Posted on

Sintgedoe en zeurpieterij

Het is net oktober en daar steken de zeurpieten hun kop al weer op, ze schreeuwen en krijsen moord en brand over vermeend racisme. Gewoon droevig om te zien hoe Nederlanders zichzelf naadloos in een wel-‘denkende’ hoek plaatsen en zichzelf daarmee tegelijk in de NIET-wetende categorie ordenen. Men denkt na, men praat na en kletst naar dat men verstand heeft.

WEL wetende mensen hebben zonder al te veel inspanning duizenden jaren oude kennis opgedaan en vegen het racismeverhaal dat er aan de haren wordt bijgetrokken finaal en radicaal van tafel. Onzingeklets van de bovenste plank, te vergelijken met de onzinverhalen die jarenlang de ronde deden dat 50.000 naamplaatjes van Mascotte-vloeitjes recht gaf op een gratis rolstoel (ja.. rook zoveel en je eindigt als wrak aan de zuurstof in een rolstoel) of nog infantieler, de toentertijd oerdegelijke kwaliteitsmeubelen van Oisterwijk die – dat wist men zeker – gevuld waren met beton, het is maar net wat je wilt geloven.

Historisch besef

Sinterklaas & Zwarte Piet mag niet is de giftige boodschap van een stel krijsende harpijen zonder enig historisch besef en kennis die met gif en venijn de ‘rechten’ van minderheden denken te verdedigen maar daarmee hun eigen en ook mijn eeuwenoude erfgoed te grabbel gooien. Het heeft niks met slavernij of racisme te maken en is hetzelfde broodje aap verhaal als dat de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog van de aan het front gesneuvelde soldaten zeep, olie en munitie maakten, niets anders dan een gruwelijk sprookje.

Gelukkig heeft Nederland buiten de gesubsidieerde schreeuwers in de grote steden nog meer dan voldoende ruggengraat, zoals de blokkeer-Friezen onder aanvoering van Jenny Douwes die zich straks notabene voor het gerecht moeten verantwoorden. Helemaal van de pot gerukt! Net als de komende intocht waar een stel historisch debiele minkukels voor u heeft besloten dat er alleen roetveeg-pieten mogen deelnemen aan de Nationale intocht.

Mag ik bij deze een oproep aan ALLE zwarte pieten in Nederland doen om in vol tenue naar de intocht te komen en de Sint vanaf de kant hartelijk welkom te heten?!

Maancyclus

Voor wie tot zover meegelezen heeft, nog iets ter afsluiting van dit stukje: Noteer maar ergens in je agenda voor de volgende keer, want die zeurpieterij is nog lang niet afgelopen, zolang als die gesubsidieerde beroeps-zeikerds hun gang kunnen gaan (daarin gesteund door meekrijsers) zullen ze doorgaan. Waar we het over hebben is een oud, zelfs pre-christelijk maanfeest. Het is ook de maancyclus die door later ontstane religies als basis genomen is voor de eigen leer, bijvoorbeeld terug te vinden in het Jodendom en de Islam die volledig schatplichtig zijn aan de maan en haar verschijningen.

Even over de feesten die wij hier al eeuwen (en in steeds wisselende gedaanten) vieren: Sint Maarten (laatste maankwartier van de 12e maan) Sint Nicolaas (laatste volle maan van de 12e maan) Kerst & Nieuwjaar (laatste nieuwe maan van de 12e maan). Misschien moeten het islamitische Suikerfeest en de Hadj bij deze ook maar afgeschaft worden om zo maar een paar dingen te noemen, of het Joods of Islamitisch nieuwjaar, verdiep u er maar eens in, kijk naar de stand van de maan..

Posted on

In deze Zwitserse streek viert men Oud en Nieuw met Klazen volgens Juliaanse kalender

De Juliaanse kalender loopt 13 dagen achter op onze Gregoriaanse kalender. In de Oosters-Orthodoxe kerken wordt deze kalender nog altijd aangehouden. Maar ook in Zwitserland laat de kalender in delen van het kanton Appenzell tot op de dag van vandaag zijn sporen na. Zodoende wordt daar met de Silversterchlaus pas op 13 januari de jaarwisseling gevierd.

Om vijf uur ’s morgens is de winternacht in het ommeland van Appenzell nog pikkedonker en krakend koud. Maar in sommige drinklokalen brandt al licht, want hier maken de zogenaamde Silvesterchläuse zich gereed. Iedere groep van deze gemaskerde Klazen (Nikolazen) bestaat uit vijf tot acht mannen. Een Schuppel wordt zo’n groep genoemd. Ze trekken vrouwenkleren aan met witte kanten schorten of kleurige fluwelen pofbroeken. Katoenen kappen worden omgebonden, witte handschoenen aangetrokken. Ten slotte moeten de grote koebellen en hoeden nog opgezet worden.

Op deze hoofdbedekking, zo groot als een wagenwiel, is het boerenleven in miniatuur verbeeld. Kleine uit hout gesneden figuurtjes zijn te zien aan de dagelijkse arbeid. De mannen dragen dikwijls hele weides in miniatuurformaat op hun hoofd. De Vorrolli, de aanvoerder van een Schuppel, draagt 13 bellen op zijn borst en rug en heeft zo’n grote hoofdversiering, dat hij nog slechts waggelend door de deur naar buiten kan.

Wanneer alles opgetuigd is, breekt de groep terwijl het nog donker is in ganzenpas op en gaat op weg naar de eerste boerderij. Voor de Chläuse wordt het een langer en inspannende dag, want de maskers, hoofdbedekking en bellen wegen bij elkaar zeker 30 kilo, en de weg van boerderij naar boerderij gaat berg op en berg af. Het is een lange weg naar het dorp in het dal.

Hier in Urnäsch, een klein dorp midden in het Zwitserse Appenzellerland, aan de voet van de Säntis, verloopt de tijd anders. Want terwijl overal elders het nieuwe jaar al twee weken oud is, wordt hier nog Silvester gevierd met een unieke traditie, die in het Hinterland van Appenzell Außerrhoden, oftewel in de gemeentes Urnäsch, Herisau, Hundwil, Stein, Waldstatt, Schwellbrunn en Schönengrund, de meest indrukwekkende wintertraditie is.

De wortels van deze traditie kent hier niemand meer precies, maar ze stamt in ieder geval van voor de invoering van de Gregoriaanse kalender. Toen de paus in 1582 de Gregoriaanse kalender, een aanpassing van de Juliaanse, afkondigde, waardoor oud en nieuw verschoof, besloten de gereformeerde Appenzellers (dus die in Außerrhoden) simpelweg tweemaal oud en nieuw te vieren: volgens de nieuwe kalender op 31 december, maar ook volgens de oude kalender op 13 januari.

Het is een bijzondere eer om een Schuppel te gast te krijgen. Eerst wordt er veel geluid gemaakt met de bellen en dan zetten ze hun Zäuerli in, een hoog mannengezang, dat ver door het dal weerklinkt en nog het meest lijkt op jodelen zonder woorden. De heer des huizes en zijn gezin luisteren aandachtig. Driemaal herhaalt zich het schouwspel van gezang en klokgelui, dan wensen de Chläuse stuk voor stuk met een stevige handdruk een goed nieuwjaar. Als dank krijgen ze glühwein, die ze met een strohalm door een gaatje in hun masker opdrinken. Bij deze gelegenheid wordt er ook onderhands een geldbiljet overhandigd.

Tegen de middag hebben de diverse Schuppels van Chläuse alle boerderijen gehad en naderen ze het dorp. Daar ziet men groepjes van huis tot huis trekken, ondertussen door veel toeschouwers gadegeslagen. De feestelijke stemming wordt steeds meer tot een volksfeest. Uiteindelijk komen de verschillende groepen bij elkaar, de mooie Chläuse wedijveren met de Schö-Wüschten en de Wüsten. De woeste klazen zijn waarschijnlijk de meest oorspronkelijke. Hun gezichten zijn achter vreeswekkende maskers verborgen en door hun bekleding lijken ze op wandelende bomen of struiken. Maar als ze hun klokken en koebellen luiden en beginnen te zingen, gaat van hen dezelfde fascinatie uit.

In de kostuums van de Schö-Wüschten zijn geen grenzen gesteld aan de fantasie. De kostuums bestaan wel steeds uit natuurlijk materiaal, hun gezichten verbergen ze achter dennenappelmaskers, de bekleding bestaat uit mos, schors en gevlochten materiaal.

’s Middags verplaatst het gedruis zich geleidelijk naar de herbergen en taveernes, waar de klazen tot ver na middernacht met de andere gasten drinken en feestvieren en van tijd tot tijd nog een Zäuerli ten beste geven.

Het museum in Urnäsch heeft een expositie over diverse lokale tradities, waaronder deze. Meer informatie is te vinden op www.museum-urnaesch.ch

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.

Posted on

Waarom Zwarte Piet zwart moet blijven

Is Zwarte Piet racistisch? Is hij recent? Een negentiende-eeuwse slaaf van de blanke Sinterklaas? Vragen die ons oude Sinterklaasfeest gedurende deze winterzonnewendeperiode lijken te verduisteren.

Mij was het altijd duidelijk dat Zwarte Piet niet racistisch of recent is. Voor mijn boek Zwarte Piet: discriminerend of fascinerend? heb ik literatuuronderzoek gedaan en bronnen geraadpleegd die Sinterklaas noemen (o.a. Schrijnen [1915], Schwabe [1969], De Benoist [1996], Van der Ven, Van de Graft [1978], Grolman [1931] en Farwerck [1970]). De boeken presenteren een rijke wereld van oeroude volksgebruiken. Een aspect dat ze beschrijven is dat van de Europese sinterklaasmaskerades: ommegangen met zwart geschminkte en/of bebaarde sinterklaasbegeleiders, duivelse sinterklaasbegeleiders en allerlei sinterklaastypes.

Nicolaasmaskerades

Ons Sinterklaasfeest wordt ook bij de nicolaasmaskerades ingedeeld. Vroeger waren er allerlei nicolaasmaskerades te vinden in Nederland en België. Er waren ‘Zwarte Sinterklazen’, Klaas in wieve-goed (een onherkenbare travestiefiguur), Sintroms in witte lakens met zwarte Pieters, en op de Waddeneilanden vinden we nog steeds vreemd uitgedoste Klozems en Sundrums, die soms nog zwarte gezichten hebben. In het zestiende- tot en met negentiende-eeuwse Amsterdam waren er ook zwart geschminkte Sunderklazen die de buurten terroriseerden, op zoek naar stoute kinderen.

Duitse sinterklaasbegeleiders zijn donker bebaard, hebben vaak zwarte gezichten, dragen donkere kleren en heten Ruprecht. In de Franse Elzas heten deze figuren Hans Trapp, in Luxemburg Houseker, en in Zwitserland hebben we Schmutzli, die net als onze Zwarte Piet een plunjezak en een roe draagt. Evenals onze vroegere Piet spreekt Schmutzli gebrekkig. De Oostenrijkse Krampussen zijn niet altijd zwart, lijken op duivels en dragen vaak een mand in plaats van een zak, waarin stoute kindertjes gegooid worden. En ze jagen jonge mensen op. Elders heeft ook Sint-Maarten (11 November) zwarte begeleiders, en jagen gemaskerde jonge mannen rond 5 december jongeren op, om hun met roeden al petsend vruchtbaarheid te brengen.

Heidense oorsprong

Indien al deze volksgebruiken een gemeenschappelijke oorsprong hebben – en dat is volgens volkskundigen evident – is het aannemelijk dat de oorspronkelijke Sinterklaasbegeleiders er niet zo negroïde uitzagen als onze uit hen voortgekomen negentiende-eeuwse Afro-Piet. De Nederlandse Piet is in essentie dezelfde figuur als de andere sinterklaasbegeleiders. Zij dragen vaak een roe; zijn vaak zwart of donker geschminkt; rijden net als Sinterklaas vaak op een schimmel; dragen een zak; gooien vruchten en noten (in Nederland snoep en pepernoten); brengen geschenken en maken jonge mensen bang.

Volgens de bronnen duiden deze gebruiken op een heidens bezinksel. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn hoogstwaarschijnlijk overblijfselen van de voorchristelijke Germaanse Wodancultus. Het volksgeloof stelt dat Sinterklaas op zijn schimmel over de daken kan vliegen (net als Wodan); hij is een rijzige figuur (net als Wodan); heeft een lange baard (net als Wodan); Sinterklaas en Piet komen ´s nachts door de schoorsteen bij de mensen op bezoek en bij de open haard leggen de mensen wat voer neer voor de schimmel gedurende het nachtelijke Klaasbezoek (dit duidt op een aloud hooioffer voor Wodan en zijn paard). De schoorsteen was voor het huis de verbinding met de andere wereld en Wodan en de gesneuvelden konden zo ´s nachts bij de mensen voedsel en offers komen halen.

Zwarte gezichten

Groepjes mannen – in de literatuur vaak mannenbonden genoemd – brachten hun gemeenschappen vruchtbaarheid en stonden in spiritueel contact met Wodans Wilde Heir. Dit was een dodenleger van gesneuvelde medestrijders die, als bewoners van de Onderwereld, zwarte gezichten hadden gekregen. Hun aanvoerder was Wodan. Tijdens riten dosten de mannen zich uit als hun gesneuvelde dierbaren dus maakten zij ook hun gezichten zwart.

De Kerk probeerde in de Middeleeuwen de hemelse legeraanvoerder Wodan door de heilige Nicolaas (en elders Sint-Maarten) te laten vervangen. Het volksgeloof bleek echter hardnekkig: de schimmel en de zwarte mannen bleven rondwaren. Dus werden Sint-Nicolaas en Sint-Maarten schimmelruiters en kregen de zwarte mannen de identiteit van de duivel, die ook als Piet of Pieter bekend stond.

Elders in Europa bleef men Piet met de duivel en duisternis vergelijken, maar in Nederland kreeg Piet halverwege de negentiende eeuw dit tropische uiterlijk. Kennelijk kon men deze zwarte schim, afkomstig van het heidense verleden, niet anders plaatsen. Dus vergeleken ze de zwarte Piet met een Moor – een voor die tijd prototypische neger, die in zeventiende-eeuwse kleren op veel plaatsen afgebeeld werd in boeken en op winkels.

Zijn de zwarte pieten dus negentiende-eeuws? Ze zijn veel ouder. En de kritiek dan, die zegt dat Zwarte Piet een negentiende-eeuwse slaaf uit Afrika is? Die zegt meer over de beweerders dan over de geschiedenis.

Rassenreductionistische kritiek

De kritiek op Piet is weliswaar modern, maar de argumenten tegen hem zijn bekrompen, oppervlakkig, rassenreductionistisch en getuigen van uitvergrote postkoloniale frustraties. Inderdaad, Zwarte Piet is niet zwart van de schoorsteen. Maar zijn ondergeschiktheid aan Sinterklaas is evenmin ingegeven door racisme. Sommigen stellen aanpassing voor door Piet slechts enkele zwarte roetvegen op het blanke gezicht te geven. Een slechte oplossing voor dit beweerde racisme, want de Zwarte-Pietspelers zouden herkend worden en dus zou de eeuwenoude nicolaasmaskerade daarmee opgedoekt zijn. Kinderen zouden van hun geloof vallen als ze zien wie Piet speelt.

Wat mij betreft blijft Zwarte Piet zoals hij is. Wel zouden de reclamebureaus die hem als soort Moriaantje portretteren, hem met wat minder negroïde uiterlijkheden uit kunnen dossen (geen rode lippen, minder kroezende krullen) en kunnen Zwarte Piet-spelers hem zonder Surinaams accent opvoeren. Maar hij moet wel zwart blijven. Zonder een zwarte Zwarte Piet zouden wij breken met een traditie van vele, vele eeuwen. En laat ons dit feest vrijwaren van moderne, multiculturele frustraties en het in al zijn onbeholpenheid aan onze kinderen overdragen.


zwarte pietOp 8 november 2013 verschijnt bij Uitgeverij Aspekt het boek van Marcel Bas, getiteld Zwarte Piet: discriminerend of fascinerend?. Het draagt als ondertitel Een pleidooi voor de zwarte Zwarte Piet.  Hierin wordt de Zwarte Piet-kritiek besproken en weerlegd vanuit een oneigentijds perspectief. Er worden parallellen getrokken met winterzonnewendegebruiken, er komen critici alsook volkskundigen uit het binnen- en buitenland aan bod,  de Zwarte Piet-kritiek wordt er weerlegd, en er wordt gezocht naar de oorsprong van de knechtstatus van Piet.

ISBN: 9789461534095
http://www.roepstem.net/zwarte-piet-discriminerend-of-fascinerend.html