Posted on

Brexit on music – Morrissey stem van de Britse arbeidersklasse

Platenzaken werden niet bestormd of belegerd. Er lagen geen diehard fans in slaapzakken de hele nacht voor de deur. Het is dan ook geen groot nieuws meer, een nieuwe plaat van Morrissey. Op 24 mei (direct na zijn verjaardag) verscheen California Son, een plaat met covers van Amerikaanse artiesten. Ooit vierde de Moz als voorman van The Smiths grote successen. De groep uit Manchester werd door sommige critici zelfs beter dan The Beatles genoemd. En dat ondanks slechts 4 albums en 70 songs tussen 1982 en 1987.

Net als die van The Beatles uit Liverpool waren de ouders van Steven Patrick Morrissey, van gitarist Johnny Marr en van drummer Mike Joyce arbeiders van Ierse afkomst; de vader van bassist Andy Rourke was Iers. Typische voorbeelden van de Ierse immigranten-arbeidersklasse.

Op het podium en in zijn teksten is Morrissey een hopeloze romanticus. Veel gebroken harten, onbereikbare liefdes en dode dichters. In de begintijd van The Smiths stond hij het liefst met een bos bloemen in de broekband op het toneel. Zoals overigens Duitse jongeren eind 19de eeuw de burgerij provoceerden door rond te lopen met bloemen in de gulp van hun broek.

Provocaties

Provocaties zijn zo’n beetje het handelsmerk van de Moz. Die gaan verder dan de romantische pose die hij graag aannam in zijn jongere jaren. Maar zelfs in de teksten van een groot aantal nummers uit de dagen van The Smiths is een dubbelzinnigheid te bespeuren die veel progressieve fans wanhopig maakt. Zoals in het nummer ‘Still Ill’ van de debuutelpee The Smiths uit 1984. Daarin zingt Morrissey “I decree today that life is simply taking and not giving/England is mine, it owes me a living/But ask me why, and I’ll spit in your eye”. Simpele tekst lijkt het, maar volgens critici verwijst de zanger hier naar niet-Engelsen die, zonder ooit iets voor het land te hebben gedaan en betekend, denken dat ze recht hebben op werk en inkomen.

Vergelijk deze gedachte met een uitspraak van Morrissey uit 1999: “Although I don’t have anything against people from other countries, the higher the influx into England the more the British identity disappears.” En in 2012: “If you walk through Knightsbridge on any bland day of the week you won’t hear an English accent. You’ll hear every accent under the sun apart from the British accent…England is a memory now. The gates are flooded and anybody can have access to England and join in.”

England for the English

Het is niet de eerste keer dat Morrissey beschuldigd wordt van (extreem)-rechtse sympathieën. In 1992 was hij het middelpunt van een politieke mediastorm vanwege het nummer ‘The National Front Disco’, op de elpee Your Arsenal. Vooral de tekst “England for the English” riep heftige reacties op bij de linkse criticasters. Toen hij ook nog ging optreden met een Union Jack over de schouders gedrapeerd, nam de hysterie ongekende vormen aan.

Al snel volgden de plichtmatige oproepen tot een boycot. Die er overigens vorige maand – 17 jaar nadien – toe leidden dat de Engelse spoorwegmaatschappij Merseyrail reclameposters voor de nieuwe plaat van Morrissey verwijderde van stations omdat een reiziger had geklaagd over de politieke meningen van de zanger. De linkse website Mangal Media schreef onlangs: “We need to vote with our ears and call Morrissey out.”

Margaret on the guillotine

Maar het nummer ‘The National Front Disco’ biedt juist een opmerkelijke kijk op de visie van de zanger op de wereld, speciaal op het Britse koninkrijk. “David, the wind blows/The wind blows/Bits of your life away/Your friends all say/”Where is our boy? Oh, we’ve lost our boy” zingt Morrisey. “There’s a country, you don’t live there/But one day you would like to/And if you show them what you’re made of/Oh, then you might do.” Het is de samenleving waarin hij opgroeide, maar die verdwenen is, willens en wetens stuk gemaakt door liberalisering, globalisering en massa-immigratie.

Op zijn eerste solo-album Viva Hate uit 1988 zingt Morrissey: “The kind people/Have a wonderful dream/Margaret on the guillotine/Cause people like you/Make me feel so tired/When will you die?” Hij kreeg vanwege deze tekst zelfs bezoek van Scotland Yard! Links meende dat Morrissey en The Smiths spreekbuizen waren van hun politiek, omdat ze zich keerden tegen Thatcher. Maar de werkelijke reden waarom Morrissey een hekel had aan de Britse conservatieve premier, die het land regeerde van 1979 tot 1990, was vanwege haar harde, neoliberale beleid, dat het leven van de oorspronkelijke arbeidersklasse stuk maakte en hen ieder perspectief op verbetering ontnam. “I’ve been dreaming of a time when/The English are sick to death of Labour and Tories/And spit upon the name Oliver Cromwell/And denounce this royal line/That still salute him and will salute him forever,” zingt hij in ‘Irish Blood, English Heart’ (2002).

Having ones childhood wiped away

Op YouTube staat een mooi filmpje van de nog jonge Morrissey, waarin hij vertelt over zijn jeugd en de buurt waarin hij opgroeide. Die buurt bestaat niet meer, afgebroken eind jaren zestig. “In a way, it’s having ones childhood wiped away. It was a very strong community, it was very tight, very solid, and it was often quite happy.” De zwart-wit beelden van de straten met eenvoudige Victoriaanse huizen, maken in de opname plaats voor kleurenbeelden van hoge, moderne, anonieme flatgebouwen. “There’s nothing here, everything has vanished, it’s completely erased. It makes me angry and sad.”

De ziel is verdwenen. Er is enkel nog beton, staal en vervreemding. In Autobiography (in 2013 verschenen in nota bene de Penguin Classics-reeks) schrijft hij: “My childhood is streets upon streets upon streets upon streets. Streets to define you and streets to confine you, with no sign of motorway, freeway or highway. Somewhere beyond hides the treat of the countryside.” Zijn oma woonde links en zijn tante woonde rechts van het Morrissey-gezin. “We are stuck in the wettest part of England in a society where we are not needed, yet we are washed and warm and well fed.”

In de steek gelaten

Als Morrissey een stem vertegenwoordigt, is het die van de arbeider die door de politieke klasse in de steek is gelaten. In het bijzonder door de oorspronkelijke socialistische partijen, die hun oude idealen hebben verloochend en hun ziel hebben verkocht aan het grootkapitaal. Het zijn die arbeiders die in Frankrijk de partij van Le Pen groot maken, in Italië Matteo Salvini aan de macht brachten, en in het Verenigd Koninkrijk de Brexit mogelijk maakten. In 2016 verklaarde de zanger dat hij de Brexit een “magnifieke beslissing” vindt. En vervolgens: “The British political class has never quite been so hopeless, but the same can be said for the USA. What has happened is that news media can no longer attach any nobility to old-style politics because, although politicians do not and cannot change, the people the world over have changed. What could be more grotesquely stupid than the Clinton-Trump coverage?  As for Brexit, the result was magnificent, but it is not accepted by the BBC or Sky News because they object to a public that cannot be hypnotised by BBC or Sky nonsense.”

Schietschijf voor links

Drie jaar eerder zei hij dat hij overwogen had op UKIP te stemmen en bewondering heeft voor Nigel Farage: “His views are quite logical – especially where Europe is concerned.” Met dit soort uitspraken blijft Morrissey een schietschijf voor links, dat maar niet wil begrijpen waar het de zanger echt om gaat. “I despise racism. I despise fascism. I would do anything for my Muslim friends, and I know they would do anything for me, ” schreef hij in 2018. “In view of this, there is only one British political party that can safeguard our security. That party is For Britain. Please give them a chance. Listen to them. Do not be influenced by the tyrannies of the MSM who will tell you that For Britain are racist or fascist – please believe me, they are the very opposite!!! Please do not close your mind. Labour is hopelessly naive. Theresa May’s policies have turned Britain into an international target. The BBC has closed down. The Loony Left is concerned only with victim culture. For Britain will keep British society together. Violence is not the way forward.”

Pro-Brexit

Overigens is Morrissey niet de enige muzikant die een uitgesproken pro-Brexit geluid laat horen. Roger Daltrey staat bekend om zijn ongezouten mening over de EU. Daltrey, die al 55 jaar samen met Pete Townsend het hart van de Britse popgroep The Who vormt, vergeleek de Europese Unie met de maffia: “If you want to be signed up to be ruled by a f****** mafia, you do it. Like being governed by FIFA.”

Over de muzieksmaak van Nigel Farage is weinig bekend. Maar de leider van de Brexit Party kan met een gerust hart een paar cd’s van The Smiths en The Who aanschaffen. Hoewel hij daarvoor niet meer terecht kan bij een platenzaak. Die zijn in de neoliberale storm van de laatste decennia ook verloren gaan.

Posted on

Zijn rechtse mensen niet goed bij hun hoofd?

Hoe bont kun je het maken? De Duitse kinderarts Herbert Renz-Polster verklaart in een interview met Der Spiegel het succes van rechts-populisten uit hersenbeschadigingen die stemmers op deze partijen in hun kinderjaren hebben opgedaan.

“Emotionele nood in de eerste levensjaren verklaart het populistische geloof in autoriteit,” aldus de kinderarts. In een interview met Deutschlandfunk zei Renz-Polster dat vervreemding en angst voor globalisering de ruk naar rechts zeker kan verklaren, maar “dit alles werkt alleen op basis van bestaande kwetsbaarheden. Zelfs als ik onzeker ben in mijn sociale positie, hebben de persoonlijke overtuigingen een diepere reden, en die liggen in de kinderjaren.” Nu heeft schrijver dezes wel enig recht van spreken als het gaat om geestelijke verwarring, maar mijn kindertijd was warm en geborgen en de politieke voorkeur lag in mijn jeugd juist bij extreem-links.

Progressief of conservatief brein

Maar waar Renz-Polster de opvoeding de schuld geeft, gaan wetenschappelijke onderzoeken in de Verenigde Staten een stap verder. Een aantal jaren terug deed een Amerikaans onderzoek nogal wat stof opwaaien. Volgens wetenschappers zou het brein van progressieven en conservatieven van elkaar verschillen. Via MRI-scans moesten reacties in de hersenen op foto’s van bijvoorbeeld dierenmishandeling of vieze toiletten aantonen dat de proefpersoon conservatief of progressief was.

Voorspellen

Het zal geen verbazing wekken dat het conservatieve volksdeel er volgens de schedellichters slechter van afkomt. Psychiater Gail Saltz legde in het linkse webzine Salon uit dat progressieven een grotere gyrus cinguli anterior bezitten. Dat onderdeel van de hersenen is verantwoordelijk voor het opnemen van nieuwe informatie en het gebruiken ervan voor het nemen van besluiten en keuzes. Conservatieven daarentegen hebben een grotere amygdala, een diep in de hersenen liggende kern die emotionele impulsen reguleert; “specifiek angst-gebaseerde informatie”, aldus Saltz.

De door de New York Times getypeerde ‘pop-psycholoog’ gaat nog een stapje verder door te stellen dat op basis van deze verschillen in de hersenen men in staat zal zijn te voorspellen wie conservatief en wie progressief wordt. Hoewel Saltz toegeeft dat het verschil tussen links en rechts in hersenstructuur niet zwart-wit is, maakt ze wel duidelijk dat conservatieven meer angstige mensen (slecht) zijn en progressieven open staan voor nieuwe informatie (goed). De Vlaamse schrijver Yves Petry maakt zich terecht boos over dat links het alleenrecht op empathie claimt.

Biologische factoren

Onwillekeurig moet de lezer hierbij denken aan de rel die in 1989 ontstond toen neurobioloog Dick Swaab zei dat de hersenen van hetero’s en homo’s van elkaar verschillen. Links Nederland was te klein. Demonstraties, dreigbrieven, bommeldingen en zelfs Kamervragen waren het gevolg. Of de affaire Buikhuisen, 10 jaar voor de rel rond Swaab. Criminoloog Buikhuisen schreef dat criminaliteit mogelijk mede uit biologische factoren verklaard kan worden. Links Nederland begon een heksenjacht en Buikhuisen moest het veld ruimen. In de 21ste eeuw vindt links het blijkbaar heel normaal om politieke verschillen uit biologische factoren te verklaren. The-times-they-are-a-changin’.

F-schaal

Het is de Frankfurter Schule all over again. Grondlegger Theodor Adorno betoogde in een omstreden ‘studie’, ‘The Authoritarian Personality’, dat hang naar autoriteit leidt tot fascisme. In dit lijvige boek – bijna 1000 pagina’s – introduceert Adorno de ‘F-schaal’, een test om te onderzoeken hoe vatbaar iemand is voor fascistische ideeën. Maar liefst negen persoonlijkheidskenmerken leiden naar fascisme. Kenmerken die in de kinderjaren worden aangeleerd en versterkt. Onderdanigheid, agressie, anti-intellectualisme, bijgeloof en een overspannen bezorgdheid over seks, zijn hier voorbeelden van. Renz-Polster is gewoon een goede leerling van Adorno. Niet vreemd dat het boek van Adorno dit najaar bij de linkse uitgever Verso in herdruk verschijnt. De tijd lijkt er weer rijp voor.

Eugenetica

Het is de ultieme progressieve droom. Eind 19de eeuw en in de eerste decennia van de vorige eeuw hield links vurige pleidooien voor eugenetica en het van staatswege ingrijpen in gezinnen. De nationaal-socialisten in Duitsland maakten dankbaar gebruik van dit gedachtengoed. Tot ver in de 20ste eeuw werd in Zweden zo’n bevolkingspolitiek, waar sterilisatie van zogeheten ‘onbekwamen’ en abortus onderdeel van waren, toegepast. Het lijkt erop dat het ongelukkige huwelijk tussen wetenschap en psychologie, dat in de vorige eeuw tot zulke vreselijke resultaten leidde, in deze eeuw door links weer wordt gepropageerd. Het is natuurlijk het ultieme wapen. Verzet je je tegen genoemde psychologische verklaringen, dan is er juist iets met je aan de hand. Hoe groter je verzet, hoe krachtiger de therapie. En als je echt niet wilt luisteren, is er altijd een operatie mogelijk.

Ingrepen

Progressieven die stiekem dromen van het uitschakelen van hun conservatieve tegenstanders via therapie, ingrijpen in de opvoeding of zelfs neuro-chirurgische ingrepen? Het lijkt een droom – of liever een nachtmerrie – maar gezien het podium dat kinderarts Herbert Renz-Polster krijgt, worden de linkse geesten rijp gemaakt.

Posted on

Sahra Wagenknecht neemt afscheid van fractievoorzitterschap Die Linke

Voor de Duitse socialistische partij Die Linke dreigen opnieuw turbulente tijden. Sahra Wagenknecht doet afstand van het fractievoorzitterschap. Dit kan tegelijk een neergang inluiden en nieuwe mogelijkheden bieden.

De vrouw van de voormalige partijvoorzitter Oskar Lafontaine gold als tegenstander van een regeringscoalitie met SPD en Groenen. “Tot de politieke mythes hier te lande behoort dat SPD, Groenen en Die Linke in 2013 een meerderheid hadden om een regering te vormen”, zo becommentarieerde Die Zeit de terugtrekking van Wagenknecht. Rekenkundig was dit volgens weekblad weliswaar juist, maar politiek was het een verkeerde inschatting. Alleen doordat SPD-lijsttrekker Peer Steinbrück destijds voor de verkiezingen een coalitie met Die Linke al afwees, kon de SPD op 25,7 procent van de stemmen komen. “Als hij had verklaard dat Rood-Rood-Groen voorstelbaar was, zou het resultaat van de SPD slechter uit zijn gevallen – bijvoorbeeld zoals in 2017 bij Martin Schulz die Rood-Rood-Groen nooit uitsloot”, zo vervolgt het tijdschrift. In de afgelopen maanden heeft de SPD geprobeerd zich weer te profileren op typisch linkse thema’s, maar de peilingen bleven slecht.

‘Partijleiding heeft Wagenknecht slecht behandeld’

Maar nu dreigt ook Die Linke door openlijke conflicten achteruit te boeren. Bondsdaglid Thomas Lutze verweet de partijleiding de fractievoorzitter slecht behandeld te hebben. “Voor een linkse partij was de omgang met Sahra Wagenknecht een onwaardig schouwspel”, aldus Lutz tegenover de dpa. De partijleiding heeft volgens hem geen verantwoordelijkheid genomen. Wagenknecht had aangekondigd in het najaar niet opnieuw kandidaat te zijn voor het fractievoorzitterschap. De 49-jarige voerde daarvoor gezondheidsredenen, stress en overbelasting als redenen aan. Dat uitgerekend Lutze haar ter zijde sprong is opmerkelijk. De Saarlander geldt in zijn deelstaat als verbeten tegenwerker van Lafontaine.

Burn-out

Wagenknecht had in de afgelopen weken vanwege ziekte noodgedwongen een pauze moeten nemen. In Berlijn spreekt men van een burn-out. Begin vorige week liet ze weer van zich horen met opmerkelijk nieuws. Eerst kondigde ze aan dat ze zich terug zou trekken uit de leiding van de nieuwe beweging Aufstehen. Vervolgens verklaarde ze af te zien van het fractievoorzitterschap. Precies 20 jaar eerder – volgens Wagenknecht toevallig -kondigde haar huidige echtgenoot, de toenmalige SPD-politicus Oskar Lafontaine aan dat hij al zijn politieke ambten neerlegde, waarmee hij de splitsing van links bewerkstelligde.

‘Sfeer in fractie onverdraaglijk’

Nu staat links in Duitsland opnieuw voor een cesuur. Het boulevardblad Bild citeert een ingewijde met de woorden “de sfeer in de fractie is onverdraaglijk”. Diverse fractieleden zouden continu samenspannen tegen Wagenknecht en Dagdelen. Er is ook sprake van pesterijen. In de fractie zouden Bernd Riexinger, Katja Kipping, Caren Lay, Anke Domscheit-Berg, Sabin Leiding, Cornelia Möhring en Martina Renner doorlopend tegen ze tekeergaan. Na de terugtrekking van Wagenknecht kondigde dan ook de politiek dicht bij haar staande vice-fractievoorzitter Sevim Dagdelen haar vertrek uit het fractiebestuur aan. Dagdelen werd door sommigen als mogelijke opvolger van Wagenknecht gezien.

Wagenknecht gebruikte de aankondiging van haar vertrek echter niet om vuil te spuien. Ze verklaarde wel dat de afgelopen jaren haar niet in de koude kleren waren gaan zitten. Ze wil overigens wel lid van de Bondsdag blijven, waarschijnlijk ook om te bezien welke politieke mogelijkheden ze heeft.

Retorisch talent

Oud-politiek leider Gregor Gysi, niet bepaald een vriend van Lafontaine, schaarde Wagenknecht in een interview met het weekblad Stern onlangs onder de tien beste sprekers uit de Duitse politieke geschiedenis. Voor Die Linke zou het fataal zijn als ze zich helemaal af zou wenden. Want noch de partijleiders Katja Kipping en Bernd Riexinger, noch co-fractievoorzitter Dietmar Bartsch zijn retorisch erg verfijnd. Bodo Ramelow, de enige deelstaatpremier van Die Linke, staat in Thüringen een problematische verkiezing voor de nieuwe landdag te wachten. Van hem wordt dan ook niet verwacht dat hij op korte termijn naar de federale politiek overstapt.

Linkse coalitie?

Overigens heeft Wagenknechts terugtrekking het debat over nieuwe coalitiemogelijkheden wel weer losgemaakt. Zo stelde Groenen-fractievoorzitter Katrin Göring-Eckardt tegenover de Freie Presse, er voorstander van te zijn dat er meerdere coalitie-opties zijn en dat Die Linke daaraan een bijdrage zou kunnen leveren. Ralf Stegner, die op de linkervleugel van de SPD zit, stelde dat het na Wagenknechts vertrek misschien makkelijker zou worden om een coalitie links van de CDU te realiseren. In de SPD geldt het als een uitgemaakte zaak dat Wagenknechts echtgenoot Lafontaine destijds de drijvende kracht achter de afwijzing van een Rood-Rood-Groene coalitie zou zijn geweest. Maar volgens Stegner markeert de terugtrekking van Wagenknecht dat ook Lafontaines tijd voorbij is.

Posted on

Multimiljonair Trump begrijpt arbeiders beter dan links

Links kan en wil het economisch nationalisme van Trump en de Brexit niet begrijpen, want ze heeft geen enkele binding meer met arbeiders die hun werk en leefomgeving bedreigd zien door migranten en kosmopolieten.

De Duitse journalist Hans Magnus Enzensberger muntte in de vorige eeuw de treffende beeldspraak van de samenleving als een treincoupé. In de tijd dat treinen nog afzonderlijke coupes kenden, was dit een herkenbaar beeld: je zit met z’n tweeën in de trein en na een stop meldt zich een nieuwe reiziger in de coupé. Er ontstaat onrust en wrevel. De derde persoon neemt plaats, maar van beide kanten is er onmin. Dat blijft totdat een nieuwe reiziger ook plaats wil nemen in de coupé. Zodra deze aanstalten maakt om te gaan zitten, vormen de twee oorspronkelijke reizigers samen met nieuwkomer nummer drie een onzichtbaar verbond tegen nummer vier, de nieuwste reiziger. Enzensberger wilde met dit beeld duidelijk maken hoe migratie werkt in de samenleving. Vraag eerste of tweede generatie gastarbeiders wat ze vinden van nieuwe landgenoten en het antwoord zal, overal ter wereld, luiden: “Er moeten niet teveel komen, want ze verpesten het voor ons.”

Succesvolle migranten

In de geschiedenis van migratie naar westerse landen is dat een constante. Paul Scheffer in de discussie naar aanleiding van zijn spraakmakend essay ‘Het multiculturele drama’: “De vraag blijft in welke mate de succesvolle migranten zichzelf nog willen zien als zaakwaarnemers van hun eigen gemeenschap. Mijn indruk is dat velen in deze nieuwe middenklasse zich los hebben gemaakt van de problemen in hun gemeenschap.” De constante dat succesvolle migranten zich voegen bij de al bestaande middenklasse en tot grote verwondering van linkse journalisten en wetenschappers gaan stemmen op rechtse partijen die kritisch zijn over migratie en de multiculturele samenleving.

In de Verenigde Staten stemt zo’n 30 procent van de Latino’s op Trump, ondanks het beleid dat illegale immigratie wil stoppen. Zoals bijvoorbeeld Sylvia Menchaca Abril, eigenaar van een Mexicaans restaurant in Phoenix (AZ), die over Trump in een BBC-reportage zegt: “Ik ken hem en ik geloof dat hij begrijpt dat we met z’n allen er aan werken om Amerika weer groot te maken. Ik denk niet dat hij tegen Latino’s is, maar hij is tegen de problemen die over de grens binnen komen.”

Klootjesvolk

Ooit stond links voor de verheffing en emancipatie van de arbeidersklasse. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw kon die arbeider voor het eerst een eigen huis kopen en wilde hij niet meer dan met de caravan op vakantie en kijken naar TROS-programma’s. Halverwege de jaren zestig bestempelden de Provo’s de arbeiders daarom al denigrerend als ‘klootjesvolk’. Niets ergers dan burgerlijke idealen.

De arbeiderspartij bij uitstek, de Partij van de Arbeid, werd overgenomen door identitaire belangengroepen: feministes, homoseksuelen en allochtonen. Ze kwam niet meer op voor de arbeider, maar verkocht haar ziel aan politieke en maatschappelijke minderheden. De berendans van André van der Louw op het vernieuwingscongres van de PvdA in 1969, was een dans op het graf van de klassieke arbeidersbeweging. Daarna was het einde verhaal voor de sociaaldemocratie. De arbeiders werden uit hun stadswijken naar Lelystad en Purmerend verdreven. Hun plaatsen werden ingenomen door of yuppies (Jordaan) of allochtonen (Schilderswijk). De partij deed nog een paar zielige pogingen om de arbeidersstem terug te winnen – Joop den Uyl in de ‘André van Duin Show’ (1981). Maar met Jan Schaefer stierf in 1994 – symbolisch het eerste jaar van het Paarse kabinet Kok – de laatste arbeider in de PvdA.

Eerste kabinet Kok

Het eerste kabinet Kok, de vakbondsman die ooit op de schouders van scheepwerfarbeiders in Schiedam werd rondgedragen, was niet het begin van het einde van de sociaaldemocratie, maar eerder het sluitstuk. Het verloochenen van de socialistische principes en het op zolder opbergen van het ‘roode vaandel’ was al enkele decennia eerder begonnen, toen links zich overleverde aan protest- en identiteitspolitiek. Zelfs de communisten moesten er aan geloven; de gestaalde kaders werden verdreven door getuinbroekte feministes en biodynamische milieufreaks. Legendarisch is de boosheid van een lokale communist, ergens in de Groningse ommelanden: “Ze hebben de strokarton-industrie uitgekleed en nu maaien ze niet eens meer de bermen langs de weg. Allemaal voor het milieu, zeggen ze, maar het is toch levensgevaarlijk voor het verkeer!”

Het neoliberalisme begon niet met Paars I, maar had in de jaren zestig de linkse protestbeweging al overgenomen. De commercie rook geld en nieuwe, vooral jonge consumenten, en speelde behendig in op de toegenomen welvaart, de nieuwe popmuziek en de vernieuwende mode.

De arbeider

De arbeider was ondertussen al lang uitgeweken naar andere partijen (DS70, met de zoon van de sociaaldemocratische godfather Willem Drees, Centrumpartij/Centrumdemocraten en PVV). Alleen de SP vormt een uitzondering op deze regel, maar het is niets voor niets dat de socialisten door nieuwlinks en de identiteitspolitici zo onder vuur liggen. Want de arbeider heeft geen boodschap aan open grenzen, rekeningrijden en klimaatheffingen.

Links kan en wil het economisch nationalisme van Trump en de Brexit niet begrijpen, want ze heeft geen enkele binding meer met arbeiders die hun werk en leefomgeving bedreigd zien door migranten en kosmopolieten. “De enige manier om de migranten uit Oaxaca te veranderen in middenklasse-stemmers, vergelijkbaar met conservatieve Cubaanse migranten, is het sluiten van de grenzen en het toelaten van diverse en legale immigranten op basis van bekwaamheid”, schrijft Victor Davis Hanson in zijn boek ‘The Case for Trump’.

Democratische revolte

“Dit ging helemaal niet over de Europese Unie of over buitenlanders, zij zijn slechts de totem van waar mensen zich tegen verzetten: verandering”, zegt Sir John Hayes in een beschouwing in De Groene Amsterdammer over de Brexit. “Wij van de leave-kant hebben begrepen waar het referendum echt over ging. Dit is een spirituele beweging, een van emotie en gemeenschap – daar is niets irrationeels aan.” De Britse politicoloog Matthew Goodwin zegt in datzelfde artikel: “We moeten deze opstand niet zien als de omverwerping van liberaal-democratie, maar een correctie daarop. In de kern is dit een democratische revolte. Dat bewijzen de cijfers, mensen aan de oostkust zijn niet tegen democratie. Ze willen juist méér gehoord worden. Al keren ze zich wel tegen liberale waarden, dat is niet mooi maar het is te makkelijk om ze dan maar af te schrijven als een stelletje racisten.” In het Engelse Luton zijn blanken in de minderheid. En toch stemde ook daar een meerderheid voor het verlaten van de EU. Het gelijk van Hans Magnus Enzensberger.

Posted on

Identiteitspolitiek is neoliberale natte droom

“Het is wáár dat er in Nederland vele culturen leven. Maar de multiculturele samenleving als ideaal is mislukt. Er is nauwelijks integratie. Bevolkingsgroepen leven veelal gescheiden van elkaar. Kijk eens in het onderwijs: we hebben zwarte en witte scholen. In de steden hebben we zwarte en witte wijken. Kijk eens in het openbare leven. Je kunt nog zo mooi zeggen ‘we leven allemaal vrolijk met elkaar’, maar dat is gewoon niet waar.” Uitspraken van een (extreem)rechtse politicus? Nee, het zijn citaten uit het interview dat Marieke Hoogwout van Vrij Links had met Tweede Kamerlid Jasper van Dijk. De volksvertegenwoordiger van de SP sprak stevige woorden over de illusie van open grenzen, over de noodzaak van islamkritiek, en de race to the bottom door arbeidsmigratie.

Verontwaardiging

Er stak een storm van verontwaardiging op. De termen ‘racist’ en ‘fascist’ spatten van de schermen. Niet uit de hoek van rechtse partijen, maar juist vanuit het progressieve kamp. Van Dijk werd op sociale media met pek en veren besmeurd, op dezelfde dag dat SP-leider Lilian Marijnissen hetzelfde overkwam na haar uitspraak dat “arbeidsmigratie de lonen in Nederland onder druk zet”. Zelfbenoemde antifascisten briesten: “De SP vist in de bruine electorale vijver van de PVV en het Forum voor Democratie.”

Deze vertegenwoordigers van de zogeheten identiteitspolitiek – uit de bekende hoek van Bij1 en GroenLinks – laten hiermee zien dat ze niet links zijn in de klassieke zin, maar gewoon liberaal. Ze zeggen dat ze voor een inclusieve samenleving zijn, maar ze zijn helemaal niet inclusief maar eisen voortdurend erkenning. Erkenning van hun zogenaamde slachtofferschap. Hiermee past hun ideeëngoed naadloos in de postmoderne liberale orde, die stelt dat wat je overkomt je eigen schuld is, dat ziekte een keuze is, en dat als je niet mee kan komen je een loser bent. Het leeft van slachtofferschap en de race wie het ergste slachtoffer is, is nog lang niet gelopen.

Yippies werden yuppies

De propagandisten van identiteitspolitiek – de antiracisten, antifascisten, de inclusie-denkers, de genderadepten – krijgen vaak het stempel ‘cultuurmarxisme’. Maar dat is een slecht gekozen term, die geen recht doet aan de realiteit. Want het zijn helemaal geen marxisten, het zijn liberalen. De revolutionaire geest van de jaren zestig, waar tegenstanders de bron van het cultuurmarxisme leggen, werd namelijk al snel omgevormd in de geest van Veronica: lekker jezelf zijn, lekker doen waar je zin in hebt. Het revolutionaire vuur van Mao- en Castro-volgelingen doofde spoedig. Yippies werden Yuppies.

Jerry Rubin, een van de grondleggers van de protestbeweging die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 hun kandidaat presenteerden – Pigasus, een 66 kilo zwaar varken – stierf in 1994 als een multimiljonair. Zijn medestanders volgden vaak dezelfde weg, creëerden lucratieve universiteitsposten en betrokken luxe appartementen of statige herenhuizen. Ze waren studenten, afkomstig uit de middenklasse, en ze hebben geen enkel idee van wat er leeft in de arbeidersklasse; het klootjesvolk, het plebs.

Slachtofferschap

Vleesgeworden liberalen, die hun progressieve schuldbewustzijn afkopen met een veganistisch dieet, maar ondertussen wel die alternatieve wandelvakantie door Vietnam boeken. Ze grossieren in slachtofferschap. Daarin onderscheiden ze zich van klassieke marxisten. Die spreken namelijk niet over slachtofferschap, maar over macht. De legendarische uitspraak “Het maakt nogal uit wie over de zweep praat: het paard of de voerman!” was een klassieker in socialistische kringen. Zoals rechtse partijen (PVV, FvD, VVD) niet conservatief, maar liberaal zijn, zo zijn progressieve partijen (GroenLinks, D66, PVVD) niet links, maar liberaal.

De voorstanders van open grenzen en identiteitspolitiek verdedigen uiteindelijk de liberale politiek waar multinationals baat bij hebben. De strijd voor het klassieke huwelijk tussen man en vrouw werd in sommige staten in de Verenigde Staten niet verloren omdat een politieke meerderheid er tegen was, maar omdat het bedrijfsleven zich er tegen keerde. De grote bedrijven staan zich voor op inclusief personeelsbeleid en lopen voorop met de LHBT-kleuren.

Vandaar dat Jasper van Dijk stelt dat “het sprookje van de open grenzen de natte droom van het bedrijfsleven is”. Progressieve identiteitspolitiek is niet antikapitalistisch, maar is al tevreden met regenboogtompoezen en gender-neutrale rompertjes bij de HEMA. Daarmee lopen de politieke en ideologische scheidslijnen niet langer tussen links en rechts, maar tussen nationalisme en kosmopolitisme en tussen onderklasse en elite. Voor echte conservatieven biedt dit nieuwe onverwachte bondgenoten. En dat zou zomaar bijvoorbeeld de SP kunnen zijn.

Posted on

Het rommelt in de partijtop van de SPD

De SPD komt maar niet uit het dal in de peilingen. Dat ligt er mede aan dat het in Duitse regeringspartij inmiddels traditie is om de actuele partijtop naar hartenlust te discrediteren.

Momenteel staat partijleider Andrea Nahles zwaar onder druk. Hoofdoorzaak zijn slechte verkiezingsresultaten en peilingen. Federaal komt de partij niet verder dan zo’n 15 procent, in Beieren hebben de sociaaldemocraten nog zes procent. In de verkiezingen voor het Europees Parlement dreigt de SPD de helft van haar zetels te verliezen. Zelfs het bolwerk Bremen, waar eind mei deelstaatverkiezingen plaatsvinden, wankelt. Ook in het uiterst linkse Berlijn, waar de partij momenteel met Michael Müller de burgemeester levert, zou in federale verkiezingen nog slechts 12 procent van de mensen zijn stem aan de SPD geven.

Gerhard Schröder brandt Andrea Nahles af

Alsof dit alles nog niet erg genoeg was, mengde onlangs oud-bondskanselier Gerhard Schröder zich weer in het interne debat. In een interview met het weekblad Der Spiegel bekritiseerde Schröder de partijleidster scherp. Schröder beklaagde Nahles, soms platte, optreden. De implicatie van de oud-bondskanselier was dat Nahles niet geschikt zou zijn als bondskanselier. Volgens Schröder zou de partij een kandidaat nodig hebben met economische competentie. Op de vraag of Nahles deze bezit, antwoordde hij vervolgens “Ik denk dat ze dat zelf niet eens zou durven beweren”.

Oud-bondskanselier Gerhard Schröder zou willen dat Sigmar Gabriel (foto), tussen 2013 en 2018 minister van achtereenvolgens Economische en Buitenlandse Zaken, weer een centrale rol innam (foto: Martin Kraft).

…looft Olaf Scholz en Sigmar Gabriel

Schröder ziet minister van Financiën Olaf Scholz eerder als de persoon die de toekomstige kandidaat-bondskanselier van de CDU, Annegret Kramp-Karrenbauer uit zou kunnen dagen. Daarnaast zou Schröder willen dat Sigmar Gabriel weer een centrale politieke positie in zou nemen. “Wellicht de meest begaafde politicus die we in de SPD hebben. Hij heeft alleen een aantal mensen binnen de partij te hard op de tenen getrapt. Of hij nog eens een grotere rol wil spelen, moet hij zelf bepalen.”

De tegenweer volgde prompt en zoals gebruikelijk binnen de SPD snoeihard. “Gelooft ook maar iemand, dat het wat voor nut dan ook voor de eigen partij heeft, wanneer gepensioneerde politici zich onvriendelijk uitlaten over hun opvolgers? Dat baat altijd slechts de politieke concurrentie. Het getuigt van slecht geheugen en is bovendien onsolidair”, twitterde plaatsvervangend partijvoorzitter Ralf Stegner.

‘Eerst de hemel in prijzen, dan als een baksteen laten vallen’

Ook SPD-bestuurslid Boris Pistorius klom in de ring en bekritiseerde de partijleiding om haar omgang met oud-partijleiders Sigmar Gabriel en Martin Schulz. “Volgens mij bevreemdt het de mensen wanneer de SPD haar leiders steeds weer eerst de hemel in prijst, om ze dan later weer als een baksteen te laten vallen”, aldus de Nedersaksische deelstaatminister tegenover dagblad Die Welt. Hij rekent dat vooral Nahles en Scholz aan. “Zo hoort dat gewoon niet.” Pistorius zei echter ook dat het geen makkelijk moment was waarop Nahles en Scholz de partijleiding overnamen.

Wat echter onbenoemd blijft is dat ook Martin Schulz een zwakke campagne voor de Bondsdagverkiezingen voerde en dat de partij onder het leiderschap van Gabriel er niet veel beter voor stond in de peilingen. Zou het soms niet zozeer aan het personeel, als wel aan de standpunten kunnen liggen, dat de kiezers weglopen?

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Hervormingen op Cuba: beetje privé-eigendom, beetje marktwerking

Een grondwetsherziening, een beetje meer privé-eigendom en het homohuwelijk. De socialistische republiek Cuba zet de eerste stappen naar verandering.

Maandag 13 augustus viert de eilandstaat de verjaardag van de overleden revolutieleider Fidel Castro en ter gelegenheid daarvan is het de bedoeling dat de burgers actief en bewust participeren in het uitwerken van een nieuwe grondwet, zo verklaarde president Miguel Díaz-Canel na een zitting van het parlement vorige week. Kort daarvoor had in de hoofdstad Havana het Cubaanse parlement de weg vrijgemaakt voor een grondwetshervorming. De huidige grondwet stamt uit 1976 en ontwikkelde het land onder Castro’s leiding tot een communistische staat.

Aan het einde van het hervormingsproces zijn de burgers aan zet. Ze moeten, nadat ze tot medio november over het door het parlement voorgestelde ontwerp hebben kunnen discussiëren, zich in een referendum over het ontwerp uitspreken. Het begrip communisme komt in het ontwerp niet meer voor, in plaats daarvan is sprake van een “modern socialisme”. De Communistische Partij van Cuba (PCC) blijft in het grondwetsontwerp echter de enige toegestane partij van het land.

Momenteel is Miguel Díaz-Canel als voorzitter van de staatsraad staatshoofd van Cuba en als voorzitter van de ministerraad tevens regeringsleider. Deze machtsconcentratie moet in de toekomst teruggeschroefd worden. Daarvoor moet het in 1976 afgeschafte ambt van premier opnieuw ingevoerd worden en wordt het nieuwe ambt van ‘president van de republiek’ gescheiden van het voorzitterschap van de staatsraad. De staatsraad, een 31 leden tellend orgaan van het parlement, dat tussen de spaarzame zittingen van het parlement de wetgevende macht uitoefent, moet in de toekomst door de parlementsvoorzitter geleid worden. Het staatshoofd verliest niet alleen bevoegdheden, hij moet in de toekomst bij zijn aantreden ook jonger dan 60 jaar oud zijn en mag maximaal tien jaar in het ambt blijven.

Niet alleen voor de politiek zijn veranderingen voorzien, maar ook voor de economie, zij het met mate. Zo duikt in het nieuwe grondwetsontwerp voor het eerst het begrip privé-eigendom op. Daarnaast wil men het land openen voor buitenlandse investeringen, die als belangrijke factor voor economische groei gezien worden. De secretaris van de staatsraad, Homero Acosta, zei volgens Cubaanse media, dat het “socialistische model” – met de leidende rol van de communistische partij en een door de staat geleide economie – weliswaar in beginsel behouden blijft, maar dat veranderingen nodig zijn. De samenleving en economie zijn veranderd, aldus Acosta, en dit moet nu ook in de grondwet zichtbaar worden.

De wijzigingsvoorstellen werden uitgewerkt door een commissie rond oud-president Raúl Castro, die tien jaar geleden zijn broer Fidel opvolgde en het land op een voorzichtige openingskoers zette. Hoewel hij sinds dit jaar geen staats- en regeringsleider meer is, blijft Castro als eerste secretaris van de enige politieke partij nog altijd een centrale figuur in het politieke gebeuren.

In Cuba zal er geen kapitalisme komen “en ook geen toegevingen aan hen die al op duizend verschillende manieren geprobeerd hebben ons van onze historische waarden van de revolutie af te brengen”, zo verklaarde zijn opvolger echter waarschuwend. Binnenlandse media ondersteunen Díaz-Canel en haastten zich te benadrukken dat de nieuwe grondwet er niet toe zal leiden “dat het teken van McDonalds op de pleinen van Havana zal verschijnen”.

De veranderingen in de economische sector worden vooral veroorzaakt door de toenemende vraag die samenhangt met het groeiende toerisme. Ondanks de aantrekkelijke situering en het klimaat van het eiland, gelden binnenlandse hotels op het eiland als onderbezet, omdat ze zich niet kunnen meten aan internationale standaarden

Circa 591.000 van de goed elf miljoen inwoners van Cuba werken in de private sector, die 13 procent van de economische prestaties uitmaakt. Acosta benadrukte dan ook dat men de rol van de markt niet langer kan negeren en privé-eigendom een plaats heeft in het economische systeem van Cuba. “Kleine en middelgrote ondernemingen kunnen erkend worden, maar de staat moet in staat blijven de leiding en controle over de economie te houden”, zo voegde hij eraan toe.

Op sociaal gebied sprak het Cubaanse parlement zich er voor uit het huwelijk niet meer als een “vrijwillige verbintenis tussen een man en een vrouw” te definiëren, maar als “vrijwillige verbintenis tussen twee personen”. Als drijvende kracht achter het mogelijk maken van het homohuwelijk geldt Mariela Castro, die zich als parlementslid al langer hiervoor inzet. De dochter van Raúl Castro is hierom binnen het machtscentrum van de communistische partij zeer omstreden. Ten tijde van het bewind van haar oom werden openlijke homoseksuelen nog naar heropvoedingskampen gestuurd en geweerd uit de staatsdienst, zodat ze praktisch geen werk konden krijgen. Of dit onderdeel van de grondwetswijziging het uiteindelijk haalt is nog maar de vraag, gezien de op dit vlak eerder conservatieve stemming op Cuba.

Aan het einde van het nu begonnen hervormingsproces is het immers de bedoeling dat de burgers zich uitspreken. De staatsgetrouwe media op Cuba hebben er geen twijfel over dat het volk uiteindelijk “in overgrote meerderheid zijn goede leiders zal volgen”.