Posted on

Secularisatie en biopolitiek

De burger verkeert in tweestrijd. Hij gelooft nog in zijn verworven vrijheden. De secularisatie heeft hem immers bevrijd van de last van geloof, gezag en gezin. Maar steeds sterker dringt het besef zich op dat de moderne democratisch gelegitimeerde staat ook niet bepaald vrijblijvend is. Die rukt op in steeds meer domeinen van zijn persoonlijke en sociale leven: de gezonde levensstijl, de opvoeding en het gewenste ecologische bewustzijn.

In de traditie van de politieke theologie, met name bij de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben, wordt de secularisatie als een dubbelzinnig proces geschetst. Daarin staat de gedachte centraal dat alle eigenschappen die in het verleden door theologen aan God werden toegeschreven, in de moderniteit worden toegepast op de staat. De moderne mens beroemt zich erop God van de troon te hebben gestoten, maar is daarmee ook beroofd van een instantie die de aardse macht onder kritiek kan stellen. Zo is de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring een correctie op het vrijheidsbegrip van de Franse revolutie: onze rechten worden niet door de staat verleend, maar door God.

Agamben maakt duidelijk dat de secularisatie veel ingrijpender is dan sociologen met hun statistieken over kerkverlating ons willen doen geloven. De secularisatie introduceert vanaf de middeleeuwen ook een sacralisatie van de macht in de figuur van de soevereine vorst. De ware vorst is niet meer degene die de wet toepast, maar de soeverein die boven de wet staat en de wet ook buiten werking kan stellen: een sterfelijke god.

Moderne democratieën legitimeren zichzelf nu juist door te beweren dat zij afscheid hebben genomen van dergelijke aspiraties. Toch is volgens Agamben ook de westerse democratie erfgenaam van dit absolutisme. Ook moderne democratieën nemen beslissingen waarin een ‘uitzonderingstoestand’ wordt afgekondigd. Zij doen dit zelfs in toenemende mate. In onze tijd ziet Agamben in de voortdurend uitgesproken crisis, een indicatie van deze grensoverschrijding. In een staat van crisis kan het recht immers worden opgeschort, zeker als iedereen er heilig van overtuigd is dat het maar goed is mensen geen schepsels zijn die door God begiftigd zijn met onvervreemdbare rechten. Juist in onze tijd, waarin crises per definitie globale crises zijn en betrekking kunnen hebben op zaken als terrorisme, de economie en het klimaat, dienen zich ruim voldoende momenten aan waarop het geldende recht ter disucssie gesteld kan worden.

Waar secularisatie traditioneel een progressieve beweging suggereert, van een feodale en religieuze cultuur naar een seculiere democratie van toenemende vrijheid en emancipatie, constateert Agamben slechts de opmerkelijke continuïteit van macht. We leven niet meer in een tijd van bisschoppen en absolute heersers, maar meer dan ooit gaat het in de moderne samenleving om beheersing. Deze macht manifesteert zich alleen op andere terreinen, zoals de politiek, de economie en, steeds vaker, het klimaat.

Secularisatie gaat dus niet alleen over godsdienstig geloof. In het christendom, maar ook in de klassieke cultuur, had de politiek betrekking op de ordening van de staat en het publieke leven. In de moderne tijd, waarin God en de natuur geen normatieve functie meer hebben, ziet Agamben een ontwikkeling naar een politiek die zich vooral richt op het fysieke leven van haar burgers. Agamben noemt dit biopolitiek. Politiek is in moderne democratieën grenzeloos geworden en strekt zich uit tot de meest fysieke aspecten van ons bestaan; van arbeid en gezondheid, milieu en klimaat tot geslachtelijkheid, voortplanting en het levenseinde. Hiermee komt Agambens cultuurtheorie in een onheilspellend licht te staan. De staat streeft onverminderd naar beheersing. En in een cultuur waarin de mens zich niet meer tot religieuze of transcendente betekenissen verhoudt, wordt het mens-zijn zelf een politieke kwestie. Elk gevoel voor de beperkte betekenis van de politiek verdwijnt. En zonder een oriëntatie op transcendente waarden, zijn alleen immanente doelmatigheid en efficiëntie normatief. Zo werd, volgens Agamben, de 20e eeuw de eeuw van de staat waarin zowel linkse als rechtse hun biopolitieke ambities konden waarmaken.

In de hoogtijdagen van de secularisatietheologie klonk er een onbegrensd vertrouwen in de post-christelijke wereld. In de secularisatie zou de kern van het geloof behouden blijven; misschien niet het verhaal, maar wel de moraal. En we zouden allemaal vrijer worden. Agambens analyse ontmaskert dit beeld als een illusie. Het is niet eens de marginalisering van de kerk of de teloorgang van de christelijke politiek, die ons zouden moeten verontrusten, maar het ontstaan van het seculiere beheersingsideaal, waarvan Agamben de contouren schetst. Het vraagt een bijzondere alertheid om een secularisatie te doorgronden die zich sinds de jaren 60 presenteert als een bevrijding, maar die inmiddels vrijwel alle gebieden van ons (samen)leven doordringt en dat op steeds minder vrijblijvende wijze.

Posted on

De welkomscultuur als white man’s burden

Op zaterdag 2 juni vond ‘Europe on Trial’ plaats (mijn deel begint op 2:55:00): een bijeenkomst over Europa en migratie. Het werd georganiseerd in De Balie te Amsterdam – ondergetekende was uitgenodigd om kritische vragen te stellen.

Helaas hadden de meeste sprekers nauwelijks iets nieuws te melden: velen kwamen weinig verder dan de moralistische statements die we wel kennen van de NPO. Omdat er zoveel sprekers op het menu stonden, werden argumenten die al eerder waren neergezet ook continu herhaald. Zo werd ik gedwongen om hier drie uur zonder pauze naar te luisteren (ik hoop vurig dat u mijn inspanningen voor het rationele geluid zult belonen via crowdfunding).

Tegenstrijdigheden

Een perfecte illustratie van de bevooroordeelde linkse tunnelvisie was Ogutu Muraya, een zwarte spreker die een groepsgevoel opwekte. Om dat groepsgevoel te vestigen riep hij het publiek op om met hem mee te juichen bij elke beschuldiging die hij over Europa uitsprak. Dat er daarbij tegenstrijdige argumenten en onwaarheden werden gebruikt, leek niet uit te maken.

Zo zei hij dat het Europese migratiebeleid is gebaseerd op de nazistische rassenleer van de blanke suprematie. Om in één adem door de braindrain in Afrika aan te halen, waarbij Europa de meest succesvolle en slimste mensen van Afrika zou stelen. Ook zou Europa de hoofdschuldige van milieuvervuiling zijn, terwijl dat in China en India toch gradaties erger is.

Blank schuldgevoel

Terwijl ik hem hoorde spreken realiseerde ik me dat het zijn enige wapen is om in te teren op het schuldgevoel van de blanke Europeaan. Maar zodra ik toegeef dat ik me niet schuldig voel, heeft hij geen enkel middel om op mij in te werken en vervalt zijn hele betoog als irrelevant. Zijn werkwijze is namelijk het opwekken van groepsemoties, zonder enig argument waar ík wat aan heb of waar ik in rationeel opzicht wat mee kan. Dit is vergelijkbaar met het debat over diversiteit, identiteit en verplichte quota’s om een veranderende bevolkingssamenstelling te weerspiegelen. Als dat dan het uitgangspunt moet zijn – en niet meritocratie – dan geef mij maar zoveel mogelijk blanke heteroseksuele mannen op topposities. Want dat weerspiegelt mij het meest.

Als zwarte activisten zich dan mogen beroepen op het gegeven dat alles een machtsstrijd is tussen concurrerende identiteiten, dan zal een ander zich ook op zijn of haar identiteit beroepen. Immers, Europa kon het zich enkel veroorloven om zich door schuldgevoel te laten chanteren, toen het nog de leidende geopolitieke kracht was. Zodoende zien we dankzij Muraya hoe makkelijk de linkse logica tegen zichzelf kan worden gekeerd; want als ik mijzelf niet schuldig voel dan bevat zijn vertoog geen enkel handvat om mij te beïnvloeden. Daarom zal links een nieuw kunstje moeten leren nu het blanke schuldgevoel als gevolg van de massa-immigratie begint te verdwijnen. Het zal nog moeilijk blijken omdat zij zijn geconditioneerd om te werken via subsidies: dat zijn de aflaten van dit schuldgevoel.

Links activisme

Thomas Spijkerboer sprak in positieve zin waarderend en sympathiserend over “links activisme”, terwijl hij daar stond te oreren als professor. Het punt wat hij maakte was echter niet vernieuwend: een mensenrecht wordt opgeëist tegenover een staat, maar het gerechtshof dat het mensenrecht moet verdedigen is zelf een staatsorgaan.

Robert Bor (bekend als medeorganisator van De Nederlandse Leeuw) vatte het niveau samen toen hij zei: “Er komen geen intellectueel verfrissende ideeën los. Links is dood.” Inderdaad kwam men niet verder dan het benadrukken van schuldgevoel en boetedoening, om het morele falen van Europa er nog eens in te wrijven. Het bevestigt één van de twee hoofdstellingen van mijn boek Avondland en Identiteit: wat zich ‘links’ noemt is feitelijk de masochistische kant van de christelijke religie in een ontkerkelijkt jasje.

Narcisme versus tastbare verandering

Niettemin waren er een paar die er positief uitsprongen. De theatermaakster Rebekka de Wit kwam met een punt dat intrigerend is, mits we het losweken uit de inbedding van het migratieactivisme. Mensen zijn teleurgesteld omdat ze zich voelen als een druppel in een oceaan: dat is omdat ze zich laten domineren door hun ego – ze willen zien dat zijzelf in het centrum van de wereld staan. Wie daadwerkelijk wat wil veranderen moet echter héél lang doorploeteren en ziet pas later het effect van de eigen daden. Dikwijls is het dan zelfs te laat om er persoonlijk nog profijt van te hebben. In die zin is het veranderen van de wereld net zoals liefde: wie de liefde van de ander bewezen wil zien, maakt die liefde stuk.

Cliteur & Baudet

Wat ze zei raakte mij persoonlijk, omdat ik de vorige avond aanwezig was bij een presentatie door Paul Cliteur en Thierry Baudet over het boek Cultuurmarxisme. Nu heb ik dit natuurlijk zelf tot onderwerp van het publieke debat gemaakt in Avondland en Identiteit: het is boeiend om te zien dat anderen daarop voortborduren. Wierd Duk schreef er bijvoorbeeld over in de Telegraaf.

Als ik vanuit een honger naar erkenning nu boos zou worden omdat zij mijn ideeën gebruiken, dan zou men het begrip cultuurmarxisme loslaten: zodoende zou ik uiteindelijk minder impact hebben, los van het feit dat ik zelf niet van die impact profiteer. Baudet heeft zijn Kamerzetel, Cliteur is directeur van het Renaissance Instituut en Aspekt krijgt de opbrengst van de boekverkoop.

De moraal van het verhaal is precies wat De Wit zegt: soms moet je kiezen tussen óf invloed hebben óf profiteren, en is beiden tegelijk onmogelijk. Dan is het bepalend hoezeer je jezelf laat leiden door ego. Toch is het mooi om van een afstand te zien wat er allemaal in werking is gezet, zoals dit ook zo is met het debat over linkse universiteiten.

Met zoveel herhaling in de verhalen van de migratieactivisten zult u het mij vergeven dat mijn gedachten afdwaalden naar de bovenstaande overpeinzing. Er kwamen ook vluchtelingen aan het woord: helaas hielden sommigen van hen een langdradig en incoherent verhaal (terwijl de tijd voor zoveel sprekers al veel te krap was).

Paul Scheffer & Herman Vuijsje

Paul Scheffer en vooral Herman Vuijsje sprongen er positief uit. Scheffer stelde dat migratie ook een gevolg is van stammenoorlogen: het zou een vorm van “white man’s burden” zijn om te menen dat Europa de verantwoordelijkheid moet nemen voor de onderlinge conflicten van niet-Westerse volken. Ook kan men de Europese wapenhandel niet eenzijdig de schuld geven van migratie als we zien dat Rusland, Iran, Turkije, Amerika en Israël allen bombarderen in Syrië.

Vuijsje voegde toe dat China deals sluit met de corrupte regimes van voormalige Europese koloniën. Deze roofzuchtige deals zouden érg slecht zijn voor de toekomst van die landen: desondanks blijft de bevolking die regimes herkiezen. Wegens deze punten werden beide sprekers echter uitgejouwd door het publiek. Het bewees opnieuw dat de motor van het migratieactivisme draait op morele verontwaardiging en niet op rationele analyses.

Minstens één miljoen migranten naar Europa

Márton Gulyás kwam afsluitend aan het woord: hij is een activist die demonstreert voor meer Soros-universiteiten en meer migranten in Hongarije. Hij wil er minstens een miljoen per jaar. Hier bracht ik tegenin dat hij zijn verhaal baseert op een zwart-wit tegenstelling tussen ‘inclusiviteit’ en ‘xenofobie’, alsof dit de enige smaken zijn.

Ook leidt het spreken in termen van “jaarlijks minstens een miljoen migranten opnemen in Europa”, tot een beleid dat niet vertrekt vanuit een realistische afweging die ook de onvrede van de inheemse inwoners meeneemt. Een miljoen migranten brengt al merkbare cultuurveranderingen teweeg en is nog niet eens één procent van de totale armen in de wereld. Het voert tot een ongestructureerd beleid gebaseerd op willekeur. Wat tot de overweging leidt of het niet veel humaner is om de groei van de wereldbevolking te beperken, dan om grenzeloos mensen in Europa te absorberen.

Als we doen wat Gulyás wil, dan raakt het systeem overbelast door de enorme toestroom en dan zullen willekeurige emoties en het blinde lot bepalen wie wel en niet wordt toegelaten: dat is voor helemaal niemand eerlijk.

Nationaalconservatisme is in opkomst

Daarom stelde ik hem de vraag: “Wat is jouw verhaal naar seculiere minderheden die vluchten uit niet-Westerse landen? Zij willen hier een vrij leven beginnen, maar worden nu geconfronteerd met groeiende enclaves en subculturen waar dezelfde repressieve gebruiken heersen die ze om te beginnen probeerden te ontvluchten. In West-Europa stellen de seculiere en goed-geïntegreerde minderheden zich langzaam maar zeker achter de nationaalconservatieven. Je kunt hen toch moeilijk van xenofobie beschuldigen, of wel soms?”

Omdat de discussie al zover over tijd was heb ik mijn deel van het debat zeer bondig en to the point gevoerd, zoals ik dit heb geleerd tijdens lange vergaderingen in de gemeenteraad. Gulyás praatte over mijn observaties heen door te zeggen: 1. er zijn inderdaad teveel armen in de wereld – hierom is er meer globale nivellering nodig, en 2. er zijn ook Chinese enclaves in Hongarije en dit heeft nooit problemen opgeleverd. Dat raakte verreweg niet aan het punt, maar wat anders valt er te verwachten van iemand die steun van Soros ontvangt? Uiteindelijk vond de aanwezige massa dat Europa tóch schuldig was: dit was tegelijk het einde van de bijeenkomst.

Posted on

De valse verdedigers van onze waarden

Geregeld komen bepaalde discussies over onze identiteit terug. De afgelopen weken zijn we weer beland in een discussie over de westerse waarden die verdedigd moeten worden. Luidruchtige trouwstoeten die de openbare orde verstoren, een oprichter van een flut-partijtje die weigert z’n tegenstrever aan te kijken, het weigeren een hand te schudden en marsen van extreem-rechtse en militaristische Turken in eigen steden creëren een sfeertje waarin we massaal angstig gaan reageren. We moeten ineens onze eigenheid gaan verdedigen en alle politici hebben natuurlijk de plicht om zich hierover uit te laten.

De timing van deze discussies ligt bijzonder goed voor politieke partijen om zich voor de verkiezingen net eventjes te kunnen profileren, of een kandidaat van de tegenpartij te vernietigen.

Twee verschillende kanten in het verhaal

Er zijn dan twee zijdes van het politieke spectrum in de polarisatie. Je hebt enerzijds de eerder linkse zijde, die liever in dit soort gesprekken op de achtergrond blijven. Ze richten zich in verkiezingen vaak op de allochtone stemmen, en het nieuw-links dat er op stemt is zodanig doordrenkt van de oikofobie en het cultuurmarxisme dat ze er ook absoluut het nut niet van inzien hun eigen identiteit te verdedigen. Ze distantiëren zich als het dan echt moet, als er teveel moeilijkheden ontstaan rond bijvoorbeeld militaire uniformen bij kinderen.

Hun eigen identiteit is namelijk de tolerantie ten opzichte van de ander, maar niet ten opzichte van zichzelf. De utopie van de multiculturele samenleving leeft nog sterk in die kringen, en al evenmin zijn die partijen bereid om hun allochtone stemmen te verliezen. Als we kijken naar het lot van de PvdA in Nederland en de verschuiving naar partijen als Denk is men daar in Vlaanderen nogal bang voor.

De andere zijde slaat zich meermaals stoer op de borst. Onze westerse waarden moeten verdedigd worden en er worden meerdere symbolische grenzen getrokken. ‘Een weigering van een handdruk? Nooit!’ ‘Importeren van buitenlandse politieke belangen, het zal wel zijn!’. Een hele stroom van mensen die zich bedreigd voelen door allerlei omstandigheden sluiten zich dan grotendeels aan en denken nu: ‘eindelijk een partij die zegt wat we denken’.

Een alsmaar beslissendere overheid

In naam van de vrijheid en democratie vallen al eens vaker slachtoffers. Nu offert ze zichzelf op. Het moment waarop men een juridische zaak begint te maken van iets wat tot het morele domein behoort, gaat men die vrijheid afstaan aan de overheid. Niet meer individuele vrijheid, maar wel een sterkere macht voor de overheid om normen en waarden op te leggen.

Twee maten en twee gewichten

Dat incidentje in Heusden-Zoder met een optocht van grijze wolven kreeg veel aandacht. Kinderen in uniformen en buitenlandse vlaggen, het leek wel eventjes een invasie. Rond de dubbele nationaliteit bestaat er al lang discussie, maar vreemd dat ze nog steeds niet is afgeschaft.

Bovendien is er ophef over pro-Turkse manifestaties, maar wat dan te zeggen over pro-Koerdische manifestaties. Vlaggen als die van de YPG zijn blijkbaar minder kwaadaardig. De verontwaardiging is nogal selectief als het erop aankomt.

Welke waarden?

De vraag is niet of onze waarden verdedigd moeten worden. We zien vandaag inderdaad een verschuiving en we zien een botsing van culturen dankzij de grote migratie-influx van de laatste decennia. Vraag is wel welke waarden verdedigd moeten worden.

De burgemeester zei in een openingscampagne van een toespraak: “diegene die spreken over te verbinden durven nooit te zeggen op basis van wat ze willen verbinden”. Hijzelf stelt de verlichtingswaarden centraal als verbinding tussen de gemeenschappen. Een ietwat vreemde evolutie als je hem in het begin van zijn politieke carrière meermaals kritiek hoorde leveren op die verlichting.

De verlichtingswaarden zijn universele waarden, zo worden ze althans door de vertegenwoordigers ervan vaak voorgesteld. De universaliteit van deze waarden is echter sterk betwistbaar. Aan de andere kant van de wereld lachen ze er eens mee. De verlichting was een westerse uitvinding en gaat er van uit dat dit waardenpatroon cultureel superieur is aan de rest.

De verlichtingswaarden zoals individuele vrijheid en totalitaire gelijkheid en diversiteit zorgen er net voor dat we vandaag kwetsbaarder zijn dan ooit. Tegenover een grote verzameling vrije individuen komt namelijk een groep te staan. Een groep moslims, een groep Turken, een groep allochtonen… Onze doorgedraaide seksuele vrijheid en gelijkheidsdenken met gay prides en geslachtsveranderingen zijn voorbeelden van onze hedendaagse leidcultuur. Is dat ons wapen tegen pakweg islamisering?

Waarop we ons dan beter moeten focussen? Ons kostbare weefsel is eerder ons wapen. Een stabiel gezinsleven, ons verenigingsleven met jeugdverenigingen, sport en cultuurverenigingen. Onze collectieve identiteit als deel van een culturele natie, onze tradities die bij gebrek aan kennis ervan verloren lijken te gaan, onze religieuze ankerpunten die zoveel hebben bijgedragen aan onze samenleving vandaag de dag. Niet verder de deconstructie, maar de constructie van ons erfgoed. Terug naar een cultuur van trots gaan, van een organische samenleving in plaats van progressieve en liberale waarden.

Symboolpolitiek

De kern van het probleem ligt niet in de symptomen. Er is niets gewonnen of verloren bij een handdruk of bij het niet toestaan van een manifestatie van grijze wolven. Het gaat hier telkens over symbolische grenzen die op z’n zachtst gezegd zeer interpretatief zijn.

De angst die erachter ligt is vaker gedomineerd worden door een groep van buitenaf die hier zijn regels komt opleggen. Die angst, door de linkerzijde te vaak bestempeld als xenofobie om het debat uit de weg te gaan, is terecht als we de cijfers kennen uit grootsteden van mensen met een andere afkomst. Hun geboortecijfers, hun groepsgevoel en onze interne zwakte als gevolg van individualisme maakt van dit alles zeker een bedreiging. Maar dan zal het niet genoeg zijn verontwaardigd te zijn over de symptomen alleen.

Dat onze ‘Westerse waarden’ meer bedreigd worden doordat diezelfde politici nog altijd een open-grenzenbeleid voeren, landen als Saoedi Arabië steunen in hun queeste voor een zo’n groot mogelijk kalifaat, gaan we verder blijven negeren. De politici hebben de aandacht er enkel maar van weten af te leiden om het stemvee eventjes te entertainen.

Verlichting vs eigenheid

De verlichting is doorgedraaid. De verdedigers zullen de beschuldigende vinger uitsteken naar de cultuurmarxisten die sinds de mei ’68-generatie hun best goed hebben gedaan alles te deconstrueren. Echter zitten de kiemen van dit cultuurmarxisme in de verlichting zelf. Het wegduwen van de religie naar de privéruimte is een verarming van een cultuur en is evenmin neutraal. Je vervangt simpelweg de religie door een ander dogma, dat van de universele waarden van de verlichte burgers.

Het zijn deze zogezegd universele waarden die men kan aangrijpen om allerlei ‘gelijkheden’ te gaan verzinnen en te verheffen tot grondrecht. Het is de individuele autonomie die doorgeslagen is, die de zwaksten moreel op hol doet slaan. Het is de individualisering die ons als enkelingen raakt ten opzichte van collectieve identiteiten.

De staat krijgt enkel meer grip om de samenleving te sturen. Of dat dit nu in ons belang is of niet. Dit gaat erom een macht toe te kennen aan politici om een top down-samenleving verder uit te bouwen. We stellen vast dat  politici aan de zaken die er wel toe doen weinig of niets veranderen, maar wel snel willen scoren voor de verkiezingen. Dat deze politici dus met andere woorden erop uit zijn onze waarden te verdedigen of te zeggen wat u denkt? Laat ons eventjes serieus blijven.

Posted on

Vuurwerk is niet leuk

Een van mijn grootste angsten is dat secularisatie niet alleen geloof en kerk aantast, maar ook de alledaagse dingen in het leven. Geloof het of niet, maar de discussie over vuurwerk is door en door geseculariseerd en keert zich tegen het diep menselijke aspect van de beleving van Oud en Nieuw. De argumenten tegen vuurwerk slaan wat mij betreft de plank mis, omdat weinig mensen in deze tijd kunnen peilen waarom er eigenlijk vuurwerk juist op dat punt in de tijd wordt afgestoken. Mensen die betogen tegen vuurwerk afsteken veronderstellen een lineaire tijdsdimensie, met andere woorden een geseculariseerde, platte tijd die niks anders is dan de voortgaande opsomming seconden, minuten, uren, zonder onderling verschil.

Dit blijkt vooral uit de argumenten die worden gebruikt, vuurwerk zorgt voor overlast, het is geldverspilling, slecht voor het milieu en huisdier. Zelfs christenen betogen dat vuurwerk afsteken een teken is van slecht rentmeesterschap, en dus zonde. Ook de jaarlijkse gewonden door ongelukken met vuurwerk worden aangedragen. Kortom, laat vuurwerk achterwege of laat het afsteken door professionals op een afgezonderd terrein, maar zorg er in vredesnaam voor dat Oud en Nieuw leuk is voor zoveel mogelijk mensen. Alsof Oud en Nieuw een moment is als ieder ander.

Het idee van vuurwerk is juist dat het past bij Oud en Nieuw omdat dit tijdstip een kwalitatief andere tijd is. Het tapt in een diepere tijdsdimensie, die niet zozeer chronologisch iets uitmaakt, maar wel de kwaliteit van het huidige moment verandert.

Nieuwjaarsduik bij Scheveningen (foto: Alexander Fritze)

En op zo’n moment breekt er een chaos door die alle orde en gevestigde regels op losse schroeven zet. De normale gang van zaken geldt niet meer, nu zijn er andere verhoudingen en regels. De straten zijn chaotisch met veel volk en overal wordt geknald. In de breuklijn van de kalender dringt een diepere tijd door, een tijd van overgang van de ene status naar een andere status, een liminale tijd. Dit wortelt diep in de menselijke tijdsbeleving, het is een fout om te denken dat deze chaos en plotselinge speling in alledaagse regels slechts fungeert als een soort veiligheidsventiel. Het komt voort uit de beleving dat tijd meer is dan het ene inwisselbare moment na het andere inwisselbare moment. Het moment van Oud en Nieuw is speciaal  en er is niets passender bij het moment om vuurwerk af te steken. Daarom is het fout om te betogen dat Oud en Nieuw, en in het bijzonder, vuurwerk afsteken leuk moet zijn voor ieder moment. Vuurwerk is niet leuk, het is chaotisch, gevaarlijk, ondermijnend.

In zijn boek A Secular Age behandelt Charles Taylor dit soort tijden, voornamelijk bij de viering van Carnaval. Daarin breekt de anti-orde sterker en duidelijker door. Naar analogie kunnen we ook deze liminale en chaotische tijdsperiodes terug herkennen in ontgroeningen bij studentenverenigingen, zelfs de examenstunt op een middelbare school wordt in een nieuw licht gezet door het besef van een diepere tijd. Oud en Nieuw met het bijbehorende vuurwerk valt ook onder dit soort tijden van een andere orde, juist omdat zo duidelijk wordt waar het fout gaat. Menselijk welzijn is de enige waarde die geldt, er is niks wat er tegenover staat en menselijk welzijn overstijgt. Het is te zien in de utilistische argumenten tegen vuurwerk. Vuurwerk moet leuk en ongevaarlijk zijn. Vuurwerk is niet leuk en het is niet ongevaarlijk. Het hoort bij een tijd van chaos die de bestaande orde onder een bedreigende spanning zet. Wie betoogt dat vuurwerk leuk en ongevaarlijk moet zijn  is bezig met domesticerende secularisering van de mens in zijn alledaagse leven.

Posted on 1 Comment

Ophef over Zee

Vanuit diverse hoeken werd Machteld Zee deze week belaagd door critici. De recent gepromoveerde politicologe/juriste Zee heeft haar dissertatie in boekvorm uiteengezet en uit hierin scherpe kritiek op zowel Islamisme als de westerse visie op islamisme. Vooral haar opmerking dat er “een plan” is om te islamiseren wordt haar erg verweten.

De “plan”-quote werd gretig uit zijn context gerukt door de mensen die Zee tracht te bekritiseren. Onmiddellijk gingen dezelfde gevarenlampjes aan, die rood gloeien als een dwalende geest over de “protocollen van de wijzen van Zion” begint te oreren. En als zodanig werd er dan ook gesproken over alu-hoedje en complotdenker. Jammer, maar helaas, daar doelde Zee in het geheel niet op. Waar Zee wel op doelt, is tweeledig. Allereerst, de islam legt een zeer duidelijke claim op de publieke ruimte. Dit concludeert zij op basis van de teksten; het valt te hopen dat mensen dit inmiddels wel doorzien. Dit is ook niet zozeer een georkestreerd plan, maar een “goddelijke” taak van moslims. Vergelijk het met de Bijbelse taken voor christenen om het evangelie te verspreiden of joden om de sabbat te eren. Ten tweede, fundamentalistische regimes als Saoedi-Arabië en Qatar stoppen heel veel geld in de bouw van moskeeën in niet-moslimlanden en sturen conservatieve imams om daar te preken.

Zee stelt ook, dat de huidige spelregels van integratie misbruikt worden door Islamisten en dat, mits niets daartegen ondernomen, westerse landen hierdoor met parallelle samenlevingen komen te zitten. Tevens waarschuwt ze daarom voor het proces van sluimerende islamisering; via druk en angst worden zaken, die haaks staan op de islam – neem bijvoorbeeld alcoholconsumptie – steeds meer uit de publieke sfeer onttrokken. Wie hier aan twijfelt, moet maar eens een spotprent van Mohammed tekenen en inzenden naar de krant onder eigen naam.

In haar dissertatie heeft Zee zich m.n. verdiept in de shariarechtbanken van het VK en is gealarmeerd geraakt door de wijze waarop die parallelle samenlevingen nu al in ons midden bewegen. Zee zag duidelijke voorbeelden van misstanden en deed er verslag van. Voorts waarschuwde Zee ook nog voor de subversieve cultuur, die deze shariarechtbanken voorstaan. Shariarechtbanken ontmoedigen hun gemeenschap actief om zich niet te wenden tot de rechtstaat van de ongelovigen of volgens de algemene normen te leven. Shariarechtbanken helpen integratie dus geenszins, maar leiden tot een religieuze apartheid.

Interpretaties

Ewout Klei deed op Jalta de opmerkingen van Zee af als “ondergangsdenken”. Ik vermoed dat hij hier refereert aan de voorspellingen van bijvoorbeeld Pat Buchanan (“Death of the West”), Mark Steyn (“America Alone”) of Oswald Spengler (“Der Untergang des Abendlandes”). Zij zijn allen zeer negatief over de toekomst, omdat zij stellen dat de moderne seculiere samenleving niet kan overleven zonder sterke cultuur/religie (zoals het christendom) en/of gezonde demografische opbouw (minder dan 2,1 kinderen per vrouw). Wilders zit ook duidelijk op dit spoor. Klei stelde verder dat er een midden gezocht moet worden tussen Zee en het politiek-correcte denken.

Om deze reden probeerde ik de politiek-correcte tegenhanger van Zee te zoeken en stuitte ik op de website Krapuul, die een treffende verwoording gaf van het pro-Islam standpunt. Aldus Krapuul:

Mr. Dr. Zee schetst zichzelf als een realist, die een reële situatie onder ogen durft te zien. Probleem is echter dat ze blijkbaar denkt dat het uniek is voor de Islam (sic) om er een aparte vorm van rechtsspraak op na te houden. Dat dit aperte nonsens is is alleen al duidelijk na de perikelen rondom Vindicat. Ook bijvoorbeeld de Katholieke kerk houdt er haar eigen rechtbank op na.

Krapuul stelt dus dat shariarechtbanken moreel gelijk zijn aan interne afhandeling van onenigheden en affaires binnen studentenverenigingen en de RKK.

Maar Zee doet precies met shariarechtbanken wat anderen met Vindicat en de RKK hebben gedaan. Ze openbaart wat zij ziet als misstanden. Krapuul zou, volgens de eigen logica, dus toe moeten juichen dat Zee de misstanden binnen shariarechtbanken openbaart. Het is wel begrijpelijk dat Krapuul bezwaar maakt tegen Zees verwijt dat multiculturalisten helpen om Nederland te islamiseren. Wat beveelt Zee aan?

We zullen veel weerbaarder moeten worden en grenzen moeten stellen aan de islamisering. Niet ingaan op de eis dat afbeeldingen van schaars geklede vrouwen moeten worden afgeplakt, bijvoorbeeld. ‘Just say no’. En burgers moeten niet telkens een beroep doen op de overheid. Je kunt zelf immers ook laten zien wat je normen en waarden zijn. Waarom haalt de Hogeschool Den Haag preventief de kerstboom weg? En waarom wordt op plekken waar moslims komen alcohol geweerd? Dat hoeft allemaal niet, we doen het zelf.

Zee bekritiseert met deze voorbeelden dus met name de reactie van niet-moslims en de intolerantie van moslims naar niet-moslims. Opnieuw, Zee staat dus weerbaarheid voor en zoekt de primaire schuld bij de links-liberale cultuur en staat oplossingen voor waar geen moslim onder zal lijden: “just say no”.

Multiculturalisme

Zees standpunt over multiculturalisten als belangrijkste veroorzaker van het integratieprobleem met de Islam is waarschijnlijk onjuist. In uiteenlopende landen als Birma, Thailand, Nigeria, China, Angola, India en Rusland zijn er spanningen tussen moslims en niet-moslims en daar hebben ze nog nooit van SJW’s, cultuurmarxisme, multiculturalisme, kosmopolitisme, radicale tolerantie of wat dan ook gehoord. De gemene deler is steeds de islam.

Ook binnen het Westen zijn er zeer verschillende aanpakken van integratie. Frankrijk hanteert republicanisme; België doet (kan?) niets; Duitsland doet alsof er geen probleem is; Zweden heft zichzelf op; Nederland, Denemarken en Oostenrijk doen aan confrontatie; en de Angelsaksische landen gaan voor klassiek multiculti: langs elkaar heen leven. Maar ondertussen: niets helpt. Vrijwel overal zijn dezelfde hardnekkige integratieproblemen met moslims in westerse landen (schooluitval, getto’s, werkloosheid, etnische spanningen, criminaliteit, terreur en extremisme, etc.) Het multiculturalisme helpt natuurlijk niet om het probleem op te lossen, maar inmiddels is het laken van multiculturalisme een wat al te gemakkelijk doelwit om je woede (zonder tegenrisico op geweld) op los te laten.

Verder, moslims zijn bepaald niet de enige migrantengroep in Westerse landen met een andere cultuur. Vietnamezen kwamen bijvoorbeeld in de jaren ’70 naar Frankrijk, ver na de Algerijnen, die zich er al sinds 1900 vestigden, en Vietnamezen doen het nu zelfs beter dan de gemiddelde Fransman. Vietnamezen gedijen prima in het Franse Republicanisme – ook in de Nederlandse aanpak trouwens. In Nederland wordt de integratie van Indo’s niet eens meer bijgehouden, omdat ze volledig geassimileerd zijn. In Nederland en het VK zijn er ook genoeg Hindoescholen, een typisch multiculturalistische vrijheid, maar die leveren burgers op die prima functioneren in de maatschappij.

Liberaal

Het is verder interessant om te melden dat Zee zichzelf identificeert als D66’er en feminist; Zee identificeert zich dus niet eens met het rechterkamp. Zee wordt alleen door links bij rechts geschaard, omdat ze haar ideeën niet kunnen verenigen met hun eigen pro-islam-standpunten. Zee geeft zeer specifieke kritiek op basis van uitgebreid onderzoek. Een dissertatie is dan ook geen prikkelende column of werkstukje, maar het resultaat van (minstens) vier jaar gedegen onderzoek. Daarnaast is Zees kritiek op islamisering gebouwd op onderzoek van vele anderen en komt ze helemaal niet met revolutionaire conclusies.

De woede en verwarring t.a.v. Zee zijn, rationeel bekeken, enigszins verbazingwekkend. In de Volkskrant ging Peter Middendorp helemaal door het lint, zonder één argument tegen Zee in te brengen. Hij was waarschijnlijk zo van zijn stuk dat het voor hem wellicht zelf-evident was, hóé fout Zee wel niet bezig was. Schelden op een tegenstander is meestal een impliciete erkenning dat je geen tegenargumenten hebt. Middendorp is daarmee typerend voor het achterhoedegevecht dat ingegraven progressieven strijden tegen islamkritiek.

Interessanter was Martijn de Koning, een pro-Islam religieonderzoeker, die stelt dat de meeste integratieproblemen ontstaan door discriminatie en islamofobie. De Koning heeft duidelijk het werk van Zee bestudeerd en kwam met een paar zinnige tegenwerpingen. Hij vond dat Zee het multiculturalisme wetenschappelijk tekort deed door er te kort bij stil te staan. De waarheid is eerder dat het multiculturalisme i.p.v. een serieuze leer een sjiek genaamd vehikel is voor beleidsmakers die niet weten hoe ze problemen moeten oplossen en daarom mensen maar hun gang laten gaan.

Het is duidelijk dat Zee met haar, overigens geringe aantal, publieke optredens precies weet te drukken waar het pijn doet. Hopelijk ziet ze de storm die over haar heen komt niet als een ontmoediging, maar een bevestiging dat ze op het juiste spoor zit. Zoals links al een eeuw volhoudt om te zeggen: sommige mensen moet je voor hun eigen bestwil een beetje de juiste richting op duwen. Zee heeft overduidelijk een veelbelovende carrière voor zich, maar het zal haar voorlopig niet gemakkelijk gemaakt worden.


http://www.volkskrant.nl/opinie/ik-laat-me-niet-islamiseren~a4391435/

http://religionresearch.org/closer/2016/10/08/recht-voor-iedereen-een-bespreking-van-de-boeken-van-machteld-zee-over-britse-shariaraden/

https://blendle.com/i/ad/achter-islamisering-zit-een-plan/bnl-adn-20161004-7102167

http://www.krapuul.nl/samenleving/nederland-blog/2604670/mr-dr-machteld-zee-en-de-protocollen-van-mekka/?utm_medium=website&utm_source=nieuwskoerier.nl

Posted on 1 Comment

In welke zin de islam wel degelijk het probleem is

Een ingezonden stuk van dr. Koenraad Elst, oriëntalist

Het onderstaande artikel is een zeer kort antwoord op de jongste islam-artikels van Sacha Vliegen, mooi opgesomd in zijn titelbewering dat “de islam het probleem niet is”. Maar het had evengoed een reactie kunnen zijn op één van de vele stukken die daarover dag na dag in De Volkskrant en de NRC, of De Standaard en De Morgen, verschijnen. Allemaal gaan zij uit van diezelfde basiszekerheid: de islam is het probleem niet, als het al niet de oplossing is. Terwijl in werkelijkheid de islam al veertien eeuwen een probleem is, zij het dat het nu voor ons acuter is kunnen worden door de verschijning van, inderdaad, een ander probleem.

Besluiten dat iets “het probleem niet is”, zou kunnen nadat je het onderzocht hebt, ook het beweerd problematische ervan, en dan na afweging ingezien hebt dat die verdenking niet vol te houden is. Aangaande de islam wordt het echter gezegd zonder enige kennis van zaken, vooraf, juist om het debat daarover de pas af te snijden, en dan het merendeel van je tekst te vullen met pedanterie over punten en komma’s, of met niets terzake doend sociologenjargon, om tenslotte wonderwel te concluderen dat “daaruit” de onschuld van de islam “blijkt”. Het is alles bijeen een erg hoogmoedige bedoening: islamkritiek wegwuiven als beneden je niveau, terwijl je in werkelijkheid nog nooit zelf tot op dat niveau geraakt bent. Ik daag al wie het islamprobleem ontkent of wegwuift, uit tot een tegensprekelijk debat daarover. Tot nu toe heeft geen enkele pleitbezorger van noch schouderophaler voor de islam die test doorstaan.

Egocentrisme
Stel, je bezoekt in het ziekenhuis je oude vader die daar aan zijn bed gekluisterd ligt en door het venster alleen een streepje blauwe hemel kan zien. Jij daarentegen kan door het venster de hele omgeving overschouwen. Hij vraagt jou om de boom daar aan de overkant van de straat te beschrijven: of hij al in bloei staat? Dat beloof jij te doen. En je begint met het venster te beschrijven waardoorheen de boom te zien is: het is van hout, gevernist, met zilverkleurige klink. Ja maar, zegt hij, beschrijf nu toch eens die boom! En jij kijkt in de aangewezen richting, maar nu begin je je bril te beschrijven waardoorheen jij de boom kan zien: een hip model, zwart montuur, enzovoort.

Irritant, niet? Wel, dat is hoe de verenigde islam-afschermers het islamdebat voeren. Er mag gezegd worden wat er wil, het mag over eender wat gaan, zolang het maar niet de islam betreft. Bij voorkeur gaat het over iets veel nabijers, zoals het kolonialisme, duizend jaar jonger dan de islam; of de discriminatie door die lelijke autochtonen, duizenden kilometers van Mekka; of het Amerikaans imperialisme, of de zionistische entiteit. De Ander, nochtans de heilige van het postmoderne wereldbeeld, mag wel in abstracto bezongen worden, maar mag in concreto niet echt Anders zijn; ons eigen waardenkader moet in het centrum blijven, niet alleen van onze maar zelfs ook (zo maken wij ons wijs) van hun wereld.

Geen boom daar in die oninteressante verte, je eigen lens is het ware middelpunt van het progressieve wereldbeeld. Bijvoorbeeld: de bewering van de goedmensen dat moslims arm zijn en alleen daarom geweld plegen, is niet alleen fout wat de beweegreden voor het geweld betreft (ze stelt eigenlijk arm gelijk met gewelddadig, foei!), maar het verraadt ook een hopeloos eurocentrisme. In sommige moslimwijken van onze grootsteden zou je een indruk van armoede kunnen opdoen, maar wie wat verder kijkt, tot in de Saoedische paleizen, zal de islam zeker niet met armoede vereenzelvigen. Onze progressieven zijn dorpers, provinciaaltjes die onder hun klokkentoren willen blijven en de wereld in dorperstermen trachten te begrijpen. Zij noemen zich wel kosmopolieten, alsof zij hun dorpje op de bonte wereld willen doen lijken; maar eigenlijk projecteren zij alleen hun eigen kneuterigheid op de wereld.

Islam en agency
Wie moslims ernstig neemt, zoals wij islamcritici doen, erkent dat zij zelf agency hebben, dat zij zelf een eigen overtuiging hebben die niet tot westerse of andere uitwendige factoren te herleiden valt, en dat zij van daaruit kunnen handelen. De islam heeft van in het begin zelf aanvalsoorlogen gevoerd die niet de schuld waren van de ongelovigen, de joden of de nog niet bestaande kruisvaarders. Wat je verder aan de islam ook mag miszien, hij heeft zeker wel het vermogen om zelf iets op touw te zetten.

Daartegenover heb je dan de islamvrienden met hun talrijke vormen van verkettering van islamkritiek. Hun argumenten zijn van twee soorten. Enerzijds zijn er de aperte leugens, bijvoorbeeld dat Mohammed de eerste feminist en slavenbevrijder was, of dat alle religies even erg zijn, of dat al-Andaloes een voorbeeldige multiculturele staat was, of (zegt de paus: ) dat de djihaadstrijders “het maar voor het geld doen” en “de islam ook de liefde predikt”. Die leugens gaan we hier niet met een bespreking vereren. Anderzijds zijn er de talrijke verstrooiingstactieken, waarbij leugens over de islam vermeden worden door over andere zaken te beginnen, vaak waarheidsgetrouw, en vervolgens te doen alsof zij iets over de islam impliceren.

Meestal hebben die verstrooiingstactieken de vorm van het bij theologen bekende motto: “Er staat niet wat er staat.” Je ziet wel de islam, de terroristen roepen wel hoorbaar Allahoe Akbar, maar “in werkelijkheid” zit er iets anders achter. Je liegende ogen bedriegen je: het lijkt bijvoorbeeld zo evident dat de islam de beweegreden van de terroristen is, ze zeggen het tenslotte zelf, maar onze sociologen en media-duiders weten het beter dan zijzelf. Tenslotte maken je ogen je ook wijs dat de zon om de aarde draait, terwijl de gesofistikeerde verklaring luidt dat de aarde om de zon draait. Volgens dat model geldt het dus als heel geleerd om de evidentie van je ogen te ontkennen, en dat doen de islamvrienden dus met goed geweten.

Links zegt dat de “echte” beweegreden frustratie over het ervaren racisme is (alsof bv. de meeste Syrië-strijders niet uit moslimlanden komen waar zij de dominante groep zijn en van discriminatie geen last hebben), of armoede (alsof Osama Bin Laden geen miljardair was), of een hoogst persoonlijke mentale stoornis. Het gaat dan om “gekken” of, zoals David Cameron gezegd heeft, om “monsters”; en op de sociale media beweren velen van zowel links als rechts dat het om “idioten” gaat. Dure woorden om te verbergen dat men intellectueel te vadsig of te onbekwaam is om de meer ideologische beweegreden te ontleden.

Rechts zeggen onder meer de christelijke integristen en de Nouvelle Droite dat het allemaal door de teloorgang van de eigen traditie komt, wat dan een vragende leegte schept die de islam graag komt vullen. De nationalisten beweren dat het om vermomde etnische afrekeningen gaat, en beschouwen desgevraagd de islam als de natuurlijke religie van de woestijnbewoners, waar niets mee mis is zolang ze er maar mee in hun eigen land blijven. Allemaal, zowel links als rechts, willen ze het graag over nabije factoren hebben, grotendeels over de eigen wereld. Degenen die zich antiracist noemen, kunnen hier best eens beseffen dat juist zijzelf, in hun eigen terminologie, de “witte supremacisten” zijn. Volgens hen kan een Arabier of Turk onmogelijk zelf iets doen, er moet altijd een “witte” hand achter zitten. Rechts heeft daarvan zijn eigen variant: samenzweringstheorieën waarin moslimfanatici allemaal handpoppen van de CIA en het zionistisch wereldcomplot zijn.

Islamvrienden ten oorlog
De gemeenschappelijke noemer van de hele waaier aan islam-afschermende theorieën is misdirection, het afleiden van de aandacht naar een eigen favoriet thema, eender welk, maar vooral niet de islam. Een gevolg is dat men moedwillig blind blijft betreffende de eigen inhoud van de islam, een thema dat in artikels als die van een Rik Coolsaet, een Els Keytsmans of inderdaad een Sacha Vliegen dan ook volkomen buiten beeld blijft. Een ander gevolg is dat men hedendaagse feiten omtrent de moslimwereld maar heel wazig kan duiden in hun verhouding tot het islamprobleem.

Zo wordt, hier net als in talloze islamartikels, een band gelegd tussen de weerstand tegen de islam (elders “islamofobie” genoemd) en de invallen in of bombardementen op moslimlanden. Onder verstaan: zié je wel wat islamkritiek in de praktijk betekent. Zolang die kwakkel herhaald wordt, blijf ik de moeite doen om hem te weerleggen.

Zonder één uitzondering hebben alle politieke leiders die sinds 11 september 2001 geweld tegen moslimlanden bevolen hebben, de islam de hemel in geprezen. Geen woord islamkritiek is ooit over hun lippen gekomen. Volgens onze binnenlandminister Jan Jambon, wiens manschappen enkele djihaad-moslims hebben doodgeschoten en wiens regering aan de bombardementen tegen het Kalifaat deelneemt, is “islamkritiek het slechtst denkbare antwoord” op islamterreur. Al de betrokken politici hebben uitdrukkelijk verklaard niet tegen de islam te strijden. John Kerry heeft zelfs beweerd ervóór te strijden, tegen de zogenaamde IS-vertekenaars van de “ware, vredelievende islam”. Dat is dus: moslims gaan doden om de islam te verdedigen. Je ziet waar islamofilie toe leidt.

Waar ligt het probleem dan wél?
Anderzijds lezen we wel een positieve boodschap in Vliegens beschouwingen over het islamprobleem. Men moet die kwestie niet uit haar context los denken. Ze kan onze samenleving maar in gevaar brengen door enkele nieuwe ontwikkelingen bij onszelf die in de vorige eeuwen niet aan de orde waren.

De eerste daarvan is toch weer een uitwendige factor, namelijk de lijfelijke aanwezigheid van de islam in ons midden via miljoenen individuen die de islam aanhangen. Het is voor een groot deel via hen dat de islamterroristen hier kunnen toeslaan. Het moderne luchtverkeer is al voldoende voor enkele spectaculaire aanslagen als 9/11, maar aan het huidige permanente klimaat van terreur in West-Europa hebben plaatselijke subculturen van ingeplante moslims meegewerkt, zie Molenbeek. Die factor is niet de oorzaak van het islamprobleem maar wel een belangrijke bijdrager. Angela Merkel loog glashard toen ze beweerde dat “de terroristen de toevloed van vluchtelingen naar Europa willen stoppen”, alsof haar eigen open-grenzenbeleid een moedig gebaar tegen de terreur zou stellen. Integendeel, het Kalifaat kan zijn geluk niet op met zulk een onnozele geit die de sluizen openzet voor allerlei terreuragenten.

Een tweede factor heeft de eerste mogelijk gemaakt: de roes die van de Europese leiders bezit genomen heeft en die het gevolg is van zeventig jaar vrede en welvaart, alsmede van intense bewerking van de openbare mening door het cultuurmarxisme. Zij denken dat de wetmatigheden van de internationale mensenmaatschappij voor hen niet meer gelden, en dat zij zich beleidslijnen kunnen veroveren die doorheen de geschiedenis nochtans bewezen hebben, tot instabiliteit en burgeroorlog te leiden.

Maar zelfs die beide factoren zouden niet zo dramatisch zijn als de Europeanen hun koers zouden aanhouden. Onze voorouders leidden uit hun welkom voor een gegeven vreemdeling niet af dat heel diens familie dan moet meekomen. Zij waren niet xenofoob of anderszins ideologisch gestroomlijnd, maar hadden gewoon gezond verstand. Zij leidden uit gastvrijheid voor een uitheemse religie niet af dat die hier haar normen mag opleggen, van halaal vlees en het saboteren van lessen over de Armeense en de Joodse genocide, tot het verbod voor moslima’s om met ongelovigen te trouwen, tot zelfs de vrouwenbesnijdenis en nu meer en meer ook de veelwijverij. De inwijkelingen zouden de inheemse cultuur eerbiedigen als die zich deed eerbiedigen, en om te beginnen zichzelf eerbiedigde in plaats van zich weg te relativeren.

Van deze orde is ook de ineenstorting van de Europese demografie. De groei van de moslimbevolking zou minder vervaarlijk overkomen als de eigen bevolking nog groeide of minstens stabiel bleef. Omgekeerd: het lage geboortecijfer is verdedigbaar want de wereld raakt overbevolkt, maar dan volgt daaruit dat wij de overbevolkingsproblemen van landen zonder zulk verantwoordelijkheidsgevoel niet moeten gaan oplossen. Zijn staan erg op hun postkoloniale onafhankelijkheid en dienaangaande mogen wij hen op hun woord nemen: zorg zelf maar voor de gevolgen van jullie bevolkingsexplosie. De Lage Landen zijn overvol en dichtgeslibd, er is nergens inwijking voor nodig.

De beslissende en ergste factor tenslotte is de zelfhaat. Die maakt negatieve factoren noodlottiger dan nodig en vergiftigt zelfs factoren die op zich positief hadden moeten zijn. Zo zou de eigen ontkerkelijking ons juist sceptischer en ontoegankelijker voor de islam moeten maken (a contrario: de weinige overgebleven post-conciliaire christenen, zoals de paus, zijn juist dhimmi-schaapjes ten top), maar door de ingelepelde zelfhaat doen ook neo-vrijzinnigen onzalige toegevingen aan de islam. Het toenemende bevolkingsaandeel van de moslims, nu een negatieve factor, had door een nog steeds majoritaire, ongelovig geworden maar gezond gebleven inheemse gemeenschap gerust opgevangen en geassimileerd kunnen worden. Omdat die meerderheid zich echter schaamt voor zichzelf en zich allerlei schuldgevoelens heeft laten aanpraten, boezemt die voorlopig nog beperkte moslimminderheid hen bezorgdheid in.

Besluit
Het probleem van de westerlingen is niet dat zij het geloof verloren zijn, zoals Angela Merkel beweert. Dat is een goede en normale ontwikkeling, en in ieder geval het soort evolutie waar een vrije samenleving recht op heeft. Ook vanuit islamstandpunt maakt het weinig uit welke soort ongelovigen wij zijn: christenen of heidenen, of nog iets anders. Wij hebben immers in elk van die gevallen geen recht op het aardrijk noch op de hemel, want beide zijn aan moslims voorbehouden. De islam is uiteindelijk niets anders dan de grootheidswaan (specifieker: uitverkiezingswaan) van Mohammed, met anderhalf miljard figuranten die zijn spel meespelen. De verdiensten of schuld van de ongelovigen staan daar volkomen buiten.

Het probleem van de islam komt uit de islam zelf voort en heeft zich ongevraagd aan ons opgedrongen. De islam maakt daarbij, in zijn autonome agressie, gebruik van de zwakke punten in onze verdediging. Hij ziet dat zowel christenen als ongelovigen zich slecht verdedigen en ook niet gemotiveerd zijn om zich te verdedigen. Christenen zijn sentimenteel en masochistisch, ze denken dat het deugdzaam is, onnozel te zijn en zich te laten overrompelen. De meeste vrijzinnigen van tegenwoordig zijn te weinig gefocust, te hedonistisch, te onwetend omtrent elk religieus wereldbeeld en in het bijzonder het islamitische.

Er zijn dus twee problemen: een uitwendige islamdreiging en een inwendige beschavingscrisis in het Westen. Ter vergelijking: je kan maar Aids krijgen als je zelf “risicogedrag” vertoont én er een Aids-virus door de omgeving waart. Libertijnen uit vroegere generaties vertoonden ongetwijfeld volop risicogedrag, en toch kregen zijn geen Aids, want het virus bestond nog niet. (Ze kregen gebeurlijk wel andere ziekten, net zoals onze samenleving vóór het islamprobleem met andere kwalen te maken kreeg.) Omgekeerd zou de uitwendige dreiging van het virus geen gevaar betekenen voor wie zich er niet via risicogedrag aan blootstelt.

Wie vindt dat “de islam het probleem niet is”, heeft gelijk. Net als de gezworen celibatair die vindt dat “het Aids-virus het probleem niet is”. Voor hem is alle investering in Aids-onderzoek weggegooid geld: de ziekte zal hem toch niet treffen. Maar wij leven niet in een ideale wereld. Wij leven in een wereld waarin onze samenleving haar recht op verval, op zelfhaat, op verwarring door cultuurmarxisme, ten volle uitoefent, en daardoor wel kwetsbaar geworden is voor binnendringing door destructieve krachten. Zelfs zo’n onvolmaakte maatschappij als de onze heeft nochtans recht op overleving, en daarom moet ze tegen haar belagers beschermd worden. Zoals elke doeltreffende strategie begint die zelfverdediging door de belagers bij de naam te noemen. Eén ervan heet de islam.

Posted on

De islam als gesel van het decadente Westen

Frankrijk, 2022. In verrassend verlopen presidentsverkiezingen weet de partij van de Moslimbroederschap de meerderheid te halen. De politiek, de maatschappij en de diplomatie van Frankrijk staan op hun kop. Dat is, in het kort, het scenario in de laatste roman van Michel Houellebecq, ‘Onderworpen’ (Soumission).

Houellebecq is ongetwijfeld de beste romanschrijver van dit moment in Europa. Al zijn romans bevatten, zij het verborgen, scherpe maatschappijkritiek. De hoofdpersonen zijn eenzame, geïsoleerde mannen, die anoniem hun leven leiden in een volstrekt onpersoonlijke samenleving. Vluchtige, vooral lichamelijke contacten, internet en magnetronmaaltijden houden hen in leven. Zo is het ook in deze laatste roman, die de (toekomstige) politieke actualiteit volgt.

Om het Front National van de overwinning te houden, sluiten de socialisten, samen met centrumrechts, een alliantie met de leider van de Moslimbroeders. De moslimpartij mag de president leveren en de linkse en centrumpartijen krijgen een aantal departementen. In de aanloop naar de verkiezingen vinden er voortdurend rellen plaats en de tweede ronde wordt zelfs geannuleerd omdat stembureaus zijn overvallen door mysterieuze activisten. François, de hoofdpersoon van het boek, docent aan een vooraanstaande Parijse universiteit en geroemd kenner van Joris-Karl Huysmans, volgt dit allemaal wat op afstand. Hij houdt wel van de politieke debatten op televisie, maar verder leidt hij zijn wat eenzame leven (een typisch Houellebecq-personage). Via Alain Tanneur, de man van een vrouwelijke collega van hem, krijgt hij een kijkje achter de schermen van wat er werkelijk plaatsvindt in het Frankrijk van het derde decennium van de 21ste eeuw. Tanneur heeft een hoge functie bij de Franse geheime dienst en volgt extremistische bewegingen (waaronder de Identitairen en islamitische extremisten). Hij waarschuwt François voor wat Frankrijk staat te wachten en adviseert hem de hoofdstad te verlaten. François komt uiteindelijk in het Franse stadje Rocamadour terecht, beroemd vanwege de kapel met de Zwarte Madonna. Het ligt in het gebied waar Karel Martel strijd voerde met de moslimlegers die vanuit het Iberisch schiereiland naar het noorden optrokken. Hij ontmoet daar Tanneur weer, die op non-actief is gesteld omdat hij in een rapport had gewaarschuwd voor allerlei ongeregeldheden in het land tijdens de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. De overheid heeft het rapport genegeerd, legt hij uit, en heeft zelfs de rellen toegelaten.

Dat François in Rocamadour terechtkomt is geen toeval. Zijn leven spiegelt dat van J.-K. Huysmans, de auteur waarover hij een omvangrijk proefschrift heeft geschreven. Huysmans sloot zich, na zijn door Zola beïnvloedde naturalistische periode, aan bij de decadente stroming, maar bekeerde zich vervolgens tot het katholieke geloof. Net als Huysmans bezoekt François prostitueés. In de kapel waar de Zwarte Madonna staat ondergaat hij een mystieke ervaring, maar in tegenstelling tot zijn grote voorbeeld – die zich als oblaat verbonden had aan de Abdij van Ligugé – bekeert hij zich tot de islam. Als docent aan een universiteit is hij dat bijna verplicht, wil hij zijn onderwijsbetrekking behouden. De moslimpartij heeft namelijk het hele onderwijs hervormt. De buitenlandse politiek richt zich met name op de moslimlanden; onderhandelingen met Turkije, Marokko en Tunesië voor toetreding tot de EU zijn geopend. Het straatbeeld in de Franse steden is veranderd: geen minirokken en schaarse kleding meer. Vrouwen worden langzamerhand uit het arbeidsproces geweerd.

De vraag is in hoeverre Houellebecq een ironische roman heeft geschreven. Het bevat geen anti-islam boodschap, integendeel. Eerder bevat het een aanklacht tegen de anonieme antireligieuze maatschappij. Alain Tanneur neemt het in een van de gesprekken zelfs op voor de nieuwe regering: “Voor Frankrijk ben ik er absoluut van overtuigd – ik durf erom te wedden – dat de christelijke eredienst niet alleen op geen enkele manier zal worden belemmerd, maar dat de subsidies voor katholieke verenigingen en voor het onderhoud van kerkgebouwen zelfs zullen worden verhoogd – dat kunnen ze zich veroorloven, de subsidies van de oliestaten voor moskeeën zullen nog altijd veel hoger zijn. En vooral, de ware vijand van de moslims, die ze erger vrezen en haten dan wat dan ook, dat is niet het katholicisme: het is het secularisme, de laïciteit, het atheïstisch materialisme.”

onderworpenIn deze zin past ‘Onderworpen’ in de romanreeks die Houellebecq nu sinds de jaren negentig van de vorige eeuw publiceert. Hij spreekt zich met regelmaat uit tegen de consumptiemaatschappij en bekritiseert veel van de zogeheten westerse verworvenheden. De recensent van De Groene Amsterdammer bespeurt een dubbele bodem, en ziet in de “vileine ironie” een felle aanklacht tegen de islam. Zolang je de satire en ironie maar begrijpt. Het Westen laat zich, als een mak schaap, de “verworvenheden van de Verlichting en het feminisme” ontnemen en gaat geruisloos over naar een samenleving waarin de sharia heerst. Maar is dat islam-kritiek? Overtuigender is de diagnose die Houellebecq stelt van de westerse beschaving. Deze is niet langer ziek, zij is terminaal (om de Groene-recensent te citeren). Houellebecq laat de geestelijke leegte van de verweesde en verweekte westerse beschaving zien. Juist omdat onze anonieme en hyper-individuele maatschappij geen identiteit – behalve die van het consumentisme – heeft en religie tot ver achter de voordeuren heeft verbannen, schokken en scheuren de fundamenten van het westen. De islam is in deze roman eerder de stok waarmee de auteur de verwende, brave en tandeloze lezers geselt. De links-liberale intellectuelen en hun media hebben het hier moeilijk mee. Waren we eindelijk verlost van dat ‘achterlijke christendom’ (en dan specifiek de katholieke variant), komt via de achterdeur de islam binnen. Maar in plaats van in te gaan op de holle frasen als ‘onze manier van leven’, is het makkelijker om de auteur weg te zetten als ‘islam-criticus’; als linkse lezer besteedt je immers geen aandacht aan Le Pen of Wilders-adepten.

Posted on Leave a comment

De publieke rol van protestantse kerken in Latijns-Amerika

In Latijns-Amerika heeft de Katholieke kerk een zwaar stempel gedrukt op alle lagen van de samenleving. Door de eeuwen heen zijn veel maatschappelijke ontwikkelingen (stromingen, instanties, normen en waarden) sterk bepaald door de richting die daaraan werd gegeven door rooms-katholieke geestelijken.

Sinds begin 20e eeuw is er een flinke influx geweest van protestantse zendelingen voornamelijk uit Engeland en de Verenigde Staten, waardoor velen tot bekering kwamen en zich afkeerden van de ‘moederkerk’. Hierdoor ontstond een nieuwe sterke christelijke beweging die z’n tehuis vond in Pinkster- en Evangelische kerken.

Schattingen geven aan dat protestantse kerken, afhankelijk van het land een kwart tot de helft van de totale bevolking uitmaken (in Guatemala zegt zelfs 60% van de bevolking protestants te zijn). Hiermee is de groep evangelische christenen een maatschappelijke en politieke factor van belang geworden, die zich steeds meer roert in het publieke debat.

De Amerikaanse historicus James Kennedy analyseert in zijn boek Stad op een berg de rol die religie speelt in Nederland in de vormgeving van maatschappelijke instellingen en ideeën. In Latijns-Amerika spelen de protestantse kerken in de huidige postkatholieke tijd een steeds grotere rol, in een omgeving van groeiend secularisme. Na de strijd van protestantse kerken om dezelfde rechten als de Katholieke kerk, lijken deze zich nu te richten op andere maatschappelijke onderwerpen, als antwoord op de groeiende invloed die het secularisme op de samenleving heeft.

Tot voor kort was het Katholieke geloof de staatsgodsdienst van de meeste Latijns-Amerikaanse landen. Deze staatsgodsdienst impliceerde bijzondere rechten voor de Katholieke kerk. Costa Rica is het enige land in Latijns-Amerika waar de Katholieke Kerk nog de staatskerk is. Het enige andere land in de regio waar dat nog zo was, Bolivia, heeft in 2009 een nieuwe grondwet aangenomen, waardoor in dat land er geen officiële godsdienst meer is.

In Costa Rica strijdt nu een gelegenheidscoalitie van protestantse en humanistische (seculiere) organisaties voor de afschaffing van de bevoorrechte status van de Katholieke kerk en voor gelijke rechten voor alle godsdiensten. Hoewel het al lang niet meer zo is dat de Katholieke Kerk privileges heeft waardoor protestantse christenen achtergesteld worden, wordt dat door velen echter wel zo ervaren. Hierdoor ontstaat de vreemde situatie waarin zowel secularisten als protestanten strijden om Costa Rica een godsdienst-neutrale staat te maken.

De invloed van de secularisering van de samenleving is sterk zichtbaar. Voor de secularisten is het afbreken van de positie van de Katholieke Kerk een stap in het uitbannen van alle vormen van religie in het publieke domein. Protestanten beseffen nog te weinig dat ze hun pijlen niet moeten richten op de Katholieke Kerk, maar samen op moeten trekken tegen het groeiende secularisme.

De bevordering van liberale wetgeving zoals de invoering van het homohuwelijk in een aantal Latijns-Amerikaanse landen zijn het resultaat van de druk die secularisten hebben uitgeoefend. Het homohuwelijk is sinds kort mogelijk in Argentinië en in de deelstaat Mexico. Op korte termijn wordt verwacht dat het parlement van Uruguay een besluit zal nemen die het homohuwelijk mogelijk zal maken. Wetvoorstellen met dezelfde strekking zijn in behandeling in diverse landen. In Costa Rica is een poging om over dit onderwerp een referendum te houden door de Raad van State tegengehouden. De beslissing hierover ligt nu bij het Costaricaanse parlement.

Als antwoord op de aanhoudende criminaliteit in zijn land, poogde de Salvadoreense presidente Mauricio Funes in 2010 Bijbellezen op scholen verplicht te stellen. Vanwege grote maatschappelijke weerstand is dit wetsvoorstel daarna ingetrokken. Zie artikel “Meer nodig dan Bijbellezen in El Salvador”.

Ook oefenen veel maatschappelijke organisaties, ondersteund door internationale ontwikkelingsorganisaties en VN-instellingen, druk uit op de politiek om de mogelijkheden voor abortus te vergroten en IVF-behandeling versneld te legaliseren.

De Latijns-Amerikaanse kerken reageren wel op deze ontwikkelingen, maar nog steeds onvoldoende. Door middel van onderzoek en training hoopt de Stichting Platform voor Christelijke Politiek een bijdrage te leveren om de publieke rol van de kerken in Latijns-Amerika naar een hoger niveau te tillen.

Posted on 2 Comments

Secularisatie en Revolutie? Groeiende seculiere intolerantie in West-Europa

Voor Zijn hemelvaart zei Jezus tegen Zijn discipelen dat ze om hun geloof vervolgd zouden worden. In Nederland kunnen vandaag de dag steeds vaker belemmeringen worden waargenomen in de vrije uiting van het christelijke geloof en de algemene acceptatie daarvan in de samenleving. Voorbeelden hiervan zijn de discussies over het vrouwenstandpunt van de SGP, “weigerambtenaren” en homoseksuele docenten op confessionele scholen.

De bron van deze belemmeringen, zo blijkt uit sociologische en historische onderzoeken, is een steeds radicaler secularisme, gestoeld op de overtuiging dat religie en geloof geen invloed mogen uitoefenen op de maatschappij. Deze overtuiging gaat veelal gepaard met een grote intolerantie voor diegenen – voornamelijk christenen – die dat niet delen. Ook ontstaat er grote spanning tussen fundamentele grondrechten die in de praktijk neerkomt op inperkingen van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. Dit fenomeen kan aangeduid worden als “seculiere intolerantie” of “radicaal secularisme.”

Radicaal secularisme zou in zekere zin gezien kunnen worden als een “moderne” vorm van christenvervolging, met eigen mechanismen en uitingen. Europarlementariër Mario Mauro (2010) typeert seculiere intolerantie dan ook als “bloodless persecution.” Vanuit staatkundig gereformeerd perspectief kan seculiere intolerantie gezien worden als een exponent van het immer aanwezige verlichtingsdenken in de samenleving. Anderhalve eeuw geleden analyseerde Groen van Prinsterer het gevaar van een onjuiste visie op de scheiding van kerk en staat en van de grote invloed van het gelijkheidsdenken.

Het is noodzakelijk om meer tegenwicht te bieden aan de toenemende druk op christenen en christelijke instituties in Nederland vanuit de ‘motor’ van seculiere intolerantie. Dat kan door helder te krijgen hoe dat mechanisme van de seculiere intolerantie verloopt en door strategieën op af te stemmen.

Het werk van Groen van Prinsterer over de verhouding tussen ongeloof en revolutie en de daaronderliggende humanistische overheidsvisie is nog steeds actueel. De secularisering van de samenleving heeft niet alleen gevolgen gehad voor de rol van religie in het publieke debat, maar gaat ook gepaard met een groeiend onbegrip voor christelijke waarden. Boyd-McMillan (2006) toont aan dat seculiere intolerantie in de samenleving zich uit doordat geloofsovertuigingen steeds vaker worden aangemerkt als een kwestie van smaak (godsdienst wordt gerelativeerd). Op politiek gebied gebeurt dat door godsdienst te privatiseren.

Vanuit die gedachte kan gesteld worden dat seculiere intolerantie een direct gevolg is van de secularisering. Dit kan zowel vanuit theoretisch (politiek-filosofisch) perspectief geanalyseerd worden, als vanuit een praktische beschrijving van de mechanismen van seculiere intolerantie.

Ondanks het feit dat er in West-Europa formeel godsdienstvrijheid is, worden de rechten van christenen op subtiele wijze ondermijnd en fundamentale grondrechten opzij geschoven. De “revolutionaire” geest die Groen van Prinsterer een anderhalve eeuw geleden al uitvoerig aan de kaak stelde, nog steeds aanwezig is, maar nu in de vorm van “seculiere intolerantie.” Van Ruler waarschuwde in 1948 dat het einde van de neutrale verhouding van kerk en staat in zicht was, omdat een kerk die de soevereiniteit van God uitdraagt over alle aspecten van het leven, maar in het bijzonder over de staat, een groot risico loopt om uitgeroeid te worden.

Dit ondervindt niet alleen de Kerk maar ook politieke organisaties. In de naam van mensenrechten en principes als “gelijkheid”, “non-discriminatie” en “respect van het pluralisme” worden fundamentele rechten als godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting steeds vaker opzij geschoven, voor een vaag begrip van tolerantie. Het is daarom relevant om de verschillende vormen die seculiere intolerantie aanneemt te onderzoeken en te begrijpen hoe die de grondslagen van de Nederlandse rechtstaat aantasten.

De combinatie van radicaal secularisme, politieke correctheid en discriminatie (verminderde juridische bescherming voor de christelijke minderheid) perken de fundamentele vrijheden in.

Mogelijk vormt seculiere intolerantie in het Westen een grotere bedreiging voor getuigende christenen dan de “klassieke” vormen van christenvervolging, door haar subtiele infiltratie in maatschappelijke en politieke instituties. De Belgische hoogleraar Vanbeckevoort (2008) ziet met name dat de onderwijssector langzaamaan wordt overgenomen door seculier-humanistische ideeën en hoe dit zijn doorwerking heeft op andere gebieden van de samenleving. Zo worden instituties die voor christenen belangrijk zijn steeds vaker gemarginaliseerd. Een voorbeeld hiervan is de zondagsrust omdat de 24-uurseconomie die in grote delen van Europa een gezond gezinsleven ondermijnt.

Ruse (2009) toont aan dat VN-instrumenten worden gebruikt om een humanistische agenda te bevorderen. Het verbieden of anderszins beperken van abortus wordt politiek en steeds vaker ook juridisch aangemerkt als “discriminatie tegen vrouwen” en zelfs als een vorm van “geweld.” Vanuit VN-instellingen wordt actief beleid gevoerd om “alle soorten gezinnen gelijke rechten” te geven, om de mogelijkheden voor euthanasie te verruimen en om stamcelonderzoek te bevorderen. De Raad van Europa oefent druk uit op alle Europese landen om abortus te legaliseren. Politici die in het openbaar getuigen van hun geloof worden in de media verguisd. Auteur Hans van Dam pleit er in zijn boek Euthanasie, de praktijk anders bekeken voor om artsen strafrechtelijk te vervolgen als ze verzoeken voor hulp bij zelfdoding afwijzen.

Het is meer dan ooit noodzakelijk om onderzoek te doen naar de betekenis van het fenomeen seculiere intolerantie vandaag de dag, opdat Nederlandse politieke partijen en organisaties hier daadkrachtig op kunnen reageren.

Relevante literatuur (selectie):

– Boyd-MacMillan, R. Faith That Endures: The Essential Guide to the Persecuted Church (2006)
– Burke, E. Reflections on the Revolution in France (1987)
– Casanova, J., Public Religions in the Modern World (1994)
– Couwenberg, S.W. (red.), Opstand der burgers. De Franse revolutie na 200 jaar (1988)
– Dekker, G., Van centrum naar de marge. De ontwikkeling van de christelijke godsdienst in Nederland (2006)
– Dekker-Bijsterveld, S.C., De verhouding kerk en staat in het licht van de grondrechten (1988)
– Groen van Prinsterer, G., Ongeloof en Revolutie (1847, tweede herziene druk 2011)
– Hoedemaker, P.J., Een Staat met de Bijbel. Vier lezingen (1902)
– Holdijk, G. ‘Christendom en cultuur in het gereformeerd protestantisme: De les van de geschiedenis. De opdracht van de kerk en de christen in de hedendaagse cultuur’, in: G. van den Brink en E. van Burg (red.), Strijdbaar of lijdzaam. De positie van christenen in het publieke domein (2006)
– Jackson D., Constructing European Secularity (in press)
– Jaeghere, M. de, Enquete sur la christianophobie (2006)
– Kennedy, J., Stad op een berg. De publieke rol van protestantste kerken (2010)
– Kuyper, A., De gemeene Gratie (1902)
– Marshall, P. Religious Freedom in the World (2000)
– Mauro, M., War against Christians (2010)
– Middelkoop, E. van, Reformatie en tolerantie (1985)
– Mulder, H.W.J., Groen van Prinsterer, staatsman en profeet (1973)
– Observatory on Intolerance and Discrimination, Shadow Report on Intolerance and Discrimination Against Christians in Europe, 2005-2010
– PEW, Global Restrictions on Religion (2009)
– Ruler, A.A. van, Religie en Politiek (1945)
– Ruse, A., Remarks at the World Congress of Families Amsterdam 2009
– SCP, Godsdienstige verandering in Nederland. Verschuivingen in de binding met de kerken en de christelijke traditie (2006)
– Staaij, K. van der, Bavincklezing Theocratie en democratie, 27 april 2005, opgenomen in: Religie en democratie (2006)
– The Christian Institute, Marginalizing Christians (2009)
– Vanbeckevoort, E., Secular Humanism and Biblical Christianity (in press)
– Woldring, H.E.S., De Franse revolutie. Een aktuele uitdaging (1989)