Posted on

Het vrije verkeer en de uitbuiting van vrachtwagenchauffeurs

vrachtwagenchauffeurs

Een uithangbord van de Europese Unie is het zogeheten vrije verkeer van goederen en diensten tussen de lidstaten. Het wegennet van Europa fungeert daarbij als vatenstelsel en duizenden vrachtauto’s als het levensbloed van de Europese economie. Hoewel deze branche wezenlijk bijdraagt aan een stabiele en florerende economie, heersen er voor vrachtwagenchauffeurs slechte werkomstandigheden. 

Een reportage die op 8 oktober 2018 in het Duitse dagblad Tagesspiegel verscheen, schetst de omvang van de zaak. Expeditiebedrijven in West-Europa kunnen steeds moeilijker chauffeurs vinden, terwijl de vraag steeds verder toeneemt. Volgens het jaarverslag van het Deutsche Speditions- und Logistikverband is er een tekort van liefst 45.000 vrachtwagenchauffeurs. En de tendens is dat dit aantal toeneemt.

Vrachtwagenchauffeurs werven buiten Europese Unie

Om deze vraag te dekken oriënteert de branche zich in toenemende mate op Oost-Europa. Vanwege stijgende sociale standaarden wordt het werk daar echter ook minder gewild. Zodoende halen Oost-Europese dochterbedrijven of onderaannemers een trucje uit. Ze werven voor de werkzaamheden toenemend buiten de Europese Unie mensen aan. Velen van hen komen uit landen als Moldavië, Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland en Kazachstan. Voor hen lijkt het werk wel lucratief. Zo bedraagt het Oekraïense minimumloon omgerekend 100 Euro per maand. In Duitsland ligt het echter bij circa 1.500 euro.

Oost-Europees minimumloon aantrekkelijk

Hoewel de Oost-Europese bedrijven meestal voor West-Europese bedrijven werken, krijgen de vrachtwagenchauffeurs die zij in dienst hebben slechts het minimumloon van de Oost-Europese landen waar de bedrijven gevestigd zijn. In Polen is dat bijvoorbeeld slechts 500 Euro per maand. Veel van deze vrachtwagenchauffeurs zijn echter vanaf hun aanstelling nauwelijks in Polen onderweg, maar vooral in West-Europa.

Besparen op personeelskosten

Maar ze vallen ook onder de fiscale en sociale wetgeving van de Oost-Europese landen. Voor de expeditiebedrijven is dat goed zaken doen. Zo kost het aanstellen van een chauffeur in Oost-Europa 14.000 à 20.000 Euro per jaar. In Duitsland zouden de bedrijven met zo’n 46.000 Euro per jaar moeten rekenen.

De branche bespaart kortom op de personeelskosten, oftewel op het personeel dat het tegelijk zo moeilijk krijgen kan. In plaats van aantrekkelijke voorwaarden voor dit zware werk te scheppen, werft de branche dumping-loonwerkers buiten de Europese Unie.

Arbeidsomstandigheden vrachtwagenchauffeurs

Ook voor de chauffeurs uit derde landen is dit niet onproblematisch. Zo moeten vrachtwagenchauffeurs die lange afstanden rijden na twee weken minstens 48 uur rusten. Deze rust mag bijvoorbeeld in België niet in de cabine plaatsvinden. In Duitsland wordt dit echter getolereerd. Worden overtredingen wel beboet, trekt men ze dikwijls van het loon af. Dat deze vrachtwagenchauffeurs zich zodoende dikwijls in een precaire hygiënische toestand bevinden behoeft geen toelichting.

Posted on

Miljardentunnel onder Oostzee? Tegenstanders betwijfelen economisch nut

In de hoofdstad van Sleeswijk-Holstein is de planfase voor de voorgenomen tunnel onder de Fehmarnbelt, een zeestraat in het westelijk deel van de Oostzee, afgesloten. Kiel gaf op 28 december 2018, na meerdere vertragingen, een vergunning af voor de aanleg van de tunnel.

De tunnel onder de zeestraat moet een vaste verbinding tot stand brengen tussen het Duitse eiland Fehmarn en het Deense eiland Lolland. Momenteel vormt de veerverbinding over de zeestraat nog een flessenhals in het Trans-Europese Netwerk van Scandinavië tot de Middellandse Zee. De TEN-trajecten worden vanuit de Europese Unie gezien als een “bijdrage aan de ontwikkeling van de binnenmarkt en de verbetering van de economische en sociale samenhang van de Unie”. Als onderdeel van het trans-Europese verkeersnetwerk, wil de Europese Commissie het tunnelproject dan ook met 1,4 miljard euro subsidiëren, oftewel zo’n 20 procent van de totale begroting. De vaste verbinding zou de ontsluiting van Scandinavië voor het Europese transitverkeer verbeteren.

Kaart van het Europese netwerk van hogesnelheidsspoorlijnen in 2017

Al jaren vertraagd

Het begin van de aanleg van de 18,6 kilometer lange, tolplichtige caissontunnel onder de Fehmarnbelt wordt al jaren vertraagd door de omslachtige planprocedure in Duitsland voor de verkeerstechnische aansluiting op het wegennet in het achterland (geëlektrificeerde dubbelspooraansluiting Puttgarden-Lübeck, uitbouw van de B 207 tussen Puttgarden en Heiligenhafen).

Financiering

De financiering van de infrastructuurmaatregelen aan Duitse zijde worden volgens een overeenkomst uit 2008 door de Duitse staat betaald. Begin december meldde de federale rekenkamer een kostenstijging van oorspronkelijk 840 miljoen naar meer dan vier miljard euro. Met een verdere stijging moet rekening gehouden worden.

Daarbij komen nog meerdere miljoenen euro’s voor een nieuwe brug over de Fehmarnsund (de zee-engte tussen Fehmarn en het Duitse vasteland). Denemarken moet de op 7,4 miljard euro geraamde aanleg van de tunnel betalen.

De huidige brug over de Fehmarnsund kan de verwachte verkeerstoename door de aanleg van de tunnel niet aan.

Concurrentievervalsing

Daarbij zorgde op 13 december een oordeel van het Gerecht van de Europese Unie in Luxemburg. Deze had op grond van het Deense financieringsmodel voor het tunnelproject met staatssteun de klachten van de rederijen Scandlines en Stena Line toegewezen. Zij klaagden vanwege de staatssteun voor het tunnelproject over concurrentievervalsing. De Europese Commissie heeft nu twee maanden de tijd om in beroep te gaan tegen het  vonnis.

Verkorting transporttijden

De Industrie- en Handelskamer van Sleeswijk-Holstein ziet in de tunnelbouw en de uitbouw van de verkeerswegen een groot potentieel. Door een vaste verbinding over de Fehmarnbelt zouden de Europese landen nader tot elkaar komen. Vooral grote bedrijven in Duitsland en Denemarken verwachten voordelen van de verkorting van de transporttijden tussen Hamburg en Kopenhagen (en het Zweedse Malmö). Het valt overigens te betwijfelen of er ook voor forenzen kortere reistijden ontstaan door de tunnelbouw. Vanwege de te verwachten toename van het autoverkeer moet gerekend worden met een scenario van files tijdens de spits.

De Prins Richard, een van de veerboten op de Vogelfluglinie, in de haven van Puttgarden

Tegenstanders vrezen milieuschade en terugloop toerisme

Ondertussen stellen de tegenstanders van de tunnel dat hij geen economisch nut heeft. Omdat er een goed functionerende veerverbinding tussen Rødby en Puttgarden is, die ieder halfuur in drie kwartier de Fehmarnbelt oversteekt, zou er geen behoefte zijn aan de tunnel. Het huidige verkeersvolume wordt door de veerverbinding immers volledig gedekt. De zelf benoemde Belt-redders verwachten daarentegen zowel milieuschade als economische nadelen voor de regio Oost-Holstein. Vanwege de geluidsoverlast door de geprognosticeerde 120 treinen per dag, waarvan 78 goederentreinen, vrezen tegenstanders een dramatische terugloop van het toerisme in de regio.

Verkeersprognoses

De verkeersprognoses ter rechtvaardiging van het miljardenproject zijn niet sluitend. De IHK Lübeck voorspelt voor de “groeiregio” een toename van het verkeer over de Fehmarnbelt van 4220 (in 2015) naar 7900 personenauto’s per dag bij de beoogde ingebruikname van de tunnel in 2028, voor vrachtwagens van 1070 naar 1520 en bussen van 79 naar 93. Later zou het “toenemende verkeer via Fehmarn eerder per trein” gaan. Ook de Denen rekenen met 9500 voertuigen per dag na de opening van de tunnel. Pas na 25 jaar zou dit aanwassen tot 15.000.

Treinverkeer

Bij de aantallen voor het verwachte treinverkeer krabbelde de projectdrager Femern A/S daarentegen sterk terug. Banedanmark, het Deense spoorwegeninfrastructuurbedrijf, gaat van slechts 17 goederentreinen en 24 personentreinen per dag vanaf de ingebruikname uit. Om deze reden werd de terugverdientijd verlengd tot 36 jaar. Intern rekenen de Deense planners echter al voor een eerder tijdstip als publiek kenbaar gemaakt met een verdrievoudiging van het huidige voertuigentransport op de veerverbinding Rødby-Puttgarden.

De Grote Beltbrug

Vergelijking met Grote Beltbrug

In een interview met radiozender Deutschlandfunk Kultur in juli 2017 vergeleek de voorzitter van de Deense organisatie Femern Belt Development, Holger Rasmussen, de controverse discussie in Denemarken voor de bouw van de Grote Beltbrug (tussen Funen en Seeland) met tolautoweg en spoorverbinding met die in Duitsland over de al jaren omstreden vaste Fehmarnbeltverbinding. De Grote Beltbrug werd in 1998 geopend. “Daarvoor was de transportcorridor (met veren) over de Grote Belt niet meer dan 8.000 voertuigen per dag. Nu zijn er meer dan 34.000 auto’s per dag die deze oversteek maken. En dat zal ook hier (bij de Fehmarnbelt, red.) gebeuren”, aldus Rasmussen. Voor het verkeer over de vaste Fehmarnbeltverbinding zou daarmee met een frequentie van 17.000 voertuigen wellicht al enkele jaren na de ingebruikname van de tunnel gerekend moeten worden, met een stijgende tendens.

‘From road to rail’

Het ligt echter in de rede dat de Europese Commissie het economische nut van het mega-bouwproject en daarmee de miljardensubsidie opnieuw zal evalueren. Ook moet gekeken worden of er sprake is van het EU-beginsel ‘from road to rail’, oftewel de nagestreefde verplaatsing van goederenverkeer van de weg naar het spoor. Het EU-potje voor de TEN-trajecten is uitdrukkelijk bedoelt voor deze verlegging van verkeer van de weg naar het spoor bedoeld.

Posted on 1 Comment

Spanje helpt immigranten met illegale doorreis

Hoewel de Balkanroute nog altijd in gebruik is, zwelt de immigratiestroom via Spanje steeds verder aan. Slechts weinigen blijven echter in Spanje. De meeste asielzoekers trekken verder. De Spaanse autoriteiten helpen hen daarbij. Anders dan voor de Franse autoriteiten is dit voor hoofdbestemming Duitsland echter geen aanleiding tot sterkere grenscontroles.

Meer dan 2100 immigranten zijn in de twee eerste weken van 2019 reeds vanuit het zuiden naar Spanje gekomen, via de Middellandse Zee en de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla. Dat zijn  er meer dan in de hele maand december, die toch al alle records verbrak. Voor 2018 rapporteerde de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Spanje zo’n 60.000 immigranten, drie keer zo veel als in het jaar daarvoor. In 2019 zouden het er nog eens drie maal zoveel, oftewel 180.000 kunnen worden.

Spaanse autoriteiten faciliteren doorreis

Uit onderzoek van Duitse media en ervaringen van Franse douaniers blijkt echter dat slechts weinigen in Spanje blijven. De meesten van hen reizen gelijk door. En de Spaanse autoriteiten helpen hen zelfs daarbij, door busritten van Andalusië naar het noorden van Spanje te organiseren en betalen. In het noorden staan andere bussen gereed die bij nacht en nevel naar Frankrijk rijden. De bestemming van de meesten is Duitsland. Linda Teuteberg, migratie-woordvoerder van de liberale FDP-fractie in de Duitse Bondsdag, spreekt van een “duidelijke schending van Europees recht”. Teuteberg roept dan ook op tot strengere controles aan de Duitse grens.

Bilateraal verdrag

Bondskanselier Angela Merkel ondertekende vorig jaar in Andalusië weliswaar een bilateraal verdrag over het terugnemen van immigranten met de Spaanse regeringsleider Pedro Sanchez, maar dit akkoord blijkt het papier waarop het geschreven staat niet waard. Dit verdrag is echter alleen van toepassing wanneer een asielzoeker zich eerst in Spanje laat registreren en dan met een omweg via Italië en Oostenrijk over de Beierse grens Duitsland binnenkomt en zich dan laat pakken. Dit onwaarschijnlijk scenario is in 2018 dan ook niet één keer voorgekomen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken onder Horst Seehofer (CSU), dat het bilaterale verdrag destijds als grote vooruitgang voorstelde, reageerde terughoudend op de verwijten van de FDP. Federale politie-agenten op Frontex-missie zouden ter plaatse in Spanje de feiten onderzoeken, zo heette het.

Schengenzone

Omdat er binnen de Schengenzone in de regel geen grenscontroles zijn, zijn er tot nog toe nauwelijks precieze cijfers over de migratie van migranten als ze eenmaal in die zone zijn aangekomen. “Secundaire bewegingen blijven een van de migratiegebieden die het moeilijkst te analyseren zijn”, zo heet het in de meest actuele risico-analyse van Frontex. Ook de Duitse immigratiedienst heeft geen precieze cijfers. Ze vraagt in het formulier voor asielzoekers weliswaar naar de route die ze afgelegd hebben, maar slechts weinigen verstrekken precieze gegevens.

Secundaire migratie

Duitsland lijkt echter in het bijzonder de bestemming van secundaire migratie. Waar er slechts weinig asielzoekers direct per vliegtuig naar Duitsland komen, dienen er maandelijks zo’n 10.000 à 15.000 een asielaanvraag in de Bondsrepubliek in. Bij het toenemende aantal immigranten dat via Spanje komt, komen velen die nog altijd via de Balkanroute komen.

Vanwege het doorloodsen van immigranten door de Spaanse autoriteiten, heeft Frankrijk reeds controles ingevoerd aan de Spaanse grens en daardoor veel bewijzen verkregen van de betrokkenheid van de Spaanse overheidsdiensten. Ook Duitse diensten maken de Spaanse ernstige verwijten. Zo stelt men dat het Spaanse registratieproces niet tegemoet komt aan de vereisten. Zo zouden bijvoorbeeld opgaven over de nationaliteit van asielzoekers ondanks gerede twijfel niet verder onderzocht zijn, omdat de meerderheid toch niet in Spanje wil blijven.

Geen aanleiding voor grenscontroles

Duidelijk is dat de mare van de Duitse welkomscultuur iedere uithoek van Afrika bereikt heeft. De aantrekkelijkheid van de Bondsrepubliek ligt in de bovengemiddelde verzorgingsstaat, de ruimhartige toekenning van verblijfsvergunningen en het lakse uitzettingsbeleid. Ondanks dit alles zien de Duitse veiligheidsdiensten “geen aanleiding” voor sterkere controle aan de Duitse westgrens. Dagelijks pendelen er honderdduizenden forenzen in beide richtingen tussen Duitsland en Frankrijk en Luxemburg. Voor hen zouden grenscontroles tegen illegale secundaire migratie uit Spanje zoals aan de Beierse grens met Oostenrijk hinderlijk zijn.

Posted on

Drastische bevolkingsdaling Baltische staten

De directeur van het Litouwse Centrum voor Sociaal Onderzoek, Sarmine Mikulioniene uit bezorgdheid over de bevolkingsdaling in de Baltische staten in het algemeen en Litouwen in het bijzonder.

In de eerste plaats trekken mensen tussen de 18 en 30 jaar oud sinds de jaren ’90 naar het westen en is dit verschijnsel sterk toegenomen sinds de toetreding tot de Europese Unie in 2004. Hoofdreden is de mogelijkheid om beter te verdienen. Hoewel de economie in de Baltische staten zich positief ontwikkelt, is vooral bij de lonen nog een duidelijke kloof met West-Europa zichtbaar.

Waar in bijvoorbeeld Duitsland het doorsnee uurloon bij 15,70 euro ligt, is dat in Letland slechts 3,35 euro. De toetreding van Letland tot de EU leidde tot een massale uittocht van arbeidskrachten, vooral naar Ierland en Groot-Brittannië, maar ook andere West-Europese landen gelden bij de Balten als aantrekkelijker dan hun eigen arbeidsmarkt.

Diverse andere landen hebben met een vergelijkbare uittocht te maken. Vooral Letland, Litouwen, Bulgarije en Moldavië hebben te kampen met een drastische krimp van de bevolking. Mikulioniene waarschuwt: “De situatie is zeer zorgwekkend. In Litouwen zijn 2.000 dorpen volledig verdwenen, we sluiten universiteitsafdelingen en kunnen geen mensen vinden voor het werk.”

De bevolkingsdaling bedraagt in Litouwen 23 procent sinds 1991. Wanneer steeds meer jonge mensen hun land verlaten, heeft dat voor het land in kwestie als gevolg dat de bevolking snel vergrijst. Zowel de economie als het pensioenstelsel zuchten hieronder.

Letland kampt met 27 procent nog sterker met bevolkingsdaling. Wanneer mensen in de vruchtbare leeftijd wegtrekken, betekent dat ook dat in hun thuisland minder kinderen geboren worden. De bevolkingsdichtheid is in Litouwen gedaald naar 44 inwoners per vierkante kilometer, in Letland zelfs naar 29. Ter vergelijking: Nederland heeft 411 inwoners per vierkante kilometer en Duitsland 231.

Naast de Balten die naar het Westen trekken, zijn veel etnische Russen vanuit de Baltische staten naar Rusland vertrokken. In Rusland geldt al langer een vereenvoudigde naturalisatieprocedure. Het is een van de manieren waarop Moskou de eigen negatieve demografische ontwikkeling af probeert te remmen. Sinds 2014 hebben zo’n 600.000 etnische Russen uit diverse voormalige Sovjetrepublieken daar gebruik van gemaakt. Velen kwamen uit de Oekraïne of Kazachstan, maar ook uit de Baltische staten, waar hun rechten sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aanzienlijk beperkt zijn. Zo zijn veel van de etnische Russen die vaak al generaties in de Baltische staten wonen stateloos. In Litouwen vormen etnische Russen zo’n vijf procent van de bevolking, maar in Estland en Letland is ongeveer een kwart van de bevolking van Russische afkomst.

In Estland stijgt het geboortecijfer sinds enkele jaren weer licht, doordat de regering een aantal prikkels in het leven geroepen heeft. Zo krijgt de ouder die thuisblijft een vergoeding ter hoogte van het laatste loon voor het zwangerschapsverlof en moeten werkgevers naar de andere ouder flexibel zijn.

Posted on

Seehofer moet eindelijk kiezen of hij Merkel blijft steunen

Wie had gedacht dat het nog weer zo spannend zou worden? Bondskanselier Merkel en haar minister van Binnenlandse Zaken zijn een dramatische confrontatiekoers ingeslagen.

Hij wil asielzoekers die zich vanuit een veilig land aan de Duitse grens melden terugsturen. Ook moet er volgens Seehofer niemand meer binnenkomen wiens asielverzoek al eens afgewezen is. Merkel wil die beide zaken uitdrukkelijk niet en ook in de toekomst iedereen binnenlaten die maar wil.

Het liefst zouden alle deelnemers aan dit conflict voor een glibberig compromis kiezen, waarin alles er uitziet alsof Seehofers eisen ingewilligd zijn, maar in werkelijkheid zo functioneert als het Merkel voor ogen staat. Op dezelfde voet verder, met andere woorden, kom binnen, kom binnen! Het ontbreekt in Berlijn momenteel echter aan de fantasie om te bedenken hoe zo’n vuil compromis er praktisch uit zou kunnen zien. Hoe moet je immers iemand half binnenlaten en half afwijzen?

In 2015 dreigde Seehofer als herhaaldelijk met een ramkoers, draaide naderhand echter steeds weer bij, wat hem de bijnaam ‘Drehhofer’ opleverde. Bepaald geen compliment. Mocht de CSU-leider deze manoeuvre kort voor de Landdagsverkiezingen in Beieren medio oktober nog eens herhalen, dat staat zijn partijgenoten in de zuidelijke deelstaat een nog groter verkiezingsdebacle te wachten dan de peilingen toch al voorspellen. In een peiling van Civey in opdracht van de Augsburger Allgemeine werd de AfD onlangs voor het eerst de op een na grootste partij in Beieren. De voor Beierse begrippen miezerige 38,8 procent die de CSU in de jongste Bondsdagsverkiezingen in Beieren binnenhaalde, zullen dan achteraf nog als een relatief goed resultaat aanvoelen. Met dit gegeven in het achterhoofd, resteren Seehofer echter maar twee opties: high noon of met de billen bloot. Het kon dus wel eens gaan knallen.

En dat terwijl de zaak in eerste instantie toch volstrekt ongevaarlijk scheen. Bij de voor haar heerlijk verlopen audiëntie die ze talkshow-presentatrice Anne Will gegund had, zei Merkel desgevraagd over Seehofers plan immers “We zijn daarover in gesprek”. Ze wilde daar “niet op vooruitgrijpen”. In gesprek? We weten uit ervaring dat dat in het Merkeliaans niets anders wil zeggen dan ‘prullenmand’. En dan nog onverhuld. Als Merkel een voorstel tenminste zachtjes te rusten wil leggen, dan zegt ze doorgaans dat dienaangaande reeds het een en ander “in gang is gezet”. Dat wil zeggen: ‘Daar hoef je geen aandacht meer aan te besteden, loopt al.’ Loopt natuurlijk helemaal niet, maar als er toch niet meer aandacht aan besteed, omdat iedereen zich weer door de bondskanselier in heeft laten zepen, dan merkt niemand het.

En nu? Stapt de CSU uit de coalitie, wanneer Seehofer aan het kortste eind trekt met zijn plannen? Stapt de CSU in de Bondsdag uit de gemeenschappelijke fractie met de CDU als Merkel de poot stijf houdt? Dat wordt spannend.

De uitzending van Anne Will afgelopen zondag was trouwens een wonderlijke gewaarwording: De toeschouwers zaten er zo aandachtig enthousiast bij als in een Amerikaanse opwekkingsdienst. Will, de bondskanselier en haar publiek versmolten tot een symbiotische eenheid van met de wereld en zichzelf tevredenen. Alsof het manna uit de hemel was verslonden de toeschouwers de zijdezachte woordwolken van hun hogepriesteres.

En toch had men dikwijls het vermoeden dat er achter de schijnbare ontspannenheid iets flakkerde, een vleug diepe onzekerheid, een vermoeden van de schone schijn van Merkels belofte van gelukzaligheid. Dit vermoeden werd echter overwonnen door het vaste, haast fanatieke verlangen om Merkel te geloven en te volgen. Wat moet er van ons worden zonder Mutti?

In onzekere tijden is de behoefte aan vaste geloofsformules bijzonder hoog, ongeacht hoe vreemd aan de werkelijkheid ze ieder redelijk mens ook voor mogen komen. In het Morgenmagazin van de Duitse publieke zender ARD was afgelopen maandag te vernemen dat de vermoedelijke moordenaar van de 14-jarige Susanna intussen naar Irak “terug gevlucht” was, waar men hem dan in de kraag vatte.

Wie “terug gevlucht” zegt, veronderstelt nog altijd dat Ali Bashar A. oorspronkelijk daadwerkelijk gevlucht zou zijn naar Duitsland. Inmiddels is echter onomstotelijk vastgesteld dat de man geenszins bescherming behoefde, maar zelf een bedreiging vormde, dat hij uit een veilig deel van de Koerdische regio van Irak met zijn clan illegaal naar Duitsland gekomen is. Voor de Duitse publieke omroep blijft hij echter een “vluchteling”, ongeacht wat hij daadwerkelijk in het schild voert.

Ontroerend, deze onverbrekelijke trouw aan de eenmaal gekozen dwaling. Vanzelfsprekend komt de ophef over deze gruwelijk moord op een zeer ongunstig moment. Zelfs Teflon-Merkel heeft geen manier gevonden om dit gevolg van haar welkomscultuur zonder kleerscheuren in de gebruikelijke woordenbrij te laten verzinken. Bij Anne Will noemde ze het “afschuwelijke voorval” een “beroep op ons allemaal om de integratie zeer serieus te nemen”.

Het is van een zelden vertoonde onbeschaamdheid. Waarom zou men iemand moeten “integreren” die sowieso uitgezet zou moeten worden? Ali Bashar A.’s asielverzoek was reeds lang voor de moord afgewezen. Het antwoord: Omdat het volstrekt om het even is, wat de uitkomst van een asielprocedure is. Omdat dat hele circus slechts voor het domme publiek opgevoerd wordt, zodat de gewone man gelooft dat alles er aan toegaat zoals je in een ‘rechtsstaat’ mag verwachten. De waarheid is echter dat het de bedoeling is dat alle asielzoekers blijven, allemaal. Daarom wil Merkel ook niet dat de weinige asielzoekers die succesvol uitgezet worden, teruggestuurd worden als ze het opnieuw proberen.

Wat de Irakees aangaat, is men ook daarom zo blij hem weer in Duitsland te hebben, omdat hem in zijn vaderland de doodstraf boven het hoofd hangt. Een onweerstaanbare boodschap aan alle voortvluchtige moordenaars, die in hun eigen land zo’n straf wacht: ‘Kom naar Duitsland!’ Men bedenke wel dat het niet weinigen zijn, die moeten vrezen door de rechter in hun landen van herkomst een straf opgelegd te krijgen die ze in Europa – ongeacht wat ze uitspoken – nooit zouden krijgen, zoals de doodstraf of een langere gevangenisstraf.

Wat bij ons in Europa komen ze er uiteraard ook niet ongestraft af. Kijk maar naar de 19-jarige Ahmet R. uit Keulen. Die heeft de 40-jarige Thomas K. zo hard tegen de grond geslagen dat hij aan een schedelbasisfractuur is overleden. K. laat zijn vrouw en twee kinderen van negen en dertien jaar oud achter. Motief van de daad? Ahmet R. wilde indruk maken op zijn vrienden, hun “respect” afdwingen. “het toebrengen van lichamelijk letsel met de dood tot gevolg”, luidde het oordeel van de rechter, die de dader na het proces op vrije voeten stelde.

Ja, dat leest u goed: Ahmet K., die een mensenleven op zijn geweten heeft, verliet de rechtszaal als vrij man. De rechter liet hem met twee jaar proeftijd wegkomen en legde hem verder een anti-agressietraining op en regelmatige drugstests. Verder krijgt hij nog een taakstraf, afval prikken in het park of grasmaaien bij de kinderopvang of iets dergelijks. Ook dergelijke vonnissen komen ongelegen voor Merkel, die immers graag over de hardheid van de rechtsstaat zwetst, wanneer er weer eens een asielzoeker een bloedspoor getrokken heeft.

Tegen Seehofers afwijs-plan tovert ze de laatste troef uit haar mouw: ‘Europa!’ Want Europees recht gaat boven Duits recht en Europa zou gebieden dat de Duitse grenzen voor iedereen openstaan, zo stelt de CDU-leider. Daar klopt weliswaar geen bal van, wat ook verklaart dat veel EU-lidstaten hier heel anders mee omgaan. Maar het Europa-argument maakt altijd veel indruk op de kiezers, bovendien is de charme van de Europese Unie voor Merkel dat de kwestie zo op de lange baan geschoven kan worden, door eindeloze onderhandelingen waar de Duitse burgers nauwelijks zicht op hebben, laat staan invloed. Daar gaat het de bondskanselier om.

Merkels fans in de studio bij Anne Will verafgoden de regeringsleider om de “evenwichtige” manier waarop ze Duitsland door de crisis leidt, de crisis die ze zelf iedere dag verder verscherpt.

Posted on

Beieren bouwt eigen grenspolitie op

De Beierse regering heeft vorige week tot de heroprichting van de in 1998 opgeheven Beierse grenspolitie besloten.

Ter coördinatie zal deelstaatminister van Binnenlandse Zaken Joachim Herrmann een nieuwe centrale inrichten in Passau, die op 1 juli – dus nog voor de verkiezingen voor de Beierse landdag in oktober – in gebruik genomen moet worden.

De nieuwe eenheid moet 1.000 agenten sterk worden en over 160 voertuigen beschikken. Bovendien wordt de politiedienst uitgerust met smartphones en draagbare computers (convertibles), mobiele apparaten voor het controleren van reisdocumenten en vingerafdrukscanners, alsmede draagbare nachtzicht en warmtebeeldtechniek en drones. De centrale in Passau zal de eenheden aansturen en coördineren met de Landespolizei en de douane.

Daarnaast komen ook de reeds bestaande opsporingsgroepen van de politie langs de federale grens met Oostenrijk en Tsjechië ter beschikking te staan aan de centrale in Passau. Dat betreft momenteel circa 500 agenten, die nu reeds opsporings- en grensgerelateerde werkzaamheden verrichten. Met deze maatregelen moet vanuit Passau de gehele grensbewaking van Beieren aangestuurd worden.

Hoofdtaken van de grenspolitie zullen de bestrijding van illegale grensoverschrijdingen, mensensmokkelaars en grensoverschrijdende criminaliteit zijn. Verder kan de grenspolitie ook direct aan grens taken als paspoortcontrole vervullen. Het tussen het federale Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Beierse deelstaatregering gesloten akkoord over de grenspolitie in Beieren van 16 juli 1975 moet dienovereenkomstig aangepast worden. Daarin zijn – zij het weinig concreet – de verantwoordelijkheden van de federale politie en de grenspolitie vastgelegd.

De Beierse premier Markus Söder houdt “grenscontroles op een redelijke manier op den duur voor noodzakelijk” en wil met deze stap “spijkers met koppen slaan”. Hij is ervan overtuigd dat de nieuwe Beierse grenspolitie een “heel grote bijdrage” zal leveren om “de veiligheid in de Beierse grensstreek te verbeteren”. Weliswaar zal de eerste verantwoordelijkheid voor de grenzen nog altijd bij de federale politie liggen, maar “een centimeter daarachter zijn wij met onze grenspolitie”, aldus de deelstaatpremier verder.

Als enige Duitse deelstaat beschikte Beieren al vanaf 1946 tot 1998 over een eigen grenspolitie. Deze vormde naast de Landespolizei en oproerpolitie de derde zuil van de Beierse politie en was voor de beveiliging van de federale grenzen in Beieren verantwoordelijk. Door de toetreding van Oostenrijk tot de EU en het Akkoord van Schengen veranderde de situatie aan de Beiers-Oostenrijkse grens fundamenteel, zodat de grenscontroles hier trapsgewijs opgeheven werden. Na 31 maart 1998 hield de Beierse grenspolitie op te bestaan.

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Miljoenen EU-geld voor Oekraïense grensposten ‘verdwenen’

Oekraïne heeft een nieuw financieel schandaal – en dat kan gevolgen hebben, omdat het gaat om het verdwijnen van EU-middelen. Oekraïense media melden, onder verwijzing naar een bron bij de Europese Commissie, dat men daar sterk de indruk heeft dat de EU-middelen die eigenlijk bestemd waren voor de modernisering van de Oekraïense grensposten, zijn verduisterd door de autoriteiten van het land.

Feit is dat veel Oekraïense grensposten zich nog steeds in een vervallen staat bevinden. De niet nader genoemde Brusselse bron wordt in de Oekraïense media als volgt geciteerd: “Daarom zijn er aan de Oekraïense grens met de Europese landen eeuwige files, er is geen infrastructuur. Het schokkende feit is dat bij één van de checkpoints in Volyn, Ustilug-Zosin gewoon een kuil gegraven is, waarvan wordt gezegd dat het drie miljoen euro gekost zou hebben.”

Volgens de directeur van het Internationaal Centrum voor Oostzee- en Zwarte Zee-Studies, Irina Weresjtsjoek, is de situatie op de controlepost Korczowa-Krakowiec op de Pools-Oekraïense grens vergelijkbaar. De Poolse kant heeft zijn deel van de modernisering snel voltooid, terwijl de Oekraïense zijde slechts één put heeft gegraven.

Eerder had de Oekraïense minister van Financiën, Alexander Daniljoek toegegeven dat de EU had besloten om de financiering voor de modernisering van controlepunten te verminderen. Sinds het project in 2014 is gestart, heeft Kiev voor dit doel ongeveer 30 miljoen euro ontvangen. Volgens de bron zou zo’n twee derde van dit budget echter simpelweg “verdwenen” zijn.

Posted on

Hongarije overweegt hek aan Roemeense grens

Nadat, zoals Novini eerder berichtte, in de afgelopen maanden het aantal illegale migranten in Roemenië is toegenomen, wordt in Boedapest gevreesd dat er een nieuwe mensensmokkelroute via de Zwarte Zee tot stand komt. Om dit te voorkomen overweegt Hongarije nu ernstig de bouw van een hek langs de Hongaars-Roemeense grens. Regeringswoordvoerder Zoltan Kovacs stelde dat het hek binnen enkele weken gebouwd zou kunnen worden.

Het hek zou langer worden dan de reeds bestaande hekken aan de grenzen met Kroatië  en Servië, die de regeringswoordvoerder positief beoordeelt:

“De hekken hebben geholpen, de vluchtelingenstroom via de Westelijke Balkanroute is daardoor gestopt.”

Kovacs ziet een “verband tussen illegale immigratie en veiligheidsproblemen”. De herverdeling van ‘vluchtelingen’ binnen Europa is volgens hem een “gevaarlijk” lange termijnproject van de EU. De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU, dat Hongarije in het kader hiervan ‘vluchtelingen’ moet opnemen, ziet hij als een politiek probleem, aangezien het besluit tot het herverdelingsprogramma door de EU tegen de “nationale soevereiniteit” in genomen is. “We zullen alles tegen deze uitspraak doen, ook al is die juridisch bindend”,  bevestigde Kovacs.

“We geven onze beslissingsmacht niet op. Brussel wil onze soevereiniteit inperken, zodat anderen de besluiten voor ons kunnen nemen.”

Lees ook: