Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

De val van Ceausescu: Revolutie of complot?

De Roemeense ‘conducator’ (leider) Nicolae Ceausescu gold als het ‘genie van de Karpaten’, ‘titaan der titanen’ en ‘aardse god’ – het was een van de wreedste dictators in het Oostblok. Anders dan andere communistische leiders kostte de val van het communisme hem dan ook het leven.

De op 26 januari 1918 in het dorp Scornicesti in Walachije geboren spruit van een kinderrijke boeren familie ging na vier jaar school in de leer bij een schoenmaker. In 1932 werd hij lid van de toen illegale Roemeense Communistische Partij (PCR). Vanwege zijn intensieve engagement voor deze partij, bracht hij tussen 1933 en 1944 bij elkaar zes jaar in hechtenis door.

Na de val van de op Duitsland georiënteerde militaire dictator Ion Antonescu werd hij lid van het centraal comité van de PCR. In de twee decennia die volgden bekleedde Ceausescu talrijke hoge functies bij de Roemeense staat en in de partijleiding, waaronder eerste plaatsvervangend minister van Defensie, tot hij uiteindelijk in juli 1965 tot leider van de PCR gekozen werd. Weinig later werd hij voorzitter van de staatsraad (regering) en opperbevelhebber van de strijdkrachten. Vanaf 1974 fungeerde Ceausescu nog als president en conducator van Roemenië.

Eigenzinnig buitenlands beleid

Deze enorme machtsconcentratie had hij te danken aan zijn aanvankelijke populariteit onder de bevolking. Die populariteit vloeide niet in de laatste plaats voort uit Ceausescu’s politiek van een zelfstandig buitenlands beleid en demonstratieve afstand tot Moskou. Zo onderhield hij goede betrekkingen tot de Chinese communisten en dupeerde het Kremlin en zijn Oost-Europese satellietstaten door een scherpe veroordeling van het neerslaan van de Praagse Lente in 1968. Het westen honoreerde dat door Roemenië op te nemen in het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank en diverse vergelijkbare concessies.

Ceausescu met de andere leiders van het Warschaupact in 1987 (foto: Bundesarchiv)

De contacten met China en Noord-Korea leidden er vanaf 1971 echter ook toe dat de Roemeense leider, die abusievelijk de partijtop van de PCR voor gemakkelijk te sturen hield, smaak ontwikkelde voor personencultus. Deze nam al snel bizarre vormen aan. In het bijzonder toen de pluimstrijkers in Boekarest niet meer alleen hun ‘god’ huldigden, maar evenzeer zijn vrouw Elena – zogezegd de ‘moeder der natie’ – en de hond van het echtpaar ‘kameraad Corbu’.

Economische malaise

Daarbij zette vanaf het einde van de jaren ’70 een duidelijke economische neergang in. Dat lag onder andere aan het ontbrekend concurrentievermogen van de industrie van het Balkanland en de dramatische omvang van de buitenlandse schuld. Dit alles werd verergerd door het overlopen van de plaatsvervangende buitenlandse spionagechef en presidentieel adviseur Ion Mihai Pacepa naar de Verenigde Staten. Pacepa verraadde namelijk hoezeer Roemenië Arabische terreurorganisaties ondersteunde en economische spionage in het Westen bedreef, wat tot het verlies van belangrijke handelsprivileges leidde.

Ruïneus waren daarnaast de megalomane bouwplannen, zoals die van het parlementsgebouw, het Paleis van de Republiek. Dit is nog altijd het op een na grootste regeringsgebouw ter wereld, na het Pentagon. Er moesten circa 40.000 woningen, een dozijn kerken en drie synagoges voor wijken.

Uit dit alles bij elkaar vloeiden schaarsten in de voedselvoorziening voort en een toenemende verarming van de bevolking, die steeds vaker tot spontane lokale opstanden leidde. Deze liet de dictator door zijn uiterst hardhandig agerende geheime politie Securitate neerslaan, op wier conto uiteindelijk rond de 200.000 doden kwamen.

In Timisoara begint de revolutie

Toen kwam december 1989, in Timisoara, het historische, economische en culturele centrum van het Banaat, ontstond een opstand die zich naar de rest van het land verspreidde en de val van de dictator te weeg bracht. Die was zo lichtzinnig geweest om, ondanks de burgeroorlogachtige situatie in de op twee na grootste stad van het land, naar Iran te reizen voor een staatsbezoek en in plaats van in ballingschap te gaan daarvan terug te keren, om zich op 21 december voor de ijlings opgetrommelde volksmassa’s in Boekarest te vertonen om zich nog eens te laten vieren en diverse sociale verbeteringen te beloven.

Bij deze live op televisie uitgezonden toespraak tot zijn volk kantelde de stemming en kwam het tot opstootjes in de massa. Wie daar precies de aanzet toe gaf, is tot op vandaag onduidelijk. Sommigen verdenken tegenstanders van het regime, anderen provocateurs van de Securitate of agenten van de Sovjet-Unie, die Ceausescu vervangen wilde zien door een Kremlin-getrouwe persoon.

In ieder geval stelden vervolgens talrijke militairen zich aan de zijde van de opstandelingen. Op de daarop volgende dag ontvluchtte het echtpaar Ceausescu in paniek Boekarest. De vlucht mislukte echter en die avond bevonden beiden zich in Târgoviște, de voormalige hoofdstad van Walachije, onder het gezag van de nieuw gevormde Raad van het Front tot Nationale Redding. Deze raad gaf op Kerstavond opdracht kort proces te maken met het paar. De raad hoopte daarmee het gewapende verzet tegen de val van Ceausescu te breken.

Doodsvonnis

Op 1e Kerstdag kwam in de kazerne van Târgoviște een militaire rechtbank bijeen onder voorzitterschap van kolonel Gica Popa en veroordeelde Elena en Nicolae Ceausescu na niet meer dan anderhalf uur vanwege genocide door honger, kou en ontbrekende medische zorg, op 64.000 Roemeense burgers, alsmede ondermijning van staat en economie van het land ter dood. Tien minuten later werd het vonnis op het binnenplein van de kazerne voltrokken. Daar maaiden kapitein Ionel Boeru, sergeant Octavian Gheorghiu en soldaat Dorin Cârlan van het 64. parachutistenregiment de delinquenten met circa 100 kogels neer. Op 27 december zond de Roemeense televisie meerdere versies van een video-opname van de executie uit. Dezelfde dag stopten de gevechten. Er waren 1104 doden gevallen.

Ceausescu op vakantie in de landstreek Moldavië in 1976, links Ion Iliescu die destijds als zijn opvolger werd gezien. Iliescu werd door Ceausescu op een zijspoor gezet, maar speelde in 1989 een rol in zijn val en zou vervolgens van ’89 tot ’96 president van Roemenië zijn (foto: fototeca online a comunismului românesc).

Ofschoon de onverwijlde executie van de Ceausescu’s plausibel verklaard kan worden uit de wens om het gewapende verzet tegen hun val te breken en hun eventuele bevrijding te voorkomen, geeft ze toch ook voeding aan de verdenking dat de nieuwe machthebbers Ceausescu zo snel mogelijk het zwijgen op wilden leggen. In ieder geval is tot op de dag van vandaag omstreden of de man die goed 28 jaar dictator van Roemenië was nu werkelijk door een revolutie van het volk ten val is gekomen of veeleer door een complot van bepaalde kringen in het staatsapparaat.

Posted on

De Bitcoin-revolutie

In “The Mystery of Banking”[1] schrijft Murray Rothbard over de werking van het fiatgeldsysteem in het bankwezen. Rothbard beargumenteert in dit boek dat inflatie een gevolg is van het uitbreiden van de geldvoorraad. Centrale banken drukken geld bij en lenen dat uit aan de banken; banken lenen dit geld weer uit aan huishoudens en bedrijven. Geld wordt dus gecreëerd op basis van de verwachting dat er toekomstige, economische activiteit tegenover wordt gezet. Maar de realiteit is dus wel dat geld in principe uit het niets gecreëerd wordt. De redenatie is dat de economie hiermee draaiende gehouden wordt, omdat geldcreatie investeringen en consumptie stimuleert. Om die reden hebben centrale banken een inflatiedoelstelling van 2%[2] – betekenis: 2% groei van de geldvoorraad per jaar.

Tot zover het positieve verhaal, nu het negatieve verhaal: een uitbreiding van de geldvoorraad betekent tegelijk dat de waarde van geld (per stuk) daalt. Alleen als de economie harder groeit dan de inflatie, dan stijgt de waarde van het geld (per stuk). In praktijk komt die situatie zelden voor; meestal is de inflatie hoger dan de groei van de economie. Om die reden is er een continue geldontwaarding gaande. Rothbard gaat vervolgens nog in op een nog negatiever aspect van het fiatgeldsysteem: overheden lenen geld van centrale banken, zodat zij aan hun schulden kunnen voldoen. In praktijk betalen ze dit geld niet terug[3], het staat gewoon op de balans van de centrale bank als “uitstaande lening”.

Milton Friedman sprak daarom van een “verborgen belasting”[4]: via inflatie ontnemen overheden munten van een deel van hun waarde. Het is goed dat mensen zich de implicatie van dit systeem goed realiseren. Zuur verdiend spaargeld wordt dus ook steeds minder waard. Als lonen minder hard stijgen dan de inflatiecorrectie, dan worden lonen ook minder waard (en neemt de koopkracht af). Mensen merken dit doordat producten en diensten duurder worden. Geldontwaarding is (helaas) al zo oud als de uitvinding van geld zelf. Om die reden zijn er ook steeds pogingen ondernomen om geld “hard”[5] te maken, i.e. geldontwaarding moeilijk maken. Dat kan bijvoorbeeld door geld te koppelen aan een gewild schaars goed zoals goud, zilver, e.d.

Alternatieven voor inflatie

De economie bestaat dus in een inflationaire wereld: fiatgeld dat continu minder waard wordt. Maar dit systeem is niet vanzelfsprekend; het is ook mogelijk om in een deflationair geldsysteem te leven: geld dat continu méér waard wordt. Ten tijde van de goudstandaard was (milde) deflatie ook precies de situatie. Het nadeel van deflatie is dat schulden dus ook steeds meer waard worden, mensen kunnen minder gemakkelijk schulden aangaan en daardoor dus minder snel investeren, consumeren en speculeren. De meeste economen vinden de nadelen van deflatie daarom groter dan de nadelen van inflatie – maar niet alle economen. Er zijn genoeg economen die waarschuwen tegen de nadelen van inflatie als groter gevaar, zoals Friedrich Hayek.

In zijn Nobelprijs-acceptatiespeech brak Hayek[6] een lans voor concurrerende, gedenationaliseerde geldsoorten om inflatiemisbruik tegen te gaan. Hayek wilde niet dat overheden nog langer de mogelijkheid zouden hebben om geld te ontwaarden voor eigen gewin. Hij stelde daarom voor om geld volledig los te koppelen van de overheid of de natiestaat; iedereen moest vrij zijn om met anderen te handelen in de muntsoort of het ruilmiddel dat zij wenselijk achtten. Hayek zag dit zelfs als een noodzakelijk nieuw amendement voor de grondwet. Het grote voordeel van concurrentie tussen geldsoorten is dat mensen kunnen ontsnappen aan geldsystemen waarvoor ze niet gekozen hebben en nooit zouden kiezen. De beste munt zou dan het meeste waard worden, omdat mensen hier hun rijkdom in bewaren; concurrerende munten zouden zich op andere gewilde functies van geld kunnen onderscheiden. Zo houden munten elkaar in een bepaald evenwicht – en slecht geld zal, net als slechte bedrijven, uit de markt verdwijnen, omdat het geen functie heeft.

Goldbugs[7] zien in het pleidooi van Hayek hun gelijk bevestigd; zij willen graag een alternatief voor fiatgeld, een alternatief dat beter zijn waarde behoudt. Zij zijn daarom voorstander van goud als een internationaal parallel geldsysteem, omdat de waarde van goud een stuk stabieler is dan het alsmaar in waarde dalende fiatgeld. Daarnaast geloven ze dat goud nooit geheel waardeloos kan worden, zelfs niet ten tijde van een crisis van het geldsysteem. Als het goudsysteem namelijk in elkaar dondert, dan kan goud nog altijd gebruikt worden voor andere zaken, bijvoorbeeld grondstof voor juwelen – dit in tegenstelling tot fiatgeld dat na hyperinflatie volledig waardeloos zal zijn. Alle vroegere fiatgeldsystemen zijn dan ook geëindigd met een intrinsieke waarde[8] van “nul”. Goldbugs hebben echter één cruciale blinde vlek: de goudstandaard is overal waar deze is ingevoerd weer verdwenen.[9] De goudstandaard zit overheden al snel dwars in hun mogelijkheden en om die reden zullen overheden geld al snel weer ontkoppelen van goud. Het is vrij naïef om te denken dat als de goudstandaard weer wordt ingevoerd, ontkoppeling niet opnieuw zal gebeuren.

De jurist Nick Szabo kwam daarom met het voorstel van BitGold.[10] Szabo zag de fout van de goldbugs (en de fiatgeldvoorstanders) in: deze systemen hebben altijd een “trusted third party” nodig om te functioneren. Zowel goud als fiat moeten in omloop gebracht worden, opgeslagen, beschermd, enz. Een ideaal geldsysteem zou geen derde partij nodig hebben om te functioneren; het zou de mogelijkheid moeten bieden om tussen twee partijen te handelen. 1-op-1, veilig, anoniem en volledig vrijwillig. Tot BitGold was er nooit een geldsysteem geweest dat deze wensen tegelijk in zich verenigde. Helaas bleef BitGold lange tijd een abstract idee, een theorie zonder praktische implementatie – totdat bitcoin verscheen.

De intellectuele basis onder bitcoin

Onder het pseudoniem “Satoshi Nakamoto”[11] onthulde een anonieme programmeur en hard geld-activist na de kredietcrisis een open-source software project genaamd “Bitcoin: a peer-2-peer electronic cash system”. De intentie van Nakamoto was om het BitGold idee in praktijk te brengen. Nakamoto wilde dat gewone mensen beschermd zouden zijn tegen toekomstige bank bail-outs van overheden om banken te redden. Het was tijdens de kredietcrisis vrij duidelijk geworden dat overheden handhaving van de status quo als eerste prioriteit zagen en het belang van de burger als laatste prioriteit. Rechtvaardigheid speelde al helemaal geen rol, want normale (niet-bank)bedrijven hadden overheden gewoon failliet laten gaan[12] en frauderende bankiers zijn vrijwel allemaal vrijuit[13] gegaan.

Nakamoto’s open source project sloeg direct aan en allerlei geïnteresseerde ontwikkelaars hielpen Nakamoto zijn project verder te ontwikkelen. Het idee van bitcoin[14] was om de goede eigenschappen van goud digitaal te simuleren (schaarste, waardevastheid, stabiel) en te koppelen aan de goede eigenschappen van fiatgeld (draagbaar, deelbaar, licht gewicht en anoniem). Nakamoto kreeg ook veel steun en aandacht van “hard geld”-activisten en libertariërs, die lovende artikelen over zijn initiatief[15] schreven. Nakamoto[16] deelde ook Szabo’s vaststelling, dat het vertrouwen, dat mensen gedwongen moeten hebben in conventionele geldsystemen juist de fatale zwakte is van geldsystemen; “Het kernprobleem met conventionele geldsystemen is dat ze op vertrouwen gebaseerd zijn om het werkbaar te maken. De centrale bank moet vertrouwd worden om de munt niet te ontwaarden, maar de geschiedenis van fiatgeld staat bol van de voorbeelden van schending van vertrouwen. Banken moeten vertrouwd worden om geld aan te houden en elektronisch over te maken, maar ze lenen het [fiatgeld] uit in golven van kredietbubbels zonder een fractie in reserve aan te houden. We moeten ze vertrouwen met onze privacy, ze vertrouwen om identiteitsfraudeurs om onze rekening leeg te halen.” Kortom: een geldsysteem, dat niet berust op vertrouwen, maar op harde, onveranderbare principes is superieur aan de conventionele geldsystemen.

Nakamoto loste Szabo’s “trusted third party” probleem op met de uitvinding van de blockchain: een grootboekrekening, die alle transacties van het systeem steeds controleert en (her)bevestigt. Met deze blockchain wordt fraude voorkomen en de veiligheid van het bitcoin-betaalnetwerk gegarandeerd[17]. De technische aspecten van de blockchain, cryptografie, mining, proof-of-work, hashing, wallets, etc. laat ik weg uit deze bitcoin-bespreking, omdat deze irrelevant zijn voor de economische case vóór bitcoin. (Wie dat wel wil weten, verwijs ik graag door naar de presentatie van Konrad Graf in de voetnoot.[18])

Groei, prijs en waarde

Op de website blockchain.info wordt bijgehouden hoeveel nieuwe gebruikers en transacties er bijkomen; deze groei is exponentieel. Hetzelfde geldt voor het aantal klanten van een bedrijf als BitPay – een bitcoin-intermediair die bedrijven helpt om bitcoin te accepteren als betaalmiddel. De internationale groei van exchanges, analysetools en blockchain-techbedrijven is gigantisch. Het aantal (prominente) softwareprogrammeurs, die vrijwillig meewerken aan de verdere ontwikkeling van bitcoin is al jaren zeer hoog.

Bitcoin-rivalen, altcoins genaamd, zoals Ethereum, Litecoin en Bitcoin Cash experimenteren met allerlei variaties op het bitcoin-protocol. Uit deze concurrentiestrijd is nu een geheel nieuwe financiële sector voortgekomen: cryptocurrency. Iedereen kan zijn eigen coin starten en in de markt zetten. Ironisch genoeg maakt deze concurrentie bitcoin niet zwakker maar sterker. Bitcoin heeft namelijk zo’n grote voorsprong qua netwerkeffecten, dat overstappen naar een andere currency enorme overstapproblemen geeft aan het ecosysteem. Bitcoin is ook open-source, daardoor kunnen de meest interessante usecases van altcoins gemakkelijk ingepast worden. Om die reden is de redenatie dat Bitcoin de AltaVista of MySpace van cryptocurrency is, die door Google en Facebook uit de markt zijn gedrukt, verkeerd. AltaVista en MySpace hadden met een open source-model zeer waarschijnlijk de beste aspecten van Google en Facebook kunnen integreren.

Sinds de implementatie van bitcoin is bitcoin vrijwel constant gestegen in waarde, van $0,10 tot $4400[19] afgelopen week – alhoewel met constante schommelingen in de prijs. Een ander voordeel van bitcoin is dat het – net als goud – een internationaal, niet-staat gebonden geldsysteem mogelijk maakt. Precies zoals Hayek dat zich had voorgesteld. En nog belangrijker: deelname aan het bitcoin-geldsysteem is, in tegenstelling tot fiatgeld, volledig op vrijwillige basis. Als iemand geen heil in bitcoin ziet, bitcoin niet begrijpt of bitcoin om bepaalde redenen immoreel vindt, dan hoeft hij of zij er niet aan mee te doen.

Een eerste, veelgehoorde bedenking ten aanzien van bitcoin is dat het een tulpenmanie/bubbel zou zijn: de prijs neemt namelijk zo snel toe dat er vrijwel geen andere vergelijking bestaat, dan met die twee fenomenen. Maar toch, het ligt ditmaal niet zo simpel. Er zullen uiteindelijk slechts 21 miljoen bitcoins bestaan, maar er zijn nu slechts zo’n 16 miljoen bitcoins in omloop. Daarnaast zijn er bitcoins verloren gegaan als gevolg van vergeten paswoorden en defecte harde schijven. Hierdoor is bitcoin dus schaars. Zeer schaars. Doordat de vraag exponentieel toeneemt, maar het aantal bitcoins zeer langzaam stijgt, zal de prijs heel hard stijgen. De huidige waarde van bitcoin is onmiskenbaar speculatief, omdat veel mensen verwachten dat bitcoin meer waard wordt en daarom bitcoins opsparen; ze zien bitcoin als een manier om snel rijk te worden. Het gaat echter te ver om te stellen dat bitcoin’s prijs alleen op manie gebaseerd is. Een tweede bedenking is dat bitcoin een Ponzi- of piramidespel zou zijn. Op basis van de snel stijgende prijs leek dit op voorhand een goede duiding, maar er zijn een aantal duidelijke verschillen. Zo heeft een Ponzi-spel een Ponzi nodig, een oplichter – die is er niet. De enige mensen die lijken te profiteren van bitcoin zijn de gebruikers en bezitters van bitcoin. (Wie meer weerleggingen van onterechte bitcoin-kritieken wil lezen, kan goed beginnen bij de blogs van Peter Surda[20] en Konrad Graf.)

In een binnen de bitcoin-scene zeer gewaardeerde youtube-video[21], gemaakt door bitcoin-supporter James DeAngelo, wordt een alternatieve verklaring voor de scherpe prijsstijging gegeven. DeAngelo vergeleek bitcoin met een snelgroeiende startup als Twitter. Toen Twitter startte hadden ze maar 50 gebruikers, maar het aantal gebruikers bleef steeds verdubbelen, totdat ze uiteindelijk miljoenen gebruikers hadden. Het was geen perfect exponentiële ontwikkeling, gemeten op dag- of weekniveau; er waren tal van tegenslagen, concurrenten, geldzorgen, technische uitdagingen, enz. Toch bleef Twitter hard en gestaag doorgroeien, daardoor nam de waarde per aandeel steeds meer toe. Uiteindelijk werd Twitter een miljardenbedrijf en een globale, dominante speler in media. DeAngelo’s theorie is, dat het bij de bitcoinprijs dus niet om een spel van oplichters of speculatiemanie gaat, maar om de dynamiek van een volatiele valuatie van een snelgroeiend ecosysteem – vergelijkbaar met het aandeel van een snelgroeiende startup. Hij vergelijkt de bitcoinprijs met een aandeel in Twitter.

Internet als voorbeeld

Er is een precedent voor snel in waarde toenemende, virtuele assets geweest: dotcom-domeinnamen. Midden jaren ’90 werden de beste domeinnamen opgeslokt door domeinhandelaren. Domeinhandelaren kochten deze domeinen op, omdat ze de visie hadden dat domeinnamen een digitaal onroerend goed waren. Domeinnamen zijn een waardevolle bezitting gebleken.[22] Sinds de stormachtige groei van het internet, zijn domeinen gemiddeld steeds duurder geworden. Logisch: een schaars goed, ook als dit virtueel is, wordt meer waard als er meer vraag is. Dit prijsmechanisme geldt voor elk jaar sinds ’95[23] en dat zal zo door blijven gaan – zolang het internet blijft groeien.

Daarnaast, een tweede gevolg van domeinnamen-schaarste: elke domeinnaam kan maar eenmalig uitgegeven worden. Om die reden is een domeinnaam als home.com veel geld waard. Op dit stukje digitaal onroerend goed kunnen vele soorten bedrijven zich huisvesten – qua mogelijkheden is home.com te vergelijken met een stukje onroerend goed op het Londense Picadilly Circus! Domeinnaamhandelaren zagen destijds dus correct in, dat toekomstige bedrijven en ondernemers deze domeinnamen in de toekomst voor veel geld weer van hen over zouden nemen. Veel bitcoinbezitters denken hetzelfde bij bitcoin: ze zien het als digitaal goud en zijn niet van plan het opnieuw af te staan totdat ze er, in hun ogen, een fair value voor krijgen. Als bitcoin blijft doorgroeien tot de munteenheid van het internet dan zal 10-100x zoveel zijn als nu – in de verre toekomst, dat wel.

Voorts, niet alle domeinnamen zijn gelijk geschapen. Een korte, herkenbare, pakkende domeinnaam zonder streepje en – allerbelangrijkst! – met DOTCOM op het eind is veel geld waard. Home.com is veel meer waard dan huizen-bekijken-innederland.net. Dotcom is de de facto standaard[24] van domeinnamen geworden en dat is niet meer terug te draaien. Zie hier de link met bitcoin en altcoins: bitcoin is de dotcom-standaard van cryptocurrency. Bitcoin heeft de meeste status, alleen een crypto-concurrent die vele malen beter is dan bitcoin zou een kans maken – en zo jong is bitcoin ook niet meer, het stamt uit ’98. Ter vergelijking: Google stamt uit ’98 en AltaVista uit ’95 – zoveel tijd zat er niet tussen. MySpace stamt uit 2003 en Facebook uit 2004. De voorsprong van bitcoin ten opzichte van andere altcoins neemt echter nog steeds toe. De huidige concurrenten voldoen niet.

Toekomst

Het is natuurlijk mogelijk dat bitcoin uiteindelijk toch niet zal slagen, als gevolg van een technologische bug die niet voorzien was; omdat er een altcoin blijkt te zijn, die 10x beter is; omdat bitcoin op verkeerde, economische principes is gebaseerd; omdat overheden bitcoin succesvol konden uitbannen nadat de ecologie meer centraliseerde; omdat bitcoin toch meer speculatie dan asset was; enz. enz. Allemaal mogelijkheden die bestaan, maar deze risico’s zijn met de tijd steeds onwaarschijnlijker, omdat bitcoin al een aantal extreme tests heeft doorstaan.

Bitcoin overleefde bugs, een mogelijke 51% attack, het faillissement MtGox, hacks van (destijds) belangrijke exchanges als Bitcoinica en Tradehill, exit-scams als Cryptsy, associaties met SilkRoad, Russisch verbod, Ethereum’s opkomst en andere altcoin-uitdagers, een onverwachte hard fork en een continue stroom van chaotische taferelen die breed uitgemeten worden in de media. Elke tegenslag van bitcoin lijkt bitcoin juist sterker te maken. Bijvoorbeeld, toen de SilkRoad-website[25] in 2013 door de FBI werd ontmanteld, begon de bitcoin-prijs kort daarna hard te stijgen. Geheel tegen de verwachting in, omdat bitcoin door tegenstanders als vehikel voor criminelen werd versleten. In realiteit was het opheffen van de SilkRoad-website juist positief voor bitcoin: mensen durfden te beleggen in en betalen met een digitale munt die niet langer 1-op-1 met criminaliteit werd geassocieerd. Bitcoin lijkt het voorbeeld van “antifragiel”[26] te zijn; door elke uitdaging lijkt het bitcoin-ecosysteem sterker en groter te worden en stijgt vervolgens de prijs.

Het is goed mogelijk dat bitcoin crasht of gecrasht is, terwijl dit stuk uitkomt en/ of gelezen wordt. Gezien de enorme stijging van de bitcoin-prijs is dit zelfs zeer aannemelijk. Wel is het dan goed om erop te wijzen dat bitcoin al 5 grote crashes[27] heeft gehad en zich na de crash steeds herstelde op een hogere gemiddelde prijs dan voor de crash. Op de lange termijn is de bitcoin-prijs ook elk jaar toegenomen[28], met uitzondering van een correctie in 2014. Daar moet wel bij gemeld dat bitcoin in 2013 5500%(!) steeg. Bitcoin heeft nog steeds veel problemen en zal nog heel veel problemen tegemoet treden in de toekomst – zonder meer. Maar er moet langzamerhand ook serieus rekening gehouden worden met het meest onwaarschijnlijk denkbare scenario: bitcoin zou weleens kunnen slagen.


[1] https://mises.org/library/mystery-banking

[2] https://www.ecb.europa.eu/mopo/strategy/pricestab/html/index.en.html

[3] https://www.ronpaul.com/fiat-money-inflation-federal-reserve-2/

[4] https://www.youtube.com/watch?v=GJ4TTNeSUdQ

[5]http://www.fon.hum.uva.nl/rob/Courses/InformationInSpeech/CDROM/Literature/LOTwinterschool2006/szabo.best.vwh.net/shell.html

[6] https://mises.org/library/choice-currency-0

[7] https://www.goodreads.com/book/show/25894053-the-new-case-for-gold

[8] https://en.wikipedia.org/wiki/Fiat_money

[9] Meer hier http://nakamotoinstitute.org/static/docs/denationalisation.pdf

[10] http://nakamotoinstitute.org/bit-gold/

[11] Ik vermoed zelf dat Satoshi Nakamoto een alias van Nick Szabo is. De vergelijkingen tussen Bitcoin en BitGold zijn zo sterk en opvallend, dat er vrijwel zeker een link moet zijn.

[12] http://www.econtalk.org/archives/2012/09/barofsky_on_bai.html

[13]  https://www.theatlantic.com/business/archive/2016/08/why-arent-any-bankers-in-prison-for-causing-the-financial-crisis/496232/

[14] https://bitcoin.org/bitcoin.pdf (Satoshi Nakamoto – Bitcoin: A Peer-to-Peer Electronic Cash System)

[15] https://www.coindesk.com/live-free-or-mine-how-libertarians-fell-in-love-with-bitcoin/

[16] https://freedomnode.com/blog/66/21-wise-and-funny-bitcoin-quotes-by-satoshi-nakamoto#h-central-banking-is

[17] https://www.youtube.com/watch?v=HvfO5u4ImAU&t=856s (Bitcoin Decrypted II)

[18] Szabo en Nakamoto waren absoluut niet de enige ontwikkelaars, die probeerden om een digitaal cash-alternatief te bedenken en/of te ontwerpen; zo zijn er Chaum’s DigiCash, Adam Back’s HashCash, Jackson & Downey’s e-Gold, PayPal’s originele implementatie, Wei Dai’s B-Money, etc. Al deze projecten stammen uit eind jaren ’90. Meer hier: https://bitcoinmagazine.com/articles/quick-history-cryptocurrencies-bbtc-bitcoin-1397682630/

[19] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zvzl (Rond de $4440 per 17-8-’17)

[20] http://www.economicsofbitcoin.com/

http://www.konradsgraf.com/bitcoin-theory/

[21] https://www.youtube.com/watch?v=qHUPPYzzZrI&t=22s&list=PLzctEq7iZD-7-DgJM604zsndMapn9ff6q&index=16

[22] Zie het essay op http://www.jointventures.com/ van Rick “Domain King” Schwartz, meer hier: http://www.ricksblog.com/2015/12/rick-schwartz-20th-anniversary-post-trust-numbers-not-people/#.WZcDHD4jHIU

[23] http://domainnamewire.com/2016/01/14/impressive-domain-name-stats-from-escrow-com/

[24] https://www.domainstate.com/registrar-tld-breakup.html

[25] http://edition.cnn.com/2013/10/04/world/americas/silk-road-ross-ulbricht/index.html

[26] https://btctheory.com/2015/01/16/antifragile-bitcoin/

[27] https://www.youtube.com/watch?v=XbZ8zDpX2Mg

[28] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zi1gRSIzvzl

Posted on

Saoedi-Arabië schakelt over van ‘culturele verwoestijning’ naar harde middelen

Dat uitgerekend Saoedi-Arabië afgelopen juni Qatar ervan beschuldigde terrorisme te ondersteunen was een gotspe. Niet dat Qatar niets op de kerfstok heeft, maar geen ander land heeft zoveel gedaan om de radicale islam te verspreiden als Saoedi-Arabië. Reeds sinds enkele tientallen jaren financiert het olierijke land door middel van publieke en private instellingen een veelheid aan organisaties die zich toeleggen op het verspreiden van de meest radicale en reductionistische interpretaties van de islam.

Het omvormen van de islam tot een strategisch inzetbaar wapen is een belangrijk onderdeel van het Saoedische buitenlandbeleid. Het is de voornaamste manier waarop het land macht projecteert en invloed veiligstelt in landen in het Midden-Oosten en de bredere islamitische wereld. Het is tot nu toe een erg succesvolle strategie gebleken, mede mogelijk gemaakt door de Verenigde Staten.

Saoedi-Arabië is bezig met een soort culturele verwoestijning. Eeuwen van diverse en uiteenlopende religieuze tradities binnen de islam, in landen zoals Jemen, Somalië, Egypte, Syrië en Irak, worden weggevaagd door een influx van in Saoedi-Arabië opgeleide imams en in Saoedi-Arabië geproduceerde lesmaterialen. Deze imams en deze lectuur leren de radicale soort islam die overheerst in Saoedi-Arabië: Wahabisme.

In 1744 sloot Mohammed bin Saoed een Faustisch akkoord met Mohammed ibn Abdul-Wahhab: Wahhab zou Saoed steunen in zijn strijd om suprematie als hij trouw zou zweren aan Wahhabs fundamentalistische visie op de islam, die weinig verschilt van de militante Salafistische overtuigingen van ‘Islamitische Staat’ of Al Qaida’s opvatting van de islam.

De Saoeds, die niet afstammen van de profeet Mohammed en die zelfs geen bijzondere claim hebben op de heerschappij in hun territoriale kernland van Najd, steunden op de imams van de Wahhab-familie voor hun religieuze legitimiteit. Zodoende hield het akkoord dat in 1744 gesloten werd stand. In 1926 nam Saoed de Hidjaz over en in 1932 werd het land Saoedi-Arabië in het leven geroepen. Saoeds verovering van het grootste deel van het Arabische schiereiland had niet plaats kunnen vinden zonder de steun van de fanatieke krijgen (de Ikhwan), die vooral vochten om het schiereiland te zuiveren van wat zij als ketterse geloofspraktijken zagen.

De Saoedische koninklijke familie heeft herhaaldelijk geworsteld met wat sommige leden van het Saoedische koningshuis een pact met de duivel genoemd hebben. Hervormingsgezinden binnen de koninklijke familie zijn met handen en voeten gebonden door gedreven imams die een toenemende macht uitoefenen binnen het koninkrijk. De belangrijkste geestelijk leider in Saoedi-Arabië is de moefti van Saoedi-Arabië. Abdul Aziz bin Baaz, de vorige grootmoefti, was berucht om zijn archaïsche opvattingen, zo loochende hij dat de aarde om de zon draait.

De huidige grootmoefti, Abdul Aziz Aal ash-Shaikh, heeft fatwa’s (proclamaties) uitgegeven die opriepen tot de vernietiging van alle kerken op het Arabisch schiereiland, het recht van mannen om meisjes van tien tot bruid te nemen overeind houden, het spelen van schaak verbieden en de gehele Iraanse bevolking tot afvalligen verklaarden.

Dergelijk fanatisme helpt een land niet vooruit, zelfs een buitengewoon rijk land niet. Ondanks zijn rijkdom worstelt Saoedi-Arabië met een snel groeiende bevolking, toenemende armoede en werkloosheid en bloedige sektarische verdeeldheid. Net als de buurlanden aan de Perzische Golf, blijft Saoedi-Arabië in hoge mate afhankelijk van gastarbeiders. Dit is met name het geval bij banen die veel technische expertise vereisen. De maakindustrie in Saoedi-Arabië is zeer beperkt en de economie is nog altijd vrijwel geheel afhankelijk van de export van olie.

Deze binnenlandse problemen dragen bij aan de angst van het Saoedische bewind voor wat het ziet als toenemende Iraanse invloed in de regio. Deze angst is tot op zekere hoogte niet zonder grond. In tegenstelling tot Saoedi-Arabië, beschikt Iran over een formidabele krijgsmacht, een diverse economie met een relatief bloeiende maakindustrie en een groeiende hogeropgeleide middenklasse. Ook niet onbelangrijk is dat Irak, dankzij de Amerikaanse invasie, nu duidelijk binnen de Iraanse invloedssfeer valt.

De reële binnenlandse problemen van Saoedi-Arabië, waar grotendeels niets aan gedaan wordt, in combinatie met de vrees voor Iraanse invloed in de regio, vormen de achtergrond van een buitenlandbeleid dat steeds agressiever wordt. Saoedi-Arabië zet nog een tandje bij in het werken aan culturele klimaatverandering in de rest van de islamitische wereld.

Deze strategie is overal in de islamitische wereld zichtbaar, maar het duidelijkst in het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika. Saoedische stichtingen en charitatieve instellingen hebben in de afgelopen jaren het nodige bewerkstelligd in landen als Somalië en Jemen, eeuwenoude tradities, zoals het bezoeken van de schrijnen van Soefi-heiligen, zijn verdwenen. In veel gevallen zijn de schrijnen zelf vernield door radicale islamisten. Ook aan de kleding is het te zien, zo droegen vrouwen in grote delen van Somalië en Jemen vanouds geen sluiers en in sommige gevallen zelfs geen hoofddoek, maar inmiddels zijn de Saoedisch-geïnspireerde abaya’s, boerka’s en nikaabs opgerukt.

Dit mogen ogenschijnlijk oppervlakkige veranderingen zijn, maar ze zijn het resultaat van aanhoudende inspanningen van ‘charitatieve instellingen’ uit Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Eén van hun methodes bestaat in het voorzien in een stortvloed aan gratis of sterk afgeprijsde religieuze materialen, beurzen voor studenten en imams in opleiding om te studeren in madrassa’s in Saoedi-Arabië en het verlenen van microkredieten aan mannen die gezien worden als volgers van de Saoedische variant van de islam.

Deze relatief zachte methodes om deze radicale ideologie te verspreiden, hebben de Saoedische staat goede diensten bewezen. Dergelijk beleid houdt de geestelijke tevreden en scheppen tegelijk een band tussen Saoedi-Arabië en delen van de bevolking in de rest van de islamitische wereld. Ten gevolge van de toegenomen invloed van Iran en zijn eigen diepgewortelde onzekerheid grijpt het Huis Saoed nu echter ook toenemend naar harde middelen.

In Irak, Syrië en Jemen financiert Saoedi-Arabië deels openlijk en deels heimelijk een heel scala aan gewapende groeperingen, die als ze al niet openlijk aan groepen als Al Qaida gelieerd zijn, grotendeels dezelfde doelen nastreven, namelijk de vestiging van een staat waar een radicale interpretatie van de islamitische wetgeving geldt. Ondanks het feit dat vijftien van de negentien kapers van 11 september Saoedische paspoorten hadden en mogelijk geholpen werden door Saoedische functionarissen, heeft de Amerikaanse regering de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van het radicale islamisme grotendeels genegeerd. Dit is, afgezien van een paar subtiele verschillen, dezelfde ideologie als ten grondslag ligt aan terroristische groeperingen als ‘Islamitische Staat’. Niet alleen hebben de VS de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van radicaal islamisme doorheen de islamitische wereld genegeerd, ze steunen nu ook nog eens de rücksichtslose oorlog van een coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië in Jemen.

In Jemen is Saoedi-Arabië betrokken in een oorlog die het hele land in de vernieling heeft geholpen en de op dit moment grootste, meest nijpende en tegelijk meest miskende humanitaire crisis in de wereld heeft voortgebracht. De groepering die nog het meeste heeft geprofiteerd van de oorlog van Saoedi-Arabië en co. in Jemen is Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAP). Terwijl Saoedische bommenwerpers zonder ophouden alles in Jemen, van ziekenhuizen en boerderijen tot vluchtelingenkampen gebombardeerd hebben, nemen ze nooit bolwerken van AQAP op de korrel. AQAP is er zodoende in geslaagd de Jemenitische havenstad van Mukalla een jaar lang te bezetten. AQAP en Saoedi-Arabië vechten tegen de zelfde vijand: de Houthi’s. De Houthi’s worden gemakshalve door veel commentatoren als een Iraanse proxy neergezet in het kader van een breder soennitisch-sjiitisch conflict, maar dat is een te grote simplificatie, want in feite behoren de leden van de rebellengroep tot de Zaidi’s, die zich nog weer onderscheidt van de Sjiitische islam in Iran. Bovendien is er vanuit Iran hooguit morele, maar niet of nauwelijks materiële steun geweest voor de Houthi’s.

De oorlog in Jemen heeft in ieder geval ook de beperkingen van het Saoedische buitenlandbeleid laten zien en bovendien de zwakte van zijn krijgsmacht, die er dikwijls niet in slaagt het eigen territorium te verdedigen tegen de Houthi’s. De oorlog in Jemen zou ook een waarschuwing moeten zijn voor de Amerikaanse beleidsmakers. Doordat men Saoedi-Arabië heeft toegelaten de stap van zachte naar harde middelen te maken, hebben terroristische groeperingen als AQAP voet aan de grond gekregen, evenals diverse groeperingen in Syrië.

Dat Saoedi-Arabië toenemend naar harde middelen grijpt, is ook een risico voor relatief stabiele landen in het Midden-Oosten. Saoedi-Arabië en zijn bondgenoot de Verenigde Arabische Emiraten hebben nu een blokkade van Qatar ingesteld. Qatar is echter ook een bondgenoot van de Verenigde Staten en biedt tevens onderdak aan het Amerikaanse commandocentrum voor het hele Midden-Oosten. Doordat de VS Saoedi-Arabië hebben toegelaten van zachte middelen over te schakelen naar harde middelen, is er een dynamiek ontstaan waarin ook de Amerikaanse belangen in de regio in gevaar kunnen komen.

Posted on

India: strijd tegen zwart geld of contant geld?

Tot verrassing van velen heeft de Indiase regering begin november een groot deel van de roepie-bankbiljetten tot niet langer wettig betaalmiddel verklaard. De zogenaamde demonetarisering moet de opstap zijn naar radicale veranderingen in het geldverkeer.

Terwijl de Amerikaanse presidentsverkiezingen de aandacht van de internationale pers opeisten, verklaarde premier Narendra Modi in de nacht van 8 op 9 november ineens de bankbiljetten van 500 en 100 roepie voor ongeldig. Daarmee was in één klap 86 procent van de in omloop zijnde bankbiljetten in India niet langer wettig betaalmiddel.

Vanuit de politiek werd de  hervorming van het contante geldsysteem als een offensief tegen de schaduweconomie en corruptie voorgesteld. Tot en met 30 december bestond de mogelijkheid tot 4000 roepie (zo’n 54 euro) direct voor nieuwe biljetten van 500 of 2000 roepie om te wisselen, de rest kon men alleen behouden door het op een bankrekening te zetten.

Gezien de eindeloze rijen bij de banken die dit veroorzaakte, was wel duidelijk dat de ingrijpende hervorming van het geldsysteem slecht voorbereid was. Daarbij moet bedacht worden dat in India de voorwaarden voor een dergelijke ingrijpende hervorming zeer ongunstig zijn. Zo voltrekken de Indiërs zo’n 95 procent van hun transacties door middel van contanten. Volgens gegevens van de Wereldbank had in 2014 bijna de helft van de Indiërs geen eigen bankrekening. De hervorming treft dan ook in het bijzonder de armen en de plattelandsbewoners.

De economische effecten zijn ernstig. Ook na weken leidt het land nog altijd onder extreme schaarsheid aan contant geld. Vooral kleine zelfstandigen zoals marktkooplui en middenstanders worden geconfronteerd met liquiditeitsproblemen, maar weinigen beschikken over de middelen om klanten giraal te laten betalen.

Overigens roepen niet alleen de economische bij-effecten vragen op over de motieven achter de geldhervorming. Het is namelijk zeer de vraag of deze ingreep de gehoopte grote slag in de strijd tegen de omvangrijke zwarte markt in India zal zijn. Deze informele sector zou naar schatting maar liefst 25 procent uitmaken van de op twee na grootste economie van Azië. Gegevens van het Ministerie van Financiën uit belastinginvallen doen vermoeden dat het aandeel zwart geld slechts rond de vier à zeven procent van het bestand aan contant geld ligt. In India wordt het meeste zwarte geld in andere vormen weggezet, zoals goud of buitenlands valuta op buitenlandse rekeningen. Zo stelde onlangs ook premier Modi zelf dat Indiërs naar schatting 250 miljard Amerikaanse dollars op Zwitserse bankrekeningen zouden hebben staan.

De verrassende roepie-ingreep heeft vanzelfsprekend weinig uit te staan met het terug naar India halen van dergelijke gelden. De regeringsleider heeft de ingreep in eerste instantie vooral aangeprezen als slag tegen corruptie en belastingontduiking. “Sommigen dachten dat ze er mee weg zouden komen hun zwarte geld naar de bank te brengen. Zij hebben de regering onderschat. Ze zitten al in de val en worden nu gevangen, met behulp van nieuwe technologieën.”

Sommige economen vermoeden echter dat het niet slechts om vervanging van contant geld gaat maar dat zelfs de uiteindelijke afschaffing van contant geld het eigenlijke hoofddoel van de hervorming zou kunnen zijn. “Het is niet langer een oorlog tegen zwart geld, maar een oorlog tegen contant geld”, aldus een commentator van economisch dagblad Mint. Modi ontkent noch bevestigt dat: “Er is  een uitgewerkt plan, maar ik houd mijn kaarten nog even tegen de borst.”

In de hoofdstad New Delhi wordt inmiddels druk gespeculeerd over de volgende stappen van de premier. Zo vermoeden sommigen dat hij een belasting op banktransacties aan zal kondigen, die alle andere belastingen moet gaan vervangen. Een idee dat jaren geleden al eens door een denktank gelanceerd is. Reden voor een dergelijke hervormingen zou vooral zijn dat het huidige belastingsysteem een zeer beperkte dekking heeft. Naar schatting betaalt slechts ongeveer één procent van alle Indiërs überhaupt inkomstenbelasting.

Of Modi nog in de gelegenheid zal zijn om het probleem van belastingontduiking fundamenteel aan te pakken, valt te bezien. Reeds op korte termijn lijkt mislukking van zijn hervormingsplannen een zeer reële mogelijkheid. Zo heeft het aanhoudende gebrek aan contact geld een verlammende uitwerking op de Indiase economie. Daarbij zouden op enig moment grotere protesten van de bevolking tegen het geldexperiment kunnen ontstaan, wanneer de gewekte verwachtingen uitblijven. De regering heeft namelijk in het vooruitzicht gesteld dat extra belastingomzet uit de demonetarisering ten goede zou komen aan het volk. Of de beloofde koeien met gouden horens werkelijkheid worden, zal blijken als de minister van Financiën in februari zijn begroting presenteert.

Posted on

Frackingbubbel – Iedereen lijdt onder de olieprijsstrijd

Met hun strijd om marktaandeel hebben de grote olieproducenten Amerika, Saoedi-Arabië en Rusland een overschot gecreëerd dat niet alleen kleine concurrenten als Venezuela op de knieën dwingt, maar inmiddels ook hen zelf onder druk zet vanwege de aanhoudend dalende olieprijs.

Sinds medio 2014 is de olieprijs maar liefst zo’n 75 procent gedaald. Kostte een vat Brent toentertijd nog zo’n 100 Dollar, nu is het slechts 36. Prijsschommelingen zijn niets ongewoons, maar op het moment lijken de olieprijzen alleen nog te kunnen dalen. De reden daarvoor is een overschot aan ruwe olie op de wereldmarkt. Het Internationale Energie Agentschap (IEA) rekent in haar onlangs in Houston gepresenteerde jaarverslag pas vanaf het jaar 2017 op een stabilisering van de oliemarkt.

Sinds de Verenigde Staten op grote schaal in de zogenaamde fracking-methode, waarbij schaliegas en -olie uit gesteente vrij gemaakt wordt, geïnvesteerd hebben, groeiden ze tot de grootste olieproducent ter wereld uit. Ze legden grote olievoorraden aan en exporteerden overschotten. Omdat de tot dan toe belangrijke producenten Saoedi-Arabië en Rusland hun marktaandeel niet wilden verliezen, voerden zij hun olieproductie op. Door het productieoverschot daalden de prijzen. Naar nu blijkt met negatieve gevolgen voor alle betrokkenen.

De calculatie van de Saoedi’s, om de VS met lage prijzen de wind uit de zeilen te nemen, lijkt op te gaan. Experts verwachten dat het aandeel van de Amerikaanse frackingtechniek onder druk van de prijsstrijd in 2016 en 2017 verder zal afnemen. Fracking is duidelijk duurder dan de gebruikelijke aardoliewinning.

Maar ook voor de traditionele winners wordt het steeds moeilijker om bij aanhoudende prijsdaling kostendekkend te produceren. Dat geldt niet alleen voor de Russische economie die sterk afhankelijk is van de winning van grondstoffen en ook nog met westerse sancties te kampen heeft. Bijzonder moeilijk is de situatie in Venezuela. De inkomsten van de Venezolaanse staat zijn voor 96 procent afkomstig uit de export van olie. Het land dreigt over enkele maanden failliet te zijn.

Noorwegen

Verder wordt ook het rijke Noorwegen door de olieprijscrisis getroffen. De winning van grondstoffen als gas en olie maakt een vijfde van de Noorse economie uit. Meer dan 200.000 banen hangen van die branche af. Geplande investeringen in olie en gas zijn reeds dramatisch gedaald. Het oliebedrijf Statoil, voor twee derde in staatsbezit, heeft inmiddels 30.000 banen geschrapt, vanwege een halvering van de inkomsten in 2015 als in 2014. Dergelijke ingrepen treffen niet alleen de olie-industrie, maar ook toeleveranciers van machinebouwers tot horeca-ondernemers. De regering in Oslo probeert met lage belastingen tegen de toenemende aanspraak op het pensioenfonds en de devaluatie van de Noorse kroon in te sturen.

Knut Anton Mork, hoofdeconoom van de Noorse Handelsbank stelt in dit verband dat de economische groei in Noorwegen tot stilstand is gekomen. De gevolgen van de huidige oliecrisis zijn voor Noorwegen volgens Mork ernstiger dan de financiële crisis van 2008. Dit is te zien in een stijging van de werkloosheid. Sinds begin 2015 is de werkloosheid gestegen van 3,8 naar 4,6 procent. “Duidelijk hoger dan tijdens de wereldwijde financiële crisis.”

Frackingbubbel

Maar zelfs de Verenigde Staten krijgen de gevolgen van de titanenstrijd te merken. Ze konden weliswaar hun afhankelijkheid van de OPEC-landen beëindigen door de eigen productie te vergroten. De grote hoeveelheden olie die ze hebben opgeslagen zullen een eventuele stijging van de olieprijs afremmen. Daarbij komt dat alle landen investeringen in de oliewinning uitstellen vanwege het prijsverval. Volgens het IEA daalden de investeringen zo’n 24 procent. Het is voor het eerst sinds 1986 dat deze uitgaven twee jaar op rij dalen.

De ene na de andere Amerikaanse firma in de olie- en gasindustrie gaat dan ook failliet, met massale ontslagen tot gevolg. Schlumberger, een marktleider in fracking, schrapte in 2015 bijvoorbeeld 25.000 banen, een vijfde van het totaal.

Fracking gold in Amerika lange tijd als rendabel. De olieprijs lag toen echter nog bij 100 dollar per vat. Zo schoten ook kleine frackingbedrijven als paddestoelen uit de grond. De groei in de frackingbranche maakte van Amerika de grootste olieproducent voor Saoedi-Arabië en Rusland, maar droeg ook aanzienlijk bij aan het overschot op de wereldmarkt en het daaruit voort vloeiende kelderen van de prijs. Inmiddels hebben 67 oliebedrijven in de VS faillissement aangevraagd. Een derde van de resterende 175 Amerikaanse bedrijven hangt dit jaar een faillissement boven het hoofd. Voor staten als North-Dakota en Texas, waar ten gevolge van de frackingboom hele nederzettingen zijn ontstaan, dreigt een schuldencrisis. De vastgoedprijzen in desbetreffende regio’s dalen en er ontstaan spooksteden.

Deze ontwikkelingen maken dat investeerders en kredietverleners nerveus worden en proberen hun geld te onttrekken. Ook aan Wallstreet heerst onrust. Sinds medio 2014 hebben beursgenoteerde firma’s uit de oliebranche al meer dan een biljoen dollar verloren. Dat roept herinneringen op aan 2008, toen de Amerikaanse bubbel op de vastgoedmarkt, de hypotheekcrisis, een wereldwijde financiële crisis ontketende.

Sinds eind 2014 gingen in de oliesector 86.000 banen verloren, voor 2016 wordt rekening gehouden met verdere ontslagen. Aangezien de frackingwereld nauw met de financiële sector verbonden is, maken velen zich zorgen dat de crisis overslaat. Amerikaanse banken hebben 277 miljard dollar aan frackingbedrijven geleend, waarvan 34 miljard bedrijfsobligaties met een hoge rente en een hoog risico, ook wel junk bonds genoemd. De grote banken op Wallstreet haastten zich dan ook hun reserves te verhogen. In december moesten reeds de eerste fondsen sluiten, omdat investeerders hun geld terug eisten.

Productiebeperking 

Olieproducerende landen kunnen het intussen niet eens worden over beperking van de winning om het overschot terug te dringen. Vooral Venezuela is begrijpelijkerwijs gedreven om een overeenkomst te bereiken over beperking en roept medio maart een OPEC-top samen.

Tot nu toe riepen Venezuela en Rusland vergeefs op tot productiebeperkingen van het kartel. Of de betrokken landen het in maart wel eens worden is zeer de vraag. Tot nu toe konden Saoedi-Arabië, Qatar en Venezuela het samen met niet-OPEC-lid Rusland eens worden de olieproductie stabiel te houden op het niveau van het begin van dit jaar, om zo verdere prijsdaling te voorkomen. Dat leidde daadwerkelijk tot een kortstondige stabilisatie van de prijs. Over een algemene beperking van de winning bestaat echter onenigheid.

Na het wegvallen van de sancties is nu ook Iran terug op de oliemarkt. Aangezien Iran veel in te halen heeft, is Teheran niet bereid mee te doen aan de productiebeperking. Geen onbillijke houding, aangezien Iran ook niet bijgedragen heeft aan het prijsverval in de afgelopen jaren.

Hoewel ook Saoedi-Arabië te leiden heeft onder het teruglopen van de olieprijs, zijn de sjeiks niet van zin toe te geven in de strijd met de nieuwe Amerikaanse concurrenten. Ze blijven inzetten op het uit de markt drukken van de tegenstanders door hoge productie en bodemprijzen. De Saoedi’s willen kortom eerst nog meer Amerikaanse schalie-oliebedrijven onrendabel maken en zo tot sluiting dwingen. Pas dan ontstaat er echt ruimte voor productievermindering. Gezien de omvang van de overschotten, is een stijging van de olieprijs pas weer te verwachten als ook de vraag toeneemt.

Posted on

Waarom moest Khadaffi eigenlijk weg?

De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en andere westerse coalitiegenoten staan te popelen om opnieuw militair in te grijpen in Libië, ditmaal omdat Islamitische Staat (IS) er zijn macht uitbreidt.

Westerse inlichtingendiensten zijn bezorgd over de verplaatsing van diverse kopstukken van IS vanuit het Syrische Raqqa naar het noorden van Libië. IS heeft in Libië een lucratieve inkomstenbron gevonden, zwarte Afrikanen betalen goed geld voor bootjes om de overtocht naar Italië in te maken. De Amerikaanse defensieminister spreekt van “het kankergezwel IS” dat ook in Libië moet worden bestreden.

De aanwezigheid van IS in Libië is echter niet uit de lucht komen vallen. IS kon in het Noord-Afrikaanse land pas voet aan de grond krijgen, nadat diverse westerse mogendheden in 2011 het VN-mandaat voor een no-fly-zone hadden misbruikt om de Libische dictator Muammar Khadaffi ten val te brengen. Het land gleed vervolgens af naar een toestand van anarchie, waarin verschillende organisaties en stamverbanden elkaar bestreden. Nog altijd is het land sterk verdeeld en wordt er strijd geleverd. IS heeft van deze situatie gebruik weten te maken een gebied aan de kust in het midden van het land weten te bezetten. Maar waarom moest Khadaffi eigenlijk zo nodig ten val gebracht worden?

Dat Khadaffi naderhand en nog altijd sterk gedemoniseerd is, zou zomaar aan het zicht kunnen onttrekken, dat de Libische leider gedurende enige tijd een gewaardeerde partner van diverse westerse staten was. Zo gaf hij in 2007 de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy nog een lening van 40 miljoen Amerikaanse dollars voor zijn verkiezingscampagne en sloot hij gelijk een wapencontract ter waarde van 168 miljoen euro af. Italië dat met de verkoop van Leopard II-tanks aan Libië goede zaken deed, sloot nog in 2008, dus maar drie jaar voor de oorlog, een vriendschapsverdrag met Libië af.

Deze vriendschappelijke contacten gingen echter in tegen de lange-termijn-strategie van de Verenigde Staten, en zoals het wel vaker gaat in de wereld, werd het vervolg bepaald door de belangen van Washington. Geheel naar het voorbeeld van de ‘Kleurenrevoluties’ werd in Libië een opstand voorbereid. Daartoe maakten de CIA-functionarissen ter plaatse gebruik van de voor handen zijnde sociale breuklijnen. In het oosten van het land slaagde men er licht in onrust te creëren. Voor verdere escalatie zorgde een bataljon van het Amerikaanse huurlingenbedrijf Blackwater en een eenheid van speciaal daarvoor in vrijheid gestelde gevangenen uit Guantanamo Bay, die de kern vormden van de ‘Libische Islamitische Gevechtsgroep’. Zij veroorzaakten zoveel oproer dat de NAVO zich gerechtvaardigd zag voor stabiliteit te zorgen, aldus de officiële argumentatie.

In werkelijkheid ging het om macht en om geld. Een wezenlijke rol daarbij speelden de gigantische zoetwatervoorraden diep onder de Sahara. Khadaffi maakte aanstalten om die watervoorraden te gaan gebruiken. Het ging hem er om zijn land voor wat betreft levensmiddelen onafhankelijk te maken van import, dit uiteraard tot grote ergernis van grote voedingsmiddelenoligopolisten als Monsanto. De Libische voorbereidingen om het eigen zoet water aan te boren ergerde echter ook de Fransen. De drie grootste handelaars in water, Veolia, SAUR en Suez Ondo, zijn in Franse handen. Bovendien had Frankrijk met Libië in verband met de bouw van een kerncentrale een groots plan afgesproken. Frankrijk zou in de komende 20 jaar rond de Middellandse Zee een groot aantal kerncentrales bouwen, die energie zouden leveren voor de ontzilting van zeewater. Met de ontsluiting van het Sahara-water zou Khadaffi die hele idee echter overbodig maken. Een misgelopen winst ter grootte van tientallen miljarden is wel een motief voor oorlog, nog afgezien van Sarkozy’s private miljoenenschuld. Het was zo bezien ook niet verwonderlijk dat de gevechtsvliegtuigen van de NAVO al in vroeg stadium het waterleidingsbedrijf van Libië, de levensader van het woestijnland, vernietigden. “Het is niet genoeg om militaire doelen te bombarderen”, aldus generaal David Richards, bevelhebber van de Britse strijdkrachten, “als we niet nog een tandje bij zetten, lopen we het gevaar dat Khadaffi aan het eind van het conflict aan de macht blijft.”

Het motief van de Amerikanen en de Britten woog echter nog zwaarder dan dat van de Fransen, dit werd ingegeven door de belangen van hun financiële centra, de Londense City en Wall Street. De voormalige handelspartner Khadaffi had namelijk een rode lijn overschreden die voor de Angelsaksische plutocraten heilig is. Hij had namelijk het plan opgevat een Afrikaanse Centrale Bank, een Afrikaans Monetair Fonds en een Afrikaanse Investeringsbank op te richten. Aan de namen is wel te zien dat de beoogde instellingen bedoeld waren als equivalenten van het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Internationale Investeringsbank. Deze instellingen staan echter onder het toezicht van de Britten en de Amerikanen en genieten de status van monopolisten. Hen de concurrentie aan te doen is spelen met vuur. Een ervaring die eerder de Irakese president Saddam Hoessein al had opgedaan.

Khadaffi’s idee van een zelfstandig Afrikaans financieringssyteem en de daaruit volgende onafhankelijkheid van het continent, verbonden met het plan om een goud-dinar in te voeren, leidden ertoe dat over Khadaffi de staf gebroken werd. Daarbij komt, anders dan de publieke lacherigheid doet vermoeden, Khadaffi een zeer serieus te nemen Afrikaans leider was. Zo werd in 2002 in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka de Afrikaanse Unie opgericht, als opvolger van de Organisatie van Afrikaanse Unie die nog echt van de grond was gekomen. Initiatiefnemer van de Afrikaanse Unie was Muammar Khadaffi, zonder zijn organisatietalent, talent ook om verschillende leiders bij elkaar te brengen, en doortastendheid was de AU er niet gekomen.

[contextly_sidebar id=”jpK7z2FDf2ndLGmQREiNCydEV2zjj6Rz”]Bovendien wist men in de financiële en politieke wereldtop wel wat men uit de mainstream media nooit te weten zou komen, dat Khadaffi zijn land voorbeeldig had geregeerd, ongeacht zijn operetteske publieke optreden. Er was kosteloos onderwijs en kosteloze gezondheidszorg voor iedereen, er waren startsubsidies voor boeren en middenstanders en voor jonge echtparen. Aan het begin van Khadaffi’s 42-jarige heerschappij was 80 procent van de bevolking analfabeet. Toen hij vermoord werd, was het nog 20 procent.

Verder huurde een Londens gezelschap, waaraan de Britse minister van oorlog Liam Fox deelnam, bij het Zuid-Afrikaanse bedrijf Executive Outcomes 19 huurlingen, die de opdracht hadden om Khadaffi en zijn gezin te redden. In tegenstelling tot Khadaffi zelf, ontkwamen zijn vrouw en twee van hun kinderen daadwerkelijk naar Tunesië. De huurlingen wisten in de eindfase van de val van het bewind echter het goud dat in Khadaffi’s residentie opgeslagen was te bemachtigen, het zou gaan om circa vijf ton en ook nog eens drie koffers vol diamanten. Met deze buit vertrokken ze zuidwaarts richting de grens met Niger, waarna het spoor nog voor grens verdwijnt. Liam Fox nam direct na het einde van de gevechtshandelingen ontslag als minister.