Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

ChristenUnie-minister snoert vrijheid van onderwijs in

Dwang tot nationale opvoeding, invoeren van een staatsideologie, symboolpolitiek. Dat zijn zo’n beetje de steekwoorden in de reacties op het plan van minister Arie Slob voor Basis- en Voorgezet Onderwijs om scholen te verplichten tot burgerschapsonderwijs. Scholen zijn sinds 2006 wettelijk verplicht om lessen in burgerschap te geven, maar de minister vindt dat te vrijblijvend. Hij wil de eisen aanscherpen.

“De school moet ook een oefenplaats zijn, waar kinderen kunnen oefenen hoe je je als burger gedraagt,” vindt Slob. De crux zit ‘m in dat woordje ‘ook’. Want scholen moeten al heel veel en steeds meer. Je vraagt je als buitenstaander wel eens af hoe die onderwijzers nog toekomen aan het geven van klassieke vakken, zoals taal, rekenen en geschiedenis. Zoveel ruis zit er namelijk tegenwoordig in het curriculum. Het versje is allang afgeschaft en het zingen van het Wilhelmus is nog niet eens ingevoerd, maar de lesdagen worden tegenwoordig gevuld met voorlichting over seksuele diversiteit, anti-pestprogramma’s, herkennen van vooroordelen en het oefenen in empathie. “Mijn kinderen weten alles over Marokko, maar over de vaderlandse geschiedenis leren ze niets meer,” verzuchtte een vader een aantal jaren geleden in een ingezonden brief. Lessen in burgerschap fietsen daar nog doorheen – de jaarlijkse excursie naar Verkeerspark Assen is ook lang geleden gesneuveld – maar scholen kunnen in het kader daarvan eenmaal per jaar een project-dag organiseren of een debatwedstrijd. En daar wil Slob nu een einde aan maken. ‘Kennis en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtstaat’ moeten centraal staan in het burgerschapsonderwijs. Concreet: meer en verplicht onderwijs over democratie, rechtsstaat en gelijkheid. “De universele rechten van de mens en de grondwet moeten leidend zijn,” zegt Slob in dagblad Trouw. “Een belangrijke basiswaarde in het onderwijs is dat mensen verschillend mogen zijn en dat we respect moeten hebben voor elkaar.”

De ironie wil dat het weinig verplichtende karakter van de huidige wet, die in 2006 werd aangenomen, een gevolg is van het verzet van het CDA en de ChristenUnie in het vierde kabinet Balkenende (2007-2010). De christelijke coalitiepartijen vreesden dat de vrijheid van onderwijs met allerlei verplichtingen ondermijnd zou worden. De Raad van State viel de partijen bij: “Een inbreuk op de vrijheid van richting en inrichting”. Tien jaar later gaat een minister van CU-huize juist over tot verplichting. “Een school die niet onderwijst in de vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, begrip voor anderen, verdraagzaamheid, autonomie en het afwijzen van discriminatie zal daartoe voortaan door de Inspectie, met Slobs nieuwe wetsvoorstel in de hand, worden gemaand,” schrijft de Volkskrant. In Trouw probeert de minister mogelijke onrust onder zijn achterban te bezweren: “Ik treed niet in de vrijheid van scholen om het onderwijs in te richten zoals zij het willen. Er is een kern van wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Ik wil alleen richting geven waaraan de inhoud moet voldoen. Tegelijkertijd houden scholen ruimte om keuzes te maken in hun lesaanpak, methodes en leermiddelen. Die vrijheid houden ze zonder meer. Zolang scholen maar wel fundamentele waarden en vrijheden respecteren en onderwijzen.”

Het Friesch Dagblad, een van de kleinste dagbladen in Nederland én christelijk, heeft er niet veel vertrouwen in. De krant voorziet conflicten tussen de diverse grondrechten, maar ook over de verschillende visies op bijvoorbeeld medisch-ethische kwesties. “Grondrechten zijn niet waardevrij en niet los verkoopbaar,’ schrijft de krant in haar hoofdcommentaar van 6 juni. “De uitleg van Slob doet denken aan de Orwelliaanse uitspraak dat iedereen gelijk is maar dat sommigen meer gelijk zijn dan anderen. Met andere woorden, het invoeren van een staatsideologie ligt levensgroot op de loer en staat op gespannen voet met de vrijheid van onderwijs. Welk grondrecht krijgt voorrang?”.

Terwijl de Friese krant terechte vraagtekens zet bij het idee van de minister, gaat het voorstel voor een aantal belanghebbenden niet ver genoeg. Hans Teunissen, voorzitter Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer, zegt tegen een verslaggever van de Volkskrant dat je al in de peuterklas moet beginnen met burgerschapskunde. ‘Van peuter tot puber’ is het motto van Teunissen. Bij hem komt de echte aap wel uit de mouw: “Train leerlingen in elk leerjaar om over gevoelige thema’s te praten, zich te verdiepen in standpunten van anderen, wat de (grond)wet is en wat die voor jou betekent. Dan zijn ze van jongs af aan gewend om te spreken over onderwerpen als populisme en discriminatie”. En Jan Heijhuurs, adviseur bij Diversion (bureau voor maatschappelijke innovatie), voegt daar in de krant aan toe: “Goed burgerschap begint bij de docent als moreel kompas, daarin is dit wetsvoorstel een mooi begin… Aan scholen zelf is het de taak om de buitenwereld de klas binnen te halen”.

Nederland lijkt in rap tempo het Zweedse voorbeeld te volgen. De staat neemt de (morele) opvoeding, die normaliter binnen het gezin behoort plaats te vinden, over. En het onderwijs blijft een speeltuin voor linkse hobby’s. Nota bene een minister van een christelijke partij gaat er voor zorgen dat staatsopvoeding de autoriteit van ouders buitenspel zet. De progressieve secularisten zullen juichen.

Posted on

Wat Hubert Smeets niet snapt over ’68 en cultuurmarxisme

1968, dit jaar 50 jaar geleden. De eerste herdenkingsnummers liggen al in de winkel. Hubert Smeets, Oost-Europa expert en columnist van NRC Handelsblad, doet op een van de eerste dagen van dit jubileumjaar in zijn krant ook een duit in het zakje. Zijn insteek is niet de opstandige minderheid van studenten die in dat jaar de straten en universiteiten van een groot aantal westerse steden bezette, maar het ‘cultuur-marxisme’. Volgens de oud-correspondent maken “nieuwrechtse denkers in Europa en Amerika” een fout door de geest van ’68 te zien als “als bron van al het kwaad dat ons teistert”. 1968 was juist “een kraamkamer voor krachten waaraan het marxisme ten onder zou gaan”.

Smeets maakt niet alleen een karikatuur van het begrip ‘cultuur-marxisme’, hij laat ook zien dat hij er niets van heeft begrepen. De voorbeelden die hij noemt – Dubcek in Tsjechoslowakije, Michnik in Polen en Sacharov in de Sovjetunie – zijn volstrekt willekeurig. Want 1968 was ook het jaar van het Tet-offensief in Vietnam, waarmee de communisten in Hanoi lieten zien dat ze nog lang niet verslagen waren. 1968 was ook het jaar waarin Mao Zedong, dankzij de Culturele Revolutie die hij twee jaar eerder had uitgeroepen, zijn macht over de Communistische Partij versterkte. 1968 tenslotte was ook het jaar waarin de Khmer Rouge, een tot dan toe onbekende illegale beweging, voor het eerst een landelijke opstand in Cambodja ontketende. Maar deze gebeurtenissen verdonkeremaant Smeets, omdat ze niet in zijn kraam te pas komen. Iets wat hij de critici van de geest van ’68 juist verwijt.

Want voor die critici, die het begrip ‘cultuur-marxisme’ hebben gemunt, is het jaartal 1968 slechts een symbool. De geest van ’68 mag dan wel in dat jaar met veel rumoer van zich laten horen, de geestelijke wortels van de studentenbeweging reiken veel dieper in de geschiedenis. Historici van het beruchte decennium noemen daarvoor een instituut, de Frankfurter Schule. Deze groep van Duitse sociologen en filosofen begon voor de Tweede Wereldoorlog vanuit een marxistische visie kritiek te leveren op maatschappelijke structuren. Na hun vlucht naar de Verenigde Staten na de machtsovername van Hitler cs. vonden de ideeën van Horkheimer, Adorno, Marcuse en Fromm steeds meer ingang op de Amerikaanse universiteiten. Hun boeken gingen in de jaren zestig van hand tot hand.

De kritiek op de soixant-huitards – getypeerd als ‘cultuur-marxisme’ – richt zich niet op de voormalige socialistische heilstaten in het oosten. De kritiek richt zich op de macht van de babyboomers in de media en het onderwijs in westerse landen. In het Oostblok heeft de bevolking zich op eigen kracht vrijgevochten van het communistische juk. In het Westen heeft het (cultuur)marxisme tot in de diepste poriën van de samenleving haar invloed doen gelden (een overwinning waar de communistische machthebbers van toen alleen maar over konden dromen). En de ironie, die Smeets ook niet noemt, is dat de voormalige Oostbloklanden politiek gezien duidelijk afstand nemen van de ‘cultuur-marxistische’ verworvenheden, terwijl de met Mao-vlaggen zwaaiende en met Che Guevara-buttons getooide vertegenwoordigers van de generatie van 1968 vijf decennia lang hun invloed uit konden oefenen in de westerse samenlevingen. Op dat laatste richt de conservatieve kritiek anno 2018 zich.

Posted on

De transgenderbeweging leeft in een fantasiewereld

“Het behandelen van de psychologische verwarring ten gevolge van een geslachtsidentiteitsstoornis met hormonen of geslachtsveranderende chirurgie is als anorexia behandelen met liposuctie,” aldus Paul McHugh. McHugh was voor 26 jaar hoofd-psychiater van het Johns Hopkins Ziekenhuis in Baltimore. Dat ziekenhuis werd wereldberoemd omdat het als eerste begon met geslachtsveranderende ingrepen, maar stopte daarmee in de zeventig jaren nadat onderzoek uitwees dat de geestelijke toestand van patiënten er niet beter door werd.

Transgenderisme is het nieuwste speerpunt van de LHBTQI-beweging, een beweging die als “een culturele tsunami” de westerse wereld overspoelt, schrijft Katherine Kersten in het decembernummer van het Amerikaanse maandblad First Things. Acht jaar Obama heeft de beweging vleugels gegeven. Ze schrikt er tegenwoordig niet voor terug om iconen van de burgerrechtenbeweging uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in te zetten voor haar doelen. ‘Wees de Rosa Parks van jouw school en kom uit de kast als transgender’ luidt de leuze van een actiegroep in Minnesota. Actiegroepen in deze staat wisten een uitmuntende en zeer goed aangeschreven lagere school in St. Paul, de hoofdstad van de staat, naar de rand van de afgrond te brengen. De activisten steunden de ouders van een vijf jaar oud kind dat de kleuterschool van Nova Classical Academy, de school in kwestie, volgde. Zij hadden aan de schoolleiding gevraagd om voorzieningen te treffen voor hun zoontje “die van meisjesspullen houdt”. De directie van Nova besloot daarop het lesprogramma aan te passen en kinderen – tussen 6 en 10 jaar – te leren “over hoe mooi het is jezelf te zijn”. Het voorstel verdeelde de ouders en onderwijzers in twee kampen. Voorlichtingsbijeenkomsten en ouderavonden werden geïnfiltreerd door LHBT-activisten, die met steun van juristen al snel de tegenstanders van het wijzigen van het lesprogramma wegzetten als intolerant. “We werden belachelijk gemaakt, bespot en beschuldigd als haatdragend en onwetend,” zegt een van de ouders tegen Kersten. Een beroep op vrije meningsuiting werd afgewezen omdat het zou leiden tot een “vijandig klimaat”. De tegenstanders moesten onder politiebewaking bijeenkomen. Bestuursleden van de school werd geadviseerd deze bijeenkomsten niet te bezoeken omdat hun aanwezigheid zou neerkomen op ‘pesterij’. Toen uiteindelijk de school, ondanks protesten, hun gender-neutraal beleid doorzette – inclusief de Orwelliaanse taalverandering – haalden de ouders van het kind dat de aanleiding voor dit alles vormde hem van school! Reden? De school had hun ‘dochter’ (sic) het recht ontzegd om op een “veilige en tijdige wijze een gender-verandering mogelijk te maken”. Bovendien had de school ouders de keuze gegeven om hun kinderen geen lessen te laten volgen die transgender-onderwerpen behandelen. Als klap op de vuurpijl dienden de ouders van de kleuter een officiële klacht in bij het Departement van Mensenrechten van de gemeente.

Het voorbeeld van de Nova basisschool in St. Paul laat zien hoe fanatiek, intolerant en totalitair de genderbeweging is. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten, of gender-onderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaat voor hen niet. Ze leven in een fantasiewereld, waarin de realiteit er niet meer toe doet, schrijft Kersten. Ze vergelijkt het met het klassieke gnostieke denken, waarbinnen de fysieke werkelijkheid verworpen werd als iets slechts. Het ontkent de natuur, de menselijke wil en het gezond verstand. Kersten citeert de filosoof Eric Voegelin, die zei dat “in de gnostieke droomwereld het niet-erkennen van de werkelijkheid het eerste principe is”.

Terwijl de wetenschap heel duidelijk is. Iedere menselijke cel bepaalt of een individu man of vrouw is: voor de eerste het XY-chromosoom, voor de laatste het XX-chromosoom. Mannelijk of vrouwelijk wordt anatomisch na de conceptie bepaald en bevestigd in de geboorte. Professor McHugh schrijft: “In zoogdieren zoals mensen zorgt de vrouw voor het nageslacht en de man voor de bevruchting. Er is geen andere biologische classificatie voor de geslachten mogelijk.” De enorme aandacht voor transgenderisme onder jongeren heeft te maken met de crisis in het welzijn van jongeren. Zij hebben te maken met angst- en gedragsstoornissen, onzerheid, depressie, alcohol misbruik, en zelfmoordfantasieën. Het verdwijnen van gezinnen en andere sociale instellingen verzwakt de moraal en het gedrag van jongeren. Het ontbreekt hen simpelweg aan veiligheid, stabiliteit en toekomstdoelen. Bovendien leven ze tegenwoordig in een van seks doordrenkte maatschappij. De muziek- en filmindustrie en de sociale media bombarderen kinderen continue met suggestieve en verleidelijke beelden. Steeds meer jongeren krijgen het idee dat ze ‘vastzitten’ in hun lichaam. Volgens McHugh heeft transgenderisme onder jongeren een cultstatus. Maar in plaats van hun ontwikkeling af te wachten en jongeren therapie aan te bieden, moet nu alles wijken voor de grillen van ‘jongens die denken dat ze een meisje zijn’ en vice versa. Met als gevolg dat er dure medische behandelingen volgen, operaties en een leven lang slikken van medicijnen, met alle risico’s van dien.

Wetenschappers die hier kritiek op hebben of kanttekeningen bij plaatsen houden hun mond. Uit angst hun baan te verliezen of geen subsidie meer te ontvangen. Kersten haalt het voorbeeld aan van dokter Kenneth Zucker, een van meest vooraanstaande wetenschappers op het gebied van genderidentiteit bij kinderen. Hij vond dat kinderen met geslachtsidentiteitsstoornissen het beste geholpen zijn met therapie. In 2015 verloor Zucker onder druk van genderactivisten zijn baan.

Nederland is koploper als het gaat om LHBT-kwesties. Protocollen, behandelmethodes en visies die hier bedacht en ingezet worden, vinden navolging in het buitenland. Toch zal de transgenderbeweging tegen haar eigen grenzen aanlopen, voorspelt Kersten. Simpelweg omdat ze de werkelijkheid niet onder ogen wil zien. Wat als iemand met een genderidentiteitsstoornis zichzelf typeert als persoon met een handicap en een beroep gaat doen op voorzieningen en financiële tegemoetkomingen hiervoor? Wat als een blanke middenstander zichzelf als zwart verklaart en steun vraagt op grond van subsidies voor minderheden? Wat als een veertig jarige vrouw zichzelf beschouwt als 65+ en aanspraak wil maken op AOW? Hoe gaat de overheid hier dan mee om? Want op basis van wat kunnen zij deze mensen hun rechten ontzeggen? In een fantasiewereld is namelijk alles mogelijk.