Posted on

Is er nog een toekomst voor christenen in Irak?

Vier jaar na de inval van IS in Irak trok onderzoeksjournalist Jens De Rycke in samenwerking met VOS Vlaamse Vredesvereniging naar Noord-Irak om te zien wat de toestand daar is voor de Iraakse christenen en of zij nog een toekomst in hun thuisland hebben. 

De kerk in het Oosten heeft gedurende haar hele geschiedenis al te maken gehad met onderdrukking en vervolging maar het afgelopen decennium was rampzalig voor het christendom in Irak. Voor de Amerikaanse invasie van 2003 leefden er nog ongeveer 1.5 miljoen christenen in Irak. Vijftien jaar laten is daar ongeveer 2/3 van verdwenen. Het verwijderen van de dictator Saddam Hoessein bracht het land in een toestand van chaos waarbij de etnische en sektarische spanningen losbarstten die zorgden voor een spiraal van geweld en terreur. Bomaanslagen door extremistische organisaties zoals Al-Qaida viseerden o.a. de christelijke gemeenschap en creëerden met hun terreur een angstklimaat. Deze terreurgolf was de voornaamste reden waarom veel christenen vanuit de Iraakse grootsteden zoals Bagdad en Mosoel vluchtten naar de christelijke dorpen op de vlakte van Nineveh die op dat moment een veilige haven waren.  Maar dat alles veranderde toen IS in 2014 de stad Mosoel veroverde en nadien ook de vlakte binnenviel. Dorpen en kerken werden verwoest en ook deze keer moesten de christenen van Irak vluchten voor terreur.

Was het voor de christenen dan allemaal beter tijdens het tijdperk van dictator Saddam Hoessein? De rode draad in mijn interviews ter plaatse was dat niemand met heimwee terugkeek naar het tijdperk Saddam. Veel Irakezen – zowel christenen als personen uit andere gemeenschappen – stierven in zijn zinloze oorlogen alsook door zijn vervolgingen. Zo werden bijvoorbeeld naast Koerden ook veel Iraakse christenen slachtoffer van de Anfal-genocide. Maar ze maakten wel een belangrijke kanttekening bij zijn bewind: Saddam viseerde individuen en niet de christenen in het algemeen als geloofsgemeenschap. Zijn bewind was wreed en onderdrukkend maar zorgde daarnaast ook voor een zekere interne stabiliteit. En het is vooral deze stabiliteit waar naar terug wordt verlangd.

Is er een toekomst voor hen?

Het Amerikaanse leger is erin geslaagd te doen wat anderhalf millennium islamitische vervolging niet is gelukt. Het christendom in Mesopotamië bevindt zich in een ernstige toestand en kan zelfs deze eeuw nog verdwijnen. Vaak wordt de hedendaagse toestand voor christenen vergeleken met de Mongoolse invallen en de daaropvolgende vervolging in de 13de eeuw. Dit was naast de Ottomaans/Koerdische genocide van begin 20ste eeuw één van de grootste rampen in de geschiedenis van de Oosterse kerk. Maar wat is dan nu het verschil met deze dramatische periode en andere vergelijkbare periodes van vervolging uit het verleden?

Het antwoord daarop zijn de moderniteit en het globalisme. De mogelijkheid om buiten de eigen regio te vluchten heeft een andere dimensie gegeven aan de emigratie van (christelijke) vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Christenen vluchten nu niet meer (of in veel mindere mate) binnen de regio om zich elders in de regio te vestigen of om later terug te keren. Als ze er de mogelijkheid toe hebben vluchten ze nu buiten de regio en dan vaak naar westerse landen. De reden hiervoor is duidelijk: het Westen wordt bij hen nog steeds met het christendom geassocieerd en dus als een plaats gezien waar zij welkom zijn. Een plek waar zij zonder angst voor vervolging openlijk hun geloof kunnen belijden. De teleurstelling om te zien dat de huidige seculiere westerse maatschappij ver van hun denkbeelden staat is dan ook groot bij veel lokale oosterse kerkgemeenschappen wanneer ze zich eenmaal hier vestigen. Daarnaast worden ze in de buurten waar ze terecht komen ook vaak geconfronteerd met dezelfde islamitische gemeenschappen die ze trachtten te ontvluchten.

Een Midden-Oosten zonder christenen?

Als ik al de individuele verhalen hoor kan ik niets anders dan begrip opbrengen voor de redenen waarom deze christenen de regio ontvluchten. En het is dan niet meer dan begrijpelijk dat we hen om humanitaire redenen willen helpen door hen de conflictgebieden van het Midden-Oosten te helpen ontvluchten. Maar onbewust voeren we op deze manier ook de agenda uit van religieuze extremisten die een Midden-Oosten zonder christenen en andere religieuze minderheden willen creëren.

[pullquote]Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen.[/pullquote]

Als we het christendom in het Midden-Oosten willen helpen overleven zullen we voor hen duidelijker in de regio iets moeten betekenen door hen ter plaatse meer te helpen. De emigratiecijfers van de christenen zullen zich waarschijnlijk op een bepaald moment stabiliseren. De personen die wilden en konden vertrekken zijn weg.  Zij die de financiële middelen voor emigratie niet hebben of er bewust voor kiezen om te blijven zullen de christelijke gemeenschap in Irak vertegenwoordigen. Een kleinere kudde die met grote uitdagingen zal worden geconfronteerd. Enerzijds zullen ze in hun land met economische instabiliteit en conflicten blijven worden geconfronteerd. Daarnaast proberen de Koerden hen met discriminerende wetgeving en door middel van demografische druk van hun landen te verdrijven. Daarenboven blijft zelfs na de nederlaag van IS het gevaar dat religieuze extremisten de gemeenschap zullen blijven viseren.

Wat is er dan nodig om hen een toekomst te bieden? Vrede en stabiliteit zijn alvast een eerste voorwaarde.  En hiermee wil ik niet als een naïeve vredesactivist klinken die de dynamiek van het Midden-Oosten en de heersende machtsconflicten niet kent maar wil ik wel een oproep lanceren aan onze politici. Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen. De grootste slachtoffers van deze chaos zijn vaak ook de religieuze minderheden. Maar zelfs na de invasie van Irak werd deze les niet geleerd. Zo getuigt het beleid ten aanzien van Syrië…

Irakese en Syrische christenen

Het is politiek correcter om Irakese christenen te verdedigen dan Syrische christenen, maar in beide landen zijn ze slachtoffer van oorlogsgeweld. Beide zijn ze slachtoffer van vervolging door islamitische extremisten. Maar dan met het verschil dat veel Syrische christenen – omdat velen uit zelfbehoud de Syrische regering steunen – volgens sommigen niet dezelfde slachtoffer-status kunnen opnemen als hun geloofsbroeders in Irak. Uiteraard speelt hierin een geopolitieke dimensie mee. Extremistische soennitische groeperingen werden in Syrië door het Westen gesteund om een regimewissel te bewerkstelligen tegen dictator Bashar al-Assad. Dus werden de (oorlogs)misdaden die door deze extremisten ten aanzien van christenen en andere religieuze minderheden in Syrië werden uitgevoerd gebagatelliseerd. Of er werd de andere kant opgekeken…

Vorig jaar vroeg staatssecretaris Theo Francken tijdens de Paasviering bij de Assyrische gemeenschap in Mechelen om aandacht voor de christenen in de Syrische stad Mhardeh nabij Hama. Zij worden nog steeds door Jaysh al-Izza – een ‘gematigde’ soennitische rebellengroepering – met door de Amerikanen geleverde anti-tank raketten belegerd. Maar als hij tegelijkertijd tweetend juicht over de Amerikaanse luchtaanvallen in Syrië dan klopt zijn positie niet. In 2017 was de Amerikaanse luchtaanval in Homs één van de redenen waarom deze ‘gematigde rebellen’ een offensief tegen dit christelijke stadje konden uitvoeren. Politici die willen opkomen voor de christenen in het Midden-Oosten moeten zich dus afzetten tegen de nefaste westerse interventies die de regio destabiliseren. Wie wil bouwen aan een toekomst voor de christenen in deze regio zal een stem voor vrede moeten zijn.

‘Hungary helps’

Daarnaast hebben ze ook directe steun nodig om te blijven. De Koerdische en Iraakse autoriteiten helpen niet met het herbouwen van hun kerken en steden. Zij hebben dus onze steun nodig om dit samen met hen te doen. In het christelijke stadje Teleskuf zag ik tussen de nieuwbouw en de ruïnes van de vernielde gebouwen affiches met ‘Hungary helps’. Maar nergens zag ik in de dorpen die ik bezocht iets vergelijkbaars van een ander Europees land. Westerse landen bombardeerden deze plaatsen om IS te verdrijven en het is dan ook ontzettend jammer om te zien dat het Westen de ruïnes die ze heeft gecreëerd niet helpt weer op te bouwen.

Met het opnieuw opbouwen van kerken valt geen geld te verdienen en wapenhandel is voor veel politici lucratiever dan ontwikkelingshulp. Daarbij voelt voor de geseculariseerde elite van West-Europa steun aan christenen niet correct aan omdat ze Europeanen aan hun culturele wortels herinnert. Maar wie wel wil dat het christendom in de 21ste eeuw niet uit het Midden-Oosten verdwijnt moet zelf actief steun bieden. Help hen hun vernielde huizen en kerken weer op te bouwen, oefen druk uit op regeringsleiders om discriminerende wetgeving op te heffen en zorg voor economische ondersteuning zodat zowel zij als hun kinderen in hun thuisland een toekomst kunnen opbouwen.

VOS heeft een tentoonstelling gemaakt van het materiaal dat Jens De Rycke op zijn reis naar Irak verzamelde. Wij hopen u te mogen ontvangen bij de opening van deze tentoonstelling op zondag 7 oktober 2018 om 11.30u. in de Sint-Pieters-en-Pauluskerk (Veemarkt 44, 2800 Mechelen), na de misviering van de Chaldeeuwse gemeenschap. De tentoonstelling zal vervolgens nog tot 11 november 2018 te bezoeken zijn.

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

Over nut en noodzaak van de Renaissancevloot – Zin en onzin van ‘imagined traditions’

Gister werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik had afgesproken met een vriend van mijn eerdere lerarenopleiding – inmiddels zo’n veertien jaar geleden. Die persoon was altijd best nationalistisch en behoudend. Nu zag ik mezelf nooit als nationalist en meer als humanist. Dat gaf aanleiding tot boeiende discussies over maatschappij en politiek. Plots kwam het gesprek nu op Thierry Baudet. Wat er vervolgens tussen ons werd gezegd heeft meer met me gedaan dan me slechts ‘aan het denken gezet’. Het heeft me op een existentiële wijze geraakt.

Wat we gezamenlijk hadden was dat we beiden het belang zagen van levenskrachtige tradities en een sterke cultuur, om een land bijeen te houden. Het was zoals Gerard Pieters, docent Middeleeuwen, destijds zei: “Als een natiestaat geen boeiende verhalen kan vertellen over haar geschiedenis, dan verliest de democratie iedere samenhang.”

Europese cultuurfamilie

Destijds al had ik het idee, dat de levensbeleving in de Randstad behoorlijk verschilde van de landelijke provincieën, en dat dit ‘natiegevoel’ te zwak was om ook maar enige aantrekkingskracht te hebben op minderheden. Ik zag Nederland als deel van de Europese cultuurfamilie, die tegen de contouren van het globalisme wél duidelijk te onderscheiden is. Nu ik meer tijd in Brussel doorbreng, begin ik het typische volkskarakter van de Nederlander beter te zien, de recht-door-zee-heid die velen van ons kenmerkt. Als er een probleem is dan hoeft men met de Nederlander  – anders dan met de Belg – geen serie aftastende gesprekken te voeren om te ontdekken wat het probleem zou kunnen zijn. En wat landen als Duitsland en Zweden zichzelf aandoen, daar kan een weldenkend mens slechts op neerkijken.

Maar ik zag dus altijd al dat het ‘natiegevoel’ weinig vlees op de botten heeft, en is opgelost in een levenshouding van consumeren. Als Michiel de Ruyter ooit zou terugkeren, dan zou het hooguit een cameo-appearance zijn op de omslag van meergranenbiscuits, als een soort kapitein koek. Wél zouden door de globalisering en de geopolitieke botsing van culturen, de Europese volkeren zich bewust worden van een verwante cultuurgeschiedenis en gedeelde identiteit.

Maar die studiegenoot kon juist prachtige verhalen vertellen over figuren als De Ruyter, Willem van Oranje en Willem Barentsz. Hij was fan van die vaderlandse helden, kende de details van hun ontdekkingsreizen en geloofde oprecht in de bezielende, natievormende kracht die daar van uitging. Hij hield bij het vak ‘drama’ gloedvolle pleidooien voor de Sinterklaastraditie omdat dat tenminste een authentiek Europees feest was met wortels in de Germaanse mythologie. En geen “kloonproductie zoals de Kerstman, die is uitgevonden door Amerikaanse bedrijven”.

Zwarte Piet wijst op wezenlijk vraagstuk

Gisteren zei hij dan plots: “Sid je moet weten dat ik nu anders over dingen denk. Zo vind ik bijvoorbeeld dat Zwarte Piet best groen mag worden geschminkt. Als we hierdoor minder mensen voor het hoofd stoten. Want die Zwarte Piet is toch een knecht. Ik was altijd voor het behoud van tradities omdat dit wortels geeft. Maar nu zie ik dat je niet trots kunt zijn op dingen die je niet zelf hebt gemaakt. Ik hoor tokkies zeggen: ‘het mag niet veranderen, want het is traditie’. Dat is een onzinargument. Dat is net zoiets als de islam die weigert om haar heilige teksten aan te passen.”

Ik antwoordde dat ik nooit Sinterklaas vier, maar dat het veranderen van Zwarte Piet om twee redenen geen goed plan is. Ten eerste omdat het nooit een issue was – dit is het discours van Amerikaanse universiteiten, een discours met wortels in Martin Luther King, de Jim Crow laws en de KKK. Europa heeft een totaal andere koloniale geschiedenis en tot voor kort wisten alle zwarte mensen dit: hierom was Zwarte Piet nooit een issue, totdat dit discours hier kwam. Ten tweede moet je als heersende cultuur kracht uitstralen en eisen van anderen dat zij zich aanpassen, niet andersom.

Omdat het op deze wijze een vervelende avond zou worden, verlegde ik de aandacht naar de islam. Ik wees erop dat dit geen goede vergelijking was. Tradities zijn door mensen gemaakt en hebben historische wortels: de Koran zou daarentegen een ongeschapen boek zijn dat buiten de wereldlijke tijd bestaat. Het Zwarte Piet-discours chanteert met een positie van achtergesteldheid en slachtofferschap, maar de islam stelt vanuit zelfvertrouwen een eigen dominante claim centraal. Namelijk dat democratieën worden gemaakt door mensen en daarmee ook feilbaar zijn zoals mensen; het onfeilbare woord van God zou dus de grondslag zijn van een superieure politieke orde.

Baudet en de Renaissancevloot

Vervolgens kwam het gesprek op Thierry Baudet. “Ik zou nooit op hem kunnen stemmen. Hij spreekt wel erudiet maar ik krijg er een rare gewaarwording bij. Ik ben wel voor een seculiere staat natuurlijk, daarin geef ik hem gelijk. Maar dan met die stomme VOC-bootjes op de achtergrond… Dat gepraat over een Renaissance, ik voel me er onpasselijk bij. En dan ben ik nog iemand die erg in geschiedenis is geïnteresseerd.”

Ik knipperde met mijn ogen toen ik dit hoorde. Van iemand die ik kende als behoorlijk nationalistisch. “Je bedoelt dat met die schepen een bepaald beeld van de Nederlandse historie wordt opgeroepen? Het beeld zou zinspelen op een oer-Nederland. Daarbij vraag je je af, wat dat Nederland dan is.”

“Daar sla je precies de spijker op zijn kop. En ik maak me zorgen over de islam en ben natuurlijk vóór een seculiere rechtsstaat. Maar om die zorgen te onderbouwen, heb ik geen behoefte aan een verhaal over de Nederlandse identiteit.”

Imagined traditions

“Maar is dat niet de meerwaarde van een Thierry Baudet? Net noemde je Wilders een ‘schreeuwer’ die ‘alleen maar in herhaling valt’. Baudet probeert mensen te verleiden en hun harten te winnen met een positief eigen verhaal. Toevallig ken ik de man die die poster met de Renaissance-schepen heeft gemaakt. En ik weet ook wat het idee erachter is. Onze geschiedenis is niet perfect – dat weten wij geschiedenisdocenten als geen ander. Maar we hebben toch nationale of op zijn minst cultuurhistorische symbolen nodig om maatschappelijke samenhang te organiseren? Om daarop een bezielend verhaal te baseren over de leidende cultuur.”

“Maar zelfs als het gebaseerd is op verbeelding? Dan kom je uit bij de imagined traditions. Want zelfs in de Gouden Eeuw was er natuurlijk ruzie tussen de orangisten en de patriotten. Er waren conflicten tussen de zee- en de landgewesten, tussen de remonstranten en de contraremonstranten, tussen de stadhouder en de raadspensionaris, enz.”

“Wij kunnen samen een bezield en bevlogen gesprek voeren over deze nuances omdat wij deze kennis hebben over de geschiedenis van dit land. Het alternatief is een generatie die hier helemaal niets van weet, maar wél een rugzakje naar school draagt met daarop de kreet: ‘Fuck Nederland, Turkije nummer één’.”

De strijd om de Leitkultur

Men kan zeggen, ‘ik hoef alleen een liberale rechtsstaat – ik wil hier niet een overheersende cultuur hebben met duidelijke symbolen als standbeelden van De Ruyter om die cultuur uit te dragen’. Maar wat is dat standpunt waard als er een versnippering van cultuurenclaves voor terugkomt: Turkse en Marokkaanse of wie weet Somalische, die de publieke ruimte opeisen? Wat nu als dit wél duidelijke identiteiten zijn, met bijbehorende etniciteiten en religies en uiteindelijk ook eigen visies op het recht? En waar ‘wij’ dan eigenlijk geen antwoord op hebben? Om precies dat scenario te voorkomen, mag de Nederlandse cultuurhistorie met wat meer eigenwaarde worden uitgedragen.

En ten tweede, je kunt zeggen: ‘Ik wil alleen die seculiere rechtstaat, waar mensen gelijk voor de wet zijn, maar daar hoef ik niets omheen te hebben.’ Dan heb je inderdaad dat kader van die liberale rechtstaat, maar dat is een kale kapstok. Je hebt je kantoorbestaan, je werkt en betaalt belasting, maar verder heb je niets om jouw samenhang met die rechtsorde mee in te kleden. Stel nu dat jij een ‘kansenjongere’ bent, met weinig mobiliteit in het leven. Dan ben je vooral aangewezen op religie: die geeft houvast en identiteit. Waarom zou zo iemand dat laatste stukje trots en eigenwaarde loslaten voor de ‘kale kapstok’ van zo’n seculiere rechtstaat?

Hierdoor moest hij terugdenken aan een Syrische leerling die hij jaren geleden in de klas had. De leerling bleef met alle ernst volhouden dat Wilders van de ChristenUnie was, ondanks de tastbare tegenbewijzen. De verklaring hiervoor, zo zei mijn gesprekspartner, is als volgt. Hoe zouden zij als moslims omgaan met christenen in hun land? In die landen behoor je eerst en boven alles tot een religie – pas dan spelen zaken als nationaliteit of burgerschap een rol. Zelf zouden die moslims absoluut de meerderheid willen blijven boven de christenen. En dus projecteert die leerling ditzelfde denken op Wilders: die zou hoe dan ook zijn christelijke land christelijk willen houden, en is daarom kritisch op moslims. Moet je nagaan als zij ooit een meerderheid zouden worden…

Hoofdconclusie

Zo kwamen we terug op de kern van de discussie: zulke mensen kunnen alleen maar een verhouding aangaan op basis van kracht. Enkel vanuit het idee: ‘Ik ben de sterkere – mijn cultuur is hier leidend. Ik ben hier trots op en jij hebt je aan te passen. Jij moet eerst maar eens bewijzen of je het wel waardig bent om hier te zijn, dus heb jij je te voegen naar mijn cultuur.’

Als dit soort eisen dus niet worden uitgesproken, dan ben je in hun ogen zwak en ridicuul en niet serieus te nemen. Daarom kun je dus niet aankomen met een seculiere rechtsstaat zonder dit in te passen in een leidende cultuur met een bijbehorende identiteit. Inmiddels is dit besef van identiteit zo sterk verwaterd in Nederland – of zo u wilt geliberaliseerd – dat het vanuit de verbeelding moet worden verwekt.

Tot slot

Nu moet u weten dat deze persoon op de universiteit studeerde tussen echt radicale linksgekkies: mensen voor wie Baader Meinhof nog te rechts was. Door met hen om te gaan groeide zijn weerstand tegen die denkbeelden en werd hij voor zijn gevoel conservatiever. Maar juist door die omgeving van studie en discussie achter zich te laten en een kantoorbaan aan te nemen, werden al zijn gevoelens bij natie en traditie uitgewist: het enige wat voor hem nu nog telt zijn de seculiere rechtsstaat en de vrijheid om hedonistisch te leven. Zo blijkt weer duidelijk dat niet de ‘linksgekkies’ de ware vijand zijn, maar het gebrek aan maatschappelijk houvast. Hoog tijd voor een Nieuwe Zuil!

En kom langs op de 22ste!

Posted on

De valse verdedigers van onze waarden

Geregeld komen bepaalde discussies over onze identiteit terug. De afgelopen weken zijn we weer beland in een discussie over de westerse waarden die verdedigd moeten worden. Luidruchtige trouwstoeten die de openbare orde verstoren, een oprichter van een flut-partijtje die weigert z’n tegenstrever aan te kijken, het weigeren een hand te schudden en marsen van extreem-rechtse en militaristische Turken in eigen steden creëren een sfeertje waarin we massaal angstig gaan reageren. We moeten ineens onze eigenheid gaan verdedigen en alle politici hebben natuurlijk de plicht om zich hierover uit te laten.

De timing van deze discussies ligt bijzonder goed voor politieke partijen om zich voor de verkiezingen net eventjes te kunnen profileren, of een kandidaat van de tegenpartij te vernietigen.

Twee verschillende kanten in het verhaal

Er zijn dan twee zijdes van het politieke spectrum in de polarisatie. Je hebt enerzijds de eerder linkse zijde, die liever in dit soort gesprekken op de achtergrond blijven. Ze richten zich in verkiezingen vaak op de allochtone stemmen, en het nieuw-links dat er op stemt is zodanig doordrenkt van de oikofobie en het cultuurmarxisme dat ze er ook absoluut het nut niet van inzien hun eigen identiteit te verdedigen. Ze distantiëren zich als het dan echt moet, als er teveel moeilijkheden ontstaan rond bijvoorbeeld militaire uniformen bij kinderen.

Hun eigen identiteit is namelijk de tolerantie ten opzichte van de ander, maar niet ten opzichte van zichzelf. De utopie van de multiculturele samenleving leeft nog sterk in die kringen, en al evenmin zijn die partijen bereid om hun allochtone stemmen te verliezen. Als we kijken naar het lot van de PvdA in Nederland en de verschuiving naar partijen als Denk is men daar in Vlaanderen nogal bang voor.

De andere zijde slaat zich meermaals stoer op de borst. Onze westerse waarden moeten verdedigd worden en er worden meerdere symbolische grenzen getrokken. ‘Een weigering van een handdruk? Nooit!’ ‘Importeren van buitenlandse politieke belangen, het zal wel zijn!’. Een hele stroom van mensen die zich bedreigd voelen door allerlei omstandigheden sluiten zich dan grotendeels aan en denken nu: ‘eindelijk een partij die zegt wat we denken’.

Een alsmaar beslissendere overheid

In naam van de vrijheid en democratie vallen al eens vaker slachtoffers. Nu offert ze zichzelf op. Het moment waarop men een juridische zaak begint te maken van iets wat tot het morele domein behoort, gaat men die vrijheid afstaan aan de overheid. Niet meer individuele vrijheid, maar wel een sterkere macht voor de overheid om normen en waarden op te leggen.

Twee maten en twee gewichten

Dat incidentje in Heusden-Zoder met een optocht van grijze wolven kreeg veel aandacht. Kinderen in uniformen en buitenlandse vlaggen, het leek wel eventjes een invasie. Rond de dubbele nationaliteit bestaat er al lang discussie, maar vreemd dat ze nog steeds niet is afgeschaft.

Bovendien is er ophef over pro-Turkse manifestaties, maar wat dan te zeggen over pro-Koerdische manifestaties. Vlaggen als die van de YPG zijn blijkbaar minder kwaadaardig. De verontwaardiging is nogal selectief als het erop aankomt.

Welke waarden?

De vraag is niet of onze waarden verdedigd moeten worden. We zien vandaag inderdaad een verschuiving en we zien een botsing van culturen dankzij de grote migratie-influx van de laatste decennia. Vraag is wel welke waarden verdedigd moeten worden.

De burgemeester zei in een openingscampagne van een toespraak: “diegene die spreken over te verbinden durven nooit te zeggen op basis van wat ze willen verbinden”. Hijzelf stelt de verlichtingswaarden centraal als verbinding tussen de gemeenschappen. Een ietwat vreemde evolutie als je hem in het begin van zijn politieke carrière meermaals kritiek hoorde leveren op die verlichting.

De verlichtingswaarden zijn universele waarden, zo worden ze althans door de vertegenwoordigers ervan vaak voorgesteld. De universaliteit van deze waarden is echter sterk betwistbaar. Aan de andere kant van de wereld lachen ze er eens mee. De verlichting was een westerse uitvinding en gaat er van uit dat dit waardenpatroon cultureel superieur is aan de rest.

De verlichtingswaarden zoals individuele vrijheid en totalitaire gelijkheid en diversiteit zorgen er net voor dat we vandaag kwetsbaarder zijn dan ooit. Tegenover een grote verzameling vrije individuen komt namelijk een groep te staan. Een groep moslims, een groep Turken, een groep allochtonen… Onze doorgedraaide seksuele vrijheid en gelijkheidsdenken met gay prides en geslachtsveranderingen zijn voorbeelden van onze hedendaagse leidcultuur. Is dat ons wapen tegen pakweg islamisering?

Waarop we ons dan beter moeten focussen? Ons kostbare weefsel is eerder ons wapen. Een stabiel gezinsleven, ons verenigingsleven met jeugdverenigingen, sport en cultuurverenigingen. Onze collectieve identiteit als deel van een culturele natie, onze tradities die bij gebrek aan kennis ervan verloren lijken te gaan, onze religieuze ankerpunten die zoveel hebben bijgedragen aan onze samenleving vandaag de dag. Niet verder de deconstructie, maar de constructie van ons erfgoed. Terug naar een cultuur van trots gaan, van een organische samenleving in plaats van progressieve en liberale waarden.

Symboolpolitiek

De kern van het probleem ligt niet in de symptomen. Er is niets gewonnen of verloren bij een handdruk of bij het niet toestaan van een manifestatie van grijze wolven. Het gaat hier telkens over symbolische grenzen die op z’n zachtst gezegd zeer interpretatief zijn.

De angst die erachter ligt is vaker gedomineerd worden door een groep van buitenaf die hier zijn regels komt opleggen. Die angst, door de linkerzijde te vaak bestempeld als xenofobie om het debat uit de weg te gaan, is terecht als we de cijfers kennen uit grootsteden van mensen met een andere afkomst. Hun geboortecijfers, hun groepsgevoel en onze interne zwakte als gevolg van individualisme maakt van dit alles zeker een bedreiging. Maar dan zal het niet genoeg zijn verontwaardigd te zijn over de symptomen alleen.

Dat onze ‘Westerse waarden’ meer bedreigd worden doordat diezelfde politici nog altijd een open-grenzenbeleid voeren, landen als Saoedi Arabië steunen in hun queeste voor een zo’n groot mogelijk kalifaat, gaan we verder blijven negeren. De politici hebben de aandacht er enkel maar van weten af te leiden om het stemvee eventjes te entertainen.

Verlichting vs eigenheid

De verlichting is doorgedraaid. De verdedigers zullen de beschuldigende vinger uitsteken naar de cultuurmarxisten die sinds de mei ’68-generatie hun best goed hebben gedaan alles te deconstrueren. Echter zitten de kiemen van dit cultuurmarxisme in de verlichting zelf. Het wegduwen van de religie naar de privéruimte is een verarming van een cultuur en is evenmin neutraal. Je vervangt simpelweg de religie door een ander dogma, dat van de universele waarden van de verlichte burgers.

Het zijn deze zogezegd universele waarden die men kan aangrijpen om allerlei ‘gelijkheden’ te gaan verzinnen en te verheffen tot grondrecht. Het is de individuele autonomie die doorgeslagen is, die de zwaksten moreel op hol doet slaan. Het is de individualisering die ons als enkelingen raakt ten opzichte van collectieve identiteiten.

De staat krijgt enkel meer grip om de samenleving te sturen. Of dat dit nu in ons belang is of niet. Dit gaat erom een macht toe te kennen aan politici om een top down-samenleving verder uit te bouwen. We stellen vast dat  politici aan de zaken die er wel toe doen weinig of niets veranderen, maar wel snel willen scoren voor de verkiezingen. Dat deze politici dus met andere woorden erop uit zijn onze waarden te verdedigen of te zeggen wat u denkt? Laat ons eventjes serieus blijven.

Posted on

China kampt met toenemend Oeigoers terrorisme

De Volksrepubliek China is een seculiere staat en de meeste ingezetenen rekenen zich niet tot een bepaalde religie. Tot de uitzonderingen hierop horen onder andere de naar schatting 23 miljoen islamieten in China, die deels voor grote problemen zorgen.

De islam wordt vooral aangehangen door de Oeigoeren en andere Turkse volken in de noordwestelijke grensprovincie Xinjiang. De Oeigoeren maken ongeveer de helft van alle islamieten in China uit. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld de circa elf miljoen Hui, die verwant zijn aan de Han-Chinezen. Het religieuze centrum van de Hui ligt in Linxia, dat ook wel als ‘Klein-Mekka’ aangeduid wordt. De gezagsgetrouwe Hui bezorgen de leiding in Peking echter geen noemenswaardige problemen.

Dat is wel anders met de Oeigoeren in het Oeigoerse autonome gebied Xinjiang, dat onder andere aan de islamitische landen Pakistan en Afghanistan grenst. De Oeigoeren streven vanouds naar onafhankelijkheid van China en raakten vanaf 1990 in het vaarwater van het islamitische extremisme. Daarvan getuigt niet in de laatste plaats het ontstaan van terroristische organisaties als de East Turkestan Islamic Movement (ETIM) en de later daaruit voort gekomen Turkestan Islamic Party (TIP). Deze organisaties werken samen met Al Qaida en verwante organisaties. Daartoe behoorde ook de Islamic Movement of Uzbekistan, tot deze het Al Qaida-netwerk verruilde voor dat van IS, wat op forse kritiek van TIP kwam te staan.

Al Qaida en IS

Er vechten ook Oeigoeren in Syrië. Een deel van hen is echter ontevreden over hoe de Syrische Al Qaida-tak, voorheen Jabhat al-Nusra, nu Jabhat Fateh al-Sham, zich minder ‘al Qaida-achtig’ en meer Syrisch probeert voor te doen, zodat een klein deel van de Oeigoerse strijders inmiddels is overgegaan naar ‘Islamitische Staat’.

De ‘kalief’ van IS, Abu Bakr al-Baghdadi noemde China in zijn inaugurele rede in juli 2014 als een land dat moslims onderdrukt. Daarop volgde in het voorjaar van 2015 een indirecte oorlogsverklaring van IS via internet. In november van het zelfde jaar vermoordden beulen uit naam van Allah de eerste Chinese gijzelaars.

Kort daarop verbreidde het al-Hayat Media Center van de terreurorganisatie in Syrië strijdliederen met de oproep aan de moslims in het “rijk van het midden” om “te ontwaken” en “naar de wapenen te grijpen”. Nog duidelijker viel de volgende boodschap van IS aan het adres van Peking uit, daarin heette het onder andere dat de “soldaten van het kalifaat” zouden komen om “stromen van bloed te laten vloeien en de onderdrukten te wreken!” Deze dreigementen werden in het Chinees uitgesproken door Oeigoerse IS-strijders. Volgens gegevens van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, die aangehaald worden door het dagblad Yediot Aharonot, zouden er momenteel enkele honderden tot mogelijk enkele duizenden Oeigoerse strijders in Syrië zijn. Daarvan vechten de meeste voor aan Al Qaida gelieerde groepen en een kleiner aantal voor IS.

Dat betekent dat mettertijd vele Oeigoeren met gevechtservaring vanuit Syrië en Irak naar huis terugkeren, wat het gevaar van islamitische opstanden doet toenemen. Peking voelde zich derhalve genoodzaakt tot omvattende repressiemaatregelen in Xinjiang.

Per slot van rekening heeft de noordwestelijke provincie van China een niet te onderschatten economische betekenis voor het rijk van het midden. Er bevindt zich namelijk een derde van de olie en gasvoorraden van het land. Daarbij komen bodemschatten als goud, koper en uranium. Ook bevindt zich in de provincie het vroegere kernwapenproefterrein aan de Lop Nor, dat binnenkort als eindstation voor het hoogradioactieve afval van de Chinese kernindustrie moet dienen.

Duizenden doden

In Xinjiang kwam het in de afgelopen decennia tijdens de vastenmaand Ramadan steeds weer tot heftige rellen. Die eisten alleen in juli 2009 al zo’n 200 slachtoffers en verliepen steeds volgens hetzelfde patroon: Eerst trokken Oeigoeren-bendes door de straten en lynchten Han-Chinezen, dan sloegen de ordebewakers van het centrale gezag met harde hand terug.

Bovendien pleegden islamitische terroristen regelmatig aanslagen in andere delen van het land. Daardoor kwamen sinds 1990 reeds duizenden mensen om het leven. De laatste tijd worden de aanslagen vrijwel altijd opgeëist door ETIM of TIP. Dat was bijvoorbeeld het geval met de mesaanval van Kunming in Zuid-West-China, waarbij op 1 maart 2014 30 reizigers en politieagenten om het leven kwamen, en vergelijkbare moorden in Guangzhou en de hoofdstad van Xinjiang, Ürümqi, in de lente van 2014.

Daarbij komen bomaanslagen als die van mei en september 2014 op de treinstations van Ürümqi en Luntai met tientallen doden. Net zulke bloedige gevolgen lieten in 2008 aanvallen op lijnbussen zien in de steden Shanghai, Kunming en elders in de provincie Yunnan.

De meest symbolisch geladen actie van ETIM had plaats op 28 oktober 2013. Toen raasde een met jerrycans met benzine volgestouwde SUV direct onder het grote portret van Mao op het Plein van de Hemelse Vrede in het centrum van Peking tussen de flanerende toeristen door en brandde vervolgens uit. Daarbij vielen vijf doden en 40 gewonden. Voor het staats- en partijhoofd Xi Jinping was het aanleiding om zijn politieke koers tegenover de Oeigoeren in de onrustige provincie Xinjiang duidelijk te verscherpen.

Historische speelbal

Dat Peking het separatistische streven van de Oeigoeren als serieuze bedreiging ziet en zodoende met alle middelen bestrijdt, heeft ook historische redenen. Er ontstonden in Xinjiang namelijk al tweemaal afvallige gebieden. Zo riepen de Oeigoeren in november 1933 de Islamitische Republiek Oost-Turkestan uit.

Die zou echter slechts enkele maanden bestaan en door de Mantsjoerijse krijgsheer Sheng Shicai  met wapensteun van de Sovjets beëindigd worden. Aansluitend veranderde hij de nominaal weer Chinese provincie in een protectoraat van de Sovjet-Unie. Die stationeerde troepen in Xinjiang en begon met het delven van bodemschatten. Daarbij ging het niet in de laatste plaats om uraniumerts, dat Moskou nodig had voor zijn kernprogramma.

De verkrijging van de strategisch belangrijke delfstof was vanaf 1943 een belangrijke taak van Josef Stalins chef van de geheime dienst Lavrenti Beria. En die moest al snel vaststellen dat Sheng, die op enig moment zelfs lid was geworden van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, nu met de nationalistische Chinese regering van Tsjang Kai-shek samenwerkte. Derhalve initieerde Beria een “volksopstand” van de Oeigoeren en andere islamitische volken in Xinjiang.

In de loop van die opstand riepen de rebellen onder Elihan Tore Saghuniy en Ehmetjan Qasimi op 12 november 1944 opnieuw een Republiek Oost-Turkestan uit. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze meteen zou toetreden tot de Sovjet-Unie, maar Stalin had er al snel geen belangstelling meer voor. Enerzijds omdat hij vreesde dat het radicaal-islamitische elan naar het aangrenzende Russisch-Turkestan over zou kunnen slaan. Anderzijds omdat hij sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog toegang had gekregen tot het uranium in Tsjechië en wat de DDR zou worden.

Derhalve liet Stalin de in de Chinese burgeroorlog triomferende communistenleider Mao weten dat hij de Oeigoeren-staat op kon heffen en de provincie Xinjiang weer onder controle van Peking kon brengen. En dat deed de grote roerganger eind 1949 dan ook. Door het voortbestaan van het onafhankelijkheidsstreven van de Oeigoeren, blijft Xinjiang echter een zwakke plek van China, die zich leent voor door buitenlandse machten gestimuleerde agitatie.

Posted on

Is Poetin de staatsman bij uitstek van onze tijd?

“Als we gebruik zouden maken van traditionele maatstaven voor het begrijpen van leiders, die draaien om de verdediging van grenzen en nationale bloei, dan zou Poetin als de staatsman bij uitstek van onze tijd gelden. [..] Wie zou zich op het wereldtoneel met hem kunnen meten?”, zo vraagt Chris Caldwell zich af in een opmerkelijk essay in het maart-nummer van Imprimis, het tijdschrift van Hillsdale College.

Wat verheft Poetin boven alle andere leiders van de 21e eeuw?

“Toen Poetin aan de macht kwam in de winter van 1999-2000, was zijn land weerloos. Het was bankroet. De buit werd verdeeld door zijn nieuwe kleptocratische elites, in samenspanning met zijn oude imperiale rivalen, de Amerikanen. Poetin bracht daar verandering in.”

“In het eerste decennium van deze eeuw, deed hij wat Kemal Atatürk in Turkije deed in de jaren ’20. Uit een verbrokkelend rijk, richtte hij een natiestaat op, en gaf er samenhang en een doel aan. Hij disciplineerde de plutocraten van zijn land. Hij herstelde de militaire slagkracht. En hij weigerde, met steeds onverbloemder retoriek, om zich neer te leggen bij een ondergeschikte rol voor Rusland in een door de Amerikanen gerund wereldsysteem, ontworpen door buitenlandse politici en zakenlieden. Zijn kiezers zien hem als iemand die zijn land gered heeft.”

De steun onder de bevolking voor Poetins regering is, na 17 jaar aan de macht, groter dan die van welke westerse leider dan ook. Zijn indrukwekkende stappen naar het weer groot maken van Rusland verklaren waarom hij zowel binnenlands als onder de Russische diaspora in ere gehouden wordt, maar wat verklaart Poetins aantrekkingskracht in het Westen, ondanks het feit dat hij de westerse media minstens even tegen zich heeft als president Trump?

Antwoord: Poetin weerstaat de westerse progressieve visie op wat de toekomst van de mensheid zou moeten zijn. Jaren geleden stelde hij zich al op één lijn met traditionalisten, nationalisten en populisten in het Westen, en tegen wat zij waren gaan verachten in hun eigen decadente beschaving.

Wat zij verafschuwden, verafschuwde Poetin. Hij is een ‘god-en-vaderland’ Russische patriot. Hij verwerpt de Nieuwe Wereldorde die tegen het einde van de Koude oorlog door de Verenigde Staten gevestigd werd. Poetin stelt Rusland voorop.

En in het trotseren van de Amerikanen spreekt hij voor die miljoenen Europeanen die hun nationale identiteiten willen herstellen en hun verloren soevereiniteit willen herwinnen van de supranationale Europese Unie. Poetin weerstreeft ook het progressieve morele relativisme van een westerse elite die haar christelijke wortels heeft afgesneden om secularisme en hedonisme te omarmen.

Het Amerikaanse establishment veracht Poetin, omdat hij, zoals ze zeggen, een agressor is, een tiran, een ‘killer’. Ze beschuldigen hem ervan dat hij Oekraïne is binnen gevallen en delen ervan bezet houdt. Zijn oude KGB-kameraden zouden journalisten, overlopers en dissidenten vermoorden.

Maar ofschoon de politiek onder zowel tsaren als commissars vaak een bloedsport is geweest in Rusland, wat heeft Poetin zijn binnenlandse vijanden eigenlijk gedaan in vergelijking met wat onze Arabische bondgenoot generaal Abdel-Fattah el-Sissi heeft gedaan met de Moslimbroederschap die hij omverwierp in een militaire staatsgreep in Egypte?

Wat heeft Poetin gedaan in vergelijking met wat onze NAVO-bondgenoot president Erdogan heeft gedaan in Turkije, die 40.000 mensen gevangen heeft gezet sinds de mislukte staatsgreep in juli. Of in vergelijking met onze Filipijnse bondgenoot Rodrigo Duterte, die leiding heeft gegeven aan de buitengerechtelijke liquidatie van duizenden drugsdealers?

Denkt iemand dat president Xi Jinping voorzichtiger omgegaan zou zijn met illegale demonstraties tegen zijn regime op het Plein van de Hemelse Vrede dan president Poetin vorige week in Moskou?

Veel van de vijandigheid tegen Poetin komt vooruit het feit dat hij niet alleen het Westen trotseert als hij opstaat van de belangen van Rusland, maar dat hij ook vaak slaagt in wat hij beoogt en er zonder straf en zonder berouw mee weg komt.

Hij blijft niet alleen populair in zijn eigen land, maar heeft ook bewonderaars in landen wier politiek establishment onverzoenlijk vijandig tegenover hem staat. In december liet een peiling zien dat 37 procent van alle Republikeinen een gunstige beoordeling van de Russische leider had, maar dat slechts 17 procent positief was over president Barack Obama.

Er is nog een andere reden dat Poetin positief gezien wordt. Miljoenen nationalisten die hun landen willen zien vertrekken uit de EU zien hem als een bondgenoot. Poetin verwelkomt veel van deze bewegingen, de Amerikaanse elite staat er daarentegen vijandig tegenover.

Poetin heeft de nieuwe eeuw beter gelezen dan zijn rivalen. Waar de 20e eeuw de wereld verdeeld zag tussen een communistisch Oosten en een vrij en democratisch Westen, wordt de 21e bepaald door nieuwe en andere worstelingen. De nieuwe scheidslijnen liggen tussen sociaal conservatisme en genotzuchtig secularisme, tussen tribalisme en transnationalisme, tussen de natiestaat en de Nieuwe Wereldorde.

Inzake de nieuwe scheidslijnen staat Poetin aan de zijde van de opstandelingen. Zij die De Gaulles Europa der Vaderlanden willen ter vervanging van het Eenheids-Europa waarnaar de EU op weg is, zien Poetin als bondgenoot.

Zo komt dan de oude vraag op: Wie heeft de toekomst?

In de nieuwe worstelingen van de nieuwe eeuw is het niet uitgesloten dat Rusland – zoals Amerika in de Koude Oorlog – aan de winnende kant staat. Overal in Europa kijken partijen die zich vrij willen maken van de EU veeleer naar Moskou dan over de Atlantische Oceaan.

“Poetin is een symbool geworden van nationale soevereiniteit in haar strijd met het globalisme”, schrijft Caldwell. “Dat blijkt de grote slag van onze tijd te zijn. Zoals onze laatste verkiezingen laten zien, geldt dat zelfs hier.”

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.

Posted on

Tadzjikistan bouwt hoogste stuwdam ter wereld

Tadzjikistan is begonnen aan de bouw van de hoogste stuwdam ter wereld, waarmee het zoveel elektriciteit hoopt op te wekken dat het een belangrijke stroomexporteur wordt. Ook hoopt het Centraal-Aziatische land met de zekere energievoorziening nieuwe industrie aan te trekken.

Het plan voor de 335 meter hoge stuwdam in de rivier de Vachsj, een bronrivier van de Amoe Darja, werd al in 1959 opgevat en in 1965 was een ontwerp gereed. In 1976 werd begonnen met de bouw van de dam, maar toen de Sovjet-Unie uiteenviel werd het plan afgebroken.

De stuwdam en de bijbehorende elektriciteitscentrale moeten het probleem van de onzekere energievoorziening de wereld uit helpen. Daarmee hoopt de Tadzijekse regering dat het land aantrekkelijk wordt voor buitenlandse bedrijven om zich daar te vestigen en zo meer werkgelegenheid te scheppen.

De stroomopbrengst wordt op meer dan twee maal de binnenlandse behoefte geraamd en dat is inclusief twee geplande aluminiumsmelterijen. Het overschot hoopt men te exporteren naar buurlanden, waarbij met name aan India en Pakistan gedacht wordt. De inkomsten daaruit kan de regering goed gebruiken, temeer daar de bevolking van het land gestaag groeit.

Het naburige Oezbekistan is niet enthousiast over het plan. Men vreest dat opdrogende rivieren de katoenproductie in gevaar brengen, die een belangrijke inkomstenbron voor de Oezbeken is. Tadzjikistan is voor zijn gasvoorziening afhankelijk van Oezbekistan en Oezbekistan heeft in de afgelopen jaren geprobeerd dat als hefboom te gebruiken om de Tadzjieken af te houden van het hervatten van de bouw van de Rogun-dam. Door het groeiende energietekort gaat Tadzjikistan er nu echter toch toe over.

Posted on

De ondervraging van Saddam Hoessein

Eind maart 2003 zet het Amerikaanse leger in het Midden-Oosten zich in beweging. Vanuit meerdere invalshoeken trekken zij Irak binnen. Het doel is het afzetten van Iraaks dictator Saddam Hoessein die dan al enkele decennia een terreurbeleid voert in zijn land. Daarnaast steunt hij radicale islamisten en heeft hij bijgedragen aan de aanslagen van 11 september. Uit angst dat hij zijn verborgen arsenaal van massavernietigingswapens inzet in toekomstige aanslagen besluit de VS om korte metten te maken met hem. Onderweg naar Bagdad zal het volk in massa de Amerikaanse troepen toejuichen waarna de VS een nieuw Irak zal oprichten. De Iraakse partners hiervoor zijn de Iraakse bannelingen die ondanks hun ballingschap een goed contact hebben kunnen houden met hun land en zo de VS perfect de situatie intern kunnen uitleggen. Saddam zelf vangen zal niet zo makkelijk zijn aangezien hij meerdere dubbelgangers gebruikt. Zo heeft de CIA kunnen vernemen uit meerdere betrouwbare bronnen, wier informatie na een nauwkeurig analyseproces is bevestigd. Met Saddam uit de weg zal gebouwd kunnen worden aan een pluralistisch en democratisch Irak, zonder sectaire of andere verschilpunten.

Realiteit

Zowat alles behalve de eerste twee zinnen van de vorige alinea klopt niet. Desondanks is praktisch alles destijds wel bevestigd door CIA bronnen.  De CIA, toen onder leiding van George Tenet, werkte in een atmosfeer van “Don’t dare to be wrong”. Waarbij wrong wordt bekeken als een mening aanhouden die niet past in het narratief dat de top wenst.  John Nixon is in die periode analist bij de CIA en ten tijde van de Amerikaanse inval in Irak is hij al enkele jaren zich aan het specialiseren in de persoon Saddam Hoessein. Op het moment van de inval is ook hij overtuigd dat Hoessein een verborgen arsenaal massavernietigingswapens heeft. Dit ondanks het feit dat de CIA dit soort dingen verneemt uit dezelfde onbetrouwbare bronnen die Hoessein een zware ziekte toeschrijven wanneer hij in de jaren daarvoor opmerkelijk vermagerd op televisie verschijnt. Later zou blijken dat hij enkel op dieet was. Volgens de CIA was hij, tevens vanwege die zware ziekte, gestopt met roken en rood vlees eten. In latere ondervragingen zal Saddam Hoessein hartelijk lachen om die beweringen. Hij was op dieet gegaan, maar stoppen met rood vlees eten? Daar was geen sprake van. Het stoppen met sigaren roken was nog belachelijker, hij rookte nog altijd vier sigaren per dag. En een ziekte? Meerdere mensen uit de inner circle rond hem zouden later zeggen dat hij voor zijn leeftijd (achter in de zestig) nog enorm fit was. Sterker nog: hij gaf jongere mannen vaak het nakijken.

Het zijn maar enkele dingen die John Nixon bijleert wanneer hij na de gevangenneming van Saddam Hoessein de man zelf moet ondervragen over zijn beleid. De ondervragingen zelf worden amper tot niet voorbereid aangezien hogerhand constant andere beslissingen neemt over wie hem zal ondervragen. In het begin krijgt hij te horen dat hij een week krijgt, daarna neemt de FBI het over. Na een week blijkt dit toch niet zo te zijn. Langzaam dringt het tot hem door dat de VS eigenlijk geen plan hadden voor na de inval in Irak. Men meende dat de Ba’ath-partij uit de macht ontzetten in volledigheid, zoals het ontslaan van het volledige Iraakse leger en de politiemacht, zou leiden tot een stabiel Irak. Vanuit de groene zone kon Nixon echter de explosies horen van het verzet tegen de Amerikaanse troepen. Saddam merkte er over op dat de Amerikanen geen idee hadden van hoe Irak werkt en verbaasde zich erover hoe weinig ze ook wisten van het gebied. Wanneer Nixon met Hoessein wilt spreken over de gebeurtenissen van de laatste honderd jaar in Irak wuift hij dat lachend weg. De laatste duizend jaar lijken hem veel meer relevant. En nog nuttiger zou het zijn als ze het zouden hebben over enkele millennia terug. Het is een feit dat Amerikanen dit verwijt wel eens vaker krijgen. Zo was er enkele jaren terug een Iraans diplomaat die tegen een Amerikaanse vertegenwoordiger zei dat de Amerikanen hun land op en al 300 jaar oud is. De Iraniërs zijn er echter al millennia, wat weten die Amerikanen nu van denken op lange termijn. Laat staan van verhoudingen die millennia oud zijn?

Saddam

Terug naar Saddam Hoessein. Wanneer Nixon hem voor het eerst ontmoet, verwacht hij een oude, gebroken man. Het tegendeel blijkt. Saddam wordt de kamer binnengebracht, stapt op zijn ondervragers toe en schudt hen flink de hand. Zijn natuurlijke charisma en kamer vullende aanwezigheid vallen direct op. De verrassingen stapelen zich de weken daarna op. Zo bleek dat Saddam Hoessein zich al enkele jaren nog amper bezighield met regeren en besturen. Hij had zich toegelegd op het schrijven en had kort voor de inval nog een manuscript gestuurd naar Tariq Aziz voor correctie en commentaren. Dat hij geen schrijfgerei kreeg (hij zou immers zelfmoord kunnen plegen met een pen…), ervoer hij als een marteling.

Nixon ging in op het beleid dat hij had gevoerd. Was hij een tiran geweest? Nee, een dictator wel zo bleek. Saddam Hoessein bleek geen totalitair systeem te hebben geleid, maar wel een sterk autoritair systeem. Wel was het zo dat er vaak actoren waren in Irak die handelden zonder zijn medeweten, maar die hij later wel moest goedkeuren om verdere problemen te vermijden. Tot de verbazing van Nixon bleek Hoessein niets dan goeds te zeggen te hebben over de Koerden. Zijn problemen waren met de extreemlinkse terroristen van de PKK e.d., maar niet met de Koerden als zodanig. De gifgasaanval op Halabja beweerde hij pas ontdekt te hebben na de feiten. Men zou kunnen denken dat Hoessein verantwoordelijkheid van zich afschuift, maar op andere momenten heeft hij geen probleem toe te geven dat hij een harde aanpak goedkeurde en leidde. Er valt effectief wel iets voor te zeggen. In de periode na de Iraaks-Iraanse oorlog, waar de VS beide kanten bleek te steunen tot algemene verbijstering in Bagdad, lag Irak in puin. Iran steunde Koerdische milities die tegen Bagdad streden en Saddam Hoessein had, vanuit eerdere ervaringen in het verleden, ervoor gekozen om kort en krachtig voorbeelden te stellen. De gifgasaanval in Halabja zou echter het persoonlijke initiatief zijn geweest van Ali Hassan al-Majid (“Ali Chemicali”). Waarbij Saddam Hoessein volhield dat er inderdaad burgers zijn gestorven, maar dat de meerderheid gewapende strijders waren.

Waar die massavernietigingswapens nu waren? Opgeruimd, zoals door de VN bevolen uiteraard. De VN en VS bleven hameren op het uitleveren van documenten die hun bestaan en locatie moesten aangeven. Wat echter niet bestaat, kan niet worden uitgeleverd. Waarbij Hoessein fijntjes vermeldde dat na de Golfoorlog er algemene chaos heerste in Irak en er veel staatsgebouwen zijn vernietigd door rebellen. Nixon begon dan over het gerucht dat Irak zijn massavernietigingswapens naar Syrië had gebracht. Iets dat Hoessein al helemaal grotesk vond. Voor Assad had hij, net zoals voor koning Abdoellah van Jordanië, enkel minachting. Abdoellah was volgens hem een marionet van de Amerikanen en de zionisten en Assad een zwakkeling. Saddam Hoessein daarentegen was de grootste van alle Arabische heersers, hij moest immers de poort van de Arabische wereld beheersen tegen de Perzen. Hij zal consequent termen gebruiken die verwijzen naar Perzië en niet naar Iran, al is dat hetzelfde. Zijn woordkeuze ligt echter in het verlengde van zijn historisch perspectief. Hoessein zag zichzelf als iemand met een historische missie. Voor hem was Irak de grendel op de deur die een inval van de Perzen moest tegenhouden. En zolang Irak seculier werd geregeerd, met harde hand uiteraard, zou dat ook lukken. De intrede van “de tulband in de politiek” zou de Perzen echter de grendel van de deur doen schuiven. Voor Saddam was het revolutionaire sjiisme van Iran enkel het spiegelbeeld van het wahhabisme, dat hij evenzeer als een bedreiging zag. Hij doet dan ook vaak zijn beklag over hoe mensen het nationalisme opzijleggen voor religieuze conflicten die enkel een externe partij dienen. En ook hier heeft hij een punt. Tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog bestond het Iraakse leger voor het merendeel uit sjiieten die trouw hun plicht vervulden in het Iraakse leger. Voor religie in zijn Ba’ath-partij was Saddam Hoessein echter kleurenblind. Het kon hem niet schelen of iemand soenniet, sjiiet of christen was, men was allemaal Iraki. Al gebruikte hij bij momenten wel de verschillen in zijn eigen voordeel. Zo liet hij Sadiq al-Sadr, een machtige sjiitische ayatollah in Irak, vermoorden door een team onder leiding van een christen. Divide et impera, zo u wilt.

Aanklacht

Zoals u kunt lezen, is het boek niet enkel de ondervraging van Saddam Hoessein. Die later overigens meer gelyncht dan geëxecuteerd zou worden. Het is ook een aanklacht tegen de manier van opereren van de CIA, iets dat we in de jaren na de oorlog tegen Irak ook hebben mogen zien. Het  steunen van vermeende gematigde rebellen in Syrië, die later kinderen blijken te onthoofden. Het krampachtig vasthouden aan dat beleid omdat men niet wil of kan toegeven een fout gemaakt te hebben. Ronduit het durven om de nederlaag van islamisten te bestempelen als een humanitaire catastrofe. Beschuldigingen aan de Russen in zo’n mate dat het wel lijkt of Poetin met het knippen van zijn vingers even de Amerikaanse verkiezingen kan manipuleren. De CIA is een ranzig instituut geworden, een rotte plek in de Amerikaanse instellingen. Een reputatie die de CIA ook al redelijk snel na haar ontstaan heeft gekregen en die enkel bevestigd is in de jaren daarna. Nixon illustreert dit in de latere hoofdstukken ook nog met enkele voorbeelden en haalt zo hard uit naar de sfeer die er leeft bij de top van de CIA en het algemene gebrek aan kennis in alle regionen. Om één voorbeeld te noemen: nergens in de CIA was er ergens rekening gehouden met het feit dat als Saddam Hoessein verdreven werd, Iran zich actief zou gaan mengen in de Iraakse politiek. Sterker nog: de Amerikanen wisten hoegenaamd niets over de rol van de sjiitische islam in Irak.

Het is te hopen dat Trump de bezem door de CIA haalt. Al lijkt de rot ondertussen zodanig verspreid dat het misschien beter is de dienst op te doeken en opnieuw te beginnen.

Nawoord

Overigens nog interessant. John Nixon was verplicht het boek voor te leggen aan de afdeling censuur van de CIA. Het resultaat is dat soms halve pagina’s vervangen zijn door lange zwarte censuurbalken, waarbij het duidelijk is dat het heus niet enkel ging om namen of locaties.  De meest zwaar gecensureerde stukken staan tussen alinea’s over het einde van Saddam Hoessein zijn zonen (omgekomen in een vuurgevecht met Amerikaanse troepen) en over de Ba’ath-partij van Syrië. Dat op zich is al interessant.

N.a.v. John Nixon, Debriefing the President. The Interrogation of Saddam Hussein (Bantam Press: Ealing, 2016), hardcover, 256 pagina’s.

Posted on

Fillon, Juppé, Paus Franciscus en het spook van extreem-rechts

Jonathan van Tongeren schreef 21 november naar aanleiding van de voorverkiezingen voor het lijsttrekkerschap voor Les Républicains in Frankrijk: “De centrumrechtse kiezers hebben nu in de tweede ronde een heldere keuze voorliggen: Een keuze tussen de linksere, eurofiele Juppé en de rechtsere, gematigd eurokritische Fillon.” Ter aanvulling schets ik hieronder een aantal typerende campagne-schermutselingen.

Fillon en de Pro-life beweging
Twee dagen na de eerste ronde van de voorverkiezingen wees Juppé er op dat Fillon gesteund wordt door Sens Commun, een beweging binnen Les Républicains, nauw verwant aan de Manif Pour Tous, de organisatie die de grote betogingen tegen het homohuwelijk organiseert. “Sens Commun is een beweging met extreem conservatieve en traditionalistische ideeën”, aldus Juppé. “Ik zeg ronduit dat abortus een fundamenteel recht is van vrouwen. Waar staat Fillon in dezen?”

In juni dit jaar sprak Fillon op een bijeenkomst van Sens Commun waarin hij stelde “op filosofisch vlak en op basis van mijn persoonlijk geloof” abortus niet te kunnen accepteren. Met het oog op het algemeen belang is hij echter niet van plan aan de wet die abortus legaliseerde (Loi Veil) te tornen.

De reden dat Fillon gesteund wordt door Sens Commun is omdat hij als enige kandidaat de Wet Taubira, die het homohuwelijk legaliseerde, wil veranderen op het punt van de volledige adoptie van kinderen door homostellen (behalve de christendemocraat Jean-Frédéric Poisson, die de wet geheel wilde terugdraaien, maar om te beginnen geringere steun had, red.).

De huidige wet houdt geen rekening met de biologische ouders. De burgerlijke stand registreert slechts de namen van de officiële ouders: een kind kan dus twee vaders of twee moeders hebben. Fillon, en met hem Sens Commun wil dat de Burgelijke stand de biologische vader èn moeder registreert.

De homobeweging ziet dit als een drempel voor de volledige erkenning van het homo-huwelijk. De LGBT- beweging heeft al aangegeven en opgeroepen tegen Fillon te stemmen zondag.

Fillon, Juppé en het katholicisme
De oproep van Juppé ging gepaard met een opmerkelijke verwijzing naar de huidige paus: “Ik zeg tegen mijn medegelovigen dat ik dichter bij paus Franciscus sta dan bij La Manif Pour Tous !” Dit is een ongekende retoriek in Frankrijk, dat het beginsel van de laïcité altijd zo hoog in het vaandel heeft.

Terwijl Juppé zich een “atheïst van katholieke cultuur” noemt, gaat Fillon ieder jaar op retraite in het klooster van Solesmes.

Rechts? Hoe en wanneer?

De radicaal-rechtse en voormalig adviseur van Sarkozy Patrick Buisson spreekt met de doorbraak van Fillon van een opkomst van een conservatieve revolutie.

Tussen de 10% tot 15% van de stemmers van de eerste ronde verklaarden “links” te zijn, en normaliter socialistisch of communistisch te stemmen. Zij stemden met name in de hoop dat Sarkozy niet verkozen zou worden. Sommigen van hen beklagen zich nu echter dat de keuze nu nog erger is: “Bij de eerste ronde hadden we de keus tussen een liberaal en en rechtsextremist. Nu hebben we een conservatieve katholiek!”.

Ter anekdote was uitgerekend Juppé in de jaren ’80 en ’90 zeer actief in rechtsradicale kringen. Zo was hij zeer actief bij de Club de l’Horloge, die openlijk verregaande samenwerking met het Front National voorstond en sprak hij met name over onderwerpen als nationale identiteit, soevereiniteit van het volk en economische vrijheid. Sterker nog: in 1990 presenteerde hij een program met zijn partij, dat bijna identiek is aan het huidige partijprogramma van het Front National: sluiten van de grenzen, geen sociale voorzieningen voor buitenlanders, onverzoenlijkheid tussen de islam en de Republiek. In 2014 werd hij aan deze zaken herinnerd. Hij gaf slechts aan deze te zijn vergeten en er niet meer achter te staan.

Ten slotte stipte Jonathan van Tongeren de verhouding tussen Poetin en Fillon aan. Terwijl Fillon in het debat van 24 november duidelijk aangaf dat hij niet de steun van Poetin zoekt maar wel een andere verstandhouding, heeft Poetin zeer flatteuze woorden over Fillon gesproken: “Fillon onderscheidt zich sterk van de andere politici op de wereld… Hij is zeer bedreven, een gedreven onderhandelaar en een integere man.”

Naar alle verwachting zal Fillon de kandidaat van Les Républicains worden. Tot nu toe voorspellen alle peilingen dat Marine Le Pen door zal gaan naar de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Naar alle waarschijnlijkheid zal deze verkiezing zich dus afspelen tussen Fillon en Le Pen.

Sommige rechtsradicale groeperingen zien echter liever Juppé tegenover Le Pen, omdat Marine in deze configuratie zeker meer stemmen zal aantrekken. Deze kans is echter klein, de prognoses voorspellen een overwinning van de voorverkiezingen van 65% voor Fillon tegenover Juppé.