Posted on

Voormalige volkspartijen SPD en CDU brengen geen staatslieden voort

Heiko Maas en Olaf Scholz

Hoe kleiner de voormalige volkspartijen in Duitsland worden, hoe moeilijker het lijkt te worden om ze te leiden. Dat ligt ofwel aan de partijen zelf, dan wel aan hun partijtop. 

In het geval van de SPD valt het laatste te vermoeden. Nog niet zo lang geleden bevond deze partij zich in de unieke situatie dat het voorzitterschap vacant was en niemand deze positie wou overnemen. Zoiets was nog niet eerder voorgekomen. Doorgaans zijn er meer dan genoeg mensen met politieke ambitie die zich voor zo’n leidersrol opwerpen. Als niemand wil, dan is er iets niet in de haak.

Poltici van statuur zoekt men tevergeefs

Deze zonderlinge gebeurtenis vestigde echter nadrukkelijk de aandacht op iets dat zich al aftekende: Met de overtuigingskracht, de omvang en de invloed is ook het aantal toppolitici van de voormalige volkspartijen geslonken. Politici van statuur zoekt men tevergeefs.

Uiteindelijk is het de SPD dan toch nog gelukt iemand bereid te vinden. Dat gebeurde op een curieuze manier. Er werd namelijk een proefballonnetje opgelaten dat Gesine Schwan en Ralf Stegner de partij zouden kunnen gaan leiden. Dit scenario bracht alsnog verschillende SPD-politici ertoe om zichzelf als alternatief naar voren te schuiven. Ook dit leverde echter geen topmensen op. De enige die zichzelf graag zo mag zien is minister van Financiën Olaf Scholz.

Kramp-Karrenbauer wil van lastpak Maaßen af

In tegenstelling tot de SPD, heeft de CDU in de persoon van Annegret Kramp-Karrenbauer wel reeds een partijvoorzitter. Maar wat voor een. Haar kaliber bleek nog eens in de omgang met Hans-Georg Maaßen, die van 2012 tot november 2018 voorzitter van de binnenlandse inlichtingendienst Bundesamt für Verfassungsschutz was en werd ontslagen nadat hij de regering weersprak over de toedracht van de gebeurtenissen in Chemnitz.

Kramp-Karrenbauer liet de verdenking onweersproken, dat ze deze man, die zich jarenlang zo verdienstelijk gemaakt heeft, uit de partij zou willen zetten. Omdat ze het niet met hem eens is, in essentie. Het staat echter buiten kijf dat Maaßen een lijn vertegenwoordigd die voor het Merkel-tijdperk de kern en het midden van de CDU was. We hebben het dan over een tijd dat de CDU nog circa veertig procent van de stemmen haalde in verkiezingen.

Wat ooit de kern van de CDU was, geldt nu als uiterst rechts

Alle hoop dat Kramp-Karrenbauer haar partij na Angela Merkel een periode van bezinning en herbronning zou gunnen, is hiermee definitief vervlogen. Want wat ooit de kern van de partij was, geldt nu als uiterst rechter vleugel. Het huidige midden van de CDU bevindt zich op een hellend vlak, op ideologisch verbrande aarde, die de SPD op weg naar links achtergelaten heeft. De Groenen zijn intussen de lachende derde.

Posted on

Duitse deelstaatpremiers: beëindig sancties Rusland

In het Pinksterweekend vond in St. Petersburg weer het internationale economische forum SPIEF plaats. Daaraan namen talrijke vertegenwoordigers van de Duitse politiek en bedrijfsleven deel. Hun uitspraken getuigen van een ontluikend partijoverstijgend verzet tegen de door de Duitse federale regering gesteunde sancties tegen Rusland. 

Met zo’n 33 graden was het in St. Petersburg ongewoon warm, toen vertegenwoordigers van politiek en bedrijfsleven elkaar ontmoeten voor het SPIEF. De meeste deelnemers kwamen dit jaar uit China. Vladimir Poetins ontmoeting met de Chinese president Xi Jinping vormde de bekronende afsluiting van het forum en werd op de Russische televisie live uitgezonden.

Russisch-Chinese handelsbetrekkingen geïntensiveerd

Sinds de instelling van de Amerikaanse en EU-sancties tegen Rusland vanwege de Krimcrisis vijf jaar geleden, zijn de Russisch-Chinese handelsbetrekkingen geïntensiveerd. China is het inmiddels gelukt veel marktaandelen te winnen, die voorheen door Europese bedrijven bezet waren. Niet in de laatste plaats de Duitse export lijdt hieronder. Na de recente schermutselingen in de Amerikaans-Chinese handelsoorlog, zal het Chinese telecommunicatieconcern Huawei nu in Rusland de uitbouw van het 5G-net ter hand nemen.

Efficiëntiepartnerschap

Ook Duitse bedrijven investeren echter ondanks de sancties weer meer in Rusland. Zo werd onlangs in de buurt van Moskou, in aanwezigheid van minister van Economische Zaken Peter Altmaier, een nieuwe Mercedes-Benz-fabriek geopend. Tijdens het internationale economische forum ondertekende Altmaier een memorandum over een efficiëntiepartnerschap met Rusland, die de economische en technologische samenwerking moet versterken.

Sterk vertegenwoordigd

Sowieso was Duitsland sterk vertegenwoordigd in St. Petersburg. Naast Altmaier waren de deelstaatpremiers van Mecklenburg-Voor-Pommeren, Manuela Schwesig (SPD) en Saksen, Michael Kretschmer (CDU), alsmede deelstaatminister van Economische Zaken Nicole Hoffmeister-Kraut (CDU) met een 40 koppige delegatie uit het economisch sterke Baden-Württemberg aanwezig. Die laatste ontmoette Russische politici en zakenlieden, bezocht het Moskouse innovatiecentrum Skolkovo en de internetgigant Yandex.

Toenemende export en investeringen

De export van de zuidwestelijke deelstaat naar Rusland is na een neergaande trend in 2017 weer duidelijk gestegen. In 2018 lagen de gezamenlijke Duitse directe investeringen bij in totaal 3,3 miljard euro. Vooral in de machine- en autobouw, bij de uitbreiding van de digitalisering en de robotica zien Duitse bedrijven in Rusland kansen. Terwijl de activiteiten van de deelstaatminister uit Stuttgart geen opzien baarde, kreeg de deelstaatpremier van Saksen felle kritiek te verduren. Hij had in de marge van het forum namelijk een ontmoeting met Poetin en nodigde hem uit voor een bezoek aan Dresden.

Partijoverstijgende oproep tot beëindiging sancties

In het belang van Saksen en andere oostelijke Duitse deelstaten riep Kretschmer op tot het beëindigen van de sancties tegen Rusland. Hij stond daarmee niet alleen, want partijoverstijgend vielen collega’s hem bij. Zowel Schwesig als ook de deelstaatpremier van Saksen-Anhalt Reiner Haseloff (CDU) en zijn Thüringer ambtsgenoot Bodo Ramelow (Die Linke) vielen hem bij. Vanuit het westen van Duitsland kreeg Kretschmer steun van de deelstaatpremier van Niedersachsen, Stefan Weil (SPD). “Wat we nu meemaken, levert niets dan schade op”, aldus Weil. De Russische agrarische markt is voor Duitse bedrijven grotendeels verloren, omdat anderen die onder zich verdeeld hebben, aldus de deelstaatpremier. Ook de Brandenburgse deelstaatpremier Dietmar Woidke (SPD) sloot zich nog bij zijn collega’s aan.

CDU-leider staat op voortzetting sancties

CDU-leider Annegret Kramp-Karrenbauer staat er echter op de sancties voort te zetten. Ze negeert daarbij dat de druk op de federale regering om haar opstelling te veranderen niet alleen van deelstaatpolitici komt, maar ook vanuit het bedrijfsleven toeneemt. Kramp-Karrenbauer maakt met haar stellige uitspraken bepaald geen vrienden binnen haar partij en onder de donateurs daarvan. Dit terwijl haar leiderschap toch al steeds meer in twijfel wordt getrokken bij de christendemocraten.

Duitse industrie gefrustreerd

Vertegenwoordigers van de Duitse industrie zijn gefrustreerd door de sancties tegen Rusland en Iran, maar ook door de onzekerheid die de Amerikaans-Chinese handelsoorlog en de Brexit met zich meebrengen en verliezen steeds meer hun geduld met de huidige politiek.

Vooral voor Duitse machinebouwers staat er veel op het spel. Rusland zou een van de sterkste markten voor hen kunnen zijn, vanwege de omvang en de immense behoefte aan modernisering. De gigantische agrarische oppervlakken zouden fabrikanten van landbouwmachines veel op kunnen leveren. Carl Martin Welcker, voorzitter van de brancheorganisatie VDMA, roept op tot beëindiging van de sancties tegen Rusland, omdat deze politiek effectloos en economisch schadelijk zijn.

Ook Matthias Schepp, bestuursvoorzitter van de Duits-Russische Buitenlandse Handelskamer in Moskou oefende kritiek, door er op te wijzen dat Duitse bedrijven in tegenstelling tot anderen in de EU de sancties meer dan vervuld hebben. Dit heeft vooral middenstanders en familiebedrijven getroffen.

Export van deelstaten naar Rusland

In 2014, voor de sancties, behoorde Rusland voor Saksen nog tot de top 10 qua export. In 2018 zakte het land naar de 17e plaats. In absolute cijfers uitgedrukt betekent dat een terugloop van 1,1 miljard euro naar circa 537 miljoen euro aan geëxporteerde waren in 2018. In Thüringen nam het handelsvolume met Rusland daarentegen sinds 2015 met circa 40 procent naar een kleine 300 miljoen euro in 2018. Voor 455 Thüringer bedrijven is Rusland een belangrijke exportmarkt.

Geen zakelijke discussie

In plaats van zakelijk de discussie over de gevolgen van de sancties voor de Duitse economie aan te gaan, gingen de gevestigde federale politiek en media meteen tot de aanval over. Kretschmer werd verweten tegen de AfD aan te schurken, vanwege de deelstaatverkiezingen in september. Door “met Rusland aan te pappen” zou hij kiezers van de AfD terug willen winnen.

Posted on

Duitse regering, media en filmindustrie slaan wild om zich heen

Hoe de Duitse regering en media naar elkaar verwijzen als rechtvaardiging voor hun leugens over Chemnitz, hoe de SPD-leiding ijlt over een aanstaande grootse overwinning en de internationale filmindustrie een kleine stad in Silezië met consequenties dreigt als het een AfD-burgemeester kiest.

Je zou het de perfecte kringloop kunnen noemen, de recente uitspraken over de zogenaamde drijfjachten in Chemnitz. Destijds,  in de zomer van 2018, beweerde Merkels kabinet immers dat men bewijzen had dat er in de Saksische stad “buitenlands ogende personen” door meutes opgejaagd werden. Nu moest regeringswoordvoerder Seibert toegeven dat dat gelogen was. Er waren helemaal geen bewijzen voor. Merkels woordvoerder gaf in antwoord op parlementaire vragen van de AfD te weten dan men destijds louter op mediaberichten afging. En de media konden zich dan weer op Seibert beroepen en zeggen dat “zelfs de regering van drijfjachten spreekt”, wat voor de gezagsgetrouwe Duitsers bewijs genoeg is. Aldus de perfecte kringloop van de leugen, die met ieder volgend station “geloofwaardiger” wordt.

Merkel gelooft liever de Antifa dan de politie

Het medium dat de regering Merkel dit verhaaltje aanreikte, was het extreemlinkse internetportaal Antifa Zeckenbiss. Merkel geloofde de berichten van deze site uiteraard zonder voorbehoud, terwijl ze de meldingen van politie, openbaar ministerie en zelfs geheime dienst dat er geen enkel bewijs voor drijfjachten was, in de wind sloeg. Omdat de directeur van de geheime dienst Hans-Georg Maaßen niet met Merkel en Seibert mee wilde liegen, werd hij uit zijn ambt gejaagd. Hoe heet ook alweer na ieder verkiezingsdebacle? “We willen ons best doen om het vertrouwen van de kiezer terug te winnen.” Nou, begin er maar aan!

http://www.novini.nl/coalitie-op-sterven-na-dood-insiders-geven-merkel-tot-herfst/

Olaf Scholz gelooft nog in de Endsieg

Het volgende fiasco aan de stembus kon wel eens dichterbij zijn dan gedacht. De lijklucht die van de ‘grote coalitie’ opstijgt, beneemt steeds meer waarnemers de adem. Voor de CDU kon het wel eens kwaad te moede worden. Niet voor de SPD. De sociaaldemocraten zijn inmiddels zo beurs geslagen, dat ze ijlend van de wondkoorts rare praat uitslaan, als iemand die zijn doodsstrijd niet meer bewust meemaakt. Wat SPD-minister Olaf Scholz onlangs ten beste gaf, doet denken aan wat mensen met zogenaamde Bijna-Dood-Ervaringen vertellen: Toen het einde naderde, werd alles heel rustig, vredig en licht. Wat bijna het einde was, kwam voor als iets heerlijks. Zo stelde Scholz tegenover het tijdschrift Stern: “De kans (van de SPD) om sterkste partij te worden, is beter dan in jaren.” Dat heeft hij werkelijk gezegd!

Mesjogge of gevaarlijk?

In zulke gevallen sterft het lachen weg en vraagt men zich af of de gesprekspartner volkomen mesjogge is of misschien zelfs gevaarlijk. Met verwarde personen weet je het nooit. Verhelderend genoeg verscheen de editie van Stern met Olafs Bijna-Dood-Ervaring op dezelfde dag als een peiling waarin de SPD met 12 procent de vierde partij werd, na Groenen, CDU/CSU en AfD. En wanneer in september in Saksen een nieuwe landdag gekozen wordt, moeten de sociaaldemocraten hun best doen om boven de kiesdrempel van vijf procent te blijven.

Denemarken als voorbeeld

Het kan ook anders. In buurland Denemarken zijn de sociaaldemocraten er wel in geslaagd de grootste te worden, met 26 procent. Hoe hebben ze dat gedaan? Ze hebben links sociaal beleid gecombineerd met rechts asiel- en immigratiebeleid. Niet alleen Thilo Sarrazin, maar ook oud-SPD-leider Sigmar Gabriel raadt de partij nu aan het Deense voorbeeld volgt. Geen sprake van, zegt vice-voorzitter Ralf Stegner.

Jong en fris als de geschriften van Karl Marx

En amper heeft Gabriel het taboe doorbroken, of Der Spiegel begint jongerenvoorzitter Kevin Kühnert als representant van de linker partijvleugel te pushen als volgende partijleider van de SPD. Kühnert voor wie de Deense sociaaldemocraten vanwege hun immigratiebeleid ongetwijfeld regelrechte nazi’s zijn. Kühnert denkt liever na over hoe hij hardwerkende Duitsers hun appeltje voor de dorst door de neus kan boren, door de aandeelhouders van BMW te onteigenen. In Der Spiegel wordt Kühnert om die reden als “jong en fris” gevierd. Ongeveer zo jong en fris als de geschriften van Karl Marx. Kühnerts visioenen komen goed overeen met die van Die Linke, die in de peiling van negen naar zeven procent daalt. De koers is kortom duidelijk: Gabriel kan zeggen wat hij wil, de vinger van de sociaaldemocraten blijft vastgeplakt aan het liftknopje naar de kelder.

Kramp-Karrenbauer na zes maanden al zo afgetobd als May in haar laatste weken

Bij coalitiepartner CDU heeft men zich lang getroost met de deplorabele resultaten van de SPD. Dan valt het bij ons nog mee, dacht men onder elkaar. Pas bij de afgelopen Europese verkiezingen lijkt het de christendemocraten opgevallen te zijn, dat ze maar kort op de sociaaldemocraten volgen in hun daling. Kramp-Karrenbauer ziet er na slechts zes maanden als partijleider nauwelijks minder verslagen uit dan de Britse premier Theresa May in haar laatste ellendige weken in Downing Street.

http://www.novini.nl/cdu-in-leiderschapscrisis-en-electorale-spagaat/

Eerste AfD-Oberbürgermeister

De CDU moet zich er nu maar mee troosten dat de AfD nauwelijks profiteert van de deconfiture van de gevestigde partijen. Rond de 12 à 13 procent blijven de nationaal-conservatieven steken. Dat geldt echter niet overal. In Görlitz zou zondag de eerste Oberbürgermeister van de AfD gekozen kunnen worden. Met 36,4 procent had Sebastian Wippel in de eerste ronde de meeste stemmen. De Groenen en Die Linke trokken daarop hun kandidaten terug en adviseerden hun kiezers om in de tweede ronde op Octavian Ursu van de CDU te stemmen. De SPD komt er hier sowieso niet aan te pas.

Internationale filmindustrie voert campagne tegen AfD

Om de campagne tegen Wippel schwung te geven, hebben ze wereldwijd steun opgetrommeld. Daarbij is het belangrijk om te weten dat Görlitz met zijn meer dan 4.000 monumentale gebouwen een wereldberoemd filmdecor vormt. Zodoende spannen nu diverse Duitse en internationale filmsterren samen om Wippel uit de weg te ruimen. Zelfs diverse Hollywood-sterren hebben een oproep gedaan aan de kiezers in Görlitz, waarin voor Wippel gewaarschuwd wordt. “Stem verstandig”, wordt de burgers aangeraden. En als ze het niet doen? Dan dreigen er consequenties. Met het draaien van films verdient de stad veel geld, bovendien trekken de filmsterren toeristen aan. Als de filmindustrie zich terugtrekt, zou dat een economische klap zijn voor Görlitz. De internationale filmindustrie zet de burgers van een kleine stad in Silezië kortom het pistool op de borst: als jullie niet zo stemmen als wij willen, leggen we jullie droog.

Posted on

Coalitie op sterven na dood – Insiders geven Merkel tot herfst

De CDU kalft hard af, de SPD staat op de rand van het graf. Zo kan het niet verder met de ‘grote coalitie’ van bondskanselier Angela Merkel. Dit najaar is het afgelopen.

Zelfs vice-voorzitter van de CDU en deelstaatpremier van Noord-Rijnland-Westfalen, Armin Laschet ziet het einde voor de federale coalitie van christen- en sociaaldemocraten naderen. Tot de herfst zal ze nog wel houden, misschien tot de Kerst, vermoedt Laschet. Zo precies kun je het immers nooit voorspellen. Vervroegde verkiezingen hoeven er van Laschet dan echter niet te komen. Dat terwijl de reguliere verkiezingen pas voor eind 2021 op de rol staan.

Merkel kan Jamaica nog eens proberen

Laschets kijk op de zaak is alleen realistisch wanneer zich op basis van de huidige samenstelling van de Bondsdag een nieuwe meerderheid laat vormen. Dat kan maar één ding betekenen: opnieuw proberen een zogenaamde Jamaica-coalitie van CDU/CSU, Groenen en FDP te vormen. Waar in 2017 de liberalen de stekker uit de onderhandelingen trokken, zouden nu de Groenen dat wel eens kunnen doen. Bij hen zit de weerzin jegens de FDP nog diep. Bovendien kijken zij met een schuin oog naar de peilingen, waarin ze kans maken de grootste partij te worden, mochten vervroegde verkiezingen toch nodig blijken.

SPD vertwijfeld

Voor veel afgevaardigden van CDU en SPD ziet het er in het geval van nieuwe verkiezingen niet rooskleurig uit. De SPD verkeert echter in een staat van vertwijfeling. Het zegt genoeg dat er zelfs niemand was die het partijvoorzitterschap op zich wou nemen, zodat er uiteindelijk een trio de zaak waarneemt, waaronder een deelstaatpremier die verkiezing na verkiezing verloor. Het scenario voor de komende maanden tekent zich reeds duidelijk af: de sociaaldemocraten zullen sterk verliezen in de deelstaatverkiezingen in Brandenburg, Saksen en Thüringen in september en oktober. Daarna zullen ze alsnog een nieuwe partijleider kiezen, die de SPD uit de coalitie met Angela Merkel haalt en zo snel mogelijk op nieuwe verkiezingen aanstuurt. En dan maar hopen dat het resultaat onder de nieuwe leider en na de breuk met Merkel  nog wat meevalt.

Groenen nu belangrijkste concurrent CDU

Ook de unie van CDU en CSU moet intussen hopen dat de trend nog keert. Het overnemen van standpunten van de Groenen heeft een poos electoraal gewerkt, maar nu zijn de Groenen zelf de grote concurrent in de verkiezingen. In de afgelopen tijd hoefden de Groenen hun eisen alleen maar verder op te voeren, daarbij ondersteund door gewillige media. Zonder duidelijke koerswijziging hoeven de christendemocraten echter niet op een herleving te rekenen. Het lastige daarbij is dat de christendemocraten in het westen vooral met de Groenen en in het oosten vooral met de AfD moeten concurreren.

AKK niet in staat tot nieuwe koers

De weinige aarzelende aanzetten die de nieuwe CDU-partijleider Annegret Kramp-Karrenbauer deed om de CDU weer een wat conservatiever imago te geven, kwamen haar vooral op kritiek te staan. Het ontbreekt haar aan overtuiging en kracht, maar ook aan meer dan oppervlakkige steun in de partij om een nieuwe koers door te zetten. Als Merkel aftreedt als bondskanselier, ligt de vraag wie de CDU in nieuwe verkiezingen zal aanvoeren dan ook nog open.

AfD stagneert

Ondertussen slaagt de AfD er de laatste tijd nauwelijks in om te profiteren van de misère bij CDU/CSU en SPD. De afhakende kiezers van die partijen worden vooral niet-stemmers. De aanhoudende media-aanvallen op de nationaal-conservatieven dragen zeker bij aan deze stagnatie. Interne conflicten maken het tegenstanders daarbij gemakkelijk om de jonge partij als onserieus weg te zetten. Het gebrek aan ernst is echter ook een belangrijke reden waarom veel Duitsers zich van de clichématige en op sentimenten spelende politiek van de gevestigde partijen afkeren.

Posted on

Duitsland: Einde oude partijensysteem nadert

De SPD vecht om haar bestaan. Maar ook in de CDU groeit de nervositeit. En terecht, want de dominantie van de twee grote volkspartijen in de Duitse politiek staat op het punt doorbroken te worden.

Zowel voor politici als analisten was meteen duidelijk: Met het afscheid van Andrea Nahles van het partij- en fractievoorzitterschap is meer gebeurd dan alleen het vertrek van de zoveelste SPD-leider, de negende sinds 2000. Het is niet slechts een leiderschapscrisis meer, de SPD zit middenin een vertwijfelde strijd om haar voorbestaan.

Opvolging Nahles

De gebruikelijke berichtgeving over wie er allemaal kandidaat is om Nahles op te volgen, leidt dan ook van de kern van het probleem af. Die is gelegen in de afkeer van de Duitse sociaaldemocratie van haar historische identiteit en daarmee van haar missie en natuurlijke achterban. De partij van de grote schare aan hardwerkende mensen, uit arbeiders- en lagere middenklasse, is onder regie van losgezongen ideologen verschrompeld tot een nichepartij.

Werkende klasse

Genderideologie en klimaathysterie, pleidooien voor nog meer immigratie en het faciliteren van afgewezen asielzoekers, het bagatelliseren van integratieproblemen et cetera werden tot kenmerkende punten van de SPD. Prijsopdrijvend klimaatbeleid en sociale voordelen voor specifieke groepen moesten kiezers lokken. De werkende klasse kreeg bij ondertussen vooral de rol van pakezel, die alle economische en culturele lasten stil moet dragen.

Traditionele kiezers lopen weg

Wie bijvoorbeeld al jaren in een traditionele arbeidersbuurt woont en zich door vreemdelingen overlopen voelt en dat openlijk zegt, kan van de zijde van SPD-functionarissen op niets dan beschimpingen en neerbuigende terechtwijzingen rekenen. Dat kon niet lang goed gaan. Er zit altijd een zekere vertraging in, mensen die al decennia op dezelfde partij stemmen, veranderen daar niet zomaar in. Maar op een gegeven moment is de maat vol en lopen de kiezers massaal weg.

CDU nerveus

Voor de CDU, ooit de belangrijkste rivaal van de sociaaldemocraten, is dat geen goed nieuws. De nervositeit waarmee Annegret Kramp-Karrenbauer reageert op de turbulentie bij de federale coalitiepartner, is geenszins gespeeld. AKK weet dat haar partij vergelijkbare moeilijkheden te wachten staan. Want ook bij de CDU is de vervreemding van de natuurlijke achterban vergevorderd.

Merkels dubbelrol

Bondskanselier Angela Merkel speelt hierin een bizarre dubbelrol. Enerzijds bindt ze nog altijd miljoenen mensen, niet zozeer vanwege een bepaald beleid, maar omdat ze een vaste waarde is. Anderzijds ligt Merkel als een stolp over de CDU, waaronder ieder initiatief tot vernieuwing of herbronning verstikt. Het fnuikt iedere kans voor de partij om aan het lot van de SPD te ontsnappen.

Einde van het oude partijensysteem

Zo zien we nu dan ook het begin van het einde van het oude partijensysteem van de Bondsrepubliek. Met een CDU/CSU die in sommige peilingen al voorbij gestreefd wordt door de Groenen en een SPD die bijna achter de AfD terugvalt. De val van Nahles markeert het begin van de hete fase van deze omwenteling. De oersaaie Duitse politiek wordt toch nog spannend.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

‘Duitse economie leed al 100 miljard euro schade door sancties tegen Rusland’

Sinds het instellen van de sancties tegen Rusland door het Westen in 2014 hebben al meer dan 1300 Duitse bedrijven Rusland verlaten. Dat meldde Wolfgang Büchele van de Ost-Ausschuss der Deutschen Wirtschaft.

Vijf jaar geleden waren nog 6.000 Duitse firma’s met Duits kapitaal op de Russische markt actief. Eind 2018 was hun aantal volgens Büchele echter geslonken tot 4700. Daarbij zijn de grotere spelers overigens gebleven.

Nieuwe Amerikaanse sancties

Geen van de bedrijven zou er normaliter belang bij hebben om de Russische markt te verlaten, aldus Büchele, maar omdat nieuwe Amerikaanse sancties dreigden, hebben de firma’s die Rusland verlieten het risico niet meer aangedurfd.

Schade Duitse economie

De voorzitter van het samenwerkingsverband becijferde de schade die de Duitse economie door de sancties tegen Rusland reeds geleden heeft op 100 miljard euro. Hij riep Duitse bedrijven op de samenwerking met Rusland ook in de toekomst voort te zetten.

Posted on

Het rommelt in de partijtop van de SPD

De SPD komt maar niet uit het dal in de peilingen. Dat ligt er mede aan dat het in Duitse regeringspartij inmiddels traditie is om de actuele partijtop naar hartenlust te discrediteren.

Momenteel staat partijleider Andrea Nahles zwaar onder druk. Hoofdoorzaak zijn slechte verkiezingsresultaten en peilingen. Federaal komt de partij niet verder dan zo’n 15 procent, in Beieren hebben de sociaaldemocraten nog zes procent. In de verkiezingen voor het Europees Parlement dreigt de SPD de helft van haar zetels te verliezen. Zelfs het bolwerk Bremen, waar eind mei deelstaatverkiezingen plaatsvinden, wankelt. Ook in het uiterst linkse Berlijn, waar de partij momenteel met Michael Müller de burgemeester levert, zou in federale verkiezingen nog slechts 12 procent van de mensen zijn stem aan de SPD geven.

Gerhard Schröder brandt Andrea Nahles af

Alsof dit alles nog niet erg genoeg was, mengde onlangs oud-bondskanselier Gerhard Schröder zich weer in het interne debat. In een interview met het weekblad Der Spiegel bekritiseerde Schröder de partijleidster scherp. Schröder beklaagde Nahles, soms platte, optreden. De implicatie van de oud-bondskanselier was dat Nahles niet geschikt zou zijn als bondskanselier. Volgens Schröder zou de partij een kandidaat nodig hebben met economische competentie. Op de vraag of Nahles deze bezit, antwoordde hij vervolgens “Ik denk dat ze dat zelf niet eens zou durven beweren”.

Oud-bondskanselier Gerhard Schröder zou willen dat Sigmar Gabriel (foto), tussen 2013 en 2018 minister van achtereenvolgens Economische en Buitenlandse Zaken, weer een centrale rol innam (foto: Martin Kraft).

…looft Olaf Scholz en Sigmar Gabriel

Schröder ziet minister van Financiën Olaf Scholz eerder als de persoon die de toekomstige kandidaat-bondskanselier van de CDU, Annegret Kramp-Karrenbauer uit zou kunnen dagen. Daarnaast zou Schröder willen dat Sigmar Gabriel weer een centrale politieke positie in zou nemen. “Wellicht de meest begaafde politicus die we in de SPD hebben. Hij heeft alleen een aantal mensen binnen de partij te hard op de tenen getrapt. Of hij nog eens een grotere rol wil spelen, moet hij zelf bepalen.”

De tegenweer volgde prompt en zoals gebruikelijk binnen de SPD snoeihard. “Gelooft ook maar iemand, dat het wat voor nut dan ook voor de eigen partij heeft, wanneer gepensioneerde politici zich onvriendelijk uitlaten over hun opvolgers? Dat baat altijd slechts de politieke concurrentie. Het getuigt van slecht geheugen en is bovendien onsolidair”, twitterde plaatsvervangend partijvoorzitter Ralf Stegner.

‘Eerst de hemel in prijzen, dan als een baksteen laten vallen’

Ook SPD-bestuurslid Boris Pistorius klom in de ring en bekritiseerde de partijleiding om haar omgang met oud-partijleiders Sigmar Gabriel en Martin Schulz. “Volgens mij bevreemdt het de mensen wanneer de SPD haar leiders steeds weer eerst de hemel in prijst, om ze dan later weer als een baksteen te laten vallen”, aldus de Nedersaksische deelstaatminister tegenover dagblad Die Welt. Hij rekent dat vooral Nahles en Scholz aan. “Zo hoort dat gewoon niet.” Pistorius zei echter ook dat het geen makkelijk moment was waarop Nahles en Scholz de partijleiding overnamen.

Wat echter onbenoemd blijft is dat ook Martin Schulz een zwakke campagne voor de Bondsdagverkiezingen voerde en dat de partij onder het leiderschap van Gabriel er niet veel beter voor stond in de peilingen. Zou het soms niet zozeer aan het personeel, als wel aan de standpunten kunnen liggen, dat de kiezers weglopen?

Posted on

Duitslands zelfverloochenende grootheidswaan

Na het fiasco van de G7 moet ‘Europa’ zijn zaken nu zelf op orde brengen, zegt Merkel. Daarmee herhaalt ze een oude fout in een nieuw jasje.

De radeloosheid van de Duitse regering na het fiasco van de G7-top in Canada legt de essentiële zwakte van het Duitse buitenlandbeleid genadeloos bloot. Deze zwakte bestaat in de sinds de Wiedervereinigung van 1990 volgehouden weigering om echt Duitse belangen te formuleren. In plaats daarvan stonden Bonn en later Berlijn erop uitsluitend ‘Europese’ doelen na te streven, of die van ‘het Westen’, zo niet de hele mensheid. De Bondsrepubliek wilde bij het ‘wij’ horen zonder ‘ik’ te zeggen.

Dienovereenkomstig staat de Duitse regering nu hulpeloos en zonder gepaste strategie tegenover de uitdrukkelijk voor hun nationale belangen opkomende grote actoren in de wereldpolitiek – de Verenigde Staten, Rusland en China geven de algemene koers aan.

De reflexmatige reactie van Berlijn na het fiasco in Quebec versterkt deze indruk van hulpeloosheid nog: Nu moet ‘Europa’ des te meer één lijn trekken, zo stelde de bondskanselier. In de EU is echter dezelfde van renationalisering van het buitenlandbeleid op te merken als mondiaal.

In het ergste geval maakt Merkel Duitsland hiermee zelfs chantabel voor landen als Italië, wanneer de Italianen door hebben dat het de Duitsers aan een plan B ontbreekt in het geval het in ‘Europa’ niet tot een (voor Duitsland opnieuw dure) overeenkomst komt. Dat zal Rome uit weten te buiten.

Bovendien moet Berlijn in de Europese Unie eerder op leedvermaak dan op solidariteit rekenen, wanneer de Verenigde Staten de Duitse exporteconomie op de korrel zouden nemen. Dat leedvermaak heeft zijn wortels in Merkels omgang met diverse buurlanden en in het Euro-systeem en de gevolgen daarvan.

Met het open gooien van de grenzen in 2015 opereerde Merkel als solist. Geen Europese partner werd geconsulteerd. In plaats daarvan bedreigde Berlijn met behulp van Brussel de Midden- en Oost-Europese landen zelfs met represailles als ze niet veel meer asielzoekers op zouden nemen. Dit heeft voor veel verbittering gezorgd, met name in Hongarije, dat door in 2015 zijn grenzen te sluiten de Duitse bondskanselier de kop gered heeft en als dank door haar beschimpt wordt, of zoals men het in Boedapest ziet, regelrecht gechanteerd wordt: Als jullie niet meer asielzoekers opnemen, korten we jullie EU-subsidies.

Ook slaat het op de bondskanselier terug dat ze het falen van de Euro in 2012 niet wilde erkennen. Ten gevolge hiervan trekt de niet functionerende munt steeds diepere sporen door het Europese landschap. De Euro (te zwak voor Duitsland, te sterk voor veel andere landen) heeft de onbalansen in de buitenlandse handel veroorzaakt die nu ook tot de confrontatie met de VS leiden.

Een pragmatische nationale belangenpolitiek in reële uitwisseling met de partners had dit alles kunnen vermijden. Duitsland betaalt de rekening voor zijn zelfverloochenende grootheidswaan.

http://www.novini.nl/hoe-zou-een-soeverein-buitenlandbeleid-eruitzien-video/

Posted on

G7 wordt geen G8: Heiko Maas breekt met Ostpolitik SPD

Sinds 2014 is Rusland uit de groep van de leidende industriële staten gezet. De G8 werd weer G7. De nieuwe Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) wijst de roep vanuit het Duitse bedrijfsleven om een terugkeer naar de G8 resoluut af. Het kwam hem op veel kritiek te staan, ook van partijgenoten.

Zijn partijgenoot en voorganger als minister van Buitenlandse Zaken, Sigmar Gabriel had zich recent nog uitgesproken voor het zoeken van toenadering tot Rusland. Ook politici van de liberale FDP en de socialistische partij Die Linke hadden zich ervoor uitgesproken de Russische president Vladimir Poetin voor de top van de Groep in juni in Canada uit te nodigen.

“Als het Westen het echt serieus meent, dat het weer een constructieve dialoog wil aangaan, dan zou dit de geschikte gelegenheid zijn. De G7 zou weer G8 moeten worden”, stelde de fractievoorzitter van Die Linke Sahra Wagenknecht.

De liberale politicus Alexander Graf Lambsdorff liet zich weliswaar terughoudender uit, wil Rusland echter ook beslist weer aan de onderhandelingstafel terughalen: “Het is zinvol de dialoog met Rusland vaste vorm te geven en beter te structureren. Daarvoor zou de G7+1 het juiste format zijn”, aldus de vice-voorzitter van de FDP-fractie in de Bondsdag tegenover dagblad Die Welt.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung had eerder bericht dat Maas partijintern de verantwoordelijkheid voor de Ostpolitik uit handen genomen zou kunnen worden. Dat zou een forse inperking van zijn bevoegdheden zijn. Maas wil echter met de traditionele Ostpolitik van de SPD breken en dat roept veel weerstand op binnen de partij, schreef de krant onder verwijzing naar partij- en fractieleiding: “Voor deze koers heeft hij niet de steun van de meerderheid.”

Achim Post, vice-voorzitter van de SPD-fractie in de Bondsdag en voorzitter van de invloedrijke delegatie uit Noord-Rijnland-Westfalen uitte tegenover het dagblad Tagesspiegel scherpe kritiek op het plan van Maas om Rusland weg te houden van de onderhandelingstafel: “Ik vind deze benadering niet doelmatig.” De verhouding met Rusland is op het moment zonder twijfel moeilijk en gespannen, aldus Post, maar daarom “hebben we juist nu formats voor dialoog en diplomatie, in plaats van uitsluiting en retorische krachtmetingen, nodig”.

Kritiek kwam er niet alleen uit de Bondsdag-fractie van de SPD, maar ook uit de deelstaten. Zo onderstreepten de premiers van Nedersaksen, Mecklenburg-Voor-Pommeren en Brandenburg, Stephan Weil, Manuela Schwesig en Dietmar Woidke, dat zij vast willen houden aan de ontspanningspolitiek uit de tijd van Willy Brandt en Egon Bahr. “De SPD hecht aan een goede verhouding met Rusland. Dat sinds lang onze opstelling en komt overeen met hoe de overgrote meerderheid van onze leden en ook onze kiezers tegen de zaak aan kijkt”, stelde Weil.

Partijleider Andrea Nahles probeerde daarentegen weinig overtuigend de beide kampen met elkaar te verzoenen. Steun kreeg Maas alleen vanuit Frankrijk en Oekraïne. Zo sprak ook de Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Yves Le Drian (ex-PS) zich tegen het uitnodigen van Rusland op de G7-top in Canada uit. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Pavlo Klimkin was, weinig verrassend, vol lof over de houding van Maas: “Ik waardeer zijn opstelling zeer.”