Posted on

Het vrije verkeer en de uitbuiting van vrachtwagenchauffeurs

vrachtwagenchauffeurs

Een uithangbord van de Europese Unie is het zogeheten vrije verkeer van goederen en diensten tussen de lidstaten. Het wegennet van Europa fungeert daarbij als vatenstelsel en duizenden vrachtauto’s als het levensbloed van de Europese economie. Hoewel deze branche wezenlijk bijdraagt aan een stabiele en florerende economie, heersen er voor vrachtwagenchauffeurs slechte werkomstandigheden. 

Een reportage die op 8 oktober 2018 in het Duitse dagblad Tagesspiegel verscheen, schetst de omvang van de zaak. Expeditiebedrijven in West-Europa kunnen steeds moeilijker chauffeurs vinden, terwijl de vraag steeds verder toeneemt. Volgens het jaarverslag van het Deutsche Speditions- und Logistikverband is er een tekort van liefst 45.000 vrachtwagenchauffeurs. En de tendens is dat dit aantal toeneemt.

Vrachtwagenchauffeurs werven buiten Europese Unie

Om deze vraag te dekken oriënteert de branche zich in toenemende mate op Oost-Europa. Vanwege stijgende sociale standaarden wordt het werk daar echter ook minder gewild. Zodoende halen Oost-Europese dochterbedrijven of onderaannemers een trucje uit. Ze werven voor de werkzaamheden toenemend buiten de Europese Unie mensen aan. Velen van hen komen uit landen als Moldavië, Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland en Kazachstan. Voor hen lijkt het werk wel lucratief. Zo bedraagt het Oekraïense minimumloon omgerekend 100 Euro per maand. In Duitsland ligt het echter bij circa 1.500 euro.

Oost-Europees minimumloon aantrekkelijk

Hoewel de Oost-Europese bedrijven meestal voor West-Europese bedrijven werken, krijgen de vrachtwagenchauffeurs die zij in dienst hebben slechts het minimumloon van de Oost-Europese landen waar de bedrijven gevestigd zijn. In Polen is dat bijvoorbeeld slechts 500 Euro per maand. Veel van deze vrachtwagenchauffeurs zijn echter vanaf hun aanstelling nauwelijks in Polen onderweg, maar vooral in West-Europa.

Besparen op personeelskosten

Maar ze vallen ook onder de fiscale en sociale wetgeving van de Oost-Europese landen. Voor de expeditiebedrijven is dat goed zaken doen. Zo kost het aanstellen van een chauffeur in Oost-Europa 14.000 à 20.000 Euro per jaar. In Duitsland zouden de bedrijven met zo’n 46.000 Euro per jaar moeten rekenen.

De branche bespaart kortom op de personeelskosten, oftewel op het personeel dat het tegelijk zo moeilijk krijgen kan. In plaats van aantrekkelijke voorwaarden voor dit zware werk te scheppen, werft de branche dumping-loonwerkers buiten de Europese Unie.

Arbeidsomstandigheden vrachtwagenchauffeurs

Ook voor de chauffeurs uit derde landen is dit niet onproblematisch. Zo moeten vrachtwagenchauffeurs die lange afstanden rijden na twee weken minstens 48 uur rusten. Deze rust mag bijvoorbeeld in België niet in de cabine plaatsvinden. In Duitsland wordt dit echter getolereerd. Worden overtredingen wel beboet, trekt men ze dikwijls van het loon af. Dat deze vrachtwagenchauffeurs zich zodoende dikwijls in een precaire hygiënische toestand bevinden behoeft geen toelichting.

Posted on

Drastische bevolkingsdaling Baltische staten

De directeur van het Litouwse Centrum voor Sociaal Onderzoek, Sarmine Mikulioniene uit bezorgdheid over de bevolkingsdaling in de Baltische staten in het algemeen en Litouwen in het bijzonder.

In de eerste plaats trekken mensen tussen de 18 en 30 jaar oud sinds de jaren ’90 naar het westen en is dit verschijnsel sterk toegenomen sinds de toetreding tot de Europese Unie in 2004. Hoofdreden is de mogelijkheid om beter te verdienen. Hoewel de economie in de Baltische staten zich positief ontwikkelt, is vooral bij de lonen nog een duidelijke kloof met West-Europa zichtbaar.

Waar in bijvoorbeeld Duitsland het doorsnee uurloon bij 15,70 euro ligt, is dat in Letland slechts 3,35 euro. De toetreding van Letland tot de EU leidde tot een massale uittocht van arbeidskrachten, vooral naar Ierland en Groot-Brittannië, maar ook andere West-Europese landen gelden bij de Balten als aantrekkelijker dan hun eigen arbeidsmarkt.

Diverse andere landen hebben met een vergelijkbare uittocht te maken. Vooral Letland, Litouwen, Bulgarije en Moldavië hebben te kampen met een drastische krimp van de bevolking. Mikulioniene waarschuwt: “De situatie is zeer zorgwekkend. In Litouwen zijn 2.000 dorpen volledig verdwenen, we sluiten universiteitsafdelingen en kunnen geen mensen vinden voor het werk.”

De bevolkingsdaling bedraagt in Litouwen 23 procent sinds 1991. Wanneer steeds meer jonge mensen hun land verlaten, heeft dat voor het land in kwestie als gevolg dat de bevolking snel vergrijst. Zowel de economie als het pensioenstelsel zuchten hieronder.

Letland kampt met 27 procent nog sterker met bevolkingsdaling. Wanneer mensen in de vruchtbare leeftijd wegtrekken, betekent dat ook dat in hun thuisland minder kinderen geboren worden. De bevolkingsdichtheid is in Litouwen gedaald naar 44 inwoners per vierkante kilometer, in Letland zelfs naar 29. Ter vergelijking: Nederland heeft 411 inwoners per vierkante kilometer en Duitsland 231.

Naast de Balten die naar het Westen trekken, zijn veel etnische Russen vanuit de Baltische staten naar Rusland vertrokken. In Rusland geldt al langer een vereenvoudigde naturalisatieprocedure. Het is een van de manieren waarop Moskou de eigen negatieve demografische ontwikkeling af probeert te remmen. Sinds 2014 hebben zo’n 600.000 etnische Russen uit diverse voormalige Sovjetrepublieken daar gebruik van gemaakt. Velen kwamen uit de Oekraïne of Kazachstan, maar ook uit de Baltische staten, waar hun rechten sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aanzienlijk beperkt zijn. Zo zijn veel van de etnische Russen die vaak al generaties in de Baltische staten wonen stateloos. In Litouwen vormen etnische Russen zo’n vijf procent van de bevolking, maar in Estland en Letland is ongeveer een kwart van de bevolking van Russische afkomst.

In Estland stijgt het geboortecijfer sinds enkele jaren weer licht, doordat de regering een aantal prikkels in het leven geroepen heeft. Zo krijgt de ouder die thuisblijft een vergoeding ter hoogte van het laatste loon voor het zwangerschapsverlof en moeten werkgevers naar de andere ouder flexibel zijn.

Posted on

Miljoenen EU-geld voor Oekraïense grensposten ‘verdwenen’

Oekraïne heeft een nieuw financieel schandaal – en dat kan gevolgen hebben, omdat het gaat om het verdwijnen van EU-middelen. Oekraïense media melden, onder verwijzing naar een bron bij de Europese Commissie, dat men daar sterk de indruk heeft dat de EU-middelen die eigenlijk bestemd waren voor de modernisering van de Oekraïense grensposten, zijn verduisterd door de autoriteiten van het land.

Feit is dat veel Oekraïense grensposten zich nog steeds in een vervallen staat bevinden. De niet nader genoemde Brusselse bron wordt in de Oekraïense media als volgt geciteerd: “Daarom zijn er aan de Oekraïense grens met de Europese landen eeuwige files, er is geen infrastructuur. Het schokkende feit is dat bij één van de checkpoints in Volyn, Ustilug-Zosin gewoon een kuil gegraven is, waarvan wordt gezegd dat het drie miljoen euro gekost zou hebben.”

Volgens de directeur van het Internationaal Centrum voor Oostzee- en Zwarte Zee-Studies, Irina Weresjtsjoek, is de situatie op de controlepost Korczowa-Krakowiec op de Pools-Oekraïense grens vergelijkbaar. De Poolse kant heeft zijn deel van de modernisering snel voltooid, terwijl de Oekraïense zijde slechts één put heeft gegraven.

Eerder had de Oekraïense minister van Financiën, Alexander Daniljoek toegegeven dat de EU had besloten om de financiering voor de modernisering van controlepunten te verminderen. Sinds het project in 2014 is gestart, heeft Kiev voor dit doel ongeveer 30 miljoen euro ontvangen. Volgens de bron zou zo’n twee derde van dit budget echter simpelweg “verdwenen” zijn.

Posted on

Spanje: Kosovo alleen bij EU als deel van Servië

Eind februari wordt een informele top van de Europese Raad gehouden, waar onder andere een nieuwe EU-uitbreidingsstrategie voor de westelijke Balkan op de agenda staat. Spanje benadrukt naar aanleiding hiervan opnieuw dat het toetreding van Kosovo tot de EU zal blokkeren, behalve als Servische regio.

Madrid stelt zich op het standpunt dat Kosovo alleen lid kan worden van de Europese Unie, als een aparte regering binnen Servië, zo meldt het Servische dagblad Vecernje Novosti. Op deze wijze hoeft Spanje Kosovo niet als staat te erkennen. De meeste EU-lidstaten hebben de onafhankelijkheid van Kosovo erkend. Het eveneens Oosters-Orthodoxe Griekenland echter niet, daarnaast hebben Spanje, Roemenië en Slowakije Kosovo niet erkend, mede om de reden dat het een precedent zou scheppen voor eventuele secessie van regio’s in hun eigen land.

Spanje heeft naar aanleiding van de nieuwe EU-uitbreidingsstrategie voor de westelijke Balkan (i.e. voormalig Joegoslavië en Albanië), bezwaar gemaakt tegen de suggestie dat Kosovo als staat toe zou kunnen treden tot de EU en hierover diverse documenten naar EU-functionarissen gestuurd. Het Spaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigde dit tegenover het Servische dagblad en stelde dat het voet bij stuk zal houden: “Het standpunt van Spanje over het niet erkennen van de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid van Kosovo is gebaseerd op de verdediging van de beginselen van de territoriale integriteit van staten, respect voor internationaal recht en de rule of law.”

De situatie in Catalonië lijkt de opstelling van Spanje ten aanzien van Kosovo alleen nog geconsolideerd te hebben. Vecernje Novosti roept in dit verband in herinnering dat de Europese Commissie na het illegale onafhankelijkheidsreferendum in Catalonië stelde dat de situatie in Catalonië niet te vergelijken is met die in Kosovo, omdat Spanje lid is van de EU en Servië niet. Belgrado had destijds op het punt gestaan om te protesteren tegen deze dubbelhartige opvatting van het internationaal recht, maar president Aleksandar Vucic zag hier destijds op aandringen van Madrid vanaf, omdat het de situatie voor Spanje verder zou kunnen compliceren. Vucic stelde destijds ook dat hij weet hoeveel druk er op premier Mariano Rajoy wordt uitgeoefend om Kosovo te erkennen.

Posted on

Babis relativeert belang Visegrad-groep

De beoogde Tsjechische premier Andrej Babis relativeert in een interview met Poolse journalisten het belang van de Visegrad-groep.

De Visegrad-groep bestaat uit Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije en omdat deze landen bijvoorbeeld in de kwestie van de opgelegde herverdeling van asielzoekers binnen de EU een afwijkend standpunt innemen, hebben eurosceptici in de rest van de EU het wel willen zien als de nucleus van een koerswijziging van het Europese project. De retoriek van de Poolse en Hongaarse regeringen werken dit echter ook in de hand. Bij die retoriek is het echter steeds van belang te bedenken dat politici vooral zeggen hoe ze zouden willen dat het was. Hoe het werkelijk is, moet uit hun daden blijken.

Op Novini hebben we er dan ook al eerder op gewezen dat de Visegrad-groep en vergelijkbare initiatieven niet meer zijn dan vergaderformats. De recente uitspraken van Babis onderstrepen dit nog eens. Daarnaast maakt het duidelijk dat de euroscepsis van Babis beperkt is, wat overigens ook voor die van de regeringen van de andere betrokken landen geldt.

“We verschillen vaak van opvatting binnen de [Visegrad] Groep en het neigt er naar dat die opvattingen ook iedere keer veranderen bij een regeringswisseling – zoals het geval is geweest in Polen. [..] Om eerlijk te zijn: gezien de rivaliteit binnen de Visegrad-groep, is het onmogelijk om er een permanent verenigd samenwerkingsplatform van te maken. Het heeft meer zin om overeenstemming te bereiken met de Polen, de Nederlanders of de Duitsers afhankelijk van wat in ons belang is.”

Als de Poolse journalisten vervolgens vragen of de Visegrad-groep niet meer zou kunnen zijn, zegt Babis:

“Het zou kunnen, als we het ergens over eens konden worden. En het zal waarschijnlijk niet gebeuren. Maar…, hoe wordt Jaroslaw Kazcynski beoordeeld binnen de EU? Zwak. Net als Viktor Orbán. En baseer je dan je beleid op een partner die geen positie heeft? Dit betekent niet dat we niet samen willen werken met de Polen, Hongaren en Slowaken in het kader van de Visegrad-groep. Er zijn verschillende visies op de toekomst van de V4. Maar als je iets wilt bereiken, kun je jezelf niet koste wat kost beperken tot de Visegrad-groep. We moeten samenwerken met diegenen waar we het op een specifiek onderwerp mee eens zijn, dus allianties wisselen.”

Posted on

Ondanks diversificatie-praat neemt Europese import Russisch gas toe

De Europese Commissie en diverse EU-lidstaten in Midden- en Oost-Europa praten honderduit over het diversificeren van hun energietoevoer om met name minder afhankelijk van Rusland te worden. De realiteit ziet er echter anders uit: De Russische aardgasgigant wordt op de Europese markt namelijk niet teruggedrongen, maar blijkt zelfs nog sterk te groeien.

Zo verbrak Gazprom in augustus zijn dag-uitvoerrecord: In vergelijking met dezelfde maand van vorig jaar kon het bedrijf circa 12% meer aardgas naar Europa exporteren. Als reden daarvoor voeren deskundigen de Europese gasvoorraad aan, die in het relatief koude voorjaar meer is aangesproken dan voorheen.

De totale gasproductie van de energiereus stagneerde vorig jaar bij 419 miljard kubieke meter. Desalniettemin steeg de export naar landen buiten het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), waaronder de EU-lidstaten, naar een recordhoogte van 179 miljard kubieke meter.

Voor Gazprom is de Europese afzetmarkt lucratiever dan de binnenlandse, aangezien het in Europa een prijs per kubieke meter kan vragen die dubbel zo hoog is als in het binnenland. Voor de Europese afnemers is het Russische aardgas niettemin goedkoper dan het gas van bijvoorbeeld de Amerikaanse concurrentie. De relatief lage prijs is een beslissend concurrentievoordeel voor Gazprom.

Met name enkele Midden- en Oost-Europese landen willen zich sinds de Krim-crisis onafhankelijk maken van energievoorziening door Rusland en hebben zodoende onder andere het oog laten vallen op de import van Amerikaans schaliegas. In Litouwen en Polen zijn reeds de eerste LNG-terminals gebouwd. Het Amerikaanse gas is echter onvergelijkbaar duurder dan het Russische. Ook over de toekomstige concurrentiestrijd maakt Gazprom zich zodoende niet al te veel zorgen.

Posted on

Atheens Imperium: Lessen voor de EU

Met de uitspraak van het Europese Hof in de zaak rondom de verdeling van illegale immigranten en vluchtelingen tegen Polen wordt één ding steeds duidelijker. De EU is hard op weg Athene achterna te gaan, maar dan niet de kant van de idyllische democratische utopie. Athene bouwde haar democratie namelijk op een groots imperium, schrijft Thucydides.

De bouw van een imperium

Na het verslaan van de Perzen bij Marathon en Salamis wachtte Athene de taak om de – voormalige – Atheense koloniën in Ionië te bevrijden. Daartoe werd op het heilige eiland Delos een bondgenootschap opgericht in 478 v. Chr. Deze bond werd vormgegeven met het delen van grondstoffen en financiën. Binnen 20 jaar was het uitgegroeid tot een imperium dat stemrecht dreigde te ontnemen van tegenstribbelende leden, financiële bijdragen achterover drukte, en onwelgevallige leden binnenviel en fysiek op de knieën dwong. Herkenbaar? Alleen het laatste wordt nog via procedurele en juridische wegen geprobeerd. De ironie is dat deze periode samenvalt met de grootse periode van Atheense democratie dat als bakermat gezien wordt voor onze eigen democratieën.

Zelf gefinancierde ondergang

Als de geschiedenis zich herhaalt wordt het einde van de EU nog interessant. Het einde van de EU denkt u? Ja, want het imperium dat zich openbaart is het gedoemd te eindigen. Alle technologie, onderwijs, en culturele vervaging ten spijt zijn de verschillen tussen de volkeren binnen de europese cultuur nog steeds niet verdwenen. Zo’n imperium is gedoemd te mislukken.

Nadat Naxos (472 v. Chr) en Thalos (465 v. Chr.) op de knieën waren gedwongen begon Athene aan haar daadwerkelijke opmars. Langzaam weden alle bondgenoten een fiscale, administratieve, en militaire kolonie van Athene. Belastingen werden direct geïnd in de – voorheen – onafhankelijke steden, ‘ambassadeurs’ moesten het Atheense belang vertegenwoordigen in elke stad, Atheense garnizoenen werden in of nabij steden geplaatst om effectieve controle te houden op de ‘bondgenoten’.

Ironisch genoeg betaalden de lidstaten mee aan hun eigen ondergang. Met hun bijdrage, financieel of in schepen, werden zij vervolgens onder druk gezet om naar de Atheense pijpen te dansen. Ook dit is in de praktijken van de EU waar te nemen.

De EU: Imperium voor democratie

Diezelfde situatie doet zich ook steeds meer voor met de EU. In elk van de hoofdsteden zit inmiddels een vertegenwoordiging die de nationale begroting mede controleert. Uiteraard behouden de landen hun ‘autonomie’. De afdrachten aan de EU gaan inmiddels onder de dwang van strafmaatregelen, maar dat moet u uiteraard anders zien.

Er zijn ambassades van de EU, huizenmusea, een universiteit van de EU, om te verhalen van de waardevolle bijdragen van de EU. Er is een EU-leger in oprichting, met enige cynisme een EU-marine. Er wordt gewerkt aan directe belastingen, aan EU-breed privaatrechtstrafrecht. Weliswaar staan die laatste twee in de kinderschoenen én voor zover het bestaat is het vooralsnog vrijwillig. Dat is precies dezelfde tactiek waarmee Microsoft haar besturingssysteem ‘verkocht’. Gratis aanbieden en als iedereen het gebruikt flink laten betalen voor de overige delen die men echt nodig heeft, terwijl de gebruiker niet meer zonder het originele product kan werken.

Openlijke onderwerping

De laatste stap betreft de acties tegen Polen, Hongarije, en in mindere mate Oostenrijk, Tsjechië, en Slowakije. Het afdwingen van de eigen EU-visie die door moét dringen in de lidstaten. Niet op inhoudelijke bezwaren van Polen ingaan, maar slechts dreigende taal bezigen. Het dreigen met afnemen van stemrecht. Al deze zaken gebeurden ook in het Atheense Imperium.

Deze entiteit, de EU is een imperium. Het is in open rebellie tegen haar lidstaten en veel lidstaten kunnen – en willen – er niets meer tegen doen. De lidstaten zijn leeggezogen, de politieke structuur heeft een volledige heroriëntatie ondergaan op ‘Brussel’. Met onze eigen bijdragen is onze eigen ‘ondergang’ gefinancierd. Wat rest is openlijke onderwerping.

Polen en Hongarije zijn onze Thalos en Naxos. Als de EU haar houding doorzet en beide landen op de knieën dwingt weten we zeker dat we met een imperium te maken hebben. Deze uitspraak van het Hof is daarin een eerste stap. Interessant genoeg viel het imperium voor de stad Athene samen met de periode die beschouwd wordt als de bakermat van democratie. Wrang is het dan ook dat onze periode van democratie samen lijkt te vallen met de opkomst eenzelfde onderwerpend imperium.

Deze foto is gemaakt door: Katrinitsa

Posted on

Oostenrijk wil aansluiting op Trans-Siberische spoorlijn voor Chinese goederen

De Oostenrijkse minister voor Verkeer, Innovatie en Technologie Jörg Leichtfried (SPÖ) heeft met ondersteuning van de Kamer van Koophandel en de bouwsector het plan gelanceerd om Oostenrijk aan te sluiten op de Trans-Siberische spoorlijn. In concreto gaat het om de aanleg van een traject van 400 kilometer breedspoor van Kosice in het oosten van Slowakije naar Wenen. De kosten voor de aanleg van de complete infrastructuur worden geraamd om 6,5 miljard euro.

Alleen de 30 kilometer op Oostenrijkse bodem zouden al 85 miljoen euro kosten, plus 850 miljoen voor de nieuwe terminals om goederen uit China over te laden naar het normaalspoor. Nog eens een miljard euro wordt geraamd voor het vergroten van de capaciteit van het overige Oostenrijkse spoorwegennet.

Ook Slowakije zou door aansluiting aan het goederenverkeer naar Oostenrijk profiteren. Met het oog op het feit dat 5 van de 6,5 miljard aan investeringen in Slowakije plaats zou moeten vinden, is de regering van het arme Slowakije vooralsnog maar voorzichtig enthousiast. Ook de derde partner voor het ambitieuze project, de Russische Spoorwegen (RZD), is vooralsnog terughoudend, hoewel een dergelijk plan tien jaar geleden nog door de Russen werd voorgesteld.

De Oostenrijkse minister van Verkeer wijst er echter op dat een toekomstig breedspoortraject veel economische groei en extra werkgelegenheid kan scheppen. Deloitte berekend in opdracht van het ministerie dat er niet minder dan 127.000 nieuwe arbeidsplaatsen  zouden ontstaan in de eerste 45 jaar, waarbij de bouwfase van 2023 tot 2033 aangenomen wordt. Daarna begint pas de bedrijfsfase met jaarlijks rond de 20.000 treinen (met 67 wagons met ieder twee containers). De totale toegevoegde waarde na 30 jaar (tot 2054) wordt geraamd op 30 miljard euro, waarvan 15 voor Oostenrijk en 10 voor Slowakije. Het gaat er volgens Leichtfried ook om te anticiperen op de toekomst: “Het goederenverkeer uit China komt”, aldus de minister. “Oostenrijk moet kiezen of het meetelt.”

Posted on

Schulz praat zijn mond voorbij, maar het maakt niet uit

Goed nieuws is tegenwoordig schaars, maar de neoliberale Bertelsmann-Stiftung bracht onlangs zowaar enthousiast twee stuks tegelijk naar buiten. De eerste: Slechts zo’n 30 procent van de Duitsers is populistisch ingesteld. De tweede: Onder de verdachte 30 procent neigen de meesten bovendien nog naar een gematigde vorm van populisme, zijn met andere woorden ook weer niet zo gevaarlijk. Geruststellend nieuws dus voor het establishment.

Wat we onder populisme moeten verstaan, omschrijven de deskundologen immers zo: “Populisme gaat steeds gepaard met een anti-establishment-houding. Populisme bekritiseert de gevestigde politieke partijen en vaak ook de media.” Populisten kan men er volgens de denktank ook aan herkennen, dat ze meer directe democratie willen en de “volkssoevereiniteit benadrukken”. Waarbij de gematigde populist, de meerderheid van de dertig procent dus, de traditionele instituten niet geheel afwijst, maar slechts op punten verbeteringen wil.

En dat moet dan goed nieuws voorstellen, dat slechts een minderheid van de Duitsers een kritische houding tegenover het establishment heeft, de volkssoevereiniteit benadrukt en meer inspraak eist. Waren dat niet de zaken waarom alle democratische bewegingen in de wereldgeschiedenis zijn begonnen, die ons bevrijd hebben uit het tijdperk van het absolutisme? Nu staan met andere woorden zij die de kernwaarden van iedere ware democratie nog altijd hoog houden ineens onder verdenking.

Gematigd populistisch

Opgelucht melden de onderzoekers van Bertelsmann dat 37 procent “populistische uitspraken” compleet afwijzen terwijl nog eens 34 procent er alleen gedeeltelijk mee instemt. In rond Nederlands: De houding van een relatieve meerderheid van de Duitsers tegenover de machtigen, hun instituties en media wordt gekenmerkt door een schaapachtige mildheid en goedheid van vertrouwen waar menig absoluut vorst voor getekend zou hebben.

Na 250 jaar democratische beweging wil een groot deel van de Duitsers niets meer weten van burgerlijk verzet en wentelt zich in plaats daarvan in afgestompte volgzaamheid. En zo het volk, zo ook zijn favoriete media. Dat heeft een ander onderzoek uitgewezen, ditmaal van de aan vakbondsmilieu gelieerde Otto-Brenner-Stiftung. Daarvoor heeft mediawetenschapper Michael Haller 85 lokale dagbladen en duizenden bijdragen daarin uitgekamd met betrekking tot de vraag hoe ze over de asielcrisis van 2015/2016 bericht hebben.

Regeringsjournalistiek

Daaruit komt naar voren dat die bladen er door de bank genomen geen moment aan gedacht hebben om het propagandaframe van de ‘welkomscultuur’ kritisch te belichten, het werd alleen maar klakkeloos overgenomen van de regering en verder verbreid. Tegenstanders van Merkels beleid van ongecontroleerde immigratie werden door de kranten ongedifferentieerd in de extreem-rechtse hoek gezet.

Velen zullen zich nog herinneren hoe nerveus veel Duitse mediafiguren na de gebeurtenissen in de nieuwjaarsnacht van 2015 in Keulen reageerden toen hun maandenlange zwendel ineenstortte en hen piepend en krakend om de oren vloog. Existentiële angst op de redactieburelen, open zenuwen.

Maar nu wordt duidelijk er helemaal geen grond was voor die opwinding. Een solide basis van 37 procent van de Duitsers vindt het helemaal in orde om als een dom rund aan de neus rondgeleid te worden. Nog eens 34 procent leent zich hier ten minste bij tijd en wijle voor. Daaruit hebben de stuurlieden van de staats- en concernmedia hun conclusies getrokken en zijn – na een korte fase van hectische zelfkritiek –  teruggekeerd naar hun beproefde sjablonen.

‘Vluchtelingen’

Momenteel begeven zich tig-duizenden illegale immigranten over de Middellandse Zee naar de kades van Italië. Voor zover we hier in de media überhaupt iets over horen of zien, gaat dat onder de vlag van ‘vluchtelingen’. Terwijl ze dondersgoed weten dat onder de duizenden migranten zo goed als geen vluchtelingen te vinden zijn. Het gaat om jonge Afrikanen op zoek naar een beter leven waarbij de magnetische werking van West- en Noord-Europese verzorgingsstaten allang het gehele Afrikaanse continent in de greep houdt.

“Vluchtelingen” noemt men ze alleen, zodat iedereen die ze niet binnen wil laten of van alles wat hun hartje begeert wil voorzien, voorgesteld kan worden als een harteloos monster. Het begrip is met andere woorden een middel om kritische burgers te onderdrukken en het middel functioneert kennelijk nog net zo goed als in 2015. Als wat de Duitsers sinds de zomer van 2015 aan bittere waarheden hebben kunnen vernemen, lijkt al weer vervlogen zodra de volgende boot over het beeldscherm dobbert. Want je moet die arme mensen toch helpen! Dat die mensen überhaupt pas in gevaar komen omdat ze door de onze politiek en ‘hulporganisaties’ daartoe aangezet worden, laten de ‘gematigde populisten’ met het oog op de hartverscheurende beelden liever aan rechtse cynici over.

Overigens kun je ook weer niet té veel van de burgers vragen. Zelfs de meest onderdanige modelburger kan zich wel eens een hoedje schrikken wanneer het al te drastisch wordt. Derhalve berichten de Duitse staats- en concernmedia over de nieuwe immigrantengolf in Italië eerder mondjes maat. De verkiezingen voor de Bondsdag vinden immers al over een week of acht plaats en voor die tijd moet je de kiezers niet te veel laten schrikken.

Voor en na de verkiezingen

Na de verkiezingen is het weer anders. Dan hebben de burgers weer hun kruisje gezet en kan de waarheid weer naar buiten komen. Maar niet eerder! Want dat kan gevaarlijke gevolgen hebben. Daarom is het ook zo ergerlijk dat SPD-leider Martin Schulz het niet binnen kon houden. Omdat het gebrek aan belangwekkende verkiezingsthema’s hem zo op de blaas drukte, heeft hij de Duitse kiezers nu al opgeschrikt door ze nu alvast een kleine plasje waarheid voor de voeten te werpen.

Volgens Schulz moet Duitsland, moet Europa, “Italië helpen”, zo mekkert de kandidaat-bondskanselier uit het Merkelzwarte gat van zijn kansloosheid. Bovendien wil hij de Visegrad-landen het pistool op de borst zetten. Als ze er bij blijven zo goed als geen “vluchtelingen” op te nemen, moeten ze minder geld uit de EU-kas krijgen. En dan zullen we nog wel eens zien!

Daarmee heeft Schulz er twee feiten uit geflapt die voor 24 september niemand in de mainstream media had mogen horen: Er komen nu al dermate veel illegale immigranten aan de Middellandse Zeekust aan, dat zelfs een land van zestig miljoen mensen als Italië met de rug tegen de muur staat en dringend hulp nodig heeft. Ten tweede: Het aantal mensen dat men van daaruit wil herverdelen is dermate hoog dat Duitsland het onmogelijk alleen aan kan, zonder dat het tot minder mooie taferelen van burgerlijk misnoegen komt.

Welkomscultuur

Afgezien van de Visegrad-landen hebben andere EU-landen al genoeg te stellen met de ‘vluchtelingen’ die ze reeds hebben opgenomen, zodat ook zij het graag aan Duitsland over zullen laten om hun welkomscultuur nog eens ten toon te spreiden. Dat is dan ook de reden dat Schulz zo sterk de Visegrad-landen op de korrel neemt. En wat nu als het Berlijn zou lukken om de armere EU-lidstaten uit het voormalige Oostblok af te dwingen dat ze illegale immigranten opnemen?

Dan zit het er dik in dat onze Slavische en Baltische broeders de nieuwe mede-Europeanen uit Afrika en het Midden-Oosten met zo’n hartelijkheid zullen ontvangen, dat ze alles zullen doen om alsnog naar Duitsland te komen. Daarbij uiteraard opnieuw bijgestaan door Duitse ‘hulporganisaties’ en de staats- en concernmedia. Het ene na het andere bericht zal men brengen over de ‘mensonwaardige omstandigheden’ in de ‘vluchtelingen’-opvang van Riga tot Boedapest. Dan staan de poorten naar Duitsland weldra weer open. Maar dat hindert niet, want dan hebben de Duitsers al weer gestemd en tegen de tijd van de volgende verkiezingen is alles weer vergeten.

Posted on

Trump staat niet alleen: Overal ter wereld worden grenzen versterkt

Niet alleen in Europa, maar overal ter wereld ontstaan aan de grenzen weer meer muren en hekken. Ook wordt er weer vaker geschoten aan de grens.

Het nieuwe jaar begon met de grootste bestorming van de beide Spaanse exclaves in Marokko, Ceuta en Melilla, tot nu toe. Meer dan 1000 asielzoekers stormden op nieuwjaarsmorgen op de beide steeds hoger opgetrokken barrières toe en probeerden zo aan de Spaanse kant van de grens te komen. Slechts twee slaagden in die opzet.

Maar niet alleen aan de buitengrenzen van de Europese Unie nemen de muren en hekken weer toe. Ook tussen EU-lidstaten zijn weer diverse muren en hekken verrezen om de Balkanroute, de hoofdinvalsroute voor de massamigratie van de laatste jaren, af te sluiten. Hongarije bouwde als eerste een hek, aan de grens met Servië, al snelden volgden Kroatië en Slovenië dit voorbeeld en uiteindelijk ook Oostenrijk en Macedonië.

Na de ontbinding van het wilde immigrantenkamp, de ‘jungle’, van Calais na 17 jaar wordt daar nu de “grande muraille” van Calais gebouwd, die in de toekomst immigranten uit Eritrea, Somalië, de Soedan of Syrië ervan moet weerhouden op de snelweg te komen en zich op een vrachtwagen te verstoppen of op een veerboot naar Engeland te geraken. De muur wordt vier meter hoog en een kilometer lang.

Sommige hekken zijn onzichtbaar, zoals het hek aan de grenzen tussen Oostenrijk, Hongarije en Slowakije. Via zenders in de grond, die trillingen aan de dichtstbijzijnde grenspost doorgeven, moeten illegale grensovertredingen tegengegaan worden.

De meest besproken grens van dit moment is wel de welvaartsgrens tussen de Verenigde Staten en Mexico. De Amerikaanse president Donald Trump is niet de eerste die het voornemen heeft opgevat aan deze grens een doorlopende muur te bouwen. Al jaren neemt het aantal dodelijke slachtoffers aan deze grens toe. In 1994 stierven er 23 mensen aan deze grens, tussen 1998 en 2013 meer dan 6.000. De meeste daarvan niet bij pogingen tot illegale immigratie, maar bij de drugssmokkel.

Maar de Amerikaanse regering is niet de enige die plannen heeft voor een grensversterking. Ook de Mexicanen willen een hek optrekken, aan de grens met Guatemala, om de immigratie uit de rest van Latijns-Amerika af te sluiten. Zuidelijker in Latijns-Amerika heeft Brazilië al in 2013 aangekondigd haar hele 17.000 kilometer lange grens met zeppelins, drones en helikopters te willen bewaken.

Een voorbeeld voor Brazilië was India, dat een 4.000 kilometer lang hek gebouwd heeft om zich van Bangladesh, het dichtstbevolkte land ter wereld, af te schermen. Ieder jaar worden gemiddeld 100 Bengalen door Indiase grenswachten neergeschoten bij pogingen over het hek heen te klimmen. India wil daarnaast de meer dan 3.300 kilometer lange grens met Pakistan beter gaan bewaken.

Ook op het Afrikaanse continent worden hekken opgetrokken. Zo heeft Tunesië een 200 kilometer lang hek aan de grens met Libië laten neerzetten tegen de islamistische terreurdreiging. En in 2010 is Israël begonnen een 220 kilometer lang hek aan de grens met Egypte te bouwen tegen illegale immigranten uit Afrika. Om mogelijke infiltranten tegen te houden, had Israël eerder aan de grens met de Gazastrook reeds automatische wapensystemen geïnstalleerd. Sinds 2010 zouden alleen rond Gaza reeds 200 mensen hierdoor de dood gevonden hebben. Vergelijkbare automatische wapensystemen worden sinds 2010 door Zuid-Korea aan de grens met Noord-Korea ingezet. Hiervan is het aantal slachtoffers echter niet bekend.