Posted on

Disruptie – Doormodderaars blijven verkiezingen winnen

Doormodderaars domineren de politiek ten koste van volgende generaties. En media houden hen uit de wind. De hoop ligt in disruptie, schrijft Sid Lukkassen aan Arno Wellens. 

Beste Arno,

Op 20 april 2019 sprak je voor het publiek van De Nieuwe Zuil in de Oosterkerk te Amsterdam. Wat je daar vertelde was zó schokkend en belangrijk dat het nodig is om dit vast te leggen voor het nageslacht en opnieuw onder de aandacht te brengen in deze brief. Hopelijk kan deze brief ook het draagvlak voor het bijbehorende crowdfunding-project vergroten.

Jouw pamflet, Het Euro Evangelie, overhandigde je aan (destijds) VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Jort Kelder omschreef dit treffen kort doch krachtig:

“Hij ontving ons in de rust van zijn gelambriseerde werkkamer. ‘De euro is mislukt en zal over een paar jaar waarschijnlijk niet meer bestaan’, sprak Zijlstra stellig. ‘Maar zolang een meerderheid op het Binnenhof de feiten niet onder ogen wil zien, modderen we voort.’ Kort daarna stemde de Tweede Kamer over een zoveelste steunpakket voor Griekenland. De VVD-fractie stuurde de premier naar Brussel met de opdracht te voorkomen dat er 86 miljard euro extra naar Athene gegireerd zou worden. Toen Rutte zijn veto weigerde te gebruiken en zwichtte voor de druk van Merkel en Tsipras, gunde Zijlstra zijn fractie de verkiezingsbelofte ‘Geen cent naar de Grieken’ gestand te doen. Slechts één van de veertig leden, Joost Taverne, sprak zich uit tegen een nieuwe financieringsronde.”

Hierbij vertelde je dat je de documenten kende die Rutte op zijn bureau had liggen, en dat hij wist dat de Grieken niet aan de eisen voldeden. “Dus deed hij een belofte waarvan hij tevoren wist dat hij die moest breken.” Je vatte de gang van zaken in het eurodossier samen in een mooi citaat: “The cost of indecision is greater than the cost of the wrong decision.

Doormodderaars

Zijlstra had zelfs gezegd: “Deze berekeningen zijn solide, daar kan ik niet omheen, maar publiekelijk kan ik dit niet steunen – dan steek ik mijn nek in een strop en dan moet ik in de Tweede Kamer 75 andere gekken vinden die ook bereid zijn om dat te doen, en die vind ik niet.” Je somde de gehele uitwisseling op als: “Doormodderaars blijven verkiezingen winnen.”

Kennelijk volgde hij jouw analyse maar is er zoiets als “politiek kapitaal”. Dat gold ook voor de douane-unie tussen Oekraïne en de EU. Ambtenaren en politici waren al twintig jaar bezig met de voorbereiding daarvan: dat zou de einduitkomst “onafwendbaar” maken. Zijlstra nam volgens jou onterecht aan dat de samenleving dit argument zou slikken “omdat hij in de Haagse bubbel zit”.

Perverse dynamiek vraagt om disruptie

Nu dit alles is gezegd wil ik benadrukken dat ik dit niet schrijf om Zijlstra of Rutte persoonlijk de vliegen af te vangen; het gaat erom een perverse dynamiek bloot te leggen. Enige jaren terug zei ik al tegen Thierry Baudet in een podcast: “Ik ga er niet vanuit dat politici aan hun werk beginnen met kwade bedoelingen. Maar ze belanden in een systeem met een eigen logica, een eigen krachtenveld. Op een zeker moment overschrijft dat de goede wil van de politieke actor.” Dit perverse systeem – zo blijkt wel uit decennia aan groeiende schuldenbubbels die politici, bankiers en belastingbetalers over en weer in de klem houden – kan niet van binnenuit worden doorbroken. Dit vergt een verstorende kracht van buitenaf: om dat bewustzijn op te bouwen is een brief als deze relevant.

De hoop ligt in disruptie

Dr. Sid Lukkassen werkt momenteel aan een crowdfunding om het vrije debat te redden. Hij wisselt brieven uit met Maarten Boudry, Ancilla van de Leest, Arno Wellens en andere vrijdenkers om inhoudelijk debat te voeren. Dit moet voorkomen dat onze democratie vervalt tot demonisering en op-de-man-spelen zoals we bij de foto met Zihni Özdil hebben gezien. Steun het project hier!

De hoop ligt dus in de disruptie. Juist dit wordt in Het Euro-Evangelie goed uitgelegd. “Griekenland, slechts 2 procent van de eurozone, zal een vingeroefening blijken voor de finale: het nakende failliet van Italië. Over dat soort feitjes horen we herkiesbare politici minder. Die bluffen liever over overschotten en meevallers op de begroting. Of storten zich op debatjes of de koopkracht nu wel of niet met één procentpunt toeneemt  ‘dankzij het kabinetsbeleid’.”

Kortom zolang je probeert om van binnenuit te veranderen, blijf je in discussies hangen over één procentje koopkracht meer of minder, of de doembeelden niet te veel kiezers afschrikken, over astronomische bedragen die niet in Jip en Janneke taal te vangen zijn. Ook krijg je steeds het argument voor de kiezen dat er “te veel politiek kapitaal in de munt zit”.

De paradox van de eurocrisis

Nog wat cijfers om de ernst van de situatie te onderstrepen: “De consultants van de Boston Consulting Group kwamen op oninbare leningen ten bedrage van 6,15 biljard euro. Voor het Koninkrijk der Nederlanden zou dat een afboeking van 140 miljard tot 720 miljard euro betekenen. Pittig. En dat is het best case scenario, want de cijfers dateren van 2010, toen de schuld een stuk lager was. De paradox van de eurocrisis is dat de bedragen zó groot en de uitkomsten zó ongewis zijn, dat geen politicus er een serieus punt van maakt.”

Verliesverbergers

Je noemde hierbij de “VerliesVerbergers” – de schuld is er wel, maar je ziet hem niet. Bijvoorbeeld omdat slechte leningen worden opgekocht door een van de Europese noodfondsen, aangevoerd door het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM). Ook is er de kwantitatieve geldverruiming, wat neerkomt op het bijdrukken van geld.

“Eén op de zes Italiaanse leningen geldt als non performing, in Ierland is het één op vier en Cyprus presteerde het om meer oninbare vorderingen uit te hebben staan dan de omvang van de economie. De European Banking Association categoriseert duizend miljard aan leningen als ‘non performing’.”

Je beschrijft hoe geen politicus dat voor zijn of haar rekening durft te nemen – het zou immers een papieren schuldenberg omzetten in tastbare verarming en dus spaarders, beleggers en andere stemmers aan de kook brengen.

“Zo heeft de ECB in korte tijd al een kwart van de Zuid-Europese schuld naar zich toegetrokken. Sterkte, belastingbetaler, want Nederland doet voor 5,7 procent mee in de eurozone.” De schulden van alle betrokken banken samen begrootte je op 28.000.000.000.000 euro – “van dat bedrag zal volgens een rapportage van The Boston Consulting Group 6.150.000.000 euro niet worden terugbetaald. Een reddingsfonds zal dus behoorlijk wat vuurkracht moeten hebben om dat bedrag omver te blazen. Als Nederland naar omvang bijdraagt en – zoals afgesproken – andere landen ontlast, komt onze bijdrage op maximaal 720.000.000.000 euro. Oftewel anderhalf keer de bestaande Nederlandse staatsschuld.”

Langetermijnprognoses

Het probleem is dat mensen als jij en ik naar de toekomst kijken: we maken langetermijnprognoses. Maar de meeste mensen willen gewoon met een biertje in de zon zitten en bitterballen eten. Realistische prognoses en vergezichten worden dan afgedaan als zuur gelul, geschreeuw vanaf de zijlijn, boekenwijsheid en abstracte speculatie. Voorts begint men over “doeners” en “aanpakkers” – dan wordt er niet meer geluisterd. Hier stuiten we op een belangrijke opmerking in het voorwoord: “’Verdomme’, siste D66-woordvoerder Kees Verhoeven in een debatpauze op de plee van een Leidse lokaliteit. ‘Ik heb geen antwoord op alle financiële problemen die Wellens aankaart’.”

Mediakartel

Op zo’n moment verdedigt een gekozen volksvertegenwoordiger dus een transferunie waarvan hij weet dat zijn kinderen en kleinkinderen daarvoor de prijs betalen; hij weet dat hij dit niet kan verbergen en hoopt er simpelweg niet op te worden aangesproken – hij rekent op steun van het mediakartel. Jort Kelder geeft dit ook toe: “U begrijpt waarom wij niet bij Matthijs [van Nieuwkerk] aanschoven: het Euro Evangelie kwalificeerde ook niet echt voor goedhumeur-tv. Redactiesjef Dieuwke Wynia begint daags voor de uitzending te twijfelen. ‘Jort, razend interessant onderwerp, maar de materie is te ingewikkeld en de getallen zijn zo groot, daar kan geen kijker zich iets bij voorstellen’.”

Op kosten van komende generaties

Het lukt politici om gesteund door het mediakartel de aandacht af te leiden. Zodat de massa hedonistisch blijft consumeren en de meer grimmige abstracte waarheden niet doordringen tot het dagelijks gesprek. Dan winnen politici – de meeste van hen zijn opgekweekt in het badwater van ‘68. Ze vinden dat ze meester en vormgever zijn van hun eigen succes: ze geloven niet dat hen na de dood iets boven het hoofd hangt en een begrip als ‘cultureel rentmeesterschap’ of ‘intergenerationele solidariteit’ zegt  hen niets. Ze willen genieten van de macht zolang ze de macht hebben en daarbij zijn alle middelen geoorloofd – inclusief het opmaken van het kapitaal dat is gespaard door de vorige generatie en vervolgens bijlenen op kosten van komende generaties.

Globale geldmarkt

Zelf was ik vroeger vóór de euro – het argument dat toen werd gebruikt, bij de invoer, was dat er een conservatief fiscaal beleid zou worden gevoerd om te voorkomen dat de VS tot het oneindige dollars kon bijdrukken. Er was een tegenkracht nodig op de globale geldmarkt: een tegenkracht gebaseerd op een strakke monetaire politiek. Vanwege de zwakke dollar en sterke euro was het leuk om spullen vanuit de VS te bestellen. Maar nu zie ik twintig jaar later in de praktijk hoe alle geldverruiming uitmondt in welvaartstransfers naar het zuiden – ik heb zelfs negatieve rente op mijn spaarrekening. ZZP’ers als ikzelf bouwen niets op qua pensioen en nauwelijks qua premies. Tegen de lage rente en inflatie is bruutweg niet op te sparen. Dit volgt uit ECB-beleid en de ECB bepaalt haar eigen mandaat.

Ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking

Het argument is heel begrijpelijk dat Nederland ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking zou hebben – onze ‘grootste deugd’ is immers dat de Duitsers ons nodig hebben om bij de zee te komen. Vroeger was de waarde van de gulden verbonden met de Duitse munteenheid. Maar op mijn spaarboekje en door de waarde van mijn uitgaven van vroeger en nu te vergelijken, zie ik loepzuiver dat als we zo doormodderen, er op termijn niets voor mij overblijft. Daarom ben ik aangewezen op disruptie – ik heb geen andere keus. Want disruptie brengt een kans op hoop, terwijl continuïteit de zekerheid betekent van een gestage en onomkeerbare neergang. Een grotere schuldenberg, meer inflatie, minder koopkracht. Zelfs Zijlstra moest dit immers toegeven na het lezen van jouw pamflet!

Disruptie van de bubbels van Brussel en Den Haag

Enfin Arno, ik rond af met een belangrijk punt in jouw lezing. In de bubbels van Brussel en Den Haag heerst een andere werkelijkheid dan aan de keukentafel van tante Truus. Mensen zien dat ze keer op keer worden voorgelogen en langzaam ontstaan bewegingen als de gele hesjes. Dat is de maatschappelijke prijs van het steeds maar doormodderen van bestuurders. Politici rekenen echter op hun vriendjes van het mediakartel om deze protestbewegingen af te schilderen als marginale gekkies; protestpartijen als PVV en FvD worden buiten de coalitievorming gehouden.

De hoop ligt in disruptie

De politici die ons in dit verderf hebben gestort winnen – en zullen blijven winnen – zolang zij een democratische meerderheid van de-helft-plus-één behouden. Alles is daarvoor geoorloofd inclusief moderatie van onwelgevallige meningen, censuur door Big Tech en het verbloemen van kleine leugens met grotere leugens. De hoop ligt in de disruptie: deze economische ontwikkeling zal doorgaan en de middenklasse verpulveren – tot nu toe was een brede middenklasse de belangrijkste stoplap tegen een full blown revolutie. De vraag is alleen of tegen die tijd Europa niet is veranderd in een totalitair soort China. Tot het zover is kunt u als lezer in ieder geval deze crowdfunding steunen!

Posted on 1 Comment

“Wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”

Aangetrokken door de titel Kerkgangers en Zuilenbouwers waagde ik mij aan het boek van Sid Lukkassen om mijn gedachtes daarover min of meer reviewend weer te kunnen geven. Als theoloog, één met affiniteit met de neocalvinistische traditie, was ik direct geïnteresseerd.

Ik kwam ongeveer tien jaar geleden in de restanten van de toen net doodverklaarde vrijgemaakte minizuil, maar bevond mij nog wel in een groep mensen die verzuilder waren en dachten dan ze zelf doorhadden. Ook heb ik mij met het fenomeen verzuiling beziggehouden vanuit de geschiedenis van het kerkelijk landschap van de vorige twee eeuwen. De naam Sid Lukkassen had ik wel eens voorbij zien komen, maar nooit iets van gelezen of gezien. Wat betreft politiek en maatschappelijke discussie beschouw ik mijzelf meer als een van de stillen in den lande. Desondanks was ik geprikkeld en besloot het boek te lezen en te kijken of Lukkassen mij kon overtuigen zich bij zijn nieuwe kerk te voegen of op te laten nemen in zijn zuil.

Het is vrij eenvoudig te formuleren waar De Nieuwe Zuil (verder afgekort tot DNZ) voor staat: een gemeenschap van mensen die uit solidariteit elkaar financieel willen steunen om vrije gedachte-uitwisseling te waarborgen tegen de achtergrond van de gestagneerde maatschappelijke en politieke hoofdstroom (vgl. de zin in appellerende wijs waarmee Lukkassen DNZ weergeeft op blz. 52 en 77). Deze hoofdstroom is de globalistische neomarxistische elite die zichzelf aan de macht houdt door voornamelijk tegenstanders door framing monddood te maken. Hoofdstuk negen werkt deze visie uit in 28 punten, gevolgd door een schematisch overzicht van missie, doelstelling, profiel van de leden en de te houden activiteiten. “Dus wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”; korter en pregnanter kan het niet gezegd worden (blz. 82).

Zwaartepunt

Het zwaartepunt van het boek ligt m.i. op blz. 51-87, daarbuiten staan enkele gesprekken met mensen uit de samenleving, die allemaal de indruk maken erg blij te zijn met hem. De rest van het boek bevat allemaal betogen die de noodzaak van de zuil duidelijk maken. Lukkassen geeft zijn meningen over thema’s en gebeurtenissen uit de afgelopen tijd om het failliet van links aan te tonen en de noodzaak van DNZ op rechts. Wat mij betreft was zijn pleidooi al prima als het alleen bestond uit de bladzijdes met het zwaartepunt.

Je leest het boek om als het ware rondgeleid te worden in het gebouw, maar op den duur voelde het voor mij als lopen op de woonkamerafdeling van de Ikea. Je ziet allemaal kleine kamers, los van elkaar en op een of andere manier lijken ze op elkaar. Met als enige verschil dat de Ikea-woonkamers allemaal af zijn en de losse hoofdstukken van Lukkassen ietwat onafgerond aandoen. Dit kan natuurlijk zijn omdat hij de openheid naar de toekomst wil behouden, conform uitgangspunt 28, en alvast een voorzet wil geven voor bezinning. Per slot van rekening geeft Lukkassen van DNZ, om in de Ikea metafoor te blijven, als het ware de bouwinstructies, niet het meubel zelf.

De gewone man

Aan de andere kant lijkt het mij ook te maken te hebben met de abstractiegraad van het betoog. Soms lijkt DNZ alleen interessant voor filosofen en is het vooral een wereld van geschreven en gesproken woorden. Er zit een neiging in het denken van Lukkassen om filosofen op de grond te stellen. Ik vraag me af of de doelgroep van DNZ echt gebaat is bij het plan om een prijs uit te reiken voor “het beste boek” of om “jonge ambitieuze denkers en schrijvers” te stimuleren. Zeker aangezien hij zich richt op de vader aan de keukentafel, op de ondernemer, op de gewone man en vrouw.

Ook registreert Lukkassen dat masculiniteit een probleem is dat aangepakt moet worden, enerzijds door gebrek eraan in het Avondland ten opzichte van de islam, anderzijds doordat de linkse cultuur masculiniteit tegenwerkt. Maar in zijn ethische gedeelte komt deze notie niet terug, noch hoe de deugdethiek die hij voorstaat wordt geoefend en gewaarborgd in praktijken. Deugdethiek is bij uitstek een ethiek van een gemeenschap en praktijken, en zou masculiniteit niet het beste in gezinnen kunnen worden ingezet? Maar zoals eerder gezegd, het kan zijn dat dit in andere werken van Lukkassen die ik (nog) niet gelezen heb behandeld wordt. Wat dat betreft zou DNZ wat kunnen leren van Rod Dreher’s Benedict Option, en minder inzetten op het gehalte Intellectual Darkweb.

Filosofen en krijgslui

Er zit ook ergens iets lichtelijk ironisch in om aan de ene kant filosofen (“en andere briljante mensen”) een leiderspositie toe te schrijven en aan de andere kant voornamelijk leiders als voorbeelden te kiezen die toch krijgslui waren. Het feit dat Marcus Aurelius ook een stoïcijn was doet niet af aan het feit dat ook het zwaard de geschiedenis maakt en bepaalt wie de pen hanteert (blz. 110). Nu wil ik mij wel haasten dat dit niet betekent dat het idee van DNZ compleet waardeloos is door deze punten. Ik ben allang blij dat Lukkassen het idee oppert en dat hij serieus nadenkt over belangrijke vragen. Daarvoor verdient hij lof, zeker omdat hij een van de weinigen is die het niveau van memes en politiek-incorrect zijn door middel van vuilbekkerij en grofheden overstijgt. Ik ben niet de door hemzelf beschreven intellectueel die Lukkassen afkraakt omdat ik hem te ongenuanceerd vindt (blz. 21). Ik vermoed dat wat ik aanstip punten zijn waar hij best over in discussie zou willen, als hij mij al niet wijst op plaatsen in andere werken waar hij dit wel of anders uitwerkt (ik heb immers alleen dit boek gelezen).

Antithese?

Maar, ondanks alle waardering die ik voor zijn initiatief en denkwerk heb, voeg ik mij niet bij zijn kerk en zoek ik geen plaats binnen zijn zuil. Het is voor mij niet duidelijk waar nu de antithese zit tussen DNZ en het door Lukkassen verfoeide cultuurmarxisme. Voor Abraham Kuyper, de aanjager van de verzuiling, bestond de antithese ten diepste op het gereformeerde leerstuk van de uitverkiezing, het theologische leerstuk dat God voor de schepping heeft bepaald welke mensen er tot geloof komen of niet. Zo werd de mensheid opgedeeld in groepen, de eerste met de mogelijkheid, al dan niet geactiveerd, tot geloof, en de ander zonder de mogelijkheid tot geloof. Zonder te vervallen in theologische nuances of discussies komt deze visie erop neer dat de mensheid zich ook organiseert in twee groepen, een christelijke groep met het christelijke leven vanuit (de mogelijkheid van) het geloof, en die zonder. Omdat het beginsel van geloof ligt in een besluit van God in de eeuwigheid en niet in mensen, is de tegenstelling tussen deze mensen absoluut en onverenigbaar. Zie hier de antithese die de rechtvaardiging is voor de verzuiling, er is een onoverkoombare tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.

Scheppende rede

Als ik dit kuyperiaanse schema als bril gebruik en kijk naar DNZ van Lukkassen, valt mij op dat Lukkassen wel de antithese scherp neerzet. Hij lijkt de kloof te leggen tussen twee existentieel-metafysische wereldbeschouwingen, die voorkomt dat cultuurmarxisten rationeel te overtuigen zijn (blz. 123-124)  Maar wat in vergelijking met het kuyperiaanse schema ontbreekt, is de filosofische of theologische rechtvaardiging voor de antithese. En ik vraag mij af een rechtvaardiging mogelijk is. Want naar mijn indruk is het niet dat de wereldbeschouwing van Lukkassen, een waarin rationaliteit de basis vormt, veel verschilt van de wereldbeschouwing van (cultuur)marxisten. Ook deze vertrekt vanuit rationaliteit naar de werkelijkheid en is ook een product van de Verlichting. Beide nemen hun uitgangspunt in wat dr. W. Aalders noemde de scheppende rede.

Sociaal-constructivisme

Zo beschouwd neemt Lukkassen slechts een rationele positie in tegenover een even rationele positie. DNZ staat dan voor het nationale of het Europese tegenover het globalistische. Ook staat het voor meer risico nemen, zeker in de drang naar heroïsche daden, tegenover minder risico nemen, met name ten opzichte van gevoelens van groepen mensen, het sobere tegenover het hedonistische. Zonder de rechtvaardiging van de antithese kan Lukkassen alleen maar de onwenselijkheid benadrukken, maar niet de onjuistheid aantonen van zijn tegenstanders. Daardoor zie ik in zijn wereldbeeld een ietwat willekeurige en vooral pragmatische trek. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Lukkassen spreekt over macht en niet over de wet, in tegenstelling tot een van zijn voetnoten (blz. 23). Macht is niet gegrond en gerechtvaardigd door een goddelijke of kosmische wet.  Deze weg heeft Lukkassen voor zichzelf afgesneden met het beroep op Verlichting. Het is dan ook de vraag wat zijn opvatting is van de menselijke natuur, wie dit niet ziet als een essentie, loopt het grote risico om uiteindelijk te belanden in scepticisme en denken in sociaal-constructivisme.

Mobilisatie

En dit is de tragiek van de verzuiling, het is een kenmerk van wat Charles Taylor in zijn boek A Secular Age noemt The Age of Mobilisation. Een periode die vooral lag in de 19de eeuw die liep tot de jaren ’60 van de 20ste eeuw en toen werd opgevolgd door de Age of Authenticity. In de Age of Mobilization  is het kenmerkend dat politieke, sociale en kerkelijke instituten in existentie moeten worden gemobiliseerd door mensen met een gemeenschappelijk doel. Hier tegenover staat dat in eerdere tijden, het ancien régime, achter al deze politieke, sociale en kerkelijke instituten een ordening van de wereld, beter gezegd, van de kosmos stond. Deze orde ging aan alle instituten vooraf en verleende de autoriteit aan deze. Dit verklaart waarom Lukkassen macht reduceert tot menselijke disposities, die hij Informele Macht noemt (blz. 112-117).

Agnostisch

Niet dat DNZ daarmee een waardeloos idee is en direct kan worden door geschoven naar de prullenbak. Ik hoop alleen dat Lukkassen ziet dat agnostisch blijven over het volgende leven (uitgangspunt van DNZ 11, blz. 67) ook rust op onbewust aangenomen theologische uitgangspunten. Iedere levensbeschouwing die zijn uitgangspunt neemt in de autonome scheppende rede veronderstelt een perspectief buiten alles wat bestaat en buiten een absolute in zichzelf bestaande God die hieraan voorafgaat en die het Christendom altijd heeft beleden. Wie deze positie niet kan innemen, maar toch atheïst of agnost wil blijven, veronderstelt hiermee een andere of een valse god dan het Christendom belijdt en is genoodzaakt de rede te hanteren als een selffulfilling prophecy of te vervangen door willekeur en contingentie.

Co-belligerence

En hier zie ik de antithese tussen mijzelf als belijder van het klassieke Christendom en Lukkassen als een modern Verlichtingsdenker. Dat sluit discussie en sympathie voor zijn denkwerk niet uit, maar ik zal mij hierom niet in zijn zuil kunnen laten opnemen. De belangrijkste les van hem neem ik in ieder geval wel ter harte, ik zal mij niet onder druk van Lukkassen distantiëren om te laten zien dat ik heus wel deug. Want de antithese sluit niet uit dat we elkaar aan dezelfde kant van het politieke spectrum kunnen tegenkomen en met elkaar moeten samenwerken. Maar ik zal wel altijd een voor de overige stillen in den lande bekend wijsje fluiten of neuriën: Quare fremuerunt gentes.

N.a.v. Sid Lukkassen, Kerkgangers en Zuilenbouwers (eigen beheer, 2018), paperback, 273 pagina’s.

Posted on

Kan Italië uit de klauwen van de ECB ontsnappen?

Het is al weer ruim een jaar geleden dat president Draghi van de Europese Centrale Bank in een brief aan het Europees parlement bijna laconiek opmerkte dat het voor de problematische lidstaten van de Eurozone uiteraard was toegestaan om de Euro te verlaten, mits – en toen kwam het – deze lidstaten eerst al hun uitstaande rekeningen bij de ECB volledig voldoen. Een op het eerste gezicht volkomen redelijke, maar tegelijkertijd onhaalbare eis voor al die lidstaten die tot over hun oren in de schulden zitten en nu – anno 2018 – meer dan ooit tevoren merken dat je maar bepaalde tijd op de pof kunt leven.

Momenteel draait alles om Italië, met in het kielzog Spanje. Zullen deze beide landen uit de klauwen van de ECB kunnen ontsnappen? Dat kan alleen als de ECB failliet gaat. Hoe waarschijnlijk is dat? En komen deze landen daarna niet van de regen in de drup, namelijk van bittere armoede met uitzicht op Europese solidariteit, naar bittere armoede zonder vrienden, ook in eigen land?

De ECB verwees in haar publieke berichtgeving naar het voor het grote publiek vrijwel onbekende, maar daarom niet minder belangrijke Target 2 handelssysteem, dat in zijn uitwerking bijzonder complex oogt, maar dat in de kern niet is. Stel je voor dat Spanje goederen importeert vanuit Duitsland – bijvoorbeeld auto’s – zonder dat hiervoor eenzelfde bedrag aan export van Spanje naar Duitsland tegenover staat. Zou dat wel het geval zijn dan spreken we van een evenwichtige handelsbalans, althans in Euro’s. Anders dan het geval is bij het normale binnenlandse betalingsverkeer, is er bij Target 2 transacties geen sprake van het rechtstreeks overboeken van geld van het ene land naar het andere. Er wordt in plaats daarvan gewerkt met IOU’s. Dat zijn schuldbekentenissen (in dit geval van de commerciële Spaanse banken bij wie de initiële transactie plaatsvond) die aan de Spaanse Centrale Bank worden afgegeven. Deze zorgt vervolgens voor ‘funding’, in alle mogelijke vormen.

Een voorbeeld. Aan het einde van 2017 bedroeg het Target 2 saldo van de Banco d’ Italia bij de ECB zo’n 364 miljard euro, ongeveer 22% van het BBP van Italië. In 2018 zal dit bedrag naar verwachting exponentieel stijgen. Het Target 2 saldo van Spanje bedroeg op datzelfde moment 328 miljard euro, ongeveer 30 % van het Spaanse BBP. Let wel, het gaat hier om schulden (= uitstaande rekeningen), niet om bezit. Geheel aan de andere kant van het spectrum boekte de Duitse Centrale Bank in die periode een positief (!) saldo in het kader van Target 2 van zo’n 769 miljard euro.

Het Target 2 systeem is meer dan alleen een stabiliteitsprogamma ten behoeve van de handelsstromen tussen de lidstaten. Er stroomt ook heel wat ‘gewoon’ geld door het systeem. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het programma van kwantitatieve geldverruiming van de ECB. Veel van dit geld was bedoeld om de zinkende lidstaten een reddingsvest toe te werpen, maar kwam uiteindelijk bij Duitsland en Nederland terecht. Het aloude liedje. De rijken worden rijker, de armen worden armer. Totdat natuurlijk de zeepbel barst. Wanneer dat gebeurt? Als de rentes omhoog gaan.

Alle goede bedoelingen ten spijt is de positie van de ECB wankel geworden. Dat komt ook doordat de ECB de markt voor staatsobligaties volledig aan gort heeft geslagen, omdat het de schuldenlanden de mogelijkheid heeft geboden om kortlopende obligaties met hoge rentes in te ruilen voor langlopende obligaties met lage rentes, tot zelfs perpetuals met negatieve rentes. De ECB is zelfs buitengewoon vrijgevig geweest door in voorkomende gevallen af te zien van betrouwbare onderpanden.

Gaat de ECB dit overleven? Ik verwacht het niet. Tenzij natuurlijk de Europese lidstaten financieel bijspringen, in de vorm van een schuldenunie die ook Italië voor ogen heeft. De totale schuld wordt dan per hoofd van de bevolking omgeslagen en in relatie tot het verdienvermogen van de afzonderlijke lidstaten gefiscaliseerd. Bondskanselier Merkel heeft onlangs laten weten dat zij niets voor een schuldenunie voelt. Gelukkig maar.

Zojuist zijn de eerste concrete plannen bekend geworden van de nieuwe Italiaanse coalitieregering. Het komt allemaal op één ding neer, namelijk hogere uitgaven zonder hogere inkomsten. Sociaal gezien volkomen verdedigbaar, maar financieel gezien eerder een poging tot zelfmoord dan een teken van het streven naar een lang en welvarend leven voor iedereen.

Posted on

Italië kijkt wel uit, maar niet naar Europa

De spreekwoordelijke inkt van het zoveelste Italiaanse coalitieakkoord over de toekomst van het eigen land en die van Europa is nog niet droog of president Macron van Frankrijk roept de Italianen met luide stem op om nu strak naar het pijpen van Europa te dansen – en dus ingrijpend te gaan hervormen – of er zwaait binnenkort wat. Wat en wanneer dat dan zal zijn, is nog onbekend. Maar leuk voor de Italiaanse bevolking wordt het niet. Zoveel is wel zeker. De nieuwe Italiaanse regering – nog niet droog achter de oren – reageerde als door een wesp gestoken. “Rot op!”, “We dulden geen buitenlandse inmenging in onze binnenlandse aangelegenheden”, “Bemoei je met je eigen zaken!”, “Alsof Frankrijk er zo goed voorstaat”, “Nee dus”.

Van alle kanten wordt er op gewezen dat de Euro en in het kielzog daarvan Europa, ineens weer een nieuw breekpunt hebben bereikt, al was het alleen maar vanwege het verschil van inzicht dat steeds scherper duidelijk wordt tussen het systeemvriendelijke beleid van de rijke lidstaten aan de ene kant, en de wens om een burgervriendelijk beleid van de arme lidstaten aan de andere kant. Worden de banken van Europa gered of de burgers van Europa? Deze kwestie wordt nog eens extra actueel nu Bulgarije, Kroatië en Roemenië op het punt staan om toe te treden tot het Europese Wisselkoersmechanisme II – een voorstadium voor toetreding tot de Euro, potentiële lidstaten die bepaald niet rijk genoemd kunnen worden. Het goede nieuws is dat deze aanstaande leden wél en misschien zelfs nog meer dan ooit tevoren, het Europese verlichte ideaal aanhangen van democratie, recht en rechtvaardigheid, eerlijkheid, veiligheid en van welvaart en welzijn voor iedereen. Enkele maanden geleden gingen de Roemenen voor deze idealen zelfs massaal de straat voor op. De bevolking verdient ons respect.

Tot overmaat van ramp komt ineens weer de door velen vermaledijde transferunie van schulden om de hoek kijken, als teken van solidariteit tussen arm en rijk, echter meer nog als een enigszins wanhopige laatste poging van onder andere Duitsland en Frankrijk om de overmatige schuldenlast die Europa nu al zo lang teistert, eerlijk over de lidstaten te verdelen. Inderdaad mag verwacht worden dat Zuid- en Oost Europa hier baat bij zullen hebben, maar veel meer dan een tijdelijk effect zal er waarschijnlijk niet van uitgaan. Na een poosje zal duidelijk worden dat de arme lidstaten niet rijker worden, maar de rijke lidstaten wel armer. Bij het nivelleren van bezit werkt dit op deze wijze, dus waarom niet bij het nivelleren van schulden? Uiteindelijk gaat het bij een teveel aan schulden om slechts één kernvraag van menselijke aard, namelijk de vraag of mensen leven om te werken dan wel werken om te leven. 

Terug naar Italië. Zoals het zich nu laat aanzien wil de nieuwe regering geen bemoeienis van het buitenland (Europa) met het eigen economisch en sociaal beleid. Kennelijk wil men wel de lusten maar niet de lasten van Europa hebben. Het gaat echter verder dan dat. Italië streeft naar een ideologische ommekeer van het beleid. Men wil burgers in belangrijke mate ontlasten van schulden, in plaats van hen daarmee te belasten. Burgers moeten de aanjagers van de economie worden en daar hebben ze productief geld voor nodig. Als ze dat eenmaal consumptief besteden (in eigen land) ontstaat een economische spiraal naar boven, in plaats van de huidige spiraal naar beneden. Heeft Italië Europa daarvoor nodig? Wel zeker. Maar tot het zover is kan het Europa missen als kiespijn.

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

Sid Lukkassen: Samen kunnen we het fundament leggen van een Nieuwe Zuil!

Met zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’ wil publicist dr. Sid Lukkassen een stem geven aan de vele mensen in Nederland die nu nog niet gehoord worden.

Waar de mainstream media in de ban zijn van politieke correctheid en ideologische vooringenomenheid, wil Lukassen het rationale debat opzoeken, gericht op een realistische kijk op wat er speelt in de samenleving. Alles wat zich niet aan de ideeën van de weldenkende klasse conformeert wordt in de mainstream media gemakzuchtig afgedaan als irrationeel onderbuikgedoe, maar de rationele analyses die eronder liggen worden simpelweg genegeerd. Sid Lukkassen wil zich er voor inzetten om deze toch over het voetlicht te brengen om zo het publieke discours echt vooruit te brengen. En daar heeft hij uw steun voor nodig, in de vorm van een bijdrage aan de crowdfunding om dit project mogelijk te maken. Meer informatie daarover is te vinden op http://www.latenwekerkenbouwen.nl/crowdfunding/ 

In onderstaande videoboodschap licht Lukkassen zijn plannen toe:

Posted on

Een reëel alternatief voor de klassenstrijd van Ewald Engelen

Ewald Engelen ontketende de discussie over klassenstrijd en over nieuwe politieke prioriteiten van ‘links’. Deze polemiek is nu overgewaaid naar rechts: daar woedt het debat over de juiste verhouding tussen sociaal-economische en identitaire kwesties.

Lukkassens analyse

Sid Lukkassen betoogde dat sociaal-economische thema’s altijd prominent voorkomen in zijn werk ‒ wie hem volgt kan dit bevestigen. Bij het Oekraïne-referendum voorspelde mijn vader dat ‘nee’ dat zou winnen, hoewel peilingen toonden dat ‘ja’ er goed voorstond in de grote steden. “In de Randstad heb je te maken met kosmopolitische citydwellers; in de provincie zijn er meer MKB’ers die qua inkomsten onafhankelijk zijn van de staat en daarom zelfstandig denken.” Dit is wat hij voorspelde en hij kreeg gelijk: het komt precies overeen met Lukkassens analyse. Al in Avondland en Identiteit schreef hij over de tegenstelling tussen stemmers met een regionaal of nationaal identiteitsbeeld, en lieden die zichzelf als wereldburgers zien.

Lokale versus globale economie

Andere vormen van sociale segregatie hangen hiermee samen. Zoals dating voor hoger opgeleiden, blanke elitescholen en de verandering van het VVD-electoraat. Haalt men het inkomen uit de lokale economie of uit de mondiale economie? We herkennen dit in Oostenrijk, met Van der Bellen en Hofer, en idem dito voor Brexit en Trump. In feite voert de mondiale elite een economische oorlog tegen de middenklasse: daarbij wordt het eigen wereldbeeld bekostigd door de rest van het land.

Sinds het doorsnijden van de band tussen lokaliteit en geld – zoals is begonnen door Saint Simon en de zijnen in de 19e eeuw – voltrokken zich twee catastrofes. Allereerst kwam de financiering van maatschappelijke ontwikkelingen bij politici terecht die bevriende bedrijven voorrang geven. De tweede catastrofe is dat die combinatie geen rekening houdt met mens en milieu, omdat winsten voor de politicus en diens bevriende ‘ondernemers’ zijn. Verliezen worden daarentegen afgewenteld op alle mensen en hun omgeving. Vandaag heet dit ‘vriendjeskapitalisme’ of ‘staatskapitalisme’.

Aangestelden in plaats van MKB’ers

Deze laatste twee begrippen brengen ons op Mark Rutte. Voordat hij aantrad bij de VVD had deze partij nog een ledenbestand vol MKB’ers. Zelfstandig denkend, ‘van de koude grond’ en met de ‘poten in de modder’. Vandaag bestaat het uit millennials met stropdassen die elke dag in pak naar het werk gaan, werkend voor de overheid of als jurist op het kantoor van een multinational. Dit zijn geen mensen die vanuit het niets iets kunnen maken: het zijn aangestelden die vanuit de studiebanken komen binnenrollen op een hoge positie dankzij hun kneedbaarheid, hun vlotte babbel en connecties. Bij deze postmoderne kosmopolieten zonder principes staat alles ten dienste van het doorsnijden van de band met het lokale geld.

Deze aangestelden komen vlot en ‘opwaarts mobiel’ over: in die zin hebben zij een ‘liberaal’ imago. Qua denken hebben zij echter de band met het klassiek liberalisme van de kleine zelfstandige doorgesneden. Ongeveer alle vrijdenkers zijn op een dood spoor gezet bij de VVD: wat overblijft is een verwaterde kartelpartij voor oligarchen en lobbyisten. Zodoende snakt dit land naar vrijdenkers als Lukkassen, wiens achterban bestaat uit hardwerkende middenklassers. Dit is mede doordat zijn analyses gericht zijn op de problemen waarmee deze groep worstelt. FvD heeft goed denkwerk verricht maar spreekt toch vooral tot salonfähige intellectuelen en hedgefunders in grachtengordelpanden.

Links faalt om van dit verraad te profiteren

We zouden denken dat dit enorme kansen schept voor links – juist in een tijd waar het volk massaal is verraden door de elite. Probleem is alleen dat links heeft meegewerkt aan dit verraad. Denk aan het schrappen van de dividendbelasting en het feit dat we belanden in een transferunie. Recent werd nog het punt gemaakt dat Kok en Wallage (PvdA) PostNL hebben gesloopt. Links biedt geen realistisch antwoord: we zien vooral leegte en het opnieuw opvoeren van ‘klassenstrijd’ is pure wanhoop. Als de markt verzadigd is voor een product, dan bedenken we een nieuwe branding voor hetzelfde product.

Zodoende brengt de discussie die Engelen ontketende de leegte aan het licht op de linkerzijde van het publieke debat. Dat bedoel ik niet denigrerend: de vragen waar het om gaat zijn nogal pregnant – zeker de vragen die Engelen stelt. Het debat laat echter ook zien dat er geen oplossing is binnen bestaande denkkaders. ‘Politiek bedrijven’ komt vandaag neer op het uitventen van graduele verschillen. Mijn voorstel? Gooi eindelijk de marxistische denkstructuren het raam uit en stel je open voor de wereld zoals deze is.

Marxistische denkstructuren en evolutie

De vele reacties op Engelen laten een geëvolueerd gebruik van het begrip ‘klassenstrijd’ zien. Zij volgen de doorontwikkelde variant. Dat is de variant die Gramsci ontwikkelde. Onderdrukking is niet meer gerelateerd aan de bezittende klasse binnen de superstructuur, zoals bij Marx, maar aan een abstracte onderdrukker en onderdrukte.

Twee elementen zijn daar aan toegevoegd door andere denkers. Het eerste is de conceptie van het ik in Heidegger’s werk Sein und Zeit. Dit is gegrond in Dasein. Het gaat daarbij om een groepsopvatting van het individu. Kort door de bocht: zonder collectief (leiderschap) geen individueel bestaan. De tweede component is Schmitts opvatting van de politiek en het politieke in Der Begriff des Politischen. Politiek is een antagonistische strijd waaraan de mens zijn wezen ontleent. Zonder deze levensinvulling zou slechts een leegte overblijven, het niets.

Ziehier de leest waarop het begrip ‘klassenstrijd’ binnen het politieke debat is geschoeid. Mede op basis hiervan ontstond de postmodernistische revolutie waarvan sofisten en charlatans – zoals Derrida – de vaandeldragers zijn. De reacties op Engelen leggen deze geëvolueerde versie van klassenstrijd aan de dag. Hijzelf lijkt vast te willen houden aan het klassieke begrip. Nu is de vraag of het mogelijk is om terug te keren naar een ouder begrip en de latere ontwikkeling van het begrip klassenstrijd, zoals hier geschetst, links te laten liggen?

De geest terug in de fles?

Zoals ik hierboven opsomde is dit min of meer oude wijn in nieuwe zakken. Oftewel: probeer de oude Cola! Beter dan de nieuwe Cola! Dit soort rebranding c.q. marketing zal niet werken. Binnen de denkstructuur van Engelen en de zijnen resteert alleen dwang: de dwang waarmee de ander tot zwijgen wordt gedwongen.

In drie punten voorwaarts!

Wat opvalt in de twee columns van Engelen (31 Januari en 10 April) is een hang naar overstijgende waarden, of op zijn minst verenigende ideeën. Uit de bovenstaande beschrijving van de klassenstrijd wordt echter duidelijk dat strijd, onverzoenlijk antagonisme en groepsfragmentatie geen fundering bieden voor die gerede wens. Voorts drie suggesties aan Engelen om dat fundament te bouwen.

Werk ten eerste aan de harmonie van belangen op lange termijn. De wet van de comparatieve kostenvoordelen toont dat menselijke samenwerking universeel tot grotere welvaart voor allen kàn leiden. Het moet makkelijk zijn voor arbeiders om flexibel in hun soort werk te zijn. Bij verdwijnende banen kunnen zij dan makkelijker van soort werk wisselen. Kapitaal moet relatief immobiel zijn: dit zorgt voor directere betrokkenheid, want lokale binding aan mens en milieu.

Het moreel goede – voor mens én milieu – komt het best tot stand in vrijwilligheid. Bij vrije associatie denk ik aan broodfondsen, kredietunies en onderlinge verzekeringsmaatschappijen. Zorg dat alle mensen die ruimte hebben.

Ten derde wil ik blijven vechten voor een werkend geldsysteem. Non-productief kapitaal (in de vorm van overheidscertificaten en -leningen) schiep de afgelopen vijftig jaar weliswaar een geldexplosie, maar géén gelijkelijk groeiende kapitaalstructuur voor bedrijven waarin mensen daadwerkelijk kunnen werken.

Kritiek en toekomst

Engelen heeft gelijk dat de nieuwlinkse invulling van de ‘klassenstrijd’ links niet verder helpt, en de samenleving evenmin. Hij lijkt echter vast te zitten tussen teruggaan naar een niet-meer -in-gebruik-zijnde opvatting van klassenstrijd, of niet willen meegaan in de evolutie van dit concept.

Als alternatief heb ik drie kerndoelen omschreven – ik hoop vurig dat hij hierop zal willen reflecteren. Het zijn in ieder geval meetbare en economisch-wetenschappelijke punten: in die zin zouden de punten moeten aansluiten bij de insteek van sociaaldemocratisch en wetenschappelijk links. Voor zover dat nog bestaat en niet geheel is uitgeroeid door de identitaire tak van het academisch postmodernisme, oftewel regressief links.

Posted on

Het Avondland in het licht van Spengler en de Islam

De nu volgende tekst is een ingekorte versie van een voordracht die Sid Lukkassen op 23 oktober jl. hield voor het KVHV Leuven.

Het motto van deze voordracht is: “Ducunt fata volentem, nolentem trahunt”: de gewillige leidt het lot, de onwillige wordt erdoor meegesleept; het lot zal leiden wie wil, wie niet wil zal het dwingen.

Uitgeverij Boom voltooide een vertaling van Der Untergang des Abendlandes (1918) van Oswald Spengler. Boom onderstreept met de publicatie (terecht) de urgentie en relevantie van Spenglers werk voor de huidige tijd. In deze verhandeling maak ik u deelgenoot van mijn omgang met Spengler en de waarde van zijn werk voor een politiek filosoof.

Culturen voorgesteld als levensvormen

Over Spengler moet allereerst gezegd worden dat zijn levensloop in alles naar de conceptie voert van Der Untergang des Abendlandes. Daarop volgt de receptie van dat werk en ten slotte wordt Spenglers leven geheel beheerst en getekend door zijn reacties op die receptie. Steeds keert daarbij terug dat er volgens Spengler ‘culturen’ bestaan; wezenlijk van elkaar te onderscheiden ‘levensvormen’. In de geschiedenis maken zij een analoge ontwikkeling door die in essentie de levenscyclus van een mensenwezen volgt.

Spenglers uitgangspunt wijkt af van het ‘maakbaarheidsdenken’ van de Verlichting en het techno-utopisme – daarom wordt zijn werk verworpen in progressieve kringen. Ook botst de cyclische uitleg van de historie met de lineaire voorstelling van het christendom (vanaf de schepping tot de openbaring gevolgd door de Apocalyps en de verlossing). Ook de nazi’s maakten Spengler het leven zuur: zijn geschiedsopvatting zou het onderwerp ‘ras’ verwaarlozen en werd als ‘fatalistisch’ aangemerkt.

Deze auteur overstijgt zijn tijdsgewricht

Spengler was groot vóór de machtsovername van de nazi’s en dit maakte hem tot een van de enkelen die nog in een positie was om het nieuwe regime te kunnen bekritiseren; dit scenario kan zich in onze toekomst makkelijk herhalen. Het zijn er maar weinigen die intrinsiek gedreven zijn om in alle omstandigheden objectief en kritisch te blijven – dit type mensen keert maar zelden terug op verkiesbare lijstplaatsen: partijbesturen kunnen dit persoonlijkheidstype simpelweg niet aan.

Het is ook precies waarom Spengler zijn tijdsgeest kon overstijgen en waarom het nazi-regime dat niet kon, evenzeer als dat de Westerse politieke partijen zichzelf vandaag overbodig maken. Permanent gevangen in de noodzaak om stemmen te trekken kijken partijleiders niet vooruit maar raken zij blijvend verweven in de waan van de dag. Populariteit, meeklappen en meeglibberen boven inhoud: de buitendienstcultuur in een notendop.

Wat de hofintriges van het politieke spel betreft zag Spengler scherp de schaduwzijden. Hij herkende die in de massapolitiek als voorwaarde voor plebiscieten en demagogie. Zoals toen grote aantallen mensen werden samengeperst in de straten van Rome; zuchtend naar vermaak en afleiding waren zij gevoelig voor bespeling en ophitsing door populaire volksleiders. Kijkend naar hoe joviaal de huidige leiders zich profileren zult u de buitendienstcultuur moeiteloos in hen herkennen: besef dat achter deze gemoedelijke façades meedogenloze partijhiërarchieën schuilgaan. De leden zijn aanvankelijk noodzakelijk om de partij op de kaart te zetten en populair te maken; zij worden gaandeweg op de achtergrond geplaatst en vervangen door teams van professionele spindoctors en imagomakers.

Spengler zou het daarom met ons eens zijn dat de oplossing van onze huidige malaise niet ligt in partijen met hun fladderige leiders – steeds vluchtig en jachtig op zoek naar bekende individuen wier populariteit op hen moet afstralen en die zij vervolgens weer afdanken en aan de kant schuiven – maar ligt in de geaarde binding aan een gemeenschap; een gemeenschap zoals zij vorm krijgt en wortels aanmaakt in een Nieuwe Zuil.

Dit project begrenst tegelijk de libertijnse en hedonistische ego’s van politici: het is de politicus die de zuil dient en politiek vertegenwoordigt; het is de zuil die de politicus corrigeert. De politicus kan omgekeerd niet leven zonder de zuil – zonder de zuil is het geen bestendigd gedachtegoed dat hem draagt maar slechts het vergankelijke beeld dat de spindoctor produceert. Daarmee – zonder zuil – ligt de macht bij de spindoctor en niet bij de gekozen volksvertegenwoordiger. Het zijn zuilen die democratieën überhaupt mogelijk maken, want zonder verankering in gewortelde gemeenschappen, in intellectuele arbeid en in Bildung, is het de wispelturigheid van het moment die de democratie beheerst; zo’n democratie is decadent en gedraagt zich min of meer als tirannie. Ook Spengler constateert in Der Untergang des Abendlandes dat de handel in imago’s een decadente democratie typeert.

Het boek zelf las ik voor het eerst in de vroege lente van 2008. Ik nam het boek mee op studiereis naar Berlijn, de hoofdstad van wat eens “het noordelijke Sparta” werd genoemd. Als er eens een uur was waarin de leerlingen zichzelf vermaakten, dan trok ik mij terug om in rust wat pagina’s te lezen – ik zette daarbij de ramen open en voelde hoe de lentebries zich binnenliet vanuit de skyline van de betonnen metropool. Zo werkte ik het boek in zijn totaliteit door, van kaft tot kaft – als een roman.

Duiding van het thema ‘Avondland’

Volgens Spengler is ‘alleen zijn in het woud’ de diepste religieuze ervaring van Europeanen. Gotische kathedralen bootsen die ervaring na – de meest geslaagde bouwwerken raken iets van het eindeloos ronddolen, wat we ook zien in de epische verhalen van de Westerse cultuur: het ronddolen van koning Arthur, Parsifal en The Lord of the Rings gaat terug op Odin: “Veel heb ik gereisd, veel heb ik gezien, veel van goden ervaren.” aldus het Vikinggedicht Vafþrúðnismál. Ook verwees Spengler vaak naar Gauss en Leibniz – naar ontdekkingsreizen en wiskundige formules. Het Westerse brein heeft een existentiële behoefte aan doorgronding en expansie: de oer-Europeaan vecht tegen de elementen en vormt het leven op het aambeeld van zijn wilskracht.

Europa is voor Spengler het ‘Avondland’ omdat het met zijn westelijke ligging de grond verbeeldt waarachter de zon verdwijnt wanneer de avond valt. Verkenningsschepen doorkruisten kolkende oceanen, zoekend naar nieuwe gebieden met helwitte stranden, waar de zon tot aan de einder loopt – dit was een tijd waarin de schepen van hout waren en de mannen van staal. “Westerse kunst staat gelijk aan het weghakken van de overvloedigheid der natuur” schrijft Camille Paglia. “De Westerse geest maakt definities; dat wil zeggen – deze trekt lijnen.” Het Europees intellect schept een logica die zich exponentieel doorzet, voorbij de grenzen van tijd en ruimte – het oneindige, het lineaire, het abstracte – raketten lancerend door een ijl heelal, afkoersend op onbekende bestemmingen. Dit is een belangrijk verschil met de Oosterse religies – in het boeddhistische Morgenland ligt het einddoel juist in het ophouden te streven. Vanuit deze tegenstelling denkend is ‘Avondland’ tevens een overkoepelend begrip voor de geestelijke cultuur van de Europese beschaving.

In Avondland en Identiteit wees ik vooral op de invloed van Spengler tegen de achtergrond van het fin de siècle. De meesters van de achterdocht, zoals Marx, Nietzsche en Freud brachten het Europese zelfvertrouwen aan het wankelen. Was die indrukwekkende Westerse beschaving niet een façade voor allerlei economische klassenbelangen, machtswellust en seksuele driften? Ook bleek het zelfnuancerende, zelfreflexieve bewustzijn van het christendom gevolgen te hebben voor het zelfbeeld van de Europese beschaving. Het Bijbelboek Daniël beschrijft een opeenvolging van wereldrijken die ten val komen: mede hierdoor hebben Euro­peanen de neiging om zichzelf te duiden binnen een geschiedenis die eigenlijk al is afgerond – als een uitvloeisel van een tijdperk dat reeds is afgesloten. Dit leidde tot relativisme en uiteindelijk tot schuldbesef, vermoeidheid en verlamming. Het is tegen deze achtergrond dat Spengler Der Untergang des Abendlandes schreef.

Een mogelijk dilemma is de lastige falsifieerbaarheid van Spenglers voorspellingen. Ieder fenomeen van verval is uit te leggen als een voorteken van het naderende instorten van een beschaving; dat verval is immers aangekondigd en vervolgens wordt alles in dat licht gezien. Alexis de Tocqueville, toch niet de minste, stelde het zeer krachtig: iedere nieuwe generatie biedt weer vers materiaal om te vormen naar de wensen die wetgevers vooropstellen. Als de wetgevers eenmaal decadent worden, dan is er een groter probleem.

Vervreemding van de eigen cultuur

Spinoza merkte al op dat wetten niet zijn opgewassen tegen de gebreken waarin mensen vervallen die te veel vrije tijd hebben – gebreken die niet zelden de val van een rijk veroorzaken. Zo stelt hij in hoofdstuk tien van Tractatus Politicus (1677) dat in het lichaam van een staat zich net als in een natuurlijk lichaam kwalijke stoffen ophopen, die zo nu en dan moeten worden gereinigd en doorgespoeld. De staat moet dan terugkeren naar haar uitgangspunt – naar de normen en waarden die de grondslag vormen van de bijbehorende cultuur. Blijft deze omwenteling uit, dan zullen het karakter van het volk en het karakter van haar staat volgens Spinoza twee verschillende paden inslaan. “Waardoor men er ten slotte toe komt de vaderlijke zeden te minachten en zich vreemde eigen maken, wat erop neer komt zichzelf te knechten.”

Vanuit deze verandering van heersende zeden komen wij vanzelf op de actuele migratiekwestie en het ‘Heimatgefühl’. Dit wil zeggen dat mensen, wanneer ze niet in de toeristische modus zijn, het liefst in een omgeving verkeren waar ze zich thuis, vertrouwd en geborgen voelen. Het woord ‘goed’ hangt oorspronkelijk samen met dat wat je ervaart als het eigene – vandaar ook een woord als ‘landgoed’. Met de instroom van andere culturen maakt dit thuisgevoel plaats voor maatschappelijke versplintering en sociaal atomisme. Mensen identificeren zich minder met elkaar waardoor solidariteit verdwijnt voor berekenend gedrag. De tradities die voor maatschappelijke samenhang zorgen verwaaien en men krijgt er enclavevorming voor terug.

Als een beschaving de fase van cultuurvervreemding heeft bereikt, dan treedt het onderscheid naar voren dat Spengler in Der Untergang des Abendlandes aanbracht tussen ‘slapende’ en ‘wakende’ zielen. De slapende zielen vertegenwoordigen de onderstroom van een beschaving: ze overdenken hun cultuur niet bewust maar beleven deze gevoelsmatig. Ze zijn verbonden met een oerkracht en sluimeren tussen met mos begroeide ruïnes waaruit een lichte nevel opstijgt. Soms komen ze spontaan in roering – precies om de “giftige stoffen uit te spoelen”. De wakkere zielen daarentegen staan volgens Spengler meer op hun eigen oordeelskracht: ze denken systemen uit en zijn op abstracties gericht, op ‘hoe de wereld in theorie zou moeten functioneren’.

In theorie kan men inderdaad zeggen: “Hoe erg is het als er duizenden of zelfs honderdduizenden immigranten naar Europa komen? Geen enkele cultuur is statisch – we passen ons vanzelf aan.” In de praktijk redeneren alleen mensen op deze wijze die voortdurend in een toeristische modus zijn: het slag mensen voor wie cultuur, geschiedenis en erfgoed geen intrinsieke waarde hebben, en voor hen volledig inwisselbaar zijn. Het is hierom dat Spengler in het tweede deel van zijn magnum opus concludeert dat ontworteling en doorgedreven kosmopolitisme kenmerkend zijn voor oude en stervende beschavingen. 

Nu eerst meer over de invloed van de islam op het Avondland. Daarvoor verdiepen wij ons in een bespiegeling op Michel Houellebecqs roman Onderworpen. Het is in 2015 geschreven als Soumission en naar het Nederlands vertaald door Martin de Haan, dat onze gedachten in die richting stuurt. Het boek verscheen in Frankrijk op exact dezelfde dag dat de moordaanslag op Charlie Hebdo plaatsvond, waarbij tekenaars van onwelgevallige cartoons door moslimfundamentalisten met machinegeweren werden doorzeefd. De provocatieve titel verwijst naar de significantie van het woord islam, wat letterlijk “onderwerping” betekent en uitdraagt dat het leven van de individuele gelovige niet aan hemzelf toebehoort maar aan diens opperwezen.

Integratie tussen de lakens?

In mijn leven deed zich een ontmoeting voor die het voorgaande bevestigt. Dit was toen ik tijdens een wetenschappelijke conferentie een knappe jongedame trof met een migratieachtergrond. Ze kwam me zeer Westers voor. Niet alleen was ze als een veelbelovend wetenschapper uitgekozen voor de bijeenkomst: ook accentueerde de dunne stof van haar kleding haar zandloperfiguur. De rok die ze droeg benadrukte hoe haar venusheuvel afstak tegen de musculatuur van haar onderbuik. Haar ontblote schouders boden uitzicht op de verfijnde pezen en zelfs de amberkleurige huid van haar bescheiden borsten was bij de juiste invalshoek te zien. Plots vertelde ze dat ze de relatie met haar Nederlandse vriend had verbroken vanwege de islam.

Hij was naar haar zeggen goed op weg. Drie jaar geleden had hij zich voor haar bekeerd en sindsdien hadden ze een relatie. Hij had echter laten doorschemeren dat hij voor haar alcohol en varkensvlees liet staan. Met een verzoekende ondertoon vroeg hij haar of er dan ook een punt was waarop zij concessies kon doen. “Hij moet zich aan Allah geven ter wille van Allah,” zei ze resoluut. “niet ter wille van mij.” Precies, zo vulde ik aan, “want zijn overgave moet absoluut zijn.” Haar okerkleurige ogen begonnen te fonkelen: “Absoluut, volkomen en totaal. De kern van ons geloof is onderwerping. Onderwerping aan Allah vanwege Allah en niet vanwege je vriendin.”

Onderworpen is het levensverhaal van een docent in de negentiende-eeuwse Franse literatuur aan een prestigieuze universiteit. Buiten enige affaires met studentes is zijn leven eigenlijk bar saai. Dat verandert zodra de Moslimbroederschap in Frankrijk aan de macht komt en salafistische oliesjeiks zich met het onderwijsbeleid gaan bemoeien. In Onderworpen vertegenwoordigt de islam niet zozeer een bedreiging voor Europa alswel de redding van Europa:

“Want in dezelfde mate als het liberale individualisme wel moest zegevieren zolang het alleen tussenstructuren zoals vaderlanden, corporaties en kasten ontbond, had het zijn eigen doodvonnis getekend toen het zijn aanval richtte op de ultieme structuur van het gezin, en dus op de demografie; daarna kwam logischerwijs de tijd van de islam.” (blz 212).

“De massale komst van immigrantenpopulaties die waren doordrongen van een traditionele cultuur waarin de natuurlijke hiërarchieën, de onderworpenheid van de vrouw en het respect voor ouderen nog niet waren aangetast, vormde een historische kans voor de morele en familiale herbewapening van Europa. Dit opende de weg voor een nieuwe bloeitijd van het oude continent.” (blz 215).

Dit brengt ons terug op wat ik zei over de politieke filosofen van de twintigste eeuw. Als politiek filosoof vermoed ik dat de politieke wijsbegeerte na de voornoemde ‘grote leermeesters’ feitelijk stil kwam te staan. De literatuur blijkt ons te hebben ingehaald en drukt ons nu met de neus op de feiten. Ik bedoel hiermee de enorm visionaire kracht van Houellebecq: terwijl liberalen en socialisten elkaar bevechten met economische vertogen (Piketty) voelt de schrijver haarfijn aan dat het politieke debat zich verplaatst naar identiteit. Politieke botsingen zullen gaan om de demografische voorwaarden die een beschaving nodig heeft om überhaupt te kunnen voortbestaan.

“De Moslimbroederschap is een bijzondere partij – voor hen zijn demografie en onderwijs de hoofdpunten: de bevolkingsgroep die de beste vruchtbaarheidscijfers heeft en die zijn waarden weet door te geven trekt aan het langste eind. Zo simpel is het in hun ogen, economie en zelfs geopolitiek zijn maar bijzaak: wie de kinderen heeft, heeft de toekomst, punt uit.” (blz 64).

Wat Onderworpen nóg controversiëler maakt is dat het Front National in het verhaal een verzetsbeweging wordt, als de enige groep die nog bereid is voor de traditionele Westerse waarden te vechten. Sociaal-liberalen zijn bezig met ‘lauwe’ economische compromissen en ondertussen verplaatst het ‘bezielend-ideologische vuur’ zich naar de rechterkant van het politiek spectrum. Zoals in een debat tussen filosoof Etienne Vermeersch en politicus Bart de Wever al werd gezegd “zijn de mensen nu wel een beetje klaar met de holle vertogen over wereldburgerschap die ze vanuit hun maatschappelijke elites krijgen opgedrongen”. Rond dezelfde tijd omschreef Martin Bosma zichzelf als leider van een club rebellen die zich verzet tegen de afschaffing van Nederland. Dit was in een interview over zijn boek Minderheid in eigen land (2015). Ook de recente oprichting van een nieuwe groep in het Europees Parlement, met daarin onder meer Front National, PVV en Vlaams Belang, is een teken aan de wand.

Westerse zelfopheffing?

Minder visionair was de bijeenkomst in Utrecht op 16 mei 2015 waar de schrijver optrad ondersteund door diens vertaler. Wie in de ban is van Houellebecqs boeken is dat wegens de aangrijpende thema’s: de invloed van feminisme op man-vrouw verhoudingen, de pornografisering van de samenleving en de botsing tussen de islam en het Westen. Het vraaggesprek ging echter over technische trivialiteiten omtrent het vertalingsproces. “Hoe vaak herhaal je een woord binnen een alinea – volg je daarin Flaubert of Balzac?” Helaas kreeg het publiek maar vijf minuutjes om vragen te stellen en het debat te ontketenen 

In een interview met Paris Review (2 januari 2015) noemde Houellebecq Frankrijk juist een verzetshaard tegen deze collectieve zelfopheffing; dat maakt het land vrij uniek in vergelijking met andere Europese landen (zoals Zweden). De uitspraak is interessant omdat de discussie «wel of geen Westerse zelfopheffing en zo ja, in hoeverre?» de inhoud van zowel politieke filosofie als geopolitiek zal bepalen. Deze kwestie is de ultieme inleiding tot mijn nieuwe boek Levenslust en Doodsdrift: essays over cultuur en politiek, dat op de boekenbeurs van Antwerpen gepresenteerd zal worden en uitvoerig ingaat op de laatstgenoemde vraag.

Posted on

Polen heeft juridisch noch moreel recht op verdere herstelbetalingen van Duitsland

Eind juli kwam de Poolse regering met haar eigen interpretatie van solidariteit tussen EU-lidstaten op de proppen. Jaroslaw Kaczynski, leider van de regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS), verklaarde in een radio-interview dat Duitsland zich aan zijn verantwoordelijk voor de Tweede Wereldoorlog zou onttrekken en dat er daarom over herstelbetalingen gesproken zou moeten worden. Inmiddels wordt een wetsvoorstel voorbereid om de schade te berekenen.

Kaczynski kondigde een “historisch tegenoffensief” van zijn land aan. “We hebben het hier over gigantische sommen en ook over het feit dat Duitsland jarenlang geweigerd heeft verantwoordelijkheid te nemen voor de Tweede Wereldoorlog”, aldus de partijleider in Warschau.

De Poolse leider staat binnen de EU niet alleen met zijn plannen. Ook Griekenland kwam in 2013 met de eis dat Duitsland alsnog herstelbetalingen zou doen vanwege de Tweede Wereldoorlog. Een groep ambtenaren van het ministerie van Financiën kreeg destijds de opdracht, de schade te berekenen van de Duitse bezetting van Griekenland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Terwijl Kaczynski de omvang van de eisen vooralsnog in het midden laat, becijferden de Grieken de grootte van hun nota op 108 miljard euro. Wat Duitsland tot dan toe reeds aan herstelbetalingen gedaan had werd niet meegerekend. Dat veranderde twee jaar later, toen de toenmalige Griekse minister van Justitie Nikos Paraskevopoulos verklaarde het oordeel van het Atheense grondwettelijk hof over te nemen, dat stelde dat Duitsland aan nakomelingen van slachtoffers van het nazi-bewind compensatie verschuldigd is. Wat reeds betaald was, zou men als “voorschot” beschouwen.

Nu is het niet ongebruikelijk en ook volkenrechtelijk gedekt, dat een land dat een oorlog begonnen is en verloren heeft de winnaar een financiële compensatie moet betalen. Zo werden in het geval van Duitsland het gehele buitenlandse vermogen, de handelsvloot en alle Duitse patenten in beslag genomen. Daarnaast werden op grote schaal aanspraken door de demontage van industriebedrijven afgedekt. En wat vooral Polen betreft: Duitsland moest zijn oostelijke territoria afstaan – grote aantallen Duitsers werden daarbijvan huis en haard verdreven, een verlies dat nauwelijks in geld is uit te drukken.

Bovendien vergaarden de Amerikaanse bezetters naar eigen opgave Duitse reparaties ter grootte van 500 miljoen Amerikaanse dollars, de Sovjet-Unie naar westerse schattingen 15 miljard. Waar het Kremlin per 1 januari 1954 echter van verdere vorderingen afzag, lieten de westerse mogendheden de mogelijkheid open met nieuwe te komen. Tussen de westerse mogendheden en de Bondsrepubliek Duitsland werd in het Londense Schuldenakkoord van 27 februari 1953 namelijk overeengekomen dat de kwestie van de Duitse oorlogsschulden pas bij een vredesakkoord aan de orde zou komen.

Duitsland, ook het herenigde Duitsland, heeft echter tot op de dag van vandaag formeel geen vredesakkoord. Het Twee-plus-Vier-verdrag (formeel: “Verdrag inzake de afsluitende regeling met betrekking tot Duitsland”), dat op 15 maart 1991 in werking is getreden, vervult echter effectief de functie van een vredesverdrag. Van herstelbetalingen is in dit akkoord geen sprake en daarmee is de zaak afgedaan. Daarbij wordt het verdrag gezien als een internationaal verdrag waarvan de uitwerking de ondertekenaars – BRD, DDR, VS, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Sovjet-Unie – overstijgt. Dit hangt ermee samen dat het verdrag een nieuwe politieke orde in Europa regelt. Zo worden ook Polen en Griekenland in de werkzaamheid van de overeenkomst betrokken en komen nieuwe eisen aan Duitsland uit deze landen juridisch op wankele voet te staan, vooral wat Polen aangaat.

Polen heeft namelijk reeds in 1953 in een verklaring afgezien van verdere betalingen uit Duitsland. Het land wilde daarmee, zo heette het destijds, “een verdere bijdrage aan de oplossing van de Duitse kwestie in de geest van democratie en vrede” leveren. Hierop werd door de Duitse regering naar aanleiding van de recente Poolse geluiden dan ook gewezen. Duitsland erkent politiek, moreel en financieel zijn historische verantwoordelijkheid, zo verklaarde de Duitse regering, maar de kwestie van herstelbetalingen is juridisch en politiek reeds afsluitend geregeld.

Ook de verhouding met Athene is op dit punt eigenlijk al lang duidelijk. In het kader van haar omvattende Wiedergutmachungspolitik sloot de Duitse regering in de jaren tussen 1959 en 1964 met twaalf West-Europese regeringen akkoorden, waaronder ook Griekenland. Athene kreeg destijds 115 miljoen mark uit Bonn, wat naar huidige koopkracht een slordige halve miljard euro is. In de correspondentie over dit akkoord verklaarde de Griekse zijde dat daarmee “alle het voorwerp van dit verdrag vormende vragen [..] definitief geregeld” zijn, waarmee Athene van alle verdere eisen afzag. Nadat het Oostblok in 1990 uiteenviel, paste Duitsland dit beleid ook op Oost-Europese landen toe. In dit kader kreeg Polen meer dan 250 miljoen euro. Eén ding is zodoende duidelijk: De recente aanspraken van Griekenland en Polen op herstelbetalingen uit Duitsland ontberen een juridische grondslag.

De politieke werkelijkheid laat zich echter niet louter in juridische parameters vatten. Wat juridisch niet afdwingbaar is, is het soms psychologisch wel. Een schuld als de Duitse oorlogsschuld, verbonden met oorlogsmisdaden en de Holocaust, laat zich goed gebruiken als politiek drukmiddel. Het uitdrukken van een dergelijke schuld in financiële bedragen, komt al snel in de buurt van relativering van de Holocaust, met als implicatie dat de schuld nooit definitief afbetaald kan worden.

Warschau en Athene zouden er evenwel goed aan doen ook te bedenken welke schade ze zelf aanrichten met hun eisen. Waar de Europese integratie door haar voorstanders steeds is voorgesteld als een vredesproject, lijken Poolse en Griekse regeringen dit te interpreteren als een vrijbrief om Duitsland uitzichtloos te laten bloeden voor de schuld aan de Tweede Wereldoorlog. Dat komt de geloofwaardigheid van de notie van solidariteit tussen EU-lidstaten uiteindelijk niet ten goede.

Posted on 1 Comment

Zelfs in Noorwegen en Zweden is de welkomscultuur voorbij

Rellen in migrantenwijken, bendecriminaliteit, no-go-areas, geweldsdelicten, in de afgelopen jaren is er veel naar buiten gekomen over het multiculturele paradijs Zweden. Decennia van een ultraliberaal immigratiebeleid, dat geleid heeft tot de import van integratieresistente onderlagen uit de Arabische en Afrikaanse wereld, beginnen zich in toenemende mate te wreken.

Dat het land door de ‘vluchtelingencrisis’ van 2015 met 163.000 illegale immigranten in verhouding tot zijn bevokingsaantal de hoogste opnamequote in Europa had, was nog maar het topje van de ijsberg. In tegenstelling tot Duitsland, zag men in Zweden echter al snel in dat een voortdurend laisser-faire in deze kwestie grote consequenties zou kunnen hebben.

De sinds oktober 2014 regerende rood-groene minderheidsregering in Stockholm begon derhalve nog in 2015 een pakket maatregelen te ontwikkelen en stap voor stap uit te voeren, waarmee de golf asielzoekers afgeremd moest worden. Als eerste voerde ze eind 2015 grenscontroles op de belangrijkst invalsroute naar het land in, de Øresund-brug, die de Deense hoofdstad Kopenhagen met het Zweedse Malmö verbindt. Dit bewerkte op zichzelf nog niet zo veel, aangezien er aan de grens nog altijd asielverzoeken gedaan konden worden, maar de autoriteiten kregen zo in ieder geval een beter overzicht over de immigrantenstroom. Van groter belang was de nieuwe en nog altijd geldende verordening die bus-, trein- en veerbedrijven verplicht in het grensoverschrijdende verkeer alleen personen met geldige papieren mee te nemen.

Naast de moeilijkere toegang tot het land werd ook aan de status van asielzoekers in het land gesleuteld. Sinds juli 2016 zijn de genereuze nationale regelingen vooreerst voor drie jaar buiten werking gesteld, nu gelden nog slechts de minimumstandaarden die worden voorgeschreven door Europees en internationaal recht. Dat wil zeggen: Wie überhaupt nog een positieve uitkomst van de asielprocedure krijgt, krijgt in de regel bescherming volgens het Vluchtelingenverdrag (2016: 25 procent) of nog slechts subsidiaire bescherming (2016: 70 procent). De verblijfsvergunning is voor de eerste groep tot drie jaar beperkt, voor de tweede tot 13 maanden. ‘Subsidiaire’ mogen bovendien in de regel niet hun gezin laten overkomen. Verlengingen van de verblijfsstatus zijn overigens wel mogelijk, maar dan moet opnieuw geëvalueerd worden of de persoon in kwestie bescherming nodig heeft.

De derde maatregel betrof de stimulering van de bereidheid tot uitreizen, ook deze wet is sinds medio 2016 van kracht. Rechtsgeldig afgewezen asielzoekers zonder minderjarige kinderen verliezen sindsdien hun aanspraak op geldelijke steun en onderdak zodra de termijn voor hun vrijwillige vertrek verstreken is. Ook de zogeheten ‘onbegeleide minderjarigen’ kwamen in het vizier. Daarvan had Zweden al een bijzonder hoog aantal opgenomen en uit veel andere landen is bekend dat deze dikwijls in werkelijkheid helemaal niet minderjarig zijn. Voor de leeftijd vertrouwden de autoriteiten tot dan toe op wat de asielaanvrager zelf aangaf, alleen wanneer iemand iets opgaf wat overduidelijk niet klopte werd langs medische weg de leeftijd vastgesteld. Inmiddels wordt hier veel scherper op toegezien.

Al met al heeft restrictievere asielpraktijk succes. Vorig jaar werden er minder dan 29 duizend nieuwe asielzoekers geregistreerd, het aantal ‘onbegeleide minderjarigen’ was daarbij van 24 naar nog slechts vijf procent gedaald. Natuurlijk is dit niet volstrekt te herleiden tot het beleid van Stockholm, belangrijk was vooral de afsluiting van de Balkan-route begin 2016, maar ook de versterkte controles van de Deense autoriteiten aan de grens met Duitsland. Veel wijst er echter op, aldus de Bundeszentrale für politische Bildung (BpB), “dat de verschillende Zweedse maatregelen elk een verschillend effect hadden en aan de terugloop bijgedragen hebben”. De geringste gevolgen had het stoppen van de uitkeringen voor onwillige uitreisplichtigen, die er vaak vooral toe leidde dat desbetreffende personen onderduikten.

Een goede indicatie is echter het met bijna 13 procent duidelijk hogere aantal asielprocedures dat werd afgebroken doordat de aanvraag werd ingetrokken of de aanvrager niet meer te vinden was. Dit wijst er namelijk op dat een deel van de asielzoekers zich niet meer zo welkom voelt in Zweden, wat op zijn beurt samen lijkt te hangen met de slechtere verblijfsperspectieven en de beperktere mogelijkheden voor ‘gezinshereniging’. Goede gegevens zijn hierover echter niet beschikbaar. Wat wel duidelijk in de cijfers terug te zien is, is het succes van de uitreispremie ter hoogte van 3.000 euro, die in de herfst van 2016 al 11.000 aannamen om zich vervolgens huiswaarts te begeven.

Dat de regerende sociaaldemocraten en groenen deze koerswisseling voltrokken hebben, kwam overigens niet per se voort uit voortschrijdend inzicht, maar vooral uit het omslaan van de publieke opinie en de sterkere opkomst van de Zweden Democraten.

Noorwegen

Ook Zwedens buurland, non-EU-lidstaat Noorwegen, begon in 2015 de ‘vluchtelingencrisis’ te voelen. Zo’n 31.000 asielzoekers, overwegend uit Syrië, Afghanistan, Eritrea en Irak waren in het land aangekomen, zodat ook Oslo zich genoodzaakt zag een restrictievere koers te gaan varen. In april 2016 werden de asielwetten aangescherpt, tegelijk nam de regering maatregelen om de ‘Noordpool-route’ af te sluiten. Bij de grensovergang Storskog naar Rusland werd een hoog hek neergezet.Overigens werden er van de 31.000 asielzoekers uiteindelijk 15.000 afgewezen.

Minister van Immigratie en Integratie Sylvi Listhaug van de rechts-liberale Vooruitgangspartij  lichtte in het voorjaar van 2016 toe hoe belangrijk het is om de juiste indruk te geven. “We zijn momenteel één van de meest aantrekkelijke immigratielanden. We hebben gezien dat andere zeer liberale landen zoals Duitsland en Zweden enorme problemen hebben gekregen”, aldus Listhaug. “Als we ons asielbeleid zouden liberaliseren, zou men daar morgen op de straten van Mogadishu van horen. Geven we echter het signaal af dat we een streng asielbeleid hebben, dan doet dat even snel de ronde.”

Een zeer effectieve benadering, zo laten de statistieken zien. In 2016 daalde het aantal nieuwe asielaanvragen ten opzichte van het jaar daarvoor met maar liefst 90 procent. De minister schreef niettemin een onderzoek uit, dat de gevolgen van de immigratie moet onderzoeken. Het dunbevolkte Noorwegen met zijn goed 5,2 miljoen inwoners biedt immers al onderdak aan zo’n 880.000 immigranten, waarvan iets meer dan de helft uit Europa. In Oslo stamt bijna 30 procent van de inwoners uit het buitenland. Met de migratie kwamen typische problemen als een toenemend aantal aanrandingen van vrouwen. Maar daarom ging het in het onderzoek slechts zijdelings. Er moest vooral onderzocht worden, welke uitwerking de immigratie op de Noorse verzorgingsstaat had, die immers de trots van het land is. De door een commissie van experts onder leiding van de sociologe prof. Grete Brochmann opgestelde studie werd begin 2017 aan de regering gepresenteerd en komt tot weinig bemoedigende resultaten. Immigratie is een uitdaging zowel voor de grondslagen als voor de legitimiteit van de verzorgingsstaat, zo luidt de uitkomst in de kern.

Het principe is eenvoudig: De verzorgingsstaat is gebaseerd op het idee van solidariteit en functioneert als de gemeenschap genoeg inbrengt om hem te financieren. Aangezien in Noorwegen een aanzienlijk deel van de immigranten zowel een gering kwalificatieniveau als ook een ontoereikende taalkennis heeft, is hun deelname aan het arbeidsproces beduidend lager dan die van de autochtonen. Tegelijk is de aanspraak op uitkeringen in doorsnee veel hoger. Op de lange termijn ondergraaft deze ontwikkeling de fundamenten van de verzorgingsstaat. Als oplossing gaf een meerderheid van de onderzoekscommissie de voorkeur aan versterkte integratie-inspanningen van de staat: meer onderwijs, meer kwalificatie.

Een minderheidspositie wordt ingenomen door Asle Toje, onderzoeksleider aan het Nobel Instituut in Oslo. “Veel van deze mensen”, zo stelde hij tegenover het dagblad Dagens Næringsliv, “zijn extreem kostbare nieuwe burgers”. Volgens Toje zijn de kwalificatieprogramma’s veel te duur en zou het land er beter aan doen die immigranten te selecteren die het gebruiken kan. Hij waarschuwde ook voor nieuwe immigratiegolven, die ertoe zouden kunnen leiden, dat er in Noorwegen op een gegeven moment meer immigranten dan “etnische Noren” zijn.

In de progressieve Noord-Europese landen schijnt men langzaam maar zeker de tekenen van de tijd te herkennen. Of dit blijvend tot een strenger asielbeleid leidt, valt nog te bezien.