Posted on

Voormalige volkspartijen SPD en CDU brengen geen staatslieden voort

Heiko Maas en Olaf Scholz

Hoe kleiner de voormalige volkspartijen in Duitsland worden, hoe moeilijker het lijkt te worden om ze te leiden. Dat ligt ofwel aan de partijen zelf, dan wel aan hun partijtop. 

In het geval van de SPD valt het laatste te vermoeden. Nog niet zo lang geleden bevond deze partij zich in de unieke situatie dat het voorzitterschap vacant was en niemand deze positie wou overnemen. Zoiets was nog niet eerder voorgekomen. Doorgaans zijn er meer dan genoeg mensen met politieke ambitie die zich voor zo’n leidersrol opwerpen. Als niemand wil, dan is er iets niet in de haak.

Poltici van statuur zoekt men tevergeefs

Deze zonderlinge gebeurtenis vestigde echter nadrukkelijk de aandacht op iets dat zich al aftekende: Met de overtuigingskracht, de omvang en de invloed is ook het aantal toppolitici van de voormalige volkspartijen geslonken. Politici van statuur zoekt men tevergeefs.

Uiteindelijk is het de SPD dan toch nog gelukt iemand bereid te vinden. Dat gebeurde op een curieuze manier. Er werd namelijk een proefballonnetje opgelaten dat Gesine Schwan en Ralf Stegner de partij zouden kunnen gaan leiden. Dit scenario bracht alsnog verschillende SPD-politici ertoe om zichzelf als alternatief naar voren te schuiven. Ook dit leverde echter geen topmensen op. De enige die zichzelf graag zo mag zien is minister van Financiën Olaf Scholz.

Kramp-Karrenbauer wil van lastpak Maaßen af

In tegenstelling tot de SPD, heeft de CDU in de persoon van Annegret Kramp-Karrenbauer wel reeds een partijvoorzitter. Maar wat voor een. Haar kaliber bleek nog eens in de omgang met Hans-Georg Maaßen, die van 2012 tot november 2018 voorzitter van de binnenlandse inlichtingendienst Bundesamt für Verfassungsschutz was en werd ontslagen nadat hij de regering weersprak over de toedracht van de gebeurtenissen in Chemnitz.

Kramp-Karrenbauer liet de verdenking onweersproken, dat ze deze man, die zich jarenlang zo verdienstelijk gemaakt heeft, uit de partij zou willen zetten. Omdat ze het niet met hem eens is, in essentie. Het staat echter buiten kijf dat Maaßen een lijn vertegenwoordigd die voor het Merkel-tijdperk de kern en het midden van de CDU was. We hebben het dan over een tijd dat de CDU nog circa veertig procent van de stemmen haalde in verkiezingen.

Wat ooit de kern van de CDU was, geldt nu als uiterst rechts

Alle hoop dat Kramp-Karrenbauer haar partij na Angela Merkel een periode van bezinning en herbronning zou gunnen, is hiermee definitief vervlogen. Want wat ooit de kern van de partij was, geldt nu als uiterst rechter vleugel. Het huidige midden van de CDU bevindt zich op een hellend vlak, op ideologisch verbrande aarde, die de SPD op weg naar links achtergelaten heeft. De Groenen zijn intussen de lachende derde.

Posted on

Duitsland: Einde oude partijensysteem nadert

De SPD vecht om haar bestaan. Maar ook in de CDU groeit de nervositeit. En terecht, want de dominantie van de twee grote volkspartijen in de Duitse politiek staat op het punt doorbroken te worden.

Zowel voor politici als analisten was meteen duidelijk: Met het afscheid van Andrea Nahles van het partij- en fractievoorzitterschap is meer gebeurd dan alleen het vertrek van de zoveelste SPD-leider, de negende sinds 2000. Het is niet slechts een leiderschapscrisis meer, de SPD zit middenin een vertwijfelde strijd om haar voorbestaan.

Opvolging Nahles

De gebruikelijke berichtgeving over wie er allemaal kandidaat is om Nahles op te volgen, leidt dan ook van de kern van het probleem af. Die is gelegen in de afkeer van de Duitse sociaaldemocratie van haar historische identiteit en daarmee van haar missie en natuurlijke achterban. De partij van de grote schare aan hardwerkende mensen, uit arbeiders- en lagere middenklasse, is onder regie van losgezongen ideologen verschrompeld tot een nichepartij.

Werkende klasse

Genderideologie en klimaathysterie, pleidooien voor nog meer immigratie en het faciliteren van afgewezen asielzoekers, het bagatelliseren van integratieproblemen et cetera werden tot kenmerkende punten van de SPD. Prijsopdrijvend klimaatbeleid en sociale voordelen voor specifieke groepen moesten kiezers lokken. De werkende klasse kreeg bij ondertussen vooral de rol van pakezel, die alle economische en culturele lasten stil moet dragen.

Traditionele kiezers lopen weg

Wie bijvoorbeeld al jaren in een traditionele arbeidersbuurt woont en zich door vreemdelingen overlopen voelt en dat openlijk zegt, kan van de zijde van SPD-functionarissen op niets dan beschimpingen en neerbuigende terechtwijzingen rekenen. Dat kon niet lang goed gaan. Er zit altijd een zekere vertraging in, mensen die al decennia op dezelfde partij stemmen, veranderen daar niet zomaar in. Maar op een gegeven moment is de maat vol en lopen de kiezers massaal weg.

CDU nerveus

Voor de CDU, ooit de belangrijkste rivaal van de sociaaldemocraten, is dat geen goed nieuws. De nervositeit waarmee Annegret Kramp-Karrenbauer reageert op de turbulentie bij de federale coalitiepartner, is geenszins gespeeld. AKK weet dat haar partij vergelijkbare moeilijkheden te wachten staan. Want ook bij de CDU is de vervreemding van de natuurlijke achterban vergevorderd.

Merkels dubbelrol

Bondskanselier Angela Merkel speelt hierin een bizarre dubbelrol. Enerzijds bindt ze nog altijd miljoenen mensen, niet zozeer vanwege een bepaald beleid, maar omdat ze een vaste waarde is. Anderzijds ligt Merkel als een stolp over de CDU, waaronder ieder initiatief tot vernieuwing of herbronning verstikt. Het fnuikt iedere kans voor de partij om aan het lot van de SPD te ontsnappen.

Einde van het oude partijensysteem

Zo zien we nu dan ook het begin van het einde van het oude partijensysteem van de Bondsrepubliek. Met een CDU/CSU die in sommige peilingen al voorbij gestreefd wordt door de Groenen en een SPD die bijna achter de AfD terugvalt. De val van Nahles markeert het begin van de hete fase van deze omwenteling. De oersaaie Duitse politiek wordt toch nog spannend.

Posted on

Bremen: SPD wil na historisch verlies toch regeren

In Bremen gebeurde zondag wat lange tijd onvoorstelbaar scheen. Voor het eerst sinds 73 jaar werd de CDU groter dan de SPD. De sociaaldemocraten behaalden hun slechtste resultaat sinds de oprichting van de Bondsrepubliek. Maar ze kunnen nog niet loskomen van de regeringsbankjes.

De CDU kwam volgens de voorlopige uitslag op 26,7 procent, de SPD van burgemeester Carsten Sieling op 24,9 procent. De Groenen groeiden naar 17,4 procent en Die Linke naar 11,3. De AfD groeide in het linkse bolwerk licht naar 6,1 procent en de FDP  naar 5,9.

Bremerhaven

Door een bijzonderheid van het Bremer kiesrecht wordt de kiesdrempel in de twee kiesdistricten Bremen en Bremerhaven afzonderlijk toegepast. Zodoende kon de rechts-conservatieve partij Bürger in Wut haar zetel in het deelstaatparlement behouden door alleen in Bremerhaven over de kiesdrempel te komen. Sowieso deden de rechts-conservatieve partijen het in de kuststad beter dan in Bremen zelf. De AfD behaalde er 9,4 procent en Bürger in Wut 8,8 procent, samen 6,7 procentpunten meer dan in 2015. In de gehele deelstaat bedroeg de winst voor beide slechts 1,3 procentpunten.

Fractiestatus

AfD-lijsttrekker Thomas Jürgewitz ziet in Bremerhaven “een stemming voor verandering in een deelstaat en een stad die er berucht om zijn in de statistieken altijd op de laatste plaats te komen”. AfD Bremen-voorzitter Frank Magnitz had voor de verkiezingen op minstens zeven procent gehoopt. Het werd iets meer dan zes. Maar anders dan in 2015 heeft de AfD nu genoeg zetels om de fractiestatus te krijgen. De vier zetels van vier jaar geleden waren daarvoor niet genoeg. Bovendien gingen drie van de vier door interne conflicten bij de AfD weg. Zonder fractiestatus was het oppositiewerk lastig geweest, zegt Magnitz. Maar nu is de tijd van het deelstaatparlement als applausmachine, waar niemand een ander geluid laat horen voorbij, zo vervolgt hij.

SPD klampt zich aan de macht vast

Voor de sociaaldemocraten is het resultaat een ramp. Ze hebben hun nederlaag echter nog niet helemaal geaccepteerd. In 2015 bereikten de Bremer sociaaldemocraten met 32,8 procent al een historisch dieptepunt, nu ging het nog eens duidelijk neerwaarts. “De cijfers zijn teleurstellend”, aldus zittend burgemeester Carsten Sieling. Hij benadrukte voor een toekomstige coalitie het belang van het financieel beleid. “Ik kijk ernaar met welke partijen zouden we een akkoord kunnen bereiken”, aldus Sieling tegenover tv-zender n-TV. “En we hebben met de Groenen een goed beleid gevoerd”, voegde hij eraan toe. De gedachte om de oppositie in te gaan, lijkt bij Sieling niet eens op te komen.

Rood-rood-groen

Federaal SPD-leider Andrea Nahles sprak zich voor een coalitie inclusief Die Linke uit. “Rood-rood-groen is in Bremen mogelijk.” De Groenen hebben volgens Nahles de keuze: “Willen ze een progressieve regering of niet?” De Bremer CDU rond Carsten Meyer-Heder maakt nu als grootste partij echter aanspraak op het initiatief in de regeringsvorming. “De SPD is afgekeurd”, aldus de CDU-lijsttrekker. De Groenen lieten zich op de verkiezingsavond terughoudend uit en wezen op grote inhoudelijke verschillen met zowel de CDU als Die Linke. De Groenen lijken kortom alle opties open te houden.

Jamaica

Een zogenoemde Jamaica-coalitie van de CDU met de Groenen en de liberale FDP zou 45 zetels hebben en daarmee twee meer dan de absolute meerderheid van 43. Rood-rood-groen zou 49 zetels hebben en daarmee zes meer dan de absolute meerderheid. Een derde mogelijkheid zou een zogenoemde stoplichtcoalitie van SPD, FDP en Groenen zijn. De sociaaldemocraten sloten die laatste optie echter reeds uit.

Federale coalitie

Ondertussen rommelt het ook federaal nog in de SPD. De linkervleugel roept na de nederlagen in Bremen en in de Europese verkiezingen om het vertrek uit de federale coalitie met CDU en CSU. Daardoor zou de regering Merkel ten val kunnen komen. En Martin Schulz zou het fractievoorzitterschap in de Bondsdag van Andrea Nahles over willen nemen.

Posted on

Sahra Wagenknecht neemt afscheid van fractievoorzitterschap Die Linke

Voor de Duitse socialistische partij Die Linke dreigen opnieuw turbulente tijden. Sahra Wagenknecht doet afstand van het fractievoorzitterschap. Dit kan tegelijk een neergang inluiden en nieuwe mogelijkheden bieden.

De vrouw van de voormalige partijvoorzitter Oskar Lafontaine gold als tegenstander van een regeringscoalitie met SPD en Groenen. “Tot de politieke mythes hier te lande behoort dat SPD, Groenen en Die Linke in 2013 een meerderheid hadden om een regering te vormen”, zo becommentarieerde Die Zeit de terugtrekking van Wagenknecht. Rekenkundig was dit volgens weekblad weliswaar juist, maar politiek was het een verkeerde inschatting. Alleen doordat SPD-lijsttrekker Peer Steinbrück destijds voor de verkiezingen een coalitie met Die Linke al afwees, kon de SPD op 25,7 procent van de stemmen komen. “Als hij had verklaard dat Rood-Rood-Groen voorstelbaar was, zou het resultaat van de SPD slechter uit zijn gevallen – bijvoorbeeld zoals in 2017 bij Martin Schulz die Rood-Rood-Groen nooit uitsloot”, zo vervolgt het tijdschrift. In de afgelopen maanden heeft de SPD geprobeerd zich weer te profileren op typisch linkse thema’s, maar de peilingen bleven slecht.

‘Partijleiding heeft Wagenknecht slecht behandeld’

Maar nu dreigt ook Die Linke door openlijke conflicten achteruit te boeren. Bondsdaglid Thomas Lutze verweet de partijleiding de fractievoorzitter slecht behandeld te hebben. “Voor een linkse partij was de omgang met Sahra Wagenknecht een onwaardig schouwspel”, aldus Lutz tegenover de dpa. De partijleiding heeft volgens hem geen verantwoordelijkheid genomen. Wagenknecht had aangekondigd in het najaar niet opnieuw kandidaat te zijn voor het fractievoorzitterschap. De 49-jarige voerde daarvoor gezondheidsredenen, stress en overbelasting als redenen aan. Dat uitgerekend Lutze haar ter zijde sprong is opmerkelijk. De Saarlander geldt in zijn deelstaat als verbeten tegenwerker van Lafontaine.

Burn-out

Wagenknecht had in de afgelopen weken vanwege ziekte noodgedwongen een pauze moeten nemen. In Berlijn spreekt men van een burn-out. Begin vorige week liet ze weer van zich horen met opmerkelijk nieuws. Eerst kondigde ze aan dat ze zich terug zou trekken uit de leiding van de nieuwe beweging Aufstehen. Vervolgens verklaarde ze af te zien van het fractievoorzitterschap. Precies 20 jaar eerder – volgens Wagenknecht toevallig -kondigde haar huidige echtgenoot, de toenmalige SPD-politicus Oskar Lafontaine aan dat hij al zijn politieke ambten neerlegde, waarmee hij de splitsing van links bewerkstelligde.

‘Sfeer in fractie onverdraaglijk’

Nu staat links in Duitsland opnieuw voor een cesuur. Het boulevardblad Bild citeert een ingewijde met de woorden “de sfeer in de fractie is onverdraaglijk”. Diverse fractieleden zouden continu samenspannen tegen Wagenknecht en Dagdelen. Er is ook sprake van pesterijen. In de fractie zouden Bernd Riexinger, Katja Kipping, Caren Lay, Anke Domscheit-Berg, Sabin Leiding, Cornelia Möhring en Martina Renner doorlopend tegen ze tekeergaan. Na de terugtrekking van Wagenknecht kondigde dan ook de politiek dicht bij haar staande vice-fractievoorzitter Sevim Dagdelen haar vertrek uit het fractiebestuur aan. Dagdelen werd door sommigen als mogelijke opvolger van Wagenknecht gezien.

Wagenknecht gebruikte de aankondiging van haar vertrek echter niet om vuil te spuien. Ze verklaarde wel dat de afgelopen jaren haar niet in de koude kleren waren gaan zitten. Ze wil overigens wel lid van de Bondsdag blijven, waarschijnlijk ook om te bezien welke politieke mogelijkheden ze heeft.

Retorisch talent

Oud-politiek leider Gregor Gysi, niet bepaald een vriend van Lafontaine, schaarde Wagenknecht in een interview met het weekblad Stern onlangs onder de tien beste sprekers uit de Duitse politieke geschiedenis. Voor Die Linke zou het fataal zijn als ze zich helemaal af zou wenden. Want noch de partijleiders Katja Kipping en Bernd Riexinger, noch co-fractievoorzitter Dietmar Bartsch zijn retorisch erg verfijnd. Bodo Ramelow, de enige deelstaatpremier van Die Linke, staat in Thüringen een problematische verkiezing voor de nieuwe landdag te wachten. Van hem wordt dan ook niet verwacht dat hij op korte termijn naar de federale politiek overstapt.

Linkse coalitie?

Overigens heeft Wagenknechts terugtrekking het debat over nieuwe coalitiemogelijkheden wel weer losgemaakt. Zo stelde Groenen-fractievoorzitter Katrin Göring-Eckardt tegenover de Freie Presse, er voorstander van te zijn dat er meerdere coalitie-opties zijn en dat Die Linke daaraan een bijdrage zou kunnen leveren. Ralf Stegner, die op de linkervleugel van de SPD zit, stelde dat het na Wagenknechts vertrek misschien makkelijker zou worden om een coalitie links van de CDU te realiseren. In de SPD geldt het als een uitgemaakte zaak dat Wagenknechts echtgenoot Lafontaine destijds de drijvende kracht achter de afwijzing van een Rood-Rood-Groene coalitie zou zijn geweest. Maar volgens Stegner markeert de terugtrekking van Wagenknecht dat ook Lafontaines tijd voorbij is.

Posted on

Het rommelt in de partijtop van de SPD

De SPD komt maar niet uit het dal in de peilingen. Dat ligt er mede aan dat het in Duitse regeringspartij inmiddels traditie is om de actuele partijtop naar hartenlust te discrediteren.

Momenteel staat partijleider Andrea Nahles zwaar onder druk. Hoofdoorzaak zijn slechte verkiezingsresultaten en peilingen. Federaal komt de partij niet verder dan zo’n 15 procent, in Beieren hebben de sociaaldemocraten nog zes procent. In de verkiezingen voor het Europees Parlement dreigt de SPD de helft van haar zetels te verliezen. Zelfs het bolwerk Bremen, waar eind mei deelstaatverkiezingen plaatsvinden, wankelt. Ook in het uiterst linkse Berlijn, waar de partij momenteel met Michael Müller de burgemeester levert, zou in federale verkiezingen nog slechts 12 procent van de mensen zijn stem aan de SPD geven.

Gerhard Schröder brandt Andrea Nahles af

Alsof dit alles nog niet erg genoeg was, mengde onlangs oud-bondskanselier Gerhard Schröder zich weer in het interne debat. In een interview met het weekblad Der Spiegel bekritiseerde Schröder de partijleidster scherp. Schröder beklaagde Nahles, soms platte, optreden. De implicatie van de oud-bondskanselier was dat Nahles niet geschikt zou zijn als bondskanselier. Volgens Schröder zou de partij een kandidaat nodig hebben met economische competentie. Op de vraag of Nahles deze bezit, antwoordde hij vervolgens “Ik denk dat ze dat zelf niet eens zou durven beweren”.

Oud-bondskanselier Gerhard Schröder zou willen dat Sigmar Gabriel (foto), tussen 2013 en 2018 minister van achtereenvolgens Economische en Buitenlandse Zaken, weer een centrale rol innam (foto: Martin Kraft).

…looft Olaf Scholz en Sigmar Gabriel

Schröder ziet minister van Financiën Olaf Scholz eerder als de persoon die de toekomstige kandidaat-bondskanselier van de CDU, Annegret Kramp-Karrenbauer uit zou kunnen dagen. Daarnaast zou Schröder willen dat Sigmar Gabriel weer een centrale politieke positie in zou nemen. “Wellicht de meest begaafde politicus die we in de SPD hebben. Hij heeft alleen een aantal mensen binnen de partij te hard op de tenen getrapt. Of hij nog eens een grotere rol wil spelen, moet hij zelf bepalen.”

De tegenweer volgde prompt en zoals gebruikelijk binnen de SPD snoeihard. “Gelooft ook maar iemand, dat het wat voor nut dan ook voor de eigen partij heeft, wanneer gepensioneerde politici zich onvriendelijk uitlaten over hun opvolgers? Dat baat altijd slechts de politieke concurrentie. Het getuigt van slecht geheugen en is bovendien onsolidair”, twitterde plaatsvervangend partijvoorzitter Ralf Stegner.

‘Eerst de hemel in prijzen, dan als een baksteen laten vallen’

Ook SPD-bestuurslid Boris Pistorius klom in de ring en bekritiseerde de partijleiding om haar omgang met oud-partijleiders Sigmar Gabriel en Martin Schulz. “Volgens mij bevreemdt het de mensen wanneer de SPD haar leiders steeds weer eerst de hemel in prijst, om ze dan later weer als een baksteen te laten vallen”, aldus de Nedersaksische deelstaatminister tegenover dagblad Die Welt. Hij rekent dat vooral Nahles en Scholz aan. “Zo hoort dat gewoon niet.” Pistorius zei echter ook dat het geen makkelijk moment was waarop Nahles en Scholz de partijleiding overnamen.

Wat echter onbenoemd blijft is dat ook Martin Schulz een zwakke campagne voor de Bondsdagverkiezingen voerde en dat de partij onder het leiderschap van Gabriel er niet veel beter voor stond in de peilingen. Zou het soms niet zozeer aan het personeel, als wel aan de standpunten kunnen liggen, dat de kiezers weglopen?

Posted on

Niets zo hardleers als de Duitse ‘elite’

De kloof tussen volk en elite in Duitsland wordt alleen maar groter. Vier voorbeelden laten zien waarom dat zo is.

Van alle kanten wordt de toenemende vervreemding tussen het volk en de machtselite in politiek en media beklaagd. Iedere keer als deze vervreemding op de voorgrond treedt in het publieke debat, putten de vertegenwoordigers van deze ‘elite’ zich uit in bezweringen dat ze ‘ervan geleerd’ hebben. En benadrukken ze er in de toekomst alles aan te willen doen om de kloof te verkleinen. Diverse voorbeelden uit de laatste jaren maken echter duidelijk dat deze beloftes ook in 2019 niet ingelost zullen worden.

CDU

Neem nu de CDU. Die partij heeft miljoenen kiezers verloren, haar geleidelijk maar gestaag opschuiven naar links liet een sterke conservatieve concurrent opkomen in de vorm van de AfD. Als de CDU hiervan geleerd had, zou ze tegemoet komen aan conservatieven binnen de eigen partij en achterban. Annegret Kramp-Karrenbauer had na het nipt verslaan van haar conservatievere tegenkandidaten voor het partijleiderschap bijvoorbeeld prominente conservatieve CDU’ers een positie kunnen geven. Maar AKK gaf niet thuis. Ervan geleerd? Vergeet het maar!

SPD

Voor de SPD realiseerde Martin Schulz in 2017 het slechtste verkiezingsresultaat sinds 1949. Zijn terugtreden van alle leiderschapsposities zou een gepaste reactie zijn geweest op deze nauwelijks te overtreffen motie van wantrouwen van het kiezersvolk. Maar wat doet Schulz? Hij doet alsof er niets gebeurd is en dient zich als ‘locomotief’ voor de SPD-campagne voor de Europese verkiezingen in mei aan. In welke wereld leeft de grandioos mislukte kandidaat voor het bondskanselierschap eigenlijk?

Publieke omroep

Het misnoegen over de hoogste verplichte afdracht voor de publieke omroep ter wereld houdt de gemoederen in Duitsland al jaren verhit. Meer bescheidenheid van de staatszenders zou een gepaste reactie zijn. Maar het tegendeel gebeurt: Nadat ZDF-bestuurder Thomas Bellut een verhoging van de afdracht geëist had, deed ARD-voorzitter Ulrich Wilhelm er nog een schepje bovenop door te dreigen een zaak aan te spannen in Karlsruhe, bij de hoogste Duitse rechter, als er geen gehoor gegeven zou worden aan de eis. Zo gooit de Duitse media-elite olie op het vuur van de ontevredenheid onder burgers.

Lügenpresse

Rond de jaarwisseling kwam daar het schandaal rond de prijswinnende nepjournalist van weekblad Der Spiegel Claas Relotius bij. Deze affaire was voor talrijke ‘kwaliteitsmedia’ aanleiding om heilige eden te zweren, dat ze zich niet door ideologische oogkleppen van de waarheid of zouden laten brengen. Werkelijk? De Relotius-affaire was nog niet over zijn hoogtepunt heen, of het weekblad Die Zeit beweerde dat op 1e en 2e Kerstdag 43 ‘vluchtelingen’ uit het Kanaal van Dover gered zouden zijn. De aanduiding ‘vluchtelingen’ voor mensen die illegaal van Frankrijk naar Engeland willen reizen is echter een klinkklare leugen.

De reeks voorbeelden laat zich zonder moeite uitbreiden. De conclusie is steeds dezelfde: Een narcistische ‘elite’ komt maar niet uit het uitgesleten spoor en negeert alle signalen vanuit het volk. Waarin dit gedrag uit kan monden zien we in Frankrijk.

Posted on

G7 wordt geen G8: Heiko Maas breekt met Ostpolitik SPD

Sinds 2014 is Rusland uit de groep van de leidende industriële staten gezet. De G8 werd weer G7. De nieuwe Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) wijst de roep vanuit het Duitse bedrijfsleven om een terugkeer naar de G8 resoluut af. Het kwam hem op veel kritiek te staan, ook van partijgenoten.

Zijn partijgenoot en voorganger als minister van Buitenlandse Zaken, Sigmar Gabriel had zich recent nog uitgesproken voor het zoeken van toenadering tot Rusland. Ook politici van de liberale FDP en de socialistische partij Die Linke hadden zich ervoor uitgesproken de Russische president Vladimir Poetin voor de top van de Groep in juni in Canada uit te nodigen.

“Als het Westen het echt serieus meent, dat het weer een constructieve dialoog wil aangaan, dan zou dit de geschikte gelegenheid zijn. De G7 zou weer G8 moeten worden”, stelde de fractievoorzitter van Die Linke Sahra Wagenknecht.

De liberale politicus Alexander Graf Lambsdorff liet zich weliswaar terughoudender uit, wil Rusland echter ook beslist weer aan de onderhandelingstafel terughalen: “Het is zinvol de dialoog met Rusland vaste vorm te geven en beter te structureren. Daarvoor zou de G7+1 het juiste format zijn”, aldus de vice-voorzitter van de FDP-fractie in de Bondsdag tegenover dagblad Die Welt.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung had eerder bericht dat Maas partijintern de verantwoordelijkheid voor de Ostpolitik uit handen genomen zou kunnen worden. Dat zou een forse inperking van zijn bevoegdheden zijn. Maas wil echter met de traditionele Ostpolitik van de SPD breken en dat roept veel weerstand op binnen de partij, schreef de krant onder verwijzing naar partij- en fractieleiding: “Voor deze koers heeft hij niet de steun van de meerderheid.”

Achim Post, vice-voorzitter van de SPD-fractie in de Bondsdag en voorzitter van de invloedrijke delegatie uit Noord-Rijnland-Westfalen uitte tegenover het dagblad Tagesspiegel scherpe kritiek op het plan van Maas om Rusland weg te houden van de onderhandelingstafel: “Ik vind deze benadering niet doelmatig.” De verhouding met Rusland is op het moment zonder twijfel moeilijk en gespannen, aldus Post, maar daarom “hebben we juist nu formats voor dialoog en diplomatie, in plaats van uitsluiting en retorische krachtmetingen, nodig”.

Kritiek kwam er niet alleen uit de Bondsdag-fractie van de SPD, maar ook uit de deelstaten. Zo onderstreepten de premiers van Nedersaksen, Mecklenburg-Voor-Pommeren en Brandenburg, Stephan Weil, Manuela Schwesig en Dietmar Woidke, dat zij vast willen houden aan de ontspanningspolitiek uit de tijd van Willy Brandt en Egon Bahr. “De SPD hecht aan een goede verhouding met Rusland. Dat sinds lang onze opstelling en komt overeen met hoe de overgrote meerderheid van onze leden en ook onze kiezers tegen de zaak aan kijkt”, stelde Weil.

Partijleider Andrea Nahles probeerde daarentegen weinig overtuigend de beide kampen met elkaar te verzoenen. Steun kreeg Maas alleen vanuit Frankrijk en Oekraïne. Zo sprak ook de Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Yves Le Drian (ex-PS) zich tegen het uitnodigen van Rusland op de G7-top in Canada uit. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Pavlo Klimkin was, weinig verrassend, vol lof over de houding van Maas: “Ik waardeer zijn opstelling zeer.”

Posted on

Waarom Seehofer Beierse heimat aan Söder overlaat

Vorige week liet Horst Seehofer een belangrijke bijeenkomst aan zijn neus voorbij gaan. De partijvoorzitter van de CSU en scheidend deelstaatpremier van Beieren moest zijn deelname aan de traditionele politieke Aswoensdag afzeggen vanwege een hardnekkig griepje.

In de partij wordt sindsdien besmuikt gegist naar de gezondheidstoestand van de 68-jarige. Een dergelijke publiciteitstrekkend optreden missen partijbonzen normaliter nooit en al zeker niet in een jaar waarin verkiezingen voor de Landdag op de rol staan.

Op 14 oktober willen de christelijk-socialen hun absolute meerderheid verdedigen. Het lijkt momenteel uitgesloten dat ze daar in slagen, mede omdat Franz Josef Strauß’ maxime, dat er rechts van de CSU geen plaats voor een democratische partij mag ontstaan, veronachtzaamd is. Bij de Bondsdagverkiezingen liepen reeds veel gefrustreerde conservatieve kiezers naar de AfD over. De vooruitzichten van de CSU voor de Landdagverkiezingen zijn nauwelijks beter.

In de ogen van velen, ook van menig CSU-lid, ligt de schuld hiervoor voor een aanzienlijk deel bij Seehofer, vanwege zijn veelvuldige draaien ook wel Drehhofer genoemd. De Beierse leeuw is te vaak als vloerkleedje geëindigd, zo klinkt het aan de stamtafels in het zuiden van Duitsland. Men verwijt Seehofer het permanente toegeven van de CSU aan bondskanselier Angela Merkel in het immigratievraagstuk en het fiasco van de Bondsdagverkiezingen ten gevolge daarvan.

Gevolg is dat de meerderheid van de Beiers weinig op heeft met de verdere politieke loopbaan van de scheidend deelstaatpremier. Volgens een peiling zien ze de 68-jarige liever met pensioen gaan dan minister worden in Berlijn. Maar liefst 62,6 procent van de ondervraagden gaf er de voorkeur aan dat hij zijn politieke loopbaan zou beëindigen. 7,6 procent was van mening dat hij genoegen moest nemen met het partijvoorzitterschap alleen. Slechts 24,3 procent wilde dat hij minister in een nieuwe ‘grote coalitie’ van CDU, CSU en SPD zou worden.

Desalniettemin is Seehofer nu de beoogde minister voor Binnenlandse Zaken en Heimat. Zodat ook zijn partijinterne tegenstanders en critici er belang bij hebben dat hij naar Berlijn vertrekt, heeft Seehofer aangekondigd dat de door hem niet zeer geliefde deelstaatminister van Financiën Markus Söder hem opvolgt als deelstaatpremier.

In recente peilingen krijgt de CSU een kleine veertig procent van de stemmen, gevolgd door de SPD met zo’n 15 procent en de AfD met 12 à 13. Het lijkt er dus op dat de CSU haar absolute meerderheid van de zetels in de Landdag gaat verliezen, wat afgezien van 2008 sinds de jaren ’50 niet is voorgekomen. In zo’n geval zou de CSU een of meerdere coalitiepartners moeten vinden om een regering te vormen. Dat de CSU met de AfD in zee gaat is daarbij hoogst onwaarschijnlijk, zodat een coalitie met de SPD of de Groenen, dan wel een coalitie met de liberale FDP en de Freie Wähler tot de mogelijkheden behoort. De verkiezingen voor de Beierse Landdag vinden op 14 oktober plaats.

Aanvankelijk was de 68-jarige politicus van plan geweest nog eens kandidaat-deelstaatpremier te zijn. Met zijn wissel naar Berlijn en de alvast geregelde opvolging in München wil hij nu ten minste gezichtsverlies vermijden, niet compleet kelderen in de kiezersgunst en tegelijk nog altijd een positie bewaren om invloed uit te oefenen in de partij en de Beierse politiek. Maar precies dat vrezen veel partijvrienden in het zuiden. Met 46,8 procent ziet zelfs van de CSU-kiezers nog geen meerderheid Seehofer graag als minister in Berlijn. Zelfs onder CSU-kiezers meent 37,6 procent dat Seehofer zijn politieke carrière beter kan beëindigen.

Ook de politicoloog Ulrich von Alemann interpreteert Seehofers beoogde wissel naar Berlijn als een “verwijderingsbeslissing”. De oude rot wordt aan het eind van zijn carrière weggepromoveerd naar de federale politiek. In het verkiezingsjaar wil de Beierse regeringspartij de rijen sluiten en heeft men er dus vanaf gezien Seehofer compleet uit te schakelen. Tegelijk mag met Söder iemand met een rechtser profiel dan Drehhofer de leiding nemen, om zo de schade te beperken. Of het de AfD werkelijk zoveel wind uit de zeilen neemt zal moeten blijken.

 

Posted on

Nog eenmaal een ‘grote coalitie’

Net nu uit een peiling blijkt dat CDU/CSU en SPD bij nieuwe verkiezingen geen meerderheid meer zouden halen, hebben de partijen een akkoord bereikt over een regering op basis van een zogenaamde ‘grote coalitie’, waarvan de naam verwijst naar de voorbije vanzelfsprekendheid dat christendemocraten en sociaaldemocraten gezamenlijk altijd een meerderheid hebben.

Voor de Duitsers is het hele gebeuren een leerrijke ervaring. De Duitsers zijn immers een volgzaam volk, dat het zijn heersende klasse over het algemeen niet moeilijk maakt. Omdat de Duitser niets zo zeer vreest als chaos, heeft hij iedere regering, zelfs de meest miserabele, liever dan het vooruitzicht van chaos zonder leiderschap. Deze houding verleent Duitsland een door andere landen vaak bewonderde stabiliteit.

Deze volgzaamheid van de Duitsers nodigt echter ook tot misbruik uit. Met de vrees voor chaos laat het volk zich immers in het gareel brengen. Deze natuurlijke houding van de Duitser is dan ook alles behalve behulpzaam bij de ontwikkeling van democratisch zelfbewustzijn tegenover de machthebbers.

Zo bezien hebben de Duitsers in de afgelopen tijd een paar waardevolle ervaringen opgedaan: Hoewel de politieke klasse er een half jaar over deed om een regering tot stand te brengen – elders niet ongebruikelijk, maar ongewoon lang voor Duitse begrippen, is het land daardoor niet in chaos verzonken. Van de andere kant konden ze in 2015 beleven hoe regeringen geenszins altijd voor orde en veiligheid garant staan, maar ook wanorde kunnen stichten. Zonder missionaire regering hadden de bevoegde diensten die zomer automatisch de geldende wetten en verdragen toegepast, wat miljoenen illegale binnenkomsten had voorkomen. De regering Merkel moest er aan te pas komen om dit terzijde te stellen, met alle gevolgen van dien.

Wind of change

Dezer dagen kunnen de Duitsers gadeslaan hoe een zootje versleten politici aan de macht blijft hangen. Een weinig verheffende aanblik, maar mogelijk toch een leerrijke. Het zou de Deutscher Michel aanleiding kunnen geven om zijn trouwhartige, dikwijls blinde vertrouwen in zijn politieke elites over boord te zetten.

Dat in de meest recente peiling van INSA SPD en AfD met respectievelijk 17 en 15 procent nog slechts twee procentpunten uit elkaar lagen, toont aan hoeveel dit – maar al te vaak ongefundeerde – vertrouwen al te lijden heeft gehad. Ook aan de basis van de gevestigde partijen kalft het vertrouwen af, de hang aan de ‘eigen’ partij waarop men altijd gestemd heeft, wordt steeds losser.

Deze (niet meer zo) grote coalitie is een oudbakken verbond voor de laatste meters van een afgeleefde politieke klasse. Merkel en Schulz hebben hiermee de voltrekking van hun politieke lot weer een poos voor zich uit weten te schuiven. Maar als hun tijd straks alsnog gekomen is, zal het meer betekenen dan alleen het einde van een bepaalde coalitie.

Er hangt in Duitsland een meer fundamentele verandering van het politieke landschap en het politieke denken in de lucht. Vooral voor de Duitsers in de voormalige DDR is de aansluiting van hun deelstaten bij Bondsrepubliek als markant politiek  moment in herinnering gebleven, voor de oude Bondsrepubliek was het simpelweg ‘verder zo’. Het tijdperk van ‘simpelweg verder zo’ lijkt echter ten einde te lopen.

Posted on

Duitse ‘grote coalitie’ verliest meerderheid in peilingen

Als er komende zondag Bondsdagverkiezingen zouden zijn, zouden de zogenaamde traditionele volkspartijen samen niet eens meer een meerderheid behalen. Dat komt naar voren uit een recente peiling. CDU/CSU en SPD onderhandelen momenteel over de vorming van een regering.

In de Bondsdagverkiezingen van september 2017 behoorden de Unie van CDU en CSU en de SPD reeds tot de grote verliezers. CDU en CSU behaalden samen 32,9 procent van de stemmen, de SPD slechts 20,5 procent. Zowel voor Angela Merkel als Martin Schulz was dit een bar slecht resultaat. Vooral bij de SPD was sprake van een debacle, nadat men eerder zoveel had verwacht van Schulz’ lijsttrekkerschap.

De SPD stelde echter de boodschap van de kiezer begrepen te hebben en in de oppositie te zullen gaan. Nadat een zogenaamde Jamaica-coalitie van CDU/CSU, FDP en Groenen echter niet haalbaar bleek, nam de SPD na veel vijven en zessen alsnog aan de onderhandelingstafel plaats, in eerste instantie voor verkennende gesprekken. Inmiddels zijn de echte onderhandelingen begonnen en de peilingen liegen er niet om.

In een recente peiling van INSA blijven CDU en CSU samen nog net boven de dertig procent. In 2013 was dat nog 41,5 procent. Nog dramatischer is het verlies bij de SPD. De sociaaldemocraten behaalden in september 2017 met 20,5 procent het slechtste resultaat in hun geschiedenis. In de genoemde peiling is het nog 17 procent.

De sociaaldemocraten voelen inmiddels de hete adem van de nationaal-conservatieve AfD in de nek. De AfD, die in september met 12,6 procent voor het eerst in de Bondsdag kwam, staat in de peiling op 15 procent. Dat is een verdriedubbeling ten opzichte van 2013. De AfD lijkt de interne onenigheid waardoor ze lange tijd werd beziggehouden te boven te zijn gekomen en weet, ondanks de tegenwerking door de andere fracties, de aanwezigheid in de Bondsdag voor veel kiezers overtuigend te benutten. Met slechts twee procentpunten is de afstand tussen AfD en SPD kleiner dan ooit tevoren, waarmee de vraag opkomt of de nationaal-conservatieven er in zullen slagen de sociaaldemocraten voorbij te streven.

Intussen onderhandelen CDU/CSU en SPD gewoon verder over de vorming van een grote coalitie. Maar een regering die voor ze tot stand is gekomen haar meerderheid in de kiezersgunst al verliest, staat vanzelfsprekend niet erg sterk.