenaren in Russische mediabedrijven beperkt tot 20 procent.

Die wet is heel makkelijk te ontlopen, en dat gebeurt ook. Veel buitenlandse eigenaren maken nu gebruik van dekmantels. Ze betalen Russische bedrijven om zich voor te doen als eigenaar. Zo is het dagblad Vedomosti in Moskou begonnen als gezamenlijk project van The Wallstreet Journal en The Financial Times. Na de invoering van de nieuwe wet heb ik geen verschil waargenomen in de redactionele koers. Deze is nog steeds onversneden pro-Westers, en wie op dit moment de eigenaar ook moge zijn, de ultra-liberale invloed spreekt dagelijks uit de pagina’s.

The Moscow Times van Derk Sauer werk ook met een dekmantel. De krant staat geregistreerd in Nederland, maar wordt uitgegeven door het Russische Korsamedia.
Wat heeft de Russische overheid eigenlijk te vrezen van buitenlandse media-eigenaren? Vormen zij een bedreiging?

Het hangt er van af. Op dit moment niet. Maar in een bepaalde crisissituatie misschien wel. Het is nu al zo dat 80 procent van de Russische kwaliteitspers anti-Poetin is: Vedomosti, Kommersant, RBC, Nezavisimaya Gazeta, Novaya Gazeta, MK, Sobesednik, et cetera.

Op het moment dat president Viktor Janoekovitsj werd afgezet in Oekraïne, had hij 90 procent van de media tegen zich. Het probleem was dat Janoekovitsj zich nooit iets aantrok van wat de kranten over hem schreven. Hij dacht dat economie en diplomatie belangrijker waren. Dat was een grote vergissing.

De meeste Russen verkrijgen hun nieuws van tv-zenders die in eigendom zijn en onder controle staan van de staat. Dus wat valt er dan te vrezen van de oppositiekranten?

Ook op de staatszenders zijn er programma’s waarin kritisch gesproken wordt over de overheid en Poetin persoonlijk. De pro-westerse leider van de ultra-liberale partij Jabloko, Grigory Javlinski, sprak laatst nog 30 minuten aan een stuk op Kanaal 1 over zijn politieke programma en zijn kritiek op Poetins buitenlandpolitiek.

De staatszenders zijn wat dat betreft diverser dan de ultra-liberale pers, waar het anti-Poetin sentiment overheerst.

Verdenkt de Russische overheid buitenlandse NGO’s en media-eigenaren ervan aan te sturen op regime change?

De meeste oorlogen van de afgelopen twintig jaar begonnen als burgeroorlogen, die ontketend werden vanuit het buitenland. In zowel Syrië als Libië begon het met een opstand. Maar die opstanden van radicale soennieten waren aangezwengeld door Al Jazeera en werden daarna volop gesteund door de Westerse media. Met zulke voorbeelden voor ogen, moet je een idioot zijn om niet in te zien dat dezelfde tactieken van regime change ook op Rusland worden uitgetest.

Welke bewijs ziet u dat het Westen aanstuurt op regime change?

De voormalige Amerikaanse vice-president Joe Biden zei, tijdens zijn bezoek aan Moskou in 2010, dat hij niet wilde dat Poetin opnieuw president zou worden. Dit was een openlijke intentieverklaring. Tel daar de retoriek bij op van de  Russische media die onder controle staan van Amerikaanse en Europese eigenaren. Alles wijst op regime change-intenties.

 In 1996 werd president Boris Jeltsin herkozen met behulp van een Amerikaans campagneteam. Misschien dat dat nog een rol speelt in de argwanende manier waarop Russen kijken naar buitenlandse invloeden in hun land?

Het Russische volk is het niet vergeten, maar de belangrijkste rol werd gespeeld door corrupte Russen, de oligarchen die praktisch alle kranten in handen hadden. Jeltsin genoot in januari 1996 een waardering van 5 procent. Hij was zeer impopulair. De oligarchen besloten daarom hun krachten te bundelen en hun kranten aan het werk te zetten om Jeltsin herkozen te krijgen. En het lukte ze nog ook, met de hulp overigens van de buitenlandse media. Zoals een Franse journalist toen tegen mij zei: “In het Westen hebben we maar één kandidaat voor het Russische presidentschap: Jeltsin”.

Volgens hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times begeef je je in de gevarenzone als je aan de financiële belangen komt van Poetin en diens naasten. Toen journalisten van RBC een vriend van Poetin in verband brachten met de Panama Papers, kwam RBC in de problemen met de Belastingdienst, werd de hoofdredacteur ontslagen en werd directeur Derk Sauer opeens verdacht van aandelenfraude.

Het heeft RBC er niet van weerhouden door te gaan met het bekritiseren van Poetin. Als je kijkt naar RBC, maar ook naar Kommersant, Novaya Gazeta of Nezavisimaya Gazeta, dan zie zie je dat 50 procent van hun artikelen gaan over Big Money en Poetin of andere regeringsfunctionarissen. En dus is het wel degelijk mogelijk daar over te schrijven.

Kijk ook even wie de voormalige eigenaar is van RBC (de voormalige baas van Derk Sauer, EvdB): de miljardair Mikhail Prokhorov. Hij nam het op tegen Poetin tijdens de presidentsverkiezingen van 2012. Toch bleef de Westerse pers benadrukken dat RBC één van de laatste bastions was van de onafhankelijke journalistiek in Rusland.

Ik vind Prokhorov een cynische en verdorven man. U herinnert zich misschien dat hij in Frankrijk gearresteerd werd? Hij verkeerde in het gezelschap van zestien vrouwen. De politie verdacht hem ervan die vrouwen aan te bieden aan zijn vrienden. Na drie dagen werd hij weer op vrije voeten gesteld. Omdat hij tegen Poetin was, sloot de politie het onderzoek en werd hij door de Franse overheid onderscheiden met het Légion d’Honneur. Het zal waarschijnlijk de enige keer in de Franse geschiedenis zijn geweest dat iemand die er van verdacht werd pooier te zijn op zo’n manier werd geëerd.

Dus u denkt dat de publicatie over de Panama Papers niet heeft geleid tot de problemen bij RBC? Dat het allemaal toeval was?

De naam van Poetin komt helemaal niet voor in de Panama Papers. Alleen een vriend van Poetin, die cellist. Maar hij is niet dezelfde persoon als Poetin, en het is ook geen familielid van Poetin. Maar op de een of andere manier besteedde de Westerse pers, schrijvend over de Panama Papers, meer aandacht aan Poetin dan aan de Oekraïense president Porosjenko, wiens naam wel voorkomt in de Panama Papers omdat hij wel zijn geld op die rekeningen had staan. En niemand die hem vraagt wat hij doet met de pers in zijn land, die drastisch is veranderd onder Porosjenko. Het is in Oekraïne niet langer mogelijk iets positiefs te zeggen over Rusland. Ook is de journalistiek een gevaarlijk beroep  geworden in Oekraïne. Maar de Westerse pers blijft liever gefocust op de positie van journalisten in Rusland. Het lijkt ze niks uit te maken dat sinds Porosjenko aan de macht is er jaarlijks journalisten worden vermoord in Oekraïne.


[1] Nieuwsuur-presentator Eelco Bosch van Rosenthal kondigde vorig jaar Dmitry Babich aan tijdens een bijeenkomst in De Balie door te zeggen dat het onzinnig was te beweren dat RT een ‘propaganda-middel’ is. Zie videoregistratie vanaf de 38ste minuut.

[2] Dmitry Babich verstaat onder ultra-liberalen: neoliberalen. Hij prefereert de term ultra-liberalen, omdat volgens hem het belangrijkste kenmerk van het ultra-liberalisme niet is dat het ‘nieuw’ is maar ‘ultra’, een extreme vorm van liberalisme.

 

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on 2 Comments

“Beeld Nederlanders over Rusland zorgwekkend”

Eva Hartog staat sinds juli van dit jaar aan het hoofd van The Moscow Times van oprichter Derk Sauer, die de Engelstalige krant dit jaar onderbracht in een in Nederland gevestigde stichting. Met het aantreden van Hartog hield de papieren editie op te bestaan, maar met haar vier jaar ervaring als webeditor bij de krant is zij vastbesloten een succes te maken van de overgebleven online-versie.

Is het nog mogelijk een onafhankelijke krant te maken in een land waar de persvrijheid onder druk staat? Wat betekent dit voor de hoofdredactionele koers? Klopt het beeld dat Nederlanders hebben van Rusland? Zucht het Russische volk onder een dictatuur?

The Moscow Times is gevestigd op de bovenste verdieping van een hoog glazen kantoorgebouw, met uitzicht op een stadion in aanbouw voor het WK Voetbal dat volgend jaar in Rusland gehouden wordt. Eva Hartog zwaait er de scepter over een redactioneel team van jeugdige leeftijdgenoten.

Op de dag van interview gaat er een schok door journalistiek Rusland. Tatjana Felgenhauer, adjunct-hoofdredacteur en presentatrice van het radiostation Echo Moskou, wordt in haar nek gestoken, door een man, die later zou verklaren met haar in telepathisch contact te staan. De aangevallen presentatrice is inmiddels buiten levensgevaar, maar Eva Hartog moet nog bekomen van de schrik.

“Ik luisterde elke ochtend naar haar, al jarenlang. Ze is presentatrice bij een klein lokaal station, met een klein publiek. Ze vormt geen enkele bedreiging voor de georganiseerde misdaad of de autoriteiten. Het enige wat ze doet is een ochtendprogramma presenteren, waarin ze de actualiteiten bespreekt, op een stoute, brutale manier, met grapjes. Het feit dat zelfs zo’n journalist al niet veilig is, verlegt de grens.”

De aard van de dreiging voor journalisten is veranderd?

“Vroeger als je een stuk schreef over bijvoorbeeld de FSB of Poetin, dan wist je: ‘Het Kremlin komt achter je aan.’ Dat was niet fijn, want dan werd je doodgeschoten of in elkaar geslagen. Maar de thema’s kon je opnoemen, en je wist wie er achter de aanvallen zat. Dus als je werd doodgeschoten, zoals Anna Politkovskaya, dan wist iedereen meteen: ‘Dat heeft te maken met Tsjetsjenië.’ Dat maakt het niet beter, maar dat maakt het wel heel duidelijk. Wat er nu langzamerhand aan het gebeuren is: Het Kremlin houdt zich minder bezig met het bedreigen of erger van journalisten, maar ze tolereren wel dat andere mensen het doen. Dat betekent dat elke persoon die je tegen komt op straat een potentiële aanvaller is.”

Uit cijfers van het in New York gevestigde Committee To Protect Journalists blijkt dat onder Poetin het aantal vermoorde journalisten sterk is afgenomen. Maar nu zit de pers in Rusland dus met een ander probleem? Eenzame gekken die zich aangemoedigd voelen journalisten aan te vallen.

“In de Russische media is een beeld gecreëerd van mensen die patriottistisch en pro-Kremlin zijn, en aan de andere kant mensen die anti-Kremlin zijn en daarmee westers en vijanden van Rusland. Met het gevolg dat er vigilantes zijn gekomen, die, op eigen initiatief, alleen of in groepjes, achter mensen aangaan.”

Denk je dat het Kremlin het wel best vindt dat eenzame gekken de schrik er in houden bij de oppositie?

“De aanvaller van Tanja Felgenhauer was een psycho, maar het gebeurt wel allemaal in een setting waarin dat getolereerd wordt, zo niet aangespoord. De staat lijkt te zeggen: ‘Wij hebben er niks mee te maken.’

De journaliste die vandaag is aangevallen vormde geen enkele bedreiging voor het Kremlin. Maar de aanvallen op journalisten houden wel de schrik er in. Dit heeft zo zijn voordelen voor de overheid, omdat dat de controle over de media en daarmee de maatschappij versterkt.”

Er zijn geen politici die hun afschuw uitspreken over dit soort aanvallen?

“Dat is nog niet gebeurd. Het is ook geen nationaal thema. Over het algemeen zijn de mensen van de oppositie nichefiguren, dus met weinig naamsbekendheid. Ik denk ook dat, als mensen wel zouden weten over de aanvallen op journalisten, ze vaak hun schouders daarover ophalen, en bij zichzelf denken: ‘Die journalisten roepen het over zichzelf af. Het zijn foreign agents, gesponsord door de Amerikanen.’ Of: ‘Dan moeten ze maar niet dat soort dingen zeggen.”
(The Moscow Times meldde later dat Poetin zich had uitgesproken over de aanval op Felgenhauer, EvdB)

Is het terecht dat de Russen zich zorgen maken over de invloed van het Westen op hun media? Vanuit de VS en tal van Europese landen waaronder Nederland worden vele miljoenen aan belastinggeld besteed aan zogenoemde ‘onafhankelijke Russischtalige media’. Zo ging er Nederlands belastinggeld naar oppositiekrant Novaya Gazeta.

“Ik begrijp de zorgen die de Russen hierover hebben. Maar het is angst grenzend aan paranoia.”

Het is geen gerechtvaardigde angst? Wie de media heeft, heeft de macht.

“Als er een geopolitieke strategie steekt achter geld vanuit het Westen naar Rusland, dan ken ik die niet. Wat ik wel zie zijn kleine NGO’s en kleine mediabedrijven die niks met politiek doen, maar die wel getroffen worden door alle beperkende wetten en maatregelen van de laatste jaren. Zo is er het Levada Center, het enige onafhankelijke enquêtebureau dat we hier hebben, de Maurice de Hond van Rusland. Zij hebben het administratieve stempel gekregen van foreign agent , en dat alleen maar omdat zij mensen vragen naar hun mening over politieke zaken.”

(Met buitenlands geld gefinancierde politiek georiënteerde NGO’s in Rusland moeten zich sinds 2012 registreren als foreign agent. In de VS bestaat al sinds 1938 dergelijke wetgeving, EvdB).

Stel je voor dat de Russen in Nederland gaan doen wat de Nederlandse overheid in Rusland doet: Het financieren van een Nederlandstalige, ‘onafhankelijke’ krant. Hoe zouden onze politici en media reageren?

“Ik vind dat je die vergelijking niet kunt maken. Voor een krant in Nederland is het veel makkelijker om te blijven bestaan dan voor een krant in Rusland. Als jij in Rusland aan onafhankelijke journalistiek wilt doen, dan wordt dat heel lastig zonder hulp vanuit het buitenland. Waar moet je anders het geld vandaan halen? Er wordt in Rusland druk uitgeoefend op sponsors om geen advertenties te plaatsen in onafhankelijke mediabedrijven. Ik heb daar zoveel voorbeelden van gezien.
Als Rusland zich wil beschermen tegen buitenlandse beïnvloeding, dan is daar op zich niks mis mee, maar zorg dan voor een infrastructuur die onafhankelijke berichtgeving mogelijk maakt. En dat is juist wat er niet gebeurt. Door alle beperkende maatregelen van de afgelopen jaren wordt de civil society, het maatschappelijk middenveld, volledig kapot gemaakt.”
(Echo Moskou is in bezit van staatsbedrijf Gazprom, maar laat in uitzendingen regelmatig critici van de Russische regering aan het woord. EvdB)”

Jij stelt dat de Nederlandse en de Russische media niet met elkaar zijn te vergelijken. Maar ranking-organisaties als Reporters Sans Frontières en Freedom House doen dit wel. Ze plaatsen Nederland ergens bovenaan en Rusland nog onder de Verenigde Arabische Emiraten.

“Ik weet niet wat ik van zo’n ranking vind. Behalve dat ik het label ‘not free’ van Freedom House wel op de Russische pers van toepassing vind.”

Jij voelt je niet vrij om te schrijven wat je wilt? Vier jaar geleden plaatste The Moscow Times een artikel over een hond uit Oekraïne die op Poetin leek, met de foto’s  van de hond en Poetin naast elkaar. Dat moet je in Nederland eens proberen met het portret van de koning.

“Dat soort vrijheden heb je dan weer wel in Rusland. Het is niet het best gelezen artikel ooit, maar het komt dicht in de buurt. Het is minstens 200.000 keer gelezen. Nou zitten we bij The Moscow Times wel in een unieke positie. Wij schrijven in het Engels voor een buitenlands publiek. Je kunt dat niet vergelijken met de situatie van Russische journalisten. Ik heb er nog niet één ontmoet die zich vrij voelt. Dat er desondanks journalisten zijn die alles schrijven wat ze willen, bekent niet dat ze vrij zijn. Ze zeggen: ‘Ik zet mijn carrière of leven op het spel om dit te doen.’
Ik ken ook veel mensen die voor staatsbedrijven werken zoals RT en RIA Novosti. Die mensen weten beter dan wie ook hoe onvrij het systeem is. Ze zijn heel pragmatisch daarin. Ze denken: ‘Ik wil geld verdienen.’ En: ‘Het is niet mijn probleem.’
Als je in Rusland bij een oppositiemedium ontslagen wordt, dan zijn er misschien nog maar twee outlets waar je eventueel nog aan de slag kunt. Dat betekent in de praktijk meestal: einde journalistieke carrière. De oppositiemedia zoals Novaya Gazeta werken in hele kleine teams. Veel kans om daar aan de slag te gaan is er dus niet.”

Waar ligt de rode lijn? Waarover kun je wel berichten in Rusland? En waarover niet?

“Die rode lijn ligt in elk geval bij Poetin en zijn naasten. En dan moet het om geld gaan.”

Waar wil jij heen met de krant? Welke koers sla je in, nu de papieren krant is opgehouden te bestaan en je een vijandiger klimaat ervaart voor journalisten?

“De media in Rusland zijn sterk gepolariseerd geraakt. Je zit of aan de Kremlin-kant of in de oppositie. Waar ik het met Derk heel vaak over heb: Wij willen wat meer in het midden gaan zitten, naar een neutrale berichtgeving toe. Daarnaast willen wij in de opiniesectie een podium gaan bieden voor zowel pro-Kremlin-meningen als anti-Kremlin meningen. Dat bestaat nog niet hier. Als er iets gebeurt in Rusland, dan weet je al van te voren welke krant wat zegt en op welke toon. Zo mag je als je voor een oppositiekrant schrijft geen goed woord over Poetin zeggen of over de burgemeester van Moskou, die overigens Moskou heeft omgetoverd tot best een mooie stad. Zelfs dat zeggen is al heel erg controversieel. Want daarmee praat je Poetin goed. Dus kortom, je hebt geen genuanceerd debat omdat je positie moet innemen als krant. Wij proberen dat juist niet te doen.”

Wat was jouw beeld van Rusland toen je vier jaar geleden hierheen kwam? Jouw moeder is Russisch-Oekraïens. Speelde dat een rol?

“Totaal niet. Niemand gelooft dat, maar het is wel zo. Ik ben als standaard-Nederlander naar Rusland gekomen vanuit het idee: ‘Het is hier gevaarlijk en ze lopen achter in hun opvattingen’. Ik ben daar veel zachter en genuanceerder in geworden. Dat heeft Rusland met mij gedaan, niet mijn moeder.
Ik kwam in 2013 naar Rusland, en wat een feestelijk Nederland-Ruslandjaar had moeten worden, liep volledig uit de hand. De Russische marine die het Greenpeace-schip Artic Sunrise enterde, de aanval op de adjunct van de Nederlandse ambassadeur. Er ging van alles mis. Ik heb toen meteen mee kunnen maken hoe aan beide kanten bericht werd. In Rusland was het pure propaganda. Maar wat ik in Nederland teruglas verbaasde mij heel erg. Dat heeft mij wel uit de droom geholpen dat wij aan totaal neutrale journalistiek doen in Nederland.”

Wat ontbrak er aan de Nederlandse berichtgeving over Rusland?

“Ik zag weinig nuance en kennis. Het was een beetje plat. En het werkt nog steeds zo. Volgens mij is dat niet bewust. Maar ik zie vaak weinig van Rusland terug in de berichtgeving. Ik geef op verzoek soms korte praatjes voor groepen Nederlanders die hier naartoe komen, en ik krijg soms ook vrienden en familie op bezoek. Iedereen blijkt dan heel erg verbaasd over hoe Moskou er uitziet, hoe de Russen zijn als je met ze praat over de politieke situatie. Dat zijn allemaal mensen die de Volkskrant of het NRC lezen, het Nederlandse nieuws goed volgen. Zeg maar: de intellectuele elite van Nederland. Hun beeld van Rusland blijkt heel erg af te wijken van wat Rusland werkelijk is, of in elk geval zoals ik Rusland ervaar. Het is voor die mensen bijna een shock Rusland zelf te ondergaan. Ze merken al snel dat er hier ook nuance is, dat hier ook debat bestaat en dat het hier geen primitieve dictatuur is. Ik vind dat zorgwekkend, want dan doe je als krant of televisieprogramma je werk misschien niet goed genoeg. Dan ontbreekt in elk geval een deel van het verhaal. Dat andere deel is heel belangrijk, want anders zal je het nooit snappen. Het blijft dan een mysterie waarom Poetin doet wat hij doet, en waarom mensen hem zo massaal steunen.”

De Russen lopen weg met Poetin omdat de armoede en chaos die ze meemaakten onder Jeltsin nog vers in het geheugen liggen?

“Absoluut. Met Russen sprekend over hun geschiedenis, gaat het altijd gelijk over de jaren negentig, en verder terug gaat het eigenlijk niet. De totale instabiliteit,  de hyperinflatie, geen eten, de bloeiende misdaad, ergens op straat iets moeten verkopen terwijl je eigenlijk academicus bent, de oligarchen die alles naar zich toetrokken. Dat gefaalde experiment van de jaren negentig is bepalender voor hoe mensen nu over de politiek denken dan de ervaring met het communisme. Wij kunnen ons dat in Nederland misschien niet voorstellen, maar het is wel zo.”

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

Gifgasaanvallen: Westerse media zijn doorgeefluik Al Qaida

Toch merkwaardig, telkens wanneer er een cruciale stap gezet wordt in het diplomatiek ontwarren van de complexe oorlog in Syrië gebeurt er iets schokkends dat de vooruitgang teniet doet of dat poogt te doen. Nu kwam dit nieuws over de gifgasaanval bij Khan Sheikhoun bijna vlak na de officiële beslissing van de Amerikaanse regering om Assad de facto te erkennen. Met op datzelfde ogenblik ook een conferentie in Brussel over zogenaamde Europese hulp bij de wederopbouw.

Waarbij de EU zich in een publieke verklaring nog wel tegen de Syrische president keerde maar voor het eerst openlijk stelde dat het Syrische volk zelf moet beslissen wie hun president wordt. Met andere woorden: De Syriërs mochten van de arrogante EU zelf ook Assad kiezen. Hoe genereus toch! Voor de EU een zoveelste draai richting een oplossing van die oorlog.

Shajul Islam

En ditmaal is dit nieuwe obstakel naar vrede niet het gevolg van nog maar eens een uit Qatar komend rapport over de regering Assad van Human Rights Watch of Amnesty International. Neen, het is weer een vermeende gifgasaanval, ditmaal dus in de stad Khan Sheikhoun

Een plek gelegen in de provincie Idlib en vlakbij de provincie Hama waar een twintig kilometer verderop dit ogenblik hard wordt gevochten. We kregen hier dus een herhaling van de eerdere gifgasaanval van 21 augustus 2013 vlakbij Damascus in Oost-Ghouta.

Het nieuws live op de sociale media en in de journaals werd gebracht door een daar in Khan Sheikhoun actieve dokter genaamd Shajul Islam, een man die vlekkeloos Brits Engels sprak en ons vertelde over de aanval met gifgas door de Syrische luchtmacht, die als we hem en zijn vrienden moeten geloven resulteerde in bijna honderd doden en een groot pak gewonden.

Shajul Islam maakte als eerste de zaak van de gifgasaanval in Khan Sheikhoun openbaar. Maar hoe geloofwaardig is dit verhaal komende van een Britse Syrië-strijder actief in het land van al Qaida?

Al onmiddellijk na deze aanval met chemische wapens liet Shajul Islam de wereld weten dat het Syrische leger gifgas had gebruikt. En de media en de westerse regeringen geloofden zijn verhaal als ware het een evangelie. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson beaamde het zelfs al diezelfde dag: Dit was voor hem en zijn regering een zoveelste oorlogsmisdaad van Assad.

Veel vragen stelde men niet en snel klonk het unisono: Dit was het werk van, dixit de westerse media, de brutale dictator en slachter van Syrië Bashar al Assad. Zich afvragen wie er baat had bij die heisa rond die gasaanval hoefde niet.

De vraag of dit voor het Syrische leger militair zinvol was opperde men evenmin. En vragen of dit misschien wel eens een provocatie, een ‘false flag’, van al Qaida kon zijn was er evenmin bij. Barbertje moet hangen. Erg simpel.

Shajul Islam, uw vriendelijke Salafistische dokter, volgens het Britse gerecht specialist in het kidnappen van o.m. journalisten en het plegen van terroristische activiteiten. In 2013 en 2014 voor de pers een groot monster, nu de held in diezelfde media. Niets toont beter de algehele onbetrouwbaarheid van onze kranten dan de transformatie van deze ‘dokter’.

En dus deed men ook in de pers geen onderzoek naar wie Shajul Islam precies is, die Britse dokter in oorlogsgebied en actief in door al Qaida gecontroleerd territorium. En de reden waarom niemand die vraag stelde blijkt vrij snel logisch te zijn. De man is immers een van de paar duizend Britse Syrië-strijders die er aan de zijde van al Qaida of een van die andere Salafistische terreurgroepen vechten.

En dus is het voor onze media en regeringen best om daar geen vragen bij te stellen. Het zou immers de geloofwaardigheid van zijn verhaal zo doen instorten. En een onderzoek zou nochtans erg simpel zijn en snel gaan, men moest maar het eigen krantenarchief raadplegen. Shajul Islam is immers een in Londen opgeleide arts die in de Britse pers in het verleden een zeer slechte reputatie bijeen wist te sprokkelen.

Ontvoeringen

In oktober 2013 werd hij immers bij zijn terugkeer uit Syrië op de luchthaven van Heathrow gearresteerd wegens zijn betrokkenheid bij de ontvoering in de periode van 17 tot 26 juli 2013 van de persfotografen John Cantlie en Jeroen Oerlemans (1). Ultrasnel en reeds op 11 november 2013 klapte de zaak voor de rechtbank in elkaar. Officieel wegens een gebrek aan getuigen. Maar was dat de echte reden?

John Cantlie zat toen in november al opnieuw gevangen, ditmaal bij ISIS. En Jeroen Oerlemans (2) leek wel met de noorderzon verdwenen. En omdat beide getuigen niet kwamen opdagen stopte het openbaar ministerie eigenaardig al na enkele weken de zaak.

Een van de argumenten voor de rechtbank van Shajul Islam was dat hij er als dokter alleen humanitair werk deed en de Britse regering de zaak van de Syrische jihadisten ook voluit steunde.

Wat natuurlijk klopte want tot dan had de Britse regering zelfs nooit opgetreden tegen die stroom van salafisten die richting Syrië trok. En hij zal dat argument ook gebruiken in een uitgebreid interview met Bilal Abdul Karim, de met al Qaida verbonden journalist van On the Ground News (OGN) (3).

In dat interview geeft hij trouwens toe dat hij betrokken was bij die ontvoering maar dan als dokter om hen te verzorgen. De barmhartige Samaritaan dus. Tijdens dat recent gehouden gesprek doet hij ook het verhaal over hoe de Britse regering massaal Belgische FAL’s van FN leverde aan die jihadisten, en dus ook aan al Qaida. Een ongeprovoceerde daad van oorlog tegen Syrië vanwege de Britse regering en dus een oorlogsmisdaad.

ISIS en James Foley

De gids van de twee fotografen kon later echter ontsnappen en de buitenwereld verwittigen waardoor ze na een vuurgevecht vrij raakten. John Cantlie was nadien zeer negatief over de houding van de Britse dokter die hem verzorgde van de schotwonden die hij bij zijn ontvoering had opgelopen. Daar ze geblinddoekt waren wist hij echter hun identiteit niet. Hij wist alleen dat het er enkele tientallen waren, in essentie buitenlanders.

In 2014 was er in het Verengd Koninkrijk en de VS een vermoeden dat Razul Islam, broer van Shajul, de man was die James Foley had vermoord. Mogelijks is deze foto echter een enscenering en gebruikte men een green screen effect om de waarheid te verhullen.

Razul en Najul Islam, zijn broers, zijn volgens de Britse pers intussen ook in Syrië of Irak. Daarbij zou Razul de kant gekozen hebben van ISIS. Britse en Amerikaanse veiligheidsdiensten vermoedden trouwens dat Shajul Islam meer wist over de ontvoering en onthoofding door ISIS van journalist James Foley. (4) (5) Men dacht trouwens dat Razul Islam wel eens de moordenaar zou kunnen zijn.

Shajul Islam werd op 13 november 2016 door de Britse Medical Association zelfs van de lijst van geneesheren geschrapt. Van de traditionele media legde de voorbije weken alleen de Londense Times de link van Shajul Islam met die eerdere terreurverhalen. De rest zweeg, van The Telegraph over The Guardian tot The Sun. Ook de BBC hulde zich in geheel stilzwijgen. De burger mocht het niet weten!

Het is alsof Salah Abdeslam op TV dit verhaal zou brengen en al onze media over zijn verleden zouden zwijgen. Het klinkt schokkend maar is een feit en het toont hoe de Britse klassieke media vals spelen en gewoon instrumenten zijn van het Britse buitenlandse beleid. Voor dit verhaal over Shajul Islam diende men elders bij alternatieve media en RT te zoeken waaronder ook bij Breibhart trouwens (6).

Uit zijn twitteraccount (7) blijkt trouwens dat Shajul Islam in contact staat met de Britse ngo One Nation, een islamitische hulporganisatie met adressen in Leicester en Batley. Via deze kan men voor zijn werk (en dat van al Qaida?) stortingen doen.

Op 1 april, vier dagen voor die vermeende gifgasaanval, bleek die ngo trouwens tien gasmaskers aan hem te hebben geleverd. Naast dan Artsen Zonder Grenzen die er die dag ook leverde. Allemaal juist op tijd voor de Grote Dag. Toeval? Wie gelooft dat?

Helderziende Feras Karam

Het verhaal van Shajul Islam is echter verre van de enige reden waarom er hier aan dit gifgasverhaal een geurtje hangt. Zo is er natuurlijk het feit dat dit gebied bezet wordt door al Qaida en zij dus qua informatie alles onder controle heeft. Wat een normaal mens toch achterdochtig moet maken en veel vragen zou moeten doen stellen.

De journalist Feras Karam, sterreporter van de televisiezender Orient News, een vanuit de Verenigde Arabische Emiraten opererende jihadistennieuwszender, wist al op 3 april te melden dat er op 4 april een luchtaanval met gifgas ging plaatshebben. En dit niet met raketten of granaten maar dus zelfs met een luchtbombardement. Een slimme jongen die Feras Karam.

Zo is er ook nog de tweet van een zekere Feras Karam, een topreporter van Orient News, een jihadistische propagandazender die werkt vanuit de Verenigde Arabische Emeritaten. Deze Feras Karem wist op 3 april om 17 uur fier te melden dat men de volgende dag in de provincie Hama, dus vlakbij Khan Sheikhoun, een reportage gaat maken over het gebruik van chemische wapens daar. Vreemd want er waren hier tot dan nog geen dergelijke verhalen te horen.

Een helderziende man dus die zelfs wist dat er een luchtaanval ging plaatshebben met gifgas. Wat later wordt dat dan bij een volgende tweet een verhaal over chloorgas. De echtheid van die tweets worden ook door niemand betwist.

Wel worden ze zoals steeds door de massamedia doodgezwegen. Het is een traditie. Maar wie dit koppelt aan de op 1 april toegekomen zending van een set gasmaskers krijgt inderdaad de indruk dat die jihadisten wisten dat er wat stond te gebeuren.

Feras Karam is de man die in februari dit jaar op zijn zender Orient TV het verhaal bracht dat president Bashar al Assad zeer zwaar ziek in een hospitaal lag, dat er in Damascus een staatsgreep bezig was en dat Iraanse en Russische troepen daarbij met elkaar slaags waren geraakt (8). Een typevoorbeeld van wat men tegenwoordig met een modewoord ‘fake news’ noemt. Oorlogspropaganda dus.

Ondanks die duidelijke tekenen dat men hier dus zeer voorzichtig moest zijn met dit verhaal over Khan Sheikhoun, rees er op dag twee, de kranten van 6 april, geen enkele twijfel meer, de ‘bloeddorstige dictator’ was nog maar eens schuldig aan het gebruik van gifgas, hier sarin.

Khan al Asal

En ook de Westerse regeringen, veelal de ‘Internationale Gemeenschap’ genoemd, volgden uiteraard die visie. Overal van Brussel over Canberra tot Washington en de lakeien in Londen klonk het woord oorlogsmisdaden.

Met dus als eerste Boris Johnson, de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Diezelfde man die tot kort voor hij minister werd opriep tot militaire steun aan Assad en er op het Londense Trafalgar Square zelfs actie voor voerde (9). Waarbij het opvalt hoe de massamedia voor zover geweten zwijgen over die grote kloof tussen zijn optreden toen hij nog Londens burgemeester was en nu. De man mist dan ook elke geloofwaardigheid. En niet alleen hier.

Boris Johnson, minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk. Vorig jaar als burgemeester van Londen een fervent verdediger van Bashar al Assad. Nu ziet diezelfde Boris Johnson Assad als de grootste crimineel mogelijk. Maar wie in ‘s hemelsnaam neemt deze man serieus?

Uiteraard is dit niet het enige verhaal over chemische wapens in deze oorlog. De eerste aanval met chemische wapens had plaats op 19 maart 2013 vlakbij Aleppo in het stadje Khan al Asal en resulteerde volgens de regering in 25 doden en 110 gewonden, allen soldaten en burgers in een op dat ogenblik nog door de regering gecontroleerde plaats.

Dit gebied werd toen aangevallen door salafistische terreurgroepen en op het ogenblik dat de VN-missie van Ake Sellström met haar onderzoek begon was Khan al Asal al veroverd door die salafisten. De jihadisten beweerden daarbij dat dit sarin door de Syrische luchtmacht was gebruikt. Behoudens hun beweringen leverden zij hiervoor echter geen bewijzen.

De jihadisten en gifgas

Onderzoek van 21 tot 23 augustus 2013 door de VN-missie bewees volgens de VN echter het gebruik van sarin op de slachtoffers. Wat bijna zeker aantoont dat al Qaida en haar bondgenoten hier sarin gebruikten.

Dit gifgas was voorheen in december 2012 door de verovering van de vlakbij Khan al Asal gelegen legerbasis Sheikh Suleiman, alias basis 111, in het bezit geraakt van een grote hoeveelheid chemische wapens waaronder sarin. (10)

Alhoewel men ook nu nog in onze media, de ngo’s en de Westerse regeringen straal blijft ontkennen dat al Qaida over sarin beschikt zijn de aanwijzingen hiervoor vrij groot. Zo is er de toch officiële brief van Ban Ki-moon, de vorige secretaris-generaal van de VN, dat men obussen met sarin ontdekte bij die terreurgroepen.(11)

Ook is er de toch wel merkwaardige dreiging van Abd al Baset Tawila, toen commandant  van het Noordelijk Front Vrije Syrische Leger gedaan op 10 juni 2013 op de Qatarese Arabischtalige nieuwszender al Jazeera. (12)

“I give the international community one month to provide the rebels and the FSA with weapons and ammunition, so that we can defeat this criminal regime. We give them one month. If we see that the international community continues to desert our revolution, we will reveal all the evidence we have [about use of chemical weapons]. I think you know full well that I mean what I say.”

“Ik geef de Internationale Gemeenschap een maand om de rebellen van het VSL van wapens en munitie te voorzien zodanig dat we dit criminele regime kunnen verslaan. We geven hen een maand. En als we zien dat die Internationale Gemeenschap onze revolutie blijft weigeren te steunen, dan zullen we al het bewijsmateriaal openbaren dat we hebben (over het gebruik van chemische wapens). Ik denk dat U voldoende beseft wat ik hiermee bedoel.”

Ook Amnesty International, gedurende deze oorlog veelal de spreekbuis van al Qaeda, Qatar en de VS, moest om haar zogenaamde neutraliteit te tonen blijkbaar ook al eens die terreurgroepen beschuldigen van het gebruik van gifgas, vooral hier dan chloor. (13) De op dit vlak bekend geraakte serie beschuldigingen richting die terreurgroepen is dan ook groot.

Het befaamde bewijs van Human Rights Watch, Eliot Higgins (alias Bellingcat) en The New York Times dat de 104de brigade van het Syrische leger die raketten met sarin had afgevuurd. Wonderwel konden zij twee lijnen trekken, en zie, ze kwamen uit vlakbij het presidentieel paleis. In wezen echter kon die ene met enige zekerheid geïdentificeerde raket maar 1 km ver vliegen. Maar als men dat bekend maakt dan zwegen HRW & Company. Want ja, het waren dus hun vrienden van al Qaida….

En dan is er nog het verhaal van de Syrische nieuwssite al Masdar die de regering steunt. Die maakte melding maakt van een rapport van de aan de VN gelieerde Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW). Daarin stond dat die salafisten nog steeds twee depots controleren waar normaal chemische wapens zouden moeten liggen opgeslagen. Plekken die door de OVCW niet konden bezocht worden. (14)

Zo is er verder ook het verhaal van 13 mei 2016 toen de door de Koerdische YPG gecontroleerde wijk Sjeik Maksoed in de stad Aleppo volgens berichten met chloorgas werd aangevallen met, aldus de YPG en de regering, 83 doden tot gevolg, waaronder 30 kinderen. Waarbij dan ook ongeveer 700 gewonden zouden zijn gevallen.

Vragen over de OVCW

Wat de salafistische Britse website Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten bevestigde en waarbij de terreurgroep Het Leger van de Islam zich nadien hiervoor zelfs verontschuldigde. (15) Merkwaardig genoeg bleef men bij de OVCW doof voor de Syrische en Russische vraag voor een onderzoek in deze zaak. In het Westen bewoog niemand. Men was plots potdoof.

Volgens klachten uit Syrië en Rusland zou men bij de OVCW geen onderzoeksdelegatie willen afvaardigen naar de door de VS gebombardeerde Syrische luchtmachtbasis van Shayrat (foto) of naar Khan Sheikhoun. Nochtans beweert de VS dat die vliegtuigen met hun sarin van hier in Shayrat waren opgestegen. En dus ligt het eventuele bewijs hier voor het rapen.

Waren er echter beschuldigingen door al Qaida en haar bondgenoten dan schoot de OVCW bijna onmiddellijk in actie. Waarbij de Westerse regeringen in navolging van al Qaida luidkeels de overheid in Damascus veroordeelden voor het gebruik van chloorgas. De OVCW zal over die serie beweringen van al Qaida zelfs een rapport maken en in haar conclusies de Syrische overheid beschuldigen van het gebruik van chloorgassen.

Het eigenaardige hierbij is dat de OVCW haar conclusies geheel baseerde op enkele getuigenissen, foto’s en materiaal welke exclusief afkomstig waren van die jihadisten. Wat die conclusies op wetenschappelijk vlak uiteraard waardeloos maken. De mogelijke dader geeft dus zelf het bewijsmateriaal van zijn onschuld en de schuld van zijn tegenstander. Te zot om los te lopen natuurlijk.

Het is als zeggen dat er sprake is van klimaatverwarming zonder echter een degelijke wetenschappelijke basis te geven waarop men die verklaring baseert. Niemand zou dit aanvaarden. Waarom hier dan wel?

Chloorgas

Vooreerst waren er al grote vragen over het optreden van de in Den Haag gevestigde en door Ahmet Üzümcü, een Turks diplomaat, geleide OVCW. Deze was voorheen ambassadeur bij de NAVO. Waarom weigerde men in Syrisch rebellengebied onderzoek te doen naar die beschuldigingen?

Waarom weigerde men, behoudens enkele, bijna alle door die jihadisten gepleegde vermeende gasaanvallen te onderzoeken? Men had dit nochtans in vele gevallen snel en tot in de details en in bijna perfecte omstandigheden kunnen onderzoeken.

Wat toch cruciaal is in dit soort zaken. En als men langs regeringszijde die paar maal toch iets onderzocht dan constateerde men wel de doden en slachtoffers van die mogelijke gasaanvallen maar kon het OVCW nooit bepalen wat er juist gebeurd was.

En dan waren er de twijfels over de beschuldigingen komende van die terreurgroepen. Klopten die wel? Een onderzoek van de nieuwssite The Indictor en de Zweedse Dokters voor de Mensenrechten (16) stelt aan de hand van een erg technisch forensisch onderzoek een boel vragen en uit grote twijfels bij die jihadistische beweringen.

Zij oppert daarbij de mogelijkheid dat de door die terreurgroepen gepresenteerde slachtoffers van die chloorgasaanvallen gewoon gevangenen van die terroristen waren. The Indictor dacht in een specifiek geval dat het om christenen ging.

Voorheen bij de aanval in Oost-Ghouta poneerde kloosterzuster Agnes Mariam in haar rapport een gelijkaardig vermoeden. In haar op de foto’s van die jihadisten gebaseerde analyse opperde zij de mogelijkheid dat de slachtoffers daar alevieten en Armeniërs waren die men de weken ervoor had ontvoerd.

Met steun van al Qaida

En dan stelt zich dus toch wel de vraag naar de betrouwbaarheid van het rapport van de OVCW over dat chloorgas. Het Russische persagentschap TASS geeft een mogelijkheid (17). Volgens haar waren onderzoeken van de stalen gedaan door een niet door het OVCW gecertifieerd laboratorium.

En inderdaad veel van het gebruikte klinisch materiaal is afkomstig van die jihadisten, de beschuldigende partij. Zij leverden de stalen, getuigenissen en de vermeende slachtoffers. De analyseresultaten waren met andere woorden in dit geval waardeloos. Men hoeft geen toponderzoeker te zijn om te weten dat een op dit materiaal gebaseerd rapport als bewijsmateriaal onbruikbaar is en een aanfluiting is voor wat forensisch onderzoek hoort te zijn.

Grondig onderzoek van dit verslag van de OVCW zou normaal weinig heel laten van de conclusies van dit rapport en eerder tot resultaat leiden dat er hier geen zekerheden zijn. Bij forensisch onderzoek is het niet een partij die alle materiaal levert maar gaat men zonder enige belemmering zelf op zoek. Hier gebeurde het tegendeel.

De vraag is trouwens of men op een correcte wijze een moordonderzoek van die omvang kan uitvoeren terwijl men in oorlogsgebied zit. Het lijkt om allerlei redenen gewoon onmogelijk. Het verreist immers bijvoorbeeld voor de enquêteurs een algehele vrijheid van optreden. En dat kan hier niet.

Indien dit rapport het onderwerp zou worden van een serieuze publieke discussie onder specialisten dan zou onmiddellijk blijken hoe dit gewoon een stukje oorlogspropaganda is, een simpele herhaling van de beweringen van al Qaida en haar bondgenoten. Het verslag zou als een boemerang in het gezicht van de OVCW en het Westen ontploffen.

Die houding van de OVCW en het Westen is vermoedelijk een gevolg van de flop die Washington en haar salafistische bondgenoten van het Arabisch schiereiland meemaakten met het eerste rapport in 2013 van de VN-missie geleid door de Zweed Ake Sellström.

1 km vliegbereik

Ake Sellström geeft zijn tweede rapport over gasaanvallen in Syrië af aan toenmalig secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon. Ze waren voor wie grondig las vernietigend voor die salafistische terreurgroepen en hun vrienden. En op zijn persconferentie kort nadien maakte hij hen helemaal verdacht toen hij begon over het vliegbereik van die raket.

Die trok wel naar jihadistengebied en verzamelde er getuigenissen en omgevingsstalen die men dan in een gecertificeerd lab deed onderzoeken. Met dien verstande dat het verzamelen van stalen en de getuigenissen geheel onder strikte controle gebeurde van die jihadisten.

Het resultaat was dat voor wie de twee door hen gemaakte rapporten goed leest het verhaal van al Qaeda, Human Rights Watch, Artsen Zonder Grenzen, Eliot Higgins, The New York Times en het Westen als leugenachtig diende beschouwd te worden. Vooral het heel duidelijke verhaal over de gifgasaanval in Khan al Asal in het tweede en finale rapport was, zonder de daders echt aan te wijzen, heel duidelijk.

Zeker toen Ake Sellström tijdens zijn persconferentie van 12 december 2013 in de VN in New York stelde dat de raketten die bij die aanval zouden gebruikt zijn maar een reikwijdte hadden van slechts 2 km. Wat hij nadien zelfs afzwakte tot amper 1 km. (18) Dit terwijl het Syrische leger toen op meer dan twee kilometer afstand stond van waar die aanvallen zogenaamd hadden plaats gehad. Logische conclusie: Die jihadisten hadden het gedaan!

Professor emeritus Theodore A. Postol, de Amerikaanse raketspecialist, maakte al in 2013 brandhout van de beweringen van de VS en de rest van de Westerse elite over de zaak. Ook van de beweringen over deze recente aanval bij Khan Sheikhoun blijft er na zijn twee rapporten niets meer over. Hij lacht het Amerikaans rapport gewoon weg als het werk van amateurs en leugenaars.

Het was een visie die ook al door Theodore A. Postol (19), de Amerikaanse emeritus professor van het MIT op het gebied van rakettechnologie al verklaarde. Voorheen hadden al Qaida en haar vrienden steeds gesteld dat die raketten een afstand hadden van 9 km en afgevuurd waren van bij het presidentieel paleis door de 104de brigade, toen gezien als de sterkste eenheid van het leger. Men wou die duidelijk via bombardementen door de VS laten uitschakelen.

Achteraf heeft de NYT zich in haar krant hiervoor verontschuldigd. Human Rights Watch – die toen opriep om Damascus te bombarderen – weigerde op een vraag hierover zelfs te antwoorden. Het typeert.

Een onderzoek dat moest zorgen voor een nieuwe aanklacht tegen de Syrische regering draaide voor het Westen en al Qaida uit op een grote flop. Zij stonden integendeel in de beschuldigingsbank. Geen verbazing dus dat er voor het tweede rapport van Ake Sellström in het Westen bij de massamedia amper nog interesse was. Le Monde, voorheen hier haantje de voorste, bestede er zelfs geen enkele aandacht aan.

Geen pottenkijkers

 

Een zak met chloor gevonden in het eerder door al Qaida & Co gecontroleerde deel van Aleppo. De zak komt uit Saoedi-Arabië.

Vermoedelijk is dat de reden waarom men nu naar die aanvallen met chloorgassen in het grootste geheim onderzoek deed en elke publieke discussie poogt te vermijden. Het is heel waarschijnlijk ook de reden waarom al Qaida & co zowel journalisten als onderzoekers van de OVCW en VN de toegang tot hun gebied weigeren. Het zijn nu eenmaal pottenkijkers die zij niet echt volledig controleren.

Door bezoeken onmogelijk te maken kunnen de jihadisten de gehele controle behouden over de onderzoeken en de communicatie hierover naar de buitenwereld. En wat zij beweren staat de volgende dag voor waar in al onze kranten. Dat is de regel.

Trouwens zelfs toenmalig president Barack Obama stelde in zijn fameus interview met het maandblad The Atlantic dat hij door sommige van zijn veiligheidsdiensten in deze kwestie was belogen;

Zo staat er:

Obama was also unsettled by a surprise visit early in the week from James Clapper, his director of national intelligence, who interrupted the President’s Daily Brief, the threat report Obama receives each morning from Clapper’s analysts, to make clear that the intelligence on Syria’s use of sarin gas, while robust, was not a “slam dunk.” (20)

Obama was ook onzeker geworden door een verrassingsbezoek vroeg in de week van James Clapper, zijn Nationale Veiligheidsadviseur, die de dagelijkse briefing van de president, het dreigingsrapport dat Obama elke ochtend van de mensen van Clapper ontvangt, kwam verstoren. Hij maakte de president duidelijk dat de informatie over het Syrisch gebruik van sarin wel stevig maar een verre van uitgemaakte zaak was.

Om een tweede fiasco als dat met het rapport van Sellström te vermijden ging men dus voor dat over de chloorgassen anders te werk. En daarom stelt men in het Westen en in onze media steevast dat die beschuldigingen over gifgas komen van de VN en de OVCW. Technisch juist maar de beschuldigingen zijn nergens op gebaseerd. Wat men dan vergeet.

Ook nu weer met de gifgasaanval in Khan Sheikhoun krijgt men al hetzelfde scenario. Zo maakte het Russisch persbureau Tass melding van een felle ruzie tijdens een vergadering van de OVCW over die kwestie. Volgens dat bericht van Tass waren er al stalen genomen en was men onder leiding van twee Britten al begonnen met het maken van een rapport. (17) Met andere woorden: MI6 of een verwante organisatie doet het onderzoek.

Geen sarin

Maar hoe, wanneer en waar men de stalen voor dat onderzoek had genomen blijft geheim. Het OVCW weigert om er over te communiceren. Bovendien was een van de basiseisen van Rusland dat de mensen die het onderzoek doen uit verschillende regio’s zouden komen – lees ook specialisten uit China en Rusland – en men vetorecht kreeg over de samenstelling van die missie.

Verder bleek men volgens Tass bij de OVCW niet eens meer geïnteresseerd in een bezoek aan de Syrische luchtmachtbasis van Shayrat welke door de VS was aangewezen als die vanwaar die vliegtuigen met hun gifgas waren opgestegen. Dit terwijl de Syrische regering expliciet aandrong op een bezoek ter plekke. Nog steeds volgens Tass weigert men trouwens ook Khan Sheikhoun te bezoeken. Conclusie: Men weet dus dat dit verhaal nep is.

Tijdens onderhandelingen tussen de Amerikaanse en Russische ministers van Buitenlandse zaken, Rex Tillerson en Sergeï Lavrov, zou men overeengekomen zijn om te onderzoeken of men hiervoor een ‘meer objectieve’ missie kan samenstellen.

De Amerikaanse neurofarmacoloog Dennis O’Brien, professor emeritus van de Universiteit van Missouri, lacht de beweringen over het gebruik van sarin in Khan Sheikhoun gewoon weg.

Volgens de Amerikaanse neurofarmacoloog Dennis O’Brien is er hier bij Khan Sheikhoun trouwens geen sprake van een aanval met sarin. (21) Uit zijn klinische studie van de beelden van de slachtoffers blijkt dat sommige van de op de video’s te zien patiënten wel ziek zijn maar zeker niet van een aanval met sarin. “Het kan gewoon niet en diegenen die men op die video’s de vermeende slachtoffers ziet behandelden hadden in dit geval normaal allen zelfs dood moeten zijn”, oppert hij met wetenschappelijke zekerheid.

De klassieke symptomen zoals een onmiddellijke spontane grootschalige stoelgang, overvloedig tranende ogen en uitgebreid urineren zijn volgens hem nergens op de beelden merkbaar. Men ziet integendeel bijvoorbeeld mensen met propere onderbroeken en nergens sporen van ontlasting.

Andere op die beelden getoonde merkbare symptomen, oppert hij, zoals schuimen of spasmen duiden dan weer in de richting van een ander gif. Spasmen of met de mond schuim maken toont aan dat de spieren nog werken. Wat bij een aanval met sarin na een paar seconden al onmogelijk is. Bovendien maakten een aantal getuigen trouwens gewag van een grote stank terwijl sarin juist geurloos is.

De website Moon of Alabama (22) wijst daarbij in de richting van chloorgas. Zo maakt de nieuwssite melding van het feit dat de eerste persberichten van de OVCW en het Turkse persagentschap Anadolu Agency beiden spreken over een aanval met chloor. Wat mogelijks verklaart waarom journalist Feras Karam in zijn tweede tweet van 3 april sprak over een verwachte luchtaanval met chloor. Hij wist dus blijkbaar zelfs dit detail!

Theodor A. Postol

Ook Theodor A. Postol zal trouwens brandhout maken van deze beweringen van de regering van Donald Trump. Als reactie op het Amerikaans rapport (23) van 11 april zal hij op 13 en 14 april twee lijvige replieken schrijven (24) waarbij hij stelt dat dit verhaal een pak onwaarheden zijn, geschreven door mensen die er ofwel niets van kennen ofwel gewoon leugenaars zijn. Hierover geeft hij trouwens een uitgebreid interview aan RT. (25)

Aan de hand van een analyse (26 en 27) van het Amerikaans regeringsdocument bewijst hij dat ook hier het die jihadisten waren die deze gasaanval pleegden. En kijk, toen hij een twintig jaar terug de ganse discussie rond die Patriotraketten vorm gaf haalde hij in de VS uitgebreid alle grote media. Met Oost-Ghouta was dat nog maar een keer in The New York Times en nu…. nergens. Men zwijgt hem dood. Het heet censuur.

Volgens de video’s van al Qaida over die gifgasaanval in Khan Sheikhoun was deze baby een van de vele slachtoffers van deze aanval met sarin. Alleen toont de foto niets van mogelijke symptomen van een vergiftiging met sarin. Hij lijkt integendeel, zoals O’Brien stelt, er heel normaal uit te zien. En waar is de ontlasting? Deze opname komt uit een video.

En wie dacht dat de massamedia ditmaal niet voor spreekbuis van al Qaida ging spelen is zéér naïef. Zoals Washington en Boris Johnson gewoon de beweringen van Al Qaida letterlijk overnemen zo doen ook onze media dat.

Massamedia als woordvoerders van al Qaida

Een grondige analyse van de berichtgeving van De Morgen, De Standaard, Le Monde, de NRC, The Financial Times, The New York Times en The Washington Post bewijst dat zonder enige twijfel. Zij opereren gewoon als een soort luidspreker via welke al Qaida zijn verhaal kan doen. De kranten zijn de lakeien van de terreur.

Wie goed leest ziet hoe zij in wezen in die leugens zelfs verstrikt raken. Zo stellen die kranten zelf op een bepaald ogenblik dat al Qaida dit gebied bezet en er zelfs haar dictatuur invoerde. “Al-Nusra, een spin-off van al Qaida domineert nu de rebellengebieden. De militie voert de shariawetgeving in” (DS 8/4/2017, p 6)

Bij NRC klinkt dat op 4 april op pagina 1 zo: “Khan Shaykhun in de provincie Idlib die in handen is van de Syrische rebellen, die daar gedomineerd worden door Fatah al Sham, het voormalige filiaal van al Qaeda in Syrië.”

Le Monde ziet het in een editoriaal op 6 april zo: “Khan Cheikhoun est contrôlée par des milices rebelles filiales d’Al Qaida.” (Khan Sheikhoun staat onder controle van rebellenmilities gelieerd aan al Qaida.)

Volgens het officieel rapport van de VS viel hier de bom met sarin afkomstig van de Syrische luchtmacht. Alleen zijn dit de resten van een raket op de korte afstand. De put is ook te klein om afkomstig te zijn van een vliegtuigbom.

Eenzelfde teneur bij The New York Times waar men op 9 april in het persbericht van Reuters ‘Assad Could See U.S. Strike as Just a ‘Slap on the Wrist’’ schrijft: ‘… because Idlib is controlled by al Qaeda affiliates,’ (… omdat Idlib – de provincie nvdr. – onder controle staat van aan al Qaida gelieerde groepen).

De massamedia weten dus maar al te goed dat al die berichten die men via sociale media kreeg alleen afkomstig waren van al Qaeda en men dus alleen al om die reden uiterst behoedzaam moest zijn met die beweringen.

Raaskallen

Maar men zal die aanwezigheid van al Qaida in het geheel van de massa informatie die in de klassieke pers verschijnt doodgewoon wegmoffelen. In totaal werden bij die kranten en het weekblad Knack 103 artikels bestudeerd. Ook werd er via een zoekmachine onderzoek gedaan bij Le Monde, The New York Times en The Washington Post. Dit voor de periode van 4 tot en met 17 april 2017.

Daarbij viel de naam al Qaeda slechts tien maal en veelal terloops of in een randstukje, stak men 42 maal de schuld op de regering, was er 5 maal twijfel over de dader en gebruikte men in de voor die salafistische groepen in regel omfloerste termen als rebellen (26  gevallen), 4 maal burgers, 5 maal activisten, en 1 maal omschrijvingen als gematigde oppositie, tegenstanders, Syrisch Bevrijdingsleger, oppositiedorp en gewapende opposanten.

The Financial Times gebruikte ook 5 maal het woord activisten en tweemaal plaatselijke soennieten. De kranten grossierden vooral in scheldtermen richting Assad zoals slachter, dictator, massamoordenaar, en meer van dat fraais. Verder is er in de massamedia steevast sprake van ‘het regime’ en niet van ‘de regering’. Ziet men De Standaard al schrijven over het regime van François Hollande? Natuurlijk niet.

In wezen was het in de kranten een grootschalig raaskallen met als toppunt misschien de NRC, de zogenaamde Nederlandse kwaliteitskrant bij uitstek. Zo schrijft Karel Knip op 6 april op pagina 4 (Ademnood, speekselvloed, overgeven – Dat is sarin) over de aanval met sarin in Oost-Ghouta: “Waarvoor granaten waren ingezet”

Wat verder in de krant van diezelfde dag schrijft hun columnist Ko Colijn, voormalig directeur van het overheidsinstituut Clingendael en uiteraard een ‘groot expert’, over datzelfde incident “.. bombardement met het zenuwgas sarin door de luchtmacht van Assad”. Een visie welke hij in De Morgen van 7 mei op pagina 2 herhaalt in “De VN hebben hun relevantie verloren.” Hij is dan ook DE expert bij uitstek.

De raket die bij de aanval in Oost-Ghouta volgens de VN al Qaeda en de massamedia was gebruikt voor die aanval met sarin. Geen zorg bij de NRC. Daar heeft men het over een aanval met een granaat gevuld met sarin. Complete onzin die zo uit een sketch van Monthy Python zou kunnen komen. Dat wel.

In feite echter staat het vast dat die aanval in Oost-Ghouta niet met granaten (wat een grap) of met vliegtuigen maar met raketten gebeurde, dit met een reikwijdte van 1 km. Maar de expert is nu eenmaal onfeilbaar en voor de kranten steekt het niet nauw. Zolang men de vijand van de VS kan uitschelden en er voldoende tekst is om de krant te vullen is er geen probleem. En de waarheid? Wie maalt daarom?

Helemaal bruin bakt de NRC het ook met haar Amerikaanse correspondent die in die periode van de gifgasaanval blijkbaar lag te dromen. Zo schrijft Guus Valk vanuit Washington op 7 april: “… waarbij afgelopen weekend tientallen Syriërs om het leven kwamen.’’ Afgelopen weekend? De aanval was in de vroege ochtend van dinsdag 4 april. Geen verrassing natuurlijk dat de NRC die onzin plaatst.

Opvallend is zeker ook dat in vele artikels de aanval met sarin van 21 augustus weer ter sprake komt. In 25 gevallen wordt die zonder aarzelen op de rekening van de regering van Damascus geschoven, amper in twee gevallen uit men twijfels. Waarbij men bijna steevast het getal van 1.400 doden geeft. Wie meer?

Lastercampagne

En uiteraard komt amper of nooit de kwestie van de legaliteit of illegaliteit ter sprake. In wezen gaat men alleen in De Morgen daar in detail op die kwestie in. De teneur hiervan wekt echter geen enkele verbazing.

Theo Koele van de Nederlandse Volkskrant, zuster van De Morgen, gaat wat betreft die kwestie van de legaliteit daarvoor bij twee ‘specialisten’ te biechtte, Jaap de Hoop Scheffer, de vroegere baas van de NAVO en tegenwoordig hoogleraar internationale relaties en diplomatieke praktijk aan de Universiteit in Leiden en Geert-Jan Knoops, hoogleraar van het internationaal recht aan de Universiteit Utrecht.

En zoals kon verwacht worden hadden die heren internationaalrechtlijk hier geen enkel probleem. Volgens de vroegere NAVO-baas had Assad herhaaldelijk gifgas gebruikt en dus kon men zomaar zonder iemands toestemming bombarderen. Hij was dan ook dankzij de VS ooit op kunnen klimmen tot de grote baas van de NAVO. In zijn optiek ongetwijfeld iets om fier op te zijn.

En voor Knoops was er evenmin een probleem want door het steunen van de gewapende oppositie in Syrië was de VS al in oorlog en kon men er ginds dus evenzeer op los schieten. Alsof het met wapens of ander materiaal steunen van een gewapende opstand in een ander land geen oorlogsmisdaad is. Leve het recht dus. De soevereiniteit der naties is bij een Jaap de Hoop Scheffer, Gert-Jan Knoops en Theo Koele iets voor mietjes.

Maar misschien wel het grofst was Koen Vidal in De Morgen die een ware lastercampagne opzet tegen iedere tegenstander van die bombardementen. In de krant van 12 april onder de hoofding  ‘Extreemrechtse achterban Trump ziedend om bombardement’ wordt die ganse oppositie op een hoopje gegooid met allerlei als fascisten, racisten en idioten omschreven randfiguren. (28)

In haar rapport beweerde de VS dat men er zeker van was dat er met die put niet geknoeid was. Hoe ze dat dan met zekerheid wist is een raadsel welke vermoedelijk alleen Donald Trump zal kunnen oplossen. Hier ziet men dat dit verhaal niet klopt. Normaal hadden deze heren trouwens en samen met alle hulpverleners van die dag nu dood moeten zijn. Zoals deze heren droegen zij immers alleen een chirurgisch masker en soms handschoenen. Goed tegen het stof of een griepje, dat wel.

Ja, want stelt hij, alle informatie die poogt de schuld bij de jihadisten en niet bij Syrische regering te steken is totaal onbetrouwbaar want ze baseren zich op verhalen die komt uit de omgeving van Assad, hier dan Al Masdar News.

Het is zeer beangstigend maar de hier in detail onderzochte media die zich allen kwaliteitskranten noemen stonden luid te applaudisseren toen president Donald Trump die luchtmachtbasis in Syrië bombardeerde. Ze roepen wel om een onderzoek naar de feiten maar intussen mag men er wel al op los schieten want, onderzoek of niet, de misdadiger is bekend. Het zijn dus oorlogsstokers. Beangstigend hoe de pers werkt!

Wapens beslissen

Maar hoe moet het nu verder met Syrië? Van een politieke oplossing is helemaal geen sprake meer. VN-onderhandelaar Staffan De Mistura spreekt er wel van en zo ook de rest van het internationaal gezelschap.

De realiteit is echter dat bepaalde machtige figuren daar helemaal geen zin in hebben en ondanks de militair benarde positie van al Qaida nog steeds dromen van de verdere vernieling van Syrië. Hun hoop is om zoals men in Libië en Irak het hoofd van Saddam Hoessein en Muammar Khadaffi op een schotel aangeboden kreeg ook dat van Assad ten geschenke te krijgen.

De recente opflakkering van de gevechten tussen de jihadisten en het Syrische leger in de aan de Jordaanse grens gelegen stad Daraa is hierbij een zeer slecht voorteken. De gevechten lagen hier meer dan een jaar praktisch stil na ‘advies’ aan die jihadisten van de VS en Jordanië. De voorbije weken echter laaien de gevechten plots op. Wie is hier aan het stoken?

Zeker, de jihadisten maken ondanks hun grote inspanningen nergens vooruitgang en leiden zeer zware verliezen, maar ze blijven vechten tot de dood. Ondanks het feit dat al hun aanvallen zoals die nu in Noord-Hama eindigen in nederlagen. Onze politie maakte hun fanatieke vechtlust tot der dood al mee in Verviers.

Alle ‘vredesonderhandelingen verliepen tot heden trouwens zonder medewerking van al Qaida en haar kloon Ahrar al Sham, de twee enige overgebleven grote salafistische groepen. En die vechten zonder pardon tegen de regering en al wie hen dwarsligt. Neen, de wapens zullen zoals trouwens in alle oorlogen beslissen.

Het grote probleem is trouwens niet eens het bestaan van die terreurgroepen maar het al zeven jaar ontbreken van een duidelijke Amerikaanse politiek tegenover Syrië, zowel onder Obama als nu onder Trump. Niemand, ook Washington niet, weet bijvoorbeeld waar de VS heen wil met het door de Koerdische YPG/PKK met Amerikaanse steun veroverde oosten van Syrië.

Zo blijven er vele vragen bestaan over het Amerikaanse bombardement van de Syrische luchtmachtbasis van Shayrat. Waarom bleef zowel de Syrische als Russische luchtafweer inactief?

En met de afweersystemen S300 en S400 hadden die normaal toch zware schade kunnen aanrichten aan die aanval van kruisraketten. En als het klopt dat de Russen wisten wat komen zou, wat wist dan het Syrische leger? En daarom de vraag: was dit bombardement reëel of een enscenering?

Het is een realiteit die men in Moskou, Teheran, Beijing en Damascus vermoedelijk al goed beseft. En evenzeer in Saoedi-Arabië, Turkije (dat trouwens de recente alliantie met Rusland verbrak), het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de VS. Figuren als een senator John McCain (29) – wiens stichting ook geld krijgt van Saoedi-Arabië – of Hillary Clinton en haar entourage willen gewoon de totale destructie van Syrië. Voor minder doen ze het niet.

Anderen wil wel een einde aan de gevechten of die beperken. Niemand weet het tot waar men in de VS wil gaan. En van de oorlog tegen de terreur is er ook onder Trump in goede Amerikaanse traditie helemaal geen sprake. Het is gewoon een cynische grap, barslecht theater. Misschien dat Trump toch nog een goede zet doet, maar dat is verre van zeker. Daarop rekenen is vrij dom.


1) BBC, 11 november 2016, ‘Syria kidnap case against doctor dropped by prosecution’. http://www.bbc.com/news/uk-24901481

2) Jeroen Oerlemans werd op 2 oktober 2016 in de Libische stad Sirte door onbekenden neergeschoten. Zijn begrafenis op 13 oktober in de Amsterdamse Zuiderkerk nadien roept echter veel vragen op. Amateuropnames van die in zeer beperkte kring gehouden plechtigheid tonen bijvoorbeeld zijn uitbundig lachende kinderen, echtgenote en zowat alle andere genodigden. Ook was er de zeer discrete aanwezigheid van wat bijna zeker geheime agenten waren. Een bizar gebeuren.

3) IBTimes, VK, Tareq Haddad, 7 april 2017, ‘British doctor who documented Syria ‘chemical attacks’ previously held on, terror offences.’ http://www.ibtimes.co.uk/british-doctor-who-documented-chemical-attack-previously-held-terror-offences-1615849.

Deze link bevat een lang interview van de aan al Qaeda gelieerde journalist Bilal Abdul Kareem met Shajul Islam. Hierbij heeft hij het over de levering door de Britse regering van vooral Belgische wapens. In het interview schreeuwt de man zijn onschuld uit.

4) The Telegraph, Gordon Rayner, 21 augustus 2014, ‘Net closes on ‘Jihadi John’ as London pair probed’. http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeast/iraq/11049953/Net-closes-on-

5) Breitbart, VS, Oliver J.J. Lane, 22 augustus 2014, ‘NHS Doctor With Family Jihad Ties Sought in ‘Black Beatle’ Beheading Search’. http://www.breitbart.com/london/2014/08/22/terrorism-is-a-family-affair/Jihadi-John-as-London-pair-probed.html.

Breitbart is de o.m. aan Steve Bannon en dus ook aan president Donald Trump gelieerde alternatieve nieuwswebsite. Zou Trump dit feit dus niet kennen?

6) Breitbart, VS, Jack Montgomery, 7 april 2017, ‘Syrian Chemical Attack Doctor Tried as Jihadist in UK’. http://www.breitbart.com/london/2017/04/07/syrian-chemical-attack-doctor-tried-jihadist-uk/

7) Zijn Twitteradres: https://twitter.com/DrShajulIslam

8) Memri TV, VS , 7 februari 2017, “Pro-Opposition Syrian Journalist In Tweets And Posts: Russian Forces Thwarted Maher Al-Assad’s Iran-Backed Coup Attempt “. https://www.memri.org/reports/pro-opposition-syrian-journalist-tweets-and-posts-russian-forces-thwarted-maher-al-assads

Memri Televisie en The Long War Journal van het Amerikaanse Institute for the Defence of Democracies zijn twee door Israëlische belangen gecontroleerde Amerikaanse informatiebronnen over het salafisme. Het is dan ook nodig erg voorzichtig te zijn met de wijze waarom zij het nieuws brengen en soms natuurlijk ook verzwijgen en manipuleren.

9) The Telegraph, Boris Johnson, 27 maart 2016, ‘Bravo for Assad – he is a vile tyrant but he has saved Palmyra from Isil’. http://www.telegraph.co.uk/opinion/2016/03/27/bravo-for-assad–he-is-a-vile-tyrant-but-he-has-saved-palmyra-fr/

10) The Long War Journal, Bill Roggio, 10 december 2012, ‘Al Nusrah Front, foreign jihadists seize key Syria Army base in Aleppo’. http://www.longwarjournal.org/archives/2012/12/al_nusrah_front_alli.php

Al Nusrah is de vroegere naam van al Qaeda in Syrië. Nu noemt die terreurgroep zich Hayat Fatah al Sham, een door al Qaeda gecontroleerde koepelorganisatie waar officieel een tiental jihadistengroepen deel van uitmaken. Khan Sheikhoun is sinds de eerder dit jaar gevoerde oorlog tussen jihadisten door al Qaeda bezet. In de provincie Idlib is al Qaeda militair de sterkste formatie.

11) The Straits Times, Reuters, Singapore, 8 juli 2014, ‘Two ‘abandoned’ cylinders seized in Syria contained sarin: UN’.  http://archive.is/XuTec#selection-1581.0-1578.2

The Straits Times is zoals praktisch alle andere gedrukte media in Singapore eigendom van de lokale regering.

12) https://www.youtube.com/watch?v=nODxF4jOjCs. Verklaring van commandant Abdel Baset Tawileh gedaan op 21 juni 2013. Twee maanden voor de gasaanval met sarin in Oost-Ghouta.

13) Amnesty International, Londen, 13 mei 2016, ‘Syria: armed opposition group committing war crimes in Aleppo – new evidence’.  https://www.amnesty.org.uk/press-releases/syria-armed-opposition-group-committing-war-crimes-aleppo-new-evidence

14) Al Masdar News, Leith Fadel, 11 april 2017, Last two chemical weapons facilities in Syria belong to rebels: OPCW. https://www.almasdarnews.com/article/last-two-chemical-weapons-facilities-syria-belong-rebels-opcw/

Zie ook pagina 1 van het vooruitgangsrapport van de OVCW van 28 maart 2016 bestemd voor de VN Veiligheidsraad. http://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=S/2016/285

15) RT, Moskou, 15 november 2016, ‘Rebels shell Syrian Army with poison gas in Aleppo, scores injured – military’, https://www.rt.com/news/366799-aleppo-chemical-weapons-attack/

16) The Indictor; Adam Larson, April 2017, Analysis of evidence contradicts allegations on Syrian gas attacks’. http://theindicter.com/analysis-of-evidence-contradicts-allegations-on-syrian-gas-attacks/

17) Tass News Agency, 14 april 2017, Moscow calls for transparent investigation of Syria chemical incident’. http://tass.com/politics/941476

18) Willy Van Damme blog, 9 maart 2014, ‘Syrische gifgasaanvallen – Vragen voor Ake Sellström en de VN’. https://willyvandamme.wordpress.com/2014/03/09/syrische-gifgasaanvallen-vragen-voor-ake-sellstrom-en-de-vn/

19) Theodor A. Postol is een emeritus professor in de wetenschap, technologie en nationale veiligheidspolitiek aan het Massachusetts Institute for Technology (MIT) in Boston, VSA. Hij werkte jarenlang als specialist en topadviseur voor zowel het Pentagon als het Amerikaans parlement en trok nadien naar Boston en het MIT.

Hij wordt gezien als de autoriteit in de VS op dit vlak en als iemand die niet terugschrikt om zijn nek uit ter steken. In het verleden maakte hij bijvoorbeeld brandhout voor de beweringen rond het raketafweersysteem Patriot dat volgens de toenmalige president George H. Bush Sr. tijdens de tweede Golfoorlog bijna 100% effectief was. Hij schatte het eerder op 0 tot 10%. Ook het Israëlische IJzeren Schild kreeg van hem eenzelfde kritiek te verwerken. Hij kreeg in 2006 voor zijn werk van de American Federation of Scientists de jaarlijkse Richard L. Garwin Prijs.

Dus ook voor dat werk rond die Patriotraketten van het industrieel conglomeraat Raytheon. Zijn werk over die eerdere vermeende aanval met sarin in Oost-Ghouta van 2013 is essentieel. Hier ontmaskerde die beweringen als een boel leugens van o.m. de Amerikaanse regering, The New York Times, Human Rights Watch en ‘expert’ Eliot Higgins, alias Brown Moses en Bellingcat. Zij moesten later hun woorden hierover inslikken. Hierover verscheen echter niets in onze media.

20) The Atlantic, Jeffrey Goldberg, April 2016, ‘The Obama Doctrine’. https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/

Het was James Clapper, de directeur voor de Nationale Veiligheid van de VS, die Obama toonde dat het eerste rapport van zijn veiligheidsdiensten (CIA, DIA?) over die aanval in Oost-Ghouta van 21 augustus 2013 leugens waren. Het is een zoveelste aanwijzing dat het Syrische leger hier geen sarin gebruikte en die salafistische terreurgroepen het zelf deden. Met als slachtoffers mogelijks gevangenen.

Wat het vermoeden versterkt dat bepaalde organisaties in Washington betrokken waren bij die vermeende aanval met sarin. Het verklaart ook de gecoördineerde actie toen eind augustus 2013 van HRW, Eliot Higgins en journalist C.J. Chivers van The NYT. Geen toeval dat HRW bijna onmiddellijk opriep om Syrië te bombarderen. Vermoedelijk zijn dus ook nu veiligheidsdiensten zoals MI6 bij deze nieuwe ‘gifgasaanval’ betrokken. Al Qaeda werkt nu eenmaal niet in totale isolatie.

21) LogoPhere.com, 13 april 2017, Denis O’Brien, 13 april 2017, ‘The Apr04|17 incident at Khan Sheikhoun, Syria. A series of inquiries.  LogoPhere’s Top Ten Ways to Tell When You’re Being Spoofed by False-Flag Sarin Attacks‘. http://logophere.com/Topics2017/17-04/17_017-BLA-Sarin.htm

Dennis O’Brien is professor emeritus van de University of Missoury en een veel gelauwerd wetenschapper die op zijn wetenschappelijk terrein ook baanbrekend werk verrichte.

Dennis O’Brien bekijkt de zaak op een zuiver klinisch biologische wijze door het wetenschappelijk analyseren van de vele foto’s en video’s. Hij publiceerde eerder over de aanval in Oost-Ghouta al een boek ‘Murder in the Sunmorgue’ dat gratis op het internet te downloaden is. Ook hier betwist hij dat er sarin was gebruikt maar dat men die mensen vermoordde door middel van andere gassen.

22) Moon of Alabama, 20 april 2017, ‘Chlorine, Not Sarin, Was Used In The Khan Sheikhun Incident’. http://www.moonofalabama.org/2017/04/only-chlorine-not-sarin-involved-in-the-khan-sheikhun-incident.html

23) The New York Times, 11 april 2017, ‘Declassified U.S. Report on Chemical Weapons Attack’. https://www.nytimes.com/interactive/2017/04/11/world/middleeast/document-Syria-Chemical-Weapons-Report-White-House.html

24) Theodor A. Postol, 11 april 2017, A Quick Turnaround Assessment of the White House Intelligence Report Issued on April 11, 2017 About the Nerve Agent Attack in Khan Shaykhun, Syria. https://www.scribd.com/document/344995943/Report-by-White-House-Alleging-Proof-of-Syria-as-the-Perpetrator-of-the-Nerve-Agent-Attack-in-Khan-Shaykhun-on-April-4-2017#download.

25) Ook RT, Interview met Theodor Postol. 14 april 2017, ‘White House claims on Syria chemical attack ‘obviously false’ – MIT professor (VIDEO)’. https://www.rt.com/usa/384520-postol-report-sarin-syria/

26) Washington Blog, Robert Barsocchini, 12 april 2017 MIT Rocket Scientist: White House Claims on Syria Chemical Attack “Cannot Be True”. http://www.washingtonsblog.com/2017/04/66712.html en

27) Washington Blog, Robert Barsocchini, 13 april 2017, ‘Addendum to Dr. Theodore Postol’s Assessment of the White House Report on Syria Chemical Attack.  http://www.washingtonsblog.com/2017/04/addendum-dr-theodore-postols-assessment-white-house-report-syria-chemical-attack.html

28) Hij baseerde zich op het artikel van het Digital Forensic Research Lab, Atlantic Council, VS, Ben Nimmo, Donora Barojan, 7 april 2017, ‘How the alt-right brought #SyriaHoax to America’. https://medium.com/dfrlab/how-the-alt-right-brought-syriahoax-to-america-47745118d1c9

The Atlantic Council is een Amerikaanse studiedienst en lobbygroep die deels gefinancierd wordt door Saoedi-Arabië. Deze is via haar Rafik Hariri Center erg actief rond Syrië. Een van hun voornaamste woordvoerders rond Syrië is Frederick C. Hof. Dit is een oudgediende van Buitenlandse Zaken onder Barack Obama en in de beginperiode een van de voornaamste strategen achter de oorlog tegen Syrië.

Bij De Morgen (zie Koen Vidal, 12/04/2017, ‘Extreemrechtse achterban Trump ziedend om bombardement’ hebben ze dit artikel duidelijk ook gelezen en gebruikt men het om elke kritiek op de Amerikaanse regering in deze kwestie in de grond te boren.

De bron van die kritiek is namelijk iemand die goed ligt in Damascus en dit is volgens Koen Vidal dus per definitie totaal onbetrouwbaar en te verwerpen. Dat The Atlantic Council geld uit Saoedi-Arabië krijgt is voor diezelfde De Morgen en Koen Vidal dan geen probleem. Het artikel typeert de schandelijke mentaliteit die heerst bij het overgrote deel van onze pers.

29) Disobedient Media, VS, William Craddick, 8 maart 2017, ‘McCain Institute’s Failure To Use Donations For Anti-Trafficking Purposes Raises Questions’. http://disobedientmedia.com/mccain-institutes-failure-to-use-donations-for-anti-trafficking-purposes-raises-questions/

Posted on 1 Comment

“Overheid is grootste producent nepnieuws”

Cees Hamelink

Cees Hamelink, emeritus hoogleraar internationale communicatie, vindt dat overheden en journalisten de hand in eigen boezem moeten steken, in plaats van anderen te beschuldigen van nepnieuws. En mediaconsumenten moeten zich kritischer opstellen.

U adviseert geen NOS Journaal meer te kijken. Waarom niet?

“Als je het NOS Journaal kijkt om te weten wat er in de wereld gebeurt, dan is het zonde van je tijd. Er zijn tegenwoordig zoveel alternatieve bronnen, die veel informatiever zijn. Zoals de website Other News van Roberto Savio, de voormalige baas van Inter Press Service (IPS). Hij attendeert op interessante artikelen uit de wereldpers, en schrijft ook zelf prachtige analyses. Dan kun je beter dagelijks één zo’n artikel lezen, dan naar het NOS Journaal kijken. Het biedt je meer greep op de werkelijkheid en het blijft ook beter hangen. We deden vroeger wel onderzoek naar wat mensen opsteken van het NOS Journaal. We vroegen dan: “Wat herinnert u zich te hebben gezien?” Het enige wat  mensen zich dan vaak bleken te herinneren was het weerbericht.

Jaren gelden had je de Slow Food beweging. Ik ben zelf betrokken geweest bij de Slow Science beweging. Die bewegingen zijn allemaal voortgekomen uit de gedachte dat wij allemaal zo hard rennen, dat we niet meer zien wat we doen. De druk op de snelheid van het nieuws is enorm toegenomen, en daarmee het aantal fouten dat gemaakt wordt. De vraag ‘klopt het wel?’ schiet er bij in.”

Naast u op de bank ligt een exemplaar van de Volkskrant. U ontraadt de mensen niet de krant te lezen?

“Je kunt beter de krant lezen dan naar het NOS Journaal kijken. Journaals selecteren het nieuws op de beschikbaarheid van bewegende beelden. Dat beperkt de manier waarop je met de werkelijkheid omgaat. Kranten hebben dat probleem niet. En daarnaast bieden ze meer context en diepgang. Van de andere kant: kranten, en met name de Volkskrant, zijn erg opiniërend geworden. De mening van journalisten interesseert mij niet wezenlijk. Ik zie liever dat ze nauwkeurig beschrijven wat er gaande is.

Later op de dag worden ook nog het NRC en Het Parool bij mij bezorgd. En één maal wekelijks komt er een aantal buitenlandse kranten binnen, en veel tijdschriften. Je kunt je rijk rekenen met het idee dat je goed op de hoogte bent als je maar genoeg kranten in huis haalt. Maar dat is misschien wel een illusie. De kranten die in de middag komen zijn niet zo heel veel anders dan de Volkskrant. Ze behandelen dezelfde thema’s en hanteren dezelfde invalshoeken. Vaak weinig kritisch en afstandelijk.”

Van uw hand verscheen in 2006 het boek Regeert de leugen? Die titel was gebaseerd op een uitspraak van de toenmalige koningin Beatrix, die daarmee haar ongenoegen kenbaar maakte over het functioneren van de pers in Nederland. Is het voor u een vraag of een weet, dat de leugen regeert?

“Ik had het boek willen noemen De leugen regeert. Maar dat mocht niet van de VARA. Deze ooit socialistische omroep bleek de woordencombinatie ‘De leugen regeert’ als merk te hebben gedeponeerd bij het Benelux-merkenbureau en zich deze dus eigenlijk particulier te hebben toegeëigend.

Maar bij nader inzien bleek de vragende vorm van de formulering toch een betere titel voor het boek. De uitspraak van de koningin veronderstelt dat de media de grote leugenaars zijn. Dat is niet helemaal waar. Zelf liegen doen ze meestal niet. Wat journalisten vooral doen is het verspreiden van de leugens van anderen, met name van overheden. Dat zijn altijd de grootste leugenaars geweest, de grootste producenten van wat we nu nepnieuws noemen. Op zijn minst kun je dus zeggen dat de media medeplichtig zijn aan het verspreiden van nepnieuws. Zie de oorlogen uit het recente verleden, in Srebrenica, Kosovo, Irak, Libië, en nu ook in Syrië en Oekraïne. De journalisten waren of zijn daar zelf niet de grote leugenaars. Dat zijn de spin doctors en pr-professionals van overheden, inlichtingendiensten en andere instanties. Zij creëren ware, maar ook veel onware verhalen over genocide, systematische verkrachtingen en andere gruwelijkheden. Journalisten verspreiden die verhalen, vaak zonder die op feitelijkheid te toetsen.

De media gaan veel te gemakkelijk mee met de vijandbeelden die de politiek hanteert. Er is altijd wel een ‘monster’ in de aanbieding. Naarmate de vijand gevaarlijker wordt afgeschilderd, neemt de bereidheid toe onder de bevolking om ten strijde te trekken.

De gebruikelijke procedure is dat journalisten politici napraten en vervolgens elkaar weer napraten. We horen politieke journalistiek vaak meer over wat een politicus vindt, meent en ervaart, dan over politieke feiten en hun achtergronden.

Het probleem is: de grote leugenaars zijn nieuws, ook al hebben zij niks nieuws te vertellen. Zij krijgen steeds weer een ruim podium. Zij hebben een oneindig groter bereik dan hun critici. Alles wat Donald Trump roept is nieuws. Ongeacht of het waar is wat hij zegt. Het gaat de hele wereld over. Vergelijk dat met het bereik van een intellectueel als Noam Chomsky of een kritische journaliste als Amy Goodman van Democray Now. Hun analyses kunnen nog zo goed zijn, de aandacht die zij krijgen valt in het niets bij die van de Amerikaanse president.”

In plaats van de schuld te zoeken bij zichzelf hebben de politiek en media de aanval geopend op alternatieve websites die nepnieuws zouden verspreiden. Schuilt daarin een gevaar?

“Het bestrijden van nepnieuws door overheden zie ik als een groter kwaad dan het bestaan van nepnieuws. Overheden hebben altijd geprobeerd elke vorm van nieuws te manipuleren, te beïnvloeden. Ze kunnen dus het argument van nepnieuws gebruiken om nieuws te bestrijden dat helemaal niet nep is.

Het sluiten van kranten of platleggen van websites zal niet snel gebeuren bij ons in het Westen. In een land als de VS bijvoorbeeld is dat heel lastig met het Eerste Amendement. Maar toch beschikken overheden over veel manieren om journalisten onder druk te zetten. Ik herinner mij dat in de jaren zeventig journalisten die lastige vragen stelden op persconferenties in het Witte Huis hiervoor ‘gestraft’ werden door de Belastingdienst op ze af te sturen. Er waren journalisten die hierdoor in de problemen kwamen. Want als je heel strikt naar de belastingaangifte van mensen gaat kijken, dan vind je altijd wel wat.

Het wordt een linke aangelegenheid als overheden een zekere steun krijgen voor het ingrijpen in de publieke nieuwsvoorziening, want dat loopt geheid uit op censuur. En dat is een groot kwaad.”

Het zijn vooral de Russen die ervan beschuldigd worden nepnieuws te verspreiden. De EU, en landen als de VS en Nederland financieren organisaties die Russische propaganda moeten ontzenuwen, en die Russischtaligen moeten voorzien van degelijke informatie. Wat vindt u daarvan?

“Het doet erg denken aan de Koude Oorlog. De Sovjets hadden een departement van Desinformatie. De Amerikanen hebben nooit willen toegeven dat ze ook zoiets hadden. Die spraken liever van ‘democratische informatie’ en ‘vrije informatie’. Maar die radiostations van de Amerikanen, Voice of America en Radio Liberty, die trouwens nooit opgehouden zijn te bestaan, waren geen haar beter. Dus de Russische vertekening van het nieuws werd dan tegengegaan door vormen van informatie die evenzeer onevenwichtig waren.

Belastinggeld naar ‘fact checking’ organisaties en zogenaamde onafhankelijke media is weggegooid geld. Er wordt vanuit gegaan dat die fact checkers buitengewoon betrouwbare journalisten zijn, en die onafhankelijke journalisten onafhankelijk. Maar wie bepaalt dat? De overheden door wie ze betaald worden?

Ik ben daar niet voor. Als het heel duidelijk is dat nieuws nep is, dan is het goed om het aan de kaak te stellen. Dus bijvoorbeeld in het geval er gemeld wordt dat er twee miljoen mensen hebben gedemonstreerd, terwijl uit foto’s blijkt dat het er niet meer dan 50.000 geweest kunnen zijn. Dan is het goed dat te laten zien. Maar als het ingewikkelder zit, zoals in het geval van het conflict in Oekraïne. Hoe moet je dan de contraire visies van Rusland en de VS op feiten controleren? Dat is toch bijna onmogelijk?

Je kunt je sowieso afvragen of het zin heeft, dat factchecking. Als je bijvoorbeeld kijkt naar Wilders of Le Pen. Die spreken een deel van de bevolking aan dat zich een bepaald beeld heeft gevormd van de werkelijkheid. Dan kun je praten tot je blauw in je gezicht ziet, maar je bereikt er niks mee. De Poolse socioloog Zygmunt Bauman zei: ‘Mensen zoeken naar comfortzones. Sociale media zijn geen communicatiemiddelen, het zijn middelen om voor jezelf een plekje te vinden dat goed voelt, een club waar je bij wilt horen.’ Als ik dus die Wilders wel een aardige man vind en mij goed voel bij zijn aanhangers, dan kun jij als fact checker nog zo goed aantonen dat het van geen kant deugt, maar dat maakt dan niks uit. Dan ben en blijf ik een fan van Wilders en zijn club.”

Hoe zou het nepnieuws dan moeten worden tegengegaan?

“Het publiek speelt een belangrijke rol in de bedrieglijkheid van de media. Als mensen de waarheid liever niet willen horen of zien, maakt een leugen meer of minder niet zoveel uit. De mediaconsument die vooral hapklare brokken informatie en vermaak wil hebben, die tevreden is met brood en spelen en die niet wil weten hoe de wereld werkelijk in elkaar steekt, roept de leugens over zich af. Het begint met mensen die ’s ochtends de krant op de mat krijgen, en gemakshalve aannemen: Het zal wel waar wezen. Dan kun je die krant net zo goed niet lezen.

We hadden ooit een prachtig project in Nederland, Krant in de klas, dat kinderen leerde de krant kritisch te lezen. Ik pleit er voor dat project nieuw leven in te blazen, en in een nieuw jasje te steken, want in deze tijd uiteraard ook met alle aandacht voor internet. Het zou een vak moeten zijn op elke basisschool. Want als je kiest voor een open, democratische samenleving, waarin mensen deelnemen aan het maatschappelijk debat, dan moeten ze goed geïnformeerd zijn, weten hoe de media werken en leren om een opinie te vormen. Zodat je bijvoorbeeld, als je vandaag in de Volkskrant een artikel leest met de kop ”Zo raakt Poetin zijn tegenstanders kwijt’, zelfstandig tot de conclusie komt ‘Nou, dat verhaal over Poetin, ik weet niet of ik dat moet geloven’.”

Journalisten nemen iedereen de maat, inclusief websites die nepnieuws zouden verspreiden. Maar wie controleert de journalisten? U zou geen voorstander zou zijn van een factchecker die de mainstream media controleert?

“De aloude vraag is: Wie bewaakt de bewakers? Dat factchecking kan zo’n enorme industrie worden, dat je vervolgens weer een controlemechanisme nodig hebt op de factchekers. Je vertrekt ook vanuit een geweldige aanmatiging. Jij publiceert een verhaal, en ik denk: ‘Het deugt niet.’ En dan ga ik na of het deugt. Daar kan ik dan een heel ander verhaal tegenoverstellen. Maar is het dan zeker dat de gegevens waar ik mijn verhaal op baseer wel kloppen?

Alles staat of valt uiteindelijk bij de instelling van de afnemers van het nieuws. Zonder kritische burgers, geen kwaliteitsjournalistiek.”

Een kritische burger, Max van der Werff, heeft in Oekraïne het artikel nagetrokken van AD en Correct!v over de BUK-installatie die MH17 zou hebben neergehaald. Het bleek dat tenminste één van de door de krant opgevoerde getuigen nooit geïnterviewd is. Van der Werff heeft dit aangekaart bij het AD, maar heeft geen enkele respons gekregen. Laat staan een rectificatie.

“Je bent verplicht zoiets te melden aan je lezers. Een krant die dit nalaat is dus een slecht journalistiek product.”

U bent zelf ook nog het slachtoffer geworden van nepnieuws. U zou een brief hebben medeondertekend aan Vladimir Poetin.

“Dat was een brief waarin een groep goedwillende Nederlanders excuses aanbood aan Poetin voor de manier waarop de Nederlandse media de berichtgeving hebben vertekend over MH17. Onder die brief stond een voetnoot naar een college dat ik had gegeven met de titel Waarom moet je niet geloven wat in de krant staat? Andere organisaties en websites die de brief overnamen, maakten uit die voetnoot op dat ik de brief had medeondertekend. En dus namen ze dat in de brief op. En zo werd de brief ook steeds leuker, want in steeds meer talen vertaald, en ook amicaler. In de laatste versie die ik zag, spreek ik Poetin aan met ‘Dear Vladimir… Best wishes Cees.’

Het was het NOS Journaal dat mij op de hoogte bracht van het bestaan van de brief, toen ze mij opbelden met de mededeling: “We willen graag vanavond om acht uur het nieuws met u openen”. De brief heeft mij wereldberoemd gemaakt, want ik werd gebeld door Associated Press, Izvestia, Russia Today en tal van andere buitenlandse media. Ik kreeg ook honderden reacties van mensen die het heerlijk vonden dat de media eindelijk eens op hun vestje waren gespuugd. Daar zaten de meest wonderlijke reacties tussen: “All of Croatia stands behind you”. En: “U bent een held in Hongarije”. De brief ging zozeer een eigen leven leiden dat toen ik ontkende de afzender te zijn geweest, er bloggers waren die schreven: “Nou weten we het zeker, want omdat hij het ontkent heeft hij het dus gedaan”. En uiteindelijk zit ik in mijn favoriete jazz-café, en de eigenaar brengt mij zijn beste fles wijn, en hij zegt: “Deze fles schenk ik je vanwege die moedige brief van je aan de Russische president.”

U lobbyt bij de Verenigde Naties (VN) voor een ‘Media Alert System‘, dat de VN in actie moet brengen als media oproepen tot genocide. Zouden we ook niet zoiets moeten hebben voor media die het publiek opwarmen voor een oorlog, door de leider van een land te demoniseren?

“Oproepen tot haat zijn ingewikkelder om aan te pakken dan het oproepen tot geweld of discriminatie. Want haat is op zichzelf geen strafbaar feit. Ik mag mij volledig vrij voelen mijn buurman te haten. Het is niet fatsoenlijk, maar het is meer een moreel dan een juridisch probleem.

Om te bewijzen dat die haat leidt tot geweld is een ingewikkelde route, en het lukt ook bijna nooit bij rechtbanken. Dus heb ik gezegd: Laten we ons concentreren op iets waar we niet over van mening kunnen verschillen. Al sinds 1947 is, naar aanleiding van het proces van Neurenberg, in het internationale recht vastgelegd dat iedereen die aanzet tot genocide strafbaar is. En eigenlijk is dat vaak al ingewikkeld genoeg om te bewijzen. In Rwanda waren de uitspraken heel duidelijk: “Er zitten nog een paar Tutsi’s in een kerk buiten Kigali, laten we ze de hersens inslaan.” Maar na verloop van tijd begonnen ze door te krijgen dat ze het beter voorzichtiger konden aanpakken. Dan werd op radio Mille Collines gezegd: “Laten we vandaag aan het werk gaan.”

In de aanloop naar genocide kun je vier fasen onderscheiden. Het begint met onrust en agressie, die al dan niet bewust gecreëerd wordt. Vervolgens wijs je een groep aan die hiervoor verantwoordelijk zou zijn. Vervolgens ga je die groep dehumaniseren; je toont aan dat ze tot een ander moreel universum behoren. Ten slotte roep je op tot afslachten, vaak met de rechtvaardiging dat het uit zelfverdediging is, omdat als jij het niet doet, zij het zullen doen bij jou.

Eind vorig jaar gaf ik hierover een college op de Universiteit van Amsterdam. Ik vroeg de studenten in welke fase zij dachten dat we inmiddels in Nederland zijn aangekomen. De meerderheid van de studenten zei: We zitten in fase 3. Dat denk ik ook. En wereldwijd is dat ook wel heel duidelijk.”

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de spanningen met Rusland.

“Het zou het een zegen zijn als Trump het goed kan vinden met Poetin. De toekomst van de wereld hangt op korte termijn heel erg af van de verstandhouding tussen de Amerikaanse en Russische president. Obama heeft er alles aan gedaan Poetin zover mogelijk te isoleren en te beledigen. Terwijl je natuurlijk voorzichtig moet omgaan met een klein mannetje met nucleaire wapens. Daarom had ik ook mijn bedenkingen bij Hillary Clinton, want zij is een militaire interventionist. Ik denk niet dat zij goed met Poetin overweg had gekund. Trump is net zo’n straatvechter als Poetin. Ik denk dat ze dat in elkaar herkennen.”

Volgens uw jongere vakgenoot Tabe Bergman, die heeft aangetoond dat het propagandamodel van Noam Chomsky ook op de Nederlandse pers van toepassing is, bent u de enige van uw generatie communicatiewetenschappers die zich nog op een kritische manier met de media bezighoudt.

“Van kritisch wetenschappelijk onderzoek naar de rol van de media in de samenleving is bijna niks meer over. De generatie die zich daarmee heeft beziggehouden, begint langzaam uit te sterven, en ik zie geen jongere generatie die dit overneemt. Dat komt doordat de academische vrijheid de afgelopen decennia enorm is ingeperkt. Als je in deze tijd tot een vakgroep behoort en de hoogleraar geeft aan dat hij graag wil dat bepaalde thema’s onderzocht worden, dan is het onverstandig om te zeggen dat je liever iets anders onderzoekt. Tenzij je een buitenpromovendus bent, maar dan moet je alles uit eigen zak betalen.

De enigen die nog hardop kunnen praten over wat er mis is met de media in de samenleving zijn de mensen van mijn generatie voor zover ze er nog zijn, want voor ons maakt het niks meer uit. We kunnen niet worden ontslagen, we hebben geen mooie promoties meer nodig, of mooie prijzen, die staan allemaal al in de kast. Maar het is waar. Ik zie helaas weinig leeftijdsgenoten die zich nog kritisch uitspreken.”

Posted on

Oekraïne en eenzijdige journalistiek: Reactie Vanheste bewijst gelijk Van Wolferen

Nadat Karel van Wolferen afgelopen maand het spraakmakende artikel Oekraïne, corrupte journalistiek en Atlantisch geloof schreef, waarin hij zijn verontwaardiging uitsprak over de eenzijdige berichtgeving van de Westerse journalisten over Rusland en Oekraïne, kon een reactie niet lang uitblijven. Journalist Tomas Vanheste voert in een artikel voor De Correspondent ‘Is de crisis in Oekraïne te wijten aan westerse stommiteiten?’ personen op die uithalen naar het artikel van Van Wolferen. Vanhestes artikel bewijst echter onbedoeld opnieuw de stelling van Van Wolferen dat de Westerse journalistiek door en door corrupt is.

Voor de oppervlakkige lezer vormt het artikel van Tomas Vanheste een sterk weerwoord op het artikel van Karel van Wolferen. Bijna alles wat van Wolferen beweert, wordt in het artikel van Verheste immers weersproken.

De enigen die Vanheste echter, buiten Van Wolferen, in het artikel aan het woord laat, zijn personen die het met de stellingen van Van Wolferen oneens zijn. Hij maakt zich met andere woorden schuldig aan selectief bronnengebruik.

Zo laat hij wel medewerker Barend ter Haar van Instituut Clingendael aan het woord, maar niet de directeur van datzelfde instituut, Ko Colijn. Had hij dat wel gedaan dan had de lezer een heel andere indruk gekregen van het standpunt van Instituut Clingendael.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Daarbij speelt één van de geïnterviewden ook nog eens op de man. Historicus Marc Jansen verwijt Van Wolferen een interview te hebben gegeven aan Russia Today: “Hij zat onlangs trouwens bij Russia Today, een zuivere propagandazender van de Russische staat, te hakken op onze beïnvloeding door de propaganda. Dat was wel komisch.”

Twee opmerkingen hierover:

  1. Russia Today is inderdaad een staatszender, ongeveer zoals onze NOS: NOS Journaal snijdt reactie Poetin uit item en liegt
  2. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. Van Wolferen is door Russia Today niet betaald om een artikel te schrijven. Het enige wat hij gedaan heeft is zijn artikel toelichten bij die zender. Marc Jansen daarentegen laat zich door NAVO-lobbyorganisatie de Atlantische Commissie betalen om artikelen te schrijven in hun clubblad Atlantisch Perspectief.

Verder staan er in het artikel een aantal storende feitelijke onjuistheden. Zo wordt in het artikel van Tomas Vanheste beweerd dat aan Rusland nooit een toezegging is gedaan de NAVO niet uit te breiden ten oosten van Duitsland. Kijk even naar onderstaand tv-fragment met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker en diens Duitse ambtgenoot Hans-Dietrich Genscher. Die laatste spreekt duidelijke taal.

Posted on 2 Comments

Karel van Wolferen: De verraderlijke kracht van propaganda

Er kon haast geen beter moment zijn om de effecten van politieke propaganda in wat tot voor kort ‘de vrije wereld’ genoemd werd te onderzoeken dan nu. We leven te midden van een voorbeeld van propaganda dat zich duidelijk aftekent. Het voorziet in een gemeenschappelijke behoefte. In een periode van grootschalig bloedvergieten en andere door de mens veroorzaakte rampen, heeft de moreel bewuste persoon behoefte aan enkele heldere categorieën van goed en kwaad, begeerlijk en verachtelijk. Politieke zekerheid met andere woorden. Je kunt zelfs oorlogen verkopen met ‘morele klaarheid’ als verkooppraatje, zoals we zagen ten aanzien van Irak en Afghanistan.

Indelen in goed en kwaad is eenvoudig genoeg wanneer gevangen genomen journalisten worden onthoofd door jihadisten. Zij die “daar iets aan doen” worden automatisch in de categorie van de ‘goeden’ geplaatst. Maar er is een probleem van troebelheid in dit voorbeeld. De Syrische president Assad heeft jarenlang de lijst van de ‘slechteriken’ aangevoerd, maar nu lijkt hij te veranderen tot een soort van bondgenoot van hen die er op uit zijn de zaken weer in orde te brengen. Daar komt bij, dat het geen geheim is dat de radicale islamieten uit wier midden ISIS is opgekomen gefinancierd en aangemoedigd zijn door de Verenigde Staten en hun Arabische bondgenoten, en men is het er wel over eens dat niets van dit alles nu zou bestaan zonder het tovenaarsleerling-effect dat voortvloeide uit de onthoofding van de Iraakse staat in 2003.

Oekraïne is een minder troebel voorbeeld. Hier hebben we strijders voor democratie en andere westerse waarden in Kiev versus een figuur die roet in het eten gooit, die de soevereiniteit van de buren niet eerbiedigt en wiens weerspannigheid niet aflaat, welke sancties men er ook tegen aan gooit.

Het verhaal van het neergehaalde vliegtuig met 298 doden is niet langer in het nieuws, en het onderzoek naar wie het heeft neergeschoten? Hou je adem maar niet in. Vorige week werden Nederlandse televisiekijkers geïnformeerd over iets dat al langer de ronde deed in de internetsamizdat: de landen die deelnemen aan het MH17-onderzoek hebben een geheimhoudingsovereenkomst getekend. Elk van de deelnemers (waaronder Kiev) heeft het recht om zonder opgaaf van redenen een veto uit te spreken over publicatie van de resultaten. De waarheid over de oorzaak van het verschrikkelijke lot van de 298 lijkt inmiddels al vast te zijn gesteld door de propaganda. Dat wil zeggen dat, hoewel er nog geen enkel bewijs geleverd is voor de officiële toedracht dat de ‘rebellen’ het vliegtuig neer zouden hebben geschoten met Russische betrokkenheid, het een rechtvaardiging blijft voor de sancties tegen Rusland.

Nadat de crisis wekenlang voort heeft gesleept met verder bloedvergieten en verwoesting door bombardementen, en een gretige NAVO die zich morrend afvroeg of Poetins witte vrachtwagens met humanitaire hulpgoederen ook gezien zou kunnen worden als een vijfde colonne, heeft de belangstelling in de mainstream media voor de crisis in Oekraïne een nieuw hoogtepunt bereikt met een vermeende Russische invasie om de ‘rebellen’ te helpen. Op 1 september werd in een redactioneel commentaar van de New York Times aangekondigd dat “Rusland en Oekraïne nu in staat van oorlog verkeren”. Weer een propagandaproduct? Het heeft er allle schijn van. Buitenlandse vrijwilligers, zelfs Fransen, lijken zich aan de zijde van de ‘rebellen’ te hebben gevoegd en het ligt in de rede dat de meeste daarvan Russen zijn – vergeet niet dat de inwoners van Oekraïne die in Donjetsk en Loegansk vechten in veel gevallen familieleden aan de andere kant van de grens hebben. Maar zoals de nieuwe voorzitter van de ministerraad van de Volksrepubliek Donjetsk Alexander Zachartsjenko antwoordde op de vraag van een buitenlandse verslaggever op zijn persconferentie: Als Russische legereenheden aan de zijde van zijn gevechtseenheden zouden strijden, hadden ze al naar Kiev op kunnen trekken. Uit de spaarzame beschikbare informatie krijgt men de indruk dat zijn eenheden het ook zonder ondersteuning van het Russische leger niet onaardig doen. Ze worden ook geholpen door desertie onder de soldaten van de legereenheden van Kiev die het ontbreekt aan enthousiasme om hun broeders in het oosten te doden.

Emotioneel niet betrokken redacteurs hebben nauwelijks directe middelen om uit te vinden wat er aan de hand is in Donjetsk en Loegansk, omdat ze geen ervaren verslaggevers kunnen sturen naar de gebieden waar gevochten wordt. De astronomische verzekeringskosten die daarmee gemoeid zijn, kunnen niet gedekt worden door hun budget. Zodoende hebben we weinig meer om op te varen dan wat we kunnen vergaren van websites die zich in het verleden bewezen hebben.

De propagandalijn van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis inzake de MH17-ramp werd minder nadrukkelijk nadat analisten van Amerikaanse inlichtingendiensten – die hun commentaren naar verslaggevers lekten – weigerden het spel mee te spelen, maar hij is weer volop van kracht rond het thema van de vermeende Russische invasie, terwijl het goed-fout-schema nog altijd in stand gehouden en gevoed wordt door diverse Amerikaanse publicaties. Daaronder enkele die een reputatie hoog hebben te houden, zoals Foreign Policy, of die ooit als relatief progressieve bakens gezien werden, zoals The New Republic, wiens teloorgang als een relatief betrouwbare bron van politieke kennis te betreuren valt.

Het is pas in de laatste dagen dat een opmerkelijk artikel in Foreign Affairs, van de opmerkelijke geopolitieke wetenschapper John Mearsheimer, op de radar verschijnt. Mearsheimer legt de grootste verantwoordelijkheid voor de crisis in Oekraïne waar ze thuis hoort: bij Washington en zijn Europese bondgenoten. “Amerikaanse en Europese leiders blunderden met hun poging om Oekraïne te veranderen in een Westers bolwerk aan de Russische grens. Nu de consequenties zijn blootgelegd, zou het een nog grotere vergissing zijn om dit onzalige beleid voort te zetten.” Het zal tijd kosten voor deze analyse doordringt tot enkele Europese redacteurs en hen overtuigt. Een ander gezond geluid is dat van Stephen Cohen, die de eerste auteur zou moeten zijn die iedereen die werkelijk iets van Poetins Rusland wil begrijpen zou moeten lezen. Maar ‘patriottische ketters’, zoals hij zichzelf noemt, komen er dezer dagen slecht vanaf in de gedrukte pers, zo krijgt hij zelf de wind van voren van de New Republic.

Het kenmerk van succesvolle propaganda is de manier waarop het de niets vermoedende lezer of televisiekijker besluipt. Dat doet het door middel van terloopse negatieve opmerkingen, door relatief vluchtig tussen-de-lijnen-denken in recensies van boeken of films, of artikelen over wat dan ook. We zien dat overal om ons heen, maar laten we een voorbeeld van de Harvard Business Review nemen, waarin hoofdredacteur Justin Fox vraagt: “Waarom zou de Russische president Vladimir Poetin zijn land in een patstelling met het Westen brengen, die vrijwel zeker haar economie zal schaden?” Mijn vraag aan deze auteur – die economische analyses op zijn naam heeft staan die dikwijls zeer ter zake zijn – “Hoe weet je dat het Poetin is die hier op aanstuurt?” Fox haalt Daniel Drezner aan en zegt dat het wel eens waar zou kunnen zijn dat Poetin “niet om dezelfde zaken geeft als het Westen” en “er geen traan om laat om een beetje economische groei op te offeren voor reputatie en nationalistische glorie.” Dit soort prietpraat zien we overal; het komt er op neer dat we in Poetin met een revanchist te maken zouden hebben, die de ambitie heeft om een nieuwe Sovjet-Unie tot stand te brengen, maar dan zonder communisme, met machofantasieën en een politicus overmand door totalitaire ambities.

Wat propaganda effectief maakt is de manier waarop het, door zijn bestaan tussen de regels, binnen dringt in het brein als passieve kennis. Ons impliciete begrip van zaken is per definitie niet scherp, het helpt ons andere zaken te plaatsen. De aannames die ze bevat liggen vast, zijn niet langer onderhevig aan discussie. Impliciete kennis ligt buiten het bereik van nieuw bewijs of verbeterde logische analyse. Haar aannames terug te brengen onder het beslag van het scherpe bewustzijn is een moeizaam proces dat over het algemeen vermeden wordt onder de verzuchting “nou weten we het wel”. Impliciete kennis is hoogst persoonlijke kennis. Deze kennis wordt uiteraard gedeeld, aangezien ze is ontleend aan wat  de samenleving aan zekerheden te bieden heeft, maar het is omgezet in onze eigenste kennis en zodoende in iets dat we zo nodig met hand en tand willen verdedigen. Minder onderzoekende geesten willen wel menen een ‘recht’ te kunnen doen gelden op de waarheid ervan.

De propaganda die zijn wortels heeft in Washington en nog altijd trouw gevolgd wordt door instituten als de BBC en de overgrote meerderheid van de Europese mainstream media, heeft geen enkele plaats ingeruimd voor de vraag of de inwoners van Donjetsk en Loegansk misschien ook een volstrekt legitieme reden hebben om zich te verzetten tegen een russofoob regime met een anti-Russische-taalstrategie, dat de regering waarvoor zij gestemd hebben heeft vervangen, een reden die voor hen goed genoeg is om te riskeren dat hun overheidsgebouwen, ziekenhuizen en woningen gebombardeerd worden.

De propagandalijn is er een van eenvoudige Russische agressie. Poetin heeft de onrust in het Russischsprekende deel van Oekraïne op zitten stoken. Nergens in de mainstream media heb ik verslaggeving aan kunnen treffen over de verwoesting die wordt aangericht door het leger van Kiev, die door ooggetuigen wordt vergeleken met wat de wereld te zien kreeg van Gaza. Er worden geen vragen gesteld bij de impliciete opinie van CNN en BBC of bij de ‘sociale media’ die door een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aangehaald worden. Alle informatie die niet overeenstemt met deze succesvolle propaganda moet geneutraliseerd worden. Dat kan bijvoorbeeld door de Russische televisiezender Russia Today als een propaganda-orgaan van Moskou weg te zetten.

Deze dominante propaganda tiert welig vanwege het atlanticisme, een Europees geloof dat inhoudt dat de wereld niet naar behoren zal functioneren als de Verenigde Staten niet worden geaccepteerd als haar primaire politieke bestuurder, en dat Europa Amerika niet voor de voeten moet lopen. Er is onverfijnd atlanticisme, dat we in Nederland bijvoorbeeld op kunnen merken in stemmen op de radio die stemming maken over een Russische vijand aan de poorten, en er is meer verfijnd atlanticisme onder de verdedigers van de NAVO, die allerlei historische redenen kunnen verzinnen waarom die organisatie zou moeten blijven bestaan. De eerste variant is te onzinnig om veel woorden aan vuil te maken en de tweede kan gemakkelijk weerlegd worden. Maar men kan niet gemakkelijk afrekenen met de intellectueel meest verleidelijke vorm van atlanticisme die gepaard gaat met een beroep op de redelijkheid.

Toen 11 jaar geleden een golf van propaganda Europa overspoelde voor de invasie van Irak, kwamen nuchtere wetenschappers en commentatoren achter hun bureau vandaan om een beroep te doen op onze redelijkheid, in een poging om de toenmalige crisis van vertrouwen in de politieke wijsheid van de Amerikaanse regering te repareren. Het was toen dat het beginsel van “zonder Amerika werkt het niet” werd vastgesteld. Dit atlanticistische leerstuk is goed te begrijpen onder een politieke elite die na meer dan een halve eeuw van relatief veilig comfort in een bondgenootschap ineens moet beginnen na te denken over de veiligheid van hun landen die ze eerder voor lief namen. Maar er was meer aan de hand. Het inroepen van een hoger begrip van het atlantische bondgenootschap en het pleidooi om het nieuw leven in te blazen door hernieuwd begrip, komen neer op een schrijnende uitroep van fatsoenlijke vrienden die de realiteit van hun verlies niet onder ogen kunnen zien.

De wond had zalf nodig, en die werd in grote klodders aangebracht. Eerzame Europese publieke intellectuelen en hooggeplaatste ambtsdragers stuurden gezamenlijke open brieven naar George W. Bush, met dringende pleidooien om de relaties te repareren en formules voor het bereiken daarvan. Op lager niveaus sloten schrijvers van redactionele commentaren zich aan bij het offensief as proponenten van redelijkheid. Te midden van uitingen van walging over Amerika’s nieuwe buitenlandbeleid, schreven en spraken velen over de noodzaak om de ontstane kloof te dichten, bruggen te slaan, wederzijds begrip te hernieuwen enzovoort. In de zomer van 2003 leken de niet mis te verstane voorstanders van een haastige invasie van Irak de ruwe kantjes van hun eerdere standpunten af te schaven. Mijn favoriet voorbeeld is Timothy Garton Ash, een historicus uit Oxford en veel schrijvende commentator die alom werd gezien als de stem der rede, die het ene na het andere artikel en boek schreef dat overvloeide  van trans-Atlantische zalvende woorden. Nieuwe mogelijkheden werden ontdekt, nieuwe bladzijden omgeslagen. Het moest “van twee kanten komen”, zo was de algemene teneur van deze pleidooien en belerende commentaren. Europa moest ook veranderen! Maar hoe dan wel, in deze context, dat bleef onduidelijk. Het lijdt geen twijfel dat Europa had moeten veranderen. Maar gezien de context van het Amerikaanse militarisme had die discussie moeten draaien om de functie van de NAVO en hoe dat bondgenootschap een risico voor Europa werd, niet om het tegemoet komen van de Verenigde Staten. Dat gebeurde echter niet en, zoals we de afgelopen maand gezien hebben, lijkt de energie voor de weerstand tegen de propaganda, die Europa in 2003 nog had, bijna volledig te zijn weggevloeid.

Garten Ash hakt weer met het zelfde bijltje, zo schrijft hij in de Guardian van 1 augustus jongstleden dat de “meeste West-Europeanen door Poetins Anschluss van de Krim heen sliepen”. ‘Anschluss’? Zinken we nu af tot het peil van de Hitler-vergelijkingen? Hij hoeft ditmaal niet erg zijn best te doen, hij komt niet uit boven de clichés van een krantencommentaar over de noodzaak van sancties; belangrijker, hij verontschuldigt zich ditmaal niet voor een mogelijke Amerikaanse rol in de crisis. De propaganda van dit jaar krijgt de vrije hand door het atlantistische geloof dat aan kracht heeft gewonnen door de bron van illusies die het presidentschap van Obama is. Het is impliciete kennis die geen bijzondere verdediging behoeft, omdat alle redelijke mensen weten dat het redelijk is.

Atlanticisme is een kwaal die Europa verblindt. Het doet dit zo effectief dat in iedere salon waar de hete hangijzers van vandaag de dag worden besproken de immer aanwezige olifant consequent buiten beschouwing blijft. Wat ik in mainstream nieuws en commentaar over Oekraïne heb gelezen ging over Kiev en de ‘separatisten’ en in het bijzonder over Poetins motieven. De reden voor dit incomplete beeld is duidelijk, denk ik: Het atlanticisme vereist het negeren van de Amerikaanse factor in wat er in de wereld gebeurt, tenzij die factor als positief voorgesteld kan worden. Als dat niet mogelijk is, dan vermijd je het. Een andere reden is eenvoudige onwetendheid. Niet genoeg bezorgde en opgeleide Nederlanders lijken de opkomst en invloed van de Amerikaanse neoconservatieven te hebben gevolgd, of een vermoeden te hebben dat Samantha Power (de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, red.) van mening is dat Poetin geëlimineerd moet worden. Ze hebben geen idee hoe de verschillende instellingen van de Amerikaanse overheid zich tot elkaar verhouden en in hoeverre ze hun eigen bestaan leiden, zonder effectief toezicht van enige centrale entiteit die in staat is een haalbaar buitenlands beleid te ontwikkelen dat zin heeft voor de Verenigde Staten zelf.

Propaganda reduceert alles tot de eenvoudigheid die kenmerkend is voor  stripboeken. Het laat geen ruimte aan subtiliteiten, zoals wat de mensen onder de regering in Kiev te wachten staat als de eisen van het IMF worden opgevolgd. Denk aan Griekenland. Het laat geen ruimte zelfs voor de minder subtiele regelmatig door Poetin naar voren gebrachte wens dat er diplomatie zou moeten plaats vinden met het oog op het bereiken van een soort federaal arrangement waardoor Oost- en West-Oekraïne in hetzelfde land kunnen blijven, maar tegelijk een significante mate van zelfbestuur kunnen hebben (iets dat op enig moment niet meer aanvaardbaar zou kunnen zijn voor de mensen in het oosten, naarmate Kiev hen blijft bombarderen). Stripboekbeelden laten ook geen ruimte voor de mogelijkheid dat de slechteriken goede en redelijke ideeën hebben.  En zo kan de primaire wens van Poetin, de fundamentele reden dat hij überhaupt in deze crisis betrokken is, namelijk dat Oekraïne geen onderdeel van de NAVO zal worden, geen deel uitmaken van het plaatje. De nogal voor de hand liggende en enige acceptabele toestand, één waarop iedere Russische president die aan de macht wil blijven moet staan, is een neutraal Oekraïne dat geen deel uit maakt van een machtsblok.

De aanstichters van de crisis in Oekraïne werken aan bureaus in Washington. Ze hebben een verschuiving in de Amerikaanse opstelling tegenover Rusland ontworpen en besloten om er een (hun woorden) “pariastaat” van te maken. In de aanloop naar de coup in februari hielpen ze anti-Russische rechtse krachten om een protestbeweging te kapen, die meer democratie eiste. Het idee dat de bevolking in het door Kiev gecontroleerde gebied meer democratie zou hebben gekregen is natuurlijk belachelijk.

Er zijn serieuze schrijvers inzake Rusland die moreel verontwaardigd en boos zijn geworden vanwege ontwikkelingen in Rusland in de afgelopen jaren onder Poetin. Dat is een ander onderwerp dan de crisis in Oekraïne, maar hun invloed speelt een grote rol in de propaganda. Ben Judah, die het eerder genoemde redactioneel commentaar in de New York Times schreef, is een goed voorbeeld. Ik denk dat ik hun verontwaardiging begrijp en tot op zekere hoogte heb ik er sympathie voor. Ik ben bekend met dit fenomeen, aangezien ik het vaak genoeg heb zien gebeuren onder journalisten die schreven over China of zelfs Japan. In het geval van China en Rusland wordt hun verontwaardiging opgeroepen door een accumulatie van zaken die in hun ogen volledig verkeerd zijn gegaan door maatregelen van de autoriteiten die terug lijken te keren op of af lijken te wijken van wat ze verondersteld werden te zullen doen overeenkomstig liberale ideeën. Deze verontwaardiging kan al het andere overstemmen. Het wordt een waas waardoor deze auteurs niet meer kunnen onderscheiden hoe machthebbers proberen om te gaan met moeilijke omstandigheden.

In het geval van Rusland lijkt er de laatste tijd weinig aandacht te zijn geschonken aan het feit dat toen Poetin de regering van Rusland overnam, de erfenis bestond in een staat die niet langer als zodanig functioneerde, wat in de eerste plaats een hernieuwde concentratie van macht in het centrum vereiste. Rusland was economisch aan de afgrond gebracht onder Jeltsin, geholpen door verscheidene Westerse roofzuchtige belangen en misleide marktfundamentalisten van Harvard. Na de afschaffing van het Communisme, werden ze verleid om een ogenblikkelijke overstap naar kapitalisme in Amerikaanse stijl te proberen, terwijl er hoegenaamd geen instellingen waren om iets dergelijks te begeleiden. Ze privatiseerden de gigantische industrieën die in staatseigendom waren, zonder dat er al een private sector bestond; iets dat je niet even snel uit het niets kunt creëren, zoals de Japanse geschiedenis duidelijk laat zien. Wat ze kregen was derhalve kleptocratisch kapitalisme, met gestolen staatseigendommen, wat leidde tot de opkomst van de beruchte oligarchen.  Dit vernietigde zo ongeveer de relatief stabiele Russische middenklasse en liet de Russische levensverwachting kelderen.

Natuurlijk wil Poetin buitenlandse ngo’s aan banden leggen. Ze kunnen veel schade aanrichten door zijn regering te destabiliseren. Door het buitenland gefinancierde denktanks bestaan niet om te denken, maar om beleid aan de man te brengen dat in lijn is met de opvattingen van de financiers, beleid waarvan zij, weigerend te leren van de ervaringen uit de laatste decennia, dogmatisch aannemen dat het goed is voor iedereen op elk moment. Het is een onderwerp dat op zijn best zeer zijdelings te maken heeft met de huidige crisis in Oekraïne, maar het heeft de geesten klaar gemaakt voor de heersende propaganda.

Lees ook: Paul Robinsons artikel over ‘Poetins filosofie’

Maakt wat ik gezegd heb mij tot een Poetin-aanhanger? Ik ken hem niet en weet niet genoeg van hem. Wanneer ik probeer daar wat aan te doen met recente literatuur, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ik door een grote mate aan verguizing heen moet waden. Ook in de mainstream media zie ik geen serieuze poging om te begrijpen wat het zou kunnen zijn dat Poetin probeert te bereiken, behalve de flauwekul over het opnieuw tot stand brengen van een Russisch imperium. Er is geen enkel bewijs geweest van imperialistische ambities of van het feit dat hij al zijn zinnen gezet zou hebben op de Krim, voordat de coup in Kiev plaats vond en voordat de NAVO-ambities van de Russofoben die de overhand kregen de Russische marinebasis daar in gevaar brachten.

Maakt wat ik gezegd heb me anti-Amerikaans? Het lijkt me haast onvermijdelijk dat etiket opgeplakt te krijgen. Ik denk dat de Verenigde Staten een schijnbaar eindeloze tragedie doormaken. En ik voel diepe sympathie voor die bezorgde Amerikanen, waaronder veel van mijn vrienden, die daarmee moeten worstelen.


Vertaling: Jonathan van Tongeren