Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

De welkomscultuur als white man’s burden

Op zaterdag 2 juni vond ‘Europe on Trial’ plaats (mijn deel begint op 2:55:00): een bijeenkomst over Europa en migratie. Het werd georganiseerd in De Balie te Amsterdam – ondergetekende was uitgenodigd om kritische vragen te stellen.

Helaas hadden de meeste sprekers nauwelijks iets nieuws te melden: velen kwamen weinig verder dan de moralistische statements die we wel kennen van de NPO. Omdat er zoveel sprekers op het menu stonden, werden argumenten die al eerder waren neergezet ook continu herhaald. Zo werd ik gedwongen om hier drie uur zonder pauze naar te luisteren (ik hoop vurig dat u mijn inspanningen voor het rationele geluid zult belonen via crowdfunding).

Tegenstrijdigheden

Een perfecte illustratie van de bevooroordeelde linkse tunnelvisie was Ogutu Muraya, een zwarte spreker die een groepsgevoel opwekte. Om dat groepsgevoel te vestigen riep hij het publiek op om met hem mee te juichen bij elke beschuldiging die hij over Europa uitsprak. Dat er daarbij tegenstrijdige argumenten en onwaarheden werden gebruikt, leek niet uit te maken.

Zo zei hij dat het Europese migratiebeleid is gebaseerd op de nazistische rassenleer van de blanke suprematie. Om in één adem door de braindrain in Afrika aan te halen, waarbij Europa de meest succesvolle en slimste mensen van Afrika zou stelen. Ook zou Europa de hoofdschuldige van milieuvervuiling zijn, terwijl dat in China en India toch gradaties erger is.

Blank schuldgevoel

Terwijl ik hem hoorde spreken realiseerde ik me dat het zijn enige wapen is om in te teren op het schuldgevoel van de blanke Europeaan. Maar zodra ik toegeef dat ik me niet schuldig voel, heeft hij geen enkel middel om op mij in te werken en vervalt zijn hele betoog als irrelevant. Zijn werkwijze is namelijk het opwekken van groepsemoties, zonder enig argument waar ík wat aan heb of waar ik in rationeel opzicht wat mee kan. Dit is vergelijkbaar met het debat over diversiteit, identiteit en verplichte quota’s om een veranderende bevolkingssamenstelling te weerspiegelen. Als dat dan het uitgangspunt moet zijn – en niet meritocratie – dan geef mij maar zoveel mogelijk blanke heteroseksuele mannen op topposities. Want dat weerspiegelt mij het meest.

Als zwarte activisten zich dan mogen beroepen op het gegeven dat alles een machtsstrijd is tussen concurrerende identiteiten, dan zal een ander zich ook op zijn of haar identiteit beroepen. Immers, Europa kon het zich enkel veroorloven om zich door schuldgevoel te laten chanteren, toen het nog de leidende geopolitieke kracht was. Zodoende zien we dankzij Muraya hoe makkelijk de linkse logica tegen zichzelf kan worden gekeerd; want als ik mijzelf niet schuldig voel dan bevat zijn vertoog geen enkel handvat om mij te beïnvloeden. Daarom zal links een nieuw kunstje moeten leren nu het blanke schuldgevoel als gevolg van de massa-immigratie begint te verdwijnen. Het zal nog moeilijk blijken omdat zij zijn geconditioneerd om te werken via subsidies: dat zijn de aflaten van dit schuldgevoel.

Links activisme

Thomas Spijkerboer sprak in positieve zin waarderend en sympathiserend over “links activisme”, terwijl hij daar stond te oreren als professor. Het punt wat hij maakte was echter niet vernieuwend: een mensenrecht wordt opgeëist tegenover een staat, maar het gerechtshof dat het mensenrecht moet verdedigen is zelf een staatsorgaan.

Robert Bor (bekend als medeorganisator van De Nederlandse Leeuw) vatte het niveau samen toen hij zei: “Er komen geen intellectueel verfrissende ideeën los. Links is dood.” Inderdaad kwam men niet verder dan het benadrukken van schuldgevoel en boetedoening, om het morele falen van Europa er nog eens in te wrijven. Het bevestigt één van de twee hoofdstellingen van mijn boek Avondland en Identiteit: wat zich ‘links’ noemt is feitelijk de masochistische kant van de christelijke religie in een ontkerkelijkt jasje.

Narcisme versus tastbare verandering

Niettemin waren er een paar die er positief uitsprongen. De theatermaakster Rebekka de Wit kwam met een punt dat intrigerend is, mits we het losweken uit de inbedding van het migratieactivisme. Mensen zijn teleurgesteld omdat ze zich voelen als een druppel in een oceaan: dat is omdat ze zich laten domineren door hun ego – ze willen zien dat zijzelf in het centrum van de wereld staan. Wie daadwerkelijk wat wil veranderen moet echter héél lang doorploeteren en ziet pas later het effect van de eigen daden. Dikwijls is het dan zelfs te laat om er persoonlijk nog profijt van te hebben. In die zin is het veranderen van de wereld net zoals liefde: wie de liefde van de ander bewezen wil zien, maakt die liefde stuk.

Cliteur & Baudet

Wat ze zei raakte mij persoonlijk, omdat ik de vorige avond aanwezig was bij een presentatie door Paul Cliteur en Thierry Baudet over het boek Cultuurmarxisme. Nu heb ik dit natuurlijk zelf tot onderwerp van het publieke debat gemaakt in Avondland en Identiteit: het is boeiend om te zien dat anderen daarop voortborduren. Wierd Duk schreef er bijvoorbeeld over in de Telegraaf.

Als ik vanuit een honger naar erkenning nu boos zou worden omdat zij mijn ideeën gebruiken, dan zou men het begrip cultuurmarxisme loslaten: zodoende zou ik uiteindelijk minder impact hebben, los van het feit dat ik zelf niet van die impact profiteer. Baudet heeft zijn Kamerzetel, Cliteur is directeur van het Renaissance Instituut en Aspekt krijgt de opbrengst van de boekverkoop.

De moraal van het verhaal is precies wat De Wit zegt: soms moet je kiezen tussen óf invloed hebben óf profiteren, en is beiden tegelijk onmogelijk. Dan is het bepalend hoezeer je jezelf laat leiden door ego. Toch is het mooi om van een afstand te zien wat er allemaal in werking is gezet, zoals dit ook zo is met het debat over linkse universiteiten.

Met zoveel herhaling in de verhalen van de migratieactivisten zult u het mij vergeven dat mijn gedachten afdwaalden naar de bovenstaande overpeinzing. Er kwamen ook vluchtelingen aan het woord: helaas hielden sommigen van hen een langdradig en incoherent verhaal (terwijl de tijd voor zoveel sprekers al veel te krap was).

Paul Scheffer & Herman Vuijsje

Paul Scheffer en vooral Herman Vuijsje sprongen er positief uit. Scheffer stelde dat migratie ook een gevolg is van stammenoorlogen: het zou een vorm van “white man’s burden” zijn om te menen dat Europa de verantwoordelijkheid moet nemen voor de onderlinge conflicten van niet-Westerse volken. Ook kan men de Europese wapenhandel niet eenzijdig de schuld geven van migratie als we zien dat Rusland, Iran, Turkije, Amerika en Israël allen bombarderen in Syrië.

Vuijsje voegde toe dat China deals sluit met de corrupte regimes van voormalige Europese koloniën. Deze roofzuchtige deals zouden érg slecht zijn voor de toekomst van die landen: desondanks blijft de bevolking die regimes herkiezen. Wegens deze punten werden beide sprekers echter uitgejouwd door het publiek. Het bewees opnieuw dat de motor van het migratieactivisme draait op morele verontwaardiging en niet op rationele analyses.

Minstens één miljoen migranten naar Europa

Márton Gulyás kwam afsluitend aan het woord: hij is een activist die demonstreert voor meer Soros-universiteiten en meer migranten in Hongarije. Hij wil er minstens een miljoen per jaar. Hier bracht ik tegenin dat hij zijn verhaal baseert op een zwart-wit tegenstelling tussen ‘inclusiviteit’ en ‘xenofobie’, alsof dit de enige smaken zijn.

Ook leidt het spreken in termen van “jaarlijks minstens een miljoen migranten opnemen in Europa”, tot een beleid dat niet vertrekt vanuit een realistische afweging die ook de onvrede van de inheemse inwoners meeneemt. Een miljoen migranten brengt al merkbare cultuurveranderingen teweeg en is nog niet eens één procent van de totale armen in de wereld. Het voert tot een ongestructureerd beleid gebaseerd op willekeur. Wat tot de overweging leidt of het niet veel humaner is om de groei van de wereldbevolking te beperken, dan om grenzeloos mensen in Europa te absorberen.

Als we doen wat Gulyás wil, dan raakt het systeem overbelast door de enorme toestroom en dan zullen willekeurige emoties en het blinde lot bepalen wie wel en niet wordt toegelaten: dat is voor helemaal niemand eerlijk.

Nationaalconservatisme is in opkomst

Daarom stelde ik hem de vraag: “Wat is jouw verhaal naar seculiere minderheden die vluchten uit niet-Westerse landen? Zij willen hier een vrij leven beginnen, maar worden nu geconfronteerd met groeiende enclaves en subculturen waar dezelfde repressieve gebruiken heersen die ze om te beginnen probeerden te ontvluchten. In West-Europa stellen de seculiere en goed-geïntegreerde minderheden zich langzaam maar zeker achter de nationaalconservatieven. Je kunt hen toch moeilijk van xenofobie beschuldigen, of wel soms?”

Omdat de discussie al zover over tijd was heb ik mijn deel van het debat zeer bondig en to the point gevoerd, zoals ik dit heb geleerd tijdens lange vergaderingen in de gemeenteraad. Gulyás praatte over mijn observaties heen door te zeggen: 1. er zijn inderdaad teveel armen in de wereld – hierom is er meer globale nivellering nodig, en 2. er zijn ook Chinese enclaves in Hongarije en dit heeft nooit problemen opgeleverd. Dat raakte verreweg niet aan het punt, maar wat anders valt er te verwachten van iemand die steun van Soros ontvangt? Uiteindelijk vond de aanwezige massa dat Europa tóch schuldig was: dit was tegelijk het einde van de bijeenkomst.

Posted on

“Verräter schlafen nicht” ~ Persoonlijke terugblik op 50 jaar revolutie

“Verräter schlafen nicht”, luidt de wat sinistere titel van het in boekvorm uitgegeven lange interview dat Sebastian Maaß had met de Duitse intellectueel Günter Maschke. In de jaren zestig radicaal links, maar nu overtuigd reactionair. In het linkse kamp krijgt zo’n bekeerling (‘renegaat’) al snel de titel ‘verrader’. “The left is an authoritarian movement that wants total compliance with its dictates with severe punishments for those who disobey,” aldus Daniel Greenfield.

Er valt niet te ontkomen aan ’50 jaar na 1968′. De media staan bol van de terugblikken, interviews, analyses en documentaires van de westerse studentenopstanden. Vorig jaar de ‘Summer of Love’, nu ’50 jaar na de Barricaden’. 2018 betekent niet een afrekening van 50 jaar ideologische verdwazing, een streep er door en er onder, maar eerder een weemoedig terugblikken. De wetenschappers en journalisten die dankzij hun “lange mars door de instellingen” hun huidige posities hebben toegeëigend, zien namelijk hun politieke idealen als zand door hun handen wegglippen. De linkse façade verkruimelt.

2018 is voor deze auteur ook een mooi moment om een streep onder zijn linkse verleden te zetten. Een ‘Afscheid van domineesland’*, met een hat tip naar Menno ter Braak. Want ‘predikers’ zijn het, die linkse ideologen, vergadertijgers, apparatsjiks en activisten, die van ons land een nachtmerrie hebben gemaakt. Ze hebben het onderwijs verwoest. Decennialang hebben ze daadwerkelijk vernietiging en terreur uitgevoerd, nu worden ze hysterisch over haat-symbolen. Ze hebben het christendom uit het publieke leven gebannen. In een poging het daadwerkelijk uit te roeien. Ze hebben hun eigen kansels gecreëerd of veroverd, om van daaruit hun zedenpreken over het schijnbare racisme en schijnbare patriarchale karakter van de Nederlanders te verkondigen. Ze maakten hun eigen Tien Geboden en vaardigden hun eigen dogma’s af: gij zult geen onderscheid maken; gij zult iedere vreemdeling met open armen ontvangen; gij zult geen auto rijden (behalve een Volvo, want die wordt in het linkse paradijs Zweden gemaakt); gij zult eeuwig boetedoening doen over de slavernij; gij zult iedere godsdienst met respect bejegenen, behalve de christelijke. Enzovoorts. Ze kenden hun eigen heiligenpantheon: Castro, Che Guevara, Mao, Ho Chi-min, Baader, Meinhof, Mandela, e.a. Onder leiding van domineeszoon Freek de Jonge en ex-priester Huub Oosterhuis trok het progressieve volksdeel door de burgerlijke woestijn richting het rode land.

Ondergetekende marcheerde enkele decennia mee achter de rode en zwarte vaandels. Hij hield er zelfs een betaalde baan aan over, bij een van de vele gesubsidieerde instellingen die de ‘rooie rakkers’ in snel tempo oprichtten en financierden met heel veel zakken belastinggeld. In de rode wereld lopen opvallend veel ex-gelovigen rond, die deels door een politieke uitleg van de bijbel – de erfenis van de jaren zestig en de vele bevrijdingstheologieën die nadien als paddenstoelen uit de grond opkwamen – een andere roeping gingen volgen. Schrijver dezes was er een van, hoewel ik mij niet meer kan herinneren dat ik politieke theologie heb gehoord. Zo subtiel ging dat. Toch is ergens dat linkse zaadje geplant en tot wasdom gekomen.

Sentimentaliteit speelde (en speelt) een belangrijke rol in het linkse denken, naast ressentiment. Dieren en de minder bedeelden zijn al snel zielig. Dat was voor mij ook de ingang tot het linkse denken. En al snel moet dat (linkse) paradijs hier op aarde en wel binnen afzienbare tijd gerealiseerd worden. “Progressives are so enthralled by their dreams of a heaven on earth that they see those who oppose their dreams as evil, which is why they hate them,” schrijft David Horowitz. Een stroom van boeken en tijdschriften vergiftigde het denken. Common sense en een natuurlijk besef dat het een en ander absoluut niet klopte, werden verdoofd en ter zijde geschoven met veel alcohol. Waar echte arbeiders voor de Tweede Wereldoorlog trots lid waren van de Blauwe Knoop, sponsorden de linkse activisten van de afgelopen decennia de bierbrouwers. Een voorbehoud ter verdediging: ik heb altijd een zwak gehad voor goed geklede mensen, droeg zelf meestal een wit overhemd en bezat meerdere paren nette herenschoenen. Heel fout, maar dit terzijde.

Begiftigd met een vlotte pen, verschenen al snel opinies en beschouwingen in de diverse linkse ‘zines’ (links codewoord voor tijdschriften). Een paar nachten in een kraakpand genazen mij al snel van dit fenomeen: smerig, koud en uiterst totalitair (zeep gebruiken was uit den boze, want burgerlijk). Er zijn heel wat voetstappen gezet in demonstraties voor welk goed doel dan ook (hoewel ik nog steeds achter de uitgangspunten van mijn allereerste demonstratie sta, het behoud van de kinderboerderij). Affiches en stickers plakken, Zuid-Afrikaanse straatnamen hernoemen met zelfgemaakte borden, en vooral continu opzoek naar fascistische tendensen in de samenleving. En fascisme was voor ons een héél breed begrip. Ik herinner me nog het schema op A1-formaat met alle verbindingen en dwarsverbanden van wat wij extreemrechtse organisaties en personen vonden. Ter illustratie: de EO stond, naast Janmaat en Glimmerveen, in dat schema… Kortom, het fascisme was overal.

Tot die avond toen de VPRO nota bene, het lange interview van Wim Kayzer met Roger Scruton uitzond. Een revelatie in de ware zin van het woord! Eindelijk een persoon die precies verwoordde wat ik al lang dacht, maar niet kon – en durfde! – verwoorden. En ook nog iemand met goede manieren. Het begin van een politieke bekering, die liep via de Edmund Burkestichting – ik was aanwezig op de oprichtingsbijeenkomst – en Catholica tot het conservatief-reactionaire denken van Sezession. Maar echt afscheid nemen van het (radicaal) linkse denken was niet aan de orde. Gebrek aan durf, lafheid? Of simpelweg “wiens brood men eet, diens woord men spreekt”? Want dat linkse denken, na decennia ondergedompeld te zijn, valt niet een-twee-drie uit te roeien. Het rode monster laat zich niet zo gemakkelijk verslaan. Het is hardnekkiger (en minder fraai) dan Zevenblad.

“I fought with my twin, that enemy within”, zingt Bob Dylan. Links denken betekent een hersenspoeling. Dat moet ook wel, want de common sense van ieder mens weet van nature dat wat links wil, niet kan. En toch gebeurt het. De vlotte pen bood nog steeds zijn diensten aan. De fascisme-radar werd (tot voor kort) niet buiten werking gesteld. En dat resulteerde in artikelen waarin bepaalde katholieke organisaties (Civitas) ontleed en op de korrel werden genomen. Maar ook rechtse politici en opiniemakers (Baudet en Prosman) werden aan een genadeloze analyse op papier onderworpen. Paranoia alom.

Terugblikkend is het lastig om een verklaring te geven. Het eerder genoemde ressentiment speelt zeker een rol. Naast een zucht naar erkenning. En geestelijke luiheid, want een eenmaal getrokken spoor verlaten is hard werken. De sentimentaliteit – de bron waar alles begon – valt ook niet te onderschatten. Het is een bizarre paradox: (radicaal) links is keihard, maar het leeft van zieligheid: zielig diertje, zielige vluchteling, zielige homo, etc. De ‘bruikbare idioten’ (Vladimir Lenin) vallen massaal voor die paradox. Vanuit het (res)sentiment – en misplaatste loyaliteit – andersdenkenden genadeloos aanpakken. Het ontbreekt links inderdaad aan goede manieren.

Goede manieren houdt ook ‘rekenschap geven van’ in. Bij deze de op schrift en aan het publiek gestelde werdegang. Ik wil namelijk eindelijk weer eens goed slapen.


* De typering is uiteraard niet correct en heeft in deze beschouwing ook een geheel andere betekenis dan Ter Braak bedoelde. Want voor de echte dominees licht ik mijn hoed met diep respect.

Posted on

Wat is chaos? Een cultuur-filosofisch gesprek

Na eerder de vraag ‘Wat is cultuur?‘ uitgediept te hebben, voerden Wim van den Bergh van de Batavieren Podcast en uitgever en filosoof Tom Zwitser onlangs opnieuw een uitgebreid gesprek met elkaar. Nu vanuit de tegenovergestelde benadering: ‘Wat is chaos?’ Dit mede naar aanleiding van dingen die de Canadese hoogleraar psychologie en cultuurcriticus Jordan Peterson daar enige tijd geleden over zei op de conferentie van De Nederlandse Leeuw.

“De vraag wat chaos precies is”, aldus Zwitser “is heel interessant, want niemand heeft daar direct een beeld bij. Hooguit zou je kunnen zeggen: chaos is een gefragmenteerde orde of datgene wat eerst ordelijk in elkaar zat, maar versplinterd is of kapot is. En dat ervaar je als chaos. Maar chaos zelf? Wat kan chaos nou zelf zijn? Dat is eigenlijk veel lastiger.”

Het gesprek van zo’n anderhalf uur is hier te bekijken:

Tom Zwitser ~ Heerlijke platte wereld

 

Posted on

Talkshows en hun rol in het publieke debat

Hank Johnson heeft vannacht slecht geslapen – als expert in radicalisering is hij gevraagd voor een talkshow en vermoedt nu wat hem boven het hoofd hangt. Zijn opponent zal betogen dat West-Europeanen de gruwelijke aanslagen toch vooral aan zichzelf te wijten hebben. Racistische standbeelden en naamsverwijzingen naar J.P. Coen, Maurits en Michiel de Ruyter, zijn tekenend voor een cultuur die onvoldoende met een eigen duister verleden heeft afgerekend.

De theorieën die Hank moet aanhoren vallen in de UvA-breinen allemaal logisch in elkaar, zoals legoblokjes die solide worden vastgeklikt. Het valt hem op hoe een mooie blondine in het publiek glimlacht bij elk woord van zijn opponent, maar afkeurend nee-schudt wanneer haar kampioen tegengas krijgt. Wat de vragen betreft gaan alle inkoppertjes naar het tegenkamp en alle kritische naar Hank.

Dit spel duurt een tijdje voort totdat Hank een vermoeidheid voelt opkomen. Zijn aandacht glijdt weg van het debat, dat al met al niet verder komt dan “kauwgom voor een lege geest”. Plots schiet hem te binnen wat een columnist onlangs verwoordde:

“De items zijn kort en als ze al enige diepgang hebben, dan moeten ze snel weer naar de oppervlakte worden gebracht met een fragmentje, een grap of de oninteressante mening van één of andere derderangs artiest die ook aan tafel is beland om een cd’tje te pluggen. En het inteeltgehalte is enorm. De talkshow hosts en hun sidekicks kennen hun gasten vaak persoonlijk, al dan niet via half-aristocratische liefdes- en huwelijksverbanden of het netwerk van een politieke partij.”

De acute werkelijkheid dringt weer tot Hank door wanneer de presentator hem tot de tweede keer toe om een antwoord maant. “Oplossingen!” dringt de presentator aan: “Altijd dat kritische, dat zure horen we overal al. Formuleer het eens positief. Biedt eens een oplossing!” Hanks glazige blik keert terug naar het tafelgesprek: hij besluit het over een andere boeg te gooien. Plots spreekt hij met een ijzeren zelfverzekerdheid.

“Discussies ‘om tot oplossingen te komen’ zijn fundamenteel zinloos.”

De presentator kijkt hem onbegrijpend aan. Hank laat een stilte vallen – alle aandacht is nu op hem gericht. Hij spreekt verder.

“Want welke kant er opgedacht kan worden qua oplossingen, staat of valt met het kenschetsen van het probleem, en dus met hoe klein of hoe groot je dat maakt. En zo komen we bij ons uit – bij de talkshows en hoe er hier gesproken wordt. Mainstream media debatplatforms bepalen het frame waarin het probleem wordt geperst en welke woorden er worden gebruikt. Spreekt men van ‘rellen’, ‘ongeregeldheden’, of ‘baldadigheid’? Niet de feiten maar de toonzetting bepaalt het probleem, en daarmee de oplossingsrichting.”

“Wat bedoelt u? Maak het eens concreet!”

“Een probleem zoals professor Ruud Koopmans constateerde – dat zo’n veertig tot vijftig procent van de moslims in Europa opvattingen koestert die ronduit fundamentalistisch zijn – wordt teruggebracht tot de integratieproblemen in een wijk die toevallig in het nieuws is. In die wijk wordt het weer teruggebracht tot een groep hangjongeren en tot slot tot één specifiek ontspoord gezin. Daar wordt dan een buurtcoach op gezet. En zo is de constatering van Koopmans weer uit beeld en moddert men verder. De aannames achter het gevoerde beleid worden op een grotere schaal nooit wezenlijk betwijfeld, laat staan heroverwogen. Het publieke debat zoals het vandaag wordt gevoerd is er niet om dit te veranderen, maar dit te bestendigen.”

De presentator en het publiek kijken verbijsterd en lijken compleet overrompeld terwijl Hank doorpraat.

“En daarom heb ik dus totaal geen zin in een discussie over oplossingen. Oplossingen die écht werken, zijn in de huidige maatschappelijke situatie onbespreekbaar. Als je ze ter sprake brengt, wordt je direct in de hoek van Wilders gedreven, er volgen Breivik-vergelijkingen en vervolgens kun je een maatschappelijke loopbaan wel vergeten. Daarom vormen ‘oplossingen’ het minst interessante deel van iedere huidige maatschappelijke discussie. Allereerst zal een totale omzwenking in het denken nodig zijn: een nieuw denkraam moet zich ontsluiten – een wenkend paradigma dat zich openbaart.”

De presentator knipperde met zijn ogen. Met stomheid geslagen overwoog hij om te vragen wat een paradigma precies was. Voordat hij het moment kon pakken ging Hank door.

“Maar aan zo’n nieuw denkraam komen we dus nooit toe, want de publieke discussie is het voorportaal van hoe er in dit land wordt gedacht. Zowel qua beleidsrichtingen als de mening van het brede publiek. En wie zitten er aan deze tafels om de problemen te duiden? Mensen uit dezelfde netwerken. Dezelfde kringetjes. Ze zien elkaar op de sportschool en bij dezelfde cocktailfeestjes. Ons kent ons – ze hangen ronduit hetzelfde wereldbeeld aan: dat wereldbeeld is linksliberaal, postmodern en georiënteerd op het leefpatroon van de grootstedelijke wereldburger.”

“Wat bedoelt u precies met dit wereldbeeld?” wilde de presentator weten.

“Daarmee bedoel ik: patriottisme is vies en ruikt naar spruitjeslucht. Migratie als maatschappelijk fenomeen is daarentegen geweldig maar individuele migranten moeten niet te dichtbij komen. Diversiteit is gaaf – zolang het gaat om diversiteit van kleur en geaardheid maar niet qua opvattingen. Want dat werkelijke diversiteit leidt tot onverzoenbare wereldbeelden waartussen afgrondelijke spanningen bestaan, dat wil de kosmopolitische talkshowklasse niet horen. In hun denken zijn we aan het ‘einde van de geschiedenis’ aanbeland: de globalisering zou leiden tot een wereldwijde metropolische eenwording. Iedereen dezelfde consumentenleefstijl met hooguit wat smaakaccenten qua kledingkeuze en muziekvoorkeur.”

De presentator fronste zijn wenkbrauwen. “Wie heeft daar baat bij? Hoe ziet het bestuur eruit?”

“Ze zien die metropolische maatschappij voor zich met technocraten aan het roer. Specialisten die zich boven politiek, boven levensbeschouwing en zelfs boven de volkssoevereiniteit verheven achten. Zij besturen ons met algoritmes, positiviteitstrainingen en reclametechnieken. Loop ons niet voor de voeten en verder panem et circenses. Wie dit spel eenmaal doorheeft kan twee dingen doen. Ofwel je trekt je terug uit de publieke discussies en gaat compleet off the grid. Ofwel je speelt mee. Je lacht van je af en slaat elkaar amicaal op de schouders – wie tsjakka-peptalk uitslaat mag ook aan talkshowtafels plaatsnemen. Je verandert in een vervalsing van jezelf.

Als je in waarheid wil leven en dit allemaal aankaart, dan wordt je uitgekotst en is je carrière geruïneerd. Hoe geleerd je ook bent: je zult worden buitengesloten. Dan wek je de toorn van de elite en krijg je de afgunst van de massa over je heen.”

“Verklaar u nader. Wat bedoelt u met ‘de toorn’ en ‘de massa’?”

“Ik doel op uitsluiting. Diezelfde bullebakken die vroeger de slimme kinderen in de klas klein hielden, worden nu ingezet om de critici van het bestel belachelijk te maken. Ondertussen worden we vastgeklemd door een krab met twee scharen. Enerzijds betekent migratie terreurdreiging: dit biedt de instituties de perfecte gelegenheid om veiligheidsmaatregelen te nemen en hun macht te concentreren. Anderzijds ontstaat paranoia omdat het juist zo stil is rond het jihadisme. Als er weer treinen onverwachts vertraagd zijn of camera’s plots geen beelden hebben, weten we nooit wat er écht heeft gespeeld. De elite heeft er immers belang bij om de eigen macht te vergroten, maar ook om het deksel op de pot te houden. In de praktijk betekent dit schaarwerk een informatieachterstand voor burgers.”

“Dat is een somber verhaal. Wat ziet u als uitweg?”

“Zoals Peter Sloterdijk heeft geconstateerd: voordat je ook maar iets kunt doen, moet je eerst boos worden. De gevestigde orde is zich hiervan bewust, vandaar overal de voortdurende nadruk op positiviteit. Terugkomend op de oplossingen – tegen deze keten van belangen en processen is niets te doen tenzij mensen een soort van revolutie op touw zetten. Een revolutie in naam van bezield politiek staatsburgerschap. Om duidelijk te maken dat het volk meer is dan ongeletterde tokkies of schaapachtige consumenten die de hand van hun herder nodig hebben. Maar zo’n opstand, dat durven de mensen niet aan.”

“Waarom niet?”

“Burgers kijken om zich heen en beseffen dat ze hun medeburgers hiervoor onvoldoende vertrouwen. Brood en spelen, verdeel en heers hebben hun werk gedaan. Onze onderlinge banden zijn slap: familiewaarden zijn verzwakt, verenigende tradities zijn uitgewist en heroïsche voorbeeldfiguren worden neergezet als autoritaire witte mannen. Zelfs het leidende cultuurgoed wordt verdacht gemaakt en opgebroken in kleine compartimenten – hierbij komen activistische minderheidsgroepen goed te pas. Zij dienen om het volk tegen zichzelf uit te spelen – alles om een samenballing van opstandige elementen te voorkomen.

Specifieke woorden raken omstreden en gaan voor verschillende groepen iets heel anders betekenen. Tot op het punt dat gesprek en overreding niet meer mogelijk zijn: wie zich rationeel opstelt wordt direct als immoreel afgeschilderd, zoals we onlangs zagen bij het tv-debat tussen Jordan Peterson en Cathy Newman. Gesteund door de mediatycoons en verblind door social justice warrior-ideologie zag ze het als haar missie om de kijkers te leren wat zij van Peterson moeten vinden.

Kortom: door immigratie en identiteitspolitiek verstaat men elkaar niet meer. Groepssolidariteit ontbreekt en sociaal atomisme blijft over. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn we voorgeprogrammeerd op een Brave New World, die nu aanstaande is. De talkshows en de televisie hebben hierin de voortrekkersrol gespeeld.”

“Wat zal er nu gaan gebeuren?”

“Nu een steeds groter deel van het volk via internet zelfstandig informatie zoekt, wordt ook die toegang gesaboteerd. Men trekt de shaming-tactieken uit de kast. ‘Nepnieuws!’ ‘Russische propaganda!’ Dergelijke kreten worden in de media rondgepompt terwijl zich kartels vormen tussen de politieke leiders, topambtenaren en de CEO’s van Silicon Valley. Als gevolg worden kritische mediaplatforms onvindbaar op sociale media en onzichtbaar in zoekresultaten. Als je kanaal eraf wordt gegooid krijg je 100 tekens ter beschikking om een bezwaar te formuleren. Deze ondoorzichtige bureaucratie betekent enerzijds totale willekeur en anderzijds toenemende regulering.”

“Waar leest u dit aan af?”

“Ik lees dit af aan liberale partijen die de bureaucratie bestrijden maar er ondertussen mee versmelten. Nu gaan cryptocurrencies de taboesfeer in, uiteindelijk gevolgd door cash – men mag de tentakels van het kartel niet meer kunnen ontwijken: men moet en zal gelijkgeschakeld worden in de administratieve moloch. Zo sterft het vreedzame verzet een stille dood nog voordat het zich kan organiseren.

Let wel – dit zal allemaal gebeuren in naam van gelijkheid, democratie, transparantie en dat soort taalgebruik. Van deze gelijkschakeling was PRISM een voorbode – de voltooiing zal worden opgediend met een sausje van fluïde en ongrijpbare opwekkingsretoriek zoals we al kenden van Obama. Brave New Worldhere we come. Al met al concludeer ik dat het in deze situatie onzinnig is om te speculeren over ‘oplossingen’ – het overkoepelende maatschappelijke verhouden waarbinnen dit speculeren plaatsheeft is zelf een probleem.”

De presentator en het publiek luisterden met open mond. Er viel een absolute stilte – verbijstering overheerste het moment. Maar ieder moment – hoe briljant ook – duurt slechts een moment. “Okay, en nu is het tijd voor de reclame! Maar eerst de nieuwe hitsingle…” De talkshow rondom Hank denderde verder. Over tot de orde van de dag. Tot de volgende dag.

Als «toetje» voor de liefhebbers.

Posted on

Hoedt u voor de (pre-/post-/haat-)feiten! Verwijt van ‘post-truth’ keert als boemerang terug

Het is een kleine wereld; terwijl de BBC ‘post-truth’ tot ‘woord van het jaar’ uitriep, werd het in Duitsland ‘postfaktisch’, waarmee in feite het zelfde bedoeld wordt. Daarmee lijkt het sleets geraakte begrip ‘populistisch’ een broertje te hebben gekregen.

Of het begrip even bruikbaar is om iedere oppositie weg te zetten als ‘populistisch’? Ik heb zo m’n twijfels. Het woord populist heeft het immers tot zo’n grote populariteit gebracht, omdat het zo’n vaag begrip is. Niemand kan goed afbakenen wat het begrip nu eigenlijk betekent en pogingen daartoe leveren steeds andere definities of meningsverschillen over de toepassing ervan op. Dat is echter precies wat het woord zo bruikbaar maakt, het begrip is zo rekbaar als de vroegere banvloek ‘fascist’ (Let op: Flink sissen bij het uitspreken!), waarmee stalinisten allen die niet in hun kraam pasten, tot de goelag veroordeelden – van de sociaaldemocraten (“sociaalfascisten”) en de liberalen (“Achter het fascisme staat het kapitaal”) tot de christendemocraten (“clericaal-fascisten”). Met het verwijt een “populist” te zijn, kan men kortom naar believen iedere andersdenkende tegen de vlakte slaan, zonder iets concreets tegen hem te hoeven houden. Op voorwaarde dat men de overmacht van de massamedia in handen heeft uiteraard.

Met begrippen als post-truth en postfaktisch is dat echter niet zo eenvoudig. De betekenis daarvan is gemakkelijk te verstaan als de houding van iemand die zijn mening vanuit zijn onderbuik verkondigd zonder zich van de feiten iets aan te trekken. Gevolg is dat, waar men het begrip populistisch naar believen op kan rekken, het begrip postfaktisch als een boemerang terug kan keren.

Dat gebeurde bijvoorbeeld Kai Gehring, lid van de Duitse Bondsdag voor de Groenen, in het RTL-programma ‘Der Heisse Stuhl’. Daar paarde hij, waarschijnlijk hopend op meer effect, de twee begrippen aan elkaar toen hij Thilo Sarrazin als “postfaktische Populist” wegzette. Dat kon natuurlijk niet goed gaan, wie ook maar vluchtig iets van Sarrazin gelezen heeft, die weet dat de publicaties van de bankier bol staan van de feiten, cijfers, meetbare gegevens. Om deze man minachting voor feiten te verwijten is zo ongeloofwaardig als Moeder Theresa een gebrek aan geloof te verwijten, of te veronderstellen dat Metternich niets van diplomatie begrepen had – ronduit belachelijk.

Slimmere tegenstanders van Sarrazin leggen zich er dan ook liever op toe hem kwade bedoelingen toe te dichten, waartoe hij zijn feiten zou ‘misbruiken’ – wat ze aan de andere kant van de grote plas wel ‘hate facts’ noemen. Maar Gehring wilde zo graag het nieuwe modewoord eens van stal halen dat hij op zijn smoel ging.

Sarrazin kon achteroverleunen en zijn vier aanklagers met één hand op de rug en vervelende feiten in de andere neer maaien. Bijvoorbeeld: “Toen ik in Berlijn senator (wethouder/schepen, red.) was, waren 80 procent van de mannelijke gedetineerden in jeugdgevangenissen van Arabische en Turkse afkomst.” Op dit punt aangekomen is het gebruikelijk om maatschappelijke factoren ter sprake te brengen: Ze zitten in de gevangenis omdat ze gediscrimineerd worden, te weinig kansen krijgen enzovoort. Deze draai probeerde Gehrings bondgenoot Khola Maryam Hübsch te aan de discussie te geven, waar ze overigens een janboel van maakte. De islamitische boekauteur waarschuwde dat men bij de grijpers van Keulen ook de factor moet verdisconteren dat zij niet zo rijk zijn als de gemiddelde Duitser, steekwoord: ‘benadeling’. Maar wat wil ze daarmee nu eigenlijk zeggen? Dat arme mensen fundamenteel meer geneigd zijn tot moreel verwerpelijk daden dan mensen met een dikkere bankrekening? In betere tijden had oprecht links haar daarvoor gelyncht vanwege verachting van de onderklasse of ‘klassenstrijd van boven’. In het tv-programma protesteerden tenminste de toeschouwers in de studio hoorbaar.

De twee andere Sarrazin-aanklagers, presentatrice Annabelle Mandeng en Arnold Plickert van de politievakbond, vermaakten het publiek ondertussen met adembenemende (fake) nieuwtjes. Zo wierp Mandeng tussen dat “Ook Duitse jongeren zich zo zouden kunnen gedragen als jonge mannen in Oudejaarsavond.” Nee, heus? Dat klopt natuurlijk, zoals ook Mandeng zelf zich aan ieder vergrijp waartoe ze fysiek en psychisch in staat is schuldig ‘zou kunnen’ maken. Van doorslaggevende betekenis is echter dat ze dat nooit gedaan heeft, zoals de politie destijds ten aanzien van Keulen van een misdrijf sprak dat nog niet eerder is voorgekomen in Duitsland. De  presentatrice opereert zogezegd ‘pre-feitelijk’. Ze argumenteert met ‘feiten’ voordat deze überhaupt plaats hebben gevonden. De man van de politievakbond maakte vervolgens een ongelooflijk saaie omtrekkende beweging door iets recht te zetten dat Sarrazin nooit gezegd had: “Slechts zeer klein deel van de vluchtelingen is crimineel.” Je meent het!

Moraal van het verhaal: ‘Postfaktisch’ is als begrip om politieke opponenten de mond te snoeren niet alleen nu al bot, het gebruik ervan kan zich ook tegen je keren. Dat geldt in het bijzonder voor degenen die dit nieuwe wapen zelf in stelling hebben gebracht, de verdedigers van de ‘politieke correctheid’. Want juist die ‘correctheid’ stoelt op de veronderstelling dat men met feiten ‘gevoelig’ om moet gaan. Zeg, feiten ofwel te versluieren: “Ach, weet u, dat ligt allemaal heel gecompliceerd.” Dan wel de feiten volledig onder de mat te schuiven.

Daarmee nemen de verdedigers van de politieke correctheid echter geen genoegen. Ze willen bovendien dat de gewone mensen met hun verachtelijke ‘borrelpraat’ ook niet meer over de ‘verkeerde’ feiten spreken. Maar hoe pak je zoiets aan? Daarvoor heeft de Noord-Duitse publieke omroep NDR een goed idee: Wanneer men bepaalde woorden uit het spraakgebruik verbant, dan verdwijnt al snel ook de waarneming van de zaak die het woord beschrijft, zo veronderstelt de staatszender. ‘Uit de woordenschat, uit de onderbuik’, luidt het devies. De NDR-schrijfster beklaagt zich over “rechtse taal in de media”, waar tegen zij zich in het verweer stelt, door een zwarte lijst aan te leggen van woorden die niet meer gebruikt zouden mogen worden – zoals “vluchtelingengolf” of “vluchtelingenstroom”. Hier zou sprake zijn van “dehumaniserende watermetaforen”. Ach toch! Geldt dat ook voor de zomerse “toeristenstroom” of steeds terugkerende “modegolven”? Worden de reizigers door deze metafoor ‘gedehumaniseerd’? Komt de voorjaarscollectie ons als bedreiging voor omdat ze als een golf verschijnt? Lastige vragen, haatvragen! Ook “bovengrens” mag niet meer gezegd worden, want dat “stelt een natie als een vat met een beperkte ruimte voor”, aldus de NDR. De Duitse natie is met andere woorden strikt te verstaan als een “vat met onbeperkte ruimte”. Als ik het goed heb, was er in Berlijn ooit een Oostenrijker aan het bewind die van iets dergelijks droomde.

Maar dat is nog niet alles, want verderop in het stuk kom de cognitiewetenschapper Elisabeth Wehling aan het woord, die uitlegt waar het werkelijk om gaat: Met ieder woord worden in de hersenen “bepaalde duidingskaders geactiveerd, en deze duidingskaders  zeggen u dan hoe een zaak is”. Daar hebben we het dan eindelijk: Het komt er helemaal niet op aan ‘wat’ een zaak is (feiten), maar veeleer ‘hoe’ we die zaak moeten zien, op de correcte wereldbeschouwing dus. En daar hebben de hoeders van de taal een zeer belangrijke taak, die George Orwell reeds in zijn roman ‘1984’ beschreef. Daarin werkt een heel ministerie er aan de taal steeds zo om te vormen dat ze in het ‘duidingskader’ van de regeringspropaganda past.

Posted on

Europeanen weten niet wat oorlog is

Onderstaande tekst is een vertaling van fragmenten uit twee interviews van Boulevard Voltaire met Alain de Benoist, die op 18 en 29 november gepubliceerd werden. De schrijver, politiek-filosoof en journalist Alain de Benoist is een van de beeldbepalende personen van de Franse Nouvelle Droite.

Na de terroristische aanslagen in januari 2015 gingen miljoenen mensen de straat op en zeiden: “Ik ben Charlie!”. In de dagen na de aanslag van 13 november 2015 waren er slechts een paar manifestaties, maar wel één van ‘nationale rouw’ voor het Hôtel des Invalides. Vanwaar dit onderscheid?

Benoist: In januari hebben islamitische terroristen journalisten vermoord die ze ‘blasfemie’ verweten, en aansluitend Joden, met als enige reden dat het Joden waren. In dat geval was het voor de demonstranten, die goeddeels journalisten noch Joden waren, eenvoudig zich solidair te verklaren. De aanslagplegers van 13 november hebben daarentegen de bezoekers van de ‘Bataclan’ zonder onderscheid afgeslacht. Met deze ijskoude douche wilden ze ons laten zien, dat een ieder van ons een potentieel doelwit is. Ook al waren de daders in beide gevallen ‘geradicaliseerde’ criminelen, de boodschap was niet dezelfde. De aanslag op Charlie Hebdo had een religieuze achtergrond, die op de ‘Bataclan’ een politieke. De terroristen van 13 november hebben vergelding geoefend voor onze militaire betrokkenheid in Syrië. [De Franse president, François] Hollande heeft dat heel goed begrepen: Hij beval de luchtmacht per ommegaande, hun inzet te intensiveren, terwijl hij tegelijkertijd een groots opgezette diplomatieke rondgang ondernam. Zoals Dominique Jamet opmerkte: “We kunnen niet in een ver land oorlog voeren en in ons eigen land vrede hebben.” Wij voeren oorlog bij hun, zij voeren oorlog bij ons. Zo simpel is dat.

‘Nu is het oorlog!’ kopte Le Parisien de dag na de aanslagen van 13 november. “We bevinden ons in oorlog”, stelde ook premier Manuel Valls. Deelt u die mening?

Benoist: Natuurlijk. Maar waarom zou je nog extra benadrukken wat voor zich spreekt? Het eigenlijke probleem is dat we ons weliswaar in een oorlogssituatie bevinden, maar dat veel Fransen er überhaupt geen voorstelling van hebben wat dat eigenlijk betekent. Ze hebben op de tragedie geantwoord met de conventionele slagwoorden, die in de humanitaire, de sentimentele of de kinderlijk bescherming-zoekende categorieën vallen. Ze houden 1-minuut-stilten en steken kaarsjes aan, niet anders dan wanneer er een schietincident in een school plaats heeft gevonden, een vliegtuig is neergestort of een aardbeving heeft plaats gevonden. Ze verklaren dat ze ‘zich niet bang laten maken’, terwijl ze op ieder vals alarm als bange konijntjes reageren.  Er heersen angst, onzekerheid, psychose. Uiteindelijk verklaart men de aanslagen als een ontketening van onbegrijpelijk geweld, waarvan de auteurs ‘de dood liefhebben’ en de slachtoffers ‘het leven liefhebben’. Dit vocabulaire, deze houding, deze reacties zijn niet die van een volk dat begrepen heeft wat oorlog is.

Waar komt dit gebrek aan inzicht in de situatie vandaan?

Benoist: Ten eerste hebben we met een bijzondere combinatie van conventionele grondoorlog en terrorisme te maken, waarbij de vijand zijn strijders deels in ons eigen land rekruteert. Bovendien heeft niemand de Fransen toereikend uitgelegd waarom ze zich aan de zijde van de Amerikanen in een conflict tussen soennieten en sjiieten zouden moeten mengen, of waarom we hardnekkig iedere samenwerking met Syrië en Iran weigeren, die IS op de grond bestrijden, terwijl we tegelijkertijd de oliedictaturen aan de Golf het hof maken, die de jihadisten direct of indirect ondersteunen. Een dergelijk gebrek aan helderheid is voor het begrip niet bepaald bevorderlijk.

Nu klinkt het alsof de bereidheid tot verdediging een kwestie zou zijn van een redelijk uitgelegde reden voor de verdediging…

Benoist: Nee, de echte reden is natuurlijk een andere. Afgezien van de dekolonisatieoorlogen (Indochina, Algerije) leeft Frankrijk al 70 jaar in vrede.Dat betekent dat drie generaties de oorlog niet meer kennen, hem nooit beleefd hebben – een in de geschiedenis ongeziene situatie. In de collectieve voorstelling van de Europeanen is er geen oorlog meer, of preciezer gezegd: is er ‘bij ons’ geen oorlog meer. Ondanks de gebeurtenissen die Joegoslavië verscheurd hebben en ondanks de Oekraïne-crisis denken ze dat oorlog in Europa iets onmogelijks is geworden. Ze verbeelden zich dat het Europese opbouwproject een toestand van vrede heeft geschapen die eeuwig zal voortbestaan. Natuurlijk weet men dat het Franse leger in verschillende landen ‘missies’ uitvoert, maar men doet alsof men daar niets mee te maken heeft. Daarom spreken we ook van ‘apocalyptische scènes’ om de aanslagen te beschrijven, waarbij 130 slachtoffers vielen. Als dat ‘apocalyptisch’ is – wat blijft er dan nog aan woorden over om tijden als de Eerste Wereldoorlog te beschrijven, waarin op één dag 20.000 mensen om konden komen? We moeten begrijpen dat de vrede een fragiele zaak is en nooit de natuurlijke, vanzelfsprekende toestand van een maatschappij kan zijn. Ook in Europa.

De oude droom om ‘de oorlog af te schaffen’ blijft echter bestaan, hoewel er sinds de officiële afschaffing van de oorlog meer oorlogen op de wereld plaats vinden dan ooit tevoren.

Benoist: Dit is de geest van die pacifisten die ‘de oorlog bestrijden’ willen, zonder op te merken hoe paradox die leus is. Pacifisme betekent echter geenszins vrede, veeleer in tegendeel! In zijn in 1795 gepubliceerde verhandeling Zum ewigen Frieden verklaarde Kant de ‘eeuwige vrede’ tot postulaat van de praktische rede: “Nun spricht die moralisch-praktische Vernunft in uns ihr unwiderstehliches Veto aus: Es soll kein Krieg sein.” Men ziet, dat dit een vrome eed veronderstelt, want als het mogelijk was in de praxis om te zetten wat zich slechts in het bereik van de zuivere rede openbaart, dan zou er geen grond zijn om nog aan het onderscheid tussen empirie en metafysica vast te houden. Het Kantiaanse project stelde in werkelijkheid de metafysica boven de praxis. Vrede kan echter niet zonder oorlog gedacht worden en oorlog niet zonder vrede.

Wat betekent dat voor de politiek?

Benoist: Oorlog zal altijd een mogelijkheid blijven. Het zal ons nooit lukken zijn oorzaken te doen verdwijnen, aangezien we geen volledige controle kunnen hebben over de veelvoudige tegenstellingen en onverenigbaarheden, die voortkomen uit de aspiraties, waarden, belangen en plannen van de mensen. Ook de afschaffing van de natiestaat zou daar niets aan veranderen: In een ‘wereldstaat’ zouden de oorlogen tussen staten simpelweg vervangen worden door burgeroorlogen. We kunnen een vijand niet laten verdwijnen door onszelf tot vredesapostelen te verklaren, maar alleen door ons als sterker te bewijzen.

De ‘Islamitische Staat’ maakt geen geheim van haar verachting voor de westerse beschaving, die ze voor decadent houdt. Wat vindt u daarvan?

Benoist: De decadentie van het huidige Westen is een feit. Het klopt eveneens dat de interventies van het Westen in het Midden-Oosten sinds 1990 burgeroorlogen en chaos hebben voortgebracht. Onze defecten verheerlijken zou echter het slechtst denkbare antwoord zijn. In tegendeel, het is onze decadentie, die ons op suïcidale wijze eraan herinnert, dat we ons tegen het jihadisme moeten verweren. François Hollande moedigde ons al kort na de aanslagen in januari aan om te blijven ‘consumeren’, en onlangs beval hij het zoeken van ‘amusement’ aan. De ceremonie voor Des Invalides bespeelde de emoties van de mensen, maar het was geen oproep tot de strijd. Met variété-schlagers zullen we geen moed en wilskracht voortbrengen. Zoals Olivier Zajec schreef: “Het zijn de naties, en niet de consumptie of de moraal, die de wereld weer een vorm en een zin geven.” Oorlog is een verwijzing naar anderen die ook een verwijzing naar zichzelf impliceert. Dat wil zeggen: “Als we willen onderkennen wat onze belangen zijn, dan moeten we eerst onderkennen wie we zelf zijn” (Hubert Védrine). Europa heeft, in het aangezicht van een universalisme dat tot ontworteling leidt, geen andere keus dan zijn constitutief eigene te bekrachtigen.

Posted on

Behaagzieke lakeien van de macht

Wolfgang Herles, werkzaam als cultuur- en politiekredacteur op radio en televisie, heeft met Die Gefallsüchtigen (De behaagzieken) een boeiend boek geschreven.

Die Gefallsuechtigen von Wolfgang Herles

Van 1987 tot 1991 was hij chef van de studio van de Duitse publieke zender ZDF in toenmalig West-Duits regeringscentrum Bonn, totdat bondskanselier Helmut Kohl zijn diepgravende kritiek niet meer verdroeg en hem “uit Bonn liet verwijderen”. Herles is echter niet haatdragend, Kohl hoort voor Herles als regeringsleider die bijdroeg aan de Wiedervereinigung met de voormalige DDR thuis in het rijtje van besluitvaardige kanseliers. Zij waren anders dan Angela Merkel, die in de “belangrijkste kwesties van republiek” laat zien geen flauw idee te hebben, wier “pragmatisme” een slechte verhulling is voor haar niet in staat zijn een standpunt in te nemen en daar voor te strijden.

De zwakte van Merkel is een mediaal taboe, aldus Herles, die op 29 januari 2016 in een interview op de Duitse televisie er op wees dat het bij de publieke zenders niet ongebruikelijk is dat men aanwijzingen “van hogerhand” krijgt, om zo te berichten “als mevrouw Merkel het graag ziet”.

Met deze “regeringsjournalistiek” verspelen de media het vertrouwen van het publiek, aldus Herles. Door de behaagzucht van journalisten verworden persconferenties en discussieprogramma’s tot “geritualiseerde saaiheid”, de programma’s zijn vaak niet meer dan “openluchtkerkdiensten ter ere van de heilige Angela”. Dat kan niet goed gaan, want die behaagzucht leidt noodzakelijkerwijs tot willekeur.

In de Duitse media geldt volgens Herles een duidelijke kanon van wat aan zienswijzen, begrippen, formuleringen en argumenten gangbaar of acceptabel is en wat niet meer, zeg maar een ‘Overton window‘. Niemand is langer dan 1 minuut 30 aan het woord, de cameramannen werken zich in het zweet en voor de camera verdringen zich mensen die voor intellectuelen doorgaan, “patentpraters”, oppervlakkige zaken worden als aansprekend voorgesteld, maar de private zenders in Duitsland doen het volgens Herles niet veel beter: “Primitief gedrag wordt acceptabel gemaakt. Randdebielen, grootheidswaanzinnige aspirant-zangers, geestloze komedianten, iedereen draagt zijn ellende uit op de markt.”

Verontwaardigingsindustrie

Herles ontmaskert aan de hand van voorbeelden de “verontwaardigingsindustrie”, waarin alles met een “pathetisch appel” en “populistisch gezwets” opgepakt moet worden. Toen een leidende journalist bijvoorbeeld de islam een “integratiehindernis” noemde, ontstond er een storm van verontwaardiging onder collega’s, die de auteur zijn baan kostte. “Alarmistische overdrijvingen” en “vijandbeelden die goed van pas komen” helpen om “zich de wereld mooier voor te stellen dan ze is”.

Wat heeft dat nog met goede journalistiek te maken?, zo vraagt Herles zich af. Hij wijst in dit verband op peilingen waaruit naar voren komt dat “media voor het eerst als corrupter gezien worden dan het openbaar bestuur en de parlementen”.

Over peilingen heeft Herles trouwens ook nog wel een appeltje te schillen. Veel van de circa 600 opinieonderzoeken die het Bundespresseamt (de informatiecentrale van de federale regering) tussen 2009 en 2013 uit liet voeren, zijn in feite zinloos, zoals wanneer Duitsers moeten kiezen of nu de Pruisische vorst Frederik de Grote of de feministe Alice Schwarzer de grootste pionier uit de Duitse geschiedenis is.

[contextly_sidebar id=”jbmOJA5xZZRIwF5P45tEVelewDWw8R2N”]Vanaf 1945 werden in Duitsland naar het voorbeeld van de BBC publieke zenders opgezet, die later zouden gaan concurreren met private zenders. Daarbij kregen ARD en ZDF de opdracht mee de bevolking van informatie, educatie en amusement te voorzien, een opdracht die ze lijken te zijn vergeten. De Duitse publieke televisie is echter één van de duurste ter wereld en iedere Duitser betaalt daar belasting voor, ook wie geen televisie heeft. Dat geld wordt verspil aan saaie talkshows waar niemand op zit te wachten en veel te dure uitzendrechten voor sportwedstrijden.

“Zoals de publieke televisie zou moeten zijn, is ze onmisbaar. Zoals ze nu is, maakt ze zichzelf overbodig”, concludeert Herles.

N.a.v. Wolfgang Herles, Die Gefallsüchtigen. Gegen Konformismus in den Medien und Populismus in der Politik (Knaus: Müchen, 2015), gebonden, 255 pagina’s.

Posted on 1 Comment

Oekraïne, corrupte journalistiek en Atlantisch geloof

Karel van Wolferen, voormalig correspondent van de Nederlandse krant NRC Handelsblad, is verontrust over de escalerende crisis in Oekraïne en de kritiekloze journalistiek in Europa, die zich volledig laat leiden door een blinde verbondenheid met de VS. De huidige escalatie door de NAVO kan volgens hem tot een oorlog leiden.

De EU wordt niet langer geleid door politici met een elementaire kennis van geschiedenis, een nuchter overzicht van de werkelijkheid in de wereld of zelfs maar gezond verstand en een gevoel van verbondenheid met de langetermijnbelangen die ze dienen. Als daar nog bewijs moest voor worden gevonden, dat is dat nu geleverd met de sancties die ze vorige week hebben overeengekomen, om Rusland te bestraffen.

Eén manier om hun waanzin te vatten begint bij de media. Welk begrip of bezorgdheid deze politici persoonlijk mogen hebben, ze willen vooral gezien worden als personen die ‘the right thing’ doen. Daar zorgen tv en kranten voor.

In het overgrote deel van de EU wordt het algemeen inzicht in de werkelijkheid sinds het gruwelijk einde van de mensen aan boord van het toestel van Malaysia Airlines vorm gegeven door de mainstream kranten en tv-zenders. Die hebben de aanpak van de Anglo-Amerikaanse media gekopieerd. Zij hebben ‘nieuws’ gepresenteerd waarin insinuatie en verdachtmaking in de plaats komen van echte berichtgeving.

Gerespecteerde publicaties zoals de Britse Financial Times en het Nederlandse NRC Handelsblad, waar ik zestien jaar heb gewerkt als correspondent voor het Verre Oosten, hebben deze corrupte journalistieke aanpak niet alleen gevolgd maar ook mee begeleid naar zijn krankzinnige conclusies.

De opinies van zelfverklaarde media-experten en de editorialen die hieruit zijn ontstaan, gaan verder dan alle vroegere voorbeelden van mediahysterie voor politieke doeleinden die ik me kan herinneren. Het meest flagrante voorbeeld dat ik vond, was een anti-Poetin hoofdartikel in de Economist Magazine van 26 juli 2014. Het had de toon van Shakespeare’s Henry V, terwijl hij zijn troepen opjut voor de Slag van Agincourt wanneer hij Frankrijk binnenvalt.

Geen Europese media
Er zijn geen kranten of andere publicaties die de volledige EU bereiken, om een Europese publiek forum te vormen waar politiek geïnteresseerde Europeanen met elkaar belangrijke internationale ontwikkelingen kunnen bespreken. Wie belangstelling heeft voor internationale politiek, leest meestal de internationale editie van de New York Times of de Financial Times.

Vragen en antwoorden over geopolitieke aangelegenheden worden zo routinematig gevormd of sterk beïnvloed door wat de hoofdredacteurs in New York en Londen belangrijk vinden. Meningen die hier in belangrijke mate van afwijken vind je in Der Spiegel, de Frankfurter Allgemeine Zeitung, Die Zeit en Handelsblatt. Die blijven echter binnen de Duitse grenzen. We zien bijgevolg geen Europese publieke opinie over wereldzaken, zelfs niet als die een directe impact hebben op de belangen van de EU zelf.

De Nederlandse bevolking werd ruw wakker geschud uit zijn slaperige passiviteit tegenover wat in de wereld gebeurt en op haar toch een impact kan hebben, door de dood van 193 landgenoten (samen met 105 mensen van andere landen) in het neergehaalde vliegtuig. De Nederlandse media volgden daarbij zonder aarzelen de vingerwijzingen naar Rusland, die door de Amerikanen in gang werden gezet.

Eenzijdige interpretaties zonder bewijsgrond
Elke mogelijke uitleg die niet op een of andere manier de verantwoordelijkheid bij de Russische president legde, was onaanvaardbaar. Daarmee gingen de Nederlandse media lijnrecht in tegen de nuchtere verklaringen van eerste minister Rutte. Die stond nochtans onder aanzienlijke druk om mee in dezelfde richting te wijzen maar koos ervoor op een grondig onderzoek te wachten over wat er precies was gebeurd.

De tv-programma’s die ik kon zien in de dagen onmiddellijk na de crash, nodigden onder meer anti-Russische en Amerikaanse neoconservatieve personen uit die hun uitleg gaven aan een verward en oprecht geschokt publiek.

Een Nederlandse expert buitenlandse politiek legde uit dat de (Nederlandse) minister van Buitenlandse Zaken of zijn vervanger niet naar de site van de crash kon gaan (wat Maleisische vertegenwoordigers wel hadden gedaan) om de lichamen van de Nederlandse burgers te repatriëren, omdat dat een impliciete erkenning zou inhouden van de diplomatieke status van de ‘separatisten’. Wanneer de EU unaniem een regime erkent dat is ontstaan uit een door de Amerikanen aangestoken staatsgreep, dan zet je jezelf inderdaad diplomatiek vast.

De omwonenden en de anti-Kievstrijders, die op de site van de crash rondliepen, werden met beelden van YouTube voorgesteld als criminelen die weigerden mee te werken, wat voor heel wat kijkers neerkwam op een bevestiging van hun schuld. Dat veranderde toen latere berichten van echte journalisten de geschokte en diep bezorgde dorpelingen toonden. De discrepantie met de eerste beelden werd echter niet uitgelegd.

Geen ruimte voor objectieve analyse
De aanvankelijke insinuaties van smerig gedrag ruimden geen plaats voor objectieve analyse over de redenen waarom deze mensen in feite aan het vechten zijn. Tendentieuze tweets en YouTube-filmpjes zijn de basis geworden van de officiële Nederlandse verontwaardiging over de Oost-Oekraïners.

Zo werd de algemene indruk geschapen dat er toch ‘iets’ moest worden gedaan om een en ander recht te zetten. Dat werd volgens de overheersende meningen bereikt door een nationaal uitgezonden thuiskomst van de stoffelijke resten (die door Maleisische bemiddeling vrijgekomen waren) met een sobere en waardige rouwceremonie.

Nergens heb ik iets gelezen of gezien dat ook maar suggereerde dat de crisis in Oekraïne – die tot een staatsgreep en een burgeroorlog leidde – in gang werd gezet door neoconservatieven en een aantal R2P-fanatici (Responsibility to Protect) in het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis, die daar blijkbaar van president Obama vrij spel voor hadden gekregen.

De Nederlandse media leken zich evenmin bewust te zijn van het feit dat deze catastrofe onmiddellijk werd omgezet in een voetbalmatch ten bate van het Witte Huis en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De mogelijkheid dat Poetin gelijk had, toen hij stelde dat de ramp niet zou zijn gebeurd als zijn dringend voorstel voor een staakt-het-vuren was aanvaard, werd niet in overweging genomen.

Het was nochtans Kiev dat de wapenstilstand in de burgeroorlog met de Russischsprekende Oost-Oekraïners verbrak op 10 juni 2014. Die willen niet geregeerd worden door een samenraapsel van misdadigers, nakomelingen van Oekraïense nazi’s en oligarchen die in bed liggen met het IMF en de EU.

Deze veronderstelde ‘rebellen’ hebben gereageerd op de start van etnische zuiveringsoperaties, systematische terreurbomcampagnes en wreedheden (meer dan dertig Oekraïners werden levend verbrand) door troepen van Kiev, iets waarover we in de Europese berichtgeving nauwelijks iets vernomen hebben.

5 miljard dollar politieke destabilisatie
Het is weinig waarschijnlijk dat de Amerikaanse ngo’s, die volgens eigen officiële mededelingen vijf miljard dollar hebben uitgegeven voor politieke destabilisatie, voorafgaand aan de putsch van februari 2014 in Kiev, plotseling zouden verdwenen zijn uit Oekraïne. Net zo min hebben Amerikaanse militaire adviseurs en gespecialiseerde troepen lijdzaam staan toekijken terwijl het leger en de milities van Kiev de strategie voor hun burgeroorlog uitstippelden.

Deze nieuwe zware jongens vormen een regime dat overleeft met financiële bloedtransfusies van Washington, de EU en het IMF. Al wat we weten is dat Washington de aan de gang zijnde slachtingen aanmoedigt, in een burgeroorlog die het zelf in gang heeft gezet.

Washington heeft permanent de bovenhand in een propagandaoorlog tegen een tegenstander die het spel weigert mee te spelen, dit in tegenspraak met wat de mainstream media ons willen doen geloven. Washington zendt de ene propagandagolf na de andere om een beeld te scheppen van een Poetin, gedreven door nationalisme en door het verlies van het Sovjet-imperium, en die poogt de Russische Federatie uit te breiden tot aan de grenzen van dat teloorgegane imperium.

De meer avontuurlijke zelfverklaarde media-experten, aangestoken door neoconservatieve koorts, zien Rusland al het Westen omsingelen. De Europeanen wordt dus wijsgemaakt dat Poetin elke diplomatie weigert, terwijl hij daar altijd op aangedrongen heeft. Deze overheersende propaganda heeft de perceptie gecreëerd dat niet de acties van Washington maar die van Poetin gevaarlijk en extreem zijn. Iedereen die een persoonlijk verhaal heeft dat Poetin en Rusland in een kwaad daglicht stelt wordt gemobiliseerd, de Nederlandse hoofdredacteurs lijken voor het ogenblik wel onverzadigbaar.

Het lijdt geen twijfel dat ook Rusland een propagandaoorlog voert. Er bestaan echter middelen voor ernstige journalisten om dergelijke tegenstrijdige propaganda af te wegen en om uit te pluizen hoeveel waarheid, leugens en bullshit ze bevat. Zelf heb ik dat soort journalistiek in beperkte mate alleen waargenomen in Duitsland.

Amerikaanse websites
Voor het overige moeten we tegenwoordig de politieke realiteit samenstellen met behulp van de meer dan ooit onmisbaar geworden Amerikaanse websites die wel gastvrij zijn voor klokkenluiders en ouderwetse onderzoeksjournalistiek. Dat is vooral zo sinds het begin van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ en de invasie van Irak. Sindsdien heeft een permanente samizdat-pers vorm gekregen.

In Nederland wordt zowat alles dat van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken komt voor waar aangenomen, ook al is dat een reeks van adembenemende leugens die begint bij de ondergang van de Sovjet-Unie: Panama, Afghanistan, Irak, Syrië, Venezuela, Libië en Noord-Korea; een waslijst omvergeworpen regeringen; geheime en valse-vlag-operaties; de gluiperige bezetting van de planeet met zowat duizend militaire basissen: niets daarvan wordt in overweging genomen.

De opgeklopte hysterie in de dagen na de crash van het vliegtuig belette mensen met enige relevante kennis van de geschiedenis om hun mond open te doen. Werkzekerheid is in de huidige wereld van de journalistiek erg wankel. Tegen de stroom in gaan wordt gezien als spelen met vuur, omdat dat de eigen journalistieke ‘geloofwaardigheid’ zou kunnen beschadigen.

Redactionele onverschilligheid
Het probleem dat de oudere generatie van ernstige journalisten heeft met de geloofwaardigheid van de mainstream media is de redactionele onverschilligheid voor mogelijke aanwijzingen die het officiële verhaal zouden kunnen ondermijnen. Dit verhaal is reeds volledig doorgedrongen in de populaire cultuur.

Je vindt het terug in lukrake verwijzingen die boek- en filmrecensies opsmukken. In Nederland staat het officiële verhaal reeds onwrikbaar vast, niet verwonderlijk als het al tienduizenden malen herhaald werd. Het mag dus ook niet weerlegd worden, ook al is er niet het minste bewijs voor.

De aanwezigheid van twee Oekraïense gevechtsvliegtuigen op de Russische radar in de buurt van het toestel van Malaysia Airlines is een dergelijke aanwijzing, die mij als onderzoeksjournalist of lid van het door Nederland aangestelde onderzoeksteam zou interesseren. Dit wordt blijkbaar bevestigd door een BBC-reportage met ooggetuigen onder de nabije dorpelingen. Die hadden net voor de crash duidelijk een ander toestel gezien vlak bij het passagiersvliegtuig toen ze omhoog keken naar de ontploffingen in de lucht.

Dat bericht kreeg heel wat aandacht omdat het uit het BBC-archief werd verwijderd. Ik zou dan ook willen praten met Michael Bociurkiv, één van de eerste inspecteurs van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) die de site van de crash bereikten. Hij bleef er meer dan een week om wrakstukken te onderzoeken.

Op (de Canadese zender) CBC World News beschreef hij ‘pokdalige’ inslagen op twee of drie wrakstukken: “(Die inslagen) zagen eruit als wat je verwacht van munitie uit een machinegeweer, van zeer krachtig machinegeweervuur dat zijn unieke merktekens achterliet, die we nergens anders terugvonden.”

Ik zou zeker ook de radar- en stemopnames te horen willen krijgen van de luchtverkeerscontrole in Kiev, waarvan wordt beweerd dat ze in beslag werden genomen. Zo zou ik kunnen begrijpen waarom de Maleisische piloot plots van zijn koers afweek en zeer snel daalde, kort voor zijn toestel neerstortte. Ik zou ook willen onderzoeken waarom buitenlandse luchtverkeerscontroleurs in Kiev onmiddellijk na de crash werden weggestuurd.

Satellietbeelden
Net als de Veteran Intelligence Professionals for Sanity zou ik er bij de Amerikaanse autoriteiten met toegang tot de satellietbeelden zeker op aandringen de bewijzen te tonen die ze beweren te hebben van het BUK-luchtafweergeschut in handen van de ‘rebellen’ en van de Russische betrokkenheid daarbij. Ik zou hun dan ook willen vragen waarom ze dat nog steeds niet gedaan hebben.

Tot nu heeft Washington zich gedragen als een bestuurder die weigert een alcoholtest te ondergaan. Een aantal officieren van de Amerikaanse inlichtingendiensten hebben hun ‘mindere zekerheid’ gelekt naar een aantal kranten over de Amerikaanse ‘zekerheden’, die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken aan de wereld heeft kond gemaakt. Dat zou mijn nieuwsgierigheid fel hebben aangewakkerd.

Om de loyaliteit van de Europese media aan Washington in het geval van Oekraïne en het slaafse gedrag van Europese politici enigszins in perspectief te plaatsen, moeten we meer weten over het Atlantisme en dat ook begrijpen.

Het gaat hier over een Europees geloof. Er is geen officiële doctrine uit ontstaan, maar het functioneert wel als dusdanig. Het wordt goed samengevat door deze Nederlandse slogan ten tijde van de invasie van Irak: “Zonder Amerika gaat het niet”.

Atlantisme, product van de Koude Oorlog
Eigenlijk overbodig om het te vermelden, maar het Atlantisme is een product van de Koude Oorlog. Dit geloof werd ironisch genoeg sterker toen de dreiging van de Sovjet-Unie minder en minder overtuigend begon te worden voor een steeds groter aantal leden van de Europese politieke elite.

Dat had waarschijnlijk te maken met een generatiewissel: verder weg van de Tweede Wereldoorlog herinnerden de Europese regeringen zich steeds minder wat het betekent om een eigen onafhankelijk buitenlands beleid te hebben over de wereldpolitiek. De huidige regeringsleiders van de EU hebben geen ervaring in praktisch strategisch overleg. Routineus denken over internationale betrekkingen en wereldpolitiek is diep geworteld in de kennistheorie van de Koude Oorlog.

Atlantisme is vandaag een zware plaag voor Europa: het veroorzaakt historische amnesie, gewilde blindheid en gevaarlijke misleide politieke woede. Zo ontstaat dan onvermijdelijk ‘verantwoordelijk’ redactioneel beleid.

Deze plaag kan echter verder woekeren met een mengelmoes van nooit in vraag gestelde zekerheden uit de tijd van de Koude Oorlog, die zijn blijven hangen, van impliciete koudeoorlogsloyaliteit ingebed in de populaire cultuur, van naakte Europese onwetendheid en van een enigszins begrijpbare weigering om toe te geven dat men ook maar een klein beetje gehersenspoeld is.

Washington kan waanzinnige dingen blijven doen zonder dat Atlantisme te beschadigen, dankzij ieders vergeetachtigheid, terwijl de media nauwelijks iets doen om dat te verhelpen. Ik ken Nederlandse mensen die walgen van de moddercampagne tegen Poetin, maar het idee dat in het geval van Oekraïne Washington met de vinger moet worden gewezen toch zo goed als onaanvaardbaar vinden.

Gebrek aan perspectief
Als gevolg van die houding kunnen Nederlandse publicaties – net als vele andere in Europa – zich er niet toe brengen om de crisis in Oekraïne in het juiste perspectief te plaatsen, door te erkennen dat deze crisis door Washington in gang werd gezet en dat het Washington is – en niet Poetin – die de sleutel voor een oplossing in de hand heeft. Dat zou immers een verzaking aan dat Atlantisme impliceren.

Dit Atlantisme haalt veel van zijn kracht uit de NAVO, het is zijn institutionele belichaming. De bestaansreden van de NAVO is echter verdwenen met de ondergang van de Sovjet-Unie, dat wordt grotendeels vergeten. Het bondgenootschap werd in 1949 opgericht op basis van het idee van transatlantische samenwerking voor veiligheid en defensie, die nodig was geworden na de Tweede Wereldoorlog, omdat het door Moskou georchestreerde communisme van plan was de volledige planeet over te nemen.

Waar men veel minder over praatte, was het toenmalige interne Europese wederzijdse wantrouwen. De Europeanen zetten toen immers hun eerste stappen in de richting van economische integratie. De NAVO werd een soort Amerikaanse garantie dat geen Europese grootmacht zou pogen de anderen te domineren.

De NAVO is voor de EU al een tijdje een blok aan het been, omdat de organisatie de ontwikkeling verhindert van een overlegd buitenlands en defensiebeleid. Het heeft de EU-lidstaten gedwongen instrumenten te worden ten dienste van het Amerikaanse militarisme.

Het bondgenootschap is tevens een morele last geworden, omdat de regeringen die (in Irak) deelnamen aan de ‘coalition of the willing’ aan hun eigen burgers de leugen moesten verkopen dat Europese soldaten in Irak en Afghanistan gingen sterven als noodzakelijke prijs om Europa te vrijwaren van terroristen.

Deze regeringen, die troepen hebben geleverd voor de gebieden die de VS bezet hielden, deden dit meestal met grote weerzin, wat hen het verwijt opleverde van een reeks Amerikaanse vertegenwoordigers dat de Europeanen te weinig doen voor de collectieve verdediging van democratie en vrijheid.

Typisch voor een ideologie is het Atlantisme ahistorisch. Als paardenmiddel tegen de storm van fundamentele politieke dubbelzinnigheid schrijft het zijn eigen geschiedenis, een geschiedenis die op zijn beurt wordt herschreven door de Amerikaanse mainstream media, die het Woord verspreiden vanuit Washington.

Je kan daar nauwelijks een beter voorbeeld voor vinden dan de huidige Nederlandse ervaring. De voorbije drie weken heb ik tijdens gesprekken oprechte verrassing bespeurd toen ik vrienden erop wees dat de Koude Oorlog door diplomatie werd beëindigd. Er werd een deal gesloten in Malta tussen Gorbatsjov en president Bush senior in december 1989. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken James Baker kreeg Gorbatsjov zo ver de hereniging van Duitsland en de terugtrekking van de troepen van het Warschaupact te aanvaarden, met de belofte dat de NAVO ‘geen duimbreed’ zou uitbreiden naar het Oosten.

Gebroken beloftes
Gorbatsjov beloofde daarop geen geweld te gebruiken in Oost-Europa, waar de Russen op dat ogenblik nog troepen hadden, 350.000 in Oost-Duitsland alleen, in ruil voor de belofte van Bush senior dat Washington geen misbruik zou maken van de terugtrekking van de Sovjets uit Oost-Europa. President Bill Clinton kwam terug op die Amerikaanse beloftes toen hij om puur electorale redenen opschepte over een uitbreiding van de NAVO.

In 1999 maakte hij de Tsjechische Republiek en Hongarije volwaardige leden. Tien jaar later zijn daar nog negen andere landen bijgekomen, zodat de NAVO nu dubbel zoveel leden had als tijdens de Koude Oorlog. De befaamde Amerikaanse Rusland-expert George Kennan noemde Clintons initiatief ‘de meest fatale vergissing van het Amerikaanse beleid sinds het einde van de Koude Oorlog’.

De historische onwetendheid inherent aan het Atlantisme is vlijmscherp zichtbaar in de bewering dat de invasie van de Krim het ultieme bewijs zou zijn tegen Poetin. Ook deze politieke realiteit werd gecreëerd door de Amerikaanse media. Er was helemaal geen invasie. De Russische soldaten en matrozen waren al ter plaatse omdat het de thuisbasis is van de warmwaterhaven van de Russische zeemacht in de Zwarte Zee De Krim was reeds een onderdeel van Rusland voor het bestaan van de VS.

Het belang van geschiedenis
In 1954 heeft Chroesjtsjov – zelf uit Oekraïne – de Krim aan de Oekraïense Socialistische Republiek gegeven. Dat kwam neer op de verplaatsing van een regio naar een andere provincie, want Rusland en Oekraïne behoorden toen tot hetzelfde land. De Russischsprekende bevolking van de Krim was nu maar al te blij. Ze stemden in een referendum eerst voor onafhankelijkheid van het regime in Kiev, dat uit de staatsgreep was ontstaan, en vervolgens voor hereniging met Rusland.

Zij die beweren dat Poetin het recht niet had om iets dergelijks te doen, zijn zich niet bewust van een ander historisch gegeven, namelijk dat de VS zijn (Star Wars) antiraketsystemen steeds dichter bij de Russische grenzen heeft geplaatst. Dat gebeurde zogezegd om vijandige raketten uit Iran op te vangen, die echter niet eens bestaan. Plechtige oproepen voor territoriale integriteit en soevereiniteit zijn in die omstandigheden weinig zinvol. Wanneer dergelijke uitspraken van Washington komen – dat het concept van soevereiniteit in zijn eigen buitenlands beleid heeft overboord gegooid – zijn ze zonder meer hilarisch.

Een verwerpelijk Atlantisch initiatief was de uitsluiting van Poetin uit de ontmoetingen en andere activiteiten voor de herdenking van de landing (van de geallieerde troepen) in Normandië, voor de eerste keer in zeventien jaar.

Geheugenverlies en onwetendheid hebben de Nederlanders blind gemaakt voor een geschiedenis die hen nochtans rechtstreeks aanbelangt. Het is immers de Sovjet-Unie die het hart van de nazi-oorlogsmachine – die Nederland bezet hield – heeft uitgerukt. Zij betaalde daar een prijs voor met een onvergelijkbaar aantal militaire doden dat de verbeelding tart. Zonder de Sovjet-Unie zou er nooit een landing geweest zijn in Normandië.

Een godsgeschenk voor de NAVO
Nog niet zo lang geleden leek het erop dat de rampzalige mislukkingen van Irak en Afghanistan de NAVO dicht bij zijn onvermijdbare ontbinding zou brengen. De crisis in Oekraïne en Poetins gedecideerde reactie, die voorkwam dat de Krim en zijn Russische zeemachtbasis mogelijk in de handen zouden zijn gevallen van een door de Amerikanen geleide alliantie, zijn echter een geschenk uit de hemel gebleken voor de tot dan uit elkaar vallende organisatie.

De leiding van de NAVO heeft al troepen gestuurd om zijn aanwezigheid in de Baltische staten te versterken en heeft luchtdoelraketten en gevechtsvliegtuigen in Polen en Litouwen gestationeerd. Sinds het neerhalen van het vliegtuig van Malaysia Airlines heeft het nog verdere militaire initiatieven genomen die gevaarlijke provocaties tegen Rusland kunnen worden.

Het werd daarna duidelijk dat de Poolse minister van Buitenlandse Zaken samen met de Baltische staten hier de drijvende kracht achter waren. Deze landen waren niet eens lid van de NAVO toen deze organisatie nog een enigszins verdedigbare reden van bestaan had. De voorbije dagen hangt er (in die landen) een sfeer van mobilisatie.

De buiksprekende handpoppen Anders Fogh Rasmussen en Jaap de Hoop Scheffer (de huidige en voormalige NAVO-secretaris-generaal) deden hun werk door luid te protesteren tegen elke aarzeling van NAVO-lidstaten. Rasmussen verklaarde op 7 augustus 2014 in Kiev dat “de steun van de NAVO voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne onwrikbaar is” en dat hij van plan is het partnerschap met het land te verstevingen op de komende top van de NAVO in Wales in september. Dat partnerschap is nu sterk, beweert hij, “en als antwoord op de agressie van Rusland gaat de NAVO nog meer samenwerken met Oekraïne om zijn gewapende strijdkrachten te versterken”.

Russian Aggression Prevention Act
Ondertussen hebben 23 Republikeinse senatoren in het Amerikaanse Congres een wetsvoorstel ingediend – de Russian Aggression Prevention Act – dat de bedoeling heeft Washington toe te laten van Oekraïne een niet-NAVO-bondgenoot te maken. Dat is een stap die een direct militair conflict met Rusland mogelijk maakt. We zullen waarschijnlijk moeten wachten tot na de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen om te zien wat ervan komt. Het voorstel heeft een excuus bezorgd aan hen die in Washington nog nog verdere stappen willen ondernemen in Oekraïne.

In september 2013 hielp Poetin Obama nog om een bommencampagne tegen Syrië te voorkomen, die de neoconservatieven toen wilden doordrukken. Hij hielp hem ook om het kerndispuut met Iran te ontmijnen, eveneens een neoconservatief project. Dat heeft deze ‘neocons’ ertoe gedreven de band tussen Obama en Poetin te breken. Je kan het nauwelijks een geheim noemen dat zij de omverwerping van Poetin wensen en als het even kan ook de ontmanteling van de Russische Federatie.

Minder bekend in Europa is dat er talloze ngo’s actief zijn in Rusland, die hen daarbij helpen. Vladimir Poetin kan nu of binnenkort toeslaan om de NAVO en het Amerikaanse Congres voor te zijn, door het oosten van Oekraïne in te nemen, iets wat hij eigenlijk al had moeten doen onmiddellijk na het referendum in de Krim. Dat zou dan voor de Europese redactionele ogen uiteraard het ultieme bewijs zijn geweest van zijn duivelse plannen.

Europa moet wakker worden

Gezien al het voorgaande dringt zich een van de meest cruciale vragen in de huidige wereldpolitiek op: wat moet er nog gebeuren om de Europeanen wakker te schudden dat Washington met vuur aan het spelen is, dat de VS opgehouden hebben de beschermer te zijn waar ze op konden rekenen en dat de VS hun veiligheid in gevaar brengt? Gaat het ogenblik komen dat het voor hen duidelijk wordt dat de crisis in Oekraïne bovenal draait om de Star-Wars-raketten die langs de Russische grens verspreid staan en die Washington de capaciteit geven voor een ‘first strike’ – in het krankzinnige jargon van de nucleaire strategen?

Bij oudere Europeanen neemt het besef toe dat de VS vijanden hebben die geen vijanden van Europa zijn, omdat het land hen nodig heeft voor interne politieke redenen; om een economisch uiterst belangrijke oorlogsindustrie draaiend te houden en om de politieke ‘goede trouw’ van mededingers voor de openbare macht op de proef te stellen.

Het gebruik van ‘schurkenstaten’ en terroristen als doelwitten voor ‘juiste oorlogen’ is nooit erg overtuigend geweest. Het door de militaristische NAVO gedemoniseerde Rusland van Poetin kan echter het transatlantisch status quo verlengen. Van zodra ik er de eerste berichten over vernam, meende ik dat het lot van het vliegtuig van Malaysia Airlines politiek zou worden bepaald. De zwarte dozen zijn in Londen. In de handen van de de NAVO?

Er blijven nog enorme obstakels tegen een dergelijk Europees ontwaken; het neoliberaal beleid en de overname van de economie door de financiële instellingen hebben een intieme transatlantische vervlechting voortgebracht van plutocratische belangen. Samen met het Atlantisch geloof heeft deze evolutie de politieke ontwikkeling van de EU in de kiem gesmoord. Sinds Tony Blair heeft Washington Groot-Brittannië in de zak en sinds Nicolas Sarkozy kan van Frankrijk min of meer hetzelfde worden gezegd.

Duitse stemmen in de woestijn

Zo blijft alleen Duitsland nog over. Angela Merkel was duidelijk ongelukkig met de sancties maar stapte er uiteindelijk in mee aan de ‘goede kant’ van de Amerikaanse president. De VS hebben als de overwinnaar van de Tweede Wereldoorlog immers nog steeds een grote speelruimte, dankzij een groot aantal bestaande samenwerkingsakkoorden.

Duits minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier werd geciteerd in de kranten en verscheen op tv, terwijl hij de sancties afkeurde. Hij wees naar Irak en Libië als voorbeelden van wat er gebeurt met escalatie en ultimatums. Ook hij ging uiteindelijk overstag en schaarde er zich achter.

Der Spiegel is één van de Duitse podia die nog hoop geven. Jakob Augstein, één van zijn columnisten, valt de ‘slaapwandelaars’ aan die de sancties goedgekeurd hebben en berispt zijn collega’s die Moskou met de vinger wijzen.

Gabor Steingart, uitgever van Handelsblatt, protesteerde krachtig tegen de Amerikaanse neiging “tot verbale en daarna militaire escalatie, isolering, demonisering en aanval tegen vijanden”. Hij trekt de conclusie dat de Duitse journalistiek “in een aantal weken is omgeslagen van koelbloedig naar geagiteerd. Het spectrum van opinies is verengd tot het zichtveld door het vizier van een scherpschutter.” Er zijn zeker nog wel meer journalisten in andere delen van Europa die gelijkaardige dingen zeggen. Hun stemmen zijn nauwelijks hoorbaar door de stormram van de smeercampagnes.

Opnieuw wordt geschiedenis geschreven. De uiteindelijke lotsbestemming van Europa wordt niet alleen bepaald door de verdedigers van het Atlantische geloof maar evengoed door hen die zich er niet toe kunnen brengen het disfunctioneren en totale onverantwoordelijkheid van de Amerikaanse staat in te zien.


Vertaling: Lode Vanoost, met toestemming overgenomen van DeWereldMorgen

Posted on 2 Comments

Karel van Wolferen: De verraderlijke kracht van propaganda

Er kon haast geen beter moment zijn om de effecten van politieke propaganda in wat tot voor kort ‘de vrije wereld’ genoemd werd te onderzoeken dan nu. We leven te midden van een voorbeeld van propaganda dat zich duidelijk aftekent. Het voorziet in een gemeenschappelijke behoefte. In een periode van grootschalig bloedvergieten en andere door de mens veroorzaakte rampen, heeft de moreel bewuste persoon behoefte aan enkele heldere categorieën van goed en kwaad, begeerlijk en verachtelijk. Politieke zekerheid met andere woorden. Je kunt zelfs oorlogen verkopen met ‘morele klaarheid’ als verkooppraatje, zoals we zagen ten aanzien van Irak en Afghanistan.

Indelen in goed en kwaad is eenvoudig genoeg wanneer gevangen genomen journalisten worden onthoofd door jihadisten. Zij die “daar iets aan doen” worden automatisch in de categorie van de ‘goeden’ geplaatst. Maar er is een probleem van troebelheid in dit voorbeeld. De Syrische president Assad heeft jarenlang de lijst van de ‘slechteriken’ aangevoerd, maar nu lijkt hij te veranderen tot een soort van bondgenoot van hen die er op uit zijn de zaken weer in orde te brengen. Daar komt bij, dat het geen geheim is dat de radicale islamieten uit wier midden ISIS is opgekomen gefinancierd en aangemoedigd zijn door de Verenigde Staten en hun Arabische bondgenoten, en men is het er wel over eens dat niets van dit alles nu zou bestaan zonder het tovenaarsleerling-effect dat voortvloeide uit de onthoofding van de Iraakse staat in 2003.

Oekraïne is een minder troebel voorbeeld. Hier hebben we strijders voor democratie en andere westerse waarden in Kiev versus een figuur die roet in het eten gooit, die de soevereiniteit van de buren niet eerbiedigt en wiens weerspannigheid niet aflaat, welke sancties men er ook tegen aan gooit.

Het verhaal van het neergehaalde vliegtuig met 298 doden is niet langer in het nieuws, en het onderzoek naar wie het heeft neergeschoten? Hou je adem maar niet in. Vorige week werden Nederlandse televisiekijkers geïnformeerd over iets dat al langer de ronde deed in de internetsamizdat: de landen die deelnemen aan het MH17-onderzoek hebben een geheimhoudingsovereenkomst getekend. Elk van de deelnemers (waaronder Kiev) heeft het recht om zonder opgaaf van redenen een veto uit te spreken over publicatie van de resultaten. De waarheid over de oorzaak van het verschrikkelijke lot van de 298 lijkt inmiddels al vast te zijn gesteld door de propaganda. Dat wil zeggen dat, hoewel er nog geen enkel bewijs geleverd is voor de officiële toedracht dat de ‘rebellen’ het vliegtuig neer zouden hebben geschoten met Russische betrokkenheid, het een rechtvaardiging blijft voor de sancties tegen Rusland.

Nadat de crisis wekenlang voort heeft gesleept met verder bloedvergieten en verwoesting door bombardementen, en een gretige NAVO die zich morrend afvroeg of Poetins witte vrachtwagens met humanitaire hulpgoederen ook gezien zou kunnen worden als een vijfde colonne, heeft de belangstelling in de mainstream media voor de crisis in Oekraïne een nieuw hoogtepunt bereikt met een vermeende Russische invasie om de ‘rebellen’ te helpen. Op 1 september werd in een redactioneel commentaar van de New York Times aangekondigd dat “Rusland en Oekraïne nu in staat van oorlog verkeren”. Weer een propagandaproduct? Het heeft er allle schijn van. Buitenlandse vrijwilligers, zelfs Fransen, lijken zich aan de zijde van de ‘rebellen’ te hebben gevoegd en het ligt in de rede dat de meeste daarvan Russen zijn – vergeet niet dat de inwoners van Oekraïne die in Donjetsk en Loegansk vechten in veel gevallen familieleden aan de andere kant van de grens hebben. Maar zoals de nieuwe voorzitter van de ministerraad van de Volksrepubliek Donjetsk Alexander Zachartsjenko antwoordde op de vraag van een buitenlandse verslaggever op zijn persconferentie: Als Russische legereenheden aan de zijde van zijn gevechtseenheden zouden strijden, hadden ze al naar Kiev op kunnen trekken. Uit de spaarzame beschikbare informatie krijgt men de indruk dat zijn eenheden het ook zonder ondersteuning van het Russische leger niet onaardig doen. Ze worden ook geholpen door desertie onder de soldaten van de legereenheden van Kiev die het ontbreekt aan enthousiasme om hun broeders in het oosten te doden.

Emotioneel niet betrokken redacteurs hebben nauwelijks directe middelen om uit te vinden wat er aan de hand is in Donjetsk en Loegansk, omdat ze geen ervaren verslaggevers kunnen sturen naar de gebieden waar gevochten wordt. De astronomische verzekeringskosten die daarmee gemoeid zijn, kunnen niet gedekt worden door hun budget. Zodoende hebben we weinig meer om op te varen dan wat we kunnen vergaren van websites die zich in het verleden bewezen hebben.

De propagandalijn van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis inzake de MH17-ramp werd minder nadrukkelijk nadat analisten van Amerikaanse inlichtingendiensten – die hun commentaren naar verslaggevers lekten – weigerden het spel mee te spelen, maar hij is weer volop van kracht rond het thema van de vermeende Russische invasie, terwijl het goed-fout-schema nog altijd in stand gehouden en gevoed wordt door diverse Amerikaanse publicaties. Daaronder enkele die een reputatie hoog hebben te houden, zoals Foreign Policy, of die ooit als relatief progressieve bakens gezien werden, zoals The New Republic, wiens teloorgang als een relatief betrouwbare bron van politieke kennis te betreuren valt.

Het is pas in de laatste dagen dat een opmerkelijk artikel in Foreign Affairs, van de opmerkelijke geopolitieke wetenschapper John Mearsheimer, op de radar verschijnt. Mearsheimer legt de grootste verantwoordelijkheid voor de crisis in Oekraïne waar ze thuis hoort: bij Washington en zijn Europese bondgenoten. “Amerikaanse en Europese leiders blunderden met hun poging om Oekraïne te veranderen in een Westers bolwerk aan de Russische grens. Nu de consequenties zijn blootgelegd, zou het een nog grotere vergissing zijn om dit onzalige beleid voort te zetten.” Het zal tijd kosten voor deze analyse doordringt tot enkele Europese redacteurs en hen overtuigt. Een ander gezond geluid is dat van Stephen Cohen, die de eerste auteur zou moeten zijn die iedereen die werkelijk iets van Poetins Rusland wil begrijpen zou moeten lezen. Maar ‘patriottische ketters’, zoals hij zichzelf noemt, komen er dezer dagen slecht vanaf in de gedrukte pers, zo krijgt hij zelf de wind van voren van de New Republic.

Het kenmerk van succesvolle propaganda is de manier waarop het de niets vermoedende lezer of televisiekijker besluipt. Dat doet het door middel van terloopse negatieve opmerkingen, door relatief vluchtig tussen-de-lijnen-denken in recensies van boeken of films, of artikelen over wat dan ook. We zien dat overal om ons heen, maar laten we een voorbeeld van de Harvard Business Review nemen, waarin hoofdredacteur Justin Fox vraagt: “Waarom zou de Russische president Vladimir Poetin zijn land in een patstelling met het Westen brengen, die vrijwel zeker haar economie zal schaden?” Mijn vraag aan deze auteur – die economische analyses op zijn naam heeft staan die dikwijls zeer ter zake zijn – “Hoe weet je dat het Poetin is die hier op aanstuurt?” Fox haalt Daniel Drezner aan en zegt dat het wel eens waar zou kunnen zijn dat Poetin “niet om dezelfde zaken geeft als het Westen” en “er geen traan om laat om een beetje economische groei op te offeren voor reputatie en nationalistische glorie.” Dit soort prietpraat zien we overal; het komt er op neer dat we in Poetin met een revanchist te maken zouden hebben, die de ambitie heeft om een nieuwe Sovjet-Unie tot stand te brengen, maar dan zonder communisme, met machofantasieën en een politicus overmand door totalitaire ambities.

Wat propaganda effectief maakt is de manier waarop het, door zijn bestaan tussen de regels, binnen dringt in het brein als passieve kennis. Ons impliciete begrip van zaken is per definitie niet scherp, het helpt ons andere zaken te plaatsen. De aannames die ze bevat liggen vast, zijn niet langer onderhevig aan discussie. Impliciete kennis ligt buiten het bereik van nieuw bewijs of verbeterde logische analyse. Haar aannames terug te brengen onder het beslag van het scherpe bewustzijn is een moeizaam proces dat over het algemeen vermeden wordt onder de verzuchting “nou weten we het wel”. Impliciete kennis is hoogst persoonlijke kennis. Deze kennis wordt uiteraard gedeeld, aangezien ze is ontleend aan wat  de samenleving aan zekerheden te bieden heeft, maar het is omgezet in onze eigenste kennis en zodoende in iets dat we zo nodig met hand en tand willen verdedigen. Minder onderzoekende geesten willen wel menen een ‘recht’ te kunnen doen gelden op de waarheid ervan.

De propaganda die zijn wortels heeft in Washington en nog altijd trouw gevolgd wordt door instituten als de BBC en de overgrote meerderheid van de Europese mainstream media, heeft geen enkele plaats ingeruimd voor de vraag of de inwoners van Donjetsk en Loegansk misschien ook een volstrekt legitieme reden hebben om zich te verzetten tegen een russofoob regime met een anti-Russische-taalstrategie, dat de regering waarvoor zij gestemd hebben heeft vervangen, een reden die voor hen goed genoeg is om te riskeren dat hun overheidsgebouwen, ziekenhuizen en woningen gebombardeerd worden.

De propagandalijn is er een van eenvoudige Russische agressie. Poetin heeft de onrust in het Russischsprekende deel van Oekraïne op zitten stoken. Nergens in de mainstream media heb ik verslaggeving aan kunnen treffen over de verwoesting die wordt aangericht door het leger van Kiev, die door ooggetuigen wordt vergeleken met wat de wereld te zien kreeg van Gaza. Er worden geen vragen gesteld bij de impliciete opinie van CNN en BBC of bij de ‘sociale media’ die door een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aangehaald worden. Alle informatie die niet overeenstemt met deze succesvolle propaganda moet geneutraliseerd worden. Dat kan bijvoorbeeld door de Russische televisiezender Russia Today als een propaganda-orgaan van Moskou weg te zetten.

Deze dominante propaganda tiert welig vanwege het atlanticisme, een Europees geloof dat inhoudt dat de wereld niet naar behoren zal functioneren als de Verenigde Staten niet worden geaccepteerd als haar primaire politieke bestuurder, en dat Europa Amerika niet voor de voeten moet lopen. Er is onverfijnd atlanticisme, dat we in Nederland bijvoorbeeld op kunnen merken in stemmen op de radio die stemming maken over een Russische vijand aan de poorten, en er is meer verfijnd atlanticisme onder de verdedigers van de NAVO, die allerlei historische redenen kunnen verzinnen waarom die organisatie zou moeten blijven bestaan. De eerste variant is te onzinnig om veel woorden aan vuil te maken en de tweede kan gemakkelijk weerlegd worden. Maar men kan niet gemakkelijk afrekenen met de intellectueel meest verleidelijke vorm van atlanticisme die gepaard gaat met een beroep op de redelijkheid.

Toen 11 jaar geleden een golf van propaganda Europa overspoelde voor de invasie van Irak, kwamen nuchtere wetenschappers en commentatoren achter hun bureau vandaan om een beroep te doen op onze redelijkheid, in een poging om de toenmalige crisis van vertrouwen in de politieke wijsheid van de Amerikaanse regering te repareren. Het was toen dat het beginsel van “zonder Amerika werkt het niet” werd vastgesteld. Dit atlanticistische leerstuk is goed te begrijpen onder een politieke elite die na meer dan een halve eeuw van relatief veilig comfort in een bondgenootschap ineens moet beginnen na te denken over de veiligheid van hun landen die ze eerder voor lief namen. Maar er was meer aan de hand. Het inroepen van een hoger begrip van het atlantische bondgenootschap en het pleidooi om het nieuw leven in te blazen door hernieuwd begrip, komen neer op een schrijnende uitroep van fatsoenlijke vrienden die de realiteit van hun verlies niet onder ogen kunnen zien.

De wond had zalf nodig, en die werd in grote klodders aangebracht. Eerzame Europese publieke intellectuelen en hooggeplaatste ambtsdragers stuurden gezamenlijke open brieven naar George W. Bush, met dringende pleidooien om de relaties te repareren en formules voor het bereiken daarvan. Op lager niveaus sloten schrijvers van redactionele commentaren zich aan bij het offensief as proponenten van redelijkheid. Te midden van uitingen van walging over Amerika’s nieuwe buitenlandbeleid, schreven en spraken velen over de noodzaak om de ontstane kloof te dichten, bruggen te slaan, wederzijds begrip te hernieuwen enzovoort. In de zomer van 2003 leken de niet mis te verstane voorstanders van een haastige invasie van Irak de ruwe kantjes van hun eerdere standpunten af te schaven. Mijn favoriet voorbeeld is Timothy Garton Ash, een historicus uit Oxford en veel schrijvende commentator die alom werd gezien als de stem der rede, die het ene na het andere artikel en boek schreef dat overvloeide  van trans-Atlantische zalvende woorden. Nieuwe mogelijkheden werden ontdekt, nieuwe bladzijden omgeslagen. Het moest “van twee kanten komen”, zo was de algemene teneur van deze pleidooien en belerende commentaren. Europa moest ook veranderen! Maar hoe dan wel, in deze context, dat bleef onduidelijk. Het lijdt geen twijfel dat Europa had moeten veranderen. Maar gezien de context van het Amerikaanse militarisme had die discussie moeten draaien om de functie van de NAVO en hoe dat bondgenootschap een risico voor Europa werd, niet om het tegemoet komen van de Verenigde Staten. Dat gebeurde echter niet en, zoals we de afgelopen maand gezien hebben, lijkt de energie voor de weerstand tegen de propaganda, die Europa in 2003 nog had, bijna volledig te zijn weggevloeid.

Garten Ash hakt weer met het zelfde bijltje, zo schrijft hij in de Guardian van 1 augustus jongstleden dat de “meeste West-Europeanen door Poetins Anschluss van de Krim heen sliepen”. ‘Anschluss’? Zinken we nu af tot het peil van de Hitler-vergelijkingen? Hij hoeft ditmaal niet erg zijn best te doen, hij komt niet uit boven de clichés van een krantencommentaar over de noodzaak van sancties; belangrijker, hij verontschuldigt zich ditmaal niet voor een mogelijke Amerikaanse rol in de crisis. De propaganda van dit jaar krijgt de vrije hand door het atlantistische geloof dat aan kracht heeft gewonnen door de bron van illusies die het presidentschap van Obama is. Het is impliciete kennis die geen bijzondere verdediging behoeft, omdat alle redelijke mensen weten dat het redelijk is.

Atlanticisme is een kwaal die Europa verblindt. Het doet dit zo effectief dat in iedere salon waar de hete hangijzers van vandaag de dag worden besproken de immer aanwezige olifant consequent buiten beschouwing blijft. Wat ik in mainstream nieuws en commentaar over Oekraïne heb gelezen ging over Kiev en de ‘separatisten’ en in het bijzonder over Poetins motieven. De reden voor dit incomplete beeld is duidelijk, denk ik: Het atlanticisme vereist het negeren van de Amerikaanse factor in wat er in de wereld gebeurt, tenzij die factor als positief voorgesteld kan worden. Als dat niet mogelijk is, dan vermijd je het. Een andere reden is eenvoudige onwetendheid. Niet genoeg bezorgde en opgeleide Nederlanders lijken de opkomst en invloed van de Amerikaanse neoconservatieven te hebben gevolgd, of een vermoeden te hebben dat Samantha Power (de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, red.) van mening is dat Poetin geëlimineerd moet worden. Ze hebben geen idee hoe de verschillende instellingen van de Amerikaanse overheid zich tot elkaar verhouden en in hoeverre ze hun eigen bestaan leiden, zonder effectief toezicht van enige centrale entiteit die in staat is een haalbaar buitenlands beleid te ontwikkelen dat zin heeft voor de Verenigde Staten zelf.

Propaganda reduceert alles tot de eenvoudigheid die kenmerkend is voor  stripboeken. Het laat geen ruimte aan subtiliteiten, zoals wat de mensen onder de regering in Kiev te wachten staat als de eisen van het IMF worden opgevolgd. Denk aan Griekenland. Het laat geen ruimte zelfs voor de minder subtiele regelmatig door Poetin naar voren gebrachte wens dat er diplomatie zou moeten plaats vinden met het oog op het bereiken van een soort federaal arrangement waardoor Oost- en West-Oekraïne in hetzelfde land kunnen blijven, maar tegelijk een significante mate van zelfbestuur kunnen hebben (iets dat op enig moment niet meer aanvaardbaar zou kunnen zijn voor de mensen in het oosten, naarmate Kiev hen blijft bombarderen). Stripboekbeelden laten ook geen ruimte voor de mogelijkheid dat de slechteriken goede en redelijke ideeën hebben.  En zo kan de primaire wens van Poetin, de fundamentele reden dat hij überhaupt in deze crisis betrokken is, namelijk dat Oekraïne geen onderdeel van de NAVO zal worden, geen deel uitmaken van het plaatje. De nogal voor de hand liggende en enige acceptabele toestand, één waarop iedere Russische president die aan de macht wil blijven moet staan, is een neutraal Oekraïne dat geen deel uit maakt van een machtsblok.

De aanstichters van de crisis in Oekraïne werken aan bureaus in Washington. Ze hebben een verschuiving in de Amerikaanse opstelling tegenover Rusland ontworpen en besloten om er een (hun woorden) “pariastaat” van te maken. In de aanloop naar de coup in februari hielpen ze anti-Russische rechtse krachten om een protestbeweging te kapen, die meer democratie eiste. Het idee dat de bevolking in het door Kiev gecontroleerde gebied meer democratie zou hebben gekregen is natuurlijk belachelijk.

Er zijn serieuze schrijvers inzake Rusland die moreel verontwaardigd en boos zijn geworden vanwege ontwikkelingen in Rusland in de afgelopen jaren onder Poetin. Dat is een ander onderwerp dan de crisis in Oekraïne, maar hun invloed speelt een grote rol in de propaganda. Ben Judah, die het eerder genoemde redactioneel commentaar in de New York Times schreef, is een goed voorbeeld. Ik denk dat ik hun verontwaardiging begrijp en tot op zekere hoogte heb ik er sympathie voor. Ik ben bekend met dit fenomeen, aangezien ik het vaak genoeg heb zien gebeuren onder journalisten die schreven over China of zelfs Japan. In het geval van China en Rusland wordt hun verontwaardiging opgeroepen door een accumulatie van zaken die in hun ogen volledig verkeerd zijn gegaan door maatregelen van de autoriteiten die terug lijken te keren op of af lijken te wijken van wat ze verondersteld werden te zullen doen overeenkomstig liberale ideeën. Deze verontwaardiging kan al het andere overstemmen. Het wordt een waas waardoor deze auteurs niet meer kunnen onderscheiden hoe machthebbers proberen om te gaan met moeilijke omstandigheden.

In het geval van Rusland lijkt er de laatste tijd weinig aandacht te zijn geschonken aan het feit dat toen Poetin de regering van Rusland overnam, de erfenis bestond in een staat die niet langer als zodanig functioneerde, wat in de eerste plaats een hernieuwde concentratie van macht in het centrum vereiste. Rusland was economisch aan de afgrond gebracht onder Jeltsin, geholpen door verscheidene Westerse roofzuchtige belangen en misleide marktfundamentalisten van Harvard. Na de afschaffing van het Communisme, werden ze verleid om een ogenblikkelijke overstap naar kapitalisme in Amerikaanse stijl te proberen, terwijl er hoegenaamd geen instellingen waren om iets dergelijks te begeleiden. Ze privatiseerden de gigantische industrieën die in staatseigendom waren, zonder dat er al een private sector bestond; iets dat je niet even snel uit het niets kunt creëren, zoals de Japanse geschiedenis duidelijk laat zien. Wat ze kregen was derhalve kleptocratisch kapitalisme, met gestolen staatseigendommen, wat leidde tot de opkomst van de beruchte oligarchen.  Dit vernietigde zo ongeveer de relatief stabiele Russische middenklasse en liet de Russische levensverwachting kelderen.

Natuurlijk wil Poetin buitenlandse ngo’s aan banden leggen. Ze kunnen veel schade aanrichten door zijn regering te destabiliseren. Door het buitenland gefinancierde denktanks bestaan niet om te denken, maar om beleid aan de man te brengen dat in lijn is met de opvattingen van de financiers, beleid waarvan zij, weigerend te leren van de ervaringen uit de laatste decennia, dogmatisch aannemen dat het goed is voor iedereen op elk moment. Het is een onderwerp dat op zijn best zeer zijdelings te maken heeft met de huidige crisis in Oekraïne, maar het heeft de geesten klaar gemaakt voor de heersende propaganda.

Lees ook: Paul Robinsons artikel over ‘Poetins filosofie’

Maakt wat ik gezegd heb mij tot een Poetin-aanhanger? Ik ken hem niet en weet niet genoeg van hem. Wanneer ik probeer daar wat aan te doen met recente literatuur, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ik door een grote mate aan verguizing heen moet waden. Ook in de mainstream media zie ik geen serieuze poging om te begrijpen wat het zou kunnen zijn dat Poetin probeert te bereiken, behalve de flauwekul over het opnieuw tot stand brengen van een Russisch imperium. Er is geen enkel bewijs geweest van imperialistische ambities of van het feit dat hij al zijn zinnen gezet zou hebben op de Krim, voordat de coup in Kiev plaats vond en voordat de NAVO-ambities van de Russofoben die de overhand kregen de Russische marinebasis daar in gevaar brachten.

Maakt wat ik gezegd heb me anti-Amerikaans? Het lijkt me haast onvermijdelijk dat etiket opgeplakt te krijgen. Ik denk dat de Verenigde Staten een schijnbaar eindeloze tragedie doormaken. En ik voel diepe sympathie voor die bezorgde Amerikanen, waaronder veel van mijn vrienden, die daarmee moeten worstelen.


Vertaling: Jonathan van Tongeren